Het gestolen concert van Vermeer

Regelmatig publiceer ik op deze site verhalen over de voortgang van mijn onderzoek naar het verdwenen ‘Tweede Straatje van Vermeer (status: nog niet terug gevonden). Er is echter een ander schilderij van Vermeer dat ook vermist is en dat veel bekender is. Het betreft hier ‘Het concert’, een schilderij van Vermeer dat samen met een twaalftal andere kunstwerken, waaronder drie Rembrandts, in 1990 uit het Isabelle Gardner Museum in Boston werd gestolen. Sindsdien is het spoorloos.

boston dief 11Opsporingsposter van de FBI. Oorspronkelijk loofde het museum een beloning van 1 miljoen dollar uit voor tips die zouden leiden tot de terugkeer van de kunstwerken. In 1997 werd dit bedrag verhoogd naar 5 miljoen, in 2017 werd het bedrag zelfs (tijdelijk) verhoogd naar 10 miljoen dollar.

Uiteraard vind ik zo’n verhaal over een gestolen Vermeer interessant en heb mij er eens in verdiept. Daarom als intermezzo van mijn verslag over mijn speurtocht naar het Tweede Straatje van Vermeer, hierbij de geschiedenis van ‘Het concert’ en de diefstal van het schilderij.

De Delftse periode

Vermeer schildert ‘Het concert’ – het is niet gedateerd en ook niet gesigneerd – ergens tussen 1663 en 1666. Het schilderij, olieverf op doek, is 72,5 × 64,7 cm groot. Het laat een voorstelling zien van een muziekuitvoering in huiselijke kring. Een luitspeelster, een man aan een klavecimbel en een zangeres maken samen muziek. Op de vloer en op de tafel liggen nog twee andere muziekinstrumenten.

Vermeer gestolen

‘Het concert’ maakt deel uit van de vermaarde Dissius-veiling in Amsterdam van 1696, waar liefst 21 schilderijen van Vermeer, allen afkomstig uit de nalatenschap van Jacob Dissius worden geveild. Jacob Dissius is in 1681 in het bezit van het schilderij gekomen dankzij de erfenis van zijn vrouw Magdalena van Ruijven, die het in 1680 van haar moeder Maria de Knuijt had geërfd en die het weer op haar beurt in 1674 van haar echtgenoot Pieter van Ruijven had geërfd.

Deze laatste heeft het schilderij vermoedelijk rechtstreeks van Vermeer gekocht, waarvan hij min of meer diens beschermheer was. Van Ruijven bezat zo’n twintig schilderijen van Vermeer. Al deze mensen woonden net zoals Vermeer in Delft en van 1666 tot 1696 was Delft dan ook de plaats waar het schilderij zich bevond.

Het schilderij verhuist naar Amsterdam

In 1696 wordt ‘Het concert’ in opdracht van de erfgenamen van Jacob Dissius (diens twee oudste neven van zijn vaders kant) geveild in Amsterdam. Tegelijkertijd worden op die veiling ook een twintigtal andere Vermeers en een aantal andere schilderijen (waaronder een Rembrandt en een Jan Steen) geveild. Wie ‘Het concert’ op de veiling koopt, is niet bekend.

Het schilderij verdwijnt vervolgens een tijd uit beeld om in 1780 weer op te duiken op de veiling van de bezittingen van Johannes Lodewijk Strantwijk, een regent van een Amsterdams tuchthuis. Waar het schilderij tussen 1696 en 1780 hangt, is niet bekend. Als het schilderij gedurende die periode al die tijd in bezit was van de familie Strantwijk dan zou dit Amsterdam geweest kunnen zijn, maar dit is speculatie.

Naar Vlaardingen, Leiden en weer terug naar Amsterdam

Als koper op de veiling van 1780 wordt meestal Diederik van Leyden, de Heer van Vlaardingen en Vlaardingerambacht, genoemd, maar vermoedelijk was het diens vader, Pieter Cornelis van Leyden, die ‘Het concert’ (met hulp van de tussenhandelaar A. Delfos) kocht en het toevoegde aan zijn schilderijenverzameling. (Het is namelijk vader Pieter Cornelis die schilderijen verzamelt; zijn zoon verzamelt vooral tekeningen, prenten en etsen; hij heeft onder ander een uitgebreide verzameling etsen van Rembrandt). Pieter Cornelis van Leyden woont zijn hele leven lang in Vlaardingen en de kans is dan ook groot dat het schilderij van 1780 tot 1788 ergens in een huis in Vlaardingen heeft gehangen.

In 1788 overlijdt vader Pieter Cornelis en erft zijn zoon Diederik diens schilderijencollectie. Diederik van Leyden woont en werkt in Leiden – what’s in a name – waar hij onder andere schepen en kolonel der schutterij is. Het schilderij verhuist vermoedelijk daarom van Vlaardingen naar Leiden. Het blijft hier drie jaar lang hangen tot 1791. In dat jaar verhuist Diederik van Leyden van Leiden naar Amsterdam. Hij gaat daar wonen in het ‘Huis met de Hoofden, een groot bekend grachtenpand aan de Keizersgracht 123. ‘Het concert’ verhuist vermoedelijk mee naar Amsterdam.

De Franse en Engelse periode

In 1804 komt Diederik van Leyden in financiële problemen. Hij heeft een tekort aan contant geld. Hij bezit weliswaar een aantal huizen in Amsterdam die hij verhuurt, maar deze  brengen in de Franse tijd niet genoeg huurpenningen op. Hij laat daarop in 1804 in Parijs zijn schilderijenverzameling veilen. (Zijn tekeningen en prentencollectie behoudt hij wel). De koper van ‘Het concert’ is de Franse kunsthandelaar Paillet. Vier jaar later wordt in Parijs het schilderij opnieuw geveild, twee keer zelfs dat jaar. In januari laat de Parijse kunsthandelaar Laneuville het schilderij veilen, in april biedt een zekere Charles Elie het schilderij te koop aan.

Vermoedelijk verhuist het schilderij naar Engeland, want in 1835 wordt ‘Het concert’ door een onbekende verkoper op een veiling in Londen ingebracht. Wie het op die veiling heeft gekocht, is niet bekend, maar het zou een zekere admiraal Lysaght geweest kunnen zijn, want op een veiling in 1860 waar veel spullen uit zijn nalatenschap worden geveild, wordt ook ‘Het concert’ aangeboden.

Iemand met de naam Tooth koopt bij die gelegenheid het schilderij. Erg lang is hij vermoedelijk niet in bezit van ‘Het Concert’, want in 1869 duikt het schilderij weer in Parijs op en wel tijdens een veiling met schilderijen afkomstig uit de collectie van Demidoff, een rijke Rus die in Florence in Italië leefde. Hoe deze aan ‘Het concert’ kwam, is niet bekend.

Theophile Thore-Burger

De koper van het schilderij op de veiling van 1869 is Theophile Thore-Burger, een Franse journalist en kunstcriticus die onder andere voor de beroemde Parijse Salon werkte – een organisatie die regelmatig schilderijententoonstellingen organiseerde.

thaure

Theophile Thore-Burger omstreeks 1860

Theophile Thore-Burger geldt als de herontdekker van het werk van Vermeer. In de negentiende eeuw is Vermeer zo goed als vergeten. Hij heeft niet veel schilderijen gemaakt en omdat Vermeer lang niet altijd zijn schilderijen signeerde, wordt in de loop der tijd ook nog eens een deel van zijn werk aan anderen toegeschreven, zoals bijvoorbeeld aan zijn stad- en generatiegenoot Pieter de Hoogh.

