All posts by Martin

De omgekeerde Jenny (1)

Een paar maanden geleden verschenen er op internet een aantal leuke verhalen over de eerste officiële luchtpostvlucht van de US Postal. De aanleiding hiervoor was dat het 15 mei 2018 honderd jaar geleden was dat deze eerste officiële vlucht met luchtpost plaats vond (tussen 1911 en 1918 had de US Postal al geëxperimenteerd met verzenden per luchtpost). Ik dacht hier kan ik ook wel even een blogpost over schrijven, maar omdat ik druk bezig was met iets anders, liet ik het een paar dagen liggen en vergat het daarna. Dat zal de leeftijd zijn.

Dit weekend zag ik op de site van de Washington Post opeens weer een artikeltje over deze eerste vlucht. Oh ja, dat is waar ook dacht ik.  Daarom er toch maar even over schrijven. Nu kan ik daarmee wel wachten tot 15 mei 2068 – dan is het 150 jaar geleden dat deze vlucht plaats vond – maar tegen die tijd ben ik 112 jaar oud en is de kans groot dat ik het dan weer vergeet, dus daarom nu maar.

Er zitten twee leuke verhalen achter deze vlucht. Het eerste verhaal betreft de vlucht zelf. Het zou een dienst Washington – Philadelphia – New York worden. Zowel vanuit Washington als vanuit New York zou een vliegtuig opstijgen dat naar Philadelphia zou vliegen. Daar zouden ze elkaar ontmoeten, de post zou er uitgewisseld worden en de vliegtuigen zouden daarna weer terug vliegen naar de plaats van vertrek.

00 postzegel 0Brief die met de eerste vlucht Washington – New York mee ging. In de stempel staat ‘AIR MAIL SERVICE – WASH. N.Y. PHILA.” “MAY 15, 1918 – FIRST TRIP” “PHILA’

In Washington was er die dag een officiële bijeenkomst georganiseerd om de start van de nieuwe dienst te vieren. Op het vliegveld waren tal van hoogwaardigheidsbekleders aanwezig om het vertrek van het vliegtuig bij te wonen, waaronder de Amerikaanse president Thomas Woodrow Wilson.

Als piloot voor de vlucht was een zekere luitenant George Leroy Boyle aangewezen. Hij was een nieuweling die net van een militaire vliegschool af kwam. Hij had minder dan zestig uur vliegervaring. De reden dat hij toch voor deze belangrijke vlucht was aangewezen, was dat hij verloofd was met de dochter van Charles McChord, de Interstate Commerce Commissioner, iemand die een grote vinger in de pap had ten aanzien van het aanwijzen van de piloten voor de vluchten.

00 vliegtuigHet vliegtuig van Boyle, een ‘Curtiss JN-4HM, ook wel een ‘Jenny’ genoemd, wordt voor de vlucht klaar gemaakt. Foto: (National Postal Museum, Smithsonian Institution).

00 vliegtuig 3

Boyle, in het midden op de foto krijgt vlak voor de vlucht nog enkele instructies over de route van een collega piloot. Volgens de verhalen besteedde Boyle echter meer tijd aan zijn verloofde (dat is de vrouw rechts op foto) dan aan zijn instructies.

Onder luide toejuichingen nam Boyle vervolgens plaats in zijn toestel en startte de motor. Er gebeurde helemaal niets. Men was vergeten om het vliegtuig van brandstof te voorzien. Nu was er op dat moment op het vliegveld nergens meer brandstof voor handen, waardoor men deze uit enkele andere vliegtuigen op het vliegveld moest halen. Nadat het toestel van Boyle alsnog van brandstof was voorzien, kon hij met een vertraging van een uur om 11.45 uur alsnog opstijgen.

00 vliegtuig 4Boyle stijgt samen met een postzak met 62 kg op. (foto National Postal Museum, Smithsonian Institution )

Of het nu kwam doordat Boyle bij de instructies meer aandacht aan zijn verloofde dan aan de instructies had gegeven of vanwege een andere reden is niet bekend, maar wat tot verbijstering van de officials gebeurde, was dat Boyle na de start de verkeerde kant opvloog. Naar het zuiden in plaats van het noorden.

Boyle had al snel door dat hij verkeerd zat, zette zijn vliegtuig aan de grond om zich te oriënteren, steeg weer op, verdwaalde wederom en landde even verderop nog een keer. Bij deze landing, op 32 km afstand van Washington, brak de propeller van het vliegtuig en moest Boyle de vlucht staken. Toevalligerwijs was hij geland naast het huis van de plaatselijk postkantoorhouder. Deze bracht hem met postzak en al per auto weer terug in Washington. (De vlucht van het andere toestel vanuit New York naar Philadelphia verliep overigens wel probleemloos.)

Dankzij zijn hoge connecties zou Boyle twee dagen later nog een tweede kans krijgen van de US Postal Service. Deze keer vloog voor de zekerheid een ander vliegtuigje tijdens het begin van zijn vlucht met hem mee om hem de weg te wijzen naar de Chesapeake Bay. Boyle had de instructie gekregen om aangekomen bij de oever van deze baai deze in noordelijke richting te volgen totdat hij bij het meest noordelijk punt kwam. Vanaf daar moest hij in noordoostelijk richting verder over land naar Philadelphia vliegen.

