Category Archives: Muziek

Voorzitter van de Eerste Kamer

Vannacht had ik een rare droom. Ik was voorzitter van de Eerste Kamer. Om het publiek meer bij de politiek te betrekken had de regering bepaald dat één keer per maand een gewone burger die dag voorzitter van de Eerste Kamer zou zijn. Er werd daarvoor geloot en het lot had mij aangewezen. Je kon je er niet aan onttrekken. Je was verplicht te komen.

Ik zou ’s morgensvroeg de agenda van de vergadering thuis gestuurd krijgen, maar hoe vaak ik ook in mijn mailbox keek, er zat geen mailtje met de agenda in. Dat begon al lekker. Op een gegeven moment moest ik weg, want anders zou ik te laat komen. Dan maar zonder agenda. Ik fietste naar het Binnenhof en om kwart voor negen liep ik de zaal van de Eerste Kamer binnen. Ik was de eerste. Er was nog niemand. Tien minuten later was ik nog steeds de enige in de zaal en opeens bedacht ik dat ik misschien wel in de verkeerde zaal zat.

Ik holde de zaal uit, vroeg aan iemand waar de Eerste Kamer die dag vergaderde en om één voor negen liep ik bezweet de goede zaal binnen. Ik ging op mijn plek zitten. Naast me zat een griffier die me gedurende de dag zou ondersteunen. Ik keek op mijn horloge. “Is iedereen er?” vroeg ik aan de griffier en toen hij daar bevestigend op antwoordde zei ik in de microfoon: “Het is negen uur. Zullen we beginnen” “Nee” zei de griffier “U moet zeggen: Hierbij verklaar ik de vergadering voor geopend.” “Excuses, hierbij verklaar ik de vergadering voor geopend.” sprak ik op deftige toon.

Direct liep er een kamerlid van de regeringspartij naar de interruptiemicrofoon. “Hier protesteer ik tegen. Het is nog maar één voor negen en u kunt de vergadering dus nog niet openen.” zei hij op verontwaardigde toon.  Ik keek op mijn horloge. Dat gaf nu aan dat het twee minuten over negen was. ”Ik heb het al na negenen” zei ik “En bovendien, als het nog geen negen uur was en de vergadering nog niet geopend kan zijn, dan kunt u dus ook niet protesteren.” Ik vond dat wel slim van mij bedacht en de oppositie was het mij eens want die ging luid op hun bankjes trommelen.

Enfin, de vergadering begon. Het onderwerp was een of ander moeilijke juridische zaak en nadat de eerste spreker, een lid van de oppositie, een ellenlang en saai verhaal had gehouden, zei ik: “Dank u wel voor uw interessante bijdrage”. Direct liep het kamerlid die eerder vond dat ik de vergadering niet had mogen openen naar de interruptiemicrofoon en zei: “Wilt u dat woord terugnemen. Het woord ‘interessant’ houdt een waardeoordeel in en de publieksvoorzitter van de Eerste Kamer moet neutraal zijn.” De griffier fluisterde me in het oor dat het betreffende kamerlid één van de felste tegenstanders was van een burger als Kamervoorzitter. Nee, echt leuk vond ik het leiden van de vergadering niet.

000000000 1e kamerCollega Prof. J.P. Mazure, voorzitter van de Eerste Kamer in 1966; Fotograaf onbekend; Nationaal Archief.

Wat ik wel leuk vond, was dat er een intermezzo was en wel van Paul McCartney. Waarom weet ik niet maar deze held uit mijn jeugd zou een korte toespraak in de Eerste Kamer houden. Ik moest – in mijn rol als Kamervoorzitter – hem welkom heten. Daar zag ik wel een beetje tegen op, want het moest in het Engels en dat houdt bij mij niet echt over. Ach, had ik hem nu maar aangekondigd met zo’n typische Britain’s Got Talent zin als: ‘the floor is yours’, maar ik moest zo nodig zeggen dat de Nederlandse regering zeer verheugd was dat hij zijn kostbare tijd aan ons ter beschikking stelde. En had ik nu maar deze zin door een professional laten vertalen, maar ik dacht dat ik dit wel zelf kon.

Nadat ik mijn welkomstwoord had uitgesproken, ontstond er wat geroezemoes in de zaal. “Je hebt zojuist gezegd dat je blij bent dat hij ter beschikking wordt gesteld van de regering, of te wel dat hij TBS krijgt” fluisterde de griffier in mijn oor. Ik kreeg een rood hoofd, maar Paul McCartney trok zich niks van mijn woorden aan. Hij zei dat hij blij was in Holland te zijn, dat hij van iedereen in Europa hield en dat hij tegen de Brexit was. Daarna begon hij een paar Beatles liedjes te zingen. Iedereen in de zaal, zowel de regeringspartijen als de oppositie zong mee, behalve het ene Kamerlid van de regeringspartij die de hele tijd al protesteerde. Die zat strak voor zich uit te kijken.

Toen het optreden voorbij was ging de vergadering weer verder. Ik vond het leiden van de vergadering maar niks en was blij dat het om twaalf uur was afgelopen. Ik ging lunchen met de griffier en liep daarna naar buiten. Het was lekker weer en ik ging op een bankje bij de Hofvijver zitten. Daar zat ik om twee uur nog, toen opeens mijn mobieltje ging. Het was de griffier. Waar ik bleef? De vergadering ging verder. Iedereen zat op mij te wachten. “Oh”, zei ik verbaasd. “Ik wist niet dat de vergadering ’s middags verder zou gaan” “Had ik dan niet in de agenda gekeken?” vroeg de griffier. “Die heb ik niet gehad” stamelde ik en haastte me naar de vergaderzaal.

Maar voordat ik daar aan kwam, werd ik gelukkig wakker. Ik bleek alles gedroomd te hebben. Dat was een opluchting.

Enfin, en nu dus de vraag, waarom droom ik nou zo iets? Paul McCartney kan ik nog verklaren. Een paar dagen geleden zagen Marianne en ik op YouTube het mooie filmpje waarin Paul McCartney samen met James Corden door de straten van het Liverpool uit zijn jeugd reed, terwijl hij tussen de gesprekken door samen met James Corden allerlei Beatles-liedjes zong.

000000000 1e paulAls je op de afbeelding klikt, dan kom je bij het filmpje op YouTube.

Maar voor de rest, geen idee waarom ik dat allemaal droomde. Wat ik wel weet, is dat in het geval u een goede dagvoorzitter voor een bijeenkomst zoekt, dat u dan beslist niet mij moet inhuren.

