Drie sportevenementen

Dit weekend waren er drie grote sportgebeurtenissen. In Moskou was er de finale van het WK voetbal. In Wimbledon waren er de tennisfinales en in Scheveningen werd er op het strand een  beachvolleybal toernooi gehouden. Bij dit laatste toernooi deed onze jongste dochter mee.

De dochter vroeg ons of we kwamen kijken. ‘s Morgens – ze speelde toen volgens een WhatsApp berichtje op veld 44 – haalden we het niet om op tijd te komen om haar te kunnen zien spelen en zonder onze steun verloor ze  drie van de vier wedstrijden, waardoor ze ‘s middags, afgezakt naar veld 57, in een  verliezers-poule mocht spelen. Dankzij onze steun ging dit beter en wonnen ze twee van de drie wedstrijden.

0000000000000 0 volleyball

Op een gegeven moment moest ze tegen een team waar zo te zien iemand uit het Nederlands beachvolleybalteam in zat, althans hij droeg een oranje Nederlands beachvolleybalteamshirt. Gezien zijn spel had ik wat twijfels of hij daadwerkelijk in het Nederlands team zat, maar zijn enthousiasme maakte veel goed.

Er was nog iets opvallends. Hij was ongelooflijk sportief. Op een gegeven moment sloeg één van zijn tegenstanders een mooie bal in de hoek. Terwijl hij nog een wanhopige poging deed om de bal met een duik  te halen, riep hij al, terwijl hij nog in de lucht zweefde,  “Mooie bal!”. Ook bij veel andere ballen complimenteerde hij steeds de tegenstander. Kijk, dat was nog eens een sportieve  speler.

Ook de twee toeschouwers van de wedstrijd – het was niet uitverkocht – konden zijn enthousiasme waarderen.

 

Toen we nog wereldkampioen waren

Vandaag is de finale van het WK voetbal. Daarom uit de serie ‘Toen we nog wereldkampioen waren’:

Wereldkampioen dameskapper Georges Forst in Krasnapolski; 11 september 1950; fotograaf: Jac. De Nijs

0000000000000 kappen

Heer Klijzing te Purmerend, wereldkampioen pijproken; 21 januari 1952; fotograaf Harry Pot

0000000000000 pijp

Wereldkampioen ploegen Wim de Lint uit Zevenbergsehoek; aankomst op Schiphol; 28 september 1957; fotograaf Wim de Lint

0000000000000 ploegen 2

Maurice Nuisker, wereldkampioen accordeonspelen, voor de Magere Brug in Amsterdam; 24 oktober 1961; fotograaf Jac de Nijs

0000000000000 arcordeaon

 

cirkels

Nog even terug komen op het blog van gisteren over pijlen in Amerika die vanuit de lucht zichtbaar zijn. Je hebt in Amerika ook grote cirkels die je van uit de lucht kan zien liggen. Zie bijvoorbeeld deze cirkels waar Marianne mij op wees. Ze liggen vlakbij Boise, Idaho.

0000000000000 rondjes

Wat zien we hier?

  • Boeren die een  groot bordspel in de natuur spelen?
  • Een door aliens achtergelaten boodschap?
  • Moderne kunst?
  • Moderne landbouw versus oude landbouw?

Het laatste antwoord is goed. De cirkels zijn het gevolg van het het gebruik van moderne irrigatietechnieken. Het water wordt over het droge land geïrrigeerd, veelal door een machine die het water in een rondje spuit. De boeren zaaien hun aanplant daarom dan ook in een rondje. Je kan ook zien waar in eerdere jaren iets stond en dit jaar niks.

En tot slot, aan de rechthoeken (waar de cirkels in staan) kan je zien hoe vroeger, voor de moderne irrigatietechniek,  het land in stukken werd verdeeld om het te bewerken.

En de boer, hij ploegde voort.

 

 

De voorloper van GPS

Niet zover van Boise, een stad in Idaho USA, kan je langs de I84 vanuit de lucht deze oranje pijl zien.

0000000000000 pijlAfbeelding Google Earth; coördinaten: 43°21’56.9″N 115°57’24.3″W

 Misschien vraagt u zich af: “Wat is dat voor een pijl?” Het antwoord luidt: dit is een soort prehistorisch GPS-systeem, bedoeld voor piloten van de US-Airmail. Tussen 1926 en 1931 werden, over heel Amerika verspreid, honderden soortgelijke gele pijlen aangebracht. Ze waren bedoeld om piloten, vooral ’s nachts, de weg te wijzen. Zo ongeveer om de 25 mijl waren deze pijlen vanuit de lucht te zien. Ze dienden als bakens en elk pijl wees de piloot in de richting van het volgende baken. Naast de pijlen, ze waren oorspronkelijk geel geschilderd, stond een lichttoren die de pijlen verlichtte.

De opkomst van satellieten en GPS zorgden er in de jaren zeventig van de vorige eeuw voor dat de pijlen niet langer nodig waren om piloten ‘s nachts de weg te wijzen en het systeem werd niet langer meer onderhouden. De torens en hun verlichting verdwenen veelal en de verf bladerde van de pijlen af. Sommige pijlen, zoals bovenstaande, werden oranje geschilderd.

Ik las over deze pijlen in een interessant artikel op CNN, dat ging over het echtpaar Brian en Charlotte Smith. Brian (70 jaar oud momenteel) en Charlotte (67 jaar) lazen een keer over de pijlen, raakten geïnteresseerd in het fenomeen en besloten zoveel mogelijk van de nog resterende pijlen op te sporen en er foto’s van te nemen. De foto’s werden bij voorkeur genomen met een drone. Het echtpaar heeft inmiddels 121 pijlen terug gevonden. De foto’s daarvan hebben ze op hun website dreamsmithphotos.com geplaatst.

0000000000000 pijl2

Daarnaast hebben ze op hun website ook allerlei informatie en historische bronnen over de pijlen opgenomen. Zie hierbij voorbeeld een kaart voor piloten uit 1927 waar de locatie van een deel van de pijlen op de route van New York naar  Boston staat aangeven.

0000000000000 route boston

Het echtpaar hoopt nog zoveel mogelijk (restanten van) pijlen te ontdekken voordat ze helemaal verdwijnen. Die toewijding van het echtpaar is ontroerend. “When we started our arrow quest in the summer of 2013 we did not realize the adventure and impact it would have on our lives. We have met many wonderful people along the way and realize how remarkable America and the pursuit of history can be. It is remarkable that these dusty broken hunks of concrete in isolated locations can bring out a passion in us and the people we encounter.”

En wat helemaal schattig is, is deze waarschuwing op hun site: “This site provides historical information only, do not use for navigation purposes.“  Opdat u het maar weet.

Wilt u meer informatie over dit historisch “GPS-systeem” bezoek dan hun site.

