Als of Dan

Forum voor Democratie leider Thierry Baudet heeft gemeend de mensheid een plezier te doen door een naaktfoto van hemzelf op Instragram te plaatsen. (Geen angst; ik plaats de foto hier niet.)

Dat lokte uiteraard de nodige reacties uit, zowel van voor- als van tegenstanders van Baudet. Zo ontstond er bijvoorbeeld op de twitter-pagina van de Telegraaf een hele discussie over de foto. Daar waren de nodige aanhangers van Thierry Baudet te vinden, zoals ene Erna Bons.  Zij twitterde: “Natuurlijk zie ik 1000 x liever Thierry Baudet dan een zwetend/rukkend griezeltje met verrekijker vanuit zijn Penthouse

Althans, dat had zij waarschijnlijk willen twitteren, maar helaas voor haar wist ze niet goed wanneer ze ‘dan’ en wanneer ze ‘als’ moest gebruiken en toen typte ze: “Natuurlijk zie ik 1000 x liever Thierry Baudet als een zwetend/rukkend griezeltje met verrekijker vanuit zijn Penthouse

Tja, en nu staat er echt heel iets anders. Ene Yorienvdh merkte terecht op:

baudet 2

Daarom voor iedereen die moeite heeft met het gebruik van als en dan, zie deze pagina van de site van OnzeTaal:

baudet 3

Beroemd of niet?

Nu ik al 63 jaar oud ben – het is echt waar, al zou je dat niet zeggen als je me ziet; nee ik bedoel dat ik er jonger uit zie, niet ouder – is het tijd om eens te kijken of ik al voldoende sporen heb nagelaten in de geschiedenis.

Allereerst een blik op het fotogedeelte van het Nationaal Archief. Typ ik daar mijn achternaam in: dan vind ik bij de fotosectie de volgende zeven ‘hits’.

neck 2

  • De eerste is een foto van de oude molen bij Voorst die bijna 200 jaar in bezit was van de familie van Neck. De molen is afgebroken in de jaren twintig van de vorige eeuw.
  • Nummer twee is volgens het bijschrift een schilderij dat hangt in het Amsterdams Historisch Museum: ‘de anatomische les van Frederik Ruysch’ geschilderd door Jan van Neck (1634–1714)
  • Op nummer drie zien we Prinses Emma in 1924 kunsthandel Neck in Bad Wildungen verlaten.
  • Nummer vier laat koningin Juliana zien die in 1960 een tandartspraktijk bezoekt. De patiënt wiens halve hoofd nog net te zien is, heet volgens het bijschrift Neck, R.V. v.
  • Op nummer vijf is de Watermolen, genaamd De Nekkermolen aan het Noordhollands Kanaal nabij Purmerend, te zien.
  • Nummer zes (de geheel zwarte foto) en nummer zeven zijn dezelfde foto’s. Waar en wanneer de foto is genomen, staat er niet bij vermeld. De reden dat deze foto ook opduikt bij mijn zoekresultaten is het  Engelse bijschrift. “A native Bosun of Serang, blows his whistel to call the crew on deck. Note the life-jacket round his neck. ”  A ha, hij draagt een reddingsvest om zijn nek!

Van het fotogedeelte van het Nationaal Archief moet ik het dus niet hebben, helemaal niet als ik mijn voornaam toevoeg: dan daalt het aantal zoekresultaten naar nul.

Dan maar eens kijken op de site van Delpher. Daar kan je historische kranten bekijken, zo ongeveer van 1660 tot 1993. Als ik daar “Martin van Neck” in type, dan vind ik vier hits.

delpher

Twee advertenties in de NRC uit de rubriek familieberichten: een aankondiging van ons trouwen in 1988 en de geboorte van onze oudste dochter in 1992, een ingezonden brief aan de Volkskrant in  1992 en een inzending van mij voor een soort puzzel in de NRC van 1990.

De brief aan de Volkskrant betrof een reactie van mij op een ingezonden brief van iemand uit Amsterdam die bij had gehouden hoe vaak het regende als hij naar zijn werk fietste. Dat was 10,9%. Toevallig had ik dat ook een tijdje bijgehouden in Den Haag  – ik deed toen ook al veel nutteloze dingen – en kon melding maken dat dit percentage in Den Haag 13,3% bedroeg. Belangrijk om te weten leek me.

volkskrant brief

Tot slot mijn inzending aan de ‘woordopgave’ – puzzel van het NRC in 1990. De opgave luidde: “Bedenk een verkeerde vertaling van een filmtitel.” Mijn inzending – eervolle vermelding – luidde: Casablanca – De Zaak de Wit.

