All posts by Martin

Promotie?

Vandaag geen tijd om een uitgebreide blogpost te schrijven. Er zijn namelijk belangrijkere zaken in het leven. Vanavond wordt namelijk de finale van de play-offs om promotie naar de eredivisie gespeeld tussen Go Ahead Eagles en het altijd lastige RKC. De eerste wedstrijd eindigde in 0-0. Nu de return in Deventer. Alle Go Ahead supporters hebben het er maar druk mee. Zo twitterde Özcan Akyol het volgende:

gae rkc

Zelf heb ik op twitter natuurlijk ook een voorspelling gedaan. Ik denk dat we met 5-1 gaan winnen. Die uitslag voorspel ik overigens al het hele seizoen bij elke wedstrijd. Tot nu toe heb ik het nog nooit goed gehad, maar dat vergroot alleen maar de kans dat ik het toch een keertje goed heb.

gae rkc 2

Bij de halve finale tegen FC Den Bosch  – die we overtuigend wonnen; thuis 2-2; uit 0-1 in de laatste minuut – zaten de jongste dochter en ik nog in het stadion. Deze keer bekijken we de wedstrijd op tv. Maar geestelijk zijn we wel in het stadion.

erasmus tweet

En nu maar hopen, dat we volgend jaar weer in de eredivisie spelen. En indien niet, ‘nieuwe potjes, nieuwe kansen.”

 

Taalfouten e.d.

Soms zie je in de krant of op internet wel eens een kop boven een artikel staan, waarbij je je afvraagt of de kop nou bewust “dubbelzinnig” is neergezet of dat het gewoon slordig is.

Zo schreef Omroep West onlangs over een datalek bij Dunea. (Bij het doorgeven van de watermeterstand kon het gebeuren dat je de gegevens van iemand anders kon zien.) Omroep West zette echter niet het woord ‘Datalek’ maar “Lek’ in de kop.  Zie deze tweet van ‘yours truly’ hieronder.

taalvoutjes 0

Volgens mij is dit een ‘bewussie’ zoals ze dat in voetbaltermen noemen.

Overigens, de @Taalfoutjes die ik in bovenstaande tweet vermeld is een twitteraccount dat allerlei “Taalfouten, dubbelzinnige teksten en taalmissers” en andere onbedoeld grappige taalzaken publiceert die ze in de media aantreffen.  Ik mag zoiets graag lezen. Enkele voorbeelden van hun twitteraccount.

taalvoutjes 3

taalvoutjes 2

taalvoutjes 1

taalvoutjes 4

Mocht u nou een keer een taalfout o.i.d. in één van mijn blogposts aantreffen, denk dan aan het citaat van de Ierse schrijver James Joyce (1882-1941) die ooit eens zei:

Een genie maakt geen vergissingen. Zijn fouten zijn opzettelijk en vormen openingen tot nieuwe vondsten.”

Nijlganzen

Vandaag wil ik het met u hebben over nijlganzen. Een belangrijk onderwerp. Nou eerlijk gezegd niet, maar goed nijlganzen dus. Gisteren zag ik bij ons in de buurt dit vijftal lopen.

nijlgans

Het leek wel of het kleine gansje vergezeld werd door vier lijfwachten. En dat zou best wel eens kunnen, want nijlganzen schijnen agressieve beesten te zijn. Ik citeer even een stukje uit de Wikipedia:

De nijlgans leeft voornamelijk op het land, hoewel hij goed kan zwemmen. In het broedseizoen verdedigt hij een territorium, soms zelfs agressief, maar ook onderling zijn ze weinig verdraagzaam. Die agressiviteit is trouwens het handelsmerk van deze ganzen. Ze passen brute kracht toe om het nest van een andere vogel in te pikken – waarvan vooral grauwe ganzen, maar ook roofvogels, kraaien, eenden en dergelijke, slachtoffer zijn – en om de kleintjes van andere eendachtigen te verdrinken.”

Geen wonder dat het kleine gansje lijfwachten nodig heeft.

p.s. Heel eerlijk gezegd heb ik de foto een klein beetje bewerkt. Niet veel overigens. Ik heb een paar kleine puntjes aangepast. Zo heb ik de broertjes en zusjes van de kleine gans weggehaald, evenals zijn moeder. Verder heb ik wat kopieën toegevoegd van vader gans, maar voor de rest heb ik de foto ongewijzigd gelaten. Zie hier het origineel van de foto.

lelijke eend

Het blijven agressieve beesten richting andere “eendachtigen”.

Go Ahead op weg naar de Eredivisie

Go Ahead Eagles is mijn clubje. We zijn momenteel bezig met de play-offs voor promotie naar de eredivisie. Daar horen we uiteraard in thuis. In de halve finale moesten we tegen het altijd lastige FC Den Bosch. Zondag was de heenwedstrijd. “Onze jongens” konden rekenen op de steun van mij en mijn jongste dochter.

Het liep echter niet helemaal zoals wij hadden gehoopt. Zowel wij als Den Bosch scoorden namelijk twee keer, Den Bosch uit twee kansen, wij uit twintig kansen. We misten zelfs een strafschop. Eigenlijk had het dus geen 2-2 maar 7-2 moeten zijn, zoals schrijver en bekend Go ahead fan Özcan Akyol altijd voorspelt. (Ik ben nooit zo optimistisch, ik hou het altijd op een bescheiden 5-1 overwinning.)

De dochter en ik zaten vlakbij de cornervlag. Tijdens de samenvatting zag ik ons daardoor ook nog even in beeld. Zie hier.

000000000 0 GAE

Voor het geval u ons niet direct herkent, mijn dochter is degene in het rode blokje met het Go Ahead shirt aan. Ik zit er op de foto links van, achter de vrouw die net is gaan staan omdat we hier een strafschop krijgen. (Die we dus zouden missen). Ok, onze hoofden zijn niet in beeld en ik eigenlijk helemaal niet, maar verder zijn we goed te zien. Fifteen minutes of fame!

Gisteren speelden we de return in Den Bosch. We moesten dus winnen, maar we bakten er weinig van. Maar één minuut voor tijd kopten we uit een corner, terwijl onze spits geblesseerd aan de kant stond, toch de winnende goal binnen – een beetje op zijn Duits dus. (Youp van ‘t Hek zei ooit eens: “Van Duitsers heb je pas gewonnen als ze met de bus de stad uit zijn”.)

En nu we toch bij Youp van ‘t Hek zijn, één van de Go Ahead fans op het supportersforum had gisterenavond toevallig kaartjes voor een voorstelling van hem. Kwam dat even slecht uit. Ik citeer even uit een “verslag” van hem op het forum.

Tot 20.00 uur gevolgd via telefoon en toen kwam youp  van t hek op het podium. Tot  20.30 uur volgehouden naar hem te luisteren  en toen gekeken wat de uitslag was geworden. Gvd wat was dat lekker”.

Jammer dat hij niet vermeldt of Youp van ‘t Hek zag dat iemand in de zaal tijdens de voorstelling op zijn mobiel keek. Maar mocht Youp het gezien hebben en daarna te horen hebben gekregen dat het om de uitslag van Go Ahead ging, dan zou hij daar ongetwijfeld begrip voor hebben gehad.

In de finale moeten we nu afrekenen met het altijd lastige RKC. Özcan Akyol heeft op twitter een poll voor alle voetballiefhebbers geopend met de neutrale vraag wie je weer in de Eredivisie wilt zien. Go Ahead (mooie club) of RKC (kleurloze club)? Hij heeft de vraag zo neutraal mogelijk opgesteld want hij wil de stemmers niet te veel sturen.

go ahead

Ik heb uiteraard Go Ahead gestemd.

