Tekenen dat je oud wordt.

Tekenen dat je oud wordt:

  • Als je in een winkel bij de kassa een bord ziet staan met de tekst ‘55+ op maandag 10% korting’ en je denkt enthousiast “Hé, het is maandag vandaag”.
  • Als je ingehaald wordt op de fiets door ouderen die een e-bike hebben en je je afvraagt of je ook een e-bike moet nemen.

fietsersTwee ouderen met een e-bike die proberen een stoet tegemoet komende wielrenners te ontwijken. Foto: Marianne

  • Als je spammailtjes krijgt voor scootmobiels en trapliften.
  • Als je online een hotelkamer bij Motel6 boekt en je blijkt te voldoen aan de voorwaarden van het seniorentarief.

motel 6 senior rate

  • Als Amnesty International, waarvan je als achttienjarige lid werd, je opbelt met de vraag of je ze in je testament wilt opnemen.
  • Als je dochter vraagt of je dingen van vroeger wilt opschrijven omdat je er later niet meer bent en dan niemand meer weet hoe je leven er uit zag.
  • Als je op de site van het Nationaal Archief foto’s gaat zoeken met de zoekterm ‘Ouden van dagen’.

juliana oudjes1961: Ouden van Dagen uit Berkel-Rodenrijs defileren langs koningin Juliana; Foto Nationaal Archief; Fotograaf Joop van Bilsen, Anefo;

  • Als je op je blog verhalen gaat schrijven over tv- en filmsterren uit je jeugd.
  • Als je op internet citaten gaat opzoeken met teksten over ouderdom.
    • Schopenhauer, Duits filosoof 1788-1860: “Vanuit het standpunt van de jeugd is het leven een oneindig lange toekomst; vanuit het standpunt van de ouderdom een zeer kort verleden.”
    • Victor Hugo, Frans schrijver 1802-1885: “Veertig is de ouderdom van de jeugd. Vijftig de jeugd van de ouderdom.”
    • Mark Twain, Amerikaans schrijver 1835-1910 “Toen ik een jongen van 14 was, was mijn vader zo dom dat ik hem nauwelijks in mijn omgeving kon dulden. Maar toen ik 21 werd, verbaasde ik mij er geweldig over hoeveel hij in die 7 jaar had bijgeleerd.”
    • Jean de la Bruyère Frans schrijver 1645-1696: “Men hoopt oud te worden maar men vreest de ouderdom.”
    • Cicero; Romeins filosoof: 106 v. Chr.- 43 v. Chr.: “Hoe ouder ik wordt des te minder ik geloof dat wijsheid met de jaren komt.”
    • E Constant sr. Nederlands schrijver 1900-1980: “Een groot voordeel van ouderdom is dat bijna elke fout aan je leeftijd wordt toegeschreven”
    • Aristoteles, Grieks filosoof 384 v.C. – 322 v.C.: “Spreken in spreuken past de ouderdom.”

En tot slot: als je een blogpost als deze schrijft.

Dick van Dyke

Vanwege het overlijden van Ivanhoe (Roger Moore) heb ik even gekeken hoe het met Dick van Dyke gaat. Dick van Dyke was één van de hoofdpersonen in Mary Poppins. Hij speelde hierin een schoorsteenveger. Mary Poppins was de allereerste film die ik in een bioscoop zag – dat was tijdens een verjaardagsfeestje van een vriendje. Kortom, jeugdherinnering. (Ook herinner ik me hem van de Dick van Dyke show, een televisieserie die mijn ouders in de jaren zestig keken.)

