Het verleden, het heden en de toekomst

De laatste blogpost van dit jaar. Daarom ga ik vandaag filosofisch doen. Gisteren was het donderdag, vandaag is het vrijdag, morgen is het zaterdag. Ho, ho, voordat u roept: “Zo, zo, ik ben onder de indruk”, dit was het nog niet. Dit is alleen nog maar het uitgangspunt voor mijn gedachtenexperiment. Het gaat mij namelijk om  de duur van het verleden, het heden en toekomst.

Het heden duurt het kortst. Dat is nu, dat is niet zo moeilijk. Als we rekenen in dagen, dan duurt het heden één dag en dat geldt ook voor het heden van morgen, als u snapt wat ik bedoel – ik heb niet gezegd dat dit een makkelijke blogpost wordt.

Nu het verleden. Er was ooit een oerknal – over illegaal vuurwerk gesproken – dus ik neem aan dat het verleden een beginpunt kent. Volgens de huidige inzichten vond de oerknal 13,77 miljard jaar geleden plaats. Laten we de tijdsduur van het verleden even V noemen.  V = 13,77 miljard jaar en morgen dus 13,77 miljard jaar + 1 dag.

000000 nasa

Zo maakt de NASA de groei van het heelal zichtbaar in een grafiek

Dan de toekomst, die korten we even af tot T. De toekomst is morgen een dagje kleiner dan de toekomst van vandaag. Dat is logisch maar als de toekomst elke dag een dagje kleiner wordt, betekent dat dan dat op een gegeven moment de toekomst op is? Niet depressief worden, want dat zou alleen gelden als V + T = C, waarbij C dan de constante van Van Neck is. Maar misschien is C geen eindig (constant) getal maar een oneindig getal, of te wel V + T = ∞ (dit ∞ symbool staat voor ‘oneindig’) en groeit de toekomst elke dag gewoon weer een dag aan, of te wel V + T = ∞ = ∞ + 1.

Als we nu in bovenstaande formule invullen V = 13,77 miljard jaar, dan krijgen we:  T  = ∞ – 13,77 miljard jaar + 1 dag. Vooral die ene dag vind ik wel bijzonder.

Kunt u het nog volgen? Nou ik zelf niet meer, dus ik ga er nog maar eens een dagje over nadenken. (En dan zal je zien dat morgen de uitgangspunten weer veranderd zijn.)

Tot zover deze filosofische blogpost. Om u nog even voor dit jaar een wijs woord mee te geven, eindig ik met een citaat Albert Einstein: “Meer dan het verleden interesseert mij de toekomst, want daarin ben ik van plan te leven.”

Morgenrood

Zie hier een nieuwe versie van een kunstwerkje wat ik ooit eens in mijn studententijd heb gemaakt. Het is getiteld ‘Morgenrood’.

000000 blauw

Vat u dit niet te licht op. Ik ben er twee dagen mee bezig geweest. In mijn studententijd heb ik ooit eens een Engelstalige versie van het werk gemaakt. ‘Morgenrood’ werd toen ‘Tomorrow Red’.

Ik stuurde het op naar een Amerikaanse beeldhouwster waarmee ik in die tijd correspondeerde. Ze verhuisde vaak maar na elke verhuizing  schreef ze dat het werkje was mee verhuisd. Misschien duikt het nog wel eens op in een Amerikaanse ‘Tussen Kunst en Kitsch’ aflevering.

Collega Picasso zei ooit eens: “Er zijn schilders die de zon in een gele vlek veranderen, maar er zijn anderen die, dankzij hun kunst en intelligentie, een gele vlek in de zon veranderen.”

Picasso

Zie hier de kunstenaars Picasso en Van Neck.

(Ik heb deze foto al eens elders op dit blog gebruikt maar herhaling is de kracht van de reclame.)

De tijd schrijdt voort

In 1986 waren Marianne en ik op zomervakantie in Griekenland. We bezochten drie eilanden: Tinos, Paros en Naxos. We vlogen naar Athene en reisden verder met de veerboot. Griekenland zat nog niet in de euro, Nederland trouwens ook niet. De euro werd pas op 1 januari 1999 ingevoerd, Griekenland voegde zich twee jaar later bij de eurolanden.

