All posts by Martin

Leonarda da Pisa

“Heeft u zich op school wel eens het hoofd moeten breken over het probleem van de twee auto’s A en B, die zich op een bepaalde afstand X van elkaar bevinden, en die met een bepaalde snelheid naar elkaar toe rijden, waarbij de vraag is waar en wanneer ze elkaar tegen komen?

Troost u dan met de gedachte dat studenten in de dertiende eeuw zich ook al met dit probleem bezig moesten houden, alleen dan betrof het uiteraard geen auto’s die naar elkaar toe reden, maar twee slangen die zich naar elkaar toe bewogen. Het was een opgave uit het boek ‘liber abbaci’ van Leonardo da Pisa. Met dit boek introduceerde hij in Europa de Arabisch-Indische cijfers 1 t/m 9 plus het cijfer 0.”

Zo begint het portret van Leonarda da Pisa dat ik heb geschreven voor mijn serie over de mensen achter de computer. Voor wie het hele verhaal over Leonardo da Pisa wil lezen, kan hier terecht. Daar kan je ook lezen wat er gebeurt als konijnen zich gaan voortplanten met een snelheid van één nieuw konijnenpaar per maand.

16 Leonardo konijnen

Na ruim vier jaar heb je 12,5 miljard konijnen in je hok.

Handje voor de mond

Voetballers hebben er tegenwoordig een handje van om een hand voor hun mond te houden als ze op het veld met elkaar praten.  Ze zijn bang dat televisiestations liplezers in dienst hebben die dan kunnen “horen” wat ze onderling tegen elkaar zeggen.  “Niet meer op Jansen afspelen. Die kan er helemaal niks van!”  Mooie tattoo, waar heb je die laten zetten?” “Ik zei net tegen die rechtsback dat zijn vriendin in bed er helemaal niks van kon. Werd die toch een potje gek” “Ho, ho verzorger doe even rustig aan, ik heb helemaal geen pijn. Ik probeer alleen maar tijd te rekken.” Dat soort uitspraken missen we daardoor.

Dat sommige spelers hun hand voor de mond houden is echter soms toch wel verstandig. Diego Costa van Spanje deed het bijvoorbeeld tijdens de laatste WK in Rusland niet. Ik citeer even een stukje uit de Panorama van 16 september 2018:

Liplezers maken weinig kans bij topcoaches en erkende fluisteraars als Zinédine Zidane, Pep Guardiola en José Mourinho. Daardoor is er steeds minder af te luisteren, of beter: af te kijken, maar af en toe vallen ze uit hun rol. Zoals Fernando Hierro, de interim-bondscoach van Spanje, het afgelopen WK overkwam. Spanje maakt zich klaar voor de penaltyserie tegen Rusland. Hierro informeert bij zijn spelers hoe het lijstje nemers eruit moet zien. Daarna mag Koke van Atlético Madrid zich opmaken voor een strafschop.

Dat vindt Diego Costa, ploeggenoot van Koke bij Atlético, geen goed idee en hij neemt Hierro apart om dat door te geven. “Koke gaat missen.” Maar Hierro luistert niet en Koke mag aanleggen. En jawel, Koke mist. De spelers en technische staf van Spanje kijken schouder aan schouder naar de strafschoppenreeks. Na de misser maakt Diego Costa zich los en hij kijkt zijn coach strak aan. De armen gaan uit elkaar en dan zegt hij: “Ik zei het toch!”

De misser van Koke is een dure, want Rusland neemt de strafschoppen beter en Spanje moet naar huis. Na de uitschakeling wordt de discussie tussen Hierro en Diego Costa dankzij liplezers breed uitgemeten en dat is lullig voor Koke, die dit seizoen bij Atlético weer een kleedkamer moet delen met Diego Costa.

Kortom, soms is het verstandig dat voetballers hun hand voor de mond houden als ze op het veld met elkaar spreken. Misschien was dit hand voor de mond houden ook wel een goed idee geweest voor een aantal wereldleiders toen ze op een receptie op Buckingham Palace over Donald Trump stonden te roddelen.

werleleiders

Justin Trudeau van Canada arriveerde erg laat op de receptie. Dat kwam omdat voorafgaand aan de receptie Donald Trump na afloop van zijn gesprek met Trudeau een persconferentie van meer dan veertig minuten gaf, waarbij Trudeau het onbeleefd vond om tijdens de persconferentie op te stappen en er daarom maar stilletjes naast bleef zitten.