Het ging wederom mis. Aangekomen bij Elkton sloeg Boyle niet af, maar bleef de oever van de baai (in zuidelijke richting) volgen om uiteindelijk helemaal in het meest zuidelijke puntje van de baai bij Cape Charles te belanden. Daar kwam hij zonder brandstof te zitten. Hij zette zijn vliegtuig aan de grond en had geluk dat hij naast een boerderij landde. Van de boer kon hij brandstof lenen. Deze wees hem de weg en deze keer vloog Boyle wel de goede richting op.

00 vlucht 0

Echter, zo’n 15 mijl voor zijn eigenlijk bestemming in Philadelphia raakte zijn brandstof op en zette hij in de schemering zijn vliegtuig op het vliegveld van de Philadelphia Country Club neer. Bij de landing ging het helaas mis. Het vliegtuig raakte een obstakel op de landingsbaan. Boyle werd uit het vliegtuig geslingerd. Gelukkig voor hem raakte hij hierbij slechts licht gewond. Het vliegtuig had wel veel schade. Zo brak er één van de vleugels af. Uiteindelijk zou Boyle samen met zijn postzak per trein in Philadelphia arriveren.

Ondanks aandringen van zijn toekomstige schoonvader weigerde de US Postal Service om daarna nog gebruik te maken van de diensten van Boyle.

Een maand na deze vlucht zouden Boyle en zijn verloofde trouwen. “One of the most notable of the June weddings in the capital,” Een jaar later kregen ze een kind. Drie jaar later gingen ze uit elkaar. Boyle werkte op dat moment al niet meer als piloot maar als advocaat. Hoe het verder met hem in het leven is gegaan, is niet bekend.

Tot zover het verhaal over George Boyle en de eerste vlucht. In een volgende blogpost het verhaal over de postzegels die ter gelegenheid van de eerst vlucht werden uitgegeven. Dan zal ook duidelijk worden dat de naam van deze blogpost ‘de omgekeerde Jenny’ niet op het gecrashte vliegtuig van Boyle slaat maar op iets anders .

Een beloning van 10 miljoen dollar

Weet u wie de persoon is die op deze foto genomen op 17 maart 1990 staat?

boston dief 5300

Indien u het weet, meldt u zich dan bij de FBI. Wellicht levert het u een beloning op van 10 miljoen dollar.

Wie hierover meer wil weten, kan hier op mijn site terecht. Daar leg ik uit wie deze persoon is en waarom u er een beloning van 10 miljoen dollar mee kan verdienen. Het is wel een tamelijk lang verhaal van ongeveer 9.000  woorden. De leestijd daarvan bedraagt zo’n 40 minuten, dus u moet er wel even de tijd voor hebben.

 

 

 

 

Vreemde steden

Ik keek van de week op een kaart en zag toen op de plaats waar ik Kopenhagen verwachtte een stad met de naam København.

0 kopenhaven

Huh? Wat was dat nou weer? Het bleek dat de Denen  hun hoofdstad heel anders noemen dan dat wij doen.  Heel hinderlijk. Ze zijn niet de enigen in Europa die dat doen. De Italianen noemen Rome Roma, de Engelsen Londen London en de Fransen Parijs Paris. Zoiets brengt me altijd van de wis, herstel van de wijs.

Maar ach, was het niet Mark Twain die ooit eens na een bezoek aan Frankrijk zei: “Aardige mensen, jammer alleen dat ze hun eigen taal zo slecht spreken.

 

De vrouw in het rood

In de Volkskrant van gisteren stond een artikel over de campagne die het Hunebedcentrum is begonnen tegen het beklimmen van de hunebedden. Het stuk begint als volgt:

“Het houten bord dat het beklimmen van het grootste hunebed van Nederland per direct verbiedt is nog maar net onthuld, of meteen gaat het al mis. Alsof haar leven ervan afhangt, begint een vrouw in het rood ouders erop aan te spreken dat ze hun kinderen van de prehistorische grafkamer af moeten halen. En wel nu.

 Die boodschap valt niet in goede aarde. ‘Hoe moet ik weten dat het verboden is?’, vraagt de moeder van een jongetje dat D27, het absolute kroonjuweel onder de hunebedden en met zijn 23 meter tevens topstuk van de Canonmusea van Nederland, tot klimrek heeft uitgeroepen. ‘Toen wij hier aankwamen, was dat bord helemaal nog niet onthuld.’

 ‘Ik ben al vier dagen mensen aan het waarschuwen dat dit verboden is’, werpt de vrouw in het rood tegen. En de vaders en moeders kunnen toch zeker zelf ook wel bedenken dat dit 5.300 tot 5.400 jaar oude stuk culturele erfgoed niet als speeltoestel is bedoeld? De vrouw laat het woord ‘dom’ vallen. Dat had ze beter niet kunnen doen. De sfeer is hard op weg grimmig te worden.

 ‘Dus u vindt mij dom?’, vraagt de moeder. De familie breidt zich uit, een schoonmoeder verschijnt ten tonele: ‘Als het verboden is, hang er dan een ketting omheen.’ Ook de vader van het jongetje vindt het verbod nergens op slaan: ‘Wat een onzin, er leeft geen Hun meer.’ En ook al zijn de hunebedden in werkelijkheid niet het resultaat van een staaltje noeste arbeid van de Hunnen maar van het trechterbekervolk, adviseert hij zijn zoon toch maar om de stenen te laten voor wat het is. ‘Want sinds 10 minuten mag je niet meer op het hunebed.’

 De vrouw in het rood druipt af. Escalatie van de hunebedruzie lijkt net op tijd voorkomen.”

