Category Archives: Dagelijks leven

Als ik dood ben

1.

Het was omstreeks het jaar 2000. Ik stond om twaalf uur op het schoolplein op mijn twee dochters te wachten. Groep vier van de oudste dochter was nog binnen, maar de kinderen van groep twee van de jongste kwamen al naar buiten. Mijn dochter liep samen met een ander meisje naar me toe.

Vader van Marijke” sprak het andere meisje. “Ja?” antwoordde ik. “Als u dood bent, dan mag Marijke een hond hè?” Ik keek haar onderzoekend aan. “Ja” zei ik. “Als ik dood ben, mag Marijke een hond.”

Marijke wilde graag een hond maar omdat ik allergisch ben voor honden- en kattenharen zat dat er niet in. Gekscherend had ik tegen haar gezegd dat als ik dood was, dat ze dan wel een hond mocht. Ze had dat blijkbaar tegen de andere kinderen in de klas gezegd en die waren nu al aan het bespreken wat voor een hond het moest zijn. Enfin, vooralsnog leefde ik nog. Maar met die schoolkinderen moest ik oppassen. Dat was me wel duidelijk. Niet de rug toedraaien.

00 honddJuli 1957; schoolkinderen met honden; fotograaf  Joop van Bilsen; Anefo; Nationaal Archief.

2.

De oudste dochter was van de week naar de crematie van een vader van iemand van haar studievereniging. Op de terugweg kwam ze even langs. De crematie had haar blijkbaar tot nadenken gebracht, want tijdens een kopje thee vroeg ze opeens: “Pap, als jij dood gaat, wie moet er dan spreken tijdens jouw begrafenis?” “Uh? Huh? Duh?”

 Ach, wat maakt het ook uit. Er komt toch geen hond.

De stilte van sneeuw

Weet u wat ik een mooi geluid vind? Het kraken van vers gevallen sneeuw  als je er over heen loopt.  Echt een lekker geluidje. Dat je je voetstappen goed kan horen op zo’n moment, komt ook doordat de sneeuw veel andere geluiden uit de omgeving dempt. Ik citeer even de site van school-tv:

Waarom is het altijd zo stil als het net gesneeuwd heeft? Ken je dat, dat je ‘s ochtends buiten komt en dat het dan gesneeuwd heeft. En dat het dan zo stil is. Het is alsof je watten in je oren hebt, of dat er gewoon een muts over je oren zit. Dat komt doordat sneeuwvlokken het geluid absorberen. Ja, als het ware inpakken. Sneeuwvlokken zijn namelijk zespuntige ijskristallen. Als ijsvlokken op elkaar vallen… blijft er door die puntige vorm tussen de vlokken een lege ruimte vrij. Geluid bestaat uit trillingen en die trillingen verdwijnen in die lege ruimte. Daardoor blijft er minder geluid over. Daarom klinkt het dus na een verse sneeuwbui zachter, alsof er overal een dekentje overheen ligt. Maar we hebben het dan wel over verse sneeuw. Sneeuw die langer ligt gaat smelten en heeft daardoor juist minder… lucht en dan gaat er minder geluid verloren. Sterker nog, het weerkaatst juist beter en alles klinkt dus harder.”

Niet iedereen vindt vers gevallen sneeuw fijn. Zeker niet deze gevleugelde vriend die maandag achter bij de schutting van onze tuin zat te wachten totdat het stopte  met sneeuwen.

sneeuw 1Niet goed te zien hier maar hij zit te schuilen op een takje vlak boven de schutting bij de twee stoelen.

sneeuw 2

sneeuw 3

Tot zover het wereldnieuws.

 

Maisson de Bonneterie

Dit is mijn oudste dochter bijna vijfentwintig jaar geleden. Lief hè.

dochter 1

En dit is ze ook, toen ze hoorde dat Go Ahead Eagles, mijn favoriete voetbalclub, weer eens had verloren.

dochter 2

Het gaat hier echter niet om de dochter maar om wat ze aan heeft, dat schattige pakje. Ik heb het ooit eens gekocht bij Maisson de Bonneterie in Den Haag. Ik liep een keer toevallig de winkel binnen en zag het daar in de uitverkoop liggen. Ik was direct verkocht. En het pakje ook, zonder enig overleg met Marianne, iets wat ik anders nooit zou durven te doen. Alle kinderkleding uit die tijd is al lang weg, maar dit pakje niet. Dat heb ik bewaard. Dan kunnen ooit de eventuele kleinkinderen het nog eens aan. Al heb ik geen flauw idee waar ik het heb gelaten, misschien hebben de motten het ondertussen wel opgegeten. Aargh!

Maisson de Bonneterie was een modewarenhuis. In Den Haag zat het in een statig pand in hartje centrum.

bonneterie winkelFoto PVT Pauline; Wikipedia

Het gebouw omvatte  vier verdiepingen met een statig trappenhuis en een lift. Roltrappen zaten er niet in. Op de bovenste verdieping zat een golfafdeling, maar omdat wij alleen maar minigolf speelden, kwamen we daar nooit. Wie daar wellicht wel kwamen, waren de koninginnen Wilhelmina, Juliana en Beatrix, want de Bonneterie was hofleverancier.

