1988 -> 2019 -> 2050

Zowel in 1988 (tijdens onze huwelijksreis) als in 2019 bezochten wij het ‘Monument Valley National Monument’, gelegen in de staat Arizona in Amerika. Zie deze twee foto’s.

mv 1988

mv 2019 2(Om misverstanden te voorkomen, de bovenste foto stamt uit 1988, de onderste uit 2019.)

Wat zien we nu als we deze twee foto’s vergelijken? A) mijn gevoel voor humor heeft zich in die 31 jaar niet ontwikkeld en B) ik ben een soort transgender geworden: een slank iemand geboren in een te dik lichaam.  Enfin, we zullen over 30 jaar – in 2050 dus; ik ben dan 95 jaar oud – maar weer zo’n foto maken. Kijken hoe de zaken er dan bij staan. Vermoedelijk zal het dan wel een reisje worden onder begeleiding van de kleinkinderen die nu nog moeten worden geboren.

Uit het weblog ‘Met opa en oma op reis’: “Opa, als u nu met uw ene hand op de wandelstok leunt, kunt u dan de andere hand  omhoog houden?” Waarom moet ik dat doen kinderen?” “Gewoon doen opa.”

Het regent pijpestelen

We wonen vlakbij zee. Dat heeft voor- en nadelen. Eén van de nadelen is dat als het regent, het water weer snel terug is in de zee, waar het dan weer direct als wolk op kan stijgen. Even later regent het dan weer.

Gisterenmiddag regende het hier zelfs een tijdje lang  pijpestelen. (Officieel schrijf je dat woord met een tussen-n: ‘pijpenstelen’  dus, maar het is een oude uitdrukking en daarom mag het ook zonder tussen-n.)

Ik ging opeens over die uitdrukking nadenken en zag toen in eerste instantie allemaal omlaag vallende pijpenstelen voor me. Maar aangezien de regen geen pijp is – zoals René Magritte zou zeggen –  moet er een andere verklaring voor deze uitdrukking zijn.

De site van Onzetaal.nl bood zoals gewoonlijk uitkomst. Zie hier de verklaring.

pijpenstelen

‘Het regent pijpestelen’ wil dus eigenlijk zeggen dat de regen in lange, dunne stralen naar beneden komt, aldus de verklaring. In het bijzonder moesten we denken aan de steel van een Goudse pijp.

Uiteraard had ik geen flauw idee hoe een Goudse pijp er uitzag. U vermoedelijk ook niet, dus dat heb ik even voor u opgezocht. Zie hier iemand op een schilderij van Gerrit Dou uit 1650 een Goudse pijp roken.

pijp

‘Onze taal’ heeft niet alleen een site (die uiteraard over taal gaat) maar ze zijn ook actief op twitter waar ze wel eens nieuwsberichten plaatsen waar sprake is van een opvallend taalgebruik dan wel een opvallende combinatie van taal en beeld, zoals een nieuwsbericht van RTL over een verkeersongeval waarbij een fietser gewond raakte en de automobilist door reed.

Nu is zo’n verkeersongeluk natuurlijk verschrikkelijk en het is helemaal erg dat de automobilist is doorgereden – ik mag hopen dat ze hem/haar snel te pakken krijgen – maar ik moest net zoals Onze Taal toch lachen om de ongelukkige combinatie van foto en tekst ‘Politie zoekt kleine grijze auto‘ bij het bericht.

kleine auto

 

 

 

Gelezen voor u

1. Gelezen op een bord bij een terrasje in Amsterdam: ‘Als u drinkt om te vergeten, wilt u dan vooraf afrekenen’

2. Gelezen een levensreddend verhaal op het twitteraccount van Taalvoutjes

taalfoutje

3. Gelezen op een boekenlegger: ‘Een tweede druk is veel zeldzamer’.

Dat laatste kan ik beamen. Van mijn vijf boeken hebben er vier nooit een tweede druk gehaald. Het hangt natuurlijk ook af van de grootte van de eerste oplage . Van ‘Het Nutteloze Kennisparadijs’ liet de uitgever er 2500 stuks drukken. Er werden er 1500 van verkocht. De overige 1000 verdwenen naar De Slegte. Daar was het een groot succes. Het haalde zelfs de eigen top 10 van De Slegte van best verkopende boeken aldaar. Was de eerste druk beperkt tot 500 exemplaren dan had het boek een tweede of misschien wel een derde druk gehad.

Alleen ‘De Titanic’ uit 2012 kent meerdere drukken. Wat heet, we zijn nu al ruim over de duizend drukken heen. Dat komt omdat het een  ‘print on demand’ boek is. Elke keer als een toekomstige lezer het via de boekhandel of via internet bestelt, dan wordt het apart gedrukt en daarna afgeleverd.

titanic

Al meer dan 1000 keer herdrukt!

 

De groei van de sequoiabomen

De nieuwjaarsmeting van de twee sequoia gigantea bomen die ik in 2013 aan onze gemeente  heb geschonken – ze zijn opgekweekt uit zaad dat wij een keer op vakantie uit het Sequoia National Park in Californië  hebben meegenomen – is weer geschied. De bomen stammen – wel een toepasselijk werkwoord in dit verband – uit 2007. Ze zijn nu dertien jaar oud.

