Categorie archief: Schrijven

Oude en nieuwe taalvoutjes

Op de kandidatenlijst van het CDA voor de komende Tweede Kamer verkiezingen staat op plaats tien een opvallende nieuwkomer: Lucille Werner, vooral bekend van Lingo, dat zij van 2005 tot 2014 presenteerde.

Toevallig figureerde een tweet van haar uit 2011 een maandje geleden als ‘gouwe ouwe’  op het account van Taalvoutjes.

taalfoutjes 0

‘Effe gezellig lynchen met m’n zus’. Het zou me niets verbazen als Lucille de nieuwe woordvoerder politiezaken voor het CDA wordt.

Aangezien ik toch op het account van Taalvoutjes zat te kijken, hierbij nog wat mooie recente verschrijvingen dan wel voorbeelden van verkeerd taalgebruik.

taalfoutjesNiet te veel nadenken dus..

taalfoutjes 2

taalfoutjes 3

En tot slot nog een letterbak in de aanbieding om ‘woordtjes te leren schrijven’. (Vooral het commentaar van Taalvoutjes ‘Weet je zeker dat je ‘m wegdoet’ is leuk.)

taalfoutjes 1

Deze laatste tweet doet me denken aan een leuke anekdote waarmee een collega van Marianne zijn afscheidsmailtje bij de zorginstelling begon.

taalfoutjes 5

Nu zult u misschien zeggen, “Maak jij dan nooit taalfouten?”. Jazeker, maar om Ernest Hemingway te citeren: “Je hoeft niet alle fouten zelf te maken. Gun de anderen ook een kans.”

 

Mafalda

De Argentijnse striptekenaar Quino is gisteren op 88-jarige leeftijd overleden. U kent hem misschien niet maar hij is de bedenker en de tekenaar van de strip Mafalda.

0000000 mafalda 2Quino zoals hij zichzelf tekende.

0000000 mafalda 9Quino in 1984; foto Bruno Barral

Tussen 1966 en 1974 verschenen er bijna 2000 stripjes met Mafalda als hoofdpersoon. Ze is de dochter van een Argentijns stel uit de middenklasse, aan wie ze vaak opmerkelijke vragen stelt.  Mafalda heeft daarnaast een hekel aan soep en wil wereldvrede, om nog eens twee zaken te noemen. In het begin van de strip is ze vijf jaar oud en gaat ze naar de basisschool.

Haar humor en haar scherpe observaties van de volwassenewereld maken haar onweerstaanbaar. Zie hieronder bijvoorbeeld één van de vragen die Mafalda aan haar moeder stelt. (De tekening stond in een mooi portret over Quino dat vandaag in de Volkskrant verscheen.)

0000000 mafalda

Mama, wat zou je willen zijn als je zou leven?” 

In 1973 hield Quino op met het tekenen van Mafalda. Gevraagd naar de reden zei hij jaren later dat hij herhaling wilde voorkomen. Ook vreesde hij dat de maatschappijkritische strip hem in moeilijkheden zou brengen,

“Na de staatsgreep in Chili werd de situatie in Latijns-Amerika zeer bloederig”, zei hij over de verdrijving van Salvador Allende in 1973 door generaal August Pinochet in het buurland. Als ik haar was blijven tekenen, hadden ze me één of wel vier keer neergeschoten”, daarmee verwijzend naar de aanvallen op kunstenaars en intellectuelen die zich verzetten tegen rechtse militaire regimes in Latijns-Amerika. (aldus  Quino op de site van BBC)

Mafalda heeft hij na 1973 niet meer getekend. Nadat in 1976 een militaire junta de macht in Argentinië had gegrepen, vertrok hij naar Italië. Pas na de val de junta in 1983 keerde Quino terug naar Argentinië.

De Mafalda-strips zijn verzameld in een twaalftal boekjes.

0000000 mafalda 7

Marianne heeft ze allemaal. Helaas in het Spaans. Niet mijn sterkste taal maar Marianne, die wel Spaans spreekt – wat kan ze toch veel -, heeft (heel lief) de leukste stripjes voor mij vertaald, al ging dat meestal wel met enige vertraging omdat ze eerst uitgelachen moest zijn.

De boekjes zijn overigens in vele talen vertaald, tot in het Chinees toe.

0000000 mafalda 54

“Mama, wat knip je uit de krant?”, “Een recept”, “Is het lekker?”, “Vissoep”, “VERDOMDE PERSVRIJHEID!”

