Category Archives: Uncategorized

My fifteen minutes of fame in de schaakwereld (2)

Nog even terugkomend op Andy Warhol. Gisteren vergeten te vermelden maar wist u dat zijn echte naam niet Warhol was maar Warhola. Andy Warhola, dat klinkt toch heel anders dan Andy Warhol. Maar goed, nu over naar de schaakwereld in Nederland in de jaren zeventig.

Tijdens mijn studententijd was ik lid van de Enschedese studentenschaakvereniging Drienerlo. Als lid van een schaakvereniging was je ook automatisch lid van de KNSB – om misverstanden te voorkomen het betreft hier de Koninklijke Nederlandse Schaakbond, niet de schaatsbond. Als lid van de bond ontving je een maandelijks blad genaamd ‘Schakend Nederland’.

0 sn

(Ik heb – zie hierboven; ik ben die figuur die naast die drie jongetjes zit – zelfs een keer op de voorpagina van het blad gestaan. Zie hier voor de achtergronden van deze foto.)

Maar behalve ‘Schakend Nederland’ kende Nederland in die tijd nog een schaakblad: ‘Schaakbulletin’, opgericht door de in 2017 overleden Wim Andriessen. Dit was een blad van schakers voor schakers. Ik had bij een prijsvraag van het blad een keer een abonnement op ‘Schaakbulletin’ gewonnen, waarbij ik de zeer deskundige en objectieve jury van het blad wellicht enigszins had beïnvloed door bij mijn inzending op te merken dat mocht ik een prijs winnen, dat het bedrag dan  – het blad was een noodlijdend blad met slechts een paar duizend abonnees – ook uitgekeerd mocht worden in de vorm van een abonnement. Prompt won ik de tweede prijs, een bedrag ter grootte van een jaarabonnement

0 schaken sb

Het blad verscheen van 1968 tot 1984. Dit was de voorkant van het laatste nummer.

Veelvoudig Nederlands kampioen Jan Timman was volgens mij een tijd lang de hoofdredacteur van het blad. Hij schreef er ook zelf in. Tot de andere auteurs behoorden Jan Hein Donner en Tim Krabbé. De laatste schreef over schaakcuriosa, iets wat mij zeer aansprak.

Jan Timman behoorde in die tijd tot de wereldtop in het schaken en één van de partijen die hij voor het blad analyseerde was een partij van hemzelf tegen Anatoli Karpov, in die tijd de wereldkampioen schaken. Timman ging in de analyse van zijn partij uitgebreid in op een specifieke variant waarover hij tijdens de partij had nagedacht. Voor de niet-schakers onder ons, een variant is een mogelijke partijontwikkeling die kan optreden als je een bepaalde zet zou spelen. Een wat-als analyse zeg maar.

(Vergelijk het bijvoorbeeld maar met mijn schrijverscarrière. Zo’n twintig jaar geleden koos ik er voor om non-fiction verhalen te schrijven. Had ik er toen echter voor gekozen  – ik ben nu dus bezig met een variant, een wat-als analyse – om fictieverhalen te schrijven over een jongen die naar een tovenaarsschool ging en daar zwerkbal op een bezemsteel zou spelen, dan zou ik nu misschien wel een wereldwijde bestsellerauteur zijn geweest. Het leek me in die tijd echter geen goed idee. )

Enfin, Timman concludeerde in zijn stuk dat het alternatief waarover hij in de partij had nagedacht niet tot een winststelling voor hem zou hebben geleid en dat hij dus de goede zet had gespeeld. Ik keek naar de slotstelling van zijn analyse van de variant en dacht ‘Maar als hij de koning nu nog één stapje opzij zet, dan wint hij toch? Of zoals Neil Amstrong zou zeggen: “That’s one small step for a man, one giant leap for mankind”.

0 amstrong

24 juli 1969; Schaker Neil Amstrong, hier links aan boord van de Mobile Quarantine Facility, wordt na terugkeer van de maan toe gesproken door de bekende Amerikaanse schaakgrootmeester Richard Nixon; Foto NASA

Ik zag niet wat er mis was met die koningszet  en stuurde een brief naar het blad. “Geachte heer Timman, ik zal me ongetwijfeld vergissen, en u zult het ongetwijfeld beter zien, maar wint wit niet gewoon als hij  zijn koning een stapje op zij zet?”, iets in die stijl. Even tussendoor, zo ging dat nog in die tijd, je stuurde brieven, geen mails. Overigens hoorde ik laatst al iemand verbaasd zeggen, stuurt hij nog mails? Enfin, een brief dus.

In het volgende nummer van Schaakbulletin kwam Timman terug op de partij. Twee lezers, B. Stam en M. van Neck hadden hem in afzonderlijke schrijvens gewezen op de “onvoorstelbare stille zet Kh1!!” – dat staat voor koning naar veld h1 –  en die zet won volgens Timman inderdaad. Vol trots liet ik enige tijd later het blad zien aan Rini K., een topschaker die wel eens bij een vriend van hem op onze studentenflat op bezoek kwam. Rini was niet onder de indruk van mijn vondst. Timman was maar een grote prutser vond hij. Iedereen zag die zet toch.