Dick van Dyke is inmiddels 91 jaar oud, maar blijkt nog steeds “alive and kicking” te zijn. Hij treed voor zijn plezier zelfs nog af en toe op met The Vantastix, een a capella groep uit Los Angeles. Zie hieronder een youtube filmpje uit augustus 2016, waarin bezoekers van de Denny’s in Santa Monica tijdens het ontbijt worden verrast met een uitvoering van Chitty Chitty Bang Bang, de titelsong uit de gelijknamige musicalfilm uit 1968  (nutteloos feitje: het script van die film is gebaseerd op een boek van Ian Fleming, de schrijver van de James Bond Boeken, en is geschreven door Roald Dahl). Dick van Dyke en zijn vrienden hadden eerder die ochtend opgetreden tijdens een vroege ontbijtshow op televisie.

Volgens dit bericht uit het AD van december gaat hij zelfs nog een rol spelen in een soort vervolgfilm van Mary Poppins. Andere rollen in deze film die in 2018 moet uitkomen, zijn voor Colin Firth en Meryl Streep. Ik neem aan dat Dick van Dyke gezien zijn leeftijd dan echter niet meer als een op de daken dansende schoorsteenveger te zien zal zijn, maar een andere, wat rustigere, rol krijgt.

 

Clingendael

Afgelopen vrijdag, de dag na Hemelvaartsdag, bezocht ik het landgoed Clingendael in Den Haag. Dat ligt op zo’n 25 minuten fietsen van ons huis. Het landgoed stamt uit de Gouden Eeuw – voor degenen die niet zo goed bij geschiedenis hebben opgelet, dat is de zeventiende eeuw. Aanvankelijk stonden er hier alleen wat boerderijen maar een zekere Philips Doublet III  – drie keer blijven zitten op de lagere school maar toch de hoogste belastingambtenaar van Nederland in die tijd – brak de boerderijen af en bouwde er een landhuis. Zo zag het landgoed er in 1682 uit.

clingendael 1682

En zo ziet het er vandaag de dag op Google Earth uit, bekeken vanuit de lucht.

clingendael 4

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het landhuis het onderkomen van Seyss-Inquart, de hoogste Duitser tijdens de bezetting van Nederland. In 1953 werd het verkocht aan de stad Den Haag. Sindsdien is het open gesteld voor het publiek.

In het landhuis is thans het Instituut Clingendael, het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael, gevestigd. Dat is een onderzoeksinstituut dat allerlei ontwikkelingen op internationaal gebied onderzoekt. Zeg maar oneerbiedig een instituut vol met dr. Clavan’s. (Dr. Clavan was een tv-typetje van Kees van Kooten uit begin jaren negentig; een Oost-Europa deskundige wiens antwoorden op vragen niet veel meer waren dan de letterlijke herhalingen van de vraag.)

Het gebouw was feestelijk ingepakt.

clingendael 2Quizvraagje: de paarse versiering is dat a) een inpakproject van Christo, b) een feestversiering opgehangen door de Italië-deskundige van het Instituut ter ere van de Giro-overwinning van Tom Dumolin of c) omdat er een verbouwing aan de gang is?

Het was best druk op het landgoed. Er liepen opvallend veel buitenlanders rond. Mei is dan ook een mooie maand om het landgoed te bezoeken. Je hebt er veel grote rododendrons die dan staan te bloeien.

clingendael 5

Ook was de Japanse tuin open. (Een Japanse tuin is volgens de Japan-deskundige van het instituut een tuin in traditioneel Japanse stijl.) De tuin is slechts acht weken per jaar open. In het theehuisje van de Japanse Tuin stond een piano en iemand was bezig hem te stemmen, althans dat dacht ik. Het bleek echter al het concert te zijn. Een jongetje met een collectebus vroeg of ik het mooi vond. Ik antwoordde nee maar gaf hem toch vijftig cent.

clingendael 1Geboeid – ik bedoel dit natuurlijk figuurlijk, niet letterlijk – luisterde een aantal mensen naar het concert.