Thore-Burger ziet in 1842 bij een bezoek aan het Mauritshuis in Den Haag ‘Het gezicht op Delft’ hangen en is diep onder de indruk van dit werk van Vermeer. Hij raakt gefascineerd door Vermeer en gaat op zoek naar meer schilderijen van hem. In 1866 publiceert hij een catalogus met beschrijvingen van schilderijen van Vermeer. Ook begint Thore-Burger op veilingen schilderijen van Vermeer te kopen. In 1860 koopt hij zijn eerste Vermeer (‘De staande virginaalspeelster’). Later zal hij nog drie andere Vermeers kopen, waarvan ‘Het concert’ in 1869 zijn laatste aankoop is. Erg lang genieten van het schilderij kon hij niet, want op 30 april 1869, een maand na de aankoop, overlijdt hij in Parijs.

Naar Amerika

‘Het concert’ blijft vervolgens ruim dertig jaar in bezit van de familie Thore-Burger, totdat de familie het op 5 december 1892 in Parijs laat veilen. Het schilderij wordt bij die gelegenheid, in opdracht van de Amerikaanse kunstverzamelaarster Isabella Stewart Gardner, gekocht door haar agent Fernard Robert. De verkoopprijs bedraagt 21,175 Franse francs (dat is bijna 5.000 euro). Na de aankoop wordt het schilderij naar Boston verscheept.

0 bonDe originele bon ten behoeve van de verscheping naar Amerika van alle door Fernard Robert op de veiling gekochte kunstvoorwerpen. In de rode cirkel staat de ‘Van Der Meer’ – zoals Vermeer in die tijd meestal wordt genoemd – vermeld met het aankoopbedrag van 21.175 frank. Afbeelding afkomstig van de site van het Isabella Stewart Gardner Museum, Boston

Isabella Stewart Gardner en haar museum

Isabella Stewart Gardner, geboren in 1840 in New York, is de dochter van een rijke Amerikaanse zakenman. In 1860 trouwt ze met de in Boston wonende John ‘Jack’ Lowell Gardner II. Zijn grootvader – deze heeft zijn fortuin vergaard met de import van peper uit Sumatra – is één van de rijkste mannen van Amerika. Na haar huwelijk verhuist Isabelle naar Boston, waar ze met haar echtgenoot gaat wonen in een villa die haar schoonvader het jonge stel als huwelijkscadeau heeft geschonken.

Isabelle Gardner en echtgenootIsabelle en haar echtgenoot Jack; foto Isabella Stewart Gardner Museum, Boston

Vanaf 1870 reist het echtpaar regelmatig naar Europa en Azië. Tijdens deze reizen gaat ze kunst verzamelen. Eerst alleen oude manuscripten maar later ook schilderijen, beeldhouwwerken en andere kunstvoorwerpen. In 1891 overlijdt haar vader. Hij laat zijn dochter 1,75 miljoen dollar na, wat haar een groot budget geeft om wereldwijd kunst te kopen. Ze koopt onder andere ‘Het concert’ van Vermeer, een Michelangelo, een Titiaan en vier Rembrandts.

Aanvankelijk hangen de kunstwerken bij de Gardners thuis, maar op een gegeven moment hebben ze zoveel kunst verzameld dat het echtpaar besluit om de kunstverzameling onder te brengen in een nieuw te bouwen museum in Boston. Het gebouw moet de uitstraling hebben van een Venetiaans paleis. Venetië is de favoriete reisbestemming van het echtpaar in Europa.

gondelIsabelle en John Gardner in Venetië; ergens tussen 1880 en 1890.

Er worden plannen gemaakt voor de bouw van een museum maar voordat deze plannen concreet kunnen worden gemaakt, overlijdt in 1898 Jack Gardner. Isabelle Stewart Gardner zet daarop de plannen voor het museum in haar eentje voort. Er wordt een architect (Willard Sears) ingehuurd en in 1899 wordt begonnen met de bouw. In de herfst van 1901 komt het gereed en op 1 januari 1903 opent het museum zijn deuren.

gardner museumHet museum vanuit de lucht gezien. Het gebouw met het rode dak is het oorspronkelijk gebouw. Daarachter de uitbreiding van het museum uit 2012. Foto: Google Maps.

Isabelle Gardner. museum binnenkant2

Isabelle Gardner. museum binnenkantBoven de binnenplaats van het museum; onder één van de kamers. foto’s Liance  en Miguel Hermoso Cuesta; Wikipedia

Zelf neemt Isabella Gardner intrek op de bovenste (vierde) verdieping van het museum, waar zij tot aan haar dood in 1924 zal blijven wonen. Ook na haar dood blijft ze grote invloed houden op het museum. Zo heeft ze bijvoorbeeld in haar testament bepaald dat de collectie van het museum bij elkaar moet blijven en dat de inrichting van de eerste drie verdiepingen van het museum niet wezenlijk mag veranderen. Doet het museum dat toch, dan moet de hele collectie worden verkocht en zal de opbrengst van deze veiling naar de Harvard University in Boston gaan.

Ook introduceert ze een aantal bijzondere tariefmaatregelen. Omdat ze een grote fan is van de lokale honkbalclub, de Boston Red Sox – tussen 1910 en 1920 vier keer winnaar van de ‘World Series’ –  krijgt iedere bezoeker van het museum die parafernalia van de club zoals een pet of een vlaggetje bij zich heeft, twee dollar korting op de entree. Ook krijgen alle bezoekers die ook Isabella heten of die jarig zijn op de dag van hun bezoek gratis toegang.

De indeling van het oude gebouw uit 1903 is vanwege haar testament nog steeds zoals die honderd jaar geleden ook al was (nieuwe kunstwerken e.d. staan in het nieuwe gebouw). ‘Het concert’ hangt van 1903 tot 18 maart 1990 in ‘the Dutch Room’, een zaal op de tweede verdieping van het museum met veel Nederlandse kunstwerken, waaronder de vier Rembrandts. De Vermeer hangt niet aan de wand, maar in een soort recht opstaande houder (zie de foto’s hieronder). Aan de andere kant van de houder bevindt zich een Govaert Flinck (eveneens gestolen).

zaal

0 het concert 1936

Op deze foto’s uit 1926 is bij het bureautje ‘Het concert’ te zien. Aan de wand achter hangt ‘Christus in de storm op het meer van Galilea’, het enige zeegezicht dat Rembrandt ooit schilderde en dat ook werd gestolen. Foto’s Isabella Stewart Gardner Museum, Boston.

boston dief 8

Zo ziet de zaal er vandaag de dag uit. De lege lijsten van de gestolen schilderijen heeft men als symbool laten hangen om aan te geven dat men nog steeds de hoop heeft dat op een dag de schilderijen weer terug zullen keren. Er gaat het verhaal dat de lege lijsten er hangen om te voorkomen dat vanwege het testament de Harvard University de inboedel van het museum zou kunnen laten veilen, maar volgens de directie van het museum is dit niet de reden dat de lege lijsten er hangen.

