Category Archives: Wetenschap

Een plakkende Mondriaan en een bordurende Vermeer

Vandaag is het blogpost nummer 600. Dat moet dus niet zo maar een niemendalletje zijn maar een weloverwogen goeddoordachte blogpost. Daarom een wetenschappelijk verhaal en wel over hoe schilders  tot hun compositie komen. Het antwoord daarop luidt: ieder heeft zijn eigen methode.  Zo, daar kijkt u van op of niet?

Ik pak er even twee voorbeelden bij. Allereerst Piet Mondriaan. Zijn laatste schilderij was de Victor Boogie Woogie.

mondriaan 2Dit schilderij was toen de schilder in 1944 overleed nog niet af. Daardoor kunnen we zien hoe hij werkte. Als je goed naar het schilderij kijkt, dan zie je namelijk dat hij gebruikte maakte van gekleurde stukjes cellotape.

mondriaan

Als de compositie hem beviel, dan haalde hij de cellotape weg en schilderde hij het vakje in de goedgekeurde kleur en afmeting.

Een heel andere werkwijze had Johannes Vermeer. Die borduurde eerst zijn ontwerp voordat hij het schilderde.  Vermeer, een bekwaam borduurder,  was een veeleisend man. De compositie moest eerst perfect zijn voordat hij deze met verf op het doek zette. Voordat hij zich aan het schilderen zette, had hij al honderden borduurwerken van het onderwerp gemaakt.

Zo zag ik van de week twee van deze Vermeer-borduursels in onze plaatselijke kringloopwinkel.

vermeer

Het geborduurde melkmeisje is zo te zien al bijna de definitieve versie.

vermeer melkmeisje

Dat geldt echter niet voor ‘Het glas wijn’ dat in het Gemälde Museum in Berlijn hangt.

vermeer glas wijn

vermeer berlijnUw deskundige gids in 2015 in Berlijn 

Vergelijk het borduursel van Vermeer eens met de uiteindelijke versie. Het is een wereld van verschil.

vermeer glas wijn 2JPG vermeer glas wijn

De definitieve kleuren zijn anders en ook in de compositie heeft hij heel wat  veranderingen gebracht. Wel is de rudimentaire opzet van het schilderij al goed te zien

Tot slot, ik hoor het u vragen, zijn die borduursels van Vermeer ook veel geld waard? Helaas, het antwoord is nee. Dit omdat hij er zo veel van heeft gemaakt.  Voor elke schilderij wel honderden, soms wel duizend.  Zo weinig Vermeer schilderde, zo veel borduurde hij. En daarnaast zijn er ook nog eens veel vervalsingen van zijn borduurwerken in omloop.

Ik heb deze twee borduurwerkjes dan ook laten staan.

 

Een wetenschappelijk artikel

Zoals elders op de site te lezen valt, ben ik op zoek naar het tweede straatje van Vermeer. In het kader daarvan heb ik wel eens contact gehad met professor Frans Grijzenhout van de Universiteit van Amsterdam. Deze ontdekte eind 2015 aan de hand van een oud belastingboek welke huizen stonden afgebeeld op het (eerste) Straatje van Vermeer: Vlamingstraat 40-42 in Delft. Niet iedereen was het echter met zijn conclusie eens. Onder andere de heren  Eijkelboom en Vermeer – niet de schilder zelf; ook geen familie – schreven een artikel waarin zij stelden dat de professor het onjuist had.

Eén van hun argumenten was dat de aanwezigheid van een schrobgoot op het schilderij niet hoefde in te houden dat de huizen aan een gracht moesten liggen. Sterker nog een schrobgoot zou juist een aanwijzing kunnen zijn dat er geen gracht was. Dat zou de theorie van de professor onderuit halen, want het belastingboek waarop hij zich baseerde bevatte de belastinggegevens van huizen die in 1660 aan een gracht lagen. En als er geen gracht was, dan klopte de theorie van de professor niet. Ik citeer even een stukje van Eijkelboom en Vermeer waarin zij dit punt opwierpen.

[…]“De goot kan evenwel met evenveel recht geduid worden als een aanwijzing tegen de aanwezigheid van de gracht. Als er over de volle breedte van het schilderij, net buiten beeld, een gracht zou zijn, zo zou de redenering kunnen luiden, zou het niet hebben uitgemaakt waar het water de gracht in liep. Het afschot (een bewust aangebrachte helling van een straat voor het laten weglopen van vloeistof) van een straat langs een gracht loopt namelijk doorgaans vanaf de gevelwand licht naar de gracht af, om te voorkomen dat water terugloopt naar de bebouwing en daarin binnendringt. Goten aan de kant van de gevel of dwarsgoten, zoals op het schilderij, zijn daarom niet nodig. De bewoner had zich dan de moeite van de aanleg van een voor het verkeer hinderlijke goot kunnen besparen. Juist het gegeven dat het overtollige water voor verdere afvoer naar een specifieke plaats moest worden geleid, zou erop kunnen wijzen dat er geen gracht gedacht is.”

Dat leek me geen juiste redenatie. In een mailtje naar de professor stipte ik dit onderwerp ook even aan. Ik schreef: “Ik zou zeggen dat gezien het feit dat de goot doorloopt over straat, dit juist wel wijst op een gracht. Immers als er een gracht is om het water af te laten voeren, dan wil je het water er zo snel mogelijk heen leiden en het zich niet laten verspreiden over straat. Ik heb daarom even een uitgebreide steekproef gedaan (n=1) om te kijken of er op schilderijen uit Delft uit die tijd afvoergoten richting grachten e.d. te zien zijn. Ik heb gekeken naar het Gezicht op Delft van Vermeer. Als ik dan inzoom op de kade aan de overkant van de trekvaart, dan lijken daar ook afvoergoten zichtbaar te zijn die naar de trekvaart leiden. Maar dat kan ik fout zien en wellicht zijn het helemaal geen afvoergoten. Zie de afbeelding.

00000 vermeer

De professor reageerde hier niet op, maar blijkbaar was hij het wel met me eens. Want dit voorjaar zag ik opeens mijn naam terug in een artikel in het blad KNOB-2018-1. De professor schreef daarin een wetenschappelijk artikel waarin hij alle kritiek op zijn aanname dat de afgebeelde huizen de Vlamingstraar 40 en 42 waren, overtuigend weerlegde, althans dat vond ik. Zie hier de voorpagina van zijn artikel (waar overigens ook de schrobgoot te zien is.)

00000 0

Tot mijn verrassing zag ik mijn naam twee keer in het artikel opduiken. De eerste keer bij een stukje dat ging over de schrobgoten. De professor schrijft over de schrobgoot:

00000 1 00000 2

Ook gebruikte hij in het artikel een citaat van Benjamin Franklin dat ik in mijn mailtje aan hem had opgenomen. Mijn mail beëindigde ik namelijk met: “Kortom, zo ver ik het kan beoordelen staat jouw theorie nog steeds overeind. Bovendien een theorie die gebaseerd is op belastingboeken die moet wel kloppen. Zoals Benjamin Franklin al zei: “Op deze wereld is niets zeker, behalve de dood en de belastingen.”

Blijkbaar vond de professor dat een leuk citaat. Elders in het stuk, bij de weerlegging van de kritek van een Engelsman die twijfels uitte over de betrouwbaarheid van het gebruikte belastingboek schreef de professor: “Op grond van dat register moesten burgers immers daadwerkelijk belasting betalen voor het onderhoud van de kade en het uitdiepen van de gracht voor hun deur, en niemand – toen niet en nu niet – wil meer belasting betalen dan strikt noodzakelijk. Bovendien, zoals Benjamin Franklin al zei: ‘(…) in this world nothing can be said to be certain, except death and taxes’. (18) We kunnen de gegevens uit het belastingregister dus maar beter serieus nemen.”

Alleen in een wetenschappelijk artikel mag je niet zo maar een citaat opnemen. Je moet ook de bron weergeven.  En wie zie ik daar in voetnoot 18 vermeld staan? Uw verslaggever!

00000 3

Kijk, daar staat mijn naam nog een keer. Ik word dus liefst twee keer opgevoerd in een wetenschappelijk artikel. Ik voel me dan ook zeer vereerd en ook een stuk slimmer nu. U ook?

00000 4

Voetnoot

In november 2015 onthulde professor Frans Grijzenhout dat op het schilderij ‘Het Straatje’ van Vermeer hoogstwaarschijnlijk de (toenmalige) huizen Vlamingstraat 40 en 42 in Delft stonden afgebeeld. Hij baseerde zich hierbij vooral op een belastingboek – ‘Legger van het diepen der wateren binnen de stad Delft’ uit 1667 (ook wel het ‘Register op het kadegeld’ genoemd – dat nauwkeurig aangaf hoe breed huizen en poorten in Delft waren die in die tijd aan een gracht lagen. Afhankelijk van de breedte van de huizen en poorten moesten de eigenaren belasting betalen.

