Category Archives: Uncategorized

Een mislukt garagebezoek

Op de openbare weg ziet je nooit een Formule-1 auto rijden. Dat komt omdat ze niet door de APK-keuring komen. Zo rijden ze meestal met zo goed als profielloze banden, die ook nog eens heel snel slijten. Gaat een normale autoband zo’n 15.000 km mee, een formule 1 band gemiddeld maar 90 km. Daarom zie je tijdens een race de coureurs minstens één keer de pits op zoeken om de banden te laten verwisselen.

Ze moeten overigens sowieso tijdens de race minstens één keer de banden laten verwisselen want één van de regels is, is dat je tijdens de race minimaal twee verschillende types banden moet hebben gebruikt. Die regel is ingevoerd om een race spannender te maken.

Je hebt dit jaar vijf verschillende types banden: drie profielloze types banden (harde, zachte en superzachte; hoe zachter hoe je sneller kan rijden maar ook hoe sneller ze slijten) en twee banden met een profiel voor het geval het regent of de baan nat is: de full wets (de echte regenbanden) en de zogenaamde intermediates.

000000 f1Een Red Bull auto uit 2011 met zo goed als profielloze banden; foto Morio; Wikipedia

000000 looDe formule 1 auto van Willem-Alexander uit begin jaren zeventig met regenbanden. De auto is persoonlijk gebouwd door Prins Claus en is nu te zien in de stallen van paleis Het Loo in Apeldoorn

De banden – ze wegen ongeveer 10 kg per stuk – moeten een neerwaartse druk van duizend kilo en krachten tot 5g kunnen weerstaan. Dat zijn de krachten die een raceauto op topsnelheid op de banden uitoefenen. Dat is één van de redenen dat de banden zo snel slijten.

Het wisselen van de banden tijdens een pitsstop gaat razendsnel. Tijdens de Grand Prix van Duitsland slaagden de monteurs van Red Bull er in om tijdens één van zijn vier pitstops in 1,8 seconden alle vier de banden van de auto van Max Verstappen te verwisselen.  Dat was een nieuw record. Bij de Mercedes van Lewis Hamilton ging het daarentegen echter helemaal mis.

Vlak voor de ingang van de pitsstraat raakte Lewis Hamilton van de baan af en beschadigde daarbij zijn auto . Hij kon nog net de pitsstraat in rijden, maar daar stonden ze bij Mercedes niet voor hem klaar. Ze hadden niet op een pitstop gerekend. Wat volgde was een slapstickachtig gebeuren met door elkaar hollende monteurs die overal op zoek gingen naar banden (en ook nog eens de beschadigde neus moesten vervangen).

Bij elkaar duurde deze pitsstop van Hamilton meer dan 50 seconden, waardoor hij van de eerste naar de vijfde plaats terugzakte. (Later in de race ging er nog veel meer mis, waardoor hij uiteindelijk als negende eindigde. Max Verstappen won de race.)

Op YouTube zijn filmpjes te zien van deze voor Hamilton rampzalige pitsstop. Iemand heeft er het muziekje van Benny Hill onder gezet, waardoor het er nog veel komischer uit ziet. Zie hieronder. (Zit u op kantoor, dan kan u beter even het geluid uitzetten, want anders denken uw collega’s dat u naar Benny Hill zit te kijken.)

000000 hamilton

Die meneer linksvoor met pet is overigens geen monteur maar iemand van het Mercedes-team die in de paniek ook een handje ging helpen. Hij is zwaar in overtreding want het is verplicht voor de monteurs (net zoals het voor de coureurs verplicht is) om brandwerende kleding te dragen.

Al met al een rampzalig bezoek aan de pits voor Hamilton. Maar het kan nog erger – baas boven baas. In juni  moest onze Ford Focus voor de jaarlijkse onderhoudsbeurt naar de garage.

Vroeger gingen we daarvoor naar de Ford-garage in onze gemeente waar we de auto hebben gekocht, maar die garage is er niet meer. We moeten nu naar de grote Ford-garage op de Binckhorst in Den Haag. We maakten een afspraak en om half acht ‘s morgens gingen we op weg. We wilden er een beetje vroeg zijn.

Het industrieterrein de Binckhorst in Den Haag is momenteel een puinhoop. Dat komt door de aanleg van de Rotterdamse Baan, een nieuwe toegangsweg naar Den Haag waarvoor onder andere een 1800 meter lange tunnel is geboord. Er zijn door de weg-werkzaamheden allerlei omleidingen en wij werden via allerlei sluipwegen naar de achterkant van de Ford garage geleid. Daar zagen we een bord wat naar de receptie verwees. We parkeerden de auto voor de deur en liepen naar binnen.

Voor ons was slechts één iemand, maar helaas bleek die over een Fred Flinstone auto te bezitten en hij was wel een kwartier bezig om te beschrijven wat er allemaal aan zijn  auto moest gebeuren. Toen waren wij eindelijk aan de beurt.

We komen voor de onderhoudsbeurt zeiden we en noemden onze naam. De man keek in de computer maar kon onze naam niet vinden. “De afspraak is voor vandaag?” vroeg hij. Ja, dat wisten we zeker. Hij vroeg wat het kentekennummer was, maar dat hielp niet. Ook dat kon hij niet vinden. “Waar heeft u de auto staan?” vroeg hij. Misschien hadden we het kentekennummer fout. Ik dacht het niet, maar ik wees naar de auto buiten. De man keek. “Is het die Ford Focus?” “Ja” bevestigden we. “Kan het misschien zijn dat u een afspraak heeft bij de Ford garage? Die is hier naast. Wij zijn de Opel-garage”

We bleken bij de verkeerde garage te staan. We hadden nog als zwak excuus dat de achterkanten van al die werkplaatsen op elkaar lijken  – hoe de voorkant van de Ford-garage er uit ziet wisten wij wel –  maar toch, erg slim was het niet.

Alsof Hamilton tijdens de race stopt voor de pitsbox van Verstappen.

De toespraak van Nixon

In deze week van blogposts over de eerste maanlanding mag natuurlijk het dramatisch einde van de maanvlucht niet ontbreken. Voor wie niet meer weet hoe het ook al weer zat, zal ik het nog even kort samenvatten.

Het begon er mee toen Buzz Aldrin na zijn wandeling terugkeerde bij de maanlander en de dramatische woorden “Houston, we’ve got a problem” uitsprak.

000 luikAldrin keert terug bij de maanlander, gefotografeerd door Neil Amstrong.

Onmiddellijk schakelde de NASA het geluidskanaal om van openbaar naar privé, waardoor we niet exact weten wat er daarna allemaal gezegd is.

Het probleem bleek later te zijn dat Aldrin het luik niet meer open kreeg. Hij kreeg zijn sleutel niet in het slot. Dat kwam doordat Amstrong bij het verlaten van het voertuig zijn sleutel aan de binnenkant van het slot van het luik had laten zitten. Hij was, toen hij voet op de maan zette, in de opwinding vergeten zijn sleutel er uit te halen.  Het lukte Aldrin hierdoor niet om zijn sleutel er van de buitenkant in te stoppen. De sleutel van Amstrong blokkeerde de zaak.  (Wij hebben overigens  hetzelfde met onze achterdeur. Als er een sleutel aan de binnenkant in het slot zit, dan kan je er van buitenaf geen sleutel meer in stoppen.)

