Category Archives: Muziek

Trump en muziek

Dat Barack Obama een muziekliefhebber is, is bekend. Zo twittert hij altijd aan het einde van het jaar zijn favoriete muzieklijst van het betreffende jaar.

00 000 barack

Of Donald Trump ook verstand van muziek heeft, weet ik niet.Ik twijfel een beetje. Zo zag ik deze tweet voorbij komen waarin hij de verkeerde Queen feliciteerde met het succes van Bohemian Rhapsody

00 0000 tru,p queen

Kijk je in dit twitterarchief waar je alle tweets kan lezen die Trump ooit heeft geplaatst, dan kom je maar een paar tweets van Trump over muziek en artiesten tegen. Zo twitterde hij in 2013  over Cher. “Cher sucks”.

00 0000 tru,p cher

In 2014 twitterde Trump over Neil Young. Daar was hij wel positief over:  ‘one of my favorite musicians‘.

00 0000 tru,p 2

Maar nadat Trump zich in 2015 kandidaat stelde voor het presidentschap en Neil Young daar zijn mening over gaf, was het gedaan met de waardering van Trump voor de muziek van Neil Young. “Didn’t love it anyway”.

00 0000 tru,p

Over Billy Joel was hij wel positief. Over deze zanger – in 2005 trad hij op tijdens de bruiloft van Trump en  Melania – twitterde hij in 2016:”I love your music.”

00 0000 tru,p billy joel

Dit omdat Billy Joel tijdens een concert in New York zijn grote hit ‘The Entertainer’ aan Trump opdroeg, die volgens de zanger ‘een onderhoudende verkiezingscampagne voerde‘. Billy Joel zei later dat hij dit ironisch bedoelde. Vanaf 2017 laat Billy Joel zich veel kritischer uit over Trump en twittert Trump niet meer over hem.

Wel twittert Trump nog af en toe over klassieke muziek, waar hij een deskundige mening over heeft. Zie hier een drietal voorbeelden afkomstig van de site van ClassicFMcom

00 000 tru

00 000 tru 0

00 000 tru 3

Fake news zou Trump twitteren en eerlijk gezegd heeft hij in dit geval een puntje. Overigens ben ik zeer vereerd. Trump heeft al gereageerd op deze blogpost over hem en muziek.

00 0000 tru,p 22

De Club

Het zijn warrige tijden voor mij met het coronavirus en geen voetbal. Ik begin dan te mijmeren over vroeger en moet dan denken aan de eerste keer dat ik samen met vader mee ging naar een voetbal-wedstrijd.

Ik heb dat gevoel trachten beschreven in ‘De Club’, gebaseerd op ‘Het Dorp’.  (Op het plaatje hieronder klikken voor de versie van Wim Sonneveld.) 

0000000 het dorp

‘Het Dorp’ is overigens een Nederlandse versie van ‘La Montagne’ van Jean Ferrat. Dezelfde sfeer maar met een totaal andere tekst. Dat geldt ook voor mijn ‘De Club’. Behalve leentjebuur heb ik het ook totaal vervormd. Excuses daarvoor.

Hierbij ‘De Club’. De muziek van ‘Het Dorp’ moet u er dus zelf maar even bij denken.

De Club

Thuis heb ik nog de toegangskaart
van toen, ik heb hem bewaard
het kaartje waarmee het begon.
Samen met vader op de fiets
het lijkt een gebeurtenis van niets
maar we gingen naar het stadion.

De eerste keer mee naar de club
moeder zei roep maar hard hup.
We stonden samen voor het loket.
Vader zei doe er maar twee
de zoon gaat nu ook mee
de suppoost met zijn grote pet.

En hoog, boven de tribunes uit
zag ik de lichtmasten al staan.
Ik was een kind en wist niet beter
dan dat nooit voorbij zou gaan.

We stonden dicht op de lijn
ik voorop ik was klein
de bal, de spelers en het gras.
Een man riep scheids waar is je bril
bij het doelpunt gaf ik een gil
oh hoe gelukkig ik was

We wonnen met twee één
ik keek stralend om me heen.
op de tribune was het groot feest.
Blij fietsten we terug naar huis
moeder had thee gezet thuis
en vroeg hoe het was geweest.

En hoog, boven de tribunes uit
zag ik de lichtmasten al staan.
Ik was een kind en wist niet beter
dan dat nooit voorbij zou gaan.

Er staat een modern stadion
een groot gebouw van beton
met skyboxen en businesseats.
De commercie die volop flirt
elk seizoen een nieuw shirt
maar ik vind het maar niets

Mijn vader is al jaren dood
het voetbal waarvan hij zo genoot
is niet meer zoals het was.
Ik weet, het is de nieuwe tijd,
dat is nu eenmaal een feit
maar ik mis de geur van het gras.

En hoog, boven de tribunes uit
zag ik de lichtmasten al staan.
Ik was een kind, hoe kon ik weten
dat dat voorgoed voorbij zou gaan.

Nu moet u de tekst voor wat mij betreft niet helemaal letterlijk nemen. Het gaat om het gevoel wat die tekst probeert uit  te dragen. Toen ik een kleine jongen was, woonden wij in Apeldoorn. Mijn vader bezocht de ene week de thuiswedstrijden van Robur et Velocitas, dat was de grootste en oudste amateurvereniging van Apeldoorn.

De andere week ging hij naar AGOVV, dat betaald voetbal speelde. Beide clubs speelden nooit tegelijkertijd thuis  – dat hadden de clubs aan de KNVB gevraagd – waardoor hij elke week naar een wedstrijd toe kon.

0000 agovv27 april 1947: AGOVV – Go Ahead; foto Harry Sagers, Anefo; Nationaal Archief

Naar welke club ik voor het eerst mee ben geweest, weet ik niet, Wel is het zo dat  ze allebei geen lichtmasten hadden.  Die zag ik pas een paar jaar later voor het eerst bij Go Ahead. Dat was de club waar we heen gingen toen we in 1965 naar Diepenveen (dat ligt tegen Deventer aan) waren verhuisd.

Ik herinner me nog wel, vooral als bij een avondwedstrijd op zaterdagavond de lampen al brandden, wat een mooi gevoel het was als je van verre de lichtmasten zag.

Abbey Road – 3

Rondom kerst 1986 bezochten Marianne en ik Londen. We wilden een keertje de sfeer rond kerst in Londen meemaken. Londen was in feeststemming. De winkels waren allemaal feestelijk versierd. Met een dubbeldekker reden we ’s avonds door het centrum van Londen en waren als kinderen zo blij toen bleek dat bovenin de bus de voorste rij vrij was. We zaten met onze neusjes tegen het raam gedrukt om alle verlichte etalages van de winkels goed te kunnen bekijken.

harrods

In Londen bekeken we niet alleen de kerstwinkels, we beklommen ook de Tower Bridge en bezochten een tentoonstelling in de Tower waar je de kroonjuwelen kon zien – we stonden er in een ellenlange rij; en hoewel een el maar zo’n 69 cm lang is, mag u van mij aannemen dat de rij veel langer dan dat was. Toen we eindelijk dachten dat we er waren, bleek er om de hoek nog zo’n rij te zijn.

rij

Ook reisden we met een bus heen en weer naar Portsmouth, waar op dat moment een Japanse correspondentievriendin van mij woonde – ik begon in mijn studententijd met haar te schrijven toen ze nog in Osaka woonde. Ze was een half jaar eerder met een Engelsman getrouwd. Toen we bij hen thuis waren, vroeg ik bij een kopje thee in mijn beste Engels “How was your marriage?”, waarop  hij haar een heel venijnige blik gaf (“wat heb je ze geschreven?”)

Ik bedoelde slechts te vragen hoe hun huwelijksdag was geweest, maar ja, mijn Engels – later bleek dat ze op dat moment al zo ongeveer in scheiding lagen. Niet veel later gingen ze dan ook uit elkaar. Een aantal jaar na haar scheiding ontmoette ze een Amerikaan en trouwde met hem. Ze verhuisde naar Seattle aan de westkust van Amerika. Ook daar hebben we haar tijdens een rondreis door Amerika een keertje opgezocht, maar bij die gelegenheid heb ik maar niet gevraagd hoe het met haar huwelijk ging. Ik neem aan goed, want ze wonen na twintig jaar nog steeds samen.

