Category Archives: sport

Briefjes

Nederland voetbalde gisteren tegen Duitsland. Nederland speelde heel slecht. Johan Cruijff zei eens: “Je kan ook goed spelen zonder een bal te raken”, maar ook zonder een bal te raken speelde Nederland heel slecht. Duitsland leidde tot de 85e minuut dan ook verdiend met 2-0 en daarmee mocht Nederland eigenlijk nog de handjes dicht knijpen. De achterstand had veel groter moeten zijn.

In de 85e minuut gebeurde er iets onverwachts. (Johan Cruijff: “Vaak moet er iets gebeuren voordat er iets gebeurt.”). Nederland scoorde volkomen onverwachts. “Ins Blaue hinein” heet dat zo mooi op zijn Nederduits. Dat betekent volgens het woordenboek “Zonder eerst goed nagedacht te hebben of er een reden voor te hebben; zonder zin, doel of overleg; zomaar; in het wilde weg.”  Nu klopt dat ‘zonder doel’ in dit geval niet, want de bal vloog wel degelijk in het doel.

Plotseling had Nederland weer een kans. Een 2-2 gelijkspel zou namelijk inhouden dat Nederland zich zou plaatsen voor het eindtoernooi van de Nations League. Alle ballen naar voren dus, evenals de voorstopper die onze beste kopper is.  Johan Cruijff: “Ik ben overal tegen. Tot ik een besluit neem, dan ben ik ervoor. Lijkt me logisch.” Trainer Ronald Koeman nam een besluit en stuurde Virgil van Dijk naar voren.

De opdracht daartoe werd opvallenderwijs per brief gegeven. “Geachte heer Van Dijk, gezien de achterstand en de resterende tijd lijkt het ons opportuun dat u naar voren gaat en als het enigszins kan de bal in het Duitse doel te plaatsen. Bij voorbaat dank”.

briefje 

Ok, in werkelijkheid zag het briefje er zo uit, Het laat de gewenste speelwijze zien met de voornamen van de spelers op de positie waar ze de laatste vijf minuten moesten spelen. Het briefje werd geschreven door de assistenten van Koeman en deze gaven het aan hem.

Koeman kan je wel om een boodschap sturen en hij gaf het aan de rechtsback (Kenny T op het briefje.) Deze las het en gaf het aan Matthijs de Ligt.  Die bekeek het ook even en gaf het op zijn beurt weer aan Virgil van Dijk. Die zag dat hij naar voren moest, deed dat  en schoot in de 90e minuut de (zwaar onverdiende) gelijkmaker binnen: 2-2. Nederland naar de eindronde. Volgens analist Rafaël van der Vaart stond er op het achterkant van het briefje ‘Maak een doelpunt’, maar daar twijfel ik enigszins aan.

Zelf ben ik ook een specialist in briefjes en mij kan je dan ook om een boodschap sturen. Zie hier bijvoorbeeld mijn boodschappenbriefje van gisteren.

briefje 2

Wie goed kijkt (en mijn handschrift kan ontcijferen; daar heb ik zelf ook moeite mee), ziet dat er twee keer hagelslag en twee keer walnoten op staat. Ik ging tussentijds even kijken of we het toch niet in huis hadden en toen dat niet het geval bleek te zijn, schreef ik het opnieuw op, vergetend dat ik het  al op het briefje had geschreven . Een begin van Alzheimer dus.

En over Alzheimer gesproken, vorig week was er aan de deur een dame die collecteerde voor de Alzheimer-stichting. Nadat ze had uitgelegd waarvoor ze kwam, zei ik: “Ik zal maar niet zeggen dat u hier vanochtend ook al aan de deur was”  Aan haar blik kon ik zien, dat ik dat inderdaad niet moest zeggen. Ik heb daarom maar een paar euro extra gegeven en bij deze alsnog excuses. Ik zal zulke flauwe grappen niet meer maken. Dat kan ik u op een briefje geven.

 

 

Tonya Harding

Gisteren hadden de dochters en ik een cultureel en maatschappelijk uitje. Eerst bezochten we een tentoonstelling over Alexej von Jawlensky in het Haags Gemeentemuseum, daarna woonden we kort een vergadering van de Tweede Kamer bij.

De dochters hadden nog nooit de ‘nieuwbouw’ uit 1992 van binnen gezien en wilden er wel eens een kijkje nemen. Er was een vergadering aan de gang over asbestverwijdering, een onderwerp waar je mij in het midden van de nacht voor wakker kan maken. Ik zat dan ook op het puntje van mijn stoel, maar helaas moesten we al weer snel weg, want de jongste dochter moest terug naar Rotterdam. Ze had met een vriendin afgesproken om samen naar de film te gaan. Welke film vroeg ik. ‘I Tonya’,  over het leven van een Amerikaanse kunstschaatsster’ zei ze.

Zie hier de trailer van de film

i tonya

Ze dacht dat ik wel nooit van Tonya Harding gehoord zou hebben, maar dat zag ze fout. Ik heb zelfs een keer een column over haar geschreven in de tijd dat ik nog ‘het Nutteloze Kennisparadijs’ in de Volkskrant schreef. Onder de kop ‘De driedubbele Axel van een bokster’ schreef ik in 2005:

“In januari 1994 waren er voor het Amerikaans kampioenschap kunstrijden drie kanshebsters. Dat waren Nancy Kerrigan, de kampioene van 1993, Tonya Harding, de kampioene van 1991, en de toen pas 13-jarige Michelle Kwan, de latere vijfvoudige wereldkampioene. Het was een belangrijke wedstrijd. Alleen de eerste twee zouden zich plaatsen voor de Olympische Spelen van Lillehammer in Noorwegen.

Vlak voor het kampioenschap gebeurde er iets sensationeels. Een onbekende man, ‘a 6-foot-2 white male’, sloeg met een ijzeren staaf hard op de rechterknie van Nancy Kerrigan, waardoor ze zodanig gewond raakte dat ze niet aan het kampioenschap kon meedoen. Kampioene werd nu Tonya Harding voor Michelle Kwan.

Een week na het kampioenschap werden er vier mannen gearresteerd, waaronder Tonya Harding’s lijfwacht en Jeff Gillooly, Harding’s voormalige echtgenoot. Harding zelf ontkende iets met de affaire te maken te hebben en werd na een tien uur durende ondervraging vrijgelaten.

Het Amerikaanse Olympisch Comité overwoog om Harding uit te sluiten van deelname van de Olympische Spelen, maar nadat ze dreigde met een schadeclaim van 20 miljoen dollar mocht ze deelnemen. Het werd geen succes. Ze werd achtste. Een herstelde Kerrigan – ze had een vrijkaart van het Amerikaanse Olympisch Comité gekregen ten koste van Kwan-  deed het beter en werd tweede.

tonya harding 1994Tonya Harding tijdens de Olympische Spelen van 1994

In maart 1994 werd Jeff Gillooly tot twee jaar gevangenisstraf veroordeeld. Harding zelf, die bekende dat ze een week na de aanslag van Gillooly vernomen had dat deze achter de aanslag zat, werd vanwege belemmering van de rechtsgang veroordeeld tot een boete van 160 duizend dollar en vijfhonderd uur dienstverlening.

