Category Archives: Nutteloze kennis

De geboortemaand

Gisteren fietsten we langs de Vliet toen we een ooievaar op een nest zagen.

0000 ooievaar

Een ooievaar in november is wat minder vreemd dan het lijkt. Immers ook in november worden er kinderen geboren (bijna 14.000 stuks in november 2017), dus niet alle ooievaars kunnen het land uit. Zie hier een overzicht van de geboorten per maand in 2017 in Nederland volgens het CBS.

0000 geboorten

De meeste kinderen werden in 2017 in de zomermaanden geboren, dat wil zeggen verwekt in de donkere maanden november tot en met januari.  (Februari is de maand met de minste geboortes, maar dat komt vooral doordat februari, schrikkeljaren uitgezonderd, maar 28 dagen telt. Corrigeer je hiervoor dan worden er in februari ongeveer evenveel kinderen als in maart en april geboren.)

Ik heb ook even gekeken – als ik nutteloos bezig ben, dan ben ik ook goed nutteloos bezig –  naar de maanden waarin in de meeste mensen overlijden. Dat zijn de wintermaanden, dat is niet geheel onverwachts. Griepgolven en koudjes zullen hierbij een rol spelen. Het zijn ook de maanden dat er meer mensen in Nederland overlijden dan dat er worden geboren .

Overigens was vroeger de verdeling van de geboortes over de maanden anders. Zie deze CBS-tabel uit een artikel over seizoenseffecten.

0000 cbs

In de jaren vijftig en zestig werden de meeste kinderen in het voorjaar geboren. Pas vanaf de tachtiger jaren is er een verschuiving naar de zomermaanden te zien. Vroeger was april de maand met de meeste geboorten.

0000 WA

27 april 1967; Honderden mensen verdringen zich voor het ziekenhuis in Utrecht na de geboorte van prins Willem-Alexander; geboren in de maand april. Foto Jac de Nijs; Anefo; Nationaal Archief.

Tot zover een aflevering uit de serie: nutteloze informatie.

 

BNR en de Zwarte Lijst

Gisteren ging om twee uur de telefoon. Een redacteur van BNR Nieuwsradio aan de lijn. Of ik in de uitzending van vier uur iets kon zeggen over de Titanic 2. Sinds het overlijden van Edward P. de Groot – hij schreef meerdere boeken over de Titanic – word ik (in 2012 schreef ik ook een boek over de Titanic) door een aantal radiostations als de deskundige in Nederland op het gebied van de Titanic beschouwd.

000 titanic

Ik ben in de loop van de tijd dan ook al een aantal keer, als de Titanic weer ergens mee in het nieuws kwam, door verschillende radiostations gebeld om mijn deskundig commentaar te geven, onder andere door Mattie en Wietze van Qmusic in de tijd dat ze nog samen waren (dat was een ontzettend leuk en vrolijk gesprek) en door de Belgische Radio 1 (in dat gesprek lieten ze ook een ooggetuigenverslag horen  van een iemand die aan boord van de Titanic had gezeten. Het was in het plat Vlaams; ik verstond er geen woord van.)

De Titanic 2 is een Japans project. Ze bouwen een replica van het schip, alleen wat veiliger en moderner. Ik weet nauwelijks iets van het project af, maar dat was voor de redacteur geen bezwaar. Ik kon wel wat vertellen over de oorspronkelijke Titanic dacht hij. Ja dat kon ik wel maar daar had ik geen zin in. BNR staat namelijk op mijn zwarte lijst.

Ik ben wel eens bij BNR in de uitzending geweest, onder andere een keer als deskundige op het gebied van vrijdag de dertiende – ik ben deskundige op vele gebieden. Over dit optreden schreef ik een keer:

“[…] Het gesprek begon met vragen over bijgelovigheid. Ik vertelde de anekdote over Niels Bohr, in 1922 winnaar van de Nobelprijs voor natuurkunde. Bohr had boven de deur van zijn werkkamer een hoefijzer hangen. Op een dag vroeg een student: “Maar professor, een eminent geleerde als u gelooft toch niet in de werking van een hoefijzer?” Waarop Bohr antwoordde: “Nee natuurlijk niet, maar men heeft mij verzekerd dat, ook al geloof je er niet in, het toch werkt.” Ik vond het een leuke anekdote maar de presentator vertrok geen spier.

 Zijn volgende vraag ging over Triskaidekaphobia dat angst voor het getal 13 betekent. “Triskaidekaphobia, dat is een mooi Scrabblewoord, vindt u niet?” “Nee, ik ben bang dat ik u ongelijk moet geven, het telt 17 letters en het Scrabblebord is niet groter dan 15 bij 15, dus het past niet.” antwoordde ik. Het kwam niet meer goed tussen ons.” […]

De reden dat BNR op mijn zwarte lijst terecht is gekomen is gelegen in die keer dat ze mij in Amsterdam hadden uitgenodigd om iets te vertellen over één van mijn voetbalboeken. Ik reisde af naar de studio van BNR in Amsterdam. Maar toen ik daar aankwam, bleek dat ze ook een andere auteur hadden uitgenodigd om iets over zijn voetbalboek te vertellen. Een misverstand tussen twee redacteuren.

Voor mij was toen geen plaats in de uitzending. Ok, kan gebeuren, ik kreeg excuses, maar toen ik vroeg om een reiskostenvergoeding voor mijn vergeefse reis kreeg ik te horen dat ze dat niet gaven. Was voor rekening van de auteur vonden ze. Tja, ik had er even niet aan gedacht dat de ‘B’ van BNR voor Business stond. Ik besloot ter plekke om ze op mijn zwarte lijst te zetten. Ze staan daar overigens als enige op. “It is lonely at the top”.

Dus BNR, willen jullie in de toekomst gebruik kunnen maken van mij als deskundige, dan zullen jullie  toch echt eerst alsnog die 20 euro reiskostenvergoeding voor mijn vergeefse reis moeten betalen.

De omgekeerde Jenny (2)

In 1918 kostte het versturen van een brief in Amerika drie cent. Het versturen van een brief per luchtpost, de nieuwe dienst waarmee de US Postal Service in mei van dat jaar begon, was echter aanmerkelijk duurder. Daarvoor gold een tarief van 24 cent. De US Postal Service bracht hiervoor een speciale postzegel op de markt.

00 postzegel correct2

Op deze tweekleuren-postzegel was het vliegtuig, de ‘Curtiss JN-4HM’, ook wel de Jenny genoemd, te zien waarmee de nieuwe dienst werd uitgevoerd. Technisch was het in 1918 lastig om een dergelijke postzegel te drukken. Het in twee kleuren drukken was een bewerkelijk proces. De luchtpostzegel was dan ook pas de tweede tweekleurenpostzegel die de US Postal Services uitgaf. Eerst werden de rode delen gedrukt, vervolgens werd het papier opnieuw in een machine gelegd, waarna de blauwe delen konden worden gedrukt.

Hierbij ging soms wel eens wat mis. De US Postal Services had dan ook een aantal mensen in dienst wiens taak het was om postzegels, voordat deze werden verzonden naar de postkantoren, op misdrukken te controleren. Ook hadden de loketambtenaren op de postkantoren de uitdrukkelijke opdracht om op misdrukken te letten. Toch kwam het nog wel eens voor dat ondanks al deze maatregelen er een misdruk door heen glipte. Deze waren erg geliefd bij postzegelverzamelaars.

Tot deze postzegelliefhebbers behoorde ook ene William T. Robey, een 29-jarige kantoorklerk van het effectenkantoor Hibbs and Company uit Washington. Tijdens zijn lunchpauze op 14 mei bezocht hij een postkantoor op de New York Avenue in Washington om er de nieuwe luchtpostzegel te kopen die een dag eerder was verschenen.

00 postzegel kantoor

Het postkantoor in Washington in 1918 waar Robey de postzegels kocht. Foto Smithsonian National Postal Museum

De loketbediende legde een velletje van 100 zegels op de toonbank en vroeg hoeveel zegels Robey wilde hebben. Robey keek naar de postzegels en zoals hij later in een interview zou zeggen “mijn hart stond stil”. Het vliegtuig stond op zijn kop.

00 postzegelDe omgekeerde Jenny.

Later zou blijken dat de loketbediende nog nooit van zijn leven een vliegtuig had gezien. Hij zag dan ook niet dat het vliegtuig op de postzegel ondersteboven vloog en herkende er daardoor geen misdruk in. “A fellow asked for a sheet of airmails and I handed him one without looking at it. And anyway, how was I to know the thing was upside down? I never saw a plane before.” Robey aarzelde niet en kocht voor 24 dollar het hele velletje van 100 zegels.

Nadat hij afgerekend had en de postzegels had opgeborgen, vroeg hij aan de loketbediende of hij nog zo’n velletje had. Deze pakte daarop een ander vel, maar op dit vel stond het vliegtuig wel goed afgebeeld. Nee, ik bedoel zo’n vel zoals ik zo net heb gekocht, zei Robey. Daarop kreeg de loketbediende argwaan en smeet het loket dicht. Robey vertrok en liep naar een ander postkantoor in de buurt en informeerde daar ook naar de luchtpostzegel. Ze hadden er alleen de goede zegels. Robey keerde met zijn kostbare aankoop terug naar kantoor en vertelde zijn collega’s over zijn vondst.

Eén van zijn collega’s liep daarop naar het postkantoor op de New York Avenue om te informeren of ze soms nog zo’n velletje zegels hadden met het vliegtuig ondersteboven, hij bedoelde zo’n velletje zoals zijn collega Robey hier net even eerder had gekocht. Hierdoor kwam het postkantoor de naam van de koper van de foute zegels te weten en ze belden direct naar zijn huis en naar zijn kantoor met het verzoek om de postzegels terug te brengen.

Ook werd tussen vier en zes uur ’s middags de landelijke verkoop van de luchtpostzegel stil gelegd. Eerst moesten de postkantoren alle zegels op misdrukken controleren. Uiteindelijk zouden er nog zeven velletjes met omgekeerde Jenny’s ontdekt worden. Deze werden allemaal vernietigd. Van de in totaal 2,1 miljoen postzegels die werden gedrukt, waren de honderd zegels van Robey de enige foute zegels die verkocht werden.

Robey weigerde de zegels te retourneren en toen het postkantoor daarop dreigde dat ze dan de zegels wettelijk zouden terug vorderen werd Robey nerveus. Hij legde die nacht de zegels onder zijn matras en hij en zijn vrouw – Robey, zijn vrouw Caroline en hun dertien maanden oude dochter Louise woonden in een éénkamer-appartement – sliepen er bovenop.