De bomen zijn te groot om met een centimeter gemeten te worden. Daarom heeft de meting plaats gevonden met behulp van de Martin-projector. Dat is een hightech-apparaat dat hele en halve Martins naast de boom projecteert waarna een computer de hoogte van de bomen uitrekent.

boompjes 2

De grootste boom is nu 5,5 meter hoog. Hij is vorig jaar een meter gegroeid. De andere boom is thans 3,5 meter hoog. Hij is het afgelopen jaar 75 centimeter gegroeid. Hij is nu zo’n twee meter kleiner dan zijn broertje. Deze achterstand is in 2012 veroorzaakt door een infectieziekte in die boom. De top van de boom moest er toen uitgeknipt worden. Eén van de bovenste takken nam daarna automatisch de rol als top over en groeide vervolgens recht omhoog.  Wonderlijk hoe de natuur dat zelf regelt. Je kan nu absoluut niet meer zien dat de top niet de oorspronkelijke top was.

Grafisch ziet de ontwikkeling van de boompjes er als volgt uit.

boompjes

Hoe hoog ze gaan worden? Geen idee. Er zijn exemplaren in Amerika die bijna 100 meter hoog zijn. Deze zijn meer dan 2000 jaar oud. Het hoogste exemplaar in Nederland is zo’n 50 meter hoog. Deze boom is zo’n 150 jaar oud.

Ik verwacht dat één van mijn twee boompjes in de toekomst de nieuwe recordhouder gaat worden. Eerst het Nederlands record, dan het wereldrecord. Ik hou u op de hoogte. Letterlijk en figuurlijk.

Aart Staartjes

Aart Staartjes is overleden. Hij bezweek gisteren aan de gevolgen van een verkeersongeluk in Leeuwarden. Het gebeurde op zo’n 100 meter afstand van het huis van mijn schoonzus en zwager, maar ze hadden van het ongeluk niks meegekregen.

Er zijn van die mensen die je al heel lang ‘kent’ van de televisie. Aart Staartjes was zo’n iemand. In mijn geval al meer dan vijftig jaar. De eerste keer dat ik hem op de televisie zag, was in de jaren zestig. We waren net van Apeldoorn naar Diepenveen verhuisd. In Apeldoorn had ik een paar jaar op zondagsschool gezeten, maar in Diepenveen hoefde dat niet meer. Mijn ouders lieten mij toen zelf de keuze of ik nog naar de zondagsschool wilde of niet. Dat was een makkelijke keuze. Ik had al genoeg verhalen uit de bijbel gehoord. Ik ging liever tv kijken en voetballen met vriendjes.

De allereerste zondag dat ik niet naar de zondagsschool hoefde, zette ik de televisie aan. Daar verscheen Aart Staartjes in beeld. ’Woord voor woord’ heette het programma. Hij vertelde verhalen uit de bijbel. Had ik weer. Dan maar naar buiten om te voetballen.

00000000 aart staartjesAart Staartjes ten tijde van ‘Woord voor Woord’

Daarna scheidden onze wegen zich gedurende lange tijd. Ik werd ouder en Aart Staartjes ging vooral kinderprogramma’s maken zoals de Stratemakeropzeeshow, De film van Ome Willem, J.J. de Bom voorheen de Kindervriend en het Klokhuis, allemaal kinder-programma’s die ik dus niet keek. Vanaf 1984 was hij te zien als meneer Aart in Sesamstraat. Ook regisseerde en presenteerde hij de intocht van Sint Nicolaas. Hij zou dat laatste meer dan twintig jaar doen.

00000000 aart staartjes 2Aart Staartjes achter op de fiets bij Joost Prinssen en Wieteke van Dort in De Stratemakeropzeeshow in 1973; foto Beeld en Geluid.

In de jaren negentig kregen Marianne en ik twee dochters en daar kwam meneer Aart weer in mijn leven. Dit dankzij Sesamstraat en de Sinterklaasintochten die ik samen met de dochters keek. Heel vaak zagen we hem mopperend op een bankje zitten.

00000000 aart staartjes 3Meneer Aart in Sesamstraat. Beeld afkomstig uit een filmpje op YouTube.

Maar nu is hij dus overleden. Allerlei nieuwsmedia, en ik dus ook, herdenken hem op hun eigen manier. Zo plaatste de site van de Volkskrant opnieuw een interview dat ze met hem in 2017 hadden. In dat interview vertelt hij onder andere dat hij met zijn dochter al meer dan dertig jaar geen contact had en dat hij haar twee kinderen nog nooit heeft gezien. Dat had onder andere te maken met een ruzie die hij met zijn schoonzoon had. Uit het interview:

‘Dat heeft met haar man te maken, een man die ooit Pino speelde in Sesamstraat, toen ik daar redacteur was. Bij een filmproductie van mij had hij Saskia, mijn dochter, ontmoet en ze kregen verkering. Een paar jaar later werd hij ontslagen, omdat hij weigerde de aanwijzingen van de regisseur op te volgen. Hij speelde een scène met Piet Hendriks, toen de opa van Sesamstraat. Het was net in de periode dat ik als redacteur Sesamstraat wilde moderniseren – de regisseur was de baas, niet de acteurs. Maar toen de regisseur zei dat Piet en Pino van plaats moesten ruilen, weigerden ze dat. Ze waren allebei hun baan kwijt. Via mij probeerde die man in Pino zijn baan terug te krijgen, maar ik heb hem niet geholpen. Dat heeft hem erg gekwetst, denk ik. Door mijn dochter tegen mij op te zetten, heeft hij me dat betaald gezet. Hij zei: als je niet meewerkt, krijg je je kleinkinderen nooit te zien. En ik heb ze inderdaad nooit mogen zien.’