Het geplande culturele hoogtepunt van ons Londen-tripje moest een bezoek aan de zebra van Abbey Road worden. Dat had ik althans bedacht. Nu moet ik eerlijk zeggen dat dit niet bovenaan op het lijstje van Marianne stond, tenzij je haar lijstje zou omdraaien. Maar ze moest er wel aan geloven.

Op een druilerige morgen namen we de metro die ons in de buurt van Abbey Road zou brengen. Toen we uit het metrostation stapten, bleek het te regenen. Goed voor de plantjes, maar niet voor Marianne haar humeur. Helemaal niet toen het hard ging regenen. Aangekomen bij de zebra bleken we de enige aanwezigen te zijn. “Only mad dogs and Englishmen go out in the midday sun, only Dutch in the rain”. We konden dus niemand vragen om een foto van ons tweeën op de zebra te maken.

“Ik loop dan wel alleen over het zebrapad en dan moet jij een foto van mij maken. Dan doe ik dat daarna bij jou” stelde ik voor. “Ja, ik ben niet gek, ik kijk wel uit” antwoordde ze “Met die regen gaat mijn toestel naar z’n mallemoer. Dat doe ik niet hoor.“ Marianne sprak op een toon waaruit op viel te maken dat hier geen discussie over mogelijk was. Ik mocht nog wel een keertje – “Snel!” – van haar heen en weer over de zebra lopen – “Goed gedaan.” riep ze toen ik klaar was –  en toen liepen we met gezwinde pas weer door de regen terug naar de metrohalte. “Nou, dat was leuk.” zei ze toen we de ondergrondse weer binnen stapten.

Omdat ik geen foto had van mij lopende over het zebrapad, moest ik natuurlijk nog een keertje terug naar Abbey Road. Al snel, nou ja snel, 23 jaar later, deed die mogelijkheid zich voor. In 2009 bezochten we Londen weer. Deze keer samen met onze toen 16 en 14 jaar oude dochters. Voor het bezoek aan Londen had ik om goed voorbereid te zijn een speciale reisgids gekocht, ‘Het Londen van the Beatles’, geschreven door Piet Schreuders, Mark Lewisohn en Adam Smith. In deze mooie gids, althans dat vind ik, staan liefst 467 Beatleslocaties aangegeven die je in en om Londen kan bekijken.

londen van de beatles. 4

De eerste locatie, 57 Green St, Mayfair, London, die we bezochten was een flat waar de Beatles met zijn vieren hadden gewoond, toen ze net vanuit Liverpool naar Londen waren verhuisd. (Marianne en de dochters hadden alleen met een bezoek aan dit huis ingestemd, omdat het op maar vijf minuten lopen van het warenhuis Selfridges in Oxford Street lag.)

Ter plekke aangekomen, bestudeerde ik mijn boekje, keek omhoog, wees naar het dak en sprak toen de magische woorden: “Kijk daar helemaal bovenin, het is niet zo goed te zien vanaf beneden af, maar daar bovenin dus hebben de Beatles  in een appartement gewoond!” We staarden allemaal omhoog. Er was niks te zien.

green streetGreen Street 57 zoals te zien is op Google Street View

“Boeiend hoor, gaan we nu naar Selfridges?” sprak de oudste dochter. “Heel mooi pap” zei de jongste. “Hoeveel van die locaties staan er nog in dat boekje van jou?” vroeg Marianne. “Nog 466” zei ik. Ik voelde aankomen dat we ze niet allemaal zouden gaan bezoeken.

Ik mocht er nog één kiezen. Dat werd uiteraard de zebra bij Abbey Road. Toen we er aankwamen, regende het net, zoals 23 jaar eerder. Had ik weer, maar geloof of het niet, deze keer wilde Marianne wel wat foto’s nemen terwijl we over het zebrapad liepen. Voor degene die dit echt niet wil geloven, zie hier.

abbey road 0

De hoes van Abbey Road heeft uiteraard ook een achterkant. Hierop is een stenen straatnaambordje van Abbey Road te zien. Veel toeristen willen dan ook  graag ook met dit bordje op de foto, maar dat kan helaas niet meer. Het bordje was bevestigd aan een muur die stond op de hoek van Abbey Road en Alexandra Road. Die straat en de omliggende gebouwen bestaan niet meer. Ze zijn begin jaren zeventig gesloopt om plaats te maken voor een groot appartementencomplex. Ook is het zo dat de stenen Abbey Road straatnaambordjes zijn vervangen door onbreekbare metalen bordjes, mede omdat souvenirjagers steeds de stenen letters mee namen.

bordDe metalen bordjes in de omgeving staan helemaal vol gekliederd.

Wat de meeste toeristen echter niet weten – en ik dankzij mijn boekje wel –  is dat er toch nog één stenen Abbey Road straatnaambordje is (situatie 2009). Daarvoor moest je 800 meter richting Kilbur lopen. Op de hoek van een parkje bij de kruising van Abbey Road en Boundary Road bevond zich volgens mijn boekje het laatste  stenen Abbey Road bordje. Daar moest ik dus heen. De dames volgden mij en sjokten braaf bijna een kilometer achter mij aan. Het bordje bleek er inderdaad nog te zijn. Direct op de foto dus gezet voordat het weg gehaald zou worden. Zie hier het resultaat.

abbey road bordMarianne – linksonder niet te zien – hoefde niet zo nodig met het bordje op de foto.

Enthousiast zei ik na deze fotoshoot: “Ik weet nog veel meer leuke Beatles-locaties” en hield mijn boekje omhoog, maar de dames – allen fans van de Harry Potter boeken –  hadden andere plannen. Met gezwinde spoed begaven we ons daarom naar King’s Cross Station om daar een foto te maken van een karretje dat je zogenaamd door een muur kon duwen. Echt? Ja, echt. Ach, iedere generatie zijn eigen iconen. Zie hier hoe wij alle vier genoten van deze fotomogelijkheid.

treinstation

Enfin, ik moet maar weer eens naar Londen. Nog 465 Beatles locaties te gaan.

Abbey Road -2

Als echte Beatles-liefhebber moet je natuurlijk een keer over het zebrapad bij de Abbey Road studio in Londen hebben gelopen. Daar liepen op 8 augustus 1969 de Beatles drie keer heen en weer om een foto te laten maken voor de hoes van hun nieuwe album,

De foto was een idee van Paul McCartney. Een politieman hield tien minuten lang het verkeer tegen en fotograaf Iain Macmillan, hij stierf in 2006 op 67-jarige leeftijd, nam vanaf een keukentrapje zes foto’s. Op deze tweet van de ‘Abbey Road Studios uit augustus 2019 kan je alle zes foto’s zien. (De foto midden onder op de tweet is de foto die uiteindelijk op de hoes belandde.) Een door Iain Macmillan gesigneerde set van de zes foto’s werd in november 2014 voor een bedrag van 180.000 pond geveild.

De hoesfoto is iconisch geworden.  Zelfs iemand die toevallig op de achtergrond van de foto staat, zoals de Amerikaanse toerist Paul Cole, die daar die dag op straat op zijn vrouw stond te wachten, werd er later “beroemd” door.

Een jaar na het uitkomen van de plaat ontdekte hij toevallig dat hij op de foto stond. Zijn vrouw, die orgel in de kerk speelde, kreeg de plaat van iemand te leen, omdat ‘Here comes the sun’, één van de nummers op het album, in de kerk gespeeld zou worden. Paul Cole zag de hoes en zag tot zijn stomme verbazing dat hij er op stond. De muziek van de Beatles vond hij overigens maar niks. Hij draaide alleen maar klassieke muziek.

man

Nadat later algemener bekend was geworden dat hij  de ‘mystery man’ op de foto was, werd hij door allerlei Britse kranten geïnterviewd. In een interview met The Sun in 2004 vertelde hij: “I just happened to look up, and I saw those guys walking across the street like a line of ducks. A bunch of kooks, I called them, because they were rather radical-looking at that time. You didn’t walk around in London barefoot.”

