Isfahan

Zo zag Isfahan 300 jaar geleden er uit. (Afbeelding afkomstig uit het boek ‘La galerie agreable du monde’ uitgeven in 1725 door P. van der Aa uit Leiden)

isphafaan

Tegenwoordig telt de stad zo’n 1,8 miljoen inwoners en is na Teheran en Mashhad de derde stad van Iran. Vanwaar Isfahan in dit blog?

Dat komt door mijn oudste dochter. Oorspronkelijk was zij van plan om het afgelopen weekeinde samen met haar vriend een weekendje Brussel te doen. Ze had daartoe een goedkope vlucht Berlijn-Brussel geboekt – het is tegenwoordig bijna moeilijker om een dure vlucht te vinden dan een goedkope –  en haar vriend zou per trein vanuit Rotterdam naar Brussel afreizen.

Maar toen kwamen de aanslagen in Parijs, gevolgd door de terreurdreiging in Brussel. Ze besloten daarop het weekend niet in Brussel door te brengen maar in Antwerpen. Ze vloog nog wel naar Brussel en nam vandaaruit de trein naar Antwerpen. Ze bekeken er een bierbrouwerij – dat zal wel het culturele aspect van het reisje zijn geweest – en gingen er verder winkelen en uit. Zondag vloog ze via Brussel weer terug naar Berlijn.

Gelukkig “vluchtte” ze naar Antwerpen en niet naar Isfahan. Voor wie deze zin niet begrijpt, zie hier het gedicht ‘De tuinman en de dood’ van Pieter Nicolaas van Eyck (1887-1954) uit 1926.

De tuinman en de dood

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,  / Mijn woning in: ‘Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot, / Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant, / Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan, / Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!’ –

Van middag – lang reeds was hij heengespoed – / Heb ik in ‘t cederpark de Dood ontmoet.

‘Waarom,’ zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt, / ‘Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?’

Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ‘t, / Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ‘s morgens hier nog stil aan ‘t werk zag staan, / Die ‘k ‘s avonds halen moest in Ispahaan.’

Continue reading Isfahan

Een zwart gat in de wasmachine

Zwarte gaten hebben een grote aantrekkingskracht. Niet alleen letterlijk – alles wordt in een zwart gat gezogen, ook het licht –  maar ook figuurlijk, de belangstelling voor zwarte gaten is altijd groot. Gisteravond was er op tv ‘DWDD University presenteert: Zwarte gaten door Robbert Dijkgraaf’. In het tv-college behandelde de professor de vele opmerkelijke ins (veel) en outs (weinig) van zwarte gaten.

zwart gat

Een computersimulatie van een zwart gat in de Melkweg; Zo zal het gat op 600 km afstand er uit zien. Afbeelding: Ute Kraus, Institut für Physik, Universität Hildesheim,

Toen ik gisterenavond – 27 november 2015; dat zal later als een historische datum in de wetenschap worden gezien – naar het programma keek, kreeg ik opeens een gedachte waarvan ik ook zelf de consequenties nog nauwelijks kan bevatten. Als een donderslag bij heldere hemel  – Eureka!, daar valt de appel – schoot het namelijk door mij heen dat er zwarte gaten kunnen ontstaan in een wasmachine!

Hoe kwam ik op dit idee? “Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je overal.” zou Albert Einstein zeggen. De eerste aanwijzing kreeg ik toen professor Dijkgraaf vertelde dat er sterren waren die heel snel ronddraaien met allerlei opmerkelijke zaken zoals pulsarstraling tot gevolg. Ik moest opeens aan onze wasmachine denken. De trommel in de wasmachine draait bij het centrifugeren ook heel snel rond met allerlei opmerkelijke zaken tot gevolg. Zo hebben we het al een paar keer meegemaakt dat we een was draaiden met een dekbedovertrek er in en een hoop andere zaken. Gewoon allemaal los door elkaar heen. Maar als we de machine na afloop open maakten, dan zat alles in het dekbedovertrek. Als door een wonder was alle was in het dekbedovertrek getrokken. Dit is niet één keer gebeurd maar meerdere keren.

Ook heel bijzonder was deze strak aangetrokken knoop van overhemden en broeken die we een keer na afloop in de trommel aantroffen.

was

Als je het zelf zo probeert te knopen dan lukt dat niet. Er moeten merkwaardige krachten aan het werk zijn in de wasmachine tijdens het centrifugeren.

Ik heb echter nooit gedacht aan de mogelijkheid dat er een zwarte gat in de wasmachine zou kunnen zitten. Totdat de professor vertelde over de theorie van Stephan Hawking waarom een zwart gat toch straling kan uitzenden (niet alles verdwijnt dus in een zwart gat). De verklaring van Hawking voor dit stralingsfenomeen was dat er deeltjes zijn die vlakbij het zwarte gat soms heel eventjes in twee delen uiteenvallen, een deeltje en een anti-deeltje. En dan kan het gebeuren dat het ene deeltje in het zwarte gat verdwijnt en dat het andere bijbehorend deeltje dat niet doet en vervolgens als straling door het zwarte gat wordt uitgezonden.

Toen viel het 10 eurocentstuk (er zijn geen kwartjes meer). Twee deeltjes die bij elkaar horen, waarvan er één verdwijnt. Dat herkende ik. Ik kon opeens het mysterie van de eenlingen in de was verklaren! Hoe vaak hadden we geen eenlingen in de was, dat wil zeggen sokken waarvan het bijbehorende tweede exemplaar ondanks alle naspeuringen zoek was en bleef. Ik heb zelfs een grote plastic zak met eenlingen in de kast in de hoop dat er ooit nog eens een bijbehorende tweede exemplaar opduikt.

De oplossing voor het raadsel van de eenlingen is zo simpel dat nog nooit niemand er eerder aan heeft gedacht. Tijdens het centrifugeren ontstaat er kortstondig een zwart gat in de wasmachine waarbij één sok in het zwarte gat verdwijnt en het bijbehorende andere exemplaar niet. Als de machine later tot stilstand komt, verdwijnt het zwarte gat en resteert er een eenling. Het verklaart ook waarom alle was in het dekbedovertrek wordt gezogen.

Bevat u de grootsheid van dit idee wel? We bouwen voor miljarden aan deeltjesversnellers en dan blijkt een zwarte gat gewoon in een wasmachine te kunnen ontstaan! En oh ja, gooit u de eenlingen maar weg. Het andere exemplaar zit ergens in een zwart gat, waar het niet uit kan.

Update 1 december

Na de uitzending was er op internet nog een half uurtje een vervolg op de tv-uitzending. Zie: http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/350256

De eerste vraag die daarin werd gesteld, was of eenlingen in een zwarte gat kon verdwijnen. Mathijs van NIeuwkerk had geen flauw idee waar het over ging, maar de professor wist direct wat er werd bedoeld en het antwoord was bevestigend! A ha!. De Nobelprijs is binnen, alleen moet ik hem dus met delen met anderen die dit ook hadden bedacht. Dat geeft niet. De theorie is in ieder geval juist.

 

De Rijksdag

Het afgelopen weekend waren we op bezoek bij onze oudste dochter die tijdelijk in Berlijn woont. Voor 28 euro vlieg je tegenwoordig al naar Berlijn. Je bent er in een uurtje. We bezochten samen met haar onder andere de Rijksdag, waar we – de Engelstalige rondleidingen waren uitverkocht – een Duitstalige rondleiding volgden. Mark Twain zou zeggen “Het valt me elke keer weer op hoe slecht de Duitsers hun eigen taal spreken” maar desondanks konden we de gids redelijk goed volgen. Zo vertelde ze dat de wereldberoemde foto van de Russen die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog de Russische vlag hesen boven op de Rijksdag was gefotoshopt. Op de oorspronkelijke foto was te zien dat de soldaat die de vlag plaatste twee polshorloges droeg. Dat kon natuurlijk niet. Russische soldaten plunderen immers niet. Op de vrijgegeven foto werd daarom één horloge weggeretoucheerd.

