Category Archives: sport

De trainer legt uit

Nog even terugkomend op Tottenham Hotspur – Ajax.  De Amsterdammers wonnen met 1-0.  Een mooi resultaat. Of het genoeg is om door te gaan zien we volgende week. Na afloop gaf Mauricio Pochettino,  de Argentijnse trainer van Tottenham Hotspur, op de persconferentie toe dat de oorzaak van de nederlaag van zijn ploeg mede gezocht moest worden in de verkeerde tactiek die hij voor zijn ploeg had bedacht.

Met de kennis van nu moet ik toegeven dat het een fout was, maar ik had niet veel andere opties. Je weet nooit hoe het was gegaan als we met een andere tactiek begonnen waren. Het ontbrak ons ook aan energie”, aldus Pochettino.

Dat was verrassend eerlijk. Meestal weten trainers altijd heel goed uit te leggen waarom hun ploeg verloren heeft, en wat de reden ook is, het is in ieder geval niet hun schuld. Voor mijn boek ‘Heel het land is van streek’ heb  ik ruim tien jaar geleden een keer een aantal uitspraken van toenmalige trainers na een nederlaag op een rijtje gezet.

0000 boek

Zie hier verklaringen van trainers waarom hun ploeg verloor:

Soms lag het aan de scheidsrechter:

  • Het borstzakje van de scheidsrechter was net een broodrooster. Bij elke tackle sprong er een gele kaart uit” – toenmalig Manchester City coach Kevin Keegan
  • Ik geef nooit commentaar op de scheidsrechter. En die levenslange gewoonte geef ik niet op voor deze klootzak” – de Engelse bondscoach Ron Atkinson wilde hier niets en toch iets over de scheidsrechter vertellen.

Soms had het met het scoreverloop te maken

  • “Eigenlijk hebben we maar twee problemen. Wij scoren te weinig en de tegenstander scoort te veel.” – aldus de Belgische trainer Herman Helleputte.
  • “Het scoreverloop was niet in ons voordeel.” – AZ-trainer Louis van Gaal legt hier uit wat er mis ging in de met 4-1 verloren wedstrijd van AZ tegen Werder Bremen in de UEFA-cup, 2006
  • “We maakten de winnende goal drie minuten voor tijd. Maar daarna maakten ze nog gelijk”. – de Engelse coach Ian McNail juichte te vroeg.
  • Als je met 4-0 voor staat, dan kan je nooit met 7-1 verliezen.” –Lawrie Mc Menemy, de coach van Jong Engeland
  • Als je 0-2 achter komt, is een 1-1 niet langer mogelijk.” – ook de Joegoslavische coach Aleksandar Ristic begrijpt hoe het werkt.
  • Ik zat met open mond van verbazing te kijken toen die bal er in vloog”  – de Engelse bondscoach Terry Venables kreeg een bal in zijn mond.
  • Ik heb sterk het gevoel dat het enige verschil tussen beide teams de doelpunten waren die Engeland scoorde.”  – de Schotse bondscoach Craig Brown.
  • Afgezien van de doelpunten, hebben de Noren niet gescoord” – de Engelse bondscoach Terry Venables
  • “Ons scorend vermogen is net als ketchup. Je weet nooit hoeveel er uit de fles komt.” – de Noorse coach Trond Sollies.
  • “Onze keeper hoefde maar één redding te verrichten maar we verloren wel met 4-0” – de Schotse Bondscoach Craig Brown.
  • Kansen krijgen en ze niet benutten. Daar draait het in het leven om” –de Engelse coach Ron Greenwood bedoelt het waarschijnlijk net even iets anders.

Soms lag het aan veld of toch niet?

  • Het had niks met het veld te maken, maar mijn spelers gleden telkens uit” – Franz Beckenbauer
  • Hun keeper speelde heel goed en het veld was erg slecht, maar ik zoek geen excuses” – de Engelse coach Graham Rix.

Soms kwam het door de tactiek van de tegenstander

  • “Ze spelen tactisch goed, hoewel ze zonder tactiek spelen” – de Duitse coach Udo Lattek had wel waardering voor de tactiek van de tegenstander.
  • Een defensieve tegenstander bestrijden is even erg als de liefde bedrijven met een boom.” – Real Madrid trainer Jorge Valdano was wat minder in zijn nopjes met de tactiek van de tegenstander.
  • Maar ik blijf risicovol spelen. Tenslotte hebben wij daar allemaal baat bij: wij, het publiek en de tegenstander” – toenmalig Werder Bremen trainer Aad de Mos blijft vast houden aan zijn tactiek.
  • “Op het laatst speelden we echt voetbal, maar dat is niet onze stijl” – aldus de Engelse coach Alex McDonald.
  • “We spelen het beste zonder tegenstander” – Otto Rehhagel
  • De Duitsers hebben maar één speler die jonger is dan 22 jaar en zelfs die is al 23!” – de Engelse bondscoach Kevin Keegan legt uit dat het Duitse team veel meer ervaring telt dan zijn team.
  • “We hebben ze niet onderschat. Ze waren alleen sterker dan gedacht” – de Engelse bondcoach Sir Bobby Robson onderschatte op het WK van 1990 tegenstander Kameroen niet.
  • “Het voetbalt een stuk moeilijker als je de bal niet hebt”  de Zweedse coach Sven-Goran Eriksson.
  • “We controleerden 99% van de wedstrijd. Die overige 3% kostte ons de match.” – Ruud Gullit is hier aan het rekenen.

Soms  ligt het aan hun eigen spelers

  • “Cole had van die afstand moeten scoren, maar ik wil niemand in het bijzonder er uit lichten” –  Manchester United manager Alex Ferguson over zijn spits Cole
  • Mijn spelers liepen als opgewarmde lijken over het veld. Vooral mentaal was het voor rust bedroevend” – VVV-coach André Wetzel
  • “Het enige dat in de eerste helft voor een beetje beweging zorgde, was de wind” – Bayern München coach Franz Beckenbauer
  • We voetbalden zo traag dat de vliegen zich te pletter vlogen op onze rug.” – toenmalig  Anderlecht-trainer Johan Boskamp
  • We verloren in ieder geval niet de persoonlijke duels op het veld. Maar dat kwam alleen maar omdat mijn spelers steeds te laat waren om een duel in te gaan.” – aldus de Duitse trainer Thomas Schaaf
  • “Ik zei in de pauze dat we nog wat meer rustmomenten moesten kiezen, maar sommige spelers namen dat wel heel letterlijk” – bondscoach Marco van Basten was na afloop van de verloren interland tegen Wit-Rusland in november 2007 niet helemaal tevreden over de instelling van een aantal internationals in de tweede helft.

Bovenstaande uitspraken werden pas na afloop van de wedstrijd gedaan. De toenmalige Duitse bondscoach Berti Vogts sprak de volgende bemoedigende woorden al voor de interland tegen Kroatië:  “De Kroaten schoppen naar alles wat beweegt. Ons middenveld heeft dus niet te vrezen.”

Maar het ligt in ieder geval niet aan de trainer

  • De grootste fout die we nu kunnen maken, is de schuld bij de trainer te leggen” – Karl-Heinz Körbel, de trainer van Eintracht Frankfurt.
  • Als je één iemand in het bijzonder als de schuldige wilt aanwijzen, dan moet het een speler zijn.” – de Ierse coach Theo Foley.

Tot slot, om de zaken enigszins te relativeren twee uitspraken van Zuid-Amerikaanse bondscoaches. De eerste is van de toenmalige Colombiaanse bondscoach Francisco Maturana. Die zocht helemaal geen excuses. Na een verloren interland sprak hij namelijk:  “Elke nederlaag omvat een overwinning”  Over deze filosofische benadering moesten de bondsbestuurders van Colombia wel even nadenken. Dat deden ze. Toen ontsloegen ze hem.

En als laatste een uitspraak van de toenmalige Argentijnse bondscoach Marcelo Bielsa: “Ik heb me zojuist gerealiseerd dat ik mezelf niet eens begrijp.”

Kortom, neem de uitspraken van coaches tijdens persconferenties niet altijd serieus.

O ja, dit was mijn persoonlijk ontwerp voor het kaft van ‘Heel het land is van streek’.

0000 boek 2

Dat heeft het niet gehaald. Dat kwam omdat ……..

 

 

Ajax – Liverpool 1966 en de spionkop

Vanavond speelt Ajax in de halve finale van de Champions League uit tegen Tottenham Hotspur. ‘Heel Nederland’ hoopt op een memorabele wedstrijd van Ajax.  In 2008 verscheen mijn boek ‘Heel Nederland is van Streek’. Dat was een voetbalboek met allerlei nutteloze voetbalverhalen.

Eén van die verhalen betrof de legendarische mistwedstrijd die Ajax in 1966 tegen Liverpool speelde, gecombineerd met het verhaal hoe de beroemde ‘Kop-tribune’ van Liverpool aan zijn naam kwam. Omdat ‘Heel het land is van Streek’ al tien jaar lang niet meer verkrijgbaar is en omdat Ajax vanavond hopelijk weer een legendarisch wedstrijd speelt, hierbij nog een keer dat verhaal.

De Mistwedstrijd Ajax-Liverpool uit 1966 (plus: Hoe ‘The Kop’- tribune in Liverpool aan zijn naam komt.)

Op 7 december 1966 speelde Ajax een Europacup wedstrijd tegen Liverpool. Het zou een beroemde wedstrijd worden. Liverpool was de grote favoriet. Het was de kampioen van Engeland, het land dat een paar maanden eerder wereldkampioen voetballen was geworden. Ajax was een nog onbekende ploeg in opbouw met een nog jonge Johan Cruijff, hij was nog maar 19 jaar oud, in de gelederen. De andere grote ster van Ajax uit die tijd, Piet Keizer, ontbrak die avond, hij was geblesseerd.