 

Het Eurovisie Songfestival

Waylon vertegenwoordigt dit jaar Nederland op het Eurovisie Songfestival. De bookmakers dichten hem geen grote kansen toe, ik geloof dat ze hem op plaats twintig zien eindigen en er is twijfel of hij de finale wel gaat halen. Eerlijk gezegd kan ik dat wel begrijpen. Ik vind het liedje, hoe goed Waylon ongetwijfeld ook kan zingen, eigenlijk maar helemaal niets. Als ik de berichten in de kranten goed begrijp, dan gaat me dit nu een boycot door Waylon opleveren, maar ach, ik vermoed dat hij deze site toch al niet bezoekt. En er is ook goed nieuws voor Waylon, ik ben namelijk niet zo’n goede voorspeller.

In de jaren zeventig studeerde ik aan de TH Twente in Enschede. In het gebouw op de campus waar de bibliotheek in zat, waren ook enkele muziek-oefenruimtes die je gratis mocht gebruiken. Ik ging in één van die kamers wel eens af en toe pianospelen. Er stond een piano die je mocht gebruiken. De kamer was geluidsdicht, wat in mijn geval maar goed ook was. Op een dag, nadat ik weer eens een keer de piano had mishandeld, liep ik door de gangen van het gebouw naar buiten, toen ik opeens uit één van de grotere ruimtes, waarvan de deur open stond, muziek hoorde komen

Ik moet zeggen het klonk goed en ik wierp een blik naar binnen. Er was een bandje aan het oefenen. Het waren zo te zien geen studenten, maar de oefenruimtes werden ook gebruikt door lokale groepjes. Ik luisterde het nummer af, knikte goedkeurend, en vroeg toen wie ze waren. “Teach-In” was het antwoord. Ai, dacht ik, met zo’n naam wordt het niks, maar ik zei het maar niet hard op.

Twee jaar later won Teach-In het Eurovisie Songfestival.

0000000 teach in

18 maart 1975; Teach In op weg naar het Eurovisie Songfestval in Stockholm; foto Rob Mieremet; Anefo; Nationaal Archief.

Als Waylon het Eurovisie Songfestival wint, weet dan, ik heb het voorspeld!

Naschrift 13 mei 2018:

Waylon haalde de finale. Hij eindigde daarin op de achttiende plaats. Na afloop zei hij:  ‘Er mag wel eens verandering plaatsvinden in Eurovisie’. Toen hij een aantal jaren geleden samen met Ilse de Lange tweede werd, hoorde ik hem dat toen niet zeggen. Ongetwijfeld een gevalletje van voortschrijdend verhelderend inzicht.

Zingen in een streektaal

Naar aanleiding van mijn blogpost van gisteren waarin ik aandacht besteedde aan ‘Op Fietse’ van Skik, heb ik tientallen reacties gekregen van lezers uit Friesland en Limburg. Waarom ik wel aandacht besteed aan een liedje gezongen in het Drents maar niet aan liedjes in het Fries en in het Limburgs.

Ai, mijn excuses, het was geen opzet. Ik zal proberen het goed te maken. Ok, ik overdrijf nu een beetje. Ik heb (vermoedelijk) maar één lezer in Friesland (Marianne haar zus) en één lezer in Limburg (Marianne haar nicht) en die lezen waarschijnlijk nog niet eens altijd alle blogposts (en klagen bovendien nooit). Maar goed, liedjes in het Fries en in het Limburgs dus.

Allereerst het Fries. De meest populaire Friese zanger is natuurlijk Guus Meeuwis. Zie hem hier zijn nummer-één hit ‘Het is een Nacht’ zingen

0000 guus(Voor deze en andere videoclips in deze blogpost geldt, klik op het plaatje om het nummer op YouTube te horen en te zien.)

Ok, grapje, Guus Meeuwis is natuurlijk geen Fries maar een op en top Brabander. Wel zingt hij hier in een programma van Omrop Fryslân met behulp van een tekstblaadje het nummer in het Fries.

Er zijn wel twee echte Friezen die een keer een nummer 1 hit hebben gehad met een liedje gezongen in het Fries, namelijk de leden van Twarres. Het duo stond in 2000 met ‘Wèr bisto’ liefst zes weken nummer één in de top 40. (Het nummer staat in de top 2000 in 2017 op plaats 1794, de laagste positie overigens sinds het nummer in 2001 in de top 2000 kwam).

0000 Twarres

De vrouwelijke helft van het duo, Mirjam Timmer, treedt met een nieuwe partner nog steeds op onder de naam Twarres. De mannelijke helft, Johan van der Veen, is nadat er bij hem de erfelijke spierziekte Ataxie van Friedreich werd vastgesteld – een ongeneeslijke en onomkeerbare ziekte waarbij uiteindelijk alle spieren in het lichaam afsterven – in 2007 gestopt met zingen.

Dan het Limburgs. De meest succesvolle Limburgse band is Rowwen Hèze. In de laatste top 2000 stonden zij met liefst zes verschillende nummers (Auto vleegtuug, Bestel Mar, De Peel in brand, Limburg, November en De neus umhoeg!) in de lijst. Het hoogst genoteerde nummer was ‘November’ op plaats 367.

0000 Rowen

Een andere Limburger die in de top 2000 staat is Gé Reinders met Bloasmuziek. Dit nummer stond in 2017 op plaats 671 in de top 2000. (In 2007 stond het – vermoedelijk na een fanactie –  zelfs op plaats 27). Hieronder staat een weergave van het nummer zoals hij dat in 2008 in het programma Kopspijkers zong onder begeleiding van de fanfare “De Bazuin”, een vereniging uit het Friese dorp Tzummarum.

0000 ge reinders

De Bazuin” is een bruisende vereniging uit het Friese dorp Tzummarum. Het fanfareorkest telt 52 leden van 14 tot 70 jaar (waarvan 3 jeugdleden) en komt sinds 1992 uit in de 1e divisie Fanfare. Ook heeft zij een jeugdopleiding met 3 leerlingen!, aldus de site van De Bazuin. Even tussendoor: een vereniging van 52 leden in een dorp met slechts 1400 inwoners is best veel; het dorp telt nog maar één winkel, een bakker die na het verdwijnen van de enige supermarkt in het dorp ook maar de functie van slager overnam. Hij noemt zich nu een ‘slakker.’

De redactie van het programma vond het waarschijnlijk een leuk idee om een Limburger te combineren met Friezen. Dan hadden ze daar natuurlijk ook Martine Bijl voor kunnen nemen, die in 1977 in het nummer ’Limburgs Klaaglied’ dit al in haar eentje deed.

0000 bijl

Overigens er zijn natuurlijk meer ‘minderheidstalen / volkstalen / streektalen / dialecten’ – kies maar een term uit waarbij u zich het prettigst voelt –  dan het Fries en het Limburgs, zoals bijvoorbeeld het Gronings, het Achterhoeks en het Twents. Ik kan ze helaas echter hier niet allemaal behandelen.