De boekjes zijn weliswaar in het Chinees vertaald, maar ik weet ik niet zeker of ze ook in China verkrijgbaar zijn. Persvrijheid is bijvoorbeeld niet zo’n groot goed in China. Dus of een strip met het woord ‘persvrijheid’ er in ook in China te verkrijgen is, weet ik niet.

Ook geldt dat niet alle stripfiguren in China worden gewaardeerd. Zo is bijvoorbeeld  Winnie de Pooh in China in de ban gedaan nadat er afbeeldingen verschenen, waarin de Chinese leider Xi Jinping met de beer werd vergeleken. Zie bijvoorbeeld hoe hij hier toenmalig premier Abe van Japan de hand schudt in vergelijking met  het handen schudden van de de ezel Iejoor met Winnie de Poeh.,

0000000 aaa 0winny

p.s. Door dit plaatje hier te plaatsen is mijn site waarschijnlijk nu niet meer vanuit China te bekijken, maar “Leve de persvrijheid!” zou Mafalda zeggen.

Afbreekstreepjes

Op twitter zag ik deze leuke tweet van Herman van de Zandt die een vraag op een Pickwick-theelabeltje beantwoordt.

0000000 aaaaaa

Ook als je wel een afbreekstreepje zet, moet je even uitkijken. Neem bijvoorbeeld het woord ‘bestedingen’.  Als je dat afbreekt als beste-dingen dan geeft dat enige verwarring. Het zelfde geldt als je het woord ‘reservering’ afbreekt als ‘reserve-ring en zo zijn er nog wel meer voorbeelden. Het geeft misverstanden als je ‘geleend’ als gel-eend afbreekt.

Zie hier de gel-eend, ook wel bekend als kuifeend.

0000000 kuif

Op de onvolprezen site van OnzeTaal staat een stukje uit 2011 hoe je afbreekstreepjes moet gebruiken. Om te zorgen dat mijn blog dit jaar voldoende educatiepunten (educa-tiepunten) haalt, ben ik zo vrij om dat hieronder te citeren. Van de site van OnzeTaal:

“Wat zijn de belangrijkste regels voor het afbreken van woorden aan het einde van een regel?

Bij het afbreken van woorden is soms de uitspraak van een woord doorslaggevend, soms de etymologie (de herkomst) en soms de morfologie (de opbouw van een woord). Meestal leiden deze drie principes tot dezelfde opvatting over waar de lettergreepgrens (en dat is vaak de plaats om af te breken) ligt. Hieronder geven we de hoofdregels voor woordafbreking.

  • Afbreken kan tussen de delen van een samenstellingbij-valcircus-actfiets-padtand-arts.
  • Woorden op -achtig-baar-heid-rijk-dom en -loos (achtervoegsels waarmee afleidingen worden gevormd) gedragen zich als samenstellingen: aap-achtigbereik-baar-heidei-wit-rijkprins-domwerke-loos.
  • Afbreken kan aan het einde van een lettergreep: cir-cusbe-las-tingme-de-wer-kerGe-noot-schap On-ze Taaler-ger-nisklap-lo-per.
  • Medeklinkers gaan zo veel mogelijk naar de volgende regel, maar beide stukken van het afgebroken woord moeten uitspreekbaar blijven en uit normale lettergrepen bestaan. Dus: dui-kerlei-denmor-genbe-schrij-venreu-ze-fla-terAmbten wordt amb-ten, want bten kun je niet zeggen; haasten wordt haas-ten en troosten wordt troos-ten, omdat haa en troo geen normale lettergrepen zijn.
  • Uit andere talen afkomstige lettercombinaties die als één lettergreep klinken, worden niet afgebroken. Voorbeelden: bitecakegra-tuithousema-noeu-vrerace. Afbrekingen van uit het Frans afkomstige woorden als crè-mepati-entstati-on en terti-air zijn in principe niet onmogelijk, maar worden toch vrijwel altijd vermeden: crèmepa-tiëntsta-tion en ter-tiair.
  • Eén losse letter aan het begin of einde van een regel is niet toegestaan. Dus niet a-linea of aline-a, maar alleen ali-neaoven wordt nooit o-ven en kan dus niet worden afgebroken. Deze regel geldt ook als zo’n woord deel is van een samenstelling. Bakoven kan dus alleen na bak worden afgebroken: bak-ovenIJverig wordt wel ij-ve-rig, omdat de ij als een tweeklank wordt beschouwd, niet als letter.
  • Rondom de x wordt niet afgebroken: sexyfaxenmixer. Op grond van deze en de vorige regel kan de naam Alexia niet worden afgebroken.
  • Chsh en sj als één klank blijven bij elkaar: ka-che-lenca-shew-nootpu-shenan-sjo-visram-sjen (maar: vis-haakvis-je).
  • Bij ng en nk wordt afgebroken na de nvin-gerwan-gen han-genan-kerver-len-gin-kjewin-ter-ko-nin-kje. Maar Frank-rijk wordt als een samengestelde naam beschouwd. Ook in ko-nink-rijk en ko-nink-lijk blijft de nk bijeen.
  • Een achtervoegsel dat met een klinker begint, krijgt een medeklinker mee (aar-dighoes-tenkrui-pen); bij een medeklinker + st zelfs twee (oog-sten). Dat geldt niet voor -achtig (koorts-achtig) en de meeste woorden op -aard (bei-aarddronk-aardsnood-aard). Uitzonderingen zijn bas-taardSpan-jaard en stan-daard.
  • Bij afbrekingen verdwijnen apostrofs en trema’s, en bij de verkleinvorm ook een eventuele dubbele letter: baby’tje wordt baby-tjeruïne wordt ru-inecolaatje wordt cola-tje.
  • Bij het afbreken van een woord waar een koppelteken in staat, wordt maar één streepje gebruikt (dus niet
    sms-
    -bericht
    , maar
    sms-
    bericht
    ).

