21 Leonardo da Vinci; schetste technische oplossingen die later ook in de eerste rekenmachines werden gebruikt.

Leonardo da Vinci; 1452 -1519; schetste technische oplossingen die later ook in de eerste rekenmachines werden gebruikt.

20 leonardo zelfportret 20 leonardo portret getekend door melzi

Links, het enige portret van Leonardo Da Vinci, (gemaakt in 1512 op 60-jarige leeftijd), waarvan wordt vermoed dat Leonardo da Vinci het zelf heeft geschetst. Rechts een soortgelijk portret van Leonardo da Vinci gemaakt omstreeks dezelfde tijd door zijn leerling en vriend Francesco Melzi.

Dat Leonardo da Vinci een genie was, staat buiten kijf. Maar dat geldt ook voor Johan Cruijff (op zijn vakgebied althans) en hem vinden we niet terug in het overzicht van mensen achter de computer. Waarom Leonardo da Vinci dan wel? Hij heeft toch nooit een rekenapparaat gebouwd? Dat klopt. Hoewel, klopt dat wel? Kijk eens goed naar de tafel van het laatste avondmaal. Daar helemaal rechts, wat ligt daar op tafel?

20 leonardo laatste avondmaalGewoon een bord, u dacht toch niet echt dat Leonardo da Vinci een rekenmachine op het laatste avondmaal had geschilderd?

Leonardo da Vinci was een multi-talent. Hij was niet alleen een groot kunstenaar, maar ook wetenschapper, ingenieur, architect, uitvinder en technicus. Het is in die laatste hoedanigheid dat hij in dit overzicht is opgenomen. Dezelfde soort tandwielen en radartjes die hij voor diverse machines bedacht en schetste zien we namelijk later ook terug in de eerste rekenmachines.

Een voorbeeld van zo’n schets met tandwielen is deze tekening, afkomstig uit de Codex Madrid I. De tekening is gemaakt omstreeks het jaar 1500. (De codex – een groot notitieboek met allerlei schetsen – bevindt zich nu in de Biblioteca Nacional in Madrid; vandaar de naam).

20 leonardo rekenmachines

We zien hier dertien grote tandwielen die met hulp van kleine tandwielen en assen met elkaar verbonden zijn. Aan de beide uiteinden hangen gewichten. Bij de kleine tandwielen staat het cijfer 1. Bij de grote tandwielen het getal 10.

(Even tussen haakjes, op de tekening staat daadwerkelijk niet het getal ‘10’ maar de omgekeerde cijfers: ‘01’. Da Vinci schreef alles in spiegelschrift en ook nog eens van rechts naar links. Er zijn auteurs die denken dat dit een soort geheimschrift was, maar de verklaring is veel simpeler. Da Vinci schreef linkshandig. Als je dan van links naar rechts schrijft, dan veeg je telkens met je hand door het pas geschrevene en maak je inktvlekken. Daarom schreef Leonardo da Vinci altijd van rechts naar links in spiegelschrift. De aantekeningen waren voor hem zelf bedoeld.)

Terug naar de tandwielen van de tekening. In de vijftiende-eeuwse Italiaanse tekst onder de tekening staat vrij vertaald: “Deze manier is vergelijkbaar met die van de hendels, hoewel anders, omdat het gemaakt is van tandwielen met hun rondsels en het continu kan bewegen, terwijl de hendels dat niet kunnen.” Om het voorzichtig te zeggen, dit is niet echt verhelderend. Het is dan ook onduidelijk waarvoor het apparaat was bedoeld. Vermoedelijk was het een ontwerp voor een transmissieapparaat; zeg maar een soort versnellingsbak. Het zou overigens in de praktijk nooit kunnen werken, omdat de wrijving veel en veel te groot zou worden. Maar vanwege al die enen en tienen dachten sommige mensen dat het apparaat bedoeld was als rekenmachine.

In de jaren zestig nam IBM het ontwerp daarom zelfs op in een tentoonstelling over rekenmachines. Daar kwam veel kritiek op. Zoals onder andere de Italiaanse auteur Silvio Hénin opmerkte: er staan geen cijfers op de tandwielen – er staan alleen een 1 en een 10 boven de tandwielen op de tekening. Je kan de tandwielen niet instellen op een cijfer, wat wel handig zou zijn voor een rekenmachine, ze worden in beweging gezet met een gewicht zonder een stop en een dertientallig getallenstelsel (het aantal grote tandwielen) bestaat helemaal niet. Wijselijk besloot IBM om na al die kritiek de tekening uit de tentoonstelling te halen.

