4. Wanneer is het Tweede Straatje van Vermeer geschilderd?

Afgelopen december was ik in Amsterdam en heb toen ook de tentoonstelling in het Rijksmuseum bezocht over de ontdekking van de locatie van de huizen die afgebeeld staan op het Straatje van Vermeer. Voor mijn speurtocht naar het Tweede Straatje van Vermeer leverde de tentoonstelling niets op, maar dit gold niet voor het bijbehorende boek van de tentoonstelling, geschreven door de kunsthistoricus professor Frans Grijzenhout, de man die de locatie van de huizen heeft ontdekt.

boekkaft grijzenhout

Het boek kost 20 euro. Voor 84 pagina’s (deels in kleur) is het behoorlijk aan de prijs – waar kan ik dit declareren? – maar het hielp mij wel verder met mijn speurtocht, want op pagina 48 las ik onder het kopje ‘Een blik op de overkant’ het volgende:

Ariaentgen Claes van der Minne was niet het enige familielid dat voor Vermeer betekenis moet hebben gegeven aan de Vlamingstraat. Zijn oudere zuster Geertruijt woonde aan de overkant, aan de zuidzijde van de gracht, eerst in het huis dat ‘de Molen’ wat verder naar het oosten, later in ‘de Drie Valcken’ op het huidige nummer 61.”

De bovenvermelde ‘Ariaentgen Claes van der Minne’ was de tante van Vermeer. Zij woonde in het rechterhuis van het Straatje. Dit bracht mij eerder tot de veronderstelling dat Vermeer misschien op het Tweede Straatje ook een huis van een familielid heeft afgebeeld en wel dat van zijn (enige) zus Geertruijt. De professor vermeldt als het adres van het huis van Geertruijt de Vlamingstraat nr. 61. (*) Dat is mooi, want dat hoef ik dus nu niet meer uit te zoeken. Op een kaartje (op bladzijde 49 van het boek) kon ik zelfs zien waar nummer 61 ligt ten opzichte van de nummers 40 en 42 (de huizen van het Straatje van Vermeer)

vlamingstraat

En nu was het opeens ai! Het huis van zijn zuster (nr. 61) ligt veel verder weg van het huis (nr. 42) van zijn tante dan ik had gedacht. Mijn veronderstelling dat Vermeer de schetsen voor het Straatje had gemaakt vanuit het huis van zijn zuster en dat het andersom dus ook kon zijn dat hij de schetsen voor het Tweede Straatje (het huis van zijn zuster) had gemaakt vanuit het huis van zijn tante kon zo geen stand houden. Daarvoor liggen de twee huizen veel te ver uit elkaar. Dat verzwakt mijn veronderstelling dat op het Tweede Straatje wellicht het huis van zijn zuster staat behoorlijk.

Gelukkig redt het boek van de professor mij even verder op. Ook de professor heeft zich namelijk bezig gehouden met de vraag vanuit welk huis Vermeer de schetsen voor het (eerste) Straatje van Vermeer heeft gemaakt. Zo schrijft hij op de bladzijden 48 en 49 van zijn boek:

“Vrijwel recht tegenover Vlamingsstraat 42, op de huidige nummers 39 en 41, lagen tenslotte twee panden die ten tijde van de opstelling van het register op het kadegeld eigendom waren van Beatris Jans van der Houve, die, zoals we eerder zagen, tevens eigenares was van het achterhuis en de poort van Vlamingstraat 40. Zij was mogelijk familie van Vermeers oom Jan en diens broer Gijsbrecht Heijmensz van de Houve. […] Hoewel Beatris Jans van der Houve niet bestempeld kan worden als naast familielid van Vermeer, zal de schilder haar via zijn oom Jan Heijmensz of zijn tante Ariaentgen Claes mogelijk goed genoeg gekend hebben om haar te vragen of hij eventueel vanuit het voorhuis van Vlamingstraat 39, dat door Beatris Jans werd verhuurd, rustig de huizen aan de overkant mocht bestuderen.

