Category Archives: Muziek

Blaasvoetbal

Gisteren fietste ik met een omweggetje heen en weer naar Leiden (33km). Onderweg maakte ik twee tussenstops. Bij de Gamma ging ik op zoek naar wat klusgereedschap, maar helaas, de klusdrop was uitverkocht. Bij een kringloopwinkel liep ik even naar binnen om te kijken of ze nog een originele Vermeer in de aanbieding hadden, maar dat was niet het geval. Wel zag ik er een doos met een blaasvoetbalspel staan, “met 4 harde plastic blaaspijpjes!” (Op de deksel van de doos staan overigens zeven kinderen afgebeeld met een blaaspijpje; de illustrator was wat te enthousiast zullen we maar zeggen.)

Blaasvoetbal

Dat ik daar een doos met blaasvoetbal zag liggen was wel sterk. Er zijn dagen bij, zelfs jaren, dat ik niet aan blaasvoetbal denk, maar toevallig had ik eerder die dag ook al aan blaasvoetballen moeten denken en nu zag ik hier dus opeens zo’n doos staan.

Dat ik eerder die dag aan blaasvoetbal moest denken, kwam door een bericht dat ik las op de site van de NRC over het overlijden van de 74-jarige Jean-Philippe Smet. Nee, dat is geen oud-blaasvoetbalinternational. Jean-Philippe Smet was de echte naam van de Franse zanger Johnny Hallyday, vooral wereldberoemd in Frankrijk. “Daarbuiten werd hij soms spottend aangeduid als ‘de grootste rock-ster van wie u nog nooit hebt gehoord’, aldus het artikel in de NRC.

Johnny Hallyday

Ja? En wat heeft dat met blaasvoetbal te maken? Geduld, dat komt. In het artikeltje stond namelijk ook het volgende te lezen: “In Nederland had hij begin jaren zestig twee hits met ‘Pour moi la vie va commencer’ en ‘Tes tendres années [….] Ze stonden bovenaan de top-10 van het radioprogramma Tijd voor teenagers (de Top-40 bestond toen nog niet). Wel werd Tes tendres années hier al snel verdrongen door een Nederlandse bewerking: het door Willeke Alberti gezongen Spiegelbeeld.”

spiekgelbeeld

Overigens was de versie van Johnny Hallyday ook al een vertaling en wel van ‘Tender Years’ waarmee een zekere George Jones in 1961 in Amerika een countryhit had. Over deze George Jones valt in de Wikipedia te lezen: “Naast zijn muzikale carrière kende Jones een roerig leven. Hij haalde dikwijls de krantenkoppen met berichten over dronkenschap, diverse relaties (waaronder zijn huwelijk met Tammy Wynette) en geweld. Ook miste hij vele optredens, wat hem de bijnaam “No Show Jones” opleverde”.

Maar goed, nu dwalen we wel heel erg ver af, zo komen we nooit bij dat blaasvoetbal. Daarom terug naar de versie van Willeke Alberti. Zij is namelijk de link met het blaasvoetbal. We verplaatsen ons nu even naar 1963. Ik was acht jaar oud en zou met een vriendje gaan voetballen. Het regende echter en daarom speelden we binnen een spelletje blaasvoetbal (A ha! Daar hebben we het blaasvoetbal.) Hij had een oudere zus van een jaar of zestien en die was ook in de kamer. De radio stond aan. Het was zo’n grote bruine kast – mijn ouders hadden ook zo’n radio, net zoals Marianne haar ouders; vermoedelijk verkochten ze in die tijd maar één type radio – en de omroeper (zo werden vroeger disjockeys genoemd; dit voor de jongere lezertjes) kondigde het nummer ‘Spiegelbeeld’ aan.

De zus zette de radio wat harder en begon het nummer luidkeels mee te zingen. Geboeid zat ik naar haar te kijken. Ondertussen blies mijn vriendje met veel spuug het balletje in mijn doel. “Hé opletten joh”, zei mijn vriendje.

Op de een of andere manier zit er sindsdien in mijn geheugen een vakje met daarin de combinatie ‘Willeke Alberti – Spiegeldbeeld – blaasvoetbal’ opgeslagen. Heel nuttig, want van die kennis profiteer ik 54 jaar later nog. Waarmee? Nou gewoon, het stelt me in staat om dit stukje te schrijven. Ok, misschien toch niet zo nuttig.

Spiegelbeeld, ik kan je haten, want je geeft geen dag terug / Waarom gaan toch die jaren als je jong bent zo vlug / ‘k Ben wel jong, maar er is toch al zoveel herinnering / Spiegelbeeld, uit al die jaren vergeet ik geen ding

Op drums: Bill Clinton

Van Bill Clinton is bekend dat hij saxofoon speelde.

bill CLintn

Maar wat veel mensen niet weten, is dat hij voordat hij president werd hij in zijn jongere jaren een tijd lang drums heeft gespeeld in the Shadows.  Zie hem hier in 1980 enthousiast met zijn stokken slaan bij een optreden van de band in Top of the Pops met hun hit ‘Riders In The Sky’. En het was een heel bijzonder optreden, want op leadgitaar zien we in een gastrol ook nog eens Bill Gates!

bill CLintn 3

Met het witte pak op de drums Bill Clinton; rechts op de leadgitaar Bill Gates.

 

 

The Blue Diamonds

Eind jaren vijftig, begin jaren zestig was mijn vader leraar handelswetenschappen en boekhouden op een MULO in Apeldoorn. Tijdens de examentijd had hij altijd ‘een bijbaantje’. Hij fungeerde dan als ‘rijksgecommitteerde’ bij het mondeling examen op andere scholen. Tijdens deze examens zat er altijd verplicht een leraar van buiten bij om een objectief oordeel te kunnen geven over de prestaties van de leerlingen.

Zo was hij een keer aan het werk op een MULO in Driebergen. Omdat de leerlingen meestal wat zenuwachtig waren, begon mijn vader het examen altijd met een praatje, waarin hij vroeg wat de leerling na de school van plan was om te gaan doen. Dit om ze wat op hun gemak te stellen. Zo ook bij een Indische jongen, ene Riem. Hij wilde graag verder in de muziek zei hij. Hij zingt in de Blue Diamonds vertelde de leraar.

De leerling was Riem de Wolff die samen met zijn broer Ruud de Blue Diamonds vormde. Of ze wel iets met hun muziek verdienden, vroeg mijn vader. Ja, ze kregen wel eens wat voor optredens, beaamde Riem. Nou, dan is kennis van boekhouden nooit weg, zei mijn vader, waarna ze verder gingen met het examen handelsrekenen en boekhouden. Daar had Riem niet zoveel verstand van  – hun moeder deed altijd de boekhouding – maar zijn kennis was toch voldoende om hem een voldoende te geven. Hij slaagde voor zijn examen.

blue diamonds

De Blue Diamonds in 1962; foto Harry Pot, Anefo, Nationaal Archief

Nu weet ik niet of dit schoolexamen zich voor of na Ramona afspeelde. In ieder geval hadden de Blue Diamonds op dat moment al een paar hits gehad met covers van liedjes van de Everly Brothers. Ze waren daarmee zelfs zo succesvol dat de aantallen verkochte platen van de Everly Brothers in Nederland afnamen, waarop het management van de Everly Brothers hun verbood om nog langer deze covers uit te brengen.

Daarop kwam hun platenbons, Jack Bulterman, met Ramona aan. Dat was de titelsong van een film uit 1928, gezongen door ene Dolores del Rio die ook de hoofdrol in de film speelde.

Dolores

De Blue Diamonds vonden het maar niks. Het was een soort wals en zij wilden veel liever rock and roll spelen. Bulterman haalde hen over om het nummer toch op te nemen. Het tempo van het lied werd behoorlijk opgeschroefd en er werden gitaren onder gezet. Ze zouden er een wereldhit mee scoren. Dat was overigens toeval.