Tonya Harding kwam uit een arm gezin. Ze woonden in ‘motorhomes’ en verhuisden in tien jaar tijd twaalf keer. Haar ambitieuze, alcoholistische moeder zette haar als 3-jarige op het ijs. Ze bleek een natuurtalent te zijn. Als 5-jarige won ze haar eerste wedstrijd. Haar moeder liet haar uren trainen. Eens plaste ze op het ijs in haar broek, toen haar moeder haar niet naar de wc liet gaan. Aangrijpend zijn de toevallig opgenomen televisiebeelden van de 14-jarige Tonya, die na afloop van haar eerste landelijke wedstrijd naar huis belt om vol trots te melden dat ze zesde is geworden. Haar moeder schold haar door de telefoon uit en zei dat ze beter moest presteren. In 1991 sprong ze als eerste Amerikaanse – pas in 2005 zou een tweede Amerikaanse het haar nadoen – een driedubbele axel. Dat jaar werd ze ondanks haar faalangst Amerikaans kampioene. Het was het hoogtepunt van haar leven.

Ook na 1994 ging haar leven niet over rozen. Gillooly – fijne ex-echtgenoot – verkocht buiten haar medeweten om een video met naaktopnames van hun tweetjes onder de naam ‘Tonya Harding’s Wedding Night’. Geregeld kwam ze vanwege alcoholproblemen met de politie in aanraking. Nadat ze haar vriend in een dronken bui met een motorhelm op zijn hoofd had geslagen, omdat hij meer om zijn motor zou geven dan om haar, werd ze opnieuw tot een taakstraf veroordeeld.

Tegenwoordig is ze bokster van beroep. Ze wordt gepromoot als ‘The Bad Girl’. Haar eerste gevecht was tegen Paula Jones, de vrouw die in 1997 Bill Clinton van oneerbare voorstellen had beschuldigd. Echt gelukkig als bokster is Harding niet. Ze heeft al twee keer haar neus gebroken.

Toch ziet niet iedereen haar als een ‘bad girl’. Zeker niet de familie van Alice Olson, een destijds 81-jarige vrouw, die in 1996 in een bar in Portland een hartaanval kreeg. De toevallig aanwezige Harding gaf haar mond-op-mond beademing en redde haar leven.”

Als aanvulling op dit bovenstaande kan ik melden dat Tonya Harding na zes gevechten stopte met boksen. Ze voorzag daarna in haar levensonderhoud door te werken als lasser en schilder in een fabriek en als kassière bij Sears.

In 2010 vestigde ze met een Ford Model A uit 1931 een snelheidsrecord  voor auto’s van voor de Tweede Wereldoorlog – nooit geweten dat daar wereldrecords voor bestaan – door op de zoutvlakte bij Salt Lake City een snelheid te halen van 156 km per uur. Dat zelfde jaar trouwde ze (het was haar derde huwelijk) met Joseph Price en nam diens achternaam aan. Twee jaar later kreeg ze op 40-jarige leeftijd een zoon.

Tegenwoordig is er sprake van een soort ‘eerherstel’. Zo was ze te gast in de show van Ellen Degeneres en nam ze in 2018 deel aan de Amerikaanse versie van Dancing with the Stars. Ze werd samen met haar danspartner derde.

Dat haar levensgeschiedenis is verfilmd, is niet zo verbazing-wekkend. Haar geschiedenis, van het arme arbeidsmeisje met de drillende moeder dat moet opboksen tegen meisjes uit de hogere kringen, gecombineerd met een aanslag op haar concurrente, is bij uitstek geschikt om te verfilmen – eerder waren er al documentaires, een rockmusical en een toneelstuk over haar gemaakt. Het budget voor de film bedroeg 11 miljoen dollar. (Voor Amerikaanse begrippen is het daarmee een low-budget film.) Tot nu toe bracht de film wereldwijd 55 miljoen dollar op.

De Australische actrice Margot Robbie speelde Tonya Harding. Ze oefende drie maanden lang op kunstschaatsen. Ze had twee doubles die de moeilijke sprongen deden, maar omdat deze niet de drievoudige axel konden, werd deze sprong door middel van een computersimulatie “verfilmd”.

tonya

Margot Tobbie tijdens de Australische première van de film. Foto Eva Rinaldi

Voor haar rol kreeg Margot Robbie een Oscarnominatie in de categorie beste vrouwelijke hoofdrol. Ze won niet. Wel won Allison Janney, die de rol van haar moeder speelde, een Oscar voor beste vrouwelijke bijrol.

Trump en voetbal

Het WK voetbal in Rusland is nu een kleine week bezig. Breaking news: Nederland ontbreekt. Net zoals bijvoorbeeld Italië en Amerika. Dat Amerika ontbreekt is ongetwijfeld de schuld van Crooked Hillary en de Democraten – zou Trump zeggen.

Maar eerlijk is eerlijk – geen fake news hier – Trump heeft zich tot nu toe niet over het WK voetbal uitgelaten. Dat is niet zo verrassend. Hij staat namelijk niet echt bekend als een voetballiefhebber; wel speelt hij fanatiek golf. Voordat hij president van Amerika werd, bekritiseerde hij regelmatig president Obama over diens vele golfen: “Hij is meer op de golfbaan te vinden dan Tiger Woods”, aldus Trump. Sinds hij echter zelf president is, heeft Trump twee keer zo vaak golf gespeeld als Obama in zijn eerste jaar. Ook heeft Trump belangstelling voor American football. Begin jaren tachtig was hij zelfs gedurende korte tijd de eigenaar van een American football-team: de New Jersey Generals.

Dus Trump is geen voetbalman? Nee, dat kunnen we niet stellen. Trump heeft wel iets met voetbal. Af en toe zie je namelijk zijn naam  opduiken in de voetbalwereld en tijdens zijn tijd op de ‘New York Military Academy’, ruim vijftig jaar geleden, maakte hij zelfs deel uit van het voetbalteam van de Academy. Zie hem hier, zeventien jaar oud, zitten op de onderste rij, vierde van links.

0000000 trump

Tijdens een interview met het Engelse ITV sport in 1991 vertelde hij over deze tijd: ”I played it. I like soccer. I love it, it’s a great game.” Ook verrichtte hij tijdens dat interview in New York de loting voor de kwartfinales van de Engelse League Cup.

De laatste keer dat Donald Trump in verband werd gebracht met de voetbalwereld was in 2015. Er deden toen geruchten de ronde dat Trump zowel het Schotse Glasgow Rangers als de Argentijnse voetbalclub Atletico San Lorenzo, de favoriete club van paus Franciscus, wilde over nemen. Het Argentijnse gerucht was zelfs zo hardnekkig dat Trump – hij twitterde toen ook al fanatiek – dit in een tweet ontkende.

0000000 trump2

De Verenigde Staten heeft samen met Canada en Mexico (muurtjesvoetbal?) het WK van 2026 binnen gehaald. Trumps jongste zoon Barron is inmiddels al voetballend in een Arsenal-shirt op het gras van het Witte Huis gesignaleerd. (Ook Osama Bin Laden en Fidel Castro waren naar verluidt fan van Arsenal maar dit geheel terzijde.) Dus wie weet, misschien twittert Trump binnenkort wel fanatiek over voetbal. “Go Ahead Eagles Great Team! Best Team Ever!!!”

