All posts by Martin

Een stemfoutje dat goed uitpakte

Nederland telt momenteel 21 waterschappen (ook wel hoogheemraadschappen genoemd).

0000000000 water

Vroeger waren het er veel meer. Zo telde Nederland bijvoorbeeld in 1950 nog zo’n 2600 waterschappen. Elke polder had toen bij wijze van spreken zijn eigen waterschap.

De allereerste waterschappen ontstonden al in de dertiende eeuw. Het eerste officiële waterschap was het Hoogheemraadschap van Rijnland, dat in 1255 door graaf Willem II van Holland werd ingesteld. In 1273 volgde Schieland. Delfland ontstond in 1289. Deze drie waterschappen (weliswaar in gewijzigde vorm) bestaan nog steeds (het zijn de nummer 11 t/m 13 op bovenstaande kaart.)

Waterschappen in Nederland zorgen voor de waterhuishouding. De belangrijkste taken van een waterschap zijn:

  • Het beheren van dijken
  • Het regelen van de waterstand met hulp van gemalen en sluizen;
  • Het afvalwater zuiveren
  • De kwaliteit van het zwemwater controleren
  • Zorgdragen voor het natuurbeheer in en aan het water. (Ook hebben een aantal waterschappen vaarwegen en landwegen in hun beheer.)

000000000 water

000000000 water3

000000000 water0Afbeeldingen afkomstig van de site van www.waterschappen.nl.

Elk waterschap heeft een (gekozen) algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. Beide besturen worden voorgezeten door een dijkgraaf. Zijn functie is te vergelijken met die van een burgemeester in een gemeente. De dijkgraaf heeft geen stemrecht in het algemeen bestuur van het waterschap. Hij zit het alleen voor. In het dagelijks bestuur heeft de dijkgraaf ook zitting en daar heeft hij wel stemrecht. Een dijkgraaf wordt door de regering benoemd voor een periode van 6 jaar. Het zijn vooral mannen. Slechts drie van de 21 dijkgraven zijn vrouw.

0000000000 dijkgraafLinks Robbert Dijkgraaf (directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton; één van zijn voorvaderen zal ongetwijfeld dijkgraaf zijn geweest); Rechts een ingezetene van het Waterschap Rijn en IJssel.

0000000000 Herman DijkHerman Dijk – hij heet echt zo – is de dijkgraaf van het waterschap ‘Drents Overijsselse Delta.’; foto Schubbie01

Het algemeen bestuur van een waterschap kan je vergelijken met een gemeenteraad. Het stelt het beleid van het waterschap vast en controleert of het dagelijks bestuur – dat bestaat uit de heemraden (zeg maar de wethouders van een gemeente) – dit goed uitvoert. Het aantal algemeen-bestuursleden is afhankelijk van de grootte van het waterschap. Het varieert tussen de 21 en 30.

Het is wel toepasselijk om te zeggen dat het algemeen bestuur van de waterschappen een typisch voorbeeld is van het Nederlandse poldermodel (zowel letterlijke als figuurlijk). Er zitten vier categorieën vertegenwoordigers in. De grootste categorie (in Delfland bijvoorbeeld 21 van de 30 leden) zijn ‘de ingezetenen’, dat zijn de inwoners van het waterschap. De mensen die namens ‘de ingezetenen’ in het Algemeen Bestuur zitten worden om de vier jaar gekozen via de waterschapsverkiezingen.

De andere leden van het algemeen bestuur zijn vertegenwoordigers van bedrijven, boeren en natuurorganisaties. Zij worden niet gekozen via verkiezingen maar aangewezen door hun ‘beroepsvereniging’. Zij hebben zogeheten geborgde zetels. Er zijn discussies gaande of het systeem van geborgde leden moet worden afgeschaft.

Vorige week waren er tegelijkertijd met de verkiezingen voor de provinciale staten ook de verkiezingen voor het waterschap.

0000000000 hans BrinkerEén van de kandidaten voor het bestuur van het Waterschap Rijnland. Foto Wikifrits

Sommige politieke partijen (o.a. VVD, PvdA, CDA , de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie-SGP en 50plus) hebben hun eigen lijst. Andere partijen hebben geen eigen lijst maar ondersteunen onafhankelijke lijsten. Zo heeft de lijst ‘Water Natuurlijk’ de voorkeur van GroenLinks en D66.

Niet iedereen ziet het nut er van in om bij de waterschaps-verkiezingen te gaan stemmen. Het maakt toch niet uit op wie ik stem, waterbeheer is toch gewoon waterbeheer? Dat is niet helemaal waar. Waterbeheer kan op verschillende manieren worden gedaan. Zo hebben boeren bijvoorbeeld belang bij een laag grondwaterpeil – dat zorgt voor droge landbouwgrond – maar dat is weer nadelig voor huizenbezitters die bij een laag grondwaterpeil juist kans lopen op schade aan de heipalen onder hun huis. Die willen liever een hoger grondwaterpeil.

Om te komen tot een onderbouwde stemkeuze zijn er, net zoals bij andere verkiezingen, tegenwoordig ook voor waterschaps-verkiezingen stemwijzers ontwikkeld. De jongste dochter had met hulp van zo’n stemwijzer haar keuze bepaald. Het werd geen politieke partij maar een onafhankelijke lijst, iets met ‘water’ in de naam. Zo gezegd zo gedaan.

Thuis gekomen zag ze echter dat ze in het stemhokje op de verkeerde lijst had gestemd. Ze had haar voorkeurslijst verward met een andere lijst die ook het woordje water in zijn naam had staan. In de familie WhatsApp-groep klaagde ze hierover, waarop Marianne  – die in tegenstelling tot mij nog geen verantwoorde keuze had gemaakt – zei dat ze ter compensatie dan wel op de voorkeurslijst van de dochter zou stemmen.

Ook vertelde ze haar ‘foutje’ aan haar vriend en aan een vriendin en ook die twee besloten om ter compensatie op haar voorkeurslijst te stemmen. Het netto effect van dit alles was dat haar voorkeurslijst drie stemmen voor de prijs van één kreeg. Ik verdenk haar er dan ook van dat ze het hele verhaal van verkeerd stemmen heeft verzonnen opdat haar voorkeurslijst meer stemmen zou krijgen.

De lijst waarop ze per ongeluk op stemde verloor uiteindelijk een zetel. De lijst die dankzij haar drie extra stemmen kreeg handhaafde haar aantal zetels.

Rechtstreekse Eerste Kamer verkiezingen?

Vorige week waren er de verkiezingen voor de Eerste Kamer. Ok, strikt formeel waren het verkiezingen voor de Provinciale Staten, maar omdat de leden daarvan de Eerste Kamer kiezen, deden alle partijen alsof het landelijke verkiezingen voor de Eerste Kamer waren.

Verkiezingen 1956: Minister-president Drees wacht op zijn beurt om te kunnen stemmen.  foto Harry Pot; Anefo; Nationaal Archief.

Thema’s die op provinciaal niveau spelen, kwamen bij de verkiezingen van vorige week niet tot nauwelijks aan de orde. Zo ontliepen bijvoorbeeld de provinciale lijsttrekkers van het Forum voor Democratie, de grote winnaar van de verkiezingen, haast alle debatten met andere provinciale lijsttrekkers. Wat de partij in de provinciën wil, is dan ook niet erg duidelijk. Ik citeer even uit de Volkskrant over het eerste overleg tussen de fractievoorzitters van de provincie Noord-Holland.

