Category Archives: De mensen achter de computer

Het mechanisme van Antikythera

In mijn serie van mensen achter de computer heb ik het vijftiende portret geschreven. Het gaat over de onbekende maker van het mechanisme van Antikythera. Dit verhaal begint als volgt:

Eén van de meest wonderlijke apparaten uit de oudheid is het mechanisme van Antikythera. Dit op de bodem van de Egeïsche Zee teruggevonden apparaat stamt vermoedelijk uit de eerste eeuw voor Christus. Het is een buitengewoon ingenieus mechanisme van in elkaar grijpende tandraderen, wijzers en diverse schijven met afbeeldingen. Het had niet alleen de functie van een planetarium maar functioneerde ook als een kalendersysteem dat daarnaast ook nog eens de data van verschillende sportevenementen aangaf zoals de Olympische Spelen. Ook gaf het aan wanneer er maan- en zonsverduisteringen te verwachten waren.

Soms wordt het mechanisme wel eens betiteld als de eerste analoge computer ter wereld. Dat is niet juist. Je kan er bijvoorbeeld niet mee rekenen. Maar een wonderlijk ding was het wel. Technisch gezien was het mechanisme van Antikythera met zijn in elkaar grijpende tandradaren zijn tijd minimaal duizend jaar vooruit. Een Amerikaanse wetenschapper vergeleek de vondst van het apparaat daarom zelfs een keer met het vinden van een zwart-wit televisie onder een pyramide (waarbij je dan natuurlijk wel de vraag kan stellen wat er dan op die televisie te zien was). De schrijver Erich von Däniken suggereerde in zijn boek ‘Waren de Goden kosmonauten?’ dat het mechanisme mogelijk van buitenaardse afkomst zou kunnen zijn. Dat is niet juist, tenzij je de Grieken als buitenaardse wezens beschouwt. Welke Griek het apparaat heeft gemaakt is echter niet bekend.

Wie de rest van het verhaal wil lezen, kan hier terecht.

Wie in ruim zeven minuten tijd een goed beeld van de vindplaats, de gevonden kunstvoorwerpen en de werking en ingeniositeit van het mechanisme wil krijgen, moet even dit filmpje op YouTube bekijken

6 Antikythera You Tube

(Klik op de afbeelding om naar de video op YouTube te gaan.)

 

20.000 jaar geleden

Dit is de weerkaart van Europa van 20.000 jaar geleden. Europa zuchtte onder de laatste ijstijd.

0 laatste ijstijdEuropa zoals het er tijdens de laatste ijstijd uit zag. De witte delen waren met ijs bedekt. De donkergroene delen zijn droog gevallen zeeën. Je kon lopend van Frankrijk naar Engeland; Afbeelding: Ulamn; Wikipedia

Heel noordelijk Europa, de Alpen en grote delen van de Britse eilanden waren bedekt met ijs. De Noordzee lag droog, net zoals de Ierse Zee. Dit omdat het water elders in het ijs zat ‘opgesloten’. Dit gold overigens ook voor de Perzische Golf, ook die lag droog. Nederland kende een soort poolwoestijnlandschap met ijskoude winden. De temperatuur was zodanig dat er elk jaar een Elfstedentocht gehouden kon worden, ware het niet dat er geen elf steden waren. Kortom, het was niet echt aangenaam vertoeven in Nederland. Warme wanten aan en een muts op dus.

Ok, de weersverwachting van 20.000 jaar geleden, lekker actueel.” zult u misschien zeggen. U heeft gelijk, het is geen breaking news. De reden dat ik dit kaartje laat zien, is dat het voorkomt in een stuk dat ik heb geschreven in het kader van mijn serie verhalen over de vijftig mensen achter de computer. Ik heb besloten om wat meer structuur in deze serie te brengen en heb daarom een indeling gemaakt in zeven tijdsperiodes (dat de tijdsperioden steeds korter worden, komt doordat de ontwikkelingen steeds sneller gaan.) Het gaat om de volgende periodes:

1. 20.000 jaar voor Christus – jaar 1 na Christus
2. jaar 1 – jaar 1000
3. jaar 1000 – jaar 1500
4. jaar 1500 – jaar 1750
5. jaar 1750 – jaar 1900
6. jaar 1900 – jaar 1950
7. jaar 1950 – heden

De portretten uit een bepaalde periode zullen worden vooraf-gegaan door een algemeen verhaal over de betreffende periode, waarin een beeld wordt geschetst van de algemene ontwikkelingen op het gebied van wetenschap en techniek in deze periode.

Het eerste algemene inleidende periodeverhaal is nu klaar. Het geeft een overzicht van de ontwikkelingen op het gebied van de wetenschap en techniek in de periode 20.000 jaar voor Christus tot het jaar 1 na Christus. Voor wie het wil lezen, kan hier terecht.

Tot slot – in het kader van nutteloze informatie – de reden dat deze periode wordt afgesloten met het jaar 1 na Christus en niet met het jaar 0 is dat de gregoriaanse kalender – dat is ons huidige kalendersysteem – geen jaar 0 kent. Het jaar 1 na Christus wordt in dit systeem direct vooraf gegaan door het jaar 1 voor Christus.

Archimedes

Ik zat me af te vragen over wie van de vijftig mensen achter de computer ik deze keer een portret zou schrijven en opeens “Eureka!” wist ik het: Archimedes.

Het begint aldus:

Er zijn van die geleerden uit de oudheid waar men haast alleen nog maar anekdotes over leest en niet wat ze als geleerde hebben gedaan. Neem bijvoorbeeld Isaac Newton. Als je aan iemand vraagt, wat hij of zij van hem weet, dan krijg je vaak antwoord: “Was dat niet de man die een appel zag vallen en toen de zwaartekracht uitvond?” Je hebt dan de neiging om te zeggen: “Ja inderdaad en het is maar goed dat Newton toen de zwaartekracht uitvond, want anders zweefden we nu allemaal in de lucht.”