Tot zover Trump en het voetballen. Dit was Martin van Neck voor MartinvanNeck.nl

Waar is de bal?

Gisteren heb ik op tv gekeken naar de oefeninterland tussen Italië en Nederland. Het duel werd wel betiteld als het duel der losers. Nederland en Italië zijn namelijk de twee bekendste landen die zich niet voor het WK in Rusland hebben geplaatst. Als je naar de wedstrijd keek, dan snapte je wel waarom. Het spel was niet best en dan zeg ik het nog voorzichtig.

Er viel dan ook niet veel te beleven en of het daardoor kwam, weet ik niet, maar ik moest opeens denken aan de ‘Waar is de bal? – puzzel van vroeger. Dat was toen ik jong was – niet zo lang geleden dus –  een puzzelrubriek in de krant. Op een foto van een voetbalsituatie was de bal weggeretoucheerd en dan moest je aangeven waar de bal zich bevond. Ik heb even snel een voorbeeldje gemaakt met hulp van een foto uit het Nationaal Archief. Zie hier.

0000 bal 1

De bal heb ik dus weggeretoucheerd en aan u is nu de vraag: waar bevindt de bal zich? Als ik u de hint geef, dat de opgave gebaseerd is op Italië – Nederland, dan is het niet moeilijk meer. Ik zou bijna zeggen: een kans voor open doel.

Maar goed, hier de oplossing.

0000 bal 2

Tot zover krantenspelletjes van vroeger.

Barry Hughes

Zaterdag was de finale van de Champions League. Real Madrid won met 3-1 van Liverpool. Dat Real won, mocht vooral de doelman van Liverpool zich aanrekenen. Hij blunderde twee keer gigantisch. Eén keer wierp hij bij een uitgooi de bal tegen het been van een speler van Real Madrid aan, waarop de bal in het doel verdween en bij een houdbaar afstandsschot liet hij de bal op kinderlijke wijze door zijn handen gaan.

Die zal na afloop niet lekker in de kleedkamer hebben gezeten. Dat doet me denken aan het antwoord van Barry Hughes op een vraag van een journalist. Barry Hughes was begin  jaren zeventig trainer van Go Ahead, mijn favoriete clubje. Onze keeper had enorm geblunderd en een journalist vroeg na afloop hoe het met de doelman ging. “Niet best” antwoordde Hughes “Hij zat er in de kleedkamer helemaal verslagen bij, gooide wanhopig zijn hoofd in de handen en miste.”

Barry Hughes, geboren in Wales, was in de jaren zeventig van de vorige eeuw een bekende trainer, onder andere van Haarlem en van Go Ahead. Hij was echter niet alleen bekend als trainer maar ook als entertainer. Zo zong hij carnavalsliederen en trad hij op in allerlei televisieprogramma’s. Daarnaast genoot hij bekendheid omdat hij getrouwd was met de televisieomroepster en later radio- en televisiepresentator Elles Berger.

00 barry hughesElles Berger en Barry Hughes trouwen; 13 mei 1965; fotograaf Jac De Nijs; Anefo; Nationaal Archief.

In 2015 heb ik voor Hard Gras, een literair voetbaltijdschrift, een verhaal over het jeugdhuis van Go Ahead geschreven. Dat was een soort internaat waar talentvolle jeugdspelers in woonden. Mijn vader was vijftien jaar lang de studiebegeleider van de spelers in het jeugdhuis. In dat verhaal kwam Barry Hughes ook voor. Ik citeer even uitgebreid uit dit verhaal:

“[…] Het jeugdhuis kwam onder leiding van een nieuw echtpaar en de club vroeg Gerrit Eggink, een bekende makelaar in Deventer, te gaan fungeren als een soort praatpaal voor de spelers uit het jeugdhuis. Mijn vader, Harry van Neck, werd gevraagd als nieuwe studiebegeleider. Eggink was niet alleen makelaar in Deventer, hij had er ook een groot sociaal netwerk. Als er spelers uit het jeugdhuis ’s avonds in de binnenstad werden gesignaleerd op een tijdstip dat ze er niet behoorden te zijn, dan kreeg hij al snel een belletje. Mijn vader was de directeur van de MEAO in Deventer en kende vanuit die functie de andere directeuren van scholen in Deventer en omgeving goed en dat hielp bij het regelen van bijzondere studiefaciliteiten, zoals op maat gemaakte huiswerkbegeleiding voor de jeugdspelers. Wekelijks bezochten Eggink en mijn vader het jeugdhuis, waarbij dan ook vaak de studievoortgang werd besproken.

Eén van de eerste spelers in het jeugdhuis die met het strengere beleid te maken kreeg was Peter Arntz. Deze latere international was door de KNVB uitgenodigd voor een trip met het UEFA-jeugdelftal naar Zwitserland, maar omdat Eggink en mijn vader van mening waren dat het leren voor een proefwerkweek – die zou een dag na terugkomst uit Zwitserland beginnen – een hogere prioriteit had, kreeg hij tot zijn ontzetting geen toestemming om mee te gaan. Hij klaagde nog bij Barry Hughes – deze was in 1970 Fadrhonc opgevolgd als trainer – maar dat hielp niet. ‘Leren voor school is belangrijker’ zei Hughes en in plaats van in Zwitserland te voetballen, zat Arntz die week gebogen over de schoolboeken.

Ook Jack van Loon, een andere jeugdspeler, merkte dat Barry Hughes school belangrijk vond. Van Loon was bij de A-selectie gehaald, speelde al mee in oefenwedstrijden en stond op het punt om zijn debuut in de eredivisie te maken. Voor Jack van Loon was dit alles aanleiding om de aandacht voor school tot een minimumniveau terug te brengen. Mijn vader vroeg Hughes of hij Van Loon hierover wilde aanspreken. “Doen we “ zei Hughes en hij riep Jack van Loon bij zich.

Jack, het gaat goed op het veld hè.” sprak Hughes. Jack straalde. “Maar ik hoor van meneer van Neck hier dat je de school een beetje aan het verwaarlozen bent. Klopt dat?” “Mwah” mompelde Jack. “Is niet goed Jack, school is belangrijk. Ik zet je voor vier weken terug naar de jeugd. Als het daarna weer beter op school gaat, dan mag je weer bij de A-selectie mee trainen.”

Van Loon keek Hughes verbijsterd aan. Ook mijn vader was verrast. Dit had hij niet met Hughes afgesproken. Maar het hielp. Zijn aandacht voor school nam weer toe. Na vier weken mocht hij weer met de A-selectie mee trainen en even later zijn debuut maken. (Uiteindelijk zou Jack van Loon tot 1976 voor Go Ahead Eagles spelen. Daarna vertrok hij naar FC Groningen voor welke club hij ook nog eens ruim 200 wedstrijden zou spelen. Hij overleed in 2005 op 51-jarige leeftijd.)