Tot zover een stukje educatie.

 

De Titanic, een groot schip?

Maandag was de film ‘Titanic’ uit 1997 van regisseur James Cameron, met onder andere Leonardo DiCaprio en Kate Winslet, weer eens op de tv te zien. Spoiler alert:  het schip raakt een ijsberg en zinkt.

Ik was aan het zappen en kwam er toevallig in bij de scene waarin de reder de kapitein suggereert om sneller te varen om zo een dag eerder in New York te arriveren. Nu weet ik wel wat van de geschiedenis van de Titanic af. Ik heb namelijk een keertje een mooi boek over de geschiedenis van het schip en de ramp gelezen. Zie onder. (Ik kan het mede namens WC-eend van harte aanbevelen.)

00000 0 1 0 titanic

In dit boek valt te lezen dat het hoogst onwaarschijnlijk was dat de reder de kapitein opdracht gaf om sneller te varen. Daar had de reder namelijk geen belang bij. Het was voor een rederij qua betrouwbaarheid veel belangrijker om op het afgegeven tijdstip aan te komen.

De film bevat naast deze historische vergissing nog één grote feitelijke onjuistheid, namelijk de scène waarin te zien is hoe hoofdofficier William Murdoch op een passagier schiet om hem weg te houden van een reddingsboot, waarna Murdoch even later zelfmoord pleegt. Er is geen enkele overlevende van de ramp die na aankomst in New York Murdoch hiervan heeft beschuldigd. De vice-president van de filmmaatschappij  20th Century Fox reisde daarom een paar maanden na het uitkomen van de film af naar het Schotse plaatsje Dalbeattie, waar Murdoch woonde, om namens de filmmaatschappij excuses aan te bieden. Tevens gaf hij de plaatselijke school een cheque van 5000 pond voor de jaarlijkse ‘William Murdoch Memorial Prize’. (Dat kon er wel van af; in totaal heeft de film tot nu toe 2,2 miljard dollar opgebracht; de productiekosten bedroegen ongeveer $200 miljoen.)

Naast deze twee grote ‘fouten’  bevat de film nog een aantal kleinere onjuistheden. Zo dreigt hoofdpersoon Rose (Kate Winslet) in het begin van de film in het water te springen. Om haar te kalmeren vertelt de andere hoofdpersoon Jack (Leonardo DiCaprio) over het koude water van Lake Wissota in de staat Wisconsin. Dat is opmerkelijk want het meer ontstond pas in 1918 dankzij een stuwdam in de Chippewa River.

00000 0 1 0 lake wissotaLake Wissota, ontstaan in 1918; foto McGhiever

Verderop in de film vertelt Rose over theorieën, die Sigmund Freud pas in 1920 zou publiceren en worden er in de film filtersigaretten gerookt. Die bestonden in 1912 nog niet. Het digitale horloge dat een van de passagiers in de reddingsboten draagt evenmin. Aan het einde van de film ziet Rose het verlichte Vrijheidsbeeld, met een goudkleurige fakkel. Het Vrijheidsbeeld was in 1912 niet verlicht en de fakkel was toen grijs. Pas in 1986 werd de vlam goudkleurig geschilderd.

Enfin, het zinken van de Titanic geldt als één van de grootste maritieme rampen uit de geschiedenis.

