Category Archives: natuur

The first 12,5 years of two Giant Sequoias

Een bekend fenomeen in de filmwereld zijn de vervolgfilms. Heeft een bepaalde film succes dan verschijnen er later vaak allerlei vervolgfilms. Denk bijvoorbeeld aan de reeksen Rocky 1 t/m 7, Star Trek 1 t/m 6 of The First Seven Days 1 t/m 8. Meestal zijn de vervolgfilms een stuk minder dan het origineel.

Ook op YouTube zie je dit. Zo zag ik daar een reeks over twee sequoia-boompjes.

  • the first five years of two Giant Sequoias (31.080 weergaven)
  • the first seven years of two Giant Sequoias (34.235 weergaven)
  • the first nine years of two Giant Sequoias (85.849 weergaven)
  • the first ten years of two Giant Sequoias (25.042 weergaven)
  • the first eleven years of two Giant Sequoias (5.762 weergaven)
  • the first 12,5 years of two Giant Sequoias (66 weergaven)

Bij elkaar zijn dit soort filmpjes 182.044 keer bekeken. Toch kan je aan de aantallen weergaven van het laatste filmpje zien, dat het concept op een gegeven moment wel uitgewerkt is. De laatste uit de reeks is maar 66 keer bekeken. (Ok, dat filmpje staat nog maar een dag op YouTube.)

Enfin, deze hele inleiding dient om aan te geven dat ik een nieuw filmpje van de twee sequoia-boompjes heb gemaakt: The first 12,5 years dus. De eerste vijf minuten zijn zo ongeveer hetzelfde als het vorige filmpje, maar dan (NEW!) volgt er een nieuwe minuut. Met deze keer ook bewegende beelden van de boompjes. En let op, er is hierbij niet gebruik gemaakt van stuntbomen en dergelijke. De twee boompjes figureren zelf in alle opnames. Zie hier het resultaat:

boom

(Op het plaatje klikken om naar het filmpje op YouTube te gaan.)

Overstekend groot wild

Dit is verkeersbord RVV J27 – Vooraanduiding groot wild.

bord

De officiële betekenis luidt: ‘Kans op overstekend groot wild’

Als je zo’n bord ziet, dan moet je oppassen voor overstekende herten en dergelijke. Voor je het weet steekt er zo’n dier de weg over. Dat ze heel snel zijn, bewijst wel dit bord dat wij onlangs langs de kant van de weg zagen staan. Het hert springt hier zelfs al uit het bordbord 2

Maar al is hert nog zo snel, het verkeersbord achterhaalt het wel. Behalve als u dit bord ziet staan.

bord 3

Dan is er sprake van zulke snelle herten, dat zelfs verkeersborden er niet meer voor kunnen waarschuwen. Hier moet u echt oppassen voor overstekend wild.

Overigens vinden er jaarlijks zo’n 6000 tot 8000 botsingen met overstekend wild plaats. Het kan iedereen overkomen. In 2014 reed prof. mr. Pieter van Vollenhoven een hert aan. Hij twitterde er het volgende over.

tweet pieter

De Ireen waarop hij zeer trots was in deze tweet, was Ireen Wüst. Zij had zojuist een gouden medaille gewonnen op de Olympische Spelen. Dat Pieter van Vollenhoven dit in één tweet combineerde met de aanrijding van het hert, leverde op twitter onder de hashtag ‘Vollie’ een hoop parodieën op. Zie hier bijvoorbeeld die van Fokke & Sukke en van het hert zelf.

tweet hert

Het hert overleefde de botsing overigens niet. De volgende dag tweette prof. mr. Pieter

tweet pieter.JPG2

Dat het hert gelukkig dood gevonden was, klonk een beetje ongelukkig. Mr. Pieter bedoelde het anders.

Tot slot wat te doen als er plotseling een hert of ander groot wild vlak voor u oversteekt.  Wat u volgens de experts niet moet doen, is proberen het te ontwijken. Dat schijnt juist een grotere kans op een ernstig ongeluk te geven, Ik citeer daarom  – wordt dit toch nog een leerzame blogpost – even een stuk van de site van RTL-nieuws. 

Maar wat als een zwijn of hert plotseling oversteekt en je hebt niet de tijd om rustig gas te minderen? Stichting Safety Experience Centre raadt ontwijken streng af. “Ontwijken zorgt alleen maar voor meer gevaar, veel ongelukken in het verkeer komen door het ontwijken van wild”, vertelt Edwin Abbring namens de stichting. “De boom, de vangrail of zelfs een andere bestuurder is zo geraakt.”

Wat moet je dan wel doen? “Probeer zo hard, maar gecontroleerd mogelijk te remmen. Kijk goed in de spiegel en hou je stuur recht”, legt Abbring uit. “In de praktijk blijkt dat nog best lastig door gebrek aan tijd. Maar als het je gelukt is, wacht dan altijd nog even of er niet nog een dier aankomt, ze zijn vaak niet alleen namelijk.”

Ter ondersteuning van dit punt staat er deze foto bij het artikel.

zwijn

“Als het dus niet mogelijk is om te remmen moet je volgens Abbring, hoe stom dat ook klinkt, het dier aanrijden. “Anders breng je jezelf en misschien wel anderen in gevaar,” waarschuwt hij. Als je het dier hebt aangereden gelden wel een aantal regels.

“Bel altijd 112 of 0900-8844 als je een dier hebt aangereden, anders ben je strafbaar”, zegt Gijs van Ardennen (van de Stichting Wildaanrijdingen Nederland). Zij krijgen een melding wanneer er wordt gebeld over een aangereden dier. “Onze vrijwilligers moeten binnen een half uur ter plaatse zijn.”