Wat ze ook probeerden, ze kregen de sleutel niet in het slot en ook lukte het niet om de sleutel van Amstrong van buitenaf uit het slot te stoten. Het dramatische gevolg was dat de twee astronauten de maanlander niet meer in konden komen. Ze stierven uiteindelijk op de maan. Hoe lang ze nog geleefd hebben, heeft de NASA vanwege privacyaspecten nooit bekend gemaakt.

Uiteraard volgde er een groot onderzoek. Voor een Senaats-commissie moest de NASA allerlei vragen beantwoorden. “Waarom zat er een slot op het luik? Was u soms bang dat er achter een rots op de maan een Rus verstopt zat die opeens te voorschijn zou springen, in de maanlander zou klimmen en er mee vandoor zou gaan?” vroeg één van de senatoren cynisch.

De reden dat er een slot op het luik zat, legde de man van de NASA uit, was dat ze anders bang waren dat het luik tijdens de landing zou open kunnen trillen. Ze hadden honderden keren geoefend en tijdens al deze oefeningen was Amstrong niet één keer vergeten om de sleutel uit het slot te halen.

0000 sleutel

De sleutelbos van Amstrong met liefst vier reservesleutels voor het geval er eentje kapot ging. Ook Aldrin had een dergelijke sleutelbos.

Wat Amstrong en Aldrin in de uren tot hun dood allemaal gezegd hebben – ze hebben nog uren met hun familie gepraat –  is niet bekend. Wel bewaard gebleven zijn uiteraard de woorden die president Richard Nixon uitsprak toen hij het volk toesprak.

“Fate has ordained that the men who went to the moon to explore in peace will stay on the moon to rest in peace.

These brave men, Neil Armstrong and Edwin Aldrin, know that there is no hope for their recovery. But they also know that there is hope for mankind in their sacrifice.

These two men are laying down their lives in mankind’s most noble goal: the search for truth and understanding.

They will be mourned by their families and friends; they will be mourned by their nation; they will be mourned by the people of the world; they will be mourned by a Mother Earth that dared send two of her sons into the unknown.

In their exploration, they stirred the people of the world to feel as one; in their sacrifice, they bind more tightly the brotherhood of man.

In ancient days, men looked at stars and saw their heroes in the constellations. In modern times, we do much the same, but our heroes are epic men of flesh and blood.

Others will follow, and surely find their way home. Man’s search will not be denied. But these men were the first, and they will remain the foremost in our hearts.

For every human being who looks up at the moon in the nights to come will know that there is some corner of another world that is forever mankind.”

Zie hier de officiële stukken zoals in de in 1999 zijn terug gevonden in de overheidsarchieven (in de ‘National Archives and Records Administration, Nixon Presidential Materials Staff’)

0000 speach 1

0000 speach 2

Oké, president Nixon heeft deze woorden daadwerkelijk nooit uitgesproken. Het luik zat niet op slot en Amstrong en Aldrin konden veilig naar aarde terug keren.

Wat wel waar is, is dat bovenstaande speech klaar lag om door Nixon uit gesproken te worden in het geval het met de maanlanding mis zou gegaan. “In event of Moon disaster“.

De toespraak was vooraf al door Nixon’s vaste tekstschrijver William Saffire geschreven. In de instructies bij de speech staat ook vermeld dat Nixon voor het uitspreken van de toespraak eerst de ‘widows-to-be’ moest bellen en dat een geestelijke een zelfde soort procedure moest volgen als ware het een zeemansgraf.

0000 nixonNixon spreekt hier de astronauten – die in een quarantainecapsule zitten – na terugkeer toe.

Dat er een slecht-nieuws-toespraak was voorbereid is niet uniek. Op het hoogtepunt van de Cuba-crisis in 1962 – Rusland was bezig met het plaatsten van raketten met kernkoppen op Cuba; Amerika stelde toen een ultimatum waarin ze eisten dat Rusland deze daar weg moesten halen anders zou Amerika Cuba aanvallen –  dreigde er een oorlog tussen Amerika en Cuba / Rusland. Voor het geval deze oorlog er zou komen was er al een opzet voor een toespraak voor Kennedy gemaakt.

Met een bezwaard hart, en in navolging van de eed die ik heb afgelegd, heb ik de Amerikaanse luchtmacht opdracht gegeven om de de kernwapens op Cuba te verwijderen”

0000 jfk cuba2

Het kwam echter goed. Rusland haalde de raketten weg en de derde wereldoorlog werd voorkomen.

Een ander iemand die zich op het vertellen van slechts nieuws had voorbereid was generaal Eisenhower bij D-day. Voor het geval de invasie zou mislukken, had hij alvast vast wat krabbeltjes op een blaadje gezet, waarbij hij de schuld van het mislukken van de invasie op zich nam.

0000 d-day

Gelukkig heeft hij de woorden – als hij al zijn eigen handschrift kon lezen – nooit hoeven uit te spreken. (Leuk detail, hij dateerde hem  op 5 juli. Hij vergiste zich in de maand.)

Tot slot wil ik dit nog zeggen. “U verwachtte vandaag een leuke blogpost, gevat, leerzaam en interessant. Helaas heb ik vandaag niet aan deze verwachtingen kunnen voldoen. Het spijt me.”

U ziet, ik heb me ook al voorbereid voor het geval u deze blogpost helemaal niets vindt.

 

 

Die ken ik ergens van

Soms heb je wel eens dat je iemand ziet en dat je weet dat je die persoon eerder hebt gezien, maar dat je niet direct meer weet waar van je die persoon kent. Van de week had ik dat weer eens. Ik fietste in Den Haag over de Mauritskade toen ik deze man achter het raam zag staan. Hij stond een beetje somber naar buiten te staren.

0 wa

Die kende ik ergens van, maar waar van? Ik zwaaide maar hij zwaaide niet terug. Pas veel later schoot het me te binnen wie het was. Het was Willem-Alexander. Ik neem aan dat hij me niet gezien had, anders had hij wel terug gezwaaid.

Wie altijd wel heel fanatiek naar mij zwaaide, was zijn moeder. Ik ken haar van de Buurtwhatsapp en de buurtborrel uit de tijd dat we allebei in het Bezuidenhout in Den Haag woonden. Als ze toevallig ergens in de buurt een optreden had, “verstopte” ik mij in de menigte en dan moest zij mij proberen tussen de mensen te spotten. Het was een soort spelletje dat we speelden. Als ze me dan ontwaarde, begon ze heel enthousiast te zwaaien en had zij gewonnen.  Als ze me niet kon vinden, dan had ik gewonnen. Zie hier enkele voorbeelden van de keren dat zij won.

0 beatrix 2

0 beatrix 3

En hier een tweetal foto’s van die keren dat ik won.

0 beatrix 0

0 beatrix 4Hier speelde ze eigenlijk een beetje vals, want ze liet iemand fanatiek mee zoeken. 