00000 0 1 0 tianicEen ietwat gedramatiseerde tekening uit 1912. Het schip zit hier vast in de ijsberg. Als dat zo was, dan hadden de passagiers, waarvoor geen plaats in de reddingsboten was, veel beter op de ijsberg kunnen plaatsnemen dan in het water te springen. Tekening van professor Willy Stöwer voor het Duitse blad ‘Die Gartenlaube’.

De Titanic was in 1912 het grootste schip ter wereld. Het was zo groot dat het bij de tussenstop in Cherbough niet in de haven kon aanleggen, waardoor de passagiers die daar aan boord gingen met bootjes naar het schip moesten worden gebracht.

Tegenwoordig heb je echter veel grotere boten. Denk maar eens aan de moderne cruiseschepen. Heel toevallig twitterde de site ‘Tips en Weetjes’ afgelopen zondag een afbeelding waarin de Titanic werd vergeleken met een cruiseschip.

00000 0 1 0 titanic 2

Een bootje van niks die Titanic.

 

 

 

James Cameron

De passagiers in het bootje

Gisteren was de duizendste blogpost en schreef ik dat het bootje met blogposts vandaag weer verder zou varen. Maar voordat we koers zetten eerst een blogpost over mijn passagiers en wat ze onderweg aan boord doen. Zie hier de passagiers in mijn blogpost-bootje.

00000000 1000 qe

Oké, zoveel passagiers heb ik niet mijn blogpostbootje.  Dit zijn uit Europa terugkerende Amerikaanse soldaten aan boord van de Queen Elisabeth bij aankomst in de haven van New York in 1945 (Photo credit: New-York Historical Society.)

Ik ben in september 2015 met dit blog begonnen. De eerste maand had ik 25 unieke bezoekers per maand. Nu zit ik op zo’n 2500 bezoekers per maand (met een uniek IP-adres). Echter ruim 85% van deze bezoekers blijft minder dan 30 seconden op mijn site en nog zo’n 3% is binnen twee minuten al weer weg. Deze bezoekers tel ik daarom niet mee. Gemiddeld zit ik nu op zo’n 270 unieke bezoekers per maand die langer dan 2 minuten per bezoek blijven. (De corona-crisis waardoor veel mensen thuis zitten heeft voor een toename van zo’n 20% van het aantal bezoekers gezorgd.)

00000000 1000 gr

Veel van die korte  bezoeken (minder dan 30 seconden) zijn van bezoekers uit Rusland, die vooral bezig zijn met het automatisch plaatsen van links in een reactie op de blogposts, waar woorden als ‘porn’ en ‘sex’ in domineren; om misverstanden te voorkomen, die woorden staan in de links in die reacties, niet in de blogposts zelf (behalve in deze).

Deze spam is ook de reden dat ik reacties van onbekende reageerders niet automatisch meer laat plaatsen, maar ze eerst wil goedkeuren, en dat men na zeven dagen niet meer op een blogpost kan reageren, omdat ik anders maar afgekeurde reacties blijf weggooien. Nu valt het nog te behappen.

De meeste unieke bezoekers per maand  had ik in oktober 2017 (477 stuks). Dat waren vooral lezers van een blogpost die ik op 5 oktober 2017 schreef over Mondriaan en de Stijl. Dat jaar waren er in Den Haag allerlei tentoonstellingen over Mondriaan en zochten veel mensen informatie over hem en de tentoonstellingen en belandden daardoor ook op mijn site. Die blogpost over Mondriaan was dan ook mijn meest gelezen blogpost in 2017.

Gemeten over de hele periode 2015 – 2020 is de meest gelezen blogpost op mijn site een blogpost over de vraag waarom het wasgoed bij het wassen altijd in een dekbed kruipt? Deze blogpost, geplaatst op 5 juni 2016 zorgde zelfs meer dan drie jaar later (op 11 december 2019 om precies te zijn) nog voor een grote piek in het bezoek. Ik vermoed dan ook dat er die dag ergens (online of op de radio) een quiz was waarbij deze vraag werd gesteld.) Zie hier dus mijn lezerspubliek, ze zijn het meest geïnteresseerd in de vraag waarom het wasgoed bij het wassen in het dekbed kruipt.

Om het rijtje met meest gelezen blogposts per jaar even af te maken. In 2016 was een blogpost over een tv-programma waarin mensen vertelden over doodgaan de meest gelezen blogpost van dat jaar, in 2017 die over Mondriaan dus, in 2018 over de tentoonstelling Hyperrealisme Sculptuur in de Kunsthal in Rotterdam en in 2019 de blogpost uit 2016 over het wasgoed  (een gouwe ouwe dus; dankzij de piekvraag van 11 december 2019).