00000 drachme

In Griekenland betaalde je met drachmen. We hadden nog geen creditcard. Bij het grenswisselkantoor wisselden we in Nederland wat guldens in voor drachmen en verder hadden we eurocheques mee genomen. Deze kon je op het postkantoor verzilveren, ook in het buitenland. Koot en Bie, en ook John Cleese, maakten er reclame voor. Op Paros waren we bijna door ons voorraadje drachmen heen en zochten we een postkantoor op om een eurocheque te verzilveren

We traden het postkantoor binnen en keken onze ogen uit. Het leek wel een markplein met allerlei families, niet voor de balie maar achter de balie. Werken op het postkantoor deed je blijkbaar samen: vader, moeder, kinderen, opa en oma. Iedereen liep er rond. In een hoekje werd gekookt. Het viel nog mee dat er geen kippen en koeien liepen. Voor het verzilveren van de eurocheque moest je ruimschoots de tijd nemen. Iedereen van de familie bekeek het papiertje aandachtig, van opa tot kleinzoon. De cheque ging door vele handen. Uiteindelijk  kregen we onze drachmen en vroegen we ons af hoe in Godsnaam dit proces allemaal goed kon verlopen.

We waren dan ook niet verbaasd dat toen we terug waren in Nederland er nog geen geld was afgeschreven van onze rekening. De volgende maand gebeurde dat ook niet, evenmin als in de maanden daarop. We waren de cheque al bijna helemaal vergeten toen er opeens in januari een bedrag van onze rekening werd afgeschreven. Het was onze cheque van Paros.

Van de week waren we in een speelgoedwinkel. Achter ons bij de monopolyspellen hoorden we hoe een klant van een verkoopster uitleg kreeg over één van de spellen. “Deze heeft geen geld maar je rekent af met een pinpas”. Ze bedoelde niet de aankoop van het spel maar het spel zelf.

00000 monopoly

En monopolyspel zonder geld – “In deze moderne versie van het klassieke Monopoly spel ontvang je je geld in een handomdraai, dankzij de coole elektronische betaalautomaat en de 4 gekleurde bankpasjes” – ach, waar blijft de tijd. Ik vond het al vreselijk dat op een gegeven moment alle bedragen met een factor 100 werden verhoogd. Toen ik het als kind speelde, kostte het gewoon 2 gulden als je op Dorpsstraat, Ons Dorp kwam. Nu moet  je 200 euro pinnen.

Van een eurocheque innen op een Grieks eiland naar pinnen bij Monopoly, de tijd schrijdt voort. Enfin, zoals Heraclitus, een Griekse filosoof 2500 jaar al geleden zei: ” Niets duurt voort behalve verandering.”

Captain America

Op Teletekst stond vandaag een opmerkelijk berichtje over iemand die in een Spaanse quiz 100.000 euro misliep:

00000 TT

Ik dacht dit is nep. Maar op YouTube staat een filmpje van zijn optreden in de quiz. Het kan natuurlijk zijn dat het allemaal in elkaar is gezet om de aandacht voor de quiz te generen, maar zie hier een screenshot uit het YouTube filmpje. Hij draagt inderdaad een shirt van Captain America!

00000 quiz

Hij was in ieder geval heel dicht bij het juiste antwoord.

Overigens, het berichtje op Teletekst begon met de opmerking dat Alberto  er niet zo om kom lachen.  Als ik echter naar zijn gezichtsuitdrukking op bovenstaand screenshot kijk, dan vraag ik me af of dat deel van het berichtje op Teletekst wel klopt. Dus toch een stukje fakenews!

De uitvinding van de abacus

Ik heb zitten tellen. In mijn serie over de vijftig mensen achter de computer heb ik tot nu toe elf portretten geschreven. Met behulp van een telraam heb ik vervolgens wat berekeningen gedaan en de uitkomst daarvan was dat ik dus nog 39 portretten moest schrijven. Daarom maar weer een portret geschreven en wel die over de onbekende persoon die als eerste de abacus bedacht. Het portret begint als volgt:

NN; onbekende persoon; leefde vermoedelijk ca 2.700 voor Christus; bedacht de eerste abacus

