Zeurpiet

Maandag maakte RTL bekend dat alle Zwarte Pieten dit jaar worden vervangen door zogenaamde schoorsteenpieten. Een goed idee lijkt mij, maar voor fractieleider Halbe Zijlstra van de VVD was dat aanleiding om RTL direct de Zwarte Piet te geven – sorry, een flauwe woordspeling. Zijlstra nam zelfs een filmpje op, opdat kijkers in verkiezingstijd zouden weten dat hij en de VVD nog steeds pal achter Zwarte Piet stonden. Het kinderfeest zou met een schoorsteenpiet in gevaar komen en zelfs kunnen verdwijnen. “En dat vindt de VVD een hele slechte zaak”. Zie hieronder zijn betoog.

zijlstra

In interviews daarna deed Zijlstra er nog een schepje boven op. Het Sinterklaasfeestje zou op zo’n manier zelfs “vermoord worden”. In het programma ‘Pauw’ mocht Zijlstra ’s avonds zijn standpunt komen toe lichten. Het leverde een kwartiertje legendarische televisie op. Wie het kan opbrengen om een kwartier lang Halbe Zijlstra over Zwarte Piet te horen praten, zou het eigenlijk moeten terugkijken op uitzending gemist.

Op een gegeven moment, nadat Zijlstra onder andere had gezegd dat de wisseling van Zwarte Piet naar schoorsteenpiet geen gevaar vormde voor kinderen die nog niet waren geboren – gelukkig maar –  kon Jeroen Pauw zijn lachen niet meer inhouden.  “Ja, u lacht er nu om, maar […]” klaagde Zijlstra. Daarop sprak Pauw: “Ja, ik lach. Ik ken u best goed en u bent ook een verstandig mens en als u dan u zelf zo hoort praten, dan denkt u zelf toch ook wel een beetje, ach het is toch wel een beetje flauwe kul wat ik zeg. Dat u heel serieus over Zwarte Pieten en het standpunt van de VVD praat. U kunt toch ook denken: het is een kinderfeest, dat hoor je in alle toestanden, in alle toonaarden van de kinderen, het maakt ze nooit wat uit wat voor kleur, als ze maar hun cadeautjes krijgen en als het maar een leuk feest is. Waarom zou je je er dan zo tegen verzetten?”

Maar Zijlstra was het daar niet mee eens. Hij zag allerlei gevaren. Het ging ook allemaal veel te snel. De ook aanwezige televisiemaakster Sophie Hilbrand vroeg daarop aan de politicus: “Maar wat is nu precies het gevaar van het afschaffen van de traditioneel geschminkte Piet? Wat is het geváár?” Zijlstra kwam niet verder dan te zeggen dat zijn zoon van acht die nog in Sinterklaas geloofde zou zeggen: ”Hé pap, wat gek, vorig jaar was hij nog zwart.”  Dat was het gevaar. Mocht Halbe Zijlstra nog steeds hopen, om ooit eens Mark Rutte op te volgen als minister-president, dan zou ik hem willen zeggen, laat gaan die droom, richt je op iets anders. De functies van Hoofdpiet en Pietje Paniek bijvoorbeeld, die staan na het vertrek van de cabaretiers Erik van Muiswinkel en Jochem Myer nog steeds vacant. (Deze stapten op bij het Sinterklaasjournaal omdat ze vonden dat de Pieten van de NTR te zwart bleven.)

Het interview leverde uiteraard veel reacties op. Zo plaatste de satirische rubriek de Speld op haar een site een stuk met de kop: ‘Hoe leg ik mijn kinderen uit dat Halbe Zijlstra geen liberaal is?’ Te lezen viel onder andere: “Ook Jeremy de Rooij, vader van Winston de Rooij zit met zijn handen in het haar: “Winston keek altijd uit naar de momenten dat Halbe aan het woord was, die liefde voor eigen verantwoordelijkheid en vrijheid, dat inspireerde hem.” Nu blijkt dat Halbe al zijn basisprincipes te grabbel gooit om wat stemmen van Wilders af te pakken, is Winston niet te troosten: “Straks is Jeroen (Dijsselbloem, red) ook nog geen socialist, wat moet ik dan?”

In de Volkskrant stond een prachtige tekening van Jos Collignon. Te zien was een rijtje gekleurde Pieten. Onder elke Piet stond ‘Kleurpiet”. Halbe Zijlstra stond ook in het rijtje. Onder zijn afbeelding stond: “Zeurpiet.” Zelf zei Zijlstra de volgende dag over zijn optreden: “Ik heb weleens briljantere optredens gehad.” Dat kunnen we wel met een gerust hart een understatement noemen.

Tot zover deze blogpost over Zwarte Piet, ware het niet dat ik gisterenmiddag de Bijenkorf in Den Haag binnen stapte. Direct na de ingang stond de schimmel van Sinterklaas. Maar wat zag ik daar?

piet-bijenkorf

Ja, ho effe. Die lijken helemaal niet op Zwarte Piet. Dat gaat zelfs mij te ver. Snel even naar de speelgoedafdeling op de derde verdieping om te kijken hoe Zwarte Piet er daar uit zag. Er was helemaal geen speelgoedafdeling meer. De Bijenkorf, althans die in Den Haag, had die afgeschaft. Op de plek waar vroeger het speelgoed was, stonden nu – eind oktober (!) – al allerlei kerstspullen. De Bijenkorf slaat het Sinterklaasfeest gewoon over. Halbe Zijlstra, waar ben je nu je nodig bent?

