Category Archives: Nutteloze kennis

Moderne drop

In Albert Heijn zagen Marianne en ik dit zakje drop liggen.

pinpas

Pinpassen-drop! Tja, het zijn moderne tijden. In mijn jeugd vond je muntdrop al heel bijzonder.

Toen ik nog jong was, had je niet zoveel verschillende soorten drop. Je had het gewone rolletje zoute drop – o wee als je je rolletje in de gracht liet vallen.

drop 195624 augustus 1956; Reclame voor Venco zoute drop in de Keizersgracht in Amsterdam; foto Harry Pot; Anefo; Nationaal Archief.

En verder had je onder andere muntdrop, Engelse drop, dropveters –  in de film The Gold Rush at Charlie Chaplin zijn schoenveters op; gelukkig voor hem waren het geen echte veters maar dropveters –  salmiakdrop en laurierdrop.

Van die laatste soort kon je goed dropwater maken. Je stopte water en laurierdrop samen  in een klein flesje. Vervolgens moest je flink schudden. Daarna zette je het flesje een dag weg in een donkere kast. Ik kan overigens geen enkele reden bedenken waarom dat in een donkere kast moest. Als je het er daarna weer uithaalde en de fles nog even flink schudde, dan loste de drop op en had je een soort kleverige vloeistof: het dropwater. Het smaakte een beetje naar hoestsiroop (wat ik overigens altijd lekker vind smaken). Ach, wie maakt er tegenwoordig nog dropwater.

Vandaag de dag schijnen Nederlanders bij elkaar volgens dropfabrikant Klene zo’n 34 miljoen kilo drop per jaar te eten, of te wel gemiddeld zo’n 2 kg drop per persoon. Driekwart van de Nederlanders eet wel eens drop. Bij elkaar volgens Klene zo’n 8 miljard dropjes!

Drop is al een eeuwenoude lekkernij. Toen in 1922 de graftombe van de jonge farao Toet-Ankh-Amon werd gevonden – hij regeerde van 1333 tot 1323 voor Christus – werden in zijn graftombe ook grote hoeveelheden zoethoutwortel aangetroffen, zijnde het hoofdingrediënt van drop. Blijkbaar vond de oude Egyptenaren ‘drop’ zo lekker dat het ook in het hiernamaals aanwezig moest zijn.

Voor wie zich afvraagt, waar haalt hij deze laatste wijsheid nu weer vandaan, nou van deze site dus. Het is een blog van een zekere ANZJ. Tussen 2008 en 2016 heeft hij of zij meer dan 750 blogposts geschreven over drop. Of zoals het op de site staat: ‘Dit is mijn dappere poging om de veelheid aan (NL) drop in kaart te brengen. Met veel achtergrond- informatie en een kritische test van élk geblogd dropje.” Als ex-voorzitter van de VIENO (de Vereniging voor Interessante Edoch Nutteloze Onderzoeken) kan ik een dergelijke site uiteraard waarderen.

Ik heb even wat van die blogs bekeken – jammer dat op de site geen drop-down menu staat; sorry die woordspeling kon ik niet laten – maar er staan een hoop leuke dingen op de site. Wat dacht u bijvoorbeeld van het volgende krantenbericht uit 1997 over de ‘de gestrande verstappertjes’, die dropfabrikant Van Slooten dat jaar uitgaf naar aanleiding van het herhaaldelijk utvallen van Jos Verstappen, de vader van Max. Jos Verstappen kon die dropjes niet zo waarderen.

verstappen drop

Gezien het feit dat Max Verstappen dit seizoen tijdens de helft van de races is uitgevallen, kan die drop zo weer op de markt worden gebracht.

 

Den Haag in verwarring

De kabinetsformatie is weer eens mislukt. ‘Den Haag in verwarring’ las ik ergens op internet. Daar kijk ik niet van op. Den Haag is altijd al in verwarring. Dat komt door de plattegrond van het openbaar vervoer in Den Haag. Van oudsher worden deze plattegronden in Den Haag altijd een slag gedraaid zodat de zee op de kaart netjes bovenaan ligt.

Het is niet iets nieuws. Er zijn plattegronden van Den Haag uit de zeventiende en achttiende eeuw waarbij Scheveningen en de zee ook al boven de stad zijn afgebeeld.

Omdat de HTM-kaarten in alle bus- en tramhokjes in Den Haag hangen, krijgen Hagenaars en Hagenezen van kinds af aan het beeld voorgeschoteld dat Scheveningen boven Den Haag ligt.

000 den haag

Links de kaart zoals deze in alle bus- en tramhokjes hangt en rechts de kaart zoals die eigenlijk zou moeten hangen.

Het gevolg is dat Hagenaars altijd problemen hebben met noord-zuid. Afgelopen zaterdag hadden wij dat ook weer eens. We zaten met een aantal mensen van de fietsersbond op een terrasje in Voorburg, toen er een discussie ontstond over de windrichting. Was het nu westenwind of niet? We konden wel voelen  – natte vinger – waar de wind vandaan kwam, maar kwam die nou wel of niet uit het westen?

Vraag in Den Haag dus niet waar het noorden is (“waah is ut noâhdûh?”) want dan heb je een grote kans dat ze je naar Scheveningen wijzen.

Overigens, dat de mensen in de Haagse regio altijd zeggen dat ze ‘op Scheveningen’ zijn en niet ‘in Scheveningen’ staat los van de kaart. Volgens Onze Taal is het woordje ‘op’ (in plaats van ‘in’) oud regionaal taalgebruik. Het wordt vaak gebruikt bij plaatsen, wijken en streken waarvan het land – zoals bij het dorp Scheveningen – vroeger hoger lag dan het omliggende land.

Mevrouw Einstein (2)

Zoals aangekondigd in de vorige blogpost  hier het verhaal over de eerste mevrouw Einstein.

einsteinAlbert Einstein en Mileva Marić in 1912; foto: ETH-Bibliothek Zürich, Bildarchiv / Fotograaf: Unbekannt / Portr_03106 / Public Domain Mark 

Het tragische leven van de eerste mevrouw Einstein

Albert Einstein wordt vaak geciteerd. ‘Twee dingen zijn oneindig, het universum en de menselijke domheid, maar van het universum weet ik het nog niet helemaal zeker’ is bijvoorbeeld een bekende uitspraak van hem. Een wat minder bekende uitspraak van hem luidt: ‘Waar liefde is, wordt niets geëist of opgelegd’. Dit in gedachten houdend leest men met andere ogen de brief die Albert Einstein op 18 juli 1914 aan zijn eerste vrouw Mileva Maric stuurde met daarin het volgende lijstje met eisen waaraan zij moest gehoorzamen:

A) Je zorgt ervoor dat er altijd schone kleren voor mij klaar liggen, ik elke dag drie fatsoenlijke maaltijden op mijn kamer krijg voorgezet, mijn slaap- en studeerkamer er netjes en opgeruimd uit zien. Daarbij mag niemand aan de spullen op mijn bureau komen.