Barry Hughes was gedurende de vijftien jaar dat mijn vader van 1970 tot aan zijn overlijden in 1985 de studieadviseur van het jeugdhuis was de trainer die de meeste belangstelling had voor de schoolprestaties van de spelers. Met de meeste andere trainers moest mijn vader vaak een strijd voeren om de jeugdspelers gelegenheid te geven om te leren. De fanatiekste onder hen was Wiel Coerver, trainer van Go Ahead Eagles in het seizoen 1976 – 1977. “Alle jeugdspelers moeten van school af. Ze moeten de hele dag trainen, dan maak ik ze allemaal miljonair. U kunt wel weg”. sprak hij. “Ik dacht het niet” zei mijn vader en de spelers bleven op school.

Hughes vond het van een goed karakter getuigen als een speler naast het voetballen ook trachtte op school succesvol te zijn. Karakter was naast techniek één van de zaken waar hij potentiële nieuwe spelers op beoordeelde. Eigenlijk was Hughes daarmee Louis van Gaal 25 jaar voor. Deze verklaarde in 1995 dat zijn successen met Ajax mede te danken waren aan zijn beoordelingssysteem TIPS dat stond voor ‘Techniek, Inzicht, Persoonlijkheid en Snelheid.’ Van Gaal zal het ongetwijfeld ontkennen, maar misschien heeft hij in zijn periode dat Hughes bij Sparta zijn trainer was – Van Gaal in de rust bij een wedstrijd: “Trainer, vindt u ook niet dat er gewisseld moet worden”; Hughes; “Inderdaad Louis, jíj gaat eruit, kleed je maar om” – iets van zijn gedachtewereld overgenomen.

0 Barry Hughes

Ten aanzien van zijn vak was Barry Hughes heel serieus, maar hij was ook een showman. Hier overhandigt hij in maart 1974 een gouden plaat aan Alice Cooper. In ruil daarvoor krijgt hij een gouden bal terug. (Let even op de fijne details zoals de bij de overjas passende pet van Hughes en het blikje Budweiser in de hand van Alice Cooper. Je bent tenslotte een woeste rocker of niet.) Fotograaf onbekend; Nationaal Archief

Dat Hughes spelers niet alleen beoordeelde op technische aanleg merkte ook Piet Hamberg. In 1972 voetbalde Hamberg bij BNC uit Finsterwolde en maakte hij deel uit van de nationale UEFA-jeugdselectie. Hij gold als één van de grootste talenten van Nederland en vanuit het betaalde voetbal was er dan ook veel belangstelling voor hem. Ook Go Ahead Eagles nodigde hem uit voor een gesprek.

Tot verbazing van Go Ahead kwam hij samen met een zaakwaarnemer. Waarschijnlijk was hij één van de eerste jeugdspelers in Nederland met een zaakwaarnemer. Hamberg vleide zich neer in een stoel – hij lag meer dan dat hij zat – en luisterde naar de verhalen van de voorzitter die vertelde wat voor een prachtige club Go Ahead wel niet was – Hamberg zakte ondertussen verder onderuit – naar Barry Hughes die zijn voetbalvisie ontvouwde – Hamberg lag nu bijna helemaal plat in zijn stoel – en naar mijn vader die vertelde hoe de spelers in het jeugdhuis werden begeleid. Toen mijn vader uit gesproken was – Hamberg lag nu horizontaal in zijn stoel – keek het jonge talent naar zijn zaaknemer. Deze kuchte en zei: “We willen 100.000 gulden tekengeld.” Dat was ruim meer dan de best betaalde speler van Go Ahead Eagles verdiende.

Hughes en mijn vader keken elkaar aan. Hughes pakte zijn portemonnee, haalde er een biljet van 25 gulden uit en gaf dit aan Hamberg. Deze wist niet goed wat hij er mee moest. Was dit een voorschot op zijn tekengeld? “Voor de reiskosten; veel succes elders” sprak Hughes. Hij stond op en liep de kamer uit. Later, toen Hamberg en zijn zaakwaarnemer weg waren, vroeg mijn vader aan Hughes of ze niet hadden moeten onderhandelen over het tekengeld. “Nee” zei Hughes: “Zag je niet hoe hij er bij lag in zijn stoel. Helemaal plat. Die haalt nooit de top. Niet het juiste karakter.”

Hamberg zou even later een contract bij NEC tekenen. Hij zou ook nog voor Wageningen, FC Utrecht, Servette en Ajax uitkomen maar de echte top haalde hij inderdaad niet” […]

Tot zover het citaat uit Hard Gras. Mijn vader overleed in 1985 op 65-jarige leeftijd na een auto-ongeluk. Barry Hughes leeft nog. Hij is nu 80 jaar oud. Elles Berger leeft ook nog en is 78 jaar oud. Ze zijn inmiddels 53 jaar getrouwd.

Uit het straatbeeld verdwenen

Uit de serie ‘Uit het straatbeeld verdwenen’: het straat-tv-kijken

Hoewel Philips al in de jaren dertig proeven met televisie uitzenden deed, vond de eerste landelijke Nederlandse (zwart-wit) televisie-uitzending pas plaats op 2 oktober 1951. Aanvankelijk waren er niet veel Nederlanders met een televisie. Er was sprake van een kip of ei probleem. Voordat ze een dure televisie kochten, wilden de Nederlanders eerst zien hoe het werkte, maar omdat ze geen tv hadden, konden ze dat niet zien.

Om die cirkel te doorbreken, plaatsten sommige radiozaken het ei (de televisie) in hun etalage en de kippen (de kijkers) konden dan staande op straat het nieuwe medium bekijken. Het straat tv-kijken was geboren.

0 tv

0 tv 310 oktober 1951 Publiek kijkt naar televisie in een etalage te Zandvoort;  Foto’s Harry Pot; Anefo; Nationaal Archief

0 tv214 mei 1952: Nederland tegen Zweden. De wedstrijd werd uitgezonden op televisie. In Amsterdam volgden mensen de wedstrijd voor de etalage van een radiozaak; Foto Herbert Behrens, Anefo, Nationaal Archief.

Ook ik heb regelmatig samen met een hoop mensen voor een etalage staan kijken. Maar dat was niet begin jaren vijftig – ik was toen nog niet geboren –  maar in het begin van de jaren zestig. We woonden toen in Apeldoorn. Met mijn vader en mijn broertje ging ik op zondag altijd naar de voetbal. De ene week naar AGOVV, dat speelde in die tijd nog betaald voetbal, de andere week naar Robur et Velocitas. Dat was een Apeldoornse amateur-voetvoetbalvereniging die haar domicilie vlakbij het terrein van AGOVV had. De twee verenigingen speelden haast nooit tegelijkertijd thuis –  waardoor we elke week wel naar een thuiswedstrijd van één van de twee clubs konden gaan.

Mijn vader bekeek de thuiswedstrijden van AGOVV samen met een aantal vrienden. Mijn broertje en ik zwierven ondertussen door het stadion. Na afloop zochten we mijn vader weer op en liepen dan altijd eerst met hem naar het huis van één van diens vrienden. Ome Chris noemden we hem hoewel hij geen echte familie was. Zijn vrouw, tante Riet, stond thuis altijd klaar met een kopje thee en een koekje en een glaasje ranja voor ons. Daarna vertrokken we naar huis. Niet rechtstreeks, eerst liepen we altijd langs een sigarenzaak in de buurt.