Er zijn een aantal uitvindingen en ontdekkingen geweest die een grote rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de mensheid. Denk bijvoorbeeld maar eens aan stenen speerpunten en de pijl en boog, waardoor de mens in de oudheid in staat was het op te nemen tegen dieren die sneller of sterker waren. Of neem de uitvinding van het wiel. Belangrijke uitvindingen, maar misschien is de allerbelangrijkste uitvinding in de geschiedenis van de mensheid wel de abacus geweest. Dat klinkt misschien wat vreemd in de oren, maar het is de abacus geweest die de mens voor het eerst in staat stelde om goed te kunnen rekenen. Een simpel maar een o zo essentieel iets voor de mens.

abacus klas

Voor wie twijfelt of de uitvinding van de abacus inderdaad zo belangrijk is geweest voor de ontwikkeling van de mens, moet eens kijken naar de tijdlijn van de modern mens, de homo sapiens. Op grond van DNA-onderzoek wordt tegenwoordig verondersteld dat de homo sapiens zo’n 300.000 jaar geleden “ontstond” in Afrika. De ontwikkeling van de mens, qua intellectuele prestaties en handelen, ging gedurende de volgende “295.000 jaar” in een heel geleidelijk tempo, maar vanaf zo’n 3000 jaar voor Christus is er een hockeystick-effect te zien – dat is een groeicurve waarbij na een periode van geringe groei er plotseling een sterk stijgende groei te zien valt. Dat het begin van deze sterke groei samenvalt met de uitvinding van de abacus kan toeval zijn, maar het geeft wel te denken. Opeens zat de mens niet meer vast aan het rekenen met tien vingers, maar kon het de grote getallen van de wereld bereiken. Er volgde de een na de andere wetenschappelijke ontdekking, al of niet resulterend in praktische uitvindingen.

Het idee achter een abacus kunnen we dan ook bij uitstek zien als een doorbraak in het menselijk denken. Een beetje kort door de bocht wellicht, maar het is dankzij de abacus dat we nu in de file staan en we ruimtesondes naar andere sterrenstelsels kunnen sturen. (Dat van die file is overigens mede mogelijk omdat iemand anders het wiel bedacht.)

Voor wie de rest van het verhaal wil lezen, zie hier.

Kerstmis in de jaren zestig

Ik laat mijn bogposts haast altijd vergezeld gaan van een afbeelding. Als ik niet zelf een foto heb (of een foto gemaakt door Marianne) dan zoek ik vaak een bijpassende afbeelding in het fotoarchief van het Nationaal Archief. De voornaamste reden dat ik daar zoek, is dat je daar in het uitgebreide keuzemenu kan zoeken op rechtenvrije foto’s. Dat lijkt me wel zo veilig om te doen. Ik heb geen zin om onverwachte rekeningen te krijgen voor royalties.

Omdat ik vandaag geen zin heb om een uitgebreide blogpost te schrijven, dacht ik me er makkelijk vanaf te maken door even snel op de site van het Nationaal Archief een stuk of vijf foto’s te zoeken met als trefwoord ‘kerstmis’. Een blogpost met als thema kerstmis is immers heel toepasselijk voor de tijd van het jaar. Zo gezegd, zo gedaan. Zie hier dus hoe kerstmis in de eerste helft van de jaren zestig werd gevierd.

De vermelde beschrijving bij elke foto is het letterlijke bijschrift van de foto zoals dit vermeld staat op de site van het Nationaal Archief. Het commentaar is wel van mij.

0000 kerst 2

Beschrijving: Nozems en modernisten vieren op hun manier Kerstmis in de poffertjeskraam; Datum 26 december 1960; Fotograaf Gelderen, Hugo van / Anefo

Commentaar: Dit is de oudste van de vijf foto’s. Hij stamt uit 1960. Dat is 57 jaar geleden. De ‘nozems en modernisten’ op deze foto zullen dus, als ze nog leven, nu een jaar of 75 zijn en mopperen op de jeugd van tegenwoordig. Overigens, kerstmis vieren in de poffertjeskraam, ze wisten in die tijd wel hoe ze een feestje moesten vieren.