De zaken gingen echter slecht en in augustus 2014 sloot Maisson de Bonneterie in Den Haag haar deuren. Tegenwoordig zit er een Hennes & Mauritz (H&M) in, de zoveelste vestiging van deze winkelketen in Den Haag. Van de week liepen we er even naar binnen. In het pand zaten nu ook roltrappen. Buiten hing aan de muur overigens nog steeds de plaquette waarop vermeld stond dat het hofleverancier was.

bonneterie

Ik vermoed echter dat de huidige koningin hier haar kleren niet  koopt.

Dus

Ik heb een nieuwe kilometerteller voor mijn fiets gekocht en om de kosten daarvan terug te verdienen moet er gefietst worden. Afgelopen vrijdag in de kou een tochtje van zo’n 25 km gemaakt en daarbij kwam ik ook door Wassenaar. Als zelfbenoemd verkeersborden-deskundige viel het me op dat Wassenaar een dus-gemeente is. Een dus-gemeente is een gemeente die verkeersborden vaak vergezeld laat gaan van een toelichtend bordje. Soms letterlijk een dus-bordje. Een voorbeeld:

dus 1

Het bord geeft aan dat het een wandelpad is. Maar voor de zekerheid hangt de gemeente Wassenaar er een bordje onder met ‘dus verboden voor ruiters’. Er had ook een bordje onder kunnen hangen met ‘dus verboden voor auto’s, fietsers en tanks’ maar blijkbaar zijn ruiters in Wassenaar de categorie die het minste snapt van verkeersborden. Nog een voorbeeld.

dus 2

‘Woonerf. dus stapvoets rijden’

De gemeente Wassenaar denkt graag met haar burgers mee.

parkeerschijf

Hier kunt u parkeren, maar denkt u wel aan uw parkeerschijf?

kort parkeren

Hier mag je maar een half uurtje staan, dat betekent dus, let op! kort parkeren.

politie

In deze winkelstraat kunt u een agent op de fiets tegen komen. Waarom fietsen die daar? Voor uw veiligheid.

Overigens in die straat kon je niet alleen een agent op de fiets tegenkomen maar ook een peuter in een rijdende auto. Verbaasd zat ik naar het kind te kijken, maar hij reed niet zelfstandig. De moeder die er naast liep bestuurde de auto met behulp van een afstandsbediening.

auto elctr

Verderop waren ze in een wijk aan het werk. Voor het geval u zich af vraagt wat ze aan doen zijn? Baggeren.

bagggeren

Even verderop waren ze al klaar met baggeren maar moest de bagger nog opgeruimd worden. Toch mooi al die toelichtende bordjes

pas op bagger

De gemeente Wassenaar bleek ook geen gemeente te zijn die bezuinigt op het aantal bordjes. Zo fietste ik op op een gegeven moment op een ‘fietsstraat, auto te gast’. Om de honderd meter stond wel zo’n bord, tot aan het einde van de fietsstraat toe. Zie hier.

fietststraat

Als u goed kijkt, dan ziet u vijf meter verder een bordje staan dat aangeeft dat de fietsstraat daar eindigt. Tja, toch nog maar een bordje, voor het geval er twijfels zijn of die laatste vijf meter ook een fietsstraat is.

Tot slot, dit bordje ‘Fietsers matig uw snelheid’.

fietsers

Dat vond ik een beetje vreemd. Het zijn juist de auto’s die op dit smalle weggetje voor gevaar zorgen.  Ik zou dus eerder zeggen: ‘Auto’s matig uw snelheid.’ Maar goed, ik heb mijn snelheid gematigd. Dat kostte niet veel krachtsinspanning.

Ziet u overigens dat bordje ‘Attentie WhatsApp Buurt Preventie’ er onder? Dit bordje hangt in Wassenaar aan de Raaphorstlaan. Dat is de weg waar ook onze koning en zijn gezin wonen. Zouden ze ook in de buurt-WhatsApp zitten?

When Harry met Meghan

Prins Harry gaat trouwen met Meghan Markle, een gescheiden Amerikaanse actrice.  Gelukkig kan dit tegenwoordig allemaal. Vroeger moest je daar de troon voor opgeven in Engeland. In een interview met de BBC vertelde prins Harry hoe hij haar ten huwelijk vroeg. Hij deed zijn aanzoek in de keuken tijdens het roosteren van een kippetje. Opeens ging hij op zijn knieën. Wellicht dat Meghan even dacht hij in de oven keek om te zien of de kip niet aanbrandde, maar het was dus een ‘proposal’. Ach hoe romantisch. Die Engelsen, het is een volk vol Hugh Grant’s.

00000000 prins harry

Het verhaal deed mij terugdenken aan mijn eigen ‘proposal’. Waarom zijn het toch haast altijd de mannen die het huwelijksaanzoek doen? Marianne en ik woonden al een jaar samen en het werd tijd om juridisch iets vast te leggen. Enig onderzoek leerde ons dat als je trouwde je het in die tijd het juridisch gezien het beste had geregeld. Tijdens een lang weekend in Parijs bedacht ik even later dat ik misschien maar een officieel aanzoek moest doen. Dan had Marianne tenminste een beter verhaal in haar vriendenkring te vertellen dan dat het juridisch gezien het handigste was om te trouwen.

Het moest natuurlijk wel op een romantische locatie zijn. “En weet je wat die lieverd toen deed …..”  Bovenop de Eiffeltoren leek me wel wat. De rit naar boven was niet zo aangenaam. We stonden in de lift pal tegen het glas aan en zagen beneden de mensen telkens kleiner worden. Dat zag er eng uit. Boven aangekomen bleek het er gigantisch te waaien. De oren waaiden je bijna van de kop af. Ook was het er koud. “Ik wil hier weg” zei Marianne na tien seconden. Tot zover mijn romantische locatie. Niet het juiste moment bedacht ik en we gingen weer snel naar beneden. Op de een of andere wijze kwam het er in Parijs niet verder van.

