De mensen achter de computer

Inleiding en Overzicht

“Computers zijn nutteloos. Ze geven alleen maar antwoorden.” – Picasso

Regelmatig klinkt er bij in ons huis de vraag “Waar ben je?” waarop te horen valt: “Ik ben boven. Ik zit even op de pc.” Dat antwoord moet u niet letterlijk nemen. Het zou niet best zijn voor de pc. Net zo min moet u de naam van deze verhalenbundel ‘de mensen achter de computer’ letterlijk nemen.  Daar zitten helemaal geen mensen achter verstopt.

‘De mensen in de computer’, dat had letterlijk gezien nog wel gekund. Zo zat in de beroemde schaakturk – dat was een in 1770 door Wolfgang von Kempelen voor keizerin Maria Theresia van Oostenrijk ontworpen automaat, bestaande uit een kast met daarop een schaakbord waarop een als Turk uitziende mechanische pop schaakzetten uitvoerde – wel degelijk een mens verstopt die de zetten bedacht en ze met behulp van een vernuftig mechanisch besturingssysteem via de arm van de pop uitvoerde.

schaakstukGravure uit 1783 van de schaakautomaat. De deuren van de machine werden voor de partij even open gezet, waardoor de toeschouwers konden zien dat de ruimte onder de tafel slechts met raderwerken was gevuld. In werkelijkheid zat er links achter het radarwerk iemand verstopt.

‘De mensen achter de computer’ bevat verhalen over de mensen die in de loop van de geschiedenis een kleine dan wel een grote bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling van het apparaat. Albert Einstein zei ooit eens : “De tijd bestaat alleen maar omdat anders alles tegelijk zou gebeuren.” De computer is dan ook niet van de ene op de andere dag ontstaan. Het is het resultaat van een eeuwenlang proces van kleine dan wel grote doorbraken, van gelukte tot mislukte pogingen, van toeval tot opzet, van botten met gekerfde streepjes tot grote mainframes, van de abacus tot de laptop. Aan de hand van portretten van een vijftigtal mensen wil ik op deze plaats een beeld schetsen van de geschiedenis van de ontwikkeling van de computer.

Waarom vijftig? Omdat het een mooi rond getal is, maar verder is het aantal volkomen willekeurig. Het hadden er ook vijf of vijfhonderd kunnen zijn. Oké, vijf niet, maar vijfhonderd wel. Doordat ik me beperk tot vijftig personen, doe ik veel personen die ook een plaatsje in dit overzicht verdienen ernstig te kort. Ik weet het. Het is nu eenmaal zo. Ik heb een aantal keuzes moeten maken. Waarom bijvoorbeeld wel een Engelse dichter wiens enige bijdrage aan de computergeschiedenis is dat hij als eerste het woordje ‘computer’ gebruikte en niet Steve Jobs, de man van Apple? Goede vraag. Heb ik geen goed antwoord op. (Enfin, de reden dat Steve Jobs er niet in staat is dat ik al Steve Wozniak, de technische man met wie Steve Jobs samen Apple oprichtte, heb opgenomen.)

Steve Jobs

Steve Jobs zonder Steve Wozniak maar met een iPhone 4 in 2010. (Staat hij toch nog in dit overzicht); foto: Matthew Yohe; Wikipedia

Vooral de laatste vijftig jaar gaan de ontwikkelingen van de computer snel. (“There is no reason anyone would want a computer in their home”, de uitspraak van Ken Olsen, oprichter van Digital Equipment Corporation (DEC) in 1977 is niet helemaal uitgekomen). Wel wordt het steeds lastiger om specifieke individuen aan te wijzen die verantwoordelijk zijn voor een nieuw idee dan wel een nieuwe ontwikkeling. De ontwikkelaars maken tegenwoordig vaak deel uit van een groot team.

Dit overzicht geeft niet alleen een beeld hoe de hardware en software van computers tot stand is gekomen, maar ook van de gedachten en ontwikkelingen die in de loop van de tijd hebben geleid tot voorlopers zoals de abacus en de mechanische rekenmachines. Wat er niet in is opgenomen is de ontwikkeling van de elektronica die door computers wordt gebruikt. Zonder batterijen (Alessandro Volta) en stroom (Michael Faraday) zouden alle computers nog geen piepje geven. Maar de geschiedenis van deze ‘tak van sport’ is bewust niet in dit overzicht opgenomen.