Uit de tijd dat Zwarte Piet nog zwart was:

zwarte-piet23 november 1966; Prinses Beatrix, prins Claus, Danny Kaye en Sinterklaas met twee zwarte pieten na afloop van een Unicef Tv-uitzending. foto Nationaal Archief; fotograaf Ron Kroon.

 

Toetje met zeep

Een kennis van ons werkte vroeger voor een bedrijf dat de vliegtuigmaaltijden voor Martinair verzorgde. Op een goede dag, hoewel voor hem eigenlijk een slechte dag, vloog de directeur van het bedrijf met Martinair naar Canada, toen mensen aan boord gingen klagen over het toetje: een mousse. Ze vonden het niet lekker smaken. Iemand van Martinair herkende de directeur en vroeg wat hij van het toetje vond. De man nam een grote hap, proefde zeep en sprak toen de legendarische  woorden “Mmmm, lekker!

Bij een tussenlanding stuurde hij onmiddellijk een fax naar het bedrijf dat ze direct moesten uitzoeken wat er aan de hand was en er iets aan moesten doen. Het bleek dat de mousse bestond uit twee ingrediënten die allebei goed smaakten. Samen smaakten ze ook goed, maar na een paar uur, als ze al door alle controles heen waren, en alle smaaktesten hadden doorstaan, gingen twee enzymen in het toetje met elkaar reageren waardoor het naar zeep ging smaken

zeepJanuari 1932; productieproces van een vliegtuigtoetje; foto Nationaal Archief; fotograaf Willem van de Poll

Wat volgde was een gigantische logistieke operatie. Er moest voor de komende vluchten direct een ander toetje komen. Het werd een mini-appeltaartje. Op Schiphol moesten alle al klaarstaande vliegtuigmaaltijden één voor één open gebroken worden om de mousse te vervangen door het appeltaartje. Maar het lukte, binnen een paar uur was de mousse overal vervangen .

Moraal van het verhaal: als u in het vliegtuig zit en u vindt het toetje niet lekker, maar iemand anders zegt “Mmmm, lekker!”, vraag dan even waar hij werkt.

Het huis van Kennedy

Begin jaren zestig kochten John F. Kennedy en zijn vrouw Jacqueline voor $39.000 een stuk grond van een boer in Marshall, Virginia. Ze lieten er voor $127.000 een huis op bouwen met uitzicht op de Blue Ridge Mountains. Het huis was een persoonlijk ontwerp van Jackie Kennedy. “It’s the only house that Jack and I ever built together, and I designed it all myself”.  

(Zie hier allerlei persoonlijke items van Jacky Kennedy m.b.t. het ontwerp van het huis, zoals brieven en ontwerpen. Deze items werden in februari 2015 geveild.)

Ze noemden het huis ‘Wexford’, naar het Ierse graafschap waar Kennedy’s voorouders vandaan kwamen. Met de bouw werd eind 1962 begonnen en in de zomer van 1963 was het klaar. Het huis kende maar één verdieping, maar had wel vier slaapkamers en liefst vijf (!) badkamers. Zie hier hoe het huis er in de tijd van de Kennedy’s uit zag. In dit privé-filmpje van 10/11 november 1963 kan je niet alleen delen van het landgoed en het huis zien, maar ook kan je een paard rijdende Jacky Kennedy bewonderen  en de kleine John Kennedy jr. met een geweer zien rondlopen.filmpje

John en Jacky Kennedy hebben maar twee keer een weekend in het huis door gebracht en naar verluid vond Kennedy het huis eigenlijk maar niks. Dit in tegenstelling tot zijn vrouw: “This house may not be perfectly proportioned—but it has everything—all the places we need to get away from each other—so husband can have meetings…wife paint…all things so much bigger houses don’t have. I think it’s brilliant!”

In november 1963 werd Kennedy in Dallas doodgeschoten. Een jaar later verkocht Jacqueline Kennedy het huis. In 1980 huurde Ronald Reagan, tijdens de verkiezingscampagne, het huis van de toenmalige eigenaar. Het huis is daarmee het enige huis waar twee presidenten hebben gewoond buiten het Witte Huis om. (Dan zien we natuurlijk wel even af van de huizen waar vader en zoon Bush vroeger woonden en waar Bill en Hilary Clinton – als zij straks wint – hebben gewoond.)

Vanwaar nu deze blogpost over dit huis? Omdat het te koop staat. Zie hier de site van de makelaar. Het staat overigens al drie jaar te koop, maar het is nu behoorlijk afgeprijsd. In 2013 bedroeg de vraagprijs $10,99 miljoen, vorig jaar stond het voor $7,95 miljoen te koop maar nu mag je het al hebben voor $5,95 miljoen. Vraag niet hoe het kan maar profiteer ervan!

 

Staying alive

Ik fiets regelmatig een rondje om de Vliet. Bij Leidschendam de brug bij de sluisjes over en dan richting Leiden. Meestal haal ik Leiden overigens niet. De afstand wordt onderschat, de krachten overschat. Ik ga daarom vaak al eerder, bij restaurant De Knip of iets verderop bij Voorschoten, al een brug over om daarna weer naar huis te fietsen.