De professor volgt dus dezelfde gedachtegang als ik, namelijk dat de eerste schetsen voor het schilderij vanuit een tegenoverliggend huis moeten zijn gemaakt. Hou ik nu mijn veronderstelling overeind dat op het Tweede Straatje het huis van zijn zuster staat, en dat Vermeer de eerste schetsen daarvoor vanuit een tegenoverliggend huis gemaakt moet hebben, dan moet Vermeer dus degene hebben gekend die in het tegenoverliggende huis woonde. Dat was dan dus niet zijn tante op nummer 42 maar de bewoner van de Vlamingstraat 62. En wat schrijft de professor in een hoofdstuk uit zijn boek dat gaat over het gebruik van perspectief (op bladzijde 54):

Mede in het kader van onze verkenningen tot Vermeers relatie tot de Vlamingstraat mag misschien gewezen worden op de oudere in Delft zeer gerespecteerde perspectiefschilder Pieter Anthonisz van Bronckhorst. […] Ondanks alle manifeste verschillen in artistieke opvatting en kwaliteit tussen het werk van beide kunstenaars, valt niet helemaal uit te sluiten dat Vermeer op een gegeven ogenblik bij de ervaren Van Bronckhorst, die van 1620 tot 1657, op het huidige nummer 62 aan de noordzijde van de Vlamingstraat woonde, zijn licht is gaan opsteken om zich verder te bekwamen in dit deel van de kunst.”

Of te wel: het kan heel goed zijn dat Vermeer de schetsen van het huis van zijn zuster heeft gemaakt vanuit het huis van Van Bronckhorst op nummer 62. Hè gelukkig, de mogelijkheid dat op het Tweede Straatje het huis van zijn zuster staat, blijft overeind en is nu zelfs een beetje versterkt. Misschien heeft Vermeer zelfs wel in het kader van “perspectieftraining” de schetsen van het huis van zijn zuster gemaakt (en later vanwege die reden ook het huis van zijn tante heeft geschetst).

Ook helpt deze “ontdekking” bij het vaststellen van het jaar waarin het Tweede Straatje is gemaakt. Van Bronckhorst verkocht namelijk volgens een voetnoot (op bladzijde 78 in het boek) zijn huis, de Vlamingstraat 62, op 9 februari 1657. Als dat zo is, dan is het niet onlogisch te veronderstellen dat Vermeer de schetsen van het huis van zijn zuster voor deze datum heeft gemaakt.

Het is ook niet zo’n gekke veronderstelling dat het eerste en tweede straatje in ongeveer dezelfde periode zijn geschilderd. Nu is het zo dat slechts op drie schilderijen van Vermeer een jaartal is aangetroffen waarop het is vervaardigd. Ook op het Straatje van Vermeer staat geen jaartal. De meeste experts houden het er op dat, vanwege stijlkritische overwegingen in de ontwikkeling van Vermeer, het ergens in de periode 1657 – 1661 moet zijn gemaakt (hoewel professor Grijzenhout in zijn boek ook de mogelijkheid open houdt dat het wat later tot stand is gekomen.) Als nu de eerste opzet voor het Tweede Straatje voor 9 februari 1657 is gemaakt, en je gaat vanuit de veronderstelling uit dat het eerste en tweede straatje kort op elkaar zijn gemaakt, en je gaat tevens uit van de veronderstelling dat het Straatje ergens in de periode 1657 – 1661 is geschilderd, dan zou het heel goed kunnen dat het Tweede Straatje in 1656 is gemaakt en dat het (eerste) Straatje van Vermeer in 1657 is gemaakt.

Kortom voor ons onderzoek maken we nu de veronderstelling dat het Tweede Straatje in 1656 is vervaardigd.

(*) Toevoeging 18 februari 2016: Kijkende op de site van Historisch GIS Delft zie ik nu dat niet nummer 61 maar nummer 63 wordt aangegeven als het huis waar Anthonij Gerrits van der Wiel, zijnde de echtgenoot van de zuster van Vermeer. heeft gewoond. Niet dat dit uitmaakt, de nummers 61 en 63 (woning en bovenwoning) vormen samen in het hedendaagse Delft één huis.

Naar de volgende bijdrage

Terug naar de vorige bijdrage