De vermelding van mijn naam in het blad was overigens maar een deel van mijn ‘fifteen minutes of fame’ en daarmee bedoel ik niet dat ook lezer B. Stam de zet had  gevonden en ik dus eigenlijk maar recht had op de helft van de fifteen minutes oftewel ‘7,5 minutes of fame’, nee, ik bedoel daarmee dat er een paar maanden later een boek van Jan Timman uit kwam, getiteld ‘Schaakwerk 1’.

0 schaken 0

Ook in dit boek  kwam de partij voor en ook hier vermeldde Timman de namen van lezers B. Stam en M. van Neck als degenen die hem op de ‘onvoorstelbare stille zet Kh1’ hadden gewezen.

0 schaken 2

Voila, nog een keer ‘7.5 minutes of fame’ erbij en nu zat ik in totaal daadwerkelijk op  de ‘fifteen minutes of fame’ in de schaakwereld.

Bijna was het zelfs nog verder gegaan. Een paar jaar later verscheen er een Engelse vertaling van het boek van Timman. Ik zag het toevallig ergens in een boekhandel staan en nieuwsgierig bladerde ik er in. Ook in de Engelse uitgave stond de variant uit de partij en ook hier werd Kh1 als de winnende zet vermeld. Maar helaas, in de Engelse uitgave waren de namen van de lezers B. Stam en M. van Neck weg gelaten. Dus geen extra fifteen minutes of fame er bij.

Mijn beroemdheid in de schaakwereld bleef aldus beperkt tot de Nederlandse uitgave. Eigenlijk dus geen ‘fifteen minutes of fame’ maar ‘vijftien minuten beroemdheid.’

Ik neem aan dat u nu wel onder de indruk bent van mijn schaakkwaliteiten, maar zoals Godfried Bomans ooit eens zei “Schakers, die plotseling iets zien, behoren gewoonlijk niet tot de topklasse. ”

0 bomans

Hoogovens-toernooi 1962; Schaker Godfried Bomans ziet plotseling een goede zet (voor de tegenstander); foto Jac de Nijs; Anefo; Nationaal Archief

 

D-Day

Vandaag is 75 jaar geleden dat D-Day plaats vond. Zo’n 160.000 geallieerde manschappen werden die dag aan land gezet.

d-dayA LCVP (Landing Craft, Vehicle, Personnel) from the U.S. Coast Guard-manned USS Samuel Chase disembarks troops of the U.S. Army’s First Division on the morning of June 6, 1944 (D-Day) at Omaha Beach.” Official U.S. Coast Guard photograph’

Volgens een bericht dat ik vandaag hoorde op Omroep West landden op D-Day geen Nederlanders van de Prinses Irene Brigade.  De reden daartoe was dat de legerleiding bang was dat als de Amerikanen en de Engelsen in het donker mensen Nederlands hoorden praten, ze zouden denken dat die mensen Duitsers waren en dat ze dan op hen zouden gaan schieten. Een paar weken na D-Day stak de brigade wel het kanaal over, net zoals duizenden anderen. Eind juli 1944 waren er al meer dan 1,5 miljoen geallieerde soldaten in Frankrijk.

d-day laterLanding ships putting cargo ashore on Omaha Beach, at low tide during the first days of the operation, mid-1944-06; Official U.S. Coast Guard photograph

Met zulke grote aantallen is het ook logisch dat tussen al deze soldaten mensen hebben gezeten die later beroemd zijn geworden in een andere rol, soms letterlijk als acteur. Zo bevonden zich onder de soldaten die op 6 juni op de stranden landden Alec Guinness (hij speelde later o.a. in Star Wars (Obi-Wan Kenobi) en The Bridge on the River Kwai), David Niven (o.a. Around the World in 80 Days) en James Doohan. Deze laatste is het meest bekend geworden als Scotty in de serie Star Trek (“Beam me up, Scotty“).

Tijdens de landing werd hij zes keer geraakt; vier kogels in zijn been, één in zijn hand (een vinger moest worden geamputeerd) en eentje in zijn borst. Dat die laatste kogel niet dodelijk was, kwam omdat hij in een zilveren sigarettendoosje bleef steken dat Doohan van zijn broer had gekregen. Als je zo’n scene in een film zou stoppen, dan zou je zeggen een beetje te ongeloofwaardig.

Marianne en ik hebben in 1988 tijdens een vakantie in Normandië een keer de stranden en de omgeving bezocht. Toen wij in Sainte-Mère-Église waren, vertelde ik haar de geschiedenis van de paratrooper die daar met zijn parachute aan de kerktoren bleef hangen. We keken omhoog naar de kerk en wat bleek, hij hing er nog steeds!

kerk

Uw verslaggever ter plekke in 1988

Dat was schrikken. Gelukkig bleek het een pop te zijn die er sinds een herdenking in 1976 hangt. Het is nu een soort toeristisch attractiepleister geworden. Wel hangt hij aan de verkeerde kant van de toren. In werkelijkheid bleef hij aan de achterkant van de kerktoren hangen, waardoor de Duitsers hem aanvankelijk niet zagen. Later namen ze hem gevangen. Hij ontsnapte al snel en zou de oorlog overleven.