Toen hij in 2008 op 96-jarige leeftijd overleed, stond er boven een artikeltje waarin hij werd herdacht de volgende kop.

paul cole 2Heb je 96 jaar geleefd, is dit je nalatenschap. Nou ja, misschien schrijven ze wel over mij in 2080: “Martin van Neck, de man die in 2020 over Paul Cole schreef, is gisteren op 125-jarige leeftijd overleden.”

Of Paul Cole inderdaad de man op de foto is, is overigens niet helemaal zeker. Zie bijvoorbeeld deze uitgebreide mooie blogpost van de ‘DailyBeatle’ waarin uitgebreid op de hoes wordt ingegaan met heel veel foto’s gemaakt tijdens het maken van de hoesfoto. Echt alles wat over de hoes te vertellen is, kan je in die blogpost lezen.

Niet alleen de mystery man heeft dankzij de hoes een plekje in de popgeschiedenis gevonden, dat geldt ook voor de witte Volkswagen Kever die op de foto te zien is.

auto

De betreffende Volkswagen op 8 augustus 1969. De man wiens gezicht zo hinderlijk op de foto staat, is de vrij bekende Engelse gitarist Harrison, die die dag toevallig in de buurt aan het werk was.

Het was de auto van een buurtbewoner die zijn auto wel vaker daar in de straat parkeerde. Zie hier bijvoorbeeld hoe de witte kever op 25 september 1969 aan de overkant van de studio staat (onder de boom rechts op de foto).

wiite volkswagenHet witte gebouw op de achtergrond is de Abbey Road Studio. De twee schoolmeisjes op de foto lopen bij de zebra. foto Dr. Ronald Kunze; Wikipedia.

De eigenaar van de Volkswagen was overigens niet zo blij met de hoesfoto.  Nadat de plaat uitkwam, werd namelijk zijn kentekenplaat met het kenteken LMW 281F herhaaldelijk door fans gestolen. Later verkocht de man de auto op een veiling voor 2530 pond. Hij – de auto; niet de man –  heeft een tijdje in het Volkswagen Museum in Wolfsburg tentoongesteld gestaan.

Morgen – cliffhanger (!)- meer over de keren dat ik zelf over de zebra heb gelopen. Wie niet tot morgen kan wachten, kan de rest van de dag naar deze webcam kijken. Hij staat gericht op de zebra. Regelmatig zie je er toeristen stoppen om een foto te maken.

abbey road webcam

 

Abbey Road

Gisterenavond zijn we samen met de oudste dochter en haar vriend naar een concert geweest van The Analogues in Luxor Rotterdam. (Om misverstanden te voorkomen de groep heet ‘The Analogues’ en niet  ‘The Analogues in Luxor Rotterdam.’ Ze traden op in het Luxor theater in Rotterdam.)

Het is een groep die zo goed mogelijk de Beatles studioalbums na speelt. Momenteel zijn ze bezig met een tournee in Nederland, waar ze voor de pauze het volledige Abbey Road album spelen. Na de pauze spelen ze nummers van andere Beatles-studioalbums.

De dochter had de kaartjes gekocht nadat ze een optreden van hen in de DWDD had gezien. Ze dacht dat ik dat wel leuk zou vinden. Dat had ze goed gezien.

dwdd analoguesThe Analogues in de DWDD in september 2019

Ik ben van kinds af aan al fan van de Beatles. In 1968 kocht ik als dertienjarig jongetje mijn allereerste singletje. Dat was ‘Hey Jude’ van de Beatles. Ik betaalde daar 4,25 gulden voor. Ik weet niet meer hoeveel zakgeld ik per week van mijn ouders kreeg, maar ik weet nog wel dat ik dat die 4 gulden en een kwartje best veel geld vond. Geen wonder dat de Beatles rijk waren. (Voor een lp betaalde je in die tijd 19,95 gulden.)

Ik heb het singeltje nog steeds, al zijn de tekenen des tijds na meer dan 50 jaar wel te zien. (Zowel bij mij als bij het hoesje.)

beatles

Links bovenaan had ik voor de zekerheid mijn naam op de hoes gezet. Op een gegeven moment scheurde de hoes en om te voorkomen dat het singeltje uit de hoes kapot op de grond zou vallen, plakte ik een plakbandje aan de onderkant. De plak is er in 2020 wel vanaf, dus moet ik opnieuw uitkijken dat het singeltje er niet uit glijdt.

 

beatles 3

Voor de jeugdige lezertjes, dit is dus een singeltje. Je zet er een naald op; geen gewone naald maar een muzieknaald – en laat vervolgens de platenspeler met een snelheid van 45 omwentelingen per minuut ronddraaien. (LP’s draai je met een snelheid van 33 rpm. Doe je dat toch met 45 rpm, dan krijg je heel hoge stemmen te horen. Tegenwoordig zou je dat discomuziek noemen.)

beatles 2De achterkant van het hoesje. Er bestaat nog steeds een Beatles fanclub, maar die is niet meer gevestigd aan de Telderskade 8 in Leiden – dat is volgens Google Maps overigens een gewoon rijtjeshuis, geen kantoorpand van een muziekuigeverij.

Op de achterkant van ‘Hey Jude’ stond ‘Revolution. Dat was een tamelijk luidruchtig nummer. Ik draaide het een paar keer – ik had immers ook voor de achterkant betaald – maar dat was niet tot ieders genoegen in ons huis. “Wat een herrie. Kan dat niet wat zachter” zei mijn moeder. Ach ja, oudere mensen, een andere generatie.

Maar goed, terug naar het concert van gisteren. Het mooiste nummer vond ik een nummer dat ze na de pauze speelden,  Eleanor Rigby, afkomstig van de lp Revolver. De zang werd hierbij alleen begeleid door violen. Dat was overeenkomstig de Beatles die tijdens de opname van het lied zelf ook geen enkel instrument bespeelden – ze konden veel maar geen viool spelen. (Paul McCartney die het nummer schreef, componeerde het nummer aan de piano. )

Eleanor RigbeuZie hier een YouTube filmpje van een uitvoering van het nummer door the Analugues tijdens een eerder concert in de Ziggo Dome in Amsterdam in oktober 2019.

Ze speelden ook wat luidruchtiger nummers met als hoogtepunt – of als dieptepunt; het is maar hoe je het bekijkt –  Helter Skelter. Ik citeer hiervoor even de Wikipedia. “Het nummer is een product van McCartneys inspanning om een zo luid en lelijk mogelijk klinkend geluid te creëren en wordt door muziekhistorici gezien als een belangrijke invloed in de ontwikkeling van heavy metal.” Voor mij had dat niet gehoeven. Maar gelukkig speelden ze ook nummers als ‘A day in the life’, het slotnummer van Sergeant Pepper.

a day

De gehele avond overzien was het een geslaagde avond. Vooral hun uitvoering voor de pauze van het complete Abbey Road album vond ik mooi. Tot slot – zowel van deze blogpost als van het concert –  het allerlaatste nummer dat ze speelden was ‘Revolution’, zoals gezegd de achterkant van Hey Jude. Liefst twee drummers speelden er bij het nummer mee. (Vraagje aan John Lennon tijdens een persconferentie in 1966: “Is Ringo Starr de beste drummer van de wereld?” Antwoord: “Nee, zelfs niet van de Beatles.“)

Ik moet zeggen dat het nummer veel harder klonk dan vijftig jaar eerder. Heel eventjes dacht ik: “Wat een herrie. Kan dat niet wat zachter?”

 

 

 

 

slagerij J. van der Ven

In het kader van de landelijke actie: ‘Breng je tijd ook eens een keer nutteloos door’ heb ik gekeken of ik wat informatie kon vinden over ‘Slagerij J. van der Ven’, bekend uit de beginregels van  ‘Het Dorp’  van  Wim Sonneveld.

Thuis heb ik nog een ansichtkaart
Waarop een kerk, een kar met paard
Een slagerij J. van der Ven
Een kroeg, een juffrouw op de fiets
Het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets
Maar het is waar ik geboren ben

0000000 het dorp

‘Het Dorp’ is een Nederlandse versie van ‘La Montagne’ van Jean Ferrat, waarin hij de teloorgang bezingt van de Franse bergdorpjes.