De volgende dag besloot Robey om de zegels zo snel mogelijk te verkopen. Hij benaderde een postzegelhandelaar in Washington. Deze bekeek de zegels en bood 500 dollar voor het velletje. Een andere postzegelhandelaar bood 2500 dollar en weer een derde bood zelfs $10.000 voor de zegels. Robey besloot na enige aarzeling om ook dit bod ter zijde te leggen. Hij legde telefonisch contact met enkele postzegelhandelaars in Philadephia en New York en reisde in het weekend per trein naar New York.

Ondertussen nam hij contact op met de Washington Post – waarschijnlijk om zijn zegels te promoten – en vertelde dat hij een velletje met omgekeerde Jenny’s had gekocht en dat hij een bod van 10.000 dollar hierop had afgewezen en nu naar New York was afgereisd. “In the meantime young Mrs. Robey is hoping that her husband’s lucky find will bring the top price.”

00 postzegel wp

Uiteindelijk zou Robey in New York een bod krijgen van 15.000 dollar en verkocht hij de zegels op 21 mei aan een zekere Eugene Klein. Deze verkocht de zegels dezelfde dag voor 20.000 dollar door aan Edward – “colonel Ned”-  Green. Dit was een zeer excentriek figuur, die een enorme rijkdom had geërfd van zijn moeder Hetty. Ik citeer even een stukje over’ Colonel Ned’ uit ‘The Day They Shook The Plum Tree’, een boek van Arthur H. Lewis over de familie Green.

Hetty’s will put her entire estate into the hands of Colonel Ned,’ a six-foot four-inch, three-hundred-pound, wildly eccentric, one-legged son who blithely tossed away $3,000,000 a year on yachts, coins, stamps, diamond-studded chastity belts, female teenage ‘wards,’ pornography, orchid culture, and Texas politics.”

00 postzegel auto

Links de koper van het velletje, ‘Colonel Ned’ Edward H. R. Green in Dallas in 1899 in een auto die op gas werkte. (foto: Dallas Historical Society. www.dallashistory.org)

Dat Edward Green in zijn jeugd een been had verloren, had hij aan zijn moeder te danken. Hij brak als kind een keer bij het spelen zijn been. Zijn superrijke moeder, die ook wel bekend stond als “the Witch of Wall Street”, probeerde hem eerst in een gratis ziekenhuis voor armlastige mensen te laten opnemen. Ze werd echter herkend en Edward werd er geweigerd. Nadat zijn been in een ander ziekenhuis gezet was, besloot zijn moeder om hem niet daar te laten opnemen, maar – om geld uit te sparen – hem zelf thuis te verzorgen. Hij liep daarbij een infectie op en zijn been moest worden afgezet. Over deze Hetty, zij was ooit de rijkste vrouw van Amerika, schreef de eerder genoemde Arthur Lewis.

But it was whaling plus the shrewdness of Black Hawk Robinson that enabled his daughter Hetty, through forgery, perjury, penury, genius, ruthlessness, and physical stamina, to die in 1916 the richest and most detested woman in America and the mother of two children whose lives she had ruined. Since Hetty gave nothing to charity while she lived, nobody expected her to give anything to charity when she died. Nobody was disappointed..”

Colonel Ned besloot om het grootste gedeelte van de postzegels te verkopen. Aristoteles zei ooit eens: “Het geheel is meer dan de som van de delen”, maar in dit geval besloot Green dat het andersom toch beter was. De losse delen waren meer waard dan het geheel. Hij liet het velletje splitsen in een blok van acht zegels, een aantal blokken van vier zegels, een aantal combinaties van twee zegels en verder allemaal losse zegels – dat scheuren zal overigens een zenuwachtig werkje zijn geweest.

00 postzegel 4 struks

Een velletje van vier met onderin zichtbaar het nummer van het vel.

Voordat hij de zegels liet scheuren, zette hij eerst achter op de zegels met een potlood een nummer (1 t/m 100), waardoor elke zegel een uniek nummer kreeg. (Hierdoor konden in de loop van de tijd de zegels individueel gevolgd worden.) Vervolgens bood hij de zegels voor 250 dollar per stuk te koop aan met uitzondering van de negentien zegels die aan één kant niet getand waren. Daar vroeg hij 175 dollar voor. Er was grote vraag en al snel verhoogde hij zijn prijzen. Zo vroeg hij in juli al 650 dollar per zegel. Dat een deel van de zegels aan één zijde niet getand was, kwam overigens doordat een deel van de zegels zo gedrukt was.

00 postzegel 100 stuksFoto afkomstig van Siegel/InvertedJenny.com

Hier een velletje van 100 “goede” zegels. Te zien is dat de bovenste rij van tien en de rechter kolom van tien zegels aan één zijde geen tandingen hebben. De zegel rechtsboven heeft daardoor zelfs aan twee zijden geen tandingen.

Green liet ook één omgekeerde Jenny in een glazen medaillon voor zijn vrouw plaatsen. Het grootste deel van zijn zegels verkocht hij uiteindelijk, maar een deel hield hij voor zichzelf. Erg voorzichtig ging hij met deze postzegels niet om. Nadat hij in 1936 overleed – hij liet een vermogen van 44 miljoen dollar na  – werd bij hem thuis in een enveloppe 19 omgekeerde Jenny’s aangetroffen die aan elkaar zaten gekleefd. Ze moesten los geweekt worden, waarbij ze hun gom verloren.

In de loop van de tijd stegen de postzegels snel in waarde. Er werden steeds hogere prijzen betaald. In 2005 werd een velletje van vier zegels voor 2,5 miljoen dollar verkocht en in 2016 werd voor een losse omgekeerde Jenny, inclusief opslag, op een veiling 1,3 miljoen dollar betaald. Vandaag de dag zijn er nog 93 omgekeerde Jenny’s bekend. Een aantal verloren is gegaan. Ook zijn er er een aantal gestolen (veelal weer teruggevonden) en raakte een aantal exemplaren beschadigd. Zo viel één exemplaar onopgemerkt uit een postzegelalbum op de grond, waar het door de hulp in huis met de stofzuiger werd opgezogen. (Het werd daar na lang zoeken beschadigd aangetroffen.)

Overigens zijn ook van de gewone Jenny misdrukken bekend, waarbij het vliegtuig niet in het midden van de postzegel staat. Deze misdrukken komen echter veel vaker voor en zijn lang niet zo veel waard als de omgekeerde Jenny. Zie hier enkele voorbeelden van een “fast Jenny”, een “barely grounded Jenny” en “totally grounded Jenny”.

00 postzegel misdruk

Voor wat betreft de luchtpostdienst van de US Postal Service, binnen zes maanden werd het tarief naar 16 cent verlaagd en werden er nieuwe zegels gedrukt. Eentje met een waarde van 16 cent en eentje met een waarde van zes cent, waar een speciale toeslagzegel van tien cent naast moest worden geplakt. De afbeelding van deze twee zegels was hetzelfde als de Jenny, maar wellicht wijs geworden door de eerdere ervaringen met de zegel van 24 cent werden deze twee zegels in één kleur gedrukt.

00 postzegel 6 ct 00 postzegel 16 ct

In 1924 werd de luchtpostdienst in heel Amerika ingevoerd. Het land werd in drie zones ingedeeld. Een zone New York – Chicago, een zone Chicago –Cheyenne en een zone Cheyenne –  San Francisco. Binnen een zone kostte het versturen van een brief per luchtpost acht cent. Stuurde je een brief per luchtpost van New York naar San Francisco dan moest je dus 24 cent betalen. Er verschenen nieuwe luchtpostzegels met de waarden van 8, 16 en 24 cent.

In 2013 deed de US Postal Service iets opmerkelijk. Ter gelegenheid van een grote postzegeltentoonstelling in Washington brachten ze de Jenny opnieuw uit. Deze keer echter met een waarde van twee dollar en met het vliegtuig bewust op de kop.

00 postzegel nieuw

De zegels werden verkocht in een velletje van zes stuks die verpakt zaten in een ondoorzichtig enveloppe. Om de verkoop te stimuleren liet de post weten dat er tussen de zegels er honderd velletjes van zes zegels zaten waarbij het vliegtuig wel rechtop  was afgebeeld. Een soort omgekeerde omgekeerde Jenny. Omdat je pas als je de enveloppe open maakte, kon zien wat voor een velletje je had gekocht, had iedereen evenveel kans op een dergelijke “misdruk”.

00 postzegel 2013

Een goed velletje met het vliegtuig op zijn kop en een fout velletje met het vliegtuig rechtop.

Hoewel de US Postal Service van te voren toestemming had gekregen voor deze actie, kreeg zij later van de overheid toch kritiek op deze stunt. Er werd zo bewust schaarste gecreëerd werd gezegd. Het was min of meer een verkapte loterij. Een aantal vinders van het velletje meldden zich. In 2014 werd een velletje met de omgekeerde omgekeerde Jenny op een veiling voor 50.000 dollar verkocht.

Ten slotte, voor wat betreft William Robey: hij en Arthur Green zijn de enigen geweest die alle honderd zegels in hun bezit hebben gehad. Nadat hij de zegels had verkocht, heeft hij nooit meer een omgekeerde Jenny bezeten. Spijt had hij daar niet van. Van het geld kocht hij een huis en een auto. Vijf jaar later kreeg zijn dochter een ernstige ziekte. In zijn oude situatie had hij geen geld gehad om voor de medische zorg te betalen, maar nu kon hij een lening van de bank krijgen met zijn huis als onderpand. Zijn dochter herstelde en zoals ze later eens in een interview zei: “Ik heb mijn gezondheid te danken aan een velletje postzegels dat mijn vader ooit kocht.”

00 postzegel Robey

William Robey in 1940 tijdens de bruiloft van zijn dochter. Hij stierf in 1949 op 59-jarige leeftijd. Zijn hele leven lang verzamelde hij postzegels.

Toen we nog wereldkampioen waren

Vandaag is de finale van het WK voetbal. Daarom uit de serie ‘Toen we nog wereldkampioen waren’:

Wereldkampioen dameskapper Georges Forst in Krasnapolski; 11 september 1950; fotograaf: Jac. De Nijs

0000000000000 kappen

Heer Klijzing te Purmerend, wereldkampioen pijproken; 21 januari 1952; fotograaf Harry Pot

0000000000000 pijp

Wereldkampioen ploegen Wim de Lint uit Zevenbergsehoek; aankomst op Schiphol; 28 september 1957; fotograaf Wim de Lint

0000000000000 ploegen 2

Maurice Nuisker, wereldkampioen accordeonspelen, voor de Magere Brug in Amsterdam; 24 oktober 1961; fotograaf Jac de Nijs

0000000000000 arcordeaon

 

Een kleindochter voor Poetin

Ik zag op internet een berichtje staan met als kop dat Poetin een kleindochter had gekregen. Dat zou heel goed kunnen. Poetin heeft twee dochters, waarvan er eentje is getrouwd met een Nederlander.