De drie andere wereldleiders waarmee hij in gesprek was – Boris Johnson van Engeland, Emmanuel Macron van Frankrijk en onze eigen Mark Rutte – vonden dat heel grappig. (Op de foto is ook nog net een deel van het hoofd van prinses Anne, de zuster van Koningin Elizabeth te zien.)

Ze hadden echter pech dat een cameraman delen van het gesprek op nam, waarna het filmpje al snel  de wereld rond ging, waardoor ook Mark Rutte, ja, ja,  even als wereldleider te boek stond.

Twee uur eerder was dat nog niet het geval. CNN gaf een live-rapportage van de aankomst van de regeringsleiders bij de receptie. Een verslaggever vertelde wat er ging gebeuren en toen hij uitgesproken was, zei de ‘anchorman’ in de studio dat ze weer bij hem terug zouden komen, zodra de eerste wereldleiders zouden arriveren.

Op dat moment zag je nog net  hoe achter de verslaggever Mark Rutte naar binnen liep.

Een opvallend huwelijk in Washington

In 2001 trouwde Kellyanne Elizabeth Fitzpatrick met George Thomas Conway III. Samen hebben ze vier kinderen. Het is één van de opmerkelijkste huwelijken in Washington. Dat komt niet alleen doordat Kellyanne Conway, ze nam de achternaam van haar echtgenoot aan, campagneleider was van Trump en nu zijn adviseur in het Witte Huis is, maar vooral doordat George Conway, één van de weinige van oorsprong Republikeinse criticasters van Donald Trump is. (Hij heeft overigens in maart 2018 zijn ‘voter registration’ veranderd van ‘Republican’ in ‘Unaffiliated’.)

kellyann conawayKellyanne Conway in mei 2019 tijdens een persconferentie voor het Witte Huis. Zij is degene die met de term “Alternative Facts”  op de proppen kwam, toen Trump weer eens betrapt werd op een leugen.

George Conway,  hij is advocaat, heeft zich al meerdere malen uitermate kritisch over Trump uitgelaten, onder andere in opiniestukken in The Washington Post. Hij is ook groot voorstander van een impeachment van Trump.

conwat

Trump is niet zo blij met George. In een tweet  in maart van dit jaar noemde hij George, nadat deze zich in het openbaar had afgevraagd of Trump soms een ‘mental disorder’ probleem had, een “stone cold LOSER & husband from hell!

trump conway

Als je baas dat over je echtgenoot zegt, zou ik opstappen, maar zo niet Kellyann Conway. Zij vond dat Trump – hij is de ‘he‘ in onderstaand citaat – alle recht had om dat over haar echtgenoot te zeggen. “He left it alone for months out of respect for me. But you think he shouldn’t respond when somebody, a non-medical professional accuses him of having a mental disorder? You think he should just take that sitting down?”, aldus Kellyann Conway in een interview.

In interviews spreken ze regelmatig over elkaar, maar rechtstreeks op elkaar reageren ze niet in het openbaar. Tot gisteren, toen Kellyann in een tweet de vraag stelde: “Sleepy Joe is Creepy Joe. We need Ukraine’s help to defeat THIS guy?

George antwoordde gevat: “Your boss apparently thought so.

kellyann conaway.JPG tweet

Ik mag hem wel. Overigens, het kan niet anders zijn dat in Hollywood allang filmplannen klaar liggen om dit huwelijk te verfilmen.

Black Friday

Vrijdag was het Black Friday, een commercieel fenomeen dat uit Amerika nu ook is overgewaaid naar Nederland. Black Friday is de vrijdag na Thanksgiving. Op deze nationale feestdag in de Verenigde Staten “wordt dank gezegd (traditioneel aan God) voor de oogst en allerlei andere goede dingen“.  Het is traditie om op die dag kalkoen te eten.

