Category Archives: Dagelijks leven

Een mobieltje in de schouwburg

Gisterenmiddag waren we naar de zondagmiddag-voorstelling ‘Achter de Duinen’ van Harrie Jekkers in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. We hadden één van de laatste kaartjes en zaten boven, op het derde balkon rechts aan de zijkant. We zaten daar niet naast elkaar maar achter elkaar, alsof je in de tram zit. Hoewel we aan de zijkant zaten, konden we het goed zien en horen. We hoefden dus niet naar beneden te roepen: “Meneer Jekkers, wilt u wel een beetje in het midden van het toneel blijven, want anders kunnen we u niet goed zien.” Dat voelt altijd een beetje gênant .

We waren wat te vroeg. Ik ben iemand die altijd twijfelt tussen te vroeg komen en veel te vroeg komen. Deze keer zaten we hier tussen in. Dat gaf wel de gelegenheid om eens de mensen in de zaal te bekijken. Wat opviel was hoeveel mensen vlak voor de voorstelling nog even op hun mobieltje zitten te kijken.

0000 telefoon

Op deze foto komt het door het licht van de schijnwerpers die gericht staan op de gitaren op het toneel niet zo goed uit, maar in werkelijkheid zag je overal in de zaal de lichtjes van de mobieltjes. Bij deze foto zijn er 14 mobieltjes actief. Ik heb ze even voor u omcirkeld.

0000 telefoon 2

Voor het geval u zo’n type bent, die gaat natellen en nu roept: “Ik zie maar dertien mobieltjes in een cirkeltje, waar is die veertiende?”, dan zeg ik: “Waarmee denkt u dat deze foto genomen is?”

Kerst-Inn op een studentenflat

Halverwege de jaren zeventig kwam er een Antilliaanse jongen wonen op onze studentenflat, gelegen op de campus van wat toen nog de TH Twente heette. Hij had geen familie in Nederland en met kerstmis was er niemand waar hij heen kon. Dat was wel mooi – dit klinkt een beetje hard, zo is het niet bedoeld –  want nu kon hij mooi voor onze flatdieren (we hadden een hond, een poes en vissen) zorgen. Andere jaren was het altijd een gedoe van wie blijft er met eerste kerstdag en wie is er tweede kerstdag?

000 flatdierenOnze flathond en flatpoes

Maar eigenlijk vonden we het een beetje triest, hij met kerst ver van huis helemaal alleen op onze flat, en in een spontane opwelling besloten we om een kerst-inn te organiseren voor mensen die met kerst alleen op de campus zouden zitten. De helft van de flat zou er met eerste kerstdag zijn, de andere helft met tweede kerstdag.

We schreven een brief aan het campusbestuur waarin we het idee toelichtten. Het campusbestuur vond het een goed plan. We kregen 200 gulden subsidie voor drank en lekkere hapjes en van Bobby Spar – zo werd de eigenaar van de campuswinkel genoemd; drie keer raden bij welke winkelketen hij aangesloten was – kregen we een gratis krat bier. “De heren studenten lusten zeker wel bier hè.” “Jazeker meneer Bobby, ook met kerstmis”.

000 flat 1841964; de campus in aanbouw.  Links achteraan onze flat; foto Nationaal Archief.

Overal op de campus werden affiches  – gratis gedrukt – opgehangen en op eerste kerstdag zaten we enthousiast op de eerste bezoeker te wachten. Die kwam om half negen ’s avonds. Om elf uur kwam nog een tweede verdwaalde student aanzetten. Dat was een jongen die terug kwam van bezoek aan zijn ouders in Enschede en die zich verbaasd had afgevraagd waarom er bij onze flat licht brandde en een bord ‘Welkom in de herberg’ stond. Dat was het. Meer bezoekers kwamen er niet.

Desondanks was het heel gezellig. We keken eerst op de tv naar ‘It’s a Wonderful Life’, de kerstfilm uit 1946 met James Stewart en Donna Reed – in de jaren zeventig was dat de ultieme  kerstfilm die altijd met kerst werd uitgezonden, tegenwoordig is dat ‘Love Actually’ – en riepen luidkeels ‘Niet doen, niet doen!” als James Stewart weer wat doms in de film wou doen. Daarna speelden we van die typisch vreedzame kerstspelletjes als Risk en Stratego.