Tot zover uw oorlogsverslaggever.

 

 

 

 

 

Kies met zorg een boek uit de bibliotheek

Sinds 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Bij de overheveling bezuinigde het Rijk flink (zo’n 15%). De aanname, die vooral gebaseerd was op een wens en niet zo zeer op wetenschappelijk onderzoek, was dat de gemeenten het goedkoper zouden kunnen doen. Zo zouden gemeenten dankzij hun wijkteams de jongeren met problemen eerder opmerken en dan zou met lichtere en dus goedkopere zorg kunnen worden volstaan. Ik citeer even een stukje uit de NRC van 10 oktober 2018:

Die gedachte vindt nog steeds brede steun. Ook onder gemeenten. Maar ‘meer preventie’ en ‘minder specialistische hulp’ vergen een verbouwing van de sector. En verbouwen kost geld. Jeugdzorg-expert Tom van Yperen van het Nederlands Jeugdinstituut: „Gemeenten moeten fors investeren in behandelingen voor beginnende problemen en het voorkomen ervan. In methodes om in gezinnen intensieve hulp te bieden, in plaats van een kind maanden in een jeugdzorginstelling te laten verblijven.” Maar de bezuinigingen van de afgelopen jaren maken het voor veel gemeenten „onmogelijk te investeren in nieuwe taken”, aldus de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onlangs. En: „Het tempo waarin de besparingen zijn doorgevoerd, is te hoog geweest.”

Het blijkt in de praktijk dus nog niet te werken, terwijl de bezuinigingen al wel zijn doorgevoerd. Wat wel werkte, was dat de gemeenten jongeren met problemen opspoorden die vroeger niet opgemerkt werden. Het aantal jongeren dat jeugdzorg nodig heeft, is vanaf 2015 met 12% gestegen: van 380 duizend per jaar naar 428 duizend in 2018.

00000 cbs

Je hoeft geen groot econoom te zijn om te zien dat dit alles bij elkaar voor veel financiële problemen bij gemeenten zorgt. Bij elkaar komen de gemeenten nu zo’n 600 miljoen euro te kort. Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid ziet het probleem. Hij zegt op zoek te gaan naar meer geld, maar zolang dat er nog niet is, moeten de gemeenten zelf op zoek naar geld. Dat doen gemeenten op verschillende manieren. Ik citeer nu even een stukje uit de Volkskrant van 3 mei 2019:

Sommige gemeenten bezuinigen op de jeugdzorg zelf door de tarieven voor de jeugdzorgaanbieders te verlagen. Hierdoor raken jeugdzorginstellingen in de problemen. Hun personeel raakt overbelast en faillissementen dreigen. [..]

 Andere gemeenten verhogen de belastingen, zoals Midden-Groningen, dat de ozb verhoogt met 10 procent. Goirle overweegt afbouw van de subsidie van 3 ton aan de muziekschool. Hellendoorn heeft een uitgebreid pakket aan besparingen gepresenteerd, met onder meer een versobering van de bijzondere bijstand, minder onderhoud van bruggen, tunnels en speelplaatsen en een bezuiniging op het leerlingenvervoer. De gemeente Utrechtse Heuvelrug is zelfs bereid de burgemeesterswoning te verkopen. De gemeente Midden-Delfland schrapt budget voor evenementen, waardoor er onder meer geen tribune meer gebouwd kan worden voor het varende bloemencorso. ‘We bezuinigen ook op jeugdzorg’, zegt een gemeentewoordvoerder. ‘Maar de tekorten zijn zo groot dat al onze uitgaven nu ter discussie staan, behalve onderwijs en veiligheid, en onze wettelijk verplichte taken.’

De gemeente Utrechtse Heuvelrug (die een tekort op de jeugdzorg heeft van 4 miljoen euro) overweegt naast het verkopen van de burgemeesterswoning en het verhogen van de OZB-belasting ook het sluiten van twee bibliotheekfilialen, in Amerongen en in Maarn. Dat laatste is “als een bom ingeslagen in die twee dorpen”, aldus de Volkskrant.

Ok, niet bij iedereen in het dorp. In het verhaal komen ook moeder Cathelijne (48) en haar zoon Thijmen (16) aan het woord. Moeder zegt verstandige dingen “Bibliotheken zijn belangrijk, kinderen moeten meer lezen.” Maar zoon Thijmen heeft het daarentegen wel een beetje gehad met de bibliotheek. “Ik ben niet zo dol op de bibliotheek. Ik had laatst een boete toen ik mijn boeken te laat had ingeleverd, en toen was ik er wel klaar mee.”