Hieronder staat vermeld het overzicht van de door mij gekozen vijftig mensen achter de computer. Aangegeven is telkens waarom deze mensen in het overzicht zijn opgenomen. De verhalen die al klaar zijn, hebben een groene link. Door op deze link te klikken, komt u bij het betreffende verhaal uit. De bedoeling is om vroeg of laat voor elk van de vijftig personen een dergelijk portret te schrijven.

Het betreft hier 45 mannen en 2 vrouwen; van 3 personen uit het verre verleden is het onbekend wie ze waren en dus ook niet of ze een man of vrouw waren. De ontwikkeling van de computer is dus vooral een mannenzaak geweest.

Zie hier de vijftig mensen achter de computer die ik voorlopig heb uitgekozen:

00 50 mensenfoto Bjørn Christian Tørrissen; WIkipedia

Ok, dit zijn ze niet. Het zijn de volgende 50 mensen.

  1. NN; onbekend persoon; leefde ca. 20.000 jaar voor Christus; kerfde in de zogenaamde Ishango-beentjes – botten van een baviaan – streepjes, waardoor deze botten als telstokjes konden worden gebruikt.
  2. NN; onbekend persoon; leefde ca 2.700 voor Christus; construeerde vermoedelijk ergens in Mesopotamië (hedendaags Zuidoost-Irak) de eerste abacus.
  3. Euclides van Alexandrië, leefde omstreeks 300 v. Chr.; beschreef een methode waarmee je de grootste gemene deler van twee willekeurige getallen kan vinden, dit wordt wel beschouwd als het eerste algoritme.
  4. Archimedes van Syracuse, 287 v. Chr. – 212 v. Chr. Bedacht een manier om met grote getallen te kunnen rekenen en ontwierp allerlei mechanische apparaten.
  5. Pingala; circa 200 v. Chr.; zou als eerste het concept van binaire ‘getallen’ bedacht hebben.
  6. NN; onbekend persoon; leefde vermoedelijk circa 100 v. Chr.; bedacht ‘het mechanisme van Antikythera’, een combinatie van een planetarium dat zelfs zonsverduisteringen kon voorspellen en een kalender. Het apparaat, teruggevonden op de zeebodem, was technisch gezien zijn tijd heel ver vooruit.  Alsof je bij opgravingen een zwart-wit televisie onder een piramide vindt, aldus een Amerikaanse wetenschapper.
  7. Hero van Alexandrië; ca 10 v. Chr. – 70 na Chr.; uitvinder en wiskundige; bedacht diverse mechanische apparaten, waaronder een soort stoommachine en een mechanisch drankautomaat die werkte op muntjes, een frisdrankautomaat avant la lettre.
  8. Zhang Heng; 78 – 139; ontwierp een (h)odometer, waarmee de afgelegde afstand kan worden gemeten door het aantal omwentelingen van een wiel te tellen en dit aantal te vermenigvuldigen met de omtrek van dat wiel. Bedacht ook een seismograaf, die aardbevingen kon meten die meer dan 500 km verderop plaatsvonden.
  9. Brahmagupta, 598 – 668; een Indiase wiskundige en astronoom, formuleerde als eerste wiskundige regels hoe om te gaan met het getal nul.
  10. Muḥammad ibn Mūsā al-Khwārizmī; ca. 780 – ca. 850; wiskundige die onder andere het concept van een algoritme in de wiskunde bedacht; geldt daarmee als één van de grondleggers van de informatica. Het woord algoritme is van zijn naam afgeleid.
  11. De gebroeders Mūsā; ca. 800 – ca. 900; drie broers uit Iran die allerlei fantastische mechanische apparaten bedachten. De meesten hadden overigens geen enkel nut.
  12. Gerbert van Aurillac (Paus Sylvester II), 946 – 1003; was niet alleen Paus van 999 tot 1003 maar ook wetenschapper; bedacht een mechanische klok en herintroduceerde de abacus met Arabische cijfers in Europa. Met zijn versie kon aanmerkelijk sneller gerekend worden dan voorheen.
  13. Abu Rayhan al-Birun, 973 – 1048; één van de grootste wiskundigen van de oudheid. Hij was ook astronoom, bedacht onder andere een mechanische maankalender.
  14. Al-Zarqali, 1029 – 1087; instrumentenmaker en astronoom; bouwde onder andere de beroemde klok van Toledo; Koning Alphonso VI liet in 1135 deze klok uit elkaar halen om te kijken hoe deze werkte; niemand kon de klok daarna weer in elkaar zetten.
  15. Al-Jazari, 1136-1206; een wiskundige, astronoom en uitvinder; bedacht allerlei mechanische systemen van pompen tot klokken.
  16. Al-Kashi, 1380 – 1429; wiskundige die onder andere het systeem van decimale posities achter de komma bedacht.
  17. Leonardo da Vinci; 1452 – 1519; vermoedelijk het grootste genie dat ooit heeft geleefd; in zijn Codex Madrid I staat een mechanisme afgebeeld dat hoogstwaarschijnlijk een bouwsteen was voor een mechanische rekenmachine.
  18. John Napier, 1550 – 1617; bedacht een rekensysteem met ivoren staafjes als hulpmiddel en geldt als de bedenker van de logartime.
  19. William Oughtred, 1574 – 1660; uitvinder van de rekenliniaal.  Tot 1975 was de rekenliniaal het standaard praktische rekentuig voor technici.
  20. Wilhelm Schickard, 1592 – 1635; ontwierp op papier de eerste mechanische rekenmachine.
  21. Richard Brathwait, 1588 – 1673; een Engelse dichter die niets met de ontwikkeling van computers van doen heeft, maar die toch in dit overzicht staat, omdat hij de allereerste was die het woord ‘computer’ gebruikte en wel in zijn in 1613 verschenen boek ‘”The Yong Mans Gleanings’.
  22. Blaisse Pascal, 1623 – 1662; bouwde de eerste werkende mechanische rekenmachine die kon optellen en aftrekken. Bedacht ook een openbaar vervoer systeem voor Parijs en zette dit idee om in een succesvolle onderneming.