 

 

Het Nationale Songfestival van 1975

Nog even wat nutteloze informatie over het Songfestival. Dat Teach In 44 jaar geleden het Eurovisie Songfestival won met Ding-A-Dong en daarmee de laatste Nederlandse winnaar voor Duncan Laurence was, weet u ongetwijfeld nu wel, maar wist u ook dat het maar 23 rozen scheelde of niet Teach In maar Albert West had dat jaar op het songfestival Ding-A-Dong gezongen?

0000000000 albert westDe versie van Albert West van Ding-A-Dong. (Op de afbeelding klikken om naar YouTube te gaan.)

Dat zit zo. In 1975, het jaar dat Teach In het Eurovisie Songfestival won, werd drie weken voor festival het Nederlandse Songfestival gehouden. Drie artiesten waren hiervoor uitgenodigd: Debbie, Albert West en Teach In. Van hen was Albert West de bekendste. Hij had als zanger van the Shuffles enkele grote hits gehad, onder andere het fameuze Cha-la-la I need you’, en was daarna succesvol solo gegaan. Teach In, de popgroep uit Enschede, had een jaar eerder een hitje had gehad met  ‘Fly Away‘ en Debbie was een zangeres die door Willem Duys, de presentator van het Nationaal Songfestival, op de volgende opmerkelijke wijze werd aangekondigd:

Debbie, die een jaar of twee, drie geleden plotseling op kwam zetten met Everybody join hands, weet u nog wel, zo’n leuke klapsong, heel merkwaardig stemgeluid, sterk, beetje hezig, heel apart, ze is ook erg lang, ze heeft een heel mooie jurk aan, dat zult u zo meteen wel zien, waar de kleurtjes van regisseur Ordelman mooie dingen mee kunnen doen …”  Ik weet overigens niet of Debbie erg blij was met deze introductie.

Voor het songfestival had iedere Nederlander liedjes mogen inzenden. In totaal waren er 43 liedjes ingestuurd, waar de drie deelnemers er eentje uit mochten kiezen. Uiteraard kozen ze alle drie voor een liedje dat was ingestuurd door één van de ‘usual suspects’, zijnde de vaste componisten en producers van de platenmaatschappijen.

Albert West koos voor het romantische ‘Ik heb geen geld voor de trein’ met daarin onder andere de mooie rijm ‘vermakelijk-  noodzakelijk’. Debbie zong over een circus en Teach In koos voor Ding-A-Dong. Nadat de drie deelnemers hun liedjes hadden gezongen, koos een internationale vakjury bestaande uit een Engelsman, een Amerikaan, een Fransman, een Belg en een Nederlander, het meest kansrijke liedje voor de Europese finale. Spoiler alert: ‘Ding-a-Dong’ won, het kreeg vier stemmen, ‘Ik heb geen geld voor de trein’ één stem, ‘Circus’ moest het doen met de mededeling dat het ook een heel goed liedje was. (Albert West zou later met een Engelse uitvoering van ‘Ik heb geen geld voor de trein’ onder de titel ‘You and me’ nog een bescheiden hit scoren.)

De keuze voor Ding-A-Dong wilde echter nog niet zeggen dat Teach In ook naar het festival zou gaan. Alle drie de artiesten mochten nu namelijk hun eigen versie van Ding-A-Dong zingen, elk in een eigen arrangement, waarna een zaaljury van 100 provinciale Nederlanders – daarmee bedoel ik dat alle provinciën waren vertegenwoordigd –  kon aangeven  wie naar het Eurovisie Songfestival zou worden afgevaardigd om daar Ding-A-Dong te zingen ( “Lieve juryleden van Groningen tot Limburg, u luistert toch wel heel goed hè want het is het verschrikkelijk belangrijk”; aldus presentator Willem Duys.)

De puntentelling werd gedaan door middel van rozen die de juryleden in een emmer moesten stoppen. In de emmer van Debbie belandde uiteindelijk elf rozen, in die van Albert West 33 stuks en in de emmer van Teach In 56 rozen, waarmee zij wonnen en naar Stockholm mochten. (Het festival werd in Stockholm gehouden omdat een jaar eerder ABBA had gewonnen.)

0000000000 jury

Teach In zou daar met de Engelstalige variant van Ding-A-Dong  – op het Nationale Songfestival werd in het Nederlands gezongen – het Eurovisie Songfestival winnen en de rest is geschiedenis zoals dat zo mooi heet.

Voor wat betreft die geschiedenis: Een jaar na het songfestival zou Getty Kapers, de zangeres van Teach In, de groep verlaten en (niet al te succesvol) solo gaan. In 1979 stopte ze met optredens. Teach In zou nog een aantal jaar met vervangende zangeressen blijven optreden. In 1980 hadden ze hun laatste hit. Debbie had na 1975 nog een paar kleine hitjes, onder andere samen met Oscar Harris. In 1988 verscheen haar laatste single. Ze schijnt tegenwoordig ergens op Tenerife te wonen waar ze nog af en toe op treedt voor toeristen en de lokale bevolking.

De meest succesvolle artiest van de drie deelnemers zou Albert West worden. Hij kende een lange carrière met een aantal hits. Zo had hij in 1986 samen met Albert Hammond een top tien notering met Give a little love. In 2012 kreeg hij een ruggenmerginfact, waardoor hij gedeeltelijk verlamd raakte. Fietsen deed hij daarna in een soort revalidatiedriewieler. Met deze fiets kwam hij in 2015 in botsing met een wielrenster waarna hij een week later overleed.

Voor het geval u het Nederlandse Songfestival van 1975 nog een keer helemaal terug wilt zien, dat kan. Op het You Tube kanaal van NSFToentotNu‘ staat een afspeellijst (hier klikken voor de afspeellijst op YouTube) van tien filmpjes met het hele festival. Ik zou zeggen nodigt uw vrienden uit, haal wijn, bier, hapjes en chips in huis en geniet van een  avondje ‘camp’ met liefst vijf keer ‘Ding-A-Dong (waarvan één keer in het Engels, want in het Engels zouden we meer kans hebben, wat ook zo bleek te zijn.)

Elk filmpje begint telkens met een aankondiging van Willem Duys. Voor de jonge lezertjes die Willem Duys niet kennen, dat was in de jaren zestig en zeventig zeg maar de Matthijs van Nieuwkerk van nu. Zijn talkshow van toen, ‘Voor de vuist weg’ (hier een clip met de  intro van de show en een legendarisch optreden van de familie Adamo die met zijn allen ‘Vous permettez monsieur’ zingen), kan je zien als een soort ‘De Wereld Draait Door’, met dien verstande dat ‘Voor de vuist weg’ geen dagelijks programma was, dat de tafelheer van Willem Duys een goudvis in een kom was en dat Willem Duys zijn gasten liet uitpraten.

Bij de duizendste uitzending van de DWDD in 2011 was Willem Duys de eregast. De uitzending, hij werd de Duysendste” aflevering genoemd, was een eerbetoon van Matthijs van Nieuwkerk aan Willem Duys. Twee weken na de uitzending overleed Willem Duys op 82-jarige leeftijd.