De krant heeft er twee foto’s bijgeplaatst, een foto van het hunebed en, qua privacy opmerkelijk, ook een foto van de vrouw in het rood.

0hunnebed 2JPG

Ik moet zeggen, die vrouw in het rood heeft iets bekends. Waar ken ik haar toch van?

Warm en koud

Tegenwoordig heb je in Nederland regelmatig grote temperatuursverschillen. Dan is het bijvoorbeeld in Limburg vijf graden warmer dan op de Waddeneilanden.

Soms heb je zelfs ook plaatselijk grote verschillen. Gisteren zagen we daar een opmerkelijk voorbeeld van. We liepen door ons winkelcentrum. Bij Blokker hing dit plakkaat op het raam.

0warn

Maar even verderop bij een andere winkel was het blijkbaar  een stuk minder warm. Daar hing dit papier:

0koud

Nu zat er wel drie minuten wandeltijd tussen deze twee winkels. Dus het kan zijn dat er in die tijd een spectaculaire weeromslag heeft plaats gevonden . Zoiets komt voor. In 2005 heb ik in mijn allereerste column van het Nutteloze Kennisparadijs voor de Volkskrant een dergelijk fenomeen beschreven. Het betrof hier een weeromslag in Spearfish, een Amerikaans dorp, dat ligt in de Black Hills in South Dakota. Het stadje telt zo’n 8.600 inwoners. Ik citeer nu even een stukje uit deze column.

“[…] De gemiddelde temperatuur in januari in Spearfish bedraagt vier graden onder nul, maar er is sprake van een grote variatie. Stel, je bent weerman in Spearfish en je moet op 22 januari 1943 om 07.30 uur het weer presenteren. Je kijkt nog snel even op de thermometer en je ziet dat het buiten twintig graden vriest. Je houdt gedurende een minuut of twee je praatje, geeft je voorspelling en daarna kijk je weer op de thermometer. Je ziet dat deze nu zeven graden boven nul aangeeft. Daar sta je dan als weerman.

Deze stijging van de temperatuur van 27 graden in twee minuten tijd geldt als wereldrecord. De stijging werd veroorzaakt door een plotselinge föhnwind uit de Black Hills, die warme lucht aanvoerde. Deze wind, ook wel de snow-eater genoemd, zorgde er voor dat de temperatuur vervolgens langzaam door steeg naar 15 graden Celsius. Maar toen de wind ging liggen, zakte de temperatuur weer even hard terug naar 15 graden onder het vriespunt.

Een weerman in Spearfish heeft het niet gemakkelijk.”

De winkeliers in ons winkelcentrum ook niet.

Ondertussen in Zoetermeer

Bericht van de twitter-pagina van de politie van Zoetermeer

zoetermeer

De man is natuurlijk niet zonder reden gearresteerd. Misschien heeft hij spijt en wilde hij schoon schip maken.  Sorry, te flauw.

Mocht het komen tot een taakstraf dan heeft hij deze alvast uitgevoerd.

 

Ondertussen in Ommen

Bericht van de facebookpagina van de Politie Ommen;

politie

“Vanmiddag kregen wij een nogal opzienbarende melding van onze meldkamer. Volgens de meldkamer zou er een olifant door de tuin van de melder lopen en ook al aan het eten zijn van zijn perenboom. De melder gaf desgevraagd aan dat het geen grapje betrof..

Onderweg naar het adres van de melder –in het buitengebied van Ommen- vroegen wij ons al af hoe wij in hemelsnaam een olifant zouden moeten vangen. Dit was voor ons ook de eerste keer. Na enige minuten kwamen wij ter plaatse bij de woning van de melder en zagen wij meteen al grote bulten ontlasting op de oprit liggen. We zagen direct dat deze ontlasting daadwerkelijk wel eens afkomstig van een olifant kon zijn.

Bij de woning troffen wij de behoorlijk geschrokken bewoners, die ons vertelden dat de eigenaar van de olifant het beest zojuist had opgehaald en was vertrokken via een bospad.
Nadat wij dit bospad enkele honderden meters hadden gevolgd, troffen wij inderdaad de olifant aan, inclusief zijn eigenaar.

Het bleek dat de eigenaar een circusmedewerker was, die dagelijks enkele keren met de olifant ging wandelen in het bos. Op een onbewaakt moment, zag de olifant kans om een tuin in te lopen. Volgens de eigenaar doet het dier dit normaal gesproken nooit. De olifant hoorde bij een circus, welke deze dagen op een camping in de omgeving is neergestreken.

De eigenaar van het dier baalde stevig van het incident en is vervolgens samen met ons teruggegaan naar de geschrokken bewoners. Hier heeft de eigenaar de ontlasting op de oprit en in de tuin opgeruimd en de bewoners financieel gecompenseerd voor de geleden schade.

Als klap op de vuurpijl mochten wij als Politie ook nog even met de ‘boosdoener’ op de foto. Hier hebben wij meteen gebruik van gemaakt, alleen al om te voorkomen dat niemand ons gelooft 

olifant

Een gestolen schilderij aan de wand

Op 29 november 1985, even voor negen uur ’s morgens, deed een medewerker van het ‘University of Arizona Museum of Art’ in Tucson de voordeur van het museum open voor een collega. Pal achter hem kwamen een wat oudere vrouw (ze werd later op zo’n 55 jaar oud ingeschat) en jongeman (hij was vermoedelijk ergens tussen 25 en 30 jaar oud) aangelopen en de suppoost liet deze vroege bezoekers – het museum stond op het punt om open te gaan – ook binnen. Buiten was het 12 graden. De man en vrouw droegen lange winterjassen.