Maar goed, ik ben net zoals moeder Cathelijne tegen bezuinigingen op de bibliotheek. Niet alleen omdat het goed is om te lezen, maar je komt ook nog eens aan mijn portemonnee! In zo’n 75 bibliotheken in Nederland bevinden zich namelijk boeken van mij, vooral exemplaren van de Titanic – voor het geval u ze zoekt, ze zijn veelal te vinden bij de categorie ‘Transport en Vervoer’ – en daarnaast nog een enkel exemplaar van ‘Het Nutteloze Kennisparadijs’ en ‘Een kleine geschiedenis van het voetballen’. Nu is het zo dat elke keer als een bibliotheek een boek uitleent, de auteur een kleine vergoeding krijgt. Dit ter compensatie van gemiste verkopen.

De vergoeding hangt van de verkoopprijs van het boek af. Zo krijg ik elke keer dat de Titanic wordt uitgeleend 15,5 cent. De vergoedingen worden één keer per jaar door de LIRA, dat staat voor de stichting literaire rechten auteurs, uitbetaald. In 2018 is er 143 keer, bijna drie keer per week dus, een boek van mij geleend. Dat leverde mij in totaal € 22,18 op. Dat is overigens bruto, hier moet nog belasting van af. Maar hoe minder bibliotheken er zijn, hoe minder vaak mijn boeken worden uitgeleend. Dat moet ik dus niet hebben.

00000 boek

Overigens als u goed naar bovenstaande nota-specificatie kijkt, dan ziet bij de kolom ‘Aandeel’ een percentage van 99% staan. Sommige boeken hebben meerdere auteurs (of vertalers; die krijgen ook geld). In mijn geval betreft het Bert Wagendorp, een auteur en journalist van de Volkskrant. Hij heeft bij al mijn boeken het voorwoord geschreven en volgens de regels van de LIRA heeft hij daardoor recht op 1% van de vergoeding. Over 2018 leverde het uitlenen van mijn boeken hem het mooie sommetje van 22 cent op. Ik hoop wel dat hij weet dat hier nog belasting van af moet en dat hij het niet in één keer heeft uitgegeven.

Maar goed, als u zich zorgen maakt over de zorg, verzet dan die zorgen even en leen een boek uit de bibliotheek. Bij voorkeur die van mij. En o ja, de vergoeding hangt niet af van hoe lang u het boek in huis heeft maar van het aantal uitleningen. Dus hoe sneller u het boek terug brengt – lees je even mee Thijmen –  hoe groter de kans is dat het opnieuw wordt uitgeleend.

 

Naar de bollen

De Keukenhof kende dit paasweekend een topdrukte. Gemiddeld bezochten zo’n 50.000 mensen per dag het park. Ter vergelijking: het Rijksmuseum, dat alleen ‘De anatomische les’ van Nicolaes Tulp als tulpenattractie had, moest het doen met ‘slechts’ 8.000 bezoekers .

Op een gegeven moment was de Keukenhof per auto niet meer bereikbaar.  Mensen werden opgeroepen om weg te blijven. En was je wel op tijd van huis gegaan, dan had je toch nog een probleem, je kon er nauwelijks meer weg komen.

0 bollen tweet

Zelf waren we toevallig ook in de buurt maar dan wel op de fiets.  We waren eerst naar de Wassenaarse Slag gefietst en vervolgens door de duinen naar Katwijk en Noordwijk en vandaar naar Noordwijkerhout waar we een wandeling op een landgoed hebben gedaan.

0 bollen lanfgoedHet was hier iets minder druk dan bij de Keukenhof.

De Keukenhof stond niet op het programma maar we hebben toch wel een hoop tulpen gezien. Terug fietsten we namelijk niet via de duinen, maar “binnendoor”.  We kwamen langs een aantal bollenvelden en zagen daar een hoop toeristen, die er waarschijnlijk niet in geslaagd waren om de Keukenhof te bereiken, door de bollenvelden lopen.

0 bollen 11Het meisje bekijkt de tulpen; de jongen zijn mobiel. Het was waarschijnlijk haar idee om hier heen te gaan.

0 bollen 001Moeder met schattig dochtertje die bloempjes plukken (dat mocht hier overigens.) 

Niet alle tulpenboeren zijn blij met de mensen die de tulpenvelden in lopen. Het kan behoorlijke wat schade geven.  Er staan op sommige plaatsen tegenwoordig dan ook ‘borden’ met het verzoek om niet de velden in te lopen.

0 bollen 6

Dit Aziatisch gezin hield zich keurig aan het verzoek.

0 bollen 7

Maar dat gold lang niet voor iedereen.

0 bollen 000

Het is overigens helemaal niet nodig om de velden in te lopen om tulpenfoto’s te maken. Deze zijn allemaal (door Marianne) gemaakt aan de rand van het veld.

