Category Archives: natuur

De stilte van sneeuw

Weet u wat ik een mooi geluid vind? Het kraken van vers gevallen sneeuw  als je er over heen loopt.  Echt een lekker geluidje. Dat je je voetstappen goed kan horen op zo’n moment, komt ook doordat de sneeuw veel andere geluiden uit de omgeving dempt. Ik citeer even de site van school-tv:

Waarom is het altijd zo stil als het net gesneeuwd heeft? Ken je dat, dat je ‘s ochtends buiten komt en dat het dan gesneeuwd heeft. En dat het dan zo stil is. Het is alsof je watten in je oren hebt, of dat er gewoon een muts over je oren zit. Dat komt doordat sneeuwvlokken het geluid absorberen. Ja, als het ware inpakken. Sneeuwvlokken zijn namelijk zespuntige ijskristallen. Als ijsvlokken op elkaar vallen… blijft er door die puntige vorm tussen de vlokken een lege ruimte vrij. Geluid bestaat uit trillingen en die trillingen verdwijnen in die lege ruimte. Daardoor blijft er minder geluid over. Daarom klinkt het dus na een verse sneeuwbui zachter, alsof er overal een dekentje overheen ligt. Maar we hebben het dan wel over verse sneeuw. Sneeuw die langer ligt gaat smelten en heeft daardoor juist minder… lucht en dan gaat er minder geluid verloren. Sterker nog, het weerkaatst juist beter en alles klinkt dus harder.”

Niet iedereen vindt vers gevallen sneeuw fijn. Zeker niet deze gevleugelde vriend die maandag achter bij de schutting van onze tuin zat te wachten totdat het stopte  met sneeuwen.

sneeuw 1Niet goed te zien hier maar hij zit te schuilen op een takje vlak boven de schutting bij de twee stoelen.

sneeuw 2

sneeuw 3

Tot zover het wereldnieuws.

 

Sneeuw

Breaking news: Gisteren sneeuwde het. Marianne en ik hebben een rondje door de buurt gelopen en wat foto’s genomen. (Marianne maakte de foto’s; ik hield een paraplu boven haar hoofd opdat het toestel niet nat werd. Dat heet samenwerking.)

0 sneeuw

0 sneeuw b

0 sneeuw 5

Ook liepen we even langs de Sequoia-boompjes.

0 sneeuw.1

0 sneeuw 2JPG

0 sneeuw 3

In vroegere tijden zouden we gezegd hebben: “zonde dat we er een kleurenfilmpje in hadden zitten”

0 sneeuw 00

 

 

50.000 views

Nee, dat aantal views slaat niet op deze site.  Als ik kijk naar de bezoekers die langer dan twee minuten per bezoek op deze site blijven – ik heb veel korte bezoekers, meestal met de woorden ‘porn’ of ‘viagra’ in hun naam, veelal afkomstig uit Rusland; die tel ik even niet mee –  dan bedraagt het aantal unieke bezoekers per maand in 2017 gemiddeld 214 stuks.  Vorig jaar was dat 82 stuks.

Nee dat aantal views slaat op het aantal views van het filmpje over de eerste negen jaar van mijn twee sequoia’s dat ik in april 2016 op YouTube heb gezet.

Deze week is de grens van 50.000 views doorbroken. Daar sta ik even met verbazing naar te kijken. 50.000 mensen in ruim 1,5 jaar tijd die naar een filmpje met foto’s van bomen kijken.  De meeste views kwamen uit Amerika, dus die zullen niet voor de achtergrondmuziek (We zullen doorgaan van Ramses Shaffy) het filmpje hebben bekeken.

Samen met de andere drie filmpjes over de boompjes (over de eerste vijf jaar: 27.341 views; de eerste zeven jaar: 29.218  views en het laatste filmpje, dat over de eerste tien jaar: 6546 views) hebben de bomenfilmpjes inmiddels meer dan 113.000 views gegenereerd.

Ok, het filmpje van Justin Bieber’s ‘Sorry’ is inmiddels 2,8 miljard keer bekeken, maar die halen we nog wel in. Immers over 2000 jaar groeien de boompjes nog steeds en wie kent tegen die tijd Justin Bieber nog?