000 filmDonna Reed, James Stewart en Karolyn Grimes in It’s a Wonderful Life’; foto afkomstig van de Wikipedia

Goed nieuws – gratis hapjes, gratis bier –  verspreidt zich snel en de volgende dag kwamen er twee keer zo veel bezoekers, oftewel vier mensen vonden de weg naar onze flat. Maar ondanks het geringe aantal bezoekers beschouwden we de kerst-inn als een groot succes.

Dus mensen, kent u iemand in uw omgeving die met kerst helemaal alleen zit, organiseer een kerst-inn voor hem of haar.

Pakjesavond

Vanavond is het pakjesavond. Toen ik nog een klein Martinnetje was geloofde ik heilig in Sinterklaas. Samen met mijn broertje Harry probeerde ik eind jaren vijftig op pakjesavond een aantal keer de Zwarte Piet te betrappen die de zak met cadeautjes kwam brengen. Wij lagen achter de voordeur verstopt. Daar stond immers het jaar ervoor de zak. Om beurten keken mijn broertje en ik door de brievenbusgleuf naar buiten om Zwarte Piet te betrappen. Opeens werd er bij de achterdeur gebonsd. Mijn broertje en ik renden er heen, maar we waren te laat. Er stond een zak bij de achterdeur en van Zwarte Piet was geen spoor te zien.

00 sint21964; het jaar dat er weinig cadeautjes waren omdat Sint alles in het casino had vergokt. Foto Nationaal Archief.

Het jaar er op besloten mijn broertje en ik de tactiek te wijzigen. Hij lag bij de voordeur, ik bij de achterdeur. Opeens riep mij moeder dat er een zak naast het raam van de huiskamer stond. Mijn oudste broer Jan had de hele tijd gewoon aan tafel gezeten – de saaie Piet –  maar had buiten niemand gezien zei hij. Hoe kon die sukkel nou niks zien?

Ruim dertig jaar later, en verhuisd naar de andere kant van het land, vroeg de buurman of ik op sinterklaasavond tegen een uur of zeven wilde bellen. Ik moest dan als Sinterklaas tegen hun drie zoontjes zeggen dat hij het helaas te druk had met allerlei heel arme kindertjes, maar dat hij een Zwarte Piet zou sturen om een zak in hun schuurtje te zetten. Op het afgesproken tijdstip belde ik.

Ik kreeg de jongste aan de lijn  en zei met een zware stem “Met Sinterklaas”.  Blijkbaar schrok het buurjongetje erg, want hij liet de telefoon vallen.  Ik hoorde een hoop geroezemoes en zijn moeder roepen: “Pak snel een dweil”.  Even later kreeg ik het middelste broertje aan de lijn. Ik zei dat er in hun schuurtje een zak met cadeautjes stond. Blijkbaar was die mededeling voldoende want hij gaf de telefoon direct door aan zijn oudste broertje en holde naar buiten.

“Met Sinterklaas hier” zei ik wederom.  “Ja, ja” antwoordde het oudste broertje. Dat klonk niet naar een echt gelovige. Erg lang duurde het gesprek dan ook niet en ik kreeg vervolgens de vader aan de lijn die me hartelijk bedankte. Moeder was op de achtergrond nog bezig met iets op te dweilen, dus die kon helaas even niet aan de lijn komen. Ze hebben me nooit meer gevraagd om te bellen

00 sint0De oudste dochter tijdens het sinterklaasfeest op de crèche zittend op haar stoeltje. 

00 sint1De jongste dochter op schoot. 

Weer een aantal jaren en een verhuizing verder vroeg een nieuwe buurman of ik op sinterklaasavond even een zak bij de voordeur wilde zetten en op de deur wilde bonzen. Ik sloop die avond naar hun deur toe, zette de zak voor de deur en bonsde luid op de deur. Vervolgens holde ik er vandoor. Voor hun huis bedacht ik opeens dat hun gordijnen open stonden en dat ze mij misschien voorbij zouden kunnen zien hollen. Onzin natuurlijk, ik liep in het donker, zij zaten in het licht.

Maar toch besloot ik te gaan bukken. Daar is op zich niks mee, maar dat moet je niet combineren met hardlopen. Gebukt hard lopen gaat niet. Althans ik kan het niet. Ik maakte een reuzesmak en lag languit op straat. Even later strompelde Sukkel-Piet met een zere knie en een kapotte broek het huis weer binnen. De dochters keken me hoofdschuddend aan. Niet geschikt als Zwarte Piet zei de ene.

Moraal van het verhaal: probeer niet te tegelijkertijd te bukken en hard te hollen.