Tot slot, een vriendin van mijn vrouw liep een keer over het strand bij Wassenaar toen ze een bekend gezicht op een paard voorbij zag rijden. Ze kon de persoon niet direct thuis brengen, maar misschien was het één van haar patiënten – ze was tandarts en dan zie je veel mensen in de stoel. Dus zwaaide ze. Later schoot het haar te binnen wie het was. Het was Beatrix die daar paard reed, geen patiënt overigens van haar.

 

Vermist

De voetbalclub AS Roma heeft besloten om deze zomer haar sociale media zoals Twitter, Instagram en Facebook in te zetten om vermiste kinderen op te sporen. Bij elke aankondiging van een speler die ze deze zomer aantrekken, laten ze ook portretten zien van vermiste kinderen.

0 roma 1

Ook op de Engelse en Spaanstalige versies van hun accounts verschijnen afbeeldingen van vermiste kinderen.

0 roma 2

0 roma

Het is een mooi initiatief. AS Roma heeft een groot sociaal bereik. Zo hebben ze 2.6 miljoen volgers op Instagram, 450.000 volgers op Twitter en hun Facebook-berichten worden jaarlijks door miljoenen fans gelezen.

Sociale media worden wel vaker gebruikt om vermiste kinderen op te sporen. Eén van de eerste sociale media die werd ingezet om vermiste kinderen op te sporen was het melkpak. Begin jaren tachtig stonden op melkpakken in bepaalde delen van Amerika foto’s van vermiste kinderen.

0 melk1

Heel veel succes kende deze campagne echter niet en na een aantal jaar werd hij gestaakt.

Meer succes had een muziekvideo van de Amerikaanse groep Soul Asylum. In de clip van hun nummer ‘Runaway Train’ uit 1993 monteerden ze foto’s van vermiste kinderen. Er verschenen meerdere versies van de clip. Zo was er speciale versie voor Engeland met vermiste Engelse kinderen. Elke keer als er een kind werd teruggevonden werd diens afbeelding vervangen door dat van een ander vermist kind.

0 runawaytrain(Op de afbeelding klikken om naar de clip op YouTube te gaan.)

De Amerikaanse versie van de clip is inmiddels 119 miljoen keer bekeken. In totaal werden dankzij de clip tot nu toe 26 kinderen terug gevonden. Lees hier en hier meer over deze muziekvideo.

Zelf ben ik ook een keer van huis weggelopen.  Ik was acht jaar oud en we woonden in Apeldoorn. Het was op een zaterdagmiddag. Ik had iets gedaan wat niet mocht – geen idee meer wat – en voor straf mocht ik van mijn vader die middag niet naar Robinson Crusoe kijken. Dat was een vreselijk spannende tv-serie die in die tijd (in zwart-wit) wekelijks op zaterdag werd uitgezonden.

Ik was zo vreselijk boos dat ik niet mocht kijken, dat ik besloot weg te lopen. Dat zou ze leren! Tranen met tuiten zouden mijn ouders huilen als ze er achter kwamen dat ik weg was. Ik pakte mijn fiets en fietste richting Vaassen. Na tien minuten begon het te regenen. Dat was wat minder. Na dapper vijf minuten in de regen gefietst te hebben, besloot ik dat ik wel een andere keer zou weg lopen en keerde om. Binnen een half uur was ik weer thuis.

Later die dag heb ik toch nog stiekem de aflevering van Robinson Crusoe gezien. De kamerdeur stond op een kiertje en daar door heen kijkend kon ik net de tv zien. Volgens mij had mijn moeder wel door dat ik achter de deur stond en door de kier keek.

Ik ben overigens nooit meer weggelopen. Pas toen ik op mijn zeventiende ging studeren, ging ik uit huis weg.

Een historische onthulling

Vorige week donderdag was het in Amerika 4 juli. Oké, niets bijzonders, ook in Nederland was het die dag 4 juli, maar voor Amerika is 4 juli – ‘Fourth of July’, Independence day – de belangrijkste nationale feestdag, zeg maar de Amerikaanse Koningsdag.

Op die dag vieren de Amerikanen dat op 4 juli 1776 het ‘Continental Congress’ de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring aannam.

congresSchilderij uit 1819 van John Trumbell van het congres met de onafhankelijkheidsverklaring; deze afbeelding staat ook op de achterkant van het 2-dollarbiljet.

In heel Amerika is het op 4 juli feest. Zo wordt er bijvoorbeeld ‘s avonds overal vuurwerk afgestoken. Ook zijn er allerlei andere festiviteiten. In Washington hield president Trump dit jaar een patriottische toespraak, waarin hij uitgebreid het Amerikaanse leger prees. Zo zei hij over de strijd om de Amerikaanse onafhankelijkheid het volgende:

In June of 1775, the Continental Congress created a unified Army out of the Revolutionary Forces encamped around Boston and New York, and named after the great George Washington, commander in chief. The Continental Army suffered a bitter winter of Valley Forge, found glory across the waters of the Delaware and seized victory from Cornwallis of Yorktown.

Our Army manned the air, it rammed the ramparts, it took over the airports, it did everything it had to do, and at Fort McHenry, under the rocket’s red glare it had nothing but victory. And when dawn came, their star-spangled banner waved defiant.

Het gaat hier om de vet onderstreepte delen. Trump presenteerde hier namelijk spectaculair nieuws, dat tot nu toe nog niet bekend was, en wel dat de Amerikanen  tijdens de onafhankelijkheidsoorlog vliegvelden hadden veroverd op de Engelsen. Je kan je overigens afvragen wat het strategisch nut van het veroveren van de vliegvelden was, mede gezien het feit dat het nog zo’n 125 jaar zou duren voordat de gebroeders Wright het eerste werkende vliegtuig uitvonden.

(Dat hij ook een slag bij Fort McHenry tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog liet plaatsvinden, is een vergissing. Deze slag vond in 1812 plaats tijdens een andere oorlog met de Engelsen, maar dat is detail. En in de eerste alinea vergat hij de naam van de stad Washington te vermelden waardoor het net lijkt alsof New York naar George Washington is vernoemd.)

De grote primeur was natuurlijk de onthulling van het veroveren van de vliegvelden. De volgende dag kwam hij er echter op terug. Het was een vergissing. Het was echter niet zijn schuld maar de schuld van de teleprompter, dat is het apparaat waarop de toespraak staat geprojecteerd die hij voorlas, en die was plotseling kapot gegaan.

It just went out – it went kaput. I guess the rain knocked out the teleprompter. I knew the speech very well, so I was able to do it without a teleprompter. And it was hard to look at it anyway.”, aldus Trump.

teleprompter2Trump tijdens zijn toespraak; het apparaat linksboven op de foto is de teleprompter, waar de toespraak op werd geprojecteerd.

Je kan precies zien, wanneer de teleprompter “kaput” raakte, namelijk tussen de bovenvermelde eerste en tweede alinea in. Na de eerste alinea is Trump op zijn eigen geheugen aangewezen “I knew the speech very well” en begint hij er op los te fantaseren.