0000000 jean Ferrat

(Voor beide afbeeldingen geldt, dat als u er op klikt u bij de YouTube filmpjes uit komt.)

Een letterlijke vertaling lag vanwege het ontbreken van bergen in Nederland niet zo voor de hand. Daarom baseerde tekstschrijver Friso Wiegersma, tevens de levenspartner van Sonneveld, de Nederlandse tekst voor dit lied op zijn jeugdherinneringen aan zijn geboorteplaats Deurne.

De strekking van beide teksten is hetzelfde. Wim Sonneveld zong in het refrein: “En langs het tuinpad van m’n vader / Zag ik de hoge bomen staan / Ik was een kind en wist niet beter / Dan dat ‘t nooit voorbij zou gaan. “,

Jean Ferrat zong (vertaald): “En toch, wat zijn de bergen mooi / Hoe kun je het je voorstellen, / bij het zien van een zwerm zwaluwen, / dat de herfst ooit zal komen ?”

Maar goed, slagerij J. van der Ven dus. Ik vroeg me af of slagerij J. van der Ven daadwerkelijk heeft bestaan? Het antwoord luidt nee. Het is vermoedelijk een combinatie van slagerij van Goch in Deurne en Jan van der Ven die daar vanaf 1942 als bedrijfsleider werkte. Ik citeer even de DeurneWiki – de Deurnese encyclopedie

“Slagerij J. van der Ve
De veel bezongen slagerij J. van der Ven uit het door Friso Wiegersma geschreven lied Het Dorp was feitelijk de nog steeds bestaande slagerij Van Goch, destijds gevestigd in de Schoolstraat in Deurne.

Carel van Goch, de grondlegger en eigenaar van slagerij Van Goch, stierf in 1942 op 46-jarige leeftijd. Hij liet een vrouw met tien kinderen achter terwijl het elfde kind onderweg was. Het oudste kind, zijn zoon Jo van Goch, was op dat moment nog maar zestien jaar oud en zat op de Sint-Henricusulo in Deurne. De overbuurman Jan van de Ven, wonend op het adres F.81, ook slager van beroep en werkzaam bij een slager in Venlo, bood uitkomst.

Jan werd aangesteld als bedrijfsleider van slagerij Van Goch, Jo van Goch werd van de ulo gehaald. Hij werd door Jan van de Ven opgeleid en begeleid tot slager en heeft uiteindelijk de slagerij voort kunnen zetten. De moeder van Friso Wiegersma, Nel Wiegersma-Daniëls, onderhield warme banden met de familie Van de Ven. Als ze op zondag onderweg was van de kerk naar huis, deed ze steevast huize Van de Ven aan.

Door hem te vernoemen in het lied Het Dorp heeft Friso Wiegersma waarschijnlijk Jan van de Ven willen eren voor de hulp die hij destijds bood aan de familie Van Goch.

Bronnen, noten en/of referenties
Vriendelijke mededeling in 2019 van mevrouw Riek van Goch-de Klein, de weduwe van Jo van Goch”

Schitterend zo’n site met allerlei historische informatie over in dit geval Deurne. Ik kan zoiets wel waarderen. De Deurnewiki levert ook twee foto’s op waar de slagerij vermoedelijk te zien is.

Uit de Deurnewiki: ‘Dorpspomp in Deurne van voor 1950 aan de Schoolstraat’’

schoolstraat deurne

Op nummer 8, achteraan aan de linkerkant van de straat, zat slagerij Van Goch, waar vanaf 1942 Jan van der Ven als bedrijfsleider werkzaam was,.

De andere foto is van wat later. Slagerij Van Goch  is hier aan de rechterkant te zien.

schoolstraat deurne 2

Ik moet zeggen dat ik de voorkeur geef aan de eerste foto, die met de pomp. Die is veel nostalgischer . “Ik was een kind en wist niet beter, dan dat ‘t nooit voorbij zou gaan.

Tot zover slagerij J. van der Ven.

Aart Staartjes

Aart Staartjes is overleden. Hij bezweek gisteren aan de gevolgen van een verkeersongeluk in Leeuwarden. Het gebeurde op zo’n 100 meter afstand van het huis van mijn schoonzus en zwager, maar ze hadden van het ongeluk niks meegekregen.

Er zijn van die mensen die je al heel lang ‘kent’ van de televisie. Aart Staartjes was zo’n iemand. In mijn geval al meer dan vijftig jaar. De eerste keer dat ik hem op de televisie zag, was in de jaren zestig. We waren net van Apeldoorn naar Diepenveen verhuisd. In Apeldoorn had ik een paar jaar op zondagsschool gezeten, maar in Diepenveen hoefde dat niet meer. Mijn ouders lieten mij toen zelf de keuze of ik nog naar de zondagsschool wilde of niet. Dat was een makkelijke keuze. Ik had al genoeg verhalen uit de bijbel gehoord. Ik ging liever tv kijken en voetballen met vriendjes.

De allereerste zondag dat ik niet naar de zondagsschool hoefde, zette ik de televisie aan. Daar verscheen Aart Staartjes in beeld. ’Woord voor woord’ heette het programma. Hij vertelde verhalen uit de bijbel. Had ik weer. Dan maar naar buiten om te voetballen.

00000000 aart staartjesAart Staartjes ten tijde van ‘Woord voor Woord’

Daarna scheidden onze wegen zich gedurende lange tijd. Ik werd ouder en Aart Staartjes ging vooral kinderprogramma’s maken zoals de Stratemakeropzeeshow, De film van Ome Willem, J.J. de Bom voorheen de Kindervriend en het Klokhuis, allemaal kinder-programma’s die ik dus niet keek. Vanaf 1984 was hij te zien als meneer Aart in Sesamstraat. Ook regisseerde en presenteerde hij de intocht van Sint Nicolaas. Hij zou dat laatste meer dan twintig jaar doen.

00000000 aart staartjes 2Aart Staartjes achter op de fiets bij Joost Prinssen en Wieteke van Dort in De Stratemakeropzeeshow in 1973; foto Beeld en Geluid.

In de jaren negentig kregen Marianne en ik twee dochters en daar kwam meneer Aart weer in mijn leven. Dit dankzij Sesamstraat en de Sinterklaasintochten die ik samen met de dochters keek. Heel vaak zagen we hem mopperend op een bankje zitten.

00000000 aart staartjes 3Meneer Aart in Sesamstraat. Beeld afkomstig uit een filmpje op YouTube.

Maar nu is hij dus overleden. Allerlei nieuwsmedia, en ik dus ook, herdenken hem op hun eigen manier. Zo plaatste de site van de Volkskrant opnieuw een interview dat ze met hem in 2017 hadden. In dat interview vertelt hij onder andere dat hij met zijn dochter al meer dan dertig jaar geen contact had en dat hij haar twee kinderen nog nooit heeft gezien. Dat had onder andere te maken met een ruzie die hij met zijn schoonzoon had. Uit het interview:

‘Dat heeft met haar man te maken, een man die ooit Pino speelde in Sesamstraat, toen ik daar redacteur was. Bij een filmproductie van mij had hij Saskia, mijn dochter, ontmoet en ze kregen verkering. Een paar jaar later werd hij ontslagen, omdat hij weigerde de aanwijzingen van de regisseur op te volgen. Hij speelde een scène met Piet Hendriks, toen de opa van Sesamstraat. Het was net in de periode dat ik als redacteur Sesamstraat wilde moderniseren – de regisseur was de baas, niet de acteurs. Maar toen de regisseur zei dat Piet en Pino van plaats moesten ruilen, weigerden ze dat. Ze waren allebei hun baan kwijt. Via mij probeerde die man in Pino zijn baan terug te krijgen, maar ik heb hem niet geholpen. Dat heeft hem erg gekwetst, denk ik. Door mijn dochter tegen mij op te zetten, heeft hij me dat betaald gezet. Hij zei: als je niet meewerkt, krijg je je kleinkinderen nooit te zien. En ik heb ze inderdaad nooit mogen zien.’