Dat er geen rekenapparaten bekend zijn van Da Vinci, wil echter nog niet zeggen dat hij een dergelijke machine nooit heeft ontworpen. We weten het gewoon niet. Waarschijnlijk is namelijk maar een kwart van zijn aantekeningen bewaard gebleven. Wat resteert, is nog steeds een giga-hoeveelheid. Volgens Walter Isaacson – hij schreef in 2019 een uitgebreide biografie over Da Vinci – zijn er ongeveer 7200 bladzijden met aantekeningen van Da Vinci bewaard gebleven. Ter vergelijking, de allereerste Encyclopædia Britannica uit 1768 telde in totaal ‘slechts’ 2391 bladzijden. U zult begrijpen dat niet alle aantekeningen van Da Vinci hier in dit portret besproken gaan worden.

Leonardo da Vinci

Leonardo di ser Piero da Vinci’ (‘Leonardo, zoon van heer Piero uit Vinci’; schrijft zijn grootvader in het familieboek) wordt op 15 april 1452 geboren in Anchiano, een gehucht gelegen op zo’n 3 km afstand van Vinci, een kleine plaats nabij Florence. Zijn ouders zijn Piero da Vinci, een 23-jarige notaris in spé – daadwerkelijk zou hij in 1469 notaris in Florence worden, en de 20-jarige Caterina di Meo Lippi, naar verluidt een boerendochter. In hetzelfde jaar dat Leonardo wordt geboren, trouwt zijn vader, echter niet met zijn moeder, maar met iemand van betere afkomst. Caterina is van een te lage afkomst om met een notaris in spé te trouwen, vindt de familie Da Vinci.

20 Leonardo plaats VinciUitzicht over Vinci

De eerste vijf jaar van zijn leven groeit Leonardo vaderloos op. Hij woont bij zijn moeder, maar als deze in 1457 ook trouwt, neemt vader Piero hem alsnog in huis op. Zijn stiefmoeder – lang lijkt het er op dat zij geen kinderen kan krijgen – koestert een grote genegenheid voor het kind en voedt Leonardo op als ware hij haar eigen kind.

In 1462, Leonardo is dan twaalf jaar oud, wordt zijn stiefmoeder alsnog zwanger. Ze overlijdt echter tijdens de bevalling, ook het kind zal de bevalling niet overleven. Zijn vader hertrouwt maar ook zijn tweede vrouw zou even later jong en kinderloos overlijden. Zijn derde vrouw schenkt hem – net als later een vierde vrouw – zes kinderen waardoor Leonardo uiteindelijk twaalf halfbroertjes en zusjes krijgt. Op het moment dat zijn laatste halfbroertje wordt geboren, is Leonardo al veertig jaar oud. Leonardo heeft niet echt een familieband met zijn veel jongere halfbroertjes en zusjes en jaren later als zijn vader overlijdt krijgt hij, zijnde het bastaardkind, als enige van de kinderen geen deel van de erfenis van zijn vader.

Over de opvoeding en de scholing die Leonardo als kind geniet, is weinig bekend. Vermoedelijk bezoekt hij de dorpsschool waar hij leert rekenen en schrijven. Ook zijn oom Francesco – deze zou later overigens wel een deel van diens erfenis aan hem nalaten – probeert hem de nodige kennis bij te brengen. Als kind zwerft Leonardo vaak urenlang door de natuur in de omgeving van Vinci, soms vergezeld van zijn grootvader Antonio da Vinci, vooral water heeft zijn belangstelling. Hij zou later talloze tekeningen van bewegend water maken.

20 leonardo oudste tekeningDe oudst bewaard gebleven tekening van Leonardo da Vinci toont het landschap waar hij als kind vaak rond zwierf. De tekening is gedateerd 5 augustus 1473. Hij hangt tegenwoordig in Uffizi Gallery in Florence.