Thanksgiving is altijd de vierde donderdag van november. De dag erna geldt als Black Friday.  Veel werknemers hebben die dag vrij (genomen) en de dag geldt als het begin van het seizoen voor kerstaankopen. Veel winkels bieden op Black Friday allerlei kortingen aan wat leidt tot topdrukte in de winkels.

appleDrukte bij de Apple Store op Fifth Avenue in New York op Black Friday 2011; foto JoelbnQUeens; Wikipedia.

Ook in Nederland waren er allerlei winkels die mee deden aan Black Friday, waaronder de Media Markt. De dochter had een nieuw mobieltje nodig. Ze had een Samsung op het oog die ze eerder  voor 209 euro bij de Media Markt had gezien. Ze had “geluk”. De Media Markt had het toestel opgenomen in de Black Friday aanbieding. Het kostte na korting nu nog maar 219 euro, of te wel een tientje meer. Ze hadden eerst de prijs verhoogd om er daarna korting over te geven. Enfin, wij hadden niet anders verwacht van de Media Markt. Zie hier.

Op Black Friday worden vaak aankopen gedaan waarvan je later spijt krijgt. Ik kan er over mee praten. Ooit kocht ik tijdens de ‘Dolle Dwaze Dagen’ van de Bijenkorf een Samsonite koffertje. Ik was op zoek naar een koffertje voor kantoor. Er moesten zowel papieren op A4-formaat in kunnen – KPN had meerdere kantoren in de stad en ik moest regelmatig van het ene naar het andere kantoor  – alsmede, heel belangrijk, mijn boterhammetjes moesten er in mee naar kantoor.

Ik had een mooi koffertje op het oog van een gulden of vijftig – we spreken over de jaren tachtig – toen ik me tijdens de dolle dwaze dagen in de Bijenkorf liet overhalen om een Samsonite koffer – de formule 1 koffer onder de koffers –  te kopen voor 120 gulden.  Normaal kostte dat koffertje meer dan 200 gulden maar gedurende tien minuten was hij afgeprijsd tot 120 gulden. “Er kan een olifant op gaan zitten en nog gaat hij niet kapot”, zei de stalspreker.  Ik was om.

olifantEen olifant gaat op een Samsonite koffer zitten; Uit een reclamefilmpje van Samsonite uit 1976.

Ik kocht het koffertje. Om die zittende olifanten te kunnen weerstaan hadden ze het koffertje echter loodzwaar gemaakt. Ik heb me dan ook jarenlang een breuk gesjouwd met mijn koffertje, dat ik meestal alleen maar gebruikte als boterhamtrommeltje.

Eigenlijk had ik mijn verlies moeten nemen en een lichtere moeten kopen, maar het ding weigerde om kapot te gaan, zodat ik ook niet direct een aanleiding had om dat te doen. Dat had ik natuurlijk wel moeten doen, maar ja als de koffer niet kapot is, dan doe je dat  toch niet zo snel.

En oh ja, nooit een olifant op straat tegen gekomen die op mijn koffertje wilde gaan zitten.

 

Rocky Trump

Op Twitter verscheen van de week deze foto.

trump rocky 0

Iemand had het hoofd van Trump gephotoshopt op het lichaam van Rocky, een filmpersonage van Sylvester Stallone.

Mwah, niet bijzonder sterk, dit pesterijtje richting Trump. Die zou het ongetwijfeld opvoeren als het zoveelste bewijs van ‘Fake News!’, maar daarin vergiste ik mij. Het was helemaal geen pesterijtje, hijzelf had de foto getwitterd.

trump 2

Wow, what the fuck? Terwijl grote problemen als armoede, klimaatverandering, drugsbestrijding en milieuvervuiling, om er maar een paar te noemen, schreeuwen om een oplossing, houdt de president van de Verenigde Staten zich bezig met het photoshoppen van zijn hoofd op Rocky.

