Pannenbier

Pannenbier is een gebruik in de bouw. Wanneer het hoogste punt van een gebouw is bereikt en de dakpannen gelegd kunnen worden, wordt bier geschonken, dat door de opdrachtgever beschikbaar wordt gesteld. Soms wordt er ook wel pannenbier geschonken bij de bouw van andere zaken.

Maar als opdrachtgever kan je er beter voor zorgen dat er niet te veel pannenbier wordt geschonken. Anders krijg je een brug zoals deze bij Zoetermeer.

brug

brug 2

Hier is duidelijk te veel pannenbier geschonken.

Overigens op de site ‘Bierista‘ las ik nog het volgende over pannenbier.

Als de bouwvakkers het hoogste punt van het te bouwen pand hebben bereikt dan wordt de vlag dus uitgestoken op het hoogste punt. De opdrachtgever komt dan naar traditie met bier naar de bouwplaats om dit moment te vieren met de bouwvakkers. Zodra zij gezamenlijk bier hebben gedronken wordt de vlag vrijwel direct van het punt weggehaald. Maar dat is niet altijd het geval. Blijft de vlag hangen? Dan is de opdrachtgever in gebreke gebleven. Hoe langer de vlag hangt hoe gieriger de opdrachtgever dan eigenlijk is geweest. Komt de opdrachtgever helemaal niet met bier dan kun je zelfs een bezem zien hangen.”

Nooit geweten. Toch eens kijken of ik ergens bij nieuwbouw een bezem zien hangen.

 

Piet is dood

Piet is dood. Hij overleed afgelopen augustus. Een oud-collega van KPN vertelde het mij. Piet was in 1985 bij de PTT mijn allereerste manager. De PTT omvatte in die tijd nog drie onderdelen: Post, Telecom en de Postgiro. Dat laatste onderdeel zou een paar maanden later verzelfstandigd worden. Post en Telecom gingen in 1998 uit elkaar. Ik kwam in 1985 bij een financiële club van PTT Telecom te werken en wel op de afdeling ‘Kosten en Tarieven Telecom’. We hielden ons bezig met kostprijsonderzoeken, investeringen en tariefbepalingen van telecomproducten. Ons clubje bestond uit drie man met Piet als baas. We zaten in een gebouw in het hartje van Den Haag tegenover de Koninklijke Stallen.

Op mijn allereerste werkdag nam Piet mij ’s middags mee naar een vergadering. “Luister maar gewoon en als je iets niet snapt, dan vraag je het gewoon.” zei Piet. De vergadering ging over een investeringsbeslissing in centrales, iets waar tientallen miljoenen guldens mee gemoeid waren. Er zaten naast Piet een aantal hoge pieten bij de vergadering. Piet stelde mij voor en zei dat ik een veelbelovende nieuwe medewerker was die met hem mee liep die dag.

De vergadering begon. Op een gegeven moment werd er de hele tijd over ‘T’ gesproken. T dit en T dat. “Als we het bij T nu niet doen, dan heeft T over en paar jaar een groot probleem.” Dat soort teksten. Ik had geen idee waarover ze het hadden en vroeg: “Wie of wat is T?” De vergadering viel stil. Toen zei Piet lachend. “T staat voor Telecom. Goede vraag Martin”. En tegen anderen zei hij: “Jullie zien het, hij kan de juiste vragen stellen. Ik heb hoge verwachtingen van hem”. De zaal knikte instemmend.

Ik mocht Piet graag. We konden goed met elkaar opschieten. In het begin had hij wat moeite met mijn Twentse woordje ‘Watja’. Als Piet iets vroeg, dan antwoordde ik soms met ‘Watja’. Piet keek me dan vreemd aan. Hij snapte aanvankelijk absoluut niet wat ik er mee bedoelde. ‘Watja’ was zo ongeveer het enige woordje Twents dat ik gedurende mijn tijd in Enschede had opgepikt. Het was een samentrekking van “Wat” en ”ja.” Tukkers zeiden het wel als iemand je een vraag stelde (het wat-gedeelte) en je wilde aangeven dat je de vraag begreep of het gevraagde ging doen (het ja-gedeelte). Piet vond dat ‘watja’ maar niks. Al snel leerde ik het gebruik van het woordje af en ging ik in keurig Haags praten. Hoewel, soms besloot ik een discussie bewust wel eens met de Twentse uitdrukking “Of niet dan.”

Piet was niet lang mijn manager. Na ruim een jaar werd hij opgevolgd door Rob. Over deze wisseling van de wacht en hoe Piet hier tegen aan keek, heb ik twee jaar geleden al eens een keer een blogpost  geschreven.

 In de jaren negentig reisde Piet in het kader van een soort ontwikkelingswerk van KPN een aantal keer naar het buitenland. Afgedankte centrales werden soms aan een derdewereldland geschonken en KPN verspreidde ook financiële Telecomkennis. In dat kader reisde Piet een keer naar Vietnam. Daar kon hij smakelijk over vertellen. “Ja, dan zit ik daar in een gammel toestel op een binnenlandse vlucht in Vietnam, het toestel rammelt en schudt aan alle kanten en opeens loopt er een man in een overal door het toestel met een oliekannetje in zijn hand. En dan ben ik de enige van alle passagiers die daar bezorgd naar kijkt. De rest doet of het de gewoonste zaak van de wereld is.“ Dat soort verhalen vertelde hij dan als ik hem bij gelegenheden tegen kwam.