Honderd jaar geleden

Met hulp van Delpher zocht ik gisteren even in kranten van 1919 op de combinatie ‘Voorst’ en de naam ‘Van Neck’. Delpher toonde mij een viertal kranten, waaronder de Apeldoornse Courant van 13 juni 1919. De krant van die dag begon met ‘breaking news’ over een fietstocht die zijne koninklijke hoogheid Prins Hendrik een dag eerder te Apeldoorn had gemaakt

Plaatselijk Nieuws. Van het Loo. — Z. K. H. Prins Hendrik bracht gisteravond per rijwiel een bezoek aan den heer I. J. van Dam, voorzitter van de Afdeling „Apeldoorn” der Nederlandsche Padvindersvereeniging, te wiens huize Z. K. H. de thee gebruikte. De Prins was vergezeld van zijn page Jhr. Sminia’

Tot zover het ‘breaking news’ van de Apeldoornse Courant van 13 juni 1919. De reden dat ik met de combinatie ‘Van Neck, Voorst en 1919’ een hit kreeg, was een bericht over enkele rechtszaken die waren behandeld voor de ‘Zutphense Balie’, waarin de naam ‘Van Neck’ voor kwam. (Niet als dader natuurlijk, maar als slachtoffer.)

0000000000 1919apeldoornse courant 13 06 juni

Een diefstal met braak, het wegnemen van klosjes afvalgaren en het aanlengen van melk met water, het is niet de categorie misdaden zoals je ze vandaag de dag in de kranten aantreft, maar toch.

Deze rechtszaken waren echter niet de reden dat ik in kranten uit 1919 op de naam ‘van Neck’ in combinatie met Voorst zocht. Nee, dat deed ik omdat het gisteren precies 100 jaar geleden was dat mijn vader in Voorst was geboren. Ik keek daarom op Delher om te zien of er misschien een geboorteadvertentie of een bericht van de burgerlijke stand te vinden was, maar dat was helaas niet het geval.

Maar goed, gisteren was het dus 100 jaar geleden dat mijn vader was geboren, of zoals mijn broer het per WhatsApp formuleerde:  ‘Wat gaat een eeuw toch gauw!’  Nederland telde in 1919 zo’n 7 miljoen inwoners. Koningin Wilhelmina was de regerende vorstin, Jonkheer mr. Ch.J.M. Ruys de Beerenbrouck van de RKSP – wie kent hem niet – de ‘eerste minister’ zoals het in die tijd heette. Drie weken na de geboorte van mijn vader stemde de Tweede Kamer voor de invoering van het algemeen kiesrecht voor vrouwen, wat overigens niets met de geboorte van mijn vader te maken had.

Mijn vader heeft de honderd niet gehaald. Hij stierf 34 jaar geleden op 66-jarige leeftijd aan de gevolgen van een auto-ongeluk. Ik hoop wel de honderd te halen, maar dat duurt nog wel even. Ik ben namelijk van 1955. Dat is, en nu dwaal ik wel wat af, hetzelfde jaar als waarin Albert Einstein overleed – dit voor degenen die in reïncarnatie geloven.

En nu ik het toch over Albert Einstein heb, ik moet opeens denken aan die beroemde conversatie tussen Albert Einstein en Marilyn Monroe, waarin de laatste gezegd zou hebben: “Het zou toch wat zijn als wij samen een kind zouden hebben. Uw hersens en mijn uiterlijk.”, waarop Albert Einstein zou hebben geantwoord “Interessante gedachte, maar het kan natuurlijk ook andersom  uitpakken.” Volgens sommige bronnen eindigde hier de conversatie, maar volgens andere bronnen zou Marilyn daarna nog gezegd  hebben: ‘Wat bedoelt u?‘, waarop Einstein antwoordde “‘Dit bedoel ik dus.”

Ik geloof overigens helemaal niks van dit verhaal, het is ongetwijfeld een broodje aap verhaal. Volgens mij hebben Einstein en Marilyn Monroe elkaar nooit ontmoet. Of toch wel?

0000000000 2EinsteinEen ‘stil’ uit een reclamefilmpje voor Pepsi cola.

Maar goed, terug naar 1919. Negen dagen na de geboorte van mijn vader was er een volledige zonsverduistering, die te zien was in zowel Zuid-Amerika als in Afrika. Twee expedities reisden vanuit Europa naar die continenten om te zien of het licht rondom de zon   werd afgebogen, iets wat Albert Einstein’s algemene relativiteitstheorie voorspelde. Dat bleek inderdaad het geval te zijn. Mijn vader was op dat moment negen dagen oud. Ik neem aan dat hij hier niks van mee heeft gekregen.

Voor het geval, u nu zegt, wat bazelt hij hier allemaal, citeer ik even nog Albert Einstein: “Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je overal.”

 

Het Eurovisie Songfestival (2)

Ik verras u waarschijnlijk niet met de mededeling dat Nederland zaterdag na 44 jaar weer eens een keer het Eurovisie Songfestival heeft gewonnen. In 1975 won Nederland voor de laatste keer. Bij de overwinning van Teach-In heb ik toentertijd ook nog een bescheiden rol gespeeld.

000000000 teach inn

Voor het geval u denkt, zit hij daar op de achtergrond de piano te bespelen, nee dat ben ik niet. Mijn rol in de overwinning bestond er uit dat ik Teach-In twee jaar eerder bemoedigend heb toegeknikt. zie hier.)

Het NOS-journaal formuleerde de winst van Duncan Laurence overigens een beetje ongelukkig. “Na 44 jaar veroverde Duncan Laurence eindelijk voor Nederland het Eurovisie Songfestival” sprak de journaallezeres.  Alsof de inmiddels 65-jarige Duncan Laurence er in zijn 44ste poging eindelijk in geslaagd was om te winnen. “Nou, laten we hem ook maar keer winnen, anders komt hij volgend jaar weer terug,” zullen de andere landen wel gedacht hebben.

Het leukste onderdeel van het songfestival is altijd de puntentelling. Vanaf de allereerste keer (1956) is dat al omstreden. Er deden dat jaar slechts zeven landen mee. De puntentelling vond achter gesloten deuren plaats. Alleen de winnaar werd bekend gemaakt. Alle landen hadden twee juryleden. Luxemburg, één van de zeven deelnemers, slaagde er echter niet in om twee juryleden naar Zwitserland, waar het songfestival werd gehouden, af te vaardigen. De Zwitsers werden echter bereid gevonden om ook namens Luxemburg te stemmen. Dat de Zwitserse Lys Assi met ‘Refrain’ – wie kent het lied niet-  het festival vervolgens won, was dan ook niet zo verrassend.

We keken dit jaar het songfestival samen met de jongste dochter. Toen Cyprus aan de beurt was om te stemmen en de vertegenwoordigster van Cyprus even aarzelde na “And the twelve points goes to …” riepen Marianne en ik “Greece!” in koor, waarop Cyprus dat bevestigde. “Hoe wisten jullie dat?” vroeg de dochter verbaasd. Dat komt omdat Griekenland en Cyprus elkaar elk jaar twaalf punten geven, legden we uit. Even later gaven de Grieken inderdaad hun twaalf punten aan Cyprus.

Er zijn wel meer landen die elkaar vaak veel punten toe spelen. Zo doen bijvoorbeeld Roemenië en Moldavië, Kroatië en Bosnië, Finland en Estland, Rusland en Azerbeidzjan dat. (Er zijn dan ook diverse onderzoeken naar dit fenomeen verricht Zie hier en hier.)