In de Rijksdag zijn overigens nog steeds sporen te zien van de Russische aanwezigheid, zoals kogelgaten en Russische graffiti op de muren. Bij de eerste verbouwing na de Tweede Wereldoorlog waren deze achter een betimmering verdwenen – het gebouw  ligt net in de westelijke sector-  maar de Engelse architect Norman Foster, die in 1995 de prijsvraag had gewonnen om het gebouw te verbouwen, liet de graffiti weer tevoorschijn komen omdat het deel uitmaakte van de geschiedenis van de Rijksdag. Er stonden volgens de gids overigens alleen maar nette zaken.
rijksdag 0

Een ander opmerkelijk verhaal dat de gids vertelde over de oorlogsperiode was dat in de loop van de oorlog de kraamafdeling van een nabijgelegen ziekenhuis naar de kelder van de Rijksdag was verplaatst, waardoor er nog zeventig Berlijners zijn die als geboorteadres de Rijksdag hebben. Ze zijn nu in de zeventig.

Niet alles wat de gids vertelde begrepen we. (Toch jammer dat de gids haar eigen moedertaal zo slecht sprak.) Zo snapten we het verhaal over de adelaar in de zaal van de bondsdag niet helemaal.

rijksdag 1

Volgens de gids was de richting waar de adelaar naar keek na de oorlog veranderd. Tegenwoordig kijkt hij naar rechts. Links en rechts hadden in dit geval niks met politieke voorkeur te maken maar met oorlog en vrede. Rechts zou de kant van de vrede zijn. De Nazi’s hadden een adelaar die naar links keek, dat was de kant van de oorlog. Alleen ze vertelde dit verhaal toen we aan de achterkant van de adelaar stonden, wat het allemaal een beetje verwarrend maakte. Ook heeft de adelaar nu een oog in zijn achterhoofd, zodat hij je altijd in de gaten heeft. Hij kan daardoor ook de kamer zien van ‘Bundeskanzlerin Dr. Angela Merkel.’

rijksdag 3

Haar kamer ligt vlak achter de zaal zodat ze niet ver hoeft te lopen. Haar kamerdeur is heel groot, wel bijna drie meter hoog, wat volgens de gids bij een rondleiding met jonge kinderen tot een zekere angst bij één van de peuters leidde: “Is mevrouw Merkel werkelijk zo groot?” had het kind gevraagd, blijkbaar bevreesd dat er elk ogenblik een reuzin uit de kamer kon komen.

We zagen ook één van de meest omstreden delen van de Rijksdag, namelijk het kunstwerk dat door de Fransen was geschonken.

rijksdag 2

Het bestaat uit een wand met allemaal lege laden met de namen er op van alle parlementsleden die tussen 1919 en 1999 democratisch zijn gekozen. Alleen de namen van de parlementsleden die tussen 1933 en 1945 in het parlement kwamen ontbraken. Hun laden waren zwart gemaakt. Bij sommige laden stond aangegeven dat de leden slachtoffer waren geworden van het Nationaal Socialisme. Het kunstwerk was omstreden omdat er ook laadjes waren voor mensen als Hitler, Goering en Goebbels. Hier was lang over gediscussieerd maar omdat deze personen voor 1933 gewoon in het parlement waren gekozen had men besloten om ze op te nemen. Het zou geschiedvervalsing zijn om dit aspect weg te laten. Wel lokte het laadje van Hitler vaak felle reacties uit. Het was al acht keer ingetrapt. We werden verzocht dat niet te doen.

Tot slot: het mooiste deel van de Rijksdag om te bekijken is de nieuwe glazen koepel boven op de Rijksdag. Deze is ook te bezoeken zonder dat je een rondleiding doet.

rijksdag 4

Niet alleen heb je van boven een mooi uitzicht over Berlijn maar ook geven de spiegels allerlei mogelijkheden om  op een creatieve manier foto’s te maken

rijksdag 5

Drie  voor de prijs van één. (De bovenste drie figuren zouden zo bij de Stasi kunnen werken.)

 

 

Jesus Christ Superstar

Radio West heeft een prijsvraag. Je kan twee kaartjes winnen voor de musical ‘Jesus Christ Superstar’ die in december een week lang in het World Forum Theater in Den Haag te zien is. Als bijzonderheid vermelden ze nog dat de hoofdrol wordt gespeeld door Ted Neely die de rol ook heeft gespeeld in de film uit 1973.

Eh, pardon? De hoofdrolspeler uit 1973? Ik heb het even in de Wikipedia opgezocht. Ted Neely is van 1943. Hij is nu 72 jaar oud. Dat is dan wel een oude Jezus. Je loopt als producer ook nog eens het risico dat een 70-plusser tijdens zo’n vermoeiende wereldtournee ziek wordt. Net nu ik wou schrijven dat dat laatste misschien nog wel mee zal vallen, omdat de 91-jarige (!) Charles Aznavour, begeleid door Matthijs van Nieuwkerk op de piano, ook nog steeds optreedt, lees ik dat diens concerten in Amsterdam zijn afgelast omdat hij is geveld door een acute maag- en darminfectie. Maar goed, bij zulke grote producties als deze musical reizen altijd zogenaamde understudy’s mee, die de rol over kunnen nemen als een hoofdrolspeler uitvalt.

Desnoods doen ze een beroep op mij. Ik val zo in. Dat heb ik al eens eerder gedaan bij een kerstspel. Ok, niet als Jezus maar wel als een engel. We woonden toen nog in Apeldoorn. Ik was negen jaar oud en ik zat op zondagsschool. Ik ben atheïst maar mijn ouders waren Nederlands Hervormd. Ik ben zelfs nog gedoopt. Dat is wel handig, want hoewel ik dus niet geloof, bestaat er natuurlijk altijd de kans dat God toch bestaat. Als dat zo is, en zijn administratie is niet bij, dan kan ik dankzij het feit dat ik ben gedoopt misschien later toch de hemel binnen glippen.

Maar goed, ik zat dus op zondagsschool en elk kerst was er een kerstspel. Alleen ik en vriendje mochten niet mee doen. Dat hadden we niet verdiend vond de zondagsschooljuffrouw. We waren dat jaar te lastig geweest. Zo waren we zelfs een keer twee weken van school gestuurd, wegens lachen onder het bidden. Maar dat kon ik echt niet helpen. Tijdens het bidden in de klas moest je altijd strak je ogen dicht houden. Dat deden we niet altijd en we zaten een keer om ons heen te kijken wie er nog meer zijn ogen tijdens het bidden niet dicht had. Vooraan zat het braafste jongetje van de klas en hij had ook zijn ogen niet dicht. Toen hij zag dat wij om ons heen zaten te kijken, stak hij als een echte Judas zijn vinger op om ons aan te geven. Dat leek ons een heel domme actie en mijn vriendje en ik barstten allebei in lachen uit.

Het gevolg was dat wij een brief voor onze ouders mee kregen waarin stond dat wij voor twee weken van de zondagsschool waren gestuurd wegens lachen onder het bidden. Het leek ons beter om die brief thuis niet af te geven en gedurende twee weken gingen wij op zondagochtend met een brandend dubbeltje in onze zak voor de collecte – dat we natuurlijk niet mee terug naar huis konden nemen en we daarom maar gebruikten om kauwgom uit een automaat te kopen – zogenaamd naar de zondagsschool om ergens anders twee uurtjes te voetballen.

We kregen ook geen rol in het kerstspel. Alleen een week voor de uitvoering werd er iemand ziek. Het zag er niet naar uit dat het jongetje snel zou herstellen. Er was niemand anders meer en noodgedwongen moest de zondagsschooljuffrouw mij toen een rol geven. Ik werd een engeltje. Er waren vijf engelen. We hadden allemaal een kostuum met vleugels en een grote letter op onze buik. Tezamen vormden deze letters het woord Jezus. Ik was de ‘E’. Ik had één regel tekst. De juffrouw was bang dat ik mijn tekst niet zou onthouden – in tegenstelling tot de rest had ik maar één week om die te oefenen – maar nu ruim vijftig jaar later weet ik nog steeds die zin: ”De E is van de Engel die de herders de blijde boodschap gaf.”

Een makkie dus. Toch ging er wat mis. Toen het onze beurt was om het toneel op te gaan, kwam ik met één van mijn vleugels tegen een deurpost aan. De vleugel brak. Er was geen tijd meer om dat te repareren en het gevolg was dat er vijf engelen op het podium stonden waarvan er eentje een gebroken vleugel had. De ouders en andere belangstellenden in de zaal vonden dat heel grappig maar de zondagsschooljuffrouw beslist niet. Ze keek me woest aan. Maar mijn zin kwam er feilloos uit.

Een paar maanden later verhuisden we naar Diepenveen. Mijn ouders vroegen of ik daar ook op zondagsschool wou. Van mij hoeft dat niet zo zei ik. Dat was goed.