De enige “streektaal” die ik een beetje spreek, is het Twents. Ik heb een aantal jaren tijdens mijn studietijd in Enschede gewoond. Een echte Tukker legde me een keer uit dat Twents spreken heel makkelijk was. Je moest gewoon om de zin “Of niet dan” zeggen. Zo gezegd zo gedaan. Het weekend er op zag ik in de discotheek een Twentse schone staan en vroeg haar ten dans met de zin: “Wil je dansen, of niet dan?” Niet dus.

Maar goed, er zijn ook liedjes in het Twents. Iemand die wel eens in het Twents zingt, is Herman Finkers. Hier zingt hij een vertaling van ‘Bloasmuziek’ in het Twents. Zo zie je maar, van het Limburgs naar het Twents.

0000 herman finkers

Eerlijk gezegd versta ik er haast niets van. Misschien zingt hij het wel helemaal niet in het Twents maar gewoon stiekem in het Limburgs. Het zou wat zijn, of niet dan.

 

Op Fietse

Tot de talen die ik niet spreek, behoort ook het Drents. Ok, het is gewoon een Nederlands dialect, een variant van Nedersaksisch, net zoals het Fries en het Limburgs, maar ik heb toch moeite om het allemaal goed te verstaan.

Luister maar eens naar het mooie ‘Op Fietse’, een nummer uit 1997 van de Drentse groep Skik (dat is Drents voor ‘schik, plezier). Het gaat over – surprise, surprise (dat betekent ‘verrassing, verrassing’ op zijn Drents) –  fietsen. De mooiste uitdrukking: ‘heb de banden vol met wind’ uit het refrein.

wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage ‘k
heb de banden vol met wind
nee ik heb ja niks te klagen

0000 skik

Klik op het plaatje om het nummer op YouTube te horen en te zien.

Het lied is ook buiten Drenthe populair geworden. Zo staat het aI sinds 2003 in de Top 2000 (de laatste keer op plaats 401). In 2005 gebruikte Calvé het in een reclamespot voor pindakaas en in 2014 deed ING dat nog een keertje over (uiteraard niet om pindakaas te verkopen maar om hun bankzaken te promoten.)

Vanwaar schrijf ik hier nu over? Omdat ik gisteren ‘op fietse’ ging. Mooi weer immers. Was het een succes? Nou nee, niet echt. Het begon er al mee dat ik de zonnebrand was vergeten. Wel was ik gelukkig nog zo slim om een drinkbeker met water mee te nemen, wat minder slim was dat ik de deksel niet goed had vast gedraaid, want toen ik een slokje wou nemen, zaten er nog maar een paar druppels in.  De rest was weggelekt. Vervolgens was er ergens onderweg het fietspad opengebroken, waardoor ik kilometers de verkeerde kant werd omgeleid. Kortom niet zo’n succes allemaal, maar ach, ‘wie döt mij wat’.

Mooie foto’s heb ik onderweg niet gemaakt. Wel zag ik tussen Voorschoten en Wassenaar een nieuwe weg.

0000 bord

Althans, de weg was niet nieuw, hij heette zo: ‘de nieuwe weg’.  Ik moet zeggen, de verkeersborden nodigden niet echt uit om de nieuwe weg in te rijden – vooral dat ‘honden hebben voorrang’ baarde mij zorgen –  dus dat heb ik maar niet gedaan.

0000 bord2

Na twee uurtjes fietsen was deze doorzetter weer thuis.

Voor wie ook de tekst van ‘Op Fietse’ niet helemaal kan volgen, hierbij de hele tekst.

‘k trap de fietse deur ‘t buulzand hen
op ‘n zandpad tussen Slien en Erm
en as ik dalijk eben in Diphoorn ben
dan fiets ik deur
langs Ermerzand goa’k op Veenoord an
Neij Amsterdam en dan langs ‘t Dommerskanaal
en as ik dan de kassen zie dan fiets ik deur
want ik wul aal wieder ik wul alles zien
de leste mooie dag van ‘t joar misschien
alhoewel ‘t met de winterdag ok donders mooi kan wezen
ik wul aal wieder deur noar Weiteveen
want achter op ‘t veld daor ma ‘k graag wezen
a’k hier zo fietse en ‘t weijt nie slim
dan giet ‘t haost vanzölf

wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage ‘k
heb de banden vol met wind
nee ik heb ja niks te klagen
wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage
‘k zol haost zeggen, jao het mag wel zo

trap de fietse deur ‘t buulzand hen
op ‘n zandpad langs de Duutse grens
ik denk da’k dalijk even kieken gao in’t buutenland
de gruppe over, op naor Schöningsdorf
ik stao eben te kieken bij’n iemenkörf
en ik stao hier even te denken wat za’k nou doen
links of recht deur
want ik wul aal wieder nog naor Hebelmeer
‘n kaorte he’k nie neudig want ik ken ‘t hier
want a’k daor dalijk over ‘n slootie gao
dan ben’k weer terug in Nederland
ik wul aal weer wieder nog naor Barger-Compas
naor Klazienaveen-Noord en ‘t Oostersebos
a’k hier zo fietse en ‘t weijt nie slim
dan giet ‘t haost vanzölf

wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage ‘k
heb de banden vol met wind
nee ik heb ja niks te klagen
wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage
‘k zol haost zeggen, jao het mag wel zo

‘k gao nou over Barger-Oosterveld
over ‘t schoelpattie kort daor bij de Honeywell
en dan recht deur tot de brugge van Oranjedorp
‘n stukkie Bladderswieke en dan de Herendiek
en a’k pastoorse bos en de toren zie
dan fiets ik deur want ‘t weijt nie slim
‘t giet vandaag vanzölf

wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage ‘k
heb de banden vol met wind
nee ik heb ja niks te klagen
wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage
‘k zol haost zeggen, jao het mag wel zo

 

Peter Blanker en het Volkskrant Magazine

Er zijn dagen bij dat ik niet aan Peter Blanker denk, maar gisteren toen ik het Volkskrant Magazine las wel even. Maar voordat ik het daarover heb eerst even dit.

Wanneer ik over mijn werk voor dit blog vertel, vragen er steevast mensen hoe ik in mijn eentje toch zo’n mooi blog kan maken. Waar haal ik de inspiratie vandaan? Al die creativiteit! Hoe doe ik dat elke keer? En dan sta ik vrijwel altijd met een mond vol tanden. Want ik weet wel hoe ik het doe (ik doe het gewoon), maar niet wat de theorie daarachter is.

Zo, zo, zult u misschien zeggen, het mag wel iets bescheidener. Dat ben ik met u eens. Ik moet dat niet over mijzelf schrijven. De Franse journalist Philippe Bouvard zou zeggen “La modestie est l’art de faire dire par d’autres tout le bien que l’on pense de soi-même”. Voor het geval u uw talen wat minder spreekt dan ik, dat betekent: “Bescheidenheid is de kunst om de anderen al het goede te laten zeggen dat je van jezelf denkt.” (Kijk, ik spreek ook nog eens mijn talen en schudt daarnaast allerlei citaten zo uit mijn mouw.)