Voor wat betreft Nederland: dat krijgt vaak veel punten van België, Frankrijk en Israël. Deze laatste twee landen behoorden zaterdag dan ook, samen met Litouwen, Portugal, Letland en Zweden, tot de landen waarvan Nederland (van hun deskundige vakjury) de twaalf punten kreeg. Van Albanië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Griekenland,  Italië, Montenegro, Polen, Rusland en Servië kreeg Nederland daarentegen van hun “vakjury” nul punten. Weet u gelijk naar welk land u niet op vakantie moet gaan.

Maar goed, Nederland heeft dus na 44 jaar weer een keer het  Songfestival gewonnen. Ik heb er nu dan ook alle vertrouwen in dat de Elfstedentocht binnen afzienbare tijd ook weer wordt verreden .

Clingendael

Gisteren was het mooi weer en omdat de rododendrons bloeien fietste ik even naar landgoed Clingendael, gelegen in de wijk Benoordenhout in Den Haag, op de grens met Wassenaar.

000000000 clingendael a

000000000 clingendael c

Landgoed Clingendael is in de zeventiende eeuw aangelegd. Het is heel lang particulier bezit geweest. In 1953 kocht de gemeente Den Haag het en sindsdien is het opengesteld voor het publiek.

000000000 clingendael 11(Foto genomen met een grote selfiestick)

Op het landgoed is het Instutuut Clingendael gevestigd, dat onderzoek doet rondom internationale betrekkingen. Ook verzorgen ze trainingen voor diplomaten.  Voor het geval u denkt, hé dat is toevallig, dat Instituut Clingendael gevestigd is op landgoed Clingendael, dan heb ik er nog wel eentje uit de overtreffende trap voor u: wist u dat de schrijver Louis Couperus geboren is op het Louis Couperusplein in Den Haag? Over toeval gesproken.

Zie hier het landhuis waar het instituut in is gevestigd.

000000000 clingendael 00

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het huis bewoond door rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart, na de Tweede Wereldoorlog opgehangen als oorlogsmisdadiger. Op het landgoed liet hij ook wat bunkers bouwen. Leuk detail, hij liet de opstaande stenen bij de hondengraven platleggen omdat hij bang was dat zich er sluipschutters achter zouden verstoppen.

000000000 hitler

Seyss-Inquart samen met Hitler in Wenen in 1938.

Op het landgoed bevindt zich ook een Japanse tuin.  Marguérite barones van Brienen, bijgenaamd Freule Daisy, 1871-1939, liet deze tuin aanleggen na een bezoek aan Japan.

000000000 clingendael freule 000000000 clingendael 1bFreule Daisy en een deel van de Japanse tuin.

De Japanse tuin was open. (De tuin is maar een aantal weken per jaar open.) Het was er druk, maar op dit bankje zat niemand.

000000000 clingendael 3

Maar hier wel.

000000000 clingendael 2

Toen ik terug naar mijn fiets liep, zag ik nog een stelletje dat er trouwfoto’s liet maken. Dat zie je er wel vaker. Dit stelletje loopt er bij voorbeeld al 31 jaar rond. Nog steeds bezig met hun trouwfoto’s.

000000000 trouwen

p.s Nadat ik deze blogpost had geschreven en geplaatst, schiet het me opeens te binnen dat ik twee jaar geleden ook al een keer over dit landgoed heb geschreven, ook in mei en zelfs deels met dezelfde foto’s! Zie hier. Was ik even helemaal vergeten. Nou ja. Ze spreken elkaar gelukkig niet tegen en verschillen qua tekst ook een beetje, maar toch, ik word oud. (Ok, een excuus is dat ik al 780 verschillende blogposten, nou ja niet echt verschillend dus, heb geschreven en dan vergeet je er wel eens eentje.) U moet maar denken: twee voor de prijs van één.

p.p.s. Die andere blogpost heeft niet zo’n p.s. Dus toch iets nieuws!

p.p.p.s. En die andere blogpost heeft ook geen p.p.s. En zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan…….

 

Een klein drama

Terwijl ik in de keuken aan het werk ben, hoor ik opeens een hoop gefladder en gekrijs van vogels. Een Vlaamse gaai zit op een tak van de boom in de achtertuin. Om hem heen vliegt een krijsende kraai en twee luid kwetterende koolmezen. De Vlaamse Gaai heeft iets in zijn bek, legt het op de tak en begint er in te pikken. Veertjes dwarrelen omlaag. De twee koolmezen vliegen er opgewonden om heen. Als ik wat langer kijk, zie ik dat de Vlaamse gaai een jong koolmeesje te pakken heeft.

Ik heb geen zin in allemaal veertjes in het gras onder de boom, doe de keukendeur open en roep ‘Ksssst’. De Vlaamse gaai laat het koolmeesje vallen en vliegt op. Als ik naar het vogeltje in het gras kijk, zie ik dat hij hartstikke dood is.

Uit:  Kikker en het vogeltje (1991) – Max Velthuijs: “Toen ze bij de rand van het bos gekomen waren, wees Kikker naar de grond. ‘Kijk,’ zei hij, ‘kapot. Hij doet het niet meer.’

Hier valt niks meer te reanimeren. Ik doe de deur van de keuken dicht, maar zo gauw ik dit gedaan heb, komt de Vlaamse gaai weer terug en begint opnieuw in het beestje te pikken. De veertjes stuiven wederom in het rond. Ik doe de deur van de keuken weer open en roep tegen de Vlaamse gaai “En nu snel wegwezen.” Hij vliegt weer op, maar loert vanaf een tak in de boom naar zijn buit in het gras.

00000000 gaaiCorvus G., de verdachte van de koolmeesmoord

Ik pak een stoffer en blik en schuif het vogeltje er op. Daarna gooi ik het in de afvalbak, de groene bak uiteraard. Ik weet wel, het is de natuur, de Vlaamse gaai kan het niet helpen, maar het is toch een klein drama wat zich zojuist voor mijn ogen heeft afgespeeld. En voor de twee koolmezen en het jonge koolmeesje in bijzonder natuurlijk een groot drama. Maar het leven gaat verder.

Uit:  Kikker en het vogeltje (1991) – Max Velthuijs  “Diep onder de indruk gingen ze terug. Plotseling rende Kikker er vandoor. ‘Laten we tikkertje spelen,’ riep hij. ‘Varkentje, jij bent hem!’

Doris Day, Charles Manson en Jochem Myer

U zult zich misschien afvragen wat Doris Day, Charles Manson en Jochem Myer samen in deze blogpost doen?

00000000 doris day 00000000 charles manson 00000000 Jochem Myer

Dat komt omdat ik nu eenmaal altijd van de hak op de tak spring. Om u daar een voorbeeldje van te geven, de uitdrukking ‘van de hak op de tak springen’ betekent volgens Onze Taaltelkens een nieuw onderwerp aansnijden, onsamenhangend spreken of schrijven’ – dat herken ik dus heel goed. Volgens de site van Onze Taal zijn er twee mogelijke verklaringen voor de oorsprong van de uitdrukking. Ik citeer:

‘Volgens het Groot uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) betekent hak hier ‘haakvormige, kromme boomtak’ – hak is dus een specifieke tak. Wie van de hak op de tak springt, springt dus al sprekend of schrijvend van tak naar tak – wellicht is het beeld van op en neer hippende vogels ook van invloed geweest. […]

 Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN, 2003) zet echter vraagtekens bij deze uitleg. Het EWN ziet geen verband met haak, maar met hakken (‘houwen, met een bijl in stukken slaan’). Hak zou in deze uitdrukking betrekking hebben op de plaats waar een tak van de boom is afgehakt. Van de hak op de tak springen betekende dan letterlijk: ‘op en neer springen tussen de plaats waar de tak is afgehakt en de afgehakte tak zelf’. De uitdrukking zou dan oorspronkelijk iets betekenen als ‘terugkomen op iets wat al afgehandeld is’, en vandaar ‘ongeorganiseerd spreken/denken’ en ‘van het ene onderwerp (weer) naar het andere overgaan’.