Uiteraard lokte de tweet – tot nu toe 660 duizend (!) keer geliket, de nodige reacties op. Zie hier enige voorbeelden.

trump rocky 2

trump rocky

Tja, wat moet je nou met zo’n president? Om Jeremy Cliffe te citeren: “Leadership really does take many forms.”

tweet merkel

Fotograferen voor beginners

Uit de serie fotograferen voor beginners:

Tip 6: Let op je eigen schaduw!

Als je een foto maakt met de zon in de rug, dan kan het gebeuren dat een deel van je eigen schaduw op de foto zichtbaar is.

schaduw 0

Let hier op. Als je hier geen aandacht aan geeft, dan wordt het probleem telkens groter en groter.

schaduw

Totdat op de foto’s alleen nog maar je eigen schaduw te zien is.

schaduw 1

Ons nichtje in Afrika

-1-

Ergens in de eerste helft van de jaren negentig fietsten we met ons nichtje achterop een rondje door onze gemeente. Ons nichtje was nog op de leeftijd dat ze een passerende cabriolet betitelde als een auto zonder deksel. Opeens begon er achter ons iemand luid en fanatiek te bellen. (Vroeger was het voor iedereen direct duidelijk dat ik hiermee het bellen met een fietsbel bedoel, tegenwoordig moet je dat erbij zeggen.)

fietsbel

Zeer solide fietsbel uit 1913

We keken achterom om te zien wie er zo ongeduldig was. Het was een grote forse man met een woest uitziende baard en lang haar. Een type hells angel, ware het niet dat hij op een fiets reed en niet op een motor. Maar het leek ons geen type om ruzie mee te maken. We maakten wat ruimte. Ook het nichtje keek achterom. Ze keek de man aan en sprak toen op verontwaardigde toon de legendarische woorden: “, zit jij zo te bellen?” De man lachte en haalde ons in.

Sindsdien hebben we altijd de neiging om als er achter ons iemand met zijn fietsbel belt, ons om te draaien en te zeggen: “, zit jij zo te bellen?”

-2-

We zijn nu zo’n vijfentwintig jaar verder. Ons nichtje is uitgegroeid tot een volwassen jonge vrouw die als tropenarts – dat heet tegenwoordig ‘arts internationale gezondheidszorg en tropengeneeskunde’ – werkzaam is in Tanzania. Vorig jaar werkte ze in het kader van haar opleiding een half jaar in Sierra Leone. Daar werkte ze onder andere nauw samen met een jonge Nederlandse arts. Ook maakte ze met hem een aantal uitstapjes door het land.

Van de week verscheen er het bericht dat een Nederlandse tropenarts was overleden aan de gevolgen van Lassa, opgelopen in Sierra Leone. (Zie dit bericht in de Volkskrant). Marianne belde  met haar zus om te vragen of haar dochter de man misschien kende. Dat was het geval. Sterker nog, het betrof de arts waarmee ze in Sierra Leone samenwerkte. Ze was helemaal ontdaan.

Jaarlijks worden er in West-Afrika zo’n honderd- tot driehonderdduizend mensen besmet met het lassa-virus. Zo’n 1 procent overlijdt aan de gevolgen er van. De kans dat je er aan overlijdt is dus klein, maar het gebeurt wel en soms is het geen statistisch cijfertje maar een bevlogen arts met dikke pech.

 

Een kleine observatie

Ik fiets door Wassenaar. Vlak voor de fietstunnel onder de Rijksstraatweg (de A44) sta ik even stil. Ik kijk naar een huis en zie door het grote raam een meisje van een jaar of vijftien achter een piano zitten. Schuin achter haar zit een jongeman van in de twintig. Duidelijk een gevalletje van pianoles.

