Category Archives: Dagelijks leven

Gelezen voor u

1. Gelezen op een bord bij een terrasje in Amsterdam: ‘Als u drinkt om te vergeten, wilt u dan vooraf afrekenen’

2. Gelezen een levensreddend verhaal op het twitteraccount van Taalvoutjes

taalfoutje

3. Gelezen op een boekenlegger: ‘Een tweede druk is veel zeldzamer’.

Dat laatste kan ik beamen. Van mijn vijf boeken hebben er vier nooit een tweede druk gehaald. Het hangt natuurlijk ook af van de grootte van de eerste oplage . Van ‘Het Nutteloze Kennisparadijs’ liet de uitgever er 2500 stuks drukken. Er werden er 1500 van verkocht. De overige 1000 verdwenen naar De Slegte. Daar was het een groot succes. Het haalde zelfs de eigen top 10 van De Slegte van best verkopende boeken aldaar. Was de eerste druk beperkt tot 500 exemplaren dan had het boek een tweede of misschien wel een derde druk gehad.

Alleen ‘De Titanic’ uit 2012 kent meerdere drukken. Wat heet, we zijn nu al ruim over de duizend drukken heen. Dat komt omdat het een  ‘print on demand’ boek is. Elke keer als een toekomstige lezer het via de boekhandel of via internet bestelt, dan wordt het apart gedrukt en daarna afgeleverd.

titanic

Al meer dan 1000 keer herdrukt!

 

Aart Staartjes

Aart Staartjes is overleden. Hij bezweek gisteren aan de gevolgen van een verkeersongeluk in Leeuwarden. Het gebeurde op zo’n 100 meter afstand van het huis van mijn schoonzus en zwager, maar ze hadden van het ongeluk niks meegekregen.

Er zijn van die mensen die je al heel lang ‘kent’ van de televisie. Aart Staartjes was zo’n iemand. In mijn geval al meer dan vijftig jaar. De eerste keer dat ik hem op de televisie zag, was in de jaren zestig. We waren net van Apeldoorn naar Diepenveen verhuisd. In Apeldoorn had ik een paar jaar op zondagsschool gezeten, maar in Diepenveen hoefde dat niet meer. Mijn ouders lieten mij toen zelf de keuze of ik nog naar de zondagsschool wilde of niet. Dat was een makkelijke keuze. Ik had al genoeg verhalen uit de bijbel gehoord. Ik ging liever tv kijken en voetballen met vriendjes.

De allereerste zondag dat ik niet naar de zondagsschool hoefde, zette ik de televisie aan. Daar verscheen Aart Staartjes in beeld. ’Woord voor woord’ heette het programma. Hij vertelde verhalen uit de bijbel. Had ik weer. Dan maar naar buiten om te voetballen.

00000000 aart staartjesAart Staartjes ten tijde van ‘Woord voor Woord’

Daarna scheidden onze wegen zich gedurende lange tijd. Ik werd ouder en Aart Staartjes ging vooral kinderprogramma’s maken zoals de Stratemakeropzeeshow, De film van Ome Willem, J.J. de Bom voorheen de Kindervriend en het Klokhuis, allemaal kinder-programma’s die ik dus niet keek. Vanaf 1984 was hij te zien als meneer Aart in Sesamstraat. Ook regisseerde en presenteerde hij de intocht van Sint Nicolaas. Hij zou dat laatste meer dan twintig jaar doen.

00000000 aart staartjes 2Aart Staartjes achter op de fiets bij Joost Prinssen en Wieteke van Dort in De Stratemakeropzeeshow in 1973; foto Beeld en Geluid.

In de jaren negentig kregen Marianne en ik twee dochters en daar kwam meneer Aart weer in mijn leven. Dit dankzij Sesamstraat en de Sinterklaasintochten die ik samen met de dochters keek. Heel vaak zagen we hem mopperend op een bankje zitten.

00000000 aart staartjes 3Meneer Aart in Sesamstraat. Beeld afkomstig uit een filmpje op YouTube.

Maar nu is hij dus overleden. Allerlei nieuwsmedia, en ik dus ook, herdenken hem op hun eigen manier. Zo plaatste de site van de Volkskrant opnieuw een interview dat ze met hem in 2017 hadden. In dat interview vertelt hij onder andere dat hij met zijn dochter al meer dan dertig jaar geen contact had en dat hij haar twee kinderen nog nooit heeft gezien. Dat had onder andere te maken met een ruzie die hij met zijn schoonzoon had. Uit het interview:

‘Dat heeft met haar man te maken, een man die ooit Pino speelde in Sesamstraat, toen ik daar redacteur was. Bij een filmproductie van mij had hij Saskia, mijn dochter, ontmoet en ze kregen verkering. Een paar jaar later werd hij ontslagen, omdat hij weigerde de aanwijzingen van de regisseur op te volgen. Hij speelde een scène met Piet Hendriks, toen de opa van Sesamstraat. Het was net in de periode dat ik als redacteur Sesamstraat wilde moderniseren – de regisseur was de baas, niet de acteurs. Maar toen de regisseur zei dat Piet en Pino van plaats moesten ruilen, weigerden ze dat. Ze waren allebei hun baan kwijt. Via mij probeerde die man in Pino zijn baan terug te krijgen, maar ik heb hem niet geholpen. Dat heeft hem erg gekwetst, denk ik. Door mijn dochter tegen mij op te zetten, heeft hij me dat betaald gezet. Hij zei: als je niet meewerkt, krijg je je kleinkinderen nooit te zien. En ik heb ze inderdaad nooit mogen zien.’