Ik ga voor de eerste verklaring. Het lijkt me moeilijk om weer terug te springen op een afgehakte tak. Maar goed, tot zover dit uittakje, terug naar Doris Day, Charles Manson en Jochem Myer.

De reden dat Doris Day in deze blogpost zit, is dat zij gisteren op 97-jarige leeftijd overleed. Ze was typisch iemand waarbij je bij het horen van haar overlijden zegt “Goh, leefde die nog?”. Aanvankelijk was ze zangeres, later werd ze een bekend actrice. Ze speelde in 39 films, veelal romantische komedies, maar ook speelde ze in films als ‘Calamity Jane’ en de Alfred Hitchcock-film ‘The Man Who Knew Too Much’. Het was in deze film dat ze haar beroemdste liedje ‘Que sera, sera’ zong. (Het zingen in de film was overigens functioneel. Ze speelde een zangeres die bij een moordcomplot betrokken raakte.) Later speelde ze nog vijf jaar lang in de televisieserie ‘The Doris Day Show’ die ook in Nederland werd uitgezonden.

Nadat ze daar in 1973 mee stopte, trok ze zich terug in Carmel, een plaatsje aan de kust in Californië, waar ze de rest van haar leven zou wonen. Ze werd er de mede-eigenaresse van een hotel. Even weer van de hak op de tak springend, Clint Eastwood was ook inwoner van Carmel. Sterker nog, hij was van 1986 tot 1988 zelfs burgermeester van Carmel.  Maar terug naar Doris Day weer, ze hield zich “na haar pensionering” vooral bezig met dierenwelzijn en had zelf ook veel huisdieren.

Tijdens haar filmcarrière gold ze als ‘the girl next door’. Groucho Marx maakte ooit de grap “I knew Doris Day before she was a virgin.” Haar privéleven was echter heel wat rumoeriger dan haar imago. Ze trouwde liefst vier keer. Haar eerste echtgenoot, met wie ze trouwde toen ze negentien was, mishandelde haar. Toen ze zwanger raakte, wilde hij dat ze abortus pleegde, wat zij weigerde. Een paar maanden na de geboorte van het kind (een zoon, genaamd Terry Melcher; het was haar enige kind) scheidde ze.

Ze hertrouwde in 1946 maar deze man (“een echte goeierd”) besloot om in 1949 van haar te scheiden. Doris Day maakte in die tijd carrière en hij wilde geen leven in de schaduw van een beroemdheid.

00000000 doris day 2Doris Day in 1946; foto Library of Congress

Na de scheiding ging ze een aantal keer uit met Ronald Reagan, toen nog acteur, later president van Amerika. Toen ze echter zijn agent  Martin Melcher ontmoette, verlegde ze haar aandacht naar deze man en ze trouwden in 1951. Ze zouden tot zijn dood in 1968 getrouwd blijven. Na haar dood kwam ze er achter dat haar man samen met zijn zakenpartner niet alleen haar hele vermogen had verduisterd maar haar ook had opgescheept met een schuld van $500.000. Ook had hij buiten haar om een vijfjaarscontract voor een televisieserie voor haar afgesloten. Ze besloot het contract uit te dienen, ook al omdat ze het geld nodig had om de schulden af te betalen. In 1976 hertrouwde ze voor de vierde maal. Van deze man scheidde ze in 1981. Tot zover Doris Day.

Nu Charles Manson. Hoe kom ik daar nou op? Dat komt door Veronica Inside, het voetbalpraatprogramma met Johan Derksen en René van der Gijp. Daar kwam het overlijden van Doris Day ook even aan bod en Johan Derksen vertelde dat de zoon van Doris Day in de jaren zestig een aantal platen van the Byrds had geproduceerd. Dat vond ik interessant en ik zocht in de Wikipedia daarom even op deze zoon. Terry Melcher, de achternaam is niet de naam van zijn vader maar de naam van de derde echtgenoot van Doris Day, was inderdaad de producer van enige platen van de Byrds.

Begin jaren zestig vormde hij samen met Bruce Johnstone nog even het zangduo Bruce & Terry – later zou Bruce Johnston bekend worden als één van de Beach Boys. Halverwege de jaren zestig was Terry Melcher werkzaam als producer, onder andere dus van The Byrds. Iemand anders waar hij mee in aanraking kwam en die ook muzikale ambities had, was Charles Manson. A ha, daar hebben we hem. Charles Manson deed auditie voor hem maar Terry Melcher nam hem niet onder contract.

Later zou Charles Manson de sekteleider worden die opdracht gaf om willekeurige mensen te vermoorden, waaronder Sharon Tate, de acht maanden zwangere echtgenote van filmregisseur Roman Polanski. De moord op Sharon Tate en op vier anderen vonden plaats in het huis waar eerder Terry Melcher woonde. Volgens sommigen was dit dan ook de reden dat Manson dit huis – hij was er in de tijd dat Terry Melcher er woonde een aantal keren geweest –  uitkoos voor de moordpartij, dit om wraak te nemen omdat hij geen platencontract had gekregen. Andere bronnen zeggen echter dat Manson wist dat Terry Melcher daar niet meer woonde.

Tot zover Charles Manson, nu Jochem Myer. Wat doet deze cabaretier in deze blogpost? Dat komt door de achternaam van Doris Day en daarbij bedoel ik niet Day, dat is haar artiestennaam, maar haar werkelijke achternaam: Kappelhoff. Die naam klinkt heel Europees. Ze is dan ook afstammeling van Duitse immigranten. Echter Kappelhoff is ook een Nederlandse naam en als we even op internet zoeken dan zien we dat ze een dochter is van Wilhelm von Kappelhoff, geboren in Amerika in 1890, die op zijn beurt de zoon is van Franz Joseph Kapellhoff, geboren in 1843 in Duitsland, en die op zijn beurt weer de zoon is van Harmanus Kapelhoff die in 1814 in Farnsum in Groningen is geboren. Hé, Doris Day heeft Nederlandse voorouders.

00000000 stamboom2

En waar blijft Jochem Myer nu? Dat komt doordat Harmanus Kapelhoff de zoon is van Carlo Sormani, een Italiaan die omstreeks 1800 van Italië naar Groningen emigreerde en daar trouwde met Geesssie Kapelhof. En zoals u op deze site kan nalezen, kent ook Jochem Myers Carlo Sormani als voorvader. Of te wel Doris Day en Jochem Myer hebben een gemeenschappelijke voorvader.

Het is overdreven om te zeggen dat ze naaste familie van elkaar zijn, maar toch, wel een gemeenschappelijke voorvader. Maar misschien bent u ook wel familie van Doris Day. Immers “in the long run everybody is dead and in the beginning, everybody is family.”

Kortom, zie hier het verband tussen Doris Day, Charles Manson en Jochem Myer. Had ik u trouwens al verteld van ………

Met het oog op morgen

Gutennacht Freunde, ik dacht, ik begin eens een keer een blogpost met een muziekje, dan ga ik daarna wel door met mijn blogpost.