Dit is natuurlijk maar één kant van het verhaal, maar het is triest. Niet alleen voor Aart Staartjes maar ook voor die kleinkinderen. Ik vraag me bijvoorbeeld af of die kinderen bij het kijken naar Sesamstraat of de Sinterklaasintocht wisten dat meneer Aart hun opa was.

Ik heb gisteren ook twee keer moeten lachen. De eerste keer was tijdens een tv-interview dat de EO gisterenavond naar aanleiding van het overlijden van Aart Staartjes herhaalde. Tijs van den Brink interviewde hem in een aflevering uit de reeks ‘Adieu God’ over zijn relatie met religie. In het programma vroeg hij hoe Aart Staartjes zijn toenmalige huwelijksproblemen met zijn vrouw had aangepakt. Hij keek bij het stellen van die vraag met een gezicht waarop af viel te lezen dat hij verwachtte dat God hierbij een grote rol had gespeeld, maar Aart Staartjes antwoordde broodnuchter: “We zijn gaan scheiden.”

De tweede keer dat ik moest lachten was toen ik op de Wikipedia opzocht wie de stem van Tommy was in Sesamstraat. In het interview van Aart Staartjes met de Volkskrant kwam namelijk dit stukje over de liedjes in Sesamstraat voor: “Zo’n Sesamstraat-liedje van Tommie: Dood zijn duurt zo lang. Die titel alleen al. En dan met dat stemmetje van ‘m. Och. Dat-ie zingt dat hij het zal missen als hij niet meer hoog op de schommel kan zitten. Dat ontróért je

De Wikipedia bevat een aparte pagina over Tommy uit Sesamstraat. Daar staat niet alleen dat Bert Plagman al sinds 1979 de rol en de stem (“Poehee”) van Tommy voor zijn rekening neemt, maar daar valt ook het volgende te lezen:

Aangezien de acteur zijn rechterhand gebruikt om Tommies hoofd en mond te bewegen, en zijn andere hand voor de linkerhand van de pop, is er een tweede persoon nodig die Tommies rechterhand speelt. Voorheen werd de rechterhand bewogen door Catherine van Woerden, Renée Menschaar en later door Judith Broersen. Deze drie spelen inmiddels respectievelijk Ieniemienie, Pino en Purk. Tegenwoordig wordt Tommies rechterhand bespeeld door Daphne Zandberg.”

Om die laatste zin moest ik vreselijk  lachen. Ik heb nog nooit gehoord van Daphe Zandberg en ik hoop oprecht dat ze nog heel lang onder ons mag zijn, maar ik zag het ‘in memoriam’ bij haar overlijden al voor me. “Ze bespeelde langere tijd de rechterhand van Tommy.”  

Enfin, Aart Staatjes is overleden. Als eerbetoon voor hem het liedje ‘Dood zijn duurt zo lang’. De muziek is van Harry Bannink, de tekst met de schitterende regels:“Het is niet fijn om dood te zijn. Soms maakt me dat een beetje bang. Het doet geen pijn om dood te zijn, maar dood zijn duurt zo lang” van Willem Wilmink.

00000000 aart staartjes 4(Op het plaatje klikken om naar het filmpje op YouTube te gaan.)

Johan Derksen

Gisteren had ik het met u over Mart Smeets. Vandaag wil ik het met u hebben over een andere bekende tv-persoonlijkheid: Johan Derksen. In tegenstelling tot Mart Smeets heb ik die wel vaker in levende lijve gezien. Echter niet in zijn rol als analist bij praatprogramma’s over voetbal maar als voetballer. Kunt u nagaan hoe oud ik ben.

Meer dan vijftig jaar geleden maakte Johan Derksen twee jaar lang deel uit van het jeugdteam van Go Ahead. Die speelden leuk voetbal en de jeugdploeg van Go Ahead behoorde in die tijd tot de beste teams van Nederland. Dat kwam mede omdat allerlei talentvolle jeugdspelers, afkomstig uit het hele land, naar Deventer werden gehaald waar ze een plaatsje kregen in het fameuze jeugdinternaat. Go Ahead was daarmee in die tijd uniek in Nederland. Ook Johan Derksen heeft hier twee jaar in gewoond.

Omdat wij fan van Go Ahead waren, bezochten mijn vader, mijn broertje en ik in de tweede helft van de jaren zestig niet alleen alle thuiswedstrijden van het eerste van Go Ahead maar ook die op zaterdagmiddag van de jeugdploeg. Wij zagen daardoor ook regelmatig Johan Derksen als voetballer in actie. Hij speelde aanvankelijk als linksbuiten maar toen Bert van Marwijk in de ploeg kwam werd Johan Derksen linksback. Hij was niet echt een topper maar een nuttige kracht zoals dat tegenwoordig zo heet.

Zie hier hoe hij op een foto van de jeugdploeg van Go Ahead staat. De foto is genomen vlak voor een beslissingswedstrijd tegen Feyenoord om het kampioenschap van Nederland. (De foto is afkomstig van de site van de Stichting Niet te kraken, een stichting die zich bezig houdt met het verleden van Go Ahead Eagles)

0000000 jeugd2

Johan Derksen staat in bovenste rij. Hij is de derde persoon van rechts . De knielende speler helemaal rechtsonder is Bert van Marwijk, de latere eenmalige international en bondscoach. De speler met de bal, tweede van links, is Hans Bleijenberg. Tegen hem heb ik nog een keer gevoetbald in het kader van het Apeldoorns kampioenschap voor lagere scholen. We waren toen allebei de grote ster van onze schoolteams. Alleen scoorde hij in die wedstrijd vijf keer en ik nul keer, maar dat is een detail.