Er verscheen een boek over zijn vondst en in het Rijksmuseum – en later ook in Museum Prinsenhof Delft –  was er een tentoonstelling over het onderwerp en ik moet zeggen dat de onderbouwing van de professor vrij overtuigend was. Echter niet iedereen, vooral een aantal mensen die een andere theorie m.b.t de locatie van de huizen op het schilderij aanhingen, was het met de professor eens.

Zo schreef een zekere Gerrit Vermeer – geen familie van de schilder –  samen met ene Gert Eijkelboom een kritisch stuk, waarin één van hun tegenargumenten was dat de aanwezigheid van een schrobgoot op het schilderij helemaal niet hoefde te betekenen dat er een gracht voor de huizen liep. (De aanwezigheid van de gracht gecombineerd met het ‘Register op het kadegeld’ was een essentieel onderdeel van de ‘bewijsvoering’ van de professor.

[…]. De goot kan evenwel met evenveel recht geduid worden als een aanwijzing tegen de aanwezigheid van de gracht. Als er over de volle breedte van het schilderij, net buiten beeld, een gracht zou zijn, zo zou de redenering kunnen luiden, zou het niet hebben uitgemaakt waar het water de gracht in liep. Het afschot (een bewust aangebrachte helling van een straat voor het laten weglopen van vloeistof) van een straat langs een gracht loopt namelijk doorgaans vanaf de gevelwand licht naar de gracht af, om te voorkomen dat water terugloopt naar de bebouwing en daarin binnendringt. Goten aan de kant van de gevel of dwarsgoten, zoals op het schilderij, zijn daarom niet nodig. De bewoner had zich dan de moeite van de aanleg van een voor het verkeer hinderlijke goot kunnen besparen. Juist het gegeven dat het overtollige water voor verdere afvoer naar een specifieke plaats moest worden geleid, zou erop kunnen wijzen dat er geen gracht gedacht is.” aldus de twee critici.

Nu had ik in het kader van mijn onderzoek naar het tweede Straatje van Vermeer een keer ‘Het Gezicht op Delft’ van Vermeer uitgebreid bestudeerd en gezien dat op dit schilderij ook schrobgoten stonden afgebeeld, die stuk voor stuk het water rechtstreeks naar een trekvaart afvoerden. In een mailtje aan de professor – ik had al eens een keer eerder over mijn onderzoek naar het Tweede Straatje van Vermeer met hem gecorrespondeerd – wees ik hem op deze schrobgoten.

Vorige maand verscheen er in het bulletin van Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond een uitgebreid wetenschappelijk artikel van de professor, waarin hij mijn inziens overtuigend alle kritiek op zijn onderzoek weerlegt.

0 vermeer

Mijn “vondst” van de aanwezigheid van schrobgoten op ‘Het gezicht op Delft’ wordt (keurig met naamsvermelding) ook even kort genoemd – ik sta nu in een wetenschappelijk artikel (!) – , maar dat is niet de reden dat ik hier over het artikel van de professor schrijf. De reden daarvoor is niet de inhoud, maar om te laten zien hoe je in een wetenschappelijk artikel alles moet verantwoorden in bronnen en voetnoten. In mijn mailtje aan de professor schreef ik namelijk:

Kortom, zo ver ik het kan beoordelen staat jouw theorie nog steeds overeind. Bovendien een theorie die gebaseerd is op belastingboeken die moet wel kloppen. Zoals Benjamin Franklin al zei: “Op deze wereld is niets zeker, behalve de dood en de belastingen.”

Blijkbaar vond de professor dit een leuk citaat en hij gebruikt het dan ook in zijn artikel. Maar niet zoals ik het opschreef. Je kan niet zomaar een vrije Nederlandse vertaling opnemen. Het moet wel wetenschappelijk onderbouwd zijn. Ik zag dat de professor zelfs de oorspronkelijke bron en tekst had opgezocht. Uit het (dertien pagina’s lange) artikel van professor Grijzenhout:

Op grond van dat register moesten burgers immers daadwerkelijk belasting betalen voor het onderhoud van de kade en het uitdiepen van de gracht voor hun deur, en niemand – toen niet en nu niet – wil meer belasting betalen dan strikt noodzakelijk. Bovendien, zoals Benjamin Franklin al zei: ‘(…) in this world nothing can be said to be certain, except death and taxes’.18  We kunnen de gegevens uit het belastingregister dus maar beter serieus nemen.”

Dat getalletje 18 betekent dat er een voetnoot is. In die voetnoot vermeldt de professor keurig de bron van het citaat.

0 vermeer 2

Het is maar goed dat ik op dit blog geen wetenschappelijke stukken schrijf. Dan zou ik voor elk citaat dat ik gebruik, de bron en de exacte tekst moeten opzoeken. “Van de meeste boeken blijven alleen de citaten over. Dan is het toch beter van meet af aan alleen de citaten neer te schrijven?” Dat is een citaat van de Poolse schrijver Stanislaw Jerzy Lec. Waar vind ik in Godsnaam zijn oorspronkelijke uitspraak? Ik spreek helemaal geen Pools!

Maar anyway, ik sta nu dus in een voetnoot in een wetenschappelijk artikel! Zo, nu kijkt u vast heel anders tegen mij aan.

 

Zo groot als een voetbalveld

Afgelopen vrijdag was ik in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik bezocht daar de tentoonstelling over Nineveh. Mooie tentoonstelling, ik kan hem aanraden.

00 nineveh

Nineveh, gelegen in het huidige Irak – als u nog nooit van deze plaats gehoord hebt, dan geeft dat niet; ik had er ook nog nooit van gehoord – was 2700 jaar geleden de grootste stad ter wereld. Het telde toen 100.000 inwoners. In 612 voor Christus werd de stad echter door vijanden volledig met de grond gelijk gemaakt. In het museum in Leiden zijn nu diverse voorwerpen afkomstig uit de stad te zien. Bij één van deze voorwerpen stond vermeld dat het afkomstig was uit een paleis dat liefst 80.000 vierkante meter groot was. Om te benadrukken hoe groot dat wel niet was, stond er op het informatiekaartje bij vermeld dat dit meer dan zes voetbalvelden groot was.

Dat zie je wel vaker. Dat de grootte van iets wordt vergeleken met een voetbalveld. Blijkbaar zegt een vergelijking met een voetbalveld de mensen meer dan dat iets zoveel vierkante meter groot is. Niet alleen in Nederland wordt deze vergelijking gebruikt maar ook in andere landen. Enkele voorbeelden:

  • WOS Radio (de lokale omroep voor de gemeenten Westland, Midden-Delfland, Maassluis en deelgemeente Hoek van Holland.): “Binnen een straal van 600 meter van de Westlandse dorpskernen liggen 973 percelen met ruim 46 hectare aan asbestdaken. [..] Ter vergelijking, dat is ter grootte van bijna 100 voetbalvelden.”
  • Trouw in 2011 over de Tweede Maasvlakte: “Nederland wordt 4.000 voetbalvelden groter.”
  • Daily Mail: in 2017: “An ASTEROID larger than a football field is set to zoom past our planet tonight little over a week since it was discovered.”
  • The Independent in 2014: “Giant digital billboard in Times Square is bigger than a football field”

Zo zie je maar, er wordt wat afgevoetbald. Echter, je kan je soms wel eens de vraag stellen of de vergelijking wel klopt. Laten we eens beginnen met die van WOS-radio. Een gemiddeld voetbalveld is 110 meter lang en 67 meter breed, dat is dus een oppervlakte van 7370 vierkante meter. In die 46 hectare aan asbestdaken passen dus geen 100, maar ‘slechts’ 62 voetbalvelden – nog steeds veel –  maar bij lange na geen 100 velden. Hier wordt de zaak dus wat overdreven. Of neem de Tweede Maashaven, die is in totaal 2000 hectare groot. Dat zijn 2713 voetbalvelden, geen 4000 stuks.

Of neem dat digitale billboard op Times Square. Dat is 25.000 vierkante ‘feet’ groot. Dat is omgerekend 2323 vierkante meter oftewel nog niet eens 1/3 voetbalveld. Zelfs als we uitgaan van een kleiner American Football veld (dat heeft een oppervlakte van 5346 vierkant meter), dan nog komen we niet eens tot een half voetbalveld. De grootte van het bord wordt dus schromelijk overdreven. Fake news zou Trump zeggen.

Hoe groot de asteroïde van de Daily Mail in werkelijkheid was, weet ik niet. In een volgend bericht vergeleek  de krant het ding niet meer met een voetbalveld maar met een walvis. Die worden maximaal zo’n dertig meter lang. Ik vermoed dan ook dat hij dus kleiner dan een voetbalveld groot zal zijn geweest.