TV afscheid

In 1985 verhuisde Marianne vanuit Groningen naar Den Haag. Ze betrok een etage in een oud herenhuis in het Bezuidenhout. Haar vader kwam helpen om de boel in te richten. Tegen het einde van de middag werd hij onrustig. Er was die avond voetbal op tv en Marianne had (nog) geen tv in huis.

In een winkel in de Therisastraat in Den Haag kocht ze daarom aan het eind van de middag even snel een tv. Het was een niet al te groot apparaat. Er zat geen teletekst op, maar hij deed het prima. Het apparaat heeft jarenlang bij ons in de huiskamer gestaan.

00 tvHier kijk ik in de jaren negentig samen met de dochters op de betreffende tv naar Zorro. Het was een wonderlijk apparaat. Als een tv-programma in zwart-wit werd uitgezonden, dan veranderde de hele omgeving ook in zwart-wit.

Na verloop van tijd kwam er een grotere tv in huis met teletekst. De kleine tv van Marianne werd naar de zolderkamer verbannen en gedegradeerd tot tweede televisie. Na een verhuizing belandde hij zelfs als derde televisie op de logeerkamer, waar na een tijdje de antenne-aansluiting het niet meer deed. Maar dat gaf niet zo. Er was daar niet echt behoefte aan een televisie.

Van de week hebben we hem afgevoerd naar het grof vuil. Hij werd al jaren niet meer gebruikt. De kringloopwinkel wilde hem niet hebben.

00 tv 2

Hier staat de ruim dertig jaar oude televisie in de grof vuil container. Marianne werd er een beetje weemoedig van. Ze nam ter afscheid nog even deze foto van het apparaat. Door de tv moest ze denken aan haar overleden vader.

Een dagje uit

Uit de categorie het dagelijks leven: Een doordeweekse zonnige middag in november bij het strand van Meyendel, gelegen tussen Den Haag en Wassenaar.

00 dagje uit

Let u ook even op de jassen: de mensen passen bij elkaar.

 

 

 

 

Niet Gerealiseerde Projecten (1)

Uit de serie ‘Niet Gerealiseerde Projecten’: Mijn idee voor een ‘All this and brains too!’ – trui.

Ruim dertig jaar geleden –  halverwege de jaren tachtig, nog voor het internettijdperk dus –  bedacht ik een mooi ontwerp voor een trui. Een effen trui met daarop de woorden: ‘All this’ met in iets kleinere letters daar onder ‘and brains too!’. Het was nog in de tijd dat je nauwelijks truien en T-shirts met komische opschriften had. Als er iets op stond, dan was het meestal de naam van een universiteit, een stad, een sportvereniging of een idealistische boodschap als ‘Ban de Bom’.

Kortom, een puik idee. Er was echter één probleem. Ik kon niet breien. Marianne wel, maar ja, dan moet je net Marianne hebben, die moet er nu nog steeds aan beginnen. Ze vond het helemaal niks. Kortom, nooit gerealiseerd. Nu heeft het geen zin meer. Het zou nu te veel wol vragen om zo’n trui te breien.

Toch was het een puik idee. En ach, had ik toen maar de rechten op het idee vast laten leggen. Type maar eens de woorden ‘all this and brains too’ in op Google en klik op afbeeldingen. Dan zie je onder andere dit.

all thisall this.1

Duizenden truien, T-shirts, jurken, ondergoed, babykleding, petten, armbanden, strikken en nog veel meer zaken met daarop de woorden: ‘All this and brains too’. En ik bedacht dat dertig jaar geleden al! Die licentierechten! Ik had rijk kunnen zijn. Voorzitter van een beursgenoteerd bedrijf. En Marianne vond het niks.

beurs

Mogelijk koersverloop “All This Company”

Om Mark Twain te citeren: “De man met een nieuw idee is een dwaas, tot het idee een succes blijkt te zijn.”

Een kleine overtreding

Een paar keer per week fietst deze huisman naar Albert Heijn. Ik moet daarbij deze kruising oversteken.

kruising

Op deze foto van Google Street View uit november 2010 zien we een overtreding. “De politie vraagt uw aandacht voor het volgende.” Een fietser is net door rood gereden. Vooral op het kleine lage stoplicht rechts op de foto is goed te zien dat het op rood staat.