Na het bezoek aan de Japanse tuin liep ik nog even een rondje door een deel van het park. Bij het parkje met de buxushaagjes – “een oud-Hollandse tuin aangelegd met buxushagen en bloemperken” zat op de leuning van de trap een reiger op zijn gemak in het zonnetje de mensen te bekijken.

clingendael 3

Even verderop was een fotografe bezig trouwfoto’s te maken van een pas getrouwd stelletje. De bruidegom vatte het huwelijk erg serieus op, want hij keek met een zeer ernstig gezicht zijn bruid aan. Hij keek zelfs zo ernstig, dat een voorbijlopende Amerikaan riep: “Smile, It is your weddingday!” Maar misschien was dat wel het probleem.

Ik kon wel een beetje begrip opbrengen voor de bruidegom. Bijna dertig jaar geleden – de dader keert altijd terug naar de plaats van het misdrijf – liepen Marianne en ik hier ook rond voor onze trouwfoto’s. En na elke aanmoediging van onze fotograaf om te “lachen!” veranderde mijn glimlach steeds meer in een grimas. De laatste foto die hij nam, was bij een vijver. Ik moest op het randje gaan staan en Marianne naar me toe trekken. “Kijk wel even uit dat je er niet in valt” riep de fotograaf. Hij drukte een keer af en riep: “Trek haar even wat dichter naar je toe.”  En toen …..

trouwen

nam hij bovenstaande foto en vertrokken we weer. U dacht toch niet echt dat ik op mijn huwelijksdag mijn vrouw in het water trok?

Taakverdeling

Gezien bij de drie molens bij Leidschendam: Vader zwaan doet een dutje op de oever, moeder zwaan is de hele tijd druk aan het duiken om wier naar boven te halen voor de kleine zwaantjes.

Zwaan

Kinderen groeien op

Ruim 24 jaar geleden stond ik met dit in mijn handen.

judith

Dat “dit” is mijn oudste dochter, enige minuten na haar geboorte. Kijk eens naar die schattige handjes en dat voetje wat er uitsteekt. Het was een pijnlijke bevalling, althans voor mij. Marianne kneep tijdens de weeën zo hard in mijn hand dat mijn trouwring pijnlijk knelde tussen mijn vingers. Bij de bevalling van de tweede dochter heb ik dan ook wijselijk mijn trouwring afgedaan.

We zijn nu ruim 24 jaar verder. De tijd schrijdt voort. De oudste dochter is in die tijd naar de crèche gegaan, heeft de lagere en de middelbare school gedaan, heeft een jaar in de buurt van Los Angeles gestudeerd, ging studeren in Rotterdam, ging een half jaar studeren in Singapore, deed gedurende drie maanden een stage in New York, ging vijf maanden werken in Berlijn, ging studeren in Leiden en is nu klaar met haar studie. Afscheid van haar studententijd.

Afgelopen weekend vierde ze dat laatste samen met haar vrienden in een café in Rotterdam. Vooraf gingen we met de kinderen en hun aanhang eten in een tapas-restaurant in Rotterdam. Bij het tafeltje naast ons, waar zo te zien een hoop studenten zaten, werd op een gegeven moment het dessert geserveerd. Eén van de aanwezigen was blijkbaar jarig en in haar toetje stond een soort vuurspuwend kaarsje waar vlammetjes uitkwamen. Helaas zat de jarige net even op het toilet. Daarom bracht de bediening even later een nieuw toetje met een vuurspuwend kaarsje.

Ik moest gelijk denken aan een gebeurtenis rondom de eeuwwisseling. Wij waren toen met de kinderen – ze waren nog klein – in Den Haag uit eten in een restaurant waarvan ik de naam (de Resident) niet zal noemen. Op een gegeven moment werd het toetje voor de kinderen gebracht: een ijsje met daarin een brandend sterretje. Echter, de oudste dochter was net naar het toilet gegaan. “Ik haal haar wel” riep de jongste en voor we iets konden zeggen holde ze er vandoor. Daar zaten we dan, Marianne en ik, met zijn tweeën te kijken naar de ijsjes met brandende sterretjes. Even later kwamen de kinderen terug, maar toen waren de sterretjes al uit. De bediening kwam niet met nieuwe sterretjes aan. Waarom eigenlijk niet? En waarom hebben we dat toen eigenlijk niet gevraagd? Ik word weer kwaad op mezelf. Sorry kinderen.