Op de site van de stichting Niet te Kraken staat een column van Johan Derksen uit 1989 over zijn tijd  in het jeugdhuis. Ik citeer even een stukje uit die column. (Voor wie de hele column van Johan Derksen wil lezen, zie hier.)

“Ik weet het allemaal zo goed, omdat ik zelf ooit twee jaar in het jeugdinternaat verbleef destijds, in de jaren zestig, gebeurden er al dingen waar de meute nu nog gechoqueerd op zou reageren. Ik deed mijn best niet op school en omdat mijn vader doodsangsten uitstond dat ik ooit als drummer van Cuby and the Blizzards zou eindigen, was hij dolblij dat er clubs in mijn inderdaad niet geringe voetbalcapaciteiten geïnteresseerd waren. Heerenveen, Veendam, GVAV, SC Drenthe en FC Twente vingen bot, want Go Ahead had een jeugdinternaat, daar zou het allemaal wel in orde komen.

Ik arriveerde op de Brinkgreverweg met Oeki Hoekema, Jan van Eijck en Ger Veerman. Op dat moment, ik heb het over 1966, was Pleun Strik al uit het jeugdinternaat geschopt, omdat hij met een meisje op zijn kamer was betrapt. Mevrouw van Putten, zij runde het jeugdinternaat, was een schat van een mens, maar zij maakte de fout om ter gelegenheid van haar verjaardag een glas wijn en een pilsje te serveren.

De van NOAD afkomstige Tiny Broers kon een kratje bier aan, maar Oeki Hoekema kotste alles onder en Hermans Tiesselink, een begenadigde rechtsbuiten uit Almelo, toonde na zijn zoveelste pils aan alle toevallige passanten zijn geslachtsdeel. Toen mevrouw van Putten eindelijk de situatie weer onder controle had was Johnny Weyland zoek. De robuuste centrale verdediger, hij speelde later nog bij Vitesse, stond spiernaakt vastgebonden in de kast op de overloop. Ik zie mevrouw van Putten nog aan de touwen sjorren, want werkelijk alle lichaamsdelen waren vastgebonden.” 

Nu lijkt het of Johan Derksen in die tijd een wildebras was, maar dat is niet zo. Hij kon ook een keurige jongen zijn. Tijdens het zoeken naar informatie voor een verhaal voor Hard Gras over het  jeugdhuis van Go Ahead omstreeks 1970 kwam ik een seizoensgidsje voor het seizoen 1967- 1968 tegen.  In deze gids stond ook een klein portret van Johan Derksen

0000000 seizoensgidsEen keurige jongen toch? Verkoper in een heren / damesmodezaak!

In 1968 verkocht Go Ahead Johan Derksen aan Cambuur. Go Ahead ontving voor hem 30.000 gulden.

Mart Smeets

Ik ga nu iets heel geks zeggen. Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen. Ik lig tegenwoordig vaak samen met Mart Smeets in bad. Oké, om misverstanden te voorkomen, niet met de persoon zelf maar met zijn boek ‘Mijn Amerika’ dat ik vorig jaar van mijn schoonzus en zwager voor mijn verjaardag heb gekregen.

000000 mart smeets

In dit boek schrijft Mart Smeets over zijn reizen in Amerika. Hij schrijft vooral over de geschiedenis van Amerika, sport, muziek, uit eten gaan en over allerlei muziek-  en boekwinkels die hij bezoekt. Dat laatste had wel een onsje minder gekund. Na drie keer weten we wel dat hij een belezen man is. De Franse journalist Philippe Bouvard zou zeggen “Bescheidenheid is de kunst om de anderen al het goede te laten zeggen dat je van jezelf denkt.”

Ik moet zeggen, Mart Smeets kan goed schrijven, vooral over de geschiedenis van Amerika. De lengte van de hoofdstukken is ook prettig, net lang genoeg voor een bad.

Ik “ken” Mart Smeets – niet persoonlijk overigens – al zo’n vijftig jaar en maakt hij via de televisie deel uit van mijn leven. In levende lijve zelf heb ik hem één keer gezien. Dat was halverwege de jaren zeventig van de vorige eeuw. Hij was tijdens de introductieperiode op de TH Twente uitgenodigd door een studentenvereniging – vermoedelijk de basketbalclub.  Hij hield een lezing en keek daarbij opvallend vaak naar een jongen in het publiek. Ik dacht ‘Zit hij nou met die jongen te flirten?’ maar het ging om de Noorse trui die de jongen droeg, want opeens zei hij: “Je hebt een mooie trui, mag ik vragen waar je die vandaan hebt?” Een decennium later zou Mart Smeets bekend staan om zijn Noorse truien die hij tijdens schaatswedstrijden altijd droeg. Wellicht is het die dag op de TH Twente begonnen.

Zelf heb ik bijna een keer in een tv-programma met Mart Smeets gezeten. In 2004 had ik een boek met allerlei nutteloze voetbalkennis over het Nederlands elftal geschreven . Het was vlak voor het EK uitgekomen

oranjerapporten

Opeens werd ik tijdens het EK op een middag gebeld door een redacteur van de NOS. Of ik ‘s avonds in een programma – er was onverwacht een gast uitgevallen –  met Mart Smeets wat grappige feitjes uit het boek wilde bespreken.