Wat de wedstrijd vooral zo legendarisch maakte, was de mist. Ajax – Liverpool werd in de dichte mist gespeeld. Het grootste gedeelte van de toeschouwers kon nauwelijks iets zien. Toen na drie minuten debutant Cees de Wolf, de vervanger van Piet Keizer scoorde, hadden de toeschouwers achter het doel van Ajax-keeper Gert Bals pas door dat er was gescoord toen het geluid van juichende toeschouwers als een soort wave hun vak bereikte. Een deel van de toeschouwers was overigens nog druk bezig met het aanmoedigen van Piet Keizer door middel van de kreet ‘Pietje, Pietje’. Zij hadden door de mist nog niet gezien dat Keizer niet meedeed.

000 mist 0000Cees de Wolf (nummer 11) scoort de 1-0; foto Nationaal Archief; fotograaf onbekend

000 mist 2De spelers en het publiek juichen nadat Cees de Wolf heeft gescoord. Pas toen beseften de toeschouwers achter het andere doel dat Ajax had gescoord. Foto Jac de Nijs; Nationaal Archief.

Eigenlijk had de wedstrijd die avond nooit gespeeld mogen worden gespeeld, maar het Olympisch Stadion was met 64.000 toeschouwers uitverkocht en het bestuur van Ajax had dan ook graag dat de wedstrijd doorgang zou vinden, bang als ze waren voor de reacties van het publiek als de wedstrijd afgelast zou worden. Ook Liverpool wou wel spelen omdat ze de zaterdag er op tegen Manchester United moesten voetballen en een dag uitstel van de wedstrijd kwam hen daarom ook slecht uit. De Italiaanse scheidsrechter Sbardella werd vervolgens door de bekende Nederlandse scheidsrechter Leo Horn, die namens Ajax als scheidsrechtersbegeleider optrad, overgehaald om de wedstrijd door te laten gaan, met als argument dat staande op de middenlijn de beide doelen zichtbaar zouden zijn.

000 mist 0Scheidsrechter Sbardella, vierde van links, voorafgaand aan de wedstrijd; tweede van rechts Leo Horn, derde van links Ajax-voorzitter Jaap van Praag. Foto Jac de Nijs; Nationaal Archief.

Misschien kon de scheidsrechter beide doelen net zien, de meeste toeschouwers beslist niet.

000 mist 1Cruijff in de aanval. Ergens in de mist moet aan de overkant het andere doel zich bevinden; Foto Jac de Nijs; Nationaal Archief.

Over deze wedstrijd doen vele verhalen de ronde, de een nog mooier dan de andere, maar lang niet allemaal waar. Zo is bijvoorbeeld het verhaal dat Bill Shankly, de toenmalige manager van Liverpool, Ajax niet van tevoren had bekeken, omdat dat clubje toch niets kon zijn, niet waar. Hij had wel degelijk een wedstrijd van Ajax bezocht om het team te kunnen analyseren. Op 20 november 1966 bekeek hij namelijk Ajax – Telstar. Na afloop werd Shankly om zijn mening over de wedstrijd gevraagd. Hij prees vooral Telstar.

000 mist

Bill Shankly, de kleine man tweede van links, voorafgaand aan de wedstrijd

Wat wel waar is het verhaal dat Sjaak Swart vlak voor rust het veld uit liep. Hij had een fluitje gehoord en dacht dat dat het rustsignaal was. Toen hij de catacomben wou binnen lopen, kwam hij een bestuurslid tegen die hem verbaasd vroeg wat hij daar kwam doen. “Nou, het is toch rust”. Swart kreeg te horen dat ze nog bezig waren en dat hij als de donder weer het veld in moest. Hij holde het veld op, kreeg direct de bal toegespeeld, dribbelde naar de achterlijn en uit zijn voorzet werd de 4-0 gescoord. De scheidsrechter had helemaal niet gemerkt dat Swart even van het veld af was geweest. Evenmin zag hij dat tijdens de wedstrijd Shankly af en toe gewoon het veld inliep om zijn spelers aanwijzingen te geven. Het hielp niet. Ajax won de mistwedstrijd uiteindelijk met 5-1.

000 mist 3

Terug in Engeland verklaarde Shankly in een discussie met een groepje supporters van de Spion Kop, die kwamen vragen hoe dit nu allemaal zo had kunnen gebeuren, dat het zaakje in Engeland wel recht gezet zou worden. Een nulletje of zeven of zo. De keeper van Ajax, Gert Bals, was buitengewoon zwak zei hij, die zou bij Liverpool nog niet eens in aanmerking komen voor het twaalfde team.

Piet Keizer deed tijdens de uitwedstrijd weer mee, Cruijff scoorde twee keer en keeper Gert Bals keepte, zoals de supporters van de Spion Kop pal voor hun neus konden zien, een dijk van een wedstrijd. De return eindigde in een 2-2 gelijkspel.

000 mist 0014 december 1966: Liverpool – Ajax 2-2-; Johan Cruijff soleert door de defensie van Liverpool; foto Ron Kron; Nationaal Archief

0000 spionkopDe oude Spion Kop tribune van Liverpool in 1983; foto Steve Daniels; Wikipedia

Wat veel supporters van de Spion Kop waarschijnlijk niet wisten, was dat hun befaamde tribune haar naam te danken had aan een andere roemruchte gebeurtenis in de dichte mist, namelijk een veldslag tijdens de Tweede Boerenoorlog in Zuid-Afrika.

De Tweede Boerenoorlog was een oorlog tussen de Afrikaners (afstammelingen van Nederlandse kolonisten) en het Britse Rijk. De oorlog, die duurde van 1899 tot 1902, werd gewonnen door de Engelsen en zou een einde maken aan het bestaan van de Boerenrepublieken Transvaal en de Oranje Vrijstaat. In de oorlog vochten overigens 2.000 Nederlanders als vrijwilliger mee met de Boeren.

In het begin van de oorlog waren er enkele successen voor de Boeren, zoals de veldslag op de Spionskop. Deze vond plaats op 23 en 24 januari 1900. De Boeren omsingelden in die periode een plaats genaamd Ladysmith, 230 km ten noordwesten van Durban en 365 km ten zuiden van Johannesburg. Een Britse legermacht van ongeveer 1700 man werd er op uitgestuurd om de Engelsen in Ladysmith te ontzetten. Vlak voor Ladysmith lag een viertal heuvels: Goenkop, Conical Hill, Spionkop en Twin Peaks, samen de Drakenbergen genaamd. Wie deze heuvels beheerste, had controle over de toegang tot Ladysmith. De Boeren hadden hun stellingen betrokken op Twin Peaks en op Goenkop en een klein deel lag op de Spioenskop, zoals de berg op zijn Zuid-Afrikaans heette. Kop betekent ‘heuvel’ op zijn Zuid-Afrikaans.

000 boerenBoeren op de  Spion Kop heuvel; foto afkomstig uit ‘The Project Gutenberg EBook of With the Boer Forces, by Howard C. Hillegas. 1900’

De Engelsen onder leiding van Generaal-Majoor Sir Edward Woodgate besloten om de Spionkop te bezetten. Dit was de hoogste heuvel en vandaar uit zouden ze de overige heuvels kunnen beschieten. Althans, zo was het plan. In de avond van 23 januari 1900 marcheerden  de Engelsen de 400 meter hoge heuvel op, die op dat moment in de dichte mist lag. Bovenop de top, althans de Engelsen dachten door de dichte mist dat ze op de top zaten, kwamen ze 15 man van het Boerenleger tegen, die verjaagd werden. Eén Boer kwam hierbij om het leven en zijn graf ligt vandaag de dag nog steeds op de Spionkop. De Engelsen groeven zich in, wat door de rotsachtige bodem zeer moeizaam ging. Veel dieper dan 40 centimeter kregen ze hun loopgraven niet uitgegraven.

De volgende morgen trok de mist langzaam op en toen zagen de Engelsen dat ze zich enorm vergist hadden. Ze zaten niet bovenop de Spionskop maar op een valse top, een lager gedeelte van de heuvel. De Boeren op de twee omringende bergen zaten hoger, evenals de gevechtseenheid van de Boeren boven op de echte top van de Spionskop. Zo gauw de Boeren de Engelsen zagen, openden ze het vuur op. De Engelsen genoten in hun ondiepe loopgraven nauwelijks enige bescherming. Hoewel de Engelsen in de loop van de dag nog wel wat kansen kregen op succes tijdens deze strijd, trokken ze zich aan het eind van de dag terug van de Spionskop met achterlating van 332 doden, waaronder generaal Woodgate en 563 gewonden.

000 spionkop 2

Pagina van de site van het Nationaal Archief. De toelichting luidt:  Britse lijken op het slagveld van Spionkop op 23-24 januari 1900, tijdens de vijfde maand van de Boerenoorlog. Deze foto is gemaakt door Van Hoepen (Pretoria) en meegenomen door de Nederlandse ingenieur Martinus Middelberg, werkzaam bij de Nederlands-Zuidafrikaanse Spoorweg Maatschappij; Datum 23 januari 1900″

Een deel van de gewonden werd door het ´Indian Ambulance Corps´ van de berg gehaald. Dit medische team was opgericht door Mahatma Gandhi, die latere geweldloze Indische leider in de strijd om de onafhankelijkheid van India. Maar in die tijd woonde hij in Zuid Afrika en was die dag ook aanwezig op de Spionkop waar hij als brancarddrager fungeerde.

Hoe komt nu een tribune in Liverpool aan de naam Spion Kop? Dit zit zo. Aan het einde van de negentiende eeuw werd voetbal in Engeland steeds populairder. De clubs gingen grote tribunes bouwen. Deze tribunes werden in eerste instantie alleen aan de lange zijkanten van het veld opgericht. De grond die uitgeschept werd om deze tribunes te kunnen bouwen werd achter de doelen gekieperd, waardoor daar kunstmatige heuvels ontstonden. Om de nieuwe zijtribunes te kunnen bekostigen, werden de prijzen van de toegangskaartjes voor de nieuwe zijtribunes verhoogd. Het gewone volk had hier geen geld voor en ging mokkend op de heuvels achter de doelen staan.