Forum heeft in de campagne voor de provincialestatenverkiezingen nauwelijks aan debatten meegedaan. De nieuwe Statenleden moeten zonder ervaring en zonder programma de onderhandelingen in. Dat oogt nog wat onwennig. [..] Erg concreet kan de nieuwe partij in Noord-Holland nog niet worden in de eerste vergadering. ‘Als nieuwkomer hebben we nu nog niet alle details uitgewerkt. We richten ons liever op grote kaders’, reageert Dessing –  fractievoorzitter van het FvD in Noord-Holland – op aanhoudende vragen over zijn programma.

Socrates zou zeggen: “Ik weet slechts één ding: dat ik niets weet”. Ook het AD besteedde aandacht aan het overleg in Noord-Holland:

Voor vragen over zijn plannen verwijst hij – de fractievoorzitter van het FvD –  naar de website van Forum, waarop een lijstje met een aantal punten staat. En, geeft hij ruiterlijk toe, van de meeste dossiers weten hij en zijn partij nog lang niet zo veel als de andere partijen in de zaal. Het ergert de anderen duidelijk. Hoe moeten ze nou met de informateur gaan praten als ze niet weten wat Forum met de lokale snelwegen wil? Hoe het de toekomst van de woningbouw ziet? …”

(Voor wie het hele verhaal uit het AD wil lezen, kan op onderstaande afbeelding klikken.)

000000000 forum

Ik heb mijn lening overgesloten bij Becam. Bij wie? Bij Becam. Ok, Becam. Ja en tegen een veel lagere rente. Oh, dat klinkt goed. En veel betere condities. Dus het is veel goedkoper lenen bij Becam? Oh absoluut, absoluut.”

Misschien is het een idee om voortaan de Eerste Kamer rechtstreeks te laten kiezen en niet indirect via de Provinciale Staten. Dan kan de Provinciale Staten verkiezing gaan over provinciale thema’s en de verkiezing voor de Eerste Kamer over de landelijke thema’s.

Het levert geen extra verkiezingsdag op. Je combineert dan de gemeenteraadsverkiezingen met die van de Provinciale Staten. Het is niet zo dat we dan op één dag twee keer dezelfde verkiezing houden. Bij de gemeenteraad doen veel lokale partijen mee die niet bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten zullen meedoen en er spelen andere thema’s.

Je houdt dan net zoals nu vier verkiezingen: De Eerste Kamer verkiezing (plus tegelijkertijd die voor de Waterschappen), de Tweede Kamer verkiezing, de gemeentelijke verkiezingen gecombineerd met die voor de provinciale staten, en de Europese verkiezingen.

Eigenlijk is het een puik idee. Misschien moet ik ook maar de politiek in. Ik zie het al voor me in de Tweede Kamer: Thierry Baudet die in een debat over de uil van Minerva begint die zijn vleugels bij het vallen van de avond spreidt en dat ik dan zeg: “Mag ik mijn jeugdige opponent er even op wijzen dat elke wijze uil in zijn jeugd een uilskuiken was. Gevolgd door de voorzitter die roept: ”Order! Order!”

De vergankelijkheid des levens

Uit de serie ‘de vergankelijkheid des levens’

A) Te koop (op het bord staat ‘nieuwe villa’) de ‘Elizabeth Hoeve’ boerderij in Zoetermeer.

0000000 verkooppraatjesSituatie nu

0000000 verkooppraatjes 5Situatie straks (schets uit de verkoopbrochure van de makelaar)

B) Tulpen

0000 tulpen

0000000 tulpen

C) 100-plussers met een baby op schoot:

  1. Hendrikje Smit-Meyering

0000000 100 jaar 4

9 november 1958; De 105-jarige Hendrikje Smit-Meyering in de Kloosterkerk in Ter Apel . Daar houdt zij tijdens een doopdienst Richard Veldman uit Alblasserdam, haar achter-achterkleinkind, ter doop.

Ze zou in 1961 op 107-jarige leeftijd overlijden.

2. Chrissemeuje Karnebeek-Baks

0000000 108 jaar2 oktober 1957 Mevrouw Ch. Karnebeek-Baks (Chrissemeuje) uit Holterbroek viert hier met een baby op schoot haar 108ste verjaardag; fotograaf Harry Pot; Anefo: Nationaal Archief.

0000000 105 jaar 2Hier schilt ze op 105-jarige leeftijd de aardappels. Ze zou haar hele leven lang thuis in haar geboortehuis in Holterbroek, een buurtschap bij Eibergen, blijven wonen. Ze zou uiteindelijk 110 jaar oud worden. Voor haar 110e verjaardag kreeg ze een taart en felicitaties van koningin Juliana met een kort, eigenhandig geschreven briefje: ‘Met hartelijke gelukwensen’  – wel een heel kort  briefje overigens.  Daarnaast ontving ze van de gemeente een tv-toestel. Veel gekeken zal ze niet hebben. Ze overleed vijf dagen later.

Van 17 oktober 1958 tot aan haar dood op 7 oktober 1959 was ze de oudste mens ter wereld.

 

 

 

 

 

 

 

 

Begonia Sutherlandii

Uit de serie ‘Klopt de gebruiksaanwijzing wel?’: de Begonia Sutherlandii.

Vorig jaar kregen wij van Marianne’s neef Willem en zijn vrouw Ine een Begonia Sutherlandii. Voor wie deze begonia met zijn oranje bloempjes niet kent, hij ziet er zo uit.

000000 0cFoto:  Peter coxhead: Wikipedia

Dit exemplaar dient als hangplant, onze plant zat in een gewone pot.  Neef Willem en Ine hadden de plant zelf opgekweekt. Hij zat volop in het blad en bloeide rijkelijk.  Ze hadden er een papiertje met een gebruiksaanwijzing bijgevoegd.

000000 0a

We plakten het papiertje op de binnenkant van de kastdeur, vlak naast de menulijst van de Chinees, en zetten de pot, conform de gebruiksaanwijzing, op een beschut plekje in de halfschaduw op ons terrasje. Twee weken later lag de helft van de takjes van de plant op de grond – de helft die niet in het schaduwgedeelte van de halfschaduw stond – en ook was het grootste gedeelte van de bloemen er vanaf gevallen.

We hadden zelfs nog niet eens tijd gehad om een foto van de plant te maken – vandaar dat u het met een foto van de Wikipedia moet doen.  We haalden de plant naar binnen en daar ging het wat beter. Er groeiden weer enkele nieuwe takjes aan maar zo mooi als hij was toen we hem kregen, werd hij niet meer.

Toen werd het okt. / nov.  Volgens de gebruiksaanwijzing moesten we hem nu vorstvrij en droog weg zetten. We verhuisden de plant naar een kamer boven en stopten met het geven van water. Ik moet zeggen dat dat stoppen met water geven ons buitengewoon goed af ging en met trots presenteer ik dan ook het resultaat hiervan,  Zie hier hoe de plant er nu uit ziet.

000000 0bHeel droog dus! Ik hoop wel dat hij er nu zo uit moet zien.