B) Je ziet af van een persoonlijk samenzijn van ons, tenzij dit vanwege sociale redenen strikt noodzakelijk is. Je zult van mij niet verlangen dat:  Ik bij jou in de kamer ga zitten; ik met jou uitga,  ik samen met jou op reis ga.

C) In het bijzonder dien je je in de omgang met mij uitdrukkelijk aan het volgende te houden:

  1. Je mag niet op tederheden mijnerzijds rekenen, ook mag je mij daarover geen verwijten maken.
  2. Als je tegen mij praat en ik verzoek je te zwijgen, dan dien je mij te gehoorzamen.
  3. Als ik je vraag om mijn slaapkamer dan wel mijn studeerkamer te verlaten, dan dien je dit direct te doen.

D) Je mag mij tegenover mijn kinderen noch door woord noch door gebaar kleineren.

Vergelijk dit eens met de brief die Einstein veertien jaar eerder, op 14 augustus 1900, aan haar stuurde: “Hoe heb ik vroeger alleen kunnen leven, jij bent mij kleine alles. Zonder jou heb ik geen gevoel voor eigenwaarde, geen zin om te werken, geen levensvreugde, kortom zonder jou is mijn leven geen leven.” Er is in veertien jaar die tussen deze twee brieven in ligt duidelijk iets mis gegaan.

De gehele correspondentie tussen Albert Einstein en zijn eerste vrouw Mileva Maric werd in 1987 vrijgegeven, 32 jaar na zijn dood en 39 jaar na haar overlijden. De brieven onthulden dat er naast de twee bekende kinderen van het echtpaar – de jongetjes Hans Albert en Eduard – het echtpaar ook nog een derde kind had, een dochtertje met de naam Lieserl. Ook lieten de brieven zien dat Einstein bepaald niet altijd even aardig was voor zijn vrouw en zijn kinderen.

Mileva Maric werd op 18 december 1875 geboren in Titel, Servië. Ze had een aangeboren heupafwijking, waardoor ze haar hele leven lang enigszins mank zou lopen. Ze kwam uit een redelijk welgestelde familie. Haar vader was na een carrière in het leger in de magistratuur gegaan en bezat daarnaast nog wat landbouwgrond.

Als kind blijkt ze hoogbegaafd te zijn. Ze heeft een aanleg voor talen en wiskunde en is muzikaal onderlegd. Ze zit op een meisjesschool, waar ze met kop en schouders boven de rest uitsteekt. Als ze vijftien is, krijgt ze – bij uitzondering – toestemming van de overheid om haar schoolopleiding op een jongensschool te vervolgen. Ook daar is ze de beste van de klas.

Omdat meisjes in het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk niet mogen studeren, vertrekt ze in de zomer van 1896 naar Zwitserland om daar aan de Universiteit van Zürich medicijnen te studeren. Na één semester stopt ze met deze studie. Haar hartstocht ligt bij de wis- en natuurkunde. Ze meldt zich aan bij het prestigieuze Polytechnische instituut, doet toelatingsexamen en wordt aangenomen. Ze komt als de enige vrouwelijk student in een klas met vijf medeleerlingen. Eén van hen is de dan zeventienjarige Albert Einstein. Mileva Maric is op dat moment twintig jaar oud.

Het eerste jaar studeert Maric hard en haalt mooie cijfers. Voor de drie jaar jongere Albert toont ze weinig interesse, maar dat verandert als deze haar het hof gaat maken. Voor het eerst heeft hij een jonge vrouw ontmoet waarmee hij over zijn wetenschappelijke denkbeelden kan praten.

In 1897 vertrekt Mileva voor de duur van een semester naar Heidelberg, Duitsland. Einstein blijft in Zürich. Hij stuurt haar brieven die zij beantwoordt. De jonge Einstein is een charmeur. Met zijn vilten hoed ziet hij er als een dandy uit. Na haar terugkomst uit Heidelberg speelt hij viool voor haar, vraagt haar vaak mee uit en ze krijgen een relatie.

Aanvankelijk heeft hun relatie positieve gevolgen voor hun beider studie. Bij het tussentijdse examen haalt Albert een 5,7 (bij een maximum van een 6,0). Mileva die vanwege haar verblijf in Heidelberg een semester achter is geraakt, scoort een paar maanden later bij haar examen een 5,1.

Dan ontstaan er familiespanningen. De joodse familie van Einstein is niet enthousiast over hun relatie. Zij is drie jaar ouder dan Albert, ze loopt mank, ze studeert, ze is te onafhankelijk, ze komt uit Servië en het belangrijkste: ze is niet joods. De familie van Mileva daarentegen geeft de jonge Albert een hartelijk welkom. De familiespanningen en de intensiteit van hun relatie gaan vooral ten koste van de studie van Mileva, maar ook de cijfers van Albert gaan achteruit. Weliswaar slaagt hij voor zijn eindexamen, maar zijn cijfer is gedaald naar een 4,9. Hij is daarmee slechts de vierde van de vijf examenkandidaten. Mileva haalt een paar maanden later tijdens haar eindexamen een gemiddelde van 4,0. Dat is niet voldoende en ze moet haar examen over doen.

Omdat Albert niet bij de beste drie studenten van zijn klas is geëindigd – en omdat de professoren de jonge Albert met zijn afwijkende ideeën over de natuurkunde als een eigenwijze student ervaren – krijgt hij na zijn studie geen baan van het instituut aangeboden. Ook sollicitaties naar een wetenschappelijke baan bij universiteiten in Duitsland, Italië en Nederland (bij Kamerlingh Onnes in Leiden) leveren niets op. Hij geeft privéonderwijs en probeert ondertussen werk te vinden.

In 1901 vertrekt Albert naar zijn familie in Italië. Mileva blijft in Zürich om te studeren. In mei brengen ze samen een paar dagen door bij het Comomeer. Ze raakt zwanger. Ze kan zich niet meer op de studie concentreren en in de zomer zakt ze weer voor haar examen. Ze besluit om met de studie te stoppen.