Terwijl de man direct door liep naar de tweede verdieping, bleef de vrouw beneden en vroeg de suppoost wat informatie over een schilderij op de benedenverdieping. De suppoost begon enthousiast te vertellen. Na een paar minuten kwam de man weer beneden, waarop het stel abrupt het museum verliet.

Dit plotselinge vertrek bevreemdde de suppoost. Hij liep de trap op naar de tweede verdieping en zag daar tot zijn schrik dat ‘Woman – Ochre’, een schilderij van Willem de Kooning, uit zijn lijst was gesneden en was verdwenen. Hij holde naar buiten maar van het stel was geen spoor meer te bekennen. Een getuige zou later verklaren dat ze in een rode sportwagen waren weggereden.

Willem de Kooning was in 1904 in Rotterdam geboren, waar hij in zijn jonge jaren in de avonduren – overdag werkte hij als interieurontwerper voor een warenhuis – aan de Willem de Kooning Academie studeerde. (Uiteraard heette de school toen nog niet zo, maar luidde de naam toen ‘Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen’). In 1926 verliet De Kooning Nederland en reisde als verstekeling aan boord van een vrachtschip naar New York. Daar zou hij later beroemd worden als schilder. In 1955 schilderde hij ‘Woman – Ochre’.

kooning

Drie jaar later schonk de toenmalige eigenaar, een architect, het schilderij aan het museum. De waarde werd toen op zo’n 6.000 dollar ingeschat. In 1985 was verzekeringswaarde van het schilderij opgelopen tot 400.000 dollar. In 2006 werd een soortgelijke schilderij uit dezelfde serie voor liefst 137,5 miljoen dollar geveild.

Het museum bezat in 1985 geen beveiligingscamera’s, waardoor de politie het moest doen met de beschrijving van de suppoost. Zie hier de schetsen van de politietekenaar:

schilderij diefstal

De politie had het vermoeden dat de vrouw wellicht een verklede man was, maar wist dat niet zeker. Ondanks ijverig speurwerk van de politie en de FBI bleef het schilderij ruim 31 jaar lang spoorloos. Totdat in juni 2016 in het kleine plaatsje Cliff (293 inwoners) in New Mexico Rita Alter op 81-jarige leeftijd overleed. Vijf jaar eerder was haar man Jerry overleden, eveneens op de leeftijd van 81 jaar. De nalatenschap werd afgewikkeld door een neef van het echtpaar. Een antiekhandelaar kocht voor 2000 dollar alle meubels en kunst in het huis, waaronder een schilderij dat in de slaapkamer aan de wand naast de deur hing.

schilderij krant

Het schilderij aan de wand in de slaapkamer van het echtpaar op een foto gemaakt door de antiekhandelaar. Het schilderij was toen nog niet herkend als het gestolen schilderij. Het was alleen te zien als de deur van de slaapkamer (bijna) helemaal dicht was. In de vloer zat een spijker die voorkwam dat, als de deur te ver open zwaaide, de deur tegen het schilderij aankwam; (Afbeelding en begeleidende tekst bij de foto: ‘AZcentral’). 

Niemand herkende het schilderij als een originele De Kooning. De antiekhandelaar nam het mee naar zijn zaak en zette het daar op de grond. Eén van de klanten zei dat het wel eens een originele De Kooning kon zijn en toen een volgende klant dat ook zei, ging de antiekhandelaar het schilderij op Google opzoeken. Pas toen zag hij dat het schilderij het gestolen werk uit Tucson betrof. Hij belde het museum en toen deze kwamen kijken, bevestigden deze dat het schilderij inderdaad ‘Woman – Ochre’ was. De antiekhandelaar droeg daarop het schilderij over aan het museum.

Hoe het echtpaar aan het schilderij kwam is niet duidelijk. Hij was een voormalige klarinetspeler en muziekleraar; zij gaf spraaklessen. Oorspronkelijk woonden ze in New York maar vertrokken omstreeks 1980 naar New Mexico. Ze hadden één grote hobby: reizen. Ze reisden niet alleen heel Amerika door, maar bezochten ook meer dan 140 landen, verspreid over alle continenten. Ook bezochten ze de Noord- en Zuidpool. Iemand heeft op YouTube een stuk of tien filmpjes geplaatst met foto’s van hun reizen. Zie hier het echtpaar in 1958 voor de Grand Canyon staan.

foto echtpaar

Ten tijde van de diefstal was Jerry Alter 54 jaar oud en reed het echtpaar in een soortgelijke rode sportwagen als het stel van de diefstal. Er bestaat een foto van het echtpaar uit 1985 die één dag voor de diefstal van het schilderij is genomen. Zie hier deze foto in combinatie met de opsporingsportretten:

tekeningn 1Afbeelding afkomstig van de site van de AZCentral

Nu moet je de man op de foto niet vergelijken met de man met de snor op de tekening maar met de vrouw op de tekening. Deze gezichten vertonen inderdaad wel enige gelijkenis. En volgens mensen die het echtpaar en hun twee kinderen in die tijd kenden, leek de man met de snor op Joseph Alter, één van hun kinderen die toen 23 jaar oud was. Waar deze zoon momenteel verblijft, is niet bekend.