0000000 mey

Zo daar zijn we weer. “Dit is het webblog van Martin van Neck. Met een overzicht van oud nieuws, de krant van gisteren en ontwikkelingen en achtergronden van mijn eigen nieuws. Buiten is het vijftien graden, binnen zit Martin van Neck.”

Als u nu denkt ‘waar slaat dit allemaal op?’, dit is een eerbetoon aan het radioprogramma ‘Met het oog op morgen’. Dit programma, dat altijd ’s avonds tussen 23.00 uur en 24.00 uur op Radio 1 te horen is, kende afgelopen vrijdag zijn 15.000 uitzending. Het is na “Langs de Lijn’ het langst lopende radioprogramma.

Ik ben zelf ook een keer te gast geweest in ‘Met het oog op morgen’. Dat was in 2008, vlak voor het EK voetbal. Ik had een voetbalboek getiteld ‘Heel het land is van streek‘ geschreven met allerlei nutteloze voetbalverhalen. ‘Met het oog op morgen’ besteedde die week aandacht aan het EK en omdat alle deskundigen al zo’n beetje op waren, mocht ook ik “als deskundige” in de studio in Hilversum iets over het toernooi komen vertellen.

Een redacteur van het programma had mijn telefoonnummer van mijn uitgever gekregen en had mij een paar dagen van te voren opgebeld om te vragen of ik in het programma iets over het komende EK wilde zeggen. Dat wilde ik uiteraard wel  – “publiciteit, publiciteit”; altijd goed voor de verkoop van een boek –  maar omdat Hilversum best een eind rijden voor mij was, vroeg ik of het ook telefonisch kon. Dat deden ze vanwege de kwaliteit – van de verbinding; niet van het interview – liever niet, maar ik hoefde niet naar Hilversum te komen. Ik kon ook wel naar de studio van de voor mij dichtst bij zijnde regionale omroep komen, dan legden zij daar wel een verbinding mee.

Dat vond ik prima en op een vrijdagavond zat ik om elf uur ‘s avonds samen met een technicus in een verder verlaten studio van Omroep West in Den Haag. Marianne was thuis gebleven; die luisterde wel naar de radio. De presentator zat in Hilversum, ik dus in Den Haag, maar dat was voor hem geen enkele belemmering om te zeggen “Hier bij mij in de studio zit Martin van Neck, de schrijver van ‘Heel het land is van streek’, een boek vol met nutteloze voetbalkennis.”

Het ‘nutteloze’ sprak hij overigens net iets te overdreven uit. De redacteur had me van te voren al gewaarschuwd dat de presentator van dienst – ik zal zijn naam hier niet vermelden; niet omdat ik dat ik dat niet wil maar omdat ik zijn naam niet meer weet – niets met voetbal op had, en er ook dan weinig verstand van had. Hij zou daarom het gesprek wel voorbereiden. Hij stelde voor dat we het eerst over het EK zouden hebben, daarna over het boek en dat ik zou besluiten met een paar leuke voetbalcitaten waarmee het boek vol stond. Ik vond het een prima plan.

De eerste vraag van de presentator was wie Europees Kampioen zou worden. Ik besloot om er gelijk een bekend citaat uit te gooien en zei: “Gary Lineker zou zeggen: ‘voetbal is een simpel spelletje. 22 Mannen rennen 90 minuten achter een bal aan en op het einde winnen de Duitsers’, maar zelf denk ik dat Spanje wint.” Hij aarzelde even en vroeg toen: “Wie is Gary Linneker?” Ik legde hem uit dat het een beroemde Engelse voetballer was, nu presentator van de Match of the Day bij de BBC, en dat hij die uitspraak had gedaan nadat Engeland op het WK van 1990 was uitgeschakeld door Duitsland. Waarom ik dacht dat Spanje Europees kampioen zou worden, vroeg hij niet.

Zijn volgende vraag ging over de kansen van Nederland. “Nederland zit in één groep met Frankrijk en Italië, dat zijn de twee finalisten van het laatste WK. We zijn dus kansloos?” Je kon horen dat hij de vraag van een papiertje voor las. Ik zei: “Nederland zou best wel eens van Italië en Frankrijk kunnen winnen. Alle spelers van toen zijn nu twee jaar ouder.” Ik stopte even om hem de gelegenheid te geven om te vragen wat ik hiermee bedoelde, maar hij zei niks, dus vervolgde ik met “Onze spelers zoals Van der Vaart, Sneijder, Robben en Van Persie zijn nog jong. Die hebben nu twee jaar meer ervaring, die van Italië en Frankrijk zijn juist relatief oud, die worden alleen maar minder.” ‘Ok.” antwoorde hij op een toon alsof hij zojuist de algemene relativiteitstheorie had uitgelegd gekregen.

Her gesprek ging daarna even over mijn boek. Opeens vroeg hij: “Wat vind je vriendin er eigenlijk van dat je je met nutteloze voetbalfeiten bezig houdt?” Die vraag verraste me. Even overwoog ik om te zeggen: “Dat is fraai zeg. Mijn vrouw zit thuis naar de radio te luisteren en dan gaat u hier live in de uitzending vragen wat mijn vriendin er van vindt“. Leek mij wel een grappig antwoord maar dat durfde ik niet en zei toen braaf dat ik getrouwd was en dat mijn vrouw er wel aan gewend was dat ik altijd allerlei nutteloze dingen deed.

Op het einde vroeg hij of ik nog wat leuke voetbalcitaten had. Ha, die spontane vraag had ik voorbereid. Ik pakte mijn boek. Op de pagina waar de leukste citaten stonden, had ik een geel post-it papiertje geplakt, maar toen ik het boek oppakte viel dat er uit. Ai, waar was die pagina nu? Ik kon de pagina niet zo snel meer vinden, en deed er toen maar een paar van Cruijff uit mijn hoofd, “Als je een speler ziet sprinten dan is hij te laat vertrokken.” en “Ik geloof niet. In Spanje slaan alle 22 spelers een kruisje voordat ze het veld opkomen, als het werkt, zal het dus altijd een gelijkspel worden.”, dat soort uitspraken. Toen was het interview afgelopen.

De technicus van omroep West vond het een geslaagd gesprek en even later fietste ik diep in de nacht terug naar huis. Marianne sliep bij thuiskomst al. Mooi, dat scheelde me vragen over die vriendin.

p.s. Voor het geval u nog een deskundige van dienst nodig heeft. Spanje werd Europees kampioen. Nederland won met 3-0 van Italië en met 4-1 van Frankrijk, precies zoals uw deskundige al voorspeld had.

Louis van Gaal

Ik doe niet aan bijgeloof want dat brengt ongeluk, maar misschien had ik Ajax – Tottenham Hotspur toch bij Ziggo op kanaal 14 (het nummer van Cruijff) moeten kijken. Nu keek ik de wedstrijd bij Veronica op kanaal 8 en verloor Ajax. Maar in de rust en na afloop schakelde ik voor “de analyses” wel over naar Ziggo.

De reden daartoe was dat Louis van Gaal daar de deskundige van dienst was. Ok, af en toe werd hij onderbroken door interviews die de immer gezellige Jack van Gelder, wiens hoofd hoe langer hoe meer op een voetbal gaat lijken, hield met allerlei randfiguren – ik bedoel daarmee figuren die aan de rand van het veld stonden – maar zo gauw Louis van Gaal weer aan het woord kwam, werden er weer zinnige dingen over voetbal gezegd. “Dat is niet zo omdat Louis van Gaal het zegt, maar het is wel zo” zei hij zelf op een gegeven moment, en eerlijk is eerlijk, hij had gelijk.