Sinterklaas

Mijn broer stuurde vanuit Oman per WhatsApp een Sinterklaaswens – waar zijn de tijden gebleven dat wensen nog gewoon met een wortel in een schoen werden gestopt.

“Beste Sint, mijn wens voor dit jaar is een dikke vette bankrekening en een slank lichaam. Het zou fijn zijn als u deze twee niet door elkaar zou halen, zoals vorig jaar.“

Ha leuk, ik ken ook nog wel een grappige Sinterklaasanekdote.

Sinterklaas is op bezoek in een V&D. Alle kinderen mogen bij Sinterklaas op schoot zitten en hem het cadeau vragen dat ze op 5 december graag willen hebben. Na een lange rij wachtenden is een klein jongetje aan de beurt. Nadat hij heeft plaatsgenomen bij de Sint is het eerste wat het jongetje zegt: “Sint ik heb de zelfde naam als u.” “Zo”, zegt Sint, “en wat wil Henk hebben op 5 december?”

Dit jaar vieren wij Sinterklaas waarschijnlijk op kerstavond. Dan is de oudste dochter net terug uit Berlijn en is de jongste dochter nog niet vertrokken voor de wintersport. Het is altijd puzzelen wanneer iedereen er is. Vorig jaar vierden wij Sinterkerst pas in de eerste week van januari. Dat was de week dat de oudste dochter even tussen een studieperiode in Singapore en een stage in New York thuis was.

Vroeger was dat veel eenvoudiger. Toen vierden we het feest gewoon op 5 december en in november stonden we altijd met de kinderen op de schouders bij de Sluisjes de aankomst van Sint te bekijken. Bij één van die aankomsten heeft de jongste dochter nog geleerd dat eerlijkheid niet altijd loont. Na afloop van het feest liepen we terug naar de fietsen. Een Piet liep nog zakjes snoep uit te delen. Aan alle kinderen vroeg hij of ze al een zakje hadden. Alle kinderen zeiden nee en kregen een zakje. Alleen mijn dochter zei eerlijk ja – het zakje was overigens zeer knap met één hand gevangen door haar vader – waarop ze geen zakje kreeg. Ik snapte het wel, hij had natuurlijk niet genoeg zakjes, maar toch, het stimuleerde de kinderen niet echt om eerlijk te zijn. Dochter keek dan ook zeer beteuterd toen ze als enige van de kinderen geen zakje van hem kreeg.

Sint

Later kreeg ze op de crèche gelukkig nog wel een cadeau van Sint en zijn Pieten.

Yoga

Een paar dagen geleden liepen we langs een oud pand met daarin een gymzaal. Door het grote raam zagen we een groep mannen en vrouwen, die zo te zien allemaal met een yoga-oefening bezig waren. Op één man na, die was bezig met zijn mobieltje. Nu heb ik niet zo heel veel verstand van yoga, maar volgens mij  zijn er weinig yoga-oefeningen waarbij de aanwezigheid van een mobieltje vereist is. Ik denk niet dat die man de juiste instelling heeft voor yoga.

Zelf ben ik ook niet zo’n yoga-type. Ik heb het tijdens mijn studententijd één keertje geprobeerd. Het Sportcentrum van de TH Twente bood de mogelijkheid om een gratis proefles bij te wonen en met een aantal jongens van mijn studentenflat besloten we om van die mogelijkheid gebruik te maken. Misschien deden er wel leuke meisjes mee en misschien vonden we het wel leuk. Beide was niet het geval.

De les begon met een aantal oefeningen die allemaal een moeilijk uitspreekbare Aziatische naam hadden. Voor het gemak vertaalden wij die namen na een paar keer proberen al snel een beetje respectloos in namen als: ‘De Au’, ‘De Oeps’, “De dubbele Oeps’ en “De kan dat wel?”

Yoga

Yoga voor gevorderden: de Padma-sarvangasana; Een oefening uit de categorie: ‘De Dubbele Oeps’ Foto Joseph Renger; Wikipedia

Aan het einde van de les moesten we allemaal languit op onze handdoek liggen. We moesten de ogen dicht doen en ons volkomen afsluiten van de buitenwereld. Vervolgens moesten we ons concentreren en inbeelden dat we in een cocon zaten die door de ruimte suisde. Waarom we die ruimtereis moesten maken, was me niet geheel duidelijk. Maar goed, na enig concentreren lanceerde ik mij de ruimte in.

Ik suisde net lekker door de ruimte toen ik uit de cocon van mijn buurman opeens het geluid van een borrelende buik hoorde, even later gevolgd door het geluid van een sissende wind die de man in de cocon links van mij liet. En niet alleen kon ik in mijn voortsuizende coconnetje dit geluid horen, ook de geur die uit zijn cocon ontsnapte, drong door tot in mijn cocon. Dat was te veel van het goede en mijn cocon stortte neer op aarde en ik moet schaamtevol bekennen dat ik mijn lachen daarbij niet kon inhouden, wat op zich weer ernstige gevolgen had voor de ruimtereizen van de andere coconbestuurders.

Ik denk niet dat de yogalerares het erg vond dat ik de volgende keer niet meer kwam.

Zonsverduistering

Gisterenavond keken we naar ’Floortje naar het Einde van de Wereld’, het reisprogramma van Floortje Dessing  Ze was op Spitsbergen. Uit de beschrijving op de site van Televizier:

“Een koud en donker avontuur voor Floortje Dessing in Floortje naar het einde van de wereld. Ze vertrekt naar het ijskoude Spitsbergen voor een ontmoeting met Aleksandr. Deze Rus woont in het zo goed als uitgestorven stadje Pyramiden. Vroeger was het een bloeiende mijnwerkersstad, die op het hoogtepunt ongeveer duizend inwoners had. Toen de steenkoolvoorraden waren uitgeput, vertrokken die weer grotendeels, een spookstad achterlatend.

De gebouwen bleven staan en zijn nu ontdekt door toeristen. Steeds meer geïnteresseerden komen per boot of per sneeuwscooter naar het plaatsje. Maar dat gebeurt in de zomer, als er daglicht is en de bittere winterkou is vertrokken. Maar in de winter is het er duister en uitgestorven. Hoe overleeft Aleksandr in dit onherbergzame oord?”

 Het werd een fascinerend portret van Aleksandr. Het was een lieve maar eenzame man die als hij buiten was de hele tijd met een jachtgeweer rondliep omdat er meer ijsberen dan mensen leefden. De uitzending trok 1,8 miljoen kijkers. Alleen het achtuurjournaal trok meer kijkers. Het was meer dan terecht dat er zoveel mensen keken. Kijk het terug in ‘Uitzending Gemist’ zou ik zeggen.

We zagen in de uitzending ook hoe Floortje op Spitsbergen een volledige zonsverduistering mee maakte. Een schitterend gezicht om te zien. Het is als jarenlang een wens van mij om ook een keer zoiets te zien.

Zonsverduistering

Een foto van de totale zonsverduistering zoals deze in 1999 te zien was in Frankrijk (foto van Luc Viatour / www.Lucnix.be; afkomstig van de Wikipedia).

Nu wil het toeval, dat gisteren in de mail een (ongevraagde) aanbieding van een reisorganisatie zat voor een Eclipsreis Indonesië onder begeleiding van de astronaut André Kuipers.

“Astronaut André Kuipers weet als geen ander wat reizen uniek maakt.”

andre kuipers reis

Ai, de prijs van de reis is wel een beetje aan de hoge kant voor een 12-daagse reis (eigenlijk maar negen dagen want de rest zijn vluchtdagen). Met zijn tweetjes zouden we zo’n kleine 16.000 euro kwijt zijn. Ik heb even een snelle natte-vinger-berekening zitten maken. Volgens de site van KLM heb je op de reisdagen van deze trip voor minder dan 800 euro per persoon een non stop retourvlucht naar Bali. Daar komen nog eens twee binnenlandse vluchten bij en wat lokaal vervoer. Laten we eens ruim doen en stellen we de totale reiskosten op 1200 euro per persoon, met zijn tweetjes zijn we dan aan reiskosten 2400 euro kwijt.