Nog zo’n iemand is Archimedes. “Was dat niet de man die in bad zat, een slim idee kreeg en toen luidkeels “Eureka!” riep?” Inderdaad, maar waarom hij dat deed is voor de meesten een raadsel. Als je dan zegt dat hij dat deed omdat hij net de Wet van Archimedes had bedacht, dan zegt men vaak, o ja inderdaad, de Wet van Archimedes, zonder dat men ook maar enig idee heeft hoe die wet luidt. (De opwaartse kracht die een lichaam in een vloeistof of gas ondervindt is even groot als het gewicht van de verplaatste vloeistof of gas; het is de wet die verklaart waarom schepen van ijzer toch kunnen blijven drijven).

Wist u trouwens dat Archimedes ook een keertje heeft berekend hoeveel zandkorrels er nodig zouden zijn om het hele heelal te kunnen vullen? Het lijkt niet zo’n nuttige rekenexercitie – en dat is het ook niet – maar voor de ontwikkeling van de wiskunde was dit wel een heel belangrijk werk. Want om die berekening te kunnen maken, moest Archimedes eerst een nieuw stelsel van grote getallen verzinnen. Het Griekse getallenstelsel, gebaseerd op het Griekse alfabet, ging namelijk niet ver genoeg. Archimedes kwam met een systeem van tien tot de macht X op de proppen om grote getallen aan te geven. Hij bewees onder andere de wet van exponenten, zijnde dat 10a x 10b =10 (a+b).

Volgens Archimedes waren er 8×1063korrels zand nodig om het gehele heelal te vullen. Dat is een 8 gevolgd door 63 nullen. Dat is een heel groot getal maar niet groot genoeg. Archimedes ging van verkeerde aannames uit. Weliswaar dacht hij terecht dat de aarde om de zon draaide en niet andersom, zoals de kerk in de Middeleeuwen stelde, maar dacht hij ten onrechte dat de zon het middelpunt van een bolvormig heelal was. Ook schatte hij de doorsnede van de zon te klein in. Op basis van verhoudingen dacht hij dat het heelal een diameter had van ongeveer twee lichtjaren (omgerekend naar de maatstaven van nu). Zelfs de dichtstbijzijnde ster (Proxima Centaur) staat al op iets meer dan vier lichtjaren afstand van de aarde, waardoor Archimedes het heelal veel en veel te klein inschatte en daarmee ook het benodigde aantal zandkorrels – het zandgetal zoals hij het noemde –te laag inschatte.)

Toch was dit rekenwerk een knap stukje werk van Archimedes. Deze doorbraak naar het rekenen met supergrote getallen is dan ook één van de redenen dat Archimedes is opgenomen in het overzicht van de vijftig mensen achter de computer. De andere reden is dat dit grootste genie uit de oudheid ook allerlei belangrijke uitvindingen op zijn naam heeft staan, waaronder een schroefpomp die in Nederland veelvuldig is gebruikt om polders droog te pompen. Ook bouwde hij een apparaat dat de positie in de sterrenhemel kon weergeven van de toen vijf bekende planeten.

Wie het hele portret wil lezen: zie hier.

Richard Brathwait

Ik zou niet weten waarom, maar stel dat u de behoefte heeft om ook in het overzicht van mensen achter de computer te worden opgenomen en u zich af vraagt wat u daar voor moet doen? Nou simpel, gewoon iets met computers doen wat van belang is voor de ontwikkeling van het apparaat. Daartoe kunt u misschien uw hele leven wijden aan het bouwen van een ding dat het niet doet zoals Charles Babbage ooit eens deed, maar misschien is het een stuk makkelijker om een “computerterm” te verzinnen die nog nooit iemand eerder heeft gebezigd.

Richard Brathwait, een tamelijk onbekende Engelse schrijver uit de zeventiende eeuw, deed dat met het ultieme computerwoord en wel met het woord ‘computer’. Hij was de allereerste persoon ter wereld die het woord ‘computer’ in een gedrukte tekst gebruikte. Dat deed hij in 1613 in zijn boek ‘The yong mans gleanings’. Daar valt in het eerste hoofdstuk de volgende zin te lezen: ”I haue read the truest computer of Times, and the best Arithmetician that ever breathed, […]”. Met het woord computer werd hier echter geen machine aangeduid, maar iemand die allerlei berekeningen maakte. De computer als apparaat bestond nog niet. Dat zou nog een paar eeuwen duren.

Met het verzinnen van het simpele woordje  ‘computer’ verdiende hij zijn plek in de geschiedenis. Daarmee is hij u dus al voor geweest, maar misschien zijn er andere woorden te verzinnen die bijvoorbeeld over 500 jaar het woord ‘computer’ geheel verdrongen hebben. Ga u gang zou ik zo zeggen. (Misschien verlangt Donald Trump ook wel naar een plaats in de geschiedenis van de mensen achter de computer en was dit de reden dat hij in het voorjaar opeens het onbekende woord ‘Covfefe’ twitterde; (Het jaar 3000: “Wist u dat covfefes vroeger computers werden genoemd?)

Deze inleiding dient om aan te geven dat ik het dertiende verhaal uit mijn serie over de mensen achter de computer af heb. Het gaat over Richard Brathwait, een Engelse dichter die niets met de ontwikkeling van computers van doen heeft, maar die in dit overzicht staat omdat hij de allereerste was die het woord ‘computer’ gebruikte en wel in zijn in 1613 verschenen boek ‘”The Yong Mans Gleanings’. Dit verhaal begint als volgt:

Richard Brathwait, 1588 – 1673; gebruikte als eerste het woord ‘computer’ in een boek

Richard Brathwait portret\

De enige bekende afbeelding van Richard Brathwait; Bron: Folger Shakespeare Library Digital Image Collection – Wikipedia

Voordat men aan de gang kan gaan met een mobieltje, laptop of computer moet men tegenwoordig meestal eerst een wachtwoord – Halt, wie is daar? –  intypen. De eerste computer waarbij een wachtwoord noodzakelijk was om in te kunnen loggen was in 1961 de CTSS (het Compatible Time-Sharing System) van de Massachusetts Institute of Technology (MIT) in Cambridge in de staat Massachusetts in Amerika. Omdat gebruikers tegelijkertijd vanaf verschillende locaties konden inloggen, besloot Fernando Corbató, de man die verantwoordelijk was voor het CTSS, om een systeem van wachtwoorden in te voeren om te zorgen dat niet twee gebruikers tegelijkertijd per ongeluk met hetzelfde user-id zouden inloggen. Dat zou allerlei vervelende fouten kunnen geven. 