De onthulling van de verovering van de vliegvelden op de Engelsen zorgde natuurlijk voor een storm van reacties op internet. Er doken opeens allerlei afbeeldingen op die tot dan toe in de stoffige archieven verborgen lagen, zoals deze brief van een soldaat die de slag bij Newark International Airpor beschreef.

battle 2

Ook werd in de archieven deze foto aangetroffen, die genomen is tijdens de slag om de Covfefe Hill in 1775

battle(Voordat deze foto uit 1775 opdook, gold een Franse foto uit 1826 als de eerste foto ter wereld. Deze foto laat  echter zien dat in Amerika al vijftig eerder foto’s werden genomen.)

Over deze slag  bij de Covfefe Hill had Trump al een keer getweet en wel op 31 mei 2017.

cofveve

En nu we meer over de slag om Covfefe weten, kunnen we deze tweet zien als een soort ‘Remember the Alamo’, de kreet die verwijst naar de slag  om Alamo, een missiepost in Texas tijdens de Texaanse Onafhankelijkheidsoorlog  van 1836.

Uiteraard ging ook Twitter helemaal los op de vliegvelden-onthulling.  Zo twitterde Bette Middler

bette middler

(Een ander bekende persoon die reageerde was Mick Jagger. Tijdens een concert van de Rolling Stones in Amerika zei hij:  ‘If only the British had held on to the airports, the whole thing might have gone very differently for us.”)

Nog een paar tweets over het aanvallen van de vliegvelden.

vliegtuigen

gate

airport

ivanka

En deze laatste tweet brengt me bij een andere serie opmerkelijke tweets van een week eerder. Tijdens een bijeenkomst van de G20 in Japan, had Trump zijn dochter Ivanka mee genomen. Hij nam haar ook mee naar een bijeenkomst met andere wereldleiders. Niet iedereen vond dat een goed idee. Zo tweette het New Yorkse congreslid Alexandria Ocasio-Cortez hierover.

tweet aleandria(De foto onder haar tweet verwees naar een filmpje waar te zien was dat een aantal wereldleiders niet echt gediend waren van haar aanwezigheid.)

Op Twitter verschenen onder de hashtags ‘#uninvitedIvanka’ en ‘#unwantedIvanka’ een reeks van historische foto’s waar Ivanka  Trump in gemonteerd was. Zie hier enkele voorbeelden.

ivanka 2

ivanka 0

ivanka 4

ivanka 0,5

ivanka 1

ivanka 5,5

ivanka 9

ivanka 5

ivanka 3

Ook in diverse bekende schilderijen dook ze opeens op.

ivanka 6

ivanka 7

ivanka 8

Tot besluit van blogpost wil ik nog even terugkomen op de aanvallen op de vliegvelden tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog. Trump is iemand die altijd roept “America First!”, maar in dit geval klopt dat niet. Voor wat betreft de aanvallen op een vliegveld was namelijk onze Vader des Vaderland hem twee eeuwen voor. Tenminste als ik deze tweet mag geloven.

willem van oranje

Moraal van het verhaal: Geloof niet alles wat u ziet en hoort (en zeker niet als het van Trump afkomstig is.)

 

Twee foto’s

Ik wil het vandaag met u over twee foto’s hebben. De eerste foto betreft een foto die verscheen op het twitter-account van ‘CIC Saudi Arabia.’ Dat is het ‘Center for International Communication Saudi Arabia’ waar alle heldendaden van de Saoedische kroonprins MBS  – dat staat niet voor ‘Murder before Supper’; dat is de titel van een Agatha Christie boek, maar voor Mohammed bin Salman  –  worden vermeld.  Het betreft deze tweet.

000000 maxima tweet

Many topics were on the table…” aldus het bijschrift maar niet, zoals na navraag bleek, het net verschenen rapport van de VN over de  betrokkenheid van MBS ten aanzien van de moord op de Saoedische journalist Khashoggi, de man die hoogstwaarschijnlijk in opdracht van de kroonprins in stukken werd gehakt.  Het gesprek ging alleen over de economische positie van vrouwen.

(Bert  Wagendorp schreef vandaag hierover in de Volkskrant: ” Maar tegenover Mohammed bin Salman pleiten voor verbetering van de positie van vrouwen in zijn land is zoiets als een gesprek met de Veluwse wolf over de verbetering van de positie van schapen in zijn territorium.”)

Vanwege dit gesprek kreeg koningin Maxima de nodige kritiek te verwerken. Zo kreeg premier Rutte de vraag voorgelegd of Maxima niet “een beetje dom” was geweest om met de kroonprins in  gesprek te gaan, zo kort na het verschijnen van het rapport van de VN over de betrokkenheid van de kroonprins bij de moord.

Rutte vond van niet. Dat was een beetje dom van hem. Hij had de koningin niet in deze situatie moeten brengen maar haar het gesprek met de kroonprins met een smoesje moeten besparen. “Helaas had de koningin wat verkeerds gegeten, vermoedelijk walvisvlees, wat een Japanse kok haar, volledig buiten haar om, had voor gezet waardoor ze tijdelijk wat ongerief had en het gesprek niet kon aangaan.” Daarmee had hij haar niet alleen het gesprek met de kroonprins bespaard maar ook nog eens de Japanse walvisindustrie die sinds deze week weer commercieel op jacht is een klap toegebracht.

Maar goed, daar gaat het mij allemaal niet om. Het gaat om wat Maxima doet op de foto. Kijkt u eens goed:

000000 maxima

Ze heeft een schrijfmap en een pen bij zich om aantekeningen te maken! Is dat niet schattig? Heeft u ooit een foto gezien van “twee wereldleiders” waarbij er eentje aantekeningen maakt? Nee toch? Maxima doet het wel. En niet alleen dat, maar kijkt u eens goed naar haar linkerhand – ze is zo te zien linkshandig. Als ik het goed zie, maar ik kan me vergissen, schrijft ze met een blauwe BIC-pen. Dat is mijn favoriete pen!  Ik wil geen kwaad woord  over Maxima meer horen.

De andere foto waar ik het over wil hebben is een foto die ene  Dean Mouhtaropoulos tijdens de Europese kampioenschappen in Minsk heeft genomen tijdens het onderdeel ritmische gymnastiek. Op de foto is Linoy Ashram uit Israël te zien die iets moeilijks met een bal doet. Ik kan er met mijn hoofd niet bij hoe ze het doet.

Nu zult u misschien zeggen ik zie helemaal geen foto, maar dat is bewust. De betreffende foto plaats ik beslist niet op mijn site. De rechten van die foto liggen namelijk bij Getty Images en dat is een organisatie die je bij wijze van spreken al een rekening sturen op het moment dat je alleen nog maar aan ze denkt. U kunt de foto echter wel zien op de site van de BBC en wel in hun wekelijks overzicht  van de tien opvallendste sportfoto’s. Zie deze link: https://www.bbc.com/sport/48817968 en dan helemaal naar onderen scrollen.

Ik zal wel iets over het hoofd zien, maar ik mis een lichaamsdeel.