De diefstal

Op 18 maart 1990 – dat is één dag na St. Patrick’s Day, de nationale feestdag van Ierland die ook in Boston uitgebreid wordt gevierd – parkeert om ongeveer één uur ’s nachts een rode hatchback voor het museum. De auto stopt op de hoek van het gebouw, naast de deur die toegang geeft tot het vertrek waar de nachtwakers van het museum zitten. In de auto zitten twee politieagenten in uniform. Getuigen zouden later verklaren dat de twee agenten zo’n twintig minuten in de auto blijven zitten. Om 1 uur 24 stappen ze uit en bellen aan.

boston 01De deur in 1990

In het museum bevinden zich ’s nachts altijd twee nachtwakers. Hun dienst begint om 23.30 uur. Terwijl de ene bewaker zijn rondje doet, houdt de andere nachtwaker vanachter de balie een computer in de gaten die de resultaten van de bewegingssensoren in het museum registreert en bekijkt hij op een monitor de beelden van de buitendeur. Door middel van een camera kan de nachtwaker zien wie er voor de deur staat.

In het nachtvertrek zit op het moment dat de twee politieagenten aanbellen de 23-jarige Richard Abath. Degene die op dat moment het rondje door het museum loopt, is de 25-jarige Randy Hestand. Dat Hestand deze nacht dienst heeft, is niet gepland. De vaste partner van Abath, een oudere bewaker, heeft zich die dag ziek gemeld. Hestand is opgeroepen als invaller. Het is de allereerste keer dat hij als nachtwaker dienst doet. De nachtwakers beschikken over een alarmknop. Als je daar op drukt, dan gaat er op een nabijgelegen politiebureau een alarm af.

boston dief 0Op deze vage afbeelding afkomstig van een videoband met opnamen van de dag voor de overval zien we de balie. In het hokje van de bewakers staat links de oudere bewaker – die dus een dag later ziek was – en rechts zit al bellende Richard Abath. De band met de opname van de dag van de overval zelf namen de dieven mee, die van de dag ervoor niet.

Richard Abath werkt al meer dan een jaar als nachtwaker voor het museum. Hij is een langharige muzikant – hij speelt in een bandje – die zijn nachtbaantje ($7,35 per uur) gebruikt om rond te kunnen komen. Een week eerder heeft hij zijn ontslag – met een opzegtermijn van vier weken – aangekondigd. Hij verklaart later dat hij in het vervolg als muzikant zijn geld wilde verdienen, dat hij het een saai baantje vond en dat hij zelfs wel eens rechtstreeks van een muziekoptreden aangeschoten en stoned op het werk was verschenen. (Tegenwoordig werkt hij als assistent-leraar, is getrouwd en heeft twee kinderen.) Tijdens deze specifieke dienst echter, zo verklaart hij later, is hij nuchter.

Als Abath op de monitor kijkt, ziet hij twee agenten in uniform voor de deur staan. Hij vraagt door de intercom wat er aan de hand was. De agenten zeggen dat ze komen naar aanleiding van een melding over ‘disturbances’ (verstoringen) in het museum en of hij de deur open wilt doen.

Nu staat er in de instructies uitdrukkelijk vermeld dat de nachtwakers nooit en te nimmer de deuren mogen open maken als er een onbekend iemand voor de deur staat en dat ze in zo’n geval hun manager moeten bellen, maar de mannen in politie-uniform brengen Abath in verwarring, zo verklaart hij later. Hij weet niet goed of de instructie ook geldt als er politie voor de deur staat. Even aarzelt hij en dan drukte hij op de knop om de deuren (er is een buiten- en binnendeur) open te maken. Dat is zijn eerste grote fout die avond.

De twee agenten stappen naar binnen en lopen naar de balie toe. De ene agent kijkt Abath aan en zegt: “Ik ken jou. Je hebt een bekend gezicht. Volgens mij staat er een arrestatiebevel voor jou open. Kom eens even naar voren en laat je identificatie zien.” Hierop begaat een verbaasde Abath zijn tweede grote blunder van die avond. Hij stapt achter de balie vandaan. Hierbij zou meegespeeld hebben, zo werd later gezegd, dat Abath kaartjes heeft voor een popconcert van de Grateful Dead die dag en hij niet het risico wilde lopen dat hij gearresteerd zou worden.

Doordat Abath achter de balie vandaan stapt, kan hij echter niet meer op de alarmknop drukken die in rechtstreekse verbinding met de politie staat. De vraag is natuurlijk: ‘Weten de dieven dat de alarmknop achter de balie zit en dat ze daarom de bewaker daar weg moeten lokken?’

Nadat Abath achter de balie vandaan is gekomen, doet de agent hem handboeien om, zegt dat hij gearresteerd is en vraagt of er nog meer mensen in het museum zijn. Als Abath dat bevestigt, moet hij de andere bewaker oproepen en als deze even later komt aanlopen, krijgt hij net als Abath ook te horen dat hij gearresteerd wordt en krijgt ook hij handboeien om. Pas daarna verklaren de twee agenten dat het om een overval ging.

boston 001aPolitieschets van de twee overvallers. Omdat de snorren vermoedelijk vals waren, werden ze getekend met en zonder snor. Omdat de dieven bij hun vertrek de bewakingsvideoband van die nacht mee namen, zijn er geen beelden van de overvallers.

Abath en Hestad worden vervolgens naar de kelder van het museum gebracht, waar ze op verschillende plaatsen – ze kunnen elkaar niet zien – aan buizen worden vast geklonken. Ook worden hun gezichten met duct tape beplakt.

boston dief 4,5

Zo wordt Abath de volgende morgen aangetroffen; ‘crimescene’ foto van de politie Boston. Later verklaart hij dat hij de hele nacht Bob Dylan’s “I Shall Be Released” in gedachten had.

Vervolgens lopen de dieven via het trappenhuis naar de Dutch Room op de tweede verdieping. Daar komen ze om 1 uur 48 binnen. Dat we dit zo exact weten, komt door de bewegingssensoren in het museum  Als deze geactiveerd worden, dan geven ze een signaal door naar de computer van de nachtwakers met de mededeling: “Investigate Immediately!!!”

boston dief 6

Weliswaar nemen de dieven bij hun vertrek de computeruitdraai van de sensoren van die dag mee – waarom ze dat doen, is niet bekend –  maar blijkbaar wisten ze niet (of waren ze het vergeten) dat alle gegevens ook op de harde schijf van de computer worden vastgelegd. Daardoor kan achteraf alle bewegingen van de twee dieven door het museum worden gereconstrueerd. Het “tijdschema” van de 81 minuten dat de dieven in het museum zijn, ziet er als volgt uit:

  • 01:24 uur; twee mannen, verkleed als politieagenten, lopen het museum binnen.
  • 01:24 uur – 01:48 uur; de twee nachtwakers worden overweldigd en afgevoerd naar de kelder.
  • 01:48 uur; de dieven lopen via het trappenhuis naar de Dutch Room op de tweede verdieping. De ene dief blijft hier achter en gaat er aan het werk
  • 01:51 uur; de andere dief loopt via de overloop, de Early Italian Room en de Raphael Room naar de Short Gallery, eveneens gelegen op de tweede verdieping; hij gaat hier aan het werk.
  • 01:54 uur; er gaat een alarm af in de Dutch Room. De dief vernielt dit alarm en gaat daarna weer verder.
  • 01:56 uur – 02:26 uur; gedurende deze periode is de ene dief aan het werk in de Dutch Room, de andere in de Short Gallery. De dief in de Dutch Room is het eerst klaar en loopt dan naar zijn collega in de Short Gallery. De bewegingssensor registreert zijn aankomst daar om 02.10 uur.
  • 02:27 uur; de twee dieven zijn klaar in de Short Gallery en keren terug naar de Dutch Room.
  • 02:28 uur – 02:40 uur; onbekend is waar de dieven zich gedurende deze 12 minuten ophouden; de detectoren registreren nergens bewegingen.
  • 02:41 uur; de deuren naar buiten gaan open en dicht.
  • 02:45 uur; de deuren naar buiten gaan nog een keer open en dicht.