Maar goed, nu is Piet dood. Hij is 76 jaar oud geworden. In de rouwadvertentie in het AD hadden zijn kinderen in het overlijdensbericht een uitspraak van de Deense filosoof Søren Kierkegaard opgenomen: “Het leven kan alleen achterwaarts begrepen worden, maar het moet voorwaarts worden geleefd.” Zo is het Piet, of niet dan.

Tonya Harding

Gisteren hadden de dochters en ik een cultureel en maatschappelijk uitje. Eerst bezochten we een tentoonstelling over Alexej von Jawlensky in het Haags Gemeentemuseum, daarna woonden we kort een vergadering van de Tweede Kamer bij.

De dochters hadden nog nooit de ‘nieuwbouw’ uit 1992 van binnen gezien en wilden er wel eens een kijkje nemen. Er was een vergadering aan de gang over asbestverwijdering, een onderwerp waar je mij in het midden van de nacht voor wakker kan maken. Ik zat dan ook op het puntje van mijn stoel, maar helaas moesten we al weer snel weg, want de jongste dochter moest terug naar Rotterdam. Ze had met een vriendin afgesproken om samen naar de film te gaan. Welke film vroeg ik. ‘I Tonya’,  over het leven van een Amerikaanse kunstschaatsster’ zei ze.

Zie hier de trailer van de film

i tonya

Ze dacht dat ik wel nooit van Tonya Harding gehoord zou hebben, maar dat zag ze fout. Ik heb zelfs een keer een column over haar geschreven in de tijd dat ik nog ‘het Nutteloze Kennisparadijs’ in de Volkskrant schreef. Onder de kop ‘De driedubbele Axel van een bokster’ schreef ik in 2005:

“In januari 1994 waren er voor het Amerikaans kampioenschap kunstrijden drie kanshebsters. Dat waren Nancy Kerrigan, de kampioene van 1993, Tonya Harding, de kampioene van 1991, en de toen pas 13-jarige Michelle Kwan, de latere vijfvoudige wereldkampioene. Het was een belangrijke wedstrijd. Alleen de eerste twee zouden zich plaatsen voor de Olympische Spelen van Lillehammer in Noorwegen.

Vlak voor het kampioenschap gebeurde er iets sensationeels. Een onbekende man, ‘a 6-foot-2 white male’, sloeg met een ijzeren staaf hard op de rechterknie van Nancy Kerrigan, waardoor ze zodanig gewond raakte dat ze niet aan het kampioenschap kon meedoen. Kampioene werd nu Tonya Harding voor Michelle Kwan.

Een week na het kampioenschap werden er vier mannen gearresteerd, waaronder Tonya Harding’s lijfwacht en Jeff Gillooly, Harding’s voormalige echtgenoot. Harding zelf ontkende iets met de affaire te maken te hebben en werd na een tien uur durende ondervraging vrijgelaten.

Het Amerikaanse Olympisch Comité overwoog om Harding uit te sluiten van deelname van de Olympische Spelen, maar nadat ze dreigde met een schadeclaim van 20 miljoen dollar mocht ze deelnemen. Het werd geen succes. Ze werd achtste. Een herstelde Kerrigan – ze had een vrijkaart van het Amerikaanse Olympisch Comité gekregen ten koste van Kwan-  deed het beter en werd tweede.

tonya harding 1994Tonya Harding tijdens de Olympische Spelen van 1994

In maart 1994 werd Jeff Gillooly tot twee jaar gevangenisstraf veroordeeld. Harding zelf, die bekende dat ze een week na de aanslag van Gillooly vernomen had dat deze achter de aanslag zat, werd vanwege belemmering van de rechtsgang veroordeeld tot een boete van 160 duizend dollar en vijfhonderd uur dienstverlening.

Tonya Harding kwam uit een arm gezin. Ze woonden in ‘motorhomes’ en verhuisden in tien jaar tijd twaalf keer. Haar ambitieuze, alcoholistische moeder zette haar als 3-jarige op het ijs. Ze bleek een natuurtalent te zijn. Als 5-jarige won ze haar eerste wedstrijd. Haar moeder liet haar uren trainen. Eens plaste ze op het ijs in haar broek, toen haar moeder haar niet naar de wc liet gaan. Aangrijpend zijn de toevallig opgenomen televisiebeelden van de 14-jarige Tonya, die na afloop van haar eerste landelijke wedstrijd naar huis belt om vol trots te melden dat ze zesde is geworden. Haar moeder schold haar door de telefoon uit en zei dat ze beter moest presteren. In 1991 sprong ze als eerste Amerikaanse – pas in 2005 zou een tweede Amerikaanse het haar nadoen – een driedubbele axel. Dat jaar werd ze ondanks haar faalangst Amerikaans kampioene. Het was het hoogtepunt van haar leven.