Of het echtpaar, al of niet in samenwerking met hun zoon, de diefstal heeft gepleegd of dat ze het schilderij op een andere, al of niet legale, wijze hebben gekregen, blijft onduidelijk. Ze hebben hun geheim in het graf meegenomen. Dit ondanks dat ze een uitgebreid dagboek bij hielden, maar de dag van de diefstal daarin was blanco.

Er zijn nog twee zaken die ik  hier even moet vermelden. In 2010 gaf Jerry Alter op 80-jarige leeftijd een boek in eigen beheer uit. Eén van de verhalen ging over een diefstal van een juweel uit een museum. De dieven waren een grootmoeder en haar kleindochter. Het verhaal vertoonde behoorlijk veel gelijkenis met de diefstal van het schilderij. Een ander opvallend punt is dat de Alters niet alleen heel veel reisden (onbekend is waar ze dit allemaal van bekostigden), maar dat na de dood van Rita Alter er meer dan 1 miljoen dollar op haar bankrekening bleek te staan. Hoe ze aan al dit geld kwamen, is onbekend. Hun leven schreeuwt dan ook om een verfilming door Hollywood.

Waarom schrijf ik nu over dit echtpaar?  Dat komt omdat ik – toen ik gisteren op internet voor het eerst over dit stel las en de afbeeldingen zag –een déjà vu gevoel kreeg bij de opsporingstekening van de man met de snor. Deze had ik eerder gezien, maar niet in combinatie met de diefstal van het schilderij van de Kooning.

Na enig nadenken wist ik het: het betrof hier opsporingstekening van twee als politieagenten vermomde overvallers die in de nacht van 18 maart 1990 het Isabella Stewart Gardner Museum in Boston hadden overvallen. Ze belden ’s nachts aan omdat er zogenaamd een melding zou zijn van een inbraak. De nachtwakers deden open, werden overvallen en gekneveld, waarna de twee overvallers in een uur tijd dertien schilderijen stalen, waaronder een Rembrandt en ‘Het Concert’ van Vermeer.

Vermeer gestolen‘Het Concert’ door Vermeer; Met een geschatte waarde van zo’n 200 miljoen euro geldt dit schilderij als het duurste gestolen schilderij ter wereld wat nog steeds vermist is.

Zie hier de tekeningen van de twee als agenten verklede overvallers – “Fake Agents!” zou Trump zeggen – met en zonder bril.

tekeningn 2

De gangbare theorie is dat de diefstal werd gepleegd door maffialeden uit Boston. (Zie hier voor meer informatie over deze diefstal.)  Echter, vergelijk ik de opsporingsportretten van de dief met snor uit Tucson met dat van de dief met snor uit Boston, dan zie ik twee mensen met allebei een bril en met een snor. Daar zijn er niet veel van, dat moeten haast wel dezelfde zijn! Zie hier de twee tekeningen naast elkaar.

boston

Het museum in Boston heeft in 2017 de beloning voor het terugbrengen van de schilderijen verhoogd van 5 tot 10 miljoen dollar – de diefstal is inmiddels verjaard; de schilderijen kunnen dus probleemloos worden terug gegeven; wel is het bezit (heling) nog strafbaar.

Wat denkt u? Zal ik de tip over de gelijkenis nu al doorgegeven of wacht ik nog even om te zien of het museum de beloning voor de gouden tip nog verder gaat verhogen?

 

 

Dieren die het warm hebben

Het zal volgens de weersverwachting – zeg  nooit weersvoorspelling –  nog twee dagen erg warm blijven. Daarna zakt de temperatuur terug naar normale temperaturen voor deze tijd van het jaar. Het is een buitengewoon warme zomer dit jaar. Ook de dieren hebben er last van. Zo zagen we in onze tuin opeens wat tropische vogels opduiken die we anders nooit zien. Ze gingen zitten op een ijzeren stang dat als een soort kunstwerkje in onze tuin staat.

vogels

Een koolmees ging even later naast hen op de stang zitten. Bekeek de vogels, kwam toen tot de conclusie dat het vreemde vogels waren en vloog weer weg.

Even later zag ik dat binnen in huis bij de tas met oud papier er een prop papier naast lag. Ik wilde hem oppakken, maar opeens bewoog de prop. Het was een pad die door de openstaande voordeur naar binnen was gehupt, vermoedelijk op zoek naar koelte.  Ik heb hem toch maar naar buiten gebracht. (Vraag niet hoe; ok, heel voorzichtig met een stoffer en blik; hij liet zich het welgevallen.)

pad

Ach ja, het is een warme zomer. Ik zou eigenlijk de tuin een beetje moeten bijhouden maar om Mark Twain te citeren “Zomer: de periode waarin het te warm is om te doen waarvoor het in de winter te koud was.”

 

Breaking news: deze site staat te koop

Kent u het werkwoord ‘rinnen’? Waarschijnlijk niet. Volgens de site van het ‘Genootschap Onze Taal’ is het verouderd Nederlands dat als hoofdbetekenis ‘stromen’, ‘vloeien’ heeft. Het werd vroeger ook wel gebruikt in de betekenis van ‘dik worden, stremmen, stollen’. In die laatste betekenis zie je het voltooid deelwoord (rinnen – ronnen – geronnen) vandaag de dag nog terug in ‘geronnen bloed’, waarmee gestold bloed wordt omschreven.

Het bekendst is het voltooid deelwoord echter door de uitdrukking ‘Zo gewonnen, zo geronnen’, waarmee wordt bedoeld dat datgene wat je snel verdient (doorgaans geld), je vaak ook zo weer kwijt bent – het geld is weer ‘weggevloeid’.