Terwijl het meisje met een ingespannen gezicht afwisselend naar haar handen op de toetsen en naar het boek op de piano kijkt, zit de man achter haar op zijn mobieltje te kijken.  Een beetje gênant.  Maar wie weet, misschien kijkt hij net even op zijn mobieltje om een berichtje te lezen van de volgende leerling, die meldt dat hij  wat later komt. Je weet het niet. Je weet het sowieso nooit met die pianolessen.

de pianoles

Oktober 1945: Tentoonstelling van de Binnenlandse Strijdkrachten in warenhuis De Bijenkorf te Amsterdam;  Wand ‘De Pianoles’; Beschrijving: “We hebben vanavond weer pianoles, zeiden de B.S.-ers tegen elkaar, waarmee ze hun geheime schietoefeningen in pakhuizen en onderaardse kelders bedoelden. Geheime training met Bazooka, Stengun en Brengun. Foto: Marius Meijboom, / Anefo , Nationaal Archied

 

 

Recycling

Ruim twee maanden geleden is onze buurvrouw overleden. Ze is 81 jaar oud geworden. Ze was precies op dezelfde dag geboren als prinses Beatrix, iets wat ze niet naliet om te vertellen. Haar kinderen zijn nu bezig om het huis leeg te maken. Al drie keer is grof vuil langs geweest om een leven vol bewaarde spullen van haar en haar al jaren eerder overleden echtgenoot op te halen.

Als de kinderen aan het einde van de dag de spullen bij de weg hebben gezet – ze worden de volgende morgen door de Avalex opgehaald – zien we daarna allerlei mensen door de spullen heen snuffelen. Een jonge moeder op de fiets met een kind achterop zie ik een schoolbord meenemen. Onze krantenbezorger neemt een oude koffer mee en een vrouw pakt een zitkussentje uit de stapel, legt het in haar geparkeerde auto, en begeeft zich daarna lopend naar het ziekenhuis – misschien heeft ze last van aambeien en dan is zo’n kussentje altijd handig.

’s Avonds, het loopt al tegen twaalf uur, hoor ik opeens een auto stoppen. Als ik naar buiten kijk, zie ik een witte bedrijfswagen staan. Een man schuift de zijdeuren op en ik zie dat er al allerlei rotzooi in de auto ligt. Het doet me denken aan een winkel die we tijdens onze laatste vakantie in Amerika zagen. Deze adverteerde met de kreet ‘We buy junk, we sell antiques.’

antiek

De man rommelt wat door de stapel, pakt een aantal spullen, beoordeelt deze en legt een deel in zijn bus. Daarna rijdt het busje weer weg. Hier is duidelijk een professional aan het werk. Zou hij getipt zijn door de Avalex over de plekken waar ze de volgende dag grof vuil komen ophalen? Vroeger was dat niet nodig. Toen wist je precies waar en wanneer er grof vuil werd opgehaald. Zo’n 25 jaar geleden was er namelijk een vaste dag in de maand dat de gemeente langs kwam. (Tegenwoordig moet je daar een afspraak voor maken).

In onze (toenmalige) wijk waren er een aantal plekken waar je je overbodige rotzooi kon neerzetten, eentje was op het pleintje voor ons huis. Op de avond voordat het grof vuil werd opgehaald, was het altijd een komen en gaan van busjes van mensen die keken of er nog bruikbare spullen tussen zaten.

Op een dag zette ik bij het grof vuil een oude kapotte fiets, waar ik eerst werkelijk alles wat nog enigszins nuttig kon zijn vanaf had geschroefd. “Altijd handig om wat reserveonderdelen te hebben”. Marianne vond dat grote onzin. “Die dingen ga je nooit meer gebruiken”, zei ze. Ze heeft ongelijk gekregen; ik heb een keer een dopje van een ventiel hergebruikt. Maar goed, zelfs die volkomen gedemonteerde fiets verdween binnen vijf minuten van de stapel; één van de mannetjes – het waren altijd mannetjes, nooit vrouwen – zag blijkbaar nog wel wat mogelijkheden in het ding. Eigenlijk was dit systeem van grof vuil ophalen een heel efficiënt recyclingproces.

Uit de stapel die de kinderen van de buurvrouw bij de weg hebben gelegd, heb ik overigens ook een ding gepakt: de sneeuwschep. De laatste jaren van haar leven zette ik voor de buurvrouw de bakken bij de weg en als het in de winter had gesneeuwd, veegde ik haar stoepje schoon. Aanvankelijk deed ik dat met onze sneeuwschuiver maar op een dag brak deze. Vervolgens probeerde ik het met onze schep, maar dat was niet zo’n succes. Dat was meer zo’n steekschep, niet echt geschikt om lekker sneeuw mee te scheppen. De buurvrouw had echter nog een oude enigszins verroeste brede schep, waarmee je uitstekend sneeuw kon scheppen en die gebruikte ik dan.