0 bollen 2Keurig op een rijtje

0 bollen 4

0 bollen 3Verdwaalde gele tulp

0 bollen 000011

0 bollen 00001

0 bollen 0000

0 bollen 9

Deze laatste tulpen waren bijna twee meter hoog. Je kon er dan ook  nauwelijks boven uit kijken.

Al met al een kleurrijk dagje.

 

 

 

 

 

Kinderen die het beste met je voor hebben

Op de site van de NRC stond vandaag dit leukje Ikje geschreven door Thea Brüggen.

Als remedial teacher op een basisschool word ik de laatste tijd geregeld voor de klas gezet om zieke of overspannen collega’s te vervangen. Deze keer is groep 3 aan de beurt. De leerlingen zijn in de week daarvoor al een hele dag naar huis gestuurd omdat er niemand beschikbaar was. Daar hebben ze duidelijk erg van genoten. Als ik tijdens het rekenen aan ze vertel dat ik wel een tijdje hun juf zal blijven, zegt een leerling hoopvol: „Maar jij kunt toch óók ziek worden?” Ik zeg dat ik hen moet teleurstellen. Ik ben namelijk nooit ziek. De hele klas kijkt me stomverbaasd aan. Ze kunnen zich er niet bij neerleggen, want ik hoor een andere leerling zeggen: „Maar je bent best oud, kun je dan niet doodgaan?”

Dit doet me denken aan die keer dat ik op het schoolplein stond te wachten op de jongste dochter. Ze zat in groep 2. Marijke wilde graag een hond maar dat kon niet. Ik was allergisch voor hondenharen. Blijkbaar had de dochter de reden waarom ze geen hond mocht op school verteld, want toen de school uitging kwam een meisje uit Marijke’s klas op me aflopen.

Vader van Marijke, als u dood bent, dan mag Marijke toch wel een hond hè?” vroeg ze. Ik keek haar aan. “Ja hoor, dan mag het wel.” antwoordde ik. Het meisje holde naar Marijke toe om haar het goede nieuws te vertellen.

(Nu zult u misschien denken, hé, heeft hij hier niet al een keer eerder over geschreven? Dat klopt, in december 2017. Ik was dat even vergeten, maar pas nadat ik dit getypt had, schoot het me weer te binnen. Maar omdat het zo goed past bij het ikje – en omdat ik het al had getypt; zonde van het werk anders – hier dus nogmaals deze anekdote. Bovendien, herhaling is de kracht van de reclame.)

Enfin, bijna twintig jaar later hebben we nog steeds geen hond. Gelukkig maar.

Rechtstreekse Eerste Kamer verkiezingen?

Vorige week waren er de verkiezingen voor de Eerste Kamer. Ok, strikt formeel waren het verkiezingen voor de Provinciale Staten, maar omdat de leden daarvan de Eerste Kamer kiezen, deden alle partijen alsof het landelijke verkiezingen voor de Eerste Kamer waren.

Verkiezingen 1956: Minister-president Drees wacht op zijn beurt om te kunnen stemmen.  foto Harry Pot; Anefo; Nationaal Archief.

Thema’s die op provinciaal niveau spelen, kwamen bij de verkiezingen van vorige week niet tot nauwelijks aan de orde. Zo ontliepen bijvoorbeeld de provinciale lijsttrekkers van het Forum voor Democratie, de grote winnaar van de verkiezingen, haast alle debatten met andere provinciale lijsttrekkers. Wat de partij in de provinciën wil, is dan ook niet erg duidelijk. Ik citeer even uit de Volkskrant over het eerste overleg tussen de fractievoorzitters van de provincie Noord-Holland.

Forum heeft in de campagne voor de provincialestatenverkiezingen nauwelijks aan debatten meegedaan. De nieuwe Statenleden moeten zonder ervaring en zonder programma de onderhandelingen in. Dat oogt nog wat onwennig. [..] Erg concreet kan de nieuwe partij in Noord-Holland nog niet worden in de eerste vergadering. ‘Als nieuwkomer hebben we nu nog niet alle details uitgewerkt. We richten ons liever op grote kaders’, reageert Dessing –  fractievoorzitter van het FvD in Noord-Holland – op aanhoudende vragen over zijn programma.

Socrates zou zeggen: “Ik weet slechts één ding: dat ik niets weet”. Ook het AD besteedde aandacht aan het overleg in Noord-Holland:

Voor vragen over zijn plannen verwijst hij – de fractievoorzitter van het FvD –  naar de website van Forum, waarop een lijstje met een aantal punten staat. En, geeft hij ruiterlijk toe, van de meeste dossiers weten hij en zijn partij nog lang niet zo veel als de andere partijen in de zaal. Het ergert de anderen duidelijk. Hoe moeten ze nou met de informateur gaan praten als ze niet weten wat Forum met de lokale snelwegen wil? Hoe het de toekomst van de woningbouw ziet? …”

(Voor wie het hele verhaal uit het AD wil lezen, kan op onderstaande afbeelding klikken.)