Waarom moet ik nu opeens aan die uitdrukking denken? Dat komt door een aantal recente nieuwsberichten. Zo was daar vorige week het bericht dat door tegenvallende kwartaalcijfers de koers van Facebook op één dag met bijna 20% was gedaald. Hierdoor verloor Facebook-oprichter Mark Zuckerberg op papier op één dag 15 miljard dollar. En vorige maand was er het bericht dat Jeff Bezos, de oprichter en grootaandeelhouder van het online-winkelimperium Amazon, met zijn vermogen door de grens van 150 miljard dollar was gebroken. Een half jaar geleden had hij nog maar een schamele 109 miljard, maar de stijgende beurskoers van Amazon heeft zijn vermogen op papier flink doen toenemen.

En gisteren was daar het bericht dat door de stijgende beurskoersen het bedrijf Apple op papier nu meer dan een biljoen dollar waard was – dat is 1000 miljard dollar oftewel: 1.000.000.000.000 dollar. Volgens de site van het AD kon je daarvoor alle in Nederland te koop staande huizen kopen en dan nog hield je 966 miljard over. Wat nou huizencrisis?

huisHet huis van de ouders van Steve Jobs in Los Altos in Californië. In de garage links bouwden de Apple-oprichters Steve Jobs en Steven Wozniak hun eerste Apple-computer; foto Mathieu Thouvenin

Nu is het zo, dat zolang je de aandelen niet verkoopt het allemaal geld op papier is. Als de koers van het aandeel weer daalt, dan raak je het weer kwijt. “Zo gewonnen, zo geronnen’ en dat deed me beseffen dat zoiets mij ook kan overkomen. Ik ben nu op een leeftijd gekomen dat ik aan de toekomst moet denken  – (eerst denk je nooit aan de toekomst; dan kom je op een leeftijd dat je wel aan de toekomst gaat denken en uiteindelijk bereik je een leeftijd dat je alleen nog maar aan het verleden denkt).

Deze site is op papier uiteraard heel veel waard, maar zolang ik dat niet omzet in geld kan het ‘zo gewonnen, zo geronnen’ zijn. Daarom heb ik besloten de site, inclusief inhoud, te verkopen. De site moet minimaal 10 miljoen euro opbrengen, maar u mag meer bieden. Daarvoor krijgt u niet alleen de domeinnaam maar ook het copyright op de bestaande inhoud. Bovendien zeg ik u toe – voor een schappelijk jaarsalaris van 250.000 euro (wel met inflatiecorrectie) –  dat ik nog minstens drie jaar voor deze site blijf werken.

Ik zou zeggen ‘Vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan!’ en doe uw bod.

Liegen

Blij dat u weer beland bent op het beste blog van Nederland, wat zeg ik, van de wereld. Vandaag ga ik het hebben over liegen.

De Griekse filosoof Aristoteles, die in de vierde eeuw voor Christus leefde, zei ooit eens: “Het enige wat je met liegen bereikt is niet geloofd te worden als je de waarheid spreekt.” Dit citaat doet sterk denken aan de bekende fabel van de jongen die zijn mededorpelingen telkens waarschuwt voor een niet aanwezige wolf met als gevolg dat op het moment dat er daadwerkelijk een wolf verschijnt hij niet geloofd wordt. De eerste versies op papier van deze fabel verschenen in Europa in de vijftiende eeuw, maar onderzoek heeft geleerd dat de oude Grieken ook al een dergelijk verhaal vertelden, dus wellicht is Aristoteles de bedenker van de fabel.

wolfEen illustratie, gemaakt door Francis Barlow, van ‘The Boy who Cried Wolf’ uit een boek gepubliceerd in Engeland in 1687.

 Waarom schrijf ik nu over liegen? Dat komt door een artikel dat ik las op de site van de Washington Post. Die houden een Fact Checker bij waarin bijgehouden wordt hoe vaak president Trump een onwaarheid spreekt.

trump

Vanwege vakanties liepen ze een maandje achter en in het geval van Trump mis je dan al snel een behoorlijk aantal onwaarheden. Ze zijn echter weer bij en hebben een update geplaatst. Sinds het aantreden van Trump als president heeft hij in 558 dagen 4229 keer niet de waarheid gesproken. Dat is gemiddeld 7,6 keer per dag. Het gemiddelde loopt overigens op. In de maanden juni en juli sprak Trump gemiddeld 16 keer per dag de waarheid niet. Ik citeer even een stukje van de site:

On July 5, the president reached a new daily high of 79 false and misleading claims. On a monthly basis, June and July rank in first and second place, with 532 and 446 claims, respectively. Trump has a proclivity to repeat, over and over, many of his false or misleading statements. We’ve counted nearly 150 claims that the president has repeated at least three times, some with breathtaking frequency.”

Tja, wat moeten we hier nu van zeggen. Trump is natuurlijk niet de enige politicus die liegt. Ook Nederlandse politici weten er wel raad mee, denk maar eens aan Halbe Zijlstra die in de datsja van Poetin zat. En dat Mark Rutte dat liegen geen doodzonde vond, geeft ook te denken.

Maar goed, in vergelijking met Trump zijn het beginners. “America First” zou Trump zeggen.

 

Als of Dan

Forum voor Democratie leider Thierry Baudet heeft gemeend de mensheid een plezier te doen door een naaktfoto van hemzelf op Instragram te plaatsen. (Geen angst; ik plaats de foto hier niet.)