Morgen maar eens kijken waar het bootje dan heen vaart en wie er aan boord zitten.

 

 

nr. 1000

Dit is blogpost nr. 1000. Gebruikten we het binaire getallenstelsel dan had ik al na acht dagen blogpost nr. 1000 gehad, maar nu heeft het bijna 4,5 jaar geduurd voordat ik bij nr. 1000 was.

(In het binaire getallenstelsel wordt het getal duizend als  1111101000 weergegeven.)

Duizend blogposts dus. Confucius zou zeggen “Het is beter een mijl te reizen dan om duizend blogposts te lezen”, maar dit zijn niet de tijden om te reizen.  (Op de voorpagina van The New York Times staan toevallig vandaag de namen van duizend mensen die zijn overleden aan corona. Dit omdat één van deze dagen de honderdduizendste corona-dode in Amerika wordt verwacht.)

00000000 1000

(Een bekende tegeltjeswijsheid luidt: ‘Als je gezond bent, heb je 1000 wensen, als je ziek bent maar één wens.)

Duizend keer heb ik dus iets voor u geschreven. Oké, de  duizend blogposts waren niet allemaal even goed  (er zaten inderdaad drie zwakke tussen). U moet ze maar als bootjes zien.

00000000 1000=21000 bootjes in de baai bij Seattle in 1913

Het ene bootje is wat mooier, een ander bootje is wat groter en een derde bootje heeft wat meer diepgang, maar ze varen wel allemaal. Oké, dit is niet waar, een hoop van die bootjes liggen zo te zien voor anker. Maar als we  toch symbolisch bezig zijn, morgen lichten we het anker weer en vaart bootje nr. 1001 uit. We zien wel waar het schip strandt.

00000000 1000 ti

Boekpresentaties

Wij auteurs hebben het ook moeilijk, zo lees ik in een stuk in de krant. Boekpresentaties worden uitgesteld dan wel virtueel gehouden. Nu heb ik ook vijf boeken geschreven, dus ik beschouw mezelf daarom als een expert op het gebied van boekpresentaties.

Het hoogtepunt van mijn boekpresentaties betrof de presentatie van  ‘Een kleine geschiedenis van het voetballen’.

00 0000 aaboek

Ik citeer nu mijzelf even (daar heb ik toestemming aan mijzelf voor gevraagd en gekregen).

Voor geen van mijn boeken is er een door de uitgeverij georganiseerde boekpresentatie geweest. Mijn “boekpresentaties” bestonden er altijd uit dat ik thuis een grote doos ontving met de twintig exemplaren van mijn boek, waar ik volgens het contract recht op had.

Hoogtepunt van deze “boekpresentaties” was het ontvangen van mijn twintig exemplaren van ‘Een kleine geschiedenis van het voetballen’. Toen ik aan het einde van de middag thuis kwam van het werk, trof ik in de brievenbus een briefje van de postbode aan. “Ik trof u niet thuis aan. Een pakketje voor u heb ik bij de vuilnisbak gezet.

Inderdaad, achter de vuilnisbak stond een doos met mijn twintig boeken.”

Dus, collega-auteur, bent u teleurgesteld in uw boekpresentatie, bedenk dan dat het altijd erger kan.

Zoals Albert Einstein zei (of niet?)

Van Albert Einstein circuleren veel citaten. Ik citeer hem ook wel eens, vooral als ik weer eens wat zinloos aan het doen ben – en dat gebeurt best vaak –  om mijn gedrag goed te praten,  zoals “Als we wisten wat we deden, heette het geen onderzoek.” 

eisntein

Andere bekende citaten van Einstein zijn:

  • Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je overal.”
  • “We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt.”
  • “Een uur zitten bij een aardig meisje vliegt voorbij als een minuut, maar een minuut op een brandende kachel lijkt wel een uur. Dat is relativiteit.”
  • “Intellectuelen lossen problemen op. Genieën voorkomen ze.”
  • “Twee dingen zijn oneindig, het universum, en menselijke domheid. Maar van het universum weet ik het nog niet helemaal zeker.”

Die laatste uitspraak zie je momenteel in allerlei variaties terug op internet, maar dan met Donald Trump in de hoofdrol. “Twee dingen zijn oneindig, het universum, en de domheid van Donald Trump. Maar van het universum weet ik het nog niet helemaal zeker.