 

Nijlganzen

Vandaag wil ik het met u hebben over nijlganzen. Een belangrijk onderwerp. Nou eerlijk gezegd niet, maar goed nijlganzen dus. Gisteren zag ik bij ons in de buurt dit vijftal lopen.

nijlgans

Het leek wel of het kleine gansje vergezeld werd door vier lijfwachten. En dat zou best wel eens kunnen, want nijlganzen schijnen agressieve beesten te zijn. Ik citeer even een stukje uit de Wikipedia:

De nijlgans leeft voornamelijk op het land, hoewel hij goed kan zwemmen. In het broedseizoen verdedigt hij een territorium, soms zelfs agressief, maar ook onderling zijn ze weinig verdraagzaam. Die agressiviteit is trouwens het handelsmerk van deze ganzen. Ze passen brute kracht toe om het nest van een andere vogel in te pikken – waarvan vooral grauwe ganzen, maar ook roofvogels, kraaien, eenden en dergelijke, slachtoffer zijn – en om de kleintjes van andere eendachtigen te verdrinken.”

Geen wonder dat het kleine gansje lijfwachten nodig heeft.

p.s. Heel eerlijk gezegd heb ik de foto een klein beetje bewerkt. Niet veel overigens. Ik heb een paar kleine puntjes aangepast. Zo heb ik de broertjes en zusjes van de kleine gans weggehaald, evenals zijn moeder. Verder heb ik wat kopieën toegevoegd van vader gans, maar voor de rest heb ik de foto ongewijzigd gelaten. Zie hier het origineel van de foto.

lelijke eend

Het blijven agressieve beesten richting andere “eendachtigen”.

Clingendael

Gisteren was het mooi weer en omdat de rododendrons bloeien fietste ik even naar landgoed Clingendael, gelegen in de wijk Benoordenhout in Den Haag, op de grens met Wassenaar.

000000000 clingendael a

000000000 clingendael c

Landgoed Clingendael is in de zeventiende eeuw aangelegd. Het is heel lang particulier bezit geweest. In 1953 kocht de gemeente Den Haag het en sindsdien is het opengesteld voor het publiek.

000000000 clingendael 11(Foto genomen met een grote selfiestick)

Op het landgoed is het Instutuut Clingendael gevestigd, dat onderzoek doet rondom internationale betrekkingen. Ook verzorgen ze trainingen voor diplomaten.  Voor het geval u denkt, hé dat is toevallig, dat Instituut Clingendael gevestigd is op landgoed Clingendael, dan heb ik er nog wel eentje uit de overtreffende trap voor u: wist u dat de schrijver Louis Couperus geboren is op het Louis Couperusplein in Den Haag? Over toeval gesproken.

Zie hier het landhuis waar het instituut in is gevestigd.

000000000 clingendael 00

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het huis bewoond door rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart, na de Tweede Wereldoorlog opgehangen als oorlogsmisdadiger. Op het landgoed liet hij ook wat bunkers bouwen. Leuk detail, hij liet de opstaande stenen bij de hondengraven platleggen omdat hij bang was dat zich er sluipschutters achter zouden verstoppen.

000000000 hitler

Seyss-Inquart samen met Hitler in Wenen in 1938.

Op het landgoed bevindt zich ook een Japanse tuin.  Marguérite barones van Brienen, bijgenaamd Freule Daisy, 1871-1939, liet deze tuin aanleggen na een bezoek aan Japan.

000000000 clingendael freule 000000000 clingendael 1bFreule Daisy en een deel van de Japanse tuin.

De Japanse tuin was open. (De tuin is maar een aantal weken per jaar open.) Het was er druk, maar op dit bankje zat niemand.

000000000 clingendael 3

Maar hier wel.

000000000 clingendael 2

Toen ik terug naar mijn fiets liep, zag ik nog een stelletje dat er trouwfoto’s liet maken. Dat zie je er wel vaker. Dit stelletje loopt er bij voorbeeld al 31 jaar rond. Nog steeds bezig met hun trouwfoto’s.

000000000 trouwen

p.s Nadat ik deze blogpost had geschreven en geplaatst, schiet het me opeens te binnen dat ik twee jaar geleden ook al een keer over dit landgoed heb geschreven, ook in mei en zelfs deels met dezelfde foto’s! Zie hier. Was ik even helemaal vergeten. Nou ja. Ze spreken elkaar gelukkig niet tegen en verschillen qua tekst ook een beetje, maar toch, ik word oud. (Ok, een excuus is dat ik al 780 verschillende blogposten, nou ja niet echt verschillend dus, heb geschreven en dan vergeet je er wel eens eentje.) U moet maar denken: twee voor de prijs van één.

p.p.s. Die andere blogpost heeft niet zo’n p.s. Dus toch iets nieuws!

p.p.p.s. En die andere blogpost heeft ook geen p.p.s. En zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan…….

 

Een klein drama

Terwijl ik in de keuken aan het werk ben, hoor ik opeens een hoop gefladder en gekrijs van vogels. Een Vlaamse gaai zit op een tak van de boom in de achtertuin. Om hem heen vliegt een krijsende kraai en twee luid kwetterende koolmezen. De Vlaamse Gaai heeft iets in zijn bek, legt het op de tak en begint er in te pikken. Veertjes dwarrelen omlaag. De twee koolmezen vliegen er opgewonden om heen. Als ik wat langer kijk, zie ik dat de Vlaamse gaai een jong koolmeesje te pakken heeft.

Ik heb geen zin in allemaal veertjes in het gras onder de boom, doe de keukendeur open en roep ‘Ksssst’. De Vlaamse gaai laat het koolmeesje vallen en vliegt op. Als ik naar het vogeltje in het gras kijk, zie ik dat hij hartstikke dood is.

Uit:  Kikker en het vogeltje (1991) – Max Velthuijs: “Toen ze bij de rand van het bos gekomen waren, wees Kikker naar de grond. ‘Kijk,’ zei hij, ‘kapot. Hij doet het niet meer.’