Tijdens een televisieshow in december 1960 zou Willy Alberti optreden. Hij werd echter onverwachts ziek. De Blue Diamonds werden toen gevraagd om zijn plaats in te nemen. Ze hadden op dat moment geen single uit en kozen er voor om dan maar één van de nummers te spelen die ze net hadden opgenomen. Het werd Ramona en het was een daverend succes. De maandag er op werd de platenmaatschappij gek gebeld door platenwinkels die het nummer wilden bestellen.ramona 1960

december 1960: Een krakkemikkige opname van Ramona.

Van Ramona werden wereldwijd miljoenen exemplaren verkocht. Het stond niet alleen wekenlang nummer 1 in Nederland, maar ook in Duitsland en in veel andere landen. Het nummer haalde zelfs Bilboard’s top 100 in Amerika – al kwam het daar niet verder dan de 72e plaats. De Blue Diamonds namen ook Franse, Duitse en Spaanse versies op. Zie hier de Franse versie:

franse ramona

“30 janvier 1961 Les Blue Diamonds chantent “Ramona“.

Ramona zou hun enige wereldsucces zijn. De broers moesten in dienst en toen ze daar uitkwamen, was de muziekwereld veranderd. Groepen als de Beatles en de Rolling Stones waren nu populair. Wel hadden de Blue Diamonds dankzij Ramona nog voldoende emplooi om jarenlang te kunnen optreden.

bd met anneke gronloh18 december 1964; The Blue Diamonds en Anneke Gronloh op tournee in Indonesië; foto: Hugo van Gelderen / Anefo / Nationaal Archief

Ruud de Wolff overleed in december 2000 op 59-jarige leeftijd. Van de week overleed Riem de Wolff. Hij werd 74 jaar oud. Na de dood van Ruud trad hij nog af en toe op, soms samen met zijn zoon Steffen onder de naam The New Diamonds. Ze zongen tijdens braderieën en op de jaarlijkse Tong Tong Fair in Den Haag. Altijd stond Ramona op het programma.

Ook zou Riem de Wolff dit najaar op theatertournee gaan met de voorstelling ‘The Blue Diamonds Story’, waarin hij niet alleen zou zingen maar ook zou vertellen over vroeger, inclusief filmbeelden van optredens uit die tijd. Eén van de theaters waar de show te zien zou zijn, was Theater Orpheus in Apeldoorn. Onder het bericht dat deze show nu is afgelast stond deze reactie: “Riem is overleden … wij hadden kaarten voor de voorstelling … wat nu??” Tja, inderdaad wat nu?

Wie een interessante documentaire over Riem de Wolff wil zien, kan hieronder terecht. Het is documentaire van RTV Utrecht uit 2014.

blue diamonds RTV utrecht

 

Een sinterklaasverrassing

Afgelopen weekend was Barry Gibb de hoofdattractie van het Glastonbury festival 2017. Barry Gibb vormde vroeger samen met zijn broers, de tweeling Robin en Maurice, de Bee Gees. Ok, er was aanvankelijk ook nog een drummer en een gitarist, maar de Bee Gees, dat waren de gebroeders Gibb.

Barry is de nog enig overgebleven broer Gibb. Maurice stierf in 2003 op 52-jarige leeftijd aan de gevolgen van een darminfarct en Robin overleed op 61-jarige leeftijd in 2012 aan leverkanker. Eerder was al in 1988 hun jongere broer Andy – een nakomertje die als soloartiest een succesvol tieneridool was – op 30-jarige leeftijd, aan een hartkwaal overleden, Kortom, Barry Gibb, heeft wel het nodige te verwerken gekregen.

Barry Gibb – hij is nu 70 jaar oud – treedt af en toe nog op. Soms samen met zijn zoon Steve en nichtje Samantha, de dochter van Maurice. Nu dus op het Glastonbury festival. De recensent van de Engelse krant The Guardian was razend enthousiast over het optreden: “The set never puts a foot wrong – it’s literally wall-to-wall classics, from the late 60s balladry of I’ve Gotta Get A Message To You to relentless disco pulse of You Should Be Dancing, to Islands In The Stream. […] It’s certainly one of the greatest sets that slot on the Pyramid Stage has seen.”

Ach, ‘I’ve Gotta Get A Message To You’ dat brengt oude herinneringen boven. Dat was de tweede single die ik bezat. In het najaar van 1968, ik was dertien, had ik van mijn zakgeld als eerste ‘Hey Jude’ van de Beatles gekocht. Mijn ouders waren niet zo gelukkig met mijn aankoop. ‘Hey Jude’ vonden ze nog wel gaan maar op de achterkant stond ‘Revolution’, één van de meest luidruchtige nummers ooit van de Beatles. En als je maar één plaatje hebt, dan is de keuze vrij beperkt welk nummer je op de pick-up in de huiskamer draait.  Eerlijk gezegd vond ik ‘Revolution’ ook maar een nummer van niks, maar ja, het waren wel de Beatles.

Tegelijkertijd met de Beatles stonden de Bee Gees met ‘I’ve Gotta Get A Message To You in de top 40. Die single wilde ik ook graag hebben, maar mijn zakgeld was op. Ik vroeg hem daarom voor Sinterklaas. Mijn ouders die bang waren voor een tweede Revolution waren niet enthousiast. “Wil je niet liever ‘Ich Bau’ Dir Ein Schloss’ van Heintje hebben?” Heintje was een Limburgs jongetje dat ongeveer even oud was als ik en dat in 1968 liefst tien weken op de eerste plaats van de top 40 stond met dit nummer. “Nee, die wil niet” zei ik. “Ik wil de Bee Gees”. “De Bie Jies?” vroeg mijn moeder. Ik verzekerde haar dat de Bee Gees alleen maar mooie nummers zongen, geen herrie, ook niet op de achterkant van de plaat, en dat zij het ook mooi zou vinden. “Nou zet, het dan maar op je lijstje, dan zullen we wel eens zien” zei ze.

In de weken voor Sinterklaas suggereerde mijn vader met een sardonisch genoegen regelmatig dat ze misschien wel een plaat voor mij hadden gekocht, maar dat, mocht dit inderdaad het geval zijn, dat het wel eens verrassing kon worden welke dit zou zijn. Ik begon mij zorgen te maken. Ik vreesde dat mijn ouders toch voor Heintje hadden gekozen. Heintje! Daar kon je toch niet mee aan komen op school. Dan werd je keihard uitgelachen.

Het is nu bijna vijftig jaar later. Volgend jaar verjaart mijn misdaad en mijn ouders zijn allebei al lang geleden overleden, dus ik kan het nu wel opbiechten. Twee dagen voor Sinterklaas besloot ik dat ik het zeker moest weten. Ik was de enige die thuis was op dat moment. Ik wist dat mijn ouders altijd de cadeaus in de klerenkast op hun kamer verstopten en zenuwachtig keek ik in de ‘verboden kast’. Er lagen allerlei cadeaus. Tussen de pakjes in zag ik een plastic zakje van de bekendste platenwinkel van Deventer. Ik pakte het en keek nieuwsgierig in het zakje. Er zat inderdaad een singletje in. Alleen kon ik niet zien welke het was. Het was in sinterklaaspapier ingepakt.