Tot zover mijn terug te vinden sporen in de wereldgeschiedenis tot 1993.

 

Jarig

Ik ben net, zoals 16,5 miljoen andere wereldburgers, vandaag jarig. Dank u, dank u. Als ik mijn Twitterpagina open, dan zie ik daar allemaal feestballonnen verschijnen. Twitter wenst mij een fijne verjaardag! Moderne tijden.

twitter

Ik ben wel eens vaker jarig geweest. Het gekke is dat ik mij van de eerste tien verjaardagen absoluut niets kan herinneren. De eerste herinnering die ik aan een verjaardag heb is die van mijn elfde verjaardag. Het was de dag dat Engeland en Duitsland de WK-finale van 1966 speelden. Dat ze dat uitgerekend op mijn verjaardag deden. Dat was wel heel bijzonder vond ik.

Wij zaten die dag thuis voor onze zwart-wit televisie. Engeland won na verlenging met 4-2. Dat was mooi want bij ons thuis waren we allemaal voor Engeland. Hoewel, eigenlijk waren we meer tegen Duitsland. Mijn vader en ik waren tijdens dat toernooi overigens vooral fan van Portugal. Dit vanwege de aanwezigheid van Eusébio. Die had in de kwartfinale tegen Noord-Korea in zijn eentje een achterstand van 0-3 omgezet in een 5-3 overwinning voor Portugal. Ik geloof dat Eusébio vier keer scoorde. Mijn vader was helemaal lyrisch van hem. Het was een wondervoetballer zei mijn vader. Helaas verloor Portugal in de halve finale van Engeland en toen werden we maar fan van Engeland.

eusebio

Ik geloof niet dat ik op die dag ook een verjaardagsfeestje had. Het had wel gekund want mij ouders vonden het in die tijd leuk – of deden alsof ze het leuk vonden –  om bij verjaardagen spelletjes te organiseren, zoals sjoelen, stoelendans, een quiz met vragen die mijn vader verzon en een dubbeltje dat je in een glas moeten laten vallen dat in een emmer met water stond. Bij elk spel kon je punten verdienen en wie aan het einde de meeste punten had kreeg een prijsje. De overige kinderen trouwens ook.

(Later, toen mijn dochters jarig waren, vond ik het ook leuk om met hen dat spelletje van het laten vallen van een muntje in een glas dat in een emmer met water stond te spelen. Totdat ze zich daar te oud voor voelden – “Pap, alsjeblieft niet weer hè” – en we maar activiteiten met hun verjaardag gingen ondernemen zoals bowlen in Scheveningen – en dan met negen kinderen in de tram naar Scheveningen; constant tellen of je ze nog allemaal had en dan tot de conclusie komen dat je er opeens tien had; er stond een vreemd kind tussen).

Lang niet altijd waren overigens al mijn vriendjes aanwezig op mijn verjaardagsfeestje. Eind juli jarig zijn is niet handig, een hoop mensen waren dan op vakantie. Ook kon je op zo’n dag niet op school trakteren. Dat moest dan vlak voor de vakantie of vlak na de vakantie. Als je dan de klassen langs ging met wat snoepgoed voor de meesters en juffrouwen van de andere klassen, dan belandde dat op een stapel met snoepgoed van andere zielige kinderen die ook in de vakantie jarig waren (geweest).

Het gekke is dat ik mijn verjaardagen van tussen mijn tiende en vijftiende nog wel kan herinneren, maar die van daarna eigenlijk nauwelijks meer. Het zal wel de ouderdom zijn, wat eigenlijk niet logisch is, want hoe ouder je wordt hoe meer verjaardagen je hebt om te herinneren.

Jarig zijn is overigens wel belangrijk. Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen langer leven naarmate ze vaker jarig zijn.

 

Vermeer: follow the money!

Al bijna twee jaar heb ik haast niets meer gedaan aan mijn onderzoek naar het verdwenen tweede Straatje van Vermeer. Zo vinden we het ding natuurlijk nooit. Daarom heb ik het onderzoek maar weer eens opgepakt. We zijn nu toe aan het tweede deel van het onderzoek: “Follow the money!”.