Dit is natuurlijk maar één kant van het verhaal, maar het is triest. Niet alleen voor Aart Staartjes maar ook voor die kleinkinderen. Ik vraag me bijvoorbeeld af of die kinderen bij het kijken naar Sesamstraat of de Sinterklaasintocht wisten dat meneer Aart hun opa was.

Ik heb gisteren ook twee keer moeten lachen. De eerste keer was tijdens een tv-interview dat de EO gisterenavond naar aanleiding van het overlijden van Aart Staartjes herhaalde. Tijs van den Brink interviewde hem in een aflevering uit de reeks ‘Adieu God’ over zijn relatie met religie. In het programma vroeg hij hoe Aart Staartjes zijn toenmalige huwelijksproblemen met zijn vrouw had aangepakt. Hij keek bij het stellen van die vraag met een gezicht waarop af viel te lezen dat hij verwachtte dat God hierbij een grote rol had gespeeld, maar Aart Staartjes antwoordde broodnuchter: “We zijn gaan scheiden.”

De tweede keer dat ik moest lachten was toen ik op de Wikipedia opzocht wie de stem van Tommy was in Sesamstraat. In het interview van Aart Staartjes met de Volkskrant kwam namelijk dit stukje over de liedjes in Sesamstraat voor: “Zo’n Sesamstraat-liedje van Tommie: Dood zijn duurt zo lang. Die titel alleen al. En dan met dat stemmetje van ‘m. Och. Dat-ie zingt dat hij het zal missen als hij niet meer hoog op de schommel kan zitten. Dat ontróért je

De Wikipedia bevat een aparte pagina over Tommy uit Sesamstraat. Daar staat niet alleen dat Bert Plagman al sinds 1979 de rol en de stem (“Poehee”) van Tommy voor zijn rekening neemt, maar daar valt ook het volgende te lezen:

Aangezien de acteur zijn rechterhand gebruikt om Tommies hoofd en mond te bewegen, en zijn andere hand voor de linkerhand van de pop, is er een tweede persoon nodig die Tommies rechterhand speelt. Voorheen werd de rechterhand bewogen door Catherine van Woerden, Renée Menschaar en later door Judith Broersen. Deze drie spelen inmiddels respectievelijk Ieniemienie, Pino en Purk. Tegenwoordig wordt Tommies rechterhand bespeeld door Daphne Zandberg.”

Om die laatste zin moest ik vreselijk  lachen. Ik heb nog nooit gehoord van Daphe Zandberg en ik hoop oprecht dat ze nog heel lang onder ons mag zijn, maar ik zag het ‘in memoriam’ bij haar overlijden al voor me. “Ze bespeelde langere tijd de rechterhand van Tommy.”  

Enfin, Aart Staatjes is overleden. Als eerbetoon voor hem het liedje ‘Dood zijn duurt zo lang’. De muziek is van Harry Bannink, de tekst met de schitterende regels:“Het is niet fijn om dood te zijn. Soms maakt me dat een beetje bang. Het doet geen pijn om dood te zijn, maar dood zijn duurt zo lang” van Willem Wilmink.

00000000 aart staartjes 4(Op het plaatje klikken om naar het filmpje op YouTube te gaan.)

Dank U

Waarschuwing: het lezen van deze blogpost kan leiden tot een ernstig geval van het ‘stuck song syndrome’.

Op de labeltjes van Pickwick thee staan sinds een jaar of drie vragen. In het kader van ‘Neem de tijd’ wil Pickwick ‘mensen inspireren om de tijd te nemen voor grote én kleine vragen die het waard zijn om gesteld te worden’.  

Je kan ook zelf “een persoonlijke vraag voor een dierbare” op de  theelabels laten drukken. Per week gebeurt dit meer dan 1000 keer.

0000 thee 11

Volgens dit artikeltje uit januari 2017 op de site van Douwe Egberts – de eigenaren van Pickwick – hadden drie maanden na de start van de actie al 212 mensen via een theelabeltje aan hun partner gevraagd of ze met hen wilden trouwen. (Je zou maar een dergelijke actie hebben voorbereid en je partner antwoordt op de vraag of hij/zij een kopje thee wil: “Nee, doe maar koffie.”)

Opmerkelijk was ook dat vijftien mensen de vraag kregen voorgelegd ‘Wil je met mij een kindje?‘ en voor negen mensen was die vraag al beantwoord, want die lazen:  ‘Ik ben zwanger!

Enfin, op mijn theelabel stond vanochtend: ‘Waar ben je het meest dankbaar voor?’

0000 thee

Pats! Boem! “Dank u voor deze nieuwe morgen, dank u voor deze nieuwe dag.” Dank U dat ik met al mijn zorgen bij U komen mag.” Daar was hij weer. Het Danklied.

Heel lang geleden heb ik als kleine jongen een aantal jaar op een zondagsschool gezeten. Daar leerde ik niet alleen dat als je lachte onder het bidden, je drie weken van de zondagsschool werd gestuurd, maar ook het Danklied. Als je dat lied eenmaal in je geheugen hebt zitten, dan krijg je dat de rest van je leven er niet meer uit.

Het Danklied is een lied waarin God voor alles en nog wat wordt bedankt: “Dank U voor alle bloemengeuren, dank U voor ieder klein geluk, dank U voor alle held’re kleuren, dank U voor muziek.”  Het gaat maar door met als kers op de taart de slotregel: “Dank U dat ik U danken mag.” Het is een echte oorkruiper. Als je zo’n liedje eenmaal in je hoofd hebt, dan krijg je het er niet meer uit.

Er is zelfs een wetenschappelijke naam voor dit fenomeen, het zogenaamde  ‘stuck song syndrome’, oftewel ‘het vastgeklonken-liedjes-syndroom’. (Zie bijvoorbeeld dit artikel uit 2012). Volgens de (in 2015 overleden) Britse neuroloog  Oliver Sacks wijst de eindeloze herhaling op een dwangmatig proces.  ‘Het is alsof de muziek een deel van het brein heeft ontwricht. De liedjes verdwijnen wel, maar een associatie is genoeg om de jukebox weer op gang te brengen‘, aldus het artikel.

Bij mij was het theezakje van Pickwick de associatie. Nu heb ik dus weer de hele dag ‘Dank u voor deze nieuwe morgen” in gedachten. Nu schijnen er methoden te zijn om het te stoppen. Zo zou je een liedje kunnen laten verdwijnen door het in je hoofd helemaal uit te zingen. ‘Dan wordt de melodische spanning als het ware opgelost.‘  Maar dat werkt bij mij niet met het Danklied. Er is elke keer weer een nieuwe morgen die bedankt moet worden.

Een andere methode om het te stoppen is het hardop zingen van  een ander liedje, bij voorkeur eentje met een langzame melodie. Het Wilhelmus schijnt een goed lied hiervoor te zijn. Dus als u vandaag iemand voorbij ziet fietsen, die luidkeels het Wilhelmus aan het zingen is, dan ben ik dat.

Maar vooralsnog zit het Danklied in mijn hoofd. Pickwick, je wordt bedankt!

When I am sixty-four

In 1958 schreef de toen 16-jarige Paul McCartney ‘When I am sixty-four’, een vrolijk niemandalletje over hoe het leven zou zijn als je 64 zou zijn. (In het Engeland van 1958 was 64 de leeftijd waarop je met pensioen ging.)

Acht jaar later, in 1966, namen de Beatles het liedje op voor de elpee ‘Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band’,  de plaat die een jaar later zou verschijnen.

0000 0 64Op het plaatje klikken om het nummer op YouTube te horen.

Wie goed naar het nummer luistert, hoort dat de stem van Paul McCartney iets hoger klinkt dan normaal. Dat komt omdat hij vond dat zijn eigen stem niet zo goed paste bij de stijl van het ‘vijftiger jaren’ liedje, en daarom werd zijn stem iets versneld opgenomen.  Ook werden er klarinetten en een klokkenspel aan toegevoegd. Wie het liedje wil horen zonder deze stemversnelling kan hier terecht.