Er zijn negen hotelovernachtingen. Laten we eens vreselijk duur doen: 400 euro per nacht voor een tweepersoonskamer met alles er om heen. Dat is voor negen nachten 3600 euro. Bij elkaar zitten we nu op 6000 euro. Resteert nog tienduizend euro. Laat er nog eens voor 1000 euro aan excursies inzitten en geven we de reisorganisatie 25% van het budget (4000 euro) voor hun onkosten en winst, dan resteert er van onze 16.000 euro nog altijd 5000 euro. Dat zal dan bestemd zijn voor André Kuipers. Er zijn 24 deelnemers. Dat wil zeggen dat André Kuipers ongeveer 60.000 euro voor zijn aanwezigheid en praatje tijdens deze reis ontvangt. Dat heeft hij goed onderhandeld!

 We laten deze reis maar aan ons voorbij gaan. Toch gaan we een zonsverduistering bekijken. Alleen niet deze maar degene die in 2017 in Amerika te zien is. Op 21 augustus 2017 zal er namelijk een volledige zonsverduistering te zien zijn in Amerika. De eerste voorlopige reisplannen worden door ons al gemaakt. Het zal waarschijnlijk een reis worden die twee keer zo lang gaat duren als die Eclipsreis naar Indonesië maar wel tegen de helft van de kosten.

Misschien komen we André Kuipers wel tegen onderweg.

Vrijdag de dertiende

Onder het motto ‘we laten ons leven niet leiden door de aanslagen in Parijs, in Beiroet en op het Russische vliegtuig gaan we weer over op de ‘gewone’ blogposts. Hoewel, er is toch nog wel een relatie, want deze blogpost gaat over het fenomeen ‘vrijdag de dertiende’ en dat is ook de dag dat de aanslagen in Parijs werden gepleegd, een feit dat in diverse media niet onvermeld bleef. Even was ik bang dat er een blik deskundigen naar de studio zou komen om dit verband te duiden, maar dat geschiedde gelukkig niet.

Tien jaar eerder was ik overigens zelf een ‘vrijdag-de-dertiende-deskundige‘. Hoe word je nu een ‘vrijdag-de-dertiende-deskundige’? Nou gewoon, door er een ochtendje op te googelen en dan er een column in de Volkskrant over te schrijven – ik schreef toen voor die krant de rubriek ‘Het Nutteloze Kennisparadijs. Deze column was ook gelezen door de redactie van een programma van BNR (Business Nieuws Radio) en ze vroegen, aangezien hun eerstkomende uitzending op vrijdag de dertiende zou plaats vinden, of ik hun programma er iets over wilde komen vertellen. Het aantal ‘vrijdag-de-dertiende-deskundigen’ was blijkbaar niet groot. BNR zond die dag op locatie uit en wel vanuit de universiteit Utrecht. Of ik daarheen wilde komen.

De treinreis naar Utrecht verliep zonder vertragingen (en dat op vrijdag de dertiende!) en ruim op tijd meldde ik mij in de kantine van één van de universiteitsgebouwen van waaruit werd uitgezonden. Ik moest even wachten totdat ik aan de beurt was en mocht plaatsnemen aan een grote tafel waaraan behalve de presentator ook een paar studentes zaten die iets over de nieuwe studiefinancieringsplannen zouden vertellen. Er werd een plaatje gedraaid – ok, cd afgespeeld –  en toen de muziek stopte, zei de presentator: ‘Ik loop hier rond in de kantine en ik ga eens op zoek naar wat studenten die iets over de nieuwe plannen van de minister willen zeggen. Dag, mag ik jullie wat vragen?” Huh? Hij liep helemaal niet rond maar zat gewoon aan tafel, net zoals die twee meisjes waarmee hij tijdens de muziek al de eerste vragen had doorgenomen. De luisteraar werd bedonderd waar ik bij zat. Maar goed, even later was ik aan de beurt. “Aan tafel zit bij mij…”. Ha, gelukkig, ik hoefde niet rond te lopen.

Het gesprek begon met vragen over bijgelovigheid. Ik vertelde de anekdote over Niels Bohr, in 1922 winnaar van de Nobelprijs voor natuurkunde. Bohr had boven de deur van zijn werkkamer een hoefijzer hangen. Op een dag vroeg een student: “Maar professor, een eminent geleerde als u gelooft toch niet in de werking van een hoefijzer?” Waarop Bohr antwoordde: “Nee natuurlijk niet, maar men heeft mij verzekerd dat, ook al geloof je er niet in, het toch werkt.” Ik vond het een leuke anekdote maar de presentator vertrok geen spier.

Zijn volgende vraag ging over Triskaidekaphobia dat angst voor het getal 13 betekent. “Triskaidekaphobia, dat is een mooi Scrabblewoord, vindt u niet?” “Nee, ik ben bang dat ik u ongelijk moet geven, het telt 17 letters en het Scrabblebord is niet groter dan 15 bij 15, dus het past niet.” antwoordde ik. Het kwam niet meer goed tussen ons. Ik zal u de rest van het gesprek daarom besparen en voor alle nuttige informatie over vrijdag de dertiende hieronder mijn oorspronkelijke column uit de Volkskrant plaatsen. Ik kan hem  – wij van WC-eend adviseren WC-eend – van harte aanbevelen om uw kennis over vrijdag de dertiende te vergroten.

Triskaidekaphobia

Op 25 augustus 2004 was in de finale van de 100 meter horden op de Olympische Spelen van Athene de Canadese Perdita Felicien de grote favoriete. Een jaar eerder was ze wereldkampioene geworden. Maar al bij de eerste horde ging het mis. Ze viel. Opmerkelijk detail: haar startnummer was nummer 1313.

Mensen die last hebben van ‘angst voor het getal dertien’ oftewel ‘triskaidekaphobia’ – wat op zich weer geen fijn woord is voor mensen die lijden aan ‘hippopotomonstrosesquippedaliophobia’ (oftewel ‘angst voor lange woorden’) – zullen van de val niet vreemd opgekeken hebben. Zij zien overal de gevaren van het getal 13.

Nog een voorbeeld: Op 11 april 1970 om exact 13.13 uur plaatselijke tijd werd de Apollo 13 gelanceerd. Twee dagen later, op 13 april, meldde de Apollo 13 de fameuze woorden ‘Houston, we’ve got a problem’. Het leverde later wel een mooie film met Tom Hanks op.

De angst voor het getal 13 komt in veel gedaantes terug. Hotels hebben vaak geen dertiende verdieping, in vliegtuigen is er soms geen dertiende rij, in de Italiaanse lotto komt het getal 13 niet voor en bij sommige Franse restaurants is een ‘quatorzieme’ te huur. Dat is een persoon die tegen betaling een hapje mee eet indien het gezelschap bestaat uit dertien personen. Ooit ging de Amerikaanse schrijver Mark Twain naar een diner van dertien. Een vriend wees hem op het gevaar hiervan. Mark Twain vond het onzin, maar toen hij terugkwam, moest hij bekennen dat zijn vriend gelijk had. Er was maar voedsel voor twaalf.

Er zijn enkele beroemde personen die leden onder triskaidekaphobia. Tot hen behoren Napoleon, Victor Hugo, Henry Ford en de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt. Deze laatste had er veel last van. Zo moest bij het opstellen van zijn reisschema zijn secretaris er altijd rekening mee houden dat Roosevelt bij voorkeur niet op de dertiende reisde. Liever vertrok hij een dag eerder of een dag later.

De angst voor vrijdag de dertiende (paraskevidekatriaphobia) is een speciaal geval van de angst voor het getal 13. Elk jaar is er minstens 1 maand met een vrijdag de dertiende. Maximaal komt het drie keer per jaar voor. Uit een Amerikaans onderzoek blijkt dat de angst voor vrijdag de dertiende de Amerikaanse economie jaarlijks miljoenen dollars kost, omdat een hoop mensen op deze dag thuisblijven en niet naar het werk gaan of uit eten gaan.

De oorsprong van het bijgeloof is niet duidelijk. Meestal wordt het Laatste Avondmaal genoemd als bron. Daar zaten dertien mensen aan. Het Laatste Avondmaal heeft nog een bijgeloof opgeleverd. Toen Jezus verklaarde dat er zich een verrader onder hen bevond, gooide Judas van schrik het zoutvaatje om. Sindsdien geldt dat het morsen van zout ongeluk brengt. De angst voor vrijdag heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat Jezus op een vrijdag werd gekruisigd en dat vrijdag in het oude Rome executiedag was.