Een maandje later tijdens een vakantie op één van de Griekse eilanden bedacht ik dat zo’n eiland als romantische locatie er ook mee door kon. (“En toen waren we in Griekenland en toen vroeg hij me”….). Helaas maakte ik bij de uitvoering een foutje. Ik – gekleed in mijn blauwe bermuda zwemshorts met visjes. Probeert u zich dat vooral niet te visualiseren –  deed mijn aanzoek namelijk toen we bij een strandje samen in zee stonden. Daardoor kon ik niet op mijn knieën, anders had mijn huwelijksaanzoek geklonken als “blub, blub, blub”. Marianne barstte in lachen uit en zei ja. Tot zover mijn huwelijksaanzoek.

Een brief posten

Ik verstuur niet veel post. Wat kerstkaarten en af en toe iets ‘zakelijks’. De bank wilde een handtekening hebben en ik liep met de enveloppe naar een brievenbus vlak bij ons huis. De klep was dichtgemaakt. ‘Tijdelijk afgesloten’ stond er op. Maar gezien het bordje eronder, waarop stond dat deze brievenbus werd opgeheven en dat je op de site van Post.nl kon zien waar de dichtstbijzijnde brievenbus was, nam ik aan dat dit ‘tijdelijk’ definitief was.

Terwijl ik met enige ergernis naar de brievenbus zat te kijken, kwam er een vrouw aanlopen. “Ga je mee?’ zei ze. Verbaasd keek ik haar aan. Het was een misverstand. Ze had het tegen haar hond.

Ik wist dat er 200 meter verderop, naast de fietsenmaker, ook een brievenbus was en liep daar heen. Ook deze was echter tijdelijk dicht met vooruitzicht op eeuwig dicht. Een derde brievenbus in de wijk naast ons kwam ook al niet meer in de plannen van de post voor. Wat was dat nou? Post.nl kon toch niet zo maar alle brievenbussen opheffen? Ik overwoog even om een brief op hoge poten naar de directie van Post.nl te schrijven, maar ja, waar kon ik die op de bus doen?

De brievenbus bij Albert Hein bleek uiteindelijk nog open te zijn. Maar ik zal niet verbaasd op kijken als die binnenkort ook wordt opgeheven. Nog even en je moet zelf je brief bezorgen. Wel graag een postzegel er op.

Uit de tijd dat er nog nieuwe brievenbussen werden geplaatst:

000000 brievenbus11 juli 1963; “Nieuwe brievenbus in Amsterdam van polyester in de Derkinderenstraat in twee kleuren. Technisch personeel van de PTT draait de laatste bouten vast. ” Foto Hugo van Gelderen, Anefo; Nationaal Archief

Van Gogh in het woonzorgcentrum

Het Prinsenhof is een woonzorgcentrum bij ons in het dorp. De oudste dochter heeft er wel eens vakantiewerk gedaan. In het plaatselijke krantje staat een verslag van bezoek van een viertal bewoners van het verzorgingstehuis aan het Van Gogh Museum in Amsterdam. Het werd georganiseerd in het kader van de Nationale Ouderendag.

Aangekomen in het museum vertelde één van de oudjes volgens ‘Het Krantje’ bij het zien van het schilderij ‘De amandelbloesem’: “Dit schilderij heeft Vincent voor de geboorte van mijn vader gemaakt”. Ach, die oude man is een beetje in de war, dacht ik toen dit las. Maar hij was helemaal niet in de war. Wat bleek, het was de kleinzoon van Theo van Gogh, de broer van Vincent. Ik had er even niet bij stil gestaan dat er nog mensen zouden leven wiens vader het neefje van Vincent van Gogh was. Zie hier het betreffende schilderij.

000000 vangoghAmandelbloesem’; Saint-Rémy-de-Provence, februari 1890 Vincent van Gogh (1853 – 1890); olieverf op doek, 73.3 cm x 92.4 cm;  Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting):

Van de site van het Van Gogh museum: “Hier schilderde Van Gogh een van zijn lievelingsonderwerpen: grote bloeiende takken tegen een blauwe lucht. Omdat de amandelboom al vroeg in het voorjaar bloeit, is het een symbool voor nieuw leven. Voor het onderwerp, de scherpe omlijningen en de plaatsing van de boom in het beeldvlak liet Van Gogh zich inspireren door de Japanse prentkunst.

Het schilderij was een cadeau voor zijn broer Theo en diens vrouw Jo die een zoon hadden gekregen: Vincent Willem. In de brief waarin hij het goede nieuws meedeelde, schreef zijn broer Theo: ‘Zoals we je hebben gezegd, vernoemen we hem naar jou en ik spreek de wens uit dat hij even vasthoudend en even moedig wordt als jij.’ Het is niet verwonderlijk dat het voor de familie Van Gogh altijd het meest dierbare werk is gebleven. Vincent Willem zou later het Van Gogh Museum oprichten.”

De vader van de man uit ons dorp heeft dus het Van Gogh museum opgericht. Ik neem aan dat ze geen toegang hebben hoeven te betalen. Het volgende uitstapje van de oudjes gaat naar diergaarde Blijdorp in Rotterdam. In 1857 werd een zekere Henri Martin, van oorsprong leeuwentemmer van beroep, daar de eerste directeur van. Misschien woont er wel een achterkleinzoon van de leeuwentemmer in het verzorgingstehuis.