Het te verwachten kind is een probleem. Niet alleen zijn Albert en Mileva bang, dat als bekend wordt dat hij een buitenechtelijk kind heeft, hij geen baan zal vinden, maar ook hebben ze niet genoeg geld om het te onderhouden. Albert en Mileva besluiten dat zij naar haar ouders in Servië zal gaan om daar te bevallen. Albert blijft in Zürich en probeert ondertussen werk te vinden.

Als Mileva bij haar ouders is, stuurt Albert haar een brief, waarin hij er bij haar op aan dringt om na de geboorte van het kind, het kind niet mee terug naar Zürich te nemen. In januari 1902 bevalt zij in Novi-Sad van een dochtertje. Waarschijnlijk – in de archieven van Novi-sad is geen geboortecertificaat te vinden – krijgt het de naam Lieserl, want in een brief van 4 februari 1902 schrijft Einstein: “Het is inderdaad een Lieserl geworden, zoals je zo graag wou. Is het gezond en huilt ze veel?” Ook schrijft hij: “Hoewel ik haar helemaal niet ken, heb ik haar toch zo lief”. Hij neemt echter niet de moeite om naar Novi-Sad af te reizen en zal zijn dochter nooit zien.

Wat er vervolgens met Lieserl gebeurt, is niet duidelijk. Aanvankelijk hadden Mileva en Albert bedacht om het kind voor adoptie af te staan, maar in een brief van 12 december 1901, een maand voor haar geboorte, schrijft hij: “Ik wil niet dat we het kind afstaan. Spreek er eens over met je vader. Hij is een ervaren man die de wereld veel beter kent dan jouw ambitieuze onpraktische Johonzel” – Johonzel was de koosnaam die Mileva aan Albert had gegeven.

Of Lieserl voor adoptie is afgestaan, of dat de ouders van Mileva haar in huis hebben opgenomen, is niet bekend. In ieder geval keert Mileva in september 1902 zonder Lieserl terug naar Zürich. Na haar terugkomst trouwen Albert en Mileva in januari 1903.

Als Mileva in september 1903 weer enige tijd bij haar ouders door brengt, stuurt Einstein haar een tweetal brieven. Het zijn de laatste brieven waarin Lieserl ter sprake komt. Op 15 september 1903 schrijft hij: “Ik vind het heel erg wat er met Lieserl is gebeurd. Roodvonkkoorts kan soms heel vervelende sporen na laten.” Sommige onderzoekers denken vanwege deze brief dat Lieserl aan de gevolgen van roodvonk is overleden maar honderd procent zeker is dit niet.

De jaren 1904 en 1905 zijn de gelukkigste jaren uit het huwelijk van Albert en Mileva. Naast zijn werk op het patentbureau – hij heeft eindelijk werk gevonden als octrooideskundige derde klasse – is hij bezig met het opstellen van zijn natuurkundige theorieën. Zij runt het huishouden. In 1904 bevalt zij van een zoon, genaamd Hans Albert.

In 1905 publiceert Albert een viertal artikelen die de wetenschappelijke wereld op zijn kop zetten. Hij was hier al vijf jaar mee bezig. Dit blijkt uit een brief die Mileva in december 1900 aan vriendin schreef: “Albert heeft een natuurkundige verhandeling geschreven die waarschijnlijk  binnenkort – dat zou dus nog bijna vijf jaar duren –  in de Physikalischen Annalen gepubliceerd gaat worden. Kun je je voorstellen hoe trots ik wel niet ben op mijn lieve schatje.”

In 1909 krijgt Einstein een baan aangeboden als professor bij de Universiteit van Zürich. In 1910 wordt hun tweede zoon, Eduard, geboren. In 1911 vertrekt het gezin naar Praag. Vanaf dat moment gaat het mis. Beiden ervaren de periode in Praag als vreselijk. Wat er precies is voorgevallen, blijft onduidelijk. Ze keren in ieder geval in 1912 terug naar Zürich en er ontstaan spanningen tussen hun twee.

In 1914 accepteert Einstein een baan aan de universiteit van Berlijn en vertrekt naar Duitsland. Daar begint hij een relatie met zijn nicht Elsa Löwenthal. Het huwelijk met Mileva is dan zo goed als voorbij. Als zij zich met de kinderen bij hem in Berlijn wil voegen, stuurt hij haar het genoemde lijstje met eisen. Desondanks vertrekt ze naar Berlijn maar een paar maanden later keert ze met de kinderen terug naar Zürich. Ze zal er haar leven blijven wonen. Albert Einstein blijft in Berlijn waar hij een appartement betrekt dat naast dat van Elsa ligt.

In 1916 verzoekt hij Mileva om een scheiding. Ze weigert en wordt ziek. Haar zuster Zorka komt uit Servië over om voor de kinderen te zorgen. Onderweg van Servië naar Zwitserland wordt Zorka in Kroatië door een aantal soldaten verkracht, die op weg zijn naar het front van de Eerste Wereldoorlog. Aangekomen in Zürich krijgt Zorka een zenuwinzinking –  waarschijnlijk een reactie op het gebeuren. In plaats dat Zorka Mileva kan helpen, heeft de ziekelijke Mileva naast de zorg voor de kinderen nu ook nog de zorg voor haar zuster. Zorka zal twee jaar lang in een psychiatrische inrichting in Zürich verblijven en de rest van haar leven last blijven houden van psychische stoornissen.

In 1919 gaat Mileva alsnog akkoord met een scheiding. Volgens de scheidingsakte moet Einstein de kinderen financieel onderhouden en wordt hij verplicht 40.000 Duitse Mark op een Zwitserse bankrekening te storten. Zeer opmerkelijk is dat in de scheidingsakte al wordt vastgelegd, dat in het geval dat Albert de Nobelprijs mocht winnen, Mileva het geld krijgt.

Mileva moet voor de opvoeding van de kinderen zorgdragen, Albert krijgt het recht om ze tijdens de schoolvakantie te bezoeken. Hij maakt hier weinig gebruik van en de kinderen klagen veelvuldig dat ze hun vader niet zien. Vooral de jong ziekelijke Eduard mist zijn vader erg. Zo schrijft Mileva een keer aan Albert over Eduard: ‘Je hebt hier een lief maar ernstig ziek kind. Hij vraagt vaak wanneer zijn vader hem komt opzoeken en bij elk uitstel wordt hij verdrietiger en verdrietiger.’

Albert Einstein zal zijn hele leven lang weinig waarde hechten aan familierelaties. Dat merkt ook zijn tweede vrouw, zijn nicht Elsa, waarmee hij in 1919 trouwt. Ook haar blijft hij niet trouw. Regelmatig begint hij buitenechtelijke relaties, één van deze vrouwen neemt hij zelfs een tijdje in dienst als secretaresse.