Dat lokte uiteraard de nodige reacties uit, zowel van voor- als van tegenstanders van Baudet. Zo ontstond er bijvoorbeeld op de twitter-pagina van de Telegraaf een hele discussie over de foto. Daar waren de nodige aanhangers van Thierry Baudet te vinden, zoals ene Erna Bons.  Zij twitterde: “Natuurlijk zie ik 1000 x liever Thierry Baudet dan een zwetend/rukkend griezeltje met verrekijker vanuit zijn Penthouse

Althans, dat had zij waarschijnlijk willen twitteren, maar helaas voor haar wist ze niet goed wanneer ze ‘dan’ en wanneer ze ‘als’ moest gebruiken en toen typte ze: “Natuurlijk zie ik 1000 x liever Thierry Baudet als een zwetend/rukkend griezeltje met verrekijker vanuit zijn Penthouse

Tja, en nu staat er echt heel iets anders. Ene Yorienvdh merkte terecht op:

baudet 2

Daarom voor iedereen die moeite heeft met het gebruik van als en dan, zie deze pagina van de site van OnzeTaal:

baudet 3

Beroemd of niet?

Nu ik al 63 jaar oud ben – het is echt waar, al zou je dat niet zeggen als je me ziet; nee ik bedoel dat ik er jonger uit zie, niet ouder – is het tijd om eens te kijken of ik al voldoende sporen heb nagelaten in de geschiedenis.

Allereerst een blik op het fotogedeelte van het Nationaal Archief. Typ ik daar mijn achternaam in: dan vind ik bij de fotosectie de volgende zeven ‘hits’.

neck 2

  • De eerste is een foto van de oude molen bij Voorst die bijna 200 jaar in bezit was van de familie van Neck. De molen is afgebroken in de jaren twintig van de vorige eeuw.
  • Nummer twee is volgens het bijschrift een schilderij dat hangt in het Amsterdams Historisch Museum: ‘de anatomische les van Frederik Ruysch’ geschilderd door Jan van Neck (1634–1714)
  • Op nummer drie zien we Prinses Emma in 1924 kunsthandel Neck in Bad Wildungen verlaten.
  • Nummer vier laat koningin Juliana zien die in 1960 een tandartspraktijk bezoekt. De patiënt wiens halve hoofd nog net te zien is, heet volgens het bijschrift Neck, R.V. v.
  • Op nummer vijf is de Watermolen, genaamd De Nekkermolen aan het Noordhollands Kanaal nabij Purmerend, te zien.
  • Nummer zes (de geheel zwarte foto) en nummer zeven zijn dezelfde foto’s. Waar en wanneer de foto is genomen, staat er niet bij vermeld. De reden dat deze foto ook opduikt bij mijn zoekresultaten is het  Engelse bijschrift. “A native Bosun of Serang, blows his whistel to call the crew on deck. Note the life-jacket round his neck. ”  A ha, hij draagt een reddingsvest om zijn nek!

Van het fotogedeelte van het Nationaal Archief moet ik het dus niet hebben, helemaal niet als ik mijn voornaam toevoeg: dan daalt het aantal zoekresultaten naar nul.

Dan maar eens kijken op de site van Delpher. Daar kan je historische kranten bekijken, zo ongeveer van 1660 tot 1993. Als ik daar “Martin van Neck” in type, dan vind ik vier hits.

delpher

Twee advertenties in de NRC uit de rubriek familieberichten: een aankondiging van ons trouwen in 1988 en de geboorte van onze oudste dochter in 1992, een ingezonden brief aan de Volkskrant in  1992 en een inzending van mij voor een soort puzzel in de NRC van 1990.

De brief aan de Volkskrant betrof een reactie van mij op een ingezonden brief van iemand uit Amsterdam die bij had gehouden hoe vaak het regende als hij naar zijn werk fietste. Dat was 10,9%. Toevallig had ik dat ook een tijdje bijgehouden in Den Haag  – ik deed toen ook al veel nutteloze dingen – en kon melding maken dat dit percentage in Den Haag 13,3% bedroeg. Belangrijk om te weten leek me.

volkskrant brief

Tot slot mijn inzending aan de ‘woordopgave’ – puzzel van het NRC in 1990. De opgave luidde: “Bedenk een verkeerde vertaling van een filmtitel.” Mijn inzending – eervolle vermelding – luidde: Casablanca – De Zaak de Wit.

Tot zover mijn terug te vinden sporen in de wereldgeschiedenis tot 1993.

 

Jarig

Ik ben net, zoals 16,5 miljoen andere wereldburgers, vandaag jarig. Dank u, dank u. Als ik mijn Twitterpagina open, dan zie ik daar allemaal feestballonnen verschijnen. Twitter wenst mij een fijne verjaardag! Moderne tijden.

twitter

Ik ben wel eens vaker jarig geweest. Het gekke is dat ik mij van de eerste tien verjaardagen absoluut niets kan herinneren. De eerste herinnering die ik aan een verjaardag heb is die van mijn elfde verjaardag. Het was de dag dat Engeland en Duitsland de WK-finale van 1966 speelden. Dat ze dat uitgerekend op mijn verjaardag deden. Dat was wel heel bijzonder vond ik.