Afgelopen maandag, ongeveer op het tijdstip dat ik daar vaak fiets, maar nu niet – ik had zondag een lekke band gekregen en was deze op dat tijdstip aan het plakken – reed een vrouw met een bakfiets, met daarin vier kleine kinderen, door onbekende oorzaak pardoes bij Leidschendam de Vliet in. Ze had geluk, want vijftig meter verderop zaten twee mannen te vissen. Ik citeer een stukje van de site van TV West

LEIDSCHENDAM – André (69) twijfelt maandagmiddag geen moment. Hij springt het water van de Vliet in, achter een bakfiets met kleine kinderen aan. ‘We zaten te vissen toen mijn maat riep: daar gaat iets mis!’ De bakfiets rijdt het water in, zo’n vijftig meter van waar André en Henk zitten te vissen. Zo hard ze kunnen, lopen ze er naartoe. André trekt zijn schoenen en jas uit en springt dan het water in. Henk gaat op zijn knietjes op de kade zitten en strekt zijn armen uit.

 ‘André was de aangever, ik trok ze de kant op’, vertelt Henk, ook 69 jaar oud. Terwijl de vrouw die de bakfiets reed, probeert het ding boven water te houden, vist André twee kleine peuters uit de wagen en geeft ze aan Henk. Maar wanneer de kinderen op de kant staan en de klus geklaard lijkt, roept de vrouw: ‘Ik heb ook nog twee baby’s!’

 ‘Die hadden we helemaal niet gezien’, zegt André geschrokken. De baby’s zitten voor in de bak, onder een dekzeil en inmiddels al een tijdje onder water. ‘Ze zaten ook nog eens vastgesnoerd’, vertelt André, ‘dus het duurde even voordat ik ze eruit kreeg.’

De aanwezigheid van deze twee mannen was al een geluk voor de vrouw en de kinderen maar ze hadden nog meer geluk. Een 24-jarige dierenartsassistente, ene Roos, was met haar auto op weg naar haar paard. Ze zag dat er iets aan de hand was en stopte. TV-West:

 LEIDSCHENDAM-VOORBURG – Onderweg naar haar paard Winnetou belandde Rosalina Nieuwenburg uit Leidschendam maandagmiddag in een horror-scenario. Ze ziet even verderop langs de Vliet bij Leidschendam mensen langs het water staan. ‘Ik dacht dat ze een deken of iets dergelijks nodig hadden’, zegt ze. Maar in werkelijkheid proberen twee vissers vier kinderen uit een bakfiets te redden.

Als Rosalina haar auto langs de kant zet om hulp aan te bieden, gaat het ineens heel snel. Een van de mannen haalt een klein meisje uit de bakfiets die onder water ligt en geeft het kind aan Rosalina. ‘Er zat geen leven meer in het meisje’, vertelt ze. ‘Ik heb meteen gezegd dat een van die mannen de ambulance moest bellen en ik ben begonnen met reanimeren.’

Rosalina probeert eerst nog de aandacht van het meisje te krijgen, maar tevergeefs. ‘Het ging heel slecht met haar. Ze was bloed aan het braken. Ik heb haar op haar rug gelegd en ben begonnen met druk geven op de borst’, vertelt Rosalina. ‘En net op het moment dat ik wilde beginnen met beademen hoestte ze water uit.’”

Dat ze wist wat ze moest doen had ze geleerd tijden een cursus op school, zo verklaarde ze een dag later in een interview met TV-West.  Zij wist daardoor wel wat ze moest doen. Veel mensen, waaronder ik, weten dat niet. Daarom citeer ik even een stuk van de site van de krant Metro. Lees het maar even door. Het kan misschien iemands leven redden. Lees hier hoe te reanimeren:

  1. BEWUSTELOOS?

Check altijd eerst of het slachtoffer nog bij bewustzijn is. Dat doe je door zachtjes de schouders te schudden en een vraag te stellen als ‘Gaat het?’ of ‘Kunt u mij horen?’. Als het slachtoffer niet reageert, is hij of zij buiten bewustzijn. Zorg dan vooral dat je bij hem/haar blijft en om hulp van omstanders roept. 

1

  1. 112

Jij bent bij het slachtoffer, maar de hulpdiensten weten nog van niks. Zorg dus dat er zo snel mogelijk 112 wordt gebeld, door jezelf of één van de omstanders. Reanimeren en bellen tegelijk is heel lastig, maar wordt praktisch iets makkelijker wanneer je de telefoon op luidspreker zet.

Zo kan de medewerker van de alarmcentrale je ook instructies geven, terwijl jij je handen vrij hebt. Mocht het zo zijn dat er een AED in de buurt is, zorg dan dat deze direct wordt gehaald. De Automatische Externe Defibrillator (AED) is een draagbaar apparaat dat het hart weer op gang kan brengen door een elektrische schok. Deze apparaten hangen op bepaalde publieke plaatsen op straat en je wordt aan de hand van instructies door het proces geleid. 

  1. ADEMHALING

Controleer of het slachtoffer nog ademt. Dat doe je door je hand op het voorhoofd van het slachtoffer te leggen en de kin iets omhoog te duwen met je andere hand. Je tilt het hoofd dus iets achterover, hiermee open je de luchtwegen.

Nu komt het op jouw zintuigen aan. Kijk, luister en voel of er een ademhaling is. Doe dit echter maximaal tien seconden, want snelheid is van levensbelang bij een reanimatie. Is er geen (normale) ademhaling? Pak dan meteen de AED erbij. 

  1. BORSTCOMPRESSIES

Dan komt het aan op het meest bekende beeld van reanimaties: de borstcompressies. Hiervoor plaats je je handen over elkaar midden op de borstkas van het slachtoffer. Je duwt het borstbeen vijf tot zes centimeter in. Dit doe je 30 keer in een snel ritme: 100 tot maximaal 120 keer per minuut.

2

Dat is erg lastig bij te houden natuurlijk, om het wat makkelijker te maken, kun je onthouden dat het liedje ‘Staying Alive’ van de Bee Gees precies het perfecte ritme heeft voor een reanimatie. Probeer dat dus in je hoofd te krijgen, terwijl je borstcompressies uitvoert.