Dit naar aanleiding van Trumps uitspraak van gisteren of het misschien een goed idee was om mensen met desinfecterende middelen zoals bleekmiddel te injecteren. Dit omdat het coronavirus daar slecht tegen kan. Tja, wie verzin zoiets – de president van de Verenigde Staten dus.

Nu is het met citaten zo dat ze vaak onjuist geciteerd worden, uit het verband worden gehaald of aan de verkeerde persoon worden toegeschreven. Ik heb even op internet gezocht om te kijken of dit voor het domheid-citaat van Einstein (de ‘originele’, niet die met Trump) ook geldt en inderdaad, ook voor dit citaat is het hoogst onzeker of Einstein het gezegd heeft. Ene Garson O’Toole, een Amerikaanse ‘Quote investigator’,  heeft dit in 2011 onderzocht. Het resultaat van zijn onderzoek kan je in dit blog  uit juli 2011 lezen.

Spoiler alert: Volgens het blog schreef ene Frederick S. Perls  in 1940 in een boek het volgende: “Two things are infinite, as far as we know – the universe and human stupidity.” Today we know that this statement is not quite correct. Einstein has proved that the universe is limited.” 

Uiteindelijk is dit in het “citaat” niet alleen “veranderd’ en nog uitgebreid met de toevoeging ‘Maar van het universum weet ik het nog niet helemaal zeker.” maar ook wordt het dus ten onrechte toegeschreven aan Albert Einstein.

Bij zijn onderzoek naar de bron van het citaat stuitte Garson O’Toole overigens ook nog op een mooie uitspraak over ‘grenzen’ en ‘domheid’ van Alexandre Dumas. Die zou in 1865 gezegd hebben:

“Une chose qui m’humilie profondément est de voir que le génie humain a des limites, quand la bêtise humaine n’en a pas.”

Vrij vertaald: “Een ding dat me tot grote bescheidenheid brengt, is te zien dat het menselijk genie zijn grenzen heeft, terwijl de menselijke domheid dat niet heeft.”

dumas

Nu zitten we nog wel met de vraag of Alexandre Dumas dat ooit daadwerkelijk heeft gezegd.

p.s. als ik naar de kapsels van Einstein en Dumas kijk, dan vraag ik me af of er in hun tijd soms ook sprake was van een ‘lockdown’ van de kappers.

Lezen en schrijven

Nu veel mensen thuis zitten, wordt er veel meer gelezen. Zo heb ik sinds half maart 50% meer bezoekers op mijn site, die ook nog eens een stuk langer op de site blijven dan voorheen.

Ook de site van de VNV – dat staat voor de Vrouw van de Neef van mijn Vrouw –  krijgt nu drie keer zo veel bezoekers als eerst. Nou is dat in haar geval niet zo verwonderlijk, want zij heeft een site https://dasanderekoek.wordpress.com/  met allerlei tips voor baksels e.d. en eerlijk is eerlijk als ik zoiets als dit zie:

00000000 ine

dan wil ik ook gaan bakken. Twee dingen houden mij hierbij tegen: a) ik kan helemaal niet bakken en b) eieren. Ik geloof dat zo’n beetje iedereen in Nederland aan het bakken is geslagen, want onze Albert Heijn heeft tegenwoordig vaker niet dan wel eieren. (Even tussen haakjes, op de eerste dag dat de scholen sloten, was in onze Albert Heijn prompt alle chips uitverkocht.)

Tot slot, nog een tip voor wie iets ongebruikelijks wil lezen, ik kreeg een LinkedIn verzoek van Eric Kastelein, hij is een oud-KPN-collega van mij, of ik wat aandacht wilde geven aan een boek dat hij heeft geschreven ‘Oog in oog met Paramaribo; Herdenken en herinneren in de historische hoofdstad van Suriname‘, waarin hij  allerlei gedenktekens  in Paramaribo bespreekt. Op 23 april verschijnt het. Het boek is onder andere te koop bij bol.com.

00000000 2 eric

Ik heb geen idee of het een goed boek is, maar dat iemand een boek schrijft over monumenten in Paramaribo – dat wordt nooit een bestseller –  kan ik wel waarderen, dus bij deze, mensen bent u in deze tijd op zoek naar iets origineels, koop zijn boek!

De taalfoutjes top 10

Ik maak wel eens een taalfoutje. Gelukkig zei Voltaire zo’n 250 jaar geleden al: “De mooie fouten van een genie zijn mij meer waard dan de keurige en koude taal van een academisch purist.

Ik heb gelukkig nog nooit de site van Taalvoutjes gehaald, dus ik sta dan ook niet in hun top 10 van 2019 met de meest opmerkelijke taalfouten, vergissingen en mededelingen. Hieronder wat  voorbeelden uit de lijst die ze vorige week publiceerden.