 

 

Surprise

Surprise

Uit de serie huisdieren: Dynamite, de  flatpoes van onze studentenflat op de campus van de TH Twente in Enschede, steekt haar kopje uit het kattenluik en ziet daar onze flathond Candy, met zijn Dracula-tanden, staan; foto stamt ergens uit de zeventiger jaren. 

 

De sequoia-bomen: een update

Mijn sequoia-boompjes zijn nu ruim tien jaar oud. Ze groeien nog steeds als kool. Ok, niet echt als kool natuurlijk maar figuurlijk. Zie hier de eerste tien levensjaren van de twee boompjes.

Een bekende sequoiaboom-expert, die anoniem wenst te blijven, heeft de boompjes onlangs onderzocht.

0000000 sequoia

De anonieme expert staande voor de sequoia.

Met behulp van allerlei wetenschappelijke instrumenten, waaronder een natte vinger en het blote oog, kwam hij tot de conclusie dat de grootste boom de vier metergrens inmiddels heeft gepasseerd. Kortom het gaat hard. Op naar de 100 meter. The sky is the limit!

 

Clingendael

Afgelopen vrijdag, de dag na Hemelvaartsdag, bezocht ik het landgoed Clingendael in Den Haag. Dat ligt op zo’n 25 minuten fietsen van ons huis. Het landgoed stamt uit de Gouden Eeuw – voor degenen die niet zo goed bij geschiedenis hebben opgelet, dat is de zeventiende eeuw. Aanvankelijk stonden er hier alleen wat boerderijen maar een zekere Philips Doublet III  – drie keer blijven zitten op de lagere school maar toch de hoogste belastingambtenaar van Nederland in die tijd – brak de boerderijen af en bouwde er een landhuis. Zo zag het landgoed er in 1682 uit.

clingendael 1682

En zo ziet het er vandaag de dag op Google Earth uit, bekeken vanuit de lucht.

clingendael 4

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het landhuis het onderkomen van Seyss-Inquart, de hoogste Duitser tijdens de bezetting van Nederland. In 1953 werd het verkocht aan de stad Den Haag. Sindsdien is het open gesteld voor het publiek.

In het landhuis is thans het Instituut Clingendael, het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael, gevestigd. Dat is een onderzoeksinstituut dat allerlei ontwikkelingen op internationaal gebied onderzoekt. Zeg maar oneerbiedig een instituut vol met dr. Clavan’s. (Dr. Clavan was een tv-typetje van Kees van Kooten uit begin jaren negentig; een Oost-Europa deskundige wiens antwoorden op vragen niet veel meer waren dan de letterlijke herhalingen van de vraag.)

Het gebouw was feestelijk ingepakt.

clingendael 2Quizvraagje: de paarse versiering is dat a) een inpakproject van Christo, b) een feestversiering opgehangen door de Italië-deskundige van het Instituut ter ere van de Giro-overwinning van Tom Dumolin of c) omdat er een verbouwing aan de gang is?

Het was best druk op het landgoed. Er liepen opvallend veel buitenlanders rond. Mei is dan ook een mooie maand om het landgoed te bezoeken. Je hebt er veel grote rododendrons die dan staan te bloeien.

clingendael 5

Ook was de Japanse tuin open. (Een Japanse tuin is volgens de Japan-deskundige van het instituut een tuin in traditioneel Japanse stijl.) De tuin is slechts acht weken per jaar open. In het theehuisje van de Japanse Tuin stond een piano en iemand was bezig hem te stemmen, althans dat dacht ik. Het bleek echter al het concert te zijn. Een jongetje met een collectebus vroeg of ik het mooi vond. Ik antwoordde nee maar gaf hem toch vijftig cent.

clingendael 1Geboeid – ik bedoel dit natuurlijk figuurlijk, niet letterlijk – luisterde een aantal mensen naar het concert.

Na het bezoek aan de Japanse tuin liep ik nog even een rondje door een deel van het park. Bij het parkje met de buxushaagjes – “een oud-Hollandse tuin aangelegd met buxushagen en bloemperken” zat op de leuning van de trap een reiger op zijn gemak in het zonnetje de mensen te bekijken.

clingendael 3

Even verderop was een fotografe bezig trouwfoto’s te maken van een pas getrouwd stelletje. De bruidegom vatte het huwelijk erg serieus op, want hij keek met een zeer ernstig gezicht zijn bruid aan. Hij keek zelfs zo ernstig, dat een voorbijlopende Amerikaan riep: “Smile, It is your weddingday!” Maar misschien was dat wel het probleem.