Let er bij de compressies goed op dat je niet met je vingers op de ribben duwt, want dat levert gebroken ribben op. Zorg ervoor dat je armen gestrekt zijn, maar je niet leunt op het slachtoffer. 

  1. MOND OP MOND

Na de dertig borstcompressies, is het tijd twee keer mond op mond beademing te geven. Hiervoor til je het hoofd van het slachtoffer weer iets naar achter, net zoals in stap 3. Knijp vervolgens de neus dicht en plaats jouw mond over de mond van het slachtoffer.

3

 Adem een seconde zoveel lucht in het slachtoffer, dat de borstkas omhoog komt. Laat het slachtoffer uitademen en herhaal dit. Zo ga je door met 30 compressies en twee keer ademen. Als er anderen aanwezig zijn, is het slim om om de twee minuten te wisselen. Een reanimatie is namelijk zeer intensief. Zorg er wel voor dat de reanimatie telkens zo kort mogelijk onderbroken wordt. 

  1. AED

Als er een AED op locatie is, ontbloot dan het bovenlijf van het slachtoffer. Zet de AED aan en volg de instructies op het apparaat. Bevestig daarvoor de elektrodes op het lichaam.

4

Volg de AED tot een ambulancemedewerker is gearriveerd en zegt dat je mag stoppen.”

In het artikel staat dat je de borstcompressie in een bepaald ritme moet doen “Dit doe je 30 keer in een snel ritme: 100 tot maximaal 120 keer per minuut.” Als ezelsbruggetje geven ze aan dat dit ongeveer het ritme is van de Bee Gees hit ‘Staying Alive’ –  what’s in a name.

Nu wil het toeval dat ik dat van de Bee Gees een week eerder ook al had gelezen en wel in een artikel in de Stentor over een man die hartmassage gaf aan een vrouw die op de metrorails in New York was gevallen en geëlektrocuteerd was. Een citaat uit de Stentor:

“Het leven van een medewerkster van de New Yorkse metro is vrijdag gered met ‘Stayin’ Alive’ van de Bee Gees. De vrouw werd geëlektrocuteerd toen ze op het metrospoor viel. Een collega, zonder enige EHBO-kennis, bracht haar weer bij zinnen door hartmassage toe te passen op het ritme van de pophit.

Ik bleef hardop ‘stayin’ alive, stayin’ alive’ zingen – David Martinez. De 35-jarige Monique Brathwaite werd in de wijk Harlem op het metrospoor gevonden door collega David Martinez. Brathwaite was gevallen en kreeg hierbij 600 volt aan elektriciteit door haar heen. ‘Ik dacht dat ze dood was’, gaf Martinez aan, die rook uit haar hoofd zag komen.

Terwijl een andere medewerker de stroom uitschakelde paste Martinez hartmassage toe. De 54-jarige man had geen enkele ervaring met eerste hulp, maar hield zich aan het ritme van Stayin’ Alive. In een nieuwsartikel had hij namelijk eens gelezen dat de pophit van de Bee Gees met rond de 100 bpm (beats per minuut) de ideale snelheid is voor borstcompressie.

 Martinez herinnerde zich het ritme en zong bij de reanimatie hardop ,,stayin’ alive, stayin’ alive”, zo vertelt hij tegenover The Washington Post.  Na enkele minuten ademde Brathwaite weer en kon ze haar ogen openen. Door het ongeluk liep ze forse brandwonden op aan haar armen, benen en dijen. Ze ligt nog in het ziekenhuis.”

Voor degenen die niet weten hoe Staying Alive gaat, zie hier:

staying-alive

De clip is inmiddels 165 miljoen keer bekeken. Bekijk en vooral luister het maar eens. Een keertje goed luisteren naar het ritme kan zoals blijkt een leven redden.

Voor wie meer wil weten over reanimatie zie hier de pagina van de Hartstichting. ( De afbeeldingen met hoe te reanimeren hierboven zijn afkomstig van deze site) Je kan daar ook zien waar je in de buurt een reanimatiecursus kan volgen – ik zelf moet er ook maar eens eentje gaan volgen.

In ieder geval maak ik een diepe buiging voor André en Henk, de twee 69-jarige vissers, en de 24-jarige dierenartsassistente Roos.

Zonnebloem met wesp

Uit de serie ‘Natuur’: de zonnebloem (zelf gekweekt) met wesp (niet-zelf gekweekt)

wesp

Kleine zonnebloem of grote wesp?

(Of is het  beest dat hinderlijk in de weg zat bij de foto soms een bij?)

Opmerkelijke verkeersborden (6)

Uit de serie ‘Opmerkelijke verkeersborden: het maken van keuzes

  1. Rotterdam: een keuzeprobleem voor fietsers. twee parallelle fietspaden. Welk fietspad kan ik het beste nemen?

bord-1

2. Leidschendam: een keuzeprobleem voor vrachtwagens. Over honderd meter een T-splitsing, maar zowel links als rechtsaf slaan is verboden. Welke kant moeten ze nu op?