Ok, ik biecht het maar gelijk op, ik spreek mijn talen helemaal niet goed en ik haalde het citaat en de vertaling van de site Citaten.net. En het stukje dat ik over mijzelf schreef is zo ongeveer het begin van het redactioneel commentaar van de, deze week afscheid nemende, eindredactrice van het Volkskrant Magazine.

0000 volkskrant

Snapt u nu waarom ik gisteren opeens aan Peter Blanker moest denken? Daarom voor de eindredactrice van het Volkskrant Magazine de volgende clip:

0000 peter blanker

Overigens wat u vast niet wist – en ik wel; oeps, ga ik toch weer opscheppen – is dat dit nummer een vertaling is van ‘’It’s Hard to be Humble’ van de Amerikaanse zanger Mac Davies. Op onderstaande clip zingt hij het nummer samen met Kenny Rogers.

0000 Mac Davies

Mijn carrière als tekstschrijver (3)

Vooruit, nog één keer iets over mijn carrière als tekstschrijver. Naast mijn Engelstalige werkjes heb ik ook een keer een Nederlandstalige carnavalshit  – daar staat ‘carnavals-hit’, geen carnaval-shit’ -geschreven. Het was een tekst voor de broer van een stagiair die tijdelijk in onze studentenflat woonde. Hij was afkomstig uit een klein gehucht uit Brabant met een rare plaatsnaam, welke naam in carnavalstijd ook nog eens veranderde in een andere rare naam, Knopendorp of zoiets – Blauwe Knopendorp (?) – alsof de originele naam al niet raar genoeg was.

Zijn broer vormde samen met iemand anders uit het dorp een carnavalsduo. Het liep tegen de elfde van de elfde en hij vroeg, nadat hij mijn Engelstalige meesterwerkjes had gelezen, of ik niet een carnavalskraker voor zijn broer kon schijven? Tuurlijk zei ik, kom maar op met een fles rosé. Het was nog de tijd dat je rosé als wijn dronk, ik heb dat al jaren niet meer gedronken. Na twee glazen hadden we een tekst op papier staan. Onze carnavalskraker had de originele titel: ‘Neusverkouden (of de gevaren van een onverwachte nies)’. Het eerste couplet ging ongeveer als volgt:

0000000 0 aa

Het rijmt niet echt, meende de stagiair te moeten opmerken. Ik legde hem uit dat dat juist heel sterk en modern was. En hé, het was voor de carnaval, dan gaan mensen toch niet kijken of het wel rijmt. Als er maar een refreintje was, dat ze konden meebrullen. En dat konden ze, zie hier:

0000000 0 bb

Enfin, u begrijpt dat mocht ik ooit de Nobelprijs voor literatuur krijgen, dat dan deze carnavalskraker een grote rol heeft gespeeld bij het toekennen van deze prijs. Of het overigens daadwerkelijk een carnavalskraker in Knopendorp is geweest, geen idee. De stagiair vertrok al voordat het carnaval echt los barstte.

0000000 0 pbPrins Bernard tijdens het carnaval: hatsjie, hatsjie, hatsjoe!

Mocht u veertig jaar geleden tijdens de carnavalsperiode last van dit lied hebben gehad, alsnog mijn oprechte excuses.

Mijn carrière als tekstschrijver (2)

Nog even terugkomend op mijn songteksten die ik bijna veertig jaar geleden naar The Jam stuurde (zie de vorige blogpost). Helaas voor het toekomstige Grote Martin Museum (‘het GMM’) zijn deze teksten verloren gegaan.

Ik weet nog wel dat ik drie teksten had opgestuurd maar de originele songteksten heb ik niet meer. Ik heb zelfs geen flauw idee meer waarover de eerste tekst ging. De tweede, ‘a Future’, ging over – hé dat is verrassend – de toekomst, maar ik heb geen idee meer hoe de tekst luidde. Ik weet nog wel dat er een spaceshuttle in voor kwam. Ik geloof dat de eerste spaceshuttle in die tijd nog de lucht in moest gaan. De laatste spaceshuttle vloog in 2011, dus de tekst zal ongetwijfeld hopeloos verouderd zijn. “Al is de toekomst nog zo snel, de tijd achterhaalt haar wel”.

Van mijn derde songtekst, ‘Zanzibar’ genaamd, heb ik nog wel een kopie, niet echter van het origineel, maar wel van de door Piano Francis gewijzigde versie. “Piano Francis? Wie is dat nou weer?” zult u misschien zeggen. Piano Francis was iemand uit Blackpool, Engeland, die ik leerde kennen dankzij een Engels blad voor musici, tekstschrijvers en componisten. Nadat Paul Weller had gezegd dat ik vooral door moest gaan, had ik voor twintig pond een eenjarig abonnement op het blad afgesloten. Het bevatte niet alleen tips – “Zorg dat je het copyright niet kwijt raakt!”; A ha, goede tip –  maar ook een rubriek waarin componisten en tekstschrijvers met elkaar in contact konden komen.

Een zekere Piano Francis uit Blackpool zocht songteksten. Ik stuurde mijn teksten op en na een tijdje kreeg ik een brief terug. Piano Francis, het bleek een vrouw te zijn die muziek componeerde, was wel geïnteresseerd om Zanzibar van muziek te voorzien. Ik zei dat ze het mocht proberen en weer even later plofte er een enveloppe met een cassettebandje in mijn brievenbus. Het was Zanzibar maar nu op muziek.

Ik zette het bandje op en ik hoorde een vrouw met zangkwaliteiten die de mijne niet ver overtroffen de avonturen van een ‘A unknown  stranger in Zanzibar’ zingen. De coupletten van mijn oorspronkelijke tekst hadden elk vijf regels. Omdat het haar muzikaal beter uitkwam, zo schreef ze, had ze echter uit elk couplet één regel weggelaten. Zie hier de door haar aangepaste tekst.

0000000 0 zanzibar 2

Het was de tijd dat de eerste videoclips verschenen. Bij het schrijven van Zanzibar had ik mij een soort mini-speelfilm gevisualiseerd over een soort Indiana Jones-achtige figuur, die spannende avonturen beleefde op Zanzibar, daar een romantische nacht doorbracht met een vrouw die heilig bleek te zijn – wat de vreemdeling niet wist-   waarna allerlei woestelingen met zwaarden hen door paleizen, over daken en door straten achtervolgden. “Oh sharp are the swords in Zanzibar, oh sharp is the word in Zanzibar” (Dat laatste betekende dat je moest opschieten, dat had ik in een woordenboek gelezen.)