Ook na 1994 ging haar leven niet over rozen. Gillooly – fijne ex-echtgenoot – verkocht buiten haar medeweten om een video met naaktopnames van hun tweetjes onder de naam ‘Tonya Harding’s Wedding Night’. Geregeld kwam ze vanwege alcoholproblemen met de politie in aanraking. Nadat ze haar vriend in een dronken bui met een motorhelm op zijn hoofd had geslagen, omdat hij meer om zijn motor zou geven dan om haar, werd ze opnieuw tot een taakstraf veroordeeld.

Tegenwoordig is ze bokster van beroep. Ze wordt gepromoot als ‘The Bad Girl’. Haar eerste gevecht was tegen Paula Jones, de vrouw die in 1997 Bill Clinton van oneerbare voorstellen had beschuldigd. Echt gelukkig als bokster is Harding niet. Ze heeft al twee keer haar neus gebroken.

Toch ziet niet iedereen haar als een ‘bad girl’. Zeker niet de familie van Alice Olson, een destijds 81-jarige vrouw, die in 1996 in een bar in Portland een hartaanval kreeg. De toevallig aanwezige Harding gaf haar mond-op-mond beademing en redde haar leven.”

Als aanvulling op dit bovenstaande kan ik melden dat Tonya Harding na zes gevechten stopte met boksen. Ze voorzag daarna in haar levensonderhoud door te werken als lasser en schilder in een fabriek en als kassière bij Sears.

In 2010 vestigde ze met een Ford Model A uit 1931 een snelheidsrecord  voor auto’s van voor de Tweede Wereldoorlog – nooit geweten dat daar wereldrecords voor bestaan – door op de zoutvlakte bij Salt Lake City een snelheid te halen van 156 km per uur. Dat zelfde jaar trouwde ze (het was haar derde huwelijk) met Joseph Price en nam diens achternaam aan. Twee jaar later kreeg ze op 40-jarige leeftijd een zoon.

Tegenwoordig is er sprake van een soort ‘eerherstel’. Zo was ze te gast in de show van Ellen Degeneres en nam ze in 2018 deel aan de Amerikaanse versie van Dancing with the Stars. Ze werd samen met haar danspartner derde.

Dat haar levensgeschiedenis is verfilmd, is niet zo verbazing-wekkend. Haar geschiedenis, van het arme arbeidsmeisje met de drillende moeder dat moet opboksen tegen meisjes uit de hogere kringen, gecombineerd met een aanslag op haar concurrente, is bij uitstek geschikt om te verfilmen – eerder waren er al documentaires, een rockmusical en een toneelstuk over haar gemaakt. Het budget voor de film bedroeg 11 miljoen dollar. (Voor Amerikaanse begrippen is het daarmee een low-budget film.) Tot nu toe bracht de film wereldwijd 55 miljoen dollar op.

De Australische actrice Margot Robbie speelde Tonya Harding. Ze oefende drie maanden lang op kunstschaatsen. Ze had twee doubles die de moeilijke sprongen deden, maar omdat deze niet de drievoudige axel konden, werd deze sprong door middel van een computersimulatie “verfilmd”.

tonya

Margot Tobbie tijdens de Australische première van de film. Foto Eva Rinaldi

Voor haar rol kreeg Margot Robbie een Oscarnominatie in de categorie beste vrouwelijke hoofdrol. Ze won niet. Wel won Allison Janney, die de rol van haar moeder speelde, een Oscar voor beste vrouwelijke bijrol.

Een mannetje voor de Hubble ruimtelescoop gezocht

In 1990 werd de ruimtetelescoop Hubble  gelanceerd. Zie hier op deze foto van de NASA het ding in een baan om de aarde vliegen.

Hubble 00

Het lijkt meer op een blik schroot dat door een handig neefje in elkaar is gezet dan op een hightech-telescoop, maar het kan prachtige foto’s van  het universum maken. Op de site van de NASA kan je een hoop van deze foto’s bekijken.

Ik heb hieronder vijf van deze foto’s gezet (met onder de foto’s telkens het originele commentaar van de NASA bij de foto, zodat u wat meer wetenschappelijk kunt lezen wat er te zien is.) Wat dacht u bijvoorbeeld van deze sterrenhemel.

hubble 6(NASA’s Hubble Space Telescope snapped this panoramic view of a colorful assortment of 100,000 stars residing in the crowded core of a giant star cluster. This is one of the first images taken by the new Wide Field Camera 3 that was installed aboard Hubble in May 2009 during Servicing Mission 4, which can snap sharp images over a broad range of wavelengths. Image Credit: NASA)

Of deze vliegende kwal in de ruimte:

hubble 1(Who thought space could be so festive? The title of the image for 2010 is “Hubble Supernova Bubble Resembles Holiday Ornament.” Aptly named, right? Well, the ring is from gas that is being shocked by the expanding blast wave from a supernova. Doesn’t the ring look small from where we stand? It’s actually 23 light-years across and expands at more than 11 million miles per hour.)