Zie hier een deel van een mooie graphic die de Boston Globe maakte van de bewegingen in het museum tijdens diefstal.  (De hele graphic inclusief tijdlijn is hier op site de Boston Globe te zien.)

0 graphic

De gebeurtenissen in de Short Gallery

In de Short Gallery halen de dieven vijf tekeningen van Degas van de wand. De keuze voor deze werken is op zijn zachts gezegd opmerkelijk. De tekeningen zijn bij lange na niet de meest waardevolle voorwerpen in het museum. Zo laten de dieven elders in het museum kostbare werken van Michelangelo, Titiaan en Raphael hangen.

boston dief 03

Glassplinters en het frame van één van de Degas-tekeningen. Crimescene foto politie Boston.

De dieven hebben in de Short Gallery ook gedurende enige tijd geprobeerd om een Napolitaanse vlag van de muur te halen. Het lukt echter niet om deze van de wand te krijgen en de vlag mee te nemen. Vermoedelijk heeft de ene dief het eerst alleen geprobeerd en later ook nog eens samen met zijn partner. Maar ook met diens hulp lukt het niet. Ze krijgen de vlag niet mee. Wel nemen ze de kleine vergulde adelaar mee die boven op de vlaggenstok staat.

De Napolitaanse vlag en de adelaar zijn op zich vreemde voorwerpen om te stelen. Volgens sommige mensen is dit aanleiding om te veronderstellen dat achter de diefstal (mede) een opdrachtgever zit met een grote belangstelling voor Napoleon.

vlag

De Napolitaanse vlag met links daarboven de kleine meegenomen adelaar. Foto uit 1926; foto Isabella Stewart Gardner Museum, Boston

De gebeurtenissen in de Dutch Room

De dief in de Dutch Room haalt ondertussen alle vier de Rembrandts van de muur. Daarbij gaat bij ‘Christus in de storm op het meer van Galilea’ een alarm af. Dit is een zaalalarm dat aangeeft dat bezoekers te dicht op het schilderij staan. Het alarm is niet verbonden met de politie. Vermoedelijk weet de dief dit, want hij trekt zich niets van het alarm aan. Hij vernielt het alarmkastje en gaat daarna weer aan het werk. De lijsten worden op de grond gelegd en het glas dat de schilderijen beschermt vernield. Daarna haalt hij de doeken uit de lijst. Bij drie schilderijen wordt dit voorzichtig gedaan maar bij twee van de Rembrandts wordt het doek uit de lijst gesneden.

Bij een zelfportret van Rembrandt lukt het niet om het doek uit de lijst te halen – het schilderij zit vast op de houten achtergrond. De dieven laten dit schilderij achter. Ook de Vermeer en een Govaert Flinck worden uit hun lijsten gehaald. De dief loopt vervolgens nog naar de naast gelegen Tapestry Room – de bewegingssensoren registrerenn daar zijn bezoek –  en kijkt er even kort rond. Hij neemt echter niets uit die zaal mee. Uiteindelijk zullen de dieven uit de Dutch Room vijf schilderijen (drie Rembrandts, een Govaert Flinck en de Vermeer) en een drieduizend jaar oude Chinese bronzen beker mee nemen.

boston dief 01

boston dief 01,5

‘Crime scene’ foto’s uit de Dutch Room met de op de grond liggende lijsten.; foto’s politie Boston

De laatste dertig minuten van de beroving

Om 02.10 uur verlaat dief nummer één de Dutch Room en voegt zich bij zijn partner in de Short Gallery. Daar blijven ze samen nog een kwartiertje aan het werk. Of ze al die tijd bezig zijn geweest met de Napolitaanse vlag is niet bekend, maar het zou kunnen. Om kwart over twee geven ze het op en verlaten ze de Short Gallery.

Om 02 uur 27 registreren de bewegingssensoren dat ze terugkeren in de Dutch Room. Vermoedelijk om de uit hun lijsten gehaalde doeken op te halen. Daarna is er een gat van 12 minuten, waarbij de sensoren nergens een beweging in het museum registreren. Het is niet bekend waar de dieven zich tijdens deze periode in het museum ophielden. Wel is het zo dat ze bij de balie uit een kast de videoband met de bewakingsbeelden van die dag pakken en mee nemen. Om deze te kunnen pakken moet je een deur open maken, wat doet vermoeden dat de dieven inside-information hebben gehad.

Om 02.41 gaat de buitendeur open en dicht. Vier minuten later gebeurt dit nogmaals. Dit suggereert dat de dieven één voor één het museum hebben verlaten. In totaal verblijven ze 81 minuten in het museum. Dit is lang. Gemiddeld blijven dieven tijdens een museuminbraak maar zo’n tien minuten in een museum.

Het dertiende schilderij

Wie goed heeft meegeteld, ziet dat de dieven uit de Short Gallery en de Dutch Room in totaal twaalf kunstvoorwerpen hebben meegenomen. Er is echter nog een dertiende voorwerp dat ook wordt gestolen, namelijk het schilderij ‘Chez Tortoni’ van Claude Monet. Dit kleine schilderij van Monet hangt in de Blue Room op de eerste verdieping. Het is het enige schilderij dat op de eerste verdieping hangt dat wordt gestolen.

boston chez 5

De Blue Room. In de rode cirkel is te zien waar de gestolen Monet hing. Het schilderij er boven – ook een Monet, het is een portret van diens moeder –  hangt die nacht niet op zijn plaats. Dit omdat het elders werd schoongemaakt; Foto uit 1926. foto Isabella Stewart Gardner Museum, Boston. 

boston chez 3Chez Tortoni’ van Claude Monet, gestolen uit de Blue Room op de eerste verdieping 

De diefstal van dit schilderij heeft voor veel discussie en speculatie gezorgd. De bewegingssensoren in de Blue Room registreren tijdens de diefstal namelijk helemaal niets. Wel leggen de systemen om 00.27 uur en om 00.53 uur de bewakingsrondjes van de nachtwakers vast, maar tijdens de 81 minuten van de beroving zelf laten de sensoren geen enkele beweging in de zaal zien.

Nu kan je, als je heel voorzichtig door de zaal manoeuvreert de bewegingssensoren omzeilen – Abath zei later dat hij dit uit verveling wel eens tijdens zijn rondjes probeerde te doen – maar waarom zouden de dieven dit uitgerekend bij dit enen schilderij wel hebben gedaan, terwijl ze bij alle andere schilderijen zich niets van de sensoren aantrokken? Ook is het opmerkelijk dat ze bij hun vertrek de computeruitdraaien van de bewegingssensoren mee nemen. Was dit om te verhullen dat ze tijdens de overval niet in de Blue Room zijn geweest?

Opvallend is ook dat de lijst van het Monet-schilderij niet op de grond van de Blue Room wordt terug gevonden, maar elders en wel op een stoel in de kamer van het hoofd beveiliging waar geen bewegingssensoren zijn.

boston dief 02

De lege lijst van de Monet zoals deze werd terug gevonden op de stoel in de kamer van het hoofd beveiliging. Crime scene foto politie Boston.

Mede omdat er bij inbraken in musea vaak een insider betrokken is, leidt deze wonderlijke ontvreemding van de Monet tot veel speculatie. Hierbij wordt vaak naar Richard Abath gewezen. Hij zou het schilderij al tijdens zijn rondje van de muur hebben kunnen gehaald en het voor de dieven klaar gelegd hebben in de kamer van het hoofd beveiliging, waar geen sensoren zijn.