Zij en haar Nederlandse echtgenoot hebben zelfs een tijdje in Nederland in Voorschoten gewoond, een dorp iets verderop bij ons. Ze hadden daar de bovenste twee verdiepingen gekocht van een luxueus appartementencomplex, maar verbleven er zelden. Wel zou Poetin er een keer privé op bezoek zijn geweest en volgens geruchten zelfs met zijn dochter in de plaatselijke AH zijn gesignaleerd. “Spaart u ook de WK-voetbalplaatjes meneer?”

000 poetin2013; Poetin bespreekt met zijn Nederlandse schoonzoon de weekaanbiedingen van Albert Heijn;

Herstel, hier zijn helaas wat onderschriften verwisseld. Op bovenstaande foto is niet Poetin met zijn Nederlandse schoonzoon te zien, maar spreekt Poetin tijdens een bezoek aan Nederland in april 2013 in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam met Minister-President Mark Rutte.

Overigens, pikant tintje, het appartement is gelegen in de Krimwijk in Voorschoten. Dus mocht Poetin een keertje tegen een ondergeschikte hebben gezegd: “Ik wil graag volgende maand naar de Krim, regel dat even.” dan kan dat tot een historisch misverstand hebben geleid. Na de ramp met de MH17 verhuisden Poetin’s dochter en haar man weer naar Moskou en zetten ze het appartement te koop (zie hier de foto’s) voor 2,6 miljoen euro.

Toen ik het artikel las, bleek het echter niet om een kleindochter van de Russische president te gaan, maar om een kleindochter van een dressuurpaard met de naam Poetin. Ach, dat paard kende ik van naam! Ik heb voor de Volkskrant vanaf januari 2005 twee jaar lang de rubriek ‘Het Nutteloze Kennisparadijs geschreven. De tweede aflevering van deze rubriek ging over allerlei beroemde paarden. Hij begon als volgt:

In 2003 werd op een veiling 2,5 miljoen euro geboden voor Poetin. Het betrof hier niet de Russische president maar een dressuurpaard. De Nederlandse kopers hopen met Poetin ooit eens Olympisch kampioen dressuur te worden. Rekening houdend met de prijs van paardenrookvlees (€ 6,40 per kg) en met het gemiddelde gewicht van een volwassen dier (Shetlander 250 kg, Arabier 500 kg, trekpaard 1200 kg) lijkt 2,5 miljoen euro veel.

Nooit geweten hoe het met Poetin (het paard ) is afgelopen, maar het artikel gaf opheldering. Het was niet best. De eigenaren waren twee jaar later in de financiële problemen gekomen en moesten, op last van de ING-Bank, het paard in 2005 tijdens een executieveiling  gedwongen verkopen. Het dier bracht nog maar 9 ton op.

Maar daarbij hield de ellende nog niet op. Enkele maanden later werd er bij Poetin een ernstige hoefbevangenheid, een zeer pijnlijke paardenziekte, geconstateerd en moesten de nieuwe eigenaren Poetin (het paard) laten inslapen. Wat volgde was een jarenlange  juridische strijd of de ziekte bij de verkoop wel of niet bekend was. Uiteindelijk werd de koper in het ongelijk gesteld. Olympisch kampioen is Poetin  dus nooit geweest.

Het dier had overigens voordat de ziekte werd geconstateerd één nakomeling verwekt en deze merrie heeft nu dus ook een veulen. Tot zover het trieste levensverhaal van Poetin (het paard).

Voor de liefhebbers: hieronder de hele paarden-column uit de Volkskrant van januari 2005.

Poetin en het Przewalskipaard

“In 2003 werd op een veiling 2,5 miljoen euro geboden voor Poetin. Het betrof hier niet de Russische president maar een dressuurpaard. De Nederlandse kopers hopen met Poetin ooit eens Olympisch kampioen dressuur te worden. Rekening houdend met de prijs van paardenrookvlees (€ 6,40 per kg) en met het gemiddelde gewicht van een volwassen dier (Shetlander 250 kg, Arabier 500 kg, trekpaard 1200 kg) lijkt 2,5 miljoen euro veel.

Racepaarden kosten soms nog veel meer. Het record staat op 60 miljoen dollar. Dit werd in 2000 betaald door een Iers consortium voor Fusaichi Pegasus, in dat jaar winnaar van de Kentucky Derby. Het paard werd als dekhengst ingezet. Een geslaagde bevruchting kostte 200.000 dollar, per jaar lukten er ongeveer 100. Fusaichi Pegasus was eigendom van Japanse miljonair Sekiguchi. Twee jaar eerder had hij vier miljoen dollar voor het toen eenjarige paard betaald. Een goede koop dus.

Niet elke dure aankoop van een jong paard is een succes. In 1983 werd voor de eenjarige hengst Snaafi Dancer 10.2 miljoen dollar neergelegd. Het paard zou niet één keer op een racebaan verschijnen en tot overmaat van ramp bleek hij later ook nog eens onvruchtbaar te zijn. De Engelse koning Richard III was degene die in de geschiedenis het meeste bood voor een paard. “A horse! A horse! My kingdom for a horse!”

Dat paarden veel geld waard zijn, weet de misdaad ook. In 1983 werd in Ierland de winnaar van de Epsom Derby van 1981, Shergar, ontvoerd. Er werd een losgeld geëist van 1,5 miljoen Engelse ponden. Volgens de geruchten zat de IRA achter de kidnapping. Het geld werd niet betaald. Van Shergar werd nooit meer iets vernomen.

Een zeer interessant paard was ook Incitatus, het paard van de Romeinse keizer Caligula. Op feestjes van zijn baas fungeerde hij regelmatig als gastheer en Caligula benoemde hem zelfs tot consul, de hoogste politieke functie ooit door een paard bekleed.

Marengo, het paard waar Napoleon altijd opreed, is ook een beroemd paard. Na de slag bij Waterloo werd Napoleon verbannen naar St Helena maar Marengo mocht niet mee. Marengo werd door de Engelsen meegenomen als oorlogsbuit en door het hele land tentoongesteld.

Een zeer befaamd Amerikaans paard was Comanche. In 1876 viel generaal George Custer bij Little Bighorn met 250 man tweeduizend indianen aan die onder leiding stonden van Crazy Horse en Sitting Bull. Een niet zo verstandig plan. Het leger werd dan ook in de pan gehakt. Comanche was de enige overlevende. Hij gold sindsdien als legermascotte en werd niet meer bereden. Comanche mocht altijd vrij rondlopen in de Amerikaanse forten, waar hij zich rijkelijk tegoed deed aan de bloembedden van de officiersvrouwen. Na zijn dood werd Comanche opgezet. Hij staat nu in het Museum of Natural History in Lawrence, Kansas.

000 comancheComanche; foto library of Congress: USA

Tot slot nog dit curieuze feit. In China zijn Wang, Chen en Li de drie meest voorkomende namen. In 1879 rapporteerde echter niet één van die miljoenen Wang’s, Chen’s of Li’s over dat onbekende paard, dat men aantrof in Mongolië en in noord China. Gelukkig voor alle dicteemakers ter wereld werd dat gedaan door de Russische kolonel Nikolaj Michajlowicz Przewalski. Het paard werd nu naar hem vernoemd.

Verdwenen sporten (2)

Uit de serie Verdwenen Sporten: Het vliegtuigtrapaflopen voor filmsterren – categorie gemengd.

Van 1953 tot en met 1960 werd er op Schiphol elk jaar het ‘WK vliegtuigtrap aflopen voor filmsterren’ georganiseerd.  Zowel mannelijke als vrouwelijke filmsterren konden deelnemen. Het evenement trok in die tijd tal van bekende deelnemers. Ze kwamen uit de hele wereld aangevlogen om aan de wedstrijd te kunnen mee doen.

Meestal werd de wedstrijd op 19 augustus georganiseerd, de geboortedag van Orville Wright, die als eerste met een vliegtuig de lucht invloog en weer veilig landde.

0 wilbur RightWilbur Wright in 1901 na een landing met een zweefvliegtuig; Het vliegtuigtrapaflopen stelde in die tijd nog niet veel voor. Foto Library of Congress.

Niet alleen de tijd bepaalde de winnaar van het vliegtuigtrapaflopen. De filmsterren werden door een deskundige jury ook beoordeeld op de onderdelen: elegantie, zwaaien, glimlachen en bloemen in ontvangst nemen. Een snelle tijd alleen was niet voldoende om te winnen. Zo struikelde in 1956 de Amerikaanse filmster Marlon Brando op de bovenste tree en viel daarna de trap omlaag. Hij had van alle deelnemers die dag veruit de snelste tijd, maar kreeg lage scores op de onderdelen elegantie, zwaaien en vooral glimlachen. Zijn grote concurrent Gary Cooper won dat jaar.

In 1960 was er het Gina-Audrey schandaal. De Italiaanse filmster Gina Lollobrigida beschuldigde de jury, die onder leiding stond van de Nederlandse prins Bernhard, dat deze een voorkeur had voor de uit Nederland afkomstige Audrey Hepburn. Zij won dat jaar, vooral dankzij hoge jurybeoordelingen, voor de derde keer op rij de titel. De Italiaanse filmster vond dat de jury niet objectief beoordeelde en tekende een formeel protest tegen de jurybeoordelingen aan.

0 Gina

Gina Lollobrigida protesteert bij de jury; foto Ivo Bulanda; Wikipedia

Toen dit niet werd gehonoreerd, ging Lollobrigida als protest op de landingsbaan zitten en hield dat drie uur lang vol. Al die tijd konden er op Schiphol geen vliegtuigen opstijgen en vertrekken, wat de directie van Schiphol deed besluiten om het evenement het jaar er op naar vliegveld Eelde te verplaatsen.

Dat was bepaald geen succes. Doordat er geen grote vliegtuigen op vliegveld Eelde konden landen, werden de deelnemende filmsterren met een klein vliegtuigje naar Eelde gevlogen. De filmsterren hoefden daardoor alleen maar een klein stukje trap af te dalen, wat veel van de glans van het evenement weg haalde.

0 prins

Juryvoorzitter Prins Bernhard doet voor hoe je ondanks het kleine trapje toch nog elegant van de trap af kan dalen; Foto Joop van Bilsen; Anefo; Nationaal Archief.