Dit is natuurlijk maar één kant van het verhaal, maar het is triest. Niet alleen voor Aart Staartjes maar ook voor die kleinkinderen. Ik vraag me bijvoorbeeld af of die kinderen bij het kijken naar Sesamstraat of de Sinterklaasintocht wisten dat meneer Aart hun opa was.

Ik heb gisteren ook twee keer moeten lachen. De eerste keer was tijdens een tv-interview dat de EO gisterenavond naar aanleiding van het overlijden van Aart Staartjes herhaalde. Tijs van den Brink interviewde hem in een aflevering uit de reeks ‘Adieu God’ over zijn relatie met religie. In het programma vroeg hij hoe Aart Staartjes zijn toenmalige huwelijksproblemen met zijn vrouw had aangepakt. Hij keek bij het stellen van die vraag met een gezicht waarop af viel te lezen dat hij verwachtte dat God hierbij een grote rol had gespeeld, maar Aart Staartjes antwoordde broodnuchter: “We zijn gaan scheiden.”

De tweede keer dat ik moest lachten was toen ik op de Wikipedia opzocht wie de stem van Tommy was in Sesamstraat. In het interview van Aart Staartjes met de Volkskrant kwam namelijk dit stukje over de liedjes in Sesamstraat voor: “Zo’n Sesamstraat-liedje van Tommie: Dood zijn duurt zo lang. Die titel alleen al. En dan met dat stemmetje van ‘m. Och. Dat-ie zingt dat hij het zal missen als hij niet meer hoog op de schommel kan zitten. Dat ontróért je

De Wikipedia bevat een aparte pagina over Tommy uit Sesamstraat. Daar staat niet alleen dat Bert Plagman al sinds 1979 de rol en de stem (“Poehee”) van Tommy voor zijn rekening neemt, maar daar valt ook het volgende te lezen:

Aangezien de acteur zijn rechterhand gebruikt om Tommies hoofd en mond te bewegen, en zijn andere hand voor de linkerhand van de pop, is er een tweede persoon nodig die Tommies rechterhand speelt. Voorheen werd de rechterhand bewogen door Catherine van Woerden, Renée Menschaar en later door Judith Broersen. Deze drie spelen inmiddels respectievelijk Ieniemienie, Pino en Purk. Tegenwoordig wordt Tommies rechterhand bespeeld door Daphne Zandberg.”

Om die laatste zin moest ik vreselijk  lachen. Ik heb nog nooit gehoord van Daphe Zandberg en ik hoop oprecht dat ze nog heel lang onder ons mag zijn, maar ik zag het ‘in memoriam’ bij haar overlijden al voor me. “Ze bespeelde langere tijd de rechterhand van Tommy.”  

Enfin, Aart Staatjes is overleden. Als eerbetoon voor hem het liedje ‘Dood zijn duurt zo lang’. De muziek is van Harry Bannink, de tekst met de schitterende regels:“Het is niet fijn om dood te zijn. Soms maakt me dat een beetje bang. Het doet geen pijn om dood te zijn, maar dood zijn duurt zo lang” van Willem Wilmink.

00000000 aart staartjes 4(Op het plaatje klikken om naar het filmpje op YouTube te gaan.)

Dank U

Waarschuwing: het lezen van deze blogpost kan leiden tot een ernstig geval van het ‘stuck song syndrome’.

Op de labeltjes van Pickwick thee staan sinds een jaar of drie vragen. In het kader van ‘Neem de tijd’ wil Pickwick ‘mensen inspireren om de tijd te nemen voor grote én kleine vragen die het waard zijn om gesteld te worden’.  

Je kan ook zelf “een persoonlijke vraag voor een dierbare” op de  theelabels laten drukken. Per week gebeurt dit meer dan 1000 keer.

0000 thee 11

Volgens dit artikeltje uit januari 2017 op de site van Douwe Egberts – de eigenaren van Pickwick – hadden drie maanden na de start van de actie al 212 mensen via een theelabeltje aan hun partner gevraagd of ze met hen wilden trouwen. (Je zou maar een dergelijke actie hebben voorbereid en je partner antwoordt op de vraag of hij/zij een kopje thee wil: “Nee, doe maar koffie.”)

Opmerkelijk was ook dat vijftien mensen de vraag kregen voorgelegd ‘Wil je met mij een kindje?‘ en voor negen mensen was die vraag al beantwoord, want die lazen:  ‘Ik ben zwanger!