Pret in het verzorgingstehuis

Wellicht kent u de boeken van Hendrik Groen (en de gelijkmatige tv-serie “Het geheime dagboek van Hendrik Groen”). Wist u dat in het echt het in sommige verzorgingstehuizen nog een stapje verder gaat dan de fictie van deze boeken?  Zie het volgende busje dat ik vandaag voor de deur zag staan van  Cato Bezuidenhout in Den Haag “Bezuidenhout is bestemd voor mensen die 24 uur per dag intensieve zorg nodig hebben in een beschermde omgeving”, aldus de site van Cato wonen, welzijn en zorg.

00000 busje

Wat zat er in dat busje? Een lading paaldanseressen of alleen maar de palen en moeten  de bewoners zelf  paaldansen? Als het de oudjes maar niet te veel opwindt.

Ik hoop overigens voor de dames dat ze niet alleen buiten een paal hebben staan maar ook binnen.  Is wat warmer.

 

 

Een wild assortiment

Herkent u deze man?

00000 van vollenhove

Het is poelier Van der Geest uit ons dorp. Misschien zult u zich afvragen waarom draagt poelier Van de Geest een helm? Dat komt door zijn assortiment. Het is weliswaar heerlijk maar helaas ook erg wild. In een advertentie in ons plaatselijk krantje waarschuwt Van der Geest deze week zijn klanten er dan ook voor dat zijn assortiment wild is. Dus bezoekt u zijn zaak, neem dan voor uw veiligheid een helm mee. Zie hier zijn advertentie.

00000 polier

Ok, geintje, de man met de helm is niet poelier Van der Geest maar Pieter van Vollenhoven. De foto is genomen tijdens zijn militaire dienst bij de luchtmacht in Breda in april 1966; fotograaf Eric Koch; Nationaal Archief.

De echte poelier Van der Geest draagt natuurlijk nooit een militair uniform in zijn zaak. Maar wel een helm!

00000 prins clausDe echte poelier Van der Geest

Oom Klaas

Ruim dertig jaar geleden kwam ik in het leven van Marianne. Op een gegeven moment was de familie nieuwsgierig wie toch die Martin was. Marianne vond dat het er maar eens van moest komen en toen haar zus jarig was, reisden wij af naar Groningen, de stad waar haar zus en zwager woonden. De trein had vertraging en toen wij de overvolle huiskamer binnen liepen, zat deze al helemaal vol met familie en vrienden.

Niet direct kijken, maar daar is Marianne met haar vriend.” Iedereen keek.

Ik gaf iedereen een stevige hand – Marianne had mij op het hart gedrukt geen slappe handjes te geven; ik had blijkbaar toen ik aan haar werd voorgesteld een slap handje gegeven – en kreeg daarna een kop koffie in handen gedrukt. Haar vader vertelde een leuk verhaal over iets wat Marianne had gedaan toen ze klein was – ik geloof niet dat Marianne op dat verhaal zat te wachten – en haar moeder keek ondertussen of ik er wel om lachte. Ik antwoordde dat je met Friese kinderen – haar ouders woonden in Harlingen – niet moest spotten. Marianne is in Uithuizen geboren zei haar vader. “Dat ligt niet in Friesland?” vroeg ik. Nee, dat lag in Groningen. Ik kreeg opeens de dringende behoefte om de wc op te zoeken. Ik vroeg waar het toilet was. Dat bleek buiten te zijn, in een houten hokje pal achter het huis – het was een oud klein arbeidershuisje. Terwijl ik buiten naar het hokje liep, keek ik even door het raam naar binnen. Recht in het gezicht van zo’n twintig mensen die allemaal naar buiten keken.

Wie er niet bij waren die dag, waren haar oom Klaas en tante Rinnie, een zus van haar moeder. Toen we een andere keer weer in Groningen waren, besloot Marianne om een bezoek aan haar oom en tante te brengen. Dan konden die mij ook leren kennen. Haar oom en tante woonden in Winsum. We leenden een stel fietsen van haar zus en zwager en vertrokken richting Winsum. Een combinatie van tegenwind (mijn verklaring; het waait veel in Groningen) en mijn conditie (Marianne haar verklaring) zorgde er voor dat we over die afstand van ongeveer 15 km een uur deden. Oom Klaas deed open en keek naar mijn bezwete voorhoofd. “Geen fietser” zag ik hem denken.

Tante Rinnie had een taart gebakken met appels uit eigen tuin. “Lekker” zei ik even later met de mond vol. Marianne keek mij afkeurend aan. Niet met volle mond praten, leek ze te fluisteren. Ik wilde nog een hap nemen maar toen ik die met mijn vorkje van mijn taartpunt probeerde af te ‘snijden’, viel het stuk met een groot boog op de grond. Op het nieuwe kleed. Tante Rinnie zei dat het niet gaf. Oom Klaas stond stoïcijns op en haalde een stoffer en blik. “Wil je nog een stukje” vroeg tante Rinnie. Aan het gezicht van oom Klaas kon ik zien, dat hij dat geen goed idee vond. Wat hij wel een goed idee vond, was het voorstel van tante Rinnie dat hij mij maar even de boerderij moest laten zien. Oom Klaas en tante Rinnie woonden nu in het dorp maar hadden vroeger een boerderij gepacht waar Marianne vaak had gelogeerd.