Of de tekst door de inkrimping van Piano Francis beter of slechter was geworden, weet ik niet, maar die wijzigingen vond ik niet zo erg. Wat ik wel wat minder vond, was dat ik haar muzikale compositie eigenlijk niet zo mooi vond. Piano Francis stelde voor om er een professionele demo van te laten maken met een echte zangeres – dat laatste leek me wel een goed idee. Maar zoiets kostte geloof ik 100 pond en daar had ik, arme student, geen zin in. Ik stelde voor dat als zij er vertrouwen in had, zij op haar eigen kosten een demo mocht laten maken van Zanzibar en als er ooit geld mee zou worden verdiend, dan zou de eerste 100 pond uiteraard voor haar zijn. Zoveel vertrouwen in haar compositie had zij blijkbaar ook niet, en het project stierf een stille dood.

Een aantal jaren later – ik was al twee keer verhuisd –  kreeg ik opeens een doorgestuurde brief van Piano Francis. Ze wou alsnog een demo op haar kosten laten maken, of dat mocht? Ik zei dat ik het goed vond en wenste haar veel succes. Ze moest maar een keer laten weten of het wat was geworden. Enfin, nooit meer iets van gehoord. Maar wie weet, misschien is Zanzibar toch nog ergens een wereldhit geworden. Wellicht in Zanzibar?

Mijn carrière als tekstschrijver

Ongeveer 40 jaar geleden leek het mij wel een goed idee om me eens in de wereld van de popmuziek te begeven, oftewel in de wereld van seks, drugs en rock ’n roll. Nu was en ben ik nooit geïnteresseerd geweest in drugs, en rock ’n roll is niet echt mijn muziek, maar die seks, dat leek me wel wat. Ik had toen nog het rare idee dat je als popmuzikant meer aantrekkingskracht had op het andere geslacht dan als wiskunde-student. Kortom, om iets met popmuziek te gaan doen, dat leek me wel een goed plan.

Nu was er wel een probleem. Ik ben geen geboren muzikant – understatement –  en kan niet echt zuiver zingen – en heel groot understatement. Wie mij nog nooit heeft horen zingen, wees blij. Een carrière als zanger zou het beslist niet worden.

Maar niet getreurd, ik zag een andere mogelijkheid. Ik was namelijk goed in sinterklaasgedichten schrijven, dus songteksten schrijven moest ik wel kunnen. Ik zag het al helemaal voor me: een aantrekkelijk meisje dat in een discotheek enthousiast op een nummer staat te dansen en dat ik dan vervolgens achteloos zeg: “Van dat nummer heb ik de tekst geschreven, ik ken die gasten heel goed”.

Het eerste probleem was natuurlijk: voor wie moest ik die songteksten schrijven? Ik woonde in die tijd in Enschede. Dat was niet echt een popstad. Eind jaren zestig had je er de Buffoons en in 1975 had Teach-in met Ding-a-dong het Eurovisiesongfestival gewonnen, maar dat was het wel, eind jaren zeventig was er niet één Enschedese band die iets voorstelde. Bovendien wou ik gaan voor internationaal succes. Ik kocht daarom een Engels muziekblad en keek wie er de hitlijsten aanvoerde.

Het was een bandje genaamd The Jam. Een beetje punkachtig trio dat vooral in Engeland waanzinnig populair was. Ze stonden met meerdere platen tegelijkertijd in de Engelse charts en hun single ‘Going Underground’ kwam zelfs op nummer 1 binnen in de Engelse hitlijsten.

0000000 0 jam(Door op de afbeelding te klikken kom je bij het nummer op YouTube terecht.)

Het was niet echt mijn muziekstijl – voorzichtig geformuleerd – maar ze zongen veel maatschappelijk kritische teksten en daar kon ik mij wel in vinden. Bovendien was het een populaire groep en zoiets zocht ik. (In Nederland hebben ze nog een hitje gehad met een Town Called Mallice.) De vraag of ze wel op mijn songteksten zaten te wachten, leek mij een detail van ondergeschikt belang.

Ik schreef een aantal teksten, die ik u hier wijselijk zal besparen. Eentje ging over een energiecrisis die er volgens mij aan zat te komen –  ik was mijn tijd toen al ver voor uit –  met spaceshuttles die spacebadminton speelden. U merkt het, mijn teksten waren beslist niet van het niveau “Ze houdt van je, ja, ja, ja.”. In het blad stond het adres van hun platenmaatschappij en ik stuurde in mijn beste Engels een brief met mijn songteksten.

Nu verwachtte ik heel eerlijk gezegd geen antwoord terug, maar tot mijn verrassing kreeg ik een week later een brief van Paul Weller, de voorman van The Jam (links op bovenstaande afbeelding). Dat was heel aardig van hem. Hij vond mijn teksten goed – was hij onder de drugs? – maar hij schreef altijd zijn eigen teksten. Kon ik ze niet aan Nederlandse groep geven? En ik moest niet opgeven.

brief paul weller

Enfin, om een lang verhaal kort te maken, dat is allemaal niks geworden. Zelfs Nico Haak wou ze niet. Wel was het plan goed. Ik correspondeerde in die tijd met twee Engelse en Ierse meisjes en toen ik hen een kopietje van de brief van Paul Weller mee stuurde – in Engeland is hij een muzikale grootheid die  onder andere meezong op de originele Do They Know it’s Christmas? ‘ van Band Aid uit 1984 – kreeg ik allemaal bewonderende brieven terug. Dat iemand als Paul Weller mijn teksten goed vond. Ik moest wel heel goed zijn. Ja, ja, ook knap, aardig, lief, geestig en bescheiden.

Veertig jaar later treedt Paul Weller nog steeds op. Hij is twee keer getrouwd geweest en heeft in totaal acht kinderen bij vier verschillende vrouwen. Popmuzikant dus. Ik heb twee kinderen bij één vrouw en heb bij de PTT gewerkt.

Paul Simon

Volgens een berichtje in de Volkskrant van vanochtend stopt Paul Simon binnenkort met optredens. Hij heeft zijn afscheidstournee aangekondigd. Hij is al 76 jaar en vindt het mooi geweest. Een paar weken geleden kondigde Neil Diamond,  eveneens 76 jaar, ook al aan dat hij stopte.

Tja, dat krijg je als je zelf ouder wordt, al die artiesten uit je jeugd gaan of dood of stoppen met optredens. De eeuwig jonge Paul McCartney is inmiddels ook al 75.  Mick Jagger is overigens pas 74 jaar, die ik zie dus nog wel een tijdje door gaan. Hij kan een voorbeeld nemen aan Charles Aznavour, die is 93 jaar, maar treedt nog steeds op. Maar goed, Paul Simon stopt er dus mee.

00000 1 Paul SimonPaul Simon (rechts) samen met Art Garfunkel in 1966 tijdens een bezoek aan Amsterdam (foto Joost Evers; Anefo; Nationaal Archief).