 

Koninklijke zeepkisten

In 2012, het jaar waar Willem-Alexander tijdens Koninginnedag liet zien dat hij een bekwaam wc-pottengooier was, nam prinses Máxima (samen met prinses Annette, de echtgenote van prins Bernhard – niet van de oude maar van de jonge prins Bernhard) plaats in een zeepkist. Haar echtgenoot keek lachend toe.

0000000000000 zk0

Voor de fotografen was het maar goed dat Willem-Alexander die dag niet zelf plaats nam in het autootje, want de laatste keer dat hij werd gefotografeerd tijden het rijden in een trapauto c.q. een zeepkist  – dat was in 1976 tijdens een bezoek aan de toenmalige verkeerstuin in Assen – reed hij als negenjarig brutaaltje bewust op een groep fotografen in. Het kostte één fotograaf zijn toestel. (Voor het verhaal over dat gebeuren en een foto van Willem-Alexander in het trapautootje, zie hier dit stuk uit de Volkskrant.)

Het rijden in een trapauto c.q. zeepkist  – het verschil is dat een zeepkist meestal geen trapmechanisme heeft maar dat je er van een helling af moet rijden dan wel getrokken moet worden om vaart te krijgen – is iets dat al heel lang in de koninklijke familie zit. Oma Juliana kwam tijdens werkbezoeken zelfs regelmatig in een trapauto aanrijden.

0000000000000 zk2Zie haar hier met de AA-00-13.

En ook haar dochters reden regelmatig in een trapauto. Zie bijvoorbeeld deze foto’s op de site van het Nationaal Archief (in verband met copyrights kan ik de foto’s niet hier plaatsen).

De reden dat ik over koninklijke trapauto’s schrijf is dit autootje wat wij onlangs in de stallen van het paleis het Loo in Apeldoorn zagen staan.

0000000000000 zk3

Volgens het bijbehorende informatiebordje zou Prins Claus dit wagentje hoogst persoonlijk voor zijn kinderen in elkaar hebben geknutseld. Als je goed naar het stuur kijkt, dan zie je daar een schattig detail. Prins Claus heeft daar voor de jongens een foto van hun moeder geplakt. “Denk aan mij…”

0000000000000 zk4

De foto is niet helemaal scherp – dat is een understatement – maar op het stuur staat dus een afbeelding van Beatrix geplakt.

Even rondkijkend op het internet zijn er nog wel meer foto’s van koninklijke trapauto’s en zeepkisten te zien. Zie hier bij voorbeeld de dochters van de Noorse koning Olav V in 1934 in zo’n autootje.

0000000000000 zk1

Wij hadden vroeger thuis ook een zeepkist. (De reden dat die autootjes zeepkisten worden genoemd is dat ze vroeger vooral van grootverpakkingen van zeep werden gemaakt.) Alleen hadden wij niet zo’n mooie als de koninklijke kinderen. De onze was gemaakt van een onderstel van een oude kinderwagen met daar bovenop een soort kist van plankjes. Je moest aan een touw trekken om er mee te kunnen rijden.

Een foto van onze zeepkist heb ik helaas niet meer, wel van het onderstel toen dat nog diende als onderdeel van onze kinderwagen.

0000000000000 zk5

Zie mijn broertjes naast en ik in de kinderwagen. De wielen van deze kinderwagen functioneerden later als de wielen van onze zeepkist. Veel met de zeepkist hebben we niet gereden. We hadden meestal ruzie wie moest trekken en wie er in mocht zitten.

Een trotse pauw

Op het terras van de Prins Hendrik garage – dat is geen garage maar een  grand café  gelegen bij de hoofdingang van het Paleis het Loo in Apeldoorn tegenover het stallencomplex  – loopt een trotse pauw rond. Regelmatig zet hij zijn verenpracht uit om indruk te maken op een vrouwtje dat even verderop loopt.

000000000000 0p2

000000000000 0p

“Weest geen pauw in uw gewaad, geen papegaai in uwen praat, geen ooievaar wanneer gij eet en geen gans als gij daar henen treedt.”

De voorkant van deze dieren is algemeen bekend, maar heeft u zich wel eens afgevraagd hoe zo’n beest er van achteren uit ziet? Marianne wel en zij nam daarom deze foto’s.

000000000000 0p4

000000000000 0p3

Zo ziet een trotse pauw er dus van achter uit.

Tot slot van deze biologieles, weet u waarom bij veel vogels de mannetjes er veel mooier en opvallender uit zien dan de vrouwtjes? Niet alleen omdat de mannetjes de vrouwtjes moeten versieren (indruk op moeten maken), maar ook omdat het de vrouwtjes zijn die de eieren uitbroeien en dan is het handig in verband met roofvogels dat ze niet al te veel opvallen.

 

 

 

 

Jachtlaan 28 Apeldoorn

Toen wij een paar weken geleden aan het fietsen waren in Apeldoorn en omgeving zijn we ook even langs de Jachtlaan 28 gereden. Dat is het huis waar ik ben geboren en de eerste tien jaar van mijn leven heb gewoond.

Het was de helft van een dubbelhuis. Wij woonden in de linkerhelft.

000000000000 jachtlaan 28

Zie hier het huis zoals het er in 1964 uitzag. Ik sliep in de kamer met het balkon aan de voorkant. Het huis lag aan een parallelweg van de Jachtlaan.

Het was een spannend huis met een kelder en een verborgen ruimte op zolder. Als je trap naar zolder opliep, dan kwam je daar op een soort overloop. Daar lag zeil. Als je dat optilde, dan zag je als je goed keek een verborgen luik . Er zat een klein gaatje in het luik, waardoor je het kon optillen en als  je dat deed, dan zag je daar een ruimte onder, waar twee à drie mensen zich in konden verbergen. Er lagen twintig jaar na de oorlog  nog steeds wat oude verzetskrantjes zoals Vrij Nederland op de vloer, evenals wat voedselbonnen uit de Tweede Wereldoorlog. Vermoedelijk zullen er onderduikers in het huis hebben gezeten. Reuze spannend vond ik dat als klein kind.

Het huis bleek nog steeds te bestaan. Wel was het behoorlijk gemoderniseerd.

000000000000 jachtlaan 28 2

Ik vermoed dat bij de verbouwing het onderduikhok wel verdwenen zal zijn. Maar misschien hebben ze dat toen niet gevonden. In dat geval zou ik tegen de huidige bewoners willen zeggen, kijk eens onder het zeil op zolder.

Een scholier en een wild zwijn

Een paar weken geleden fietsten wij door de bossen in de omgeving van Apeldoorn richting Uddel. Opeens werden we ingehaald door muziek. Die muziek bleek te komen uit een geluidsinstallatie die een scholier onder de snelbinders van zijn fiets had zitten.