Audrey Hepburn ontbrak dat jaar, dit omdat zij ten tijde van het WK in New York verbleef voor de filmopnames van ‘Breakfast at Tiffany’s’, waardoor zij haar titel niet kon verdedigen. Richard Burton, een specialist in het aflopen van kleine vliegtuigtrappen, won met grote overmacht.

Het was het laatste jaar dat het WK werd georganiseerd. In de jaren daarna raakte de sport in de vergetelheid. Zie hier de winnaars van 1953 tot en met 1961, al of niet vergezeld van hun coaches.

0 Ann Todd1953: Winnaar: Ann Todd; fotograaf Harry Pott: Anefo; Nationaal Archief

0 Errol Flyn1954 Winnaar: Errol Flynn; fotograaf Wim van Rossem; Anefo; Nationaal Archief

0 Gloria Swanson1955: Winnaar: Gloria Swanson;  fotograaf Wim van Rossen; Anefo; Nationaal Archief

0 Gary Cooper1956: Winnaar: Gary Cooper; fotograaf J.D. Noske; Anefo; Nationaal Archief

0 Jane Mansfield1957 Winnaar: Jane Mansfield; fotograaf Harry Pot; Anefo; Nationaal Archief

0 audrey hepburn1958 Winnaar: Audrey Hepburn; fotograaf Eric Koch; Anefo; Nationaal Archief

0 audrey hepburn 19591959; Winnaar: Wederom Audrey Hepburn (met echtgenoot tevens trainer traplopen Mel Ferrer); fotograaf Harry Pot; Anefo; Nationaal Archief

0 audrey hepburn 19601960; Winnaar: Audrey Hepburn. Nadat Audrey Hepburn in 1960 het WK vliegtuigtrap aflopen voor de derde keer op rij had gewonnen, mocht zij de gouden wisselbeker definitief houden. Fotograaf Harry Pot; Anefo; Nationaal Archief.

0 Richard burton1961: Winnaar Richard Burton daalt op vliegveld Eelde de trap af; fotograaf onbekend; vermoedelijk iemand van het Dagblad voor het Noorden. Op de foto is duidelijk te zien hoe kort het trapje is.

Tot zover de geschiedenis van het ’WK vliegtuigtrapaflopen voor filmsterren’

De oudste mens ter wereld (een update)

Ik ben weer een stapje dichter gekomen bij de titel ‘oudste mens ter wereld’. Ja, logisch zult u zeggen, je wordt elke dag een dagje ouder, maar dat bedoel ik niet. Wat ik wil zeggen, is dat de afstand tussen mij en de oudste persoon ter wereld weer wat verkleind is. Was ik eerst nog 55 jaar te jong om mij de oudste persoon ter wereld te mogen noemen, sinds vorige week is dat nog maar 54 jaar.

Dat komt omdat 21 april de Japanse Nabi Tajima op de leeftijd van 117 jaar en 260 dagen is overleden. Zij was geboren op 4 augustus 1900 en was officieel de enige persoon ter wereld die nog in de 19e eeuw was geboren (het jaar 1900 behoort nog tot de 19e eeuw).

Nu geldt voor de titel ‘oudste persoon ter wereld’ bij uitstek het adagium ‘de koning is dood, leve de koning’ – met vooral nadruk op dat ‘leve’. Er is dus een nieuwe oudste persoon ter wereld. Ook dit is een Japanse, een zekere Chiyo Miyako, die momenteel 116 jaar en 357 dagen oud is. Ik ben nu dus nog maar 54 jaar jonger dan de oudste persoon ter wereld.

Overigens ben ik voor wat betreft leeftijden al eens een keer wereldrecordhouder geweest. Toen ik geboren werd, was ik namelijk heel eventjes, al of niet gedeeld, de jongste persoon ter wereld. Waarschijnlijk een seconde later was ik die titel al weer kwijt, maar ik was het dus wel eventjes. Dat geldt ook voor u. De titel ‘jongste persoon ter wereld’ is een heel sociale titel. Iedereen in de wereld is dat eventjes geweest. Of u nou in de binnenlanden van Afrika bent  geboren of er ergens in de westerse wereld.

Voor wat betreft de titel ‘oudste persoon ter wereld’ geldt dat uw kansen daarop aanmerkelijk beter worden, als u niet in een derdewereldland bent geboren maar bijvoorbeeld in Japan. Kijkt u maar eens naar het lijstje met de 25 oudste levende personen ter wereld zoals dat er vandaag de dag uitziet. Daar staan liefst 12 Japanners op.

00000 oudste

Net niet zichtbaar op deze lijst is nummer 26. Dat is Geertje Kuijntjes uit Nederland. Zij is momenteel met haar 112 jaar en 279 dagen de oudste levende Nederlander. Ik citeer even iets over haar uit de Wikipedia:
“Kuijntjes heeft haar hele leven in Gorinchem gewoond. Van beroep was ze naaister, wat ze tot haar pensioen heeft gedaan. Kuijntjes is voor haar hoge leeftijd nog zeer gezond; met 100 jaar ging ze nog in haar eentje op vakantie naar het buitenland (voor het laatst toen ze 102 jaar was) en tot haar 105de jaar woonde ze nog zelfstandig (in appartementencomplex ‘De Lindenborg’ in de Gorcumse binnenstad). Verder nam ze 40 keer deel aan de Nijmeegse Vierdaagse, liep deze voor het laatst op 88-jarige leeftijd en nam verder nog deel aan wandelevenementen in het buitenland. Tot een paar maanden voor haar 112de verjaardag was ze nog in staat om te breien.”

Ik moet mijn eerste Nijmeegse Vierdaagse nog lopen. Geertje Kuijntjes is zes dagen ouder dan de nummer 27 op de lijst: Masazo Nonaka. Deze Japanner – daar heb je er weer eentje – is met zijn 112 jaar en 273 dagen momenteel de oudste levende man ter wereld. Ten opzichte van hem lig ik nog slechts 50 jaar achter.

Oud worden is vooral een vrouwenzaak. Jiroemon Kimura – u mag drie keer raden wat voor een nationaliteit hij had – was 116 jaar en 54 dagen toen hij in 2013 overleed. Niet slecht, maar daarmee staat deze ‘oudste man ter wereld ooit‘ slechts op plaats 16 van de eeuwige ranglijst van oudste mensen ter wereld. Voor hem staan 15 vrouwen.

Overigens is het bezitten van de titel ‘oudste mens ter wereld’ niet zonder gevaren. Sinds ik zo’n drie jaar geleden dit in de gaten ben gaan houden, is Chiyo Miyako al de achtste persoon die deze titel mocht voeren. Je moet duidelijk dus niet te vroeg pieken. In het wielrennen zeggen ze wel eens ‘de dood of de gladiolen’. Hier liggen die twee dicht bij elkaar.

Moderne drop

In Albert Heijn zagen Marianne en ik dit zakje drop liggen.

pinpas

Pinpassen-drop! Tja, het zijn moderne tijden. In mijn jeugd vond je muntdrop al heel bijzonder.

Toen ik nog jong was, had je niet zoveel verschillende soorten drop. Je had het gewone rolletje zoute drop – o wee als je je rolletje in de gracht liet vallen.

drop 195624 augustus 1956; Reclame voor Venco zoute drop in de Keizersgracht in Amsterdam; foto Harry Pot; Anefo; Nationaal Archief.

En verder had je onder andere muntdrop, Engelse drop, dropveters –  in de film The Gold Rush at Charlie Chaplin zijn schoenveters op; gelukkig voor hem waren het geen echte veters maar dropveters –  salmiakdrop en laurierdrop.

Van die laatste soort kon je goed dropwater maken. Je stopte water en laurierdrop samen  in een klein flesje. Vervolgens moest je flink schudden. Daarna zette je het flesje een dag weg in een donkere kast. Ik kan overigens geen enkele reden bedenken waarom dat in een donkere kast moest. Als je het er daarna weer uithaalde en de fles nog even flink schudde, dan loste de drop op en had je een soort kleverige vloeistof: het dropwater. Het smaakte een beetje naar hoestsiroop (wat ik overigens altijd lekker vind smaken). Ach, wie maakt er tegenwoordig nog dropwater.

Vandaag de dag schijnen Nederlanders bij elkaar volgens dropfabrikant Klene zo’n 34 miljoen kilo drop per jaar te eten, of te wel gemiddeld zo’n 2 kg drop per persoon. Driekwart van de Nederlanders eet wel eens drop. Bij elkaar volgens Klene zo’n 8 miljard dropjes!

Drop is al een eeuwenoude lekkernij. Toen in 1922 de graftombe van de jonge farao Toet-Ankh-Amon werd gevonden – hij regeerde van 1333 tot 1323 voor Christus – werden in zijn graftombe ook grote hoeveelheden zoethoutwortel aangetroffen, zijnde het hoofdingrediënt van drop. Blijkbaar vond de oude Egyptenaren ‘drop’ zo lekker dat het ook in het hiernamaals aanwezig moest zijn.

Voor wie zich afvraagt, waar haalt hij deze laatste wijsheid nu weer vandaan, nou van deze site dus. Het is een blog van een zekere ANZJ. Tussen 2008 en 2016 heeft hij of zij meer dan 750 blogposts geschreven over drop. Of zoals het op de site staat: ‘Dit is mijn dappere poging om de veelheid aan (NL) drop in kaart te brengen. Met veel achtergrond- informatie en een kritische test van élk geblogd dropje.” Als ex-voorzitter van de VIENO (de Vereniging voor Interessante Edoch Nutteloze Onderzoeken) kan ik een dergelijke site uiteraard waarderen.

Ik heb even wat van die blogs bekeken – jammer dat op de site geen drop-down menu staat; sorry die woordspeling kon ik niet laten – maar er staan een hoop leuke dingen op de site. Wat dacht u bijvoorbeeld van het volgende krantenbericht uit 1997 over de ‘de gestrande verstappertjes’, die dropfabrikant Van Slooten dat jaar uitgaf naar aanleiding van het herhaaldelijk utvallen van Jos Verstappen, de vader van Max. Jos Verstappen kon die dropjes niet zo waarderen.

verstappen drop

Gezien het feit dat Max Verstappen dit seizoen tijdens de helft van de races is uitgevallen, kan die drop zo weer op de markt worden gebracht.

 

Den Haag in verwarring

De kabinetsformatie is weer eens mislukt. ‘Den Haag in verwarring’ las ik ergens op internet. Daar kijk ik niet van op. Den Haag is altijd al in verwarring. Dat komt door de plattegrond van het openbaar vervoer in Den Haag. Van oudsher worden deze plattegronden in Den Haag altijd een slag gedraaid zodat de zee op de kaart netjes bovenaan ligt.