Als je de reacties op YouTube bij het nummer bekijkt, dan zie je honderden reacties van mensen die net allemaal 64 zijn geworden “It’s my 64th Birthday today, and haven’t heard this song for decades!! And it was the first thing I thought of this morning!” Er staan zoveel gelijksoortige reacties dat iemand anders schreef: “This whole comment section is filled with 64 year-olds! lol”

Maar anyway, ook vandaag is er iemand jarig en u mag één keer raden wie dat is en hoe oud hij vandaag is geworden. En nee, het is niet Paul McCartney. Die werd in 2006 al 64 jaar oud en is nu 77 jaar oud.

(Hieronder zingt hij in 2018 nog een deel van het liedje samen met James Corden tijdens een bezoek aan Liverpool.)

0000 0 64 2

En voor wie het liedje mee wil zingen:

0000 64 lyrics

 

Muurschilderingen

Ik ben wel iemand van muurschilderingen. Ze geven letterlijk en figuurlijk kleur aan een stad. En dat figuurlijk moet je soms ook weer letterlijk nemen – kunt u het nog volgen? –  want zie de figuren op deze twee muurschilderingen bij de Schoolstraat in Den Haag.

0000000 a tek0

In detail de bovenste:

0000000 a tek

En in detail de onderste:

0000000 a tek2

Voor het geval er een “buitenlandstalig” iemand deze foto ziet en denkt “hè?”, het woord earrings is inderdaad fout gespeld. De Haagse groep dacht in 1962, toen ze een naam moesten verzinnen, dat ‘earrings’ het meervoud van ‘earring’ was. Niet dus. Pas in 1969 pasten ze dit aan.

Het is dat ze in het Engels zingen en niet in het Haags, anders hadden ze nu de ‘gâhwe oâhringe’ geheten.

Plastic Bertrand

Je hebt van die muzieknummers die ‘cult’ worden en vaak ook in films te horen zijn. Little Green Bag van “onze eigen”  George Baker Selection uit 1969 is zo’n nummer. Niet alleen is het regelmatig te horen in de Lidl-commercials maar het werd bijvoorbeeld ook gebruikt in de film ‘Reservoir Dogs’ van regisseur Quentin Tarantino.

Ook zo’n nummer is ‘Ca Plane Pour Moi’ van Plastic Bertrand uit 1977. Dit nummer is onder andere te horen in de films ‘National Lampoon’s European Vacation’, ‘127 Hours’, ‘The Wolf of Wall Street’ en ‘Super Troopers 2’.

0 ca planeZie hierboven een optreden van Plastic Bertrand in TopPop in 1977. Als u op kantoor zit, gewoon even op het plaatje klikken en de volumeknop maximaal open zitten. Genieten! “Ça plane pour moi,  Hou! Hou! Hou!!” 

Plastic Bertrand, zijn moeder had hem overigens zo niet genoemd maar hem de naam Roger François Jouret gegeven, was een Belgische zanger die met het nummer een wereldwijde hit had. Het Franstalige nummer stond zelfs in de Amerikaans hitlijst. In totaal zijn er bijna een miljoen singles van verkocht. Het zou zijn enige hit blijven. Al zijn vervolgplaten flopten. In 1987 nam hij namens Luxemburg nog deel aan het Eurovisie Songfestival. Hij eindigde als een na laatste.

In 2010 voerde Lou Deprijck, de producer van het nummer, een rechtszaak om de rechten van het nummer. Hij stelde dat hij niet alleen het nummer had geschreven en geproduceerd maar het ook had ingezongen. Plastic Betrand playbackte volgens hem het nummer alleen maar tijden tv-optredens. In een interview met de Belgische krant ‘Le Soir’ gaf Plastic Bertrand later toe dat hij het nummer niet zelf had gezongen, net zo min overigens als de nummers op zijn eerste vier lp’s.

In de minidocumentaire Plastic Bertrand – Ça Plane Pour Moi; Het verhaal achter het nummer uit Top 2000 a gogo vertelt Lou Deprijck in 2010 in Thailand over het ontstaan van het nummer.

Waarom moest ik nu opeens aan Plastic Bertrand denken? Vanwege dit fenomeen dat ik van de week zag.

0 bakken

Het winkelcentrum bij ons in de buurt wordt verbouwd. Er is een straat opengebroken, waardoor het afvalbedrijf nu niet meer met zijn wagen bij de afvalbakken kan. De gemeente heeft echter de bak niet afgesloten en ja, dan raakt zo’n bak op een gegeven moment vol. Wat doe je dan als je je zak plastic niet meer kwijt kan in de bak? Dan neem je hem weer mee terug en breng je de zak naar een andere bak. Nee, natuurlijk niet. Je zet hem er gewoon naast.

Het lijkt overigens wel of er telkens meer spullen in plastic worden gepakt. Kijk ik bijvoorbeeld bij onze Albert Heijn dan zie ik allerlei groente en fruit zoals komkommers en paprika’s onnodig in plastic zitten. Albert Heijn neem eens een keer je verantwoording zou ik zeggen. Zelf sjouwen we tegenwoordig allerlei herbruikbare netjes mee om losse groentes en fruit in te pakken.

Het probleem van de bakken die niet meer geleegd worden is gisteren overigens opgelost. Het plastic is weg gehaald, evenals de bakken.

Het Nationale Songfestival van 1975

Nog even wat nutteloze informatie over het Songfestival. Dat Teach In 44 jaar geleden het Eurovisie Songfestival won met Ding-A-Dong en daarmee de laatste Nederlandse winnaar voor Duncan Laurence was, weet u ongetwijfeld nu wel, maar wist u ook dat het maar 23 rozen scheelde of niet Teach In maar Albert West had dat jaar op het songfestival Ding-A-Dong gezongen?

0000000000 albert westDe versie van Albert West van Ding-A-Dong. (Op de afbeelding klikken om naar YouTube te gaan.)

Dat zit zo. In 1975, het jaar dat Teach In het Eurovisie Songfestival won, werd drie weken voor festival het Nederlandse Songfestival gehouden. Drie artiesten waren hiervoor uitgenodigd: Debbie, Albert West en Teach In. Van hen was Albert West de bekendste. Hij had als zanger van the Shuffles enkele grote hits gehad, onder andere het fameuze Cha-la-la I need you’, en was daarna succesvol solo gegaan. Teach In, de popgroep uit Enschede, had een jaar eerder een hitje had gehad met  ‘Fly Away‘ en Debbie was een zangeres die door Willem Duys, de presentator van het Nationaal Songfestival, op de volgende opmerkelijke wijze werd aangekondigd:

Debbie, die een jaar of twee, drie geleden plotseling op kwam zetten met Everybody join hands, weet u nog wel, zo’n leuke klapsong, heel merkwaardig stemgeluid, sterk, beetje hezig, heel apart, ze is ook erg lang, ze heeft een heel mooie jurk aan, dat zult u zo meteen wel zien, waar de kleurtjes van regisseur Ordelman mooie dingen mee kunnen doen …”  Ik weet overigens niet of Debbie erg blij was met deze introductie.

Voor het songfestival had iedere Nederlander liedjes mogen inzenden. In totaal waren er 43 liedjes ingestuurd, waar de drie deelnemers er eentje uit mochten kiezen. Uiteraard kozen ze alle drie voor een liedje dat was ingestuurd door één van de ‘usual suspects’, zijnde de vaste componisten en producers van de platenmaatschappijen.

Albert West koos voor het romantische ‘Ik heb geen geld voor de trein’ met daarin onder andere de mooie rijm ‘vermakelijk-  noodzakelijk’. Debbie zong over een circus en Teach In koos voor Ding-A-Dong. Nadat de drie deelnemers hun liedjes hadden gezongen, koos een internationale vakjury bestaande uit een Engelsman, een Amerikaan, een Fransman, een Belg en een Nederlander, het meest kansrijke liedje voor de Europese finale. Spoiler alert: ‘Ding-a-Dong’ won, het kreeg vier stemmen, ‘Ik heb geen geld voor de trein’ één stem, ‘Circus’ moest het doen met de mededeling dat het ook een heel goed liedje was. (Albert West zou later met een Engelse uitvoering van ‘Ik heb geen geld voor de trein’ onder de titel ‘You and me’ nog een bescheiden hit scoren.)