Enfin, op mijn theelabel stond vanochtend: ‘Waar ben je het meest dankbaar voor?’

0000 thee

Pats! Boem! “Dank u voor deze nieuwe morgen, dank u voor deze nieuwe dag.” Dank U dat ik met al mijn zorgen bij U komen mag.” Daar was hij weer. Het Danklied.

Heel lang geleden heb ik als kleine jongen een aantal jaar op een zondagsschool gezeten. Daar leerde ik niet alleen dat als je lachte onder het bidden, je drie weken van de zondagsschool werd gestuurd, maar ook het Danklied. Als je dat lied eenmaal in je geheugen hebt zitten, dan krijg je dat de rest van je leven er niet meer uit.

Het Danklied is een lied waarin God voor alles en nog wat wordt bedankt: “Dank U voor alle bloemengeuren, dank U voor ieder klein geluk, dank U voor alle held’re kleuren, dank U voor muziek.”  Het gaat maar door met als kers op de taart de slotregel: “Dank U dat ik U danken mag.” Het is een echte oorkruiper. Als je zo’n liedje eenmaal in je hoofd hebt, dan krijg je het er niet meer uit.

Er is zelfs een wetenschappelijke naam voor dit fenomeen, het zogenaamde  ‘stuck song syndrome’, oftewel ‘het vastgeklonken-liedjes-syndroom’. (Zie bijvoorbeeld dit artikel uit 2012). Volgens de (in 2015 overleden) Britse neuroloog  Oliver Sacks wijst de eindeloze herhaling op een dwangmatig proces.  ‘Het is alsof de muziek een deel van het brein heeft ontwricht. De liedjes verdwijnen wel, maar een associatie is genoeg om de jukebox weer op gang te brengen‘, aldus het artikel.

Bij mij was het theezakje van Pickwick de associatie. Nu heb ik dus weer de hele dag ‘Dank u voor deze nieuwe morgen” in gedachten. Nu schijnen er methoden te zijn om het te stoppen. Zo zou je een liedje kunnen laten verdwijnen door het in je hoofd helemaal uit te zingen. ‘Dan wordt de melodische spanning als het ware opgelost.‘  Maar dat werkt bij mij niet met het Danklied. Er is elke keer weer een nieuwe morgen die bedankt moet worden.

Een andere methode om het te stoppen is het hardop zingen van  een ander liedje, bij voorkeur eentje met een langzame melodie. Het Wilhelmus schijnt een goed lied hiervoor te zijn. Dus als u vandaag iemand voorbij ziet fietsen, die luidkeels het Wilhelmus aan het zingen is, dan ben ik dat.

Maar vooralsnog zit het Danklied in mijn hoofd. Pickwick, je wordt bedankt!

2020

Het nieuwe jaar is begonnen. Het is nu 2020. Hoe spreek je dat eigenlijk uit? Als ‘tweeduizendtwintig’, ‘tweeduizend en twintig’ of gewoon twintigtwintig? Dat laatste schijnt het meest populair te zijn.

Vandaag is het 2 januari 2020 oftewel 02-01-2002. Dat is wel een mooie datum maar natuurlijk niet zo mooi als die van over een maand. Dan is het 02-02-2020. Ik zou niet verbaasd zijn als er veel mensen op die datum trouwen. Zo waren er op 02-02-2002 ook allerlei mensen die het leuk vonden om op die datum te trouwen, onder andere dit stel.

0000 WA Max

Het is trouwens maar goed dat we een decimaal getallenstelsel hanteren en geen binair stelsel, want in zo’n stelsel zou de datum 02-02-2020 gelijk zijn aan 1-1-11111010010, niet echt een lekkere datum om te onthouden.

De vorige keer dat je zo’n mooi jaargetal had was 1919. De mensen die in dat jaar geboren zijn (onder andere mijn vader) en die nog leven (mijn vader helaas niet meer) worden dit jaar 101. Dat is ook een mooi getal.

Met een leeftijd van 101 behoor je tot ‘de eregalerij van de oude glorie’ zou Barend Barendse (een mooie naam in dit kader) zeggen. Voor wie niet weet wie Barend Barendse is – hij overleed in 1981 – , dat was een Nederlandse sportverslaggever en presentator.

0000 bb

Tussen 1972 en 1979 presenteerde hij iedere zaterdagmiddag op Hilversum 3 van 2 tot 4 uur een radioprogramma. Het meest populaire onderdeel hiervan was de ‘Eregalerij van de Oude Glorie. Dat waren felicitaties aan echtparen die vijftig, zestig of zeventig jaar getrouwd waren, en aan mensen die 90 of 100 jaar of ouder waren geworden. Deze kregen allemaal een plekje in de rubriek ‘Eregalerij van de Oude Glorie’.