Even aarzelde ik, maar toen maakte ik het pakje heel voorzichtig open. Ai, het plakband scheurde met het open maken een stukje van het cadeaupapier mee. Voorzichtig haalde ik het plaatje uit het papier. Het was ‘I’ve Gotta Get A Message To You’. De opluchting was groot. Voorzichtig stopte ik het  terug in het papier en plakte het losgescheurde stukje papier met wat lijm weer op het papier vast. Helemaal 100% goed zat het niet, maar ook weer niet zodanig slordig dat je kon zien dat het pakje open was geweest. Ik zette alles weer netjes terug in de kast en hoopte dat mijn ouders niet zouden zien dat ik stiekem had gekeken.

000000 bee gees 2Mijn eerste twee singletjes. Ik heb ze nog alle twee.

Tijdens het sinterklaasfeest deed ik heel verrast toen I’ve Gotta Get A Message To You’ uit het pakje tevoorschijn kwam.

Eendagsvliegen

Ik las op NU.nl een interview met de oud-wielrenner Eric Breukink. De kop van het artikel luidde: ‘Breukink vindt Giro-winnaar Dumoulin absoluut geen eendagsvlieg’. Zo, zo, dat is best een gewaagde uitspraak. Nu heeft Dumoulin weliswaar al etappes gewonnen in alle drie de grote rondes (Italië, Frankrijk en Spanje), een zilveren medaille gehaald bij het tijdrijden op de Olympische Spelen en nu dus de ronde van Italië gewonnen – er zijn dus aanwijzingen dat hij misschien geen eendagsvlieg zal zijn –  maar toch, het blijft afwachten. Die Breukink durft!

Topsporters zijn vaak bang dat ze worden aangezien voor eendagsvliegen. ‘Handbalster Polman: ‘Bewijzen dat we geen eendagsvlieg zijn’.; ‘De twijfel is weg, hij is geen eendagsvlieg meer, jubelde de manager van Christijan Albers dinsdagochtend.”; ‘Martin van den Brink dolblij na magistrale zege in achtste etappe. We laten zien geen eendagsvlieg te zijn”; ‘Finnbogason: ik ben geen eendagsvlieg’.” om maar eens enkele krantenkoppen te citeren. Blijkbaar is er een grote angst om als eendagsvlieg betiteld te worden.

Nu zijn er twee soorten eendagsvliegen: het beestje en de mens/ploeg/groep die een kortstondig succes kent. Voor wat betreft het beestje: de naam geeft een onjuist beeld. Bij een eendagsvlieg denken mensen namelijk vaak dat het om een vlieg gaat die maar één dag leeft en als de klok bij het ingaan van de zomertijd een uurtje wordt vooruitgezet zelfs maar 23 uur. Dat beeld klopt niet. Neem deze eendagsvlieg, die is zelfs al 108 miljoen jaar oud!

000000 vliegFoto Dr. Günter Bechly; Wikipedis

Ok, het is een fossiel maar in het echt leven de beestjes ook veel langer dan één dag, meestal wel een jaar of langer. Alleen niet in hun gedaante als vlieg. Haften, zoals eendagsvliegen, in het Nederlands ook wel heten, leven namelijk eerst ongeveer een jaar of langer als een nymf in het water. Na ongeveer een jaar krijgen ze de behoefte om zich voor te planten, stijgen dan naar de oppervlakte van het water en vervellen daar tot ‘vliegen’.

Deze ‘volwassen-fase’ van hun leven duurt maar kort, hooguit enkele dagen – vandaar de naam eendagsvlieg – en is bedoeld om te paren. Vaak vliegen de beestjes dan in grote zwermen boven water. Dat zijn dan haast allemaal mannetjes, waarop de vrouwtjes de zwerm invliegen en zich door de snelste eendagsvlieg laten bevruchten. Het mannetje gaat daarna de pijp uit en het vrouwtje, nadat het haar eieren heeft gelegd, ook.

Voor wat betreft de mens als eendagsvlieg, daarmee wordt meestal iemand (of een groep van  mensen) bedoeld die maar één keer ergens succes in heeft gehaald. Behalve in de sport is het ook een vaak gebruikte term in de muziekwereld. Een artiest of groep die slechts één hit heeft gehad in de hitparade wordt vaak betiteld als een eendagsvlieg. Een one-hit-wonder heet dat op zijn Engels. Daar zijn vele voorbeelden van: Peter Sarstedt – Where do you go to my lovely; Lynsey de Paul – Sugar me; Los Bravos- Black is black; Billy Swan- I can help; Carl Douglas -Kung Fu fighting; Keith West – Excerpt from a teenage opera; DC Lewis – Mijn gebed; Nena – 99 Luftballons; Los Del Rio – La Macarena en Lou Bega – Mambo No.5 om er maar eens een paar te noemen.

Als koning van de one-hit-wonders geldt de Engelsman Tony Burrows. Die had er liefst vijf en als je ruim rekent zelfs zes! Ok, dit klinkt mischien een beetje vreemd en vraagt om enige toelichting. Het zit zo. In 1967 maakte Tony Burrows deel uit van de The Flowerpot Men. Zij hadden dat jaar veel succes met ‘Let’s go to San Francisco’.

Het zou echter de enige hit van de groep blijven. The Flowerpot Men gelden daarmee als een typisch voorbeeld van een one-hit-wonder. Tony Burrows ging na de The Flowerpot Men aan het werk als studiomuzikant. Hij zong vaak de leadpartij in op plaatopnames die door de platenmaatschappij in een hoog tempo werden uitgebracht. Wanneer één van die nummers onverhoopt een hit werd, werd er meestal halsoverkop een groep bij elkaar gezocht die dan in programma’s als ‘Top of the Pops’ het nummer te gehore bracht. In het kader daarvan gebeurde er begin 1970 iets opmerkelijks. Liefst vier nummers waarop Tony Burrows de leadpartij had ingezongen werden een hit.

De eerste was Edison Lighthouse – Love Grows (Where My Rosemary Goes)

Gevolgd door White Plains met ‘My Baby Loves Lovin’.

Deze twee liedjes stonden tegelijkertijd in de hitparade en waren daardoor dan ook in dezelfde aflevering van Top of the Pops te zien. Tony Burrows zong bij beide groepen mee. Tussen de opnames door verkleedde hij zich snel. Door andere kleren aan te doen, hoopte de maatschappij dat het niet zo zou opvallen dat hij in allebei de groepen zong. En voor de zekerheid playbackte bij het optreden van de White Plains iemand anders de leadzang, terwijl Tony Burrows (links) in het achtergrondkoortje staat te zingen.

Maar het zou niet bij deze twee hits blijven. Ook zong hij dat voorjaar mee met de Brotherhood of Man bij hun eerste hit ‘United we stand’ en met de Pipkins-hit ‘Gimme dat ding’.

Er gaan verhalen de ronde dat hij met liefst drie liedjes tegelijkertijd in Top of the Pops optrad, maar dat is niet waar. Wel trad hij in totaal vier keer met twee groepen tegelijkertijd op.

In 1974 had Tony Burrows nog een keer succes als studiomuzikant. Deze keer zong hij de hit ‘Beach Baby’ van First Class in.

In Top of the Pops zong Tony Burrows het nummer echter niet. Daar werd het geplaybackt door de zanger die met de groep door het land toerde.

The Flowerpot Men, Edison Lighthouse, White Plains, The Pipkins en First Class hadden alle vijf maar één hit en gelden dan ook als one-hit-wonders. Daarmee kunnen we Tony Burrows bestempelen als een vijfvoudige one-hit-wonder.

(Hoewel Burrows alleen maar mee zong in de eerste hit van de Brotherwood of Man beschouwen we deze groep, streng als we nu eenmaal zijn, niet als een one-hit-wonder. In 1976 wonnen ze bijvoorbeeld in een geheel andere samenstelling het Eurovisie-songfestival met ‘Save your kisses for me’. Maar met een beetje goede wil kan je zelfs ook zeggen dat Tony Burrows – omdat hij alleen maar tijdens hun eerste hit meezong – een zesvoudige one-hit-wonder is.)