Het is niet iets nieuws. Er zijn plattegronden van Den Haag uit de zeventiende en achttiende eeuw waarbij Scheveningen en de zee ook al boven de stad zijn afgebeeld.

Omdat de HTM-kaarten in alle bus- en tramhokjes in Den Haag hangen, krijgen Hagenaars en Hagenezen van kinds af aan het beeld voorgeschoteld dat Scheveningen boven Den Haag ligt.

000 den haag

Links de kaart zoals deze in alle bus- en tramhokjes hangt en rechts de kaart zoals die eigenlijk zou moeten hangen.

Het gevolg is dat Hagenaars altijd problemen hebben met noord-zuid. Afgelopen zaterdag hadden wij dat ook weer eens. We zaten met een aantal mensen van de fietsersbond op een terrasje in Voorburg, toen er een discussie ontstond over de windrichting. Was het nu westenwind of niet? We konden wel voelen  – natte vinger – waar de wind vandaan kwam, maar kwam die nou wel of niet uit het westen?

Vraag in Den Haag dus niet waar het noorden is (“waah is ut noâhdûh?”) want dan heb je een grote kans dat ze je naar Scheveningen wijzen.

Overigens, dat de mensen in de Haagse regio altijd zeggen dat ze ‘op Scheveningen’ zijn en niet ‘in Scheveningen’ staat los van de kaart. Volgens Onze Taal is het woordje ‘op’ (in plaats van ‘in’) oud regionaal taalgebruik. Het wordt vaak gebruikt bij plaatsen, wijken en streken waarvan het land – zoals bij het dorp Scheveningen – vroeger hoger lag dan het omliggende land.

Mevrouw Einstein (2)

Zoals aangekondigd in de vorige blogpost  hier het verhaal over de eerste mevrouw Einstein.

einsteinAlbert Einstein en Mileva Marić in 1912; foto: ETH-Bibliothek Zürich, Bildarchiv / Fotograaf: Unbekannt / Portr_03106 / Public Domain Mark 

Het tragische leven van de eerste mevrouw Einstein

Albert Einstein wordt vaak geciteerd. ‘Twee dingen zijn oneindig, het universum en de menselijke domheid, maar van het universum weet ik het nog niet helemaal zeker’ is bijvoorbeeld een bekende uitspraak van hem. Een wat minder bekende uitspraak van hem luidt: ‘Waar liefde is, wordt niets geëist of opgelegd’. Dit in gedachten houdend leest men met andere ogen de brief die Albert Einstein op 18 juli 1914 aan zijn eerste vrouw Mileva Maric stuurde met daarin het volgende lijstje met eisen waaraan zij moest gehoorzamen:

A) Je zorgt ervoor dat er altijd schone kleren voor mij klaar liggen, ik elke dag drie fatsoenlijke maaltijden op mijn kamer krijg voorgezet, mijn slaap- en studeerkamer er netjes en opgeruimd uit zien. Daarbij mag niemand aan de spullen op mijn bureau komen.

B) Je ziet af van een persoonlijk samenzijn van ons, tenzij dit vanwege sociale redenen strikt noodzakelijk is. Je zult van mij niet verlangen dat:  Ik bij jou in de kamer ga zitten; ik met jou uitga,  ik samen met jou op reis ga.

C) In het bijzonder dien je je in de omgang met mij uitdrukkelijk aan het volgende te houden:

  1. Je mag niet op tederheden mijnerzijds rekenen, ook mag je mij daarover geen verwijten maken.
  2. Als je tegen mij praat en ik verzoek je te zwijgen, dan dien je mij te gehoorzamen.
  3. Als ik je vraag om mijn slaapkamer dan wel mijn studeerkamer te verlaten, dan dien je dit direct te doen.

D) Je mag mij tegenover mijn kinderen noch door woord noch door gebaar kleineren.

Vergelijk dit eens met de brief die Einstein veertien jaar eerder, op 14 augustus 1900, aan haar stuurde: “Hoe heb ik vroeger alleen kunnen leven, jij bent mij kleine alles. Zonder jou heb ik geen gevoel voor eigenwaarde, geen zin om te werken, geen levensvreugde, kortom zonder jou is mijn leven geen leven.” Er is in veertien jaar die tussen deze twee brieven in ligt duidelijk iets mis gegaan.

De gehele correspondentie tussen Albert Einstein en zijn eerste vrouw Mileva Maric werd in 1987 vrijgegeven, 32 jaar na zijn dood en 39 jaar na haar overlijden. De brieven onthulden dat er naast de twee bekende kinderen van het echtpaar – de jongetjes Hans Albert en Eduard – het echtpaar ook nog een derde kind had, een dochtertje met de naam Lieserl. Ook lieten de brieven zien dat Einstein bepaald niet altijd even aardig was voor zijn vrouw en zijn kinderen.

Mileva Maric werd op 18 december 1875 geboren in Titel, Servië. Ze had een aangeboren heupafwijking, waardoor ze haar hele leven lang enigszins mank zou lopen. Ze kwam uit een redelijk welgestelde familie. Haar vader was na een carrière in het leger in de magistratuur gegaan en bezat daarnaast nog wat landbouwgrond.

Als kind blijkt ze hoogbegaafd te zijn. Ze heeft een aanleg voor talen en wiskunde en is muzikaal onderlegd. Ze zit op een meisjesschool, waar ze met kop en schouders boven de rest uitsteekt. Als ze vijftien is, krijgt ze – bij uitzondering – toestemming van de overheid om haar schoolopleiding op een jongensschool te vervolgen. Ook daar is ze de beste van de klas.

Omdat meisjes in het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk niet mogen studeren, vertrekt ze in de zomer van 1896 naar Zwitserland om daar aan de Universiteit van Zürich medicijnen te studeren. Na één semester stopt ze met deze studie. Haar hartstocht ligt bij de wis- en natuurkunde. Ze meldt zich aan bij het prestigieuze Polytechnische instituut, doet toelatingsexamen en wordt aangenomen. Ze komt als de enige vrouwelijk student in een klas met vijf medeleerlingen. Eén van hen is de dan zeventienjarige Albert Einstein. Mileva Maric is op dat moment twintig jaar oud.

Het eerste jaar studeert Maric hard en haalt mooie cijfers. Voor de drie jaar jongere Albert toont ze weinig interesse, maar dat verandert als deze haar het hof gaat maken. Voor het eerst heeft hij een jonge vrouw ontmoet waarmee hij over zijn wetenschappelijke denkbeelden kan praten.

In 1897 vertrekt Mileva voor de duur van een semester naar Heidelberg, Duitsland. Einstein blijft in Zürich. Hij stuurt haar brieven die zij beantwoordt. De jonge Einstein is een charmeur. Met zijn vilten hoed ziet hij er als een dandy uit. Na haar terugkomst uit Heidelberg speelt hij viool voor haar, vraagt haar vaak mee uit en ze krijgen een relatie.

Aanvankelijk heeft hun relatie positieve gevolgen voor hun beider studie. Bij het tussentijdse examen haalt Albert een 5,7 (bij een maximum van een 6,0). Mileva die vanwege haar verblijf in Heidelberg een semester achter is geraakt, scoort een paar maanden later bij haar examen een 5,1.

Dan ontstaan er familiespanningen. De joodse familie van Einstein is niet enthousiast over hun relatie. Zij is drie jaar ouder dan Albert, ze loopt mank, ze studeert, ze is te onafhankelijk, ze komt uit Servië en het belangrijkste: ze is niet joods. De familie van Mileva daarentegen geeft de jonge Albert een hartelijk welkom. De familiespanningen en de intensiteit van hun relatie gaan vooral ten koste van de studie van Mileva, maar ook de cijfers van Albert gaan achteruit. Weliswaar slaagt hij voor zijn eindexamen, maar zijn cijfer is gedaald naar een 4,9. Hij is daarmee slechts de vierde van de vijf examenkandidaten. Mileva haalt een paar maanden later tijdens haar eindexamen een gemiddelde van 4,0. Dat is niet voldoende en ze moet haar examen over doen.

Omdat Albert niet bij de beste drie studenten van zijn klas is geëindigd – en omdat de professoren de jonge Albert met zijn afwijkende ideeën over de natuurkunde als een eigenwijze student ervaren – krijgt hij na zijn studie geen baan van het instituut aangeboden. Ook sollicitaties naar een wetenschappelijke baan bij universiteiten in Duitsland, Italië en Nederland (bij Kamerlingh Onnes in Leiden) leveren niets op. Hij geeft privéonderwijs en probeert ondertussen werk te vinden.

In 1901 vertrekt Albert naar zijn familie in Italië. Mileva blijft in Zürich om te studeren. In mei brengen ze samen een paar dagen door bij het Comomeer. Ze raakt zwanger. Ze kan zich niet meer op de studie concentreren en in de zomer zakt ze weer voor haar examen. Ze besluit om met de studie te stoppen.

Het te verwachten kind is een probleem. Niet alleen zijn Albert en Mileva bang, dat als bekend wordt dat hij een buitenechtelijk kind heeft, hij geen baan zal vinden, maar ook hebben ze niet genoeg geld om het te onderhouden. Albert en Mileva besluiten dat zij naar haar ouders in Servië zal gaan om daar te bevallen. Albert blijft in Zürich en probeert ondertussen werk te vinden.

Als Mileva bij haar ouders is, stuurt Albert haar een brief, waarin hij er bij haar op aan dringt om na de geboorte van het kind, het kind niet mee terug naar Zürich te nemen. In januari 1902 bevalt zij in Novi-Sad van een dochtertje. Waarschijnlijk – in de archieven van Novi-sad is geen geboortecertificaat te vinden – krijgt het de naam Lieserl, want in een brief van 4 februari 1902 schrijft Einstein: “Het is inderdaad een Lieserl geworden, zoals je zo graag wou. Is het gezond en huilt ze veel?” Ook schrijft hij: “Hoewel ik haar helemaal niet ken, heb ik haar toch zo lief”. Hij neemt echter niet de moeite om naar Novi-Sad af te reizen en zal zijn dochter nooit zien.

Wat er vervolgens met Lieserl gebeurt, is niet duidelijk. Aanvankelijk hadden Mileva en Albert bedacht om het kind voor adoptie af te staan, maar in een brief van 12 december 1901, een maand voor haar geboorte, schrijft hij: “Ik wil niet dat we het kind afstaan. Spreek er eens over met je vader. Hij is een ervaren man die de wereld veel beter kent dan jouw ambitieuze onpraktische Johonzel” – Johonzel was de koosnaam die Mileva aan Albert had gegeven.