Ik werd volkomen verrast door die vraag, Moest ik dat doen? Het was vast goed voor de verkoop van het boek, maar ik zag er die dag toevallig niet uit – ik had een ‘bad hairday’; wat heet, ik moest nodig naar de kapper; Marianne zat dat al weken te roepen. Ik zei dat ik even moest kijken of ik het qua tijd allemaal kon regelen en dat ik binnen tien minuten terug zou bellen. Dat was goed.

Ik maakte een snelle berekening. Ik kon onderweg nog net naar de kapper, dan naar huis voor een net overhemd en dan met openbaar vervoer  naar Hilversum. De twee jongens van mijn tweemans-uitgeverij zouden vast blij verrast zijn met mijn tv-optreden. Gratis tv-reclame voor mijn boek! Ik besloot het te doen. Ik belde terug, ruim binnen de tien minuten.

Het hoefde niet meer. Ze hadden ondertussen al de schrijver van een ander boekje met nutteloze voetbalkennis gebeld. Die had direct ja gezegd. ‘s Avonds zag ik hem terug op tv. Saai. Mijn boekje was veel leuker, maar het zijne verkocht daarna wel beter. Het stond de week er na zelfs in de top 60 van beste verkochte boeken in Nederland. (Oké, één week maar op nr. 57.) Ik heb deze gemiste kans op eeuwige roem maar nooit aan de jongens van de uitgeverij verteld. Leek me beter. Nu kan het wel. (Hun uitgeverij bestaat niet meer). Sorry jongens dat ik niet direct ja zei.

 

Vermeer en de Hoogh

Gisteren bezochten Marianne en ik in Museum Prinsenhof in Delft de tentoonstelling over Pieter de Hoogh.

pieter de hoogh tentoonstelling

We zagen er onder andere dit schilderij dat het museum had geleend van het Kunstmuseum in Basel.

schilderij Pieter de Hoogh(Jammer dat ze het niet recht hadden gehangen.)

Het zien van dit schilderij inspireerde mij om weer eens een stukje te schrijven in het kader van mijn speurtocht naar het Tweede Straatje van Vermeer.  Het begint als volgt:

We zitten nu in januari 2020. De laatste keer dat ik hier een bericht plaatste over mijn speurtocht naar het vermiste Tweede Straatje van Vermeer was in juli 2018. Laat ik het maar zo formuleren: ik ga zorgvuldig te werk”

In het stuk komen onder andere de gelijkenissen tussen de schilderijen van Vermeer en De Hoogh qua onderwerp en qua schildersstijl ter sprake.

dehoogh-vermeerLinks: Pieter de Hoogh: Vrouw met weegschaal: omstreeks 1660; rechts Vermeer: Vrouw met weegschaal: ergens tussen 1662 en 1665.

dehoogh-vermeer 2Links De Hoogh een binnenplaatsje met een doorkijkje naar de straat;  rechts Het Straatje van Vermeer gezien vanaf de straat met een doorkijkje naar een binnenplaats;  beide schilderijen zijn in 1658 in Delft geschilderd. (Het zijn overigens niet dezelfde gebouwen.)

De reden dat het schilderij uit Basel mij inspireerde tot het schrijven van een bijdrage over het Tweede Straatje van Vermeer  was het huis op de achtergrond.

schilderij Pieter de Hoogh detail

Voor wie het fijne hiervan wil weten, kan het hier allemaal op mijn site lezen.

De tentoonstelling in Delft duurt nog tot en met 16 februari 2020.

(Museum de Prinsenhof is ook de plek waar in 1584 Willem van Oranje het loodje legde. De kogelgaten zijn nog te zien.)

 

 

Een loszittend vliegtuigwiel

De meeste vliegtuigen hebben een landingsgestel. “Niet alle vliegtuigen?” zult u misschien verbaasd vragen. Nee, watervliegtuigen hebben geen landingsgestel maar drijvers. De naam landingsgestel is overigens strikt genomen niet volledig.  De wielen worden ook gebruikt om op te stijgen.  Soms gaat het daarbij mis. Op Internet staan beelden van een vliegtuig van Air Canada dat vrijdag een wiel verloor tijdens het opstijgen vanaf Montreal Airport.

Ik had op CNN dit weekend al beelden van het voorval gezien gemaakt door een passagier die toevallig filmde hoe het vliegtuig een wiel verloor. Hij plaatste het filmpje direct online  – moderne tijden – met de opmerking: “Ik zit momenteel in een vliegtuig dat zojuist een wiel verloor. 2020 begint goed.”

Op Nu.nl zijn nu ook (andere) beelden van het verliezen van het wiel te zien.

00000 thuisbrengertje(Door op het plaatje te klikken kom je bij het filmpje.)

De piloot keerde direct om en het vliegtuig landde gelukkig veilig. Het had nog genoeg wielen over. (Zo telt bijvoorbeeld alleen al het hoofdonderstel van een Airbus-A380-800 20 wielen.)

00000 wielenFoto Adrian Pingstone; Wikipedia

Maar toch, je zal maar in een vliegtuig zitten, je kijkt door het raampje naar buiten en ziet dat het vliegtuig een wiel verliest.

Enfin, mocht u in een vliegtuig belanden dat een wiel verliest en het vliegtuig heeft slechts drie of vier wielen en heeft dus wel een nieuw wiel nodig, zo verwisselt u volgens de ANWB een wiel.