Wij zaten die dag thuis voor onze zwart-wit televisie. Engeland won na verlenging met 4-2. Dat was mooi want bij ons thuis waren we allemaal voor Engeland. Hoewel, eigenlijk waren we meer tegen Duitsland. Mijn vader en ik waren tijdens dat toernooi overigens vooral fan van Portugal. Dit vanwege de aanwezigheid van Eusébio. Die had in de kwartfinale tegen Noord-Korea in zijn eentje een achterstand van 0-3 omgezet in een 5-3 overwinning voor Portugal. Ik geloof dat Eusébio vier keer scoorde. Mijn vader was helemaal lyrisch van hem. Het was een wondervoetballer zei mijn vader. Helaas verloor Portugal in de halve finale van Engeland en toen werden we maar fan van Engeland.

eusebio

Ik geloof niet dat ik op die dag ook een verjaardagsfeestje had. Het had wel gekund want mij ouders vonden het in die tijd leuk – of deden alsof ze het leuk vonden –  om bij verjaardagen spelletjes te organiseren, zoals sjoelen, stoelendans, een quiz met vragen die mijn vader verzon en een dubbeltje dat je in een glas moeten laten vallen dat in een emmer met water stond. Bij elk spel kon je punten verdienen en wie aan het einde de meeste punten had kreeg een prijsje. De overige kinderen trouwens ook.

(Later, toen mijn dochters jarig waren, vond ik het ook leuk om met hen dat spelletje van het laten vallen van een muntje in een glas dat in een emmer met water stond te spelen. Totdat ze zich daar te oud voor voelden – “Pap, alsjeblieft niet weer hè” – en we maar activiteiten met hun verjaardag gingen ondernemen zoals bowlen in Scheveningen – en dan met negen kinderen in de tram naar Scheveningen; constant tellen of je ze nog allemaal had en dan tot de conclusie komen dat je er opeens tien had; er stond een vreemd kind tussen).

Lang niet altijd waren overigens al mijn vriendjes aanwezig op mijn verjaardagsfeestje. Eind juli jarig zijn is niet handig, een hoop mensen waren dan op vakantie. Ook kon je op zo’n dag niet op school trakteren. Dat moest dan vlak voor de vakantie of vlak na de vakantie. Als je dan de klassen langs ging met wat snoepgoed voor de meesters en juffrouwen van de andere klassen, dan belandde dat op een stapel met snoepgoed van andere zielige kinderen die ook in de vakantie jarig waren (geweest).

Het gekke is dat ik mijn verjaardagen van tussen mijn tiende en vijftiende nog wel kan herinneren, maar die van daarna eigenlijk nauwelijks meer. Het zal wel de ouderdom zijn, wat eigenlijk niet logisch is, want hoe ouder je wordt hoe meer verjaardagen je hebt om te herinneren.

Jarig zijn is overigens wel belangrijk. Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen langer leven naarmate ze vaker jarig zijn.

 

Vermeer: follow the money!

Al bijna twee jaar heb ik haast niets meer gedaan aan mijn onderzoek naar het verdwenen tweede Straatje van Vermeer. Zo vinden we het ding natuurlijk nooit. Daarom heb ik het onderzoek maar weer eens opgepakt. We zijn nu toe aan het tweede deel van het onderzoek: “Follow the money!”.

In het eerste deel van het onderzoek hebben we – ik lijk wel een voetballer; die spreken ook vaak in de wij-vorm – geprobeerd te achterhalen hoe het schilderij er ongeveer uit kon zien. Even dat deel samenvattend, we zijn dus op zoek naar een schilderij met daarop afgebeeld:

  • Een zeventiende-eeuws huis dat loodrecht (dwars) op een straat staat (eventueel is voor de straat een gracht zichtbaar maar dit hoeft niet).
  • Het huis is 4,40 meter breed. Er is in ieder geval een deur en een raampartij te zien; wellicht twee raampartijen. Vermoedelijk zal er in ieder geval aan de rechterkant van het huis een raampartij te zien zijn.
  • Het huis heeft aan de voorkant een trapgevel.
  • Het huis is vermoedelijk opgebouwd uit rode bakstenen, die wellicht wit zijn gepleisterd.
  • Op diverse plaatsen zullen op de voorgevel beschadigingen aan het metselwerk te zien zijn.
  • Aan de gevel van het huis is een gevelsteen te zien met daarop drie vogels (valken).
  • Het huis heeft naar achteren toe een puntdak (zadeldak)
  • Aan de rechterkant van het dak is een hoge schoorsteen zichtbaar. De schoorsteen staat vrij ver naar voren.
  • Schuin rechtsachter het huis is op de achtergrond het dak te zien van een hoog huis.
  • Er zullen vermoedelijk geen kinderen op het schilderij te zien zijn.
  • Het schilderij zal vermoedelijk beschadigd zijn of erg vervuild zijn.

Ok, het schilderij kan er natuurlijk ook heel anders uit zien, maar dat is een detail. Op naar fase twee van het onderzoek: ‘Waar is het schilderij gebleven?’ Sinds Watergate – een Amerikaans politiek schandaal in de jaren 70 waarbij bleek dat president Richard Nixon ongeoorloofde methodes had gebruikt tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen van 1972. Het leidde in 1974 uiteindelijk tot zijn aftreden – krijgt elke onderzoeker de tip ‘Follow the money’, dus dat is de eerste invalshoek van het tweede deel van mijn onderzoek. Op zoek dus naar de financiële sporen die het schilderij in de loop der tijden heeft achter gelaten.

Follow the money!

geld(Helaas is dit geen door mij zelf genomen foto maar eentje van een zekere GreenZeb, geplaatst op de Wikipedia)

Wie het hele verslag van dit deel van mijn speurtocht wil lezen kan hier terecht.