Hier valt niks meer te reanimeren. Ik doe de deur van de keuken dicht, maar zo gauw ik dit gedaan heb, komt de Vlaamse gaai weer terug en begint opnieuw in het beestje te pikken. De veertjes stuiven wederom in het rond. Ik doe de deur van de keuken weer open en roep tegen de Vlaamse gaai “En nu snel wegwezen.” Hij vliegt weer op, maar loert vanaf een tak in de boom naar zijn buit in het gras.

00000000 gaaiCorvus G., de verdachte van de koolmeesmoord

Ik pak een stoffer en blik en schuif het vogeltje er op. Daarna gooi ik het in de afvalbak, de groene bak uiteraard. Ik weet wel, het is de natuur, de Vlaamse gaai kan het niet helpen, maar het is toch een klein drama wat zich zojuist voor mijn ogen heeft afgespeeld. En voor de twee koolmezen en het jonge koolmeesje in bijzonder natuurlijk een groot drama. Maar het leven gaat verder.

Uit:  Kikker en het vogeltje (1991) – Max Velthuijs  “Diep onder de indruk gingen ze terug. Plotseling rende Kikker er vandoor. ‘Laten we tikkertje spelen,’ riep hij. ‘Varkentje, jij bent hem!’

Opmerkelijke duiven

Gisteren publiceerde Stadt Bocholt deze foto van een duif die te hard langs een flitspaal vloog. (Bocholt is een Duitse stad net over de grens bij Aalten en voor wie niet weet waar Aalten ligt, dat ligt in de Achterhoek vlakbij Bocholt).

000000 duif boekFoto Stadt Bocholt

Op de plek waar de flitspaal staat mag het verkeer 30 km per uur rijden, maar deze duif vloog er met een snelheid van 45 km per uur langs. Hij activeerde daarmee de flitspaal en werd op de foto gezet. Na een correctie van de snelheid bleef er een overtreding van 12 km per uur over. Daar staat in Duitsland een boete van 25 euro op (even tussen haakjes, dat valt mij mee of tegen; het is maar hoe je het bekijkt). De overtreding werd al een tijdje geleden gemaakt (op 13 februari) maar de politie is niet in geslaagd om de identiteit van de duif te achterhalen, zodat het er op lijkt dat hij er mee weg komt.

Zo’n bericht vraag natuurlijk om woordspelingen: “De vogel is gevlogen”, “Een echte snelheidsduifel”, “Roekoekeloos gedrag” om er maar een paar te noemen, maar dat zal ik maar niet doen omdat honderden andere mensen die woordspelingen natuurlijk ook gaan maken.

Laatst was er ook al een duif in het nieuws. Dat was de Vlaamse postduif Armando. Die werd op een veiling voor 1,25 miljoen euro verkocht. Voor dat bedrag had ik hem ook verkocht. Die durf je toch niet meer te laten vliegen. Een havik zou hem maar onderweg oppeuzelen of een Franse boer die hem met een luchtbuks uit de lucht schiet. De nieuwe eigenaar, een Chinees, gaat de duif gebruiken om te fokken.

En over duiven gesproken, in 2005 had ik een column in de Volkskrant, getiteld ‘Het Nutteloze Kennisparadijs’.  Eén van de afleveringen ging over opmerkelijke duiven. In het kader van ‘wie wat bewaart, heeft wat’ (een hoop rotzooi zou Maria Kondo zeggen), hier deze column.

Cher Ami, de dappere doffer

Op 5 september 2005 stond er op het ‘Kladblok’ (Teletekst NOS; pagina 402) een opmerkelijk bericht over een postduif.

De Britse wedstrijdduif Tyson is weer terecht. De vogel was in juni voor een wedstrijd vrijgelaten in Frankrijk, maar in plaats van koers te zetten in de richting van de eilanden vloog Tyson 5.000 km de verkeerde kant op. Hij strandde in Port Harcourt, Nigeria, voor de deur van Godwin Agbagidi, die zich over de vogel heeft ontfermd. Hij gelooft dat wie de duif kwaad doet, zal worden getroffen door zwarte magie. Nadat een krant over de duif berichtte, is Tyson uitgegroeid tot een attractie. Talloze nieuwsgierigen komen naar Godwins huis om de superduif te zien.

Een dag later stond er weer een bericht over Tyson op het Kladblok, dat zijn prestatie in een iets ander daglicht plaatste.

Gisteren deed Kladblok verslag van de avonturen van de Britse duif Tyson, die de verkeerde kant op vloog en in Nigeria uit kwam. Een mailtje van Mark van Nispen werpt een ander licht op de zaak. Mark is de tweede stuurman op de Marlene Green en voer deze zomer van Livorno (Italië) naar Onne, Nigeria. Tijdens een groot deel van de reis zat er een duif als verstekeling aan boord. De bemanning voerde hem en gaf de doffer te drinken. Eenmaal in Nigeria was de vogel gevlogen. “In feite heeft die duif geen meter gevlogen, maar gewoon een beetje de toerist uitgehangen” schrijft Mark.’

Ook al had Tyson het grootste gedeelte van de vijfduizend kilometer liftend afgelegd, hij verdient een eervolle vermelding in de geschiedenis van de duivensport, die meer beroemde postduiven kent.

De beroemdste van allemaal is Cher Ami, die tijdens de Eerste Wereldoorlog in dienst was van de Amerikanen. Hij redde de levens van meer dan tweehonderd soldaten van de ‘77th Infantry Division’, beter bekend als de “The Liberty Division” – de meeste leden van deze divisie kwamen uit New York en droegen een insigne met een afbeelding van het vrijheidsbeeld op hun mouw.

De divisie was tijdens de gevechten met de Duitsers gescheiden geraakt van de andere Amerikanen en volledig door de vijand omsingeld. Tot overmaat van ramp richtten de overige Amerikanen, die niet precies wisten waar hun lost battalion zich bevond, ook nog eens de kanonnen op hun positie, waardoor het 77ste onder eigen vuur kwam te liggen.