Voor de sigarenzaak stond vaak al een groepje mensen te wachten. Er waren in die tijd nog geen regionale radio-omroepen – ook Hilversum 3 bestond nog niet. Als je de uitslagen van het amateurvoetbal wilde weten, dan moest je wachten totdat de uitslagen de volgende dag in de plaatselijke krant stonden. De sigarenboer had echter, waarschijnlijk als reclame voor zijn zaak, iets bedacht.

Hij belde op zondagmiddag alle verenigingen op waar ploegen uit de regio Apeldoorn tegen speelden en schreef dan de uitslagen op een groot vel dat hij vervolgens op zijn etalageraam plakte. Dus als je op zondagmiddag al wilde weten, hoe je favoriete amateurclub (Robur et Velociatas in ons geval) het had gedaan, dan kon je dat op zondagmiddag al bij de sigarenboer zien.

Later vond de sigarenwinkelier het internet uit en hoefden we niet meer langs de winkel voor de uitslagen.

 

Verdwenen sporten

Uit de serie Verdwenen Sporten: het eierblazen.

Het WK van 1953 in beeld. Toen had Nederland nog echte wereldtoppers in huis.

eierblazen 3

eierblazen 2

eierblazen

Foto’s: J.D. Noske; Anefo; Nationaal Archief; d.d. 3 maart 1953.

De marathon van Rotterdam

Gisteren deden Marianne en ik de marathon van Rotterdam. Dat was best vermoeiend. Het is natuurlijk ook best veel lopen, iets meer dan 42 km, om precies te zijn 42,195 km. We hebben niet alles gelopen. Af en toe hebben we de boel flink ingekort door de metro te pakken.  Dat lukte echter niet overal. Op sommige plaatsen was het bij het metrostation zo druk dat je lopend eerder bij de volgende halte was. Die stukken hebben dus maar gelopen. Zie hier bijvoorbeeld de drukte bij metrostation De Slinge.

0 m8Het was er al heel druk en dan lopen er ook nog eens geesten rond zoals de vrouw met de witte jas zonder hoofd maar wel in bezit van drie benen en de man er naast met een half hoofd en een los lopende extra schoen.

Oh, wacht eens even, ik voel een misverstand aankomen. U dacht toch niet dat Marianne en ik de marathon hebben gelopen. We waren er om onze jongste dochter te ondersteunen en aan te moedigen.  Die liep voor het eerst van haar leven een marathon. Zie hier een sfeerrapportage van foto’s die (vooral) Marianne gisteren heeft genomen.

De wedstrijdlopers:

0 m0

0 m2

0 m3Die man in het gele shirt lijkt Van Persie wel. ’s Morgens de marathon van Rotterdam lopen en ’s middags invallen bij Feyenoord tegen Twente. Petje af hoor.

De recreatielopers:

0 m00

0 m1

0 m10

0 m6

0 m7

0 m5

0 m12

0 m01

0 m13

De laatste foto is gemaakt op de Coolsingel vlak voor de finish. Onze dochter staat er niet op. We hebben haar finish gemist! Even niet goed opgelet. De dochter heeft de marathon uiteraard wel uitgelopen. Het zit hem in de genen.

 

 

 

 

 

Een jonge Max Verstappen

Er zijn foto’s opgedoken van een zeer jeugdige Max Verstappen. Zie hier hoe hij (met blauwe helm op) op zijn fietsje met zijwieltjes tijdens de Grand Prix van Rotterdam, gereden op het Blaak-circuit,  de concurrentie met hun aerodynamische fietsen te snel af is.

0000000 f1

Matchfixing in het schaken

Dat matchfixing en omkoping in het voetbal voorkomt is bekend, maar dat het ook gebeurt in het schaken wellicht minder. Toch is het zo. Ik kan het weten, want ik ben er zelf een keertje bij betrokken geweest. Het is nu meer dan veertig jaar geleden en daarmee verjaard. Dus kan ik het nu wel opbiechten.

Het gebeurde tijdens de laatste competitiewedstrijd van ons team Drienerlo 2 thuis tegen Haaksbergen 1. Voor ons stond er niks meer op het spel. Ongeacht de uitslag zouden we ergens in de middenmoot eindigen. Haaksbergen had nog wel belang bij de wedstrijd. Zij konden theoretisch gezien nog kampioen worden. Ze stonden twee wedstrijdpunten achter op het al uitgespeelde ESGOO 2, het tweede team van een club uit Enschede. Bij winst op ons zou Haaksbergen gelijk eindigen met ESGOO 2.

Echter, in dat geval zouden de bordpunten – zeg maar het doelsaldo – beslissen. Haaksbergen had veel minder bordpunten dan ESGOO 2. Alleen als ze met 10-0 of met 9,5 – 0,5 van ons zouden winnen, zouden ze kampioen zijn. Bij 9-1 zou een beslissingswedstrijd volgen. Bij elke andere uitslag zou ESGOO 2 kampioen zijn en promoveren. De kans op zo’n grote uitslag was echter gering. De grootste uitslag dat jaar in de competitie was 8-2.

De avond begon met het aanbieden van de eerste consumptie aan de gasten door onze teamcaptain. Dat de eerste consumptie aangeboden werd door de thuisclub was standaard in de competitie. Wat niet standaard was, was dat daarop de aanvoerder van Haaksbergen het woord nam. Hij vertelde dat, als de heren studenten het goed vonden, dat Haaksbergen dan graag de tweede consumptie voor zijn rekening wilde nemen. Hij had zelf een zoon die studeerde en wist dat studenten het financieel altijd moeilijk hadden.

De heren studenten hadden er geen probleem mee dat Haaksbergen een consumptie aanbood.

Het zou niet de laatste consumptie zijn die de spelers van Haaksbergen ons aanboden. Regelmatig bood iemand van Haaksbergen zijn tegenstander een biertje aan en het werd een vrolijke avond. Op de borden ging het crescendo met Haaksbergen. Aan het eind van de avond stond het 7-0 voor Haaksbergen. Maar helaas voor hen ging het op de laatste drie borden wat minder. Op één bord stonden ze weliswaar wat beter maar waarschijnlijk zat er geen winst in, op de andere twee borden stonden ze zo goed als verloren. Veel meer dan een 8-2 uitslag zat er waarschijnlijk niet in. Maar om de kansen op het kampioenschap in stand te laten, speelden de spelers van Haaksbergen, hopende op een blunder van hun tegenstander, stug door.

In die tijd was het zo dat als aan het eind van de avond de partijen nog niet klaar waren, dat ze dan afgebroken werden. Een speler moest een zet afgeven die in een enveloppe werd gestopt en de partij werd dan een week later vervolgd. Meestal hadden de spelers en de teams hier geen zin in en werd er door de teamcaptains overlegd. “Als jullie die partij opgeven, dan geven wij die partij op”. Zo ongeveer ging het dan. Alleen als de teamcaptains er niet uitkwamen, of als een individuele speler het resultaat niet accepteerde, dan werd de partij een week later uitgespeeld.