Even tussendoor, over Barend Barendse bestaat een mooi anekdote uit zijn tijd dat hij sportverslaggever was. In 1958 gaf hij voor de radio verslag van  Olympia’s Tour, een meerdaagse wielerwedstrijd door Nederland. Dit deed hij vanuit een auto die voor de renners uit reed. Zijn informatie kwam via de mobilofoon van de wagen die bij de renners reed. Vanwege de gebrekkige techniek was afgesproken dat hij niet de namen, maar de rugnummers zou doorkrijgen. Op een gegeven moment kreeg hij  vanuit Hilversum te horen: “Pflimlin is gevallen”. Barend Barendse was in de veronderstelling dat het om een wielrenner ging en reageerde  met “Aan namen heb ik niks, rugnummers moet ik hebben”. Het ging echter om Pflimlin de Franse premier, wiens kabinet  was gevallen.

Maar goed , terug naar de mooie datums, ook 19 januari 1919 was natuurlijk een mooie datum om te trouwen, maar dat was een zondag, dus ik gok dat er in Nederland die dag niet werd getrouwd.

Zelf zijn Marianne en ik getrouwd op 26-08-1988. Niet echt een mooie dag. Om misverstanden te voorkomen, dat bedoel ik uiteraard qua datum.

 

Kopspijkers

Niet alleen nu maar ook 25 jaar geleden hield ik mij al bezig met allerlei nutteloze zaken. Zo hield ik in 1994, het jaar dat Marianne zwanger was van onze tweede dochter, bij wat voor namen andere ouders hun kinderen gaven. Tegenwoordig toets je daar een zoekopdracht op Google voor in, maar in 1994 ‘onderzocht’ ik dit aan de hand van de geboorteadvertenties in de Volkskrant en de zaterdagkrant van de NRC.

Begin 1995  – ik had die gegeven nu eenmaal toch – maakte ik een top tien van die verzamelde namen en stuurde ik die op naar de Volkskrant. Om de kans op plaatsing van mijn brief wat te vergroten, deed ik dit namens de (niet bestaande) vereniging VIENO. Dat stond voor de Vereniging van Interessante Edoch Nutteloze Onderzoeken.

De brief kreeg een ereplaatsje op de pagina met ingezonden brieven en tot mijn grote verbazing werd ik vervolgens gebeld door liefst drie televisie-programma’s en vier radiostations met de vraag of ik bij hen in het programma wat wilde komen vertellen over de VIENO en het namenonderzoek.  (Ik heb vier geleden hier een keer uitgebreid over geschreven – zie hier.)

In twee radioprogramma’s (een programma van de AVRO en eentje van de regionale omroep Utrecht) was ik te horen. De televisie-programma’s deed ik echter bewust niet. Volgens mij zou ik daar noch de kijkers noch mijzelf een plezier mee doen.

Zo was één van de tv-programma’s die belde Kopspijkers – het heette toen nog geloof ik Spijkers – van Jack Spijkerman. Dat was een erg populair satirisch programma met daarin grappige tv-filmpjes,  cabaretiers die bekende mensen nadeden, een quizje met twee bekende Nederlanders die als ze een antwoord goed hadden op een spijker in een tafel mochten slaan en een onderdeel met – ik citeer nu  even de Wikipedia –  “voorgekookte interviews met UFO-deskundigen, helderzienden en andere makkelijke mikpunten van spot”.  Dat laatste zei de redacteur die mij belde er niet bij, maar ik kende het onderdeel als trouwe kijker en mooi dus dat ik voor de eer  bedankte. (Pas in 2012 zou ik als “Titanic-deskundige” – je heb nutteloze kennis of niet –  in Pauw en Witteman op tv te zien. )

Van de week speelden wij met de dochters het spelletje 30-Seconds. Dat is een spelletje waar twee teams tegen elkaar spelen. Je krijgt een kaartje met vijf begrippen er op. Dat kunnen zaken zijn als namen, films, sporten, gebeurtenissen, plaatsen enzovoorts, enzovoorts. Het ene teamlid moet het begrip omschrijven, de andere moet het raden.  “Land beneden Nederland” brult de ene “België” roept dan de andere dan. Je hebt 30 seconden voor elk kaartje met vijf begrippen. Voor elk goed antwoord krijg je een punt.

Op een gegeven moment was de oudste dochter aan het beurt om de omschrijvingen te verzinnen, de jongste moest raden. “Presentator Kopspijkers” zei de oudste.  “Jack van Gelder” antwoordde de jongste. “Goed” zei de oudste. Wat??? Ze hadden het allebei fout maar ze hadden het begrip wel goed – er stond inderdaad Jack van Gelder op het kaartje. In plaats van een punt hadden ze een strafpunt verdiend vonden Marianne en ik, maar triomfantelijk schoven ze hun poppetje een plaatsje verder op het bord.  Tja ….