00000 winsumUit de ‘Fotocollectie Nederlandse Heidemaatschappij’: ‘boerenerf-beplantingen bij Winsum’; mei 1957; foto Nationaal Archief; (dit is overigens vermoedelijk niet de boerderij van oom Klaas en tante Rinnie).

Even later reden we in de auto van oom Klaas. Ik zat voorin naast oom Klaas, Marianne zat achterin. We reden langs de boerderij en daarna ook nog even een stukje door het mooie Groninger landschap. Op een gegeven moment kwamen we een auto tegen. De bestuurder zwaaide, maar oom Klaas groette niet terug. Even later herhaalde zich dit met een fietser. Ook deze zwaaide maar oom Klaas zwaaide wederom niet terug. Vreemd vond ik. Pas bij de derde tegenligger zag ik dat oom Klaas wel degelijk groette. Terwijl hij beide handen aan het stuur hield, tilde hij even zijn wijsvinger van zijn rechterhand omhoog ten teken van groet. Ik ging er op letten. Oom Klaas begroette alle tegenliggers – iedereen in Winsum scheen elkaar te kennen – op die manier. Ik vond dat mooi, zo’n klein gebaar. Ik mocht oom Klaas wel.

Vele jaren later woonden Marianne en ik de crematie van oom Klaas bij. Het was een drukke bijeenkomst. Een aantal sprekers sprak met veel eerbied over oom Klaas en toen de laatste zijn woordje had gedaan, vroeg degene die de crematie leidde of er nog iemand was die iets wilde zeggen. In een flits zag ik opeens het vingertje van oom Klaas weer voor me. Heel even overwoog ik om me te melden en het verhaal van het vingertje te vertellen en dan te eindigen met net zo’n vingertjesgebaar richting de kist, dit als een soort afscheid. Ik besloot echter om te blijven zitten. Ik was voor het overgrote gedeelte van de aanwezigen een volkomen onbekende – aanhang van een nichtje – en ik wist niet of de directe familie het wel zo zou waarderen als ik opeens als laatste spreker “ins blaue hinein” met mijn vingertjesverhaal zou komen. Dus zag ik er maar vanaf.

Daarom, voor oom Klaas, nu alsnog van achter mijn toetsenbord een vingertje als postume goet. (Dat hier “goet” staat en niet “groet” komt omdat ik bij de ‘r’ even mijn vinger omhoog had.)

Uit de rubriek “correcties en aanvullingen:

Marianne wees mij er vandaag op dat oom Klaas en tante Rinnie niet in Winsum maar in Eenrum woonden en dat de boerderij in Mensingeweer stond. (Mijn geheugen functioneert gelukkig nog goed, wel ben ik slecht in het onthouden van allerlei zaken.) Maar anyway,  Eenrum is nog verder fietsen van Groningen dan Winsum. Geen wonder dus dat ik zo vermoeid aan kwam.

00000 mensingerweerEveneens uit de ‘Fotocollectie Nederlandse Heidemaatschappij’: ‘Beplanting van een boerenerf bij Mensingeweer; ongedateerde foto Nationaal Archief; (ook dit zal vermoedelijk niet de boerderij van oom Klaas en tante Rinnie zijn).

Drie Dagelijkse Dingen

Het rijmen is weer in. Gisteren zag ik bij de slager in ons winkelcentrum een bordje staan met een aanbieding voor “Blije Kippendijen” en hoorde ik Rutte in de tweede kamer praten over “Rakkers en Stakkers”. (Het betrof hier een indeling van mensen met schulden). Rijmen is niet zo moeilijk. Herman Finkers zong ooit eens: “Op alles rijmt wel iets. Behalve dan op waterfiets, op waterfiets rijmt niets.

Hij had niet helemaal gelijk. Behalve waterfiets zijn er meer woorden, waarmee het lastig rijmen is. Zo moet je als dichter uitkijken met het gebruik van woorden als ‘herfst, wulps, vijftig, zilver, stolp, slordig, nieuws, ordner, turbo, zesde, wereld en twaalf’. Volgens de Wikipedia zijn dit namelijk woorden, waarvan wordt gezegd dat deze op geen enkel ander Nederlands woord rijmen. Al zijn er voor het woord ‘herfst’ wel enkele verdienstelijke pogingen ondernomen. Zo dichtte Drs.  P:

De buren waren grimmig, zijn ouders diep gegriefd / En onder zijn collega’s was hij ook al niet geliefd. / De oude juffrouw Zomer, baas Voorjaar, meester Herfst. / Ze riepen driewerf schande, juffrouw Zomer het driewerfst.”

En van Marcel Verreck zijn de dichtregels “In de winter en de herfst / zijn bejaarden op hun sterfst

En dat laatste brengt me weer op het volgende. De levens-verwachting is afgenomen. Ik citeer even een berichtje van Nu.nl:

Nederlanders die in 2023 de 65-jarige leeftijd hebben, blijven naar verwachting nog 20,48 jaar leven. De levensverwachting van deze groep stijgt daarmee minder hard dan eerder werd gedacht. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag. Vorig jaar stelde het statistiekbureau de levensverwachting voor 65-jarigen in 2023 nog op 20,74 jaar. De levensverwachting is nu naar beneden bijgesteld, omdat de nieuwe prognose op recentere sterftecijfers is gebaseerd dan die van 2016. In de laatste vier maanden van 2016 en de eerste acht maanden van 2017 zijn meer mensen gestorven dan eerder werd verwacht.”