Niet altijd brengt het getal 13 ongeluk. Zo gebeurde er in het jaar 1313 niets bijzonders. Zeker niet in vergelijking met het jaar erop. In dat jaar regende het maandenlang. Dijken bij de Rijn, Waal, Maas en IJssel braken, de oogst mislukte en er ontstond hongersnood. De grootste ramp van 1314 trof echter de inwoners van Londen. Koning Edward II verbood er het voetballen.

Twee helden

Op de openbare lagere school van mijn dochters zaten veel moslim-kinderen. En net zo als dat geldt voor de niet-moslim kinderen waren de ouders van deze kinderen soms heel betrokken bij de school en soms totaal niet. Zo had één van de moslimjongens uit de klas van mijn dochter een vader die werkelijk elke keer voorop liep bij activiteiten op school. Wie was er bij voorbeeld als het sneeuwde bij een feest toch buiten bezig met het ophangen van de feestverlichting? Hij dus. Wacht nou even totdat het droog wordt, zeiden we. Nee, hij vond het niet erg om nat te worden; anders zou het misschien niet op tijd af komen. Zo’n iemand was het.

Aan de ander kant was er ook een jongetje wiens vader een omstreden iman was. Er was altijd veel rumoer om hem. Er waren politici die riepen dat hij het land uit moest, zo omstreden was hij. Hij had een zoontje dat nooit aan schoolactiviteiten mocht mee doen. Zo was er bijvoorbeeld in de week voor de kerstvakantie altijd ’s avonds een diner op de school voor de kinderen. Alle kinderen van de klas waren er, behalve het zoontje van de iman.

Ik vraag me wel eens af hoe het nu, zo’n vijftien jaar later, gaat met deze twee kinderen, het zoontje van de vader die altijd voorop liep met helpen en het zoontje van de iman. Hoe zouden ze zich ontwikkeld hebben? In de geest van hun ouders of toch heel anders?

Iets anders: Kent u Everett A. Stern? Waarschijnlijk niet. Ik tot een uurtje geleden gelukkig ook nog niet. Hij is een van de twee kandidaten in de republikeinse voorkiezingen voor de post van senator namens de staat Pennsylvania. De andere is de zittende senator Pat Toomey. Ik mag echt hopen dat die Toomey de republikeinse voorverkiezing wint, want Stern twitterde vorige week donderdag na de bomaanslagen in Beiroet:

aansla Beiroet

Hij vond de bomaanslag goed nieuws!!! (die drie uitroeptekens zijn van hem; niet van mij). Hij heeft ook een oplossing hoe je terroristen kan bestrijden.

aansla Beiroet 2

Zo’n type dus. Voor wie wil weten hoe een deel van die dode “Hezbollah-terroristen” van Stern er uit zien, dit zijn een aantal van de slachtoffers van de bomaanslagen in Beiroet.

aansla Beiroet 3

Er zitten verpleegsters, studenten, kinderen, een schoolleraar, een winkelier en ook een Syriër, die het geweld uit Syrië was ontvlucht, tussen.

De foto van het meisje dat een foto van haar overleden vader vasthoudt staat niet voor niets wat groter afgebeeld dan de rest. Hij, Adel Termos, is namelijk een echte held, maar wel een overleden held. Nadat de eerste bom af ging, verzamelden zich een hoop mensen bij de rampplek. Dat was het moment waarop een tweede zelfmoordterrorist had gewacht om zijn bomgordel af te laten gaan. Adel Termos zag hem echter aan komen lopen en stortte zich bovenop hem, een actie die hem zijn eigen leven kostte, maar waarmee hij veel levens redde.

In sommige Nederlandse kranten stond een klein stukje over deze heldendaad. Soms werd er ook bij vermeld dat zijn dochtertje ook bij de aanslag was omgekomen. Dat blijkt dus gelukkig niet het geval te zijn. Ik las dat laatste op de site van een zekere Elie Fares, een blogger uit Libanon, op wiens site ik toevallig terecht kwam toen ik via Google informatie over Adel Termos zocht. Elie Fares schreef niet alleen over Adel Termos en zijn dochtertje maar ook over Abou Ali Issa uit Libië. Daar heeft u, net als ik, ongetwijfeld ook nog nooit van gehoord.

Deze vader van zeven kinderen redde met een soortgelijke actie als die van Adel Termos in Beiroet bij een bomaanslag op 15 januari 2015 in Tripoli het leven van tientallen mensen. Ook daar was een terrorist die zichzelf opblies (acht doden), gevolgd door een tweede zelfmoordenaar die zich in de grote groep van toegestroomde mensen wilde opblazen.

En net zoals Adel Termos zag Abou Ali Issa de man aankomen en stortte zich met zijn lichaam op hem en redde daarmee tientallen mensen het leven. Daarom ter ere van deze twee overleden helden – over een jaar zijn ze ongetwijfeld vergeten; dat mag niet gebeuren – hierbij hun portretten.

aansla Beiroet 4 aansla Beiroet 5

Links: Abou Ali Issa, overleden op 15 januari 2015 in Tripoli, Libië; Rechts: Adel Termos , overleden op 12 november 2015 in Beiroet, Libanon

Het leven gaat door. Hoe zal over vijftien jaar het leven van het dochtertje van Adel Termos er uit zien?

Parijs en Toeval

Volgens de Frans schrijver en filosoof Voltaire (1694-1778; geboren en gestorven in Parijs) bestaat toeval niet. “ We noemen zo een gevolg van een oorzaak die we niet zien”. Ik denk niet dat hij gelijk heeft. Toeval bestaat wel. Soms zien we de oorzaak wel maar noemen we het toch toeval. Een voorbeeld om dit duidelijk te maken.

De allereerste bom die de Engelsen tijdens de Tweede Oorlog op Berlijn gooiden, kwam in een dierentuin terecht en doodde daar de enige olifant van heel Berlijn. Toeval? Als je een bom op Berlijn gooit, dan moet hij ergens op de grond vallen, en ja dan kan hij in het hok van de olifant terecht komen. We kennen de oorzaak (de bom) en we kennen het gevolg (de dood van de olifant). De kansberekening zegt dat het kan gebeuren, maar omdat de kans zo klein is, noemen we de dood van de olifant toch toeval.

Toeval is een gebeurtenis met een kleine kans op die gebeurtenis. Maar hoe klein moet de kans zijn voordat we iets toeval noemen?  Een tiende? Een honderdste? Een duizendste? Een miljoenste?

Hoe kom ik nu op toeval? Door die vreselijke gebeurtenissen in Parijs. Neem die twee spelers van het Franse nationale elftal, Lass Diarra en Antoine Griezmann. Diara verloor een nichtje bij één van de schietpartijen. De zus van Antoine Griezmann was aanwezig bij het concert in de Bataclan maar zij overleefde het gelukkig. Parijs telt ruim 2,2 miljoen inwoners. Bij elkaar zullen daarvan zo’n 500 tot 1000 mensen bij de aanslagen beschoten zijn. Hoe groot is dan de kans dat het Franse nationale elftal niet één maar twee spelers telt met familieleden die worden beschoten bij de aanslag?

Nog zo’n voorbeeld. Op tv was het relaas te horen van een Nederlands meisje dat in Parijs was en wilde gaan eten in het restaurant Le Petit Cambodge. Ze was net te laat voor het laatste vrije tafeltje en moest daarom even aan de overkant wachten totdat er een tafeltje vrij kwam. Even later werd het restaurant beschoten. Hoe groot is de kans dat zoiets allemaal gebeurt? Het toeval heeft haar gered.

Los van deze discussie over toeval, je zou maar de ouders, familie of vrienden zijn van bij voorbeeld Mathias en Marie die toevallig aanwezig waren bij het concert in Bataclan. Op Twitter verschenen er onder de hashtag @recherheparis al snel na de aanslag foto’s van allerlei vermiste mensen waaronder die van Marie met de vraag of iemand haar had gezien.

aanslagen 0

Kort daarna  gevolgd door foto’s van Marie samen met haar vriend Mathias, want hij was ook vermist.

aanslagen 1

Even later volgde een hernieuwde oproep. Een speurtocht bij alle ziekenhuizen in Parijs had niets opgeleverd. Ze waren nog steeds niet terecht.

aanslagen 2

Tot slot verscheen er nog een laatste update. De foto was nu zwartwit. De zoektocht was ten einde. “Ik heb geen woorden meer, alleen nog tranen” stond er in het bericht. Ze waren allebei overleden.

aanslagen 3

Hartverscheurend. Toeval is een kleine kans, met soms vreselijk verdrietige uitkomsten.