De soldaten die op de Spionkop in Zuid-Afrika gevochten hadden en die via havensteden als Liverpool weer teruggekeerd waren in Engeland behoorden tot het gewone volk en gingen bij hun clubs daarom achter het doel op de heuvels staan. Bij Liverpool stonden relatief veel jongens die op de Spionskop hadden meegevochten op de heuvel achter het doel en ter herinnering aan hun gevallen kameraden noemden ze hun heuvel bij Liverpool de Spion Kop. Het was de Liverpoolse krant ‘The Liverpool Echo’ die als eerste over deze bijnaam schreef. Toen tijdens het seizoen 1905- 1906 ook een nieuwe tribune op de heuvel werd gebouwd, stelde een zekere Ernest Jones voor om van deze bijnaam de officiële naam van de tribune te maken, dit als eerbetoon voor de Britse soldaten die gesneuveld waren op de Spionkop in Zuid-Afrika. De voetbalclub Liverpool nam dit idee over en de tribune kreeg de naam Spion Kop.

In 1924 werd de Spion Kop overdekt. In 1977 kwam er een afrastering voor de tribune om te voorkomen dat fans het veld op konden lopen. Deze afrasting werd na de ramp van Hillsborough in 1989, waarbij 96 Liverpool-fans tegen de afrastering van het Hillsborough-stadion in Sheffield werden doodgedrukt, weer weggehaald. Tevens verordende de Engelse voetbalbond dat voetbalstadions voortaan alleen nog maar tribunes met zitplaatsen mochten hebben. In mei 1994 werd daarom de oude legendarische Spion Kop afgebroken en vervangen door een nieuwe tribune met alleen zitplaatsen. Na de laatste match van Liverpool tegen Norwich City aan het einde van het seizoen 1993-1994  hielden de fans als eerbetoon aan The Kop een ‘stay-behind’. De supporters op de Kop wilden niet naar huis. Deze keer waren het niet de Boeren maar de politie en stewards die er aan te pas moesten komen om de Spion Kop te ontruimen. Alleen ging dat heel wat vreedzamer dan 94 jaar eerder.

 

 

Elfstedentocht

Het regent, waait en stormt al dagen. Het lijkt wel herfst en u weet het, na de herfst volgt de winter. Dus hoe groot acht u de kans dat er komende winter een Elfstedentocht wordt gehouden? (Ik bedoel uiteraard de echte winter; niet die van komende maand).

000 11 stedentocht winnaarsStandbeeld in Leeuwarden met daarop de namen van alle Elfstedentocht-winnaars. In 1956  was er geen winnaar; de vijf schaatsers die toen gezamenlijk over de finish kwamen werden gediskwalificeerd. (Deze maatregel werd ingevoerd nadat er in 1933 en in 1940 schaatsers gezamenlijk finishten.)

Even een nutteloos feitje tussendoor: de eerste vier tochten en de zevende tocht werden tegen de klok in geschaatst. Wist u dat? Men schaatste toen eerst naar Dokkum toe, maar dit terzijde. Als u goed naar de data op het kunstwerk kijkt, dan ziet u dat de tocht zes keer in januari is gehouden, acht keer in februari maar ook een keer (in 1933) in december. Dus een Elfstedentocht in 2019 kan nog steeds.

Ik ben overigens niet de enige die zich met de vraag bezig houdt wanneer er weer een Elfstedentocht gehouden kan worden. Zo verscheen er vorige week in de Washington Post in het kader van de serie ‘GAME CHANGER (“This series will examine the impact climate change is having on the world of sports, from elite competitors to recreational athletes.”) een groot verhaal over de Elfstedentocht en het KNMI heeft vorig maand een groot rapport onder de titel ‘Kans op Elfstedentocht in een veranderend klimaat laten verschijnen.

Misschien komt al die aandacht doordat in februari het record werd verbroken van de langste tijd tussen twee opeenvolgende Elfstedentochten. Dat stond op 8070 dagen, tussen de edities van 1963 en 1985, maar de ‘Elfstedentochtlozetijd’ bedraagt sinds 1997 inmiddels al 8105 dagen (“and counting”).

Voordat ik echter de vraag beantwoord hoe groot de kans volgend jaar op een Elfstedentocht is, laat ik eerst even wat sfeerfoto’s zien van eerdere tochten, dit om u in de stemming te brengen, om de spanning op te bouwen en u tegelijkertijd wat tijd te gunnen om over de vraag na te denken.

000 11 stedentocht 1963 start 21956; De deelnemers verwarmen zich voor de start bij de ultrarode kachel van garage Postuma in Leeuwarden; foto Joop van Bilsen: Anefo; Nationaal Archief.

000 11 stedentocht 1956 hindelopen1956: in Hindelopen

000 11 stedentocht 19541954: De brug is opengezet voor de schaatsers

000 11 stedentocht 19471947: Enkele deelnemers worden een stukje gedragen

000 11 stedentocht 19631963: onderweg in de vrieskou

000 11 stedentocht reinier paping1963: de latere winnaar Reinier Paping in Dokkum

000 11 stedentocht 19861986; klunende toerrijders tussen Harlingen en Franeker

000 11 stedentocht finish1963: Koningin Juliana en prinses Beatrix wachten bij de finish op de winnaar en de overige deelnemers.

Zo daar zijn we weer. Weet u het antwoord op de vraag al? (Of weet u de vraag soms al niet meer?) Ik zal u het antwoord geven. De deskundigen van het KNMI schatten de kans op een Elfstedentocht komend jaar in op 8%. Eerlijk gezegd vind ik die 8% nog best hoog, maar draai je het om – de kans dat er volgend jaar geen Elfstedentocht komt is 92%, dan lijkt dat ook weer heel hoog.

Ik citeer even een stukje van de site van de KNMI: “Er zijn sinds 1909 vijftien tochten verreden, minder dan eens in de zeven jaar. In de laatste vijftig jaar waren het er maar drie. De vraag in hoeverre de kans op een Elfstedentocht door de opwarming van de aarde vermindert, wordt elk jaar wel gesteld. […] Honderd jaar geleden was de kans dat het koud genoeg was voor een Elfstedentocht 20 procent per jaar, nu is dat slechts ongeveer 8 procent (tussen de 5 en 19 procent). […] Als we de opwarming tot 2 ºC boven pre-industrieel beperken blijft de kans hangen op ongeveer 5 procent per jaar, maar als we de aarde verder laten opwarmen neemt de kans op een Elfstedentocht al rond 2050 af tot rond de 1 procent per jaar.”

Dat de kans op een Elfstedentocht telkens verder afneemt is ook op dit KNMI-grafiekje over de periode 1900 – 2020 te zien.

000 11 stedentocht kans

Halverwege de jaren tachtig (toen er twee Elfstedentochten werden gereden bedroeg die kans nog zo’n 15%, nu dus nog maar 8%. De kansen stijgen als er een aantal jaren  een strenge winter is geweest. Dat verklaart de stijging in de dertiger en veertiger jaren.

In het stuk van de Washington Post staat ook een grafiek (gebaseerd op de cijfers uit het artikel van de KNMI). Dat laat de ontwikkeling per jaar zien van de gemiddeld laagste temperatuur over een periode van vijftien dagen. De deskundigen achten een temperatuur van -4,2 graden gedurende vijftien dagen voldoende om te komen tot een ijsdikte van 15 cm, zijnde het minimum om een Elfstedentocht te kunnen houden.

000 11 stedentocht

Die vage puntjes zijn geen vlekken op uw beeldscherm maar geven de gemiddelde temperaturen in de “Elfstedentochtloze” jaren aan. De zwarte puntjes zijn de jaren dat er wel een Elfstedentocht werd gehouden.

Als je goed kijkt zie je er jaren bij dat die gemiddelde temperatuur beneden die -4,2 graden lag, maar dat er toch geen Elfstedentocht werd gehouden. Dat kan diverse oorzaken hebben. Neem bij voorbeeld 1992. Dat jaar viel er in het begin sneeuw op het ijs, dat verdere aangroei van het ijs tegenhield.

De KNMI eindigt hun verhaal met deze waarschuwende woorden:

Als we de opwarming beperkt weten te houden tot 2 ºC boven pre-industrieel blijft de kans heel redelijk met ongeveer 5%, gemiddeld eens in de 20 jaar. Echter, als we de opwarming door laten gaan zijn er nog maar één à twee tochten mogelijk voordat de kans in het midden van de eeuw heel klein wordt.”

Tot slot, de kans dat er deze maand nog een Elfstedentocht wordt gehouden acht ik ondanks het beroerde weer nul.

Briefjes

Nederland voetbalde gisteren tegen Duitsland. Nederland speelde heel slecht. Johan Cruijff zei eens: “Je kan ook goed spelen zonder een bal te raken”, maar ook zonder een bal te raken speelde Nederland heel slecht. Duitsland leidde tot de 85e minuut dan ook verdiend met 2-0 en daarmee mocht Nederland eigenlijk nog de handjes dicht knijpen. De achterstand had veel groter moeten zijn.

In de 85e minuut gebeurde er iets onverwachts. (Johan Cruijff: “Vaak moet er iets gebeuren voordat er iets gebeurt.”). Nederland scoorde volkomen onverwachts. “Ins Blaue hinein” heet dat zo mooi op zijn Nederduits. Dat betekent volgens het woordenboek “Zonder eerst goed nagedacht te hebben of er een reden voor te hebben; zonder zin, doel of overleg; zomaar; in het wilde weg.”  Nu klopt dat ‘zonder doel’ in dit geval niet, want de bal vloog wel degelijk in het doel.