De enige communicatiemogelijkheid die het bataljon nog restte, was een jonge postduif, genaamd Cher Ami. Het bataljon stuurde Cher Ami er met de volgende boodschap op uit: ‘We are along the road parallel to 276.4. Our own artillery is dropping a barrage directly on us. For heaven’s sake, stop it.’

De Duitsers die Cher Ami zagen opstijgen, begrepen dat hij een boodschap bij zich droeg en openden het vuur. Cher Ami werd geraakt in zijn oog en in zijn borst; het pootje met het kokertje met de boodschap werd er bijna afgeschoten. Even dreigde de duif neer te storten maar hij vloog zwaargewond door naar zijn nest,  25 kilometer verderop, waar de boodschap werd gelezen. Zo kon het bataljon worden gered.

De dappere doffer verloor bij deze actie een oog en een pootje. Hij kreeg alle mogelijke medische verzorging en de Franse overheid onderscheidde hem met het “Croix de Guerre avec Palmes.” Cher Ami werd overgebracht naar Amerika waar hij een heldenontvangst kreeg. Hij overleed in 1919. Na zijn dood werd hij opgezet en hij is nog steeds te bewonderen in het National Museum of American History, het Smithsonian Institution, in Washington.

000000 duif cher ami

Cher Ami op zijn ene pootje zoals hij te zien is in het Smithsonian Institution in Washington.

Zelf heb ik als kind ook duiven gehad. Twee jaar geleden heb ik op dit blog daar een tweetal afleveringen aan gewijd. Zie Duifjes en Duifjes (2)

 

 

 

 

Naar de bollen

De Keukenhof kende dit paasweekend een topdrukte. Gemiddeld bezochten zo’n 50.000 mensen per dag het park. Ter vergelijking: het Rijksmuseum, dat alleen ‘De anatomische les’ van Nicolaes Tulp als tulpenattractie had, moest het doen met ‘slechts’ 8.000 bezoekers .

Op een gegeven moment was de Keukenhof per auto niet meer bereikbaar.  Mensen werden opgeroepen om weg te blijven. En was je wel op tijd van huis gegaan, dan had je toch nog een probleem, je kon er nauwelijks meer weg komen.

0 bollen tweet

Zelf waren we toevallig ook in de buurt maar dan wel op de fiets.  We waren eerst naar de Wassenaarse Slag gefietst en vervolgens door de duinen naar Katwijk en Noordwijk en vandaar naar Noordwijkerhout waar we een wandeling op een landgoed hebben gedaan.

0 bollen lanfgoedHet was hier iets minder druk dan bij de Keukenhof.

De Keukenhof stond niet op het programma maar we hebben toch wel een hoop tulpen gezien. Terug fietsten we namelijk niet via de duinen, maar “binnendoor”.  We kwamen langs een aantal bollenvelden en zagen daar een hoop toeristen, die er waarschijnlijk niet in geslaagd waren om de Keukenhof te bereiken, door de bollenvelden lopen.

0 bollen 11Het meisje bekijkt de tulpen; de jongen zijn mobiel. Het was waarschijnlijk haar idee om hier heen te gaan.

0 bollen 001Moeder met schattig dochtertje die bloempjes plukken (dat mocht hier overigens.) 

Niet alle tulpenboeren zijn blij met de mensen die de tulpenvelden in lopen. Het kan behoorlijke wat schade geven.  Er staan op sommige plaatsen tegenwoordig dan ook ‘borden’ met het verzoek om niet de velden in te lopen.

0 bollen 6

Dit Aziatisch gezin hield zich keurig aan het verzoek.

0 bollen 7

Maar dat gold lang niet voor iedereen.

0 bollen 000

Het is overigens helemaal niet nodig om de velden in te lopen om tulpenfoto’s te maken. Deze zijn allemaal (door Marianne) gemaakt aan de rand van het veld.

0 bollen 2Keurig op een rijtje

0 bollen 4

0 bollen 3Verdwaalde gele tulp

0 bollen 000011

0 bollen 00001

0 bollen 0000

0 bollen 9

Deze laatste tulpen waren bijna twee meter hoog. Je kon er dan ook  nauwelijks boven uit kijken.

Al met al een kleurrijk dagje.

 

 

 

 

 

Het is weer lente

Het is weer lente of zoals Herman Gorter het in zijn ellenlange gedicht ‘Mei’ schreef: ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’.

Ach, had Gorter zich maar beperkt – schrijven is schrappen – tot deze beroemde eerste zeven woorden van zijn gedicht, dan hadden veel meer mensen het hele vers kunnen opzeggen, maar hij moest zonodig 4381 versregels schrijven. Ik heb wel eens geprobeerd om het gedicht helemaal te lezen. Niet door heen te komen.

1 lente gorter

Maar de eerste regel die staat.  Dat is een klassieker in de Nederlandse literatuur geworden.

Ik ken mijn beperkingen. Daarom de lente in zeven foto’s.

1 lente eend

1 lente schaap

1 lente vogel

1 lente ooievaar

 

1 lente rund 2

1 lente rund

1 lente weg

p.s. Er zijn nog een aantal Nederlandse gedichten die, net als de Mei van Gorter, vooral bekend zijn door één regel uit het gedicht. Tien voorbeelden:

  • ‘Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan’ – Hendrik Marsman
  • ‘Tussen droom en daad staan wetten in den weg en praktische bezwaren’ –  Willem Elsschot
  • ‘Alles van waarde is weerloos’ – Lucebert
  • ‘Jantje zag eens pruimen hangen, o! als eieren zo groot’ – Hiëronymus van Alphen
  • ‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien’ –  Martinus Nijhoff
  • ‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen’ – J.J. Slauerhoff
  • ‘Mijn moeder is mijn naam vergeten, mijn kind weet nog niet hoe ik heet’ – Neeltje Maria Min
  • ‘Waar werd oprechter trouw dan tussen man en vrouw ter wereld ooit gevonden?’ – Joost van den Vondel
  • ‘Een cel is maar twee meter lang en nauw twee meter breed, wel kleiner nog is het stuk grond, dat ik nu nog niet weet, maar waar ik naamloos rusten zal, mijn makkers bovendien, wij waren achttien in getal, geen zal den avond zien’. – Jan Campert
  • ‘Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten’ – Willem Kloos

Op naar de zomer nu.

