Category Archives: Schrijven

De taalfoutjes top 10

Ik maak wel eens een taalfoutje. Gelukkig zei Voltaire zo’n 250 jaar geleden al: “De mooie fouten van een genie zijn mij meer waard dan de keurige en koude taal van een academisch purist.

Ik heb gelukkig nog nooit de site van Taalvoutjes gehaald, dus ik sta dan ook niet in hun top 10 van 2019 met de meest opmerkelijke taalfouten, vergissingen en mededelingen. Hieronder wat  voorbeelden uit de lijst die ze vorige week publiceerden.

Dit waarschuwingsbord won de verkiezing.  Iemand had een hekel aan Duitsers.

00 bord

De nummer zes uit de lijst valt trouwens in dezelfde categorie als de nummer één, maar alleen waren het bij deze gemeente niet de Duitsers die niet welkom waren maar de Fransen.

00 bord 2

Er staan ook echte taalfouten in de top tien. Wat dacht u van deze op nummer acht.

00 bord 3

Ook aardig is de nummer vier van de lijst. Het betreft hier overigens geen taalfout maar een verkeerde uitgevoerde opdracht. Je ziet helemaal voor je, wat er mis kan gegaan als je aan iemand die je echt maar dan ook echt alles moet voorkauwen, vraagt om een reclamebord te maken.

00 bord 4

Enfin, over 2020 zal er ongetwijfeld ook een top tien verschijnen, want gelukkig gaan ze ook dit jaar vrolijk door met het laten zien van taalfouten en dergelijke (zie hun Twitteraccount) 

00 taal

00 bord 0

Tot slot, mocht u een taalfout in mijn blogpost menen te zien, dan vergist u zich. “In de taal is niets onveranderlijk vastgelegd: de grootste schrijvers veranderen haar voortdurend.” aldus Charles Edward  Montague,  Engels journalist en schrijver, 1867-1928,

 

Het regent pijpestelen

We wonen vlakbij zee. Dat heeft voor- en nadelen. Eén van de nadelen is dat als het regent, het water weer snel terug is in de zee, waar het dan weer direct als wolk op kan stijgen. Even later regent het dan weer.

Gisterenmiddag regende het hier zelfs een tijdje lang  pijpestelen. (Officieel schrijf je dat woord met een tussen-n: ‘pijpenstelen’  dus, maar het is een oude uitdrukking en daarom mag het ook zonder tussen-n.)

Ik ging opeens over die uitdrukking nadenken en zag toen in eerste instantie allemaal omlaag vallende pijpenstelen voor me. Maar aangezien de regen geen pijp is – zoals René Magritte zou zeggen –  moet er een andere verklaring voor deze uitdrukking zijn.

De site van Onzetaal.nl bood zoals gewoonlijk uitkomst. Zie hier de verklaring.

pijpenstelen

‘Het regent pijpestelen’ wil dus eigenlijk zeggen dat de regen in lange, dunne stralen naar beneden komt, aldus de verklaring. In het bijzonder moesten we denken aan de steel van een Goudse pijp.

Uiteraard had ik geen flauw idee hoe een Goudse pijp er uitzag. U vermoedelijk ook niet, dus dat heb ik even voor u opgezocht. Zie hier iemand op een schilderij van Gerrit Dou uit 1650 een Goudse pijp roken.

pijp

‘Onze taal’ heeft niet alleen een site (die uiteraard over taal gaat) maar ze zijn ook actief op twitter waar ze wel eens nieuwsberichten plaatsen waar sprake is van een opvallend taalgebruik dan wel een opvallende combinatie van taal en beeld, zoals een nieuwsbericht van RTL over een verkeersongeval waarbij een fietser gewond raakte en de automobilist door reed.

Nu is zo’n verkeersongeluk natuurlijk verschrikkelijk en het is helemaal erg dat de automobilist is doorgereden – ik mag hopen dat ze hem/haar snel te pakken krijgen – maar ik moest net zoals Onze Taal toch lachen om de ongelukkige combinatie van foto en tekst ‘Politie zoekt kleine grijze auto‘ bij het bericht.

kleine auto

 

 

 

Gelezen voor u

1. Gelezen op een bord bij een terrasje in Amsterdam: ‘Als u drinkt om te vergeten, wilt u dan vooraf afrekenen’

2. Gelezen een levensreddend verhaal op het twitteraccount van Taalvoutjes

taalfoutje

3. Gelezen op een boekenlegger: ‘Een tweede druk is veel zeldzamer’.

Dat laatste kan ik beamen. Van mijn vijf boeken hebben er vier nooit een tweede druk gehaald. Het hangt natuurlijk ook af van de grootte van de eerste oplage . Van ‘Het Nutteloze Kennisparadijs’ liet de uitgever er 2500 stuks drukken. Er werden er 1500 van verkocht. De overige 1000 verdwenen naar De Slegte. Daar was het een groot succes. Het haalde zelfs de eigen top 10 van De Slegte van best verkopende boeken aldaar. Was de eerste druk beperkt tot 500 exemplaren dan had het boek een tweede of misschien wel een derde druk gehad.

Alleen ‘De Titanic’ uit 2012 kent meerdere drukken. Wat heet, we zijn nu al ruim over de duizend drukken heen. Dat komt omdat het een  ‘print on demand’ boek is. Elke keer als een toekomstige lezer het via de boekhandel of via internet bestelt, dan wordt het apart gedrukt en daarna afgeleverd.

titanic

Al meer dan 1000 keer herdrukt!

 

Mart Smeets

Ik ga nu iets heel geks zeggen. Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen. Ik lig tegenwoordig vaak samen met Mart Smeets in bad. Oké, om misverstanden te voorkomen, niet met de persoon zelf maar met zijn boek ‘Mijn Amerika’ dat ik vorig jaar van mijn schoonzus en zwager voor mijn verjaardag heb gekregen.