Wij zijn een keer naar een concert van Paul Simon geweest. Dat was in 2006 in Amerika in South Lake Tahoe. Wij waren samen met de kinderen (toen 13 en 11 jaar oud) op rondreis in Amerika en op de dag dat wij in South Lake Tahoe waren, trad Paul Simon daar op in een openluchttheater.

00000 1 south lake tahoeSouth Lake Tahoe

Ik was jarig die dag en om dat te vieren kochten we voor 60 dollar p.p. kaartjes voor zijn concert. Uit ons reisverslag van 2006.

“[…] Het voorprogramma begint om half 8 en wij zijn er ongeveer een kwartier van te voren. Nog veel te vroeg blijkt wel, want het duurt even voordat het voorprogramma begint (een gitarist die alleen instrumentale country and western liedjes speelt; wanneer gaat hij nou eens zingen vraagt een verontwaardigde Marijke).

Na dit (saaie) voorprogramma duurt het nog eens een keer een half uur voordat we eindelijk Paul Simon te zien krijgen. Gelukkig is het al een plezier op zich om naar het publiek te kijken; hoewel alle leeftijden wel vertegenwoordigd zijn ligt de nadruk toch bij de wat hogere leeftijden. In een recensie van een ander concert van hem schreef de recensent dat dit het eerste concert was waar hij mensen met een rollator had gezien. We voelen ons opeens weer jong.

Het is erg leuk om naar het publiek te kijken. Jammer dat we geen fototoestel meegenomen hebben. Op de kaartjes stond dat fotograferen verboden was, dus hadden wij, brave Hollanders, geen toestel meegenomen. Een paar honderd andere bezoekers had hier zich echter niets van aangetrokken en er werden dan ook veel foto’s tijdens het concert gemaakt.

Tijdens het voorprogramma maar ook daarna nog wordt er druk door een deel van het publiek heen en weer gelopen. Sommige mensen blijven ook tijdens het hoofdprogramma lopen of staan, zodat er veel plekken op onze tribune vrij blijven, waar wij van profiteren door al snel naar een betere plek te verhuizen. (Pal voor Judith en Marijke zaten twee Amerikanen waarvan gezien hun omvang het terecht zou zijn geweest als deze een extra kaartje hadden moeten kopen).

Paul Simon heeft een hele band meegenomen. Deels speelt hij oude Simon en Garfunkel liedjes (heel leuk om te zien hoe het publiek massaal het la-la-laai refrein uit ‘The Boxer’ mee zingt), deels zingt hij liedjes uit zijn soloperiode. Nu we hem in het echt zien, valt het ons pas op hoe klein hij eigenlijk is. Wij dachten altijd dat Art Garfunkel zo groot was maar het is Paul Simon die zo klein is.

Wij vinden het concert geslaagd maar voor Marijke dreigt het in een klein drama te eindigen. Halverwege het optreden van Paul Simon verliest ze namelijk haar ring. Huilend probeert ze hem te zoeken maar ze kan hem nergens vinden. Waarschijnlijk is hij tussen de banken door onder de tribune op de grond gevallen. Ze vraagt aan iemand van de security of ze onder de tribune mag kijken. Dat mag maar pas na afloop van het concert als het licht weer aangaat. Na de laatste toegift (‘Bridge over Troubled Water’ met gitaarbegeleiding in plaats van piano) gaat ze samen met Judith onder de tribune zoeken. Wonder boven wonder vinden ze hem. De opluchting bij Marijke is groot.

Na het concert gaan we nog even Harveys in. Judith wil graag even haar MSN checken op het internet (dat kan daar à 49 cent per minuut). Terwijl wij staan te wachten loopt Paul Simon op een gegeven moment pal achter ons langs naar de lift. Van dichtbij valt op dat hij er al redelijk oud uitziet, wat op zich natuurlijk niet verwonderlijk is want hij is van 1941, dus al 65 jaar. Detective Martin constateert door naar de lichtknopjes te kijken dat hij een kamer heeft op de 11e van de 19 verdiepingen die het hotel telt. Onderweg terug naar ons hotel stoppen we nog even bij de McDonalds voor een milkshake voor Marijke.”

Overigens later aan het einde van de vakantie verloor Marijke de ring wederom en vond ze hem niet weer terug.

Tot slot, ik schrijf hier weliswaar over oude musici die of dood gaan of stoppen, maar zoals de oudste dochter opmerkt, dat geldt natuurlijk voor iedereen. Ook oude tramchauffeurs en bouwvakkers gaan of dood of stoppen.

 

The Beatles in Holland

Zoals ik vorige week al berichtte kwamen de Beatles in 1964 naar Nederland om twee concerten en een tv-optreden te geven.

Beatles in Holland 1964

In 1960 waren ze al eens eerder in Nederland geweest. Alleen traden ze er niet op, maar reden ze er met een busje met hun apparatuur door heen op weg naar Hamburg, waar ze een contract hadden getekend om in een uitgangsgelegenheid op de Reeperbahn voor 2,5 pond per dag elke avond vier concerten van een uur te spelen. Onderweg maakten ze bij Arnhem een tussenstop. John Lennon maakte daar op het Engelse oorlogsmonument een later beroemd geworden foto van de groep en entourage. Vanwege copyrights kan ik hem hier niet plaatsen maar op deze site kan je deze foto zien (ietsjes naar beneden scrollen).

Na 1964 zijn de Beatles niet meer als groep in Nederland geweest. Wel op individuele basis. Zo verbleven John Lennon en zijn tweede vrouw Yoko Ono in 1969 een week lang in bed in het Hilton Hotel.

0 lennon

Ook hebben de diverse bandleden individuele optredens verzorgd in Nederland. Zo bezochten Marianne en ik in 1986 een concert van Paul McCartney met zijn groep Wings in Ahoy in Rotterdam.

Heb ik de Beatles in Nederland nooit zien optreden, in Amerika heb ik ze wel ontmoet. Dat was vorig jaar in The Mirage in Las Vegas. Voor het geval u nu zegt, dat kan niet, twee van de vier Beatles zijn al jaren dood, dan zeg ik dat is een detail, het gaat om de grote lijnen van het verhaal. En als u mij niet gelooft, zie dan hier de foto die we na afloop samen hebben genomen.

0 Beatles

Allemaal nog even lenig.

Blue monday

Het is vandaag weer blue monday, de zogenaamd meest deprimerende dag van het jaar. Ik heb daar gelukkig niet zo’n last van, ook al ging de ‘boost’- knop van een plaat van de oven vanochtend kapot, ook al regent het hier de hele dag terwijl ik nog boodschappen moet doen en ook al ligt een berg strijkwerk te wachten zo hoog dat bergbeklimmers op de Mount Everest zich af vragen: zit ik wel op de hoogste berg ter wereld?