0000 jacksJack Spijkerman en Jack van Gelder; hoe haal je ze uit elkaar. (Foto’s WIkipedia)

 

Nederland wordt volgebouwd

Dit is een satellietfoto van de NASA uit 2016

000 nedrland

Rechtsboven ligt Leiden, iets daaronder naast die donkerblauwe vlekken – dat is Vlietlanden – ligt Voorschoten. Gaan we iets verder naar het zuidwesten dan komen we eerst de  Vogelplas Starrevaart tegen, dat is die bruine plas. Dat was ooit een zandafgraving voor de A4 (dat is de weg die je ziet rechts van die blauwe vlekken), maar is nu een vogelplas. Dan kom je Leidschendam tegen en dan aan de kust Den Haag. (Die inham aan de zee helemaal links is de haven van Scheveningen.)

Vorige week fietsten wij van Leidschendam naar Voorschoten, daartussen ligt  een klein groen gebiedje, maar lang zal dat niet duren. Er staan daar allerlei nieuwbouwprojecten gepland, zagen we. Nederland wordt volgebouwd. Over een jaar of tien ziet deze foto er weer heel anders uit.

p.s. wie heel goede ogen heeft, kan op deze foto ook ons huis zien.

 

De taart verlaten

In de film ‘Singin’ in the Rain’ uit 1952 springt Debbie Reynolds op een gegeven moment uit een taart.

00 singing in the rain

Het idee van mensen die uit een taart springen is al best oud. Zie bijvoorbeeld deze dame die op een tekening uit 1895 uit een taart te voorschijn komt.

00 taart meisje

Nu hebben de makers van Heel Holland Bakt bedacht om dit idee in het nieuwe seizoen ook weer eens van stal te halen. Althans als ik het verslag van de eerste aflevering in het ‘AD on line’ mag geloven. Ene Ingmar moet  “de taart “verlaten.

00 taart

Dat hij niet zag aankomen dat hij een taart moest verlaten, kan ik me voorstellen.

Een omgedraaid standbeeld

Gisteren liepen mijn oudste dochter en ik voorbij Paleis Noordeinde toen we daar een groep toeristen zagen staan. Eentje had ondanks dat het een droge dag was een paraplu bij zich die ze (dichtgeklapt) omhoog stak. Ongetwijfeld was ze een gids die een rondleiding gaf.

0 groep

Benieuwd of ze ook het verhaal vertelde van het standbeeld van Willem van Oranje  dat voor het paleis staat.

0 willem

Willem de Zwijger rijdt hier namelijk naar het paleis toe. Meestal laten dergelijke standbeelden vorsten zien die van de paleizen weg rijden, op weg naar grootste daden. Waarom staat het standbeeld hier dan andersom?

Dat komt omdat Wilhelmina, die voor WO II een tijdje in het paleis woonde, er op een gegeven moment geen zin meer in had om telkens naar de kont van het paard te moeten kijken. Ze liet het standbeeld daarom omdraaien.

Nu is het trieste dat Wilhelmina later zelf ook een standbeeld kreeg, dat een plek vond vlakbij dit standbeeld . En waar kijkt ze op uit? Inderdaad op de kont van het paard.

0 wilhelmina

Nu vraagt u zich misschien af, is dit verhaal waar? Ik heb het van mijn dochter en die hoorde het een keer van een gids toen zij met haar werk een keer een rondleiding door Den Haag kreeg. Dus het is waar. Ik heb overigens niet onderzocht of het verhaal klopt. Een goed verhaal moet je niet stuk rechercheren.

We weten waar je woont!

Soms zie ik wel eens een bericht in de krant of op internet staan waar ik hardop om moet lachen. Zo stond er op de site van het AD een interview met striptekenaar Gerrit de Jager. Hij had een keer een dreigbrief ontvangen die eindigde met de angstaanjagende woorden. “We weten waar je woont!

0 schurken

“3 juli 1971;  Opnamen James Bond film ‘Diamonds are for ever’. De schurken mr. Wint en mr. Kidd gespeeld door resp. Bruce Glover (links) en Putter Smith (rechts), lopen over een brug in Amsterdam op zoek naar Gerrit de Jager.” foto Rob Mieremet; Anefo, Nationaal Archief. 

Gerrit de Jager nam de dreigbrief niet zo serieus. Hij was namelijk naar het verkeerde adres gestuurd.

0 verkeerd adres

 

Tekenen dat je oud bent

  • Als je kinderen bij Twee voor Twaalf de muziekvraag wel kunnen beantwoorden en jij niet omdat de vraag over een rapper of een hip-hop artiest gaat.
  • Als je met de glazenwasser staat te praten – “Jammer dat mijn hulp weggaat. Hij was een goede vent, lekker lang” –  en hij vraagt hoe lang we al in dit huis wonen –  22 jaar. De glazenwasser (72 jaar oud) lapt trouwens al 50 jaar in onze wijk de ramen.
  • Als je een brief van je huisarts krijgt waarin hij aankondigt dat hij met pensioen gaat en je opeens bedenkt dat hij al 30 jaar je huisarts is.
  • Als je op dezelfde dag zowel het jaarlijkse contributieverzoek van Amnesty International alsmede een acceptgirokaart voor het abonnementsgeld op de Voetbal International krijgt en je je realiseert dat je al 42 jaar lid bent van AI en al 50 jaar de VI leest.