000000000 forum

Ik heb mijn lening overgesloten bij Becam. Bij wie? Bij Becam. Ok, Becam. Ja en tegen een veel lagere rente. Oh, dat klinkt goed. En veel betere condities. Dus het is veel goedkoper lenen bij Becam? Oh absoluut, absoluut.”

Misschien is het een idee om voortaan de Eerste Kamer rechtstreeks te laten kiezen en niet indirect via de Provinciale Staten. Dan kan de Provinciale Staten verkiezing gaan over provinciale thema’s en de verkiezing voor de Eerste Kamer over de landelijke thema’s.

Het levert geen extra verkiezingsdag op. Je combineert dan de gemeenteraadsverkiezingen met die van de Provinciale Staten. Het is niet zo dat we dan op één dag twee keer dezelfde verkiezing houden. Bij de gemeenteraad doen veel lokale partijen mee die niet bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten zullen meedoen en er spelen andere thema’s.

Je houdt dan net zoals nu vier verkiezingen: De Eerste Kamer verkiezing (plus tegelijkertijd die voor de Waterschappen), de Tweede Kamer verkiezing, de gemeentelijke verkiezingen gecombineerd met die voor de provinciale staten, en de Europese verkiezingen.

Eigenlijk is het een puik idee. Misschien moet ik ook maar de politiek in. Ik zie het al voor me in de Tweede Kamer: Thierry Baudet die in een debat over de uil van Minerva begint die zijn vleugels bij het vallen van de avond spreidt en dat ik dan zeg: “Mag ik mijn jeugdige opponent er even op wijzen dat elke wijze uil in zijn jeugd een uilskuiken was. Gevolgd door de voorzitter die roept: ”Order! Order!”

De vergankelijkheid des levens

Uit de serie ‘de vergankelijkheid des levens’

A) Te koop (op het bord staat ‘nieuwe villa’) de ‘Elizabeth Hoeve’ boerderij in Zoetermeer.

0000000 verkooppraatjesSituatie nu

0000000 verkooppraatjes 5Situatie straks (schets uit de verkoopbrochure van de makelaar)

B) Tulpen

0000 tulpen

0000000 tulpen

C) 100-plussers met een baby op schoot:

  1. Hendrikje Smit-Meyering

0000000 100 jaar 4

9 november 1958; De 105-jarige Hendrikje Smit-Meyering in de Kloosterkerk in Ter Apel . Daar houdt zij tijdens een doopdienst Richard Veldman uit Alblasserdam, haar achter-achterkleinkind, ter doop.

Ze zou in 1961 op 107-jarige leeftijd overlijden.

2. Chrissemeuje Karnebeek-Baks

0000000 108 jaar2 oktober 1957 Mevrouw Ch. Karnebeek-Baks (Chrissemeuje) uit Holterbroek viert hier met een baby op schoot haar 108ste verjaardag; fotograaf Harry Pot; Anefo: Nationaal Archief.

0000000 105 jaar 2Hier schilt ze op 105-jarige leeftijd de aardappels. Ze zou haar hele leven lang thuis in haar geboortehuis in Holterbroek, een buurtschap bij Eibergen, blijven wonen. Ze zou uiteindelijk 110 jaar oud worden. Voor haar 110e verjaardag kreeg ze een taart en felicitaties van koningin Juliana met een kort, eigenhandig geschreven briefje: ‘Met hartelijke gelukwensen’  – wel een heel kort  briefje overigens.  Daarnaast ontving ze van de gemeente een tv-toestel. Veel gekeken zal ze niet hebben. Ze overleed vijf dagen later.

Van 17 oktober 1958 tot aan haar dood op 7 oktober 1959 was ze de oudste mens ter wereld.

 

 

 

 

 

 

 

 

Riet is overleden

Riet is overleden. Riet was lange tijd onze hulp in de huishouding. Voor haar hielp haar dochter ons om het huis schoon te houden. Toen zij er mee stopte, stelde zij een heel goede opvolgster voor, haar moeder Riet. Deze had al wat meer ‘vrouwtjes’ zoals Riet ze zelf noemde en wilde ook wel bij ons komen werken.

Ze heeft vele jaren bij ons gewerkt. Op een gegeven moment ging ze minderen met werken en stopte ze bij een aantal adresjes, maar niet bij ons. Bij ons was het echt nodig, zei ze. Fraaie opmerking. Daar konden we het mee doen.

Maar we waren heel blij dat ze bleef. Riet was niet alleen een harde werkster maar ook altijd vrolijk en geïnteresseerd in mensen. In de tijd dat onze dochters in het buitenland zaten en af en toe wat van zich lieten horen op Facebook of in een reisblog, waren wij haast nooit de eersten die onder zo’n bericht een reactie plaatsten. Riet was ons meestal al voor. Onze dochters zijn zo’n beetje met Riet opgegroeid.

Ook kende Riet zo ongeveer iedereen in het dorp. De helft omdat het familie van haar was, althans die indruk kregen we, de andere helft omdat Riet ze nu eenmaal kende.