(Voor het geval u zich af afvraagt of dat licht niet achter hem op rood is gesprongen, nee dat is niet het geval. Dat weet ik omdat er een tram te zien is. Als een tram het kruispunt passeert, dan blijven de stoplichten net zo lang op rood staan totdat de tram ruim voorbij is en moet je als fietsers langer wachten. “Zat u nu in die tram en heeft de politie nog niet met u gesproken, wilt u dan alstublieft contact opnemen met 0800-6070. U kunt een belangrijke getuige zijn. Maar het kan ook via Meld Misdaad Anoniem 0800-7000.”)

Maar serieus, de roodrijder hoeft zich geen zorgen meer te maken. Zijn overtreding is verjaard. Voor een overtreding als deze geldt een verjaringstermijn van drie jaar. De titel van deze blogpost slaat dan ook niet op deze overtreding maar op eentje die ik gisteren bij deze zelfde kruising zag. De foto staat er om de situatie ter plekke even duidelijk te maken.

Ok, wat gebeurde er gisteren? Toen ik bij de kruising kwam, zag ik het stoplicht op rood springen. “Een stoplicht springt op rood, een ander weer op groen…”. Een oude mevrouw, 80-plus met een rollator, was echter nog bezig met oversteken. Ze liep niet zo snel. Aangekomen bij de overkant (het kleine grijze driehoekje met het stoplicht) besloot ze om haar rollator niet op het korte stukje trottoir te tillen, maar om er even via het fietspad om heen te lopen.

kruising 2

Ik kon daardoor niet bij het paaltje komen om op het knopje te  drukken. Dat gaf niet. Ik wachtte even en gaf haar de ruimte.  Ze keek me aan. “Ik  ben in overtreding hè” zei ze.  Ik knikte vriendelijk en antwoordde: ”Ja, maar ik vergeef het u.”Oh mooi, dat is fijn.” zei ze en ze schuifelde door.

Terwijl ik op het groene licht stond te wachten, keek ik haar na. Aangekomen bij het brede trottoir draaide ze zich om en probeerde te zwaaien. Dat ging maar net goed. Snel greep ze de rollator weer en schuifelde verder. Het was een schattig oud dametje. Geef haar vanwege deze kleine overtreding alstublieft niet aan.

Briefjes

Nederland voetbalde gisteren tegen Duitsland. Nederland speelde heel slecht. Johan Cruijff zei eens: “Je kan ook goed spelen zonder een bal te raken”, maar ook zonder een bal te raken speelde Nederland heel slecht. Duitsland leidde tot de 85e minuut dan ook verdiend met 2-0 en daarmee mocht Nederland eigenlijk nog de handjes dicht knijpen. De achterstand had veel groter moeten zijn.

In de 85e minuut gebeurde er iets onverwachts. (Johan Cruijff: “Vaak moet er iets gebeuren voordat er iets gebeurt.”). Nederland scoorde volkomen onverwachts. “Ins Blaue hinein” heet dat zo mooi op zijn Nederduits. Dat betekent volgens het woordenboek “Zonder eerst goed nagedacht te hebben of er een reden voor te hebben; zonder zin, doel of overleg; zomaar; in het wilde weg.”  Nu klopt dat ‘zonder doel’ in dit geval niet, want de bal vloog wel degelijk in het doel.

Plotseling had Nederland weer een kans. Een 2-2 gelijkspel zou namelijk inhouden dat Nederland zich zou plaatsen voor het eindtoernooi van de Nations League. Alle ballen naar voren dus, evenals de voorstopper die onze beste kopper is.  Johan Cruijff: “Ik ben overal tegen. Tot ik een besluit neem, dan ben ik ervoor. Lijkt me logisch.” Trainer Ronald Koeman nam een besluit en stuurde Virgil van Dijk naar voren.

De opdracht daartoe werd opvallenderwijs per brief gegeven. “Geachte heer Van Dijk, gezien de achterstand en de resterende tijd lijkt het ons opportuun dat u naar voren gaat en als het enigszins kan de bal in het Duitse doel te plaatsen. Bij voorbaat dank”.

briefje 

Ok, in werkelijkheid zag het briefje er zo uit, Het laat de gewenste speelwijze zien met de voornamen van de spelers op de positie waar ze de laatste vijf minuten moesten spelen. Het briefje werd geschreven door de assistenten van Koeman en deze gaven het aan hem.