Ik zag toevallig dat één van de kinderen de schep bij het grof vuil legde. ’s Avonds heb ik hem uit de stapel gehaald en onze garage gezet. Altijd handig in de winter. Het stoepje van de buurvrouw hoeft niet meer. Dat mogen de nieuwe bewoners zelf doen (tenzij dat ook oude mensen zijn).

schep

Een collega-sneeuwschepper in Volendam in 1947 met net zo’n schep als er nu in onze garage staat; foto Harry Sagers; Anefo; Nationaal Archief.

Tot slot: over een jaar of dertig of zo zetten onze kinderen waarschijnlijk een sneeuwschep bij het grof vuil. Dus bent u op zoek naar een dergelijke schep, noteer het alvast in uw agenda.

 

Een wetenschappelijke grap

In de laatste twee blogposts vertelde ik twee anekdotes over de Nobelprijswinnaars Albert Einstein en  Niels Bohr. Vandaag een wetenschappelijke grap over deze twee. U ziet, ik ben het wetenschappelijke niveau van dit blog wat aan het opkrikken.

Bohr en Einstein dus. Ze waren vrienden en discussieerden vaak, vooral over de kwantummechanica. Bohr was een van de opstellers van deze theorie. De kwantummechanica is een ingewikkelde theorie met grote implicaties. ‘Als u niet geschokt bent door de kwantummechanica, dan heeft u de theorie niet begrepen’, sprak Bohr eens.

Einstein begreep de theorie wel, maar was het niet altijd met Bohr eens. Hij had vooral moeite met de toepassing van het onzekerheidsprincipe van Heisenberg in de theorie. De Duitse kwantumfysicus Werner Heisenberg ontdekte in 1927 dat je nooit alles van een deeltje kan weten. Óf je weet zijn positie exact, of je weet precies wat zijn snelheid is.  Maar je kan ze niet allebei tegelijkertijd exact meten.  Hoe nauwkeuriger we de ene grootheid meten, hoe onnauwkeuriger de andere.

Dit komt niet door onnauwkeurigheid in de meting maar door een fundamentele onzekerheid die ingebakken zit in de natuur.  Toen Einstein dit onzekerheidsbeginsel in de natuur voor het eerst te horen kreeg, was zijn opmerking ‘God dobbelt niet’,  Hij kon niet accepteren dat er onzekerheid zou zijn in de fundamentele wetten van het universum.

Bohr en Einstein discussieerden er vaak en intensief over. Op een congres in Brussel in 1935 over de kwantummechanica hield Bohr een lezing. Opeens stopte hij en richtte hij zich rechtstreeks tot de in de zaal zittende Einstein en sprak: ‘Zie je wel. Dit bewijst dat God niet altijd doet wat jij vindt dat hij zou móeten doen!

Einstein had ook zijn vraagtekens bij het idee uit de theorie dat elementaire deeltjes sneller dan de lichtsnelheid informatie konden uitwisselen en dat ze spontaan konden verschijnen en verdwijnen en nu komt de wetenschappelijke grap:

‘Waarom stak Albert Einstein de straat over? Antwoord: hij zag Bohr en wou hem even niet zien, maar toen hij aan de overkant van de straat kwam, stond Bohr daar ook.’

einstein + bohrEinstein is de straat overgestoken maar daar loopt Bohr ook.

(De foto genomen in 1930 tijdens de Solvay Conferentie in Brussel; door Paul Ehrenfest, eveneens een natuurkundige en Nobelprijswinnaar.)

Oké, misschien is deze grap iets te wetenschappelijk. Daarom tot slot de grap die bij een verkiezing in 2017 uit 40.000 ingezonden grappen als de beste grap werd uitgekozen.