0000 kerst 3

Beschrijving Prinses Irene, koningin Juliana en prinses Margriet schenken de chocolademelk uit; Datum 23 december 1963; Fotograaf Pot, Harry / Anefo

Commentaar: Koningin Juliana schonk met kerstmis elk jaar warme chocomelk voor haar personeel op paleis Soestdijk. Ik moet bij het zien van deze foto direct denken aan de Stalmeester- conference van Wim Sonneveld:

Een echt koninklijke drank. En daar mag ik dan graag een vel op zien. Een koninklijk vel. Ik schaam me er niet voor het te vertellen: ‘t Vorig jaar heb ik dat vel uit mijn beker bewaard. En het laten inlijsten. ‘t Hangt nu thuis boven een trumeau in de hal. En elke keer als ik er langs kom, dan gaat er iets door me heen. Dan denk ik. verdomme, het leven is nog waard om geleefd te worden. En zo is het dan ook op die avond in het paleis. Allemaal door elkaar Heel gewoon en menselijk. En zo is het goed, en zo moet het blijven, – eens per jaar.”

De conference is uit 1973. Wim Sonneveld overleed een jaar later. Dat is ook al weer meer dan veertig jaar geleden. De helft van de Nederlanders kent hem misschien alleen nog maar van het  lied “Het dorp”. Dit jaar nummer 62 in de top 2000 van NPO Radio 2.

0000 kerst 5

Beschrijving Volendammers halen hun kerstboom in huis; Datum 21 december 1964; Fotograaf Nijs, Jac. de / Anefo

Commentaar: Tegenwoordig zie je in Volendam weinig mensen meer in klederdracht. Zelfs Jan Smit draagt het niet. Degenen die vandaag de dag zich nog het vaakst in klederdracht steken zijn toeristen: “U wordt vrolijk van onze foto’s, maar ook van onze prijzen.” Kerstbomen worden daarentegen nog wel volop verkocht. Nederlanders schijnen bij elkaar jaarlijks zo’n 2,5 tot 3 miljoen kerstbomen te kopen. En nu we nu toch bezig zijn met nutteloze feitjes, Nederland telt naar schatting zo’n 162 miljoen bomen (wereldwijd schijnen er 3000 miljard bomen te zijn) en nee, dat zijn niet allemaal kerstbomen.

0000 kerst 4

Beschrijving Kerstmis nadert; jonge vrouw toont grote kerstballen; Datum 13 december 1965; Fotograaf Kroon, Ron / Anefo

Commentaar:  Het komt misschien door al die #MeToo discussies, maar ik vindt deze foto in combinatie met het bijschrift toch iets seksistisch hebben. En nee, dat ligt beslist niet aan mij:  “Een psychiater probeert een man te diagnosticeren met behulp van de beroemde Rorschachtest (de inktvlekkenmethode) Hij laat zijn patiënt een afbeelding met een inktvlek zien en vraagt de patiënt om het eerste te zeggen dat er bij hem opkomt. ‘Waar doet dit u aan denken?’ ‘Aan seks, dokter.’ ‘En dit?’ De dokter laat een nieuwe abstracte inktvlek zien. ‘Aan seks, dokter.’ ‘Aha, en deze?’ ‘Weer aan seks, dokter.’ ‘Eh, u denkt kennelijk erg veel aan seks?’ ‘Ik? Wie laat hier al die vieze plaatjes zien?!”

0000 kerst 1

Beschrijving: Kerstmis 1965, kind bij kaarsjes; Datum 21 december 1965; Fotograaf Kroon, Ron / Anefo

Commentaar:  Hé, dit beeld herken ik. Brandende kaarsjes op tafel met kerst. Dat hadden wij vroeger thuis ook. Zie hier mijn twee broertjes en ik in 1961. Ik zit bij mijn moeder op schoot.

0000 kerst 0

Er zijn allemaal van die heerlijk nostalgische details te zien. Rechts is nog net een stukje van de kolenkachel te zien. “En binnen stond de kolenkit paraat” Op de kast achter staat een theemuts en onze radio. Die heeft later nog jaren in mijn slaapkamer gestaan. Meestal luisterde ik ’s avonds naar Radio Luxemburg op de 208 middengolf. Radio Veronica op de 192 meter viel bij ons in het oosten ’s avonds altijd weg.

Mijn oudste broer heeft een vreselijk stel sloffen aan, maar misschien zijn het wel heel moderne schoenen, net zoals minister De Jonge ze nu draagt. (Het kan natuurlijk ook zijn dat minister De Jonge altijd sloffen draagt en wij maar denken dat hij moderne schoenen aan heeft.)

Tot zover deze blogspot vol nostalgie, het zijn nu eenmaal de donkere dagen voor kerst. Al met al is het toch nog een heel stuk geworden.