Dit wachtwoordensysteem van de CTSS was ook direct het eerste systeem dat werd ‘gehackt’. Degene die daar verantwoordelijk voor was in het voorjaar van 1962 een jonge medewerker van het MIT, een zekere Allan Scherr. Net zoals veel andere onderzoekers aan het instituut beschikte hij over vier uur computertijd per week. Dit was te weinig vond hij om allerlei simulaties voor zijn onderzoek te draaien en hij zocht naar een manier om meer computertijd te krijgen. Hij besloot om stiekem gebruik te maken van computertijd van anderen en hij “kraakte” daartoe het wachtwoordensysteem. Dat was niet zo moeilijk. Hij hoefde alleen maar een printopdracht te geven van de file waar alle wachtwoorden op stonden. Dat lijstje was niet beveiligd. Hij voelde zich wel een beetje schuldig en om zijn geweten te ontlasten gaf hij de lijst met wachtwoorden ook aan een paar vrienden. Eén van zijn vrienden logde direct in onder de naam van de hoogste baas van het computercentrum en liet in diens directory allerlei dubieuze berichten achter.

Noch Fernando Corbató noch Allan Scherr zijn opgenomen in het lijstje van 50 mensen achter de computer. Wel staat in dit lijstje iemand anders die iets met woorden deed. Het betreft hier Richard Brathwait, een tamelijk onbekende Engelse schrijver uit de zeventiende eeuw. Brathwait staat op de lijst van vijftig mensen achter de computer, omdat hij de allereerste persoon was die het woord ‘computer’ in een gedrukte tekst gebruikte. Dat deed hij in 1613 in zijn boek ‘The yong mans gleanings’. Daar valt in het eerste hoofdstuk de volgende zin te lezen: ”I haue read the truest computer of Times, and the best Arithmetician that ever breathed, […]”. Met het woord computer werd hier echter geen machine aangeduid, maar iemand die allerlei berekeningen maakte. De computer als apparaat bestond nog niet. Dat zou nog een paar eeuwen duren.

Wie het hele verhaal wil lezen, zie hier.

De uitvinding van de abacus

Ik heb zitten tellen. In mijn serie over de vijftig mensen achter de computer heb ik tot nu toe elf portretten geschreven. Met behulp van een telraam heb ik vervolgens wat berekeningen gedaan en de uitkomst daarvan was dat ik dus nog 39 portretten moest schrijven. Daarom maar weer een portret geschreven en wel die over de onbekende persoon die als eerste de abacus bedacht. Het portret begint als volgt:

NN; onbekende persoon; leefde vermoedelijk ca 2.700 voor Christus; bedacht de eerste abacus

Er zijn een aantal uitvindingen en ontdekkingen geweest die een grote rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de mensheid. Denk bijvoorbeeld maar eens aan stenen speerpunten en de pijl en boog, waardoor de mens in de oudheid in staat was het op te nemen tegen dieren die sneller of sterker waren. Of neem de uitvinding van het wiel. Belangrijke uitvindingen, maar misschien is de allerbelangrijkste uitvinding in de geschiedenis van de mensheid wel de abacus geweest. Dat klinkt misschien wat vreemd in de oren, maar het is de abacus geweest die de mens voor het eerst in staat stelde om goed te kunnen rekenen. Een simpel maar een o zo essentieel iets voor de mens.

abacus klas

Voor wie twijfelt of de uitvinding van de abacus inderdaad zo belangrijk is geweest voor de ontwikkeling van de mens, moet eens kijken naar de tijdlijn van de modern mens, de homo sapiens. Op grond van DNA-onderzoek wordt tegenwoordig verondersteld dat de homo sapiens zo’n 300.000 jaar geleden “ontstond” in Afrika. De ontwikkeling van de mens, qua intellectuele prestaties en handelen, ging gedurende de volgende “295.000 jaar” in een heel geleidelijk tempo, maar vanaf zo’n 3000 jaar voor Christus is er een hockeystick-effect te zien – dat is een groeicurve waarbij na een periode van geringe groei er plotseling een sterk stijgende groei te zien valt. Dat het begin van deze sterke groei samenvalt met de uitvinding van de abacus kan toeval zijn, maar het geeft wel te denken. Opeens zat de mens niet meer vast aan het rekenen met tien vingers, maar kon het de grote getallen van de wereld bereiken. Er volgde de een na de andere wetenschappelijke ontdekking, al of niet resulterend in praktische uitvindingen.

Het idee achter een abacus kunnen we dan ook bij uitstek zien als een doorbraak in het menselijk denken. Een beetje kort door de bocht wellicht, maar het is dankzij de abacus dat we nu in de file staan en we ruimtesondes naar andere sterrenstelsels kunnen sturen. (Dat van die file is overigens mede mogelijk omdat iemand anders het wiel bedacht.)

Voor wie de rest van het verhaal wil lezen, zie hier.

Pingala

Afgelopen vrijdag plaatste ik een nieuwe aflevering uit mijn serie over de 50 mensen achter de computer. Tot mijn schrik zag ik dat ik nog maar 10 portretten had geschreven. Daarom maar snel even doorgepakt en dit weekend het elfde portret geschreven en wel dat van Pingala.

Ik heb overigens sterk het vermoeden dat u nog nooit van Pingala heb gehoord. Troost u, u bent niet de enige. Zo typte ik in Google in een poging om iets meer over de beste man te weten te komen per ongeluk Pingal in, in plaats van Pingala. Google kende Pingal niet. Bedoelde ik soms pinguïns?

000 pinguins

Twee keizerspinguïns met hun jong.; Fotograaf Ian Duffy; foto zoals weergegeven op Flickr en de Wikipedia

Nee dit stuk gaat niet over pinguïns, maar over Pingala dus. Deze Indiër, hij leefde zo’n twee eeuwen voor Christus, geldt als de eerste die een binair getallensysteem, het systeem waarmee haast alle moderne computers werken, bedacht. Hij publiceerde daarover in een boek dat vooral over taal en in het bijzonder over de klankduur en de prosodie van mantra’s in het Sanskriet ging.