000000 mart smeets

In dit boek schrijft Mart Smeets over zijn reizen in Amerika. Hij schrijft vooral over de geschiedenis van Amerika, sport, muziek, uit eten gaan en over allerlei muziek-  en boekwinkels die hij bezoekt. Dat laatste had wel een onsje minder gekund. Na drie keer weten we wel dat hij een belezen man is. De Franse journalist Philippe Bouvard zou zeggen “Bescheidenheid is de kunst om de anderen al het goede te laten zeggen dat je van jezelf denkt.”

Ik moet zeggen, Mart Smeets kan goed schrijven, vooral over de geschiedenis van Amerika. De lengte van de hoofdstukken is ook prettig, net lang genoeg voor een bad.

Ik “ken” Mart Smeets – niet persoonlijk overigens – al zo’n vijftig jaar en maakt hij via de televisie deel uit van mijn leven. In levende lijve zelf heb ik hem één keer gezien. Dat was halverwege de jaren zeventig van de vorige eeuw. Hij was tijdens de introductieperiode op de TH Twente uitgenodigd door een studentenvereniging – vermoedelijk de basketbalclub.  Hij hield een lezing en keek daarbij opvallend vaak naar een jongen in het publiek. Ik dacht ‘Zit hij nou met die jongen te flirten?’ maar het ging om de Noorse trui die de jongen droeg, want opeens zei hij: “Je hebt een mooie trui, mag ik vragen waar je die vandaan hebt?” Een decennium later zou Mart Smeets bekend staan om zijn Noorse truien die hij tijdens schaatswedstrijden altijd droeg. Wellicht is het die dag op de TH Twente begonnen.

Zelf heb ik bijna een keer in een tv-programma met Mart Smeets gezeten. In 2004 had ik een boek met allerlei nutteloze voetbalkennis over het Nederlands elftal geschreven . Het was vlak voor het EK uitgekomen

oranjerapporten

Opeens werd ik tijdens het EK op een middag gebeld door een redacteur van de NOS. Of ik ‘s avonds in een programma – er was onverwacht een gast uitgevallen –  met Mart Smeets wat grappige feitjes uit het boek wilde bespreken.

Ik werd volkomen verrast door die vraag, Moest ik dat doen? Het was vast goed voor de verkoop van het boek, maar ik zag er die dag toevallig niet uit – ik had een ‘bad hairday’; wat heet, ik moest nodig naar de kapper; Marianne zat dat al weken te roepen. Ik zei dat ik even moest kijken of ik het qua tijd allemaal kon regelen en dat ik binnen tien minuten terug zou bellen. Dat was goed.

Ik maakte een snelle berekening. Ik kon onderweg nog net naar de kapper, dan naar huis voor een net overhemd en dan met openbaar vervoer  naar Hilversum. De twee jongens van mijn tweemans-uitgeverij zouden vast blij verrast zijn met mijn tv-optreden. Gratis tv-reclame voor mijn boek! Ik besloot het te doen. Ik belde terug, ruim binnen de tien minuten.

Het hoefde niet meer. Ze hadden ondertussen al de schrijver van een ander boekje met nutteloze voetbalkennis gebeld. Die had direct ja gezegd. ‘s Avonds zag ik hem terug op tv. Saai. Mijn boekje was veel leuker, maar het zijne verkocht daarna wel beter. Het stond de week er na zelfs in de top 60 van beste verkochte boeken in Nederland. (Oké, één week maar op nr. 57.) Ik heb deze gemiste kans op eeuwige roem maar nooit aan de jongens van de uitgeverij verteld. Leek me beter. Nu kan het wel. (Hun uitgeverij bestaat niet meer). Sorry jongens dat ik niet direct ja zei.

 

Jaaroverzicht

Zo het jaar zit er weer op, althans het voorgaande jaar uiteraard, dit jaar is nog maar net begonnen. In 2019 heb ik 180 blogposts geplaatst en daarnaast heb ik nog  een zestal grote verhalen uit mijn serie over mensen achter de computer geschreven (eentje per twee maand gemiddeld; dat schiet dus niet erg op.)

Gemiddeld trok ik met mijn blogposts vorig jaar 216 unieke bezoekers  per maand. Oké, in werkelijkheid waren dat er tien keer zoveel, maar ik tel alleen de bezoekers mee die langer dan 1 minuut op de site blijven. De overigen zijn voornamelijk robots en dergelijke. Zo had ik in 2019  liefst 19.000 hits afkomstig uit China en 10,000 hits vanuit Rusland en dat terwijl ik in het Nederlands schrijf.

Het overzicht per maand vanaf december 2015 ziet er als volgt uit.

0000 blog

De trendlijn is nog dalend (ai!) maar december van dit jaar laat een opvallende piek zien. Dat komt door één blogpost en wel door eentje die ik al in juni 2016 schreef over de vraag waarom al het wasgoed bij het wassen altijd in een dekbedovertrek kruipt. Op 10 december (en ook nog deels op 11 december) werd deze blogpost massaal bezocht door mensen uit Nederland en België. (De Chinezen en Russen hadden hier geen belangstelling voor). Geen idee waarom dat was, wellicht is het onderwerp ergens in een quiz ter sprake gekomen.

Af en toe zie ik hoe een nieuwsitem het aantal bezoekers op mijn site beïnvloedt. Zo overleed in juni van dit jaar Barry Hughes, de sympathieke oud-trainer van mijn clubje Go Ahead Eagles. In mei 2018 had ik een keer verhaal geschreven over de ervaringen die mijn vader met hem had toen hij (mijn vader) de studiebegeleider was van de jongens die in het fameuze jeugdhuis van Go Ahead Eagles zaten. Deze blogpost uit 2018 was in juni 2019 na het overlijden van Barry Hughes de meest gelezen blogpost van die maand op mijn site.

De blogpost op mijn site die tot nu toe het vaakst is gelezen, is een verhaal uit 2017. (Zie de piek in de grafiek.) Dat was het Mondriaan-jaar en over al die tentoonstellingen die je dat jaar had in het Haags Gemeentemuseum – het heet nu het Haags Kunstmuseum –  schreef ik toentertijd een verhaal, wat in 2017 blijkbaar heel veel bezoekers trok die op zoek waren naar informatie over die Mondriaan-tentoonstellingen.