Kerstkaarten

Ik was maandag in de kamer de ramen aan het lappen – je bent huisman of niet – toen ik een kennis zag komen aanfietsen. Ze was kerstkaarten aan het rondbrengen. Ik nam de kerstkaart even persoonlijk in ontvangst en zei dat de kerstkaart voor hun nog op de tafel lag. “O, geef maar mee” zei ze. “Mooi niet” antwoordde ik “Want anders ga je straks tegen iedereen zeggen die vraagt of jullie een kerstkaart van Martin en Marianne hebben gekregen, ja dat wel maar ik moest hem wel zelf komen ophalen.” Ik heb hun kerstkaart ’s middags bij hen in de bus gestopt.

Ach kerstkaarten, nou moet ik eerlijk zeggen, dat we daar vroeger meer tijd in staken. Zo knutselden we soms zelf een kerstkaart in elkaar. Dit was bijvoorbeeld onze kerstkaart van 1991.

000 kerstkaart 1991

Vooral die ingekleurde sterretjes – wel binnen de lijntjes blijven – zien er zeer professioneel uit.  En dit was de kaart van 1999:

000 kerstkaart 1999

Marianne was wat minder enthousiast over deze kaart dan ik. Daarom ter compensatie hieronder onze allereerste gezamenlijke kerstkaart uit 1987. Ach wat was ik nog jong en atletisch.

000 kerstkaart 1987

De allereerste keer dat we gezamenlijk op een kerstkaart stonden was een jaar later. Zie hier ons in een kerstbal.

000 kerstkaart 1988

Later toen de kinderen kwamen, moesten we natuurlijk onze familie en kennissen verwennen met kaarten met daarop onze kinderen. “Kijk eens, wat voor een schattige kinderen we hebben!” Ik zal u deze kaarten besparen. Nou vooruit, toch eentje. Deze stamt uit 1993.

000 kerstkaart 1993

Dit jaar hebben we ons er een stuk gemakkelijker van afgemaakt. We hebben een doosje kerstkaarten van Unicef gekocht en bij de HEMA hebben we een kaart laten afdrukken met een foto van een sequoiaboom in de sneeuw.

Mocht u dit jaar echter nog geen kerstkaart van ons hebben ontvangen, dat ligt dat aan POSTnl. Die zijn altijd traag. Mocht u na een tijdje nog steeds geen kaart hebben ontvangen, dan heeft de Post hem zoek gemaakt. U kunt in dat geval het beste een klacht bij de Post indienen en één van bovenstaande kaarten afdrukken. Op de achterkant dan gewoon even ‘Martin en Marianne’ schrijven.

 

Voetbalplaatjes

Als ik de Jumbo binnen loop, wordt ik aangesproken door twee meisjes, zusjes zo te zien. Ik schat ze op hoogstens zeven en vijf jaar oud. “Meneer, mogen we uw voetbalplaatjes?” Ach, voetbalplaatjes, die spaarde ik vroeger ook. Ik weet nog wel de teleurstelling als je je zakje openscheurde en je voor de zevende keer de snor van de kale linksback van Telstar zag, terwijl je juist op zoek was naar de linksbuiten van Ajax.

Op de voetbalplaatjes van de Jumbo staan overigens geen bekende spelers, maar jeugdspelers van de plaatselijke voetbalclub. De voetbalplaatjesactie is bijna afgelopen maar hij is met een paar dagen verlengd: dubbele sets, maar “op = op”.

0000 voetbalplaatjes

Sorry, ik heb geen plaatjes” zeg ik “Maar misschien kan je het beter vragen aan mensen die de winkel uitlopen” antwoord ik. Een goede tip vind ik zelf, maar de oudste heeft er duidelijk over nagedacht. “Doen we ook, maar we vragen het ook aan de mensen die de winkel binnen lopen. Dan kunnen ze bij de kassa om de plaatjes vragen.” Slim, daar had ik niet bij stil gestaan.

Even later loop ik al weer naar buiten. Ik hoef geen boodschappen te doen. Ik kom alleen maar even de kersteditie van de “Hallo Jumbo” halen. Volgens de zus van Marianne stonden er wat lekkere recepten voor het kerstdiner in en Marianne had prompt een taakje voor mij. Als ik weer langs de kinderen loop, laat ik het blad zien en zeg: “Sorry, ik kwam alleen maar dit blad halen, maar volgende keer krijgen jullie mijn voetbalplaatjes“. De jongste kijkt me blij aan, maar de oudste kijkt met een blik van ‘ja, ja, zal wel, heb ik nu niks aan.’