Er gelden ook snelheidslimieten in de ruimte. In dit deel van het universum mag je volgens deze sterrencijfers niet harder dan 10 km per uur.

hubble 2(The two galaxies are oriented so that they appear to mark the number 10. The left-most galaxy, or the “one” in this image, is relatively undisturbed apart from a smooth ring of starlight. It appears nearly on edge to our line of sight. The right-most galaxy, resembling a zero, exhibits a clumpy, blue ring of intense star formation. The blue ring was most probably formed after the galaxy on the left passed through the galaxy on the right. Just as a pebble thrown into a pond creates an outwardly moving circular wave, a propagating density wave was generated at the point of impact and spread outward. As this density wave collided with material in the target galaxy that was moving inward due to the gravitational pull of the two galaxies, shocks and dense gas were produced, stimulating star formation. The galaxy pair was photographed on October 27-28, 2008. Arp 147 lies in the constellation Cetus, more than 400 million light-years from Earth. Image Credit: NASA, ESA, and M. Livio (STScI))

Op deze foto is een enorme gaswolk in de ruimte te zien:

hubble 3(Like brush strokes on a canvas, ridges of color seem to flow across the Lagoon Nebula, a canvas nearly 3 light-years wide. The colors map emission from ionized gas in the nebula were recorded by the Hubble Space Telescope’s Advanced Camera for Surveys. Also known as M8, the nebula is a star-forming region in the constellation Sagittarius. Hubble’s remarkably sharp, close-up view reveals undulating shapes sculpted by the energetic light and winds from the region’s new born stars. Of course, the Lagoon Nebula is a popular target for earthbound skygazers, too. Image Credit: NASA)

De Paardennevel is één van de meest gefotografeerde zaken in de ruimte. Hij werd al in 1888 voor het eerst op de foto vastgelegd.

hubble 4(Astronomers have used NASA’s Hubble Space Telescope to photograph the iconic Horsehead Nebula in a new, infrared light to mark the 23rd anniversary of the famous observatory’s launch aboard the space shuttle Discovery on April 24, 1990. Looking like an apparition rising from whitecaps of interstellar foam, the iconic Horsehead Nebula has graced astronomy books ever since its discovery more than a century ago. The nebula is a favorite target for amateur and professional astronomers. It is shadowy in optical light. It appears transparent and ethereal when seen at infrared wavelengths. The rich tapestry of the Horsehead Nebula pops out against the backdrop of Milky Way stars and distant galaxies that easily are visible in infrared light. Image Credit: NASA/ESA/Hubble Heritage Team)

Hier zien we het lot dat onze zon ooit staat te wachten: een ster in zijn eindfase.

hubble 10(Staring across interstellar space, the alluring Cat’s Eye Nebula lies 3,000 light-years from Earth. The Cat’s Eye (NGC 6543) represents a brief, yet glorious, phase in the life of a sun-like star. This nebula’s dying central star may have produced the simple, outer pattern of dusty concentric shells by shrugging off outer layers in a series of regular convulsions. […] Of course, gazing into the Cat’s Eye, astronomers may well be seeing the fate of our sun, destined to enter its own planetary nebula phase of evolution … in about 5 billion years. Image Credit: NASA, MAST, STScI, AURA and Vicent Peris (OAUV/PTeam)

Waarom schrijf ik nu over de Hubble telescoop? Dat komt omdat ze hem gisteren even in de veilige modus hebben gezet. (Net zoals u Windows op uw pc in de veilige modus kan zetten.) De telescoop heeft zes gyroscopen aan boord. Daarvan waren er al drie kapot maar nu heeft ook een vierde het begeven.  Weliswaar kan de Hubble ook werken met één of twee gyroscopen maar lang niet zo snel en goed als met minstens drie goed werkende gyroscopen. De NASA heeft daarom de Hubble in de veilige modus gezet en onderzoekt momenteel wat de beste oplossing voor dit probleem is.

Nu is het zo dat de Hubble vaker problemen heeft gehad. Tot vier keer toe heeft de NASA er een mannetje naar toegestuurd om deze problemen op te lossen. Zo zijn in 2009 nog alle zes gyroscopen vervangen (waarschijnlijk is de garantietermijn verlopen nu.)

hubble 0Een mannetje aan het werk bij de Hubble

Het probleem voor de NASA is dat de mannetjes geen busje (lees Spaceshuttle) meer hebben om er te komen. Ik hoop in ieder geval dat ze een oplossing vinden (Control Backspace?), want ik vind het altijd reuze interessante foto’s.

500 foto’s

Net zoals de vorige blogpost gaat deze blogpost over kunst die zich herhaalt, maar dan anders. Dit zit zo. Vorige week stond ik even voor het Centraal Station van Rotterdam te wachten, toen mijn oog viel op een elektronisch bord bij de ingang van de ondergrondse fietsenstalling. Op dat bord stond aangegeven hoeveel vrije plaatsen er nog in de stalling waren.

station rt

Het is een grote stalling. Er kunnen liefst 5000 fietsen in staan, maar ondanks dit grote aantal plaatsen is de stalling toch vaak vol. De gemeente Rotterdam heeft dan ook maatregelen genomen. Mocht je je fiets er eerst vier weken in laten staan, sinds 1 september is dat nog maar twee weken. Een sensor registreert hoe lang een fiets er al staat.