In 1468, Leonardo is dan zestien jaar oud, verhuist hij samen met de rest van zijn familie naar Florence. Leonardo blijkt een grote aanleg voor tekenen te hebben en in 1470 gaat hij in Florence in de leer bij Andrea del Verrocchio, niet alleen een bekende schilder in Florence maar ook goudsmid en beeldhouwer. Leonardo gaat bij Verrocchio in huis wonen. Hij leert er naast schildertechnieken ook beeldhouwen. Hij is een vlotte leerling en in 1472 wordt hij als 20-jarige opgenomen in het St Lucasgilde, het schildersgilde van Florence. Leonardo blijft bij Verrocchio in huis en één van de oudste schilderijen van Leonardo die bewaard is gebleven, is een coproductie van hen tweeën.

20 leonardo gezamenlijk met verrocchio

‘De Doop van Christus’, een coproductie van Verrocchio en Da Vinci; het is ergens geschilderd tussen 1472 en 1475. Da Vinci is dan tussen de 20 en 23 jaar oud. Op grond van de verschillende soorten verfmaterialen en gebruikte schildertechnieken denkt men dat Leonardo da Vinci de gehele achtergrond heeft geschilderd en de meest linker figuur. Verrocchio zou de andere drie figuren geschilderd hebben.

 Dat Leonardo na zijn leerlingentijd bij Verrocchio in huis blijft wonen, weten we dankzij een anonieme aanklacht die in 1476 tegen hem (en drie anderen) wordt ingediend. Hierbij wordt het adres van Verrocchio als het woonadres van Leonardo vermeld. De vier aangeklaagden zouden frequent een jonge mannelijke prostitué hebben bezocht. Voor sodomie kan je in die tijd op de brandstapel belanden. De aanklacht wordt echter geseponeerd. Wel zit Leonardo tijdens het vooronderzoek een paar dagen vast in de gevangenis.

Dat Leonardo da Vinci homoseksueel is – hij trouwt nooit – lijkt aannemelijk, althans tot die conclusie komt de Amerikaanse schrijver Walter Isaacson, die een uitgebreide biografie schreef op basis van de duizenden aantekeningen die Da Vinci heeft nagelaten. Ook Sigmund Freud die in 1919 een boek, ‘een psychoanalytische biografie’, aan Leonardo da Vinci wijdt, komt tot deze conclusie. Volgens Isaacson liep Leonardo vaak in gezelschap van allerlei jonge mannen opzichtig door Florence te paraderen, veelal gekleed in opvallende kledij, zoals roze gewaden, donkerpaarse kousen, een donkerpaarse satijnen jas en een roze hoed.

In 1478 verlaat Da Vinci Verrocchio en vestigt zich als onafhankelijk meester-schilder in Florence. Lorenzo ‘il Magnifico’, de burgemeester van Florence, ondersteunt hem in die jaren financieel. Na vier jaar vertrekt Da Vinci naar Milaan, waar hij in dienst treedt van Ludovic Sforza, de hertog van Milaan, bijgenaamd Il Moro. In een ‘sollicitatiebrief’ prijst Leonardo zich vooral aan als iemand met allerlei ideeën voor militaire zaken.

‘Hooggeleerde Heer, nu ik het werk heb aanschouwd van degenen die zichzelf als meesters en uitvinders in oorlogsinstrumenten beschouwen, en overwegende dat hun uitvindingen in geen enkel opzicht nieuwigheden omvatten, word ik aangemoedigd om mezelf in contact te brengen met uwe Excellentie, om u kennis te laten maken met mijn geheimen en u te vertellen waarom ik geschikt ben om diensten voor u te verrichten. Ik heb plannen voor sterke lichte, gemakkelijk draagbare bruggen waarmee je de vijand kunt achternazitten of ontvluchten. […] Ik kan geruisloos naar elk voorgeschreven punt ondergrondse doorgangen bouwen, recht of kronkelend, die zonodig onder greppels of een rivier door kunnen lopen. […] Ik heb ook plannen voor kanonnen, handig en gemakkelijk draagbaar, waarmee je stenen als een hagelbui kan afschieten. […] Ik kan gepantserde wagens maken om de artillerie te dragen, die de best verdedigde gelederen van de vijand kan doorbreken.” […] Ik denk dat ik u ook in vredestijd een volledige voldoening kan geven als ieder ander, bijvoorbeeld bij de bouw van gebouwen, zowel openbare als particuliere, en bij het geleiden van water van de ene plaats naar de andere.”