Ivanhoe is overleden

Enig idee wie hier in 1970 in een Amsterdamse tram stapt?

roger moore 1Foto Eric Koch, Anefo, Nationaal Archief

Inderdaad, het is Roger Moore. In 1970 bezocht hij in verband met de Engelse tv-serie ‘The Saint’ Amsterdam. Op deze foto is hij wat meer herkenbaar in actie.

roger moore 2

Later zou hij ook, samen met Tony Curtis, in de tv-serie The Pesuaders (de Versierders) spelen. Maar het meest bekend is hij van zijn rol als James Bond. Zeven keer vervulde hij deze rol. Voor het eerst in 1973, voor het laatst in 1985. Op een vraag van een journalist wanneer hij met deze rol ging stoppen, antwoordde hij ooit een keer gevat: “Als ze een stand-in gaan gebruiken bij de liefdesscènes.” En over het personage James Bond zei hij (bron nu.nl): “Hij is een geheime Britse spion, maar iedereen kent hem. Dan doe je je werk volgens mij toch niet goed.” Na zijn filmcarrière zette hij zich vooral in voor Unicef.

Gisteren overleed Roger Moore op 89-jarige leeftijd en daarmee is één van mijn helden uit mijn jeugd overleden. Nee, niet de Roger Moore als de Saint, niet de Roger Moore als Brett Sinclair in de Versierders en niet de Roger Moore als James Bond, maar Roger Moore als Ivanhoe. In 1957 en 1958 speelde hij namelijk in 39 afleveringen van Ivanhoe de rol van de koene ridder. In Nederland werd de serie voor het eerst uitgezonden van 1961 tot 1964. De zesjarige Martin zat ingespannen voor onze zwart-wit televisie te kijken hoe Ivanhoe het onrecht bestreed.

De serie begon altijd met een jongetje dat heel hard “Ivanhoe” riep (zie hier op YouTube het intro-filmpje). De volgende dag liepen wij dan buiten ook altijd “Ivanhoe” te brullen. (“Onvervaard gaan wij te paard met Ivanhoe”) En zelfs nu, ruim 55 jaar later, heb ik nog steeds de neiging om als we ergens op een top in de duinen staan keihard “Ivanhoe” te roepen. Marianne is daar niet zo enthousiast over.

Maar nu is dus Ivanhoe overleden. Ach, daar gaat weer een stukje van mijn jeugd.

 

Bomaanslag in Manchester

Gisterenavond was er een bomaanslag in Manchester. Ik kan daar wel een blogpost over schrijven, maar ik denk dat James Corden, de Engelse presentator van de Amerikaanse Late Late Show, dat veel beter verwoordt dan ik.

 

Tien jaar sequoia gigantea bomen

Ruim tien jaar geleden heb ik uit Amerika meegenomen zaadjes geplant van de sequioa gigantea boom – dat is de grootste boom qua volume ter wereld. Twee van deze zaadjes kwamen uit en groeien sindsdien hier in Nederland op. Aanvankelijk in potten maar sinds 2013 in een stukje gemeentegrond – ik heb de bomen aan de gemeente geschonken.

Op YouTube doe ik af en toe verslag van de ontwikkeling van deze bomen. In januari van dit jaar heb ik op YouTube een nieuw filmpje geplaatst over de ontwikkeling van de boompjes gedurende de eerste tien jaar van hun bestaan. In een filmpje met een lengte van vier minuten en 45 seconden kan je zien hoe de boompjes opgroeien. Afgelopen week passeerde het filmpje de grens van 1000 views.