Ik kon wel een beetje begrip opbrengen voor de bruidegom. Bijna dertig jaar geleden – de dader keert altijd terug naar de plaats van het misdrijf – liepen Marianne en ik hier ook rond voor onze trouwfoto’s. En na elke aanmoediging van onze fotograaf om te “lachen!” veranderde mijn glimlach steeds meer in een grimas. De laatste foto die hij nam, was bij een vijver. Ik moest op het randje gaan staan en Marianne naar me toe trekken. “Kijk wel even uit dat je er niet in valt” riep de fotograaf. Hij drukte een keer af en riep: “Trek haar even wat dichter naar je toe.”  En toen …..

trouwen

nam hij bovenstaande foto en vertrokken we weer. U dacht toch niet echt dat ik op mijn huwelijksdag mijn vrouw in het water trok?

Taakverdeling

Gezien bij de drie molens bij Leidschendam: Vader zwaan doet een dutje op de oever, moeder zwaan is de hele tijd druk aan het duiken om wier naar boven te halen voor de kleine zwaantjes.

Zwaan

Tien jaar sequoia gigantea bomen

Ruim tien jaar geleden heb ik uit Amerika meegenomen zaadjes geplant van de sequioa gigantea boom – dat is de grootste boom qua volume ter wereld. Twee van deze zaadjes kwamen uit en groeien sindsdien hier in Nederland op. Aanvankelijk in potten maar sinds 2013 in een stukje gemeentegrond – ik heb de bomen aan de gemeente geschonken.

Op YouTube doe ik af en toe verslag van de ontwikkeling van deze bomen. In januari van dit jaar heb ik op YouTube een nieuw filmpje geplaatst over de ontwikkeling van de boompjes gedurende de eerste tien jaar van hun bestaan. In een filmpje met een lengte van vier minuten en 45 seconden kan je zien hoe de boompjes opgroeien. Afgelopen week passeerde het filmpje de grens van 1000 views.

Met die 1000 views ligt het nog wel ruim achter op een filmpje van een jaar geleden. Dat filmpje (over de eerste negen jaar) trok tot nu toe ruim 28.000 views.  Twee eerdere films (respectievelijk over de eerste vijf jaar en de eerste zeven jaar) wisten tot nu toe ruim 26.000 en 27.000 kijkers te trekken. Bij elkaar hebben dus tot nu zo’n 83.000 mensen op YouTube zitten kijken naar het groeien van mijn twee sequoiaboompjes. (En u nog denken dat ik de enige was die zijn tijd nutteloos zit te besteden.)

In juli 2019 (de eerste 12,5 jaar), in januari 2032 (de eerste 25 jaar) en in januari 2057 (de eerste 50 jaar) zal ik een update plaatsten. (Misschien kan in 2057 iemand mij  even een seintje geven dat ik dat dan moet doen, want tegen die tijd ben ik 101 jaar oud en ben ik het misschien vergeten. )

De boompjes zijn nu respectievelijk 3,75 meter en 2,05 meter hoog en groeien nog steeds. The sky is the limit.

grafiek

Elders op deze site kan je meer over deze boomsoort lezen.

Duifjes (2)

Een paar weken nadat in de zomer van 1967 een wezel in ons duivenhok had huisgehouden  – zie hier –  kwam een vriendje van mij opgewonden vertellen dat hij met zijn ouders op bezoek was geweest bij een boswachter. Het was een kennis van zijn ouders. Hij had daar verteld over het drama wat ons was overkomen en toen had de man – hij had zelf heel veel duiven –  gezegd dat ik wel gratis een nieuw setje jonge duiven bij hem mocht komen ophalen.

De volgende dag gingen we naar de boswachter. Het was een aardige man. Hij had allemaal meeuwduiven. Dat was een andere soort dan dat wij hadden, maar ik vond ze mooi. We kozen twee jonge duiven uit, een mannetje en een vrouwtje, en gingen blij met onze nieuwe aanwinsten naar huis.