Reclame maken

Voordat ik met mijn blogpost van vandaag begin, eerst even dit: “Zoek je op internet een leuke plek, ga dan naar de site van Martin van Neck!” Oké, dat staat genoteerd, nu over naar de blogpost van vandaag.

Tot de kiepkerels die in de eerste helft van de negentiende eeuw naar Nederland kwamen – zie de blogpost van gisteren – behoorde ook Anton Sinkel. In 1822 kocht hij aan de Nieuwedijk in Amsterdam een pand en begon daar zijn eerste winkel. Al spoedig volgden er meer, niet alleen in Amsterdam maar ook in Leiden, Leeuwarden, Rotterdam en Utrecht. Zijn ‘Winkel van Sinkel’ gold als het eerste warenhuis in Nederland.

0000 winkelHet pand van de Winkel van Sinkel in Utrecht; foto CumulusNL

 Voor zijn winkels maakte hij reclame, onder ander via het rijmpje: “In de Winkel van Sinkel is alles te koop. / Daar kan men krijgen: mandjes met vijgen, / doosjes pommade, flesjes orgeade, / hoeden en petten, en damescorsetten / drop om te snoepen en pillen om te poepen.”

Of dit versje een goede en effectieve manier van reclamemaken is, weet ik niet. Daar zal reclamemaker Diederik Koopal ongetwijfeld beter over kunnen oordelen. “Diederik wie?” zult u waarschijnlijk zeggen. Dat had ik ook. Ik had nog nooit van de man gehoord maar hij was onlangs te  gast in ‘College tour’ met Matthijs van Nieuwkerk.

Diederik Koopal is een grootheid in de Nederlandse reclamewereld. Hij is onder andere de man achter de Harry Piekema reclames van Albert Heijn, reclames voor Heineken en de Rolo reclame. Met die laatste reclame “Bedenk goed wat je met je laatste Rolo doet” heeft hij veel prijzen gewonnen.

0000 Rolo

Op de afbeelding klikken om naar het filmpje op YouTube te gaan. Overigens vertelde Koopal tussen neus en lippen door dat het een juniorteam van het bureau was dat met het idee van het olifantje op de proppen kwam. Maar alles was teamwork, zei Koopal.

Zelf heb ik tijdens mijn studententijd in de zeventiger jaren even overwogen om ook in de reclamewereld te gaan. Ik twijfelde een beetje over mijn studie Toegepaste Wiskunde en zag in de krant een gezamenlijke advertentie staan van de grootste vijftien Nederlandse reclamebureaus. Ze waren allemaal op zoek naar “nieuw talent” en hadden gekozen voor een gezamenlijke aanpak.

Je mocht een brief schrijven en moest deze naar een bepaald adres sturen. De brieven werden vervolgens  (ongeopend) verdeeld over de vijftien bureaus. Je wist dus niet waar jouw brief belandde en bij welk bureau je solliciteerde. Dat leek de reclamebureaus een leuk idee.

Waarom zou je eigenlijk maar één brief sturen vroeg de wiskundige in mij zich direct af. Ik rekende uit wat de kans was  – in het geval dat ik bijvoorbeeld vijf brieven zou sturen en dat deze random verdeeld zouden worden – dat geen enkel bureau twee of meer brieven van mij toebedeeld zou krijgen. Die kans was 47%, best hoog vond ik.

(De eerste brief mag uiteraard bij elk bureau belanden, de tweede bij 14 van de 15 bureaus maar niet bij het bureau van de eerste brief. De derde brief mag niet bij de eerste twee bureaus belanden enzovoorts, enzovoorts. Als je dus vijf brieven zou versturen dan was de kans dat de vijf brieven bij vijf verschillende bureaus zouden belanden gelijk aan (15/15*14/15*13/15*12/15*11/15) *100% = 47%. Hoe meer brieven je stuurt hoe kleiner dit percentage wordt. Bij het versturen van bijvoorbeeld acht brieven bedraagt dit percentage nog maar tien procent. En als je vijftien brieven zou sturen dan is de kans dat elk van de vijftien bureaus precies één brief zou ontvangen maar 0,003%.)

Ik besloot om het experiment te doen. Ik stuurde met een tussenperiode van telkens een dag vijf (exacte gelijke) brieven, waarin ik het product ‘Martin van Neck’ aanprees, naar het opgegeven adres en wachtte af. Na een tijdje kreeg ik vijf antwoorden van vijf verschillende bureaus, vier uit Amsterdam, eentje uit Rotterdam. Ik werd tot mijn verrassing vier keer uitgenodigd voor een gesprek, van één bureau kreeg ik een afwijzing.

Als eerste ging ik bij een bureau in Amsterdam op bezoek. Ze zaten in een luxueus kantoorpand. Ik werd ontvangen door twee mannen. De eerste man, gekleed in een snel pak, was degene die het contact met de klanten  had, de andere, wat minder formeel gekleed, behoorde tot het ‘creative team’. De snelle man vertelde iets over het bureau – ze waren laatst nog met een heel team naar een tropisch eiland geweest voor een reclame; hij probeerde overduidelijk zijn bureau ‘te verkopen’ – en daarna ging het over het product ‘Martin van Neck’.

De man vroeg onder andere wat ik zou doen als een frisdrankfabrikant met een nieuwe smaak aan kwam. Wat zou ik doen om het product in de markt te zetten? Ik antwoordde dat ik die vraag aan tien sollicitanten zou stellen en de antwoorden zou noteren. Daar zou vast wel een goed idee tussen zitten. ‘Grapje’ zei ik nog, maar hij viel niet erg goed.

Toen hij later ook nog vroeg of ik bezwaar had om reclame te maken voor bepaalde producten zoals sigaretten – ja dus – concludeerde ik dat de combinatie Martin en de reclamewereld geen ‘match made in heaven’ was. Het was niet mijn wereld. Thuis gekomen zegde ik de andere bureaus af.

Uiteindelijk heb ik mijn kandidaatsstudie Toegepaste Wiskunde afgemaakt en daarna Bedrijfskunde gedaan.

En oh ja, ‘De site van Martin van Neck, die is niet gek!’ (Had ik al gezegd dat de reclamewereld niets voor mij is?)

Maarten van der Weijden

Maarten van der Weijden is bezig met een klassieke prestatie: het zwemmen van de Elfstedentocht – ik heb overigens nog nooit iemand tijdens een Elfstedentocht zo lang in een wak zien zwemmen. Sommige mensen, zoals Marcel van Roosmalen in zijn NRC-column, vragen zich af of Maarten het alleen voor het goede doel doet (tbv de kankerpatienten) of dat hij ook doet omdat hij verslaafd is aan zwemmen en publiciteit. Mij maakt dat niet uit, als mensen vanwege deze zwemtocht geld geven voor kankeronderzoeken, dan is dat mooi meegenomen.

Maarten lijkt het dit jaar te gaan halen. Vorig jaar moest hij op weg naar Dokkum opgeven.