Kortom, Tony Burrows is de koning van de one-hit-wonders.

Voor wat betreft mijzelf: ik heb nog nooit een sportwedstrijd gewonnen en ondanks mijn zangkwaliteiten – de meningen verschillen hierover; zelf vind ik het briljant; de rest van de wereld vindt het niet om aan te horen – heb ik nog nooit een hit gehad. Dus ik kan met recht zeggen dat ik in elk geval geen eendagsvlieg ben! Continue reading Eendagsvliegen

Dick van Dyke

Vanwege het overlijden van Ivanhoe (Roger Moore) heb ik even gekeken hoe het met Dick van Dyke gaat. Dick van Dyke was één van de hoofdpersonen in Mary Poppins. Hij speelde hierin een schoorsteenveger. Mary Poppins was de allereerste film die ik in een bioscoop zag – dat was tijdens een verjaardagsfeestje van een vriendje. Kortom, jeugdherinnering. (Ook herinner ik me hem van de Dick van Dyke show, een televisieserie die mijn ouders in de jaren zestig keken.)

Dick van Dyke is inmiddels 91 jaar oud, maar blijkt nog steeds “alive and kicking” te zijn. Hij treed voor zijn plezier zelfs nog af en toe op met The Vantastix, een a capella groep uit Los Angeles. Zie hieronder een youtube filmpje uit augustus 2016, waarin bezoekers van de Denny’s in Santa Monica tijdens het ontbijt worden verrast met een uitvoering van Chitty Chitty Bang Bang, de titelsong uit de gelijknamige musicalfilm uit 1968  (nutteloos feitje: het script van die film is gebaseerd op een boek van Ian Fleming, de schrijver van de James Bond Boeken, en is geschreven door Roald Dahl). Dick van Dyke en zijn vrienden hadden eerder die ochtend opgetreden tijdens een vroege ontbijtshow op televisie.

Volgens dit bericht uit het AD van december gaat hij zelfs nog een rol spelen in een soort vervolgfilm van Mary Poppins. Andere rollen in deze film die in 2018 moet uitkomen, zijn voor Colin Firth en Meryl Streep. Ik neem aan dat Dick van Dyke gezien zijn leeftijd dan echter niet meer als een op de daken dansende schoorsteenveger te zien zal zijn, maar een andere, wat rustigere, rol krijgt.

 

‘t Hogelaand

De vorige blogpost over de bibliotheek deed me denken aan een geval van kinderleed in het hoge noorden. We verplaatsen ons daartoe naar de jaren zestig en zien daar in Uithuizen in de bibliotheek een jong bedroefd meisje staan.

Het is Marianne – later zou ze trouwen met de bekende schrijver Martin van Neck – die twee boeken wil lenen. Eerder die dag heeft ze ook al twee boeken geleend –  het maximum aantal wat je kon lenen – en heeft die thuisgekomen direct uitgelezen. Snel weer terug naar de bibliotheek om twee nieuwe boeken te halen zodat ze het weekend ook nog wat te lezen heeft. Maar de bibliothecaresse kijkt haar streng aan en zegt dat ze eerder die dag ook al twee boeken heeft geleend. Twee is het maximum, meer mag niet. Dat ze die twee andere boeken al weer heeft terug gebracht doet er niet toe. Ze krijgt de nieuwe boeken niet mee. Nu vijftig jaar later kan Marianne er nog kwaad over worden.

En nu we toch in het hoge noorden zijn, gaan we nog eens vijfendertig jaar verder terug in de tijd en zien daar begin jaren dertig ergens tussen het gehucht Schilligeham en Winsum een klein meisje lopen op weg naar school. Even verderop staat een fiets langs de kant van de weg. Ze pakt de fiets, rijdt er een stuk op, passeert onderweg een ander klein meisje, zet even verderop de fiets aan de kant van de weg en loopt weer verder. De twee meisjes zijn de latere moeder van Marianne en haar zusje (de toekomstige tante van Marianne). Ze woonden op een boerderij in Schilligeham en gingen in Winsum op school. Samen hadden ze één fiets. Als ze naar school gingen, deelden ze die fiets, door afwisselend te lopen en te fietsen.

Ik heb er als ex-wiskundige eens over nagedacht of er een optimale strategie is en hoe lang je er dan over doet. De afstand tussen de boerderij in Schilligeham en de school in Winsum bedroeg ongeveer vijf kilometer. Stel dat je vijf kilometer per uur loopt en dat je fietsend een snelheid haalt van vijftien kilometer per uur. Als je de hele afstand loopt, dan doe je daar dus een uur over, met de fiets twintig minuten. Aannemende dat beide zussen evenveel willen lopen en fietsen – loop je dus de helft van de afstand en fiets je de andere helft. Dan fiets je dus tien minuten en loop je een half uur. Maak het nu uit hoe vaak je wisselt? Ja, want het afstappen en de fiets aan de kant van de weg zetten, kost ook wat tijd. Dus eigenlijk is het beste dat de ene zus eerst de helft van de afstand fietst en daarna de rest loopt. Maar het is natuurlijk wat gezelliger als je elkaar onderweg een paar keer inhaalt en zoveel tijd verlies je nu ook weer niet met het wegzetten van de fiets – ik denk niet dat ze hem telkens op slot hebben gezet. Ik denk trouwens dat ze onderweg best wel eens ruzie hebben gehad  – “Jij bent veel te ver doorgefietst!”

Maar goed Schilligeham, Winsum en Uithuizen:  Ede Staal zou zeggen:

“‘t Is de lucht achter Oethoezen / ‘t Is ‘t torentje van Spiek / ‘t Is de weg van Lains noar Klooster / En deur Westpolder langs de diek.

‘t Binnen de meulens en de moaren / ‘t Binnen de kerken en de Börgen / ‘t Is ‘t laand woar ik as kind / Nog niks begreep van pien of zörgen / Dat is mien laand, mien Hogelaand.”

00000-ede-staal

Charmian Carr

Terwijl ik met een half oog de Algemene Beschouwingen op de televisie volg – “Mevrouw de voorzitter, er moet meer geld naar het basisonderwijs. Slechts 60% van de kinderen in groep acht kan goed rekenen, 30% matig en de overige 20% helemaal niet.” – zit ik een beetje op internet te surfen.

Charmian Carr blijkt het afgelopen weekend te zijn overleden. “Wie?” zult u misschien zeggen. Ik kan me inderdaad goed voorstellen dat u haar naam niet kent. Charmian Carr  was een Amerikaanse binnenhuisarchitecte die begin jaren zestig als jonge twintiger in twee films speelde. De ene film was een tv-musical (‘Evening Primrose’) voor ABC uit 1966, waarin ze samenspeelde en zong met een jonge Anthony Perkins (later vooral bekend van zijn rol als Norman Bates in Alfred Hitchcocks Psycho). Het is echter de andere film, waardoor haar overlijden dit weekend even klein wereldnieuws was. Ze speelde namelijk in de Sound of Music de rol van de oudste dochter Liesl.

Haar meest bekende nummer in de film was ‘Sixteen Going On Seventeen’, waarin ze samen met Daniel Truhitte (Rolf in de film) zong en danste in een theehuisje. (Zie hier op het Youtubekanaal  van de ‘Rodgers & Hammerstein: An Imagem Company’ de originele filmclip van het betreffende nummer).