Vanaf maart / april moesten we hem volgens de gebruiksaanwijzing weer water gaan geven. Omdat gisteren, herstel eergisteren, de lente is begonnen, heb ik daarom de plant voor het eerst na maanden weer water gegeven.

Ik ben benieuwd.  Ik hoop wel dat de gebruiksaanwijzing volledig is – “Vergeet niet af en toe in de winter de plant een beetje water te geven anders verdroogt hij”; zo’n zin zou maar ontbreken – anders zijn we, en in het bijzonder de plant,  goed de sjaak.

Ik laat u weten hoe het verder met de plant gaat.

 

Lente

De aarde kent – Breaking news! – vier seizoenen: lente, zomer, herfst en winter. Ik citeer even een stukje van de site van de KNMI.

De seizoensverschillen komen voort uit de schuine stand van de as waar de aarde om draait. Hierdoor komt de zon op het noordelijk halfrond in de zomer hoger boven de horizon dan in de winter. De zon schijnt daardoor in de zomer langer dan in de lente, herfst en winter

000000 1Linksboven de stand van de aardas tijdens de lente, rechtsboven tijdens de herfst, linksonder tijdens de zomer, rechtonder de winter. (Bron: Eumetsat)

Vandaag – 21 maart –  begint (op ons noordelijk halfrond) de lente. Althans dat 21 maart was vroeger bij ons thuis het begin van de lente. Op die dag zette mijn moeder altijd een bos bloemen op tafel en zei: “Zo, de lente is begonnen”. Meestal begon ze daarna samen met onze hulp in de huishouding het huis schoon te maken – de voorjaarschoonmaak –  en was het voor ons vooral zaak je niet te laten zien, anders moest je meehelpen “Ruim je rommel nou eens een keer op!” Mijn vader vluchtte op zo’n dag meestal naar zijn ‘kantoortje’.

Tegenwoordig ligt dat – niet het schoonmaken maar het begin van de lente – een stuk ingewikkelder. Allereerst is er het onderscheid tussen de meteorologische lente (ook wel klimatologische lente genoemd) en de astronomische lente.

De meteorologische lente loopt altijd van 1 maart tot 1 juni. Als u dacht dat die meteorologische lente iets is wat in deze tijd is bedacht, dan heeft u het mis. De afspraak over een meteorologische lente is al in 1780 gemaakt op een congres georganiseerd door de Societas Meteorologica Palatina dat onder leiding stond van de Duitse keurvorst Karl Theodor. (Keurvorst is tegenwoordig een uitgestorven beroep. Het laatste keurvorstendom (Hessen-Kassel) ging in 1866 na de zogenaamde Duitse Oorlog ten onder.)

De astronomische lente daarentegen kent geen vaste begindatum. Hij begint wanneer de zon loodrecht boven de evenaar staat. Nu dacht ik altijd dat dit op 21 maart het geval was, maar dat is al een aantal jaar niet meer het geval. Sterker nog, pas in 2102 begint de lente weer voor het eerst op 21 maart. Tot dan is het telkens op 20 maart met uitzondering van de jaren 2044 en 2048. In die jaren begint de lente zelfs al op 19 maart.

Ik zal dus naar alle waarschijnlijk nooit meer het begin van de lente op 21 maart mee maken. Dat is toch wel een beetje een deprimerende gedachte.

De zomer begint dit jaar nog wel op zijn ”vaste dag” (21 juni) maar dat is volgend jaar anders, dan begint hij op 20 juni (om 23.44 uur om precies te zijn). De zomer begint op het moment dat de zon de Kreeftskeerkring bereikt. Na dat moment worden de dagen op het noordelijk halfrond elke dag een beetje korter. De temperatuur daarentegen neemt na 21 juni gelukkig nog wel toe. Dat 21 juni niet de warmste dag van het jaar is, heeft met de zeeën te maken. Ik citeer weer even een stukje van de site van het KNMI.

Als de luchttemperatuur direct en alleen op de zon zou reageren, zou 21 juni (de langste dag) de warmste moeten zijn. Die dag zou dan midden in de zomer moeten vallen. In werkelijkheid loopt de temperatuur langzamer op. Dat komt door de invloed van oceanen en zeeën. De opwarming van zeewater door de zon gaat langzamer dan de opwarming van land. Een deel van de warmte wordt meteen teruggegeven aan de lucht. Een ander deel van de warmte komt in diepere aard- en oceaanlagen terecht. Die diepere lagen in de oceaan geven hun opgeslagen warmte langzaam af aan de lucht.”

Maar goed, de lente is dus al een dag bezig. Ik ben te laat voor de schoonmaak. Dan volgend jaar maar. Het bloemetje, een bonusaanbieding van AH, staat gelukkig wel al in huis.

0000 tulpen

750

Dit is mijn 750ste blogpost. 750 is een mooi rond getal. Het is ook deelbaar door veel “mooie” getallen: 1, 2, 3, 5, 6, 10, 15, 25, 50, 75, 100, 125, 150 en 250. Net geen priemgetal dus. Ok, het is ook deelbaar door alle andere getallen, behalve door nul – delen door nul is flauwe kul – maar dan hou je een rest over.

Mensen houden van ronde getallen, behalve als het om prijzen gaat. Een laptop van €499 klinkt veel goedkoper dan een laptop van €500 terwijl het toch echt maar één euro scheelt. Mensen laten zich snel door getallen beïnvloeden. Een voorbeeld daarvan is een beroemd geworden experiment dat in de zeventiger jaren door twee Amerikaanse professoren werd uitgevoerd.

Ze vroegen een grote groep mensen in te schatten hoeveel procent van de Afrikaanse landen op dat moment lid was van de Verenigde Naties. Maar voordat ze deze vraag mochten beantwoorden, moesten ze eerst een balletje pakken uit een emmer met 100 ballen, genummerd van 1 tot en met 100, en het getrokken nummer hardop zeggen. Daarna moesten ze de vraag over het percentage landen dat lid was beantwoorden.

Het bleek dat de groep mensen die een laag nummer hadden getrokken (een getal tussen de 0 en 20) het percentage Afrikaanse landen dat lid was van de Verenigde Naties gemiddeld zo’n twintig procent lager inschatte dan de mensen die een hoog getal (een getal tussen de 80 en 100) hadden getrokken. Raar maar waar.

Kunt u wat met deze kennis? Jazeker. Als u in onderhandeling bent met een verkoper van een tweedehandsauto, vraag dan vlak voor de vraag wat de auto moet kosten dus nooit hoeveel kilometer de auto heeft gereden, maar vraag hoeveel versnellingen de auto heeft.

Terug nu naar mijn 750 blogposts. Worden deze veel gelezen? Niet echt. Gemiddeld had ik in 2018 209 unieke bezoekers per maand. (Hierbij tel ik dan alleen de bezoekers die langer dan 2 minuten per bezoek op mijn site bleven. Dit om bots en ander gespuis uit te sluiten.) Veel groei zit er niet in. Zie deze grafiek.

000000 b

In de grafiek is een piek te zien en wel in oktober 2017. In die maand kreeg ik opeens twee keer zoveel bezoekers als normaal. Dat kwam door één specifieke blogpost die over Piet Mondriaan en De Stijl ging.