In het eerste deel van het onderzoek hebben we – ik lijk wel een voetballer; die spreken ook vaak in de wij-vorm – geprobeerd te achterhalen hoe het schilderij er ongeveer uit kon zien. Even dat deel samenvattend, we zijn dus op zoek naar een schilderij met daarop afgebeeld:

  • Een zeventiende-eeuws huis dat loodrecht (dwars) op een straat staat (eventueel is voor de straat een gracht zichtbaar maar dit hoeft niet).
  • Het huis is 4,40 meter breed. Er is in ieder geval een deur en een raampartij te zien; wellicht twee raampartijen. Vermoedelijk zal er in ieder geval aan de rechterkant van het huis een raampartij te zien zijn.
  • Het huis heeft aan de voorkant een trapgevel.
  • Het huis is vermoedelijk opgebouwd uit rode bakstenen, die wellicht wit zijn gepleisterd.
  • Op diverse plaatsen zullen op de voorgevel beschadigingen aan het metselwerk te zien zijn.
  • Aan de gevel van het huis is een gevelsteen te zien met daarop drie vogels (valken).
  • Het huis heeft naar achteren toe een puntdak (zadeldak)
  • Aan de rechterkant van het dak is een hoge schoorsteen zichtbaar. De schoorsteen staat vrij ver naar voren.
  • Schuin rechtsachter het huis is op de achtergrond het dak te zien van een hoog huis.
  • Er zullen vermoedelijk geen kinderen op het schilderij te zien zijn.
  • Het schilderij zal vermoedelijk beschadigd zijn of erg vervuild zijn.

Ok, het schilderij kan er natuurlijk ook heel anders uit zien, maar dat is een detail. Op naar fase twee van het onderzoek: ‘Waar is het schilderij gebleven?’ Sinds Watergate – een Amerikaans politiek schandaal in de jaren 70 waarbij bleek dat president Richard Nixon ongeoorloofde methodes had gebruikt tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen van 1972. Het leidde in 1974 uiteindelijk tot zijn aftreden – krijgt elke onderzoeker de tip ‘Follow the money’, dus dat is de eerste invalshoek van het tweede deel van mijn onderzoek. Op zoek dus naar de financiële sporen die het schilderij in de loop der tijden heeft achter gelaten.

Follow the money!

geld(Helaas is dit geen door mij zelf genomen foto maar eentje van een zekere GreenZeb, geplaatst op de Wikipedia)

Wie het hele verslag van dit deel van mijn speurtocht wil lezen kan hier terecht.

 

Pipo de Clown (2)

Jaren niet aan Pipo de Clown gedacht en wat gebeurt er de dag nadat ik over hem heb geschreven? Ik zet de tv aan voor de Tour de France en zie daar Pipo de Clown.

Niet op de fiets maar op de zender die in beeld verscheen toen ik de tv aanzette. Ik was iets te vroeg. De tour was nog niet begonnen. Het betrof een nieuw gemaakte serie voor de jeugd met een nieuwe Pipo, een nieuwe Mamaloe en een nieuwe Kluk Kluk. Ook zong Pipo een nieuw liedje. Het ging over een vergeet-mij-nietje. Zie hier de clip op YouTube waarin Pipo het bloemetje toe zingt

pipo 2

Kijk even goed naar het bloemetje in zijn hand dat hij toezingt. Dat is beslist geen vergeet-mij-nietje. Het is overduidelijk een viooltje. Voor Pipo, een vergeet-me-nietje ziet er zo uit.

vergeet me nietje

De vergeet-me-nietjes waren natuurlijk wat lastiger te verkrijgen en geven ook niet zo’n mooi plaatje als je ze toe zingt.  Om met Pipo te spreken: Dag vogels, dag bloemen.

Taalfoutjes in de Volkskrant

Gisteren publiceerde de Volkskrant onder de kop ‘Tips om jezelf en je medemens koel te houden’ een artikel met een zevental tips om de huidige hittegolf te doorstaan.

  1. Drink voldoende
  2. Draag dunne kleding
  3. Zoek de schaduw op
  4. Smeer de huis in met zonnebrandcrème
  5. Beperk lichamelijke inspanning ‘s middags
  6. Houd de woning koel
  7. Let extra op kwetsbare mensen

De vierde tip trok de meeste aandacht. Die bevatte een knoeperd van een taalfout.huis insmeren

“De Huis”. Ai, de Volkskrant toch! Of zoals iemand het in een ingezonden brief in de krant van vandaag opmerkt: “Hoe vaak moet ik het nog zeggen. Het is HET huis en niet DE huis.”