De jongen haalde ons in. Niet alleen stond zijn muziek hard, hij fietste ook hard. Al snel was hij weer uit zicht en uit het gehoor. Maar een kilometer verderop zagen we hem opeens aan de kant van het fietspad staan. De muziek stond uit, dus dachten we dat hij even een cd of zoiets moest wisselen, maar dat was niet het geval.

Toen we namelijk bij hem waren, sprak hij ons aan. “Meneer, mevrouw”  sprak hij keurig beleefd. “Wilt u misschien een wild zwijn zien?”  Hij wees naar de overkant van de weg. Daar scharrelde tussen de struiken een wild zwijn. “Goh” zei ik “Hoe zag je dat beest?” Het beest was moeilijk te zien.

000000000000 1

Oh, ik fiets altijd als ik uit school kom hier langs. Haast om de dag zie ik wel ergens een wild zwijn lopen. Ik kijk altijd om me heen.” Terwijl Marianne en ik afstapten om het beest nader te bestuderen, stapte hij weer op de fiets. De muziek liet hij uit. Net toen ik bedacht had  om wat dichterbij te lopen om een betere foto te kunnen nemen– “Doe nou niet” roept Marianne in zo’n geval altijd –  kwam er een grote vrachtauto aanrijden. Het beest schrok en zette het op een lopen. Hij bleek ongelooflijk hard te kunnen rennen. Gelukkig niet onze kant op maar de andere richting uit. Binnen no-time was hij uit zicht. Net zoals onze scholier.

Een fietstochtje naar Scheenbeen

Vorige week fietste ik via Den Haag naar Scheenbeen. Nou ja, ik was eigenlijk op weg naar Scheveningen, maar de automatische spellingscontroller van WhatsApp veranderde in een verslagje van mij in de familie WhatsApp-groep over mijn fietstocht het woordje Scheveningen in Scheenbeen en voordat ik dat door had, had ik al op verzenden gedrukt.

In Den Haag kwam ik langs het Lange Voorhout en zag daar een aantal grote zandsculpturen staan.

00000000000 zand 1

00000000000 zand 2

00000000000 zand 3

Het bleken beelden te zijn gemaakt in het kader van het ‘World Championship Sand Sculpting’ dat in het kader van ‘200 Jaar Badplaats Scheveningen’ dit jaar in Den Haag werd gehouden. Deze laatste zin laat gelijk het probleem zien wat ik met de locatie van de beelden heb. Den Haag versus Scheveningen. “Zandkastelen” horen op het strand te staan, niet midden in de stad. Ik kan me nog herinneren dat we eind jaren negentig met de kinderen over het strand bij Scheveningen liepen en daar toen allerlei zandkastelen zagen. De kinderen gingen gelijk ook enthousiast een zandkasteel maken.

Op de site van de NOS legt de organisator van de wedstrijd uit waarom de sculpturen midden in Den Haag staan en niet op het strand. “Zandkunstenaars  hebben juist een hekel aan het strand. Dat komt omdat strandzand voor ons waardeloos materiaal is. Wij gebruiken rivierzand, hoekig van structuur, in plaats van rond zoals op het strand. Dat zijn net knikkers die rollen van elkaar af.” Het zal wel, maar zonder strand zagen de beelden er nu meer uit als beeldhouwwerken van beton dan als zandkastelen.

Voor wie de beelden wil zien: ze blijven tot 19 augustus op het Lange Voorhout staan. Daarna wordt het zand afgevoerd en verder gebruikt in de bouw. De deelnemende landen zijn Japan, Singapore, Rusland, Mexico, Ierland, de Verenigde Staten, Groot Brittannië en Tsjechië. Duitsland, gespecialiseerd in grote kuilen, ontbreekt dit jaar. De Engelse inzending, een stoomwals, was uitgeroepen tot winnaar.

00000000000 zand 4

Er schijnt meer dan 40.000 kg zand in verwerkt te zijn. Ook Nederland had een beeld gemaakt. Deze stond een beetje apart van de rest en deed niet mee met de officiële wedstrijd. De Nederlandse inzending had 200 jaar Scheveningen als onderwerp. Aan het hoofd van het sculptuur stond het bekende Scheveningse vissersvrouwtje.

00000000000 zand 5

Zie hier het echte beeld van het vissersvrouwtje zoals het over de zee bij Scheenbeen uit kijkt:

00000000000 zand 6

En dit is wat het vissersvrouwtje ziet:

00000000000 zand 7

Erg druk was het niet op het strand. Verder op bij de Zuiderhaven was het wel druk. Daar lagen de boten die mee hadden gedaan aan de Volvo Ocean Race. Ik heb niet zo veel met die zeilrace om de wereld. Een zinloos duur gebeuren dat soms ook nog eens mensenlevens kost. Bovendien als kijksport is de race niet interessant om te volgen. Je moet het met berichten op internet doen: “Met een minimale voorsprong van amper 5 zeemijl zeilt schipper Bouwe Bekking met Team Brunel richting de finish. Het team van Dongfeng heeft voor een andere koers gekozen.” Dat soort berichten.

Het kijken naar het wereldkampioenschap puzzelen lijkt mij bij voorbeeld boeiender. Bovendien, daar zie je nog wat gebeuren als kijker. “Het team van Klene Suikervrije Lauriertjes Drop heeft er voor gekozen om eerst de randjes te leggen. HEMA Worst onder leiding van teamcaptain Jan van Haasteren heeft daarentegen gekozen om eerst alle stukjes te verzamelen van Sinterklaas en de haai.”

Maar goed, voor de liefhebbers zie hier de aanlegsteiger van de boten van de Volvo Ocean Race. Boeit het u, dan boeit het mij.

00000000000 zand 8

Tot zover een verslag van mijn fietstocht naar Scheenbeen. Dit was Martin van Neck voor MartinvanNeck.nl

 

Een hardwerkende student

Ik moet even wat rechtzetten. Mijn twee blogs – zie hier en hier – over de foto’s van UFO’s en ISO’s, die ik in mijn studententijd naar het Dagblad Tubantia stuurde, kunnen wellicht de indruk hebben gewekt dat er op onze studentenflat niet al te serieus werd gestudeerd. Dat was beslist niet zo. Er werd bij ons hard gewerkt. Ik heb eerst toegepaste wiskunde gestudeerd en daarna omdat ik –  behalve fan van Go Ahead zijn – niet wist wat ik wou worden bedrijfskunde. Beide in Enschede aan wat toen nog de Technische Hogeschool Twente heette.

We moesten hard leren. Zie hier mij op mijn studentenkamer allerlei kennis tot mij nemen. Het glas op mijn bureau is al leeg en de kennis uit de boeken heb ik ook al bijna tot mij genomen.

