12. Het tweede straatje van Vermeer: 1656 – 1696

Al bijna twee jaar heb ik haast niets meer gedaan aan mijn onderzoek naar het verdwenen tweede Straatje van Vermeer. Zo vinden we het ding natuurlijk nooit. Daarom heb ik het onderzoek maar weer eens opgepakt. We zijn nu toe aan het tweede deel van het onderzoek: “Follow the money!”.

In het eerste deel van het onderzoek hebben we – ik lijk wel een voetballer; die spreken ook vaak in de wij-vorm – geprobeerd te achterhalen hoe het schilderij er ongeveer uit kon zien. Even dat deel samenvattend, we zijn dus op zoek naar een schilderij met daarop afgebeeld:

  • Een zeventiende-eeuws huis dat loodrecht (dwars) op een straat staat (eventueel is voor de straat een gracht zichtbaar maar dit hoeft niet).
  • Het huis is 4,40 meter breed. Er is in ieder geval een deur en een raampartij te zien; wellicht twee raampartijen. Vermoedelijk zal er in ieder geval aan de rechterkant van het huis een raampartij te zien zijn.
  • Het huis heeft aan de voorkant een trapgevel.
  • Het huis is vermoedelijk opgebouwd uit rode bakstenen, die wellicht wit zijn gepleisterd.
  • Op diverse plaatsen zullen op de voorgevel beschadigingen aan het metselwerk te zien zijn.
  • Aan de gevel van het huis is een gevelsteen te zien met daarop drie vogels (valken).
  • Het huis heeft naar achteren toe een puntdak (zadeldak)
  • Aan de rechterkant van het dak is een hoge schoorsteen zichtbaar. De schoorsteen staat vrij ver naar voren.
  • Schuin rechtsachter het huis is op de achtergrond het dak te zien van een hoog huis.
  • Er zullen vermoedelijk geen kinderen op het schilderij te zien zijn.
  • Het schilderij zal vermoedelijk beschadigd zijn of erg vervuild zijn.

Ok, het schilderij kan er natuurlijk ook heel anders uit zien, maar dat is een detail. Op naar fase twee van het onderzoek: ‘Waar is het schilderij gebleven?’ Sinds Watergate – een Amerikaans politiek schandaal in de jaren 70 waarbij bleek dat president Richard Nixon ongeoorloofde methodes had gebruikt tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen van 1972. Het leidde in 1974 uiteindelijk tot zijn aftreden – krijgt elke onderzoeker de tip ‘Follow the money’, dus dat is de eerste invalshoek van het tweede deel van mijn onderzoek. Op zoek dus naar de financiële sporen die het schilderij in de loop der tijden heeft achter gelaten.

Follow the money!

geld(Helaas is dit geen door mij zelf genomen foto maar eentje van een zekere GreenZeb, geplaatst op de Wikipedia)

Het eerste (en tevens het laatste) achtergelaten financiële spoor van het schilderij:

De eerste keer (en helaas ook de laatste keer) dat het schilderij in de geschiedenis opduikt is in 1696. Dat was tijdens de zogenaamde Dissius-veiling in Amsterdam van 16 mei 1696. Deze veiling, waarin veel schilderijen uit de nalatenschap van de in oktober 1695 overleden Jacob Abrahamszoon Dissius werden geveild, werd in april 1696 in de Amsterdamsche Courant met de volgende advertentie aangekondigd:

advertentie dissius 2

De tekst van de advertentie (in zeventiende-eeuws Nederlands) luidt: “Op Woensdag den 16 Mey, sal men tot Amsterdam in ‘t oude Heeren Logement aen de meestbiedende verkopen eenige uytstekende konstige Schilderyen, daer zyn 21 stuks uytnemende krachtig en heerlyk geschildert door wylen J. Vermeer van Delft; verbeeldende verscheyde Ordonnantien, zijnde de beste die hy oyt gemaekt heeft, nevens nog eenige andere van de voornaemste Meesters, gelyk vorder met Biljetten en Catalogen sal bekent gemaekt werden.”