Tot slot schrijft ook nog iets over zijn kunstenaarschap: ‘Ik kan sculpturen uitvoeren in brons, marmer of klei. In de schilderkunst kan ik alles wat anderen ook kunnen. Hij stelt voor om een standbeeld te maken dat ‘de onsterfelijke glorie en eeuwige eer’ van de Sforza’s zou uitbeelden. Hij eindigt met de zin: “Ik beveel mezelf aan met alle mogelijke nederigheid.” (Het woordje ‘nederigheid’ is hier wellicht wat misplaatst.)

De hertog neemt hem aan. Da Vinci houdt zich in Milaan niet alleen bezig met de kunst en militaire zaken, hij verricht ook allerlei andere activiteiten. Zo organiseert hij hofceremonies en festiviteiten voor de hertog, komt met bouwkundige voorstellen voor de Dom in Milaan en houdt zich tijdens een pestepidemie bezig met de afvalverwerking in Milaan. Hij komt op het idee om kanalen te gebruiken om het afval met behulp van boten af te voeren, waardoor het veel sneller uit de stad verdwijnt, wat de gezondheid zou moeten bevorderen.

Leonardo is een buitengewoon nieuwsgierig en leergierig iemand. Hij verdiept zich onder andere in de architectuur, cartografie, geologie, militaire zaken, plantkunde, het vliegen van vogels en de mogelijkheid daartoe voor de mens, en het menselijk lichaam.

Om een betere kennis van de anatomie van de mens op te doen – hij gebruikt deze kennis ook voor zijn teken- en schilderwerk – helpt hij bij het ontleden van overleden mensen in de mortuariumkamers van het ziekenhuis van Santa Maria Nuova in Florence. (Dat ze al overleden zijn, is wellicht een overbodige opmerking.) Later ontleedt hij ook lichamen in het ziekenhuis Maggiore in Milaan en in het Ospedale di Santo Spirito in Rome. (Van 1510 tot 1511 werkte hij in zijn studie naar de mens samen met de arts Marcantonio della Torre.) Volgens zijn eigen aantekeningen heeft hij in totaal ruim dertig mensen ontleed. Hij maakte talrijke gedetailleerde schetsen van het menselijk lichaam.

20 leonardo menselijk lichaamBron: Italiaanse Wikipedia pagina over Da Vinci

20 leonardo tekening lichaam 20 leonardo virtriusman

Links diverse studies van de schouders en nek van een man (1489), Rechts de bekende Vitruviusman, ca. 1490.

Leonardo is in zijn Milanese tijd een druk baasje. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit een ‘things to do lijstje’ uit 1490, dat de eerder genoemde Isaacson in één van de aantekeningenboeken aantreft. Leonardo schrijft de volgende dingen op die hij voornemens is om te doen:

  • ‘Het opmeten van Milaan en haar buitenwijken’
  • ‘Teken Milaan’
  • ‘Vraag de meester van de rekenkunde hoe je een driehoek moet kwadrateren’
  • ‘Vraag Giannino de Kanonnier hoe de toren van Ferrara ommuurd is’
  • ‘Vraag Benedetto Protinari met welke middelen ze in Vlaanderen op het ijs lopen’
  • ‘Vraag een meester in waterbouw hoe je een sluis, kanaal en molen op Lombardische wijze repareert’
  • ‘Haal de metingen van de zon die me beloofd zijn door Maestro Giovanni Francese’

Even voor de duidelijkheid, het betreft hier geen week- of maandplanning maar een dagplanning. Sommige mensen denken dan ook dat Leonardo da Vinci een vorm van ADHD had, zoveel verschillende dingen deed hij tegelijkertijd. Veel van zijn waarnemingen en ideeën schrijft hij op in talloze geschriften die we nu kennen als codices.

Ook komt Leonardo met theorieën die soms botsen met de heersende opvattingen. Zo verklaart hij de vondst van fossielen van zeedieren hoog in de bergen, door te stellen dat de geologische lagen waarin de fossielen zitten ooit in het verleden een zeebodem moeten zijn geweest. Dat is tegen de heersende kerkelijke opvatting uit die tijd in, die stelt dat die fossielen daar hoog in de bergen zijn gekomen door de zondvloed.