Het Leids Museum daarentegen schat de boel juist te klein in. In een paleis van 80.000 vierkante meter passen zelfs bijna elf voetbalvelden. Ok, het door hen gestelde, namelijk dat het paleis groter was dan zes voetbalvelden, is dus ook waar maar ze hadden het sterker kunnen brengen: “Het paleis was groter dan tien voetbalvelden bij elkaar!”

Nu kan ik nog wel meer voorbeelden gaan onderzoeken, maar aangezien deze blogpost nu  al bijna een voetbalveld groot is, stop ik er mee.

Het verleden, het heden en de toekomst

De laatste blogpost van dit jaar. Daarom ga ik vandaag filosofisch doen. Gisteren was het donderdag, vandaag is het vrijdag, morgen is het zaterdag. Ho, ho, voordat u roept: “Zo, zo, ik ben onder de indruk”, dit was het nog niet. Dit is alleen nog maar het uitgangspunt voor mijn gedachtenexperiment. Het gaat mij namelijk om  de duur van het verleden, het heden en toekomst.

Het heden duurt het kortst. Dat is nu, dat is niet zo moeilijk. Als we rekenen in dagen, dan duurt het heden één dag en dat geldt ook voor het heden van morgen, als u snapt wat ik bedoel – ik heb niet gezegd dat dit een makkelijke blogpost wordt.

Nu het verleden. Er was ooit een oerknal – over illegaal vuurwerk gesproken – dus ik neem aan dat het verleden een beginpunt kent. Volgens de huidige inzichten vond de oerknal 13,77 miljard jaar geleden plaats. Laten we de tijdsduur van het verleden even V noemen.  V = 13,77 miljard jaar en morgen dus 13,77 miljard jaar + 1 dag.

000000 nasa

Zo maakt de NASA de groei van het heelal zichtbaar in een grafiek

Dan de toekomst, die korten we even af tot T. De toekomst is morgen een dagje kleiner dan de toekomst van vandaag. Dat is logisch maar als de toekomst elke dag een dagje kleiner wordt, betekent dat dan dat op een gegeven moment de toekomst op is? Niet depressief worden, want dat zou alleen gelden als V + T = C, waarbij C dan de constante van Van Neck is. Maar misschien is C geen eindig (constant) getal maar een oneindig getal, of te wel V + T = ∞ (dit ∞ symbool staat voor ‘oneindig’) en groeit de toekomst elke dag gewoon weer een dag aan, of te wel V + T = ∞ = ∞ + 1.

Als we nu in bovenstaande formule invullen V = 13,77 miljard jaar, dan krijgen we:  T  = ∞ – 13,77 miljard jaar + 1 dag. Vooral die ene dag vind ik wel bijzonder.

Kunt u het nog volgen? Nou ik zelf niet meer, dus ik ga er nog maar eens een dagje over nadenken. (En dan zal je zien dat morgen de uitgangspunten weer veranderd zijn.)

Tot zover deze filosofische blogpost. Om u nog even voor dit jaar een wijs woord mee te geven, eindig ik met een citaat Albert Einstein: “Meer dan het verleden interesseert mij de toekomst, want daarin ben ik van plan te leven.”

Klimaatverandering

Je kan veel van Trump zeggen maar niet dat hij geen uitvoering geeft aan zijn visie op het klimaat. Nog geen week nadat hij het klimaatverdrag opzegde, daalt de temperatuur hier al met tien graden. Wat nou opwarming van de aarde? Even een flauw grapje tussendoor. Wat is het verschil tussen Trump en een eendagsvlieg? Een eendagsvlieg heeft een langere termijnvisie.

Het vervelende is dat Trump niet de enige is in Amerika die er zo over denkt. In februari 2015 nam  bijvoorbeeld James Inhofe, de republikeinse senator van Oklahoma, een sneeuwbal mee in de senaat om aan te tonen dat er geen sprake was van opwarming van de aarde.

sneeuwbal

Daarmee aantonend dat hij het verschil tussen ‘weer’ en ‘klimaat’ niet goed snapte.

Maar goed, het regent en stormt nu dus. Dat we vaker najaarsstormen in het voorjaar zullen zien, is niet iets waardoor fietsers in Leiden verrast zullen worden. Gezien dit bord worden zij al gewaarschuwd voor regen en storm

fietsen

Gewoon een paraplu mee.

Mevrouw Einstein (2)

Zoals aangekondigd in de vorige blogpost  hier het verhaal over de eerste mevrouw Einstein.

einsteinAlbert Einstein en Mileva Marić in 1912; foto: ETH-Bibliothek Zürich, Bildarchiv / Fotograaf: Unbekannt / Portr_03106 / Public Domain Mark 

Het tragische leven van de eerste mevrouw Einstein

Albert Einstein wordt vaak geciteerd. ‘Twee dingen zijn oneindig, het universum en de menselijke domheid, maar van het universum weet ik het nog niet helemaal zeker’ is bijvoorbeeld een bekende uitspraak van hem. Een wat minder bekende uitspraak van hem luidt: ‘Waar liefde is, wordt niets geëist of opgelegd’. Dit in gedachten houdend leest men met andere ogen de brief die Albert Einstein op 18 juli 1914 aan zijn eerste vrouw Mileva Maric stuurde met daarin het volgende lijstje met eisen waaraan zij moest gehoorzamen:

A) Je zorgt ervoor dat er altijd schone kleren voor mij klaar liggen, ik elke dag drie fatsoenlijke maaltijden op mijn kamer krijg voorgezet, mijn slaap- en studeerkamer er netjes en opgeruimd uit zien. Daarbij mag niemand aan de spullen op mijn bureau komen.

B) Je ziet af van een persoonlijk samenzijn van ons, tenzij dit vanwege sociale redenen strikt noodzakelijk is. Je zult van mij niet verlangen dat:  Ik bij jou in de kamer ga zitten; ik met jou uitga,  ik samen met jou op reis ga.

C) In het bijzonder dien je je in de omgang met mij uitdrukkelijk aan het volgende te houden:

  1. Je mag niet op tederheden mijnerzijds rekenen, ook mag je mij daarover geen verwijten maken.
  2. Als je tegen mij praat en ik verzoek je te zwijgen, dan dien je mij te gehoorzamen.
  3. Als ik je vraag om mijn slaapkamer dan wel mijn studeerkamer te verlaten, dan dien je dit direct te doen.

D) Je mag mij tegenover mijn kinderen noch door woord noch door gebaar kleineren.

Vergelijk dit eens met de brief die Einstein veertien jaar eerder, op 14 augustus 1900, aan haar stuurde: “Hoe heb ik vroeger alleen kunnen leven, jij bent mij kleine alles. Zonder jou heb ik geen gevoel voor eigenwaarde, geen zin om te werken, geen levensvreugde, kortom zonder jou is mijn leven geen leven.” Er is in veertien jaar die tussen deze twee brieven in ligt duidelijk iets mis gegaan.

De gehele correspondentie tussen Albert Einstein en zijn eerste vrouw Mileva Maric werd in 1987 vrijgegeven, 32 jaar na zijn dood en 39 jaar na haar overlijden. De brieven onthulden dat er naast de twee bekende kinderen van het echtpaar – de jongetjes Hans Albert en Eduard – het echtpaar ook nog een derde kind had, een dochtertje met de naam Lieserl. Ook lieten de brieven zien dat Einstein bepaald niet altijd even aardig was voor zijn vrouw en zijn kinderen.

Mileva Maric werd op 18 december 1875 geboren in Titel, Servië. Ze had een aangeboren heupafwijking, waardoor ze haar hele leven lang enigszins mank zou lopen. Ze kwam uit een redelijk welgestelde familie. Haar vader was na een carrière in het leger in de magistratuur gegaan en bezat daarnaast nog wat landbouwgrond.

Als kind blijkt ze hoogbegaafd te zijn. Ze heeft een aanleg voor talen en wiskunde en is muzikaal onderlegd. Ze zit op een meisjesschool, waar ze met kop en schouders boven de rest uitsteekt. Als ze vijftien is, krijgt ze – bij uitzondering – toestemming van de overheid om haar schoolopleiding op een jongensschool te vervolgen. Ook daar is ze de beste van de klas.

Omdat meisjes in het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk niet mogen studeren, vertrekt ze in de zomer van 1896 naar Zwitserland om daar aan de Universiteit van Zürich medicijnen te studeren. Na één semester stopt ze met deze studie. Haar hartstocht ligt bij de wis- en natuurkunde. Ze meldt zich aan bij het prestigieuze Polytechnische instituut, doet toelatingsexamen en wordt aangenomen. Ze komt als de enige vrouwelijk student in een klas met vijf medeleerlingen. Eén van hen is de dan zeventienjarige Albert Einstein. Mileva Maric is op dat moment twintig jaar oud.