Koeman kan je wel om een boodschap sturen en hij gaf het aan de rechtsback (Kenny T op het briefje.) Deze las het en gaf het aan Matthijs de Ligt.  Die bekeek het ook even en gaf het op zijn beurt weer aan Virgil van Dijk. Die zag dat hij naar voren moest, deed dat  en schoot in de 90e minuut de (zwaar onverdiende) gelijkmaker binnen: 2-2. Nederland naar de eindronde. Volgens analist Rafaël van der Vaart stond er op het achterkant van het briefje ‘Maak een doelpunt’, maar daar twijfel ik enigszins aan.

Zelf ben ik ook een specialist in briefjes en mij kan je dan ook om een boodschap sturen. Zie hier bijvoorbeeld mijn boodschappenbriefje van gisteren.

briefje 2

Wie goed kijkt (en mijn handschrift kan ontcijferen; daar heb ik zelf ook moeite mee), ziet dat er twee keer hagelslag en twee keer walnoten op staat. Ik ging tussentijds even kijken of we het toch niet in huis hadden en toen dat niet het geval bleek te zijn, schreef ik het opnieuw op, vergetend dat ik het  al op het briefje had geschreven . Een begin van Alzheimer dus.

En over Alzheimer gesproken, vorig week was er aan de deur een dame die collecteerde voor de Alzheimer-stichting. Nadat ze had uitgelegd waarvoor ze kwam, zei ik: “Ik zal maar niet zeggen dat u hier vanochtend ook al aan de deur was”  Aan haar blik kon ik zien, dat ik dat inderdaad niet moest zeggen. Ik heb daarom maar een paar euro extra gegeven en bij deze alsnog excuses. Ik zal zulke flauwe grappen niet meer maken. Dat kan ik u op een briefje geven.

 

 

Netwerken

In de jaren negentig begon KPN Telecom met een management development programma. Er werden talentvolle net afgestudeerde jonge academici in dienst genomen, die een speciaal programma volgden. Ze mochten naar allerlei dure cursussen en deden ondertussen werkervaring binnen het bedrijf op. Meestal zaten ze één of hooguit twee jaar op een afdeling, waarna ze, als ze voldeden, ergens anders in een hogere functie te werk werden gesteld. De bedoeling was dat deze ‘high potentials’ uiteindelijk de toekomstige managementlaag van KPN zouden vormen.

Ook wij hadden een tweetal md’ers – zo werden ze genoemd – op onze afdeling. Eén van hen, ik zal hem P. noemen, was een aardige maar erg ambitieuze jongen. Hij wist precies hoe je de top van het bedrijf kon bereiken. “Netwerken Martin, je moet netwerken.” zei hij. P. netwerkte dan ook volop. Op een dag was er een afscheidsreceptie van een oud-collega. Ik vroeg aan P. of hij mee ging. “Komen er ook belangrijke mensen?” vroeg hij. “Zou kunnen. Er zullen wel een hoop mensen uit het financiële werkveld komen.” zei ik. ‘Ok, dan ga ik mee, misschien kan ik nog wat netwerken.

000000-kpnHet voormalige hoofdkantoor van KPN in Den Haag

Toen we de receptie binnen liepen, zag ik Ton staan. Ton was iemand waarmee ik tijdens de verzelfstandiging van KPN in diverse werkgroepen had gezeten. Het was een aardige buitengewoon slimme man. Hij kon heel goed en heel snel rekenen. Ton zag mij en liep enthousiast op me af. “Hé Martin, dat is een tijdje geleden. Hoe is het met jou?” vroeg hij. “Goed” zei ik “Mag ik je even voorstellen aan P. Hij is één van onze nieuwe veelbelovende medewerkers.” “P. dit is Ton, ik heb vroeger met Ton in allerlei werkgroepen gezeten.

Terwijl Ton en ik over vroeger begonnen te praten, keek P. om zich heen. Hij was duidelijk niet echt  geïnteresseerd in iemand waarmee ik vroeger in werkgroepen had gezeten, iets wat ik overigens wel kon begrijpen. Na een minuutje zei hij: ‘Ik ga even rondlopen Martin. Netwerken.” Hij liep naar een groepje mensen toe, waar een andere md’er overdreven stond te lachen om de grap van een assistent-controller die ik kende. “Een md’er?” vroeg Ton. Toen ik dat bevestigde, moesten we allebei lachen.