Voor wat betreft de kunst, het is in zijn (eerste) Milanese periode dat hij het ‘Laatste Avondmaal’ schildert op een wand van het Santa Maria delle Grazie, een dominicaner klooster in Milaan. Hij begint met het schilderen van dit werk in 1495 en doet er met tussenpauzes – hij werkt niet aan één stuk door aan de schildering; druk bezig zijnde met andere zaken – drie jaar over om het te voltooien.

(Volgens de overlevering vond één van de monniken van het klooster dat Leonardo wel erg lang met het werk bezig was en vroeg aan hem waarom het zo lang duurde en of hij niet een beetje kon opschieten. Da Vinci zou toen hebben geantwoord dat dit kwam, omdat hij er nog niet helemaal uit was hoe hij het beste Judas kon portretteren maar dat hij, als de klagende monnik haast had, hij Judas wel het gezicht van de monnik zou geven.)

De monnik had overigens wel een punt. Da Vinci was sowieso een langzame schilder (en maakte veel schilderingen ook niet af) en in dit geval schilderde Leonardo inderdaad te langzaam. Daardoor droogde de ondergrond van de muurschildering eerder op dan de schildering zelf, waardoor de verf niet goed op de ondergrond hechtte. Twintig jaar na de voltooiing begon de verf er al van af te bladderen en honderd jaar later was het kunstwerk zodanig beschadigd dat de voorstelling nauwelijks meer zichtbaar was en men het werk eigenlijk als verloren beschouwde. Toen men een deur wilde maken in de muur waarop de schildering was aanbracht, werd dan ook een deel van de schildering gewoon weggehakt. De schildering is later een aantal keer gerestaureerd aan de hand van kopieën. Hoogstwaarschijnlijk is er nog maar weinig originele verf van Da Vinci op de muur te vinden.

20 leonardo laatste avondmaal 2De gerestaureerde schildering van ‘Het Laatst Avondmaal’. Onder de tafel op de plek waar Jezus zit, ontbreekt het deel met diens voeten. Hier werd in de zestiende eeuw een deur uitgehakt.

In 1500 keert Da Vinci terug naar Florence. Hij zou er tot 1506 blijven met uitzondering van de periode juli 1502 tot maart 1503, toen hij acht maanden lang als architect en militair adviseur in dienst was Cesare Borgia. Dit dienstverband is een tamelijk opmerkelijke keuze voor een man die bewust vegetariër was uit liefde voor alles wat leeft.

Cesare Borgia, zoon van paus Alessandro VI, gold namelijk als een wrede krijgsheer die met geweld met hulp van pauselijke legers een eigen rijk probeerde te stichten in de regio Romagna, een gebied gelegen tussen Toscane en Florence. Niet alleen waren zijn tegenstanders het leven niet zeker, dat gold ook voor medestanders die hij niet vertrouwde. Voor moord deinsde hij niet terug. Machiavelli, ook in dienst van Borgia, vond hem vanwege al dit geweld daarom ‘de ideale vorst’, zijnde iemand die alles deed om zijn macht te handhaven. Da Vinci tekent voor Borgia militaire landkaarten en ook ontwerpt hij militair materiaal.

20 leonardo Imola 20 leonardo landkaartEen plattegrond van de stad Imola  en een kaart (vanuit vogelperspectief) van de Chiana Valley. Beide kaarten tekende Da Vinci in 1502 voor Cesare Borgia.

20 leonardo stenen vurenDeze tekening die Da Vinci in 1502 voor Borgia maakte toont vier mortieren die stenen in een fort schieten.

Na acht maanden heeft Da Vinci genoeg van het geweld van Borgia en keert hij terug naar Florence. Daar blijft hij tot 1507, om daarna weer terug te keren naar Milaan. Zijn tweede Milanese periode – het gebied staat op dat moment onder controle van de Fransen – zou zes jaar duren.

In 1513 vertrekt Leonardo – hij is dan inmiddels 60 jaar oud – naar Rome, waar hij in dienst treedt van Guilinai di Medici, een broer van de nieuw verkozen Paus Leo X. Hij hoopt op grote kunstopdrachten voor in het Vaticaan, maar krijgt deze niet. Die gaan vooral naar zijn jeugdige concurrenten Michelangelo – deze was net klaar met het schilderen van het plafond van de Sixtijnse Kapel – en Raphael. In zijn Romeinse periode houdt hij zich vooral bezig met de wetenschap en het ontwerpen van vliegmachines.