Met die 1000 views ligt het nog wel ruim achter op een filmpje van een jaar geleden. Dat filmpje (over de eerste negen jaar) trok tot nu toe ruim 28.000 views.  Twee eerdere films (respectievelijk over de eerste vijf jaar en de eerste zeven jaar) wisten tot nu toe ruim 26.000 en 27.000 kijkers te trekken. Bij elkaar hebben dus tot nu zo’n 83.000 mensen op YouTube zitten kijken naar het groeien van mijn twee sequoiaboompjes. (En u nog denken dat ik de enige was die zijn tijd nutteloos zit te besteden.)

In juli 2019 (de eerste 12,5 jaar), in januari 2032 (de eerste 25 jaar) en in januari 2057 (de eerste 50 jaar) zal ik een update plaatsten. (Misschien kan in 2057 iemand mij  even een seintje geven dat ik dat dan moet doen, want tegen die tijd ben ik 101 jaar oud en ben ik het misschien vergeten. )

De boompjes zijn nu respectievelijk 3,75 meter en 2,05 meter hoog en groeien nog steeds. The sky is the limit.

grafiek

Elders op deze site kan je meer over deze boomsoort lezen.

De politie adviseert

Gezien in Den Haag op de Stadhouderslaan, vlakbij het Gemeentemuseum.

de politie waarschuwt

“Attentie bestuurders van Duitse automerken uit het duurdere segment. Parkeer uw auto nabij een lantaarnpaal. Dank u. De politie.”

Er gebeuren blijkbaar zaken die het daglicht niet kunnen verdragen en die zich beter onder het licht van een lantaarnpaal kunnen afspelen. De eigenaar van deze Duitse fiets uit het duurdere segment  heeft in ieder geval het advies van de politie direct opgevolgd en zijn fiets aan een lantaarnpaal op de Stadhouderslaan vastgezet. Ook een automobilist legde voor de zekerheid zijn auto aan een ketting vast.

ketting

Bart van der Leck

In 2017 is het 100 jaar geleden dat de kunstbeweging ‘De Stijl’ met als belangrijkste leden Theo van Doesburg, Gerrit Rietveld en Piet Mondriaan werd opgericht. Vanwege dit jubileum organiseert het Gemeente-museum in Den Haag dit jaar vier tentoonstellingen. De eerste tentoonstelling daarvan (‘Piet Mondriaan en Bart van der Leck. De uitvinding van een nieuwe kunst’) loopt zondag af. Omdat ik die tentoonstelling nog wilde zien voordat hij verdween, bezocht ik samen met de oudste dochter afgelopen woensdag ondanks het mooie weer het Gemeentemuseum.

leck 0

Het Haags Gemeentemuseum in het zonnetje. Buiten was het 28 graden. Er stond gelukkig een ijscokraam (zie de rode cirkel) die lekker chocolade-ijs verkocht. Binnen verkochten ze ‘100 jaar de Stijl’-bier.

meseumHet Gemeentemuseum op Google Earth met de ijscokraam

bier

100 jaar de Stijl’-bier.

Op de affiche van de tentoonstelling staat het uit 1916 stammende schilderij ‘De Storm’ van Bart van de Leck. Het is eigendom van het Kröller-Müller museum en was uitgeleend aan het Gemeente-museum. Ik vind het een mooi werk en je kan er inderdaad een flinke storm in herkennen. (Ik had dan ook gelijk het klassieke lied ‘De klok van Arnemuiden in mijn hoofd’ – “Als de klok van Arnemuiden, welkom thuis voor ons zal luiden, wordt de vreugde soms vermengd met droefenis, als een schip op zee gebleven is”)

leck 00

Nu is het zo dat ik eigenlijk nauwelijks iets af weet van Bart van der Leck en zijn werk – dit in tegenstelling tot Piet Mondriaan waarvan je zoveel werk in het straatbeeld ziet, dat het een beetje te veel van het goede wordt.)