Ook een bepaalde aflevering uit de serie over de mensen achter de computer is een “kijkcijferhit” op mijn site en wel het verhaal over Archimedes. Ik vermoed dat heel veel scholieren voor werkstukken over Archimedes hier dankbaar gebruikt van hebben gemaakt (“Ha, dat kan ik gebruiken!“).

Tot slot, ook al zei de Chinese filosoof Lao-Tse eens “Vrij zijn van wensen leidt tot innerlijke rust”, toch wil ik iedereen bij deze de beste wensen voor 2020 toewensen.  Vergeet ik het persoonlijk te doen, dan kan ik altijd nog zeggen: “Het stond op mijn site, heb je die dan niet gelezen?”

Kopspijkers

Niet alleen nu maar ook 25 jaar geleden hield ik mij al bezig met allerlei nutteloze zaken. Zo hield ik in 1994, het jaar dat Marianne zwanger was van onze tweede dochter, bij wat voor namen andere ouders hun kinderen gaven. Tegenwoordig toets je daar een zoekopdracht op Google voor in, maar in 1994 ‘onderzocht’ ik dit aan de hand van de geboorteadvertenties in de Volkskrant en de zaterdagkrant van de NRC.

Begin 1995  – ik had die gegeven nu eenmaal toch – maakte ik een top tien van die verzamelde namen en stuurde ik die op naar de Volkskrant. Om de kans op plaatsing van mijn brief wat te vergroten, deed ik dit namens de (niet bestaande) vereniging VIENO. Dat stond voor de Vereniging van Interessante Edoch Nutteloze Onderzoeken.

De brief kreeg een ereplaatsje op de pagina met ingezonden brieven en tot mijn grote verbazing werd ik vervolgens gebeld door liefst drie televisie-programma’s en vier radiostations met de vraag of ik bij hen in het programma wat wilde komen vertellen over de VIENO en het namenonderzoek.  (Ik heb vier geleden hier een keer uitgebreid over geschreven – zie hier.)

In twee radioprogramma’s (een programma van de AVRO en eentje van de regionale omroep Utrecht) was ik te horen. De televisie-programma’s deed ik echter bewust niet. Volgens mij zou ik daar noch de kijkers noch mijzelf een plezier mee doen.

Zo was één van de tv-programma’s die belde Kopspijkers – het heette toen nog geloof ik Spijkers – van Jack Spijkerman. Dat was een erg populair satirisch programma met daarin grappige tv-filmpjes,  cabaretiers die bekende mensen nadeden, een quizje met twee bekende Nederlanders die als ze een antwoord goed hadden op een spijker in een tafel mochten slaan en een onderdeel met – ik citeer nu  even de Wikipedia –  “voorgekookte interviews met UFO-deskundigen, helderzienden en andere makkelijke mikpunten van spot”.  Dat laatste zei de redacteur die mij belde er niet bij, maar ik kende het onderdeel als trouwe kijker en mooi dus dat ik voor de eer  bedankte. (Pas in 2012 zou ik als “Titanic-deskundige” – je heb nutteloze kennis of niet –  in Pauw en Witteman op tv te zien. )

Van de week speelden wij met de dochters het spelletje 30-Seconds. Dat is een spelletje waar twee teams tegen elkaar spelen. Je krijgt een kaartje met vijf begrippen er op. Dat kunnen zaken zijn als namen, films, sporten, gebeurtenissen, plaatsen enzovoorts, enzovoorts. Het ene teamlid moet het begrip omschrijven, de andere moet het raden.  “Land beneden Nederland” brult de ene “België” roept dan de andere dan. Je hebt 30 seconden voor elk kaartje met vijf begrippen. Voor elk goed antwoord krijg je een punt.

Op een gegeven moment was de oudste dochter aan het beurt om de omschrijvingen te verzinnen, de jongste moest raden. “Presentator Kopspijkers” zei de oudste.  “Jack van Gelder” antwoordde de jongste. “Goed” zei de oudste. Wat??? Ze hadden het allebei fout maar ze hadden het begrip wel goed – er stond inderdaad Jack van Gelder op het kaartje. In plaats van een punt hadden ze een strafpunt verdiend vonden Marianne en ik, maar triomfantelijk schoven ze hun poppetje een plaatsje verder op het bord.  Tja ….

0000 jacksJack Spijkerman en Jack van Gelder; hoe haal je ze uit elkaar. (Foto’s WIkipedia)

 

13 cent

Afgelopen week ontving ik van de stichting Lira weer de jaarlijkse opgave. De Lira, dat staat voor Literaire rechten auteurs, incasseert voor de aangesloten leden onder andere de leenvergoeding die bibliotheken betalen. Elke keer als een boek van mij door een bibliotheek wordt uitgeleend, krijg ik een kleine vergoeding. Dit ter compensatie van een (mogelijk) gemiste verkoop.

Het bedrag dat je per uitlening krijgt, is een percentage van de verkoopprijs van het boek. Na aftrek van een klein bedrag voor de kosten van de Lira krijg ik voor elke uitlening van mijn boek ‘De Titanic’ dertien cent. Het is natuurlijk voordeliger voor mij als u het boek gewoon koopt. (Zie bijvoorbeeld hier en hier.) De verkoop van een papieren exemplaar (€17,50) levert mij namelijk elke keer €1,60 op.

titanic

Dit jaar bleek het boek, alle bibliotheken samen, in totaal 102 keer uitgeleend te zijn geweest.  Dat levert mij dus mooi dertien euro op. Echter, ik heb het boek niet alleen geschreven. De journalist en schrijver Bert Wagendorp heeft het voorwoord geschreven en volgens de regels van de Lira moet ik de opbrengsten dan ook delen met Bert.