000 maarten

Beeld van Maarten gemaakt door de kunstenaar Hans Jouta dat geplaatst is bij Burdaard, de plaats waar Maarten in 2018 moest opgeven; foto Ytzen; Wikipedia

Als Maarten het vandaag haalt, dan heeft hij echter volgend jaar wel een probleem. Wat moet hij dan? Gelukkig heeft hij daar al over nagedacht. Ik kan mijn journalistieke bronnen niet prijsgeven, maar ik weet dat Maarten een aantal spectaculaire zwemtochten in gedachten heeft

Zo wil hij in 2020 de 1000 km lange Hoofdstedentocht zwemmen. Die tocht voert van Leeuwarden via de andere elf provinciehoofdsteden naar Amsterdam, de hoofdstad van ons land. Vooral het stuk Arnhem – Maastricht is een lastig stuk, stroomopwaarts de Maas op zwemmen, dat valt niet mee, aldus Maarten. Hij denkt dat hij deze tocht in ongeveer een maand tijd kan voltooien.

In 2021 wil Maarten de 3500 km lange klassieke-hoofdsteden-tocht, Londen –> Parijs –> Rome –> Athene, zwemmen, gevolgd door in 2022 het zwemmen over de 6000 km lange Chinese Muur, mits die met water gevuld kan worden. De Chinezen zijn hier optimistisch over, aldus Maarten.

Ik wens hem in ieder geval vandaag zeker, en ook in de toekomst,veel succes en sterkte toe met zijn zwemtochten.

My fifteen minutes of fame in de schaakwereld (2)

Nog even terugkomend op Andy Warhol. Gisteren vergeten te vermelden maar wist u dat zijn echte naam niet Warhol was maar Warhola. Andy Warhola, dat klinkt toch heel anders dan Andy Warhol. Maar goed, nu over naar de schaakwereld in Nederland in de jaren zeventig.

Tijdens mijn studententijd was ik lid van de Enschedese studentenschaakvereniging Drienerlo. Als lid van een schaakvereniging was je ook automatisch lid van de KNSB – om misverstanden te voorkomen het betreft hier de Koninklijke Nederlandse Schaakbond, niet de schaatsbond. Als lid van de bond ontving je een maandelijks blad genaamd ‘Schakend Nederland’.

0 sn

(Ik heb – zie hierboven; ik ben die figuur die naast die drie jongetjes zit – zelfs een keer op de voorpagina van het blad gestaan. Zie hier voor de achtergronden van deze foto.)

Maar behalve ‘Schakend Nederland’ kende Nederland in die tijd nog een schaakblad: ‘Schaakbulletin’, opgericht door de in 2017 overleden Wim Andriessen. Dit was een blad van schakers voor schakers. Ik had bij een prijsvraag van het blad een keer een abonnement op ‘Schaakbulletin’ gewonnen, waarbij ik de zeer deskundige en objectieve jury van het blad wellicht enigszins had beïnvloed door bij mijn inzending op te merken dat mocht ik een prijs winnen, dat het bedrag dan  – het blad was een noodlijdend blad met slechts een paar duizend abonnees – ook uitgekeerd mocht worden in de vorm van een abonnement. Prompt won ik de tweede prijs, een bedrag ter grootte van een jaarabonnement

0 schaken sb

Het blad verscheen van 1968 tot 1984. Dit was de voorkant van het laatste nummer.

Veelvoudig Nederlands kampioen Jan Timman was volgens mij een tijd lang de hoofdredacteur van het blad. Hij schreef er ook zelf in. Tot de andere auteurs behoorden Jan Hein Donner en Tim Krabbé. De laatste schreef over schaakcuriosa, iets wat mij zeer aansprak.

Jan Timman behoorde in die tijd tot de wereldtop in het schaken en één van de partijen die hij voor het blad analyseerde was een partij van hemzelf tegen Anatoli Karpov, in die tijd de wereldkampioen schaken. Timman ging in de analyse van zijn partij uitgebreid in op een specifieke variant waarover hij tijdens de partij had nagedacht. Voor de niet-schakers onder ons, een variant is een mogelijke partijontwikkeling die kan optreden als je een bepaalde zet zou spelen. Een wat-als analyse zeg maar.

(Vergelijk het bijvoorbeeld maar met mijn schrijverscarrière. Zo’n twintig jaar geleden koos ik er voor om non-fiction verhalen te schrijven. Had ik er toen echter voor gekozen  – ik ben nu dus bezig met een variant, een wat-als analyse – om fictieverhalen te schrijven over een jongen die naar een tovenaarsschool ging en daar zwerkbal op een bezemsteel zou spelen, dan zou ik nu misschien wel een wereldwijde bestsellerauteur zijn geweest. Het leek me in die tijd echter geen goed idee. )

Enfin, Timman concludeerde in zijn stuk dat het alternatief waarover hij in de partij had nagedacht niet tot een winststelling voor hem zou hebben geleid en dat hij dus de goede zet had gespeeld. Ik keek naar de slotstelling van zijn analyse van de variant en dacht ‘Maar als hij de koning nu nog één stapje opzij zet, dan wint hij toch? Of zoals Neil Amstrong zou zeggen: “That’s one small step for a man, one giant leap for mankind”.

0 amstrong

24 juli 1969; Schaker Neil Amstrong, hier links aan boord van de Mobile Quarantine Facility, wordt na terugkeer van de maan toe gesproken door de bekende Amerikaanse schaakgrootmeester Richard Nixon; Foto NASA

Ik zag niet wat er mis was met die koningszet  en stuurde een brief naar het blad. “Geachte heer Timman, ik zal me ongetwijfeld vergissen, en u zult het ongetwijfeld beter zien, maar wint wit niet gewoon als hij  zijn koning een stapje op zij zet?”, iets in die stijl. Even tussendoor, zo ging dat nog in die tijd, je stuurde brieven, geen mails. Overigens hoorde ik laatst al iemand verbaasd zeggen, stuurt hij nog mails? Enfin, een brief dus.

In het volgende nummer van Schaakbulletin kwam Timman terug op de partij. Twee lezers, B. Stam en M. van Neck hadden hem in afzonderlijke schrijvens gewezen op de “onvoorstelbare stille zet Kh1!!” – dat staat voor koning naar veld h1 –  en die zet won volgens Timman inderdaad. Vol trots liet ik enige tijd later het blad zien aan Rini K., een topschaker die wel eens bij een vriend van hem op onze studentenflat op bezoek kwam. Rini was niet onder de indruk van mijn vondst. Timman was maar een grote prutser vond hij. Iedereen zag die zet toch.

De vermelding van mijn naam in het blad was overigens maar een deel van mijn ‘fifteen minutes of fame’ en daarmee bedoel ik niet dat ook lezer B. Stam de zet had  gevonden en ik dus eigenlijk maar recht had op de helft van de fifteen minutes oftewel ‘7,5 minutes of fame’, nee, ik bedoel daarmee dat er een paar maanden later een boek van Jan Timman uit kwam, getiteld ‘Schaakwerk 1’.

0 schaken 0

Ook in dit boek  kwam de partij voor en ook hier vermeldde Timman de namen van lezers B. Stam en M. van Neck als degenen die hem op de ‘onvoorstelbare stille zet Kh1’ hadden gewezen.