Er was één mogelijk probleempje had de boswachter gezegd. De afstand tussen zijn huis – hij woonde aan de rand van een bos; je bent boswachter of niet –  en ons huis was hemelsbreed, ‘as the crow flies’ zoals de Engelsen zo mooi zeggen (vrij vertaald: zoals de duif vliegt), ongeveer één kilometer. Er was daarom een kans dat de duiven weer terug zouden vliegen naar zijn huis. We konden ze daarom maar beter een paar dagen in ons hok opgesloten laten zitten. Dan zouden ze aan het hok wennen en dan was de kans groter dat ze bleven.

duifjes

Een meeuwduif; foto wikipedia

Toen we de nieuwe duiven in het hok zetten, werden ze uitbreid bekeken door Gerrit en Kootje, de twee overgebleven mannetjes in ons hok – de vrouwtjes waren bij het wezeldrama omgekomen. Gerrit en Kootje hadden daartoe ook uitgebreid de tijd, want we lieten het hok drie dagen dicht. De vierde dag deden we ’s morgens het hok open. Gerrit en Kootje vlogen er direct uit, even later gevolgd door het nieuwe koppeltje. Ze vlogen nieuwsgierig een rondje om het huis, gingen even op het dak zitten en vlogen vervolgens linea recta terug naar het huis van de boswachter.

’s Middags haalden we ze weer op. We moesten ze maar iets langer in het hok laten zitten, een weekje of zo, zei de boswachter. Zo gezegd zo gedaan Tot groot ongenoegen van Gerrit en Kootje lieten we het hok nu een week dicht. Het hielp niet. Zo gauw we het hok open zetten, vlogen de meeuwduiven weer terug naar het huis van de boswachter.

We besloten nog één nieuwe poging te ondernemen. Het hok bleef nu liefst drie weken dicht. Wel werd het hok af en toe voor Gerrit en Kootje open gezet – de meeuwduiven zaten dan even in mandje zodat Gerrit en Kootje konden uit- en invliegen. In de derde week gebeurde er iets onverwachts. Het vrouwtje legde een ei. We zetten het hok open en deze keer vlogen de duiven niet weg. Ze gingen een nest maken. De eieren – er werd nog een tweede ei gelegd – kwamen uit en vader en moeder duif gingen de jongen verzorgen. Het was een vrolijke familie duif en het leek er nu op alsof ze helemaal genesteld waren. Dat hadden we fout gezien.

Nadat de jongen zelfstandig genoeg waren, vlogen pa en ma duif namelijk weer terug naar het huis van de boswachter. We zagen het voor onze ogen gebeuren. We zaten in de tuin. Alle duiven zaten op het dak. Vader en moeder duif koerden opeens luidkeels en vlogen toen richting het huis van de boswachter. De jonge duiven bleven op het dak zitten en vlogen aan het eind van de dag het hok weer in. De volgende dag kwamen de ouders weer terug. We hoorden ze opeens op het dak zitten koeren. We liepen naar buiten en zagen nog net hoe ze weer weg vlogen. En deze keer vlogen de jongen mee, richting het huis van de boswachter.

We gaven het op. We besloten om ook geen nieuwe duiven meer te kopen. Een paar maanden later viel Gerrit opeens dood van zijn stokje. Kootje bleef alleen achter. Hij ondernam telkens grote tochten. Waarschijnlijk op zoek naar soortgenoten. Soms bleef hij wel een eens dagje weg, later wel eens twee of drie dagen. Op een dag kwam hij helemaal niet meer terug.

Het duivenhok werd later een rommelhok.

 

Duifjes

Vijftig jaar geleden woonden wij in Diepenveen, een dorp gelegen vlakbij Deventer. Mijn oudste broer had een huisdier, een goudvis. Hij heette Bob en zwom in een kom met drie plantjes en een kasteeltje zijn rondjes. Bob was volgens mijn broer een heel slimme goudvis. Hij kon zijn naam zeggen. Als je op het glas van de kom tikte en vroeg: “Bob, hoe heet je?” dan antwoordde hij “Bob”. Je kon hem weliswaar niet horen – omdat hij onder water zwom zei mijn broer – maar als je goed naar zijn mondbewegingen keek, dan kon je zien dat hij Bob zei, althans dat beweerde mijn broer. Zo te zien riep Bob overigens de hele dag door zijn eigen naam.