Volgens deze overheidssite over volksgezondheid heb ik op basis van CBS-cijfers nog een resterende levensverwachting van 19 jaar. Marianne heeft nog 24 jaar, de oudste dochter 57 jaar en de jongste dochter heeft nog 59 jaar voor de boeg.

1 cbs

Dat klinkt zo weinig allemaal. Ik word er helemaal somber van. Maar wacht eens even, ik ben hoogopgeleid! Dat geeft mij volgens dezelfde site vier jaar extra. Niets aan de hand dus.

1 opleiding

Mensen ga studeren. Je wordt er niet alleen slim van maar ook oud!

Ik zit eigenlijk nog in mijn jeugd en wel in de jeugd van de ouderdom.

1 trapTekening van de ‘Trap des Ouderdoms’ van Hendrik Numan (1736-1788)

p.s.  Vorige week ging de muziekvraag bij Twee voor Twaalf niet over een rapper of  een hiphopper maar over een klassieke componist. Die vraag konden we ook niet beantwoorden. Zo oud zijn we ook weer niet.

 

Handje voor de mond

Voetballers hebben er tegenwoordig een handje van om een hand voor hun mond te houden als ze op het veld met elkaar praten.  Ze zijn bang dat televisiestations liplezers in dienst hebben die dan kunnen “horen” wat ze onderling tegen elkaar zeggen.  “Niet meer op Jansen afspelen. Die kan er helemaal niks van!”  Mooie tattoo, waar heb je die laten zetten?” “Ik zei net tegen die rechtsback dat zijn vriendin in bed er helemaal niks van kon. Werd die toch een potje gek” “Ho, ho verzorger doe even rustig aan, ik heb helemaal geen pijn. Ik probeer alleen maar tijd te rekken.” Dat soort uitspraken missen we daardoor.

Dat sommige spelers hun hand voor de mond houden is echter soms toch wel verstandig. Diego Costa van Spanje deed het bijvoorbeeld tijdens de laatste WK in Rusland niet. Ik citeer even een stukje uit de Panorama van 16 september 2018:

Liplezers maken weinig kans bij topcoaches en erkende fluisteraars als Zinédine Zidane, Pep Guardiola en José Mourinho. Daardoor is er steeds minder af te luisteren, of beter: af te kijken, maar af en toe vallen ze uit hun rol. Zoals Fernando Hierro, de interim-bondscoach van Spanje, het afgelopen WK overkwam. Spanje maakt zich klaar voor de penaltyserie tegen Rusland. Hierro informeert bij zijn spelers hoe het lijstje nemers eruit moet zien. Daarna mag Koke van Atlético Madrid zich opmaken voor een strafschop.

Dat vindt Diego Costa, ploeggenoot van Koke bij Atlético, geen goed idee en hij neemt Hierro apart om dat door te geven. “Koke gaat missen.” Maar Hierro luistert niet en Koke mag aanleggen. En jawel, Koke mist. De spelers en technische staf van Spanje kijken schouder aan schouder naar de strafschoppenreeks. Na de misser maakt Diego Costa zich los en hij kijkt zijn coach strak aan. De armen gaan uit elkaar en dan zegt hij: “Ik zei het toch!”

De misser van Koke is een dure, want Rusland neemt de strafschoppen beter en Spanje moet naar huis. Na de uitschakeling wordt de discussie tussen Hierro en Diego Costa dankzij liplezers breed uitgemeten en dat is lullig voor Koke, die dit seizoen bij Atlético weer een kleedkamer moet delen met Diego Costa.

Kortom, soms is het verstandig dat voetballers hun hand voor de mond houden als ze op het veld met elkaar spreken. Misschien was dit hand voor de mond houden ook wel een goed idee geweest voor een aantal wereldleiders toen ze op een receptie op Buckingham Palace over Donald Trump stonden te roddelen.

werleleiders

Justin Trudeau van Canada arriveerde erg laat op de receptie. Dat kwam omdat voorafgaand aan de receptie Donald Trump na afloop van zijn gesprek met Trudeau een persconferentie van meer dan veertig minuten gaf, waarbij Trudeau het onbeleefd vond om tijdens de persconferentie op te stappen en er daarom maar stilletjes naast bleef zitten.

De drie andere wereldleiders waarmee hij in gesprek was – Boris Johnson van Engeland, Emmanuel Macron van Frankrijk en onze eigen Mark Rutte – vonden dat heel grappig. (Op de foto is ook nog net een deel van het hoofd van prinses Anne, de dochter van Koningin Elizabeth te zien.)

Ze hadden echter pech dat een cameraman delen van het gesprek op nam, waarna het filmpje al snel  de wereld rond ging, waardoor ook Mark Rutte, ja, ja,  even als wereldleider te boek stond.