Het eerste jaar studeert Maric hard en haalt mooie cijfers. Voor de drie jaar jongere Albert toont ze weinig interesse, maar dat verandert als deze haar het hof gaat maken. Voor het eerst heeft hij een jonge vrouw ontmoet waarmee hij over zijn wetenschappelijke denkbeelden kan praten.

In 1897 vertrekt Mileva voor de duur van een semester naar Heidelberg, Duitsland. Einstein blijft in Zürich. Hij stuurt haar brieven die zij beantwoordt. De jonge Einstein is een charmeur. Met zijn vilten hoed ziet hij er als een dandy uit. Na haar terugkomst uit Heidelberg speelt hij viool voor haar, vraagt haar vaak mee uit en ze krijgen een relatie.

Aanvankelijk heeft hun relatie positieve gevolgen voor hun beider studie. Bij het tussentijdse examen haalt Albert een 5,7 (bij een maximum van een 6,0). Mileva die vanwege haar verblijf in Heidelberg een semester achter is geraakt, scoort een paar maanden later bij haar examen een 5,1.

Dan ontstaan er familiespanningen. De joodse familie van Einstein is niet enthousiast over hun relatie. Zij is drie jaar ouder dan Albert, ze loopt mank, ze studeert, ze is te onafhankelijk, ze komt uit Servië en het belangrijkste: ze is niet joods. De familie van Mileva daarentegen geeft de jonge Albert een hartelijk welkom. De familiespanningen en de intensiteit van hun relatie gaan vooral ten koste van de studie van Mileva, maar ook de cijfers van Albert gaan achteruit. Weliswaar slaagt hij voor zijn eindexamen, maar zijn cijfer is gedaald naar een 4,9. Hij is daarmee slechts de vierde van de vijf examenkandidaten. Mileva haalt een paar maanden later tijdens haar eindexamen een gemiddelde van 4,0. Dat is niet voldoende en ze moet haar examen over doen.

Omdat Albert niet bij de beste drie studenten van zijn klas is geëindigd – en omdat de professoren de jonge Albert met zijn afwijkende ideeën over de natuurkunde als een eigenwijze student ervaren – krijgt hij na zijn studie geen baan van het instituut aangeboden. Ook sollicitaties naar een wetenschappelijke baan bij universiteiten in Duitsland, Italië en Nederland (bij Kamerlingh Onnes in Leiden) leveren niets op. Hij geeft privéonderwijs en probeert ondertussen werk te vinden.

In 1901 vertrekt Albert naar zijn familie in Italië. Mileva blijft in Zürich om te studeren. In mei brengen ze samen een paar dagen door bij het Comomeer. Ze raakt zwanger. Ze kan zich niet meer op de studie concentreren en in de zomer zakt ze weer voor haar examen. Ze besluit om met de studie te stoppen.

Het te verwachten kind is een probleem. Niet alleen zijn Albert en Mileva bang, dat als bekend wordt dat hij een buitenechtelijk kind heeft, hij geen baan zal vinden, maar ook hebben ze niet genoeg geld om het te onderhouden. Albert en Mileva besluiten dat zij naar haar ouders in Servië zal gaan om daar te bevallen. Albert blijft in Zürich en probeert ondertussen werk te vinden.

Als Mileva bij haar ouders is, stuurt Albert haar een brief, waarin hij er bij haar op aan dringt om na de geboorte van het kind, het kind niet mee terug naar Zürich te nemen. In januari 1902 bevalt zij in Novi-Sad van een dochtertje. Waarschijnlijk – in de archieven van Novi-sad is geen geboortecertificaat te vinden – krijgt het de naam Lieserl, want in een brief van 4 februari 1902 schrijft Einstein: “Het is inderdaad een Lieserl geworden, zoals je zo graag wou. Is het gezond en huilt ze veel?” Ook schrijft hij: “Hoewel ik haar helemaal niet ken, heb ik haar toch zo lief”. Hij neemt echter niet de moeite om naar Novi-Sad af te reizen en zal zijn dochter nooit zien.

Wat er vervolgens met Lieserl gebeurt, is niet duidelijk. Aanvankelijk hadden Mileva en Albert bedacht om het kind voor adoptie af te staan, maar in een brief van 12 december 1901, een maand voor haar geboorte, schrijft hij: “Ik wil niet dat we het kind afstaan. Spreek er eens over met je vader. Hij is een ervaren man die de wereld veel beter kent dan jouw ambitieuze onpraktische Johonzel” – Johonzel was de koosnaam die Mileva aan Albert had gegeven.

Of Lieserl voor adoptie is afgestaan, of dat de ouders van Mileva haar in huis hebben opgenomen, is niet bekend. In ieder geval keert Mileva in september 1902 zonder Lieserl terug naar Zürich. Na haar terugkomst trouwen Albert en Mileva in januari 1903.

Als Mileva in september 1903 weer enige tijd bij haar ouders door brengt, stuurt Einstein haar een tweetal brieven. Het zijn de laatste brieven waarin Lieserl ter sprake komt. Op 15 september 1903 schrijft hij: “Ik vind het heel erg wat er met Lieserl is gebeurd. Roodvonkkoorts kan soms heel vervelende sporen na laten.” Sommige onderzoekers denken vanwege deze brief dat Lieserl aan de gevolgen van roodvonk is overleden maar honderd procent zeker is dit niet.

De jaren 1904 en 1905 zijn de gelukkigste jaren uit het huwelijk van Albert en Mileva. Naast zijn werk op het patentbureau – hij heeft eindelijk werk gevonden als octrooideskundige derde klasse – is hij bezig met het opstellen van zijn natuurkundige theorieën. Zij runt het huishouden. In 1904 bevalt zij van een zoon, genaamd Hans Albert.

In 1905 publiceert Albert een viertal artikelen die de wetenschappelijke wereld op zijn kop zetten. Hij was hier al vijf jaar mee bezig. Dit blijkt uit een brief die Mileva in december 1900 aan vriendin schreef: “Albert heeft een natuurkundige verhandeling geschreven die waarschijnlijk  binnenkort – dat zou dus nog bijna vijf jaar duren –  in de Physikalischen Annalen gepubliceerd gaat worden. Kun je je voorstellen hoe trots ik wel niet ben op mijn lieve schatje.”

In 1909 krijgt Einstein een baan aangeboden als professor bij de Universiteit van Zürich. In 1910 wordt hun tweede zoon, Eduard, geboren. In 1911 vertrekt het gezin naar Praag. Vanaf dat moment gaat het mis. Beiden ervaren de periode in Praag als vreselijk. Wat er precies is voorgevallen, blijft onduidelijk. Ze keren in ieder geval in 1912 terug naar Zürich en er ontstaan spanningen tussen hun twee.

In 1914 accepteert Einstein een baan aan de universiteit van Berlijn en vertrekt naar Duitsland. Daar begint hij een relatie met zijn nicht Elsa Löwenthal. Het huwelijk met Mileva is dan zo goed als voorbij. Als zij zich met de kinderen bij hem in Berlijn wil voegen, stuurt hij haar het genoemde lijstje met eisen. Desondanks vertrekt ze naar Berlijn maar een paar maanden later keert ze met de kinderen terug naar Zürich. Ze zal er haar leven blijven wonen. Albert Einstein blijft in Berlijn waar hij een appartement betrekt dat naast dat van Elsa ligt.

In 1916 verzoekt hij Mileva om een scheiding. Ze weigert en wordt ziek. Haar zuster Zorka komt uit Servië over om voor de kinderen te zorgen. Onderweg van Servië naar Zwitserland wordt Zorka in Kroatië door een aantal soldaten verkracht, die op weg zijn naar het front van de Eerste Wereldoorlog. Aangekomen in Zürich krijgt Zorka een zenuwinzinking –  waarschijnlijk een reactie op het gebeuren. In plaats dat Zorka Mileva kan helpen, heeft de ziekelijke Mileva naast de zorg voor de kinderen nu ook nog de zorg voor haar zuster. Zorka zal twee jaar lang in een psychiatrische inrichting in Zürich verblijven en de rest van haar leven last blijven houden van psychische stoornissen.

In 1919 gaat Mileva alsnog akkoord met een scheiding. Volgens de scheidingsakte moet Einstein de kinderen financieel onderhouden en wordt hij verplicht 40.000 Duitse Mark op een Zwitserse bankrekening te storten. Zeer opmerkelijk is dat in de scheidingsakte al wordt vastgelegd, dat in het geval dat Albert de Nobelprijs mocht winnen, Mileva het geld krijgt.

Mileva moet voor de opvoeding van de kinderen zorgdragen, Albert krijgt het recht om ze tijdens de schoolvakantie te bezoeken. Hij maakt hier weinig gebruik van en de kinderen klagen veelvuldig dat ze hun vader niet zien. Vooral de jong ziekelijke Eduard mist zijn vader erg. Zo schrijft Mileva een keer aan Albert over Eduard: ‘Je hebt hier een lief maar ernstig ziek kind. Hij vraagt vaak wanneer zijn vader hem komt opzoeken en bij elk uitstel wordt hij verdrietiger en verdrietiger.’