Dit waarschuwingsbord won de verkiezing.  Iemand had een hekel aan Duitsers.

00 bord

De nummer zes uit de lijst valt trouwens in dezelfde categorie als de nummer één, maar alleen waren het bij deze gemeente niet de Duitsers die niet welkom waren maar de Fransen.

00 bord 2

Er staan ook echte taalfouten in de top tien. Wat dacht u van deze op nummer acht.

00 bord 3

Ook aardig is de nummer vier van de lijst. Het betreft hier overigens geen taalfout maar een verkeerde uitgevoerde opdracht. Je ziet helemaal voor je, wat er mis kan gegaan als je aan iemand die je echt maar dan ook echt alles moet voorkauwen, vraagt om een reclamebord te maken.

00 bord 4

Enfin, over 2020 zal er ongetwijfeld ook een top tien verschijnen, want gelukkig gaan ze ook dit jaar vrolijk door met het laten zien van taalfouten en dergelijke (zie hun Twitteraccount) 

00 taal

00 bord 0

Tot slot, mocht u een taalfout in mijn blogpost menen te zien, dan vergist u zich. “In de taal is niets onveranderlijk vastgelegd: de grootste schrijvers veranderen haar voortdurend.” aldus Charles Edward  Montague,  Engels journalist en schrijver, 1867-1928,

 

Het regent pijpestelen

We wonen vlakbij zee. Dat heeft voor- en nadelen. Eén van de nadelen is dat als het regent, het water weer snel terug is in de zee, waar het dan weer direct als wolk op kan stijgen. Even later regent het dan weer.

Gisterenmiddag regende het hier zelfs een tijdje lang  pijpestelen. (Officieel schrijf je dat woord met een tussen-n: ‘pijpenstelen’  dus, maar het is een oude uitdrukking en daarom mag het ook zonder tussen-n.)

Ik ging opeens over die uitdrukking nadenken en zag toen in eerste instantie allemaal omlaag vallende pijpenstelen voor me. Maar aangezien de regen geen pijp is – zoals René Magritte zou zeggen –  moet er een andere verklaring voor deze uitdrukking zijn.

De site van Onzetaal.nl bood zoals gewoonlijk uitkomst. Zie hier de verklaring.

pijpenstelen

‘Het regent pijpestelen’ wil dus eigenlijk zeggen dat de regen in lange, dunne stralen naar beneden komt, aldus de verklaring. In het bijzonder moesten we denken aan de steel van een Goudse pijp.

Uiteraard had ik geen flauw idee hoe een Goudse pijp er uitzag. U vermoedelijk ook niet, dus dat heb ik even voor u opgezocht. Zie hier iemand op een schilderij van Gerrit Dou uit 1650 een Goudse pijp roken.

pijp

‘Onze taal’ heeft niet alleen een site (die uiteraard over taal gaat) maar ze zijn ook actief op twitter waar ze wel eens nieuwsberichten plaatsen waar sprake is van een opvallend taalgebruik dan wel een opvallende combinatie van taal en beeld, zoals een nieuwsbericht van RTL over een verkeersongeval waarbij een fietser gewond raakte en de automobilist door reed.

Nu is zo’n verkeersongeluk natuurlijk verschrikkelijk en het is helemaal erg dat de automobilist is doorgereden – ik mag hopen dat ze hem/haar snel te pakken krijgen – maar ik moest net zoals Onze Taal toch lachen om de ongelukkige combinatie van foto en tekst ‘Politie zoekt kleine grijze auto‘ bij het bericht.

kleine auto

 

 

 

Gelezen voor u

1. Gelezen op een bord bij een terrasje in Amsterdam: ‘Als u drinkt om te vergeten, wilt u dan vooraf afrekenen’

2. Gelezen een levensreddend verhaal op het twitteraccount van Taalvoutjes

taalfoutje

3. Gelezen op een boekenlegger: ‘Een tweede druk is veel zeldzamer’.

Dat laatste kan ik beamen. Van mijn vijf boeken hebben er vier nooit een tweede druk gehaald. Het hangt natuurlijk ook af van de grootte van de eerste oplage . Van ‘Het Nutteloze Kennisparadijs’ liet de uitgever er 2500 stuks drukken. Er werden er 1500 van verkocht. De overige 1000 verdwenen naar De Slegte. Daar was het een groot succes. Het haalde zelfs de eigen top 10 van De Slegte van best verkopende boeken aldaar. Was de eerste druk beperkt tot 500 exemplaren dan had het boek een tweede of misschien wel een derde druk gehad.