Overigens in de eerste zin van punt 4 (“Vertrouw daarbij niet teveel op waterbestendige zonnebrandcrème…”) staat het woordje ‘teveel’ aaneengeschreven. Je kan je afvragen of dit niet ‘te veel’ moet zijn? De algemene regel is dat je het los moet schrijven als te veel ‘meer dan nodig’ betekent en dat je het als ‘teveel aaneen moet schrijven als het een zelfstandig naamwoord is: het teveel of een teveel (in de betekenis van ‘het/een overschot’). Eerst dacht ik dat het hier ‘te veel‘ moest zijn, maar nu twijfel ik toch een beetje. Je zou de zin namelijk ook kunnen schrijven als “… een teveel aan water-bestendige zonnebrandcrème… “.

Maar goed daar ga ik mij niet druk over maken. Veel te warm voor. Eerst maar eens naar de Gamma om een 50 liter blik zonne-brandcrème te kopen om het huis in te smeren. Of zou 50 liter te veel zijn? (Het is in ieder geval niet teveel; taalkundig gezien uiteraard).

Daarna wellicht naar Scheveningen.

hittegolf27 juni 1976; Scheveningen tijdens een hittegolf; fotograaf Rob Mieremet; Nationaal Archief

Hoewel, misschien is dat niet zo’n goed idee. Overduidelijk ‘te veel’ mensen.

 

 

 

Pipo de Clown

In mijn prille jeugd was Pipo de Clown – “Sapperdeflap!” – de belangrijkste televisiefiguur, althans voor mij. Reuze spannend vond kleine Martin de avonturen van de clown. Als de serie begin jaren zestig op zaterdagmiddag op de televisie kwam – het waren afleveringen van zo’n 30 minuten – zat ik gespannen voor de buis.

pipo.214 februari 1962; Pipo de Clown (Cor Witschge), de circusdirecteur ‘Dikke Deur’ (Willy Ruys) en Pipo’s vrouw Mamaloe (Christel Adelaar); fotograaf Wim van Rossem; Nationaal Archief

Pipo beleefde allerlei avonturen. Hij werd daarin geholpen door zijn vrienden Kluk Kluk (“Mij zijn niet van de bange, mij zijn van de voorzichtige!”) een indiaan die altijd mis schoot (“Floepens, mis!”), de zigeuner Felicio (“Hmmm, soep met sliertjes”) en de zwerver Mik (gespeeld door Donald Jones). Tegenstanders waren veelal zijn oude circusbaas de Dikke Deur (“Pipooo, koeieeee!”) en de schurken Snuf (“M-m-mooie p-p-parels, f-f-fijne p-p-parels.”) en Snuitje.

De serie werd geschreven door Wim Meuldijk. Deze bemoeide zich tijdens de opnames werkelijk met alles. Zo had hij niet alleen hoogst persoonlijk de acteurs voor de serie uitgekozen, maar ook had hij eigenhandig de eerste huifkar voor Pipo gebouwd. Die Pipowagen was echter voor het ezeltje Nononono veel te zwaar om te trekken en er moesten dan ook tijdens de opnames cameramannen aan te pas komen om de kar – zonder dat hun benen in beeld kwamen – te duwen.

Uit een interview van Wim Meuldijk met de Leeuwarden Courant van 19 april 1968: “Sinds acht jaar woont Wim Meuldijk in een oud huis met enorme tuin in de Bussumse wijk ‘Het spiegel’. Achterin die tuin staat de woonwagen van Pipo. Aanvankelijk probeerden we met bestaande woonwagens te werken: dat gaf niet het gewenste decor. Toen heb ik voor zes tientjes bij een boer een wagenonderstel gekocht en heb een romantische circuswagen getekend. Daarna ben ik er 2,5 maand mee bezig geweest om het ding te bouwen, intussen dromend van nieuwe avonturen. De NTS heeft me nu een groot stuk zeildoek geleend, want als voorbijgangers het ding zien willen ze er ook in en je kunt het ze niet altijd weigeren. Tenslotte is Pipo nu niet alleen meer van mij maar wordt hij door menigeen als gemeenschappelijk bezit beschouwd.”

pipo 1958Pipo de Clown met zijn vrouw Mamaloe, dochter Petra en zijn vriend Kluk Kluk (Herbert Joeks)

pipo4 november 1963; Pipo en zijn vriend Felicio de zigeuner (Jan Pruis); fotograaf Harry Pot.