Na de dood in 1515 van zijn beschermheer Guiliano de Medici verlaat Da Vinci Rome en gaat hij in op een uitnodiging van de Franse Koning François I om naar Frankrijk te komen. Vergezeld van twee leerlingen, Francesco Melzi en Salai reist hij af naar Amboise, gelegen aan de Loire. Over beide leerlingen doen verhalen de ronde dat het niet alleen leerlingen waren, maar dat het ook geliefden van hem zijn (geweest).

Hoe Leonardo precies van Italië naar Amboise in Frankrijk is gereisd, is niet bekend. Volgens sommige bronnen trekt hij gezeten op een ezeltje de Alpen over. Leonardo neemt op zijn tocht vanuit Italië in zijn bagage een drietal schilderijen mee: de Mona Lisa, Maria met kind en Sint-Anna, en Johannes de Doper, waaraan hij tijdens de rest van zijn leven (dat zou nog drie jaar zijn) aan zou blijven werken.

20 leonardo mona lisa + twee andere schilderijen

De Franse koning, een groot bewonderaar van zijn werk, schenkt hem de titel ‘eerste schilder, eerste ingenieur en eerste architect van de koning’. Voor wat betreft dat laatste, de dubbele wenteltrappen van kasteel Chambord zouden zijn gebaseerd op een ontwerp van Da Vinci.

20 Leonardo trappenDe dubbele wenteltrappen van Chambord; Als de ene trap alleen gebruikt zou worden om naar boven te lopen, en de andere om naar beneden te lopen, dan zou men elkaar nooit tegenkomen. foto Herac; Wikipedia

Op 2 mei 1519 sterft Leonardo da Vinci in Amboise op 68-jarige leeftijd. Al met al was Da Vinci ongeveer 50 jaar actief als schilder. Ondanks deze lange periode zijn er niet veel schilderijen van hem bewaard gebleven, slechts zo’n zeventien tot twintig stuks. (Het aantal hangt af welke expert je spreekt. Sommige schilderijen worden niet door iedereen aan hem toegekend. Zo zijn er bijvoorbeeld twijfels of ‘Salvator Mundi’, het schilderij dat in 2017 op een veiling voor een wereldrecordprijs van 450 miljoen dollar werd verkocht wel (volledig) door hem is geschilderd.)

20 leonardo schilderijenAlle bewaard gebleven schilderijen en schilderingen van Da Vinci. Links onder de Mona Lisa, daarnaast de Salvator Mundi.

Een van de meest omstreden werken, qua toewijzing althans, is het schilderij rechtsonder op bovenstaande afbeelding, de zogenaamde ‘Isleworth Mona Lisa’ – genoemd naar de plaats waar dit werk jarenlang heeft gehangen. Deze “kopie” van de Mona Lisa is in particulier bezit en ligt ergens opgeslagen in een kluis in Zwitserland. Volgens sommige experts is het een kopie gemaakt door een andere schilder, maar andere experts herkennen er wel de hand van Da Vinci in. Zij stellen dat Da Vinci twee exemplaren van de Mona Lisa heeft geschilderd. Zij baseren zich onder andere op een schets van de Mona Lisa die Raphael, nadat hij bij Leonardo een afbeelding van de Mona Lisa had gezien, omstreeks 1504 voor zichzelf schetste.

20 leonardo 3x mona lisa

Op de tekening van Raphael, hierboven rechts, zijn de twee zuilen zichtbaar, zoals deze staan afgebeeld op de ‘Isleworth Mona Lisa’ (zie midden), maar die niet te zien zijn op het exemplaar (links) dat in het Louvre hangt. Da Vinci zou daarom eerst de ‘Isleworth Mona Lisa’ geschilderd hebben – het exemplaar dat Raphael zag – en daarna pas later de versie uit het Louvre. Volgens anderen is de Isleworth Mona Lisa’ echter niet geschilderd door Da Vinci, maar door iemand die zich zou hebben gebaseerd op de tekening van Raphael. De meningen van de experts zijn verdeeld.