 

 

 

Vier verdwenen wilgen

Valt u wat op aan deze foto?

bomen

Het zijn wilgen die weerspiegelen in het water. Maar telt u ze eens. Er staan vijf grote wilgen. Maar in het water zijn negen grote wilgen te zien. Waar zijn die andere vier wilgen gebleven?

In dit geval is een citaat van de Oostenrijkse schrijver Karl Kraus – als u geen idee heeft wie dat is, ik ook niet – van toepassing. Die schijnt ooit eens gezegd te hebben: “De kunstenaar is slechts iemand die vanuit de oplossing het raadsel kan maken“.

De oplossing van dit raadsel is dat ik de foto (gemaakt door Marianne met haar mobieltje) op zijn kop heb gezet. Zo ziet hij er normaal gesproken uit.

bomen 2

Van de negen wilgen “halen” er slechts vijf  de plas. De overige vier staan daarvoor te ver naar achteren.  De Franse filmregisseur Jean-Luc Godard – u ziet, ik kijk niet op een citaatje meer of minder –  zou zeggen: “Kunst is niet de weerspiegeling van de werkelijkheid, het is de werkelijkheid van die weerspiegeling.”

Ik had de foto ook een kwart slag kunnen draaien, dan krijg je dit:

bomen 3

Maar dan had u direct gezien dat de foto gedraaid was.

 

Een ooievaar bij de snelweg

Uit de serie ‘dieren bij de snelweg’: een ‘Haagse ooievaar’ bij de A4, ergens tussen Voorschoten en Den Haag.

0000000 a4 met ooievaar 24

0000000 a4 met ooievaar 2

Den Haag heeft van oudsher wel wat met ooievaars. Zo zijn er op deze prent uit 1592 van Jacob Savery al ooievaarsnesten op de Ridderzaal en de Gevangenpoort te zien.

0000000000 ooievaarIn de cirkeltjes zijn de ooievaarsnesten te zien.

Het stadswapen van de gemeente Den Haag laat ook een ooievaar zien.

0000000000 den haag(Eerlijk gezegd vind ik die twee leeuwen en de ooievaar nou niet echt het begrip ‘vrede’ uitstralen, maar dat zal wel aan mij liggen.)

Een ooievaar wordt van oudsher vaak gebruikt als symbool om een geboorte aan te kondigen. (Voor de jonge lezertjes: de ooievaar brengt echt de kinderen.)

0000000000 ooievaar00Twee ooievaars bezig met de voorbereiding op een geboorte; foto Berend Jan Stijf: Wikipedia

Je moet wel even uitkijken met het plaatsen van een ooievaar in de tuin om een geboorte aan te kondigen. Zo stond gisteren op de site van RTL-nieuws het volgende berichtje:

Een enthousiaste opa en oma die voor de geboorte van hun kleindochter een ooievaar een bord in de tuin van jonge ouders in Raalte plaatsten, hebben gisteren per ongeluk een gasleiding geraakt. Een ooievaar op een stok moest de tuin van kersverse ouders in Raalte gaan sieren om de komst van hun woensdag geboren dochter te vieren. Dat ging wat minder makkelijk dan verwacht.

“Toen opa die de grond in sloeg, heeft de punt waarschijnlijk een gasleiding geraakt”, vertelt Diana Inkelaar van de Veiligheidsregio IJsselland. De brandweer werd gelijk gebeld. “Als je zo’n leiding raakt, gaat dat gepaard met veel gesis”, legt Inkelaar uit. “Het is dan direct duidelijk dat er iets mis is gegaan.”

De brandweermannen plaatsten een stop in de leiding bij de voordeur. Netbeheerder Enexis kwam de leiding daarna professioneel repareren. Op dat moment waren de ouders en hun dochter nog in het ziekenhuis. Inmiddels mogen zij hun huis weer in. Opa bracht de brandweermannen beschuit met roze muisjes om de geboorte van zijn kleindochter en de gerepareerde gasleiding te vieren.”

0000000000 den haag 2Hier komt een geboortegolf aan. (foto: Henrike Mühlichen; Wikipedia)

Het grappige is dat er soms wel degelijk statistische verbanden te zien zijn tussen het aantal ooievaars en het aantal geboortes in bepaalde situaties. Zo daalde in de tachtiger jaren in Duitsland zowel de ooievaarspopulatie als het geboortecijfer jaarlijks met bijna hetzelfde percentage en kenden dorpen met veel ooievaarsnesten meer geboortes dan dorpen met weinig ooievaarsnesten.

Dit zijn overigens typische voorbeelden van het feit dat correlatie niet altijd op causaliteit berust. Er is vaak een derde factor die correleert met de twee andere factoren. In het geval van de dorpen zou het kunnen zijn dat grotere dorpen meer schoorstenen voor ooievaars hebben om in te nestelen én ook meer mensen (dus meer geboortes).

De Amerikaanse schrijver Tyler Vigen publiceerde in 2017 een boek getiteld ‘Spurious Correlations’  (‘Valse Correlaties’) dat helemaal vol stond met allerlei opmerkelijke statische verbanden. Zo toonde hij onder andere aan dat het aantal echtscheidingen in Maine correleerde met de consumptie van margarine.