Ik beschreef in deze post een bezoek aan één van de vele tentoonstellingen die dat jaar naar aanleiding van ‘100 jaar De Stijl’ in Den Haag werden georganiseerd. Blijkbaar waren veel mensen in die tijd op zoek naar informatie over deze Mondriaan en De Stijl-tentoonstelling. De blogpost trok in 2017 liefst 5750 lezers. Vandaag de dag wordt de blogpost nauwelijks meer gelezen. In 2019 bijvoorbeeld tot nu toe nog maar zestien keer.

Zie hieronder een top 10 van de blogposts en pagina’s die in 2018 het vaakst bezocht zijn, aangevuld met de vaakst gelezen blogposts van mijn site van andere jaren.

000000 aDe groen gekleurde vakjes geven de blogpost / pagina aan die dat jaar het vaakst gelezen werd.

Het meest gelezen onderdeel in 2018 van mijn site is een portret uit mijn serie over de mensen achter de computer en wel het portret over Archimedes.  (Mochten er fouten in staan, dan zullen vermoedelijk hele generaties schoolkinderen deze vergissingen opnemen in hun werkstukken over Archimedes.)

Naast de blogpost over Mondriaan en de Stijl is er nog één blogpost met een opvallend aantal bezoekers en wel ééntje over ouderdom. Ik plaatste die blogpost al in februari 2016 maar pas in 2017 werd hij veel gelezen. Misschien kwam dat omdat dat jaar de Italiaanse Emma Morano overleed. Zij was op dat moment 117 jaar oud en daarmee de oudste mens ter wereld. Zij kwam ook voor in die blogpost over ouderdom.

Structureel is een blogpost over de vraag waardoor het wasgoed bij het wassen in het dekbedovertrek kruipt mijn meest gelezen blogpost. Vermoedelijk zijn mensen die oplossingen voor dit probleem zoeken mijn lezers dus.

Tot slot, naast blogposts schrijf ik ook nog over andere zaken op mijn site, zoals over de mensen achter de computer, over Vermeer en over Sequoiabomen, 63 pagina’s in totaal. Samen met die 750 blogposts heb ik dus 813 keer iets geplaatst.

813 is ook een mooi getal, al moet je daar wel even aan wennen.

000000 c

813, een Amerikaanse speelfilm uit 1920; waarschijnlijk zijn alle exemplaren verloren gegaan.

Snippie (2)

We maakten ons wat zorgen over Snippie, de houtsnip die sinds vorige week vrijdag in onze tuin rondliep (zie de blogpost van gisteren).  Snippie liep nu al vier dagen rond in onze achtertuin zonder dat hij ook maar enig aanstalten maakte om weg te vliegen.

Nu is het zo dat de ogen van de houtsnip  net zoals bij veel andere vogels aan de zijkant van z’n hoofd staan. Hij kan daardoor zo’n beetje 360 graden om zich heen kijken (voor, opzij én achter) waardoor hij het gevaar uit alle hoeken kan zien aankomen. Zo gauw we bijvoorbeeld  in de keuken voor het raam gingen staan, zag je hem naar ons kijken.

Wat een houtsnip echter niet goed kan, is diepte inschatten met als gevolg dat hij wel eens tegen een huis of een flat aan vliegt. Blijkbaar vond de evolutie het voor de houtsnip belangrijker dat hij zijn vijanden kon zien dan dat hij flats kon ontwijken. (Flats bestaan nog maar zo’n honderd jaar. Om die goed te kunnen ontwijken heeft de Snip-evolutie nog wat tijd nodig.)

Het zou dus kunnen dat Snippie tegen ons huis of de garage was aangevlogen en nu problemen had met zijn vleugels en dat hij daarom in onze tuin bleef zitten. Niet dat hij de indruk wekte ergens last van te hebben. Hij liep nog vrolijk pikkend door de achtertuin.

00000 100 1Snippie gisteren gefotografeerd vanuit de keuken.

Dat Snippie de hele tijd in onze achtertuin rondliep was wel lastig. Zo konden we niet meer spullen op onze composthoop in de tuin gooien – na vier dagen wil je dat wel eens doen – en als we iets uit de garage wilden halen, dan konden we niet via de tuin naar de zijdeur van de garage lopen, maar moesten we deze aan de voorkant open doen. We mochten Snippie immers niet laten schrikken.

Artikel 3.1 lid 4 van de Wet natuurbescherming: ‘De wet verbiedt […] het opzettelijk storen van (beschermde) vogels (artikel 3.1 lid 4); […] Overtreding van deze verboden is een economisch delict en kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. ‘

Fijn, zo’n houtsnip in je tuin. We konden onze achtertuin dus niet meer in.  Wie weet hoe lang dit wel niet ging duren.

Weet je nog die zomer van 2019, toen we een half jaar lang de achtertuin niet in konden vanwege Snippie? Ja en dat het gras toen aan het eind van de zomer een meter hoog was en dat de buurman ons pas in september vertelde dat hij die houtsnip al in april uit onze tuin had zien vliegen maar dat niet tegen ons had verteld, waardoor wij de hele zomer ten onrechte dachten dat Snippie nog in de tuin rond liep.

Maar om een lang verhaal kort te maken: Snippie is weg. Toen ik ging gisterenmiddag terug kwam van boodschappen doen, was hij nergens meer te zien. (Ik keek vanuit de keuken en de achterkamer, want ik durfde nog niet de tuin in, wie weet zat hij nog ergens verstopt.) Maar waar ik ook keek, geen Snippie.

Twee uur later keek ik weer en het resultaat was hetzelfde,  geen Snippie. Echt weg dus. Ik pakte de bak met spullen voor de composthoop en liep de tuin in. Op dat moment dat ik halverwege het gras was, vloog er bij de schutting een vogel verschrikt op. Het was Snippie. Hij zat verstopt achter een een struik. Snippie vloog hoog de lucht in en verdween richting het spoor en de weilanden daar achter.

Hij is niet meer terug gekeerd. Ik mis hem.

 

Snippie

Er loopt al een paar dagen een honderd-gulden-biljet door onze achtertuin.

00000 100

Of te wel:  we hebben bezoek van een snip. Vrijdag zag ik hem voor het eerst. Het stormde en onder een tuinstoel zag ik opeens een pluizenbol die zat te schuilen.

00000 100 2

Even dacht ik dat het een verdwaalde uil was, maar toen hij zijn kop draaide bleek hij (of is het een zij?) een lange snavel te hebben. Geen uil dus, tenzij deze soort zich heeft geëvolueerd.

00000 100 3

Volgens ons vogelboekje – ja, ja we zijn echte vogelaars – zou het wel eens om een snip te kunnen gaan, iets wat even later door de jongste dochter werd bevestigd. (We hadden een foto in de familie-WhatsApp groep gegooid en even later antwoordde de dochter met de mededeling dat het een snip was. Huh? Sinds wanneer heeft de dochter verstand van vogels? Even doorvragen leerde dat ze de foto had doorgestuurd naar een vogelaar uit haar volleybalteam en die had gezegd dat het een snip was.)

Er zijn meerdere soorten snip: onder andere de houtsnip, de watersnip, het bokje en Snip van ‘Snip en Snap’ (twee revue-artiesten die  als de ‘dames’ Snip en Snap van 1937 tot 1977 een revue hadden).