Alleen ‘De Titanic’ uit 2012 kent meerdere drukken. Wat heet, we zijn nu al ruim over de duizend drukken heen. Dat komt omdat het een  ‘print on demand’ boek is. Elke keer als een toekomstige lezer het via de boekhandel of via internet bestelt, dan wordt het apart gedrukt en daarna afgeleverd.

titanic

Al meer dan 1000 keer herdrukt!

 

Mart Smeets

Ik ga nu iets heel geks zeggen. Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen. Ik lig tegenwoordig vaak samen met Mart Smeets in bad. Oké, om misverstanden te voorkomen, niet met de persoon zelf maar met zijn boek ‘Mijn Amerika’ dat ik vorig jaar van mijn schoonzus en zwager voor mijn verjaardag heb gekregen.

000000 mart smeets

In dit boek schrijft Mart Smeets over zijn reizen in Amerika. Hij schrijft vooral over de geschiedenis van Amerika, sport, muziek, uit eten gaan en over allerlei muziek-  en boekwinkels die hij bezoekt. Dat laatste had wel een onsje minder gekund. Na drie keer weten we wel dat hij een belezen man is. De Franse journalist Philippe Bouvard zou zeggen “Bescheidenheid is de kunst om de anderen al het goede te laten zeggen dat je van jezelf denkt.”

Ik moet zeggen, Mart Smeets kan goed schrijven, vooral over de geschiedenis van Amerika. De lengte van de hoofdstukken is ook prettig, net lang genoeg voor een bad.

Ik “ken” Mart Smeets – niet persoonlijk overigens – al zo’n vijftig jaar en maakt hij via de televisie deel uit van mijn leven. In levende lijve zelf heb ik hem één keer gezien. Dat was halverwege de jaren zeventig van de vorige eeuw. Hij was tijdens de introductieperiode op de TH Twente uitgenodigd door een studentenvereniging – vermoedelijk de basketbalclub.  Hij hield een lezing en keek daarbij opvallend vaak naar een jongen in het publiek. Ik dacht ‘Zit hij nou met die jongen te flirten?’ maar het ging om de Noorse trui die de jongen droeg, want opeens zei hij: “Je hebt een mooie trui, mag ik vragen waar je die vandaan hebt?” Een decennium later zou Mart Smeets bekend staan om zijn Noorse truien die hij tijdens schaatswedstrijden altijd droeg. Wellicht is het die dag op de TH Twente begonnen.

Zelf heb ik bijna een keer in een tv-programma met Mart Smeets gezeten. In 2004 had ik een boek met allerlei nutteloze voetbalkennis over het Nederlands elftal geschreven . Het was vlak voor het EK uitgekomen

oranjerapporten

Opeens werd ik tijdens het EK op een middag gebeld door een redacteur van de NOS. Of ik ’s avonds in een programma – er was onverwacht een gast uitgevallen –  met Mart Smeets wat grappige feitjes uit het boek wilde bespreken.

Ik werd volkomen verrast door die vraag, Moest ik dat doen? Het was vast goed voor de verkoop van het boek, maar ik zag er die dag toevallig niet uit – ik had een ‘bad hairday’; wat heet, ik moest nodig naar de kapper; Marianne zat dat al weken te roepen. Ik zei dat ik even moest kijken of ik het qua tijd allemaal kon regelen en dat ik binnen tien minuten terug zou bellen. Dat was goed.

Ik maakte een snelle berekening. Ik kon onderweg nog net naar de kapper, dan naar huis voor een net overhemd en dan met openbaar vervoer  naar Hilversum. De twee jongens van mijn tweemans-uitgeverij zouden vast blij verrast zijn met mijn tv-optreden. Gratis tv-reclame voor mijn boek! Ik besloot het te doen. Ik belde terug, ruim binnen de tien minuten.

Het hoefde niet meer. Ze hadden ondertussen al de schrijver van een ander boekje met nutteloze voetbalkennis gebeld. Die had direct ja gezegd. ’s Avonds zag ik hem terug op tv. Saai. Mijn boekje was veel leuker, maar het zijne verkocht daarna wel beter. Het stond de week er na zelfs in de top 60 van beste verkochte boeken in Nederland. (Oké, één week maar op nr. 57.) Ik heb deze gemiste kans op eeuwige roem maar nooit aan de jongens van de uitgeverij verteld. Leek me beter. Nu kan het wel. (Hun uitgeverij bestaat niet meer). Sorry jongens dat ik niet direct ja zei.