000000-bord

(Het juiste antwoord luidt: keren en weer terug)

Paleis Soestdijk

In de zeventiende eeuw fungeerden de Amsterdamse grachten als de riolering van de stad. In de zomer stonk het daardoor zo in de stad dat veel notabelen hun toevlucht zochten tot landhuizen buiten de stad. Zo ook de Amsterdamse burgemeester Cornelis de Graeff. Deze liet omstreeks 1650 aan de weg – de Zoestdijck’- tussen Baarn en Soest een buitenverblijf bouwen: het huidige paleis Soestdijk.

soestdijk1In de koets Cornelis de Graeff en zijn echtgenote Catharina Hooft, geschilderd ergens tussen 1656 en 1660 door vermoedelijk Jacob van Ruysdael (landschapsdeel) en Thomas de Keyser (figuren). Links Op de achtergrond de ‘Hofstede aen Zoestdijck’; schilderij in bezit van de National Gallery of Ireland.

In 1674 verkocht de Graeff het huis samen met de omringende landerijen aan stadhouder Willem III, waarmee het in bezit van de Oranjes kwam. Willem III verbouwde het tot een jachtslot. Het huis had toen nog niet de karakteristieke vleugels. Na de Franse inval van 1795 werd het paleis in beslag genomen door de Fransen en in de geest van de revolutie aan het Nederlandse volk geschonken. Koning Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse keizer Napoleon, gebruikte het paleis van 1806 tot 1810 als zijn residentie.

In 1815, na het vertrek van de Fransen, schonk het dankbare volk het paleis weer terug aan de Oranjes en wel aan kroonprins Willem, de latere koning Willem II. Dit om hem te eren voor zijn inspanningen tijdens de veldslagen bij Quatre Bras en Waterloo, waarbij hij aan zijn schouder gewond was geraakt. Het paleis werd grondig verbouwd. De huidige twee vleugels werden toegevoegd en het gebouw werd wit geschilderd. Het paleis fungeerde sindsdien vooral als zomerverblijfplaats voor de Oranjes.

In 1937 kreeg het paleis vaste bewoners toen kroonprinses Juliana en prins Bernard er hun intrek in namen. Ze zouden er tot hun beider dood in 2004 blijven wonen. Het paleis was op dat moment overigens al geen eigendom meer van de Oranjes. In 1971 had de Nederlandse Staat het paleis gekocht. (Bij haar aftreden in 1980 bedong Juliana overigens dat zij en prins Bernard er tot hun dood gratis mochten blijven wonen.)

soestdijk-0Speelhoek in het paleis in 1946; Foto Nationaal Archief; Fotocollectie Anefo; fotograaf Koos Raucamp

soestdijk-0022 december 1966; Kerstviering op paleis Soestdijk, prinses Margriet , Koningin Juliana en prinses Beatrix schenken chocola;  Foto Nationaal Archief; Fotocollectie Anefo; fotograaf Eric Koch

Sinds 2004 heeft het paleis geen officiële functie meer. Vanaf 2006 mocht het publiek het paleis bezoeken. Meer dan 100.000 mensen per jaar bezochten het paleis. In januari 2011 sloot het paleis zijn deuren, maar een maand later ging het al weer open, dit onder druk van het publiek dat toch wel graag wou zien, waar de koninklijke familie had gewoond. In afwachting van een definitieve bestemming is het paleis daarom nog steeds te bezoeken en dat hebben wij dus onlangs ook maar eens gedaan. De eerste twee zaken die ons opvielen waren dat a) het paleis veel dichter op de weg stond dan dat wij hadden gedacht en b) dat het bordes veel kleiner was dan dat de televisierapportages van het defilé uit de tijd van koningin Juliana suggereerden.

soestdijk31967: Een deel van het bordes tijdens het defilé. Let ook even op de opmerkelijke haarmode van de prinsessen Margriet en Irene; Foto Nationaal Archief; Fotocollectie Anefo; fotograaf Jac. de Nijs.

soestdijk-22016; Prinses Marianne op een aanmerkelijk leger bordes tijdens het defilé van ondergetekende.

Je mag zoals gezegd ook in het paleis kijken – niet in alle vertrekken overigens, alleen in de benedenverdieping (en dan nog alleen delen daarvan.) Er zijn rondleidingen en we hadden een bijzondere leuke gids die ons op allerlei details wees. Bij voorbeeld op deze stoelen, ooit aangeschaft door koningin Emma. Omdat zij nogal klein was, kon ze als ze op de stoel zat niet met de benen bij de grond en zat ze met de koninklijke beentjes te bungelen. Daarom was bij één stoel een stukje van de poten afgezaagd. Op de achterkant van die stoel stond een kroontje zodat duidelijk was welke stoel voor Emma bestemd was.

soestdijk-4De rechterstoel was voor Emma.

De Oranjes hebben hun privéspullen uit het paleis gehaald, maar om te laten zien hoe ze hier vroeger leefden staan op diverse plaatsen grote foto’s  van de koninklijke familie uit die tijd.

soestdijk-5Het gezin voor een nog volle boekenkast

soestdijk-000Ook deze foto kan je er zien. Het zijn prinses Juliana, prins Bernhard, hun dochters en personeelsleden aan de eettafel in 1947. De gids wees ons even op het kleedje onder de stoel van prinses Margriet. Blijkbaar knoeide zij nog al en Juliana wou niet dat het kleed vies werd. Foto Nationaal Archief; Fotocollectie Anefo; fotograaf Willem van de Poll

Achter het gebouw ligt een grote paleistuin waar je uitgebreid kan wandelen (of op een bankje zitten).

soestdijk-7

soestdijk-10

soestdijk-9

Al met al is een bezoek aan te raden. Hoe lang dat nog kan, is echter onbekend. Het rijk zoekt een nieuwe bestemming voor het paleis. In 2015 kon je ideeën hiervoor indienen. Uit de 120 inzendingen zijn er vier uitgekozen. De indieners hebben elk 100.000 euro gekregen om hun ideeën verder uit te werken. Zie hier voor deze ideeën.