Abath ontkent echter tot op de dag van vandaag dat hij bij de diefstal betrokken us. Hij werd uitgebreid door de FBI onderzocht. Hierbij doorstond hij tot twee keer toe een leugendetectortest. Hij is door de FBI dan ook nergens van beschuldigd.

Aangezien diefstal van de schilderijen in Amerika al na vijf jaar verjaart (dat was dus in 1995), zou Abath, als hij wilde, probleemloos kunnen toegeven dat hij bij de diefstal betrokken was. Hij zou er niet meer voor vervolgd kunnen worden. Maar tot op de dag van vandaag houdt Abath vol dat hij onschuldig is en aangezien de politie geen enkel bewijs heeft gevonden voor zijn betrokkenheid moeten we er, ondanks de verdachte omstandigheden, er van uit gaan dat hij onschuldig is. Hier in 2014, grijs geworden maar nog steeds met lange haren, praat hij met CNN over de betreffende nacht.

De volgende dag

De volgende morgen arriveert om 7 uur ‘s morgens de dagploeg en wordt de diefstal ontdekt. Abath en Hestand werden vastgebonden in de kelder aangetroffen en bevrijd. De diefstal is direct wereldnieuws.

0 krant

De voorpagina van ‘The Boston Globe’ van 19 maart 1990. ‘Secret collector’s passion or ransom seen as motive’ aldus de krant.

De Boston Globe heeft het over een diefstal met een totale waarde van 200 miljoen dollar. Tegenwoordig schat men de totale waarde van de gestolen kunstvoorwerpen op minstens 500 miljoen dollar, waarbij ‘Het concert’ alleen al op zo’n 200 miljoen dollar wordt  geschat. De schilderijen waren niet verzekerd. De premie was te hoog.

De lijst met de gestolen kunstvoorwerpen ziet er als volgt uit:

  • Johannes Vermeer, Het concert. olieverf op doek, 72,5×64,7cm.
  • Rembrandt, Dame en heer in het zwart. olieverf op doek, 131,6x109cm.
  • Rembrandt, De storm op het meer van Galilea. olieverf op doek, 161,7x 129,8cm.
  • Rembrandt, Zelfportret. (ca. 1634) ets, 5x6cm.
  • Govert Flinck, Landschap met obelisk. olieverf op hout, 54,5x71cm.
  • Edouart Manet, Chez Tortoni. olieverf op doek, 26x34cm.
  • Edgar Degas, La sortie de Pesage. potlood en waterverf op papier, 10x16cm.
  • Edgar Degas, Optocht in de omgeving van Florence. potlood en waterverf op papier, 16x21cm.
  • Edgar Degas, Drie jockeys te paard. inkt en olie-pigment op papier, 30,5x24cm.
  • Edgar Degas, Programma voor een artistieke soiree. houtskool op papier, 24,1×30,9cm.
  • Edgar Degas, Programma voor een artistieke soiree. onvoltooide versie van de vorige, 23,4x30cm.
  • Chinese bronzen vaas uit de Chang dynastie, (1200-1100 v.Chr)
  • Pinakel in de vorm van een adelaar, metaal, Frans, (1813-14)

boston 000De dertien gestolen kunstvoorwerpen op een opsporingsposter van de FBI

We zouden nu de beschrijving van de feitelijke overval kunnen afsluiten, ware het niet dat in 2015, vijfentwintig jaar na de overval, de FBI opeens de medewerking van het grote publiek vraagt om een persoon te herkennen uit een bewakingsvideo van 17 maart 1990, de dag voor de beroving.

De video van 17 maart 1990

Op 6 augustus 2015 plaatst de FBI een video online. Op de video zijn beelden te zien van de bewakingsbeelden van het museum van 17 maart 1990, dat is de dag van voor de diefstal. Op de ruim zes minuten durende video is te zien hoe een dag voor de beroving om 00.47 uur ‘s nacht een auto, achterwaarts tegen de richting van het verkeer in (het was een eenrichtingsweg), komt aanrijden. Er stapt een man uit die naar de deur loopt, zich bedenkt, terug loopt naar de auto, de parkeerlichten aan doet en daarna weer naar de deur loopt.

boston 0003

Op de beelden van de camera binnen is vervolgens te zien hoe Richard Abath – de andere nachtwaker is net begonnen met zijn rondje – met zijn linkerhand op de knop drukt, waarmee de buitendeur opengaat, waarna de man het vertrek van de nachtwakers binnen loopt. Hij blijft ongeveer drie minuten binnen. Grotendeels staat hij net buiten het bereik van de camera; gedurende twee minuten lang is hij zelfs helemaal niet te zien. Hij kijkt daarbij af en toe in iets wat op een boek of een notebook lijkt te zijn.

boston 0004

Om 0:53 uur vertrekt de bezoeker weer uit het museum en even later zien we de auto weg rijden.

boston dief 5309Rechtsonder in beeld is te zien hoe de bezoeker net naar buiten is gelopen. Op de beelden is te zien dat de auto nog een derde licht in het midden heeft. Vanaf 1986 mocht dit van de Amerikaanse overheid niet meer. De auto was in 1990 dus al minstens vier jaar oud.

Het gebeuren lijkt erg op een verkenning (‘a dry run”) voor de overval van de volgende dag. De FBI wil dan ook graag weten wie deze man was. Het is volgens de FBI niet één van de twee overvallers van de dag er op. Uiteraard wordt aan Richard Abath gevraagd wie de man is. Hij verklaart dat hij zich niets meer van het voorval kan herinneren, dat hij niet weet wie de man is en waarom hij hem – geheel tegen de regels in – heeft binnen gelaten. Het gebeuren maakt de verdenking tegen hem groter.

Op de vraag van de pers waarom de FBI 25 jaar heeft gewacht met het publiceren van de beelden antwoordt de FBI dat ze de band al die tijd bezaten, maar dat ze het tot dan niet zinvol vonden om de beelden te laten zien, dit omdat de man maar kort en onduidelijk in beeld is. Maar ze willen -25 jaar na dato – alsnog een poging wagen om achter de identiteit van de bezoeker te komen.

De wijze waarop de FBI de beelden presenteert, is niet al te slim. Ze laten de volledige zes opeenvolgende minuten van het bezoek zien zonder dat ze de band hebben gemonteerd. De bewakingsband neemt afwisselend beelden van de camera’s binnen en die van buiten op, wat zorgt voor een warrig geheel. Ook staan op de band beelden die niets met de vreemdeling te maken en alleen maar voor verwarring zorgen. Zo is de eerste persoon die in beeld verschijnt deze man.

boston 0005

Dit is echter de oudere nachtwaker van het museum. In zijn rechterhand heeft hij een zaklantaarn. Iets verderop in de beeld kan je zien hoe hij op de balie leunt, terwijl Richard Abath, de man met het lange haar, aan het bellen is.

boston dief 4759

Even later vertrekt de oudere nachtwaker om zijn rondje door het museum te gaan lopen. Veel ‘kwaliteitskranten’ hebben echter niet door dat de oudere man de andere nachtwaker is en plaatsen zijn afbeelding op de voorpagina met een oproep om tips over deze man te geven. Het was beter geweest als de FBI een samenvatting van de band had gemaakt met alleen maar beelden van de onbekende bezoeker.

Het vrijgeven van de beelden leidt niet tot enig resultaat. Wie de hele band van zes minuten zelf wil zien, kan hieronder terecht. Als je op de afbeelding klikt dan kom je op YouTube terecht.

boston dief 4000

Wie zitten er achter de diefstal?