Plotseling had Nederland weer een kans. Een 2-2 gelijkspel zou namelijk inhouden dat Nederland zich zou plaatsen voor het eindtoernooi van de Nations League. Alle ballen naar voren dus, evenals de voorstopper die onze beste kopper is.  Johan Cruijff: “Ik ben overal tegen. Tot ik een besluit neem, dan ben ik ervoor. Lijkt me logisch.” Trainer Ronald Koeman nam een besluit en stuurde Virgil van Dijk naar voren.

De opdracht daartoe werd opvallenderwijs per brief gegeven. “Geachte heer Van Dijk, gezien de achterstand en de resterende tijd lijkt het ons opportuun dat u naar voren gaat en als het enigszins kan de bal in het Duitse doel te plaatsen. Bij voorbaat dank”.

 Ok, in werkelijkheid zag het briefje er anders uit, Het laat de gewenste speelwijze zien met de voornamen van de spelers op de positie waar ze de laatste vijf minuten moesten spelen. Het briefje werd geschreven door de assistenten van Koeman en deze gaven het aan hem.

Koeman kan je wel om een boodschap sturen en hij gaf het aan de rechtsback (Kenny T op het briefje.) Deze las het en gaf het aan Matthijs de Ligt.  Die bekeek het ook even en gaf het op zijn beurt weer aan Virgil van Dijk. Die zag dat hij naar voren moest, deed dat  en schoot in de 90e minuut de (zwaar onverdiende) gelijkmaker binnen: 2-2. Nederland naar de eindronde. Volgens analist Rafaël van der Vaart stond er op het achterkant van het briefje ‘Maak een doelpunt’, maar daar twijfel ik enigszins aan.

Zelf ben ik ook een specialist in briefjes en mij kan je dan ook om een boodschap sturen. Zie hier bijvoorbeeld mijn boodschappenbriefje van gisteren.

briefje 2

Wie goed kijkt (en mijn handschrift kan ontcijferen; daar heb ik zelf ook moeite mee), ziet dat er twee keer hagelslag en twee keer walnoten op staat. Ik ging tussentijds even kijken of we het toch niet in huis hadden en toen dat niet het geval bleek te zijn, schreef ik het opnieuw op, vergetend dat ik het  al op het briefje had geschreven . Een begin van Alzheimer dus.

En over Alzheimer gesproken, vorig week was er aan de deur een dame die collecteerde voor de Alzheimer-stichting. Nadat ze had uitgelegd waarvoor ze kwam, zei ik: “Ik zal maar niet zeggen dat u hier vanochtend ook al aan de deur was”  Aan haar blik kon ik zien, dat ik dat inderdaad niet moest zeggen. Ik heb daarom maar een paar euro extra gegeven en bij deze alsnog excuses. Ik zal zulke flauwe grappen niet meer maken. Dat kan ik u op een briefje geven.

 

 

Tonya Harding

Gisteren hadden de dochters en ik een cultureel en maatschappelijk uitje. Eerst bezochten we een tentoonstelling over Alexej von Jawlensky in het Haags Gemeentemuseum, daarna woonden we kort een vergadering van de Tweede Kamer bij.

De dochters hadden nog nooit de ‘nieuwbouw’ uit 1992 van binnen gezien en wilden er wel eens een kijkje nemen. Er was een vergadering aan de gang over asbestverwijdering, een onderwerp waar je mij in het midden van de nacht voor wakker kan maken. Ik zat dan ook op het puntje van mijn stoel, maar helaas moesten we al weer snel weg, want de jongste dochter moest terug naar Rotterdam. Ze had met een vriendin afgesproken om samen naar de film te gaan. Welke film vroeg ik. ‘I Tonya’,  over het leven van een Amerikaanse kunstschaatsster’ zei ze.

Zie hier de trailer van de film

i tonya

Ze dacht dat ik wel nooit van Tonya Harding gehoord zou hebben, maar dat zag ze fout. Ik heb zelfs een keer een column over haar geschreven in de tijd dat ik nog ‘het Nutteloze Kennisparadijs’ in de Volkskrant schreef. Onder de kop ‘De driedubbele Axel van een bokster’ schreef ik in 2005:

“In januari 1994 waren er voor het Amerikaans kampioenschap kunstrijden drie kanshebsters. Dat waren Nancy Kerrigan, de kampioene van 1993, Tonya Harding, de kampioene van 1991, en de toen pas 13-jarige Michelle Kwan, de latere vijfvoudige wereldkampioene. Het was een belangrijke wedstrijd. Alleen de eerste twee zouden zich plaatsen voor de Olympische Spelen van Lillehammer in Noorwegen.

Vlak voor het kampioenschap gebeurde er iets sensationeels. Een onbekende man, ‘a 6-foot-2 white male’, sloeg met een ijzeren staaf hard op de rechterknie van Nancy Kerrigan, waardoor ze zodanig gewond raakte dat ze niet aan het kampioenschap kon meedoen. Kampioene werd nu Tonya Harding voor Michelle Kwan.

Een week na het kampioenschap werden er vier mannen gearresteerd, waaronder Tonya Harding’s lijfwacht en Jeff Gillooly, Harding’s voormalige echtgenoot. Harding zelf ontkende iets met de affaire te maken te hebben en werd na een tien uur durende ondervraging vrijgelaten.

Het Amerikaanse Olympisch Comité overwoog om Harding uit te sluiten van deelname van de Olympische Spelen, maar nadat ze dreigde met een schadeclaim van 20 miljoen dollar mocht ze deelnemen. Het werd geen succes. Ze werd achtste. Een herstelde Kerrigan – ze had een vrijkaart van het Amerikaanse Olympisch Comité gekregen ten koste van Kwan-  deed het beter en werd tweede.

tonya harding 1994Tonya Harding tijdens de Olympische Spelen van 1994

In maart 1994 werd Jeff Gillooly tot twee jaar gevangenisstraf veroordeeld. Harding zelf, die bekende dat ze een week na de aanslag van Gillooly vernomen had dat deze achter de aanslag zat, werd vanwege belemmering van de rechtsgang veroordeeld tot een boete van 160 duizend dollar en vijfhonderd uur dienstverlening.

Tonya Harding kwam uit een arm gezin. Ze woonden in ‘motorhomes’ en verhuisden in tien jaar tijd twaalf keer. Haar ambitieuze, alcoholistische moeder zette haar als 3-jarige op het ijs. Ze bleek een natuurtalent te zijn. Als 5-jarige won ze haar eerste wedstrijd. Haar moeder liet haar uren trainen. Eens plaste ze op het ijs in haar broek, toen haar moeder haar niet naar de wc liet gaan. Aangrijpend zijn de toevallig opgenomen televisiebeelden van de 14-jarige Tonya, die na afloop van haar eerste landelijke wedstrijd naar huis belt om vol trots te melden dat ze zesde is geworden. Haar moeder schold haar door de telefoon uit en zei dat ze beter moest presteren. In 1991 sprong ze als eerste Amerikaanse – pas in 2005 zou een tweede Amerikaanse het haar nadoen – een driedubbele axel. Dat jaar werd ze ondanks haar faalangst Amerikaans kampioene. Het was het hoogtepunt van haar leven.

Ook na 1994 ging haar leven niet over rozen. Gillooly – fijne ex-echtgenoot – verkocht buiten haar medeweten om een video met naaktopnames van hun tweetjes onder de naam ‘Tonya Harding’s Wedding Night’. Geregeld kwam ze vanwege alcoholproblemen met de politie in aanraking. Nadat ze haar vriend in een dronken bui met een motorhelm op zijn hoofd had geslagen, omdat hij meer om zijn motor zou geven dan om haar, werd ze opnieuw tot een taakstraf veroordeeld.

Tegenwoordig is ze bokster van beroep. Ze wordt gepromoot als ‘The Bad Girl’. Haar eerste gevecht was tegen Paula Jones, de vrouw die in 1997 Bill Clinton van oneerbare voorstellen had beschuldigd. Echt gelukkig als bokster is Harding niet. Ze heeft al twee keer haar neus gebroken.

Toch ziet niet iedereen haar als een ‘bad girl’. Zeker niet de familie van Alice Olson, een destijds 81-jarige vrouw, die in 1996 in een bar in Portland een hartaanval kreeg. De toevallig aanwezige Harding gaf haar mond-op-mond beademing en redde haar leven.”

Als aanvulling op dit bovenstaande kan ik melden dat Tonya Harding na zes gevechten stopte met boksen. Ze voorzag daarna in haar levensonderhoud door te werken als lasser en schilder in een fabriek en als kassière bij Sears.

In 2010 vestigde ze met een Ford Model A uit 1931 een snelheidsrecord  voor auto’s van voor de Tweede Wereldoorlog – nooit geweten dat daar wereldrecords voor bestaan – door op de zoutvlakte bij Salt Lake City een snelheid te halen van 156 km per uur. Dat zelfde jaar trouwde ze (het was haar derde huwelijk) met Joseph Price en nam diens achternaam aan. Twee jaar later kreeg ze op 40-jarige leeftijd een zoon.

Tegenwoordig is er sprake van een soort ‘eerherstel’. Zo was ze te gast in de show van Ellen Degeneres en nam ze in 2018 deel aan de Amerikaanse versie van Dancing with the Stars. Ze werd samen met haar danspartner derde.

Dat haar levensgeschiedenis is verfilmd, is niet zo verbazing-wekkend. Haar geschiedenis, van het arme arbeidsmeisje met de drillende moeder dat moet opboksen tegen meisjes uit de hogere kringen, gecombineerd met een aanslag op haar concurrente, is bij uitstek geschikt om te verfilmen – eerder waren er al documentaires, een rockmusical en een toneelstuk over haar gemaakt. Het budget voor de film bedroeg 11 miljoen dollar. (Voor Amerikaanse begrippen is het daarmee een low-budget film.) Tot nu toe bracht de film wereldwijd 55 miljoen dollar op.