00000 100 snip en snap

Links Snip (Piet Muijselaar), rechts Snap (Willy Walden). Deze Snip was overduidelijk niet de snip die in onze tuin zat.

Op onderstaande foto van de site van Vroege Vogels kan je zien hoe je de andere drie snippen kunt onderscheiden. (Er zijn overigens nog meer soorten snip.)

00000 vroege vogels

Ons beestje heeft dwarse kopstrepen. Dus of hij heeft zijn haar niet gekamd of het is het een houtsnip.  De kracht van de houtsnip is zijn schutskleur. Bij gevaar drukt hij zich op de grond en blijft daar zitten, tot je er bijna op staat, pas dan vliegt hij weg. Hier loopt onze snip zich te verschuilen vlakbij onze composthoop.

00000 100 4Het zevenblad komt zo te zien ook al weer gezellig op.

Hoewel de Houtsnip niet echt  bedreigd is  – een wereldpopulatie van 10 – 26 miljoen exemplaren – geldt hij in Nederland wel als een beschermde vogelsoort. Ik citeer even een stukje van de site van de vogelbescherming:  “Belangrijkste bedreigingen in het broedgebied is versnippering en verdroging van bossen.”  (Over dat ‘versnippering’ moet je in het geval van een snip  niet te lang nadenken.)

Het beestje – Snippie, zo heb ik hem genoemd; goed gevonden hè – loopt nu al zo’n dag of vier door onze tuin. Het bevalt hem blijkbaar wel hier. Driftig loopt hij regelmatig met zijn snavel in het gras te pikken. Het gras wordt in ieder geval zo op een makkelijke manier geverticuteerd. Voorlopig heeft Snippie het prima naar zijn zin. Dit in tegenstelling tot de regenwormen die in spoedvergadering bijeen zijn.

 

Denkend aan Holland

De bekendste dichtregel van Nederland luidt waarschijnlijk: “Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan, rijen ondenkbaar ijle populieren als hoge pluimen aan den einder staan;”

Ze zijn afkomstig uit het gedicht ‘Herinnering aan Holland ’ van Hendrik Marsman.

00000 gedicht1

Hendrik Marsman publiceerde het gedicht in 1936. Hij was toen 36 jaar oud. Marsman verbleef vaak en lang in het buitenland. Vermoedelijk heeft hij het gedicht in Frankrijk geschreven.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, bevond hij zich samen met zijn vrouw ook in Frankrijk. Hij besloot om samen met een twintigtal andere vluchtelingen met een boot van Bordeaux naar Engeland af te reizen, maar zou er niet aankomen.

00000 Marsman 00000 mevrouw MarsmanHendrik Marsman en zijn vrouw Rien Marsman-Barendregt.

Op 21 juni 1940 werd het schip, de Berenice, in de golf van Biskaje (vermoedelijk) getorpedeerd door de Duitse onderzeeër U65. (Sommige bronnen houden het echter op een ontploffing in de machinekamer.) Alleen de acht personen die zich aan dek bevonden, waaronder Marsman’s vrouw Rien Marsman-Barendregt, zouden de ramp overleven.

Marsman bevond zich benedendeks en stierf op veertigjarige leeftijd. Op de site van het Literatuurmuseum staat een uitgebreid verhaal over het overlijden van Marsman. Ik citeer even een paar regels.

Alleen wie zich op dat moment bovendeks bevindt heeft een kans de ramp te overleven. Voor slechts acht van de 47 opvarenden is dat het geval: de kapitein, zes bemanningsleden en – als enige van de vluchtelingen – Rien Marsman. Haar redding heeft ze te danken aan twee nogal triviale omstandigheden: als enige passagier draagt ze permanent een zwemvest aan boord, en ook bevindt ze zich als enige passagier op het bovendek, waar ze bezig is het ontbijt klaar te maken.

Volgens Riens eigen verhaal is ze door de explosie in zee geslingerd en heeft ze zich drijvende kunnen houden aan een stuk wrakhout. Ze wordt opgepikt door een schip dat vanaf Bordeaux met de Berenice in konvooi voer. Daarmee bereikt ze Engeland, waar een maandenlang verblijf in ziekenhuizen volgt. Rien heeft dermate zware verwondingen aan haar voet opgelopen dat ze meermalen moet worden geopereerd

Tijdens de oorlog raakte ze bevriend met Koningin Wilhelmina. Rien Marsman-Barendregt zou in 1948 onder de titel ‘Haar werk ging door’, een boek over het verblijf van prinses Juliana in Canada schrijven. Ze stierf in 1953 op 56-jarige leeftijd.

Ik moest gisteren opeens aan het gedicht van Marsman denken toen ik al fietsend in onze gemeente een bedrijf bezig zag met het omzagen van een ‘rij ondenkbaar ijle populieren’.

00000 pop 1

00000 pop 3

00000 pop 2

Het is maar goed dat Marsman niet heden ten dage in onze gemeente leefde. Dan zou het gedicht er ongetwijfeld heel anders uit hebben gezien.

00000 gedicht2

Brieven van Johan de Witt

Johan de Witt was tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk (1650 – 1672) bijna twintig jaar lang raadpensionaris van het gewest Holland. In 1672 werd hij samen met zijn broer – weet u nog hoe hij heette? Ja, ook de Witt natuurlijk maar wat was zijn voornaam? – slachtoffer van een lynchpartij. Dat ging niet zachtzinnig. Ik citeer even een stukje uit de Wikipedia:

Aan het einde van de middag drongen opgehitste, dronken en woedende schutters de gevangenis binnen en sleurden de broers naar buiten. Cornelis bezweek onder de slagen van geweerkolven. Johan werd door notaris Van Soenen met een piek in zijn gezicht gestoken. Daarna schoot luitenant-ter-zee Maerten van Valen hem van achteren met een pistool in zijn hoofd. De lijken werden geheel ontkleed, op het Groene Zoodje aan de wipgalg ondersteboven opgehangen, opengereten en gecastreerd. Tenen, vingers, oren, neuzen, lippen en tongen werden afgesneden. De ingewanden werden uit de lichamen gehaald en volgens de ooggetuige en dichter-industrieel Joachim Oudaan deels door de omstanders opgegeten of aan honden te eten gegeven.

Hendrick Verhoeff ging er prat op dat hij de harten uit de lichamen had gesneden, iets dat hij de magistraat – de ochtend van de moord – beloofd had te doen. […] ‘s Avonds ging Hendrik Verhoeff op kroegentocht door een aantal Haagse kroegen, waar hij de die avond uit de lichamen van de broers gesneden harten overal liet zien.

Zoiets overleef je niet en dit betekende dan ook het einde van de gebroeders De Witt. (De tong van Johan de Witt en een vinger van zijn broer Cornelis (zo heette zijn broer dus) zijn bewaard gebleven en bevinden zich vandaag de dag in het Haags Historisch Museum.)

0000 johan de witt 0000 Cornelis de wittJohan (links) en Cornelis (rechts) in betere tijden.

Wat ook bewaard is gebleven, zijn de vele brieven van en naar Johan de Witt. Het Nationaal Archief bezit dozen vol en met ingang van vandaag kan je heel veel van deze brieven van en aan Johan de Witt online inzien op deze site. (Er staan er nu al 7.000, er volgen er nog 28.000.)