Ik krijg 99%, Bert Wagendorp 1%. Die verhouding heb ik overigens niet zelf bepaald  (anders was het wel 100% – 0%  geweest 1 smiley), maar is de standaardverhouding van de Lira ten aanzien van het percentage dat een schrijver van een voorwoord krijgt bij een uitlening.) Het levert Bert dit jaar dus dertien cent op. Dit is overigens nog wel bruto. Je moet de opbrengsten van het uitlenen  bij je inkomen optellen en er dan belasting over betalen.

Ik hoop maar dat Bert hier aan denkt en niet in één keer het hele bedrag uitgeeft.

Voorwoord

Een beetje boek heeft een voorwoord waarin iemand het boek uitbundig aanprijst. Ik heb even gekeken op de site van Delpher, dat is de site waar je allerlei historische kranten kan inzien, om te zien wat het oudste Nederlandse krantenartikel was met daarin het woord ‘voorwoord’ in combinatie met het woord ‘boek’.

Ik trof een artikeltje aan uit de Middelburgsche Courant van 4 juni 1850. Daarin werd het boek ‘Sporen van de Natuurlijke Geschiedenis der Schepping, of Schepping en voortgaande ontwikkeling van Planten en Dieren, onder den invloed en het beheer der Natuurwetten’ – alleen de titel is al een boek op zich – besproken. Het boek bevatte een voorwoord, geschreven door een zekere Prof. G. J. Mulder. De krant citeerde uitgebreid uit dit voorwoord:

Ik ken geen Boek, dat in den laatste tijd het licht zag, hetwelk voor beschaafde liedern meer geschikt is, om in algemeene trekken der Natuur van hare meest uitmuntende zijde te vertoonen. Het zal den blik van elken Lezer met kracht bepalen bij eenen schat van kennis, die hem treffen zal, indien hij er zich voor het eerst aan waagt, maar die ook hem zal boeijen, die reeds meer of min met de Natuur is vertrouwd geworden.” aldus de professor.

000000 voorwoord

Kijk, met dat voorwoord zal de schrijver van het boek blij zijn geweest. (Al is het natuurlijk wel altijd de bedoeling van een voorwoord dat het boek een beetje opgehemeld wordt.)

De geschiedenis van het voorwoord is veel ouder dan 1850. Zo bevat het beroemde boek van Sir Thomas Malory over koning Arthur uit 1485 al een voorwoord (van William Caxton) en ongetwijfeld zijn er nog oudere voorbeelden. (Het Engelse woord voor ‘voorwoord’ is ‘preface’. Het is afkomstig uit het Latijn (‘prae fatia’), dat staat voor ‘eerder gesproken’. Grote kans dus dat er al allerlei oude Romeinse boeken met een voorwoord zijn.

Vanwaar schrijf ik nu over voorwoorden? Dat komt omdat er afgelopen maandag in de Volkskrant eenmalig een CaMu- bijdrage stond van Remco Campert. Dit ter gelegenheid van het feit dat hij 90 jaar oud was geworden. Daardoor moest ik opeens denken aan 2003 toen ik hem vroeg om een voorwoord voor mijn eerste boek te schrijven.

Remco Campert had tussen 1996 en 2006 afwisselend met Jan Mulder een korte column (CaMu) op de voorpagina van de Volkskrant. Daarin voerde hij allerlei figuren op onder andere Drs. Mallebrootje en het jonge ding uit de achterban, veldwachter Bonkjes, de boerenfamilie Kneupma en de wetenschappelijke onderzoeker Bob Bamzaai van de SOEA. Waar de SOEA een afkorting van was, weet ik niet meer – de ‘S’ zal wel van Stichting zijn. Het was in ieder geval een instituut dat allerlei onzinnige onderzoeken deed.

Nu had ik in die tijd ook zo iets, namelijk de VIENO. Dat stond voor de Vereniging voor Interessante Edoch Nutteloze Onderzoeken. Die “publiceerde” regelmatig allerlei nutteloze voetbalonderzoeken, onder andere in de Volkskrant-rubriek ‘Het Schavot’ van Bert Wagendorp. De VIENO en de SOEA van Remco Campert begaven zich dus min of meer op het zelfde onderzoeksdomein. De VIENO was iets ouder dan de SOEA maar daar stond tegenover dat Remco Campert veel leuker schreef dan ik.

Het leek me dan ook in 2003 een goed idee om Bob Bamzaai van de SOEA te vragen of hij voor mijn boek ‘De Oranje Rapporten’ – met allerlei VIENO-rapporten over het Nederlands elftal (het boek zou verschijnen ter gelegenheid van het EK voetbal in Portugal in 2004)  – een voorwoord wilde schrijven. Weliswaar had Bert Wagendorp al toegezegd om een voorwoord te schrijven, maar een boek met twee voorwoorden zou uniek zijn leek me en dan kon mijn boek zich mooi onderscheiden van andere voetbalboeken. Bovendien een boek met een voorwoord van zowel Bert Wagendorp als Remco Campert dat moest wel een goed boek zijn.

Ik trok de stoute schoenen aan en stuurde Remco Campert een brief. Volgens mij stond zijn adres toen gewoon in de telefoongids van Amsterdam. Eerlijk gezegd verwachtte ik geen reactie, maar hij stuurde een kaart terug. Op de voorkant van de kaart stond het gedicht ‘Pluk de dag’ van Cees Budding.

000000 voorwoord rc2

Op de achterkant schreef hij dat Bamzaai bereid was een voorwoord te schrijven maar dat, gezien het feit dat de SOEA niet van de wind kon leven, Bamzaai liet weten dat er wel een geldelijke vergoeding tegenover moest staan.

000000 voorwoord rc

Ik liet de kaart zien aan de jongens van de uitgeverij – het was een kleine tweemansuitgeverij – maar helaas, er was geen geld voor een voorwoord van Bob Bamzaai. Bovendien vonden ze het niet nodig, één voorwoord  – Bert Wagendorp deed het voor een fles wijn; hij bedierf daarmee behoorlijk de markt voor schrijvers van voorwoorden –  was meer dan genoeg vonden ze.