0000000 louis van Gaal 0

Ik heb wel een zwak voor Louis van Gaal. Aan het begin van deze eeuw – dat klinkt alsof dat al tientallen jaren geleden was – publiceerde ik als voorzitter van de VIENO, dat stond voor de Vereniging van Interessante Edoch Nutteloze Onderzoeken (de vereniging telde twee leden; ik was de voorzitter en Marianne was lid, al wist ze dat zelf niet) regelmatig zogenaamde VIENO-rapporten met allerlei nutteloze “onderzoeken” over het Nederlands elftal.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan zaken als wie de jongste Nederlandse international ooit was (dat was Jan van Breda Kolff van HVV in 1911; die was 17 jaar en 2 maanden oud bij zijn debuut), welke vaders en zonen allebei in Oranje hebben gespeeld (onder andere Johan en Jordi Cruijjf; Jan en Youri Mulder, Martin en Ronald plus Erwin Koeman, en nu dus ook Danny en Daley Blind), wie de minst succesvolle international was (dat was Rinus Michels; vijf interlands gespeeld, alle vijf dik verloren), welke internationals op hun verjaardag mochten debuteren (dat waren Cor Huijbrechts van BVV in 1950 en Ruud Gullit in 1981), of er Nederlandse internationals op de Titanic zaten (nee, dus), en nog meer van dat soort onzindingen.

Ik stuurde die “rapporten” naar Bert Wagendorp van de Volkskrant die ze gebruikte voor zijn toenmalige rubriek ‘Het Schavot’. In 2001 speelde ik met de gedachten “die rapporten” te bundelen in een voetbalboek, en de kans dat een uitgever dat een goed idee zou vinden leek me groter als een bekend iemand het voorwoord zou schrijven.

Louis van Gaal was in die jaren (voor de eerste keer) bondscoach en ik stuurde hem via de KNVB een brief met het verzoek of hij eventueel het voorwoord zou willen schrijven. Tevens wees ik hem er op dat zijn aangekondigde voornemen om de Nederlandse spelers van Barcelona rust te geven en ze niet op te roepen voor de interland tegen het altijd lastige Andorra er voor zou zorgen dat de interlandsreeks van Kluivert en Cocu onderbroken zou worden. Die waren juist zo goed bezig om het record meest opeenvolgende gespeelde interlands op hun naam te krijgen. Ik kreeg een keurig antwoord van hem.

“[…] Tot  mijn spijt heb ik de spelers van FC Barcelona niet uitgenodigd voor de interland tegen Andorra hoewel ik bij voorbaat wist dat ik daarmee een punt zou zetten achter de ononderbroken reeksen van Kluivert en Cocu. Dat spijt me oprecht. Voor de spelers, maar ook voor jou. Als er echt een uitgever te vinden is voor de verzamelde rapporten wil ik het schrijven van een voorwoord serieus in overweging nemen. Ik hoor graag van je. Met vriendelijk groet, Louis van Gaal, bondscoach.

Nederland wist zich echter niet voor het WK van 2002 te plaatsen, waardoor ik het idee het idee liet. Ik vermoedde dat weinig uitgevers op dat moment belangstelling hadden om voetbalboeken uit te geven. In 2004 plaatste Nederland zich echter wel voor een eindtoernooi (het EK van 2004) en via Bert Wagendorp kwam ik bij uitgeverij 521 uit die wel brood zag in het idee.

0000000 boek

“Een absolute aanrader voor alle voetbal en oranje liefhebbers. De feiten, anekdotes en onderzoeken over het Nederlandse elftal worden op luchtige en humoristische manier beschreven door een zeer getalenteerde auteur.”, schreef mijn neefje op Bol.com bij het boek.

Louis van Gaal was op dat moment echter geen bondscoach meer en aangezien ik niet wist hoe ik hem nu moest bereiken vroeg ik Bert Wagendorp of hij het voorwoord wilde schrijven. Deze schreef een buitengewoon geestig voorwoord maar desondanks belandde de helft van de oplage van 2500 stuks van het boek bij De Slegte. Ach, had ik Louis van Gaal toch maar opgespoord om het voorwoord te schrijven. Dan was het vast wel een bestseller geworden.

In 2009 publiceerde Louis van Gaal zelf een boek, een autobiografie over zijn leven en zijn voetbalvisie. Bij de presentatie daarvan in de Amsterdam Arena sprak hij de legendarische woorden: “Het is uniek dat iemand die nog leeft een autobiografie schrijft”. Ik vind het een mooie man die zich ook al heel lang voor allerlei goede doelen inzet, wat te bewonderen valt.

0000000 louis van Gaal10 juni 1986: Actie ‘Gast aan Tafelvoetbal’ voor dak- en werklozen in Mexico; partijtje tafelvoetbal tussen Freek de Jonge (links) en Louis van Gaal (rechts); foto Ronald Gerrits; Anefo; Nationaal Archief.

Mocht ik ooit nog eens een voetbalboek schrijven, dan ga ik hem beslist vragen of hij het voorwoord wil schrijven. Louis, lees je mee?

Een kleine teleurstelling

Vijftig jaar geleden zat ik in de vierde klas van de HBS. Ik was een jaar of veertien en was stiekem een beetje verliefd op Anki. De eerste drie jaar van de HBS had zij bij mij in de klas gezeten, maar in de vierde klas had zij voor de HBS-A kant gekozen en ik voor de HBS-B kant en zaten we niet meer bij elkaar in de klas.

In de tijd dat we nog wel bij elkaar in de klas zaten, vond ik haar maar “een stom meisje” maar in de vierde klas zag ik opeens hoe leuk ze was. Maar ja, ze zat niet meer bij mij in de klas. Op het schoolplein was ze altijd door vriendinnen omgeven en “toevallig” met haar op fietsten ging ook niet. Ik woonde in Diepenveen ten noorden van Deventer, zij ten westen van Deventer, op de Worp, de brug over. Dat was de andere kant op.

Tot die vrijdag in de lente. Ik fietste na school over een bochtig dijkweggetje naar Diepenveen, toen ik toevallig achterom keek. Zo’n honderd meter achter me fietste Anki. Helemaal alleen. Geen idee waarom, maar ze was blijkbaar ook op weg naar Diepenveen. Dit was mijn kans. Als ik even wachtte kon ik met haar op fietsen en dan zou zij zien wat voor een leuke knappe jongen ik wel niet was.

Ik besloot langzamer te gaan fietsen zodat ze me kon inhalen. Stoppen zou opvallen, dat leek me niet verstandig. Toen ik de bocht om fietste keek ik achterom. Ze lag nog vijftig meter achter. Bij de volgende bocht nog vijfentwintig meter. Ik vertraagde nog meer, ging de bocht om en keek achterom. Ze moest me nu elk moment kunnen inhalen. Ik bleef achterom kijken om te zien hoe ze de bocht om zou komen.

Boem!

Het dijkweggetje ging over in een fietspad. Op het midden van het pad stond een witte betonnen paal en daar was ik tegen aan gefietst. ‘Let op, paal in de weg’. Ik fietste inmiddels al zo langzaam dat ik niet eens om viel. Snel zette ik de fiets weer recht en wilde weer door fietsen. Hopelijk had Anki het niet gezien.