Aangezien ik verwacht dat u nu staat te popelen om alles te weten komen van de prosodie van mantra’s in het Sanskriet, geef ik hier alvast de link van mijn portret van Pingala.

Tot slot, Pingala wordt ook wel eens in verband gebracht met het zinken van de Titanic. Daarover kunt u ook lezen in zijn portret. (Dat ik dit “feitje” ook hier vermeld, heeft als reden dat ik eerlijk gezegd niet verwacht dat ‘de prosodie van mantra’s in het Sanskriet’ iets is, dat u doet besluiten om het portret van Pingala te gaan lezen. Dus wilt u weten of Pingala de Titanic heeft laten zinken, lees dan zijn portret zou ik zeggen.)

Euclides van Alexandrië

In mijn reeks over vijftig mensen achter de computer heb ik het tiende portret geschreven. Oeps, het tiende nog maar? Help, ik moet er dus nog veertig! En ook nog het tweede Straatje van Vermeer opsporen. Daar heb ik ook al een jaar niets meer aan gedaan. Zoveel te doen en zo weinig tijd.

Maar goed, het verhaal over Euclides van Alexandrië is klaar. “Euclides wie?” zult u misschien zeggen. Euclides van  Alexandrië dus. Hij leefde zo’n 2700 jaar geleden. Het verhaal over hem begint als volgt:

Euclides van Alexandrië, omstreeks 300 voor Christus; beschreef het eerste algoritme

Wie denkt dat de Bijbel het oudste boek ter wereld is dat nog telkens wordt ‘herdrukt’ heeft het mis. Hoogst waarschijnlijk zijn dat ‘de Ilias’ en ‘de Odyssee’, beide geschreven door Homerus. De ouderdom van deze boeken wordt op zo’n 2700 jaar geschat. Ook is er een meetkundeboek van zo’n 2300 jaar oud, getiteld ‘De Elementen’, geschreven door een zekere Euclides van Alexandrië, dat ook nog steeds wordt herdrukt. Wel is de Bijbel het boek dat in de westerse wereld het vaakst is herdrukt. Al zijn de duizend herdrukken van de Elementen ook niet niks.

Euclides fragment

Afbeelding: teruggevonden fragment uit één van de delen van de Elementen van Euclides van Alexandrië. Dit handgeschreven exemplaar stamt waarschijnlijk uit de eerste eeuw na Christus. Het fragment bevindt zicht in het Museum of Archaelogy and Anthropology van de University of Pennsylvania; foto Bill Casselman

 Waarschijnlijk heeft u nog nooit van ‘De Elementen’ gehoord, maar wellicht kent u wel de uitdrukking ‘Quod erat demonstrandum’ (Q.E.D.) of wel ‘Wat te bewijzen was’ (WTBW), waarmee vaak een bewijs van een wiskundige stelling wordt afgesloten. Deze zinsnede was voor het eerst te lezen – uiteraard niet in het Latijn maar in het oude Grieks – in de Elementen van Euclides. Dit is echter niet de reden dat Euclides is opgenomen in dit overzicht van mensen achter de computer. De reden daarvoor is een methode die hij in één van de delen van de Elementen beschrijft, namelijk de methode om de grootst gemene deler van twee getallen te vinden. De door hem beschreven systematiek kunnen we zien als het eerste beschreven voorbeeld van een algoritme, een reeks instructies die vanuit een gegeven begintoestand naar een beoogd doel leidt. Iets wat je in alle moderne softwareprogramma’s terugziet.

De rest van het verhaal kunt u hier lezen

Harvey Ball

In het kader van mijn vijftigdelige serie over de mensen achter de computer heb ik gelijk maar even doorgepakt. Plaatste ik vorige week de nummer 1 uit deze serie, vandaag is het de beurt aan nummer 50, ofwel de slotaflevering. Wie nu denkt, dat is handig, verklap je gelijk de afloop van de serie, dat is niet zo. Het is geen who-dunnit serie.

Deze episode – het is inmiddels het negende portret dat ik heb geschreven –  gaat over de Amerikaan Harvey Ball, die in december 1963 de gele smiley bedacht. Deze bijdrage, met een voorspelling over de toekomst van de personal computer waarvan je over tien jaar zegt, hoe wist hij dat toch te voorspellen begint als volg:

50. Harvey Ball, 1921 – 2001; de uitvinder van de Smiley

harvey ball postzegel introductie

Harvey Ball (links) bij de onthulling van de Amerikaanse Smiley postzegel in 1999

 Wat zal de toekomst zijn van de computer? De toenmalige IBM-directeur Thomas Watson voorspelde in 1943 dat er in de hele wereld ruimte was voor vijf computers. Niet zo’n heel goede voorspelling (of hij dit inderdaad gezegd heeft, is overigens hoogst onzeker). Ook aardig is de uitspraak van de Duits-Amerikaans econoom Karl William Kapp die in 1972 zei: “Als er in 1872 een computer had bestaan, dan zou die waarschijnlijk hebben voorspeld dat er in onze tijd zo veel voertuigen op de weg zouden zijn dat de verwijdering van de paardenmest een vrijwel onoplosbaar probleem zou zijn gaan vormen.” Je moet inderdaad computers niet zelf laten voorspellen.

Voorspellen blijft een moeilijke zaak. Mainframes zullen steeds krachtiger en sneller worden, personal computers zullen veel kleiner worden. Desktops zullen over tien jaar niet meer te koop zijn, laptops hoogst waarschijnlijk ook niet meer. Vermoedelijk zullen we tegen die tijd allemaal een klein apparaatje hebben ter grootte van een mobieltje dat je in je binnenzak kan meenemen en waar je, al of niet virtueel, een toetsenbord en beeldscherm aan kunt hangen. Het dingetje zal alle functies van de pc en een mobieltje in zich hebben en ongetwijfeld nog veel meer functies.

Maar wat voor een ding het ook zal zijn, er zullen berichtjes mee verstuurd worden en die berichten zullen vast ook ‘smileys’ bevatten of iets wat er op lijkt (hologrammies?). Daarom om de reeks portretten van de mensen achter de computer met een glimlach af te sluiten als laatste in deze serie een portret van Harvey Ball, de uitvinder van de smiley. Hij ontwierp deze in 1963 voor een verzekeringsbedrijf. Hij was de eerste die het lachende gezichtje combineerde met een gele achtergrond en voor het bedrijf zogenaamde ‘smile’-buttons ontwierp. Hij kreeg voor zijn werkzaamheden voor deze ‘smile’-campagne in totaal 240 dollar, waarvan 45 dollar voor het ontwerp van de buttons. Tegenwoordig zijn de smileys een miljoenen business.