  23. Gottfried Leibniz, 1646 – 1716; bedacht de eerste mechanische rekenmachine die niet alleen kon optellen en aftrekken maar ook kon vermenigvuldigen en delen.
  24. Jean-Joseph Merlin, 1735 – 1803; automatenbouwer; had niets met computers van doen – vond wel de rolschaats uit –  maar zorgde voor een technische doorbraak in het bouwen van zeer verfijnde automaten.
  25. Joseph-Marie Jacquard, 1752 – 1834; uitvinder van het programmeerbare weefgetouw, bedacht de eerste ponskaart.
  26. Charles Babbage, 1791 – 1871; ontwierp (op papier) de eerste programmeerbare computer.
  27. Ada Lovelace, 1815 – 1851; Dochter van de dichter en schrijver Lord Byron, schreef een programma voor de machine van Babbage en wordt daarom gezien als wereld’s eerste software-programmeur.
  28. Charles Xavier Thomas de Colmar, 1785 – 1870; vervaardigde de eerste mechanische rekenmachine die commercieel op de markt werd gebracht. Richtte ook een verzekeringsmaatschappij op.
  29. Georg Scheutz, 1785 – 1873, bouwde een werkende rekenautomaat die allerlei tabellen kon produceren, het apparaat was gebaseerd op een ontwerp van Charles Babbage
  30. George Boole, 1815 – 1864; bedacht een systeem met de logica-formules ‘And, ‘Or en ‘Not’ dat toegepast op een binair systeem de basis is van alle moderne computerprogramma’s.
  31. James Ritty, 1836 – 1937; een salooneigenaar die een kasregister voor zijn café bedacht; zette een bedrijf op om deze apparaten te produceren. Dit zou later uitgroeien tot de computergigant NRC.
  32. Herman Hollerith, 1860-1929; introduceerde een type ponskaart om grote hoeveelheden gegevens te kunnen verwerken. Hij richtte een bedrijf op dat later met vier andere bedrijven zou fuseren en dat als IBM de geschiedenis zou ingaan.
  33. Dorr Felt; 1862 – 1930; bedacht de eerste mechanische rekenmachine die gebruik maakte van druktoetsen.
  34. Konrad Zuse, 1910 – 1998; ontwierp als eerste een programmeerbare moderne computer.
  35. John von Neumann, 1903 – 1957; hij geldt als één van de belangrijkste grondleggers van de moderne computer-architectuur.
  36. Alan Turing; 1912 – 1954; computerpionier en informaticus, gold als de vader van de theoretische computerkunde en kunstmatige intelligentie. Bedacht tijdens de WO II een methode om de Egnima, een Duitse coderingsautomaat te kraken.
  37. John Atanasoff, 1903 –1995; bedacht het ontwerp voor de eerste elektronische digitale computer. De meningen of dit inderdaad zo was, zijn verdeeld maar in 1973 kende een Amerikaanse rechter hem het belangrijkste patent  toe.
  38. John Eckart; 1919 – 1995; ontwierp samen met John Mauchly de Eniac-computer, de eerste goed werkende elektronische digitale computer. Ook ontwierp hij de Univac, de eerste commerciële grote computer.  CBS kocht er één om de uitslagen van de Amerikaanse presidentverkiezingen van 1952 te kunnen voorspellen.
  39. Tommy Flowers, 1905 – 1998, bouwde tijdens WO II de ‘Colossus’, de eerste elektronische computer die gebruik maakte van elektronenbuizen en die werd gebruikt bij het kraken van de Enigma, de Duitse codeermachine.
  40. Howard Aiken, 1900 –1973; was de hoofdingenieur achter IBM’s Harvard Mark I-computer. De machine was mede gebaseerd op de honderd jaar oude ideeën van Charles Babbage. De computer werd ingezet bij het Manhatten-project dat leidde tot de eerste atoombom.
  41. Grace Hopper 1906 – 1992, was een pionier op het gebied van computertalen zoals Cobol. Geldt ook als de bedenker van het woord ‘bug’ voor een fout in een programma.
  42. William Hewlett, 1913-2001, startte samen met zijn vriend David Packard in 1939 in een garage in Palo Alto een bedrijfje dat zou uitgroeien tot de computergigant Hewlett-Parckard. HP geldt daarmee als het eerste computerbedrijf dat ontstond in Silicon Valley.
  43. Pier Perotto, 1930 – 2002; stond in 1965 aan het hoofd van een team bij Olivetti dat de ‘Programma 101’ op de markt bracht. Dit apparaat geldt als werelds eerste personal computer c.q. desktop computer.
  44. Douglas Carl Engelbart, 1925 – 2013; hield zich vooral bezig met de interactie tussen een computer en een mens, wat onder andere leidde tot zijn uitvinding van de computermuis.
  45. Robert Taylor, 1932 – 2017; was verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van ARPANET, dat als voorloper wordt gezien van het internet. Was later bij Xerox verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de pc.
  46. Bill Moggridge, 1943 – 2012; industrieel ontwerper die wordt gezien als “de uitvinder” van de laptop.
  47. Bill Gates, 1955 – heden; stichtte samen met Paul Allen Microsoft, het bedrijf dat in 1980 het besturingsprogramma voor de IBM-pc ontwikkelde. Microsoft zou uitgroeien tot de grootste softwarebedrijf ter wereld.
  48. Steve Wozniak, 1950 – heden; richtte samen met Steve Jobs Apple op, was de technische man achter het ontwerp van het besturingssysteem en de hardware van de Apple I en de Apple II.
  49. Harvey Ball, 1921 – 2001; Om de reeks met een smiley af te sluiten als laatste een portret van Harvey Ball. Het meest gebruikte niet-alfanumeriek computerteken is de smiley. Het was Harvey Ball die dit teken bedacht.