Als ik buiten mijn fiets van het slot haal, zie ik door de winkelruit hoe ze binnen een oude man in een scootmobiel aanspreken. Deze kijkt ze kwaad aan, snauwt wat en rijdt dan door. De oudste blijft onverstoorbaar kijken, maar de jongste kijkt hem met een bedremmeld gezicht na. Dan steekt ze opeens haar tong naar de man uit. De oudste trekt haar aan de mouw. Er komt weer iemand aan lopen.

Niet vergeten om de volgende keer voetbalplaatjes bij de kassa te vragen.

Pingala

Afgelopen vrijdag plaatste ik een nieuwe aflevering uit mijn serie over de 50 mensen achter de computer. Tot mijn schrik zag ik dat ik nog maar 10 portretten had geschreven. Daarom maar snel even doorgepakt en dit weekend het elfde portret geschreven en wel dat van Pingala.

Ik heb overigens sterk het vermoeden dat u nog nooit van Pingala heb gehoord. Troost u, u bent niet de enige. Zo typte ik in Google in een poging om iets meer over de beste man te weten te komen per ongeluk Pingal in, in plaats van Pingala. Google kende Pingal niet. Bedoelde ik soms pinguïns?

000 pinguins

Twee keizerspinguïns met hun jong.; Fotograaf Ian Duffy; foto zoals weergegeven op Flickr en de Wikipedia

Nee dit stuk gaat niet over pinguïns, maar over Pingala dus. Deze Indiër, hij leefde zo’n twee eeuwen voor Christus, geldt als de eerste die een binair getallensysteem, het systeem waarmee haast alle moderne computers werken, bedacht. Hij publiceerde daarover in een boek dat vooral over taal en in het bijzonder over de klankduur en de prosodie van mantra’s in het Sanskriet ging.

Aangezien ik verwacht dat u nu staat te popelen om alles te weten komen van de prosodie van mantra’s in het Sanskriet, geef ik hier alvast de link van mijn portret van Pingala.

Tot slot, Pingala wordt ook wel eens in verband gebracht met het zinken van de Titanic. Daarover kunt u ook lezen in zijn portret. (Dat ik dit “feitje” ook hier vermeld, heeft als reden dat ik eerlijk gezegd niet verwacht dat ‘de prosodie van mantra’s in het Sanskriet’ iets is, dat u doet besluiten om het portret van Pingala te gaan lezen. Dus wilt u weten of Pingala de Titanic heeft laten zinken, lees dan zijn portret zou ik zeggen.)

Euclides van Alexandrië

In mijn reeks over vijftig mensen achter de computer heb ik het tiende portret geschreven. Oeps, het tiende nog maar? Help, ik moet er dus nog veertig! En ook nog het tweede Straatje van Vermeer opsporen. Daar heb ik ook al een jaar niets meer aan gedaan. Zoveel te doen en zo weinig tijd.

Maar goed, het verhaal over Euclides van Alexandrië is klaar. “Euclides wie?” zult u misschien zeggen. Euclides van  Alexandrië dus. Hij leefde zo’n 2700 jaar geleden. Het verhaal over hem begint als volgt:

Euclides van Alexandrië, omstreeks 300 voor Christus; beschreef het eerste algoritme

Wie denkt dat de Bijbel het oudste boek ter wereld is dat nog telkens wordt ‘herdrukt’ heeft het mis. Hoogst waarschijnlijk zijn dat ‘de Ilias’ en ‘de Odyssee’, beide geschreven door Homerus. De ouderdom van deze boeken wordt op zo’n 2700 jaar geschat. Ook is er een meetkundeboek van zo’n 2300 jaar oud, getiteld ‘De Elementen’, geschreven door een zekere Euclides van Alexandrië, dat ook nog steeds wordt herdrukt. Wel is de Bijbel het boek dat in de westerse wereld het vaakst is herdrukt. Al zijn de duizend herdrukken van de Elementen ook niet niks.