0 schaken 2

Voila, nog een keer ‘7.5 minutes of fame’ erbij en nu zat ik in totaal daadwerkelijk op  de ‘fifteen minutes of fame’ in de schaakwereld.

Bijna was het zelfs nog verder gegaan. Een paar jaar later verscheen er een Engelse vertaling van het boek van Timman. Ik zag het toevallig ergens in een boekhandel staan en nieuwsgierig bladerde ik er in. Ook in de Engelse uitgave stond de variant uit de partij en ook hier werd Kh1 als de winnende zet vermeld. Maar helaas, in de Engelse uitgave waren de namen van de lezers B. Stam en M. van Neck weg gelaten. Dus geen extra fifteen minutes of fame er bij.

Mijn beroemdheid in de schaakwereld bleef aldus beperkt tot de Nederlandse uitgave. Eigenlijk dus geen ‘fifteen minutes of fame’ maar ‘vijftien minuten beroemdheid.’

Ik neem aan dat u nu wel onder de indruk bent van mijn schaakkwaliteiten, maar zoals Godfried Bomans ooit eens zei “Schakers, die plotseling iets zien, behoren gewoonlijk niet tot de topklasse. ”

0 bomans

Hoogovens-toernooi 1962; Schaker Godfried Bomans ziet plotseling een goede zet (voor de tegenstander); foto Jac de Nijs; Anefo; Nationaal Archief

 

D-Day

Vandaag is 75 jaar geleden dat D-Day plaats vond. Zo’n 160.000 geallieerde manschappen werden die dag aan land gezet.

d-dayA LCVP (Landing Craft, Vehicle, Personnel) from the U.S. Coast Guard-manned USS Samuel Chase disembarks troops of the U.S. Army’s First Division on the morning of June 6, 1944 (D-Day) at Omaha Beach.” Official U.S. Coast Guard photograph’

Volgens een bericht dat ik vandaag hoorde op Omroep West landden op D-Day geen Nederlanders van de Prinses Irene Brigade.  De reden daartoe was dat de legerleiding bang was dat als de Amerikanen en de Engelsen in het donker mensen Nederlands hoorden praten, ze zouden denken dat die mensen Duitsers waren en dat ze dan op hen zouden gaan schieten. Een paar weken na D-Day stak de brigade wel het kanaal over, net zoals duizenden anderen. Eind juli 1944 waren er al meer dan 1,5 miljoen geallieerde soldaten in Frankrijk.

d-day laterLanding ships putting cargo ashore on Omaha Beach, at low tide during the first days of the operation, mid-1944-06; Official U.S. Coast Guard photograph

Met zulke grote aantallen is het ook logisch dat tussen al deze soldaten mensen hebben gezeten die later beroemd zijn geworden in een andere rol, soms letterlijk als acteur. Zo bevonden zich onder de soldaten die op 6 juni op de stranden landden Alec Guinness (hij speelde later o.a. in Star Wars (Obi-Wan Kenobi) en The Bridge on the River Kwai), David Niven (o.a. Around the World in 80 Days) en James Doohan. Deze laatste is het meest bekend geworden als Scotty in de serie Star Trek (“Beam me up, Scotty“).

Tijdens de landing werd hij zes keer geraakt; vier kogels in zijn been, één in zijn hand (een vinger moest worden geamputeerd) en eentje in zijn borst. Dat die laatste kogel niet dodelijk was, kwam omdat hij in een zilveren sigarettendoosje bleef steken dat Doohan van zijn broer had gekregen. Als je zo’n scene in een film zou stoppen, dan zou je zeggen een beetje te ongeloofwaardig.

Marianne en ik hebben in 1988 tijdens een vakantie in Normandië een keer de stranden en de omgeving bezocht. Toen wij in Sainte-Mère-Église waren, vertelde ik haar de geschiedenis van de paratrooper die daar met zijn parachute aan de kerktoren bleef hangen. We keken omhoog naar de kerk en wat bleek, hij hing er nog steeds!

kerk

Uw verslaggever ter plekke in 1988

Dat was schrikken. Gelukkig bleek het een pop te zijn die er sinds een herdenking in 1976 hangt. Het is nu een soort toeristisch attractiepleister geworden. Wel hangt hij aan de verkeerde kant van de toren. In werkelijkheid bleef hij aan de achterkant van de kerktoren hangen, waardoor de Duitsers hem aanvankelijk niet zagen. Later namen ze hem gevangen. Hij ontsnapte al snel en zou de oorlog overleven.

Tot zover uw oorlogsverslaggever.

 

 

 

 

 

Kies met zorg een boek uit de bibliotheek

Sinds 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Bij de overheveling bezuinigde het Rijk flink (zo’n 15%). De aanname, die vooral gebaseerd was op een wens en niet zo zeer op wetenschappelijk onderzoek, was dat de gemeenten het goedkoper zouden kunnen doen. Zo zouden gemeenten dankzij hun wijkteams de jongeren met problemen eerder opmerken en dan zou met lichtere en dus goedkopere zorg kunnen worden volstaan. Ik citeer even een stukje uit de NRC van 10 oktober 2018:

Die gedachte vindt nog steeds brede steun. Ook onder gemeenten. Maar ‘meer preventie’ en ‘minder specialistische hulp’ vergen een verbouwing van de sector. En verbouwen kost geld. Jeugdzorg-expert Tom van Yperen van het Nederlands Jeugdinstituut: „Gemeenten moeten fors investeren in behandelingen voor beginnende problemen en het voorkomen ervan. In methodes om in gezinnen intensieve hulp te bieden, in plaats van een kind maanden in een jeugdzorginstelling te laten verblijven.” Maar de bezuinigingen van de afgelopen jaren maken het voor veel gemeenten „onmogelijk te investeren in nieuwe taken”, aldus de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onlangs. En: „Het tempo waarin de besparingen zijn doorgevoerd, is te hoog geweest.”

Het blijkt in de praktijk dus nog niet te werken, terwijl de bezuinigingen al wel zijn doorgevoerd. Wat wel werkte, was dat de gemeenten jongeren met problemen opspoorden die vroeger niet opgemerkt werden. Het aantal jongeren dat jeugdzorg nodig heeft, is vanaf 2015 met 12% gestegen: van 380 duizend per jaar naar 428 duizend in 2018.

00000 cbs

Je hoeft geen groot econoom te zijn om te zien dat dit alles bij elkaar voor veel financiële problemen bij gemeenten zorgt. Bij elkaar komen de gemeenten nu zo’n 600 miljoen euro te kort. Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid ziet het probleem. Hij zegt op zoek te gaan naar meer geld, maar zolang dat er nog niet is, moeten de gemeenten zelf op zoek naar geld. Dat doen gemeenten op verschillende manieren. Ik citeer nu even een stukje uit de Volkskrant van 3 mei 2019:

Sommige gemeenten bezuinigen op de jeugdzorg zelf door de tarieven voor de jeugdzorgaanbieders te verlagen. Hierdoor raken jeugdzorginstellingen in de problemen. Hun personeel raakt overbelast en faillissementen dreigen. [..]