Dit lijkt geen goed nieuws maar om met Cruijff te spreken “Elk nadeel heeft zijn voordeel”. Marianne en ik kunnen hierdoor allebei drie maanden eerder met pensioen omdat de  ingangsdatum van de AOW gekoppeld is aan de levensverwachting.

En nog meer goed nieuws. Gisteren was gedurende elf minuten de wereld een stukje veiliger. Gedurende die tijd was het twitter-account van Donald Trump offline. Op zijn laatste dag bij het bedrijf had een medewerker van Twitter het account van de ‘realdonaldtrump’  gedeactiveerd. Hij heeft mijn stem voor mijn ‘medewerker van de maand’.

0000 twitter

Helaas, Trump is weer online.

De HEMA en een tentoonstelling

Vandaag wil ik het hebben over twee zaken. Ten eerste: de ophef die vorige week ontstond toen de HEMA bekend maakte dat zij een deel van de labels van hun kinderkleding ging aanpassen en ten tweede: de tentoonstelling ‘Zuiderburen: Portretten uit Vlaanderen 1400-1700’ die momenteel in het Mauritshuis in Den Haag te zien is. Twee heel verschillende onderwerpen maar ik ga ze aan elkaar knopen. Let maar even op.

Allereerst de HEMA en hun kinderbeleid. Ik citeer even het persbericht van de HEMA:

‘HEMA wil graag kinderen in staat stellen te zijn wie ze willen zijn. Van stoere meisjes, lieve jongens, echte prinsessen en astronauten in de dop. In de afgelopen twee jaar hebben wij van onze klanten veel verzoeken gekregen om onze kindercollectie zo te maken dat jongens- en meisjeskleding meer uitwisselbaar is. HEMA is er voor iedereen. Het resultaat is dat we een deel van de labels van onze kinderkleding hebben aangepast. De labels zullen voortaan aangeven dat het om kinderkleding gaat en niet meer of het voor een jongen of een meisje is. Klanten kunnen op die manier zelf bepalen of zij een bepaald kledingstuk bij hun kind vinden passen. De labels zullen in een deel van de aankomende wintercollectie te vinden zijn en we gaan dat uitbreiden in toekomstige collecties.’

Met het voornemen van de HEMA is niks mee zou ik zo zeggen. De Britse supermarktketen Morrisons met hun stereotiepe opdruk ‘Little man, big ideas’ voor jongens en ‘Little girl, big smiles’ voor meisjes zou hier een voorbeeld aan kunnen nemen. Ook de Britse supermarktketen Asda met hun ‘Future Scientist’ voor jongens en ‘Hey Cutie’ voor meisjes kan er wat van.

Her en der kreeg het besluit van de HEMA dan ook terecht waardering, maar het kreeg ook de nodige kritiek, vooral vanuit wat rechtse kringen.

  • Hema wordt genderneutraal omdat het bedrijf geleid wordt door een stel zwaargestoorde quasi-intellectuele mafketels”- De Dagelijks Standaard
  • “[…] is de keuze voor onzijdige kinderkleding vooral een luie kostenbesparing van een noodlijdende keten, vermomd als tegemoetkoming aan de zitplassende genderbrigades, omdat de marketingafdeling van de HEMA (net als met het afschaffen van Zwarte Piet, het invoeren van halal vreten en het schrappen van Pasen) in de verkeerde veronderstelling verkeert dat een handjevol drammers met te veel tijd en te weinig echte problemen meer marktinvloed & koopkracht heeft dan de miljoenen Nederlandse doorzonconsumenten die daadwerkelijk wel eens winkel(d)en bij de HEMA?” – Geen Stijl
  • Ik ben benieuwd hoeveel jongetjes bij hun moeder nu gaan zeuren voor een roze prinsessejurk” – Jansen en Jansen

Dat laatste was vaak de insteek van een aantal mensen die er als de kippen / haantjes bij waren om eens even stevig op de HEMA in te hakken. Volgens hen wilde de HEMA dat  jongetjes jurken gingen dragen. Het was een grote schande!

Tja, het enige dat HEMA gaat doen is het veranderen van de labels, (in plaats van jongen of meisje komt er nu ‘kids’ te staan.)

De columniste Sylvia Witteman van de Volkskrant bekeek ‘het probleem’ in haar column van 20 september vanuit een heel andere invalshoek. Zij vond de opdrukken op de t-shirts, of ze nu wel of niet voor jongens of meisjes bedoeld waren, niet realistisch. “Hele volksstammen trekken hun kroost kleren aan met volstrekt onrealistische verwachtingen erop. Zo’n kind bereidt zich dus van jongs af aan voor op een carrière als dappere strijder, kerngeleerde of gevierd balletdanseres; in werkelijkheid schopt hij/zij het nooit verder dan administratief medewerker bij een kartonfabriek of caissière bij de Aldi.”

Ze had dan ook een suggestie voor de HEMA: “Ik zie hier een mooie taak voor de Hema: kinderkleertjes bedrukken met opschriften die de kleintjes een realistisch wereldbeeld voorschotelen. Dus, Hema: vervaardig die ‘Little princess’-jurkjes alleen nog in limited edition, voor de dochtertjes van Willem-Alexander en Máxima. Voor de rest van de toekomstige beroepsbevolking gaan jullie rap aan de slag met de productie van shirts als ‘I love Boekhouden’ ‘Cute Little Vakkenvuller’ ‘Born Postsorteerder’, ‘Master of Parkeerbeheer’, ‘ Sexy Streekbus Hero’ of ‘Wibra Warrior’.”