Euclides fragment

Afbeelding: teruggevonden fragment uit één van de delen van de Elementen van Euclides van Alexandrië. Dit handgeschreven exemplaar stamt waarschijnlijk uit de eerste eeuw na Christus. Het fragment bevindt zicht in het Museum of Archaelogy and Anthropology van de University of Pennsylvania; foto Bill Casselman

 Waarschijnlijk heeft u nog nooit van ‘De Elementen’ gehoord, maar wellicht kent u wel de uitdrukking ‘Quod erat demonstrandum’ (Q.E.D.) of wel ‘Wat te bewijzen was’ (WTBW), waarmee vaak een bewijs van een wiskundige stelling wordt afgesloten. Deze zinsnede was voor het eerst te lezen – uiteraard niet in het Latijn maar in het oude Grieks – in de Elementen van Euclides. Dit is echter niet de reden dat Euclides is opgenomen in dit overzicht van mensen achter de computer. De reden daarvoor is een methode die hij in één van de delen van de Elementen beschrijft, namelijk de methode om de grootst gemene deler van twee getallen te vinden. De door hem beschreven systematiek kunnen we zien als het eerste beschreven voorbeeld van een algoritme, een reeks instructies die vanuit een gegeven begintoestand naar een beoogd doel leidt. Iets wat je in alle moderne softwareprogramma’s terugziet.

De rest van het verhaal kunt u hier lezen

Als ik dood ben

1.

Het was omstreeks het jaar 2000. Ik stond om twaalf uur op het schoolplein op mijn twee dochters te wachten. Groep vier van de oudste dochter was nog binnen, maar de kinderen van groep twee van de jongste kwamen al naar buiten. Mijn dochter liep samen met een ander meisje naar me toe.

Vader van Marijke” sprak het andere meisje. “Ja?” antwoordde ik. “Als u dood bent, dan mag Marijke een hond hè?” Ik keek haar onderzoekend aan. “Ja” zei ik. “Als ik dood ben, mag Marijke een hond.”

Marijke wilde graag een hond maar omdat ik allergisch ben voor honden- en kattenharen zat dat er niet in. Gekscherend had ik tegen haar gezegd dat als ik dood was, dat ze dan wel een hond mocht. Ze had dat blijkbaar tegen de andere kinderen in de klas gezegd en die waren nu al aan het bespreken wat voor een hond het moest zijn. Enfin, vooralsnog leefde ik nog. Maar met die schoolkinderen moest ik oppassen. Dat was me wel duidelijk. Niet de rug toedraaien.

00 honddJuli 1957; schoolkinderen met honden; fotograaf  Joop van Bilsen; Anefo; Nationaal Archief.

2.

De oudste dochter was van de week naar de crematie van een vader van iemand van haar studievereniging. Op de terugweg kwam ze even langs. De crematie had haar blijkbaar tot nadenken gebracht, want tijdens een kopje thee vroeg ze opeens: “Pap, als jij dood gaat, wie moet er dan spreken tijdens jouw begrafenis?” “Uh? Huh? Duh?”

 Ach, wat maakt het ook uit. Er komt toch geen hond.

De stilte van sneeuw

Weet u wat ik een mooi geluid vind? Het kraken van vers gevallen sneeuw  als je er over heen loopt.  Echt een lekker geluidje. Dat je je voetstappen goed kan horen op zo’n moment, komt ook doordat de sneeuw veel andere geluiden uit de omgeving dempt. Ik citeer even de site van school-tv:

Waarom is het altijd zo stil als het net gesneeuwd heeft? Ken je dat, dat je ‘s ochtends buiten komt en dat het dan gesneeuwd heeft. En dat het dan zo stil is. Het is alsof je watten in je oren hebt, of dat er gewoon een muts over je oren zit. Dat komt doordat sneeuwvlokken het geluid absorberen. Ja, als het ware inpakken. Sneeuwvlokken zijn namelijk zespuntige ijskristallen. Als ijsvlokken op elkaar vallen… blijft er door die puntige vorm tussen de vlokken een lege ruimte vrij. Geluid bestaat uit trillingen en die trillingen verdwijnen in die lege ruimte. Daardoor blijft er minder geluid over. Daarom klinkt het dus na een verse sneeuwbui zachter, alsof er overal een dekentje overheen ligt. Maar we hebben het dan wel over verse sneeuw. Sneeuw die langer ligt gaat smelten en heeft daardoor juist minder… lucht en dan gaat er minder geluid verloren. Sterker nog, het weerkaatst juist beter en alles klinkt dus harder.”