Of het echter wat wordt, weet ik niet. Als ik bijvoorbeeld een zin lees als: “De showcase ‘Made by Holland’ brengt de kracht en de competenties van het Nederlandse bedrijfsleven (inter)nationaal onder de aandacht in de vorm van een experience” (uit het voorstel  van Made by Holland), dan vraag ik me af of we daarop zitten te wachten. Maar goed, we zullen het wel zien.

 

Het Teylersmuseum

Vorige week zijn we naar het Teylersmuseum in Haarlem geweest. Godfried Bomans schreef ooit eens over dit museum. “Hier komt geen sterveling. De laatste bezoeker dateert van 4 september 1928 en de huidige directeur weet zich de gebeurtenis nog zeer wel te herinneren” – dit citaat heeft het museum overigens met de nodige zelfspot op hun eigen site staan. Godfried Bomans kwam er overigens graag en ook ik vind het een mooi museum.

Het is een museum voor de kunst en de wetenschap, opgericht in 1784 uit de nalatenschap van Pieter Teyler van der Hulst , een Haarlemse laken- en zijdekoopman, tevens bankier. Het museum is eigenlijk een museum an sich. Het lijkt er wel op of er sinds 1784 niet veel meer aan de inrichting is gedaan. Je hebt er vitrinekasten vol met oude fossielen – dat oud is wellicht dubbelop, een fossiel is natuurlijk sowieso oud.

teijler-2

teijler-3Bij deze vitrinekast moesten we even voorover op het glas leunen om te kunnen lezen wat er op het papiertje stond dat bovenaan op het glas was geplakt.

teijler-4Dit dus.

Ook hebben ze een unieke verzameling oude wetenschappelijke apparaten uit de achttiende en negentiende eeuw.

 

teijler-6Een  batterij Leidse flessen uit 1789.

teijler-5De bank van Ampère uit 1892

Het museum heeft ook een moderne zaal waar regelmatig wisseltentoonstellingen zijn. Deze keer betrof het een tentoonstelling van schilderijen van Jan Weissenbruch (1822-1880). Hij wordt wel de Vermeer van de negentiende eeuw genoemd. Onder andere dit schilderij was er te zien.

teijler-8

Het is een gezicht op de Vliet in Leidsendam. Links is nog net de Peperbus te zien. Nu had Jan Weisenbruch de gewoonte om weliswaar realistisch te schilderen maar als het hem wat beter uitkwam om de voorstelling wat aan te passen. Zo maakte hij straten breder dan dat ze werkelijk waren, liet kerken opeens tevoorschijn komen of verdwijnen en voegde soms voorwerpen zoals standbeelden toe op plaatsen waar ze niet stonden. Nu ken ik deze plek en tot op de dag van vandaag is de Vliet een grotendeels recht kanaal, ooit gegraven door de Romeinen. Dus of er in de negentiende eeuw bij Leidschendam een bocht in de Vliet heeft gezeten? Het kan maar ik waag het te betwijfelen. Maar het is wel een mooi schilderij.

Al met al is een bezoek aan het museum aan te raden. Het laat je de geschiedenis van vroeger – dat is geloof ik ook dubbelop – van een andere kant zien.

teijler-1

 

Het rode ding

Fietsende in de omgeving van Delft zien we komende van het Delftse Hout opeens een groot rood ding langs de kant van de weg staan.

0000-rood-ding-2Afbeelding uit Google Street View; mei 2015

Ik stap even af om het te bekijken. Ik heb werkelijke geen flauw idee wat de functie van het ding is. Het is groot en rood. Onder de grond zal ongetwijfeld ook iets groots zitten, maar wat? Wat ik wel een beetje zorgelijk vind, is dat er boven op het rode ding een drukmetertje zit.

0000-rood-dingFoto gemaakt met een mobieltje

Wie controleert dat metertje? Fietst er dagelijks een ambtenaar langs om om even te kijken of de druk niet te hoog is? De voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie:  “Helaas kreeg de heer Velgema onderweg een lekke band, waardoor hij op de dag voor de ramp niet in de gelegenheid is geweest om de stand te controleren …

Ik ben er niet gerust op. Waar is trouwens dat bovenste deel van die molen gebleven?

Tiengemeten

Tiengemeten – niet te verwarren met het niet-bestaande Tiengemeenten; hoe kan je nu iets verwarren met iets niet-bestaands?; ja dat kan, althans ik kan dat –  Tiengemeten dus, is een eiland dat ooit als zandplaat is ontstaan in de Haringvliet. Het is alleen per pont bereikbaar. In 2004 zag het eiland er zo uit:

000000-eilandFoto afkomstig uit de Wikipedia; fotograaf Debot.

Er stonden een aantal boerderijen op het eiland en de grond was in gebruik als landbouwgrond. De Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten heeft het eiland echter gekocht en tegenwoordig is het weer een natuurgebied. Van de site van Natuurmonumenten:

In 2006 is Tiengemeten omgevormd van landbouwgrond naar natuur. Aan de zuidkant is een gat in de dijk gegraven; een groot deel van het eiland staat nu dagelijks onder invloed van de rivier. Verderop staat het water stil en ontstaat een uitgestrekt moeras. In de oudste polder van het eiland herstelt Natuurmonumenten het oude cultuurlandschap.”

Het eiland ziet er nu dan ook heel anders uit.