De top 10 van de nationale parken in de USA

Amerika is een favoriet vakantieland van ons. In 1988 bezochten wij het op onze huwelijksreis voor het eerst en sindsdien zijn we er nog een aantal keer geweest. Onze favoriete bestemmingen zijn de Nationale Parken, in het bijzonder die in het westen van Amerika. We zijn niet de enigen die graag de nationale parken bezoekt. Zie hier – in de gedachte van een bekende Nederlandse politicus die ooit eens zei: “Statistieken, statistieken, daar heb ik helemaal niks aan. Cijfers moet ik hebben” – de tien meest bezochte nationale parken in de Verenigde Staten van 2014, volgens de National Park Service (NPS), zijnde de organisatie die de parken beheert.

NP usa bezoekers

Het Great Smoky Mounains NP, gelegen op de grens van de staten North Carolina en Tennessee, steekt er met kop en schouders boven uit. Het krijgt met zijn 10 miljoen bezoekers zelfs meer bezoekers dan de nummers 2 (Grand Canyon NP) en 3 (Yosemite NP) samen. Is het Great Smoky Mounains NP dan ook het mooiste park van Amerika?  Nee, dat niet. Dat het park als één van de weinige nationale parken relatief dichtbij de grote steden in het oosten van Amerika ligt, heeft ongetwijfeld met de hoge bezoekersaantallen te maken.

Nu is de vraag welk park “het mooiste park” is, natuurlijk een zeer subjectieve vraag. Herstel, de vraag is natuurlijk niet subjectief, de antwoorden wel. Wat de een mooi vindt, dat vindt de ander helemaal niks en omgekeerd. Of zoals Confucius al zei: “Alles heeft z’n schoonheid alleen ziet niet iedereen dat altijd”.

We zijn lid van diverse Amerika-forums en daar wordt regelmatig gediscussieerd welke parken je “beslist moet bezoeken”. Ook op diverse reissites op internet kan je overzichten vinden met de ‘mooiste’ nationale parken. Soms zijn het alleen maar lijstjes zonder volgorde, maar er zijn ook een aantal Amerikaanse reissites die een top tien hebben gemaakt van de mooiste nationale parken die je beslist moet bezoeken.

Ha, dat is leuk, want van die top tien’s kan je dan weer een gezamenlijke top tien maken. Dat heb ik dus, geheel overeenkomstig de uitspraak “Ik geloof alleen de statistieken die ik zelf heb vervalst” (Winston Churchill), dan ook gedaan. Dit volgens het systeem; tien punten voor een eerste plaats op een top tien, negen punten voor een tweede plaats, enzovoorts.

De tien sites met een top tien die ik heb meegenomen zijn: Yahoo Travel; Usa today; Thrillist Travel; The Active Times; Lonely Planet; Ranker.Com; ABC-news;  MSN/Oyster; The Crazy Tourist en Gayot

De uitkomst van deze volkomen nutteloze exercitie luidt:

  1. Yosemite NP, 82 punten
  2. Yellowstone NP, 76 punten
  3. Grand Canyon NP, 66 punten
  4. Zion NP, 45 punten
  5. Glacier NP, 41 punten
  6. Hawaii Volcanoes NP, 30 punten
  7. Bryce Canyon NP, 27 punten
  8. Acadia NP, 25 punten
  9. Grand Teton NP, 20 punten
  10. Death Valley NP, 19 punten

Het Great Smoky Mounains NP, het meest bezochte nationale park, staat zelfs helemaal niet in de top 10. Alleen Yosemite en Yellowstone komen in elke top tien van de verschillende sites voor. Death Valley NP daarentegen staat bijvoorbeeld maar in drie van de tien top tien’s. Dat het toch nog de gezamenlijke  top tien heeft gehaald, heeft het te danken aan ABCnews die het op de eerste plaats zette: “This might be a controversial pick for the top spot on our list.” Zie hier de onderbouwing van de “algemene top tien” van te bezoeken parken.

np parken

(Geheel overeenkomstig politieke beleidsplannen is de onderbouwing van de cijfers moeilijk leesbaar. Wie de details toch wil weten, moet even op het plaatje klikken.)

Einstein zei al: “De tijd bestaat alleen maar omdat je niet alle parken tegelijkertijd kan bezoeken”. (Ok, in werkelijkheid zei hij: “De tijd bestaat alleen maar omdat anders alles tegelijk zou gebeuren.“)

Overigens is de bovenstaande top tien een prachtig voorbeeld hoe je met statistieken alles kan bewijzen. Op grond van dit overzicht kan de perschef van Yosemite een ronkend persbericht uitsturen met de tekst: “Tien reissites wijzen gezamenlijk Yosemite aan als het mooiste park om te bezoeken.

Was ik nu de perschef van Yellowstone, dan liet ik de cijfers van ‘The Crazy Tourist’ weg (dat kost mij maar één puntje en Yosemite tien punten). Gevolg: Yellowstone staat dan met 75 punten bovenaan gevolgd door Yosemite met 72 punten: “Negen reissites wijzen gezamenlijk Yellowstone aan als het mooiste park om te bezoeken.”, aldus de perschef van Yellowstone.

Benjamin Disraeli zei het al: “Er zijn drie soorten leugens: leugens, grotere leugens en statistieken.”

p.s. Het nationale park dat niet deze top tien staat maar er wel volgens mij beslist in moet is het Sequoia / Kings Canyon NP.

Ivo Niehe, George Bush sr. en ik

Laatst had ik het weer een keer, iemand die zei dat ik op Ivo Niehe lijk. Het gebeurt wel vaker dat mensen dat zeggen, maar het is niet juist. Ik lijk niet op hem. Andersom klopt het wel, Ivo Niehe lijkt wel een beetje op mij.

Ivo Niehe Martin van Neck   Ivo Niehe Martin van Neck

Ivo Niehe                                                Martin van Neck

Maar behalve de uiterlijke gelijkenissen zijn er nog een paar overeenkomsten. Zo spreken wij allebei onze vreemde talen goed: ik het Twents en Ivo het Engels, Frans, Duits, Spaans en Italiaans, en gezien het feit dat er op de Wikipedia ook een pagina over hem in het Pools is, vermoedelijk ook die taal.

Daarnaast is er de overeenkomst dat wij beide regelmatig ontmoetingen hebben met de groten der aarde. Zo herinner ik me nog goed de ontmoeting die ik in 1989 had met de Amerikaanse president George Bush sr. tijdens zijn bezoek aan ons land.

Het was juli 1989. Bush sr. was op staatsbezoek. Hij logeerde bij koningin Beatrix. Merkwaardigerwijs niet bij haar thuis – sorry, ik kan dit weekend geen logees hebben – maar in haar werkpaleis aan het Noordeinde (had zij daar ergens in een vergaderzaaltje een stretcher voor hem klaar gezet?)

Voorafgaand aan dit bezoek hadden Bush en ik onze ontmoeting. Het was een maandagmorgen en ik liep door de stad op weg naar kantoor. Vlakbij het binnenhof stonden allemaal dranghekken. Die bleken voor Bush te zijn – althans voor het publiek aan de kant van de weg – maar dat was eigenlijk volkomen overbodig want er stond geen mens. Alleen op de hoek bij de vijver van het Binnenhof stond een Amerikaan met twee vlaggetjes te wachten. Ik vroeg hem wat er aan de hand was. Hij vertelde dat zijn president zo langs zou komen en ik besloot even te wachten om te kijken wat er gebeurde. Even later kwam de auto met Bush er in aan rijden. Deze zat somber om zich heen te kijken, want er was werkelijk niemand op straat om naar te zwaaien. Op dat moment begon de Amerikaan naast mij wild enthousiast met zijn vlaggetjes te zwaaien. Bush zag het, veerde helemaal op en begon enthousiast naar ons te zwaaien.

Bush in de auto

Ik zwaaide braaf terug, waarop Bush zich omdraaide en zijn beide duimen nog naar ons opstak om aan te geven dat de Amerikaan en ik goed bezig waren. Daarna reed de autostoet weer verder. Aardige man pa Bush.