Ik stuurde Remco Campert daarom een brief terug dat de VIENO helaas niet in staat was om Bob Bamzaai te betalen voor het voorwoord van de SOEA en bedankte hem hartelijk voor zijn antwoord. (Ik heb er nu uiteraard spijt van dat ik Bob Bamzaai niet van mijn eigen geld heb ingehuurd; De kaart van Remco Campert heb ik wel altijd bewaard.)

Overigens heb ik nog een goed idee voor een boek getiteld ‘Voorwoord’. Dat bestaat dan uit een stuk van mij van een pagina of tien over de geschiedenis van het voorwoord, met enkele leuke en verantwoorde voorbeelden van voorwoorden, voorafgegaan door liefst vijftig voorwoorden voor het boek geschreven door allerlei bekende mensen. Lijkt me een uniek boek.

Ik moet het maar eens voorleggen aan mijn uitgever, als die nog weet dat ik besta (mijn laatste boek verscheen in 2012). En hoe krijg ik vijftig bekende mensen zo gek dat ze een voorwoord willen schrijven voor een boek dat alleen maar bestaat uit een korte verhandeling over het fenomeen voorwoord?

In ieder geval moeten Bert Wagendorp  – hij schreef voor al mijn boeken een voorwoord; altijd tegen een fles wijn; hij kent zijn marktwaarde niet) en Remco Campert (ook al koste het eventueel geld) tot die vijftig mensen behoren. Gezien de leeftijd van Remco Campert – dat hij nog veel ouder mag worden –  moet ik hier echter  niet te lang mee wachten.

De boeken top tien (2)

Maandag liet ik u zien welke non-fiction boeken het beste werden verkocht in de online boekenshop van www.martinvanneck.nl. Vandaag de tien best verkochte fiction boeken. Nadat de vier boeken uit de winden-serie liefst vier maanden lang de eerste vier plaatsen van de ranglijst hebben bezet gehouden, is er eindelijk een nieuwe nummer één.

De Vluchteling’, het epos dat zich in 2040 afspeelt in het Nederland onder Thierry Baudet en dat de gevolgen laat zien van de klimaatopwarming met de daaruit voortvloeide eindeloze stroom klimaatvluchtelingen uit Spanje, Italië en Frankrijk die naar het noorden trekken, is deze week het best verkopende boek van deze site. De hele top tien ziet er als volgt uit:

  1. De Vluchteling’ door A.F.D. van der Bossen. Het jaar 2040. Als Chantal Marlot, de assistente van president-voor-het-leven Thierry Baudet, bij de muur op de grens met België het ‘mr. Theo Hiddema Memorial Opvangcentrum voor Klimaatvluchtelingen’ bezoekt, ziet zij tussen de Franse vluchtelingen opeens een bekend gezicht: haar vakantiegeliefde van tien jaar geleden.
  2. Westenwind’ door J.K. James; In deel 1 van de reeks ontmoet Jane Faithful, een bibliothecaresse uit New York, John Doe een geheimzinnige Amerikaan die zijn geheugen kwijt is geraakt. Als hij vergeet een geleend boek terug te brengen, en zij hem toevallig op straat tegenkomt, spreekt zij hem daarop aan. Al snel krijgen ze een hartstochtelijk relatie.
  3. Noordenwind’ door J.K. James; In deel 2 reizen Jane en John door Europa om alle grote bibliotheken van de wereld te bekijken. Na een heftige nacht in Parijs verdwijnt John plotseling met de noorderzon. Slaat de amnesie weer toe?
  4. Oostenwind’ door J.K. James; in deel 3 staat John opeens weer voor de deur van Jane. Hij weet niet waarom hij vertrok. Na een nacht vol wilde passie ziet zij opeens op zijn arm een nieuwe tatoeage: de naam Mary met daarbij een klein hartje. Hij heeft geen idee wie Mary is en waarom hij deze naam heeft laten tatoeëren. Jane wijst hem de deur.
  5. Zuidenwind’ door J.K. James. Het is al drie jaar geleden dat Jane John de deur heeft gewezen. Ze staat op het punt van trouwen met de knappe hersenchirurg Donald als op de avond voor het huwelijk John voor de deur staat. Hij heeft zijn geheugen terug. Mary is de naam van zijn grootmoeder die hem opvoedde nadat zijn beide ouders bij het ongeluk met de Spaceshuttle om het leven waren gekomen. Voor wie kiest Jane? Voor Donald of toch voor John?
  6. ‘Yo Bro’ door Monica Vlogless; Fel realistische roman die zich afspeelt in de wereld van vloggers.
  7. De man die zich in de maanlander verstopte’ door Cees Hulst. Tijdens een bezoek aan een museum door de bewoners van het ‘André van Duin Huis voor Oude Mensen’ besluit de 99-jarige Peter de Smet om nog iets van het leven te maken.
  8. Heinrich’s Haiku’s’ door Heinrich Haiku. Alle drie de haiku’s van Heinrich Haiku, pseudoniem van de jong overleden dichter Herman Mei; voor het eerst bij elkaar gebracht in een prachtig vorm gegeven verzamelbundel.
  9. ‘De tweeling’ door Ronald de Boer; Als Frank besluit om zijn leven radicaal om te gooien, verhuist hij naar een klein plaatsje aan de andere kant van Amerika. Daar aangekomen blijkt iedereen hem al te kennen. Wat is er aan de hand? (Vertaald uit het Engels en gebaseerd op een waar gebeurd verhaal.)
  10. ‘Het horloge’ door Alexandra Pet; Een familiekroniek over het wel en wee van de familie Pimpam, verteld aan de hand van de geschiedenis van een horloge. Over rijke en arme, goede en foute, lange en kleine, dunne en dikke mensen.

De boeken top tien

Elk zichzelf respecterend medium heeft tegenwoordig zijn eigen boeken top tien. Daarom zal er met ingang van vandaag ook op deze site regelmatig een boeken top tien verschijnen. Deze week de tien best verkopende non-fictie boeken uit de online-boekenshop van www.martinvanneck.nl.