In 1921 krijgt Albert Einstein de Nobelprijs voor natuurkunde en conform de scheidingsakte maakt hij het geld naar Mileva over. Deze koopt drie huizen. Eén huis dient als woning voor haar en de kinderen, de twee andere huizen verhuurt zij. Ze leeft van de huuropbrengsten en van het geld dat zij verdient met het geven van bijlessen wis- en natuurkunde en pianoles.

De kinderen blijken slimme jongens te zijn. Hans Albert heeft het intellect van zijn ouders geërfd. Hij gaat in Zürich naar dezelfde technische school als zijn ouders. In 1937 zal hij, net als zijn vader vier jaar eerder heeft gedaan, met zijn vrouw en kinderen naar Amerika emigreren, waar hij uiteindelijk hoogleraar aan de University of California in Berkeley bij San Francisco zal worden.

De jongste zoon, Eduard, gaat na de middelbare school psychologie studeren, maar al vrij snel stopt hij hiermee. Hij is somber en depressief en heeft zelfmoordneigingen. Hij blijkt schizofreen te zijn. Zijn hele leven lang zal hij verzorging nodig hebben. Van tijd tot tijd wordt hij in inrichtingen opgenomen. Om dit te kunnen bekostigen is Mileva begin jaren dertig gedwongen om de twee verhuurde huizen te verkopen.

De jaren dertig zijn niet de beste jaren voor Mileva. Haar beide ouders evenals haar zuster Zorka overlijden. Haar oudste zoon zit in Amerika. Ze zal hem, zijn vrouw en haar kleinkinderen, waarvan er eentje kort na aankomst in Amerika overlijdt, jarenlang niet meer zien. Haar jongste zoon is geestesziek en heeft continu aandacht nodig. Ook financieel gaat het niet goed.

Eind jaren dertig is haar financiële situatie zodanig verslechterd dat ze Albert vraagt bij te springen in de opvang van Eduard. Albert koopt het eigendom van het huis waarin Mileva en Eduard wonen en met dit geld kunnen ze weer een tijdje vooruit.

Na de Tweede Wereldoorlog verkoopt Albert in 1947 het huis. Weliswaar laat hij in de verkoopakte opnemen, dat Mileva en Eduard in het huis mogen blijven wonen, maar ondanks deze bepaling vraagt de koper hen te vertrekken.

In de verwarring die dan ontstaat, maakt de koper het geld voor het huis per ongeluk aan Mileva over en niet aan Albert. Mileva weigert vervolgens om het geld naar Albert over te maken. Dit wil ze pas doen als Albert geregeld heeft, dat zij en Eduard in het huis kunnen blijven wonen. Albert is hier zo boos over, dat hij Eduard dreigt te onterven. Dan krijgt Mileva een lichte beroerte, even later gevolgd door een tweede. Ze raakt deels verlamd en ligt maandenlang in een ziekenhuis. Op 4 augustus 1948 overlijdt ze.

Ze wordt in Zürich begraven. Omdat niemand de grafrechten wil betalen, wordt het graf al spoedig geruimd. Haar zoon Eduard zal de rest van zijn leven – hij sterft in 1965 –  in een inrichting doorbrengen.

Hans Albert krijgt na het overlijden van Mileva haar persoonlijke archief met daarin alle brieven van Albert. Dankzij deze brieven leert hij van het bestaan van zijn zuster Lieserl maar hij onderneemt geen pogingen om te achterhalen of ze nog leeft. Hans Albert overlijdt in 1973.

Na het verschijnen van de brieven in 1987 ontstaat er een discussie of Mileva misschien gezien moet worden als de medebedenkster van de relativiteitstheorie. Dit omdat Albert in één van de brieven schrijft over ‘onze theorie’. Nader onderzoek van de brieven leert dat Mileva waarschijnlijk niet heeft bijgedragen aan de theorie. Zo heeft Einstein het in zes andere brieven over ‘mijn theorie’ en ook heeft Mileva nooit geclaimd dat ze een bijdrage heeft geleverd aan de relativiteitstheorie.

Tot slot nog een vrij onbekend citaat van Einstein: ‘De enige verstandige manier van opvoeden bestaat er uit een voorbeeld te zijn, desnoods een waarschuwend voorbeeld.’

Mileva Maric zal het met hem eens zijn geweest. Albert Einstein was een geniale wetenschapper maar een beroerde familieman.

Zonneschermen

Het gebeurt niet vaak dat je op 14 september nog een foto als dit kan maken.

14-septLeidschendam: vijver bij het winkelcentrum Leidsenhage, op de hoek bij Albert Heijn.

Het werd gisteren meer dan 31 graden. Sinds het KNMI in 1901 met de officiële metingen begon, is het op 14 september nog nooit zo warm geweest. Volgens Weeronline geldt 14 september 2016 nu ook als de meest late officiële tropische dag van het jaar – bij een temperatuur van boven de dertig graden geldt een dag als een tropische dag. Het oude record (13 september) heeft niet zo lang stand gehouden, één dag slechts. Het vorige record (5 september) daarentegen hield 67 jaar stand. Dat werd gevestigd in 1949 toen op 5 september 1949 een temperatuur werd gemeten van 32,6 graden.

Niet alleen buiten was het warm, ook in de huizen steeg de temperatuur flink. Overal zag je dan ook de zonwering uit staan. Dat leverde soms Mondriaan-achtige beelden op.

14-sept-2Zonneschermen op een flat in Voorburg

Spoiler alert: Hierna volgt allerlei nutteloze kennis over zonneschermen. Wie de film ‘Het geheim van het zonnescherm ‘ nog niet heeft gezien, kan beter niet verder lezen.

Zonneschermen bestaan al eeuwenlang. In het oude Egypte en Perzië kende men al zonneschermen. Ook de Romeinen maakten er gretig gebruik van. Zo zaten de keizers van het oude Rome in het Colosseum vaak onder een zogenaamd velarium. Dat is een grote luifel die in het Romeinse Rijk bij schouwspelen en sportwedstrijden over de tribune werd gespannen om het publiek te beschermen tegen de hitte van de zon. Het woord ‘velarium’ is afgeleid van het Latijnse woord ‘velum’ dat zeil, gordijn en doek betekent.

Bovenstaande rode en gele zonneschermen zijn zogenaamde ‘screens’. Een screen is een zonnescherm dat strak voor het raamkozijn naar beneden en omhoog gaat. Het is vooral bedoeld om de warmte buiten te houden.