Bob was ook heel atletisch. Op een dag vergiste mijn broer zich bij het verschonen van de vissenkom – mijn broer moest Bob zelf verzorgen. In plaats van koud water, vulde mijn broer de kom met warm water. Toen hij daarna Bob terug in de kom zette, sprong deze met een enorme krachtinspanning uit de kom en belandde in de la met bestek. Bob overleefde het. Later toen hij weer in zijn kom met koud water zwom, en je vroeg aan Bob hoe dat voelde, dat hete water, dan antwoordde hij “Au”.

Mijn andere broer en ik wilden op een gegeven moment ook een huisdier. Een hond of kat was uitgesloten – mijn broer was daar allergisch voor – maar duiven dat kon wel. Onze buurman had postduiven en deed mee aan wedstrijden. Postduiven wilden wij niet. De buurman had namelijk een keer verteld dat je bij wedstrijden de beste kansen had als je een broedend vrouwtje van het nest pakte. Die wilde dan zo snel mogelijk terug naar haar eieren en zou daarom sneller naar huis vliegen. Dat vonden wij zielig en gemeen. Stiekem vonden wij het dan ook wel mooi dat sommige van zijn duiven bij terugkomst van een wedstrijdvlucht niet direct het hok in wilden vliegen – ze hadden een ring om en die moest je van hun pootje afhalen en dan in een soort klok stoppen; dan stopte de tijd – maar dat ze eerst nog op het dak ging zitten om uit te rusten. Hoe langer ze dit deden, hoe wanhopiger de buurman in de tuin stond te fluiten en te rammelen met een bakje voer. Lekker puh, dachten wij. Moet je de vrouwtjes maar niet van hun nest halen.

Geen postduiven dus. De keuze viel op sierduiven. Wel moesten wij beloven dat wij zelf voor ze zouden zorgen. En dat hield niet alleen het voeren in, maar ook regelmatig het hok schoonmaken. Elk voordeel heeft zijn nadeel zou Johan Cruijff jaren later zeggen.

Mijn vader wist een adresje in Schalkhaar en kocht samen met ons daar twee sierduiven, een mannetje die mijn broer Gerrit noemde en een vrouwtje die ik een naam mocht geven, maar waarvan ik de naam vergeten ben. (Ik word oud; hoe kan ik vijftig jaar later niet meer weten hoe mijn duif heette.) Een handig mannetje bouwde een duivenhok naast de garage. Het was een soort kippenhok met een glazen wand en een deur om in het hok te komen. Het had ook een klep die je open en dicht kon zetten, zodat de duiven het hok in en uit konden vliegen. ’s Morgens deden we de klep open en ‘avonds sloten we hem weer. Na een maand bleek dat mijn broer toch allergisch was voor duiven en moest ik het hok alleen schoon maken. Heel fijn. Waarom was hij wel allergisch voor duiven en niet voor snoepgoed en ijs?

Na een tijdje kregen Gerrit en zijn eega nesteldrang en even later was onze duivenfamilie uitgegroeid tot vijf stuks. Kootje, een drukdoend mannetje die de hele dag zijn krop stond vol te blazen om te laten zien hoe knap hij wel niet was, en twee zusjes waren de nieuwe leden van onze duivenfamilie. Na een maand was er een klein drama. Eén van de zusjes vloog de garage in. Daar stond op een vliering een emmer met teer. De duif ging op de rand zitten en kukelde er in. Hij vloog er nog uit. Dat gaf overal teervlekken in de garage. Het was nog een geluk dat de auto buiten stond. Toen we de duif vonden zat er al weinig leven meer in en de volgende dag hebben wij hem verdrietig in een hoekje van de tuin begraven.

Duifjes 1967Voorjaar 1967; de elfjarige Martin voert de duifjes. De grijze duif achteraan is Gerrit, de duif bij mijn rechterhand met zijn opgeblazen krop Kootje. Op de voorgrond moeder duif en naast Gerrit zit op mijn linkerbeen dochter duif. Ik had tegen mijn vader gezegd dat hij maar snel een foto van mij en de duiven moest maken voordat ze allemaal dood zouden gaan. Alsof ik het drama aanvoelde dat een paar maanden later zou gebeuren.