De Australische actrice Margot Robbie speelde Tonya Harding. Ze oefende drie maanden lang op kunstschaatsen. Ze had twee doubles die de moeilijke sprongen deden, maar omdat deze niet de drievoudige axel konden, werd deze sprong door middel van een computersimulatie “verfilmd”.

Voor haar rol kreeg Margot Robbie een Oscarnominatie in de categorie beste vrouwelijke hoofdrol. Ze won niet. Wel won Allison Janney, die de rol van haar moeder speelde, een Oscar voor beste vrouwelijke bijrol.

Trump en voetbal

Het WK voetbal in Rusland is nu een kleine week bezig. Breaking news: Nederland ontbreekt. Net zoals bijvoorbeeld Italië en Amerika. Dat Amerika ontbreekt is ongetwijfeld de schuld van Crooked Hillary en de Democraten – zou Trump zeggen.

Maar eerlijk is eerlijk – geen fake news hier – Trump heeft zich tot nu toe niet over het WK voetbal uitgelaten. Dat is niet zo verrassend. Hij staat namelijk niet echt bekend als een voetballiefhebber; wel speelt hij fanatiek golf. Voordat hij president van Amerika werd, bekritiseerde hij regelmatig president Obama over diens vele golfen: “Hij is meer op de golfbaan te vinden dan Tiger Woods”, aldus Trump. Sinds hij echter zelf president is, heeft Trump twee keer zo vaak golf gespeeld als Obama in zijn eerste jaar. Ook heeft Trump belangstelling voor American football. Begin jaren tachtig was hij zelfs gedurende korte tijd de eigenaar van een American football-team: de New Jersey Generals.

Dus Trump is geen voetbalman? Nee, dat kunnen we niet stellen. Trump heeft wel iets met voetbal. Af en toe zie je namelijk zijn naam  opduiken in de voetbalwereld en tijdens zijn tijd op de ‘New York Military Academy’, ruim vijftig jaar geleden, maakte hij zelfs deel uit van het voetbalteam van de Academy. Zie hem hier, zeventien jaar oud, zitten op de onderste rij, vierde van links.

0000000 trump

Tijdens een interview met het Engelse ITV sport in 1991 vertelde hij over deze tijd: ”I played it. I like soccer. I love it, it’s a great game.” Ook verrichtte hij tijdens dat interview in New York de loting voor de kwartfinales van de Engelse League Cup.

De laatste keer dat Donald Trump in verband werd gebracht met de voetbalwereld was in 2015. Er deden toen geruchten de ronde dat Trump zowel het Schotse Glasgow Rangers als de Argentijnse voetbalclub Atletico San Lorenzo, de favoriete club van paus Franciscus, wilde over nemen. Het Argentijnse gerucht was zelfs zo hardnekkig dat Trump – hij twitterde toen ook al fanatiek – dit in een tweet ontkende.

0000000 trump2

De Verenigde Staten heeft samen met Canada en Mexico (muurtjesvoetbal?) het WK van 2026 binnen gehaald. Trumps jongste zoon Barron is inmiddels al voetballend in een Arsenal-shirt op het gras van het Witte Huis gesignaleerd. (Ook Osama Bin Laden en Fidel Castro waren naar verluidt fan van Arsenal maar dit geheel terzijde.) Dus wie weet, misschien twittert Trump binnenkort wel fanatiek over voetbal. “Go Ahead Eagles Great Team! Best Team Ever!!!”

Tot zover Trump en het voetballen. Dit was Martin van Neck voor MartinvanNeck.nl

Waar is de bal?

Gisteren heb ik op tv gekeken naar de oefeninterland tussen Italië en Nederland. Het duel werd wel betiteld als het duel der losers. Nederland en Italië zijn namelijk de twee bekendste landen die zich niet voor het WK in Rusland hebben geplaatst. Als je naar de wedstrijd keek, dan snapte je wel waarom. Het spel was niet best en dan zeg ik het nog voorzichtig.

Er viel dan ook niet veel te beleven en of het daardoor kwam, weet ik niet, maar ik moest opeens denken aan de ‘Waar is de bal? – puzzel van vroeger. Dat was toen ik jong was – niet zo lang geleden dus –  een puzzelrubriek in de krant. Op een foto van een voetbalsituatie was de bal weggeretoucheerd en dan moest je aangeven waar de bal zich bevond. Ik heb even snel een voorbeeldje gemaakt met hulp van een foto uit het Nationaal Archief. Zie hier.

0000 bal 1

De bal heb ik dus weggeretoucheerd en aan u is nu de vraag: waar bevindt de bal zich? Als ik u de hint geef, dat de opgave gebaseerd is op Italië – Nederland, dan is het niet moeilijk meer. Ik zou bijna zeggen: een kans voor open doel.

Maar goed, hier de oplossing.

0000 bal 2

Tot zover krantenspelletjes van vroeger.

Barry Hughes

Zaterdag was de finale van de Champions League. Real Madrid won met 3-1 van Liverpool. Dat Real won, mocht vooral de doelman van Liverpool zich aanrekenen. Hij blunderde twee keer gigantisch. Eén keer wierp hij bij een uitgooi de bal tegen het been van een speler van Real Madrid aan, waarop de bal in het doel verdween en bij een houdbaar afstandsschot liet hij de bal op kinderlijke wijze door zijn handen gaan.

Die zal na afloop niet lekker in de kleedkamer hebben gezeten. Dat doet me denken aan het antwoord van Barry Hughes op een vraag van een journalist. Barry Hughes was begin  jaren zeventig trainer van Go Ahead, mijn favoriete clubje. Onze keeper had enorm geblunderd en een journalist vroeg na afloop hoe het met de doelman ging. “Niet best” antwoordde Hughes “Hij zat er in de kleedkamer helemaal verslagen bij, gooide wanhopig zijn hoofd in de handen en miste.”

Barry Hughes, geboren in Wales, was in de jaren zeventig van de vorige eeuw een bekende trainer, onder andere van Haarlem en van Go Ahead. Hij was echter niet alleen bekend als trainer maar ook als entertainer. Zo zong hij carnavalsliederen en trad hij op in allerlei televisieprogramma’s. Daarnaast genoot hij bekendheid omdat hij getrouwd was met de televisieomroepster en later radio- en televisiepresentator Elles Berger.

00 barry hughesElles Berger en Barry Hughes trouwen; 13 mei 1965; fotograaf Jac De Nijs; Anefo; Nationaal Archief.

In 2015 heb ik voor Hard Gras, een literair voetbaltijdschrift, een verhaal over het jeugdhuis van Go Ahead geschreven. Dat was een soort internaat waar talentvolle jeugdspelers in woonden. Mijn vader was vijftien jaar lang de studiebegeleider van de spelers in het jeugdhuis. In dat verhaal kwam Barry Hughes ook voor. Ik citeer even uitgebreid uit dit verhaal:

“[…] Het jeugdhuis kwam onder leiding van een nieuw echtpaar en de club vroeg Gerrit Eggink, een bekende makelaar in Deventer, te gaan fungeren als een soort praatpaal voor de spelers uit het jeugdhuis. Mijn vader, Harry van Neck, werd gevraagd als nieuwe studiebegeleider. Eggink was niet alleen makelaar in Deventer, hij had er ook een groot sociaal netwerk. Als er spelers uit het jeugdhuis ’s avonds in de binnenstad werden gesignaleerd op een tijdstip dat ze er niet behoorden te zijn, dan kreeg hij al snel een belletje. Mijn vader was de directeur van de MEAO in Deventer en kende vanuit die functie de andere directeuren van scholen in Deventer en omgeving goed en dat hielp bij het regelen van bijzondere studiefaciliteiten, zoals op maat gemaakte huiswerkbegeleiding voor de jeugdspelers. Wekelijks bezochten Eggink en mijn vader het jeugdhuis, waarbij dan ook vaak de studievoortgang werd besproken.

Eén van de eerste spelers in het jeugdhuis die met het strengere beleid te maken kreeg was Peter Arntz. Deze latere international was door de KNVB uitgenodigd voor een trip met het UEFA-jeugdelftal naar Zwitserland, maar omdat Eggink en mijn vader van mening waren dat het leren voor een proefwerkweek – die zou een dag na terugkomst uit Zwitserland beginnen – een hogere prioriteit had, kreeg hij tot zijn ontzetting geen toestemming om mee te gaan. Hij klaagde nog bij Barry Hughes – deze was in 1970 Fadrhonc opgevolgd als trainer – maar dat hielp niet. ‘Leren voor school is belangrijker’ zei Hughes en in plaats van in Zwitserland te voetballen, zat Arntz die week gebogen over de schoolboeken.

Ook Jack van Loon, een andere jeugdspeler, merkte dat Barry Hughes school belangrijk vond. Van Loon was bij de A-selectie gehaald, speelde al mee in oefenwedstrijden en stond op het punt om zijn debuut in de eredivisie te maken. Voor Jack van Loon was dit alles aanleiding om de aandacht voor school tot een minimumniveau terug te brengen. Mijn vader vroeg Hughes of hij Van Loon hierover wilde aanspreken. “Doen we “ zei Hughes en hij riep Jack van Loon bij zich.

Jack, het gaat goed op het veld hè.” sprak Hughes. Jack straalde. “Maar ik hoor van meneer van Neck hier dat je de school een beetje aan het verwaarlozen bent. Klopt dat?” “Mwah” mompelde Jack. “Is niet goed Jack, school is belangrijk. Ik zet je voor vier weken terug naar de jeugd. Als het daarna weer beter op school gaat, dan mag je weer bij de A-selectie mee trainen.”