Wij overlegden even intern met ons team. Eigenlijk gunden we Haaksbergen, zeker na al die aangeboden consumpties, het kampioenschap veel meer dan ESGOO, de grote concurrent van Drienerlo in Enschede. Maar om het kampioenschap nu helemaal cadeau te geven, dat vonden wij weer net iets te ver gaan. We besloten dat Haaksbergen en ESGOO het maar onderling moesten uitvechten. We stelden de teamcaptain van Haaksbergen daarop voor dat als zij akkoord gingen met remises in de twee partijen waarin wij veel beter stonden, dat wij dan de derde partij zouden opgeven. Uiteraard ging de teamcaptain van Haaksbergen met dit voorstel akkoord. De uitslag was daarmee 9-1 voor Haasbergen. Een beslissingswedstrijd tussen Haaksbergen en ESCOO 2 zou nu over het kampioenschap gaan beslissen. Even later vertrok Haaksbergen in juichstemming naar huis.

Wij vierden de nederlaag aan de bar, toen er opeens twee vertegenwoordigers van ESGOO verschenen. Ze waren nieuwsgierig naar de uitslag. “9-1 verloren helaas, het zat niet mee. Sorry, jullie moeten het in een beslissingswedstrijd gaan uitmaken.”  Verbijsterd keken ze ons aan.

00000 max euwe“Een mislukte poging in 1945 om Max Euwe om te kopen. Deze Nederlandse wereldkampioen was onomkoopbaar”.  Foto Theo van Haren Noman; Nationaal Archief

Geen idee overigens wie de beslissingswedstrijd heeft gewonnen.

Vals spelen bij schaken

In het schaken wordt wel eens vals gespeeld. In 2006 doken zelfs beschuldigingen van vals spel op  tijdens de match om het wereldkampioenschap tussen Veselin Topalov en Vladimir Kramnik. De manager van Topalov verweet Kramnik te vaak naar het toilet te gaan, een beschuldiging van vals spel. “Toiletgate” was geboren. Er was geen enkel bewijs voor en de schaakwereld deed de zaak als grote onzin af. Krammink won de tweekamp en werd wereldkampioen.

Nog een gevalletje veelvuldig toiletbezoek. Ik citeer even het Noordhollands Dagblad, editie Heerhugowaard, van 27 mei 2014, over vals spel tijdens een toernooi in Roemenïe, waarbij een Nederlandse amateurspeler bij was betrokken – nee, dat was ik niet!

“Hoe flest iemand in de praktijk de boel? Schaakcomputers spelen sterker dan mensen. Hun Elo-sterkte wordt op minimaal 3000 geschat, dus ruim meer dan wereldkampioen Magnus Carlsen die met 2880 op eenzame hoogte bij de mensen staat. Schaakprogramma’s die op smartphones draaien komen in de buurt van 2500. De betrapte Nederlander in Roemenië is een redelijk sterke amateurschaker met een Elo van 2233. […] In Roemenië werd hij betrapt door zijn tegenstander. Die vertrouwde het niet, de Nederlander verliet te vaak het bord. Volgens verklaringen achtervolgde hij hem naar het ‘plassengebied’, forceerde de toiletdeur en trof zijn tegenstander aan met zijn smartphone met de actuele partijstelling. De fraudeur werd uit het toernooi gezet en wacht mogelijk een lange schorsing.”

Vanwege dit soort zaken mogen vandaag de dag bij veel schaaktoernooien spelers tijdens de partij geen mobieltje bij zich hebben. Maar dit belet sommige schakers niet om het toch nog op deze manier te proberen. Zo werd in 2015 de Georgische schaakgrootmeester Nigalidze tijdens een schaaktoernooi in Dubai betrapt op valsspelen. Ook hij moest opvallend vaak naar het toilet. Het viel zijn tegenstander op dat hij elke keer hetzelfde toilethokje pakte, ondanks dat er anderen vrij waren. Hij meldde het aan een medewerker van het toernooi, die het toilethokje doorzocht. Achter de spoelbak vond hij een in toiletpapier gewikkelde iPhone. Daarop stond een schaakapp die de wedstrijd analyseerde.

Je kan ook valsspelen zonder toiletbezoek. Bij een toernooi in Amerika werd een speler met een pet op betrapt. In de pet zat kunstig elektronica verstopt waarmee hij in contact stond met vrienden buiten de toernooizaal die de partij voor hem op een computer analyseerde. Ook is al een keer iemand betrapt met een gehoorapparaatje op, althans dat zei hij. De slimme arbiter controleerde het typenummer op internet en zag dat het geen gehoorapparaat was maar een zendertje / ontvanger.

0000 schakenSoms zitten de hulpkrachten op een plek waar je ze niet verwacht. Foto Harry Pot; Nationaal Archief

Een ander beroemd geval van vals spelen vond plaats tijdens de Olympiade – zeg maar het wereldkampioenschap schaken voor landenteams –  van 2010. Twee Franse schakers en de Franse teamleider hadden naar verluidt een ingenieus systeem bedacht. De teamleider liep tijdens de partijen door de zaal. Regelmatig verdween hij echter naar de bar om daar op zijn mobiel te kijken. Daar kreeg hij zetten doorgestuurd van een kompaan die de partijen op een computer analyseerde De teamleider keerde vervolgens terug naar de zaal en liep daar vervolgens met  door de zaal. Hij keek dan eerst even met een onschuldig gezicht naar een partij die aan de gang was op de eerst rij en vervolgens naar eentje op de vierde rij van zijn team. Daarmee gaf hij aan dat de computer voorstelde om een stuk naar veld A4 te verplaatsen.

Ze vielen knullig door de mand. Het mobieltje van de man deed het tijdens één van die partijen niet meer. Hij leende daarop de telefoon van een bestuurslid van de Franse bond, die nadat hij later het apparaat terug kreeg, een ongeduldig sms’je met de tekst ‘waar blijven de zetten?” er op zag staan. Er volgde een onderzoek en er volgden lange schorsingen.

Bij deze voorbeelden is het telkens de schaker die hulp zoekt bij een computer. Er is een bekend voorbeeld van het omgekeerde. In 1997 speelde de toenmalige wereldkampioen Gary Kasparov  een match tegen de IBM-schaakcomputer Deep Blue. Tot ontsteltenis van Kasparov verloor hij met 3,5 – 2,5. Hij uitte na afloop de beschuldiging dat de computer werd geholpen door twee grootmeesters, die het apparaat op beslissende momenten ‘hielpen’ bij de keuze voor een zet.

Tot slot één van de leukste voorbeelden van valsspelende schakers die ik ken is deze. Het betreft het klassieke influisteren van een zet, niks geen elektronica.

0000 knudde

Het is een FC Knudde tekening uit 1990 van tekenaar Toon van Driel.

Goed, waarom nu deze blogpost over vals spelen in het schaken? Dat komt omdat ik wilde schrijven over matchfixing in het schaken. Ik googelde daarvoor even op ‘vals spelen in het schaken’ en trof daarbij een hoop voorbeelden aan, waarvan ik een deel hierboven heb beschreven.