Maar wegfietsen lukte niet. Er zat een grote slag in het voorwiel en het wiel liep aan. Op dat moment kwam Anki de bocht om. “Hoi” zei ze. “Hoi” zei ik. “Wat is er gebeurd?” “Tegen een paaltje aan gefietst.” zei ik zo nonchalant mogelijk. “Hoe kwam dat?” “Geen idee”. Ze keek op haar horloge. “Oh, ik heb geen tijd meer, ik moet er vandoor.” Terwijl ze weg fietste, keek ik haar na.

Vanwaar nu deze anekdote? Vanwege Ajax – Tottenham Hotspur van gisterenavond. Soms hoop je op iets moois maar loopt het toch teleurstellend af. Maar zoals de grote Johan Cruijff al ooit eens zei: “Het behoort tot de wetten van het voetbal dat op succes vaak een grote teleurstelling volgt.”

 Oh ja, tussen Anki en mij is het nooit wat geworden. 

0000000 fietsNadat Ajax in 1973 voor de derde keer op rij de Europa Cup 1 heeft gewonnen – toen nog wel – krijgt trainer Kovacs bij zijn afscheid een fiets. Het was een tweedehandsje. Er zat een kleine slag in het voorwiel; Foto Bert Verhoeff; Anefo; Nationaal Archief.

Opmerkelijke duiven

Gisteren publiceerde Stadt Bocholt deze foto van een duif die te hard langs een flitspaal vloog. (Bocholt is een Duitse stad net over de grens bij Aalten en voor wie niet weet waar Aalten ligt, dat ligt in de Achterhoek vlakbij Bocholt).

000000 duif boekFoto Stadt Bocholt

Op de plek waar de flitspaal staat mag het verkeer 30 km per uur rijden, maar deze duif vloog er met een snelheid van 45 km per uur langs. Hij activeerde daarmee de flitspaal en werd op de foto gezet. Na een correctie van de snelheid bleef er een overtreding van 12 km per uur over. Daar staat in Duitsland een boete van 25 euro op (even tussen haakjes, dat valt mij mee of tegen; het is maar hoe je het bekijkt). De overtreding werd al een tijdje geleden gemaakt (op 13 februari) maar de politie is niet in geslaagd om de identiteit van de duif te achterhalen, zodat het er op lijkt dat hij er mee weg komt.

Zo’n bericht vraag natuurlijk om woordspelingen: “De vogel is gevlogen”, “Een echte snelheidsduifel”, “Roekoekeloos gedrag” om er maar een paar te noemen, maar dat zal ik maar niet doen omdat honderden andere mensen die woordspelingen natuurlijk ook gaan maken.

Laatst was er ook al een duif in het nieuws. Dat was de Vlaamse postduif Armando. Die werd op een veiling voor 1,25 miljoen euro verkocht. Voor dat bedrag had ik hem ook verkocht. Die durf je toch niet meer te laten vliegen. Een havik zou hem maar onderweg oppeuzelen of een Franse boer die hem met een luchtbuks uit de lucht schiet. De nieuwe eigenaar, een Chinees, gaat de duif gebruiken om te fokken.

En over duiven gesproken, in 2005 had ik een column in de Volkskrant, getiteld ‘Het Nutteloze Kennisparadijs’.  Eén van de afleveringen ging over opmerkelijke duiven. In het kader van ‘wie wat bewaart, heeft wat’ (een hoop rotzooi zou Maria Kondo zeggen), hier deze column.

Cher Ami, de dappere doffer

Op 5 september 2005 stond er op het ‘Kladblok’ (Teletekst NOS; pagina 402) een opmerkelijk bericht over een postduif.

De Britse wedstrijdduif Tyson is weer terecht. De vogel was in juni voor een wedstrijd vrijgelaten in Frankrijk, maar in plaats van koers te zetten in de richting van de eilanden vloog Tyson 5.000 km de verkeerde kant op. Hij strandde in Port Harcourt, Nigeria, voor de deur van Godwin Agbagidi, die zich over de vogel heeft ontfermd. Hij gelooft dat wie de duif kwaad doet, zal worden getroffen door zwarte magie. Nadat een krant over de duif berichtte, is Tyson uitgegroeid tot een attractie. Talloze nieuwsgierigen komen naar Godwins huis om de superduif te zien.

Een dag later stond er weer een bericht over Tyson op het Kladblok, dat zijn prestatie in een iets ander daglicht plaatste.

Gisteren deed Kladblok verslag van de avonturen van de Britse duif Tyson, die de verkeerde kant op vloog en in Nigeria uit kwam. Een mailtje van Mark van Nispen werpt een ander licht op de zaak. Mark is de tweede stuurman op de Marlene Green en voer deze zomer van Livorno (Italië) naar Onne, Nigeria. Tijdens een groot deel van de reis zat er een duif als verstekeling aan boord. De bemanning voerde hem en gaf de doffer te drinken. Eenmaal in Nigeria was de vogel gevlogen. “In feite heeft die duif geen meter gevlogen, maar gewoon een beetje de toerist uitgehangen” schrijft Mark.’

Ook al had Tyson het grootste gedeelte van de vijfduizend kilometer liftend afgelegd, hij verdient een eervolle vermelding in de geschiedenis van de duivensport, die meer beroemde postduiven kent.

De beroemdste van allemaal is Cher Ami, die tijdens de Eerste Wereldoorlog in dienst was van de Amerikanen. Hij redde de levens van meer dan tweehonderd soldaten van de ‘77th Infantry Division’, beter bekend als de “The Liberty Division” – de meeste leden van deze divisie kwamen uit New York en droegen een insigne met een afbeelding van het vrijheidsbeeld op hun mouw.

De divisie was tijdens de gevechten met de Duitsers gescheiden geraakt van de andere Amerikanen en volledig door de vijand omsingeld. Tot overmaat van ramp richtten de overige Amerikanen, die niet precies wisten waar hun lost battalion zich bevond, ook nog eens de kanonnen op hun positie, waardoor het 77ste onder eigen vuur kwam te liggen.

De enige communicatiemogelijkheid die het bataljon nog restte, was een jonge postduif, genaamd Cher Ami. Het bataljon stuurde Cher Ami er met de volgende boodschap op uit: ‘We are along the road parallel to 276.4. Our own artillery is dropping a barrage directly on us. For heaven’s sake, stop it.’

De Duitsers die Cher Ami zagen opstijgen, begrepen dat hij een boodschap bij zich droeg en openden het vuur. Cher Ami werd geraakt in zijn oog en in zijn borst; het pootje met het kokertje met de boodschap werd er bijna afgeschoten. Even dreigde de duif neer te storten maar hij vloog zwaargewond door naar zijn nest,  25 kilometer verderop, waar de boodschap werd gelezen. Zo kon het bataljon worden gered.

De dappere doffer verloor bij deze actie een oog en een pootje. Hij kreeg alle mogelijke medische verzorging en de Franse overheid onderscheidde hem met het “Croix de Guerre avec Palmes.” Cher Ami werd overgebracht naar Amerika waar hij een heldenontvangst kreeg. Hij overleed in 1919. Na zijn dood werd hij opgezet en hij is nog steeds te bewonderen in het National Museum of American History, het Smithsonian Institution, in Washington.

000000 duif cher ami

Cher Ami op zijn ene pootje zoals hij te zien is in het Smithsonian Institution in Washington.

Zelf heb ik als kind ook duiven gehad. Twee jaar geleden heb ik op dit blog daar een tweetal afleveringen aan gewijd. Zie Duifjes en Duifjes (2)