Het hele portret is hier te lezen.

 

50 mensen achter de computer

Elders op mijn site ben ik bezig om een serie portretten te schrijven van mensen die belangrijk zijn geweest ten aanzien van de ontwikkeling van de computer.  Misschien ga ik nog wel eens een keer een boek hierover maken, wie weet.

Om er wat meer structuur in te brengen, heb ik nu een voorlopige lijst opgesteld van vijftig mensen die in dit overzicht zouden moeten voorkomen. Zie hier de vijftig mensen achter de computer die ik heb uitgekozen:

00 50 mensenfoto Bjørn Christian Tørrissen; WIkipedia

Ok, dit zijn ze niet. Hieronder staan de 50 mensen, waarbij ik heb aangegeven waarom ze in de lijst staan. Voor de mensen waarvan ik al een portret heb geschreven, geldt dat hun naam een link is naar hun ‘portret’.

Dit is de lijst:

  1. NN; onbekend persoon; leefde ca. 20.000 jaar voor Christus; kerfde in de zogenaamde Ishango-beentjes – botten van een baviaan – streepjes, waardoor deze botten als telstokjes konden worden gebruikt.
  2. NN; onbekende persoon; leefde ca 2.700 voor Christus; construeerde vermoedelijk ergens in Mesopotamië (hedendaags Zuidoost-Irak) de eerste abacus.
  3. Euclides van Alexandrië, leefde omstreeks 300 v. Chr.; beschreef een methode waarmee je de grootste gemene deler van twee willekeurige getallen kan vinden, dit wordt wel beschouwd als het eerste algoritme.
  4. Piṅgala; hij leefde vermoedelijk omstreeks 200 v. Chr.; zou als eerste het concept van binaire ‘getallen’ bedacht hebben.
  5. Archimedes van Syracuse, 287 v.Chr. – 212 v.Chr. De grootste wiskundige, natuurkundige, ingenieur, uitvinder en sterrenkundige uit de oudheid.
  6. NN; onbekend persoon; leefde vermoedelijk omstreeks 100 v. Chr.; bedacht alleen of samen met anderen ‘het mechanisme van Antikythera’, een apparaat bestaande uit verschillende lagen gegraveerde platen en tandwielen, dat informatie gaf over de stand van de zon, de maan en vier van de toen bekende planeten.
  7. Hero van Alexandrië; ca 10 v. Chr. – 70 na Chr.; uitvinder en wiskundige; bedacht diverse mechanische appraten, waaronder zelfs een mechanisch drankautomaat die werkte op muntjes, een drankautomaat avant la lettre.
  8. Zhang Heng; 78 – 139; bedacht een odometer waarmee de afgelegde afstand kan worden gemeten door het aantal omwentelingen van een wiel te tellen en dit aantal te vermenigvuldigen met de omtrek van dat wiel.
  9. Ma Ju; 200 – 265; ontwierp de kompaswagen, een wagen dat een draaimechaniek bevatte dat reageerde op bewegingen van assen en dat daardoor altijd naar een bepaalde richting wees – meestal het zuiden – zonder gebruik te maken van een kompas.
  10. Brahmagupta, 598 – 668; een Indiase wiskundige en astronoom, formuleerde als eerste wiskundige regels hoe om te gaan met het getal nul.
  11. Muḥammad ibn Mūsā al-Khwārizmī; ca. 780 – ca. 850; wiskundige die onder andere het concept van een algoritme in de wiskunde bedacht; geldt daarmee als één van de grondleggers van de informatica.
  12. De gebroeders Mūsā; ca. 800 – ca. 900; drie broers uit Iran die allerlei mechanische apparaten bedachten. De meesten hadden overigens geen enkel nut.
  13. Gerbert van Aurillac (Paus Sylvester II), 946 – 1003; was niet alleen Paus van 999 tot 1003 maar ook wetenschapper; bedacht een mechanische klok en herintroduceerde de abacus met Arabische cijfers in Europa. Met zijn versie kon aanmerkelijk sneller gerekend worden dan voorheen.
  14. Abu Rayhan al-Birun, 973 – 1048; één van de grootste wiskundige en astronomen van de oudheid, bedacht onder andere een mechanische maankalender.
  15. Al-Zarqali, 1029 – 1087; instrumentenmaker en astronoom; bouwde onder andere de beroemde klok van Toledo; Koning Alphonso VI liet in 1135 deze klok uit elkaar halen om te kijken hoe deze werkte; niemand kon de klok daarna weer in elkaar zetten.
  16. Al-Jazari, 1136-1206; een wiskundige, astronoom en uitvinder; bedacht allerlei mechanische systemen van pompen tot klokken.
  17. Al-Kashi, 1380 – 1429; wiskundige die onder andere het systeem van decimale posities achter de komma bedacht.
  18. Leonardo da Vinci; 1452 – 1519; vermoedelijk het grootste genie dat ooit heeft geleefd; in zijn Codex Madrid I staat een mechanisme afgebeeld dat hoogstwaarschijnlijk een bouwsteen was voor een mechanische rekenmachine.
  19. John Napier, 1550 – 1617; bedacht een rekensysteem met ivoren staafjes als hulpmiddel en geldt als de bedenker van de logartime.
  20. William Oughtred, 1574 – 1660; uitvinder van de rekenliniaal.
  21. Wilhelm Schickard, 1592 – 1635; ontwierp op papier de eerste mechanische rekenmachine.
  22. Richard Brathwait, 1588 – 1673; een Engelse dichter die niets met de ontwikkeling van computers van doen heeft, maar die in dit overzicht staat omdat hij de allereerste was die het woord ‘computer’ gebruikte en wel in zijn in 1613 verschenen boek ‘”The Yong Mans Gleanings’.
  23. Blaisse Pascal, 1623 – 1662; bouwde de eerste werkende mechanische rekenmachine die kon optellen en aftrekken.
  24. Gottfried Leibniz, 1646 – 1716; bedacht de eerste mechanische rekenmachine die niet alleen kon optellen en aftrekken maar ook kon vermenigvuldigen en delen.
  25. Jean-Joseph Merlin, 1735 – 1803; automatenbouwer; zorgde voor een technische doorbraak in het bouwen van zeer verfijnde automaten.
  26. Joseph-Marie Jacquard, 1752 – 1834; uitvinder van het programmeerbare weefgetouw, bedacht de eerste ponskaart.