Schrijven is schrappen

Het is soms makkelijker om van een kort verhaal een lang verhaal te maken dan van een lang verhaal een kort verhaal. Neem bijvoorbeeld het volgende tienwoordenverhaal (net ter plekke door mij verzonnen) “Sorry, ik wist toch ook niet dat het geladen was.” Even je fantasie gebruiken en je hebt zo een langer verhaal.

Andersom is daarentegen vaak een stuk lastiger. Om van een lang verhaal een kort verhaal te maken moet je gaan schrappen (‘schrijven is schrappen’) en zaken weg laten (‘kill your darlings’). Beide zijn zaken waar ik moeite mee hebt.

In 2005 schreef ik voor de Volkskrant de rubriek ’Het nutteloze kennisparadijs’. Ik had de ruimte voor ongeveer 600 woorden. Heel vaak had ik een leuk idee, ging aan de slag en als het klaar was, liet ik de woorden-tellen-functie van ‘Word’ er op los. En ja hoor, dan had ik weer 900 woorden. Moesten er 300 uit. Eerst gingen de niet-noodzakelijke bijvoeglijke naamwoorden er uit, maar dat was nooit voldoende. Dan de niet-noodzakelijke bijzinnen. Meestal was ik er dan ook nog niet. De volgende stap was dan het weggooien van een hele alinea – en daar stond natuurlijk altijd een o zo leuke maar overbodige anekdote in (‘kill your darlings’).

De grootste uitdaging voor wat betreft het schrappen was toen een wat oudere collega op kantoor – de woorden ‘wat oudere’ kan je in een in te krimpen verhaal zo schrappen – met een oud boek  -‘oud’ kan ook weg – uit 1922 kwam aanzetten. Het was een boek geschreven door Hiram Bingham III, die hierin beschreef hoe hij de wereldberoemde (woord kan ook weg) Inca-stad Manchu Picchu ontdekte. Misschien was dat wat voor mijn column. Het boek staat tegenwoordig online: ‘Hiram Bingham: Inca Land: explorations in the highlands of Peru. Houghton Mifflin, Boston, Massachusetts 1922.’ (deze zin kan in zijn geheel weg.)

http://www.gutenberg.org/files/10772/10772-h/10772-h.htm )

Het was zeker iets voor mijn column. Het was een hilarisch verslag, althans dat vond ik,  – deze bijzin kan ook weg – van zijn ontdekking van Manchu Picchu. Het enige probleem was echter dat het boek 350 bladzijden telde. Probeer dat maar eens in 600 woorden samen te vatten – ook deze laatste zin kan probleemloos worden geschrapt.

Het kostte me best veel tijd om er een mooi (woord kan weg) kort verhaal van te maken. En net toen ik het af had, stopte de Volkskrant met mijn column. Had ik weer. Ik heb het verhaal later nog wel opgenomen in het nutteloze kennisboek. (Deze hele alinea met de anekdote van het stoppen door de Volkskrant zou in zijn geheel weg kunnen; maar dat doe ik hier uiteraard niet omdat ik mooi zelf de lengte van deze blogpost bepaal.)

Maar goed, – deze twee woorden kunnen ook weg –  zie hier hoe een boek van 350 bladzijden in ruim 600 woorden wordt samengevat. De foto’s heb ik voor deze blogpost speciaal toegevoegd. Ze staan niet in het boek.  Deze laatste twee zinnen kunnen uiteraard ook zonder enig probleem worden geschrapt.

Indiana Jones and the lost city of the Incas

Hiram Bingham III, professor Zuid-Amerikaanse geschiedenis aan de Yale University, werd beroemd met zijn ontdekking van Manchu Picchu. De gebouwen van deze Incastad in Peru behoren tot de best bewaarde overblijfselen uit de Incatijd en worden jaarlijks door een half miljoen toeristen bezocht.

manchu

Foto Martin St-Amant – Wikipedia – CC-BY-SA-3.

Bingham ontdekte de gebouwen tijdens de Yale-expeditie van 1911 naar Peru. Het was toeval. Hij was niet op de hoogte van het bestaan van de stad. Een boer vertelde hem er over en wilde hem voor een dollar wel naar het complex brengen. Het was niet eenvoudig om er te komen. Een wankele boomstam over een kolkende rivier en giftige slangen behoorden tot de hindernissen

.bingham

Bingham, staande op een brug in het oerwoud van Peru; Foto afkomstig het Yale  University archief; fotograaf Harry Ward Foote

Bingham, geboren in 1875 en zoon van missionarissen, was een echte avonturier. Hij deed dit niet om rijk te worden – hij was getrouwd met de kleindochter en erfgename van de oprichter van het juwelenconcern Tiffany en woonde in een huis met dertig kamers – maar vanwege een lang gekoesterde wens om beroemd te worden.

bingham gezin

Bingham in 1908 met zijn vrouw, zijn kinderen, zijn vader en zijn tante. Op de bovenste rij staan van links naar rechts: Hiram Bingham II, Hiram Bingham IV en Hiram Bingham III. Foto afkomstig uit het boek van Bingham

Het doel van de Yale-expeditie was Mount Coropuna, waarvan men destijds dacht dat het de hoogste berg van Zuid Amerika was. Deze berg was in die tijd nog niet beklommen en Bingham wilde graag als eerste op het hoogste punt van Zuid Amerika staan. Hij had hierbij opvallenderwijs concurrentie van een zekere Annie Peck. Deze 60-jarige Amerikaanse schooljuffrouw wilde ook als eerste Mount Coropuna beklimmen. Dit om aandacht te vragen voor de rechten van de vrouw.

annie peck fanny workman

Links: Annie Peck in 1911; foto afkomstig uit de Library of Congress Prints and Photographs Division Washington: rechts een collega klimster, Fanny Bullock Workman, op het Silver Throne plateau, Karakoran in Kasmir, Azië in 1917 met een krant met de tekst ‘Votes for Women; foto William Hunter Workman.

Mount Coropuna is een bergcomplex met meerdere pieken. Bingham en de zijnen beklommen de westelijke piek. Halverwege de beklimming ontstond er twijfel. Zaten ze wel op de goede piek? De twee kilometer verderop gelegen noordelijke piek leek bij nader inzien hoger. Na een uitgebreide vergelijking dachten ze niettemin toch op de goede piek te zitten. Ten onrechte, in werkelijkheid is de noordelijke piek 20 meter hoger dan de piek die zij beklommen.

mount corupana

Mount Coropuna met zijn meerdere pieken. foto Edubucher / Wikipedia 

Beklom Bingham de verkeerde piek, zijn concurrente Annie Peck beklom zelfs de verkeerde berg. Ze zag een andere berg aan voor Mount Coropuna. Boven aangekomen op de top van haar berg plantte ze een vlag met de tekst ‘VOTES FOR WOMEN’.

Aangekomen op de top van Mount Coropuna bepaalde Bingham met behulp van twee hoogtemeters de hoogte van de berg. Dat leverde een grote teleurstelling op. De berg was slechts 6425 meter hoog, veel minder hoog dan gedacht, hij stond niet op het hoogste punt van Zuid Amerika – dat is de berg Aconcagua in Argentinië, die is 6962 meter hoog.

Na de beklimming reisde Bingham door naar Parinacohas (ook wel bekend als Lake Flamingo). Bingham verkeerde in de veronderstelling dat Parinacohas het diepste meer van Zuid Amerika was. Hij wou graag als eerste de diepte van dit meer bepalen.

lake inca

Flamingo’s boven het meer; foto afkomstig uit het boek van Bingham

Onderweg naar het meer was een collega dagenlang bezig om een honderden meters lang meetlint te maken met om de 1,5 meter een loodgewicht. Aangekomen bij het meer roeide Bingham voorzichtig naar het midden en liet het meetlint langzaam zakken. Hij hoorde vrijwel direct ‘ploink’. Het meetlint raakte de bodem al, zelfs nog voordat het eerste loodgewicht onder water was verdwenen. Uiteindelijk bleek het meer nergens dieper te zijn dan 1,5 meter.

Gelukkig voor hem werd hij toch beroemd dankzij de boer die hem de weg wees naar Manchu Picchu.