Dankzij datzelfde sensorsysteem kan je buiten zien hoeveel plekken er nog vrij zijn. Ik keek er een tijdje na. Liep er iemand met een fiets naar beneden, dan zag je het aantal vrije plaatsen even later met één verminderen. Nam het aantal vrije plekken met één toe, dan kwam er even later iemand met zijn fiets omhoog.  Heel veel vrije plaatsen waren er niet meer. Het aantal schommelde rond de 200 stuks, blijkbaar stond het beneden goed vol.

Opeen zag ik een kunstwerk voor me. (Picasso: “Het geheim van de kunst is daarin gelegen, dat men niet zoekt, maar vindt”. ) Een collage van 500 foto’s met daarop het aantal vrije plaatsen. Maar niet zo maar 500 foto’s met willekeurige getallen, maar foto’s van de eerste 500 getallen. Even was er het probleem: ga ik voor de cijfers 1 tot en met 500 of voor 0 tot en met 499. Nul vrije plaatsen kon immers ook. Echter, ik vind nul niks, dus koos ik voor de getallen 1 tot en met 500.

De kunst van mijn kunstwerk zat niet alleen in het idee, maar vooral in de uitwerking. Ik moest foto’s hebben van alle getallen. Maar daarvoor was ik afhankelijk van mensen die hun fiets in de stalling gingen zetten dan wel weg haalden. Ik kon moeilijk fietsen uit de stalling gaan slepen om hogere  – lees meer vrije plaatsen – getallen te krijgen.

Soms zat het mee en liepen er opeens vijf mensen achter elkaar de stalling in, waardoor ik opeens vijf nieuwe (lagere) getallen kreeg, maar soms zat het tegen. Zo was ik op een gegeven moment goed bezig met de hoge getallen – veel vrije plaatsen – toen er opeens een groep schoolkinderen aan kwam fietsen die in één keer het aantal vrije plaatsen met twintig stuks verminderde.

Ik moet nu iets toegeven. De getallen 499 en 500 heb ik niet helemaal op een natuurlijke wijze verkregen. Op een gegeven moment had ik alle getallen van 1 tot en met 498 en hoefde ik alleen nog maar de 499 en 500. Het aantal vrije plaatsen stond op dat moment op 498 en het wachten was op het moment dat er twee mensen uit de fietsenstalling kwamen.

Op dat moment kwam er echter een groep ambtenaren aan fietsen die hun fiets in de fietsenstalling wilde zetten. Het was nota bene nog niet eens half vijf. Ik heb ze toen even tegen gehouden en gezegd: “Sorry mensen, er zijn wat flessen beneden kapot gevallen en ze zijn de glasscherven nu aan het opruimen, dit in verband met lekke banden. U moet heel eventjes wachten.” Ze bleven wachten en toen er even later twee mensen uit de stalling vertrokken, had ik mijn nummers 499 en 500 en kon ik ze naar beneden sturen. Maar het zit me toch niet helemaal lekker.

Thuis heb ik van de 500 foto’s een grote collage van drie bij twee meter, met daarop de foto’s van de getallen 1 tot en met 500 (in volgorde) gemaakt. De werktitel is voorlopig: ‘Fietsenstalling Centraal Station Rotterdam Vrijdag 5 oktober 2018’, maar dat is niet echt een pakkende titel. Daar moet ik nog iets op verzinnen.

Ik heb inmiddels al van het Museum Voorlinden in Wassenaar een bod op mijn collage gehad met meer cijfers voor de komma dan er achter, dus binnenkort kunt u het werk daar bewonderen. Hieronder heb ik een foto van mijn kunstwerk geplaatst.

bord

Omdat op bovenstaande foto de getallen helaas niet zo goed zichtbaar zijn, heb ik voor u – om u een idee te geven hoe het kunstwerk er uit ziet – het stukje met de foto’s van de getallen 214 tot en met 217 uitvergroot. Zie hier een gedeelte van het werk.

bord 2

Voor het geval u mijn kunstwerk volkomen nutteloos vindt, dan heeft u helemaal gelijk. Maar dat geldt niet alleen voor mij. In 1891 schreef Oscar Wilde al: “All art is quite useless” en zo is het.

 

Kunst die zich herhaalt

Ruim veertig jaar geleden maakte ik het volgende kunstwerkje:

000000-blauw1

(Ik heb op deze site al eens eerder over dit kunstwerk geschreven, maar herhaling is de kracht van de reclame, dus daarom laat ik het hier nog een keer zien.)

PicassoUw kunstenaar met op de achtergrond collega Picasso.

De reden dat ik er hier nog een keer over schrijf, is dat ik binnen een maand twee keer min of meer een herhaling van mijn kunstidee zag. Vorige maand zag ik in Chartres in een etalage van een kunsthandel het volgende kunstwerk staan.

chartres kunst

Dat is min of meer het zelfde idee.  En gisteren zag ik toen ik van Rotterdam naar Den Haag fietste – ja, ja, uw kunstenaar is ook sportief bezig –  dat de gemeente Rotterdam zich ook met dit type kunst bezig houdt. Ik zag vlakbij elkaar de volgende twee bordjes staan.

geel rood

Ze zijn er nog niet helemaal maar ze zijn onderweg. Maar wat ik wil zeggen, is dat ik als kunstenaar mijn tijd dus ver vooruit was.