  27. Charles Babbage, 1791 – 1871; ontwierp (op papier) de eerste programmeerbare computer.
  28. Ada Lovelace, 1815 – 1851; schreef een programma voor de machine van Babbage en wordt daarom gezien als wereld’s eerste software-programmeur.
  29. Georg Scheutz, 1785 – 1873, bouwde een werkende rekenautomaat die allerlei tabellen kon produceren, de automaat was gebaseerd op een ontwerp van Charles Babbage.
  30. George Boole, 1815 – 1864; bedacht een systeem met de logica-formules ‘And, ‘Or en ‘Not’ dat toegepast op een binair systeem de basis is van moderne computerprogramma’s.
  31. Charles Xavier Thomas de Colmar, 1785 – 1870; vervaardigde de eerste mechanische rekenmachine die commercieel op de markt werd gebracht.
  32. James Ritty, 1836 – 1937; een salooneigenaar die een kasregister voor zijn café bedacht; zette een bedrijf op om deze apparaten te produceren. Dit zou later uitgroeien tot de computergigant NRC.
  33. Herman Hollerith, 1860-1929; introduceerde een type ponskaart om grote hoeveelheden gegevens te kunnen verwerken. Hij richtte een bedrijf op dat later met vier andere bedrijven zou fuseren. Dit fusiebedrijf zou later als IBM de geschiedenis zou ingaan.
  34. Dorr Felt; 1862 – 1930; bedacht de eerste mechanische rekenmachine die gebruik maakte van druktoetsen.
  35. Konrad Zuse, 1910 – 1998; ontwierp als eerste een programmeerbare moderne computer.
  36. John von Neumann, 1903 – 1957; hij geldt als één van de belangrijkste grondleggers van de moderne computerarchitectuur.
  37. Alan Turing; 1912 – 1954; computerpionier en informaticus, gold als de vader van de theoretische computerkunde en kunstmatige intelligentie.
  38. John Atanasoff, 1903 –1995; bedacht het ontwerp voor de eerste elektronische digitale computer. De meningen of dit inderdaad zo was, zijn verdeeld maar in 1973 kende een Amerikaanse rechter het belangrijkste patent aan hem toe.
  39. John Eckart; 1919 – 1995; ontwierp samen met John Mauchly de Eniac-computer, die wordt gezien als de eerste goed werkende elektronische digitale computer. Hij verloor echter een juridisch strijd over het belangrijkste patent. Over zijn ‘concurrent’ Atanasoff zei Eckart: “He never really got anything to work”.
  40. Tommy Flowers, 1905 – 1998, bouwde de eerste programmeerbare elektronische computer
  41. Howard Aiken, 1900 –1973; was de hoofdingenieur achter IBM’s Harvard Mark I-computer. De machine was mede gebaseerd op de honderd jaar oude ideeën van Charles Babbage. De computer werd ingezet bij het Manhatten-project dat leidde tot de eerste atoombom.
  42. Grace Hopper 1906 – 1992, was een pionier op het gebied van computertalen zoals Cobol. Geldt ook als de bedenker van het woord ‘bug’ voor een fout in een programma.
  43. William Hewlett, 1913-2001, startte samen met zijn vriend David Packard in 1939 in een garage in Palo Alto een bedrijfje dat zou uitgroeien tot de computergigant Hewlett-Parckard. HP geldt als het eerste computerbedrijf dat ontstond in Silicon Valley.
  44. Pier Perotto, 1930 – 2002; stond in 1965 aan het hoofd van een team bij Olivetti dat de ‘Programma 101’ op de markt bracht. Dit apparaat geldt als werelds eerste personal computer c.q. dektop computer.
  45. Douglas Carl Engelbart, 1925 – 2013; hield zich vooral bezig met de interactie tussen een computer en een mens, wat onder andere leidde tot zijn uitvinding van de computermuis.
  46. Robert Taylor, 1932 – 2017; was verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van ARPANET, dat als voorloper wordt gezien van het internet. Was later bij Xerox verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de pc.
  47. Bill Moggridge, 1943 – 2012; industrieel ontwerper die wordt gezien als “de uitvinder” van de laptop.
  48. Bill Gates, 1955 – heden; stichtte samen met Paul Allen Microsoft, het bedrijf dat in 1980 het besturingsprogramma voor de IBM-pc ontwikkelde. Microsoft zou uitgroeien tot de grootste softwarebedrijf ter wereld.
  49. Steve Wozniak, 1950 – heden; richtte samen met Steve Jobs Apple op, was de technische man achter het ontwerp van het besturingssysteem en de hardware van de Apple I en de Apple II.
  50. Harvey Ball, 1921 – 2001; het meest gebruikte niet-alfanumeriek computerteken is de smiley. Het was Harvey Ball die dit teken bedacht.

 

 

De Ishango-botjes

Het schiet niet erg op met mijn beschrijving van de geschiedenis van de ontwikkeling van de computer. Maar goed, eindelijk weer eens een portret geschreven van één van de mensen achter de computer. Het betreft in dit geval de “oudste deelnemer”, de onbekende persoon die 22.000 jaar geleden in een bavianenbotje streepjes kraste. Het verhaal begint zo:

NN; onbekend persoon; leefde ca. 20.000 jaar voor Christus, kerfde streepjes in de zogenaamde Ishango-beentjes

ishago beentje 2

Het eerste gevonden Ishango-botje; Foto Daniel baise; Wikipedia

De in 2014 overleden Hugo Brandt Corstius zei ooit eens: “Eén ding zal de computer nooit kunnen: van de apen afstammen.” Dat had hij fout gezien. De allereerste ‘computer’ bestond namelijk uit twee bavianenbotjes, waar een onbekend gebleven persoon streepjes in kerfde, waardoor deze botten als telstokjes konden worden gebruikt. Deze zogenaamde Ishango beentjes staan te boek als het oudst bekende hulpmiddel van de mens om te kunnen rekenen.