Van Loon keek Hughes verbijsterd aan. Ook mijn vader was verrast. Dit had hij niet met Hughes afgesproken. Maar het hielp. Zijn aandacht voor school nam weer toe. Na vier weken mocht hij weer met de A-selectie mee trainen en even later zijn debuut maken. (Uiteindelijk zou Jack van Loon tot 1976 voor Go Ahead Eagles spelen. Daarna vertrok hij naar FC Groningen voor welke club hij ook nog eens ruim 200 wedstrijden zou spelen. Hij overleed in 2005 op 51-jarige leeftijd.)

Barry Hughes was gedurende de vijftien jaar dat mijn vader van 1970 tot aan zijn overlijden in 1985 de studieadviseur van het jeugdhuis was de trainer die de meeste belangstelling had voor de schoolprestaties van de spelers. Met de meeste andere trainers moest mijn vader vaak een strijd voeren om de jeugdspelers gelegenheid te geven om te leren. De fanatiekste onder hen was Wiel Coerver, trainer van Go Ahead Eagles in het seizoen 1976 – 1977. “Alle jeugdspelers moeten van school af. Ze moeten de hele dag trainen, dan maak ik ze allemaal miljonair. U kunt wel weg”. sprak hij. “Ik dacht het niet” zei mijn vader en de spelers bleven op school.

Hughes vond het van een goed karakter getuigen als een speler naast het voetballen ook trachtte op school succesvol te zijn. Karakter was naast techniek één van de zaken waar hij potentiële nieuwe spelers op beoordeelde. Eigenlijk was Hughes daarmee Louis van Gaal 25 jaar voor. Deze verklaarde in 1995 dat zijn successen met Ajax mede te danken waren aan zijn beoordelingssysteem TIPS dat stond voor ‘Techniek, Inzicht, Persoonlijkheid en Snelheid.’ Van Gaal zal het ongetwijfeld ontkennen, maar misschien heeft hij in zijn periode dat Hughes bij Sparta zijn trainer was – Van Gaal in de rust bij een wedstrijd: “Trainer, vindt u ook niet dat er gewisseld moet worden”; Hughes; “Inderdaad Louis, jíj gaat eruit, kleed je maar om” – iets van zijn gedachtewereld overgenomen.

0 Barry Hughes

Ten aanzien van zijn vak was Barry Hughes heel serieus, maar hij was ook een showman. Hier overhandigt hij in maart 1974 een gouden plaat aan Alice Cooper. In ruil daarvoor krijgt hij een gouden bal terug. (Let even op de fijne details zoals de bij de overjas passende pet van Hughes en het blikje Budweiser in de hand van Alice Cooper. Je bent tenslotte een woeste rocker of niet.) Fotograaf onbekend; Nationaal Archief

Dat Hughes spelers niet alleen beoordeelde op technische aanleg merkte ook Piet Hamberg. In 1972 voetbalde Hamberg bij BNC uit Finsterwolde en maakte hij deel uit van de nationale UEFA-jeugdselectie. Hij gold als één van de grootste talenten van Nederland en vanuit het betaalde voetbal was er dan ook veel belangstelling voor hem. Ook Go Ahead Eagles nodigde hem uit voor een gesprek.

Tot verbazing van Go Ahead kwam hij samen met een zaakwaarnemer. Waarschijnlijk was hij één van de eerste jeugdspelers in Nederland met een zaakwaarnemer. Hamberg vleide zich neer in een stoel – hij lag meer dan dat hij zat – en luisterde naar de verhalen van de voorzitter die vertelde wat voor een prachtige club Go Ahead wel niet was – Hamberg zakte ondertussen verder onderuit – naar Barry Hughes die zijn voetbalvisie ontvouwde – Hamberg lag nu bijna helemaal plat in zijn stoel – en naar mijn vader die vertelde hoe de spelers in het jeugdhuis werden begeleid. Toen mijn vader uit gesproken was – Hamberg lag nu horizontaal in zijn stoel – keek het jonge talent naar zijn zaaknemer. Deze kuchte en zei: “We willen 100.000 gulden tekengeld.” Dat was ruim meer dan de best betaalde speler van Go Ahead Eagles verdiende.

Hughes en mijn vader keken elkaar aan. Hughes pakte zijn portemonnee, haalde er een biljet van 25 gulden uit en gaf dit aan Hamberg. Deze wist niet goed wat hij er mee moest. Was dit een voorschot op zijn tekengeld? “Voor de reiskosten; veel succes elders” sprak Hughes. Hij stond op en liep de kamer uit. Later, toen Hamberg en zijn zaakwaarnemer weg waren, vroeg mijn vader aan Hughes of ze niet hadden moeten onderhandelen over het tekengeld. “Nee” zei Hughes: “Zag je niet hoe hij er bij lag in zijn stoel. Helemaal plat. Die haalt nooit de top. Niet het juiste karakter.”

Hamberg zou even later een contract bij NEC tekenen. Hij zou ook nog voor Wageningen, FC Utrecht, Servette en Ajax uitkomen maar de echte top haalde hij inderdaad niet” […]

Tot zover het citaat uit Hard Gras. Mijn vader overleed in 1985 op 65-jarige leeftijd na een auto-ongeluk. Barry Hughes leeft nog. Hij is nu 80 jaar oud. Elles Berger leeft ook nog en is 78 jaar oud. Ze zijn inmiddels 53 jaar getrouwd.

Uit het straatbeeld verdwenen

Uit de serie ‘Uit het straatbeeld verdwenen’: het straat-tv-kijken

Hoewel Philips al in de jaren dertig proeven met televisie uitzenden deed, vond de eerste landelijke Nederlandse (zwart-wit) televisie-uitzending pas plaats op 2 oktober 1951. Aanvankelijk waren er niet veel Nederlanders met een televisie. Er was sprake van een kip of ei probleem. Voordat ze een dure televisie kochten, wilden de Nederlanders eerst zien hoe het werkte, maar omdat ze geen tv hadden, konden ze dat niet zien.

Om die cirkel te doorbreken, plaatsten sommige radiozaken het ei (de televisie) in hun etalage en de kippen (de kijkers) konden dan staande op straat het nieuwe medium bekijken. Het straat tv-kijken was geboren.

0 tv

0 tv 310 oktober 1951 Publiek kijkt naar televisie in een etalage te Zandvoort;  Foto’s Harry Pot; Anefo; Nationaal Archief

0 tv214 mei 1952: Nederland tegen Zweden. De wedstrijd werd uitgezonden op televisie. In Amsterdam volgden mensen de wedstrijd voor de etalage van een radiozaak; Foto Herbert Behrens, Anefo, Nationaal Archief.

Ook ik heb regelmatig samen met een hoop mensen voor een etalage staan kijken. Maar dat was niet begin jaren vijftig – ik was toen nog niet geboren –  maar in het begin van de jaren zestig. We woonden toen in Apeldoorn. Met mijn vader en mijn broertje ging ik op zondag altijd naar de voetbal. De ene week naar AGOVV, dat speelde in die tijd nog betaald voetbal, de andere week naar Robur et Velocitas. Dat was een Apeldoornse amateur-voetvoetbalvereniging die haar domicilie vlakbij het terrein van AGOVV had. De twee verenigingen speelden haast nooit tegelijkertijd thuis –  waardoor we elke week wel naar een thuiswedstrijd van één van de twee clubs konden gaan.

Mijn vader bekeek de thuiswedstrijden van AGOVV samen met een aantal vrienden. Mijn broertje en ik zwierven ondertussen door het stadion. Na afloop zochten we mijn vader weer op en liepen dan altijd eerst met hem naar het huis van één van diens vrienden. Ome Chris noemden we hem hoewel hij geen echte familie was. Zijn vrouw, tante Riet, stond thuis altijd klaar met een kopje thee en een koekje en een glaasje ranja voor ons. Daarna vertrokken we naar huis. Niet rechtstreeks, eerst liepen we altijd langs een sigarenzaak in de buurt.

Voor de sigarenzaak stond vaak al een groepje mensen te wachten. Er waren in die tijd nog geen regionale radio-omroepen – ook Hilversum 3 bestond nog niet. Als je de uitslagen van het amateurvoetbal wilde weten, dan moest je wachten totdat de uitslagen de volgende dag in de plaatselijke krant stonden. De sigarenboer had echter, waarschijnlijk als reclame voor zijn zaak, iets bedacht.

Hij belde op zondagmiddag alle verenigingen op waar ploegen uit de regio Apeldoorn tegen speelden en schreef dan de uitslagen op een groot vel dat hij vervolgens op zijn etalageraam plakte. Dus als je op zondagmiddag al wilde weten, hoe je favoriete amateurclub (Robur et Velociatas in ons geval) het had gedaan, dan kon je dat op zondagmiddag al bij de sigarenboer zien.

Later vond de sigarenwinkelier het internet uit en hoefden we niet meer langs de winkel voor de uitslagen.

 

Verdwenen sporten

Uit de serie Verdwenen Sporten: het eierblazen.

Het WK van 1953 in beeld. Toen had Nederland nog echte wereldtoppers in huis.

eierblazen 3

eierblazen 2

eierblazen

Foto’s: J.D. Noske; Anefo; Nationaal Archief; d.d. 3 maart 1953.

De marathon van Rotterdam

Gisteren deden Marianne en ik de marathon van Rotterdam. Dat was best vermoeiend. Het is natuurlijk ook best veel lopen, iets meer dan 42 km, om precies te zijn 42,195 km. We hebben niet alles gelopen. Af en toe hebben we de boel flink ingekort door de metro te pakken.  Dat lukte echter niet overal. Op sommige plaatsen was het bij het metrostation zo druk dat je lopend eerder bij de volgende halte was. Die stukken hebben dus maar gelopen. Zie hier bijvoorbeeld de drukte bij metrostation De Slinge.

0 m8Het was er al heel druk en dan lopen er ook nog eens geesten rond zoals de vrouw met de witte jas zonder hoofd maar wel in bezit van drie benen en de man er naast met een half hoofd en een los lopende extra schoen.