Twee jagers zijn in het bos als één van de twee ineenzakt. Hij lijkt niet meer te ademen en heeft een wezenloze blik in zijn ogen. Zijn jagersvriend pakt snel zijn telefoon en belt 112. Huilend zegt hij: ‘Mijn vriend is dood! Wat kan ik doen?’ De telefonist antwoordt: ‘Rustig aan, ik kan helpen. Om te beginnen moeten we eerst zeker weten dat hij dood is.’ Er volgt een stilte, daarna klinkt er een geweerschot. De man komt terug aan de telefoon en zegt: ‘Oké, wat nu?’

Een wetenschappelijke anekdote (2)

Niels Bohr was de talentvolle, maar dromerige doelman van Akademisk Boldklub, tegenwoordig bekend als AB Kopenhagen. Vermaard is het verhaal over de wedstrijd tegen het Duitse Mittweida. De Denen waren veel sterker en Bohr had weinig te doen.

Op een gegeven moment schoten de Duitsers van ver op de goal. Tot afgrijzen van zijn ploeggenoten stak Bohr geen hand uit en de bal zeilde zo hetdoel in. Na afloop bekende Bohr dat hij – diep in gedachten erzonken – bezig was geweest een moeilijke wiskundige formule op te lossen. Zijn ploeggenoten suggereerden dat het misschien beter was dat Bohr zich geheel aan de wetenschap zou gaan wijden.Dat leek Bohr ook wel een goed idee.

Hij stortte zich op zijn studie natuurkunde. In 1909 studeerde hij af en twee jaar later ontving hij de doctorstitel. In 1912 vertrok Bohr naar Engeland, waar hij ging werken bij de beroemde Ernest Rutherford. Bohr verbeterde diens atoommodel en voor het artikel dat hij hier in 1913 (27 jaar oud) over schreef, kreeg hij in 1922 de Nobelprijs voor natuurkunde. Zijn voorganger in 1921 was Albert Einstein. Die was 26 jaar toen hij in 1905 zijn beroemde formule E=mc² opschreef.

bohr en einstein

18 juli 1925; Niels Bohr en Albert Einstein in Leiden tijdens de verjaardag van de Nederlandse natuurkundige Hendrik Lorentz; foto genomen door  de natuurkundige Paul Ehrenfest.

Het waren de jaren dat jonge natuurkundigen de wetenschap op zijn kopzetten. Het was dan ook niet verwonderlijk dat Bohr, toen hij in 1920 hoofd van het Instituut van Theoretische Fysica in Kopenhagen werd, allemaal jonge natuurkundigen om zich heen verzamelde.

Bohr moedigde zijn leerlingen aan vooral buiten de geijkte paden te denken. Zo kreeg een student die met een nieuwe theorie aankwam, te horen: ‘Uw theorie is gek, maar niet gek genoeg omwaar te zijn.’ Een andere student kreeg te verstaan: ‘Je bent niet aan het nadenken, je bent alleen maar logisch bezig’

Befaamd is ook de anekdote over het hoefijzer dat boven de deur van de werkkamer van Bohr hing. Een student vroeg: ‘Maar professor, een eminent geleerde als u gelooft toch niet in de werking van een hoefijzer?’ Waarop Bohr antwoordde: ‘Nee natuurlijk niet, maar men heeft mij verzekerd dat het, ook al geloof je er niet in, toch werkt.’

Een wetenschappelijke anekdote

In 1921 hield Albert Einstein na het winnen van de Nobelprijs een lezingentournee langs meerdere universiteiten in het noordoosten van de Verenigde Staten.

einstein1921: Einstein samen met zijn tweede vrouw Elsa (in het midden van de foto) aan boord van de SS Rotterdam in de haven van New York.

Einstein werd daarbij rondgereden door een vaste chauffeur. Deze zei op een dag na de zoveelste lezing dat hij deze nou zo vaak gehoord had dat hij hem ook wel kon vertellen.

Einstein zei: “Dat is een goed idee, ze kennen hier weliswaar mijn theorieën, maar weten absoluut niet hoe ik er uit zie. Bij de volgende universiteit mag jij de lezing geven. Hier heb je mijn papieren. Ik ga wel achter in de zaal zitten.” Zo gezegd zo gedaan. Einstein ging met de pet van de chauffeur op in de zaal zitten en de chauffeur gaf de lezing.