Hierbij moeten twee zaken onderscheiden worden: de daadwerkelijke uitvoering van de diefstal en de mensen die het plan bedachten en organiseerden. In 2013 deelt de FBI mee dat ze weten wie de twee ”agenten” zijn die de overval in het museum hebben uitgevoerd. Ze waren volgens de FBI op dat moment alle twee al overleden en de FBI geeft daarom de namen niet vrij.

Strafrechtelijk kunnen ze overigens vanwege de verjaringstermijn van vijf jaar al sinds 1995 niet meer voor de diefstal worden vervolgd.  Het in bezit hebben van de gestolen kunstwerken is echter nog wel strafbaar, maar de FBI heeft laten weten dat als iemand de schilderijen komt terug brengen hij of zij niet vervolgd zal worden voor het in bezit hebben van de schilderijen. Ze vinden het belangrijker dat de kunstwerken terugkeren.

In een artikel in de New York Times van 2015 worden als de twee mogelijke overvallers de namen van George A. Reissfelder en Leonard V. DiMuzio genoemd. Beide sterven in 1991, een jaar na de diefstal. De ene wordt doodgeschoten terug gevonden in de kofferbak van zijn auto; de andere sterft aan een overdosis drugs, al of niet vrijwillig toegediend.

In de loop van de tijd zijn er nog een hoop andere namen genoemd van mensen die bij de diefstal betrokken zouden kunnen zijn geweest. Veelal met Italiaans klinkende namen en bijnamen als Robert “The Cook” Gentile , Stephen “The Rifleman” Flemmi, Joseph “Skinny Joey” Merlino, Vincent (the Animal) Ferrara, Uncle Joe Ligambi en Luigi Giovanni Manocchio. Deze laatste beschikt over liefst vier bijnamen: Louie”, “The Professor”, “The Old Man” en “Baby Shacks”. Een hoop van die personen zou zo uit één van de Godfather-films weggelopen kunnen zijn.

Andere namen die wel eens worden genoemd zijn David Turner (deze zit een gevangenisstraf van 38 jaar oud voor iets anders), Whitey Bulger (hij zou connecties met de IRA hebben), William Merlino (deze sterft in 2005 in de gevangenis), Robert Gentile (deze inmiddels 82-jarige man zit sinds 2017 vanwege een wapenverkoop – hij wist niet dat de FBI de kopende partij was – een gevangenisstraf van vier jaar uit) en Myles Connor (deze ontsnapte ooit eens uit de gevangenis door uit een stuk zeep een pistool te snijden om het vervolgens met schoenenpoets zwart te maken zodat het een echt pistool leek). Ook worden wel eens leden van de Franse / Corsicaanse maffia genoemd. Kortom; verdachten te over, maar bewijzen ho maar.

Volgens de FBI is de diefstal georganiseerd door leden van een Amerikaanse criminele bende die in de noordoostelijke staten van de Verenigde Staten opereerde. De kunstwerken zouden na de diefstal regelmatig verplaatst zijn: van Boston naar een plaats in de staat Connecticut en vervolgens van daaruit naar Philadelphia. Hier liep het spoor van de FBI dood.

De Rembrandt wordt gespot

Op 27 augustus 1997 verscheen de Boston Herald met de volgende opmerkelijke openingspagina.

boston 002

Eén van hun verslaggevers was benaderd door een antiekhandelaar met criminele connecties. De man brengt de verslaggever midden in de nacht naar een loods in Brooklyn, New York waar hij uit een koker een schilderij haalt. Hij rolt het uit en in het licht van een zaklamp ziet de verslaggever iets dat op ‘Christus in de storm op het meer van Galilea’, lijkt. De antiekhandelaar wil een regeling voor de teruggave treffen.

De verslaggever krijgt ook een klein flesje met schilfertjes mee. Onderzoek door een Amerikaanse expert leert dat deze vanwege de kleur niet van de Rembrandt kunnen zijn, maar mogelijk wel van de Vermeer. Volgens het Gardner Museum kan de Rembrandt nooit opgerold in een koker zitten, dit vanwege de vele vernislagen die op het schilderij zitten. De verslaggever moes een namaak hebben gezien. De zaak bloeit dood en na 1997 weigert de antiekhandelaar verder elke medewerking.

Nieuwe ontwikkelingen

In de periode tussen 1997 en 2017 komen er regelmatig tips bij de FBI binnen over wie de schilderijen zouden kunnen hebben, maar dit leidt steeds niet tot iets concreets.  In 2017 zijn er een aantal opvallende nieuwe ontwikkelingen. Het museum verhoogt de beloning voor het terugbrengen van de kunstwerken van 5 miljoen dollar naar 10 miljoen dollar. Het was oorpronkelijk een tijdelijke verhoging voor de duur van 1 jaar, maar vandaag de dag nog steeds. Daarnaast is er nog een aparte beloning van 100.000 dollar voor het terugbrengen van de gestolen adelaar die bij de vlag hoort; dit is veel meer dan het dingetje waard is, maar het museum hoopt zo de adelaar terug te krijgen en daarmee wellicht een spoor  naar de andere kunstwerken te krijgen.

Ook komt in 2017 de Nederlandse kunstdetective Arthur Brand in het nieuws. Hij bemiddelt regelmatig tussen dieven en musea. (Zie hier voor zijn biografie.) Brand verklaart dat hij hoopt dat hij kan bemiddelen in het terugbrengen van de schilderijen uit het Gardner Museum. Hij acht de kans namelijk zeer groot dat voormalige IRA-leden in het bezit van de schilderijen zijn. (Zie hier op de site van de NOS  meer over deze ontwikkeling en hier voor een interview met hem op CBS ). Het jaar verloopt echter zonder dat dit iets oplevert.

Wat was het motief om deze kunstvoorwerpen uit het Isabella Gardner museum te stelen?

Bij het opsporen van de schilderijen helpt het om na te denken waarom kunst wordt gestolen. In zijn algemeenheid geldt dat er verschillende redenen zijn dat kunstvoorwerpen worden gestolen, zoals:

  • Om het openbaar te verkopen
  • In opdracht van iemand
  • Voor losgeld
  • Als (toekomstig) onderhandelingsmateriaal met de overheid
  • Als onderpand en ruilmateriaal bij transacties tussen criminele bendes
  • Voor eigen plezier.
Om het openbaar te verkopen

Dit komt niet vaak voor. Alleen bij relatief onbekende kunstwerken lukt dit soms. Bekende gestolen kunst is gewoon onverkoopbaar. Er zijn allerlei databanken met gestolen kunst. Toch wordt er heel af en toe nog soms gestolen kunst op een veiling te koop aangeboden. Meestal vallen de dieven dan echter snel door de mand.

Even tussendoor: het bekendste schilderij dat werd gestolen, en dat een dief publiekelijk trachtte te verkopen, is de Mona Lisa van Leonardo da Vinci geweest. In 1911 ontvreemde de Italiaan Vincenzo Peruggia, hij leefde in Parijs en was een voormalig werknemer van het Louvre, het schilderij uit het museum. Dit ging vrij simpel. Toen het museum ging sluiten, liep hij in zijn oude witte personeelsjasje het museum via de personeelsingang binnen, wachtte vervolgens tot de zaal waar de Mona Lisa hing leeg was, haalde het schilderij van de wand, trok zijn jasje uit, wikkelde de Mona Lisa in zijn jasje en liep vervolgens met het schilderij onder zijn arm ongestoord door de personeelsingang naar buiten. Hij liep er vervolgens mee naar zijn kamer en stopte het schilderij in een koffer onder zijn bed.