0000000000 student 7

We haalden overigens onze kennis niet alleen uit de boeken. We moesten tijdens onze studie ook allerlei praktijkopdrachten doen. Zie hier bijvoorbeeld een foto genomen tijdens de werkopdracht ‘Hoe regel ik de financiering van mijn bedrijf?’ voor het vak ‘Bedrijfsfinanciering’ uit de studie Bedrijfskunde.

0000000000 student 0

En zie hier een foto van het practicum ‘Hoe verstevig je met hulp van een personeelsfeestje het groepsgevoel?‘ voor het vak ‘Personeelspsychologie’.

0000000000 student

Ziet u wel dat het hard werken was. Leidde al dat studeren nou ook tot goede cijfers? Soms wel, soms niet.

0000000000 student 4

Dit is het laagste cijfer wat ik ooit heb gehaald. Ik had het vak niet geleerd, dit omdat ik in de week voor het tentamen mijn kostbare tijd besteedde aan een aantal andere vakken, waarvan het tentamen vrijwel tegelijkertijd was. Toch ging ik naar het tentamen. Dit voor het geval het een makkelijk tentamen zou zijn. Dat was het niet en binnen een uurtje stond ik weer buiten. Dat ik een twee kreeg in plaats van een één was waarschijnlijk een beloning voor het goed spellen van mijn naam.

Ik heb nog een keertje meegemaakt dat ik binnen een uurtje weer buiten stond. Alleen kreeg ik toen een negen, het hoogste cijfer wat ik ooit heb gehaald. En dat was niet voor zo maar een vak, het was voor ‘Topmanagement’, het allerbelangrijkste vak van de studie bedrijfskunde, waarin alle vakken van de studie zoals financiering, marketing, bedrijfseconomie, bedrijfssociologie en beleid & strategie bij elkaar kwamen.

0000000000 student 9

Het vak werd gegeven door professor Jan Kreiken. Hij was de belangrijkste man van de faculteit Bedrijfskunde. Hij was niet alleen rector-magnificus van de TH geweest maar was op dat moment ook bijvoorbeeld president-commissaris van Ahold. Hij gaf maar één vak: ‘Topmanagement.’ “De toekomst kan niet worden voorspeld, maar moet worden gemaakt” was één van zijn uitspraken.

Het tentamen ‘Topmanagement’ bestond uit twee onderdelen. Als eerste moest je vooraf een uitgebreide analyse van een bedrijf maken en aangeven wat de beste strategie voor dat bedrijf was. Wat waren de sterke en zwakken kanten van het bedrijf? Waar lagen de kansen en bedreigingen? Op wat voor een strategie moesten ze inzetten? Wat waren de alternatieven? Dat soort vragen moesten in de analyse aan de orde komen.

De basisgegevens van het bedrijf kwamen uit een dik Amerikaans boek. Daar stonden twintig Amerikaanse bedrijven in beschreven, evenals de markt waar ze in opereerden en de concurrentie. Elk jaar koos professor Kreiken één van die bedrijven uit voor het tentamen. Je mocht als je wou de case met hulp van een groepje maken. De individuele kennis testte de professor op het tentamen. Dat was het tweede deel van het tentamen. Daar kreeg je een aantal aanvullende vragen over het bedrijf die je ter plekke moest beantwoorden en toevoegen aan je vooraf gemaakte analyse.

Ik maakte de case samen met twee anderen. De professor had voor een Amerikaanse frisdrankenfabrikant gekozen. We bestudeerden uitgebreid de gegevens in het boek. Er was iets vreemds. De gegevens leken niet allemaal te kloppen. Percentages telden niet allemaal op tot honderd procent, bedragen waren verwisseld en de marktbeschrijving spoorde niet met de marktbeschrijving van een ander frisdrankbedrijf uit het boek.

Wat te doen? We besloten dat de gegevens uit het boek niet konden kloppen en maakten enkele (onderbouwde) veronderstellingen wat de juiste gegevens dan wel zouden kunnen zijn. Hierop baseerden we onze analyse. Ieder van ons schreef zijn eigen verhaal en we namen onze analyses en casebeschrijving mee naar het tentamen.

0000000000 student 00

Een voorbeeldje van de wijzigingen die wij toepasten. Ik heb het boek nog steeds. Waarom eigenlijk, ik kan het net zo goed weggooien. De gegevens die er in staan, kloppen niet en zijn nu ook nog eens flink verouderd.

Het tentamen verliep anders dan gedacht. Professor Kreiken nam vooraf het woord en zei dat hij tot zijn spijt had geconstateerd dat er fouten in het boek stonden. Hij had de juiste gegevens op papier gezet en begon deze uit te delen. Het kon heel goed zijn zei hij, dat de verbeterde gegevens tot een ander inzicht zouden kunnen leiden. In plaats van het beantwoorden van aanvullende vragen kregen we daarom nu de gelegenheid om onze analyse ter plekke aan te passen, dan wel aan te vullen. Wel op individuele basis. We mochten niet meer overleggen.

Ik keek naar het blaadje van de professor en las zijn voorgestelde wijzigingen. Ze waren anders dan de aangepaste gegevens waar wij met ons groepje van waren uitgegaan. Ik las de wijzigingen van de professor nog een keer. Ze leken mij niet logisch, de onze waren beter vond ik, maar ja, het waren wel de wijzigingen van de professor. Ik keek om me heen. De meeste studenten waren al druk aan het schrijven. Wat te doen? Ik besloot dat mijn wijzigingen beter waren, schreef op waarom ik dat dacht en veranderde niets aan mijn analyse. Ik leverde als eerste het tentamen in en binnen een uurtje stond ik weer buiten, wel met de nodige twijfels.

0000000000 student 11975; Na afloop van de Dies-rede; Rechts op de foto: rector professor Jan Kreiken; foto ‘Beeldbank Universiteit Twente’.

Een paar weken later kreeg ik het tentamenbriefje thuis. Ik had een negen. Wow! Van een jongen die een jaar later het vak volgde, hoorde ik later dat ons tentamen uitgebreid tijdens het college aan de orde was gekomen. Er zat een fout in de casebeschrijving in het boek had professor Kreiken verteld. Maar niet alleen in de beschrijving in het boek, ook in de door hem voorgestelde correcties. Dat had slechts één student durven op te merken, vertelde hij. Die had vast gehouden aan zijn eigen gecorrigeerde cijfers. Die student had hij een negen gegeven.

Alle andere studenten hadden aangenomen dat de cijfers die de autoriteit – de professor dus – had gegeven wel klopten en hadden hun analyses daarop gebaseerd. De “lesson to be learned” zei de professor was dat, hoe groot de autoriteit ook was, je altijd kritisch naar diens cijfers moest kijken.