(Dit zijn er 49; de 50e volgt nog. Die moet ik nog uitkiezen.)

Deze mensen zijn uitgekozen omdat ze hebben gezorgd voor een doorbraak op het gebied van wetenschap (in het bijzonder de wiskunde en computerkunde) en technisch kunnen. Dat de mens in staat is geweest om computers te kunnen bouwen heeft het mede te danken aan zijn vaardigheid om technische apparaten te kunnen bouwen. Daarom zijn in het overzicht ook een aantal van deze ‘technici’ opgenomen.

Om de ontwikkelingen in een tijdsperspectief te plaatsen is ook een zevental stukken opgenomen waarin een beeld wordt geschetst van de algemene ontwikkelingen op het gebied van wetenschap en techniek. Het betreft de tijdsperiodes:

  1. 20.000 jaar voor Christus – jaar 1 na Christus
  2. jaar 1  – jaar 1000
  3. jaar 1000 – jaar 1500
  4. jaar 1500 – jaar 1750
  5. jaar 1750 – jaar 1900
  6. jaar 1900 – jaar 1950
  7. jaar 1950 – heden

Naar het overzicht van de eerste tijdsperiode: 20.000 v. Chr – jaar 1

Naar het eerste portret. NN; onbekend persoon;

 

My WordPress Blog