 

 

Plaksnor

De Heineken-ontvoerder Frans Meijer is eergisteren in Amsterdam door een politieagent neergeschoten. De politie had een melding gekregen over twee personen die zich verdacht gedroegen. Toen een motoragent polshoogte ging nemen, renden twee personen er vandoor. Toen de agent een vuurwapen zag, schoot hij.  Een hoogst opmerkelijk detail uit de berichtgeving was dat beide mannen – de andere man bleek de zoon van Frans Meijer te zijn –  allebei een zwarte plaksnor droegen.

Tja, als ik aan boeven met een plaksnor denk, dan moet ik altijd direct aan de schurken Snuf en Snuitje uit de Pipo de Clown tv-serie denken. Die droegen ook  plaksnorren.

PlaksnorFoto: Beeld en Geluidwiki – Gallery: Pipo de clown

Ook het AD vond het detail van de plaksnor opmerkelijk en plaatste het in de kop van het artikel.

AD kop

Alleen taaltechnisch gezien was de woordvolgorde van de kop niet helemaal juist. Je zou het nu ook kunnen lezen dat de Heinekenontvoerder niet met een pistool maar met een zwarte plaksnor was neergeschoten. Ik was niet de enige die dit zag. Zie bijvoorbeeld deze tweet.

tweet snor

Leuk, maar ach taalfoutjes, laat ik daar zelf maar niet te veel over zeggen, want anders worden er een hoop blogposts van mij aangehaald en moet ik straks, om op  straat niet herkend te worden,  ook een zwarte plaksnor opdoen.

Plaksnor 2

(“Martin van Neck, voor al uw photoshoppen“)

Vliegers en geweerschoten

Dit weekend werd in Scheveningen voor de veertigste keer het vliegerfestival gehouden. De eerste negenendertig afleveringen heeft uw verslaggever gemist en dat zou ook bijna met de veertigste zijn gebeurd, ware het niet dat ik zondag om ongeveer half vier uur opeens een twitterberichtje van RTV West zag, waarin stond dat zaterdag en zondag om drie uur de grootste vlieger ter wereld op het strand van Scheveningen zou worden op gelaten.

(Of het inderdaad de grootste vlieger ter wereld is, is niet helemaal zeker. Er schijnen grotere te zijn. De site van het AD hield het voor de zekerheid op de grootste vlieger van Europa, maar dat de vlieger met zijn 66 meter lengte en 25 meter breedte een grote jongen was, moge duidelijk zijn. )

Ondanks dat het ding al om drie uur de lucht in zou gaan, besloot ik om toch nog even naar Scheveningen te fietsen. Het zou ongetwijfeld enige moeite kosten om het ding de lucht in te krijgen en als hij eenmaal zou vliegen, dan laat je hem natuurlijk ook wel een tijdje vliegen, was daarbij mijn gedachte. Het is zo’n driekwartier fietsen van mij huis, dus ik schatte dat ik er om ongeveer kwart over vier kon zijn. Onderweg zette ik een tandje bij en ondanks ‘conditie tegen’ en ‘wind tegen’ – dat laatste is ideaal voor vliegeren; die moet je immers tegen de wind in op laten – arriveerde ik, bezweet en al, even na vieren bij het strand. Op tijd hoopte ik om de “wereldrecordhouder” te zien vliegen. Niet dus, het ding lag al weer op de grond.

000000 vlieger 1Hier wordt hij opgerold .

000000 vlieger 2En hier wordt hij weggedragen. Met deze actiefoto’s gemaakt door uw verslaggever van de “grootste vlieger ter wereld” moet u het helaas doen. (‘Martin van Neck, voor al uw rapportages’).

Gelukkig waren er nog wel een aantal andere vliegers in actie te zien. Althans ik neem aan dat het vliegers waren en geen vliegende walvissen en inktvissen.

000000 vliegers 3

000000 vliegers 2

000000 vliegers 1

Tot zover het vliegeren, en normaal gesproken zou ik deze blogpost nu beëindigen, maar er is toch nog iets wat ik kwijt wil. Onderweg naar Scheveningen kwam ik namelijk langs het terrein van ‘De Jacht-, Skeet- en Trapclub Waalsdorp’. Dat is een kleiduif-schietvereniging. Merkwaardigerwijs is er overigens op de homepage van de vereniging op internet geen foto van een kleiduif te zien maar van een hert. Wellicht komt dit omdat de vereniging in de jaren vijftig mede is opgericht door de jachtopziener van prins Bernhard.

000000 schietvereniging

Ik heb wat moeite met de vereniging. Niet met het feit dat ze op kleiduiven schieten, maar met de locatie waar ze dit doen. Op de homepage, zie je namelijk ook een afbeelding staan van een klok. Het is de klok van het herdenkingsmonument ter ere van de mensen die in de Tweede Wereldoorlog op de Waalsdorpervlakte zijn gefusilleerd. Hier zijn zo’n 250 tot 280 mensen door de Duitsers doodgeschoten. Het schietterrein ligt op slechts zo’n 250 meter afstand van het monument. Als de mensen van de vereniging aan het schieten zijn, dan kan je dat ter plekke goed horen.