Of Lieserl voor adoptie is afgestaan, of dat de ouders van Mileva haar in huis hebben opgenomen, is niet bekend. In ieder geval keert Mileva in september 1902 zonder Lieserl terug naar Zürich. Na haar terugkomst trouwen Albert en Mileva in januari 1903.

Als Mileva in september 1903 weer enige tijd bij haar ouders door brengt, stuurt Einstein haar een tweetal brieven. Het zijn de laatste brieven waarin Lieserl ter sprake komt. Op 15 september 1903 schrijft hij: “Ik vind het heel erg wat er met Lieserl is gebeurd. Roodvonkkoorts kan soms heel vervelende sporen na laten.” Sommige onderzoekers denken vanwege deze brief dat Lieserl aan de gevolgen van roodvonk is overleden maar honderd procent zeker is dit niet.

De jaren 1904 en 1905 zijn de gelukkigste jaren uit het huwelijk van Albert en Mileva. Naast zijn werk op het patentbureau – hij heeft eindelijk werk gevonden als octrooideskundige derde klasse – is hij bezig met het opstellen van zijn natuurkundige theorieën. Zij runt het huishouden. In 1904 bevalt zij van een zoon, genaamd Hans Albert.

In 1905 publiceert Albert een viertal artikelen die de wetenschappelijke wereld op zijn kop zetten. Hij was hier al vijf jaar mee bezig. Dit blijkt uit een brief die Mileva in december 1900 aan vriendin schreef: “Albert heeft een natuurkundige verhandeling geschreven die waarschijnlijk  binnenkort – dat zou dus nog bijna vijf jaar duren –  in de Physikalischen Annalen gepubliceerd gaat worden. Kun je je voorstellen hoe trots ik wel niet ben op mijn lieve schatje.”

In 1909 krijgt Einstein een baan aangeboden als professor bij de Universiteit van Zürich. In 1910 wordt hun tweede zoon, Eduard, geboren. In 1911 vertrekt het gezin naar Praag. Vanaf dat moment gaat het mis. Beiden ervaren de periode in Praag als vreselijk. Wat er precies is voorgevallen, blijft onduidelijk. Ze keren in ieder geval in 1912 terug naar Zürich en er ontstaan spanningen tussen hun twee.

In 1914 accepteert Einstein een baan aan de universiteit van Berlijn en vertrekt naar Duitsland. Daar begint hij een relatie met zijn nicht Elsa Löwenthal. Het huwelijk met Mileva is dan zo goed als voorbij. Als zij zich met de kinderen bij hem in Berlijn wil voegen, stuurt hij haar het genoemde lijstje met eisen. Desondanks vertrekt ze naar Berlijn maar een paar maanden later keert ze met de kinderen terug naar Zürich. Ze zal er haar leven blijven wonen. Albert Einstein blijft in Berlijn waar hij een appartement betrekt dat naast dat van Elsa ligt.

In 1916 verzoekt hij Mileva om een scheiding. Ze weigert en wordt ziek. Haar zuster Zorka komt uit Servië over om voor de kinderen te zorgen. Onderweg van Servië naar Zwitserland wordt Zorka in Kroatië door een aantal soldaten verkracht, die op weg zijn naar het front van de Eerste Wereldoorlog. Aangekomen in Zürich krijgt Zorka een zenuwinzinking –  waarschijnlijk een reactie op het gebeuren. In plaats dat Zorka Mileva kan helpen, heeft de ziekelijke Mileva naast de zorg voor de kinderen nu ook nog de zorg voor haar zuster. Zorka zal twee jaar lang in een psychiatrische inrichting in Zürich verblijven en de rest van haar leven last blijven houden van psychische stoornissen.

In 1919 gaat Mileva alsnog akkoord met een scheiding. Volgens de scheidingsakte moet Einstein de kinderen financieel onderhouden en wordt hij verplicht 40.000 Duitse Mark op een Zwitserse bankrekening te storten. Zeer opmerkelijk is dat in de scheidingsakte al wordt vastgelegd, dat in het geval dat Albert de Nobelprijs mocht winnen, Mileva het geld krijgt.

Mileva moet voor de opvoeding van de kinderen zorgdragen, Albert krijgt het recht om ze tijdens de schoolvakantie te bezoeken. Hij maakt hier weinig gebruik van en de kinderen klagen veelvuldig dat ze hun vader niet zien. Vooral de jong ziekelijke Eduard mist zijn vader erg. Zo schrijft Mileva een keer aan Albert over Eduard: ‘Je hebt hier een lief maar ernstig ziek kind. Hij vraagt vaak wanneer zijn vader hem komt opzoeken en bij elk uitstel wordt hij verdrietiger en verdrietiger.’

Albert Einstein zal zijn hele leven lang weinig waarde hechten aan familierelaties. Dat merkt ook zijn tweede vrouw, zijn nicht Elsa, waarmee hij in 1919 trouwt. Ook haar blijft hij niet trouw. Regelmatig begint hij buitenechtelijke relaties, één van deze vrouwen neemt hij zelfs een tijdje in dienst als secretaresse.

In 1921 krijgt Albert Einstein de Nobelprijs voor natuurkunde en conform de scheidingsakte maakt hij het geld naar Mileva over. Deze koopt drie huizen. Eén huis dient als woning voor haar en de kinderen, de twee andere huizen verhuurt zij. Ze leeft van de huuropbrengsten en van het geld dat zij verdient met het geven van bijlessen wis- en natuurkunde en pianoles.

De kinderen blijken slimme jongens te zijn. Hans Albert heeft het intellect van zijn ouders geërfd. Hij gaat in Zürich naar dezelfde technische school als zijn ouders. In 1937 zal hij, net als zijn vader vier jaar eerder heeft gedaan, met zijn vrouw en kinderen naar Amerika emigreren, waar hij uiteindelijk hoogleraar aan de University of California in Berkeley bij San Francisco zal worden.

De jongste zoon, Eduard, gaat na de middelbare school psychologie studeren, maar al vrij snel stopt hij hiermee. Hij is somber en depressief en heeft zelfmoordneigingen. Hij blijkt schizofreen te zijn. Zijn hele leven lang zal hij verzorging nodig hebben. Van tijd tot tijd wordt hij in inrichtingen opgenomen. Om dit te kunnen bekostigen is Mileva begin jaren dertig gedwongen om de twee verhuurde huizen te verkopen.

De jaren dertig zijn niet de beste jaren voor Mileva. Haar beide ouders evenals haar zuster Zorka overlijden. Haar oudste zoon zit in Amerika. Ze zal hem, zijn vrouw en haar kleinkinderen, waarvan er eentje kort na aankomst in Amerika overlijdt, jarenlang niet meer zien. Haar jongste zoon is geestesziek en heeft continu aandacht nodig. Ook financieel gaat het niet goed.

Eind jaren dertig is haar financiële situatie zodanig verslechterd dat ze Albert vraagt bij te springen in de opvang van Eduard. Albert koopt het eigendom van het huis waarin Mileva en Eduard wonen en met dit geld kunnen ze weer een tijdje vooruit.

Na de Tweede Wereldoorlog verkoopt Albert in 1947 het huis. Weliswaar laat hij in de verkoopakte opnemen, dat Mileva en Eduard in het huis mogen blijven wonen, maar ondanks deze bepaling vraagt de koper hen te vertrekken.

In de verwarring die dan ontstaat, maakt de koper het geld voor het huis per ongeluk aan Mileva over en niet aan Albert. Mileva weigert vervolgens om het geld naar Albert over te maken. Dit wil ze pas doen als Albert geregeld heeft, dat zij en Eduard in het huis kunnen blijven wonen. Albert is hier zo boos over, dat hij Eduard dreigt te onterven. Dan krijgt Mileva een lichte beroerte, even later gevolgd door een tweede. Ze raakt deels verlamd en ligt maandenlang in een ziekenhuis. Op 4 augustus 1948 overlijdt ze.

Ze wordt in Zürich begraven. Omdat niemand de grafrechten wil betalen, wordt het graf al spoedig geruimd. Haar zoon Eduard zal de rest van zijn leven – hij sterft in 1965 –  in een inrichting doorbrengen.

Hans Albert krijgt na het overlijden van Mileva haar persoonlijke archief met daarin alle brieven van Albert. Dankzij deze brieven leert hij van het bestaan van zijn zuster Lieserl maar hij onderneemt geen pogingen om te achterhalen of ze nog leeft. Hans Albert overlijdt in 1973.

Na het verschijnen van de brieven in 1987 ontstaat er een discussie of Mileva misschien gezien moet worden als de medebedenkster van de relativiteitstheorie. Dit omdat Albert in één van de brieven schrijft over ‘onze theorie’. Nader onderzoek van de brieven leert dat Mileva waarschijnlijk niet heeft bijgedragen aan de theorie. Zo heeft Einstein het in zes andere brieven over ‘mijn theorie’ en ook heeft Mileva nooit geclaimd dat ze een bijdrage heeft geleverd aan de relativiteitstheorie.

Tot slot nog een vrij onbekend citaat van Einstein: ‘De enige verstandige manier van opvoeden bestaat er uit een voorbeeld te zijn, desnoods een waarschuwend voorbeeld.’

Mileva Maric zal het met hem eens zijn geweest. Albert Einstein was een geniale wetenschapper maar een beroerde familieman.

Zonneschermen

Het gebeurt niet vaak dat je op 14 september nog een foto als dit kan maken.

14-septLeidschendam: vijver bij het winkelcentrum Leidsenhage, op de hoek bij Albert Heijn.

Het werd gisteren meer dan 31 graden. Sinds het KNMI in 1901 met de officiële metingen begon, is het op 14 september nog nooit zo warm geweest. Volgens Weeronline geldt 14 september 2016 nu ook als de meest late officiële tropische dag van het jaar – bij een temperatuur van boven de dertig graden geldt een dag als een tropische dag. Het oude record (13 september) heeft niet zo lang stand gehouden, één dag slechts. Het vorige record (5 september) daarentegen hield 67 jaar stand. Dat werd gevestigd in 1949 toen op 5 september 1949 een temperatuur werd gemeten van 32,6 graden.

Niet alleen buiten was het warm, ook in de huizen steeg de temperatuur flink. Overal zag je dan ook de zonwering uit staan. Dat leverde soms Mondriaan-achtige beelden op.

14-sept-2Zonneschermen op een flat in Voorburg

Spoiler alert: Hierna volgt allerlei nutteloze kennis over zonneschermen. Wie de film ‘Het geheim van het zonnescherm ‘ nog niet heeft gezien, kan beter niet verder lezen.