Na mijn studie ging ik op zoek naar een baan. Even overwoog ik om bij Ahold te solliciteren – waarschijnlijk was het tentamenbriefje van professor Kreiken daarvoor voldoende – maar Ahold zat in Zaandam en daar wou ik niet heen. Mijn moeder zei dat ik bij de PTT moest solliciteren, want dan had je een baan voor het leven. Ik solliciteerde, werd aangenomen en verhuisde naar Den Haag. Daar zou ik Marianne ontmoeten, met haar trouwen en twee kinderen krijgen, maar dat is weer een heel ander verhaal.

P.S. Ik zal het maar direct opbiechten. Die drie dames die met mij op de foto staan zijn geen deelnemers aan de workshop ‘Hoe verstevig je met hulp van een personeelsfeestje het groepsgevoel?‘ voor het vak ‘Personeelspsychologie’, maar zijn drie flatgenotes van mij uit mijn studentenflat. We waren uitgenodigd voor een themafeestje met als thema film. Ik moest een Amerikaanse gangster voorstellen, zij vormden mijn entourage.

En o ja, die heren van het vak financiering, dat waren ook flatgenoten. Ik heb geen idee ten behoeve van welke gelegenheid die foto is gemaakt. Waarschijnlijk ook voorafgaand aan een feestje. Maar ja, als ik dat op schrijf, dan gaat u waarschijnlijk zeggen: zie je wel ze feestten alleen maar. Om dat beeld te ontzenuwen, daarom tot slot deze foto. Er werd wel degelijk gestudeerd en dat leidde tot resultaten.

00000 4

(Voor het geval u nu gaat zeggen, die foto (en die “schurkenfoto”) heb ik al eerder op dit blog gezien, ja dat klopt. Maar zoals onze hoogleraar marketing bij bedrijfskunde altijd zei: “Herhaling is de kracht van de reclame.”)

 

Rutte zegt no tegen Trump

Mark Rutte was maandag een uurtje op bezoek bij president Trump. Meestal krijggen dat soort bezoeken in de Amerikaanse media geen tot nauwelijks aandacht – een vlieg op het behang –  maar in dit geval was dat anders. Tijdens een gezamenlijke persconferentie vooraf deed Rutte namelijk iets ongewoons. Hij sprak Trump opeens tegen. Hij zei “No”. Dat was onverwachts. Daar keek de Amerikaanse pers van op.

0000000000 rutte

Zie hier een weergave van dit deel van de persconferentie:

Trump: We are very close to making some very good trade deals. Fair trade deals — I didn’t want to say “good,” I want to say “fair.” Fair trade deals for our taxpayers and for our workers and our farmers. And a lot of good things are happening. I think the E.U., we’re going to be meeting with them fairly soon, and we want to see if they can work something out. And that will be good. And if we do work it out, that’ll be positive, and if we don’t work it out, that’ll be positive also. Because –

Rutte: No.

Trump: We’re just thinking about those cars that pour in here.

Rutte: It’s not positive.

Trump: And we’ll do something, right?

Rutte: We have to work something out.

Trump: It’ll be … it’ll be positive.”

Het artikel over dit voorval was die dag het meest gelezen artikel op de site van de Washington Post.

0000000000 rutte 2

Eerder die dag plaatste de Washington Post overigens een foto van Rutte en Trump, waarbij Rutte werd aangezien als een mogelijke kandidaat voor het Hooggerechtshof in Amerika.

0000000000 rutte 3

Blijkbaar wist Trump niet dat Rutte geschiedenis heeft gestudeerd en geen rechten. Maar goed, even later werd het artikel gecorrigeerd. Overigens moest ook de New York Times haar artikel over het bezoek van Rutte aan Trump corrigeren. Zij dachten aanvankelijk dat hij de minister-president van Denemarken was. Wij Europeanen vinden dat heel dom, maar ach, weet u het verschil tussen de Amerikaanse staten Idaho en Iowa?

President Trump zelf was heel blij met het bezoek van Rutte. Hij twitterde dat het een ‘great honor’ voor hem was.

0000000000 rutte 4

Hij maakte een filmpje over het bezoek en monteerde er zelfs ook nog muziek onder. Dat zo’n man daar tijd voor geeft! (Wie het filmpje wil zien dat Trump in elkaar heeft gezet, moet even op bovenstaande afbeelding klikken.)

Trump was niet de enige bekende Amerikaan die twitterde over het bezoek van Rutte aan Trump. Ook Bette Middler deed dit. Alleen had zij een wat andere invalshoek dan Trump.

0000000000 rutte 6

Tot zover uw buitenlandcorrespondent over het “No” van Rutte.

Een vliegend varken

Als vervolg op de blogpost van gisteren het volgende. Nadat de Tubantia de foto van de lantaarnpaal (de ISO – Identified Standing Object) had geplaatst, besloten een jongen van mijn studentenflat en ik als vervolg hierop om nog wat foto’s naar de krant te sturen. Dit om te kijken of ze die ook zouden plaatsen.

De jongen – hij was amateurfotograaf en ontwikkelde zijn foto’s zelf – had een tweetal foto’s gemaakt van een plastic spaarvarken. Ik hield het beestje aan een dun draadje (wat niet zichtbaar was op de foto’s) omhoog en hij zoomde zodanig in dat het net leek of er een varken in de lucht zweefde dat daarna  op een flat landde.

0000000000 ufo11

0000000000 ufo12

Samen met de volgende brief stuurden we de foto’s op naar de heer Bos van de rubriek Even Apart van de Tubantia.

Enschede, 11 januari 1979,  

Geachte heer Bos,

Uw artikel ‘even apart’ waarin de overigens zeer belangwekkende bevindingen van de heer Hoekstra stonden beschreven, heeft mij de nodige moed en bezieling gegeven om op mijn beurt een uiterst merkwaardige gewaarwording aan u voor te leggen.

Ongeveer een maand geleden, het sneeuwde nog niet en de poes snorde tevreden, mocht ik getuige zijn van de landing van een soort UFO. Op mijn kamer drong een zacht zoemend geluid door dat ik niet thuis kon brengen. Ik snelde naar buiten met mijn camera.

Buiten gekomen zag ik tot mijn stomme verbazing een varkensachtig luchtschip van zo’n vier meter lang in de lucht zweven, waarna het landde op perceel Campuslaan 33. Enkele minuten later steeg het weer op en vloog met grote snelheid in oostelijke richting. Nadat het “varken” vertrokken was, rook ik nog een lichte ozongeur en heeft mijn poes nog een week met een dikke staart rondgelopen.