De meest voorkomende hedendaagse zonneschermen zijn de zogeheten ‘uitvalschermen’. Een uitvalscherm is een zonnescherm met twee vaste armen, die omlaag gaan als het scherm uitgezet wordt.

14-sept-3

Bij deze flat in Voorburg gelden zo te zien geen kleurvoorschriften. Bij sommige flats heb je dat wel.

14-sept-4 14-sept-5Oranje en rode flats, beide in Voorburg.

Een bijzondere vorm van de uitvalschermen zijn de  knikarm-schermen. Een knikarmscherm – een mooi scrabblewoord – is een zonnescherm wat vooral geschikt is voor een terras. Het zonnescherm wordt met twee armen, die recht vooruit knikken en onder het scherm zitten, uitgerold. Omdat de armen niet aan de zijkanten maar pal onder het scherm zitten, kun je niet tegen de arm aan lopen.

Wat je ook vaak bij particulieren ziet – vooral bij de duurdere huizen – zijn de zogenaamde markiezen. Een markies is een zonnescherm dat is opgebouwd uit een aantal latten die door scharnieren aan elkaar verbonden zijn

14-sept-6Huizen in Voorburg met markiezen

Meestal hebben de markiezen een streepjespatroon. Je hebt ze in allerlei kleuren.

14-sept-7Een huis in Voorburg met twee verschillende kleuren zonneschermen

De keuze voor een kleur van het zonnescherm wordt mede bepaald door de vraag wat je met een zonnescherm wilt bereiken. Zonneschermen hebben in principe drie functies: het geeft bescherming tegen UV-straling, het beschermt tegen het licht van de zon en het voorkomt dat de temperatuur in het huis extreem oploopt.

Voor wat betreft het eerste punt geldt dat lichte doeken meer uv-stralen doorlaten dan donkere, maar zelfs een licht doek schijnt nog het zelfde effect te hebben als een zonnebrandcrème met een factor 50. Voor wat betreft de temperatuur en het licht geldt dat zonneschermen met donkere kleuren meer licht door laten dan lichte zonneschermen (die reflecteren meer). Ook houden zonneschermen met lichte kleuren meer warmte tegen dan donkere. Niet voor niets dragen de mensen in de tropen vaak lichte kleuren.

Kleuren geven ook een bepaalde uitstraling. Blauw geeft een gevoel van verkoeling/frisheid. Geel en Oranje stralen meer warmte uit. Felgekleurde en zwarte schermen kan je beter niet nemen. Die trekken insecten zoals wespen aan. Wit, groen en lichtbruin zijn het minst aantrekkelijk voor insecten.

Tot slot van dit college nutteloze zonneschermkennis: een beetje ondernemer kan zijn zonnescherm ook gebruiken om reclame te maken voor zijn zaak, zoals deze Griek in Leidschendam goed begrepen heeft.

14-sept-8Jammer van dat zwart, dat trekt insecten aan en ook vogelpoep.

Top of the Bill voor wat betreft reclame is het zonnescherm dat ik bij de Lameko-winkel in Leidschendam zag.

14-sept-9

Lameko zet iedereen in de schaduw! Maar ja, deze winkel verkoopt dan ook zonneschermen.

Een selfie op Mars en de eerste selfie ooit

Op Mars rijdt al een aantal jaren een wagentje rond. Op de site van de NASA kan je met regelmaat foto’s zien die zijn genomen door het karretje. Zo ziet een zonsondergang op Mars er bijvoorbeeld uit.

mars-2

En hier nog een landschapje.

mars-1

Het karretje is helemaal van deze tijd. Af en toe neemt hij namelijk ook een selfie.

mars-3(Voor alle Marsfoto’s geldt: Image Credit: NASA/JPL-Caltech/Cornell Univ./Arizona State Univ.)

Voor wie zich afvraagt “Hoe is deze selfie genomen?” het is een combinatie van meerdere foto’s. De arm waaraan de camera zit is niet zichtbaar op de selfie.

En nu we het toch over selfies hebben, deze foto is vermoedelijk de eerste selfie ooit genomen

selfieBron: The United States Library of Congress’s Prints and Photographs division

Het betreft een foto van Robert Cornelius, genomen door hemzelf in 1839. Robert Cornelius, een zoon van een Nederlandse emigrant, was een Amerikaanse fotograaf die leefde van 1809 tot 1893.

Het is overigens niet de eerste foto waarop mensen staan. Dat is waarschijnlijk deze foto van de Fransman Louis Daguerre uit 1838 We zien op deze foto de Boulevard du Temple in Parijs.

foto

De Boulevard du Temple is een drukke straat, ook in die tijd, maar omdat het meerdere minuten kostte om deze foto te maken zijn de koetsen e.d. niet te zien. Alleen de twee stilstaande figuren linksonder zijn zichtbaar. Waarschijnlijk zijn het een schoenenpoetser en zijn klant.

Aardbevingen in Nederland

Uit de serie ‘Nutteloze Kennis’: aardbevingen in Nederland

Naar aanleiding van de aardbeving in Italië van afgelopen woensdag – het dodental staat inmiddels op 250 en meer dan 360 mensen zijn gewond geraakt – heb ik eens gekeken hoe het zit met aardbevingen in Nederland. Dat is een groeimarkt, dit dankzij de “gas-aardbevingen” in Groningen. Op deze site heeft een zekere Roeland Smit dit prachtig in beeld gebracht.

aardbevingen 2

Roland Smit werkt volgens RTV Noord bij de brandweer in Groningen. In zijn vrije tijd maakte hij de animatie op basis van gegevens van het KNMI. Het filmpje laat zo ongeveer alle aardbevingen in de provincie Groningen (en in de rest van Nederland) zien vanaf 1987 tot nu toe. Aanvankelijk zie je niks gebeuren, – blijven kijken echter – vanaf de jaren negentig zie je ze  opduiken en zeker vanaf 2010 is het komen en gaan.

Voor wie er geïnteresseerd in is op deze site van de KNMI kan je altijd de gegevens van de laatste vijftien aardbevingen in Nederland zien, inclusief de details. Veertien van de laatste vijftien aardebevingen in Nederland (ze vonden allemaal de afgelopen maand plaats) hadden hun episch centrum in de provincie Groningen. De vijftiende vond plaats bij Maaseik vlakbij Roermond.