snuf en snuitje12 oktober 1963; De schurken Snuf (Rudi Falkenhagen) en Snuitje (Will Spoor)

Later, in de tweede helft van de jaren zestig, werden er dagelijks verhaaltjes van vijf minuten uitgezonden, die als verhaaltjes voor kinderen voor het slapen gaan dienden – “Dag vogels, dag bloemen, dag kinderen…”. In totaal werden er 480 stuks uitgezonden. Hoe populair Pipo in de tijd was, blijkt wel uit het feit dat in 1967 in de speciale uitzending die de Nederlandse televisie de dag na de geboortedag van prins Willem-Alexander uitzond Pipo de Clown ook een rol speelde.

pipo 1967Geboorte prins Willem-Alexander; speciale uitzending op de televisie, welke ‘s avonds werd uitgezonden. Pipo de Clown bij ziekenhuis te Utrecht. Hij krijgt beschuit met muisjes aangeboden; 28 april 1967; fotograaf Ron Kroon.

Waarom schrijf ik nu over Pipo de Clown? Dat komt omdat in één van zijn avonturen Pipo het oude vrouwtje kwam helpen dat precies op het vierwindenpunt woonde. Op dat punt kwamen de winden uit de vier windrichtingen samen en waaiden allerlei verloren schatten van de hele wereld naar haar huis. De schurken onder leiding van Snuf en Snuitje wilden daarom dat huisje van haar afpakken.

Ok, en waarom dacht je daar nu aan? Dat komt omdat ik denk dat ons huis toevallig ook op zo’n vierwindenpunt staat. Daardoor komen alle warme en koude luchten van heel de wereld onder bepaalde omstandigheden samen bij ons huis. En daardoor kan het onder uitzonderlijk omstandigheden gebeuren dat, terwijl het om ons heen dertig graden is, het bij ons in de tuin sneeuwt. Kijk, zo ziet onze tuin er momenteel uit.

sneeuw

Last van de warmte? Inderdaad.

 

Een plakkende Mondriaan en een bordurende Vermeer

Vandaag is het blogpost nummer 600. Dat moet dus niet zo maar een niemendalletje zijn maar een weloverwogen goeddoordachte blogpost. Daarom een wetenschappelijk verhaal en wel over hoe schilders  tot hun compositie komen. Het antwoord daarop luidt: ieder heeft zijn eigen methode.  Zo, daar kijkt u van op of niet?

Ik pak er even twee voorbeelden bij. Allereerst Piet Mondriaan. Zijn laatste schilderij was de Victor Boogie Woogie.

mondriaan 2Dit schilderij was toen de schilder in 1944 overleed nog niet af. Daardoor kunnen we zien hoe hij werkte. Als je goed naar het schilderij kijkt, dan zie je namelijk dat hij gebruikte maakte van gekleurde stukjes cellotape.

mondriaan

Als de compositie hem beviel, dan haalde hij de cellotape weg en schilderde hij het vakje in de goedgekeurde kleur en afmeting.

Een heel andere werkwijze had Johannes Vermeer. Die borduurde eerst zijn ontwerp voordat hij het schilderde.  Vermeer, een bekwaam borduurder,  was een veeleisend man. De compositie moest eerst perfect zijn voordat hij deze met verf op het doek zette. Voordat hij zich aan het schilderen zette, had hij al honderden borduurwerken van het onderwerp gemaakt.

Zo zag ik van de week twee van deze Vermeer-borduursels in onze plaatselijke kringloopwinkel.

vermeer

Het geborduurde melkmeisje is zo te zien al bijna de definitieve versie.

vermeer melkmeisje

Dat geldt echter niet voor ‘Het glas wijn’ dat in het Gemälde Museum in Berlijn hangt.

vermeer glas wijn

vermeer berlijnUw deskundige gids in 2015 in Berlijn 

Vergelijk het borduursel van Vermeer eens met de uiteindelijke versie. Het is een wereld van verschil.

vermeer glas wijn 2JPG vermeer glas wijn

De definitieve kleuren zijn anders en ook in de compositie heeft hij heel wat  veranderingen gebracht. Wel is de rudimentaire opzet van het schilderij al goed te zien

Tot slot, ik hoor het u vragen, zijn die borduursels van Vermeer ook veel geld waard? Helaas, het antwoord is nee. Dit omdat hij er zo veel van heeft gemaakt.  Voor elke schilderij wel honderden, soms wel duizend.  Zo weinig Vermeer schilderde, zo veel borduurde hij. En daarnaast zijn er ook nog eens veel vervalsingen van zijn borduurwerken in omloop.