0000000000 boek

Dat de import van ruwe olie uit Noorwegen correleerde met het aantal automobilisten dat gedood werd bij treinbotsingen

0000000000 boek 0

Dat de leeftijd van miss America een verband liet zien met het aantal moorden waarbij gebruik werd gemaakt van kokend water.

0000000000 boek 4

En dat het aantal mensen dat jaarlijks in een zwembad verdronk correleerde met het aantal films waarin de acteur Nicolas Cage in speelde.

0000000000 boek 00Afbeeldingen afkomstig van de site van Tyler Vigen. Zie daar ook andere merkwaardige correlaties.

Maar goed, nu dwaal ik wel heel ver af van de ooievaar. Om nog even terug te komen op die Haagse ooievaar: de reden dat er een ooievaar op het Haagse stadswapen staat zou zijn dat ooievaars vroeger verondersteld werden geluk te brengen.

Kortom, u boft maar met deze blogpost.

Een stemfoutje dat goed uitpakte

Nederland telt momenteel 21 waterschappen (ook wel hoogheemraadschappen genoemd).

0000000000 water

Vroeger waren het er veel meer. Zo telde Nederland bijvoorbeeld in 1950 nog zo’n 2600 waterschappen. Elke polder had toen bij wijze van spreken zijn eigen waterschap.

De allereerste waterschappen ontstonden al in de dertiende eeuw. Het eerste officiële waterschap was het Hoogheemraadschap van Rijnland, dat in 1255 door graaf Willem II van Holland werd ingesteld. In 1273 volgde Schieland. Delfland ontstond in 1289. Deze drie waterschappen (weliswaar in gewijzigde vorm) bestaan nog steeds (het zijn de nummer 11 t/m 13 op bovenstaande kaart.)

Waterschappen in Nederland zorgen voor de waterhuishouding. De belangrijkste taken van een waterschap zijn:

  • Het beheren van dijken
  • Het regelen van de waterstand met hulp van gemalen en sluizen;
  • Het afvalwater zuiveren
  • De kwaliteit van het zwemwater controleren
  • Zorgdragen voor het natuurbeheer in en aan het water. (Ook hebben een aantal waterschappen vaarwegen en landwegen in hun beheer.)

000000000 water

000000000 water3

000000000 water0Afbeeldingen afkomstig van de site van www.waterschappen.nl.

Elk waterschap heeft een (gekozen) algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. Beide besturen worden voorgezeten door een dijkgraaf. Zijn functie is te vergelijken met die van een burgemeester in een gemeente. De dijkgraaf heeft geen stemrecht in het algemeen bestuur van het waterschap. Hij zit het alleen voor. In het dagelijks bestuur heeft de dijkgraaf ook zitting en daar heeft hij wel stemrecht. Een dijkgraaf wordt door de regering benoemd voor een periode van 6 jaar. Het zijn vooral mannen. Slechts drie van de 21 dijkgraven zijn vrouw.

0000000000 dijkgraafLinks Robbert Dijkgraaf (directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton; één van zijn voorvaderen zal ongetwijfeld dijkgraaf zijn geweest); Rechts een ingezetene van het Waterschap Rijn en IJssel.

0000000000 Herman DijkHerman Dijk – hij heet echt zo – is de dijkgraaf van het waterschap ‘Drents Overijsselse Delta.’; foto Schubbie01

Het algemeen bestuur van een waterschap kan je vergelijken met een gemeenteraad. Het stelt het beleid van het waterschap vast en controleert of het dagelijks bestuur – dat bestaat uit de heemraden (zeg maar de wethouders van een gemeente) – dit goed uitvoert. Het aantal algemeen-bestuursleden is afhankelijk van de grootte van het waterschap. Het varieert tussen de 21 en 30.

Het is wel toepasselijk om te zeggen dat het algemeen bestuur van de waterschappen een typisch voorbeeld is van het Nederlandse poldermodel (zowel letterlijke als figuurlijk). Er zitten vier categorieën vertegenwoordigers in. De grootste categorie (in Delfland bijvoorbeeld 21 van de 30 leden) zijn ‘de ingezetenen’, dat zijn de inwoners van het waterschap. De mensen die namens ‘de ingezetenen’ in het Algemeen Bestuur zitten worden om de vier jaar gekozen via de waterschapsverkiezingen.

De andere leden van het algemeen bestuur zijn vertegenwoordigers van bedrijven, boeren en natuurorganisaties. Zij worden niet gekozen via verkiezingen maar aangewezen door hun ‘beroepsvereniging’. Zij hebben zogeheten geborgde zetels. Er zijn discussies gaande of het systeem van geborgde leden moet worden afgeschaft.

Vorige week waren er tegelijkertijd met de verkiezingen voor de provinciale staten ook de verkiezingen voor het waterschap.

0000000000 hans BrinkerEén van de kandidaten voor het bestuur van het Waterschap Rijnland. Foto Wikifrits

Sommige politieke partijen (o.a. VVD, PvdA, CDA , de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie-SGP en 50plus) hebben hun eigen lijst. Andere partijen hebben geen eigen lijst maar ondersteunen onafhankelijke lijsten. Zo heeft de lijst ‘Water Natuurlijk’ de voorkeur van GroenLinks en D66.

Niet iedereen ziet het nut er van in om bij de waterschaps-verkiezingen te gaan stemmen. Het maakt toch niet uit op wie ik stem, waterbeheer is toch gewoon waterbeheer? Dat is niet helemaal waar. Waterbeheer kan op verschillende manieren worden gedaan. Zo hebben boeren bijvoorbeeld belang bij een laag grondwaterpeil – dat zorgt voor droge landbouwgrond – maar dat is weer nadelig voor huizenbezitters die bij een laag grondwaterpeil juist kans lopen op schade aan de heipalen onder hun huis. Die willen liever een hoger grondwaterpeil.