Ik blijf gewoon vrolijk op mijn stoeltje zitten wachten totdat het weer droog is en alles en iedereen weer vrolijk is.

blue monday van goghVincent van Gogh. Blue Monday; Saint-Rémy, mei 

0 zo vrolijkHerman van Veen, die nog vrolijk is maar toch iets minder dan vroeger.

Spelfout

Op de site van het Nationaal Archief zag ik een aantal foto’s staan van de Beatles die in 1964 een tweedaags bezoek aan Nederland brachten.  Op Schiphol werden ze ontvangen door meisjes in Volendammer klederdracht. “This must be Holland” . Ze kregen een Volendammer muts opgezet, daarmee aangevend “We love Holland”.

beatles in Holland

beatles in Holland 2Foto’s Hugo van Gelderen; Anefo; Nationaal Archief 

Na aankomst reisden The Beatles door naar Hillegom, waar ze in Treslong voor een programma van de VARA een vijftal nummers playbackten (She Loves YouTwist and ShoutRoll Over BeethovenLong Tall Sally, en Can’t Buy Me Love.)  Ook werden ze geïnterviewd door Berend Boudewijn. Herman Stok verzamelde de vragen van de fans in de foyer en gaf die door aan Berend Boudewijn. Ringo Starr ontbrak. Zijn amandelen moesten worden geknipt. Hij werd tijdens de tournee vervangen door ene Jimmy Nichol.

Na het optreden in Hillegom vertrok de band naar Amsterdam waar ze verbleven in het Doelen Hotel.  De volgende dag maakten ze ‘s morgens een rondvaarttocht door de Amsterdams grachten. De KRO-radio zond vanaf de rondvaartboot de tocht live uit. Op de kades en bruggen stonden duizenden fans. Sommige sprongen in het water waar de politie ze er met bootjes uitvisten.

beatles in Holland 5foto Jac de Nijs; Anefo; Nationaal Archief

beatles in Holland 4foto Hugo van Gelderen; Anefo; Nationaal Archief

Daarna vertrokken de Beatles naar Blokker, niet de winkel maar een plaats in Noord Holland, waar ze in de Veilinghal twee door Radio Veronica georganiseerde concerten gaven.  Door de drukte in Amsterdam arriveerden ze twee uur te laat. Het op het allerlaatste moment georganiseerde middagconcert vond plaats in een halflege zaal. Het avondconcert daarentegen was wel volledig uitverkocht. In het voorprogramma stonden onder andere Karin Kent en Ciska Peters.

Even tussendoor, bij het roemruchte concert van de Rolling Stones datzelfde jaar in Scheveningen (het concert werd na vier nummers vanwege ongeregeldheden afgebroken) stond de jonge bandparodist André van Duin in het voorprogramma.

beatles in blokkerThe Beatles in de Veilinghal; foto Jac de Nijs; Anefo; Nationaal Archief

De volgende morgen vertrokken de Beatles uit Nederland en vlogen ze door naar Denemarken. Vanwaar nu deze blogpost over de Beatles? Vanuit nostalgie maar vooral vanwege deze foto.

beatles in Holland 3Foto Harry Pot; Nationaal Archief. 

Het zijn fans die op Schiphol op de Beatles staan te wachten. Het gaat me hier om het spandoek. Hier moet een klein drama achter zitten.

Mam, heb je een laken voor me? Ik wil een spandoek maken” Na veel soebatten krijg je een oud laken. Vermoedelijk van oma geweest. Vervolgens ben je uren bezig om de naam van de Beatles er zo  netjes mogelijk op te zetten en opeens zie je dat je de naam van je favoriete groep verkeerd hebt gespeld: Beatels. De ontgoocheling op dat moment moet groot zijn geweest.  “Mam, mam, mag ik alsjeblieft, alsjeblieft een nieuw laken?” Nee hoor, ik ben niet gek, verbeter het maar.”

Ik zie het verdriet zo voor me. Je  zet de L nog wel op de goede plaats. Je kleurt alle goede letters zwart en je kleurt de foute L niet in, maar toch, de foute L blijft zichtbaar. Je bent het lachertje van de klas. De hele wereld kan zien dat jij de naam fout heb gespeld.  En tot overmaat van ramp gaan je ouders ook nog mee. Ze staan naast je. “We laten je kleine broertje – hij moet het andere einde van het spandoek vasthouden –  niet alleen naar Schiphol gaan” Maar mam, ik ben er toch.” Nee, wij gaan mee.”. Je moeder met haar grote tas houdt ondanks dat het droog is haar regenkapje op. Je vader met zijn gekke rieten hoed maakt foto’s.  Je doet net alsof ze niet bij je horen.

Wat een kinderleed moet hier achter zitten. Dus als u een bedroefde bejaarde door de straten ziet sjokken, misschien sjouwt hij wel een geschiedenis van een spelfout mee. Heb medelijden met deze persoon.

Een concert

Eén van mijn goede voornemens is om dit jaar geen tijd meer aan nutteloze zaken te verspelen. Gewoon bewuste keuzes in het leven maken om dingen te doen. Ik begon het nieuwe jaar dan ook met zappen op tv.

Het eerste programma waarin ik belandde was het nieuwjaarsconcert uit Wenen. Even dacht ik dat ik in een aflevering van ‘Maestro’ was beland, het programma waarin bekende Nederlanders als dirigent een orkest proberen te leiden. De dirigent leek namelijk heel veel op de bekende acteur Pierre Bokma.

Het was overigens een aantal jaar geleden dat ik het nieuwsjaarconcert had gezien. In die tijd verzorgde Joop van Zijl nog het commentaar. Nu bleek Edwin Rutten – oftewel Ome Willem; “Deze vuist op deze vuist”  – de commentator van dienst te zijn. Ik verwachtte dan ook dat hij de leden van het orkest zou betitelen als rakkers – “Kom op rakkers, spelen!” maar dat deed hij niet. Dat heb ik wel vaker, dat ik een bepaalde acteur zo met een bepaalde rol associeer, dat ik hem heel moeilijk in een andere rol kan zien. Zo zag ik een keer Frank Lammers, de man van het Jumbo-gezin, in een film de rol spelen van Michiel de Ruijter. Dat werkte echt niet. Elk moment verwachtte je dat hij met zijn schip naar de Jumbo in Vlissingen zou varen.

000000 junboDe De Jumbo in Vlissingen, gelegen aan het water.

Edwin Rutten gaf in zijn commentaar er blijk van dat hij verstand had van klassieke muziek. Niet zo verwonderlijk want hij is  getrouwd met de operazangeres Annette Andriesen. Ik kon hem maar op één fout betrappen. Hij noemde de dirigent consequent Riccardo Muti, terwijl het toch echt Pierre Bokma was.

000000 bokma mutti

Links Riccardo Muti; rechts Pierre Bokma; Onbegrijpelijk dat Edwin Rutten ze door elkaar haalde.