Ik heb deze twee borduurwerkjes dan ook laten staan.

 

Klimmen en Dalen (3)

Ruim een maand geleden had ik twee blogposts met als thema ‘klimmen en dalen’,  eentje met Mark Rutte en eentje met Joop den Uijl.

0000 klimmen 2

Die met Rutte was nog wel aardig, die met Den Uijl was al een stuk minder. Ik had toen ook nog een derde aflevering gemaakt, namelijk eentje met Willy Alberti. Voor de wat jongere lezertjes, dat was de vader van Willeke Alberti. En voor de nog wat jongere lezertjes, Willeke Alberti is de moeder van Johnny de Mol. En voor de nog wat jongere lezertjes Johnny de Mol is de vader van Johnny de Mol jr, maar die is nog maar drie maanden oud en dus nog niet bekend. Maar de overgrootvader van Johnny de Mol jr is dus Willy Alberti, wie kent hem niet.

Anyway, de ‘klimmen en dalen’ aflevering over Willy Alberti heb ik toen niet geplaatst. Ik vond hem niet goed genoeg om hem te plaatsen. Maar met dit warme weer ben ik lang zo kritisch niet meer, dus hoppa, uit de serie: klimmen en dalen: Willy Alberti in 1958 op weg naar het vliegveld om naar New York te reizen.

0000 willy alberti 1958b

Klimmen en dalen Willy Alberti 1958

Tom Tom Uit

In Nootdorp heb je een voor auto’s doodlopende weg. Echter, sommige navigatiesystemen denken dat je er met de auto wel door heen kan.

Dit levert de volgende opmerkelijke verkeersborden links en rechts van de weg op.

tom tom. 3

tom tom

Om een zekere Lao Tzu te citeren: “Een goede reiziger heeft geen vastomlijnde plannen en de aankomst is niet zijn doel.” 

 

 

Een dorpje in Ghana

Zoals ik hier wel eens eerder heb geschreven, werkt de oudste dochter momenteel voor GHEI, een Amerikaanse hulporganisatie in Ghana. Ze woont en werkt in Humjibre, een dorpje op zo’n zeven uur rijden van de hoofdstad Accra.

We hebben haar wel eens gevraagd om wat foto’s te maken van het dorpje zodat we een indruk konden krijgen van het  dorp. Nu luisteren de kinderen al jaren niet meer naar ons. De laatste keer was in 2013 en dat was nog omdat de  dochter ons toen verkeerd verstond. Maar goed, de dochter heeft nu toch wat foto’s van het dorp gemaakt en op haar instragram-pagina  geplaatst, waar vandaan ik ze even brutaal gekopieerd heb. Zie hier wat beelden uit Humjibre .

ghana 0

ghana 1

ghana 3

ghana 2

ghana 4

ghana 5

ghana 6

ghana 7

ghana afval

Deze laatste foto laat het verbranden van het afval zien. Dat wordt niet opgehaald maar wordt verbrand.

ghana 9

ghana 8

De jongen op deze foto heeft wat krabben in zijn hand. Ik citeer even wat de dochter bij deze foto op haar instragram-paginga heeft geschreven.

This boy asked me to take a picture of him and his catch of the day. He catches these crabs, which were still very much alive, by sticking his hand elbow-deep down a narrow water-filled hole in which these crabs live.

Tot zover wat beelden (copyright van de foto’s voorbehouden aan de dochter) uit Humjibre.

 

Een fietstochtje (2)

Ook gisteren was het mooi weer – u ziet dat u bij deze blogpost er ook nog eens een gratis weerman bij krijgt – en besloten Marianne en ik om te gaan fietsen. Thuis smeerden we wat boterhammetjes voor onderweg en stopten deze in een oud overblijftrommetje van de kinderen – ach, hoe schattig. Ook namen we de nodige hoeveelheden water en twee appeltjes mee.

We hadden niet echt een route in gedachten, maar omdat het best wel hard waaide, besloten we om eerst maar eens tegen de wind in te fietsen zodat we op de terugweg, als we wat vermoeider zouden zijn, de wind mee zouden hebben. We besloten daarom richting Delft te gaan. Terwijl we een stukje langs de A12 fietsten, zagen we hoe daar iemand bezig was het gras in het talud te maaien.