0000-soundToen we in 2014 onze jongste dochter naar Wenen brachten, waar ze een half jaar ging studeren, bezochten we ook Salzburg waar in de tuinen van kasteel Hellbrun het glazen paviljoen uit de film staat. Dit filmrekwisiet werd na de filmopnames door de filmmaatschappij aan de stad Salzburg geschonken. Het paviljoen was toen wij er waren op slot. Toen Marianne zo oud was als Marijke bezocht ze samen met een vriendin op een interrailreis door Europa ook het huisje. Toen stonden de deuren van het huisje nog open en kon je er dansen op de banken (Foto’s daarvan heeft ze helaas niet, want haar fototoestel werd later die reis in Boedapest gestolen.)

Op het moment dat Charmian Carr – dit was haar artiestennaam; haar echte naam was Charmian Farnon – dit nummer zong, was ze in werkelijkheid geen zestien jaar maar eenentwintig jaar oud. Haar tegenspeler Daniel Truhitte in de scene was geen zeventien maar al tweeëntwintig jaar.

(Nutteloos feitje: tijdens de filmopname ontmoette hij Gabriele Hennig, een Oostenrijkse die de stand-in was van Charmian Carr tijdens de filmopnamen.  Dat er af en toe een stand-in nodig was, bleek wel tijdens het opnemen van de dansscène op de bankjes. Toen Charmian Carr over de banken moesten rennen, gleed ze uit en viel ze door een ruit heen. Ze liep een snijwond op aan haar enkel. In de originele opnames is een verband om haar been te zien. Bij de restauratie van de film werd dit weggewerkt. Op de dvd is dit verband niet meer te zien. Daniel Truhitte en Gabriele Hennig zouden een relatie krijgen en binnen een half jaar trouwen; nog een nutteloos feitje: de ouders van Gabriele Hennig heetten Rolf en Liesl net zoals de karakters van hem en van Charmian Carr in de film; dit heet toeval).

Maar terug naar Charmian Carr. In 1967 trouwde ze met een tandarts, kreeg twee kinderen met hem en stopte met haar showbusinesscarrière. (In 1991 eindigde dit huwelijk in een scheiding.) In de jaren tachtig ging ze aan het werk als binnenhuisarchitecte. Tot haar klanten behoorde onder andere Michael Jackson, die een groot fan van de Sound of Music was. Muzikaal gezien deed ze weinig meer. Wel was ze een regelmatige gast bij de jaarlijkse ‘Sing-A-Long’ avonden van de Sound of Music in de Hollywood Bowl in Los Angeles. Los van haar rol als Liesl kwam ze nooit helemaal. Ze schreef op latere leeftijd twee boeken ‘Forever Liesl’ en ‘Letters to Liesl’.

Ze stierf op 73-jarige leeftijd aan de gevolgen van dementie. Ze heeft Agatha von Trapp, de oudste dochter van de Von Trapp familie wier rol zij speelde, slechts zes jaar overleefd. Deze stierf in december 2010 op 97-jarige leeftijd.

Ze is de eerste van de zeven filmkinderen uit de Sound of Music die overleden is. Op de site van het AD staat een interessant artikel over hoe het met de rest van de filmkinderen na de Sound of Music is gegaan.

Ouwe Joekel

Onze wekkerradio staat standaard op Radio West. Op zondag zendt deze omroep om negen uur ‘s morgens het programma ‘Ouwe Joekel’ uit, gepresenteerd door een zekere Leen Huisman. ‘In het programma Ouwe Joekel laat Leen Huisman mooie, oude 78-toerenplaten uit zijn archief horen: muziek die al jaren niet meer op de radio te horen is.” aldus de site van Omroep West.

Leen Huisman is één van de oudste disjockeys van Nederland. Hij is momenteel 85 jaar oud. Hij is echter niet de oudste dj van Nederland. Voor zover ik weet – en als ze nog leeft- is dat een zekere Jans Baan van Radio Woerden. Afgelopen maart werd ze negentig jaar oud en toen was ze in elk geval nog steeds actief op deze locale zender.

Leen Huisman draait een uur lang verzoekjes. Het zijn altijd oude plaatjes, Nederlandse liedjes maar ook veel vooroorlogse Amerikaanse nummers. Zijn publiek is niet het jongste. “Wij luisteren altijd met heel veel plezier naar uw programma, nu wil ik heel graag een plaatje aanvragen voor mijn man Rob, die 18 augustus 87 jaar is geworden[..]  Leen draait niet alleen verzoekjes, hij is ook een wandelende vraagbaak met een fenomenaal geheugen en/of archief.

“Mevrouw L. Poot schreef ‘Ik hoorde een liedje maar ik weet de titel en de zangers niet, alleen weet ik nog dat mijn moeder geregeld zong ‘vandaag is het nog geen morgen’. Kunt u mij misschien helpen aan de  titel van dit liedje en de zangers die het zingen?

 Uiteraard weet Leen dat: “De juist titel mevrouw is ‘geen geld en toch geen zorgen’ en het is een liedje uit de Nederlandse speelfilm ‘Malle gevallen’ van de Jordaanse films, 1934 was dat. Dat was een film met Johan Kaart en Jopie Koopmans. En wie dat allemaal op de plaat hebben gezet, dan zijn er verschillende, dat was Bob Scholte, Willy Alberti, Rien van Nunen, Johan Kaart en Jopie Koopmans en deze zanger, Eddie Meenk met het orkest van Max Tak. Hij was een trompettist, vocalist die voordat hij als orkestleider naam maakte, lid was van het dansorkest the Ramblers. Hier is uw liedje en ik wens u veel luisterplezier met ‘Geen geld en toch geen zorgen’ uit 1934”.

Even later horen we een krakende – maar dat zal de plaat wel zijn – Eddie Smeenk zingen: ‘Geen geld en toch geen zorgen./ Want wat komt het er op aan? / Vandaag is nog niet morgen. / Morgen zal het ook wel gaan. / Er zijn nog zoveel lieve meisjes. / Er is nog zoveel zonneschijn. / Geen geld en toch geen zorgen. / Dan pas is het leven fijn.

Een opbeurende boodschap in elk geval. Dat Leen een wat ouder publiek heeft – ok, wij luisterden dus ook – kan je ook merken aan de brieven die hij krijgt. Iemand vroeg een plaatje aan voor zijn ‘beste kameraad’ maar zoals Leen ons laat weten: ”U vergat jammer genoeg zijn naam te noemen”. Maar ach, so what,  nu kunnen meerdere mensen denken dat het plaatje speciaal voor hen was aangevraagd.

De politie tijdens een Beatles-concert

beatles 2

Dit is een Engelse ‘Bobby’. Hij lijkt niet alleen heel jong, hij zal dat vermoedelijk ook zijn. Waarschijnlijk zullen ze op het bureau hebben gezegd: “Dit is wel iets voor jou”. Dat ‘dit’ is een concert van de Beatles in 1963. De foto is namelijk een ‘still’ uit een filmpje wat ik toevallig op YouTube tegen kwam, waarin de Beatles tijdens een concert op 20 november 1963 in Manchester ‘She loves you’ spelen.

Het lijkt op de bovenstaande still alsof deze bobby het niet erg naar zijn zin heeft, maar dat is niet waar. Als je namelijk het filmpje afspeelt (even op het bovenstaande plaatje klikken; hij komt bij 1 min 26 in beeld) dan zie je dat gedurende de paar seconden dat hij in beeld is, hij enthousiast ritmisch met zijn hoofd staat mee te bewegen.

Wie het hele filmpje uitkijkt, ziet op 2.08 min nog een flits van een politieagent.

beatles 1

Deze, met platte pet, is wat ouder maar ook nog steeds vrij jong. In de paar seconden dat hij in beeld is, draait hij zich om naar iemand om wat te zeggen. Vermoedelijk zal dat iets in de trend zijn van “Wat gillen die meiden vreselijk” of zoiets. Dat er flink gegild wordt, is ook te zien aan het meisje rechtsonder op de voorgrond. Ze houdt haar handen voor haar oren. Dat doet ze waarschijnlijk niet om de muziek niet te horen, want anders ga je niet naar het concert. Het gegil is dan ook enorm.