Zonneschermen bestaan al eeuwenlang. In het oude Egypte en Perzië kende men al zonneschermen. Ook de Romeinen maakten er gretig gebruik van. Zo zaten de keizers van het oude Rome in het Colosseum vaak onder een zogenaamd velarium. Dat is een grote luifel die in het Romeinse Rijk bij schouwspelen en sportwedstrijden over de tribune werd gespannen om het publiek te beschermen tegen de hitte van de zon. Het woord ‘velarium’ is afgeleid van het Latijnse woord ‘velum’ dat zeil, gordijn en doek betekent.

Bovenstaande rode en gele zonneschermen zijn zogenaamde ‘screens’. Een screen is een zonnescherm dat strak voor het raamkozijn naar beneden en omhoog gaat. Het is vooral bedoeld om de warmte buiten te houden.

De meest voorkomende hedendaagse zonneschermen zijn de zogeheten ‘uitvalschermen’. Een uitvalscherm is een zonnescherm met twee vaste armen, die omlaag gaan als het scherm uitgezet wordt.

14-sept-3

Bij deze flat in Voorburg gelden zo te zien geen kleurvoorschriften. Bij sommige flats heb je dat wel.

14-sept-4 14-sept-5Oranje en rode flats, beide in Voorburg.

Een bijzondere vorm van de uitvalschermen zijn de  knikarm-schermen. Een knikarmscherm – een mooi scrabblewoord – is een zonnescherm wat vooral geschikt is voor een terras. Het zonnescherm wordt met twee armen, die recht vooruit knikken en onder het scherm zitten, uitgerold. Omdat de armen niet aan de zijkanten maar pal onder het scherm zitten, kun je niet tegen de arm aan lopen.

Wat je ook vaak bij particulieren ziet – vooral bij de duurdere huizen – zijn de zogenaamde markiezen. Een markies is een zonnescherm dat is opgebouwd uit een aantal latten die door scharnieren aan elkaar verbonden zijn

14-sept-6Huizen in Voorburg met markiezen

Meestal hebben de markiezen een streepjespatroon. Je hebt ze in allerlei kleuren.

14-sept-7Een huis in Voorburg met twee verschillende kleuren zonneschermen

De keuze voor een kleur van het zonnescherm wordt mede bepaald door de vraag wat je met een zonnescherm wilt bereiken. Zonneschermen hebben in principe drie functies: het geeft bescherming tegen UV-straling, het beschermt tegen het licht van de zon en het voorkomt dat de temperatuur in het huis extreem oploopt.

Voor wat betreft het eerste punt geldt dat lichte doeken meer uv-stralen doorlaten dan donkere, maar zelfs een licht doek schijnt nog het zelfde effect te hebben als een zonnebrandcrème met een factor 50. Voor wat betreft de temperatuur en het licht geldt dat zonneschermen met donkere kleuren meer licht door laten dan lichte zonneschermen (die reflecteren meer). Ook houden zonneschermen met lichte kleuren meer warmte tegen dan donkere. Niet voor niets dragen de mensen in de tropen vaak lichte kleuren.

Kleuren geven ook een bepaalde uitstraling. Blauw geeft een gevoel van verkoeling/frisheid. Geel en Oranje stralen meer warmte uit. Felgekleurde en zwarte schermen kan je beter niet nemen. Die trekken insecten zoals wespen aan. Wit, groen en lichtbruin zijn het minst aantrekkelijk voor insecten.

Tot slot van dit college nutteloze zonneschermkennis: een beetje ondernemer kan zijn zonnescherm ook gebruiken om reclame te maken voor zijn zaak, zoals deze Griek in Leidschendam goed begrepen heeft.

14-sept-8Jammer van dat zwart, dat trekt insecten aan en ook vogelpoep.

Top of the Bill voor wat betreft reclame is het zonnescherm dat ik bij de Lameko-winkel in Leidschendam zag.

14-sept-9

Lameko zet iedereen in de schaduw! Maar ja, deze winkel verkoopt dan ook zonneschermen.

Een selfie op Mars en de eerste selfie ooit

Op Mars rijdt al een aantal jaren een wagentje rond. Op de site van de NASA kan je met regelmaat foto’s zien die zijn genomen door het karretje. Zo ziet een zonsondergang op Mars er bijvoorbeeld uit.

mars-2

En hier nog een landschapje.

mars-1

Het karretje is helemaal van deze tijd. Af en toe neemt hij namelijk ook een selfie.

mars-3(Voor alle Marsfoto’s geldt: Image Credit: NASA/JPL-Caltech/Cornell Univ./Arizona State Univ.)

Voor wie zich afvraagt “Hoe is deze selfie genomen?” het is een combinatie van meerdere foto’s. De arm waaraan de camera zit is niet zichtbaar op de selfie.

En nu we het toch over selfies hebben, deze foto is vermoedelijk de eerste selfie ooit genomen

selfieBron: The United States Library of Congress’s Prints and Photographs division

Het betreft een foto van Robert Cornelius, genomen door hemzelf in 1839. Robert Cornelius, een zoon van een Nederlandse emigrant, was een Amerikaanse fotograaf die leefde van 1809 tot 1893.

Het is overigens niet de eerste foto waarop mensen staan. Dat is waarschijnlijk deze foto van de Fransman Louis Daguerre uit 1838 We zien op deze foto de Boulevard du Temple in Parijs.

foto

De Boulevard du Temple is een drukke straat, ook in die tijd, maar omdat het meerdere minuten kostte om deze foto te maken zijn de koetsen e.d. niet te zien. Alleen de twee stilstaande figuren linksonder zijn zichtbaar. Waarschijnlijk zijn het een schoenenpoetser en zijn klant.

Aardbevingen in Nederland

Uit de serie ‘Nutteloze Kennis’: aardbevingen in Nederland

Naar aanleiding van de aardbeving in Italië van afgelopen woensdag – het dodental staat inmiddels op 250 en meer dan 360 mensen zijn gewond geraakt – heb ik eens gekeken hoe het zit met aardbevingen in Nederland. Dat is een groeimarkt, dit dankzij de “gas-aardbevingen” in Groningen. Op deze site heeft een zekere Roeland Smit dit prachtig in beeld gebracht.

aardbevingen 2

Roland Smit werkt volgens RTV Noord bij de brandweer in Groningen. In zijn vrije tijd maakte hij de animatie op basis van gegevens van het KNMI. Het filmpje laat zo ongeveer alle aardbevingen in de provincie Groningen (en in de rest van Nederland) zien vanaf 1987 tot nu toe. Aanvankelijk zie je niks gebeuren, – blijven kijken echter – vanaf de jaren negentig zie je ze  opduiken en zeker vanaf 2010 is het komen en gaan.

Voor wie er geïnteresseerd in is op deze site van de KNMI kan je altijd de gegevens van de laatste vijftien aardbevingen in Nederland zien, inclusief de details. Veertien van de laatste vijftien aardebevingen in Nederland (ze vonden allemaal de afgelopen maand plaats) hadden hun episch centrum in de provincie Groningen. De vijftiende vond plaats bij Maaseik vlakbij Roermond.

Deze aardbeving was in tegenstelling tot de aardbevingen in Groningen tektonisch van aard. De aardbeving van Maaseik was gelijk ook de zwaarste van de vijftien bevingen van de afgelopen maand in Nederland, maar met een magnitude van 1,7 op de schaal van Richter was het wel een kleintje. (Aardbevingen met een magnitude kleiner dan 2 op de schaal van Richter voel je normaal gesproken niet.) De schaal van Richter is een logaritmische schaal. Een aardbeving met een magnitude van 4 is bijvoorbeeld 10 keer zo zwaar als een aardbeving met een magnitude van 3.

De zwaarste aardbeving ooit gemeten in Groningen was die bij het Groningse dorp Huizinge (ten oosten van Middelstum) op 16 augustus 2012. De aardbeving had een geschatte magnitude van 3,6.

De zwaarste aardbeving in Nederland vond plaats op 13 april 1992 bij Roermond. Deze aardbeving had een magnitude van 5,8 op de schaal van Richter. (Dat is dus meer dan 100 keer zo zwaar als de zwaarste aardbeving in Groningen). Uit de Wikipedia:

‘Het epicentrum van deze krachtige aardbeving lag enige kilometers ten zuiden van Roermond. De sterkte bedroeg 5,8 op de schaal van Richter en een maximale intensiteit van ruim VII op de 12-delige schaal van Mercalli. De aardbeving richtte op sommige plaatsen meer schade aan dan op andere, doordat de intensiteit niet overal hetzelfde was.

De aardbeving werd gevoeld tot in Tsjechië, Zwitserland, Frankrijk en Engeland. In het gebied tussen Roermond, Maaseik en Heinsberg werd door deze beving schade aangericht aan (vooral oudere) gebouwen en auto’s, die geraakt werden door vallend puin. De Sint-Sebastianuskerk Herkenbosch werd zwaar beschadigd en moest opnieuw gerestaureerd worden.

aardbevingen 0De kerk na de aardbeving. Foto Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; fotograaf  Paul van Galen

De totale schade werd geschat op 275 miljoen Nederlandse gulden (ca. 125 miljoen euro), waarvan 170 miljoen gulden (ca. 77 miljoen euro) in Nederland.

In het landschap traden landverschuivingen, oeververzakkingen en zandfonteinen op als gevolg van het trillen van de met water verzadigde bodem. Omdat de aardbeving plaatsvond op een diepte van ongeveer 17 kilometer in een diep gedeelte van de Peelrandbreuk, aan de noordelijke begrenzing van de Roerdalslenk, bleef de schade relatief beperkt. De hoofdbeving werd voorafgegaan door een lichtere beving van 4,8 op de schaal van Richter. Na de beving van 5,8 werden er tot een maand later nog 200 naschokken gemeten met sterktes tot 3,8 op de schaal van Richter’.

aardbevingen 1Waterkeringschade door aardbeving bij Roermond. Hier: scheuren in de rechteroever van de Maas bij Leeuwen, tegenover Buggenum. Foto: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Henk Bakker

 Op deze Wikipedia pagina staat een lijst met de zwaarste aardbevingen in Nederland.

aardbevingen 3

De aardbeving in Italië had een kracht van 6,0 op de schaal van Richter. De zwaarste aardbeving ooit, wereldwijd gemeten, vond plaats op 22 mei 1960 in Chili. Deze had een kracht van 9,5 op de magnitudeschaal. Dat is 5.000 keer zo zwaar als de aardbeving in Italië.

Tot zover deze nutteloze kennis.

 

 

Linksom of rechtsom

Uit de serie Nutteloze feitjes: het tegen de klok in lopen.