Albert Einstein zal zijn hele leven lang weinig waarde hechten aan familierelaties. Dat merkt ook zijn tweede vrouw, zijn nicht Elsa, waarmee hij in 1919 trouwt. Ook haar blijft hij niet trouw. Regelmatig begint hij buitenechtelijke relaties, één van deze vrouwen neemt hij zelfs een tijdje in dienst als secretaresse.

In 1921 krijgt Albert Einstein de Nobelprijs voor natuurkunde en conform de scheidingsakte maakt hij het geld naar Mileva over. Deze koopt drie huizen. Eén huis dient als woning voor haar en de kinderen, de twee andere huizen verhuurt zij. Ze leeft van de huuropbrengsten en van het geld dat zij verdient met het geven van bijlessen wis- en natuurkunde en pianoles.

De kinderen blijken slimme jongens te zijn. Hans Albert heeft het intellect van zijn ouders geërfd. Hij gaat in Zürich naar dezelfde technische school als zijn ouders. In 1937 zal hij, net als zijn vader vier jaar eerder heeft gedaan, met zijn vrouw en kinderen naar Amerika emigreren, waar hij uiteindelijk hoogleraar aan de University of California in Berkeley bij San Francisco zal worden.

De jongste zoon, Eduard, gaat na de middelbare school psychologie studeren, maar al vrij snel stopt hij hiermee. Hij is somber en depressief en heeft zelfmoordneigingen. Hij blijkt schizofreen te zijn. Zijn hele leven lang zal hij verzorging nodig hebben. Van tijd tot tijd wordt hij in inrichtingen opgenomen. Om dit te kunnen bekostigen is Mileva begin jaren dertig gedwongen om de twee verhuurde huizen te verkopen.

De jaren dertig zijn niet de beste jaren voor Mileva. Haar beide ouders evenals haar zuster Zorka overlijden. Haar oudste zoon zit in Amerika. Ze zal hem, zijn vrouw en haar kleinkinderen, waarvan er eentje kort na aankomst in Amerika overlijdt, jarenlang niet meer zien. Haar jongste zoon is geestesziek en heeft continu aandacht nodig. Ook financieel gaat het niet goed.

Eind jaren dertig is haar financiële situatie zodanig verslechterd dat ze Albert vraagt bij te springen in de opvang van Eduard. Albert koopt het eigendom van het huis waarin Mileva en Eduard wonen en met dit geld kunnen ze weer een tijdje vooruit.

Na de Tweede Wereldoorlog verkoopt Albert in 1947 het huis. Weliswaar laat hij in de verkoopakte opnemen, dat Mileva en Eduard in het huis mogen blijven wonen, maar ondanks deze bepaling vraagt de koper hen te vertrekken.

In de verwarring die dan ontstaat, maakt de koper het geld voor het huis per ongeluk aan Mileva over en niet aan Albert. Mileva weigert vervolgens om het geld naar Albert over te maken. Dit wil ze pas doen als Albert geregeld heeft, dat zij en Eduard in het huis kunnen blijven wonen. Albert is hier zo boos over, dat hij Eduard dreigt te onterven. Dan krijgt Mileva een lichte beroerte, even later gevolgd door een tweede. Ze raakt deels verlamd en ligt maandenlang in een ziekenhuis. Op 4 augustus 1948 overlijdt ze.

Ze wordt in Zürich begraven. Omdat niemand de grafrechten wil betalen, wordt het graf al spoedig geruimd. Haar zoon Eduard zal de rest van zijn leven – hij sterft in 1965 –  in een inrichting doorbrengen.

Hans Albert krijgt na het overlijden van Mileva haar persoonlijke archief met daarin alle brieven van Albert. Dankzij deze brieven leert hij van het bestaan van zijn zuster Lieserl maar hij onderneemt geen pogingen om te achterhalen of ze nog leeft. Hans Albert overlijdt in 1973.

Na het verschijnen van de brieven in 1987 ontstaat er een discussie of Mileva misschien gezien moet worden als de medebedenkster van de relativiteitstheorie. Dit omdat Albert in één van de brieven schrijft over ‘onze theorie’. Nader onderzoek van de brieven leert dat Mileva waarschijnlijk niet heeft bijgedragen aan de theorie. Zo heeft Einstein het in zes andere brieven over ‘mijn theorie’ en ook heeft Mileva nooit geclaimd dat ze een bijdrage heeft geleverd aan de relativiteitstheorie.

Tot slot nog een vrij onbekend citaat van Einstein: ‘De enige verstandige manier van opvoeden bestaat er uit een voorbeeld te zijn, desnoods een waarschuwend voorbeeld.’

Mileva Maric zal het met hem eens zijn geweest. Albert Einstein was een geniale wetenschapper maar een beroerde familieman.

Mevrouw Einstein (1)

National Geographic – ze geven niet alleen een blad uit maar hebben ook een televisiezender – zendt momenteel de tiendelige serie ‘Genius’ uit over het leven van Albert Einstein. Het gaat niet alleen over zijn wetenschappelijke ontdekkingen maar ook over zijn privéleven, vooral over zijn huwelijk met zijn eerste vrouw Mileva Marić.

Nu weet ik toevallig veel van dit huwelijk af. Ja, ja, wat ik al niet weet. Dat komt door de rubriek ‘Het Nutteloze Kennisparadijs’ die ik in 2004 en 2005 voor de Volkskrant schreef. De eerste mevrouw Einstein stond namelijk genoteerd op mijn lijstje met mogelijke onderwerpen voor de rubriek. Ik had ooit eens ergens een stukje over haar gelezen en haar tragische levensverhaal leek me een mooi onderwerp. Echter, de afleveringen van de rubriek mochten niet langer dan 600 woorden zijn en dat was veel te weinig om haar trieste leven te kunnen beschrijven. De eerste versie die ik schreef telde namelijk zo’n 2500 woorden. Nu geldt weliswaar ‘schrijven is schrappen’ maar om een verhaal van 2500 woorden terug te brengen tot 600 woorden, dat is iets te veel van het goede. De krant heeft haar levensverhaal dus niet gehaald.

In 2005 verscheen het ‘Nutteloze Kennisparadijs’-boek met een bundeling van de columns. Ik heb toen een aantal extra verhalen speciaal voor het boek geschreven en zag toen ook mijn kans schoon om het verhaal over mevrouw Einstein in het boek op te nemen. (Ik zat voor het boek niet vast aan een lengte van 600 woorden per verhaal.)

einsteinAlbert Einstein en Mileva Marić in 1912; foto: ETH-Bibliothek Zürich, Bildarchiv / Fotograaf: Unbekannt / Portr_03106 / Public Domain Mark 

Ik volg nu dan ook met belangstelling de tv-serie. Ik moet zeggen dat ze mijn verhaal goed volgen. Weliswaar hebben ze zijn wetenschappelijke prestaties toegevoegd aan de serie – die stonden niet in mijn verhaal –  maar de persoonlijke relaties tussen Einstein en zijn vrouw laten ze zien overeenkomstig de wijze dat ik deze heb opgeschreven. Het kan natuurlijk ook zijn dat we ons op dezelfde bronnen hebben gebaseerd, maar ik was ze dus ruim tien jaar in de tijd voor. Albert Einstein zou echter zeggen: “Tijd bestaat alleen maar omdat anders alles tegelijk zou gebeuren

Ik zal even in een aparte blogpost mijn verhaal over de eerste mevrouw Einstein plaatsen. Gezien de verkoopcijfers van het boek zullen immers niet veel mensen – op een enkel familielid na – het verhaal gelezen hebben. Voor de enkeling die mijn verhaal al wel heeft gelezen, citeer ik even de Tsjechische schrijver Milan Kundera: “Geluk is het verlangen naar herhaling”.

Voor wat betreft de tv-serie, ik kan hem aanraden. National Geographic herhaalt heel vaak haar programma’s – ook zij kennen de uitspraak van Kundera – dus er is nog alle kans om afleveringen terug te kijken.

Tot slot, helemaal los van het bovenstaande, Albert Einstein overleed in 1955. Voor mensen die in reïncarnatie geloven – en ook voor degenen die dat niet doen –  dat is hetzelfde jaar als waar ik in ben geboren. Ok, het is ook het jaar waarin Steve Jobs en Bill Gates zijn geboren.

Kunstmatige intelligentie

Er lopen twee domme blondjes, elk aan een verschillende kant van een drukke weg. Roept de een tegen de ander: “Hoe kom je aan de overkant?” waarop de andere antwoordt: “Maar je bent toch al aan de overkant?” Ok, gaan we het hebben over domme blondjes? Nee, maar ik hoorde gisteren deze mop en ik vond hem leuk.