00000 wiel

De eerste zes punten van dit lijstje  – over hoe u het wiel er af haalt – kunt u overslaan.

Dank U

Waarschuwing: het lezen van deze blogpost kan leiden tot een ernstig geval van het ‘stuck song syndrome’.

Op de labeltjes van Pickwick thee staan sinds een jaar of drie vragen. In het kader van ‘Neem de tijd’ wil Pickwick ‘mensen inspireren om de tijd te nemen voor grote én kleine vragen die het waard zijn om gesteld te worden’.  

Je kan ook zelf “een persoonlijke vraag voor een dierbare” op de  theelabels laten drukken. Per week gebeurt dit meer dan 1000 keer.

0000 thee 11

Volgens dit artikeltje uit januari 2017 op de site van Douwe Egberts – de eigenaren van Pickwick – hadden drie maanden na de start van de actie al 212 mensen via een theelabeltje aan hun partner gevraagd of ze met hen wilden trouwen. (Je zou maar een dergelijke actie hebben voorbereid en je partner antwoordt op de vraag of hij/zij een kopje thee wil: “Nee, doe maar koffie.”)

Opmerkelijk was ook dat vijftien mensen de vraag kregen voorgelegd ‘Wil je met mij een kindje?‘ en voor negen mensen was die vraag al beantwoord, want die lazen:  ‘Ik ben zwanger!

Enfin, op mijn theelabel stond vanochtend: ‘Waar ben je het meest dankbaar voor?’

0000 thee

Pats! Boem! “Dank u voor deze nieuwe morgen, dank u voor deze nieuwe dag.” Dank U dat ik met al mijn zorgen bij U komen mag.” Daar was hij weer. Het Danklied.

Heel lang geleden heb ik als kleine jongen een aantal jaar op een zondagsschool gezeten. Daar leerde ik niet alleen dat als je lachte onder het bidden, je drie weken van de zondagsschool werd gestuurd, maar ook het Danklied. Als je dat lied eenmaal in je geheugen hebt zitten, dan krijg je dat de rest van je leven er niet meer uit.

Het Danklied is een lied waarin God voor alles en nog wat wordt bedankt: “Dank U voor alle bloemengeuren, dank U voor ieder klein geluk, dank U voor alle held’re kleuren, dank U voor muziek.”  Het gaat maar door met als kers op de taart de slotregel: “Dank U dat ik U danken mag.” Het is een echte oorkruiper. Als je zo’n liedje eenmaal in je hoofd hebt, dan krijg je het er niet meer uit.

Er is zelfs een wetenschappelijke naam voor dit fenomeen, het zogenaamde  ‘stuck song syndrome’, oftewel ‘het vastgeklonken-liedjes-syndroom’. (Zie bijvoorbeeld dit artikel uit 2012). Volgens de (in 2015 overleden) Britse neuroloog  Oliver Sacks wijst de eindeloze herhaling op een dwangmatig proces.  ‘Het is alsof de muziek een deel van het brein heeft ontwricht. De liedjes verdwijnen wel, maar een associatie is genoeg om de jukebox weer op gang te brengen‘, aldus het artikel.

Bij mij was het theezakje van Pickwick de associatie. Nu heb ik dus weer de hele dag ‘Dank u voor deze nieuwe morgen” in gedachten. Nu schijnen er methoden te zijn om het te stoppen. Zo zou je een liedje kunnen laten verdwijnen door het in je hoofd helemaal uit te zingen. ‘Dan wordt de melodische spanning als het ware opgelost.‘  Maar dat werkt bij mij niet met het Danklied. Er is elke keer weer een nieuwe morgen die bedankt moet worden.

Een andere methode om het te stoppen is het hardop zingen van  een ander liedje, bij voorkeur eentje met een langzame melodie. Het Wilhelmus schijnt een goed lied hiervoor te zijn. Dus als u vandaag iemand voorbij ziet fietsen, die luidkeels het Wilhelmus aan het zingen is, dan ben ik dat.

Maar vooralsnog zit het Danklied in mijn hoofd. Pickwick, je wordt bedankt!

2020

Het nieuwe jaar is begonnen. Het is nu 2020. Hoe spreek je dat eigenlijk uit? Als ‘tweeduizendtwintig’, ‘tweeduizend en twintig’ of gewoon twintigtwintig? Dat laatste schijnt het meest populair te zijn.

Vandaag is het 2 januari 2020 oftewel 02-01-2002. Dat is wel een mooie datum maar natuurlijk niet zo mooi als die van over een maand. Dan is het 02-02-2020. Ik zou niet verbaasd zijn als er veel mensen op die datum trouwen. Zo waren er op 02-02-2002 ook allerlei mensen die het leuk vonden om op die datum te trouwen, onder andere dit stel.

0000 WA Max

Het is trouwens maar goed dat we een decimaal getallenstelsel hanteren en geen binair stelsel, want in zo’n stelsel zou de datum 02-02-2020 gelijk zijn aan 1-1-11111010010, niet echt een lekkere datum om te onthouden.

De vorige keer dat je zo’n mooi jaargetal had was 1919. De mensen die in dat jaar geboren zijn (onder andere mijn vader) en die nog leven (mijn vader helaas niet meer) worden dit jaar 101. Dat is ook een mooi getal.