Dat er matchfixing in het voetballen voorkomt is bekend, maar dat het ook voorkomt in het schaken wellicht niet. Toch is dat zo. Ik ben er zelf een keer bij betrokken geweest. Het was veertig jaar geleden en de zaak is inmiddels verjaard, dus ik kan er over schrijven. Echter deze blogpost is nu te lang om daar nu ook nog over te schrijven, dus dat stel ik, als soort cliffhanger, uit tot een volgende blogpost.

Schaken tegen de Nederlandse kampioen (2)

Urbanus, de Belgische komiek, zei eens: “Winnen, dat is iets voor losers”. Toch vond ik het altijd wel fijn als ik met schaken won. Niet dat ik dat vaak deed, maar af en toe gebeurde het wel. Weet u dat ik zelfs eens een keer van een (latere) Nederlands kampioen schaken heb gewonnen. Echt waar. Niet van Jan Timman, maar van Rini Kuijff, de Nederlands kampioen van 1989.

Ok, de omstandigheden waren bijzonder, maar toch. Het was in mijn studententijd. Op onze studentenflat woonde ook ene Menno. Hij was een goede schaker, veel beter dan ik. Hij speelde in de landelijke hoofdklasse. Dat is het hoogste niveau in Nederland.

Menno was bevriend met Rini die nog beter kon schaken. Op een dag deden Menno en ik mee aan een eendaags toernooi georganiseerd door één van de schaakverenigingen van Enschede. Rini, die dat weekend toevallig bij Menno op bezoek was, besloot ook mee te doen. Terwijl ik in één van de lagere groepen ploeterde – ik weet nog dat een Duitse schaker aan mij vroeg of ik wist wie de Gruppenführer was; ik dacht even wat vraagt hij nou? –  schaakten Menno en Rini in de hoogste groep. Rini won het toernooi gemakkelijk en kreeg een foeilelijke beker.

Hij was niet van plan om die beker mee naar huis te nemen. We gingen eten bij een Chinees en toen we naar buiten liepen, liet hij de beker opzettelijk in de vensterbank tussen de planten staan. Helaas, we waren al honderd meter ver weg, toen de ober hard hollend met de beker kwam aanrennen. “Meneeeeeer, u vergeet uw beker!”. Een tweede poging om de beker kwijt te raken, in een café waar Rini de nodige biertjes dronk, slaagde wel.

Om een uur of twaalf waren we weer terug op onze studentenflat. Rini brulde met zo’n luidde stem “Wie heeft er zin in een vluggertje?” dat alle meisjes op onze flat geschrokken naar hun kamers vluchtten – als u onder de hashtag #metoo iets over een schaker leest, dan weet u nu wie dat betreft – maar Rini bedoelde een partijtje schaak met een bedenktijd voor de hele partij van vijf minuten.

schaakklok

Ik zag mijn kans schoon. Normaal had ik geen schijn van kans, maar Rini was niet echt nuchter meer, dus wie weet. Helaas, de eerste twee partijtjes veegde hij me desondanks compleet van het bord. Toen kwam partij drie. Rini koos voor een opening die ik toevallig heel goed kende. Voor de kenners, het betrof de Sveshnikov variant van het Sciciliaans.

.000 schaken 2

Menno en ik hadden een keer die opening heel goed bestudeerd. We hadden zelfs een nieuwe zet voor wit bedacht. Dat leek aanvankelijk een winnende zet te zijn. Zwart kon op negen manieren antwoorden, waarvan de acht meest logische zetten allemaal verloren. Maar helaas een moeilijk te vinden negende mogelijkheid gaf zwart wel een winnend voordeel, waardoor onze zet niet speelbaar was. Ik dacht: hij heeft maar vijf minuten voor de hele partij, hij is niet helemaal nuchter meer, ik gok er op. Rini was verrast door de zet. Even dacht hij na – de klok tikte ondertussen door – toen koos hij voor één van de acht foute antwoorden. “Yess!” riep ik. Ik wist wat ik moest doen en won de partij eenvoudig.

Rini was op slag nuchter. Althans zo leekt het. “Opnieuw” brulde hij. Binnen no-time stond dezelfde stelling weer op het bord en ik deed weer mijn nieuwe zet. Deze keer koos Rini na enig nadenken wel voor mogelijkheid negen en werd ik kansloos van het bord gemept. Maar goed, ik had toch maar mooi een keertje van hem gewonnen. Toen hij later Nederlands kampioen werd, zei ik wel eens achteloos “Oh die, daar heb ik wel eens van gewonnen.

Gene Brown, Amerikaans schrijver: “Het ellendige van bescheidenheid is dat je er niet over kunt opscheppen”

 

Schaken tegen de Nederlandse kampioen

Ik heb wel eens tegen de Nederlands kampioen schaken gespeeld. Voor wie dat niet gelooft, zie hier.

0000 JT

Het is de voorkant van het maartnummer in 1974 van Schakend Nederland, het blad dat alle leden van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond in de jaren zeventig maandelijks kregen toegestuurd. De man met het lange haar, die hier een simultaan geeft, is Jan Timman, meervoudig Nederlands schaakkampioen. Ik zit naast die drie jongetjes. De foto stond eerder in dagblad Tubantia.

De foto is in Enschede gemaakt tijdens één van de zogenaamde V&D schaaksimultaans. In de jaren zeventig organiseerde V&D jaarlijks in verschillende steden van het land schaaksimultaans. In Enschede trad dat jaar Jan Timman op. Voor het geval u nieuwsgierig bent naar de uitslag, ik verloor nipt (1-0). Omstreeks zet 15 dreigde ik een paard kwijt te raken, maar voor dat probleem vond ik een oplossing. Niet zo’n goede oplossing echter want daardoor raakte ik een paar zetten later twee paarden kwijt.

Ik had toen net zo goed kunnen opgeven, maar speelde toch nog een zet of tien door tot er bij zet 30 meer stukken van mij naast het bord stonden dan er op. De reden dat ik niet tien zetten eerder opgaf was tweeledig. Ten eerste had ik op mijn studentenflat gezegd dat ik het wel minstens dertig zetten zou vol houden tegen Timman en ten tweede gold dat als ik doorspeelde en niet direct opgaf, dat dan beter was voor de overige deelnemers aan de simultaan. Dat kwam door de regel dat als de simultaangever bij je bord was, je dan gedwongen was om te zetten. Dus hoe meer deelnemers er nog in de strijd waren, hoe langer het duurde voordat hij weer bij je bord was, hoe meer bedenktijd je voor je zet had.

Van die regel dat je gedwongen moest zetten als de simultaangever bij je bord was, maakte een jaar later Hans Böhm misbruik tegen mij. Hij gaf dat jaar de simultaan. Tegen hem ging het een stuk beter dan tegen Timman en eigenlijk stond ik na een zet of dertig heel goed, misschien wel zelfs gewonnen. Dat beviel Böhm overduidelijk niet. Aangekomen bij mijn bord keek hij sacherijnig naar zijn stelling, pakte een kop koffie en ging uitgebreid nadenken. Opeens zette hij de koffie neer, deed plotseling een zet en ging er vandoor.