Deze aardbeving was in tegenstelling tot de aardbevingen in Groningen tektonisch van aard. De aardbeving van Maaseik was gelijk ook de zwaarste van de vijftien bevingen van de afgelopen maand in Nederland, maar met een magnitude van 1,7 op de schaal van Richter was het wel een kleintje. (Aardbevingen met een magnitude kleiner dan 2 op de schaal van Richter voel je normaal gesproken niet.) De schaal van Richter is een logaritmische schaal. Een aardbeving met een magnitude van 4 is bijvoorbeeld 10 keer zo zwaar als een aardbeving met een magnitude van 3.

De zwaarste aardbeving ooit gemeten in Groningen was die bij het Groningse dorp Huizinge (ten oosten van Middelstum) op 16 augustus 2012. De aardbeving had een geschatte magnitude van 3,6.

De zwaarste aardbeving in Nederland vond plaats op 13 april 1992 bij Roermond. Deze aardbeving had een magnitude van 5,8 op de schaal van Richter. (Dat is dus meer dan 100 keer zo zwaar als de zwaarste aardbeving in Groningen). Uit de Wikipedia:

‘Het epicentrum van deze krachtige aardbeving lag enige kilometers ten zuiden van Roermond. De sterkte bedroeg 5,8 op de schaal van Richter en een maximale intensiteit van ruim VII op de 12-delige schaal van Mercalli. De aardbeving richtte op sommige plaatsen meer schade aan dan op andere, doordat de intensiteit niet overal hetzelfde was.

De aardbeving werd gevoeld tot in Tsjechië, Zwitserland, Frankrijk en Engeland. In het gebied tussen Roermond, Maaseik en Heinsberg werd door deze beving schade aangericht aan (vooral oudere) gebouwen en auto’s, die geraakt werden door vallend puin. De Sint-Sebastianuskerk Herkenbosch werd zwaar beschadigd en moest opnieuw gerestaureerd worden.

aardbevingen 0De kerk na de aardbeving. Foto Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; fotograaf  Paul van Galen

De totale schade werd geschat op 275 miljoen Nederlandse gulden (ca. 125 miljoen euro), waarvan 170 miljoen gulden (ca. 77 miljoen euro) in Nederland.

In het landschap traden landverschuivingen, oeververzakkingen en zandfonteinen op als gevolg van het trillen van de met water verzadigde bodem. Omdat de aardbeving plaatsvond op een diepte van ongeveer 17 kilometer in een diep gedeelte van de Peelrandbreuk, aan de noordelijke begrenzing van de Roerdalslenk, bleef de schade relatief beperkt. De hoofdbeving werd voorafgegaan door een lichtere beving van 4,8 op de schaal van Richter. Na de beving van 5,8 werden er tot een maand later nog 200 naschokken gemeten met sterktes tot 3,8 op de schaal van Richter’.

aardbevingen 1Waterkeringschade door aardbeving bij Roermond. Hier: scheuren in de rechteroever van de Maas bij Leeuwen, tegenover Buggenum. Foto: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Henk Bakker

 Op deze Wikipedia pagina staat een lijst met de zwaarste aardbevingen in Nederland.

aardbevingen 3

De aardbeving in Italië had een kracht van 6,0 op de schaal van Richter. De zwaarste aardbeving ooit, wereldwijd gemeten, vond plaats op 22 mei 1960 in Chili. Deze had een kracht van 9,5 op de magnitudeschaal. Dat is 5.000 keer zo zwaar als de aardbeving in Italië.

Tot zover deze nutteloze kennis.

 

 

Linksom of rechtsom

Uit de serie Nutteloze feitjes: het tegen de klok in lopen.

Net zoals bij het schaatsen lopen de atleten bij de atletiek-onderdelen hun rondjes tegen de klok in. Waarom doen ze dat? Vanwege internationale afspraken die in 1908 zijn gemaakt. Bij de Olympische Spelen van 1896, 1900 en 1904 liepen de atleten nog hun rondjes met de wijzers van de klok mee. Dat kwam omdat men in Engeland – in het bijzonder in Oxford en Cambridge – zo liep. Pierre de Coubertin, de stichter van de moderne Olympische spelen in 1896, baseerde zich bij de keuze op deze Engelse praktijken, in die tijd het leidende land voor atletiekregels.

1896De deelnemers aan de finale over 100 meter in 1896. De foto is gemaakt vanaf het binnenterrein van het stadion. Let even op de verschillende starthoudingen. De wedstrijd werd gewonnen door de Amerikaan Thomas Burke, vóór de Duitser Fritz Hofmann en de Amerikaan Francis Lane. In die tijd kreeg de nummer drie overigens geen medaille. Die waren er alleen voor de winnaar, hij kreeg een zilveren medaille, en voor de runner-up. Deze kreeg een koperen medaille.

Nu is het zo dat voor atleten die rechtsbenig zijn, het makkelijker en natuurlijker schijnt te zijn om het rondje tegen de klok in te lopen. Hun rechterbeen is wat krachtiger. Als je je rechtervoet als eerste naar voren zet, dan loop je makkelijker een bochtje naar links dan eentje naar rechts. Ook is het iets makkelijker lopen als je beste been “aan de buitenkant loopt” en een iets groter rondje loopt. Aangezien de meeste mensen zowel rechtshandig als rechtsbenig zijn, liep men in de rest van Europa meestal tegen de klok in. Deze atleten vonden dat de Engelsen die gewend waren om met de klok mee te lopen werden bevoordeeld en protesteerden. In 1908 werd daarom als internationale standaard afgesproken om in het vervolg tegen de klok in te lopen.

De eigenwijze Engelsen in Oxford en Cambridge bleven nog tot 1940 met de wijzers van de klok mee lopen, maar vanaf de Olympische Spelen van 1908 liep men internationaal tegen de klok in. Een interessant experiment zou zijn om atleten op de 200 meter zelf de keuze te geven of ze de wedstrijd linksom of rechtsom willen lopen. Dit om linksbenige atleten gelijke kansen te geven. Het zou een spectaculaire finish kunnen geven.

Overigens liepen de oude Grieken  – en ook de jonge Grieken –  tijdens de originele Olympische Spelen ook tegen de klok in, zoals uit historisch onderzoek is gebleken. Tot slot, ik las ergens dat je beste been niet alleen iets krachtiger is als je andere been, maar dat het ook een ietsepietsie korter is. Dit heeft onder andere als effect dat als je in een rechte lijn door een woestijn denkt te lopen, je toch bij elke stap een heel kleine afwijking hebt, met als gevolg dat je niet recht door de woestijn gaat maar dat je uiteindelijk een grote cirkel loopt. Dus als je dwars door een woestijn wilt lopen, hou dan rekening met dit effect (altijd handig om zoiets te weten!). Of dit echter allemaal klopt weet ik niet. Je zou het kunnen testen door met je ogen dicht een rechte lijn te lopen en dan te kijken of je inderdaad recht loopt. Ik heb het experiment net even uitgevoerd. Ik liep tegen de deurpost op. “Don’t do this at home!”