Met een leeftijd van 101 behoor je tot ‘de eregalerij van de oude glorie’ zou Barend Barendse (een mooie naam in dit kader) zeggen. Voor wie niet weet wie Barend Barendse is – hij overleed in 1981 – , dat was een Nederlandse sportverslaggever en presentator.

0000 bb

Tussen 1972 en 1979 presenteerde hij iedere zaterdagmiddag op Hilversum 3 van 2 tot 4 uur een radioprogramma. Het meest populaire onderdeel hiervan was de ‘Eregalerij van de Oude Glorie. Dat waren felicitaties aan echtparen die vijftig, zestig of zeventig jaar getrouwd waren, en aan mensen die 90 of 100 jaar of ouder waren geworden. Deze kregen allemaal een plekje in de rubriek ‘Eregalerij van de Oude Glorie’.

Even tussendoor, over Barend Barendse bestaat een mooi anekdote uit zijn tijd dat hij sportverslaggever was. In 1958 gaf hij voor de radio verslag van  Olympia’s Tour, een meerdaagse wielerwedstrijd door Nederland. Dit deed hij vanuit een auto die voor de renners uit reed. Zijn informatie kwam via de mobilofoon van de wagen die bij de renners reed. Vanwege de gebrekkige techniek was afgesproken dat hij niet de namen, maar de rugnummers zou doorkrijgen. Op een gegeven moment kreeg hij  vanuit Hilversum te horen: “Pflimlin is gevallen”. Barend Barendse was in de veronderstelling dat het om een wielrenner ging en reageerde  met “Aan namen heb ik niks, rugnummers moet ik hebben”. Het ging echter om Pflimlin de Franse premier, wiens kabinet  was gevallen.

Maar goed , terug naar de mooie datums, ook 19 januari 1919 was natuurlijk een mooie datum om te trouwen, maar dat was een zondag, dus ik gok dat er in Nederland die dag niet werd getrouwd.

Zelf zijn Marianne en ik getrouwd op 26-08-1988. Niet echt een mooie dag. Om misverstanden te voorkomen, dat bedoel ik uiteraard qua datum.

 

Jaaroverzicht

Zo het jaar zit er weer op, althans het voorgaande jaar uiteraard, dit jaar is nog maar net begonnen. In 2019 heb ik 180 blogposts geplaatst en daarnaast heb ik nog  een zestal grote verhalen uit mijn serie over mensen achter de computer geschreven (eentje per twee maand gemiddeld; dat schiet dus niet erg op.)

Gemiddeld trok ik met mijn blogposts vorig jaar 216 unieke bezoekers  per maand. Oké, in werkelijkheid waren dat er tien keer zoveel, maar ik tel alleen de bezoekers mee die langer dan 1 minuut op de site blijven. De overigen zijn voornamelijk robots en dergelijke. Zo had ik in 2019  liefst 19.000 hits afkomstig uit China en 10,000 hits vanuit Rusland en dat terwijl ik in het Nederlands schrijf.

Het overzicht per maand vanaf december 2015 ziet er als volgt uit.

0000 blog

De trendlijn is nog dalend (ai!) maar december van dit jaar laat een opvallende piek zien. Dat komt door één blogpost en wel door eentje die ik al in juni 2016 schreef over de vraag waarom al het wasgoed bij het wassen altijd in een dekbedovertrek kruipt. Op 10 december (en ook nog deels op 11 december) werd deze blogpost massaal bezocht door mensen uit Nederland en België. (De Chinezen en Russen hadden hier geen belangstelling voor). Geen idee waarom dat was, wellicht is het onderwerp ergens in een quiz ter sprake gekomen.

Af en toe zie ik hoe een nieuwsitem het aantal bezoekers op mijn site beïnvloedt. Zo overleed in juni van dit jaar Barry Hughes, de sympathieke oud-trainer van mijn clubje Go Ahead Eagles. In mei 2018 had ik een keer verhaal geschreven over de ervaringen die mijn vader met hem had toen hij (mijn vader) de studiebegeleider was van de jongens die in het fameuze jeugdhuis van Go Ahead Eagles zaten. Deze blogpost uit 2018 was in juni 2019 na het overlijden van Barry Hughes de meest gelezen blogpost van die maand op mijn site.

De blogpost op mijn site die tot nu toe het vaakst is gelezen, is een verhaal uit 2017. (Zie de piek in de grafiek.) Dat was het Mondriaan-jaar en over al die tentoonstellingen die je dat jaar had in het Haags Gemeentemuseum – het heet nu het Haags Kunstmuseum –  schreef ik toentertijd een verhaal, wat in 2017 blijkbaar heel veel bezoekers trok die op zoek waren naar informatie over die Mondriaan-tentoonstellingen.

Ook een bepaalde aflevering uit de serie over de mensen achter de computer is een “kijkcijferhit” op mijn site en wel het verhaal over Archimedes. Ik vermoed dat heel veel scholieren voor werkstukken over Archimedes hier dankbaar gebruikt van hebben gemaakt (“Ha, dat kan ik gebruiken!“).

Tot slot, ook al zei de Chinese filosoof Lao-Tse eens “Vrij zijn van wensen leidt tot innerlijke rust”, toch wil ik iedereen bij deze de beste wensen voor 2020 toewensen.  Vergeet ik het persoonlijk te doen, dan kan ik altijd nog zeggen: “Het stond op mijn site, heb je die dan niet gelezen?”