Tegelijkertijd is er een boek verschenen met een bloemlezing van deze brieven.

0000 boekWie denkt, hé die tekenstijl ken ik, dat kan kloppen, het boek is geïllustreerd door Jean-Marc van Tol, één van de tekenaars van Fokke en Sukke.

Eén van de brieven die in het boek is opgenomen betreft een anoniem briefje, vermoedelijk van één van de bevelhebbers van de West-Indische Compagnie, waarin Johan de Witt te horen krijgt dat we Nieuw-Amsterdam, het huidige New York, zijn kwijt geraakt.

0000 johan de witt brief

“Edelgestrenge heer, De bewindhebbers van de West-Indische Compagnie, zichzelf de eer gevende om u te komen spreken, zagen dat u reeds met de heer Downing in gesprek was. Wij vonden het daarom belangrijk u dit kleine briefje toe te spelen en te verklaren dat we zojuist met exprespost hebben vernomen dat Nieuw Nederland op 7 augustus in zijn geheel door de Engelsen is veroverd, waarna zij Nieuw-Amsterdam New York hebben genoemd.”

Zo, daar gaat New York dus. (Voor meer informatie over de brieven van Johan de Witt en het online-project, zie dit artikel in Trouw.)

Overigens doen me de brieven van Johan de Witt denken aan een bekende anekdote over een brief van Abraham Lincoln – hij was  president tijdens de Amerikaanse burgeroorlog en werd als eerste Amerikaans president in de geschiedenis tijdens zijn ambtsperiode vermoord (dat was in 1865). Memorabilia van Abraham Lincoln zijn in Amerika zeer gewild. Zo werd een brief van hem uit 1862, waarin hij over de afschaffing van de slavernij schreef in 2008 voor 3,4 miljoen dollar verkocht.

0000 lincoln briefEen andere brief van Abraham Lincoln (uit 1864) waarin hij het niet over de afschaffing van de slavernij heeft, maar waarin hij een zekere Esther Stockton bedankt voor het breien van 300 paar sokken voor militairen. 

Nu wil het verhaal dat er een oude vrouw was, ze was al ver over de honderd, die ook een Lincoln-brief had. Ze had die van haar moeder gekregen. De kinderen mochten op hun beurt na haar dood de brief hebben. De familie, de dollartekens in de ogen, kon eigenlijk niet wachten totdat ze was overleden en toen het zover was, werd direct het hele huis overhoop gehaald. De brief werd gevonden. Groot was de teleurstelling toen het geen brief van Lincoln was maar een brief aan Lincoln. Oma had hem echter nooit verstuurd maar wel altijd bewaard.

Elfstedentocht

Het regent, waait en stormt al dagen. Het lijkt wel herfst en u weet het, na de herfst volgt de winter. Dus hoe groot acht u de kans dat er komende winter een Elfstedentocht wordt gehouden? (Ik bedoel uiteraard de echte winter; niet die van komende maand).

000 11 stedentocht winnaarsStandbeeld in Leeuwarden met daarop de namen van alle Elfstedentocht-winnaars. In 1956  was er geen winnaar; de vijf schaatsers die toen gezamenlijk over de finish kwamen werden gediskwalificeerd. (Deze maatregel werd ingevoerd nadat er in 1933 en in 1940 schaatsers gezamenlijk finishten.)

Even een nutteloos feitje tussendoor: de eerste vier tochten en de zevende tocht werden tegen de klok in geschaatst. Wist u dat? Men schaatste toen eerst naar Dokkum toe, maar dit terzijde. Als u goed naar de data op het kunstwerk kijkt, dan ziet u dat de tocht zes keer in januari is gehouden, acht keer in februari maar ook een keer (in 1933) in december. Dus een Elfstedentocht in 2019 kan nog steeds.

Ik ben overigens niet de enige die zich met de vraag bezig houdt wanneer er weer een Elfstedentocht gehouden kan worden. Zo verscheen er vorige week in de Washington Post in het kader van de serie ‘GAME CHANGER (“This series will examine the impact climate change is having on the world of sports, from elite competitors to recreational athletes.”) een groot verhaal over de Elfstedentocht en het KNMI heeft vorig maand een groot rapport onder de titel ‘Kans op Elfstedentocht in een veranderend klimaat laten verschijnen.

Misschien komt al die aandacht doordat in februari het record werd verbroken van de langste tijd tussen twee opeenvolgende Elfstedentochten. Dat stond op 8070 dagen, tussen de edities van 1963 en 1985, maar de ‘Elfstedentochtlozetijd’ bedraagt sinds 1997 inmiddels al 8105 dagen (“and counting”).

Voordat ik echter de vraag beantwoord hoe groot de kans volgend jaar op een Elfstedentocht is, laat ik eerst even wat sfeerfoto’s zien van eerdere tochten, dit om u in de stemming te brengen, om de spanning op te bouwen en u tegelijkertijd wat tijd te gunnen om over de vraag na te denken.

000 11 stedentocht 1963 start 21956; De deelnemers verwarmen zich voor de start bij de ultrarode kachel van garage Postuma in Leeuwarden; foto Joop van Bilsen: Anefo; Nationaal Archief.

000 11 stedentocht 1956 hindelopen1956: in Hindelopen

000 11 stedentocht 19541954: De brug is opengezet voor de schaatsers

000 11 stedentocht 19471947: Enkele deelnemers worden een stukje gedragen

000 11 stedentocht 19631963: onderweg in de vrieskou

000 11 stedentocht reinier paping1963: de latere winnaar Reinier Paping in Dokkum

000 11 stedentocht 19861986; klunende toerrijders tussen Harlingen en Franeker

000 11 stedentocht finish1963: Koningin Juliana en prinses Beatrix wachten bij de finish op de winnaar en de overige deelnemers.

Zo daar zijn we weer. Weet u het antwoord op de vraag al? (Of weet u de vraag soms al niet meer?) Ik zal u het antwoord geven. De deskundigen van het KNMI schatten de kans op een Elfstedentocht komend jaar in op 8%. Eerlijk gezegd vind ik die 8% nog best hoog, maar draai je het om – de kans dat er volgend jaar geen Elfstedentocht komt is 92%, dan lijkt dat ook weer heel hoog.

Ik citeer even een stukje van de site van de KNMI: “Er zijn sinds 1909 vijftien tochten verreden, minder dan eens in de zeven jaar. In de laatste vijftig jaar waren het er maar drie. De vraag in hoeverre de kans op een Elfstedentocht door de opwarming van de aarde vermindert, wordt elk jaar wel gesteld. […] Honderd jaar geleden was de kans dat het koud genoeg was voor een Elfstedentocht 20 procent per jaar, nu is dat slechts ongeveer 8 procent (tussen de 5 en 19 procent). […] Als we de opwarming tot 2 ºC boven pre-industrieel beperken blijft de kans hangen op ongeveer 5 procent per jaar, maar als we de aarde verder laten opwarmen neemt de kans op een Elfstedentocht al rond 2050 af tot rond de 1 procent per jaar.”

Dat de kans op een Elfstedentocht telkens verder afneemt is ook op dit KNMI-grafiekje over de periode 1900 – 2020 te zien.