  1. ‘Van kind tot kinds’; de autobiografie van jonkheer Berend van Stoetelaer sr. – m.m.v. jonkheer Berend van Stoetelaer jr. (laatste hoofdstuk).
  2. Reizen met een stofzuiger’; Het levensverhaal van topverkoper Bart “de zuiger” Bakker .
  3. Bukken, hij gaat schieten”; Go Ahead Eagles supporters over hun liefde voor cult-spits Bob de Bokker; 260 wedstrijden; 0 doelpunten.
  4. Een Van Gogh voor een tientje.’; Over de ontdekking van ‘De Zonnebloempitten’ van Vincent van Gogh in een kringloopwinkel.
  5. Mijn polsstok brak’; Atleet Henk Springer vertelt hoe hij net niet Olympisch kampioen polsstokhoogspringen werd.
  6. Het groeiende gras’; Deel acht uit de bekende serie ‘Kijken naar de natuur’.
  7. Honderd niet op te lossen Sudoku puzzels’; Onoplosbare puzzels voor nog langer spelplezier.
  8. Woorden die het vaakst fout worden gespelt.’ Een boek vol spelfouten.
  9. Trap er niet in’. Over de gevaren van het online kopen van hondenpoepzakjes.
  10. Dood gaan is slapen zonder wakker te worden’; De Franse filosoof Bernard le Penseur legt uit hoe je zorgeloos door het leven kan gaan.

 

Vertaald door Google

Voor onze komende vakantie was ik bezig met het lezen van wat recensies op Google Travel van een hotel in Californië. Omdat Google doorhad dat ik uit Nederland kwam, gaven ze automatisch de Nederlandse vertaling erbij. Dat ging soms niet helemaal goed.

Zo las ik ergens: “Nu voor de positieve punten: 1. Maak schoon!” Huh? Dat klinkt toch niet echt positief. In het Engels stond echter:  “Now for the positives: 1. Clean!” Tja, als een bijvoeglijk naamwoord per ongeluk wordt aangezien als een werkwoord, dan krijg je dit.

In een andere recensie las ik: “Met uitzendkrachten in de hoge tienerjaren moesten we de luide kachel de hele nacht doorrennen…” Enig idee wat er in de oorspronkelijke tekst stond? Dit dus: “With temps in the high teens we had to run the loud heater all night”

Maar de meest opvallende vertaling trof ik aan in een reactie van de eigenaar van het hotel op een recensie van een klant die klaagde dat hij twee verschillende prijzen voor een kamer te horen kreeg nadat hij binnen een paar minuten twee keer keer naar het hotel belde.

In de oorspronkelijke tekst stond: “We don’t rip people off.” Volgens Google bedoelde de eigenaar van het hotel hiermee te zeggen: “We rukken mensen niet af.” Gelukkig maar.

000 vertaling 1

Spelfoud

Gisteren zagen Marianne en ik dit bordje in de Intratuin in Zoetermeer.

00 intratuin

Hoewel ze waarschuwden, was het toch wel even schrikken, die ‘d’ van ‘woekerd’.  Intratuin toch. Boo!

Maar goed, met Marianne in de buurt moet je niet vreemd opkijken als even later het bordje er zo uit ziet.

00 intratuin 2

Dus Intratuin Zoetermeer, mocht u zich afvragen wie dat gedaan heeft, “Marianne was here” 

Overigens heeft Intratuin wel vaker problemen met zijn bordjes. Op de site van Taalvoutjes hebben ze zelfs een eigen overzicht met opvallende bordjes. De leukste daarvan vind ik deze:

00 intratuin 3

Ik denk dat je je vragen het beste aan de Sanseveria, oftewel de Vrouwentong zoals de plant in België heet, kan stellen.

Ook leuk is blokhut ‘Texel’ die overal in Nederland gratis bezorgd wordt, behalve op de waddeneilanden.

00 intratuin 4

 

 

 

Taalfouten e.d.

Soms zie je in de krant of op internet wel eens een kop boven een artikel staan, waarbij je je afvraagt of de kop nou bewust “dubbelzinnig” is neergezet of dat het gewoon slordig is.

Zo schreef Omroep West onlangs over een datalek bij Dunea. (Bij het doorgeven van de watermeterstand kon het gebeuren dat je de gegevens van iemand anders kon zien.) Omroep West zette echter niet het woord ‘Datalek’ maar “Lek’ in de kop.  Zie deze tweet van ‘yours truly’ hieronder.

taalvoutjes 0

Volgens mij is dit een ‘bewussie’ zoals ze dat in voetbaltermen noemen.

Overigens, de @Taalfoutjes die ik in bovenstaande tweet vermeld is een twitteraccount dat allerlei “Taalfouten, dubbelzinnige teksten en taalmissers” en andere onbedoeld grappige taalzaken publiceert die ze in de media aantreffen.  Ik mag zoiets graag lezen. Enkele voorbeelden van hun twitteraccount.

taalvoutjes 3

taalvoutjes 2

taalvoutjes 1

taalvoutjes 4

Mocht u nou een keer een taalfout o.i.d. in één van mijn blogposts aantreffen, denk dan aan het citaat van de Ierse schrijver James Joyce (1882-1941) die ooit eens zei:

Een genie maakt geen vergissingen. Zijn fouten zijn opzettelijk en vormen openingen tot nieuwe vondsten.”

Met het oog op morgen

Gutennacht Freunde, ik dacht, ik begin eens een keer een blogpost met een muziekje, dan ga ik daarna wel door met mijn blogpost.

0000000 mey

Zo daar zijn we weer. “Dit is het webblog van Martin van Neck. Met een overzicht van oud nieuws, de krant van gisteren en ontwikkelingen en achtergronden van mijn eigen nieuws. Buiten is het vijftien graden, binnen zit Martin van Neck.”

Als u nu denkt ‘waar slaat dit allemaal op?’, dit is een eerbetoon aan het radioprogramma ‘Met het oog op morgen’. Dit programma, dat altijd ’s avonds tussen 23.00 uur en 24.00 uur op Radio 1 te horen is, kende afgelopen vrijdag zijn 15.000 uitzending. Het is na “Langs de Lijn’ het langst lopende radioprogramma.