Ongetwijfeld zullen er nog meer geüniformeerde agenten aanwezig zijn geweest, want met twee man kan je deze hysterische groep gillende meisjes nooit onder controle houden. Ook zou het heel goed kunnen, dat de leiding van het politiebureau aanwezig was, want op dit beeld genomen op 2.21 minuut van het filmpje zag ik nog een drietal mannen in het publiek, die er niet echt als fan uit zien. Het lijken me eerder managers. Maar wellicht zijn het geen politiemensen maar commerciële mannen die komen kijken of ze ook iets aan de Beatles kunnen verdienen.

beatles 3

p.s. Het filmpje stamt uit 1963. Blijkbaar hadden de Beatles in die tijd geen geld voor een aparte microfoon voor George Harrison en moest deze de microfoon delen met Paul McCartney. De reden dat hij met Paul McCartney meezong en niet met John Lennon, is dat Paul McCartney linkshandig is en de gitaar dus andersom vast houdt. Daardoor zitten de gitaren elkaar niet in de weg. Nutteloos feitje: toen Paul McCartney pas begon, had hij alleen een rechtshandige basgitaar. Hij bespeelde deze op zijn kop – de gitaar uiteraard; niet hijzelf.

p.p.s. Het filmpje is ruim 52 jaar oud, twee van de Beatles zijn inmiddels dood, Ringo Starr is 76 jaar oud, Paul McCartney 74 jaar en de meeste gillende meisjes zullen nu tegen de zeventig lopen. De tijd schrijdt voort, heet zoiets.

De Shangrila’s versus Donald Trump

Quizvraagje: Is dit Marlon Brando in de klassieke motorfilm ‘The Wild One’ uit 1953 of is dit de Amerikaanse acteur en zanger Robert Goulet in 1964 in de Amerikaanse gameshow ‘I’ve got a secret’?

shangrila motor

Als je op de afbeelding klikt, dan zie je het antwoord. Het is Robert Goulet die figureert in een  optreden van de Shangrila’s tijdens ‘I’ve got a secret’. In deze populaire show moest een panel “een geheim ontrafelen”. Regelmatig waren er gastoptredens van bekende Amerikanen. Zie hieronder bijvoorbeeld een deel van een aflevering uit 1967 met een nog jonge Woody Allen.

woody allen

In de aflevering met Robert Goulet en de Shangrila’s  liet de quizmaster twee panelleden, samen met Robert Goulet, de songtekst voorlezen van ‘The Leader of the Pack’, op dat moment de nummer 1 hit van het land. De bedoeling was om te kijken of het (wat oudere) panel het lied herkende. Uiteraard was dit, al of niet gespeeld, niet het geval. Vervolgens playbackten de Shangrila’s het nummer op het podium, waarbij Robert Gouldman, in een soortgelijke outfit als waarmee Marlon Brando beroemd was geworden in ‘The Wild One’, op een bromfiets het podium op kwam. Wie het hele item wil zien, klik op onderstaande afbeelding.

ive got a secret

De Shangrila’s was een Amerikaanse meidengroep die van 1964 tot 1967 zeer succesvol was. De groep bestond uit de zusters Mary en Betty Weiss en de eeneiige tweeling Mary Ann en Marge Ganser. Ze zaten allemaal op dezelfde school in Brooklyn, New York. Ze waren erg jong toen ze in 1964 succes kregen (de zusjes Weiss waren op dat moment 17 en 15 jaar oud;  de tweeling 16 jaar oud). Hun repertoire bestond uit wat de Engelstalige Wikepedia zo mooi ‘heartbreaking teen melodramas’ noemt.

In september 1964 hadden de Shangrila’s hun eerste hit. Het nummer ‘Remember (Walkin’ in the Sand)’ haalde de vijfde plaats van de  Amerikaanse hitparade. De opvolger ‘The leader of the Pack’ bereikte eind november zelfs de eerste plaats van ‘Billboard’s Hot 100’. Andere klassiekers waren ‘I Can Never Go Home Anymore  (nummer 6 in december 1965) en ‘Past, Present And Future (nummer 59 in juli 1966). Marry Weiss, die de meeste solo’s zong, ging niet altijd mee naar de optredens. Zo ontbrak zij – ze was toen 15 en moest naar school – ook tijdens hun optreden in ‘I’ve got a secret’. Haar zuster Betty Weiss playbackte bij die gelegenheid haar deel.

Na 1967 was het gedaan met hun succes. In 1968 gingen ze uit elkaar. In 1970 overleed op 22-jarige leeftijd Mary Ann Ganser, vermoedelijk aan een hersenontsteking. Ze kampte al langer met gezondheidsklachten. Haar tweelingzuster zou in 1996 overlijden aan de gevolgen van borstkanker. In 2007 keerde Mary Weiss  terug in de muziekwereld en nam een soloplaat op.  Voor wie meer over de Shangrila’s wil weten, lees deze informatieve site.

Vorige week kwam Mary Weiss opeens weer in het nieuws. (Vandaar deze blogpost.) Donald Trump gebruikte namelijk één van de nummers van de Shangrila’s tijdens zijn verkiezings-bijeenkomsten. Ik weet niet of Donald Trump fan van de Shangrila’s was, maar omgekeerd is dit duidelijk niet het geval. Mary Weiss verbood Trump uitdrukkelijk om het nummer nog langer te gebruiken

Vliegtuigenongelukken en muziek (2)

Er zijn een hoop artiesten bij een vliegtuigongeluk om het leven gekomen. Jim Croyce, John Denver, Buddy Holly, The Big Bopper, Ritchy Valens, Ricky Nelson, Kyū Sakamoto (wie?; op hem kom ik straks terug), Otis Redding, Patsy Cline, Jim Reeves en Glen Miller om er maar eens een paar te noemen.

Opvallend aan dit lijstje is dat, op één na, al deze artiesten om het leven zijn gekomen met een ongeluk met hun eigen vliegtuig of met een gehuurd privévliegtuig. De enige uitzondering is de Japanner Kyū Sakamoto. Hij kwam op 12 augustus 1985 om het leven bij het ongeluk met een Boeing 747 (Japan Airlines Flight 123) die tegen een berg op zo’n 100 kilometer van Tokio aan vloog. Dit ongeluk is tot aan vandaag de dag nog steeds het vliegtuigongeluk met het hoogste aantal slachtoffers (520 mensen). (Weliswaar kwamen in 1977 bij de botsing op Tenerife van een vliegtuig van de KLM met een vliegtuig van Pan AM meer mensen om het leven (583 mensen), maar dit aantal betrof het totaal aantal slachtoffers van de twee vliegtuigen samen.)

De oorzaak van de ramp met het Japanse vliegtuig was gelegen in een slechte reparatie van een beschadigd staartstuk zeven jaar daarvoor. Deze beschadiging was ontstaan toen bij een slechte landing de staart van het vliegtuig de grond raakte. De reparatie werd slecht uitgevoerd, waardoor er in de loop van de tijd steeds meer barstjes in een stuk van een drukschot bij het staartstuk ontstonden. Zeven jaar en 12.000 vluchten later barste dit open en een wegvliegend stuk sloeg een deel van de staartvleugel er af, waardoor de hydraulische systemen die het roer, de hoogteroeren en de rolroeren aanstuurden beschadigd raakten. Het vliegtuig raakte daardoor onbestuurbaar. Alleen door meer of minder gas te geven kon de bemanning het toestel nog enigszins richting geven. Ze slaagden er in om het vliegtuig nog een half uur in de lucht te houden  – een aantal passagiers gebruikten die tijd om afscheidsbriefjes aan hun familie te schrijven die later werden gevonden  – totdat het toestel een bergketen raakte.