Na afloop van de receptie liep ik met P. weer terug naar onze afdeling. “En?” vroeg ik “heb je nog een beetje kunnen netwerken?” “Niet echt” antwoordde hij “Er waren niet veel belangrijke mensen”. “Oh, heb je dan niet de nieuwe financiële directeur van KPN Telecom gezien?” “Wat, was die er ook? Wie was dat dan?” vroeg P. verbaasd. “Daar loopt hij nog.” zei ik en wees naar iemand die een twintigtal meters voor ons uit liep. Het was Ton. “Wat? Is hij de nieuwe financiële directeur? Maar hij zat met jou in werkgroepen?” Ik grijnsde. “Ja, hij was meestal de voorzitter en was toen al vrij hoog in de organisatie. Maar je ziet dat als je met mij netwerkt, je het ver kan schoppen in dit bedrijf”. P. keek me met open mond aan.

P.  vertrok na een jaar bij onze afdeling. Hij maakte een goede carrière binnen KPN. Op een gegeven moment vertrok hij voor KPN naar het buitenland en verloor ik hem uit het oog. Op LinkedIn zag ik later dat hij op een gegeven moment KPN had verlaten. Hij was nu zelf financieel directeur bij een redelijk bekend bedrijf. Ongetwijfeld dankzij netwerken.

De bordjes van Decathlon

Zaterdag was ik met Marianne en de jongste dochter in de Decathlon in Rotterdam. Dat is een Franse sportwinkelketen die ook een zestiental vestigingen in Nederland heeft. De dames hadden nieuwe sportkleding nodig. Ik niet, mijn sportkleding is nog lang niet versleten.

Omdat het uitzoeken van kleding bij de dames iets is wat een zorgvuldig proces vereist, had ik uitgebreid de tijd om door de zaak te lopen en de bordjes bij de verschillende sportattributen te bestuderen. Daar waren er heel veel van, want het was een grote zaak. Voor haast elke doelgroep had Decathlon wel een product.

Uit de categorie wandelschoenen voor heren:

000000-d1aWandelschoenen geschikt voor: ‘heren die 2 tot 3 keer per week en/of drie kwartier tot 1 uur aan een stuk sportief wandelen bij droog weer’.

Uit de categorie ski-onderbroeken voor dames:

000000-d4Dames skionderbroeken: ontworpen voor skiesters en snowboardsters op zoek naar een heel warme en technische driekwart skionderbroek.”

Dat “warme” snap ik, dat “driekwart” ook, maar dat ‘technische’? Sinds wanneer zijn onderbroeken technisch? De mijne in ieder geval niet.

Ik moet trouwens zeggen dat Decathlon voor wat betreft de informatiebordjes er zich niet met een Jantje van Leiden vanaf had gemaakt. Bij elk product stond naast een beschrijving waarin stond aangegeven voor wie het product geschikt was ook wat de belangrijkste eigenschappen van het product waren.

000000-d1 (“Stijfheid: De flex van 95 kan dalen tot 85 voor meer vergevings-gezindheid.”; “Heel gemakkelijk aan te trekken dankzij de bi-injectie schaal”; “Goed isolerend om de warmte vast te houden”)

Ik moet eerlijk zeggen dat ik van het bovenstaande niet alles goed begreep (de warmte wel maar de rest niet – die stijfkoppige skiër moet wat meer vergevingsgezind zijn?), maar ik ben dan ook geen gevorderde skiër die op zoek is naar stijve schoenen voor een goede krachtoverbrenging.

000000-d skiGeschikt voor skiërs die achterwaarts skiën met de ski’s in een hoek van negentig graden

Soms moest ik wel even nadenken wat ze bedoelden te zeggen. Neem deze jas, die is: “Gemakkelijk op te vouwen in de linkerzak

000000-d5Gemakkelijk op te vouwen in de linkerzak dankzij een rits met dubbele runner

Heel even dacht ik dat als je met zijn tweeën was en je droeg allebei zo’n jas, dat de ene dan zijn jas uit kon doen, deze vervolgens kon opvouwen en dan bij de ander in de linkerzak kon stoppen. “Waarom zou je dat willen doen?” vroeg ik me af. Totdat ik me realiseerde dat die linkerzak bedoeld was als opbergsysteem voor de jas zelf. (Waar laat je trouwens daarna die linkerzak?)

Uiteraard heb ik de bordjes ook even gecontroleerd op taalfouten. Ik moet zeggen dat ik weinig spelfouten zag.

000000-d0

Uiteraard moet hier ‘verspreidt’ staan en niet ‘verspreid’. Je zegt ook niet ‘je loop’. Maar veel meer spelfouten zag ik niet. Wel her en der krom Nederlands en verkeerde voorzetsels. Dat kwam waarschijnlijk doordat de zinnen vertaald of te veel ingekort waren.