Dat ‘blondjes’ dommer zouden zijn dan mensen met een andere haarkleur is overigens een fabeltje. Uit een Amerikaans onderzoek van de Ohio State University uit 2016 blijkt dat vrouwen met van nature blond haar zelfs iets slimmer zijn dan vrouwen met een andere haarkleur. Blonde vrouwen hadden gemiddeld een IQ van 103,2 tegen een IQ van 102,7 voor vrouwen met bruin haar, 101,2 voor vrouwen met rood haar en 100,5 voor vrouwen met zwart haar. Kortom, een fabeltje.

000000 haar

Dresden 1983: Een vrouw met rood haar en een vrouw met donker haar aan het werk; foto Eugen Nosko; Deutsche Fotothek; Wikipedia

Wel hebben vrouwen met blond haar last van het stereotype. Het heeft impact op het krijgen van een baan, het maken van promotie en andere sociale ervaringen, aldus één van de onderzoekers van de universiteit, zoals geciteerd in een artikel in het AD.

Maar goed, nog een domme-blondjes-mop. Vraag: wat krijg je als een dom blondje haar haar donker verft? Antwoord: kunstmatige intelligentie. We weten inmiddels dat dit niet klopt – als u dat niet snapt, dan bent u echt blond –  maar ik schrijf hem hier op omdat ik nu bij het eigenlijke onderwerp van deze blogpost ben: kunstmatige intelligentie. De aanleiding hiervoor is een artikel in de Volkskrant van vandaag. Onder de kop ‘Hoe zelflerende robots al onze vooroordelen overnemen’ stond een verhaal hoe een experiment van Microsoft met een ‘chatbot’ – dat is een robot die met behulp van kunstmatige intelligentie en algoritmes meepraat in een discussiegroep  – helemaal mis ging. Ik citeer even het begin van het artikel:

Niets menselijks blijkt de chatbot vreemd, ondervond Microsoft vorig jaar, toen het softwareconcern een kunstmatig intelligente meisjesbot losliet op internet. Binnen 24 uur trok Tay, zoals ze werd genoemd, vuilbekkend over Twitter, onder meer roepend dat Hitler gelijk had, feministen in de hel moeten branden en oud-president Bush achter de aanslagen van 11 september zit.”

En nog een stukje, verderop uit het artikel: “AI-systemen die hun kennis baseren op gewonemensentaal, ontwikkelen veelal dezelfde impliciete vooroordelen als wij. Dit ontdekten onderzoekers van onder meer de universiteit van Princeton in een studie die donderdag verscheen in Science. Daaruit blijkt dat culturele stereotypen hardnekkig voortleven in AI-systemen die op grote schaal worden gebruikt. Dat is problematisch, omdat dit soort systemen meer en meer wordt toegepast in de dagelijkse praktijk. Denk aan persoonlijke assistenten als Siri of Alexa, of aan de Japanse verzekeraar Fukoku Mutual, die sinds deze maand ziekenhuisdeclaraties van klanten laat afhandelen door Watson, een kunstmatig intelligent systeem van IBM. Als AI-systemen dezelfde vooroordelen laten meespelen in hun beslissingen, zou ongemerkt seksisme of racisme een rol kunnen gaan spelen bij bijvoorbeeld het toekennen van schadevergoedingen”

Dat deze AI-systemen vooroordelen kunnen hebben, vind ik niet zo verwonderlijk. Ze maken immers gebruik van algoritmes, geschreven door programmeurs en van input afkomstig van gebruikers. Beide groepen kunnen vooroordelen hebben. De onderzoekers van de studie in Science waarschuwen dan ook voor het klakkeloos gebruiken van kunstmatige intelligentie systemen.

Dat is een waarschuwing die ik mijzelf ook moet aantrekken. Soms, als ik geen zin heb om zelf een blogpost te schrijven, laat ik dit doen door een slim programma dat dit voor mij doet. Dan krijg je een blogpost zoals deze. Had u door dat deze door een computer is geschreven? (En voor het geval u er helemaal niks aan vond; dat is dus niet mijn schuld. – zegt de computer.)

Tijdreizen

Albert Einstein zei ooit eens:  “Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je overal.” Of dat ook geldt voor reizen in de tijd weet ik niet. Nu reizen we sowieso elke dag in de tijd – met een snelheid van 60 minuten per uur – maar dat is niet wat mensen verstaan onder reizen in de tijd.

De vraag van de dag is – morgen zijn we weer een dag verder in de tijd en hebben we een andere vraag  – kan je reizen in de tijd? Het antwoord luidt: dat hangt er vanaf wat je daar onder verstaat. Je kan namelijk sneller of langzamer “bewegen” in de tijd dan iemand anders maar of je dat als tijdreizen mag betitelen is de vraag.

Dat er verschillen mogelijk zijn voor ‘het bewegen in de tijd’ laat de relativiteitstheorie van Albert Einstein zien. Licht reist met de snelheid van de lichtsnelheid – deze opmerking zal mij vermoedelijk geen Nobelprijs opleveren maar dit terzijde. Als je nu in een voorwerp zit dat beweegt, dan haal je het licht van voorwerpen die relatief gezien stilstaan als het ware een beetje in. Reis je bijvoorbeeld met de trein naar iemand toe en word je op het station afgehaald, dan ben jij ten opzichte van die persoon die op het perron staat een milli-milli-milli-seconde minder oud geworden. Dat geldt zelfs als de trein vertraging heeft. Dit verschil in de tijd is echter onmeetbaar klein. Maar maak je nu een reis van tien jaar in een raket die zich met bijna de lichtsnelheid door het heelal beweegt – vijf jaar heen en vijf jaar terug – dan is dit verschil wel goed meetbaar. Zelf ben jij bij terugkomst op aarde tien jaar ouder geworden, maar de mensen op aarde zijn ondertussen 25 jaar verder. Deze consequentie van de theorie van Einstein is misschien wat lastig om te begrijpen, maar een voorbeeld andersom maak het misschien wel duidelijk. Kijk  eens naar de sterrenhemel. We zien daar het licht van sterren die misschien al eeuwenlang niet meer bestaan, maar waarvan we het licht nog wel zien omdat het zo lang duurt voordat dat licht van die verre sterren bij ons aankomt.

Je kan dus theoretisch gezien relatief sneller of langzamer vooruit in de tijd  reizen dan iemand anders. De vraag of je ook “terug kan reizen” in de tijd is een heel andere vraag. Even los van de vraag hoe dat technisch gezien zou moeten, is er de vraag of het filosofisch gezien wel überhaupt kan – wat als je terug zou reizen in de tijd en je vermoordt je vader voordat jij verwekt bent; dat soort vragen. Je hoeft je in ieder geval niet bezig te houden met het uitvinden van een tijdmachine waarmee je kan terug reizen in de tijd. Die wordt gebracht door iemand uit de toekomst.

Wie in elk geval al wel rekening houdt met de mogelijkheid van het terug reizen in de tijd, is de 9292-reisplanner. Bij een reisadvies over het reizen in Zoetermeer gaf 9292.nl vanochtend dit reisadvies.

tijdreizigen

Volgens dit reisadvies kom je om 08.01 uur aan bij de tramhalte / metrostation Leidschenveen. Daar reis je vervolgens negen minuten terug in de tijd  om tram 4 van 7.52 uur te  pakken. Je komt dan aan om 7.59 uur bij tramhalte Centrum-West en dan is het nog drie minuten lopen naar de bushalte.  De reisplanner van 9292.nl houdt dus al rekening met terug reizen in de tijd. Ze zijn hun tijd ver vooruit!

De tijd schrijdt niet altijd voort

Interessant nieuwsbericht: 31 december duurt dit jaar 1 seconde langer dan normaal. Op 23.59:59 uur volgt op oudejaarsdag dit jaar daarom niet 0.00.00 uur maar eerst nog 23.59:60 uur. (Zul je zien dat er altijd wel iemand is die zijn vuurwerk te vroeg afsteekt.)

Deze schrikkelseconde is nodig om te voorkomen dat de atoomklok gaat voorlopen op de zonnetijd. Zo’n aanpassing gebeurt om de paar jaar. Sinds de invoering van dit systeem in 1972 zijn er in totaal 26 schrikkelseconden geweest. De laatste toevoeging van een schrikkelseconde geschiedde eind juni 2015. Ook de jaren 1998, 2005, 2008 en 2012 kenden een schrikkelseconde.

seconde

De schrikkelseconde van 30 juni 2015

Sommige computersystemen hebben moeite met een tijdstip als 23.59:60 uur. In 2012 crashten de sites van LinkedIn, Yelp en Reddit op die seconde. Ook de Australische vliegtuigmaatschappij Quantas ondervond problemen: vijftig vluchten liepen die dag vertraging op omdat passagiers niet konden inchecken. Een schrikkelseconde geeft IT-afdelingen altijd een hoop werk.

abacusIT-afdeling in 1925 bezig met het verwerken van de schrikkelseconde

Als één seconde al zulke problemen kan geven, dan kan je wel nagaan wat voor een problemen de IT-specialisten in de Middeleeuwen moesten overwinnen toen Paus Gregorius XIII in 1582 de klok in één keer met liefst tien dagen vooruit zette. Op donderdag 4 oktober 1582 volgde vrijdag 15 oktober 1582. Dit om te zorgen dat het begin van de lente weer op 21 maart viel.