Ik ben zelf ook een keer te gast geweest in ‘Met het oog op morgen’. Dat was in 2008, vlak voor het EK voetbal. Ik had een voetbalboek getiteld ‘Heel het land is van streek‘ geschreven met allerlei nutteloze voetbalverhalen. ‘Met het oog op morgen’ besteedde die week aandacht aan het EK en omdat alle deskundigen al zo’n beetje op waren, mocht ook ik “als deskundige” in de studio in Hilversum iets over het toernooi komen vertellen.

Een redacteur van het programma had mijn telefoonnummer van mijn uitgever gekregen en had mij een paar dagen van te voren opgebeld om te vragen of ik in het programma iets over het komende EK wilde zeggen. Dat wilde ik uiteraard wel  – “publiciteit, publiciteit”; altijd goed voor de verkoop van een boek –  maar omdat Hilversum best een eind rijden voor mij was, vroeg ik of het ook telefonisch kon. Dat deden ze vanwege de kwaliteit – van de verbinding; niet van het interview – liever niet, maar ik hoefde niet naar Hilversum te komen. Ik kon ook wel naar de studio van de voor mij dichtst bij zijnde regionale omroep komen, dan legden zij daar wel een verbinding mee.

Dat vond ik prima en op een vrijdagavond zat ik om elf uur ‘s avonds samen met een technicus in een verder verlaten studio van Omroep West in Den Haag. Marianne was thuis gebleven; die luisterde wel naar de radio. De presentator zat in Hilversum, ik dus in Den Haag, maar dat was voor hem geen enkele belemmering om te zeggen “Hier bij mij in de studio zit Martin van Neck, de schrijver van ‘Heel het land is van streek’, een boek vol met nutteloze voetbalkennis.”

Het ‘nutteloze’ sprak hij overigens net iets te overdreven uit. De redacteur had me van te voren al gewaarschuwd dat de presentator van dienst – ik zal zijn naam hier niet vermelden; niet omdat ik dat ik dat niet wil maar omdat ik zijn naam niet meer weet – niets met voetbal op had, en er ook dan weinig verstand van had. Hij zou daarom het gesprek wel voorbereiden. Hij stelde voor dat we het eerst over het EK zouden hebben, daarna over het boek en dat ik zou besluiten met een paar leuke voetbalcitaten waarmee het boek vol stond. Ik vond het een prima plan.

De eerste vraag van de presentator was wie Europees Kampioen zou worden. Ik besloot om er gelijk een bekend citaat uit te gooien en zei: “Gary Lineker zou zeggen: ‘voetbal is een simpel spelletje. 22 Mannen rennen 90 minuten achter een bal aan en op het einde winnen de Duitsers’, maar zelf denk ik dat Spanje wint.” Hij aarzelde even en vroeg toen: “Wie is Gary Linneker?” Ik legde hem uit dat het een beroemde Engelse voetballer was, nu presentator van de Match of the Day bij de BBC, en dat hij die uitspraak had gedaan nadat Engeland op het WK van 1990 was uitgeschakeld door Duitsland. Waarom ik dacht dat Spanje Europees kampioen zou worden, vroeg hij niet.

Zijn volgende vraag ging over de kansen van Nederland. “Nederland zit in één groep met Frankrijk en Italië, dat zijn de twee finalisten van het laatste WK. We zijn dus kansloos?” Je kon horen dat hij de vraag van een papiertje voor las. Ik zei: “Nederland zou best wel eens van Italië en Frankrijk kunnen winnen. Alle spelers van toen zijn nu twee jaar ouder.” Ik stopte even om hem de gelegenheid te geven om te vragen wat ik hiermee bedoelde, maar hij zei niks, dus vervolgde ik met “Onze spelers zoals Van der Vaart, Sneijder, Robben en Van Persie zijn nog jong. Die hebben nu twee jaar meer ervaring, die van Italië en Frankrijk zijn juist relatief oud, die worden alleen maar minder.” ‘Ok.” antwoorde hij op een toon alsof hij zojuist de algemene relativiteitstheorie had uitgelegd gekregen.

Her gesprek ging daarna even over mijn boek. Opeens vroeg hij: “Wat vind je vriendin er eigenlijk van dat je je met nutteloze voetbalfeiten bezig houdt?” Die vraag verraste me. Even overwoog ik om te zeggen: “Dat is fraai zeg. Mijn vrouw zit thuis naar de radio te luisteren en dan gaat u hier live in de uitzending vragen wat mijn vriendin er van vindt“. Leek mij wel een grappig antwoord maar dat durfde ik niet en zei toen braaf dat ik getrouwd was en dat mijn vrouw er wel aan gewend was dat ik altijd allerlei nutteloze dingen deed.

Op het einde vroeg hij of ik nog wat leuke voetbalcitaten had. Ha, die spontane vraag had ik voorbereid. Ik pakte mijn boek. Op de pagina waar de leukste citaten stonden, had ik een geel post-it papiertje geplakt, maar toen ik het boek oppakte viel dat er uit. Ai, waar was die pagina nu? Ik kon de pagina niet zo snel meer vinden, en deed er toen maar een paar van Cruijff uit mijn hoofd, “Als je een speler ziet sprinten dan is hij te laat vertrokken.” en “Ik geloof niet. In Spanje slaan alle 22 spelers een kruisje voordat ze het veld opkomen, als het werkt, zal het dus altijd een gelijkspel worden.”, dat soort uitspraken. Toen was het interview afgelopen.

De technicus van omroep West vond het een geslaagd gesprek en even later fietste ik diep in de nacht terug naar huis. Marianne sliep bij thuiskomst al. Mooi, dat scheelde me vragen over die vriendin.

p.s. Voor het geval u nog een deskundige van dienst nodig heeft. Spanje werd Europees kampioen. Nederland won met 3-0 van Italië en met 4-1 van Frankrijk, precies zoals uw deskundige al voorspeld had.