Twee uur eerder was dat nog niet het geval. CNN gaf een live-rapportage van de aankomst van de regeringsleiders bij de receptie. Een verslaggever vertelde wat er ging gebeuren en toen hij uitgesproken was, zei de ‘anchorman’ in de studio dat ze weer bij hem terug zouden komen, zodra de eerste wereldleiders zouden arriveren.

Op dat moment zag je nog net  hoe achter de verslaggever Mark Rutte naar binnen liep.

Black Friday

Vrijdag was het Black Friday, een commercieel fenomeen dat uit Amerika nu ook is overgewaaid naar Nederland. Black Friday is de vrijdag na Thanksgiving. Op deze nationale feestdag in de Verenigde Staten “wordt dank gezegd (traditioneel aan God) voor de oogst en allerlei andere goede dingen“.  Het is traditie om op die dag kalkoen te eten.

Thanksgiving is altijd de vierde donderdag van november. De dag erna geldt als Black Friday.  Veel werknemers hebben die dag vrij (genomen) en de dag geldt als het begin van het seizoen voor kerstaankopen. Veel winkels bieden op Black Friday allerlei kortingen aan wat leidt tot topdrukte in de winkels.

appleDrukte bij de Apple Store op Fifth Avenue in New York op Black Friday 2011; foto JoelbnQUeens; Wikipedia.

Ook in Nederland waren er allerlei winkels die mee deden aan Black Friday, waaronder de Media Markt. De dochter had een nieuw mobieltje nodig. Ze had een Samsung op het oog die ze eerder  voor 209 euro bij de Media Markt had gezien. Ze had “geluk”. De Media Markt had het toestel opgenomen in de Black Friday aanbieding. Het kostte na korting nu nog maar 219 euro, of te wel een tientje meer. Ze hadden eerst de prijs verhoogd om er daarna korting over te geven. Enfin, wij hadden niet anders verwacht van de Media Markt. Zie hier.

Op Black Friday worden vaak aankopen gedaan waarvan je later spijt krijgt. Ik kan er over mee praten. Ooit kocht ik tijdens de ‘Dolle Dwaze Dagen’ van de Bijenkorf een Samsonite koffertje. Ik was op zoek naar een koffertje voor kantoor. Er moesten zowel papieren op A4-formaat in kunnen – KPN had meerdere kantoren in de stad en ik moest regelmatig van het ene naar het andere kantoor  – alsmede, heel belangrijk, mijn boterhammetjes moesten er in mee naar kantoor.

Ik had een mooi koffertje op het oog van een gulden of vijftig – we spreken over de jaren tachtig – toen ik me tijdens de dolle dwaze dagen in de Bijenkorf liet overhalen om een Samsonite koffer – de formule 1 koffer onder de koffers –  te kopen voor 120 gulden.  Normaal kostte dat koffertje meer dan 200 gulden maar gedurende tien minuten was hij afgeprijsd tot 120 gulden. “Er kan een olifant op gaan zitten en nog gaat hij niet kapot”, zei de stalspreker.  Ik was om.

olifantEen olifant gaat op een Samsonite koffer zitten; Uit een reclamefilmpje van Samsonite uit 1976.

Ik kocht het koffertje. Om die zittende olifanten te kunnen weerstaan hadden ze het koffertje echter loodzwaar gemaakt. Ik heb me dan ook jarenlang een breuk gesjouwd met mijn koffertje, dat ik meestal alleen maar gebruikte als boterhamtrommeltje.

Eigenlijk had ik mijn verlies moeten nemen en een lichtere moeten kopen, maar het ding weigerde om kapot te gaan, zodat ik ook niet direct een aanleiding had om dat te doen. Dat had ik natuurlijk wel moeten doen, maar ja als de koffer niet kapot is, dan doe je dat  toch niet zo snel.

En oh ja, nooit een olifant op straat tegen gekomen die op mijn koffertje wilde gaan zitten.

 

Een kleine observatie

Ik fiets door Wassenaar. Vlak voor de fietstunnel onder de Rijksstraatweg (de A44) sta ik even stil. Ik kijk naar een huis en zie door het grote raam een meisje van een jaar of vijftien achter een piano zitten. Schuin achter haar zit een jongeman van in de twintig. Duidelijk een gevalletje van pianoles.