000000-eiland-1

000000-eiland-5

000000-eiland-4

000000-eiland-0

000000-eiland-2

Je kan er leuk wandelen (wat wij vorige week dan ook gedaan hebben). In één van de oude boerderijen zit tegenwoordig een winkel, maar gezien de borden ‘Privébezit’, ‘Verboden toegang’ ‘Pas op Prikkeldraad’ en ‘Winkel Dicht’ verwacht ik niet dat ze veel verkopen.

000000-eiland-3

De reden dat ik hier over het eiland schrijf is de naam: Tiengemeten. Een ‘gemet’ is een oude oppervlaktemaat waar ik  nog nooit van gehoord had. Ik heb het even opgezocht. Een gemet is ongeveer 4000 m2 groot. Nu is het eiland tegenwoordig ongeveer zeven km lang en twee km breed, dus de naam klopt niet echt meer.

Met een gemet werd vroeger de oppervlakte van het zaailand aangegeven dat een koppel paarden kon omploegen tussen zonsopkomst en zonsondergang. Nu is het zo dat het ene paard het andere paard niet is en dat de ene grond de andere grond niet is, dus de afmetingen van een gemet variëren nogal van plaats tot plaats. Zo is het gemet van het Graafschap Aalst 3074 m2 groot en dat van Putten 4945 m2 (sterke paarden in Putten!)

Je hebt wel meer van die oude maten gebaseerd op de tijd die nodig was om een bepaalde handeling uit te voeren. Zo heb je ‘de morgen’ – de grootte van een gebied dat in een ochtend kon worden geploegd; ongeveer één hectare – en ‘de gras’ – de hoeveelheid gras die nodig was voor een koe; ongeveer een halve hectare.

Ook in de schrijverswereld heb je zoiets: ‘de Martin’. Dat is de hoeveelheid nutteloze informatie die je in één uur in een blogpost kan schrijven.

 

Je biezen pakken voordat je de pijp uitgaat

Afgelopen dinsdag bezochten wij de Biesbosch. Deze is ontstaan na de St. Elisabethsvloed van 1421. Al bijna 600 jaar oud dus en gedurende al die tijd was ik er nog nooit geweest. Wel door de woestijn van Death Valley in Amerika gelopen maar nog nooit de Biesbosch bekeken. Dat kan natuurlijk niet. Dus op naar de Biesbosch. We bekeken als eerste het museum op het Biesbosch Museumeiland in Werkendam.

00000-biesboschDe Biesbosch; linksboven Dordrecht; rechtsboven Werkendam; het sterretje geeft de plek aan waar het museum staat. Kaartje afkomstig van de Wikipedia; Samengesteld door Jan-Willem van Aalst.

00000-biesbosch-0 00000-biesbosch-05 Het Biesbosch-museum; de ingang en het dak.

Na het bezoek aan het museum maakten we een ‘fluistertocht’ aan boord van een elektrisch aangedreven rondvaartboot door een deel van het gebied. “Door de geringe diepgang kunnen de boten onder meer door de sloot van Beneden Petrus, een kreek waar andere rondvaartboten niet kunnen komen. Het grote voordeel is dat de boten geruisloos door het water varen, waardoor u naast een prachtig uitzicht ook de geluiden van De Biesbosch ervaart. Beide boten varen op milieuvriendelijke groene stroom.”

00000-biesbosch-25  00000-biesbosch-2

Het water stond zo laag dat de kapitein adviseerde dat mocht je overboord vallen, je dan niet “Help!” moest gaan roepen, maar dat je dan moest gaan staan.

00000-biesbosch-1

00000-biesbosch-15

Na het museum en de rondvaartocht hebben we nog wat rondgelopen in de omgeving. Daar zagen we ook een eendenkooi met aan het einde van de kooi ‘de pijp’.

00000-biesbosch-3De kooi

Uit de Wikipedia: “Een eendenkooi (soms kortweg kooi genoemd) is van oorsprong een plek waar diverse soorten in het wild levende eenden werden gevangen voor consumptie. De eendenkooi bestaat uit een flinke vijver waar enkele smalle sloten op uitkomen, de zogenaamde vangpijpen. Eenden die uit een ander kouder wordend gebied getrokken zijn om in een warmer gebied te overwinteren, zoeken vaak plekken uit waar ze kunnen uitrusten van de reis. Om overvliegende eenden te lokken heeft de kooiker, de beheerder van de kooi, op de kooiplas een groot aantal staleenden die hij dagelijks voert. Zij zijn gewend aan de kooiker en zijn hond.

Als het jachtseizoen geopend is laat de kooiker zijn hond, het kooikerhondje, langs de pijp lopen om de rustende vreemde eenden te lokken. De pijp is aan weerszijden voorzien van rietschermen zodat de eenden de kooiker niet zien. Het hondje laat hij voor en achter langs de schermen lopen. De eenden, nieuwsgierig geworden door het verstopgedrag van het kooikerhondje met zijn opvallende, grote witte pluimstaart, die steeds weer verdwijnt en een eindje verder weer tevoorschijn komt, zwemmen achter het hondje aan de steeds nauwer wordende pijp in.

00000-biesbosch-35De rietschermen met de gaten waar de kooikerhond door heen kan lopen.

Dan komt de kooiker achter de schermen vandaan en jaagt de eenden op. De eenden vliegen dan verder de pijp in het licht tegemoet. Het kooibos rond de kooiplas wordt namelijk aan het eind van elke pijp opengehouden. De eenden vliegen uiteindelijk tegen de zogenaamde spiegel, een schuin gespannen net aan het einde van de pijp. Ze vallen dan naar beneden en kruipen naar de enige schijnbare uitweg aan het einde van de pijp, het vanghokje. De kooiker laat het vanghokje dichtvallen zodat de eenden gevangenzitten en niet meer terug kunnen.”