Louis van Gaal

Ik doe niet aan bijgeloof want dat brengt ongeluk, maar misschien had ik Ajax – Tottenham Hotspur toch bij Ziggo op kanaal 14 (het nummer van Cruijff) moeten kijken. Nu keek ik de wedstrijd bij Veronica op kanaal 8 en verloor Ajax. Maar in de rust en na afloop schakelde ik voor “de analyses” wel over naar Ziggo.

De reden daartoe was dat Louis van Gaal daar de deskundige van dienst was. Ok, af en toe werd hij onderbroken door interviews die de immer gezellige Jack van Gelder, wiens hoofd hoe langer hoe meer op een voetbal gaat lijken, hield met allerlei randfiguren – ik bedoel daarmee figuren die aan de rand van het veld stonden – maar zo gauw Louis van Gaal weer aan het woord kwam, werden er weer zinnige dingen over voetbal gezegd. “Dat is niet zo omdat Louis van Gaal het zegt, maar het is wel zo” zei hij zelf op een gegeven moment, en eerlijk is eerlijk, hij had gelijk.

0000000 louis van Gaal 0

Ik heb wel een zwak voor Louis van Gaal. Aan het begin van deze eeuw – dat klinkt alsof dat al tientallen jaren geleden was – publiceerde ik als voorzitter van de VIENO, dat stond voor de Vereniging van Interessante Edoch Nutteloze Onderzoeken (de vereniging telde twee leden; ik was de voorzitter en Marianne was lid, al wist ze dat zelf niet) regelmatig zogenaamde VIENO-rapporten met allerlei nutteloze “onderzoeken” over het Nederlands elftal.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan zaken als wie de jongste Nederlandse international ooit was (dat was Jan van Breda Kolff van HVV in 1911; die was 17 jaar en 2 maanden oud bij zijn debuut), welke vaders en zonen allebei in Oranje hebben gespeeld (onder andere Johan en Jordi Cruijjf; Jan en Youri Mulder, Martin en Ronald plus Erwin Koeman, en nu dus ook Danny en Daley Blind), wie de minst succesvolle international was (dat was Rinus Michels; vijf interlands gespeeld, alle vijf dik verloren), welke internationals op hun verjaardag mochten debuteren (dat waren Cor Huijbrechts van BVV in 1950 en Ruud Gullit in 1981), of er Nederlandse internationals op de Titanic zaten (nee, dus), en nog meer van dat soort onzindingen.

Ik stuurde die “rapporten” naar Bert Wagendorp van de Volkskrant die ze gebruikte voor zijn toenmalige rubriek ‘Het Schavot’. In 2001 speelde ik met de gedachten “die rapporten” te bundelen in een voetbalboek, en de kans dat een uitgever dat een goed idee zou vinden leek me groter als een bekend iemand het voorwoord zou schrijven.

Louis van Gaal was in die jaren (voor de eerste keer) bondscoach en ik stuurde hem via de KNVB een brief met het verzoek of hij eventueel het voorwoord zou willen schrijven. Tevens wees ik hem er op dat zijn aangekondigde voornemen om de Nederlandse spelers van Barcelona rust te geven en ze niet op te roepen voor de interland tegen het altijd lastige Andorra er voor zou zorgen dat de interlandsreeks van Kluivert en Cocu onderbroken zou worden. Die waren juist zo goed bezig om het record meest opeenvolgende gespeelde interlands op hun naam te krijgen. Ik kreeg een keurig antwoord van hem.

“[…] Tot  mijn spijt heb ik de spelers van FC Barcelona niet uitgenodigd voor de interland tegen Andorra hoewel ik bij voorbaat wist dat ik daarmee een punt zou zetten achter de ononderbroken reeksen van Kluivert en Cocu. Dat spijt me oprecht. Voor de spelers, maar ook voor jou. Als er echt een uitgever te vinden is voor de verzamelde rapporten wil ik het schrijven van een voorwoord serieus in overweging nemen. Ik hoor graag van je. Met vriendelijk groet, Louis van Gaal, bondscoach.

Nederland wist zich echter niet voor het WK van 2002 te plaatsen, waardoor ik het idee het idee liet. Ik vermoedde dat weinig uitgevers op dat moment belangstelling hadden om voetbalboeken uit te geven. In 2004 plaatste Nederland zich echter wel voor een eindtoernooi (het EK van 2004) en via Bert Wagendorp kwam ik bij uitgeverij 521 uit die wel brood zag in het idee.

0000000 boek

“Een absolute aanrader voor alle voetbal en oranje liefhebbers. De feiten, anekdotes en onderzoeken over het Nederlandse elftal worden op luchtige en humoristische manier beschreven door een zeer getalenteerde auteur.”, schreef mijn neefje op Bol.com bij het boek.

Louis van Gaal was op dat moment echter geen bondscoach meer en aangezien ik niet wist hoe ik hem nu moest bereiken vroeg ik Bert Wagendorp of hij het voorwoord wilde schrijven. Deze schreef een buitengewoon geestig voorwoord maar desondanks belandde de helft van de oplage van 2500 stuks van het boek bij De Slegte. Ach, had ik Louis van Gaal toch maar opgespoord om het voorwoord te schrijven. Dan was het vast wel een bestseller geworden.

In 2009 publiceerde Louis van Gaal zelf een boek, een autobiografie over zijn leven en zijn voetbalvisie. Bij de presentatie daarvan in de Amsterdam Arena sprak hij de legendarische woorden: “Het is uniek dat iemand die nog leeft een autobiografie schrijft”. Ik vind het een mooie man die zich ook al heel lang voor allerlei goede doelen inzet, wat te bewonderen valt.

0000000 louis van Gaal10 juni 1986: Actie ‘Gast aan Tafelvoetbal’ voor dak- en werklozen in Mexico; partijtje tafelvoetbal tussen Freek de Jonge (links) en Louis van Gaal (rechts); foto Ronald Gerrits; Anefo; Nationaal Archief.

Mocht ik ooit nog eens een voetbalboek schrijven, dan ga ik hem beslist vragen of hij het voorwoord wil schrijven. Louis, lees je mee?