De veiling werd gehouden in het Oudezijds Herenlogement aan de Grimburgwal. Dat was een bekend logement in die tijd. Stadhouder Frederik Hendrik logeerde er in 1655. Stadhouder Willem III verbleef er in 1672 en tsaar Peter de Grote logeerde er in 1697. Het logement bestaat vandaag de dag niet meer. Het maakte in de jaren tachtig van de negentiende eeuw plaats voor het Binnengasthuis, een voormalig) ziekenhuis in het centrum van Amsterdam. Het gebouw is nu één van de hoofdlocaties van de Universiteit van Amsterdam.

Oudezijdse HeerenlogementHet Oudezijds Heerenlogement zoals dat er in 1874 uitzag, foto Pieter Oosterhuis

In het Oudezijds Heerenlogement – het gold als het algemene venduehuis van de stad Amsterdam – werden in de zeventiende en achttiende eeuw vaak veilingen georganiseerd. Ze werden veelal op de binnenplaats gehouden. Zie hier een afbeelding van hoe het er tijdens zo’n schilderijenveiling aan toe ging.

Veilinghuis

Op de veilinglijst van de Dissius-veiling van 16 mei 1696 zien we onder de kavelnummers 31 t/m 33 de drie ‘huizen-schilderijen’ van Vermeer staan (met daarachter een bedrag, zijnde de opbrengst van het schilderij op de veiling (het bedrag is vermoedelijk exclusief opgeld).

veilinglijst 31 tm 33Bron: een in 1752 gepubliceerd boek van Gerard Hoet, met daarin opbrengsten van veilingen uit de zeventiende en achttiende eeuw.

catalogus hoet

Nummer 31 van de veiling lijst is ‘Het gezicht op Delft’ dat thans in het Mauritshuis in Den Haag hangt. Nummer 33, het ‘Straatje van Vermeer’, hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam. Nummer 32 (hoogstwaarschijnlijk; anders nummer 33) is het vermiste Tweede Straatje van Vermeer waarnaar we op zoek zijn. Het schilderij bracht in 1696 72 guldens en 10 stuivers op, dat is anderhalf keer zoveel als het eerste Straatje. Wie het op de veiling heeft gekocht is helaas niet bekend. Dat bemoeilijkt het ‘follow the money’- onderzoek natuurlijk wel enigszins, zeg maar gerust behoorlijk.

Wel hebben we een goed idee wie de eigenaren van het schilderij voor 1696 waren. De Vermeer-schilderijen op de veiling waren namelijk afkomstig uit de nalatenschap van Jacob Dissius, een weduwnaar uit Delft die kinderloos stierf in oktober 1695. Ze werden geveild op verzoek van zijn erfgenamen, de twee oudste neven van zijn vaders kant.

Wie waren de eigenaren van het Tweede Straatje voor 1696?:

Jacob Abrahamszoon Dissius (1653 – 1695), de man wiens schilderijen werden geveild, was een Nederlandse typograaf, drukker en boekhandelaar. Hij leefde in Delft. Dat was ook de plaats waar Vermeer woonde en werkte. Jacob Dissious woonde in Delft aan de Markt 32. Het was ook het adres waar zijn drukkerij ‘Het Gulden ABC’ zat.

0 huis dissiusDelft: de markt en zijn omgeving. In de linkercirkel het pand Markt 32 waar het tweede Straatje vermoedelijk zo’n 16 jaar heeft gehangen. In de middelste rode cirkel de plek waar het huis van het Straatje van Vermeer heeft gestaan en in de rechter rode cirkel de plek waar het huis van het Tweede Straatje wellicht heeft gestaan. Afbeelding Google Maps.

Het pand bestaat nog steeds en heet zelfs nog steeds ‘Het Gulden ABC’. In het gebouw zit nu een pannenkoekhuis met dezelfde naam. Ze zijn zich er bewust van dat er ooit veel Vermeers in het pand hebben gehangen. “Johannes  Vermeer  is  een echte  Delftse  kunstenaar. Replica’s van zijn werk hangen niet alleen bij ons binnen, de afbeeldingen zijn ook vereeuwigd op elegant ontworpen borden, uitgevoerd in de hoogste kwaliteit in de vorm van een palet! U heeft keuze uit Het Melkmeisje, het meisje met de Parel en Zicht op Delft. De perfecte herinnering aan een dagje Delft. (€ 19,95)”

De ene erfenis na de andere erfenis:

Jacob Dissius was niet degene die de schilderijen oorspronkelijk bij elkaar heeft gebracht. Hij verkreeg ze namelijk uit de erfenis van zijn vrouw Magdalena van Ruijven (1655 – 1682) met wie hij in 1680 was getrouwd. Zij op haar beurt had de schilderijen geërfd van haar moeder Maria de Knuijt, die ze weer op haar beurt had geërfd van haar man Pieter van Ruijven (1624 – 1674). Hij is vermoedelijk degene die het schilderij van Vermeer heeft gekocht.