Ook viel het me op dat een hoop spullen waren ontworpen door mensen die zich echt in de klanten konden verplaatsen. Zo hadden ze het onder andere over:

  • Ons team van fervente hikers …
  • Onze ontwerpers die ook zelf skiën …
  • Onze team van ontwikkelaars, stuk voor stuk ouders van jonge skiërtjes …
  • Onze ontwerpers die zelf aan gym doen …

000000-d 00

Tot zover deze blogpost over de bordjes van Decathlon, geschreven door een schrijver die zelf ook blogposts schrijft.

Een spinnetje

Zittende op de wc – altijd goed om de omstandigheden en de situatie te beschrijven –  zag ik op de grond een spinnetje. Het was een dun donker spinnetje niet heel erg groot. Ik keek naar het beestje. Het bewoog langzaam een beetje heen en weer.

0000 spinEen kerkzesoog, ook wel een Florentijnse muurspin genoemd; het is een spin uit de familie zesoogspinnen; de meeste spinnen hebben acht ogen. Deze spinnensoort komt ook in Nederland en België voor maar het was niet de spin in ons toilet;  foto; Luis Miguel Bugallo Sánchez; Wikipedia

Ik vind spinnen niet eng. Het zijn nuttige beesten. Ze vangen allerlei soorten insecten, vooral vliegen en muggen, dus van mij mogen ze hun gang gaan zolang het er maar niet te veel worden. De dames in huis vinden spinnen echter helemaal niets. “Haal hem weg” roepen ze in koor als ze weer eens een spin in huis zien. Zelf weg halen, ho maar, en oh wee, als ik het niet direct doe, dan worden ze spinnijdig – ok deze woordspeling lag te voor de hand, sorry,

Ik kijk naar het spinnetje en besluit om het beestje toch maar weg te halen. De wc is een te kritisch plek. Sorry beestje. Ik pak een wc-papiertje en pak de spin met het papiertje op. Maar als ik vervolgens  in het papiertje kijk, zie ik helemaal niks. Ik kijk op de grond. De spin zit er nog steeds. Dan pas zie ik dat ik heb geprobeerd om een schaduw op te pakken. Tja, dat lukt natuurlijk niet. Het beestje zelf hangt hoog bij de lamp aan een draadje. Je redt je leven spin, zeg ik tegen het beestje en laat hem bij de lamp hangen.

Benieuwd hoe lang het duurt voordat één van de dames gilt dat er een spin in het toilet zit.

 

 

Boemkool

Gisteren maakte deze driesterrenkok een ovenschotel met bloemkool en een saus van Maggi klaar.

000000-boemkool 2

Ik liet Marianne het zakje zien. Deze bekeek het en zei: “Ben je niet een ingrediënt vergeten?”  Ik keek naar het boodschappenlijstje op het zakje. Ze had gelijk. Er had geen bloemkool door gemoeten maar boemkool.

000000-boemkool

Boemkool is een gevaarlijke groente. Ze ontploffen soms met een luide knal.

Een bloeiende plant

Tot mijn taken als huisman behoort ook het geven van water aan de planten. In functioneringsgesprekken met Marianne krijg ik soms wel eens wat opbouwende feedback ten aanzien van dit punt: “Geef je de planten wel water?” Vaak verwijst zij daarbij naar een grote kamerplant in de hoek die regelmatig gele bladeren vertoont, hoe goed ik ook mijn best doe.

We hebben die plant al minstens dertig jaar in huis en nog nooit heeft die gebloeid. Tot vorige week, toen begon hij opeens te bloeien. Ik wist niet eens dat hij dat kon. Volgens Marianne was het een slecht teken. Vlak voordat planten dood gaan, gaan ze volgens haar soms bloeien. Dit in een uiterste poging om nog zaad voor nakomelingen te maken. Kortom, het was niet best.

0000 plant ajax

0000 plant 2

We hadden eigenlijk geen idee wat voor een soort plant het was. Hij had wel iets van een Yucca maar had daarvoor een te dikke stam. De stam zou op zijn beurt wel weer passen bij een palm, maar daarvoor had hij weer de verkeerde bladeren.

Marianne zocht daarom op internet wat voor een plant het kon zijn, maar ze kwam er niet goed uit. Ik, de grote plantenkenner, wist echter direct te achterhalen wat voor een soort plant het was: een Dracaena Massangeana. (Dat las ik althans op het kaartje dat bij de stam stond en dat Marianne over het hoofd had gezien.)