Terwijl het meisje met een ingespannen gezicht afwisselend naar haar handen op de toetsen en naar het boek op de piano kijkt, zit de man achter haar op zijn mobieltje te kijken.  Een beetje gênant.  Maar wie weet, misschien kijkt hij net even op zijn mobieltje om een berichtje te lezen van de volgende leerling, die meldt dat hij  wat later komt. Je weet het niet. Je weet het sowieso nooit met die pianolessen.

de pianoles

Oktober 1945: Tentoonstelling van de Binnenlandse Strijdkrachten in warenhuis De Bijenkorf te Amsterdam;  Wand ‘De Pianoles’; Beschrijving: “We hebben vanavond weer pianoles, zeiden de B.S.-ers tegen elkaar, waarmee ze hun geheime schietoefeningen in pakhuizen en onderaardse kelders bedoelden. Geheime training met Bazooka, Stengun en Brengun. Foto: Marius Meijboom, / Anefo , Nationaal Archied

 

 

Recycling

Ruim twee maanden geleden is onze buurvrouw overleden. Ze is 81 jaar oud geworden. Ze was precies op dezelfde dag geboren als prinses Beatrix, iets wat ze niet naliet om te vertellen. Haar kinderen zijn nu bezig om het huis leeg te maken. Al drie keer is grof vuil langs geweest om een leven vol bewaarde spullen van haar en haar al jaren eerder overleden echtgenoot op te halen.

Als de kinderen aan het einde van de dag de spullen bij de weg hebben gezet – ze worden de volgende morgen door de Avalex opgehaald – zien we daarna allerlei mensen door de spullen heen snuffelen. Een jonge moeder op de fiets met een kind achterop zie ik een schoolbord meenemen. Onze krantenbezorger neemt een oude koffer mee en een vrouw pakt een zitkussentje uit de stapel, legt het in haar geparkeerde auto, en begeeft zich daarna lopend naar het ziekenhuis – misschien heeft ze last van aambeien en dan is zo’n kussentje altijd handig.

’s Avonds, het loopt al tegen twaalf uur, hoor ik opeens een auto stoppen. Als ik naar buiten kijk, zie ik een witte bedrijfswagen staan. Een man schuift de zijdeuren op en ik zie dat er al allerlei rotzooi in de auto ligt. Het doet me denken aan een winkel die we tijdens onze laatste vakantie in Amerika zagen. Deze adverteerde met de kreet ‘We buy junk, we sell antiques.’

antiek

De man rommelt wat door de stapel, pakt een aantal spullen, beoordeelt deze en legt een deel in zijn bus. Daarna rijdt het busje weer weg. Hier is duidelijk een professional aan het werk. Zou hij getipt zijn door de Avalex over de plekken waar ze de volgende dag grof vuil komen ophalen? Vroeger was dat niet nodig. Toen wist je precies waar en wanneer er grof vuil werd opgehaald. Zo’n 25 jaar geleden was er namelijk een vaste dag in de maand dat de gemeente langs kwam. (Tegenwoordig moet je daar een afspraak voor maken).

In onze (toenmalige) wijk waren er een aantal plekken waar je je overbodige rotzooi kon neerzetten, eentje was op het pleintje voor ons huis. Op de avond voordat het grof vuil werd opgehaald, was het altijd een komen en gaan van busjes van mensen die keken of er nog bruikbare spullen tussen zaten.

Op een dag zette ik bij het grof vuil een oude kapotte fiets, waar ik eerst werkelijk alles wat nog enigszins nuttig kon zijn vanaf had geschroefd. “Altijd handig om wat reserveonderdelen te hebben”. Marianne vond dat grote onzin. “Die dingen ga je nooit meer gebruiken”, zei ze. Ze heeft ongelijk gekregen; ik heb een keer een dopje van een ventiel hergebruikt. Maar goed, zelfs die volkomen gedemonteerde fiets verdween binnen vijf minuten van de stapel; één van de mannetjes – het waren altijd mannetjes, nooit vrouwen – zag blijkbaar nog wel wat mogelijkheden in het ding. Eigenlijk was dit systeem van grof vuil ophalen een heel efficiënt recyclingproces.

Uit de stapel die de kinderen van de buurvrouw bij de weg hebben gelegd, heb ik overigens ook een ding gepakt: de sneeuwschep. De laatste jaren van haar leven zette ik voor de buurvrouw de bakken bij de weg en als het in de winter had gesneeuwd, veegde ik haar stoepje schoon. Aanvankelijk deed ik dat met onze sneeuwschuiver maar op een dag brak deze. Vervolgens probeerde ik het met onze schep, maar dat was niet zo’n succes. Dat was meer zo’n steekschep, niet echt geschikt om lekker sneeuw mee te scheppen. De buurvrouw had echter nog een oude enigszins verroeste brede schep, waarmee je uitstekend sneeuw kon scheppen en die gebruikte ik dan.

Ik zag toevallig dat één van de kinderen de schep bij het grof vuil legde. ’s Avonds heb ik hem uit de stapel gehaald en onze garage gezet. Altijd handig in de winter. Het stoepje van de buurvrouw hoeft niet meer. Dat mogen de nieuwe bewoners zelf doen (tenzij dat ook oude mensen zijn).

schep

Een collega-sneeuwschepper in Volendam in 1947 met net zo’n schep als er nu in onze garage staat; foto Harry Sagers; Anefo; Nationaal Archief.

Tot slot: over een jaar of dertig of zo zetten onze kinderen waarschijnlijk een sneeuwschep bij het grof vuil. Dus bent u op zoek naar een dergelijke schep, noteer het alvast in uw agenda.