Oh, wacht eens even, ik voel een misverstand aankomen. U dacht toch niet dat Marianne en ik de marathon hebben gelopen. We waren er om onze jongste dochter te ondersteunen en aan te moedigen.  Die liep voor het eerst van haar leven een marathon. Zie hier een sfeerrapportage van foto’s die (vooral) Marianne gisteren heeft genomen.

De wedstrijdlopers:

0 m0

0 m2

0 m3Die man in het gele shirt lijkt Van Persie wel. ’s Morgens de marathon van Rotterdam lopen en ’s middags invallen bij Feyenoord tegen Twente. Petje af hoor.

De recreatielopers:

0 m00

0 m1

0 m10

0 m6

0 m7

0 m5

0 m12

0 m01

0 m13

De laatste foto is gemaakt op de Coolsingel vlak voor de finish. Onze dochter staat er niet op. We hebben haar finish gemist! Even niet goed opgelet. De dochter heeft de marathon uiteraard wel uitgelopen. Het zit hem in de genen.

 

 

 

 

 

Matchfixing in het schaken

Dat matchfixing en omkoping in het voetbal voorkomt is bekend, maar dat het ook gebeurt in het schaken wellicht minder. Toch is het zo. Ik kan het weten, want ik ben er zelf een keertje bij betrokken geweest. Het is nu meer dan veertig jaar geleden en daarmee verjaard. Dus kan ik het nu wel opbiechten.

Het gebeurde tijdens de laatste competitiewedstrijd van ons team Drienerlo 2 thuis tegen Haaksbergen 1. Voor ons stond er niks meer op het spel. Ongeacht de uitslag zouden we ergens in de middenmoot eindigen. Haaksbergen had nog wel belang bij de wedstrijd. Zij konden theoretisch gezien nog kampioen worden. Ze stonden twee wedstrijdpunten achter op het al uitgespeelde ESGOO 2, het tweede team van een club uit Enschede. Bij winst op ons zou Haaksbergen gelijk eindigen met ESGOO 2.

Echter, in dat geval zouden de bordpunten – zeg maar het doelsaldo – beslissen. Haaksbergen had veel minder bordpunten dan ESGOO 2. Alleen als ze met 10-0 of met 9,5 – 0,5 van ons zouden winnen, zouden ze kampioen zijn. Bij 9-1 zou een beslissingswedstrijd volgen. Bij elke andere uitslag zou ESGOO 2 kampioen zijn en promoveren. De kans op zo’n grote uitslag was echter gering. De grootste uitslag dat jaar in de competitie was 8-2.

De avond begon met het aanbieden van de eerste consumptie aan de gasten door onze teamcaptain. Dat de eerste consumptie aangeboden werd door de thuisclub was standaard in de competitie. Wat niet standaard was, was dat daarop de aanvoerder van Haaksbergen het woord nam. Hij vertelde dat, als de heren studenten het goed vonden, dat Haaksbergen dan graag de tweede consumptie voor zijn rekening wilde nemen. Hij had zelf een zoon die studeerde en wist dat studenten het financieel altijd moeilijk hadden.

De heren studenten hadden er geen probleem mee dat Haaksbergen een consumptie aanbood.

Het zou niet de laatste consumptie zijn die de spelers van Haaksbergen ons aanboden. Regelmatig bood iemand van Haaksbergen zijn tegenstander een biertje aan en het werd een vrolijke avond. Op de borden ging het crescendo met Haaksbergen. Aan het eind van de avond stond het 7-0 voor Haaksbergen. Maar helaas voor hen ging het op de laatste drie borden wat minder. Op één bord stonden ze weliswaar wat beter maar waarschijnlijk zat er geen winst in, op de andere twee borden stonden ze zo goed als verloren. Veel meer dan een 8-2 uitslag zat er waarschijnlijk niet in. Maar om de kansen op het kampioenschap in stand te laten, speelden de spelers van Haaksbergen, hopende op een blunder van hun tegenstander, stug door.

In die tijd was het zo dat als aan het eind van de avond de partijen nog niet klaar waren, dat ze dan afgebroken werden. Een speler moest een zet afgeven die in een enveloppe werd gestopt en de partij werd dan een week later vervolgd. Meestal hadden de spelers en de teams hier geen zin in en werd er door de teamcaptains overlegd. “Als jullie die partij opgeven, dan geven wij die partij op”. Zo ongeveer ging het dan. Alleen als de teamcaptains er niet uitkwamen, of als een individuele speler het resultaat niet accepteerde, dan werd de partij een week later uitgespeeld.

Wij overlegden even intern met ons team. Eigenlijk gunden we Haaksbergen, zeker na al die aangeboden consumpties, het kampioenschap veel meer dan ESGOO, de grote concurrent van Drienerlo in Enschede. Maar om het kampioenschap nu helemaal cadeau te geven, dat vonden wij weer net iets te ver gaan. We besloten dat Haaksbergen en ESGOO het maar onderling moesten uitvechten. We stelden de teamcaptain van Haaksbergen daarop voor dat als zij akkoord gingen met remises in de twee partijen waarin wij veel beter stonden, dat wij dan de derde partij zouden opgeven. Uiteraard ging de teamcaptain van Haaksbergen met dit voorstel akkoord. De uitslag was daarmee 9-1 voor Haasbergen. Een beslissingswedstrijd tussen Haaksbergen en ESCOO 2 zou nu over het kampioenschap gaan beslissen. Even later vertrok Haaksbergen in juichstemming naar huis.

Wij vierden de nederlaag aan de bar, toen er opeens twee vertegenwoordigers van ESGOO verschenen. Ze waren nieuwsgierig naar de uitslag. “9-1 verloren helaas, het zat niet mee. Sorry, jullie moeten het in een beslissingswedstrijd gaan uitmaken.”  Verbijsterd keken ze ons aan.

00000 max euwe“Een mislukte poging in 1945 om Max Euwe om te kopen. Deze Nederlandse wereldkampioen was onomkoopbaar”.  Foto Theo van Haren Noman; Nationaal Archief

Geen idee overigens wie de beslissingswedstrijd heeft gewonnen.

Vals spelen bij schaken

In het schaken wordt wel eens vals gespeeld. In 2006 doken zelfs beschuldigingen van vals spel op  tijdens de match om het wereldkampioenschap tussen Veselin Topalov en Vladimir Kramnik. De manager van Topalov verweet Kramnik te vaak naar het toilet te gaan, een beschuldiging van vals spel. “Toiletgate” was geboren. Er was geen enkel bewijs voor en de schaakwereld deed de zaak als grote onzin af. Krammink won de tweekamp en werd wereldkampioen.

Nog een gevalletje veelvuldig toiletbezoek. Ik citeer even het Noordhollands Dagblad, editie Heerhugowaard, van 27 mei 2014, over vals spel tijdens een toernooi in Roemenïe, waarbij een Nederlandse amateurspeler bij was betrokken – nee, dat was ik niet!

“Hoe flest iemand in de praktijk de boel? Schaakcomputers spelen sterker dan mensen. Hun Elo-sterkte wordt op minimaal 3000 geschat, dus ruim meer dan wereldkampioen Magnus Carlsen die met 2880 op eenzame hoogte bij de mensen staat. Schaakprogramma’s die op smartphones draaien komen in de buurt van 2500. De betrapte Nederlander in Roemenië is een redelijk sterke amateurschaker met een Elo van 2233. […] In Roemenië werd hij betrapt door zijn tegenstander. Die vertrouwde het niet, de Nederlander verliet te vaak het bord. Volgens verklaringen achtervolgde hij hem naar het ‘plassengebied’, forceerde de toiletdeur en trof zijn tegenstander aan met zijn smartphone met de actuele partijstelling. De fraudeur werd uit het toernooi gezet en wacht mogelijk een lange schorsing.”

Vanwege dit soort zaken mogen vandaag de dag bij veel schaaktoernooien spelers tijdens de partij geen mobieltje bij zich hebben. Maar dit belet sommige schakers niet om het toch nog op deze manier te proberen. Zo werd in 2015 de Georgische schaakgrootmeester Nigalidze tijdens een schaaktoernooi in Dubai betrapt op valsspelen. Ook hij moest opvallend vaak naar het toilet. Het viel zijn tegenstander op dat hij elke keer hetzelfde toilethokje pakte, ondanks dat er anderen vrij waren. Hij meldde het aan een medewerker van het toernooi, die het toilethokje doorzocht. Achter de spoelbak vond hij een in toiletpapier gewikkelde iPhone. Daarop stond een schaakapp die de wedstrijd analyseerde.

Je kan ook valsspelen zonder toiletbezoek. Bij een toernooi in Amerika werd een speler met een pet op betrapt. In de pet zat kunstig elektronica verstopt waarmee hij in contact stond met vrienden buiten de toernooizaal die de partij voor hem op een computer analyseerde. Ook is al een keer iemand betrapt met een gehoorapparaatje op, althans dat zei hij. De slimme arbiter controleerde het typenummer op internet en zag dat het geen gehoorapparaat was maar een zendertje / ontvanger.

0000 schakenSoms zitten de hulpkrachten op een plek waar je ze niet verwacht. Foto Harry Pot; Nationaal Archief

Een ander beroemd geval van vals spelen vond plaats tijdens de Olympiade – zeg maar het wereldkampioenschap schaken voor landenteams –  van 2010. Twee Franse schakers en de Franse teamleider hadden naar verluidt een ingenieus systeem bedacht. De teamleider liep tijdens de partijen door de zaal. Regelmatig verdween hij echter naar de bar om daar op zijn mobiel te kijken. Daar kreeg hij zetten doorgestuurd van een kompaan die de partijen op een computer analyseerde De teamleider keerde vervolgens terug naar de zaal en liep daar vervolgens met  door de zaal. Hij keek dan eerst even met een onschuldig gezicht naar een partij die aan de gang was op de eerst rij en vervolgens naar eentje op de vierde rij van zijn team. Daarmee gaf hij aan dat de computer voorstelde om een stuk naar veld A4 te verplaatsen.