Bovenstaand mag u ietwat onwaar voorkomen, maar ik kan u aan de hand van de negatieven aantonen, dat de bijgesloten foto’s geen montagefoto’s zijn. Hopende u hiermee van dienst te zijn geweest besluit ik hoogachtend,

F.H.M. Marsman

Net zoals de foto van de ISO plaatste de Tubantia ook deze foto’s. Helaas beschik ik niet meer over de betreffende krant  en de originele foto’s. U zult het daarom moeten doen met de foto’s zoals ze op een kopietje van de brief aan de Tubantia stonden. Ze zien er daardoor overigens nog authentieker uit, en o ja, ook nu moet ik bekennen dat ook deze brief onder een pseudoniem was in gestuurd. Deze keer onder de naam F.H.M. Marsman. Sorry Tubantia.

Wereld ufo-dag

Op NU.nl las ik dat het vandaag, 2 juli, wereld ufo-dag is. Eerlijk gezegd wist ik dat niet, maar er zijn wel meer dingen die ik niet weet, dus dat zegt niks.

0000000000 ufo0Klik op de afbeelding om naar het betreffend artikel te gaan.

Goed, wereld ufo dag dus. De organisatie van de dag pleit volgens het berichtje op Nu.NL voor meer openheid van regeringen over ongeïdentificeerde vliegende objecten.

0000000000 ufo5

Foto  afkomstig uit een rapport van de CIA. Deze organisatie heeft in 2007 vanwege de vele geruchten zelfs een keer een officieel onderzoek verricht om te kijken of waarnemingen van UFO’s  die waren gemeld in de periode 1947 – 1990 door de CIA voor het grote publiek geheim waren gehouden. Zie hier voor het eindverslag van dit onderzoek.  Hun conclusie was dat de CIA niet geheimzinnigs had gedaan en niets had achter gehouden, maar zoals de laatste opmerking van hun verslag luidt:

Like the JFK assassination conspiracy theories, the UFO issue probably will not go away soon, no matter what the Agency does or says. The belief that we are not alone in the universe is too emotionally appealing and the distrust of our government is too pervasive to make the issue amenable to traditional scientific studies of rational explanation and evidence..”

Veel van de UFO-waarnemingen kunnen goed verklaard worden. Enkele voorbeelden:

0000000000 ufo6

Een  UFO? Nee,  een wolk (en wel een lenticulariswolk.)

0000000000 ufo4

Een UFO in de vorm van een vliegende boot? Nee, een Fata Morgana (luchtspiegeling) op zee. (Foto Timpaananen; Wikipedia)

0000000000 ufo7

Een UFO? Nee, een wolk die op een bepaalde manier door de zon wordt verlicht, terwijl omringende wolken geen zonlicht krijgen. (foto Nationaal Archief UK)

0000000000 ufo8

Een UFO boven Meersburg, Duitsland? Nee, een photoshop van Stefan-Xp op Wikipedia om te laten zien hoe makkelijk je UFO-foto’s kan maken.

In mijn studententijd werden er op een gegeven moment in Twente allerlei UFO’s gezien. Dagblad Tubantia berichtte er uitgebreid over. Helaas beschikten ze  niet over een foto. Ik dacht daar ik kan wel behulpzaam bij zijn. Voor onze studentenflat stond een lantaarnpaal die, als je er op een bepaalde manier naar keek, wel iets van een UFO had, vooral na de nodige alcoholische consumptie. Ik besloot er een foto van te maken.

0000000000 ufo2

Maar helaas, hoe je er ook naar keek, het was en bleef een lantaarnpaal en geen UFO. Nu had je in die tijd, de jaren zeventig, nog geen digitale foto’s, dus even de foto over maken ging niet zo snel. Ik besloot daarom – ik had de foto nu eenmaal toch gemaakt en betaald – om hem toch maar naar de Tubantia op te sturen. Alleen niet als UFO maar als een ISO. Dat stond voor Identified Standing Object, iets wat ik ter plekke verzon. De waarneming van een ISO in Enschede vond de Tubantia belangrijk nieuws en de volgende dag stond er dit berichtje in de krant.

0000000000 ufo

Omdat ik niet zeker wist of het voor mijn latere carrière goed zou zijn dat ik met UFO’s en ISO’s kon worden geassocieerd stuurde ik de foto op onder het pseudoniem P. Hoekstra. Nu bijna veertig jaar later durf ik, met excuses aan Tubantia, wel op te biechten dat ik P. Hoekstra was.

ISO’s heb ik in de loop der jaren nog vaak gezien. UFO’s niet. Maar goed, vandaag is het dus wereld UFO dag.

 

Voorzitter van de Eerste Kamer

Vannacht had ik een rare droom. Ik was voorzitter van de Eerste Kamer. Om het publiek meer bij de politiek te betrekken had de regering bepaald dat één keer per maand een gewone burger die dag voorzitter van de Eerste Kamer zou zijn. Er werd daarvoor geloot en het lot had mij aangewezen. Je kon je er niet aan onttrekken. Je was verplicht te komen.

Ik zou ’s morgensvroeg de agenda van de vergadering thuis gestuurd krijgen, maar hoe vaak ik ook in mijn mailbox keek, er zat geen mailtje met de agenda in. Dat begon al lekker. Op een gegeven moment moest ik weg, want anders zou ik te laat komen. Dan maar zonder agenda. Ik fietste naar het Binnenhof en om kwart voor negen liep ik de zaal van de Eerste Kamer binnen. Ik was de eerste. Er was nog niemand. Tien minuten later was ik nog steeds de enige in de zaal en opeens bedacht ik dat ik misschien wel in de verkeerde zaal zat.

Ik holde de zaal uit, vroeg aan iemand waar de Eerste Kamer die dag vergaderde en om één voor negen liep ik bezweet de goede zaal binnen. Ik ging op mijn plek zitten. Naast me zat een griffier die me gedurende de dag zou ondersteunen. Ik keek op mijn horloge. “Is iedereen er?” vroeg ik aan de griffier en toen hij daar bevestigend op antwoordde zei ik in de microfoon: “Het is negen uur. Zullen we beginnen” “Nee” zei de griffier “U moet zeggen: Hierbij verklaar ik de vergadering voor geopend.” “Excuses, hierbij verklaar ik de vergadering voor geopend.” sprak ik op deftige toon.

Direct liep er een kamerlid van de regeringspartij naar de interruptiemicrofoon. “Hier protesteer ik tegen. Het is nog maar één voor negen en u kunt de vergadering dus nog niet openen.” zei hij op verontwaardigde toon.  Ik keek op mijn horloge. Dat gaf nu aan dat het twee minuten over negen was. ”Ik heb het al na negenen” zei ik “En bovendien, als het nog geen negen uur was en de vergadering nog niet geopend kan zijn, dan kunt u dus ook niet protesteren.” Ik vond dat wel slim van mij bedacht en de oppositie was het mij eens want die ging luid op hun bankjes trommelen.