bart van der leck

Bart van der Leck, hij leefde van 1876 tot 1958, hier gefotografeerd met dochter in 1915; fotograaf onbekend; collectie RKD Den Haag

Als ik de informatie op de bordjes in het museum mag geloven – “In 1916 werkt Mondriaan aan Composite 1916 en Compositie in lijn. Hij kan maar geen oplossing vinden voor de verhouding tussen de steeds strakker geformuleerde lijnstukken in het laatste schilderij. Van der Leck kiest voor rood, geel en blauw, en wijst met zijn ‘exacte techniek’ de weg” –  is Bart van der Leck degene geweest die Mondriaan op het spoor heeft gezet van het maken van schilderijen met de primaire basiskleuren rood, geel en blauw.

Zelf maakte Van der Leck al eerder schilderijen waarbij hij zijn onderwerpen weergaf in geometrische vormen. Een mooi voorbeeld daarvan is dit portret van een meisje. (Excuses voor de kwaliteit van de foto’s. Ze zijn genomen met mijn mobieltje, ik moet maar eens een nieuwe kopen.)

leck 5

Jenny, 1920

Nu was het aardige van deze tentoonstelling dat bij een aantal schilderijen van Van der Leck er ook een voorstudie van het schilderij op zaal hing. Neem bijvoorbeeld dit werk: Compositie 1916 no. 4, 1916.

leck 6

De voorstudie van het middelste deel van het schilderij hing er ook.

leck 7

Vergelijk de voorstudie eens met het schilderij. Typisch een geval van ‘Zoek de zeven verschillen’. (Antwoord: in de voorstudie staan linksonder drie rode streepjes omhoog; in het schilderij maar twee; in de voorstudie staan linksboven twee schuine rode streepjes; in het schilderij maar één, enzovoorts ….).

Kijk je naar dit drieluik, dan vermoed ik dat u, net zoals ik, zonder nadere informatie niet ziet wat het moet voorstellen. Ik heb daarom even op de site van het Kröller-Müller museum gekeken – zij zijn eigenaar van dit schilderij. Daar kan je lezen:

In 1914 bezoekt Bart van der Leck in opdracht van Mü̈ller & Co de ijzerertsmijnen die deze firma in Spanje en Noord-Afrika exploiteert. Hij maakt in Algerije een reeks natuurgetrouwe schetsen van het mijngebied, met links en rechts rotspartijen en een weg of spoorlijn, en in het midden een brug en een hijskraan. Na thuiskomst maakt hij vier grote studies in kleur waarin hij dit landschap abstraheert. In de laatste studie wordt de brug gereduceerd tot een zwarte, horizontale balk en de weg of spoorlijn tot twee zwarte diagonalen die in elkaars verlengde liggen. Deze tekening wordt de basis voor het middelste deel van het drieluik Compositie 1916 no 4. De twee zijpanelen roepen een beeld op van de pikdonkere mijn. Met enige moeite is hierop de summiere, schematische voorstelling van twee mijnwerkers te onderscheiden. Het witte blokje bovenin zou de lamp in de schacht kunnen zijn…”

Kijk, als je dit leest, dan zie je wat de kunstenaar wil weergegeven, maar als je het niet weet, dan is het lastig om het onderwerp te herkennen.

Voor een aantal schilderijen heeft Van der Leck een aantal figuratieve voorstudies geschilderd. Het aardige van deze tentoonstelling is nu, dat deze voorstudies naast de schilderijen hangen en als je dan de voorstudie vergelijk met het schilderij, dan herken je het onderwerp wel. Zie de onderstaande drie voorbeelden:

leck aVoorstudie voor de compositie Een man met een hondekar en het resultaat: compositie 1917 nr 1.

leck bVoorstudie voor het uitgaan van de fabriek (1917) en het schilderij zelf.