Ook één van de violisten had een bekend gezicht, hij leek sprekend op onze huisarts. “Goh, wist je dat die viool speelde?” vroeg ik aan Marianne die maar eens diep zuchtte. Ze vond het helemaal irritant worden toen ik ook nog opmerkte dat die ene man in het publiek heel erg op Mark Rutte leek. “Nou moest ik ophouden” zei ze. ’s Avonds liet het journaal overigens zien dat het wel degelijk Mark Rutte was. Hij was daar als gast van de Oostenrijkse bondskanselier. De kaartjes voor het nieuwsjaarconcert variëren tussen de €1090 en €35. Zo te zien zat Rutte niet op de goedkoopste rang.

Toen het concert was afgelopen, kreeg het orkest een staande ovatie van het publiek. Mijn schoonvader had in zo’n geval altijd de standaardgrap dat de mensen zo enthousiast klapten omdat ze blij waren dat het was afgelopen. Ook Rutte klapte enthousiast mee. Ik kan me echter niet voorstellen dat hij dat deed omdat hij blij was dat het concert was afgelopen. Er stond hem nu namelijk een lunch te wachten met de Oostenrijkse bondskanselier. “Na afloop van het concert spreken minister-president Rutte en bondskanselier Kurz tijdens een werklunch over actuele onderwerpen binnen de EU, waaronder migratie, de monetaire unie en het voorzitterschap van Oostenrijk van de Raad van de Europese Unie in de tweede helft van 2018”. Er zijn leukere dingen te verzinnen om het nieuwe jaar mee te beginnen.

 

Blaasvoetbal

Gisteren fietste ik met een omweggetje heen en weer naar Leiden (33km). Onderweg maakte ik twee tussenstops. Bij de Gamma ging ik op zoek naar wat klusgereedschap, maar helaas, de klusdrop was uitverkocht. Bij een kringloopwinkel liep ik even naar binnen om te kijken of ze nog een originele Vermeer in de aanbieding hadden, maar dat was niet het geval. Wel zag ik er een doos met een blaasvoetbalspel staan, “met 4 harde plastic blaaspijpjes!” (Op de deksel van de doos staan overigens zeven kinderen afgebeeld met een blaaspijpje; de illustrator was wat te enthousiast zullen we maar zeggen.)

Blaasvoetbal

Dat ik daar een doos met blaasvoetbal zag liggen was wel sterk. Er zijn dagen bij, zelfs jaren, dat ik niet aan blaasvoetbal denk, maar toevallig had ik eerder die dag ook al aan blaasvoetballen moeten denken en nu zag ik hier dus opeens zo’n doos staan.

Dat ik eerder die dag aan blaasvoetbal moest denken, kwam door een bericht dat ik las op de site van de NRC over het overlijden van de 74-jarige Jean-Philippe Smet. Nee, dat is geen oud-blaasvoetbalinternational. Jean-Philippe Smet was de echte naam van de Franse zanger Johnny Hallyday, vooral wereldberoemd in Frankrijk. “Daarbuiten werd hij soms spottend aangeduid als ‘de grootste rock-ster van wie u nog nooit hebt gehoord’, aldus het artikel in de NRC.

Johnny Hallyday

(Klik op de afbeelding om bij de clip op YouTube te komen.)

Ja? En wat heeft dat met blaasvoetbal te maken? Geduld, dat komt. In het artikeltje stond namelijk ook het volgende te lezen: “In Nederland had hij begin jaren zestig twee hits met ‘Pour moi la vie va commencer’ en ‘Tes tendres années [….] Ze stonden bovenaan de top-10 van het radioprogramma Tijd voor teenagers (de Top-40 bestond toen nog niet). Wel werd Tes tendres années hier al snel verdrongen door een Nederlandse bewerking: het door Willeke Alberti gezongen Spiegelbeeld.”

spiekgelbeeld

Overigens was de versie van Johnny Hallyday ook al een vertaling en wel van ‘Tender Years’ waarmee een zekere George Jones in 1961 in Amerika een countryhit had. Over deze George Jones valt in de Wikipedia te lezen: “Naast zijn muzikale carrière kende Jones een roerig leven. Hij haalde dikwijls de krantenkoppen met berichten over dronkenschap, diverse relaties (waaronder zijn huwelijk met Tammy Wynette) en geweld. Ook miste hij vele optredens, wat hem de bijnaam “No Show Jones” opleverde”.

Maar goed, nu dwalen we wel heel erg ver af, zo komen we nooit bij dat blaasvoetbal. Daarom terug naar de versie van Willeke Alberti. Zij is namelijk de link met het blaasvoetbal. We verplaatsen ons nu even naar 1963. Ik was acht jaar oud en zou met een vriendje gaan voetballen. Het regende echter en daarom speelden we binnen een spelletje blaasvoetbal (A ha! Daar hebben we het blaasvoetbal.) Hij had een oudere zus van een jaar of zestien en die was ook in de kamer. De radio stond aan. Het was zo’n grote bruine kast – mijn ouders hadden ook zo’n radio, net zoals Marianne haar ouders; vermoedelijk verkochten ze in die tijd maar één type radio – en de omroeper (zo werden vroeger disjockeys genoemd; dit voor de jongere lezertjes) kondigde het nummer ‘Spiegelbeeld’ aan.

De zus zette de radio wat harder en begon het nummer luidkeels mee te zingen. Geboeid zat ik naar haar te kijken. Ondertussen blies mijn vriendje met veel spuug het balletje in mijn doel. “Hé opletten joh”, zei mijn vriendje.

Op de een of andere manier zit er sindsdien in mijn geheugen een vakje met daarin de combinatie ‘Willeke Alberti – Spiegeldbeeld – blaasvoetbal’ opgeslagen. Heel nuttig, want van die kennis profiteer ik 54 jaar later nog. Waarmee? Nou gewoon, het stelt me in staat om dit stukje te schrijven. Ok, misschien toch niet zo nuttig.

Spiegelbeeld, ik kan je haten, want je geeft geen dag terug / Waarom gaan toch die jaren als je jong bent zo vlug / ‘k Ben wel jong, maar er is toch al zoveel herinnering / Spiegelbeeld, uit al die jaren vergeet ik geen ding

Op drums: Bill Clinton

Van Bill Clinton is bekend dat hij saxofoon speelde.

bill CLintn

Maar wat veel mensen niet weten, is dat hij voordat hij president werd hij in zijn jongere jaren een tijd lang drums heeft gespeeld in the Shadows.  Zie hem hier in 1980 enthousiast met zijn stokken slaan bij een optreden van de band in Top of the Pops met hun hit ‘Riders In The Sky’. En het was een heel bijzonder optreden, want op leadgitaar zien we in een gastrol ook nog eens Bill Gates!

bill CLintn 3

Met het witte pak op de drums Bill Clinton; rechts op de leadgitaar Bill Gates.