Enfin, de vergadering begon. Het onderwerp was een of ander moeilijke juridische zaak en nadat de eerste spreker, een lid van de oppositie, een ellenlang en saai verhaal had gehouden, zei ik: “Dank u wel voor uw interessante bijdrage”. Direct liep het kamerlid die eerder vond dat ik de vergadering niet had mogen openen naar de interruptiemicrofoon en zei: “Wilt u dat woord terugnemen. Het woord ‘interessant’ houdt een waardeoordeel in en de publieksvoorzitter van de Eerste Kamer moet neutraal zijn.” De griffier fluisterde me in het oor dat het betreffende kamerlid één van de felste tegenstanders was van een burger als Kamervoorzitter. Nee, echt leuk vond ik het leiden van de vergadering niet.

000000000 1e kamerCollega Prof. J.P. Mazure, voorzitter van de Eerste Kamer in 1966; Fotograaf onbekend; Nationaal Archief.

Wat ik wel leuk vond, was dat er een intermezzo was en wel van Paul McCartney. Waarom weet ik niet maar deze held uit mijn jeugd zou een korte toespraak in de Eerste Kamer houden. Ik moest – in mijn rol als Kamervoorzitter – hem welkom heten. Daar zag ik wel een beetje tegen op, want het moest in het Engels en dat houdt bij mij niet echt over. Ach, had ik hem nu maar aangekondigd met zo’n typische Britain’s Got Talent zin als: ‘the floor is yours’, maar ik moest zo nodig zeggen dat de Nederlandse regering zeer verheugd was dat hij zijn kostbare tijd aan ons ter beschikking stelde. En had ik nu maar deze zin door een professional laten vertalen, maar ik dacht dat ik dit wel zelf kon.

Nadat ik mijn welkomstwoord had uitgesproken, ontstond er wat geroezemoes in de zaal. “Je hebt zojuist gezegd dat je blij bent dat hij ter beschikking wordt gesteld van de regering, of te wel dat hij TBS krijgt” fluisterde de griffier in mijn oor. Ik kreeg een rood hoofd, maar Paul McCartney trok zich niks van mijn woorden aan. Hij zei dat hij blij was in Holland te zijn, dat hij van iedereen in Europa hield en dat hij tegen de Brexit was. Daarna begon hij een paar Beatles liedjes te zingen. Iedereen in de zaal, zowel de regeringspartijen als de oppositie zong mee, behalve het ene Kamerlid van de regeringspartij die de hele tijd al protesteerde. Die zat strak voor zich uit te kijken.

Toen het optreden voorbij was ging de vergadering weer verder. Ik vond het leiden van de vergadering maar niks en was blij dat het om twaalf uur was afgelopen. Ik ging lunchen met de griffier en liep daarna naar buiten. Het was lekker weer en ik ging op een bankje bij de Hofvijver zitten. Daar zat ik om twee uur nog, toen opeens mijn mobieltje ging. Het was de griffier. Waar ik bleef? De vergadering ging verder. Iedereen zat op mij te wachten. “Oh”, zei ik verbaasd. “Ik wist niet dat de vergadering ’s middags verder zou gaan” “Had ik dan niet in de agenda gekeken?” vroeg de griffier. “Die heb ik niet gehad” stamelde ik en haastte me naar de vergaderzaal.

Maar voordat ik daar aan kwam, werd ik gelukkig wakker. Ik bleek alles gedroomd te hebben. Dat was een opluchting.

Enfin, en nu dus de vraag, waarom droom ik nou zo iets? Paul McCartney kan ik nog verklaren. Een paar dagen geleden zagen Marianne en ik op YouTube het mooie filmpje waarin Paul McCartney samen met James Corden door de straten van het Liverpool uit zijn jeugd reed, terwijl hij tussen de gesprekken door samen met James Corden allerlei Beatles-liedjes zong.

000000000 1e paulAls je op de afbeelding klikt, dan kom je bij het filmpje op YouTube.

Maar voor de rest, geen idee waarom ik dat allemaal droomde. Wat ik wel weet, is dat in het geval u een goede dagvoorzitter voor een bijeenkomst zoekt, dat u dan beslist niet mij moet inhuren.

 

De kapper (2)

Begin jaren vijftig woonden mijn ouders in Beilen in Drenthe. Ik was nog niet geboren, dus daar heb ik weinig herinnering aan. Wel ken ik het verhaal dat mijn vader mij een keer vertelde over de dorpskapper van Beilen. Deze had de neiging niet alleen de haren maar ook de oren van je hoofd te kletsen.

Tijdens een van de knipbeurten vertelde hij mijn vader een verhaal over een echtpaar. Hij was de kostwinnaar van het gezin, zij deed het huishouden. De man des huizes wou graag dat zijn vrouw een huishoudboekje bij hield, zodat hij kon zien waaraan het geld werd uitgegeven. Van haar hoefde dat niet zo, maar toch deed zij dat vol plichtbesef en zeer nauwgezet.

000000000 huisvrouw1

Huisvrouw begin jaren vijftig aan het werk; foto Willem van de Poll; Anefo; Nationaal Archief.

Elke maand klopten de uitgaven tot op de cent nauwkeurig met het budget. Ze bleek over een goed hart te beschikken, want ze gaf regelmatig geld aan mensen die het wat slechter hadden dan haar. Maar ook dit hield ze nauwkeurig bij. Dan stond er in het overzicht een post als ‘Aan arme man gegeven: vijftig cent’.

De echtgenoot was dan ook zeer tevreden over de wijze waarop zijn vrouw de administratie bijhield. Totdat hij op een dag een keer las: ”Van arme man gekregen: twee gulden”. Toen pas ging er een lichtje bij hem branden. Zijn vrouw bleek elke keer de post ‘Aan arme man gegeven’ als sluitpost te gebruiken om het overzicht kloppend te krijgen.

Nu had het blad Panorama begin jaren vijftig een lezers-schrijfwedstrijd. Je mocht verhalen uit het dagelijks leven in sturen en als de Panorama jouw verhaal plaatste, dan kreeg je daar tien gulden voor. Mijn vader vond het verhaal over het echtpaar leuk, paste het iets aan en stuurde het op naar de Panorama. Hij won. Panorama plaatste het verhaal en mijn vader kreeg er tien gulden voor.

De volgende keer dat mijn vader bij de kapper kwam, sprak deze hem direct aan. Hij had het verhaal in de Panorama gelezen. “Dat verhaal heb ik jou verteld. Dat heb je van mij.” sprak hij. “Klopt” zei mijn vader. “Maar dan heb ik recht op het geld.” zei de kapper. “Nou”, antwoordde mijn vader, “Ik ben wel degene die het iets aangepast heeft, het opgeschreven heeft en het opgestuurd heeft, maar ik vind wel dat je recht hebt op een bijdrage en daarom heb ik besloten het hele prijzenbedrag verspreid over het jaar bij jou uit te geven – knippen kostte in die tijd één of twee gulden. De kapper knikte tevreden en begon gelijk weer met het vertellen van een verhaal. “Misschien kan je dat ook opsturen” zei hij enthousiast.