Pieter van Ruijven, een rijke Delftenaar, wordt gezien als de patroon van Vermeer. Zo leende hij bijvoorbeeld in 1657 Vermeer 200 gulden; vermoedelijk als aanbetaling voor een schilderij. Pieter van Ruijven bezat een aanzienlijk aantal schilderijen van Vermeer. Tijdens zijn leven heeft Vermeer in totaal naar schatting zo’n vijftig schilderijen gemaakt. Van Ruijven bezat daar liefst twintig stuks van. Nadat Van Ruijven in 1674 overleed, erfde zijn vrouw Maria de Knuijt de schilderijen. En na haar dood in 1681 gingen de schilderijen naar dochter Magdalena. En toen deze in 1682 een jaar na het overlijden van haar moeder kinderloos op 27-jarige leeftijd overleed, erfden haar echtgenoot Jacob Dissius en diens vader Abraham Dissius gezamenlijk haar bezittingen, waaronder de Vermeers. (In haar testament van 3 december 1680 had Magdalena van Ruijven bepaald dat haar man en haar schoonvader samen haar eigendommen zouden erven.)

In 1685 werden de gezamenlijke bezittingen van Jacob en Abraham Dissius gescheiden. Ze werden opgedeeld in twee delen, lot A en lot B, waarna het lot bepaalde wie lot A en wie lot B kreeg. Beide delen omvatten schilderijen van Vermeer, waardoor het niet duidelijk is wie tijdens de daarop volgende jaren het Tweede Straatje bezat. In 1694 overleed vader Abraham Dissius, waarna alle schilderijen uit de erfenis van Magdalena van Ruijven weer bij elkaar kwamen en wel in bezit van Jacob Dissius. In oktober 1695 overleed deze op 42-jarige leeftijd in Delft, waarna zijn erfgenamen (de twee neven) besloten de schilderijen in Amsterdam te laten veilen.

We kunnen daarmee de volgende tijdlijn opstellen van de (vermoedelijke) eigenaren van het Tweede Straatje vanaf 1656, het jaar dat Vermeer vermoedelijk het schilderij schilderde, tot aan 1696, het jaar dat het schilderij in Amsterdam werd geveild.

De eigenaren van het Tweede Straatje van 1656 tot 16 mei 1696:

  • 1656 (vermoedelijk): Vermeer schildert het Tweede Straatje
  • 1656 (of later; onbekend wanneer Van Ruijven het schilderij verwierf) – 1674: Pieter van Ruijven
  • 1674 – 1681: diens weduwe Maria de Knuijt
  • 1681 – 1682: haar dochter Magdalena van Ruijven
  • 1682 – 1685: haar man Jacob Dissius samen met diens vader Abraham Dissius; (gezamenlijke onverdeelde boedel van de erfenis)
  • 1685 – 1694: Jacob Dissius of Abraham Dissius (onbekend wie van die twee tijdens die negen jaar welke Vermeers bezat)
  • 1694 – 1695: Jacob Dissius
  • Oktober 1695 – 16 mei 1696: de erfgenamen van Jacob Dissius (de twee oudste neven van zijn vaders kant)

Van 1656 tot 1696 bevond zich het schilderij zich daarmee in Delft. Na de veiling in 1696 in Amsterdam is de verblijfplaats van het schilderij onbekend. Vooralsnog echter zegt deze onderzoeker!

De volgende keer: waar kan het schilderij na 1696 gebleven zijn?

Noot

Voor deze aflevering is onder andere gebruik gemaakt van de site ‘EssentieelVermeer’, van de stamboomsite van de familie Tjoelker, gegevens (per mail) afkomstig van professor Frans Grijzenhout van de UVA en informatie uit het boek ‘Vermeer and His Milieu’ van John Montias.

Terug naar de vorige bijdrage

My WordPress Blog