 Andere gemeenten verhogen de belastingen, zoals Midden-Groningen, dat de ozb verhoogt met 10 procent. Goirle overweegt afbouw van de subsidie van 3 ton aan de muziekschool. Hellendoorn heeft een uitgebreid pakket aan besparingen gepresenteerd, met onder meer een versobering van de bijzondere bijstand, minder onderhoud van bruggen, tunnels en speelplaatsen en een bezuiniging op het leerlingenvervoer. De gemeente Utrechtse Heuvelrug is zelfs bereid de burgemeesterswoning te verkopen. De gemeente Midden-Delfland schrapt budget voor evenementen, waardoor er onder meer geen tribune meer gebouwd kan worden voor het varende bloemencorso. ‘We bezuinigen ook op jeugdzorg’, zegt een gemeentewoordvoerder. ‘Maar de tekorten zijn zo groot dat al onze uitgaven nu ter discussie staan, behalve onderwijs en veiligheid, en onze wettelijk verplichte taken.’

De gemeente Utrechtse Heuvelrug (die een tekort op de jeugdzorg heeft van 4 miljoen euro) overweegt naast het verkopen van de burgemeesterswoning en het verhogen van de OZB-belasting ook het sluiten van twee bibliotheekfilialen, in Amerongen en in Maarn. Dat laatste is “als een bom ingeslagen in die twee dorpen”, aldus de Volkskrant.

Ok, niet bij iedereen in het dorp. In het verhaal komen ook moeder Cathelijne (48) en haar zoon Thijmen (16) aan het woord. Moeder zegt verstandige dingen “Bibliotheken zijn belangrijk, kinderen moeten meer lezen.” Maar zoon Thijmen heeft het daarentegen wel een beetje gehad met de bibliotheek. “Ik ben niet zo dol op de bibliotheek. Ik had laatst een boete toen ik mijn boeken te laat had ingeleverd, en toen was ik er wel klaar mee.”

Maar goed, ik ben net zoals moeder Cathelijne tegen bezuinigingen op de bibliotheek. Niet alleen omdat het goed is om te lezen, maar je komt ook nog eens aan mijn portemonnee! In zo’n 75 bibliotheken in Nederland bevinden zich namelijk boeken van mij, vooral exemplaren van de Titanic – voor het geval u ze zoekt, ze zijn veelal te vinden bij de categorie ‘Transport en Vervoer’ – en daarnaast nog een enkel exemplaar van ‘Het Nutteloze Kennisparadijs’ en ‘Een kleine geschiedenis van het voetballen’. Nu is het zo dat elke keer als een bibliotheek een boek uitleent, de auteur een kleine vergoeding krijgt. Dit ter compensatie van gemiste verkopen.

De vergoeding hangt van de verkoopprijs van het boek af. Zo krijg ik elke keer dat de Titanic wordt uitgeleend 15,5 cent. De vergoedingen worden één keer per jaar door de LIRA, dat staat voor de stichting literaire rechten auteurs, uitbetaald. In 2018 is er 143 keer, bijna drie keer per week dus, een boek van mij geleend. Dat leverde mij in totaal € 22,18 op. Dat is overigens bruto, hier moet nog belasting van af. Maar hoe minder bibliotheken er zijn, hoe minder vaak mijn boeken worden uitgeleend. Dat moet ik dus niet hebben.

00000 boek

Overigens als u goed naar bovenstaande nota-specificatie kijkt, dan ziet bij de kolom ‘Aandeel’ een percentage van 99% staan. Sommige boeken hebben meerdere auteurs (of vertalers; die krijgen ook geld). In mijn geval betreft het Bert Wagendorp, een auteur en journalist van de Volkskrant. Hij heeft bij al mijn boeken het voorwoord geschreven en volgens de regels van de LIRA heeft hij daardoor recht op 1% van de vergoeding. Over 2018 leverde het uitlenen van mijn boeken hem het mooie sommetje van 22 cent op. Ik hoop wel dat hij weet dat hier nog belasting van af moet en dat hij het niet in één keer heeft uitgegeven.

Maar goed, als u zich zorgen maakt over de zorg, verzet dan die zorgen even en leen een boek uit de bibliotheek. Bij voorkeur die van mij. En o ja, de vergoeding hangt niet af van hoe lang u het boek in huis heeft maar van het aantal uitleningen. Dus hoe sneller u het boek terug brengt – lees je even mee Thijmen –  hoe groter de kans is dat het opnieuw wordt uitgeleend.

 

Naar de bollen

De Keukenhof kende dit paasweekend een topdrukte. Gemiddeld bezochten zo’n 50.000 mensen per dag het park. Ter vergelijking: het Rijksmuseum, dat alleen ‘De anatomische les’ van Nicolaes Tulp als tulpenattractie had, moest het doen met ‘slechts’ 8.000 bezoekers .

Op een gegeven moment was de Keukenhof per auto niet meer bereikbaar.  Mensen werden opgeroepen om weg te blijven. En was je wel op tijd van huis gegaan, dan had je toch nog een probleem, je kon er nauwelijks meer weg komen.

0 bollen tweet

Zelf waren we toevallig ook in de buurt maar dan wel op de fiets.  We waren eerst naar de Wassenaarse Slag gefietst en vervolgens door de duinen naar Katwijk en Noordwijk en vandaar naar Noordwijkerhout waar we een wandeling op een landgoed hebben gedaan.

0 bollen lanfgoedHet was hier iets minder druk dan bij de Keukenhof.

De Keukenhof stond niet op het programma maar we hebben toch wel een hoop tulpen gezien. Terug fietsten we namelijk niet via de duinen, maar “binnendoor”.  We kwamen langs een aantal bollenvelden en zagen daar een hoop toeristen, die er waarschijnlijk niet in geslaagd waren om de Keukenhof te bereiken, door de bollenvelden lopen.

0 bollen 11Het meisje bekijkt de tulpen; de jongen zijn mobiel. Het was waarschijnlijk haar idee om hier heen te gaan.

0 bollen 001Moeder met schattig dochtertje die bloempjes plukken (dat mocht hier overigens.) 

Niet alle tulpenboeren zijn blij met de mensen die de tulpenvelden in lopen. Het kan behoorlijke wat schade geven.  Er staan op sommige plaatsen tegenwoordig dan ook ‘borden’ met het verzoek om niet de velden in te lopen.

0 bollen 6

Dit Aziatisch gezin hield zich keurig aan het verzoek.

0 bollen 7

Maar dat gold lang niet voor iedereen.

0 bollen 000

Het is overigens helemaal niet nodig om de velden in te lopen om tulpenfoto’s te maken. Deze zijn allemaal (door Marianne) gemaakt aan de rand van het veld.

0 bollen 2Keurig op een rijtje

0 bollen 4

0 bollen 3Verdwaalde gele tulp

0 bollen 000011

0 bollen 00001

0 bollen 0000

0 bollen 9

Deze laatste tulpen waren bijna twee meter hoog. Je kon er dan ook  nauwelijks boven uit kijken.

Al met al een kleurrijk dagje.