De keuze voor Ding-A-Dong wilde echter nog niet zeggen dat Teach In ook naar het festival zou gaan. Alle drie de artiesten mochten nu namelijk hun eigen versie van Ding-A-Dong zingen, elk in een eigen arrangement, waarna een zaaljury van 100 provinciale Nederlanders – daarmee bedoel ik dat alle provinciën waren vertegenwoordigd –  kon aangeven  wie naar het Eurovisie Songfestival zou worden afgevaardigd om daar Ding-A-Dong te zingen ( “Lieve juryleden van Groningen tot Limburg, u luistert toch wel heel goed hè want het is het verschrikkelijk belangrijk”; aldus presentator Willem Duys.)

De puntentelling werd gedaan door middel van rozen die de juryleden in een emmer moesten stoppen. In de emmer van Debbie belandde uiteindelijk elf rozen, in die van Albert West 33 stuks en in de emmer van Teach In 56 rozen, waarmee zij wonnen en naar Stockholm mochten. (Het festival werd in Stockholm gehouden omdat een jaar eerder ABBA had gewonnen.)

0000000000 jury

Teach In zou daar met de Engelstalige variant van Ding-A-Dong  – op het Nationale Songfestival werd in het Nederlands gezongen – het Eurovisie Songfestival winnen en de rest is geschiedenis zoals dat zo mooi heet.

Voor wat betreft die geschiedenis: Een jaar na het songfestival zou Getty Kapers, de zangeres van Teach In, de groep verlaten en (niet al te succesvol) solo gaan. In 1979 stopte ze met optredens. Teach In zou nog een aantal jaar met vervangende zangeressen blijven optreden. In 1980 hadden ze hun laatste hit. Debbie had na 1975 nog een paar kleine hitjes, onder andere samen met Oscar Harris. In 1988 verscheen haar laatste single. Ze schijnt tegenwoordig ergens op Tenerife te wonen waar ze nog af en toe op treedt voor toeristen en de lokale bevolking.

De meest succesvolle artiest van de drie deelnemers zou Albert West worden. Hij kende een lange carrière met een aantal hits. Zo had hij in 1986 samen met Albert Hammond een top tien notering met Give a little love. In 2012 kreeg hij een ruggenmerginfact, waardoor hij gedeeltelijk verlamd raakte. Fietsen deed hij daarna in een soort revalidatiedriewieler. Met deze fiets kwam hij in 2015 in botsing met een wielrenster waarna hij een week later overleed.

Voor het geval u het Nederlandse Songfestival van 1975 nog een keer helemaal terug wilt zien, dat kan. Op het You Tube kanaal van NSFToentotNu‘ staat een afspeellijst (hier klikken voor de afspeellijst op YouTube) van tien filmpjes met het hele festival. Ik zou zeggen nodigt uw vrienden uit, haal wijn, bier, hapjes en chips in huis en geniet van een  avondje ‘camp’ met liefst vijf keer ‘Ding-A-Dong (waarvan één keer in het Engels, want in het Engels zouden we meer kans hebben, wat ook zo bleek te zijn.)

Elk filmpje begint telkens met een aankondiging van Willem Duys. Voor de jonge lezertjes die Willem Duys niet kennen, dat was in de jaren zestig en zeventig zeg maar de Matthijs van Nieuwkerk van nu. Zijn talkshow van toen, ‘Voor de vuist weg’ (hier een clip met de  intro van de show en een legendarisch optreden van de familie Adamo die met zijn allen ‘Vous permettez monsieur’ zingen), kan je zien als een soort ‘De Wereld Draait Door’, met dien verstande dat ‘Voor de vuist weg’ geen dagelijks programma was, dat de tafelheer van Willem Duys een goudvis in een kom was en dat Willem Duys zijn gasten liet uitpraten.

Bij de duizendste uitzending van de DWDD in 2011 was Willem Duys de eregast. De uitzending, hij werd de Duysendste” aflevering genoemd, was een eerbetoon van Matthijs van Nieuwkerk aan Willem Duys. Twee weken na de uitzending overleed Willem Duys op 82-jarige leeftijd.

Het Eurovisie Songfestival (2)

Ik verras u waarschijnlijk niet met de mededeling dat Nederland zaterdag na 44 jaar weer eens een keer het Eurovisie Songfestival heeft gewonnen. In 1975 won Nederland voor de laatste keer. Bij de overwinning van Teach-In heb ik toentertijd ook nog een bescheiden rol gespeeld.

000000000 teach inn

Voor het geval u denkt, zit hij daar op de achtergrond de piano te bespelen, nee dat ben ik niet. Mijn rol in de overwinning bestond er uit dat ik Teach-In twee jaar eerder bemoedigend heb toegeknikt. zie hier.)

Het NOS-journaal formuleerde de winst van Duncan Laurence overigens een beetje ongelukkig. “Na 44 jaar veroverde Duncan Laurence eindelijk voor Nederland het Eurovisie Songfestival” sprak de journaallezeres.  Alsof de inmiddels 65-jarige Duncan Laurence er in zijn 44ste poging eindelijk in geslaagd was om te winnen. “Nou, laten we hem ook maar keer winnen, anders komt hij volgend jaar weer terug,” zullen de andere landen wel gedacht hebben.

Het leukste onderdeel van het songfestival is altijd de puntentelling. Vanaf de allereerste keer (1956) is dat al omstreden. Er deden dat jaar slechts zeven landen mee. De puntentelling vond achter gesloten deuren plaats. Alleen de winnaar werd bekend gemaakt. Alle landen hadden twee juryleden. Luxemburg, één van de zeven deelnemers, slaagde er echter niet in om twee juryleden naar Zwitserland, waar het songfestival werd gehouden, af te vaardigen. De Zwitsers werden echter bereid gevonden om ook namens Luxemburg te stemmen. Dat de Zwitserse Lys Assi met ‘Refrain’ – wie kent het lied niet-  het festival vervolgens won, was dan ook niet zo verrassend.

We keken dit jaar het songfestival samen met de jongste dochter. Toen Cyprus aan de beurt was om te stemmen en de vertegenwoordigster van Cyprus even aarzelde na “And the twelve points goes to …” riepen Marianne en ik “Greece!” in koor, waarop Cyprus dat bevestigde. “Hoe wisten jullie dat?” vroeg de dochter verbaasd. Dat komt omdat Griekenland en Cyprus elkaar elk jaar twaalf punten geven, legden we uit. Even later gaven de Grieken inderdaad hun twaalf punten aan Cyprus.

Er zijn wel meer landen die elkaar vaak veel punten toe spelen. Zo doen bijvoorbeeld Roemenië en Moldavië, Kroatië en Bosnië, Finland en Estland, Rusland en Azerbeidzjan dat. (Er zijn dan ook diverse onderzoeken naar dit fenomeen verricht Zie hier en hier.)

Voor wat betreft Nederland: dat krijgt vaak veel punten van België, Frankrijk en Israël. Deze laatste twee landen behoorden zaterdag dan ook, samen met Litouwen, Portugal, Letland en Zweden, tot de landen waarvan Nederland (van hun deskundige vakjury) de twaalf punten kreeg. Van Albanië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Griekenland,  Italië, Montenegro, Polen, Rusland en Servië kreeg Nederland daarentegen van hun “vakjury” nul punten. Weet u gelijk naar welk land u niet op vakantie moet gaan.

Maar goed, Nederland heeft dus na 44 jaar weer een keer het  Songfestival gewonnen. Ik heb er nu dan ook alle vertrouwen in dat de Elfstedentocht binnen afzienbare tijd ook weer wordt verreden .

Muziek om bij dood te gaan

Ik zie er blijkbaar slecht uit. Laatst vroeg Marianne al een keer wat voor een muziek ik bij mijn begrafenis wilde en vorige week vroeg één van de dochters dat ook al. Wat weten ze meer dan ik?

Ook Amnesty International houdt al rekening met mijn overlijden. Die sturen mij brieven waarin ze mij op de mogelijkheid wijzen om hun organisatie in mijn testament op te nemen. Moeten ze vooral doen zeg, zulke brieven sturen. (Dat doen ze waarschijnlijk omdat ik al 45 jaar lid ben. Die denken natuurlijk dat ik stokoud ben, maar ik was gewoon heel jong toen ik lid werd.)