Ik heb er wat moeite mee om op de plek waar mensen in de Tweede Wereld zijn doodgeschoten, het geluid van geweerschoten te horen. Den Haag is zo groot, zou er nou nergens anders een plek voor de vereniging zijn?

Chocola

Begin deze maand was ik in een supermarkt in Frankrijk op zoek naar een pak hagelslag of vlokken. Vergeten mee te nemen tijdens onze “kampeervakantie” (in een Eurocamp stacaravan). Nergens te vinden natuurlijk. Alleen Nederlanders en Belgen schijnen chocola op brood te eten, dus twee weken lang geen hagelslag of vlokken op mijn stokbroodje.

Even tussendoor, wist u dat er een ‘Warenwetbesluit Cacao en chocolade’ is, waarin is vastgelegd (artikel 11. lid 1 en 2) hoeveel cacao er minstens in chocolade moet zitten om het chocolade te mogen noemen? “De aanduiding chocolade mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor chocolade met in totaal ten minste 35% droge cacaobestanddelen, inclusief ten minste 18% cacaoboter en ten minste 14% vetvrije droge cacaobestanddelen.”

Als het over hagelslag of vlokken gaat, dan mogen de percentages iets lager zijn: “De aanduiding chocolade mag in combinatie met de woorden hagelslag of vlokken gebruikt worden voor zover de waar wordt aangeboden in de vorm van korrels of vlokken; en de chocolade in totaal ten minste 32% droge cacaobestanddelen bevat, inclusief ten minste 12% cacaoboter en ten minste 14% vetvrije droge cacaobestanddelen.”

Voor hagelslag met een lager percentage cacao mag de term chocoladehagelslag niet gebezigd worden. Zie je bijvoorbeeld in de winkel een pak waarop staat ‘cacaofantasie’ weet dan dat het geen chocoladehagelslag is en er een lager percentage cacao (en een hoger percentage suiker) inzit.

Zijn de Nederlanders met de Belgen wereldkampioen hagelslag eten, voor chocola geldt dit echter niet. Volgens een bericht op de site van Nestlé zijn dat de Zwitsers. Die schijnen liefst 11,4 kg chocolade per persoon per jaar te eten. Daarmee blijven ze ruim 2 kg voor op de nummers twee en drie (de Duitsers en de Engelsen). De Nederlanders staan wereldwijd op plaats dertien en houden het bij een bescheiden 4,5 kg chocolade per persoon per jaar (maar dat is wel exclusief de hagelslag.)

Waarom schrijf ik nu over chocolade? Vanwege dit beeld wat Marianne en ik van de week zagen toen we een reep chocola bij Albert Heijn wilden kopen.

00000 choc 1

Dit is een foto van een deel (!) van het chocolade-aanbod bij Albert Heijn. Vroeger kon je kiezen uit een reep melk, een reep puur en soms nog een reep wit. Tegenwoordig mag je blij zijn als je zulke repen überhaupt nog kan vinden. De meest gekke smaakcombinaties worden bedacht. Neem deze twee repen.

00000 choc 2

Heeft u enig idee hoe viooltjes smaken? Nee, natuurlijk niet. Waarom stop je dat dan in een chocoladereep samen met bosbessen? En wat moet ik in Godsnaam verwachten van een chocoladereep waarin ‘szechuan peper rijstcrisps’ zit? (Szechuan is een provincie in het zuidwesten van China, bekend om zijn keuken; ik zeg het maar even voor het geval u het niet wist.)

Al die nieuwe chocola – sorry  voor de woordspeling – ik kan er geen chocola van maken.

Een trouwfoto uit 1915

Mijn broer stuurde mij een foto op uit 1915. Het is de trouwfoto van mijn opa en oma van mijn moeders kant.

trouwfoto 1915

Mijn opa en oma zitten in het midden (met het bruidsboeket). Rechts van mijn opa zitten zijn ouders, links van mijn oma haar ouders. Dat zijn dus mijn overgrootouders.

Het jongetje op de foto is Hidde, een broertje van mijn opa. Hij is hier nog onwetend dat hij later commies bij de belastingen zou worden. Ik heb het even in de Wikipedia opgezocht.

Een commies is een voormalige ambtelijke rang in Nederland. Het gaat om een administratieve ambtenaar van middelbare rang, lager dan een referendaris, maar hoger dan een klerk.”

Ok, de rang van een referendaris heeft hij niet gehaald, maar hij was wel mooi hoger dan een klerk. Wie de andere personen op de foto zijn, wist mijn broer niet, vermoedelijk een zuster van de overgrootouders en nichtjes.

Tot zover een stukje familiegeschiedenis.

Het menselijk geheugen

In juli schreef ik een blogpost over de Jachtlaan 28 in Apeldoorn. Dat is het huis waar ik geboren ben en waar ik tot mijn tiende heb gewoond. Ik schreef onder andere over een luik op zolder, waaronder een ruimte was waar vermoedelijk in de Tweede Wereldoorlog onderduikers hadden gezeten.