Wonder boven wonder overleefden vier mensen de crash. Dit aantal had hoger kunnen zijn, maar een helikopter van een Amerikaanse vliegtuigbasis die twintig minuten na de inslag boven de rampplek vloog, kreeg van de Japanse autoriteiten geen toestemming om bij het neergestorte vliegtuig te landen – men dacht dat er toch geen overlevenden zouden zijn. Pas de volgende morgen bereikte een groep Japanse reddingswerkers het wrak. Tot hun verbazing troffen ze nog vier mensen aan die de crash hadden overleefd. Deze verklaarden dat ze in de uren daarvoor nog hulpgeroep uit het wrak hadden gehoord van andere overlevenden, maar deze waren in de loop van de nacht allemaal bezweken.

Tot de slachtoffers behoorde ook Kyū Sakamoto. Hij was een zeer populaire Japans zanger die bekend stond om zijn eeuwig goede humeur en glimlach. Ook buiten Japan had hij succes. Hij is tot nu toe de enige Japanner die een nummer 1 hit heeft gehad in Amerika. Met het in het Japans gezongen (!) lied ‘Ue o Muite Arukou’, dat ‘Ik kijk omhoog terwijl ik loop’ betekent, was hij in juni 1963 drie weken lang de “Billboard Hot 100 number one single“. In totaal verkocht hij wereldwijd meer dan 13 miljoen exemplaren van het nummer.

sukiyaki

Het nummer werd overigens niet onder zijn originele Japanse titel in Amerika en Engeland uitgebracht. De platenbonzen dachten dat de Japanse titel te moeilijk uitspreekbaar zou zijn en noemden het nummer ‘Sukiyaki’, naar het Japanse gerecht (dat geheel niet in het nummer voorkomt). Volgens een columnist van Newsweek zou een vergelijkbare actie zijn het in Japan uitbrengen van het lied ’Moon River’ onder de titel ‘Beef Stew”’.

Het nummer is later door veel artiesten opgenomen, al of niet met letterlijke Engelse vertalingen of geheel nieuwe teksten. Zo bereikte in 1981 een Engelstalige versie (met een nieuwe tekst) van de groep ‘A taste of Honey’ de derde plaats van de Amerikaanse hitlijsten en 4. P.M. haalden in 1994 met hun versie de achtste plaats van de Amerikaanse hitparade.

In Nederland namen de Blue Diamonds het nummer op. Met  hun Duitstalige versie bereikte ze in 1963 in Duitsland de tweede plaats van de hitparade. In deze versie komt het woord ‘Sukiyaki’ overigens wel voor – “Beim Suki-Sukiyaki in Naga-Nagasaki“,

Blue Diamonds

Even geheel off-topic: Eind jaren vijftig was mijn vader een aantal jaren examinator bij MULO- eindexamens. Onder de bloednerveuze kandidaten die hij in die jaren voorbij zag komen, waren ook twee broertjes die vooral bezig waren met het maken van muziek en niet zo zeer met leren. Ze vonden het schoolbandje belangrijker dan de schoolboeken. Het waren de broertjes Riem en Ruud de Wolf, beter bekend als de Blue Diamonds. Ze slaagden wel, zowel voor hun schooldiploma als in de muziek.

Maar goed Kyū Sakamoto overleed dus in 1985 bij de ramp met Japan Airlines 123.

Vliegtuigongelukken en muziek

Ik heb wel eens overwogen om een verhaal te schrijven over het onderwerp ‘vliegtuigongelukken en muziek’. Ok, een beetje morbide onderwerp maar het zit vol met boeiende verhalen. Wist u bijvoorbeeld dat pas naar aanleiding van het vliegtuigongeluk van Buddy Holly de Amerikaanse autoriteiten besloten om in het vervolg de namen van slachtoffers pas vrij te geven nadat de familie was ingelicht? Zo hoorde zijn moeder, die nog van niks wist, het nieuws over zijn overlijden op de radio en zag zijn zes maanden zwangere vrouw het nieuws over zijn overlijden op de televisie (ze kreeg de volgende dag een miskraam.)

En wist u dat voor één van de mooiste tranentrekkers over vliegtuigongelukken,‘ Ebony Eyes’ van de Everly Brothers (geschreven door John Loudermilk), met onder andere de regels:

“The plane was way overdue, so I went inside to the airlines desk / And I said, “Sir, I wonder why 1203 is so late? / He said, “Aww, they probably took off late / or they may have run into some turbulent weather and had to alter their course”

dat Felice Bryant, van het echtpaar Bryant dat de meeste liedjes van de Everly Brothers heeft geschreven en die bij de opnamen van dit liedje aanwezig was, alle vliegtuigmaatschappijen in Amerika ging bellen omdat ze er zeker van wou zijn dat er geen bestaand vluchtnummer 1203 was. Dit om onnodig leed te voorkomen.

everly brothers

Kortom anekdotes zat, maar ja ik ben er nog steeds niet aan toegekomen om zo’n verhaal te schrijven.

George Martin

George Martin is op negentigjarige leeftijd overleden. Hij was de producer van de Beatles die de Beatles mede groot heeft gemaakt. De violen op Yesterday en Elanor Rigbey, dat was bijvoorbeeld het idee van George Martin. Hij was ook de man die de ideeën van John Lennon kon omzetten in muziek, vaak op een bijzondere wijze. Ik citeer even uit een stuk over het overlijden van Martin – van George Martin dus, ik ben niet overleden – zoals dat vandaag in De Volkskrant staat. Menno Pot begint zijn ode aan George Martin als volgt:

“Februari 1967, John Lennon heeft een liedje geschreven gebaseerd op een circusposter uit de 19de eeuw. Hij zegt tegen producer George Martin dat het liedje een ‘kermissfeer’ moet hebben, dat je het ‘zaagsel op de vloer‘ moet kunnen ruiken. Of Martin dat even wilde regelen. Martin aan de slag. Draai- en stoomorgels, een versneld opgenomen Hammondorgel, hij kon het gewenste effect niet vinden, waarop Martin opnamenleider Geoff Emmerick opdracht gaf de tapes te verknippen en in willekeurige volgorde weer aan elkaar te plakken. En zie daar, het tollende geluid van Being For The Benefit Of Mr. Kite: flarden van pierementen, schijnbaar van alle kanten tegelijkertijd. Kermis. Martin had het hem weer geflikt.

Uiteraard regende het reacties op het overlijden van de vijfde Beatle zoals Martin ook wel werd genoemd. Zo stuurde Ringo Starr twee tweets de wereld in. Eerst:

0 george martin 2

Op  het Cultuurblog van De Volkskrant Online schreef een journalist naar aanleiding van deze tweets over een ‘emoji-necrologie’: “Starr zwaait de overledene uit met vijf emoji’s, die volgens hem staan voor de persoon George Martin: Hij was cool: smiley met zonnebril /  Met hem zijn we groot geworden: V-teken voor Victorie / Hij was geweldig: stralend sterretje [..]”

Vermoedelijk was deze journalist er niet van op de hoogte dat Ringo Starr al zijn tweets met deze emoticons ondertekent. 00

En nu we het toch over Ringo Starr hebben, ik was eigenlijk wel nieuwsgierig naar de reactie van Pete Best op het overlijden van George Martin. Pete Best was twee jaar lang, van augustus 1960 tot augustus 1962, de drummer van de Beatles. Maar toen de Beatles in 1962 een platenopname mochten maken voor Parlophone, vertelde producer Martin tegen Brian Epstein, de manager van de Beatles, dat hij voor de plaatopname de drumpartij door een studiomuzikant wilde laten inspelen. Dit omdat hij het drumspel van Pete Best niet sterk genoeg vond. Dit zette een proces van gebeurtenissen in gang wat er in resulteerde dat Pete Best door Ringo Starr werd vervangen. Iets waarover George Martin altijd een schuldgevoel had.