De Russische IT-specialisten hadden zo’n moeite met de invoering van de gregoriaanse kalender dat ze deze pas op 31 januari 1918 invoerden. Het verschil met de juliaanse kalender was toen al tot 13 dagen opgelopen, zodat op 31 januari 1918 in Rusland direct 14 februari volgde. Dit had gevolgen voor de viering van de Oktoberrevolutie. Deze had drie maanden eerder, op 25 oktober 1917 (juliaanse tijd) plaatsgevonden. De eerste herdenking van die revolutie, 365 dagen later, viel daardoor niet meer in oktober, maar op 7 november. Dat in Rusland de Oktoberrevolutie sindsdien in november wordt herdacht komt dus hierdoor.

 

Vreemde zaken in het Museon

Vorig jaar leende het Haags Gemeentemuseum het schilderij ‘Esther’ van Egon Schiele een aantal maanden uit aan het museum Belvedere uit Wenen. In ruil hiervoor kreeg het Haags Gemeentemuseum dit jaar gedurende drie maanden het schilderij ‘Judith’ van Gustav Klimt te leen. (Nutteloos weetje: beide Oostenrijkse schilders stierven in 1918 aan de gevolgen van de Spaanse griep.) Vorige week was het de laatste week dat het schilderij van Klimt in Den Haag te zien was en omdat de oudste dochter, wiens naam ik hier niet zal verklappen, het portret van haar naamgenote wel eens wilde zien, gingen wij afgelopen donderdag naar het Gemeentemuseum.

Het schilderij hing in een aparte zaal. Ik zag een speciale ingang voor mensen met de naam Judith, maar omdat er geen andere toegang tot de zaal was, ben ik ook maar door deze ingang naar binnen gelopen. Behalve het schilderij stonden er in de zaal tientallen parfumflesjes met een goudkleurige vloeistof er in. Waarom dat was weet ik niet. Ik ben vergeten er een foto van te maken, dus u zult mij op mijn woord moeten geloven. Wel heb ik een foto van het schilderij gemaakt.

0 deur   0 klimt

(In 2006 is er een schilderij van Klimt voor 135 miljoen dollar verkocht, dus ik vermoed dat mijn foto later ook nog wel een leuk bedragje zal opbrengen.)

Het bezoek aan het Gemeentemuseum was overigens niet het hoofddoel van de dag. Dat was een sentimental journey naar het Museon, dat pal naast het gemeentemuseum staat. De naam Museon is een samentrekking van de woorden Museum en Onderwijs. Toen de leeftijd van de kinderen nog maar één cijfer telde, zijn we er vaak geweest. Je had er opgezette beesten, een groot walvisskelet, Eskimotenten waar je in kon kruipen en een nagebouwde boeg van een schip die op en neer bewoog om maar een paar dingen te noemen. We waren er in geen jaren meer geweest en het leek Judith wel leuk om er weer eens rond te kijken. Wat bleek, de boel werd verbouwd. De eerste verdieping waar alle leuke dingen van vroeger stonden was sinds 1 juni gesloten. “Het Museon vernieuwt zijn permanente tentoonstelling! Na meer dan 10 jaar nemen we afscheid van onze tentoonstelling Jouw Wereld, Mijn Wereld en openen dan in oktober de nieuwe expositie ONE PLANET!” Alleen de benedenverdieping waar altijd alle wisseltentoonstellingen waren, was nu open. Dat hadden wij weer.

Maar goed, dan maar de wisseltentoonstellingen bekeken. Er waren er twee. Eentje bestond uit National Geografic foto’s, de andere wisseltentoonstelling had als thema: Magie of Wetenschap’. Deze laatste tentoonstelling bracht mij een beetje in verwarring. Sterker nog, ik verloor er zelfs mijn hoofd bij. Gelukkig vond Judith het terug op een fruitschaal.

0 Museon 1

Er waren allerlei voorbeelden te zien hoe je eigen hersenen en zintuigen je voor de gek kunnen houden. Neem bijvoorbeeld deze twee stukken krom hout. Als je ze naast elkaar legt, dan lijkt de linker groter dan de rechter, maar als je ze op elkaar legt, dan zie je dat ze even groot zijn.

0 museon 2  0 museon 3

Nog een voorbeeld: neem deze cirkel. Op de linkerfoto is duidelijk te zien dat de bovenst helft van de cirkel dezelfde kleur heeft als de onderste helft van de cirkel, maar schuif je de stukken uit elkaar, dan lijkt opeens de onderste cirkelhelft donkerder te zijn dan de bovenste cirkelhelft.

0 museon 4  0 museon 5

We hebben er een tijdje rond gelopen en het was weer even net als vroeger: de kinderen klein en papa groot.

0 museon 6Tot zover deze blogpost.

(“En verder ben ik van mening ben dat de klantenservice van de Media Markt heel erg slecht is.”)

Ikea in de ruimte

Beam heeft zich aan boord van het International Space Station opgeblazen. Nee, het betreft hiet geen zelfmoordterrorist aan boord van het ruimtestation maar een module: ‘the Bigelow Expandable Activity Module (BEAM)’. Het is een nieuwe module aan het ruimtestation, die zich zelf ontvouwde doordat een astronaut er lucht in pompte. Zie hieronder de foto’s die de NASA heeft vrij gegeven van het gebeuren.

beam

Ook heeft de NASA onderstaande afbeelding gepubliceerd waarop je kan zien waar de Beam zich bevindt aan het ruimtestation.

iss 1

Ook kan je op deze afbeelding zien waar de aangekoppelde ruimteschepen hangen. De Soyuz-45 en 46 zijn de Russische ruimtevaartuigen waarmee de Russische en Amerikaanse bemanning naar het ruimtestation is gevlogen, de Progress 62 en 63 zijn onbemande bevoorradingsschepen, net zoals de Cygnus-6 dat van Amerikaanse makelarij is.

Het Internationaal Space Station wordt telkens maar groter en groter. Vergelijk onderstaande foto’s maar eens: de bovenste is uit 2007, de onderste is uit 2010.

iss 2007-2010

Er moeten nog een paar onderdeeltjes aan het ruimtestation worden gebouwd en dan is het voorlopig klaar. Het bouwplan ziet er als volgt uit.

iss 2

Wie goed kijkt, herkent het plan: het is overduidelijk een gebruiksaanwijzing van een Ikea-apparaat. De Russen en de Amerikanen hebben het ISS niet zelf ontworpen maar het gewoon gekocht bij de Ikea. ISS staat dan ook niet voor International Space Station maar voor Ikea Space Station. De BEAM is dan ook de Billy onder de ruimtemodules. (Voor wie het niet weet, de Billy is de bekendste boekenkast van Ikea.)

De volgende stap is het testen van de BEAM: “During the next week, leak checks will be performed on BEAM to ensure its structural integrity. Hatch opening and NASA astronaut Jeff Williams’ first entrance into BEAM will take place about a week after leak checks are complete” aldus de NASA. Mocht de BEAM toch een lek bevatten dan is dat niet erg. Ikea heeft een terugbrenggarantie van 365 dagen. (Mits de Amerikanen de BEAM niet in de koopjeshoek hebben gekocht, die artikelen mogen namelijk niet geruild worden.)

ikea ruilen

De NASA heeft ook een afbeelding vrijgegeven hoe het ISS er uit gaat zien als het klaar is. Toekomstige bezoekers van de ISS zien dan bij aankomst dit:

ikea ss

Blowing in the Wind

Afgelopen week las ik op verschillende internetsites een ANP-bericht dat een Engelse wetenschapper had ontdekt dat rondom zwarte gaten de wind een snelheid van 200 miljoen kilometer per uur kan bereiken, wat hetzelfde zou zijn als een orkaan van de categorie 77. Op NU.nl stond het bijvoorbeeld zo:

000 anp wind

Nu begrijp ik wel dat een wetenschapper een ronkend persbericht uitstuurt – hij moet tenslotte ook zijn onderzoeksubsidie veiligstellen – maar toch, het ANP had wel wat kritischer naar het bericht mogen kijken.

Het waait namelijk helemaal niet in de ruimte. Wind is een natuurlijke luchtbeweging van de atmosfeer. De wind ontstaat door horizontale luchtdrukverschillen. De ruimte, ook niet die rondom zwarte gaten, kent geen atmosfeer – laat staan luchtdrukverschillen –  dus het kan er niet waaien.  “De wind komt vandaag uit de richting Jupiter”. Wel zijn er quasars (“schijven van heet gas”) die met grote snelheid rondom zwarte gaten bewegen maar niet als gevolg van wind.