0000000000000 00 talud

Zou zo iemand niet bang zijn dat zijn machine omslaat?

Om half één besloten we langs een watertje in het Delftse Hout te gaan lunchen. Daar kwam ik er achter dat ik het boterham-trommeltje op het aanrecht had laten staan.

0000000000000 00 delftse hout 2

Oeps, gelukkig was er een uitspanning in de buurt en konden we daar lunchen. Het ging wel ten koste van de erfenis voor de kinderen. Die is nu twintig euro lager. Op een tafel stond een schenkkan waar je gratis water uit kon tappen. Dat was een aardig gebaar voor de gasten. Wat ik wat minder vond, was dat er in de kan een goudvis zwom. Dat is toch niet hygiënisch zei ik tegen Marianne, maar die beweerde dat ik dat niet goed zag.

0000000000000 00 goudvisZeg eens eerlijk, hier zwemt toch een goudvis in?

Anyway, we vervolgden even later onze tocht en via Delfgauw (wind tegen), Oude Leede (wind tegen), De Zweth (wind tegen), Negenhuizen (wind tegen), Schipluiden (wind tegen) en Het Woudt (wind tegen) reden we via Delft (eindelijk wind mee) weer terug naar huis.

Marianne nam onderweg nog de nodige foto’s. Ik zal u de meeste besparen op de volgende drie foto’s na.

0000000000000 00 boom0

Allereerst deze boom. Blijkbaar was hier sprake van een tak die er spijt van had dat hij zich van de stam had afgescheiden en weer terug was gegroeid naar de boom. Wonderlijk

En in Het Woudt zagen we dit  kerkje dat zijn oorsprong vindt in de veertiende eeuw.

0000000000000 00 kerk2

Niet alle onderdelen stammen overigens uit die tijd en zijn er later aan toegevoegd. Kijkt u maar eens goed naar de klok. Die lijkt geïntegreerd in de kerk te zitten, maar als je de kerk van opzij ziet en in zoomt, dan zie je dat de klok er in 1913 los opgezet is.

0000000000000 00 klok

Maar goed, het blijft een schattig kerkje.

Uiteindelijk hebben we zo’n 56 kilometer gefietst waarvan zeker 46 km met wind tegen. Hoe kan dat?

Een fietstochtje

Gisteren was het mooi weer, hoog tijd voor weer eens een fietstochtje. Een flesje water voor de dorst mee, een appeltje voor de dorst mee en me ingesmeerd met zonnebrandspul, wat altijd een vakantiegevoel geeft.

Nu verwacht u natuurlijk hier een uitgebreid verslag met allerlei schitterende natuurfoto’s, maar ik had alleen mijn mobieltje en geen fototoestel bij me en u zult het dus met de onderstaande sfeerrapportage moeten doen. Bedenk daarbij dat de zon de hele tijd op mijn schermpje scheen en ik dus niet veel zag. Ik drukte dus vooral op goed geluk af. Mocht u het idee hebben dat de horizon soms niet altijd recht staat, bedenk dan dat de aarde rond is. Dit allemaal gezegd hebbende, zie hier mijn fotorapportage.

Uit de serie: Bomen die er wel eens beter uitgezien hebben: een boom die er wel eens beter heeft uitgezien.

0000000000000 00 boom1

Uit de serie bomen die net wat hoger zijn dan andere bomen: een boom die net wat hoger is dan andere bomen.

0000000000000 00 boom2

Uit de serie bomen die hergebruikt worden: een boom met een nest er op.

0000000000000 00 boom3

Uit de serie waar kan je een lantaarnpaal ook nog voor gebruiken: een lantaarnpaal als zitplaats voor vier vogels.

0000000000000 00 vogel

Even eerder kwam ik overigens langs een vogelhut bij een waterplas bij Leidschendam. Een vogelhut is geen hut voor vogels maar een hut waar mensen vogels e.d. kunnen bestuderen die bij de plas zitten. Er zaten twee mensen in de hut die over de plas tuurden. Het grappige was dat boven op de hut – dat konden de mensen in de hut niet zien – een aantal vogels zaten. Misschien waren dat wel juist de vogels waar de vogelaars naar op zoek waren.

Na een tijdje had ik behoefte aan een pauze om mijn appeltje voor de dorst te eten. Midden tussen de weilanden liep een fietspad met halverwege een schaduwrijk plekje waar een bankje en twee picknicktafels stonden.