000 11 stedentocht kans

Halverwege de jaren tachtig (toen er twee Elfstedentochten werden gereden bedroeg die kans nog zo’n 15%, nu dus nog maar 8%. De kansen stijgen als er een aantal jaren  een strenge winter is geweest. Dat verklaart de stijging in de dertiger en veertiger jaren.

In het stuk van de Washington Post staat ook een grafiek (gebaseerd op de cijfers uit het artikel van de KNMI). Dat laat de ontwikkeling per jaar zien van de gemiddeld laagste temperatuur over een periode van vijftien dagen. De deskundigen achten een temperatuur van -4,2 graden gedurende vijftien dagen voldoende om te komen tot een ijsdikte van 15 cm, zijnde het minimum om een Elfstedentocht te kunnen houden.

000 11 stedentocht

Die vage puntjes zijn geen vlekken op uw beeldscherm maar geven de gemiddelde temperaturen in de “Elfstedentochtloze” jaren aan. De zwarte puntjes zijn de jaren dat er wel een Elfstedentocht werd gehouden.

Als je goed kijkt zie je er jaren bij dat die gemiddelde temperatuur beneden die -4,2 graden lag, maar dat er toch geen Elfstedentocht werd gehouden. Dat kan diverse oorzaken hebben. Neem bij voorbeeld 1992. Dat jaar viel er in het begin sneeuw op het ijs, dat verdere aangroei van het ijs tegenhield.

De KNMI eindigt hun verhaal met deze waarschuwende woorden:

Als we de opwarming beperkt weten te houden tot 2 ºC boven pre-industrieel blijft de kans heel redelijk met ongeveer 5%, gemiddeld eens in de 20 jaar. Echter, als we de opwarming door laten gaan zijn er nog maar één à twee tochten mogelijk voordat de kans in het midden van de eeuw heel klein wordt.”

Tot slot, de kans dat er deze maand nog een Elfstedentocht wordt gehouden acht ik ondanks het beroerde weer nul.

Recensies

In 2009 verscheen bij Uitgeverij Atlas mijn vierde boek ‘Een kleine geschiedenis van het voetballen’. Voor het eerst kreeg ik een negatieve recensie.  Tot dan aan toe had ik voor mijn boeken alleen maar positieve recensies gekregen. De negatieve recensie was van Gerry van der List van Elsevier.  Hij vond het voorwoord van Bert Wagendorp leuk, maar dan had je het leuke ook wel gehad, daar kwam het zo ongeveer op neer.

Bij Atlas waren ze niet onder de indruk van zijn recensie. Een slechte kritiek van Van der List was juist een goed teken vonden ze. “Geen enkel vernieuwend inzicht, geen enkele prikkelende these, geen enkele verrassende theorie”. Dat schreef Van der List; niet over mijn boek, maar over ‘De eeuw van mijn vader’ van Geert Mak. Dat boek verkocht een paar honderdduizend exemplaren en werd boek van het jaar.

Ik kreeg ook positieve recensies.  Van de Volkskrant kreeg het vier sterren en de Belgische internetsite ‘Sportliteratuur’ gaf het zelfs een plaatsje op hun lijst van de 25 beste sportboeken van de laatste vijf jaar.  (“Het boek is een goed gedocumenteerde kluif, maar één die niet gaat vervelen door de vele sappige randverhalen en de lichte schrijfstijl van de auteur.”) Ja, ja!

Mark Twain zou zeggen: “Ik houd van kritiek, maar ik moet het er wel mee eens zijn.”

Ook mijn neefje gaf op Bol.com  net zoals bij mijn vorige boeken zijn gebruikelijke positieve recensie. Deze keer schreef hij: “Wederom een goeie uitleg over voetballen en zeker voor de echte liefhebber een aanrader! Maar hij vulde echter ook de onderwerpen ‘Pluspunten’ en ‘Minpunten in. Bij de ‘Pluspunten’ schreef hij “Heldere uitleg” (dat was heel goed), maar vervolgens ging hij ook nog  iets bij de ‘Minpunten’ invullen! “Alleen voor voetballiefhebbers” schreef hij. Was hij nou helemaal gek geworden?

Maar goed, hier moest ik aan denken toen ik gisteren op de site van de New York Times een artikel las waarin ze met de nodige zelfspot terug keken op een aantal negatieve recensies van boeken die wereldberoemd zouden worden. Zo waren ze in in 1860 niet zo overtuigd van de argumenten die Charles Darwin opvoerde in  ‘On the Origin of Species’.

000 recensies

Nog een paar voorbeelden van historische recensies van de New York Times.

000 NYT!

000 nyt 2

000 nyt 4

000 nyt 3

000 nyt 5

000 nyt6

En zo hebben ze nog een aantal recensies uit het verleden opgeduikeld. Dus bent u bang om ergens kritiek op te krijgen, denk dan aan de wijze woorden van Aristoteles die ooit – ruim 2300 jaar geleden –  gezegd schijnt te hebben:

Er is maar één manier om kritiek te vermijden: niets doen, niets zeggen en niets zijn.

Nederland vanuit de ruimte

Op de site van de NASA staan regelmatig allerlei prachtige foto’s van de kosmos. Neem deze, het is de ‘Astronomy Picture of the Day’ van 11 maart 2019 (van vandaag dus; tenzij u dit blog niet vandaag maar morgen leest; dan is hij van gisteren; enzovoorts, enzovoorts).

000 masa ruimteImage Credit: NASA, SOFIA, E. Lopez-Rodriguez; NASA, Spitzer, J. Moustakas et al.

We zien hier ‘The Central Magnetic Field of the Cigar Galaxy’, aldus de NASA.  “Far, far away” zouden ze er in films bij zeggen.

Op de site van de NASA staan niet alleen foto’s van verre sterrenstelsels maar ook regelmatig foto’s van de aarde genomen vanuit de ruimte.  Af en toe zien we daarbij ook satellietfoto’s van Nederland voorbij komen. In mei 2018 plaatste de NASA een foto van delen van Noord- en Zuid Holland, genomen door de ‘The Operational Land Imager (OLI)’ satelliet.

000 nasa 2Het noordelijk gedeelte met de haven van Amsterdam

000 nasa 0Het zuidelijk gedeelte met de haven van Rotterdam

Bij een vergelijking met een foto van twee weken eerder viel de NASA iets op: de bollenvelden. Ze plaatsten daarom, iets verder ingezoomd, twee foto’s van hetzelfde gebied, gefotografeerd met een tussenperiode van veertien dagen.

000 nasa 21 april21 april 2018

000 nasa 7 mei 2018 27 mei 2018

Je ziet opeens veel meer veldjes kleur krijgen.

Hierbij nog wat van die satellietfoto’s gemaakt op 7 mei 2018.

Amsterdam

000 masa amsterdam

Leiden

000 masa leiden

Rotterdam

000 masa rotterdam

Tweede Maasvlakte en Hoek van Holland

000 masa maasvlekte

Den Haag (en Zoetermeer)

000 masa den haag

Op deze laatste foto kan je, als je weet waar je moet kijken, mij vanuit onze achtertuin zien zwaaien.

 

De sterren van Vincent van Gogh

Gisteren liet ik u dit schilderij van Vincent van Gogh zien: ‘de Sterrennacht boven de Rhône’. Hij schilderde het in september 1888.