Toen de chauffeur klaar was, stond één van de plaatselijke professoren op en zei: “Meneer Einstein, ik heb een vraag voor u. Maar het is een heel moeilijke vraag, dus ik kan me heel goed voorstellen, dat u niet direct een antwoord op deze vraag weet en dat u er thuis eerst eens op uw gemak over wilt nadenken. Dat is prima.“ Vervolgens stelde hij de vraag en keek triomfantelijk de zaal rond.

De chauffeur dacht even na en antwoordde toen. “Nee hoor professor, dat is helemaal geen moeilijke vraag. Sterker nog, ik denk zelfs dat mijn chauffeur die daar achter in de zaal zit hem ook zou kunnen beantwoorden. Meneer de chauffeur, wilt u een poging wagen?”

Einstein stond op, beantwoordde de vraag en ging vervolgens met een grote grijns zitten. De professor en de zaal in verbijstering achter latend.

 

Wat stond er ook al weer

Gisteren was er een debat in de Tweede Kamer over de stikstofcrisis. De oppositie vond dat de kabinetten Rutte 1,2 en 3 een wanprestatie hadden geleverd, maar daar was Rutte het absoluut niet mee eens. De crisis was zo ‘enorm complex’ dat niemand hem iets kan verwijten.

Maar ja, als je geen goed antwoord hebt, dan is het ook moeilijk om een goed antwoord te geven.  En op de een of andere wijze moet ik nu denken aan een antwoord van mij dat ik veertig jaar geleden gaf op een vraag tijdens een tentamen Bedrijfssociologie. Het ging over een of ander model. Ik wist precies waar dat model behandeld en afgedrukt stond in het collegedictaat – op de enige bladzijde die dwars stond – maar dat was ook het enige dat ik nog van het model wist.

Ik schreef toen als antwoord op de vraag over het model maar eerlijk op dat ik wel wist op welke bladzijde het model in het dictaat stond (en gaf aan op welke bladzijde dat was), maar dat ik helaas niet meer wist wat er stond. Misschien kreeg ik dan nog een troostpuntje omdat ik iets meer wist dan degenen die geen flauw idee hadden. Maar helaas, ik kreeg voor dit antwoord de handjes niet op elkaar van de hoogleraar, laat staan een staande ovatie.

klappen

ps het tentamen haalde ik gelukkig wel.

100 km

De maximumsnelheid overdag gaat terug naar 100 km. Goed plan, beter voor het milieu, beter voor de veiligheid en beter voor de doorstroming op de weg. De ideale snelheid op een snelweg voor de doorstroming schijnt volgens een artikel op nu.nl 95 km per uur te zijn:

De ideale snelheid is 95 kilometer per uur. Dan is de wegbenutting optimaal. Als je langzamer gaat rijden, gebruik je de wegcapaciteit niet optimaal. Als je sneller rijdt, zorgt het voor meer opstoppingen, omdat je automatisch meer afstand neemt als je harder gaat en er dus minder auto’s op de weg passen.”

De VVD is er niet blij mee. Het officiële standpunt op hun site – zie hier – luidt:

We willen dat je op iedere weg zo hard kunt rijden als veilig en mogelijk is. Wij willen dat mensen op veel meer wegen 130 mogen rijden. Dat rijdt een stuk prettiger en zorgt ervoor dat het verkeer beter doorstroomt. Ook ’s nachts kan de maximumsnelheid vaker naar 130. Auto’s worden steeds stiller, dus de geluidsoverlast neemt af. Snelheidscontroles zijn er voor de verkeersveiligheid. Niet om de schatkist te spekken of milieudoelstellingen te halen.”

VVD

Vooral die laatste zin, dat de snelheidscontroles niet bedoeld zijn om milieudoelstellingen te halen, is opmerkelijk. Ben benieuwd hoe lang die zin gezien de huidige discussies op hun site blijft staan.

Uit de tijd dat er nog echte auto’s op de weg reden:verkeersbordEen verkeersbord uit 1966 dat toen bij een afrit bij Schiphol stond. Fotograaf onbekend; foto Anefo / Nationaal Archief