Ruim vijf jaar geleden kreeg ze kanker en stopte ze met werken. Maar we hielden contact en een paar keer per jaar kwam ze nog langs om wat bij te kletsen “Kom ik een bakkie halen, gezellig!” zoals Riet het bezoek in haar mailtjes aankondigde. Nu is ze er niet meer. We zullen haar missen.

Meesterbakker Robèrt

Zondag liepen de jongste dochter en ik door winkelcentrum Leidsenhage in Leidschendam. Het wordt verbouwd tot de ‘Mall of the Netherlands’ maar het duurt nog wel een jaar voordat dat alles klaar is. Eén deel, het ‘Fresh’-gedeelte is echter al wel open. Meesterbakker Robèrt, bekend van ‘Heel Holland bakt’ en ‘Wie is de Mol?’ heeft er ook een plekje gevonden.

00000 robert 1

Het lijkt er op dat deze foto scheef staat, maar hij laat gewoon duidelijk zien dat de aarde rond is.

Opeens zagen we de meesterbakker zelf in zijn kraam staan. “Maak even een foto voor je moeder met je mobieltje. Dat zal ze leuk vinden.” zei ik tegen de dochter. Die vond dat wat gênant. “Nee hoor, dat vindt hij helemaal niet erg, is hij aan gewend. Doe het nu maar, dat kan je moeder in Italië zien wat ze hier mist.” (Marianne is met wat vriendinnen een weekje aan het skiën.) Met de nodige tegenzin maakte de dochter snel een foto en we liepen door.

00000 robert 2

Meneeeeeeeeer!” klonk het opeens met luide strenge stem achter ons. We bleven stilstaan. Het was overduidelijk de stem van meesterbakker Robèrt. “Meneeeeeeeeer!” klonk het opnieuw. We draaiden ons om en keken in het gezicht van de meesterbakker. “Wilt u geen stuk brood proeven?” zei hij.

Op de balie lag een groot bord met allerlei verschillende stukken brood er op. We liepen terug. De dochter pakte een stuk brood dat er gewoon uit zag, maar ik besloot voor een stuk onduidelijk donker brood te gaan. “Wat is dit voor een brood? “ vroeg ik. “Lekker brood” antwoordde de meesterbakker. Dat bedoelde ik niet. Ik herhaalde mijn vraag, waarop de meesterbakker weer hetzelfde antwoord gaf.

Dat geloof ik direct, maar ik bedoel wat voor een soort brood is het?” Als ik eenmaal vasthoudend ben, dan ben ik ook vasthoudend. “Plufferhakhakprrtprttbrood met jam” antwoordde de meesterbakker, althans dat verstond ik. Ik vond het een beetje ongemakkelijk om de vraag voor de vierde keer te stellen – tot zover mijn vasthoudendheid –  en ik nam een grote hap. “Hoe vindt u het smaken?” vroeg de meesterbakker. “Smktwllkkkrr” antwoordde ik met volle mond.

Uit een ooghoek zag ik ondertussen hoe een wat oudere dame met haar mobieltje een foto van mij en de meesterbakker maakte – zeg, ik heb wel recht op privacy hoor. De meesterbakker pakte het bord op en bood iemand anders een stuk brood aan. De dochter en ik liepen door. Hoe smaakte jouw gewone brood”? vroeg ik. “Gewoon” zei ze en ze whatsappte de foto van meesterbakker Robèrt naar haar moeder. “De mijne wel lekker” zei ik en ik keek nog een keertje achterom. De meesterbakker zat een beetje somber om zich heen te kijken.

Wonen en werken in een vuurtoren?

Soms zie je wel eens een vacature voorbij komen, waarbij je denkt hé, dat is een interessante functie.  Zo wordt voor de East Brother Light Station,  een in gebruik zijnde vuurtoren, anex bed and breakfast, gelegen op een piepklein eilandje in de baai van San Francisco, een stel gezocht (“The two keepers don’t have to be a couple, but they will share close quarters — so buddying up with someone you get on well with is probably advisable”) dat het beheer van de B&B overneemt van de huidige uitbaters.

The successful candidates will be a couple, one of whom must possess a Coast Guard commercial boat operator’s license. They will operate the five-room inn, serving both dinner and breakfast, as well as providing ferry service for guests and all other tasks from chef  to maid.” ( Ik moet het er met Marianne nog even over hebben wie het beste de rol van ‘chef’ en wie het beste de rol van ‘maid’ op zich kan nemen)

“High-quality culinary experience and capability will be a critical qualification. The inn is open four days a week, and the island is also available for day use and special events.”

Het gecombineerde jaarsalaris bedraagt $130.000, (“trending upward”), onderling te verdelen. “Compensation includes a health plan and living quarters on the island.”

000 vuurtoren 1

De blauwe stip geeft de plek  aan waar het eiland ligt.