Deze week kreeg ik een mail van de huidige bewoner van het huis met de vraag of ik nog foto’s van het huis uit die tijd had. Die had ik eigenlijk niet, wel stuurde ik hem wat informatie over het huis en de directe omgeving uit die tijd. Ik stuurde de mail ook naar mijn oudere broer met de vraag of hij nog foto’s had en of ik in mijn mail en in mijn blogpost niet te veel onzin had verteld. Mijn broer is niet alleen ouder en wijzer, maar heeft ook een beter geheugen. Mijn geheugen bleek niet helemaal vlekkeloos gewerkt te hebben. Zo schreef mijn broer over de onderduikers in het huis aan de huidige bewoner:

Er zat direct op de zolder een luik verborgen onder het zeil. Alleen die berging was niet zo diep als mijn broer dacht. Vermoedelijk hebben daar illegale dingen in de oorlog gelegen. Boven de zolderkamer zat verborgen nog een bergruimte. Daar zaten vermoedelijk de onderduikers. Verder was er een raadselachtige koker naar de achterste slaapkamer, waar ik sliep. Geen idee waar die voor diende.”

Kortom, de kern van mijn verhaal – de onderduikers – zat nog wel goed in mijn geheugen, maar de details niet. Gisteren las ik toevallig in de Voetbal International een verhaal, geschreven door Geert-Jan Jacobs, waarin dit fenomeen – de kern van het verhaal klopt maar de details zitten fout in het geheugen – ook te zien was. Het betreft een anekdote die de cabaretier Freek de Jonge tijdens een bijeenkomst in het Abe Lenstra Stadion in Heerenveen vertelde over een ontmoeting van hem met Abe Lenstra. Ik citeer uit het stuk.

Eén keer ontmoette hij zijn idool. Het gebeurde in Zaandam, waar het gezin De Jonge begin jaren vijftig vanuit het Friese Workum was neergestreken. Tussen huis en basisschool passeerde hij altijd de fietsenwinkel annex sportzaak van Lou Rep, de oom van de latere international John. Op zekere middag, volgens de Jonge was het in 1951 of 1952, wierp hij een blik in Reps toko en zag daar tot zijn verbijstering een overbekend silhouet. Dat van Abe Lenstra, die geknield aan de voeten van de winkeleigenaar zat.

‘Hij keek naar buiten, onze blikken kruisten elkaar. Toen móét Abe iets gezien hebben van mijn Friese achtergrond, dat kan niet anders. Hij deed de deur open en zei: “Do moat ik hawwe!”. Abe was vertegenwoordiger bij Quick, hij ging het hele land door met schoenen. Hij haalde een paar Quick Juniors uit zijn tas en legde aan Lou uit dat zelfs de grootste boerenlul met die schoenen heel aardig kon voetballen. Dus ik kreeg ze aangemeten.’  

 In het Abe Lenstra Stadion deinen grijze kruinen geamuseerd op en neer als De Jonge voordoet hoe hij al die jaren geleden de bal zorgvuldig klaarlegde en de moeder aller aanlopen nam. ‘Ik gaf dat ding een onvoorstelbare hengst. Die bal knalde tegen de muur, vloog door de hele zaak en eindigde op een plank met sportbekers. Ze vielen allemaal op de grond.” Abe stond er hoofdschuddend bij en zei: “Dat is net sa best.”. Waarop ik antwoordde: “Mar wol in de priezen!” Lenstra adviseerde het spichtige kereltje komiek te worden, een tip die De Jonge ter harte nam.

Tot zover de anekdote van Freek de Jonge. Hij blijkt echter niet alle details juist te hebben, want het verhaal in de VI gaat als volgt verder:

‘Leuk verhaal’, zegt een besnorde meneer in het publiek. Hij hoorde de anekdote van De Jonge al een keer of vijf eerder, maar kon er toch wel weer om gniffelen. ‘Er zaten wel een paar foutjes in.’ Met glinsterende ogen:  ‘In 1951 en 1952 was Abe nog werkzaam op het gemeentehuis van Heerenveen, dus in die jaren kan dit nooit gebeurd zijn. Bovendien was hij later geen vertegenwoordiger namens Quick. Abe ging de winkels langs met zijn eigen sportschoen: De Abe Junior’.

0000 abe29 januari 1952; Abe Lenstra aan het werk op het gemeentehuis van Heerenveen; foto Harry Pot, Anefo, Nationaal Archief

Kortom, ook bij Freek de Jonge is te zien dat menselijke geheugen soms details van verhalen uit het verleden aanpast of vergeet en dat brengt me naar de actualiteit. In Amerika beschuldigt dr. Christine Blasey Ford Brett Kavanaugh, Trump’s kandidaat voor het Hooggerechtshof, er van dat hij haar begin jaren tachtig seksueel heeft belaagd.

Omdat zij niet meer precies wist, wanneer en waar dit gebeurde, beweren een aantal leden van de Republikeinse partij dat deze beschuldiging niet waar kan zijn. Die redenatie lijkt me niet juist. Het lijkt me eerder een voorbeeld dat het menselijk geheugen wel de kern van de zaak onthoudt, maar de details vergeet of verkeerd onthoudt. Vooralsnog geloof ik haar wel. Brett Kavanaugh lijkt me gezien zijn opvattingen over allerlei zaken sowieso geen geschikte kandidaat, maar dat is een heel ander verhaal.

My WordPress Blog