leck cWerktekening voor de houthakkers en ‘De houthakkers’ (1928)

De tentoonstelling overziend vond ik de werken van Bart van der Leck die er hingen beduidend mooier dan het (vroege) werk van Mondriaan dat er hing. Toch is Mondriaan later veel beroemder geworden dan Van der Leck. Wie overigens meer werk van Bart van der Leck wil zien, kan later dit jaar naar het Kröller-Müller Museum. Die organiseren van 14 oktober 2017 tot 2 april 2018 de tentoonstelling: De mecenas en de ‘verversbaas’. Helene Kröller-Müller en Bart van der Leck”.

Wellicht onder de invloed van de tentoonstelling (of van het ‘De Stijl-bier’) schetste de oudste dochter ’s avonds het volgende portret van uw blogjesschijver. Ik heb het even vertaald in de stijl van de Stijl.

MvNCompositie nr. 5 De Blogjesschrijver (door de oudste dochter) en hier op gebaseerd “De Wijze Uil” (door uw blogjesschrijver)

Tot slot: wie de tentoonstelling nog wil zien, moet wel opschieten. Zondag is de laatste dag.

De kerkklokken van de Nieuwe Kerk in Delft

Vraag: wat hebben onderstaande zes schilderijen, geschilderd in de periode 1650 – 1670,  gemeenschappelijk?

Klokken 2

Het antwoord luidt dat op alle zes schilderijen de Nieuwe kerk in Delft te zien is.

klokken

“Zo, zo, interessant. Kan ik iets met die informatie?” zult u misschien zeggen. Nee, natuurlijk niet. Maar dat geldt voor mijn hele onderzoek naar het vermiste Tweede Straatje van Vermeer. Wat ik wil zeggen, is dat ik een nieuw aflevering heb geschreven over mijn speurtocht. Dus, wie wil weten wat die kerk met mijn onderzoek te maken heeft, kan dat hier lezen.

En voor wie geen geduld heeft, om dat stuk te lezen: nee, het schilderij is nog niet gevonden.

Per Willy Guttormsen

Vorig weekend liepen wij de NS-wandeling van Zutphen naar Olst. In Deventer kwamen wij langs de plek waar vroeger het IJsselstadion lag. Het stadion bestaat niet meer. Het is nu een braakliggend terrein. De ijsbaan ligt tegenwoordig aan de andere kant van de stad. Maar in 1968 lag de ijsbaan er nog zo bij.

00000 schaatsen 3Foto: Collectie Spaarnestad; Nationaal Archief; fotograaf onbekend

Nostalgisch keek ik naar de plek. Ooit zag ik hier als kleine jongen – wij woonden vroeger op een paar kilometer afstand van het stadion –  hoe de Noor Fred Anton Maier er tijdens een schaatsinterland tussen Nederland en Noorwegen (dat soort wedstrijden had je toen nog) een wereldrecord op de 5000 meter reed. Hij reed een tijd van 7.26,2. Dat was toen ongelooflijk snel. Het huidige wereldrecord van Sven Kramer staat overigens op 6.03,32.

Ik heb ook nog andere herinneringen aan die dag. Daarover schreef ik in 2005 in de Volkskrant – in die tijd schreef ik voor die krant de wekelijkse rubriek ‘Het Nutteloze Kennisparadijs’ – onder de titel ‘Per Willy Guttormsen’ de volgende column – de foto’s, afkomstig uit het Nationaal Archief, stonden er toen niet bij; die heb ik er nu bij gezocht.

‘Per Willy Guttormsen’

‘Aan het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw was het schaatsen ongekend populair in Nederland. Het waren de tijden van Ard en Keessie, van Peter Nottet, Jan Bols en Eddy Verheijen. Toen op 6 en 7 januari 1968 in Deventer een schaatsinterland tussen Nederland en Noorwegen werd gehouden, trok deze wedstrijd duizenden toeschouwers. Na afloop verzamelde de jeugd, waaronder schrijver dezes en een vriendje, zich bij het stadion om handtekeningen te bemachtigen. Nadat wij de handtekening van Kees Verkerk hadden gekregen, sloten we achteraan aan bij de rij voor Ard Schenk. Het was een lange rij. Hij was populair.