Twee jaar later keerde Peruggia terug naar Italië en ging in Florence wonen. Daar probeerde hij het schilderij aan een plaatselijke galeriehouder te verkopen. Uiteraard herkende deze het schilderij onmiddellijk en lichtte hij de politie in. Even later werd Peruggia gearresteerd.

0 mona lisa 0 peruggia

De Mona Lisa en een politiefoto van Peruggia

Later zou Peruggia verklaren dat hij het schilderij had gestolen om het terug te kunnen geven aan Italië – vanwege dit verhaal genoot hij enige populariteit in Italië – maar aan deze verklaring werd weinig geloof gehecht. Hij wilde het gewoon verkopen. Aanvankelijk werd Peruggia tot een gevangenisstraf van 1 jaar veroordeeld, maar nadat een psychiater had verklaard dat Peruggia zwakzinnig was, werd deze straf terug gebracht tot zeven maanden. Aangezien hij al langer dan zeven maanden in voorarrest had uitgezeten, werd hij direct vrijgelaten.

Over zijn zwakzinnigheidsverklaring doet overigens een mooi verhaal de ronde. De psychiater zou Peruggia slechts één vraag hebben gesteld. “Stel in een boom zitten twee vogels. Een jager schiet met zijn jachtgeweer één vogel dood, hoeveel vogels zitten er dan nog in de boom?Eén” had Peruggia geantwoord. “Zwakzinnig!” had de arts daarop gebruld. “Het goede antwoord is natuurlijk nul. Die andere vogel zou direct na het schot weg vliegen.”

In het geval van de diefstal van de kunstwerken uit het museum in Boston, kunnen we wel zeggen dat deze niet zijn gestolen om ze op de openbare markt te verkopen. Alle gestolen kunstvoorwerpen zijn veel te bekend om te kunnen verkopen. (De enige uitzondering zou misschien de vergulde adelaar zijn). Dit zal dus niet het motief voor de diefstal zijn geweest

In opdracht

Heel af en toe komt het voor dat in opdracht van een rijke particulier kunstvoorwerpen worden ontvreemd – “de zonderlinge miljonair in zijn geheime kamertje”. Lees maar eens mee in een rapport van de Nederlandse politie uit 2012 over kunstdiefstal in Nederland.

boston 0000nl

“In opdracht” zou (deels) gebeurd kunnen zijn in het geval van de beroving van het museum in Boston. Een aanwijzing voor een dergelijke scenario is de moeite die de dieven zich hebben getroost om de Napolitaanse vlag te stelen. Waarom zou je dat ding überhaupt willen stelen? Tenzij je een opdrachtgever hebt die een liefhebber van Napoleon is. Ook bij de ontvreemding van de relatief minder waardevolle Degas tekeningen zou je vraagtekens kunnen zetten. De dieven namen een aantal kostbaardere schilderijen die vlakbij hingen niet mee.

Losgeld

Het motief van losgeld komt steeds vaker voor, vooral bij dure kunstvoorwerpen die zijn verzekerd. De gestolen kunst worden dan tegen een lager losgeld dan de verzekeringswaarde aan de verzekeringsmaatschappij aangeboden. Die zou hiermee geld kunnen besparen. In verband met een precedentwerking zijn verzekeringsmaatschappijen echter niet snel geneigd en vaak huiverig om hier op in te gaan.

Toch worden kunstvoorwerpen gestolen met de bedoeling om er losgeld voor te krijgen. Niet alleen aan verzekeringsmaatschappijen maar ook aan de eigenaren van de gestolen kunstwerken en/of de overheid worden dan losgeldbrieven gestuurd. Er zijn een aantal bekende voorbeelden waarbij losgeld werd geëist.

Zo pleegde de IRA in 1974 een inbraak in het Ierse landhuis  van Sir Alfred Lane Beit, een zeer rijke Engelsman. Ze namen 19 schilderijen mee waaronder ‘Schrijvende vrouw met dienstbode’ van Vermeer, het enige schilderij van Vermeer dat naast ‘De muziekles’ (dit is in bezit van koningin Elizabeth van Engeland) in privébezit is. De IRA stuurde vervolgens een losgeldbrief aan de overheid, waarin ze 500.000 Ierse ponden en de vrijlating van twee gevangen IRA-leden eisten. Tot onderhandelingen kwam het echter niet. Een week na de overval werden bij een inval in een verdacht huis alle schilderijen aangetroffen. Ze lagen in de kofferbak van een auto.

0 meisje met briefJohannes Vermeer: ‘Schrijvende vrouw met dienstbode’

In 1986 werd de ‘Schrijvende vrouw met dienstbode’ opnieuw gestolen. Deze keer door een Ierse gangster met de naam Martin Cahill. Hij vroeg een losgeld van 20 miljoen Ierse pond, deze keer aan de verzekeringsmaatschappij, maar deze weigerde te betalen. Cahill zat vervolgens met het schilderij in zijn maag en probeerde het schilderij diverse malen – tevergeefs – te verkopen. Toen hij eindelijk in 1993 in Antwerpen meende kopers te hebben gevonden, bleken dit undercoveragenten van de Ierse politie te zijn en werd hij gearresteerd. Tegenwoordig hangt het schilderij niet meer in het landhuis van Beit, maar is het uitgeleend aan The National Gallery in Dublin.

In het geval van de schilderijen van Boston zou een losgeldscenario mogelijk kunnen zijn. Eén van de mogelijke verdachten is namelijk een zekere Myles Connor. Deze notoire misdadiger – hij bracht twintig jaar van zijn leven in gevangenissen door – stal in de zeventig jaren uit een ander museum in Boston een Rembrandt. In ruil voor 10.000 dollar, een koopje, werd het terug bezorgd. In een interview met de BBC verklaarde Connor later dat hij samen met twee anderen het idee had opgevat om in het Isabelle Gardner Museum in te breken om daar een paar dure kunstwerken te stelen en deze dan weer terug aan het museum te verkopen. Ze hadden zelfs al verkenningen gedaan beweerde hij.

Ten tijde van de diefstal zat Connor echter vanwege een ander vergrijp in de gevangenis, maar hij herkende in de diefstal wel het plan dat hij samen met zijn twee kameraden had voorbereid, zo verklaarde hij later in een interview met de BBC. Volgens hem hadden zijn kameraden de diefstal zonder hem uitgevoerd. Wie zijn kameraden waren, wilde hij echter nooit zeggen. De FBI heeft onderzoek naar Connor gedaan. Ze vonden bij een huiszoeking bij hem thuis een briefje met de waarde van elk schilderij apart er op vermeld. Ze kwamen echter tot de conclusie dat Connor waarschijnlijk blufte en deed voorkomen dat hij de schilderijen bezat om potentiële illegale kopers te kunnen bedriegen.

In ieder geval, mocht het oorspronkelijk motief ‘losgeld’ zijn geweest, dan moet er of iets goed mis zijn gegaan of moet er sprake zijn van een zeer langetermijnplanning, want 28 jaar later is er nog steeds geen losgeld betaald.  Omdat er nooit serieuze onderbouwde losgeldeisen zijn ontvangen, lijkt een losgeldscenario dan ook niet erg waarschijnlijk. Toch houdt de Nederlandse kunstdetective Arthur Brand nog steeds rekening met dit scenario. Hij acht de kans namelijk groot dat op een gegeven moment voormalige IRA-leden de kunstvoorwerpen in bezit hebben gekregen met als doel om er losgeld voor te vragen.