0000 plant 3

Op internet was wel wat informatie over de plant, zijn bloei en zijn verzorging te vinden. Een paar citaten:

Dracaena massangeana staat in Nederland ook bekend onder de naam Drakenbloedboom. Oorspronkelijk komt de Dracaena uit Afrika, maar de plant komt ook voor in de tropen van Azië en Midden-Amerika. Dracaena is afgeleid van het Griekse ´drakaina’, wat vrouwtjesdraak betekent. Dat deze planten ooit zo zijn genoemd, is het gevolg van het feit dat een aantal Dracaena-soorten rood sap bezitten. Vroeger werd gedacht dat dit drakenbloed was. In het wild kan de plant wel vijftien meter hoog worden.”

De Dracaena is een gemakkelijke kamerplant die goed op een standplaats kan staan in de half schaduw. Hiernaast verlangt hij weinig onderhoud en andere specifieke handelingen. De Dracaena staat in de lijst van de NASA als een van de meest luchtzuiverende planten. Deze plant zuivert de lucht beter dan de gemiddelde plant. Dit maakt deze plant ook uitermate geschikt voor binnenbeplanting in kantoren of andere bedrijfsruimten.

De Dracaena’s kunnen in een enkel geval tot bloei komen in woonkamers, het ene soort lukt dit makkelijker dan de andere. Het is echter vaak geen mooie bloem en ook de geur kan overheersen”.

Ook las ik nog wat over die gele bladeren: “Geel blad is een teken dat een Dracaena teveel water krijgt. Hierdoor slaan de wortels dicht van deze kamerplant en wordt er geen water en voeding meer opgenomen. Ook kan dit zich uiten in bruine bladeren. Laat de grond van uw kamerplant eerst opdrogen en geeft daarna pas nieuw water.”

 Ik geef ze dus helemaal niet te weinig water maar te veel! Tot slot trof ik nog dit aan op internet:

De Drakenbloedboom is volgens de Feng Shui leer een plant die positieve chi in huis brengt. De Chinezen zeggen dat als de Breedbladige Drakenbloedboom bloeit, deze welvaart brengt.”

Aha, een positieve chi! Dat is mooi, ook al heb ik geen idee wat dat mag zijn. Die welvaart is in ieder geval welkom!

Het dagelijks leven

1

Gisteren de griepprik wezen halen. De dokter zei dat ik veertien dagen lang geen huishoudelijk werk mocht doen. Ik vond dat vreemd. Dat Marianne mij niet geloofde, vond ik daarentegen weer niet zo vreemd.

2

Mijn schoonzus was jarig. Vroeger kreeg je dan van vrienden en bekenden een verjaardagskaartje. Tegenwoordig gaan de felicitaties per mail. Bij één mailtje was in het vakje ‘onderwerp’ de letter A weg gevallen. Dat geeft toch een heel ander soort mailtje.

000 mail

3

Ik liep een rondje door de wijk. Bij een verzorgingsflat met aanleunwoningen werd een aanleunwoning ontruimd. Er stond een wagen van de kringloopwinkel voor de deur, maar de meeste spullen, waaronder een vogelkooitje (ach waar is het beestje gebleven), werden bij het grofvuil gezet. Een oudere en een jongere vrouw liepen samen vlak voor me uit. De jongere vrouw droeg een oud kastje. Vermoedelijk was zij de dochter van degene waarvan de flat was ontruimd. Omdat ze zo vlak voor me liepen, kon ik hun gesprek volgen.

Met een beetje poetsen, ziet dat kastje er zo weer goed uit” sprak de oudere vrouw. De jongere vrouw knikte. Ze keek bedachtzaam naar het kastje, alsof ze zich zat af te vragen of ze het toch niet moest houden.

Zo’n rollator is wel handig in huis, maar je moet er wel de ruimte voor hebben”.  Blijkbaar was de oudere vrouw ook een rollator aangeboden, maar hoefde ze die (nog) niet. Zo te zien was het ook nog niet nodig. Ze was nog goed te been.

En het hondje, wat gebeurt daar nu mee?” vroeg de oudere vrouw. “Daar hebben we een goed adres voor gevonden” zei de jonge vrouw. “Ze liep vaak met dat hondje” zei de oudere vrouw.

Ze sloegen rechtsaf. Ik keek nog een keertje over mijn schouder. Ik zag ze een aanleunwoning binnen lopen. Hoe lang zou het duren voordat het kastje daar weer uit gedragen zou worden?