 De man / vrouw van de zogenaamde Ishango-beentjes

Eén van de zaken waarin de mens zich van dieren onderscheidt, is dat de mens kan rekenen en dieren niet. Hoewel, begin vorige eeuw was daar opeens ‘Kluger Hans’, een paard in Duitsland dat getallen kon herkennen en er zelfs mee kon rekenen. Zijn eigenaar, Wilhelm von Osten, een leraar aan een gymnasium, had hem dit geleerd. Door met zijn voorbeen op de grond te tikken gaf het paard de uitkomst van een berekening aan. Vroeg men bijvoorbeeld aan Kluger Hans hoeveel 3×4 was, dan tikte het paard 12 keer op de grond. Hij kon zelfs worteltrekken

Kluger Hans en baasKluger Hans, Wilhlem von Osten, en Kluger Hans aan het werk.

Aanvankelijk dacht men dat er sprake van bedrog moest zijn. Op de een of andere wijze zou Von Osten het paard een seintje geven hoe vaak hij op de grond moest tikken, vermoedelijk door de opgaven op een bepaalde stemhoogte uit te spreken. Maar toen Kluger Hans ook bleek te kunnen “rekenen” als Von Osten niets zei en het paard alleen de sommen op een schoolbord of op papier liet zien, besloot men in 1904 om een wetenschappelijke commissie aan het werk te zetten om het fenomeen van het paard dat kon rekenen nader te onderzoeken.

Kluger Hans testKluger Hans wordt getest. Enkele leden van de commissie aan het werk; rechts daarvan Von Osten.

De commissie werd aangevoerd door een professor in de psychologie, verder zaten onder andere een circusdirecteur en een goochelaar in de commissie om te kijken of Von Osten toch niet een of andere truc uithaalde. Men kon echter niks ontdekken en het leek er op dat het paard daadwerkelijk getallen kon herkennen en kon rekenen.

Wie wil weten hoe dit allemaal afloopt, en wil lezen over de vondst van de Ishango-botjes,  kan hier verder lezen.

 

Wilhelm Schickard

Naast het levensverhaal van John Napier – zie de blog van gisteren –  is het tweede verhaal dat ik recent heb geschreven in de serie van de mensen achter de computer het portret van de Duitser Wilhelm Schickard. Dit verhaal begint als volgt:

Wilhelm Schickard, 1592 – 1635; ontwierp op papier de eerste mechanische rekenmachine

Schikckard

In 1973 verscheen er in Duitsland een postzegel met daarop afgebeeld een tekening van een oude rekenmachine met daaronder de tekst ‘350 jahre rechenmaschine’. Het was een postzegel ter ere van Wilhelm Schickard. In Duitsland wordt hij namelijk gezien als de eerste persoon ter wereld die een mechanische rekenmachine bedacht. In de rest van de wereld krijgt de Fransman Blaisse Pascal – die twintig jaar na Schickard met een werkende mechanische rekenmachine op de proppen kwam – veelal deze eer.

Schikckard postzegel

De reden dat Schickard buiten Duitsland meestal niet als de ontwerper van de eerste mechanische rekenmachine wordt gezien, is dat de buitenwereld in zijn tijd nooit een werkend exemplaar heeft gezien. Zijn machine is alleen bekend vanuit brieven die hij schreef aan Johannes Kepler, de bekende Duitse astronoom uit de zeventiende eeuw. In deze brieven uit 1623 en 1624, teruggevonden in de jaren dertig van de vorige eeuw, beschreef Schickard het technisch ontwerp van een dergelijke rekenmachine. Met de machine kon je naar eigen zeggen niet alleen getallen van zes cijfers of minder optellen en aftrekken, maar kon je ook vermenigvuldigen met getallen onder de honderd – iets wat de machine van Pascal niet kon.

Een Duitse universiteit bouwde in 1960 aan de hand van de ontwerptekeningen en de beschrijving van Schickard de machine na. Het apparaat bleek na het maken van enkele kleine – maar wel noodzakelijke – aanpassingen te kunnen optellen en aftrekken. In Duitsland wordt daarom Schickard gezien als de ontwerper van de eerste mechanische rekenmachine. Dat is wat te veel eer. Er zijn geen historische verslagen, buiten zijn eigen brieven om, van mensen die de machine van Schickard in werking hebben gezien. In de rest van de wereld houdt men daarom vast aan Blaisse Pascal als de uitvinder van de rekenmachine. Van zijn machine zijn enkele historische exemplaren bewaard gebleven.

Wie het hele verhaal wil lezen, kan hier terecht.

John Napier

In mijn serie over de mensen achter de computer heb ik eindelijk weer eens twee nieuwe afleveringen geschreven. De eerste gaat over John Napier. Hij is niet alleen de ‘bedenker’ van de logaritme, maar kwam ook met een doos met ivoren staafjes op de proppen, die je als hulpmiddel kan gebruiken bij vermenigvuldigen en delen. Het portret begint zo:

John Napier, 1550 – 1617; bedacht een rekensysteem met ivoren staafjes als hulpmiddel

John Napier

Het is voor de mensheid maar goed dat niet alle berekeningen van de Schotse wiskundige John Napier klopten. Was dat wel het geval geweest, dan hadden we niet meer bestaan, want volgens berekeningen van Napier, gemaakt in 1593 en gebaseerd op theologische geschriften, zou de wereld in 1688 vergaan, en als het niet in dat jaar gebeurde dan zou de dag des oordeels in 1700 plaats vinden – het kan natuurlijk ook zijn dat zijn berekeningen wel klopten maar dat zijn uitgangspunten onjuist waren.