In de zomer van 1967 vond namelijk nog een tweede duivendrama plaats. We gingen een weekje op vakantie naar een huisje in Friesland. De buurman zou in onze afwezigheid de duiven voeren. Op zijn vraag of hij ’s avonds ook het hok dicht moest doen, zeiden wij dat dat niet nodig was. Dan konden de duiven het hok in- en uitvliegen wanneer ze dat wilden. Toen we terugkwamen van ons weekje vakantie kwam de buurman aanlopen en sprak met een ernstig gezicht met mijn vader. Hij vertelde dat er vermoedelijk een wezel ons hok was binnengedrongen. Op een avond hoorde hij opeens een enorm lawaai in ons hok. Toen hij ging kijken, lag het ene vrouwtje doodgebeten op de grond, de andere was verdwenen. Overal lagen veren op de grond. De twee mannetjes, Gerrit en Kootje, zaten opgewonden luid koerend op het dak van ons huis. Die waren het hok uit gevlucht. De beide vrouwtjes – ze waren allebei aan het broeden – hadden echter vermoedelijk hun nest verdedigd. De buurman had alles opgeruimd en het hok voor ons schoongemaakt. Gerrit en Kootje bleven een week lang op het dak zitten. Toen pas durfden ze het hok weer in.

Ik heb nog lang in de buurt gezocht naar een spoor van mijn duif, maar nooit iets gevonden.

 

Panda’s

Enig idee wat dit voor een beest is?

panda jongFoto Colegota; Wikipedia

Inderdaad een Panda-jong. Maar had u dat ook geweten als de titel van deze blogpost niet ‘Panda’s’ had geheten? Het beestje op de foto is één week oud. De panda –  een verbastering van het Nepalese woord poonya, wat vrij vertaald ‘bamboe-eter’ betekent – staat momenteel in Nederland behoorlijk in de belangstelling en dat kunnen we met een gerust hart als een understatement betitelen. Dat komt omdat er in Ouwehands Dierenpark in Rhenen twee panda’s zijn gearriveerd. Zij zijn gehuurd van China – voor 1 miljoen euro per jaar –  en zullen daar maximaal 15 jaar verblijven. Het is overigens niet de eerste keer dat er panda’s in Nederland te zien zijn. In Safaripark Beekse Bergen in Hilvarenbeek waren in 1987 gedurende een half jaartje ook twee panda’s te bewonderen.

Wij hebben de beesten al eens een keertje in levende lijve gezien. Niet specifiek deze twee panda’s, maar twee soortgenoten in de San Diego  Zoo in 2002. Tijdens een rondreis in het westen van Amerika bezochten we met de kinderen deze dierentuin en sloten toen aan in een lange rij bezoekers die langs het dierenverblijf van de panda’s schuifelden. Veel leven zat er niet in de beesten. Dat is ook niet zo verwonderlijk, want de panda is een beest dat vooral in de schemering en in de nacht actief is – maar dan is de dierentuin dicht. Overdag  ligt hij meestal te slapen en dan krijg je dus dit te zien.

panda sdEen panda in de dierentuin in San Diego in 2002. Geef hem een afstandsbediening en een flesje bier en het zijn net mannen.

Ongetwijfeld zal de dierentuin in Rhenen ook flinke aantallen bezoekers trekken. Publiciteit genoeg. Over de overdaad aan publiciteit voor deze twee panda’s schreef Youp van ’t Hek vandaag een geestige column in de NRC. Wat de column nog grappiger maakte, was het algoritme op de site van de NRC. Dit algoritme plaatst bij stukken op de site links naar gerelateerde artikelen die je misschien ook interessant vindt. Terwijl Youp zat te klagen over al die aandacht voor de panda’ s moesten we volgens de NRC – ‘Lees ook deze artikelen’ – beslist ook deze twee stukken lezen.

artikelen

p.s. Op de site van Trouw las ik dat één van de redenen dat het Wereldnatuurfonds de panda als logo heeft, is dat het een zwart-wit beest is. Dat scheelt kosten bij het briefpapier. Zwart-wit is goedkoper dan kleur. Ik geloof daar niks van. Volgens mij is dat een broodje panda verhaal.