0000000000000 00 fiets

Ik stuurde via de familie-WhatsApp het volgende korte gedicht:

Denkend aan Holland / zie ik een bankje staan /  waar een vermoeide fietser / zo op plaats gaat nemen / Zijn fietst / staat al op de standaard.

Het gedicht was aan de familie niet besteed. Terwijl ik mijn appeltje zat op te eten, kwam er een oude vrouw in een rolstoel aan rijden, even later gevolgd door een wat ouder echtpaar op elektrische fietsen, die direct allemaal een gezellige praatje begonnen.  Dit is mijn voorland dacht ik. Opeens realiseerde ik me dat dit niet mijn voorland was maar al mijn huidige land. Ik at mijn appeltje op en vervolgde mijn weg.

Uit de serie: legale graffiti-fietstunneltjes: het tunneltje waar men zich aan de regels houdt.

0000000000000 00 grafittitunnel

De graffiti-kunstenaars hielden zich keurig aan het gebod ‘Hier geen graffiti’. Ik vermoed dat ze vroeger ook altijd binnen de lijntjes kleurden.

Uit de serie gebodsborden voor padden: het oversteekbord.

0000000000000 00 padden

U moet voor de gein eens een keer even voor zeven uur komen. Dan staan er honderden padden te wachten totdat ze mogen oversteken.

Uit de serie: industrieel verval: de gesloten fabriek met een olifantslurf.

0000000000000 00 fabrek 0000000000000 00 fabrek2

Op de terugweg naar huis had ik geen water meer voor de dorst, ook geen appeltje meer voor de dorst, maar nog wel dorst. Verkeerde planning dus. Bezweet bereikte ik uiteindelijk huis. Thuis dronk ik direct twee bekers karnemelk achter elkaar op. Merkwaardigerwijze drink ik dat alleen maar als het warm is.

Tot zover mijn fietstochtje.

Drie sportevenementen

Dit weekend waren er drie grote sportgebeurtenissen. In Moskou was er de finale van het WK voetbal. In Wimbledon waren er de tennisfinales en in Scheveningen werd er op het strand een  beachvolleybal toernooi gehouden. Bij dit laatste toernooi deed onze jongste dochter mee.

De dochter vroeg ons of we kwamen kijken. ‘s Morgens – ze speelde toen volgens een WhatsApp berichtje op veld 44 – haalden we het niet om op tijd te komen om haar te kunnen zien spelen en zonder onze steun verloor ze  drie van de vier wedstrijden, waardoor ze ‘s middags, afgezakt naar veld 57, in een  verliezers-poule mocht spelen. Dankzij onze steun ging dit beter en wonnen ze twee van de drie wedstrijden.

0000000000000 0 volleyball

Op een gegeven moment moest ze tegen een team waar zo te zien iemand uit het Nederlands beachvolleybalteam in zat, althans hij droeg een oranje Nederlands beachvolleybalteamshirt. Gezien zijn spel had ik wat twijfels of hij daadwerkelijk in het Nederlands team zat, maar zijn enthousiasme maakte veel goed.

Er was nog iets opvallends. Hij was ongelooflijk sportief. Op een gegeven moment sloeg één van zijn tegenstanders een mooie bal in de hoek. Terwijl hij nog een wanhopige poging deed om de bal met een duik  te halen, riep hij al, terwijl hij nog in de lucht zweefde,  “Mooie bal!”. Ook bij veel andere ballen complimenteerde hij steeds de tegenstander. Kijk, dat was nog eens een sportieve  speler.

Ook de twee toeschouwers van de wedstrijd – het was niet uitverkocht – konden zijn enthousiasme waarderen.

 

Toen we nog wereldkampioen waren

Vandaag is de finale van het WK voetbal. Daarom uit de serie ‘Toen we nog wereldkampioen waren’:

Wereldkampioen dameskapper Georges Forst in Krasnapolski; 11 september 1950; fotograaf: Jac. De Nijs

0000000000000 kappen

Heer Klijzing te Purmerend, wereldkampioen pijproken; 21 januari 1952; fotograaf Harry Pot

0000000000000 pijp

Wereldkampioen ploegen Wim de Lint uit Zevenbergsehoek; aankomst op Schiphol; 28 september 1957; fotograaf Wim de Lint

0000000000000 ploegen 2

Maurice Nuisker, wereldkampioen accordeonspelen, voor de Magere Brug in Amsterdam; 24 oktober 1961; fotograaf Jac de Nijs

0000000000000 arcordeaon