 

Voornamen (1)

Ik ben wel iemand van lijstjes. Een goed lijstje is aan mij wel besteed. Tien rare plaatsnamen en buurtschappen in Nederland: (Raar, Rectum, Boerenhol, Sexbierum, Hongerige Wolf, Waspik, Kuttingen, Gaarkeuken, Doodstil en Poepershoek) of de vijf meest voorkomende leugens:

  • Ik ben over vijf minuten daar!
  • Sorry, ik kon niet opnemen (de telefoon)
  • Oh ja, nu snap ik het (na een moeilijke uitleg)
  • Je ziet er fantastisch uit!
  • Ik lieg niet!

Dat soort werk. (Beide lijstjes zijn afkomstig van http://www.alletop10lijstjes.nl/)

Lijstjes zijn populair. Zelf heb ik in 1995 dankzij een door mij gemaakt lijstje met de tien meest populaire voornamen van 1994 uitnodigingen ontvangen om in liefst drie televisie- en vier radioprogramma’s te verschijnen. (Hoe dat zat en of ik dat gedaan heb, daar kom ik in een andere blogpost nog wel een keertje op terug).

Onlangs verscheen er een lijstje met de tien meest populaire voornamen van dit jaar (tot en met het derde kwartaal). Uiteraard heb ik dit lijstje, als voornamenexpert, met belangstelling bekeken. De meest populaire meisjesnaam 2015 tot en met het derde kwartaal is Emma, bij de jongens is dat Luuk. De gehele top tien voor meisjes in 2015 ziet er als volgt uit:

  1. Emma
  2. Julia
  3. Sophie
  4. Mila
  5. Anna
  6. Eva
  7. Tess
  8. Lotte
  9. Sara
  10. Zoë

En die van de jongens luidt:

  1. Luuk
  2. Liam
  3. Lucas
  4. Sem
  5. Daan
  6. Milan
  7. Noah
  8. Finn
  9. Levi
  10. Jesse

Dit alles weten we dankzij http://svb.nl/int/nl/kindernamen/, een site van de Sociale Verzekeringsbank die alle voornamen registreert in het kader van de kinderbijslag.

Iedereen die in Nederland woont of werkt en een kind verzorgt, heeft recht op kinderbijslag. Met de kinderbijslag betaalt de overheid mee aan de kosten die horen bij de opvoeding van een kind. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) keert deze kinderbijslag ieder kwartaal uit. Hierdoor kennen wij de namen van alle pasgeboren kinderen.”

De site zit vol met leuke overzichten. Zo kan je bijvoorbeeld per provincie de meest populaire namen zien. Er zijn best veel regionale verschillen. In Limburg is Milan momenteel de meest populaire voornaam voor jongens en Mila voor meisjes. (Daar zit je kind dus straks in een klas vol met Milan’s en Mila’s). In Drenthe is het echter Bram en Sophie; daar komen Milan en Mila zelfs helemaal niet in de top 10 voor.

De Sociale Verzekeringsbank is niet de enige instantie die allerlei gegevens over namen bij houdt. Het Meertens Instituut beheert behalve de site met verhalen  – zie de vorige blogpost –  ook een site met informatie over namen: de ‘Nederlandse Voornamenbank’. Zie http://www.meertens.knaw.nl/nvb/

De Nederlandse Voornamen Databank geeft informatie over 600.000 verschillende officiële voornamen die in Nederland voorkomen. Het bestand is gebaseerd op de voornamen die als eerste naam en/of als volgnaam op 1 januari 2015 bij de Gemeentelijke Basisadministratie geregistreerd waren, aangevuld met recentere eerste voornamen die verkregen zijn van de Sociale Verzekeringsbank” aldus de site.

Gaat de informatie op de site van de SVB maar terug tot 2008, op die van het Meertens Instituut staan de gegevens vanaf 1880. In dat jaar zag de top 10 van meest populaire voornamen er voor meisjes als volgt uit:

  1. Maria
  2. Johanna
  3. Anna
  4. Cornelia
  5. Wilhelmina
  6. Elisabeth
  7. Catharina
  8. Hendrika
  9. Adriana
  10. Grietje

En de top 10 voor jongens van 1880 luidde:

  1. Johannes
  2. Jan
  3. Cornelis
  4. Hendrik
  5. Pieter
  6. Willem
  7. Gerrit
  8. Jacobus
  9. Petrus
  10. Jacob

Een wereld van verschil met de populaire namen van 2015. Maria, de meest populaire meisjesnaam in 1880 vinden we in 2015 pas terug op plaats 57 en Johannes, de nummer 1 van de jongens in 1880 moet het in 2015 met plaats 85 doen. Alleen Anna blijkt een naam van alle tijden te zijn: nummer drie in 1880 en nummer vijf in 2015.

Een leuk aspect van de site is dat je alleen maar een naam hoeft in te typen om een grafiek te krijgen waarin je kan zien hoe vaak gedurende de periode 1880 – 2014 die naam aan kinderen werd gegeven. Zo ziet de geboortegrafiek van Martin – een voornaam waar ik wel enige sympathie voor heb –  gedurende die periode er als volgt uit.

Martin kort

Kregen in 1970 nog 788 jongens de voornaam Martin, in 2014 was dat gedaald tot nog maar 24. Ik ga er uiteraard vanuit dat in de toekomst dit aantal weer flink zal stijgen. Voor wie wil kijken hoe het met zijn/haar eigen naam staat, dit is de link:  http://www.meertens.knaw.nl/nvb/naam/is/martin

(Je moet dan uiteraard wel in het invulvakje je eigen naam intypen.)