000 vuurtoren 0Het eilandje met de vuurtoren en wat bijgebouwen; rechts de aanlegsteiger; foto Almonroth: Wikipedia

000 vuurtoren cHet eiland gezien vanuit de lucht; foto Nbv4; Wikipedia

000 vuurtoren 2

Het eiland gezien vanuit een bootje. Deze foto en alle overige foto’s in de rest van deze blogpost zijn gemaakt door Frank Schulenburg en door hem geplaatst op de Wikipedia..

000 vuurtoren

De B&B telt vijf kamers, vier in het hoofdgebouw, eentje in het gebouw waar twee misthoorns boven op staan. Omdat die bij mist in werking zijn, lijkt me dat een klein minpuntje. Ook moet je er rekening mee houden dat het een in gebruik zijnde vuurtoren is (“Hé, kan dat licht uit.”)

000 vuurtoren 4Het gebouw met de misthoorns op het dak. 

000 vuurtoren 5 000 vuurtoren 6

Links de dieselgenerator in het misthoorngebouwtje; rechts een opvangbak voor regenwater op het eiland.

000 vuurtoren 1bDit lampje zorgt voor het licht

Het is geen goedkope B&B. De prijzen van de kamers variëren tussen de $325 en $425 per nacht.

000 vuurtoren 3

Bij de prijs zit wel het diner inbegrepen. Van de site (hier kan je ook online reserveren):

A gourmet multi-course dinner is one highlight of the evening. Although the menus and accompanying wines change seasonally, some of the favorites include Citrus Glazed Rock Cornish Game Hen or beef and salmon Wellington in a puff pastry served with a dill hollandaise sauce. Dinner is served for all guests at the same time, in the dining room, giving ample time for guests to get to know one another.”

A ha! Hollandaise saus. Ik heb als Hollander vast een streepje voor als ik solliciteer. “Also my boerenkool is famous.

Ook zit bij de prijs het ontbijt –  “Breakfast is no less a work of culinary art” (hagelslag!) – en de overtocht van en naar het eiland inbegrepen. Niet inbegrepen bij een ééndaags bezoek is een douchebeurt. Vanwege het gebrek aan het water op het eiland mag je alleen douchen als je er meerdere dagen verblijft.

Je kan het eiland ook met een halve dagtocht, inclusief een rondleiding, bezoeken. De kosten daarvan bedragen ‘as we speak’ $25 per persoon.

000 vuurtoren 7De aanlegsteiger, je moet deze met een soort “zwembadladdertje’ beklimmen.

Al met al lijkt het me wel wat, maar ik kom denk ik niet aanmerking. Je moet namelijk de gasten met een bootje – tien minuten varen –  ophalen en daarvoor moet je beschikken over een ‘Coast Guard commercial boat operator’s license”.  Uit een interview van CNN met Tom Butt, de burgemeester van Richmond:

Unfortunately a lot of people who respond to this, they say ‘Oh, surely I can get a license?’ They think it’s like getting drivers’ license — and it’s not, if you don’t have it, you’re not going to get it,”

Volgens de burgemeester is het ook handig om een “outgoing personality” te zijn.  “When people stay in a place like that, they want to have somebody who is cheerful and makes them feel at home.”

Grote kans dus dat als ik solliciteer, ik een mailtje terug krijg met de tekst: “Wij hebben inmiddels een eerste selectie gemaakt uit de binnengekomen sollicitaties en moeten je helaas meedelen dat de keuze daarbij niet op jou is gevallen. Wij zijn van mening dat andere kandidaten beter passen in het door ons gevraagde profiel. Wij danken je voor je interesse in onze organisatie en de tijd die je hierin hebt geïnvesteerd en wensen je veel succes met eventuele andere sollicitaties.”

Maar misschien het eilandje dan maar een keertje als dagtrip  bezoeken.

 

 

Wie is de Boer?

Dit weekend is ‘Wie is de Mol?’ weer begonnen. Zelf kijk ik het programma al een aantal jaar niet meer – te rare opdrachten en te veel onbekende bekende Nederlanders –  maar zo’n drie miljoen andere Nederlanders kijken het nog wel. Het is dan ook één van de populairste programma’s op Nederland 1, samen met ‘Boer zoekt Vrouw’.

Eigenlijk is het vreemd dat er nog niemand in Hilversum op het idee is gekomen voor een programma dat deze twee formats combineert: ‘Wie is de Boer?’

Knipsel

“Tien bekende Nederlanders moeten achterhalen wie van hen vroeger boer was. We zien de kandidaten afreizen naar een boerderij in het verre Groningen om daar intrigerende, spectaculaire en soms angstaanjagende boerenopdrachten te vervullen om geld te verdienen voor de pot. Een van hen is echter de boer, degene die het spel in het geheim saboteert. De winnaar krijgt de pot.

Vandaag: kippen verzorgen. Is het onhandigheid dat Frank zijn mandje met eieren laat vallen of is hij de Boer? Wat zoeken rapper Schurkie Schurk en hockeyster José met zijn tweetjes in de hooiberg? Eieren of een vrijstelling? En wie krijgt van Yvon Jaspers het gevreesde rode scherm te zien?”