Enfin, nu dus het tweede onderwerp van dit blog: de tentoonstelling in het Mauritshuis. Afgelopen dinsdag bezochten Marianne en ik die tentoonstelling. Op de site van het Mauritshuis wordt deze tentoonstelling als volgt ingeleid:

“Beter een goede buur dan een verre vriend. In het najaar van 2017 vertelt het Mauritshuis het verhaal van de Vlaamse portretkunst aan de hand van een keuze uit de beste Vlaamse portretten van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA). In de Zuidelijke Nederlanden (het huidige België) zijn tussen 1400 en 1700 prachtige portretten geschilderd. Edellieden en rijke burgers lieten zich graag vereeuwigen door de beste Vlaamse kunstenaars van hun tijd. Deze portretten maken nog altijd grote indruk. Ze zijn vaak zo geraffineerd geschilderd door onze zuiderburen dat ze ook na al die eeuwen nog springlevend lijken. De tentoonstelling toont belangrijke werken van Rogier van der Weyden, Hans Memling, Pieter Pourbus, Peter Paul Rubens en Anthony van Dyck. Bijzonder is dat bijna alle geportretteerden geïdentificeerd kunnen worden. Zo leert de bezoeker niet alleen de kunstenaars kennen, maar ook de personen die zij hebben geportretteerd.”

Nu ben ik niet zo van de portretschilderijen, maar er zaten toch een paar mooie portretten tussen, bijvoorbeeld dit portret van Abraham Grapheus, de huismeester van het Antwerpse Sint-Lucasgilde, gemaakt omstreeks 1620 door Cornelis de Vos.

portret

Een bijzonder karakteristiek hoofd heeft hij, vermoedelijk niet echt het zonnetje in huis maar het kan zijn dat hij net gehoord heeft dat de HEMA de labels van de kinderkleding gaat aanpassen.

Ook bijzonder vond ik dit portret van dit jongetje op jacht uit 1605.

jurk

Het is een coproductie van  Erasmus Quellinus II die de jongen schilderde, en Jan Fijt die de dieren en de achtergrond schilderde. Uiteraard is de jongen – “hunter” zal er op zijn t-shirt gestaan hebben –  veel te jong om op jacht te gaan. De jachthonden zijn hier dan ook symbolisch afgebeeld. Iemand die jaagde behoorde in die tijd tot de betere kringen. Door de jongen als “jager” te schilderen gaf de schilder aan dat de jongen uit een voorname familie kwam.

Er is iets bijzonders met dit portret aan de hand. Zie u het? Nee? Bekijk dan eens dit portret uit 1603 van Charles Martin (goede achternaam!) van een jonge Lodewijk XIII en zijn moeder.

kind

Ziet u het nu? Zowel hij als het jongetje van Quellinus II dragen jurken! Het was in de middeleeuwen heel gewoon dat jongens, net zoals meisjes, tot hun zevende of zo jurken droegen. Heel genderneutraal dus en het zorgde ook niet voor ophef.

De HEMA bestond toen nog niet. De Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam is pas in 1926 opgericht.

 

Anderen bekeken ook

Als je online iets wilt kopen, dan komt zo’n site meestal ook met allerlei tips die met jouw keuze of zoekterm te maken hebben. Typ je bijvoorbeeld op Bol.com ‘De Titanic’ van Martin van Neck in – ik kan dat boek aanbevelen – dan geeft de site onder het kopje ‘Anderen bekeken ook’ een aantal suggesties voor andere boeken; in dit geval allemaal boeken over de Titanic

de titanic

anderen bekeken ook

Ook heeft de site tips voor boeken onder de kopjes: ‘Vaak samen gekocht met’ en ‘Liefhebbers van Martin van Neck bestelden ook’. Ik ben overigens wel nieuwsgierig welke vrouwen er bij Bol.com bekend staan als ‘Liefhebbers van Martin van Neck’.

Ook de site van de HEMA heeft zoiets. Dit weekend gaf mijn jongste dochter haar ’21-Diner’. De kamer moest uiteraard versierd worden en daarbij hoorden ook een tweetal cijfer-ballonnen, inderdaad een 2 en een 1. Op de site van de HEMA keek ik daarom even of de ballonnen in het dichtstbijzijnde filiaal op voorraad waren. Dat waren ze, maar uiteraard gaf de site direct ook suggesties voor andere mogelijke aankopen. Misschien vond ik een ballon in de vorm van een 7 ook wel leuk?

ballonnen

Ik heb even getwijfeld maar toch maar een 2 en een 1 gekocht.

Moord in Sociëteit De Witte

Afgelopen weekend was het Open Monumentendag. Marianne en ik bezochten een aantal monumenten in Den Haag. Zo zagen wij op de Dunne Bierkade een verrassend groot tuinencomplex dat achter de huizen verscholen lag; zagen we in het Nutshuis, het gebouw waar vroeger de Nutsspaarbank in zat, de oude kluis – die bleek overigens twee ingangen te hebben, dat verwacht je niet bij een kluis. Bekeken we de Rusthof, een hofje aan de Parkstraat waarvan de huisjes zijn bedoeld voor alleenstaande vrouwen van boven de 55 jaar met een bescheiden inkomen – wie weet valt Marianne ooit nog eens in de doelgroep; bezochten we (samen met heel veel anderen) Hotel Des Indes aan de Lange Voorhout – dat viel wat tegen; ik had gedacht dat je wel één van de hotelkamers kon bekijken maar dat was niet het geval en bekeken we ook drie begraafplaatsen – die kan je namelijk het beste bekijken als je nog leeft.