Bedenk overigens wel dat het absolute aantal in een bepaald jaar niet alleen afhangt van de populariteit van die naam, maar ook van het aantal mensen dat in dat jaar is geboren. Zo was er in de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog een geboortegolf. Zie hieronder een overzicht van het aantal geborenen van 1900 tot 2010. De piek is de geboortegolf van 1945-1950. Er werden in die jaren twee keer zoveel kinderen als het gemiddelde van de jaren ervoor geboren, dus als het absolute aantal mensen met een bepaalde naam in die jaren ook met een factor twee stijgt, dan komt dat daardoor en niet doordat de naam opeens twee keer zo populair werd.

geboortes

Je ziet sommige namen in de loop van de tijd telkens populairder worden, terwijl de populariteit van andere namen juist afneemt. Vergelijk maar eens de grafiek van Emma (de nr. 1 uit 2015) met die van Maria (de nr. 1 uit 1880).

emma

Maria

De naam Emma is eigenlijk pas de laatste vijftien jaar populair geworden. De grafiek van Maria is trouwens een mooi voorbeeld waar je heel goed de geboortegolf van1946-1950 kan zien (zo’n 2500 meisjes extra per jaar kregen in die periode dankzij deze geboortegolf de naam Maria). De naam Maria is ook een mooi voorbeeld waarbij je de invloed van sociale ontwikkelingen dan wel bepaalde gebeurtenissen terugziet in de populariteit van de naam. Bij de continue daling van de populariteit van de naam Maria vanaf de jaren vijftig zal ongetwijfeld de ontkerkelijking een belangrijke rol hebben gespeeld.

In de volgende blogpost  – cliffhanger! – nog een paar van dit soort opmerkelijke voorbeelden, onder andere over de invloed van oorlog en moord op de populariteit van namen en hoe we al in 1970 konden weten dat we dankzij Marco (van Basten) in 1988 Europees kampioen voetballen zouden worden.

De top 10 van de nationale parken in de USA

Amerika is een favoriet vakantieland van ons. In 1988 bezochten wij het op onze huwelijksreis voor het eerst en sindsdien zijn we er nog een aantal keer geweest. Onze favoriete bestemmingen zijn de Nationale Parken, in het bijzonder die in het westen van Amerika. We zijn niet de enigen die graag de nationale parken bezoekt. Zie hier – in de gedachte van een bekende Nederlandse politicus die ooit eens zei: “Statistieken, statistieken, daar heb ik helemaal niks aan. Cijfers moet ik hebben” – de tien meest bezochte nationale parken in de Verenigde Staten van 2014, volgens de National Park Service (NPS), zijnde de organisatie die de parken beheert.

NP usa bezoekers

Het Great Smoky Mounains NP, gelegen op de grens van de staten North Carolina en Tennessee, steekt er met kop en schouders boven uit. Het krijgt met zijn 10 miljoen bezoekers zelfs meer bezoekers dan de nummers 2 (Grand Canyon NP) en 3 (Yosemite NP) samen. Is het Great Smoky Mounains NP dan ook het mooiste park van Amerika?  Nee, dat niet. Dat het park als één van de weinige nationale parken relatief dichtbij de grote steden in het oosten van Amerika ligt, heeft ongetwijfeld met de hoge bezoekersaantallen te maken.

Nu is de vraag welk park “het mooiste park” is, natuurlijk een zeer subjectieve vraag. Herstel, de vraag is natuurlijk niet subjectief, de antwoorden wel. Wat de een mooi vindt, dat vindt de ander helemaal niks en omgekeerd. Of zoals Confucius al zei: “Alles heeft z’n schoonheid alleen ziet niet iedereen dat altijd”.

We zijn lid van diverse Amerika-forums en daar wordt regelmatig gediscussieerd welke parken je “beslist moet bezoeken”. Ook op diverse reissites op internet kan je overzichten vinden met de ‘mooiste’ nationale parken. Soms zijn het alleen maar lijstjes zonder volgorde, maar er zijn ook een aantal Amerikaanse reissites die een top tien hebben gemaakt van de mooiste nationale parken die je beslist moet bezoeken.

Ha, dat is leuk, want van die top tien’s kan je dan weer een gezamenlijke top tien maken. Dat heb ik dus, geheel overeenkomstig de uitspraak “Ik geloof alleen de statistieken die ik zelf heb vervalst” (Winston Churchill), dan ook gedaan. Dit volgens het systeem; tien punten voor een eerste plaats op een top tien, negen punten voor een tweede plaats, enzovoorts.

De tien sites met een top tien die ik heb meegenomen zijn: Yahoo Travel; Usa today; Thrillist Travel; The Active Times; Lonely Planet; Ranker.Com; ABC-news;  MSN/Oyster; The Crazy Tourist en Gayot

De uitkomst van deze volkomen nutteloze exercitie luidt:

  1. Yosemite NP, 82 punten
  2. Yellowstone NP, 76 punten
  3. Grand Canyon NP, 66 punten
  4. Zion NP, 45 punten
  5. Glacier NP, 41 punten
  6. Hawaii Volcanoes NP, 30 punten
  7. Bryce Canyon NP, 27 punten
  8. Acadia NP, 25 punten
  9. Grand Teton NP, 20 punten
  10. Death Valley NP, 19 punten

Het Great Smoky Mounains NP, het meest bezochte nationale park, staat zelfs helemaal niet in de top 10. Alleen Yosemite en Yellowstone komen in elke top tien van de verschillende sites voor. Death Valley NP daarentegen staat bijvoorbeeld maar in drie van de tien top tien’s. Dat het toch nog de gezamenlijke  top tien heeft gehaald, heeft het te danken aan ABCnews die het op de eerste plaats zette: “This might be a controversial pick for the top spot on our list.” Zie hier de onderbouwing van de “algemene top tien” van te bezoeken parken.

np parken

(Geheel overeenkomstig politieke beleidsplannen is de onderbouwing van de cijfers moeilijk leesbaar. Wie de details toch wil weten, moet even op het plaatje klikken.)

Einstein zei al: “De tijd bestaat alleen maar omdat je niet alle parken tegelijkertijd kan bezoeken”. (Ok, in werkelijkheid zei hij: “De tijd bestaat alleen maar omdat anders alles tegelijk zou gebeuren.“)

Overigens is de bovenstaande top tien een prachtig voorbeeld hoe je met statistieken alles kan bewijzen. Op grond van dit overzicht kan de perschef van Yosemite een ronkend persbericht uitsturen met de tekst: “Tien reissites wijzen gezamenlijk Yosemite aan als het mooiste park om te bezoeken.

Was ik nu de perschef van Yellowstone, dan liet ik de cijfers van ‘The Crazy Tourist’ weg (dat kost mij maar één puntje en Yosemite tien punten). Gevolg: Yellowstone staat dan met 75 punten bovenaan gevolgd door Yosemite met 72 punten: “Negen reissites wijzen gezamenlijk Yellowstone aan als het mooiste park om te bezoeken.”, aldus de perschef van Yellowstone.

Benjamin Disraeli zei het al: “Er zijn drie soorten leugens: leugens, grotere leugens en statistieken.”

p.s. Het nationale park dat niet deze top tien staat maar er wel volgens mij beslist in moet is het Sequoia / Kings Canyon NP.