Ook die orkaan van de categorie 77 had te denken moeten geven. Dat is complete onzin. Ten aanzien van de windkracht zijn er twee bekende indelingen. De eerste is de windkracht volgens Beaufort, onderverdeeld in een schaal van 0 (stil) tot 12 (orkaankracht).

0 windkracht(De windkracht volgens Beaufort wordt bepaald uit het gemiddelde van de windsnelheid over tien minuten).  Klik op het plaatje voor een grotere weergave)

Daarnaast is er een indeling van orkanen in de klassen 1-5. Uit de wikipedia: 

“De schaal van Saffir-Simpson of Saffir-Simpson Hurricane Schaal is een classificatie die in de meteorologie wordt gehanteerd om orkanen naar hun kracht in te delen. Alle tropische cyclonen zijn gevaarlijk, maar sommige zijn gevaarlijker dan andere. Daarom is er een classificatie ontwikkeld om onderscheid te kunnen maken tussen bijvoorbeeld krachtige en verwoestende orkanen en om zich beter op de te verwachten schade te kunnen voorbereiden. […]

De schaal wordt gebruikt om een inschatting te maken van mogelijke schade wanneer de orkaan de kust bereikt. De schaal combineert te verwachten schade aan windsnelheid en stormvloed. Een orkaan van categorie 2, 3, 4 en 5 is respectievelijk 10, 50 100 en 250 maal zo verwoestend als een zwakke orkaan van categorie 1.”

 Kort samengevat ziet het orkaanplaatje er qua windsnelheid en te verwachten schade als volgt uit:

00windkracht

Voor een orkaan van categorie 5, de hoogste categorie, ziet het wind-  en stormvloedplaatje er volgens de Wikipedia als volgt uit.000 orkaanindeling

En voor de te verwachten schade – het andere criterium – geldt volgens de Wikipedia:

Categorie 5 is de hoogste categorie die een tropische cycloon kan krijgen op de Saffir-Simpson-schaal. Deze stormen veroorzaken totale dakbeschadiging op heel veel huizen en industriële gebouwen. Soms worden complete gebouwen al dan niet met utiliteitsvoorzieningen weg- of omvergeblazen. Instorting van grote daken en muren, vooral als ze weinig of geen interne ondersteuning hebben is gebruikelijk. Zeer zware en onherstelbare schade aan houtconstructies en totale vernietiging van mobiele en van plaatmateriaal gemaakte huizen is alom aanwezig.

Slecht enkele gebouwtypen zijn in staat om intact te overleven, en dan alleen maar als ze minstens 4 tot 8 km in het binnenland staan. Daartoe behoren kantoren, rijtjeshuizen, appartementencomplexen, en hotels die gebouwd zijn van beton of staal. Tevens kunnen publieke hoge betonnen parkeergarages met meerdere verdiepingen en huizen gemaakt van versterkte stenen of cementblokken met daken met een hoek minder dan 35 graden en geen enkel overhangend stuk de storm doorstaan (mits de ramen zijn gemaakt van orkaanbestendig veiligheidsglas of afgesloten zijn met rolluiken).

De stormvloedgolf veroorzaakt belangrijke schade aan de onderste verdiepingen van alle objecten langs de kust, en veel kustobjecten kunnen compleet met de grond gelijk gemaakt worden of gewoonweg weggespoeld worden door de vloed. Stormvloedschade kan ontstaan tot 2 à 3 kilometer in het binnenland met vloedgolven, afhankelijk van het terrein, tot 3 à 4 kilometer landinwaarts. Volledige evacuatie van bewoonde gebieden kan nodig zijn als de orkaan dichtbevolkte gebieden bedreigt.

Ik ben benieuwd welk schadecriterium de bedenker van orkaankracht 77 heeft opgesteld: “De aarde wordt compleet weggeblazen; check uw verzekeringspolis” waarschijnlijk. Misschien had het ANP iets kritischer naar het bericht moeten kijken.

Ik kan nog wel wat meer over de wind schrijven maar gezien het aantal lezers van dit blog is dat blazen in de wind.

bob dylan

Ouderdom (3)

In de Volkskrant van vandaag staat onder het kopje Anti-verouderingskuur geeft muis ‘eeuwige jeugd een interessant artikel over een onderzoek naar muizen, die werden ontdaan van ‘senescente’ cellen, waardoor ze minder ouderdomskwalen kregen, fitter en energieker bleven en ook nog eens een kwart langer leefden dan de gemiddelde muis.

Als u nu als eerste denkt, er komt een muizenplaag aan, ik moet aandelen kopen van een bedrijf dat muizenvallen produceert, dan zit u in een andere belevingswereld dan ik. Als u echter net zoals ik denkt wat zijn in godsnaam ‘senescente’ cellen en is dit ook toepasbaar voor de mens, dan zit u meer in mijn wereld.

‘Senescente’ cellen – ik citeer nu even uit het artikel van Maarten Keulemans in de Volkskrant – zijn “uitgebluste cellen [..] die gelden als een van de redenen waarom oude mensen zwak en ziekelijk worden. Delen doen de cellen niet meer, maar ze blijven wel leven en scheiden allerlei schadelijke stoffen af. Dat verpest de sfeer in weefsels en maakt ons ziek, nemen experts aan. Zo’n 1 tot 2 procent van onze lichaamscellen wordt met het klimmen der jaren ‘senescent’.”

Door deze cellen nu ‘te elimineren’ vertraagde het verouderingsproces bij de muizen aanzienlijk. Volgens de onderzoeker, de Nederlander Jan van Deursen, werkzaam aan de Mayo Clinic in Rochester in de Amerikaanse staat Minnesota, biedt dit onderzoek op termijn ook mogelijkheden voor de mens, onder andere bij “ouderdomskwalen zoals artritis of longfibrose, waarbij senescente cellen zich in een bepaald weefsel ophopen.” Maar voor het zover is, duurt het nog wel even. We wachten dus af (maar wel graag een beetje opschieten want ik ben al zestig).

En nu ik het toch over ouderdom heb, de laatste keer dat ik hier overschreef was op 6 oktober 2015. Het ging toen onder andere over de oudste mensen ter wereld. Susannah Mushatt Jones, de Amerikaanse die op dat moment de oudst levende mens ter wereld was, stond toen op de drempel om de top tien binnen te komen van de lijst met oudst levende personen ooit. We zijn nu vier maanden verder en ze leeft nog steeds. Ze is momenteel 116 jaar en 213 dagen oud en staat nu op plaats acht van die lijst.

1 lijst

(Even op de lijst klikken voor een grotere afbeelding).

Ook de Italiaanse Emma Morano, in oktober de nummer twee op de lijst van oudst levende vrouwen, leeft nog steeds en is nu op de all-time lijst gestegen van plek 15 naar plek 12. Persoonlijk zou ik mijn geld op de Italiaanse zetten als kandidate om ooit de nieuwe nummer één van de lijst van oudste mensen ooit te worden. De Amerikaanse is al jaren blind, bijna doof en zwak qua gezondheid, de Italiaanse maakt bij wijze van spreken nog dagelijks een vogelnestje in de ringen. Maar goed, de Amerikaanse houdt stug vol en leeft nog steeds.

Bij de mannen heeft zicht wel een ontwikkeling voor gedaan. De Japanner Yasutaro Koid die op dat moment de oudst levende man ter wereld was, is op 19 januari op 112-jarige leeftijd overleden. Uiteraard heb je dan direct weer een nieuwe oudste man ter wereld en dat is nu de in Polen geboren maar in Israël wonende Yisrael Kristal. Hij is geboren op 15 september 1903 en is nu 112 jaar oud. Opmerkelijk aan zijn levensverhaal is dat hij een overlevende is van de verschrikkingen in het vernietigingskamp Auschwitz. Zijn vrouw overleefde het concentratiekamp niet – ook zijn twee kinderen stierven al eerder tijdens de Tweede Wereldoorlog (in het getto van Lodz) – maar hij overleefde het wel. Volgens zijn dochter is de reden dat Yisrael Kristal zo oud is geworden zijn levenshouding.

Mijn vader is iemand die altijd vrolijk is. Hij is optimistisch, wijs, en hij is blij met wat hij heeft. Hij eet en slaapt met mate, en zegt dat je altijd de controle moet hebben over je eigen leven, en dat je leven niet jou moet controleren, voor zover dat mogelijk is. Alles in de wereld heeft een reden, is zijn rotsvaste geloof.” aldus zijn dochter in het dagblad ‘Jerusalem Post’. Of dat ‘alles in de wereld heeft een reden’ klopt weet ik niet, maar voor de rest zou ik zeggen hij heeft helemaal gelijk