Maar goed, de muziek bij je begrafenis is natuurlijk wel iets om van te voren even over na te denken. Eigenlijk is het jammer dat je zelf niet bij je eigen begrafenis kan zijn. Ok, je bent er natuurlijk wel bij, maar dat is toch anders. Tja, wat voor een muziek moet het zijn? Ik moet er in ieder geval wel zelf iets mee hebben. Gelukkig, heb ik wat ideeën. Familie, noteren jullie even?

Allereerst het laatste nummer – hopelijk is dit niet te verwarrend voor mijn familie; ik ken ze een beetje – het laatste nummer dus dat gespeeld moet worden is een makkelijke keuze – easy question –  ‘Imagine’ van John Lennon.

0 imagine

Op YouTube staan meerdere versies. Bovenstaande versie (op het plaatje klikken om naar YouTube te gaan) lijkt me wel een mooie. De muziek begint hier namelijk pas na zo’n veertig seconden. Eerst hoor je het  geluid van voetstappen en het geluid van fluitende vogeltjes. Kan er door de zaal nog even gehoest en gekucht worden. U ziet, ik denk met u mee.

Ook moet er natuurlijk wat romantisch gedraaid worden. Mijn keuze valt dan op ‘Unchained Melody’. Dat nummer is door meer dan 1500 mensen opgenomen, maar ik wil de uitvoering van de Righteous Brothers, en dan nog specifiek de live-uitvoering. Die is beter dan de studio-opname. (U ziet, ik ben een echte kenner.)

0 Unchained melody

Overigens heten de Righteous Brothers helemaal geen Righteous, zijn het ook geen broers en is het nummer een solo optreden van één van de twee ‘broers’.

En voor wat het lied betreft, het woord ‘unchained’ komt helemaal niet in de tekst voor. Het nummer heet zo omdat het afkomstig is uit de film ‘Unchained’ uit 1955. (Dat is overigens het jaar waarin ik  ben geboren.) Die film gaat over een gevangene die twijfelt of hij moet ontsnappen om naar zijn vrouw te gaan of niet. Spoiler alert: hij ontsnapt uiteindelijk niet. (Ik zal binnenkort wel eens een blogpost over dit nummer schrijven.)

‘Unchained Melody’ van de Righteous Brothers is overigens typisch een begrafenislied. Zie hier  bijvoorbeeld wat reacties op YouTube.

0 Unchained melody 2

Begrafenisondernemer Yarden houdt overigens een top 10 bij van de meest gedraaide nummers in Nederland tijdens begrafenissen,

0 top tien

Er staan twee nummers op (van Frans Bauer en Rob de Nijs) die ik zelfs helemaal niet ken.

Maar goed, verder dus. Mijn begrafenis mag ook wel een vrolijke noot – letterlijk dus – hebben. Ik zat hiervoor te denken aan de kraker ‘Go Ahead is niet te kraken van Co Hagedoorn. Een lekkere meezinger voor de zaal. Voor wie dit nummer uit 1967 – op de achterkant van de single staat het meesterwerk ‘Deventer Koek’ ; “Deventer, je koek is zo fijn; dat is wel iets om heel trots op te zijn” – niet kent, kan hieronder oefenen.

0 Go Ahead is niet te kraken

Verder reken ik er een beetje op dat de sprekers alleen mijn goede eigenschappen zullen vermelden. (“Wanneer iedereen u prijst is uw begrafenis aan de gang” – Julien de Valckenaere).  Als iedereen het alleen maar over mijn goede eigenschappen heeft, dan moet er nog ruimschoots genoeg tijd zijn voor nog een nummer. Ik weet echter nog niet precies welke. ‘The Rose van Bette Middler, en  ‘Het Dorp‘ van Wim Sonneveld. Daar moet ik nog even over nadenken. Hoewel, doe maar beide. Ik heb toch de tijd.

Hoewel, ik weet nog een beter nummer, namelijk de plaat die in de week van 26 juli tot 1 augustus 2055 op de eerste plaats van de top 40 staat. Waarom dat nummer? (Dat ik nu uiteraard nog niet ken.) Omdat dit het nummer is dat op nummer 1 stond tijdens mijn honderdste verjaardag. Dat is wel iets om later tijdens mijn begrafenis te spelen.

Busje komt zo

Vorige week vrijdag was ik in Deventer. Toen ik van het station door de Keizerstraat naar de Brink liep, zag ik bij een smal zijstraatje een opmerkelijk bord staan. Ik heb er even met mijn mobieltje – dat is zo oud dat het vermoedelijk nog door Thomas Edison zelf is gemaakt – een foto van gemaakt.

00 centrumbus bor

Door het licht van de lantaarnpaal is het een beetje moeilijk leesbaar. Ik heb de tekst even voor u uitgeschreven.

‘RODE PAD En het verlengde ervan vrijhouden voor doorgang CENTRUMBUS. Op dit gedeelte geen fietsers, scooters of delen ervan stallen of overheen laten steken a.u.b.’

Dat is een hele lap tekst voor zo’n bord. Ik moest overigens wel even nadenken over dat ‘fietsers, scooters of delen ervan’. Eventje dacht ik dat ze ook losse onderdelen bedoelden. Toen ik naar het straatje keek, leek mij het zo smal dat er nooit een stadsbus door heen zou kunnen rijden. Zie onderstaande Google Maps-afbeeldingen uit augustus 2017,  respectievelijk mei 2018.

00 weg aug 2017Hier kijk je vanuit het betreffende straatje (de Geert Grootestraat) richting de Keizerstraat. Bron: Google Street View; augustus 2017)

00 centrumbus 4En hier kijk je vanuit de Keizerstraat het straatje in. (Bron: Google Street View mei 2018)

Daar paste volgens mij never nooit niet een stadsbus in. Maar datzelfde Google Street View laat ook de oplossing van het raadsel zien. “Rij” je namelijk op Google Street View tien meter door, dan zien we opeens de Centrumbus opduiken die toevallig net het rode straatje in rijdt.

00 centrumbusFoto Google Street View mei 2018. (Het gele bord staat er overigens nog niet.)

A ha! Het is geen grote stadsbus maar een klein busje. Het past net, maar dan moeten er inderdaad geen fietsen verkeerd staan. Dat laatste probleem heeft de gemeente Deventer overigens zelf veroorzaakt. Kijkt u maar eens naar de eerste twee Google Street View foto’s.

Valt u wat op? Op beide foto’s, hoewel ze van verschillende kanten zijn genomen, staat de fietsenstalling aan de rechterkant van het rode pad. Ergens tussen augustus 2017 en mei 2018, heeft de gemeente dus de fietsenstalling verplaatst. De oude plaats – daar is de meeste ruimte – was de meest logische plaats, maar nu staat de fietsenstalling aan de overkant. Als de stalling daar vol is, dan zetten de mensen hun fiets natuurlijk gewoon weer op de oude plaats – daar is ruimte zat –  en zo heeft de gemeente met de verplaatsing het probleem voor het busje zelf gecreëerd.

En dat brengt me tot de klassieker van de dag, namelijk ‘het busje komt zo’ van het fameuze duo Höllenboer.

00 busje(Op de foto klikken voor een link naar YouTube. Het filmpje lijkt overigens wel opgenomen te zijn met mijn mobieltje.)

Höllenboer was een Twents duo dat in 1995 met hun hit ‘busje komt zo’ liefst vier weken op nummer 1 stond. Voor de jeugdige lezertjes: echt waar! Het is geen fake news. Heel Nederland zong ‘busje komt zo’ mee. Er werden meer dan 130.000 exemplaren van verkocht. Het diepzinnige refrein bestond uit twaalf keer ‘busje komt zo’. Uit een NRC-interview uit 1995 met het duo:

Ruim drie maanden lang hebben ze discotheken en televisiestudio’s afgelopen om dat ene liedje te spelen. Zelfs bij voetbalwedstrijden in stadions moesten ze optreden. Bas: “Bij Ajax-Grasshoppers stond in het contract dat we het twee keer achter elkaar moesten spelen. Bij de tweede keer werden we massaal uitgefloten. Terecht.”

Tot zover dit stukje onderzoeksjournalistiek over een busje.