Op een gegeven moment was Ard Schenk nog de enige schaatser die handtekeningen aan het uitdelen was. De overige schaatsers waren klaar en zaten al in de bus. Wij stonden geduldig te wachten, maar net toen wij aan de beurt waren, hield hij er opeens mee op en liep naar de bus. Niet dat dat enige haast had – de chauffeur van de bus was nog in geen velden of wegen te zien.

Verbijsterd keken wij, de enige twee jongetjes in Deventer zonder de handtekening van Ard Schenk,  hoe hij in de bus ging zitten. Een jongeman die voor hem in de bus zat en het tafereel had gezien, draaide zich naar hem om. Hij wees naar ons en zei iets. Ard Schenk schudde van nee, zei wat en ging nors naar buiten zitten kijken. Daarop stapte de jongeman uit de bus en liep naar ons toe. Vriendelijk vroeg hij: “He is tired. Do you want my autograph instead?” Hoewel we geen idee hadden wie hij was, knikten we bedeesd en zeiden: “Yes sir”. Hij zette met zorg zijn naam in onze schriftjes, aaide ons over de bol en ging weer in de bus zitten.  We keken naar het blaadje. Met zwierige letters stond er geschreven: ‘Per Willy Guttormsen’.

00000 schaatsen 27 januari 1968; Schaatsen Nederland tegen Noorwegen. Ard Schenk (links) in duel met Per Willy Guttormsen op de 500m. Fotograaf: Ron Kroon, Anefo; Nationaal Archief

Mijn vriendje kende de naam. “Da’s een Noorse stayer, die is heel goed op de tienduizend kilometer” zei hij. Vanaf die dag was Per Willy onze held.  Groot was dan ook ons verdriet toen hij een maandje later tijdens de Olympische Spelen van Grenoble op zowel de vijf als op de tien kilometer net buiten de medailles viel. Op beide afstanden werd hij vierde.

00000 schaatsen 4

15 februari 1968; Olympische Winterspelen te Grenoble. Per Willy Guttormsen (Noorwegen) in actie op de 5000 meter. Fotograaf: Ron Kroon, Anefo; Nationaal Archief

Toch zou Per Willy dat seizoen geschiedenis schrijven. Tijdens de recordraces in Inzell in maart 1968 verbeterde hij met vier seconden het oude wereldrecord van Fred Anton Maier op de tien kilometer. Zijn tijd van 15 minuten en 16,1 seconden zou een klein jaar blijven staan. Toen verpulverde Kees Verkerk met zijn befaamde 15.03,6 het record.

Over het record van Per Willy wist de inmiddels overleden radio-  en televisiepresentator Henk Terlingen altijd een fraai verhaal te vertellen.

00000 henk terlingenHenk Terlingen in 1973; Foto:  Hans Peters, Anefo; Nationaal Archief

Terlingen was door de televisie naar Inzell uitgezonden om verslag te doen van de wedstrijden. Hij had er niet veel zin in en vatte zijn taak niet al te serieus op. Op de avond voor de wedstrijd belandde hij in een plaatselijke bar en raakte daar in gesprek met een sympathieke Noor. Ze zakten samen door en toen de bar sloot, stond Terlingen niet al te vast meer op zijn benen. De volgende morgen versliep Terlingen zich grandioos en toen hij eindelijk met een kater in het stadion arriveerde, had Per Willy al zijn wereldrecord gereden. Bij de huldiging herkende Terlingen hem. Het was zijn drinkmaatje van de avond ervoor. Het zou het enige wereldrecord blijven dat Per Willy Guttormsen ooit reed.”