Bingham bleef een avonturier. In de Eerste Wereldoorlog leerde hij vliegen. In 1917 was hij hoofd van de Amerikaanse vliegschool in Issoudan, Frankrijk. Later ging Bingham de politiek in. In 1924 werd hij gouverneur van Connecticut. Hij was het slechts één dag. De volgende dag werd hij lid van de Amerikaanse Senaat – hij nam de plaats over van een overleden senator. Hij stond bekend als de vliegende senator. In 1929 kreeg hij een ‘Censure’, een officiële berisping, omdat hij een door de industrie betaalde lobbyist in zijn staf had. In 1933 werd hij niet herkozen.

bingham 1928

Bingham als “vliegende senator’  in 1928

Hij overleed in 1956. Het filmpersonage ‘Indiana Jones’ uit de films van Steven Spielberg is mede op hem gebaseerd. Ook een maankrater is naar hem genoemd. Enig minpuntje: je kunt de krater vanaf de aarde niet zien, hij ligt aan de achterkant van de maan. Dat zal Bingham ongetwijfeld wat minder gevonden hebben.”

Wat Bingham uiteraard niet in zijn boek vermeldde, is dat voor hem al anderen  Manchu Picchu hadden ‘ontdekt’, zoals in 1867 de Duitser Augusto Berns. (Deze zin kan ook weg).

Eigenlijk kan deze hele blogpost wel weg.

Haiku-les voor beginners

Een paar maanden geleden vierden vrienden van ons uit Groningen dat ze X jaar waren getrouwd. Uiteraard staat X voor een getal, maar als ik dat hier vermeld, dan valt gelijk weer op hoe oud ik al ben. Niet dat ik in een leeftijdscrisis zit maar toch. Als geschenk vroegen ze aan alle gasten of deze een haiku wilden schrijven. Dat vonden ze leuk. Een haiku? Daar wist ik weinig van. Ik wist dat een Haiku een Japanse dichtvorm was, maar dat was het wel. Gelukkig hadden ze er bij gezet dat een haiku bestond uit drie regels van in totaal zeventien lettergrepen. De eerste regel telde vijf lettergrepen, de tweede zeven en de derde weer vijf. Onze bijdrage aan de Groningse feestvreugde, althans voor wat betreft de haikoetjes, werd het volgende drietal.

  1. ‘Martinitoren / Dat krijg je met een haiku / over Groningen’
  2. ‘Een echte beving! / Ach, wonen in Groningen / is een beleving’
  3. ‘Feest in Groningen / Er zwaait iemand maar helaas / de naam vergeten’

Voor wie nu denkt: “zijn dit wel haiku’s?”. Nee, dat zijn ze niet. Ze voldoen alleen maar aan de eerste ‘eis’ waar een haiku aan moet voldoen: het aantal lettergrepen per regel.

‘Dit is een haiku / Tel de lettergrepen maar / vijf zeven en vijf’

Maar er zijn meer ‘regels’. Zo ‘moet’ een goede haiku gaan over de seizoenen van het jaar of over de natuur.

‘Lente en zomer / Andere seizoenen zijn / herfst en de winter’

Continue reading Haiku-les voor beginners

Korte verhalen

Om de Nobelprijs voor literatuur te winnen – zie de vorige blogpost –  moet ik werken aan een groot en groots oeuvre. Eerst maar eens zorgen voor een groot oeuvre. Ik kan natuurlijk heel dikke boeken gaan schrijven, maar dat is een hoop werk en leidt lang niet altijd tot een Nobelprijs. Zo telt ‘Oorlog en Vrede’ van Tolstoj meer dan 1000 bladzijden en ook zijn Anna Karenina is met 864 bladzijden bepaald geen dun boekje. Een Nobelprijs leverden hem die dikke pillen echter niet op.

Maar als het niet uit de lengte moet komen, dan maar uit de breedte. Of te wel korte verhalen, maar dan wel heel veel. Het schrijven van korte verhalen is echter wel een specialisme. Er zijn zelfs wedstrijden georganiseerd om het beste korte verhaal te schrijven. Zo was er een wedstrijd om een verhaal te schrijven met zo min mogelijk woorden, maar waarin wel de volgende drie aspecten aan de orde moesten komen: religie, seksualiteit en mysterie. Het winnende verhaal (geen idee wie de auteur was) luidde: “Jezus, ik ben zwanger! Maar van wie?”

Dit verhaal telt zeven woorden. Het kan echter korter. Als ultieme vorm van het korte verhaal geldt namelijk het zogenaamde zeswoordenverhaal. Het bekendste en meest aangehaalde voorbeeld daarvan is een tragisch verhaal, waarbij haast altijd wordt gezegd dat Ernest Hemingway het in het kader van een weddenschap heeft geschreven. Het luidt:

For Sale, Baby Shoes, Never Worn’

dubbelgangers

Links Tolstoj van de lange verhalen (foto uit 1840);  rechts Hemmingway van de korte verhalen (foto uit 1923). Het lijken wel broertjes.

Dat Hemmingway daadwerkelijk de auteur is van dit beroemde zeswoordenverhaal is echter hoogstwaarschijnlijk niet juist. Ene Garson O’Toole van http://quoteinvestigator.com/ heeft in 2013 namelijk in een uitgebreid artikel (http://quoteinvestigator.com/2013/01/28/baby-shoes/) aangetoond dat de oorsprong van het babyschoentjesverhaal al in 1910 ligt. Toen verscheen er op 16 mei in de Washingtonse krant ‘The Spokane Press“ – naar aanleiding van een eerdere advertentie in de krant waarin babyspullen (“Never been used”) te koop werden aangeboden – een artikel over het tragische verhaal achter deze advertentie.

baby shoes

Zie hier het originele artikel over de advertentie uit The Spokane Press. van 16 mei 1910 (zoals opgespoord door Garson O’Toole).

Het zou natuurlijk leuk zijn geweest als O’Toole boven het artikel had geschreven: “Hemmingway niet de auteur van Baby-Shoes-verhaal” (en daarbij tellen we ‘Baby-Shoes-verhaal’ dan uiteraard als één woord), maar dat was helaas niet het geval.

Er zijn veel mensen die zeswoordenverhalen schrijven. Vijf vertaalde voorbeelden uit het Engels (de oorspronkelijke auteurs zijn mij helaas onbekend):

  • We noemen de ziekte naar jou’
  • ‘Passagiers, dit is niet uw captain’
  • ‘Ik fake Alzheimer zei opa, alweer’
  • ‘Sorry Soldaat, schoenen alleen per paar’
  • ‘Niet aanraken, stond er in braille’

En vijf Nederlandse voorbeelden (met tussen haakjes de auteurs):

  • Te koop: Minirok. Te kort gedragen.’ (P. Groeneweg)
  • De dood verhinderde Jack’s laatste woorden.’ (Herman Brusselmans)
  • Met zijn auto keihard langs flitspalen.’ (Saskia Noort)
  • We blijven hopen haar te vinden.’ (Kristien Hemmerechts)
  • Ze had een balansdag, qua mannen’ (Susan Smit)

Ook Joost Zwagerman schreef in 2007 een zeswoordenverhaal: “ Maar zijn verhaal: ‘Niet nu! Ik ben al dood.’ is wel een beetje wrang om nu te lezen.

Ik heb ook geprobeerd om een zeswoordenverhaal te schrijven, maar ik komt niet verder dan

  • Kennedy: Warm vandaag, gelukkig een cabriolet.’
  • ‘Titanic-ober: Wat wilt u als dessert?’
  • ‘Nu al thuis? stamelde zijn vrouw’
  • ‘Zes woorden slechts?’ Dat lukt nooit!

Echt sterk zijn mijn probeersels niet. Bij het Kennedy-verhaal moet je al weten dat, toen hij in Dallas werd doodgeschoten, hij in een cabriolet met het dak neergeklapt reed. En als je een verhaal moet uitleggen dan deugt het niet. En bij het tweede voorbeeld is ‘Titanic-ober’ natuurlijk een heel lelijk woord, maar ja, als ik schrijf ‘Ober op de Titanic’ dan heb ik al vier van de zes woorden gebruikt en heb ik geen plek meer voor het dessert. Het derde verhaal gaat nog, daar kan je nog wel iets bij voorstellen, maar echt goed is die niet. Het vierde“verhaal” is natuurlijk helemaal niets. Nee, die zeswoordenverhalen gaat het bij mij niet worden. Ik moet maar wat anders verzinnen om die Nobelprijs voor Literatuur te winnen.

Ik weet overigens wel waarom ik niet goed ben in korte verhalen. Ik ben zoals Marianne altijd zegt veel te “uitleggerig”. Daarmee bedoelt ze dat ik altijd overbodige verduidelijkingen schrijf.