Ik keek naar het bord en had direct het gevoel dat zijn zet niet goed was. Echter, het was een heel gecompliceerde stelling en terwijl ik zat te kijken hoe ik de zet van Böhm kon weerleggen, zag ik uit een ooghoek hoe hij zo ongeveer hard hollend langs de overige borden liep. Binnen no-time was hij weer bij mijn bord en brulde: “Zetten!”. Noodgedwongen deed ik een zet waarvan ik hoopte dat hij goed was, maar aan de grijns van Böhm kon ik al zien dat dit niet het geval was – thuisgekomen zag ik later binnen vijf minuten hoe ik de zet van Böhm had kunnen weerleggen.

Na zijn antwoord stond ik verloren. Ik had eigenlijk een paar zetten later wel kunnen opgeven, maar speelde expres door totdat hij me mat had gezet. Daardoor moest hij aan het einde van de avond de hele tijd van mijn bord aan het ene eind van de tafel naar het andere eind van de tafel lopen waar ook nog iemand zat te spelen. Serves him right.

Schaken in de regio

Schaken heb ik altijd een leuke denksport gevonden. Kent u het boek ‘Oom Jan leert zijn neefje schaken’ van Max Euwe? Ik had echt een oom Jan waarmee ik wel eens schaakte. Maar het was mijn vader die het mij had geleerd. In mijn studententijd werd ik lid van Drienerlo, de studentenschaakclub van de TH Twente. Er was een interne competitie. Ook speelden we in een externe competitie tegen andere clubs. Ons eerste team schaakte op landelijk niveau. Ikzelf speelde in het tweede team van Drienerlo dat in de regionale competitie schaakte.

Behalve studenten waren er ook enkele hoogleraren en docenten lid van onze schaakvereniging. Dat was maar goed ook, want die beschikten over een auto. Dat was vooral handig was als we een uitwedstrijd moesten spelen. Het was elke keer weer afwachten of we bij uitwedstrijden twee spelers met een auto konden opstellen.

Op een dag moesten we met ons team tegen Winterswijk schaken. Winterswijk uit, altijd lastig. We hadden in ons team één student met een klein oud autootje waarin vier man pasten. Hij schaakte beroerd maar werd vanwege zijn auto altijd opgesteld. De overige spelers zaten bij een professor die bereid was gevonden om mee te doen in de auto (een team betond uit tien man). Voorin zaten de professor en een student; achterin op elkaar gepropt de andere vier studenten; de auto helde zwaar achterover en de autolampen verblindden elke tegenligger – we speelden ’s avonds. “Ja, ja, ik weet het” mopperde de professor de hele tijd als een tegenligger weer eens met zijn lampen knipperde om aan te geven dat hij verblind werd.

Bij aankomst in Winterswijk bleek dat we in een zaaltje van het plaatselijke dorpscafé moesten schaken. Er stond een lange tafel, waarachter wij zaten. Winterswijk zette ons letterlijk met de rug tegen de muur. Gelukkig hoefden we ons daar niet telkens achter vandaan te frummelen om bij de bar iets te bestellen. Regelmatig kwam het barmeisje namelijk langs om de bestellingen op te nemen. Het eerste rondje was koffie op kosten van de thuisvereniging, de overige consumpties waren voor eigen rekening.

Het barmeisje combineerde een knap uiterlijk met een diep decolleté. Als ze de drankjes kwam brengen, moest ze over de tafel bukken om ze aan te reiken. Dat leidde behoorlijk af. We verloren dan ook kansloos met 8-2. Op de terugweg – de autolampen beschenen weer de toppen van de bomen – werd vooral het barmeisje besproken. We verdachten Winterswijk er van dat zij hun geheime wapen was.

000 mata hari

Dit is Mata Hari die deze week in het nieuws was omdat het deze week 100 jaar geleden was dat ze geëxecuteerd werd. Ik wil niet zeggen dat het barmeisje van Winterswijk er ook zo gekleed bij liep maar veel scheelde het niet.

De nederlaag tegen Winterwijk was niet de enige nederlaag dat seizoen. Aan het einde van de competitie stonden we er zo slecht voor dat we dreigden te degraderen. De laatste wedstrijd was de uitwedstrijd tegen Almelo 3. We moesten winnen om niet te verliezen. Nu had onze vereniging een geheim wapen in de persoon van Lodewijk Prins. Hij was in die tijd docent aan de TH Twente. Lodewijk Prins was een schaakgrootmeester. Hij had in 1948 het Hoogovens-toernooi gewonnen en was in 1965 nog Nederlands kampioen geworden. Hoewel Jan Hein Donner met wie hij voortdurend overhoop lag bij die gelegenheid zei dat Prins geen paard van een loper kon onderscheiden, kon hij – Prins was inmiddels gestopt met schaken – halverwege de jaren zeventig nog steeds zeer goed schaken. Hij was lid van onze vereniging maar speelde niet mee in de interne of externe competitie. Wel verzorgde hij één of twee keer per jaar een trainingsavond.

000 Lodewijk Prins1965; Lodewijk Prins; zittende rechts achter de zwarte stukken is zojuist Nederlands kampioen schaken geworden. Foto Jac de Nijs; Anefo; Nationaal Archief.

Iemand van ons team trok de stoute schoenen aan en belde Lodewijk Prins op. Hij legde uit dat we op het punt van degraderen stonden en of hij heel, heel misschien bereid was om met Drienerlo 2 mee te schaken tegen Almelo 3. Tot onze grote verrassing zei hij ja. Op de avond van de wedstrijd zaten we met grote spanning in de zaal van Almelo op zijn komst te wachten. Lodewijk Prins zou op eigen gelegenheid komen. Om vijf voor acht ging de deur van de zaal van Almelo open en daar stapte hij binnen.

Het gebruikelijke geroezemoes in de zaal vlak voordat de partijen begonnen verstomde onmiddellijk. Verbaasd en ontzet keken de spelers van Almelo 3 naar Lodewijk Prins. Deed hij mee? Vol vertrouwen zetten wij ons achter het bord. Het eerste puntje was binnen. Dat viel tegen. Lodewijk Prins speelde remise. Maar de andere spelers van Almelo 3 waren zo afgeleid – ze gingen de hele tijd bij het bord van Prins kijken – dat we met 5,5 – 4,5 wonnen, waardoor niet wij maar Almelo 3 degradeerde. Lodewijk Prins was ons barmeisje.

 

Epke Zonderhand

Afgelopen weekend waren de wereldkampioenschappen turnen. Bij de rekstok voor mannen was Epke Zonderland favoriet. Bij zijn tweede vluchtelement greep hij echter met zijn linkerhand mis. Wonderbaarlijk genoeg hield hij met zijn andere hand de rekstok nog wel vast en voltooide zo de draai, waarna hij zijn oefening vervolgde. Hij zou er een zilveren medaille mee verdienen. Zie hier:

Epke Zonderhand

Toen ik dit filmpje zag, schoot mij een leuke woordspeling te binnen: Epke Zonderhand. Zou ik mooi even over kunnen twitteren. Voor de zekerheid controleerde ik even op internet of niemand anders dat ook al had bedacht. Wat bleek, #zonderhand  bleek al een veel gebruikte hashtag op Twitter te zijn met tientallen tweets er onder. Tot zover mijn originele vondst. Maar niet over getwitterd dus (maar wel een blog over geschreven!)