Om te komen tot een onderbouwde stemkeuze zijn er, net zoals bij andere verkiezingen, tegenwoordig ook voor waterschaps-verkiezingen stemwijzers ontwikkeld. De jongste dochter had met hulp van zo’n stemwijzer haar keuze bepaald. Het werd geen politieke partij maar een onafhankelijke lijst, iets met ‘water’ in de naam. Zo gezegd zo gedaan.

Thuis gekomen zag ze echter dat ze in het stemhokje op de verkeerde lijst had gestemd. Ze had haar voorkeurslijst verward met een andere lijst die ook het woordje water in zijn naam had staan. In de familie WhatsApp-groep klaagde ze hierover, waarop Marianne  – die in tegenstelling tot mij nog geen verantwoorde keuze had gemaakt – zei dat ze ter compensatie dan wel op de voorkeurslijst van de dochter zou stemmen.

Ook vertelde ze haar ‘foutje’ aan haar vriend en aan een vriendin en ook die twee besloten om ter compensatie op haar voorkeurslijst te stemmen. Het netto effect van dit alles was dat haar voorkeurslijst drie stemmen voor de prijs van één kreeg. Ik verdenk haar er dan ook van dat ze het hele verhaal van verkeerd stemmen heeft verzonnen opdat haar voorkeurslijst meer stemmen zou krijgen.

De lijst waarop ze per ongeluk op stemde verloor uiteindelijk een zetel. De lijst die dankzij haar drie extra stemmen kreeg handhaafde haar aantal zetels.

Begonia Sutherlandii

Uit de serie ‘Klopt de gebruiksaanwijzing wel?’: de Begonia Sutherlandii.

Vorig jaar kregen wij van Marianne’s neef Willem en zijn vrouw Ine een Begonia Sutherlandii. Voor wie deze begonia met zijn oranje bloempjes niet kent, hij ziet er zo uit.

000000 0cFoto:  Peter coxhead: Wikipedia

Dit exemplaar dient als hangplant, onze plant zat in een gewone pot.  Neef Willem en Ine hadden de plant zelf opgekweekt. Hij zat volop in het blad en bloeide rijkelijk.  Ze hadden er een papiertje met een gebruiksaanwijzing bijgevoegd.

000000 0a

We plakten het papiertje op de binnenkant van de kastdeur, vlak naast de menulijst van de Chinees, en zetten de pot, conform de gebruiksaanwijzing, op een beschut plekje in de halfschaduw op ons terrasje. Twee weken later lag de helft van de takjes van de plant op de grond – de helft die niet in het schaduwgedeelte van de halfschaduw stond – en ook was het grootste gedeelte van de bloemen er vanaf gevallen.

We hadden zelfs nog niet eens tijd gehad om een foto van de plant te maken – vandaar dat u het met een foto van de Wikipedia moet doen.  We haalden de plant naar binnen en daar ging het wat beter. Er groeiden weer enkele nieuwe takjes aan maar zo mooi als hij was toen we hem kregen, werd hij niet meer.

Toen werd het okt. / nov.  Volgens de gebruiksaanwijzing moesten we hem nu vorstvrij en droog weg zetten. We verhuisden de plant naar een kamer boven en stopten met het geven van water. Ik moet zeggen dat dat stoppen met water geven ons buitengewoon goed af ging en met trots presenteer ik dan ook het resultaat hiervan,  Zie hier hoe de plant er nu uit ziet.

000000 0bHeel droog dus! Ik hoop wel dat hij er nu zo uit moet zien.

Vanaf maart / april moesten we hem volgens de gebruiksaanwijzing weer water gaan geven. Omdat gisteren, herstel eergisteren, de lente is begonnen, heb ik daarom de plant voor het eerst na maanden weer water gegeven.

Ik ben benieuwd.  Ik hoop wel dat de gebruiksaanwijzing volledig is – “Vergeet niet af en toe in de winter de plant een beetje water te geven anders verdroogt hij”; zo’n zin zou maar ontbreken – anders zijn we, en in het bijzonder de plant,  goed de sjaak.

Ik laat u weten hoe het verder met de plant gaat.

 

Lente

De aarde kent – Breaking news! – vier seizoenen: lente, zomer, herfst en winter. Ik citeer even een stukje van de site van de KNMI.

De seizoensverschillen komen voort uit de schuine stand van de as waar de aarde om draait. Hierdoor komt de zon op het noordelijk halfrond in de zomer hoger boven de horizon dan in de winter. De zon schijnt daardoor in de zomer langer dan in de lente, herfst en winter

000000 1Linksboven de stand van de aardas tijdens de lente, rechtsboven tijdens de herfst, linksonder tijdens de zomer, rechtonder de winter. (Bron: Eumetsat)

Vandaag – 21 maart –  begint (op ons noordelijk halfrond) de lente. Althans dat 21 maart was vroeger bij ons thuis het begin van de lente. Op die dag zette mijn moeder altijd een bos bloemen op tafel en zei: “Zo, de lente is begonnen”. Meestal begon ze daarna samen met onze hulp in de huishouding het huis schoon te maken – de voorjaarschoonmaak –  en was het voor ons vooral zaak je niet te laten zien, anders moest je meehelpen “Ruim je rommel nou eens een keer op!” Mijn vader vluchtte op zo’n dag meestal naar zijn ‘kantoortje’.

Tegenwoordig ligt dat – niet het schoonmaken maar het begin van de lente – een stuk ingewikkelder. Allereerst is er het onderscheid tussen de meteorologische lente (ook wel klimatologische lente genoemd) en de astronomische lente.

De meteorologische lente loopt altijd van 1 maart tot 1 juni. Als u dacht dat die meteorologische lente iets is wat in deze tijd is bedacht, dan heeft u het mis. De afspraak over een meteorologische lente is al in 1780 gemaakt op een congres georganiseerd door de Societas Meteorologica Palatina dat onder leiding stond van de Duitse keurvorst Karl Theodor. (Keurvorst is tegenwoordig een uitgestorven beroep. Het laatste keurvorstendom (Hessen-Kassel) ging in 1866 na de zogenaamde Duitse Oorlog ten onder.)