Niet iedereen vindt vers gevallen sneeuw fijn. Zeker niet deze gevleugelde vriend die maandag achter bij de schutting van onze tuin zat te wachten totdat het stopte  met sneeuwen.

sneeuw 1Niet goed te zien hier maar hij zit te schuilen op een takje vlak boven de schutting bij de twee stoelen.

sneeuw 2

sneeuw 3

Tot zover het wereldnieuws.

 

9292 – 404 (=8888)

Zo gauw er een blaadje of een sneeuwvlok op de rails valt, vallen er treinen uit bij de NS. Omdat Marianne vandaag met het openbaar vervoer naar haar werk ging, keek ze even op 9292, de routeplanner voor het openbaar vervoer, Ze kreeg bus 404 geadviseerd, net zoals de rest van Nederland.  “Heel Nederland staat stil als het weer het wil. Nee, één bus rijdt nog: bus 404

9292

404 is de code die je vaak te zien krijgt als de gevraagde webpagina niet gevonden kan worden. Ik citeer even de Wikipedia:

De foutmelding Error 404 of Not Found (niet gevonden) is een van de HTTP-statuscodes. De foutmelding wordt gegeven door een webserver wanneer het gevraagde bestand niet bestaat. Een van de redenen dat bestanden niet gevonden worden, is linkrot.

404 wiki

(Dit is trouwens de 404 pagina die je krijgt als de Wikipedia-site het niet doet)

Linkrot! Dat klinkt niet best. Volgens de Wikipedia verhoogt linken naar subpagina’s (“deeplink”) de kans op linkrot. Ai, linken naar subpagina’s doe ik hier op deze site ook wel eens.

Veel sites hebben net zoals 9292 een zelf ontworpen pagina om de code 404 te laten zien. “Sorry, something went wrong

404

Misschien moet ik moet  ook maar vast zo’n plaatje ontwerpen voor het geval ik last krijg van linkrot. Bijvoorbeeld:

0 404

Maar geen idee hoe ik dat  moet plaatsen.

P.S.  De titel van deze blogpost luidt 9292 – 404 (=8888).  In eerste instantie was dat 9292 – 404. Dit omdat ik zowel over 9292 als over 404 wilde schrijven. Maar de wiskundige in mij zag opeens in het verbindingsteken ‘- ‘ het wiskundige symbool voor aftrekken en moest toen gelijk de som maken. En zeg eens eerlijk, dat daar zo’n mooi getal als 8888 uitkomt, dat kan toch geen toeval zijn?

(Cruijff zou zeggen: “Toeval is logisch“)

 

 

Sneeuw

Breaking news: Gisteren sneeuwde het. Marianne en ik hebben een rondje door de buurt gelopen en wat foto’s genomen. (Marianne maakte de foto’s; ik hield een paraplu boven haar hoofd opdat het toestel niet nat werd. Dat heet samenwerking.)

0 sneeuw

0 sneeuw b

0 sneeuw 5

Ook liepen we even langs de Sequoia-boompjes.

0 sneeuw.1

0 sneeuw 2JPG

0 sneeuw 3

In vroegere tijden zouden we gezegd hebben: “zonde dat we er een kleurenfilmpje in hadden zitten”

0 sneeuw 00

 

 

Een writer’s block

Toen ik vanochtend achter de pc ging zitten om deze blogpost te schrijven, kon ik geen enkel onderwerp verzinnen. Hoe hard ik ook nadacht: niets, niente, nada. Oftewel, ik zat met een writer’s block.

Ai, wat nu? Ik besloot om hier maar eerlijk te melden dat ik met een writer’s block zat en dat u vandaag dus niet op een blogpost hoefde te rekenen. Een illustratie bij deze mededeling wist ik wel direct te verzinnen: een leeg schrijfblok.

Maar terwijl ik dit typ, realiseer ik me dat ik dus toch wel een onderwerp heb en ik dus geen writer’s block heb. Dat brengt me tot de filosofische vraag: kan je eigenlijk wel schrijven dat je een writer’s block hebt zonder dat je de waarheid geweld aan doet? Ik dacht er een tijdje over na maar kwam er niet uit. Daarom in de geest van René Margritte:

schrijfblok

En voor de Engelstalige lezers van dit blog:

schrijfblok engels