Kopspijkers

Niet alleen nu maar ook 25 jaar geleden hield ik mij al bezig met allerlei nutteloze zaken. Zo hield ik in 1994, het jaar dat Marianne zwanger was van onze tweede dochter, bij wat voor namen andere ouders hun kinderen gaven. Tegenwoordig toets je daar een zoekopdracht op Google voor in, maar in 1994 ‘onderzocht’ ik dit aan de hand van de geboorteadvertenties in de Volkskrant en de zaterdagkrant van de NRC.

Begin 1995  – ik had die gegeven nu eenmaal toch – maakte ik een top tien van die verzamelde namen en stuurde ik die op naar de Volkskrant. Om de kans op plaatsing van mijn brief wat te vergroten, deed ik dit namens de (niet bestaande) vereniging VIENO. Dat stond voor de Vereniging van Interessante Edoch Nutteloze Onderzoeken.

De brief kreeg een ereplaatsje op de pagina met ingezonden brieven en tot mijn grote verbazing werd ik vervolgens gebeld door liefst drie televisie-programma’s en vier radiostations met de vraag of ik bij hen in het programma wat wilde komen vertellen over de VIENO en het namenonderzoek.  (Ik heb vier geleden hier een keer uitgebreid over geschreven – zie hier.)

In twee radioprogramma’s (een programma van de AVRO en eentje van de regionale omroep Utrecht) was ik te horen. De televisie-programma’s deed ik echter bewust niet. Volgens mij zou ik daar noch de kijkers noch mijzelf een plezier mee doen.

Zo was één van de tv-programma’s die belde Kopspijkers – het heette toen nog geloof ik Spijkers – van Jack Spijkerman. Dat was een erg populair satirisch programma met daarin grappige tv-filmpjes,  cabaretiers die bekende mensen nadeden, een quizje met twee bekende Nederlanders die als ze een antwoord goed hadden op een spijker in een tafel mochten slaan en een onderdeel met – ik citeer nu  even de Wikipedia –  “voorgekookte interviews met UFO-deskundigen, helderzienden en andere makkelijke mikpunten van spot”.  Dat laatste zei de redacteur die mij belde er niet bij, maar ik kende het onderdeel als trouwe kijker en mooi dus dat ik voor de eer  bedankte. (Pas in 2012 zou ik als “Titanic-deskundige” – je heb nutteloze kennis of niet –  in Pauw en Witteman op tv te zien. )

Van de week speelden wij met de dochters het spelletje 30-Seconds. Dat is een spelletje waar twee teams tegen elkaar spelen. Je krijgt een kaartje met vijf begrippen er op. Dat kunnen zaken zijn als namen, films, sporten, gebeurtenissen, plaatsen enzovoorts, enzovoorts. Het ene teamlid moet het begrip omschrijven, de andere moet het raden.  “Land beneden Nederland” brult de ene “België” roept dan de andere dan. Je hebt 30 seconden voor elk kaartje met vijf begrippen. Voor elk goed antwoord krijg je een punt.

Op een gegeven moment was de oudste dochter aan het beurt om de omschrijvingen te verzinnen, de jongste moest raden. “Presentator Kopspijkers” zei de oudste.  “Jack van Gelder” antwoordde de jongste. “Goed” zei de oudste. Wat??? Ze hadden het allebei fout maar ze hadden het begrip wel goed – er stond inderdaad Jack van Gelder op het kaartje. In plaats van een punt hadden ze een strafpunt verdiend vonden Marianne en ik, maar triomfantelijk schoven ze hun poppetje een plaatsje verder op het bord.  Tja ….

0000 jacksJack Spijkerman en Jack van Gelder; hoe haal je ze uit elkaar. (Foto’s WIkipedia)

 

Nederland wordt volgebouwd

Dit is een satellietfoto van de NASA uit 2016

000 nedrland

Rechtsboven ligt Leiden, iets daaronder naast die donkerblauwe vlekken – dat is Vlietlanden – ligt Voorschoten. Gaan we iets verder naar het zuidwesten dan komen we eerst de  Vogelplas Starrevaart tegen, dat is die bruine plas. Dat was ooit een zandafgraving voor de A4 (dat is de weg die je ziet rechts van die blauwe vlekken), maar is nu een vogelplas. Dan kom je Leidschendam tegen en dan aan de kust Den Haag. (Die inham aan de zee helemaal links is de haven van Scheveningen.)

Vorige week fietsten wij van Leidschendam naar Voorschoten, daartussen ligt  een klein groen gebiedje, maar lang zal dat niet duren. Er staan daar allerlei nieuwbouwprojecten gepland, zagen we. Nederland wordt volgebouwd. Over een jaar of tien ziet deze foto er weer heel anders uit.

p.s. wie heel goede ogen heeft, kan op deze foto ook ons huis zien.

 

De taart verlaten

In de film ‘Singin’ in the Rain’ uit 1952 springt Debbie Reynolds op een gegeven moment uit een taart.

00 singing in the rain

Het idee van mensen die uit een taart springen is al best oud. Zie bijvoorbeeld deze dame die op een tekening uit 1895 uit een taart te voorschijn komt.

00 taart meisje

Nu hebben de makers van Heel Holland Bakt bedacht om dit idee in het nieuwe seizoen ook weer eens van stal te halen. Althans als ik het verslag van de eerste aflevering in het ‘AD on line’ mag geloven. Ene Ingmar moet  “de taart “verlaten.

00 taart

Dat hij niet zag aankomen dat hij een taart moest verlaten, kan ik me voorstellen.

My WordPress Blog