00 van gogh 2

Als u goed naar de afgebeelde sterrenhemel op het schilderij kijkt, dan herkent u op het schilderij wellicht het sterrenbeeld. ‘De Grote Beer’. Zie de rode lijnen.

00 grote beer

De Grote Beer (ook wel ‘het steelpannetje’ genoemd) is het enige sterrenbeeld dat ik aan de sterrenhemel weet te vinden. Dat heb ik te danken aan mijn vader. Die leerde me als kind te zoeken naar een sterrenbeeld in de vorm van een “steelpannetje”. Dat was de Grote Beer en als je die wist te vinden dan kon je met hulp van de rechterkant van het sterrenbeeld de Poolster vinden. Daartoe moest je de rechterkant van de steelpan (de gele lijn hieronder) ongeveer vijf keer naar boven verlengen.

00 grote beer 2

Deed je dat, dan kwam je bij de Poolster uit en die stond precies in het noorden. Volgens mijn vader was dat heel handig om te weten, voor het geval ik ’s nachts zou verdwalen. Waarom mijn vader dacht dat ik ’s nachts wel eens zou kunnen verdwalen, weet ik niet. Maar goed, nu weet u ook hoe u het noorden kan vinden. Vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan.

En nu we het toch over sterrenbeelden hebben, wist u dat er naast de Grote Beer nog 87 sterrenbeelden zijn? Dat las ik op de site van. Kijkmagazine. Ik citeer even een stukje:

Er zijn maar liefst 88 officieel erkende sterrenbeelden, waarvan er 36 voornamelijk vanaf het noordelijk halfrond te zien zijn. Meer zullen dat er ook niet worden. In 1930 is namelijk de hele hemel in vlakken verdeeld, die elk het ‘territorium’ van een bepaald sterrenbeeld zijn. Eventuele nieuwe sterren zullen dus altijd worden toegevoegd aan een bestaand sterrenbeeld in plaats van een nieuw sterrenbeeld te vormen. Overigens horen de sterren van een sterrenbeeld zelden écht bij elkaar. Van twee sterren die naast elkaar lijken te staan, kan bijvoorbeeld de een heel helder en heel ver van ons zijn verwijderd, terwijl de ander juist zwak is en zich relatief dicht bij ons zonnestelsel bevindt.”

De benaming van 48 van die 88 sterrenbeelden hebben we te danken aan de oude Grieken die al vroeg in een bepaalde constellatie een sterrenbeeld zagen en er een naam aan toe kenden. Tot die oude sterrenbeelden behoren ook de twaalf astrologische sterrenbeelden van de dierenriem – dat is het sterrenbeeld waarin op de dag van je geboorte de zon opkomt en dat door astrologen wordt gebruikt voor horoscopen.

De koppeling geboortedag <-> sterrenbeeld is ongeveer 2000 jaar geleden gemaakt. Toen is bij voorbeeld vastgesteld dat als je geboren bent tussen 21 mei en 21 juni, dat je dan een tweeling bent. Nu is het echter zo dat de sterrenbeelden langzaam opschuiven aan de hemel en wel in een tempo van ongeveer een sterrenbeeld per 2000 jaar.

Dus ben je nu bijvoorbeeld op 1 juni geboren, dan zou je volgen de astrologen een tweeling zijn. Weet dan echter dat op het moment van je geboorte de zon niet in het sterrenbeeld Tweeling maar in het sterrenbeeld Stier opkwam. Je bent dus eigenlijk een Stier en geen Tweeling, iets om aan te denken als je je horoscoop leest. Maar goed, in astrologie geloof ik sowieso niet. (“Ik geloof niet in astrologie; Ik ben een Boogschutter en die zijn sceptisch” – Arthur C. Clarke.)

Voor wie wil weten in welk teken van de dierenriem hij of zij nu daadwerkelijk is geboren, zie deze tabel afkomstig van de site hemel.waarnemen, waarbij ze overigens dertien in plaats van twaalf dierenriem-sterrenbeelden onderscheiden (de dertiende is de Slangendrager).

00 sterrenbeelden

Maar terug naar het schilderij van Van Gogh. Volgens de Italiaanse astronoom Gianluca Masi klopt de weergave van de Grote Beer in het schilderij niet helemaal met de werkelijkheid zoals die er in september 1888 uit zou hebben gezien. Onze Italiaanse vriend denkt daarom dat er minstens 40 minuten tussen het schilderen van het linker- en het rechterdeel van de Grote Beer heeft gezeten.

De constellatie lijkt vervormd: dit detail suggereert in feite een pauze van ten minste veertig minuten in de uitvoering, de nachtelijke hemel veranderde met het verstrijken van de tijd; de schilder heeft zich waarschijnlijk aan iets anders toegewijd en vervolgens zijn werk hervat en de overgebleven sterren “per vergissing” in een andere positie gerangschikt.”

Geen idee of de beste man gelijk heeft. Misschien heeft Van Gogh het gewoon zo geschilderd omdat hij het zo mooier vond uitkomen.

Overigens is volgens astronomische deskundigen ook op het andere sterrenschilderij van Vincent van Gogh – “Starry, starry night / Paint your palette blue and gray / Look out on a summer’s day” – een sterrenbeeld (plus een planeet) te zien. Het betreft in dit geval het sterrenbeeld Vissen en de planeet Venus (zie onder; de planeet Venus is de ‘ster’ in het rode cirkeltje; de andere sterren behoren tot het sterrenbeeld Vissen.)

00 sterren

Mijn vader heeft me echter nooit de kennis over het sterrenbeeld Vissen bijgebracht – mijn vader en ik visten niet – dus of dit klopt weet ik niet.

En nu we toch bezig zijn, ook op het schilderij ‘Landweg in de Provence bij nacht’ uit mei 1890, zouden (volgens de Amerikaanse astronoom Donald Olson) hemellichamen te herkennen zijn. In dit geval naast de maan de planeten Venus (in de rode cirkel) en Mercurius (in de paarse cirkel). Tijdens de zonsondergang op 20 april 1890 zouden tussen 19.00 en 20.00 uur deze twee planeten namelijk in exact dezelfde conjunctie met de maan hebben gestaan zoals ze staan afgebeeld op het schilderij.

00 planeet

Echter, volgens het Kröller-Müller Museum is dit schilderij geschilderd tussen 12 en 15 mei 1890 (veertien dagen later dus), wat de vraag doet opwerpen of de theorie van Olsen klopt.

Tot slot: hoe keek Vincent van Gogh nu zelf tegen de sterren aan? Die vraag heeft hij voor ons een keer beantwoord in een brief aan zijn broer Theo.

De aanblik van de sterren zet me altijd aan het dromen. Even gemakkelijk als ik tot dromen word aangezet door de zwarte stippen die op een landkaart de steden & dorpen aangeven. Waarom, denk ik dan, zouden die lichtende punten aan het firmament minder toegankelijk voor ons zijn dan de zwarte stippen op de kaart van Frankrijk? Net zoals we de trein naar Tarascon of Rouen nemen, gebruiken we de dood om naar een ster te gaan.”

Vincent van Gogh schoot zich op 27 juli 1890 op 37-jarige leeftijd met een revolver in de borst. Hij overleed twee dagen later. Leonardo da Vinci zou zeggen: “Hij die op weg is naar een ster, keert niet om.”