De astronomische lente daarentegen kent geen vaste begindatum. Hij begint wanneer de zon loodrecht boven de evenaar staat. Nu dacht ik altijd dat dit op 21 maart het geval was, maar dat is al een aantal jaar niet meer het geval. Sterker nog, pas in 2102 begint de lente weer voor het eerst op 21 maart. Tot dan is het telkens op 20 maart met uitzondering van de jaren 2044 en 2048. In die jaren begint de lente zelfs al op 19 maart.

Ik zal dus naar alle waarschijnlijk nooit meer het begin van de lente op 21 maart mee maken. Dat is toch wel een beetje een deprimerende gedachte.

De zomer begint dit jaar nog wel op zijn ”vaste dag” (21 juni) maar dat is volgend jaar anders, dan begint hij op 20 juni (om 23.44 uur om precies te zijn). De zomer begint op het moment dat de zon de Kreeftskeerkring bereikt. Na dat moment worden de dagen op het noordelijk halfrond elke dag een beetje korter. De temperatuur daarentegen neemt na 21 juni gelukkig nog wel toe. Dat 21 juni niet de warmste dag van het jaar is, heeft met de zeeën te maken. Ik citeer weer even een stukje van de site van het KNMI.

Als de luchttemperatuur direct en alleen op de zon zou reageren, zou 21 juni (de langste dag) de warmste moeten zijn. Die dag zou dan midden in de zomer moeten vallen. In werkelijkheid loopt de temperatuur langzamer op. Dat komt door de invloed van oceanen en zeeën. De opwarming van zeewater door de zon gaat langzamer dan de opwarming van land. Een deel van de warmte wordt meteen teruggegeven aan de lucht. Een ander deel van de warmte komt in diepere aard- en oceaanlagen terecht. Die diepere lagen in de oceaan geven hun opgeslagen warmte langzaam af aan de lucht.”

Maar goed, de lente is dus al een dag bezig. Ik ben te laat voor de schoonmaak. Dan volgend jaar maar. Het bloemetje, een bonusaanbieding van AH, staat gelukkig wel al in huis.

0000 tulpen

Snippie (2)

We maakten ons wat zorgen over Snippie, de houtsnip die sinds vorige week vrijdag in onze tuin rondliep (zie de blogpost van gisteren).  Snippie liep nu al vier dagen rond in onze achtertuin zonder dat hij ook maar enig aanstalten maakte om weg te vliegen.

Nu is het zo dat de ogen van de houtsnip  net zoals bij veel andere vogels aan de zijkant van z’n hoofd staan. Hij kan daardoor zo’n beetje 360 graden om zich heen kijken (voor, opzij én achter) waardoor hij het gevaar uit alle hoeken kan zien aankomen. Zo gauw we bijvoorbeeld  in de keuken voor het raam gingen staan, zag je hem naar ons kijken.

Wat een houtsnip echter niet goed kan, is diepte inschatten met als gevolg dat hij wel eens tegen een huis of een flat aan vliegt. Blijkbaar vond de evolutie het voor de houtsnip belangrijker dat hij zijn vijanden kon zien dan dat hij flats kon ontwijken. (Flats bestaan nog maar zo’n honderd jaar. Om die goed te kunnen ontwijken heeft de Snip-evolutie nog wat tijd nodig.)

Het zou dus kunnen dat Snippie tegen ons huis of de garage was aangevlogen en nu problemen had met zijn vleugels en dat hij daarom in onze tuin bleef zitten. Niet dat hij de indruk wekte ergens last van te hebben. Hij liep nog vrolijk pikkend door de achtertuin.

00000 100 1Snippie gisteren gefotografeerd vanuit de keuken.

Dat Snippie de hele tijd in onze achtertuin rondliep was wel lastig. Zo konden we niet meer spullen op onze composthoop in de tuin gooien – na vier dagen wil je dat wel eens doen – en als we iets uit de garage wilden halen, dan konden we niet via de tuin naar de zijdeur van de garage lopen, maar moesten we deze aan de voorkant open doen. We mochten Snippie immers niet laten schrikken.

Artikel 3.1 lid 4 van de Wet natuurbescherming: ‘De wet verbiedt […] het opzettelijk storen van (beschermde) vogels (artikel 3.1 lid 4); […] Overtreding van deze verboden is een economisch delict en kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. ‘

Fijn, zo’n houtsnip in je tuin. We konden onze achtertuin dus niet meer in.  Wie weet hoe lang dit wel niet ging duren.

Weet je nog die zomer van 2019, toen we een half jaar lang de achtertuin niet in konden vanwege Snippie? Ja en dat het gras toen aan het eind van de zomer een meter hoog was en dat de buurman ons pas in september vertelde dat hij die houtsnip al in april uit onze tuin had zien vliegen maar dat niet tegen ons had verteld, waardoor wij de hele zomer ten onrechte dachten dat Snippie nog in de tuin rond liep.

Maar om een lang verhaal kort te maken: Snippie is weg. Toen ik ging gisterenmiddag terug kwam van boodschappen doen, was hij nergens meer te zien. (Ik keek vanuit de keuken en de achterkamer, want ik durfde nog niet de tuin in, wie weet zat hij nog ergens verstopt.) Maar waar ik ook keek, geen Snippie.

Twee uur later keek ik weer en het resultaat was hetzelfde,  geen Snippie. Echt weg dus. Ik pakte de bak met spullen voor de composthoop en liep de tuin in. Op dat moment dat ik halverwege het gras was, vloog er bij de schutting een vogel verschrikt op. Het was Snippie. Hij zat verstopt achter een een struik. Snippie vloog hoog de lucht in en verdween richting het spoor en de weilanden daar achter.

Hij is niet meer terug gekeerd. Ik mis hem.