I decided that the drums, which are really the backbone of a good rock group, didn’t give the boys enough support. They needed a good solid beat, and I said to Brian, ‘Look, it doesn’t matter what you do with the boys, but on record, nobody need know. I’m gonna use a hot drummer.’ Brian [Epstein] said, ‘Okay, fine.’ I felt guilty because I felt maybe I was the catalyst that had changed his [Best’s] life…” aldus George Martin geciteerd op de Engelse Wikipedia.

Overigens speelde op de studio-opname van ‘Love me do’ niet Ringo Starr de drumpartij maar de studiomuzikant Andy White.

Pete Best zou ruim dertig jaar later dankzij Martin toch nog miljonair worden. In 1995 stelde George Martin namelijk de historische Anthology  Beatles albums samen. Voor Anthology 1 koos Martin er voor om ook de Decca en Parlophone audities op te nemen waarop Pete Best meespeelde. Na verluid heeft dit Pete Best een bedrag van tussen de één en vier miljoen pond opgeleverd. Kan je nagaan wat het de andere Beatles heeft opgeleverd.

Maar goed, van de vijf man op de foto die Ringo Starr rond tweette zijn er inmiddels al drie overleden.

Bobby Solo

Als je op YouTube een videoclip afspeelt, dan geeft YouTube direct naast de clip die wordt afgespeeld een lijst met videoclips die je misschien ook interessant vindt. Zo ook gisteren toen ik op YouTube de videoclip afspeelde van Gigliola Cinquetti toen ze ‘Non Ho L’età’ zong tijdens het San Remo Songfestival van 1964. Bovenaan de lijst met suggesties van YouTube stond een clip van het optreden van Bobby Solo tijdens datzelfde festival. Deze Italiaan zong toen ‘Una lacrima sul viso.  (Klik op de onderstaande screenshot om de bijbehorende YouTube videoclip te openen; dat geldt voor alle screenshots in deze blogpost)

bobby solo screenshot

Ik had nog nooit van Bobby Solo gehoord maar wat een prachtige artiestennaam: Bobby Solo! Het is dan ook niet zijn echte naam. In werkelijkheid heet hij Roberto Satti. Hij is geboren in 1945 en gold als de Italiaanse Elvis Presley. In tegenstelling tot de echte Elvis leeft hij nog. Hij is inmiddels 70 jaar oud (net zo oud dus als de ABBA-leden van gisteren; die vandaag ten opzichte van gisteren ook weer een dagje ouder zijn geworden).

Ten tijde van het songfestival van San Remo van 1964 was Bobby Solo 19 jaar oud en een populaire artiest. In de halve finale zong hij met veel succes zijn ‘Una lacrima sul viso’. Hij was de topfavoriet van het publiek. Echter tussen de halve finale en de finale in liep hij een keelontsteking op, waardoor hij niet in staat was om tijdens de finale het nummer live te zingen. Hij playbackte het nummer daarom, maar dit was niet toegestaan en het leverde hem een diskwalificatie op. Hierdoor won Gigliola Cinquetti niet alleen het San Remo festival maar even later ook het Eurovisie Songfestival. Zo zie je maar weer eens dat toeval en verkoudheid een grote rol in het leven spelen.

‘Una Lacrima Sul Viso’ (‘een traan op je gezicht’) werd door Bobby Solo wel als single uitgebracht. Het nummer stond liefst negen weken op de eerste plaats van de Italiaanse hitparade. Het was de eerste plaat in Italië die meer dan 1 miljoen exemplaren verkocht. Wereldwijd werden er zelfs drie miljoen exemplaren van verkocht.  Ook in Nederland werd het nummer uitgebracht maar hier was het niet zo’n groot succes. Het stond weliswaar in de allereerste top 40 van Radio Veronica, die dit radiostation op 2 januari 1965 uitzond, en wel op plaats 34, maar een week later was het nummer al weer uit de top 40 gevallen.

Er staan meerdere versies van Bobby Solo van dit lied op YouTube. Wie bijvoorbeeld zijn Italiaans wil oefenen kan er hier eentje uit 1964 zien met Italiaanse ondertitels. Als je heel goed oplet, dan kan je op 1 min 57 Gigliola Cinquetti tussen het publiek zien zitten. (Voor wie niet zo goed oplet: op het onderstaande screenshot is Gigliola Cinquetti de middelste persoon.)

cinquetti publiek

Maar veel mooier dan dit optreden is de onderstaande videoclip afkomstig uit de film ‘Una lacrima sul viso’. Zie hier een screenshot uit de film.

bobby solo clip

Het liedje was namelijk zo populair dat er in 1964 rondom het liedje een hele speelfilm werd bedacht met als hoogtepunt Bobby Solo die in zijn rol als Bobby Tonner – ook een mooie naam – het liedje zingt om het hart van de jongedame op de bovenstaande foto te veroveren.

(Een korte samenvatting van de film: Bobby Solo speelt Bobby Tonner, een Amerikaanse rock and roll ster en zoon van een Italiaanse immigrant, die tijdens een bezoek aan Napels een oude vriend van zijn vader opzoekt. De man blijkt een professor op een muziekacademie te zijn die Rock and roll muziek haat. Natuurlijk heeft de professor een prachtige dochter waar Bobby smoorverliefd op wordt. Er zijn nog wel wat complicaties te overwinnen, zoals de weerstand van de professor tegen de muziek van Bobby, de hinderlijke groupies van Bobby die om het huis van de professor rond hangen om een glimp van Bobby op te vangen, en ook is er nog een concurrent die ook in de dochter is geïnteresseerd. Deze liefdesrivaal neemt zijn toevlucht tot slinkse maatregelen maar als aan het einde  – zie de clip; – Bobby ‘Una lacrima sul viso’ zingt dan komt alles goed: de professor ziet in dat Bobby mooie liedjes kan zingen en de dochter realiseert zich dat Bobby de ware is. Even later is het eind goed, al goed.

In 1965 nam Bobby Solo wederom deel aan het songfestival van San Remo. Deze keer won hij wel en nam later dat jaar ook deel aan het Eurovisie Songfestival, waar hij als vijfde zou eindigen. Vandaag de dag treedt hij nog steeds op. Zie hier bijvoorbeeld hoe hij in 2014, wat ouder en grijzer geworden, in de prachtige arena van Verona nog een keertje ‘Una lacrima sul viso’ zingt.

Overigens in die tijd, halverwege de jaren zestig, had je veel meer Italiaanse films met populaire artiesten die liedjes in de film zongen. Het verhaal was altijd boy meets girl,  misverstand  en dan happy end. Zie hieronder bijvoorbeeld het  zingende eind van een film met Gianni Morandi.morandi

Of zie hieronder Gigliola Cinquetti  in een film uit 1966 waar zij via de luidspreker van een vliegveld haar geliefde in een vliegtuig toezingt. (Het misverstand in deze film was dat zij tegen hem had gezegd dat zij van goede komaf was terwijl ze in werkelijkheid een eenvoudig dienstmeisje was. Gelukkig komt ook hier alles goed en op het einde van de film hollen ze alsnog naar elkaar toe. Dat hollen is typisch een eind wat je in veel van die Italiaanse films uit die tijd ziet.

cinq film

Voor wie het begin van deze film ook wil zien, zie hier de openingsscène van de film met de filmtitels met een zingende Gigliola Cinqetti. Veel meer dan deze twee scenes (de begin en slotscene)  van de film hoef je niet te zien.

ci 3