Zijn er al weinig schilderijen van Da Vinci bewaard gebleven, voor wat betreft zijn beeldhouwwerken is het nog veel erger: niet één zelfs. Wel zijn er een aantal ontwerpschetsen bewaard gebleven. De bekendste daarvan is het ontwerp voor het ruiterstandbeeld dat hij zou maken voor Ludovico Sforza, de hertog van Milaan. (Dat “de onsterfelijke glorie en eeuwige eer’ van de Sforza’s zou uitbeelden, zoals hij het in zijn sollicitatiebrief opschreef.)

Het zou het grootste ruiterstandbeeld ter wereld moeten worden. Het paard zou liefst zeven meter hoog moeten worden. In 1493 had Da Vinci een model van klei gereed. Ook de 100 ton brons die nodig was om het beeld te gieten was door de hertog al ingekocht, maar omdat er een oorlog uitbrak tussen Frankrijk en het hertogdom Milaan, besloot de hertog om het brons te gebruiken om er kanonnen van te gieten, dit voor de verdediging van Milaan. De kanonnen hielpen niet, en nadat de Fransen van koning Louis XII Milaan binnen trokken, gebruikten ze tot overmaat van ramp voor Leonardo ook nog eens zijn kleimodel van het paard om hun boogschieters op te laten te oefenen. Het beeld is nooit gemaakt.

20 leonardo paard studie 20 leonardo paard

Links een voorstudie van Da Vinci van het paard uit 1490; rechts een replica op “ware grootte” van het model van het paard van Da Vinci gemaakt door een zekere Nina Akamu. Het staat in de Frederik Meijer Gardens in Grand Rapids, Michigan; foto Bill Seubert

Da Vinci was naast kunstenaar ook een ingenieur en technicus. Niet veel van zijn bedenksels zijn overigens daadwerkelijk gebouwd – Da Vinci was meer een denker dan een doener- maar veel van zijn ideeën zijn bewaard gebleven in de enorme hoeveelheden manuscripten die hij schreef.

Bij de dood van Leonardo op 2 mei 1519 schonk hij zijn leerling Francesco Melzi ‘elk van zijn boeken’ en ‘andere gereedschappen en afbeeldingen met betrekking tot zijn kunst en schilderkunst’. Melzi nam al het materiaal mee naar zijn familiehuis in Vaprio buiten Milaan, en probeerde de volgende 50 jaar de papieren van Leonardo te ordenen. Hierbij rangschikte hij de losse vellen zo veel mogelijk op onderwerp.

Na Melzi’s dood rond 1570 kocht de beeldhouwer Pompeo Leoni het grootste deel van de losse vellen van Melzi’s zoon en bond de pagina’s samen in (minstens) twee albums: de technische studies in de grote Codex Atlanticus, nu in de Biblioteca Ambrosiana in Milaan, en de meer artistieke tekeningen in een kleiner album, met ongeveer 600 vellen op 234 folio’s. Dit exemplaar is uiteindelijk via, via in het bezit van de Engelse Koninklijke familie beland. Her en der doken later ook nog andere bladen van Da Vinci op, onder ander in Madrid. De codices waren boeken vol met studies, ideeën en schetsen. Ook Bill Gates (hij kocht zijn exemplaar, de zogeheten Codex Leicester, voor 30 miljoen dollar op een veiling) bezit een deel.

De Codex Atlanticus, het boekwerk dat de meeste technische studies omvat, telt 1119 pagina’s die ergens tussen 1479 en 1519 zijn geschreven. Da Vinci schrijft over zeer uiteenlopende onderwerpen zoals het menselijk lichaam, mechanische apparaten, modellen om mee te kunnen vliegen, wapens, muziekinstrumenten en ook kunst. Zo bevat de Codex studies voor een aantal van zijn schilderijen

20 leonardo codex atlanticus

Er staan veel militaire schetsen in, zoals een ontwerp voor soort mitrailleur, een reuze pijl-en-boog, een tank, een bestormbrug en een kanon dat heel veel stenen kogels tegelijkertijd kan afvuren. Op de loopbrug na is niet één van bovenstaande ideeën daadwerkelijk gebouwd. Wie denkt dat Da Vinci een vredelievend persoon was die niets met oorlog te maken wou hebben, moet misschien zijn mening over hem herzien. Zie hier enkele van zijn oorlogstuig-ontwerpen.

20 leonardo oorlogstuig

Da Vinci bedacht ook allerlei vreedzame apparaten. Sommige daarvan zouden pas eeuwen later worden gerealiseerd, zoals een soort helikopter, een “vliegmachine”, een mechanisch te bedienen wagen, een parachute, een duikpak, een reddingsboei en schoenen waarmee je, ook al was je Jezus niet, toch mee over water kon lopen.