John Napier is in de wiskunde een beroemde naam. Hij geldt als de bedenker van de logaritme. In 1614 verscheen zijn boek ‘Mirifici Logarithmorum Canonis Descriptio’, waarin hij het concept van logaritmes beschreef. Dit is echter niet de reden dat hij is opgenomen in het overzicht van de mensen achter de computer. Dat heeft hij te danken aan zijn zogenaamde ‘Napier’s Bones’ (in het Nederlands wel de ‘beenderen van Napier genoemd’). Dat waren ivoren staafjes met getallen er op, die men als hulpmiddel kon gebruiken bij het maken van vermenigvuldigen en delingen. Wie denkt dat dit hulpmiddel gebruik maakte van de logaritmes waarmee hij eerder op de proppen kwam, heeft het mis. Het staat daar helemaal los van. Het was gebaseerd op een “idee” dat al in het oude India en Egypte bekend was.

napier bones 3Setje van Napier’s bones uit de zeventiende eeuw; Landesmuseum Baden-Württemberg, Stuttgart; foto Dr. Bernd Gross; Wikipedia.

Ten aanzien van Napier’s betekenis voor de wiskunde is er nog een puntje de moeite waard om hier te vermelden en wel de decimale punt. Het was John Napier die in 1617 voor het symbool “.” pleitte om de “getallen achter de komma” te scheiden van “de getallen voor de komma”.

Wie de rest van het verhaal wil lezen, kan hier terecht.

 

Blaisse Pascal, bouwer van de eerste werkende rekenautomaat

In mijn serie over de mensen achter de computer is deel vijf verschenen. Het betreft Blaisse Pascal, de bouwer van de eerste werkende mechanische rekenautomaat. Het begint als volgt:

Blaisse Pascal, 1623 – 1662, bouwer van de eerste werkende mechanische rekenmachine

Blaisse Pascal

De eerste werkende mechanische rekenmachine hebben we te danken aan een Franse belastingambtenaar. Niet dat deze hem heeft uitgevonden maar hij was de vader van Blaisse Pascal. Deze zag als negentienjarige hoe zijn vader vaak urenlang bezig was met het handmatig uitrekenen van belastingaanslagen. Hij besloot daarop een rekenautomaat te bouwen die dit rekenwerk zou kunnen overnemen. Binnen drie jaar had hij een werkend apparaat.

Blaisse Pascal was een buitengewoon slim iemand, en die opmerking is eigenlijk nog een understatement. Vandaag de dag is hij niet alleen bekend vanwege zijn ontwerp voor zijn rekenmachine maar ook vanwege zijn grote bijdragen op het vlak van de wiskunde – samen met Fermat legde hij de grondslag voor de waarschijnlijkheidsrekening – de natuurkunde (hij was bedenker van de naar hem genoemde Wet van Pascal – ‘de druk die op een vloeistof wordt uitgeoefend, plant zich in alle richtingen met dezelfde grootte voort’) en de filosofie. Ook was hij de eerste persoon die een openbaar vervoer systeem voor grote steden bepleitte en het idee omzette in een succesvolle onderneming. En dat alles is een korte tijdsperiode – Blaisse Pascal stierf al op 39-jarige leeftijd – waarin hij zich ook nog eens een aantal jaren alleen maar aan de godsdienst wijdde en vaak last had van medische kwalen.

Wie de rest van het verhaal wil lezen, kan hier terecht.

William Oughtred, uitvinder van de rekenliniaal

In mijn serie over de mensen achter de computer is deel vier verschenen. Het betreft William Oughtred, de bedenker van de rekenliniaal. Het begint als volgt:

William Oughtred, 1574 – 1660; uitvinder van de rekenliniaal

Ooit wel eens afgevraagd waar het teken ‘x’ in vermenigvuldigingen vandaan komt? Dat is in 1631 bedacht door de Engelse wiskundige William Oughtred. Hij vermeldde het in zijn boek ‘Clavis Mathematica’ (‘De sleutel tot de wiskunde’ in het Latijn). Maar dit is niet de reden dat William Oughtred is opgenomen in het overzicht van ‘de mensen achter de computer’. De reden daarvoor is dat hij geldt als de uitvinder van de rekenliniaal. Nadat de Schot John Napier in 1614 het concept van logaritmes had beschreven en de Engelsman Edmund Gunter in 1620 een rekenlat met een logaritmische schaal had ontworpen, bedacht William Oughtred in 1624 een soort ‘drievoudige liniaal’ met een bewegend deel in het midden, waarmee men dankzij de logaritmische schaalverdeling op een eenvoudige wijze vermenigvuldigingen en delingen kon maken. Liefst zo’n 350 jaar lang zou de rekenliniaal van Oughtred het hulpmiddel bij uitstek blijven bij het maken van berekeningen. Pas na de opkomst van de handrekenmachines in de jaren tachtig van de vorige eeuw verloor de rekenliniaal zijn populariteit.

Wie de rest van het verhaal wil lezen, kan hier terecht.

Charles Babbage, ontwerper van de eerste computer

In mijn serie over de mensen achter de computer is deel drie verschenen. Het betreft Charles Babbage. Het begint als volgt:

Charles Babbage wordt algemeen gezien als degene die als eerste het concept van een ‘computer’ bedacht. In zijn ontwerp van zijn ‘Analytical Engine’ uit 1835 zien we de essentiële basisonderdelen terug van een computer. Zo omvatte zijn machine een invoergedeelte (de data en de programmaregels, welke werden ingevoerd met behulp van een soort ponskaarten), een centrale verwerkingseenheid (de ‘CPU’ in de huidige computerterminologie; ‘Mill’ in de terminologie van Babbage) en een opslagruimte voor gegevens en programma’s (de ‘Hard Disk’ zoals in die computers van vandaag de dag ook te vinden is; de ‘Store’ zoals Babbage dit in zijn ontwerp noemde). Ook had het apparaat een koppeling met een machine die als een soort printer fungeerde. Babbage heeft tientallen jaren geprobeerd om een werkend exemplaar te bouwen. Hij slaagde daar echter niet in. Het werd simpelweg te groot (afgebouwd zou hij uit 25.000 delen hebben bestaan, 30 meter lang en tien meter breed zijn geweest en 15 ton hebben gewogen), maar zijn opzet was goed.

Wie de rest van het verhaal wil lezen, kan hier terecht.

Met Charles Babbage is het drieluik over de ontwikkeling van de computer in de eerste helft van de negentiende eeuw afgerond. De twee andere portretten, die over de automatenbouwer Jean-Joseph Merlin en Ada Lovelace, de eerste computerprogrammeur ter wereld, kan je hier en hier vinden.