Op de Joodse begraafplaats lagen alle stenen plat in het gras en waren ze allemaal ongeveer even groot. Dit vanuit de gedachte dat iedereen na de dood gelijk is.

0000000 joods

De Rooms Katholieke begraafplaats Sint-Petrus Banden kende daarentegen een verscheidenheid aan sculpturen, waarvan er een aantal ontworpen zijn door Jan Toorop, die er overigens ook zelf ligt, net zoals onder andere Robert Long, Joseph Luns en leden van de ondernemersfamilies Brenninkmeijer, Vroom, Peek en Cloppenburg – in de dood concurreren ze niet meer met elkaar. De begraafplaats heeft overigens ook een arcade, die me sterk deed denken aan de Sound of Music

0000000 rk

De derde begraafplaats die we bekeken was Begraafplaats Ter Navolging in Scheveningen. Dit is een kleine begraafplaats die dateert uit 1780. Het was de eerste begraafplaats die buiten de stad lag. Tot die tijd werden de overledenen altijd in de stad bij de kerk begraven. Ene Mr Abraham Perrenot vond dit niet hygiënisch en begon daarom deze begraafplaats. Hij hoopte dat meer mensen dat voorbeeld zouden volgen, vandaar de naam. Inmiddels ligt de begraafplaats uiteraard weer helemaal door huizen omgeven. De stad heeft de begraafplaats ingehaald. Voor de bezoekers lag er een plakje cake klaar. Heel toepasselijk, daar was duidelijk over nagedacht. De reden dat we deze begraafplaats bezochten was dat dit de begraafplaats is van Betje Wolff en Aagje Deken.

0000000 wolk

Ook bezochten we nog twee sociëteiten: Sociëteit De Vereeniging in de Kazernestraat en Sociëteit De Witte aan het Plein. De sociëteit aan het Plein is voor mij een bekend gebouw, althans, ik ken het van de buitenkant, ik ben daar vaak langs gelopen. Maar ik ben er nog nooit binnen geweest. Gezien het feit dat jeans daar verboden zijn en jasje-dasje er verplicht is – ook voor introducés; niet dat ik daar iemand ken, is het ook niet iets voor mij. Maar tijdens de open dag was jasje-dasje niet verplicht, dus kon ik het bezoeken.

0000000 witte

In de hal van het gebouw hingen portretten van allerlei Oranjes. Het gebouw bleek verder veel meer zalen te omvatten dan ik had gedacht. Zo was er onder andere een zitkamer, een eetzaal, een balzaal en een bibliotheek. Ik had de hele tijd het gevoel dat ik het gebouw ergens van kende, maar toen ik ook nog een biljartkamer zag, wist ik het opeens. Een hal, een eetzaal, een balzaal, een bibliotheek en een biljartkamer, wacht eens even, dat is Cluedo! We liepen rond in een echt Cluedo-gebouw. (Voor degene die Cluedo niet kennen, dat is een bordspel waarbij je er achter moet komen wie in welke kamer iemand vermoord heeft en met welk moordwapen.)

Ik denk dat mevrouw De Witte het gedaan heeft in de biljartkamer met de dolk!

0000000 biljart

p.s. Omdat butlers altijd verdacht zijn, had ik bijna opgeschreven:  Ik denk dat mevrouw De Witte het gedaan heeft in de biljartkamer met de butler. Maar dat zou deze blogpost wel een heel verrassende wending hebben gegeven.

Proof of life

Een kennis van ons werkt sinds kort bij een Nederlandse vestiging van een buitenlandse hulpverleningsorganisatie. Ze zijn onder andere actief in Afrika en Azië. Sommige van die landen hebben een reisadvies dat er vrij vertaald op neer komt dat je er niet heen moet gaan en als je al in dat land bent, dat je er dan zo snel mogelijk weg moet gaan.

Van de week kreeg ze  een vraag . Ze moest wat goede ‘proof of life’ vragen verzinnen? ‘Proof of life’? Wat is dat nu weer? Precies wat het zegt, zei ze, een bewijs dat je nog leeft. Ze legde uit dat alle medewerkers van de organisatie drie zogenaamde ‘proof of life’ vragen en de bijbehorende antwoorden moesten opgeven. Dat waren vragen waar – voor het geval je ergens ontvoerd werd en de ontvoerders namen contact op – alleen jij het juiste antwoord kon geven, zodat de organisatie kon zien dat je nog in leven was. Het mochten dus geen vragen zijn waarbij het antwoord gewoon op internet te vinden was, maar meer vragen uit de categorie als ‘waar hield ik mijn eerste spreekbeurt op school over?’

Proof of life. Tja, zulke vragen heb ik tijdens mijn ‘KPN-carrière’ nooit hoeven te verzinnen. Soms moest je wel eens naar een KPN-vestiging in bijvoorbeeld Groningen of Limburg. Maar echt gevaarlijk was dat nooit. Dus een proof of life vraag heb ik gelukkig nooit hoeven te beantwoorden.

0000 Hi

Het antwoord op de vraag wie mijn favoriete KPN-collega was, luidt: Marianne.”