Tot zover dit kappersverhaal. Ik was van plan om deze blogpost nu te sluiten, maar er is een onverwachte wending. Ik keek namelijk even op de site van Delpher.nl – daar kan je oude kranten en tijdschriften inzien – om te kijken of ik het verhaal ergens kon terug vinden en zowaar dat lukte. Maar tot mijn verrassing was het niet de Panorama, maar het Algemeen Handelsblad van 6 november 1952 waar ik verhaal aantrof en wel in de rubriek ‘En tenslotte …”

000000000 nrc

Uit het Algemeen Handelsblad d.d. 06-11-1952

Zie hier het hele verhaal zoals dat in de krant stond:

Onlangs vertelden wij van de primitieve boekhouding in een winkeltje-van-alles, waar Rijksaccountants kwamen controleren en een post „D.M.J.W. — ƒ15.—” vonden. Deze konden zij niet verklaren en de oude vrouw die het zaakje dreef bekende eindelijk bijna in tranen dat D.M.J.W. Dat Mag Joost Weten betekende. Dit vertellinkje heeft de pen losgemaakt van een lezer, die uit het huishoudboekje van zijn echtgenote klapt, overigens nadat hij zich van het copyright heeft verzekerd.

„Mijn vrouw”, schrijft hij, „is een model-huisvrouw. Niet alleen wat de practische, maar ook wat de theoretische gang van zaken betreft. Haar budget klopt bijvoorbeeld altijd. Weliswaar is alles altijd op aan het eind van de maand, maar zij heeft dan ook iedere cent verantwoord. Dat doet zij in zo’n ouderwets schriftje, klein formaat, met een harde zwarte kaft en gelinieerd papier. Alle postjes netjes onder elkaar. Ik heb wel eens geprobeerd, in haar eigen belang, haar de beginselen van eenvoudig boekhouden bij te brengen, maar die nam zij niet van mij aan. „Niet nodig”, zei zij „ik schrijf links: 1 pond zout, en rechts: ƒ 0.14 — dan tel ik alle bedragen op en het is in orde.”

„Laatst heb ik eens in dat boekje gebladerd. Ik heb ontdekt dat mijn vrouw behalve lieftallig ook liefdadig is, want bijna Iedere dag vond ik een post: Aan arme man gegeven — en dan een bedrag, waarvoor de arme man zijn gezin een dag zou kunnen voeden. Die post was tussen twee lijntjes in gekrabbeld en ik begon half en half te vermoeden dat mijn lieve echtgenote aan het eind van de maand een aardig sommetje niet thuis had kunnen brengen … Maar goed, dank zij deze frequente arme mannen was haar balans in evenwicht.

Ook in de volgende maand traden voortdurend arme mannen op. Ze begonnen mij een beetje de keel uit te hangen, want per slot van rekening verdien ik het brood voor mijn gezin. Maar ik ben een liberaal man en erken het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw, die ten minste even hard werkt als ik. Aan het eind van haar gecijfer was ik trouwens weer helemaal vertederd. Want het rekenkundig talent van mijn echtgenote bleek niet groot genoeg te zijn om haar tekort gelijkmatig over de arme mannen te verdelen. Zij had de lieden blijkbaar wat te veel toegedacht.
Want ten slotte had zij van haar optelling weer afgetrokken: „Van arme man gekregen — ƒ 5.—“

Eh, wat is hier aan de hand? Dit is overduidelijk het zelfde verhaal waarvan mijn vader vertelde dat hij het bij de kapper had gehoord, het enigszins had aangepast en het naar de Panorama had opgestuurd. Hoe zit dat nu? Hoe komt dit in het Algemeen Handelsblad terecht? Heeft iemand anders het verhaal geschreven en heeft mijn vader het zich in de loop van de tijd al of niet opzettelijk toegeëigend?

Kortom, ik ben in verwarring. Jammer dat er in het Algemeen Handelsblad niet de naam van de lezer bij staat, die het verhaal opstuurde. Was het mijn vader of was het  iemand anders?

Als ik het verhaal lees, dan heb ik echter het vermoeden dat mijn vader de lezer is die het heeft opgestuurd. Allereerst was het Algemeen Handelsblad de krant die mijn ouders lazen. Ook de datum – 6 november 1952 – klopt. Dat is in de tijd dat mijn ouders in Beilen woonden, de tijd dat mijn vader volgens eigen zeggen het verhaal van de kapper had gehoord. Dan is er het boekhoudkundig aspect. Het verhaal is zo te lezen duidelijk geschreven door iemand die verstand van boekhouden heeft. Mijn vader was in die tijd leraar Handelswetenschappen en Boekhouden.

Er is ook een ding dat niet klopt. Het verhaal wordt verteld vanuit de positie van de echtgenoot. Mijn vader had het echter van horen zeggen, het was geen eigen verhaal. Maar mijn vader zei dat hij het enigszins had aangepast om het mooier te maken en een verhaal geschreven vanuit de ik-persoon is natuurlijk een veel leuker verhaal.

Maar veruit de belangrijkste reden dat ik denk dat mijn vader de lezer is die het verhaal naar het Algemeen Handelsblad heeft opgestuurd, is de stijl van schrijven. Dat is precies de stijl van schrijven die ik van hem ken uit verhalen voor clubbladen van voetbalclubs en voor plaatselijk krantjes. (Tussen haakjes, als u zich afvraagt, van wie ik al die ongein heb, van mijn vader dus.)

Maar goed – het blijft een gok – als mijn vader de lezer is die het heeft opgestuurd naar het Algemeen Handelsblad, hoe zit het dan met het verhaal van mijn vader dat hij het naar de Panorama heeft gestuurd, er een tientje mee won en dat de kapper er vervolgens een deel van wou hebben? Klopt dat dan wel? Ik weet het uiteraard niet zeker, maar het zou kunnen dat  ook het kappersverhaal toch waar is.

De reden dat ik dit denk, is namelijk dat er een beetje vreemde zin in het inleidende verhaal in het Algemeen Handelsblad staat. “[…] Dit vertellinkje heeft de pen losgemaakt van een lezer, die uit het huishoudboekje van zijn echtgenote klapt, overigens nadat hij zich van het copyright heeft verzekerd.” Waarom zou een lezer dat laatste doen? Tenzij hij van plan was om het ook ergens anders heen te sturen (of al had gedaan) zoals voor de Panorama-wedstrijd.

Maar goed, hoe het nu daadwerkelijk zit en wie wat heeft geschreven, weet ik dus niet. Mijn ouders leven beide al lang niet meer en aan hen kan ik het dus niet vragen. Maar iemand kan je dertig jaar later dus nog steeds verrassen.

My WordPress Blog