20 leonardo uitvindingen

Zijn zelfrijdende wagen, die wordt aangedreven door middel van twee symmetrische veren met hulp van een soort balanswiel en een differentieel, wordt wel eens betiteld als de voorloper van de auto.

20 leonardo zelf rijdende kar

Het meest was Da Vinci geïnteresseerd in het vliegen. Aanvankelijk dacht hij in de richting van een vliegmachine waarmee de mens kon vliegen door à la een vogel de vleugels op en neer te bewegen, maar al snel zag hij in dat dit nooit zou kunnen lukken. De menselijke spierkracht zou nooit groot genoeg zijn om zo te vliegen en hij ging nadenken over een vorm van een zweefvliegtuig met vaste vleugels gebaseerd op het model van vleermuizen.

20 leonardo vleigtuigOntwerp voor een vliegmachine met vleugels die zijn gebaseerd op de structuur van de vleugels van een vleermuis. 

20 leonardo vliegtuig 2

Omdat Da Vinci in al zijn ontwerpen nooit een staartstuk op nam, noodzakelijk voor de balans van een vliegtuig, slaagde hij er niet in om een functionerend model te ontwerpen. Het zou nog vier eeuwen duren voordat de gebroeders Wright er in zouden slagen de mens te laten vliegen.

Nu zijn de vliegtuigontwerpen van Leonardo da Vinci niet de reden dat hij voorkomt in het overzicht van de mensen achter de computer. Hij is opgenomen vanwege iets veel kleiners: de technische innovaties op het gebied van tandwielen en radarwerken die hij bedacht. Hij bouwde hierbij voort op werk van Arabische geleerden als de Banū Mūsā broers en Al-Jazari. Onduidelijk is of hij hun werken kende of dat hij het wiel opnieuw uitvond. Zie hier enkele voorbeelden van tandwielen zoals opgenomen in de Codex Atlanticus.

20 leonardo radars

20 leonardo radars 2

De eerste werkende analoge rekenmachine die Blaise Pascal in 1652 bouwde, maakte gebruik van dezelfde soort tandwielen. De tandwielen zijn dus de reden dat Leonardo da Vinci is opgenomen in dit overzicht.

Maar – en het is een grote ‘MAAR’ – de boekwerken van Da Vinci bleven heel lang ‘verborgen en de inhoud daarvan was bij weinig mensen bekend. Pas eind achttiende eeuw werden ze voor het eerst gepubliceerd. Weinig mensen in de zestiende en zeventiende eeuw kenden dan ook zijn werk. Zo schrijft bijvoorbeeld Constantijn Huygens, secretaris van Stadhouder Willem III (hij was van 1689 tot 1702 ook koning van Engeland ) in zijn dagboek in 1690: “We namen bij Whitehall Palace vier of vijf onbekende tekeningenboeken door waaronder enkele van Holbein en Leonardo da Vinci’. Onduidelijk is daarom of Blaisse Pascal de ontwerpen van de tandwielen van Da Vinci kende en of deze ontwerpen dus een rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de totstandkoming van de computer.

Maar goed, we hebben het hier wel over Leonardo da Vinci, één van de grootste geniën van de mensheid. Die verdient sowieso een plaatsje in het overzicht van ‘de mensen achter de computer’, dus daarom treft u hier ook zijn portret aan. Nu nog een reden bedenken waarom we Johan Cruijff ook in dit ‘overzicht van mensen achter de computer’ kunnen opnemen.

Johan Cruijff: “Als ik een bal aan de voet heb die ik wil afspelen, dan moet ik rekening houden met mijn bewaker, de wind, het gras, de snelheid waarmee de spelers lopen. Wij berekenen de kracht waarmee je moet schoppen en de richting waarin in ééntiende seconde. Een computer doet daar twee minuten over!” Zou deze uitspraak voldoende reden zijn om ook Johan Cruijff in het overzicht van de mensen achter de computer op te nemen?

20 leonardo cruijff

28 december 1966: Een nog jonge Johan Cruijff legt een journalist uit hoe een computer werkt; foto: Joost Evers; Anefo; Nationaal Archief.

 

 

My WordPress Blog