00000-biesbosch-4De pijp en het vanghokje

Als de eenden gevangen zitten in de pijp, worden “de nekjes van de eenden” door de kooiker omgedraaid. Dat hier “nekjes” staat en niet “nekken” is in navolging van de uitleg in het museum van de werking van de eendenkooi. Vermoedelijk houdt het museum er rekening mee dat er ook jeugdige bezoekertjes komen.

Volgens het museum komt hier de uitdrukking “de pijp uitgaan” vandaan. Andere bronnen beweren echter dat de pijp uit ‘de pijp uitgaan’ een pijp (een gang) is van een konijnenhol van een konijn dat tijdens de jacht wordt neergeschoten. Hij gaat wel de pijp uit maar komt er niet meer in. Ik vind die pijp van de eendenkooi een betere verklaring dan de pijp van het konijnenhol.

Het was overigens niet het enige gezegde waarvan we die dag de oorsprong te weten kwamen. De stuurman van de rondvaartboot vertelde namelijk dat in de Biesbosch – what’s in a name – biezen groeiden. Van die biezen werden allerlei voorwerpen gemaakt, onder andere stoelen, matten en rieten koffertjes. Als vroeger iemand rondreisde en hij vertrok dan pakte hij zijn spullen in een biezen koffertje en zie hier de oorsprong van de uitdrukking “je biezen pakken”.

(Volgens ‘Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek’ van Van Dale uit 2006 houdt de uitdrukking misschien echter verband met rondtrekkende kunstenaars die in het verleden biezen matten gebruikten om er hun kunsten op te vertonen. Als ze verder trokken, pakten ze hun biezen. Koffers of matten, het zou beide kunnen.)

Maar voordat ik nu hier eindeloos gezegdes ga verklaren, geef ik de pijp aan Maarten. Ok, die was te voor de hand liggend. (Wie die Maarten is, moet ik overigens ook nog eens een keer uitzoeken.)

‘t Hogelaand

De vorige blogpost over de bibliotheek deed me denken aan een geval van kinderleed in het hoge noorden. We verplaatsen ons daartoe naar de jaren zestig en zien daar in Uithuizen in de bibliotheek een jong bedroefd meisje staan.

Het is Marianne – later zou ze trouwen met de bekende schrijver Martin van Neck – die twee boeken wil lenen. Eerder die dag heeft ze ook al twee boeken geleend –  het maximum aantal wat je kon lenen – en heeft die thuisgekomen direct uitgelezen. Snel weer terug naar de bibliotheek om twee nieuwe boeken te halen zodat ze het weekend ook nog wat te lezen heeft. Maar de bibliothecaresse kijkt haar streng aan en zegt dat ze eerder die dag ook al twee boeken heeft geleend. Twee is het maximum, meer mag niet. Dat ze die twee andere boeken al weer heeft terug gebracht doet er niet toe. Ze krijgt de nieuwe boeken niet mee. Nu vijftig jaar later kan Marianne er nog kwaad over worden.

En nu we toch in het hoge noorden zijn, gaan we nog eens vijfendertig jaar verder terug in de tijd en zien daar begin jaren dertig ergens tussen het gehucht Schilligeham en Winsum een klein meisje lopen op weg naar school. Even verderop staat een fiets langs de kant van de weg. Ze pakt de fiets, rijdt er een stuk op, passeert onderweg een ander klein meisje, zet even verderop de fiets aan de kant van de weg en loopt weer verder. De twee meisjes zijn de latere moeder van Marianne en haar zusje (de toekomstige tante van Marianne). Ze woonden op een boerderij in Schilligeham en gingen in Winsum op school. Samen hadden ze één fiets. Als ze naar school gingen, deelden ze die fiets, door afwisselend te lopen en te fietsen.

Ik heb er als ex-wiskundige eens over nagedacht of er een optimale strategie is en hoe lang je er dan over doet. De afstand tussen de boerderij in Schilligeham en de school in Winsum bedroeg ongeveer vijf kilometer. Stel dat je vijf kilometer per uur loopt en dat je fietsend een snelheid haalt van vijftien kilometer per uur. Als je de hele afstand loopt, dan doe je daar dus een uur over, met de fiets twintig minuten. Aannemende dat beide zussen evenveel willen lopen en fietsen – loop je dus de helft van de afstand en fiets je de andere helft. Dan fiets je dus tien minuten en loop je een half uur. Maak het nu uit hoe vaak je wisselt? Ja, want het afstappen en de fiets aan de kant van de weg zetten, kost ook wat tijd. Dus eigenlijk is het beste dat de ene zus eerst de helft van de afstand fietst en daarna de rest loopt. Maar het is natuurlijk wat gezelliger als je elkaar onderweg een paar keer inhaalt en zoveel tijd verlies je nu ook weer niet met het wegzetten van de fiets – ik denk niet dat ze hem telkens op slot hebben gezet. Ik denk trouwens dat ze onderweg best wel eens ruzie hebben gehad  – “Jij bent veel te ver doorgefietst!”

Maar goed Schilligeham, Winsum en Uithuizen:  Ede Staal zou zeggen:

“‘t Is de lucht achter Oethoezen / ‘t Is ‘t torentje van Spiek / ‘t Is de weg van Lains noar Klooster / En deur Westpolder langs de diek.

‘t Binnen de meulens en de moaren / ‘t Binnen de kerken en de Börgen / ‘t Is ‘t laand woar ik as kind / Nog niks begreep van pien of zörgen / Dat is mien laand, mien Hogelaand.”

00000-ede-staal