Ze vielen knullig door de mand. Het mobieltje van de man deed het tijdens één van die partijen niet meer. Hij leende daarop de telefoon van een bestuurslid van de Franse bond, die nadat hij later het apparaat terug kreeg, een ongeduldig sms’je met de tekst ‘waar blijven de zetten?” er op zag staan. Er volgde een onderzoek en er volgden lange schorsingen.

Bij deze voorbeelden is het telkens de schaker die hulp zoekt bij een computer. Er is een bekend voorbeeld van het omgekeerde. In 1997 speelde de toenmalige wereldkampioen Gary Kasparov  een match tegen de IBM-schaakcomputer Deep Blue. Tot ontsteltenis van Kasparov verloor hij met 3,5 – 2,5. Hij uitte na afloop de beschuldiging dat de computer werd geholpen door twee grootmeesters, die het apparaat op beslissende momenten ‘hielpen’ bij de keuze voor een zet.

Tot slot één van de leukste voorbeelden van valsspelende schakers die ik ken is deze. Het betreft het klassieke influisteren van een zet, niks geen elektronica.

0000 knudde

Het is een FC Knudde tekening uit 1990 van tekenaar Toon van Driel.

Goed, waarom nu deze blogpost over vals spelen in het schaken? Dat komt omdat ik wilde schrijven over matchfixing in het schaken. Ik googelde daarvoor even op ‘vals spelen in het schaken’ en trof daarbij een hoop voorbeelden aan, waarvan ik een deel hierboven heb beschreven.

Dat er matchfixing in het voetballen voorkomt is bekend, maar dat het ook voorkomt in het schaken wellicht niet. Toch is dat zo. Ik ben er zelf een keer bij betrokken geweest. Het was veertig jaar geleden en de zaak is inmiddels verjaard, dus ik kan er over schrijven. Echter deze blogpost is nu te lang om daar nu ook nog over te schrijven, dus dat stel ik, als soort cliffhanger, uit tot een volgende blogpost.

Schaken tegen de Nederlandse kampioen (2)

Urbanus, de Belgische komiek, zei eens: “Winnen, dat is iets voor losers”. Toch vond ik het altijd wel fijn als ik met schaken won. Niet dat ik dat vaak deed, maar af en toe gebeurde het wel. Weet u dat ik zelfs eens een keer van een (latere) Nederlands kampioen schaken heb gewonnen. Echt waar. Niet van Jan Timman, maar van Rini Kuijff, de Nederlands kampioen van 1989.

Ok, de omstandigheden waren bijzonder, maar toch. Het was in mijn studententijd. Op onze studentenflat woonde ook ene Menno. Hij was een goede schaker, veel beter dan ik. Hij speelde in de landelijke hoofdklasse. Dat is het hoogste niveau in Nederland.

Menno was bevriend met Rini die nog beter kon schaken. Op een dag deden Menno en ik mee aan een eendaags toernooi georganiseerd door één van de schaakverenigingen van Enschede. Rini, die dat weekend toevallig bij Menno op bezoek was, besloot ook mee te doen. Terwijl ik in één van de lagere groepen ploeterde – ik weet nog dat een Duitse schaker aan mij vroeg of ik wist wie de Gruppenführer was; ik dacht even wat vraagt hij nou? –  schaakten Menno en Rini in de hoogste groep. Rini won het toernooi gemakkelijk en kreeg een foeilelijke beker.

Hij was niet van plan om die beker mee naar huis te nemen. We gingen eten bij een Chinees en toen we naar buiten liepen, liet hij de beker opzettelijk in de vensterbank tussen de planten staan. Helaas, we waren al honderd meter ver weg, toen de ober hard hollend met de beker kwam aanrennen. “Meneeeeeer, u vergeet uw beker!”. Een tweede poging om de beker kwijt te raken, in een café waar Rini de nodige biertjes dronk, slaagde wel.

Om een uur of twaalf waren we weer terug op onze studentenflat. Rini brulde met zo’n luidde stem “Wie heeft er zin in een vluggertje?” dat alle meisjes op onze flat geschrokken naar hun kamers vluchtten – als u onder de hashtag #metoo iets over een schaker leest, dan weet u nu wie dat betreft – maar Rini bedoelde een partijtje schaak met een bedenktijd voor de hele partij van vijf minuten.

schaakklok

Ik zag mijn kans schoon. Normaal had ik geen schijn van kans, maar Rini was niet echt nuchter meer, dus wie weet. Helaas, de eerste twee partijtjes veegde hij me desondanks compleet van het bord. Toen kwam partij drie. Rini koos voor een opening die ik toevallig heel goed kende. Voor de kenners, het betrof de Sveshnikov variant van het Sciciliaans.

.000 schaken 2

Menno en ik hadden een keer die opening heel goed bestudeerd. We hadden zelfs een nieuwe zet voor wit bedacht. Dat leek aanvankelijk een winnende zet te zijn. Zwart kon op negen manieren antwoorden, waarvan de acht meest logische zetten allemaal verloren. Maar helaas een moeilijk te vinden negende mogelijkheid gaf zwart wel een winnend voordeel, waardoor onze zet niet speelbaar was. Ik dacht: hij heeft maar vijf minuten voor de hele partij, hij is niet helemaal nuchter meer, ik gok er op. Rini was verrast door de zet. Even dacht hij na – de klok tikte ondertussen door – toen koos hij voor één van de acht foute antwoorden. “Yess!” riep ik. Ik wist wat ik moest doen en won de partij eenvoudig.

Rini was op slag nuchter. Althans zo leekt het. “Opnieuw” brulde hij. Binnen no-time stond dezelfde stelling weer op het bord en ik deed weer mijn nieuwe zet. Deze keer koos Rini na enig nadenken wel voor mogelijkheid negen en werd ik kansloos van het bord gemept. Maar goed, ik had toch maar mooi een keertje van hem gewonnen. Toen hij later Nederlands kampioen werd, zei ik wel eens achteloos “Oh die, daar heb ik wel eens van gewonnen.

Gene Brown, Amerikaans schrijver: “Het ellendige van bescheidenheid is dat je er niet over kunt opscheppen”

 

Schaken tegen de Nederlandse kampioen

Ik heb wel eens tegen de Nederlands kampioen schaken gespeeld. Voor wie dat niet gelooft, zie hier.

0000 JT

Het is de voorkant van het maartnummer in 1974 van Schakend Nederland, het blad dat alle leden van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond in de jaren zeventig maandelijks kregen toegestuurd. De man met het lange haar, die hier een simultaan geeft, is Jan Timman, meervoudig Nederlands schaakkampioen. Ik zit naast die drie jongetjes. De foto stond eerder in dagblad Tubantia.

De foto is in Enschede gemaakt tijdens één van de zogenaamde V&D schaaksimultaans. In de jaren zeventig organiseerde V&D jaarlijks in verschillende steden van het land schaaksimultaans. In Enschede trad dat jaar Jan Timman op. Voor het geval u nieuwsgierig bent naar de uitslag, ik verloor nipt (1-0). Omstreeks zet 15 dreigde ik een paard kwijt te raken, maar voor dat probleem vond ik een oplossing. Niet zo’n goede oplossing echter want daardoor raakte ik een paar zetten later twee paarden kwijt.

Ik had toen net zo goed kunnen opgeven, maar speelde toch nog een zet of tien door tot er bij zet 30 meer stukken van mij naast het bord stonden dan er op. De reden dat ik niet tien zetten eerder opgaf was tweeledig. Ten eerste had ik op mijn studentenflat gezegd dat ik het wel minstens dertig zetten zou vol houden tegen Timman en ten tweede gold dat als ik doorspeelde en niet direct opgaf, dat dan beter was voor de overige deelnemers aan de simultaan. Dat kwam door de regel dat als de simultaangever bij je bord was, je dan gedwongen was om te zetten. Dus hoe meer deelnemers er nog in de strijd waren, hoe langer het duurde voordat hij weer bij je bord was, hoe meer bedenktijd je voor je zet had.

Van die regel dat je gedwongen moest zetten als de simultaangever bij je bord was, maakte een jaar later Hans Böhm misbruik tegen mij. Hij gaf dat jaar de simultaan. Tegen hem ging het een stuk beter dan tegen Timman en eigenlijk stond ik na een zet of dertig heel goed, misschien wel zelfs gewonnen. Dat beviel Böhm overduidelijk niet. Aangekomen bij mijn bord keek hij sacherijnig naar zijn stelling, pakte een kop koffie en ging uitgebreid nadenken. Opeens zette hij de koffie neer, deed plotseling een zet en ging er vandoor.

Ik keek naar het bord en had direct het gevoel dat zijn zet niet goed was. Echter, het was een heel gecompliceerde stelling en terwijl ik zat te kijken hoe ik de zet van Böhm kon weerleggen, zag ik uit een ooghoek hoe hij zo ongeveer hard hollend langs de overige borden liep. Binnen no-time was hij weer bij mijn bord en brulde: “Zetten!”. Noodgedwongen deed ik een zet waarvan ik hoopte dat hij goed was, maar aan de grijns van Böhm kon ik al zien dat dit niet het geval was – thuisgekomen zag ik later binnen vijf minuten hoe ik de zet van Böhm had kunnen weerleggen.

Na zijn antwoord stond ik verloren. Ik had eigenlijk een paar zetten later wel kunnen opgeven, maar speelde expres door totdat hij me mat had gezet. Daardoor moest hij aan het einde van de avond de hele tijd van mijn bord aan het ene eind van de tafel naar het andere eind van de tafel lopen waar ook nog iemand zat te spelen. Serves him right.