Onderhandelingsmateriaal

Een ander reden voor beroepscriminelen om dure kunstvoorwerpen te stelen is dat ze als een soort onderhandelingsmateriaal kunnen dienen in het geval de criminelen voor een bepaald misdrijf gearresteerd worden. Als een soort bescherming; “Ik weet waar de schilderijen zijn. In ruil voor strafvermindering of vrijspraak vertel ik waar ze zijn en laat ik ze terug bezorgen.” Zeg maar een soort ‘Verlaat de gevangenis zonder te betalen-kaart’. Robert Gentile, de 82 jarige crimineel uit Harfort, die nog steeds in de gevangenis zit, zou volgens sommige bronnen vanwege dit motief de schilderijen hebben laten stelen, dan wel in bezit hebben. Als dit zo is, dan werkt zijn ‘get-out-of-jail for free’  kaart niet echt, want op zijn 82e zit hij nog steeds in de gevangenis.

Onderpand

Gestolen kostbare kunstvoorwerpen worden tegenwoordig ook vaak als onderpand gebruikt of overgedragen bij transacties tussen verschillende criminele bendes. Ze fungeren dan als een soort betaalmiddel. Zo bleek in 2016 dat twee schilderijen van Vincent van Gogh, die in 2002 waren gestolen uit het Van Gogh Museum in Amsterdam, veertien jaar later via een omweg in bezit waren geraakt van de Camorra in Napels. (Zie hier voor meer informatie over deze zaak). Zoiets zou ook met de schilderijen uit het museum in Boston gebeurd kunnen zijn.

Voor eigen plezier

Heel af en toe komt het voor dat een kunstwerk wordt gestolen omdat iemand het heel mooi vindt en het graag thuis aan de wand wiln hebben hangen. Nu zou je zeggen, daarvoor is de poster en de kopie uitgevonden, maar goed, het komt af en toe wel eens voor, al is het heel uitzonderlijk. Vrij recent verscheen er een verhaal over een echtpaar uit New Mexico dat thuis in de slaapkamer een in 1985 gestolen schilderij van 100 miljoen dollar van Willem de Kooning bleek te hebben hangen. Het werd pas in 2018 ontdekt na het overlijden van de vrouw  op 81-jarige leeftijd. Een paar jaar eerder was haar echtgenoot overleden. Zie hier voor meer informatie over deze zaak.

Persoonlijke mening

Waarom zijn de kunstwerken nu uit het Isabella Gardner Museum gestolen? Ik denk dat je de diefstal per zaal moet kijken.

The Short Gallery: De diefstal van de adelaar en de mislukte poging om de Napolitaanse vlag te stelen, wijst op een diefstal in opdracht. Of de diefstal van de vijf relatief onbeduidende tekeningen van Degas ook van te voren is gepland of dat ze dienden om de mislukking van de roof van de vlag te compenseren – “Hier, deze komen ook uit Frankrijk” – weet ik niet. Als ik de FBI was – maar misschien hebben ze dat al lang gedaan – zou ik onderzoeken wie voor 1990 erg  geïnteresseerd in Napoleon en in dit soort vlaggen was. Wie werd er voor de diefstal bijvoorbeeld overboden op een veiling waar een dergelijke vlag werd verkocht? En wie kocht na de diefstal alsnog  zo’n vlag? Dat soort zaken.

The Blue Room: De verdachte omstandigheden rondom de diefstal van de Monet zoals geen registratie van bewegingen in de zaal tijdens de diefstal; de lijst die in de kamer van het hoofd beveiliging lag; de onbekende man die de avond door de bewaker in het museum werd toegelaten. Dat alles wijst in de richting van betrokkenheid van nachtwaker Richard Abath bij de diefstal. Wellicht had hij met de dieven de afspraak dat hij als beloning voor zijn diensten één klein schilderij mocht uitzoeken, dat hij dan voor hen in de kamer van het hoofd beveiliging moest leggen en dat ze dit dan voor hem zouden mee nemen. Vermoedelijk heeft hij het nooit gekregen of achteraf willen hebben. Maar dit alles is pure speculatie mijnerzijds. Hij geldt officieel als onschuldig en misschien is hij dit ook wel. Of zoals hij ooit eens in een interview zei: “I was a victim. The museum was a victim. The city of Boston was a victim.”

The Dutch Room: Ik denk dat het hier om de diefstal van de vijf schilderijen ging. Er is weliswaar ook een bronzen Chinese beker ontvreemd, maar deze is wellicht gebruikt om het alarmkastje (of het beschermingsglas van de schilderijen) kapot te slaan. Het is wel een lekker dingetje daarvoor.

0 chineze vaas

Omdat de dieven misschien bang waren dat er sporen op de beker zaten hebben ze hem meegenomen. Maar het zou uiteraard ook kunnen dat hij als kunstvoorwerp is gestolen. De drie schilderijen van Rembrandt, de Vermeer en de Goveart Flinck – het zou kunnen dat de dieven deze laatste voor een Rembrandt aanzagen –  vormden denk ik het hoofddoel van de diefstal. Of dat gedaan is met motief losgeld, onderhandelingsmateriaal of ruilmateriaal weet ik niet. Ik gok een beetje op losgeld en dat er iets is misgegaan. Dat het de bedoeling was om eerst een paar jaar te wachten en als de rust rondom de diefstal was teruggekeerd om ze dan in stilte te ruilen voor losgeld.

Hierbij kan wat misgegaan zijn. Wellicht is degene die “als beheerder van de schilderijen” fungeerde onverwachts dood gegaan (er stierven in die tijd nogal wat criminelen) of dat hij in de gevangenis is beland. Ook kan het zijn dat de schilderijen nu in bezit zijn van mensen of groeperingen (zoals ex-IRA leden) die ze laten liggen waar ze liggen om niet hun criminele verleden te hoeven onthullen.

Alles is mogelijk. Ik denk echter niet dat alle dertien kunstvoorwerpen nog bij elkaar zijn, maar de vijf schilderijen uit de Dutch Room wellicht nog wel (mits ze in de loop van de tijd niet vernietigd zijn, zoals ook wel eens gebeurt om bewijs te vernietigen. zie hier)

Tot slot

Zal ‘Het concert’ ooit weer opduiken? Wie weet, het kan soms lang duren. Bij de bovenvermelde De Kooning duurde het 33 jaar voordat het schilderij terug keerde. Een in 1976 gestolen schilderij van Norman Rockwell dook in 2017 op, een in 1978 gestolen schilderij van Robert Motherwell werd in 2018 terug gevonden en een in 1951 gestolen schilderij van Balthasar van der Ast belandde in 2017 terug bij het museum van waaruit het verdween. Kortom, soms duurt het jaren voor gestolen kunst terug komt.

Het kan ook snel gaan. In de televisieserie ‘The Simsons’ werd ‘Het Concert’ ook een keer gestolen. Maar nog voordat de aflevering afgelopen was, was het schilderij al weer terecht. Het bleek te hangen in de kunstcollectie van de miljonair mr. C. Montgomery Burns.

0 simpsons‘The Simpsons’; A Springfield cop finds one of the stolen paintings from Boston’s Isabella Stewart Gardner Museum in Montgomery Burns’ mansion.

Tips:

Wie tips voor de FBI heeft, kan bellen naar 1-800-CALL-FBI (1-800-225-5324)

Gebruikte internetbronnen, onder andere:

 

My WordPress Blog