Net zoals bij het schaatsen lopen de atleten bij de atletiek-onderdelen hun rondjes tegen de klok in. Waarom doen ze dat? Vanwege internationale afspraken die in 1908 zijn gemaakt. Bij de Olympische Spelen van 1896, 1900 en 1904 liepen de atleten nog hun rondjes met de wijzers van de klok mee. Dat kwam omdat men in Engeland – in het bijzonder in Oxford en Cambridge – zo liep. Pierre de Coubertin, de stichter van de moderne Olympische spelen in 1896, baseerde zich bij de keuze op deze Engelse praktijken, in die tijd het leidende land voor atletiekregels.

1896De deelnemers aan de finale over 100 meter in 1896. De foto is gemaakt vanaf het binnenterrein van het stadion. Let even op de verschillende starthoudingen. De wedstrijd werd gewonnen door de Amerikaan Thomas Burke, vóór de Duitser Fritz Hofmann en de Amerikaan Francis Lane. In die tijd kreeg de nummer drie overigens geen medaille. Die waren er alleen voor de winnaar, hij kreeg een zilveren medaille, en voor de runner-up. Deze kreeg een koperen medaille.

Nu is het zo dat voor atleten die rechtsbenig zijn, het makkelijker en natuurlijker schijnt te zijn om het rondje tegen de klok in te lopen. Hun rechterbeen is wat krachtiger. Als je je rechtervoet als eerste naar voren zet, dan loop je makkelijker een bochtje naar links dan eentje naar rechts. Ook is het iets makkelijker lopen als je beste been “aan de buitenkant loopt” en een iets groter rondje loopt. Aangezien de meeste mensen zowel rechtshandig als rechtsbenig zijn, liep men in de rest van Europa meestal tegen de klok in. Deze atleten vonden dat de Engelsen die gewend waren om met de klok mee te lopen werden bevoordeeld en protesteerden. In 1908 werd daarom als internationale standaard afgesproken om in het vervolg tegen de klok in te lopen.

De eigenwijze Engelsen in Oxford en Cambridge bleven nog tot 1940 met de wijzers van de klok mee lopen, maar vanaf de Olympische Spelen van 1908 liep men internationaal tegen de klok in. Een interessant experiment zou zijn om atleten op de 200 meter zelf de keuze te geven of ze de wedstrijd linksom of rechtsom willen lopen. Dit om linksbenige atleten gelijke kansen te geven. Het zou een spectaculaire finish kunnen geven.

Overigens liepen de oude Grieken  – en ook de jonge Grieken –  tijdens de originele Olympische Spelen ook tegen de klok in, zoals uit historisch onderzoek is gebleken. Tot slot, ik las ergens dat je beste been niet alleen iets krachtiger is als je andere been, maar dat het ook een ietsepietsie korter is. Dit heeft onder andere als effect dat als je in een rechte lijn door een woestijn denkt te lopen, je toch bij elke stap een heel kleine afwijking hebt, met als gevolg dat je niet recht door de woestijn gaat maar dat je uiteindelijk een grote cirkel loopt. Dus als je dwars door een woestijn wilt lopen, hou dan rekening met dit effect (altijd handig om zoiets te weten!). Of dit echter allemaal klopt weet ik niet. Je zou het kunnen testen door met je ogen dicht een rechte lijn te lopen en dan te kijken of je inderdaad recht loopt. Ik heb het experiment net even uitgevoerd. Ik liep tegen de deurpost op. “Don’t do this at home!”

 

Voornamen (1)

Ik ben wel iemand van lijstjes. Een goed lijstje is aan mij wel besteed. Tien rare plaatsnamen en buurtschappen in Nederland: (Raar, Rectum, Boerenhol, Sexbierum, Hongerige Wolf, Waspik, Kuttingen, Gaarkeuken, Doodstil en Poepershoek) of de vijf meest voorkomende leugens:

  • Ik ben over vijf minuten daar!
  • Sorry, ik kon niet opnemen (de telefoon)
  • Oh ja, nu snap ik het (na een moeilijke uitleg)
  • Je ziet er fantastisch uit!
  • Ik lieg niet!

Dat soort werk. (Beide lijstjes zijn afkomstig van http://www.alletop10lijstjes.nl/)

Lijstjes zijn populair. Zelf heb ik in 1995 dankzij een door mij gemaakt lijstje met de tien meest populaire voornamen van 1994 uitnodigingen ontvangen om in liefst drie televisie- en vier radioprogramma’s te verschijnen. (Hoe dat zat en of ik dat gedaan heb, daar kom ik in een andere blogpost nog wel een keertje op terug).

Onlangs verscheen er een lijstje met de tien meest populaire voornamen van dit jaar (tot en met het derde kwartaal). Uiteraard heb ik dit lijstje, als voornamenexpert, met belangstelling bekeken. De meest populaire meisjesnaam 2015 tot en met het derde kwartaal is Emma, bij de jongens is dat Luuk. De gehele top tien voor meisjes in 2015 ziet er als volgt uit:

  1. Emma
  2. Julia
  3. Sophie
  4. Mila
  5. Anna
  6. Eva
  7. Tess
  8. Lotte
  9. Sara
  10. Zoë

En die van de jongens luidt:

  1. Luuk
  2. Liam
  3. Lucas
  4. Sem
  5. Daan
  6. Milan
  7. Noah
  8. Finn
  9. Levi
  10. Jesse

Dit alles weten we dankzij http://svb.nl/int/nl/kindernamen/, een site van de Sociale Verzekeringsbank die alle voornamen registreert in het kader van de kinderbijslag.

Iedereen die in Nederland woont of werkt en een kind verzorgt, heeft recht op kinderbijslag. Met de kinderbijslag betaalt de overheid mee aan de kosten die horen bij de opvoeding van een kind. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) keert deze kinderbijslag ieder kwartaal uit. Hierdoor kennen wij de namen van alle pasgeboren kinderen.”

De site zit vol met leuke overzichten. Zo kan je bijvoorbeeld per provincie de meest populaire namen zien. Er zijn best veel regionale verschillen. In Limburg is Milan momenteel de meest populaire voornaam voor jongens en Mila voor meisjes. (Daar zit je kind dus straks in een klas vol met Milan’s en Mila’s). In Drenthe is het echter Bram en Sophie; daar komen Milan en Mila zelfs helemaal niet in de top 10 voor.

De Sociale Verzekeringsbank is niet de enige instantie die allerlei gegevens over namen bij houdt. Het Meertens Instituut beheert behalve de site met verhalen  – zie de vorige blogpost –  ook een site met informatie over namen: de ‘Nederlandse Voornamenbank’. Zie http://www.meertens.knaw.nl/nvb/

De Nederlandse Voornamen Databank geeft informatie over 600.000 verschillende officiële voornamen die in Nederland voorkomen. Het bestand is gebaseerd op de voornamen die als eerste naam en/of als volgnaam op 1 januari 2015 bij de Gemeentelijke Basisadministratie geregistreerd waren, aangevuld met recentere eerste voornamen die verkregen zijn van de Sociale Verzekeringsbank” aldus de site.

Gaat de informatie op de site van de SVB maar terug tot 2008, op die van het Meertens Instituut staan de gegevens vanaf 1880. In dat jaar zag de top 10 van meest populaire voornamen er voor meisjes als volgt uit:

  1. Maria
  2. Johanna
  3. Anna
  4. Cornelia
  5. Wilhelmina
  6. Elisabeth
  7. Catharina
  8. Hendrika
  9. Adriana
  10. Grietje

En de top 10 voor jongens van 1880 luidde:

  1. Johannes
  2. Jan
  3. Cornelis
  4. Hendrik
  5. Pieter
  6. Willem
  7. Gerrit
  8. Jacobus
  9. Petrus
  10. Jacob

Een wereld van verschil met de populaire namen van 2015. Maria, de meest populaire meisjesnaam in 1880 vinden we in 2015 pas terug op plaats 57 en Johannes, de nummer 1 van de jongens in 1880 moet het in 2015 met plaats 85 doen. Alleen Anna blijkt een naam van alle tijden te zijn: nummer drie in 1880 en nummer vijf in 2015.

Een leuk aspect van de site is dat je alleen maar een naam hoeft in te typen om een grafiek te krijgen waarin je kan zien hoe vaak gedurende de periode 1880 – 2014 die naam aan kinderen werd gegeven. Zo ziet de geboortegrafiek van Martin – een voornaam waar ik wel enige sympathie voor heb –  gedurende die periode er als volgt uit.

Martin kort

Kregen in 1970 nog 788 jongens de voornaam Martin, in 2014 was dat gedaald tot nog maar 24. Ik ga er uiteraard vanuit dat in de toekomst dit aantal weer flink zal stijgen. Voor wie wil kijken hoe het met zijn/haar eigen naam staat, dit is de link:  http://www.meertens.knaw.nl/nvb/naam/is/martin

(Je moet dan uiteraard wel in het invulvakje je eigen naam intypen.)

Bedenk overigens wel dat het absolute aantal in een bepaald jaar niet alleen afhangt van de populariteit van die naam, maar ook van het aantal mensen dat in dat jaar is geboren. Zo was er in de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog een geboortegolf. Zie hieronder een overzicht van het aantal geborenen van 1900 tot 2010. De piek is de geboortegolf van 1945-1950. Er werden in die jaren twee keer zoveel kinderen als het gemiddelde van de jaren ervoor geboren, dus als het absolute aantal mensen met een bepaalde naam in die jaren ook met een factor twee stijgt, dan komt dat daardoor en niet doordat de naam opeens twee keer zo populair werd.

geboortes

Je ziet sommige namen in de loop van de tijd telkens populairder worden, terwijl de populariteit van andere namen juist afneemt. Vergelijk maar eens de grafiek van Emma (de nr. 1 uit 2015) met die van Maria (de nr. 1 uit 1880).

emma

Maria

De naam Emma is eigenlijk pas de laatste vijftien jaar populair geworden. De grafiek van Maria is trouwens een mooi voorbeeld waar je heel goed de geboortegolf van1946-1950 kan zien (zo’n 2500 meisjes extra per jaar kregen in die periode dankzij deze geboortegolf de naam Maria). De naam Maria is ook een mooi voorbeeld waarbij je de invloed van sociale ontwikkelingen dan wel bepaalde gebeurtenissen terugziet in de populariteit van de naam. Bij de continue daling van de populariteit van de naam Maria vanaf de jaren vijftig zal ongetwijfeld de ontkerkelijking een belangrijke rol hebben gespeeld.

In de volgende blogpost  – cliffhanger! – nog een paar van dit soort opmerkelijke voorbeelden, onder andere over de invloed van oorlog en moord op de populariteit van namen en hoe we al in 1970 konden weten dat we dankzij Marco (van Basten) in 1988 Europees kampioen voetballen zouden worden.