Category Archives: Wetenschap

Klimaatverandering

Je kan veel van Trump zeggen maar niet dat hij geen uitvoering geeft aan zijn visie op het klimaat. Nog geen week nadat hij het klimaatverdrag opzegde, daalt de temperatuur hier al met tien graden. Wat nou opwarming van de aarde? Even een flauw grapje tussendoor. Wat is het verschil tussen Trump en een eendagsvlieg? Een eendagsvlieg heeft een langere termijnvisie.

Het vervelende is dat Trump niet de enige is in Amerika die er zo over denkt. In februari 2015 nam  bijvoorbeeld James Inhofe, de republikeinse senator van Oklahoma, een sneeuwbal mee in de senaat om aan te tonen dat er geen sprake was van opwarming van de aarde.

sneeuwbal

Daarmee aantonend dat hij het verschil tussen ‘weer’ en ‘klimaat’ niet goed snapte.

Maar goed, het regent en stormt nu dus. Dat we vaker najaarsstormen in het voorjaar zullen zien, is niet iets waardoor fietsers in Leiden verrast zullen worden. Gezien dit bord worden zij al gewaarschuwd voor regen en storm

fietsen

Gewoon een paraplu mee.

Mevrouw Einstein (2)

Zoals aangekondigd in de vorige blogpost  hier het verhaal over de eerste mevrouw Einstein.

einsteinAlbert Einstein en Mileva Marić in 1912; foto: ETH-Bibliothek Zürich, Bildarchiv / Fotograaf: Unbekannt / Portr_03106 / Public Domain Mark 

Het tragische leven van de eerste mevrouw Einstein

Albert Einstein wordt vaak geciteerd. ‘Twee dingen zijn oneindig, het universum en de menselijke domheid, maar van het universum weet ik het nog niet helemaal zeker’ is bijvoorbeeld een bekende uitspraak van hem. Een wat minder bekende uitspraak van hem luidt: ‘Waar liefde is, wordt niets geëist of opgelegd’. Dit in gedachten houdend leest men met andere ogen de brief die Albert Einstein op 18 juli 1914 aan zijn eerste vrouw Mileva Maric stuurde met daarin het volgende lijstje met eisen waaraan zij moest gehoorzamen:

A) Je zorgt ervoor dat er altijd schone kleren voor mij klaar liggen, ik elke dag drie fatsoenlijke maaltijden op mijn kamer krijg voorgezet, mijn slaap- en studeerkamer er netjes en opgeruimd uit zien. Daarbij mag niemand aan de spullen op mijn bureau komen.

B) Je ziet af van een persoonlijk samenzijn van ons, tenzij dit vanwege sociale redenen strikt noodzakelijk is. Je zult van mij niet verlangen dat:  Ik bij jou in de kamer ga zitten; ik met jou uitga,  ik samen met jou op reis ga.

C) In het bijzonder dien je je in de omgang met mij uitdrukkelijk aan het volgende te houden:

  1. Je mag niet op tederheden mijnerzijds rekenen, ook mag je mij daarover geen verwijten maken.
  2. Als je tegen mij praat en ik verzoek je te zwijgen, dan dien je mij te gehoorzamen.
  3. Als ik je vraag om mijn slaapkamer dan wel mijn studeerkamer te verlaten, dan dien je dit direct te doen.

D) Je mag mij tegenover mijn kinderen noch door woord noch door gebaar kleineren.

Vergelijk dit eens met de brief die Einstein veertien jaar eerder, op 14 augustus 1900, aan haar stuurde: “Hoe heb ik vroeger alleen kunnen leven, jij bent mij kleine alles. Zonder jou heb ik geen gevoel voor eigenwaarde, geen zin om te werken, geen levensvreugde, kortom zonder jou is mijn leven geen leven.” Er is in veertien jaar die tussen deze twee brieven in ligt duidelijk iets mis gegaan.

De gehele correspondentie tussen Albert Einstein en zijn eerste vrouw Mileva Maric werd in 1987 vrijgegeven, 32 jaar na zijn dood en 39 jaar na haar overlijden. De brieven onthulden dat er naast de twee bekende kinderen van het echtpaar – de jongetjes Hans Albert en Eduard – het echtpaar ook nog een derde kind had, een dochtertje met de naam Lieserl. Ook lieten de brieven zien dat Einstein bepaald niet altijd even aardig was voor zijn vrouw en zijn kinderen.

Mileva Maric werd op 18 december 1875 geboren in Titel, Servië. Ze had een aangeboren heupafwijking, waardoor ze haar hele leven lang enigszins mank zou lopen. Ze kwam uit een redelijk welgestelde familie. Haar vader was na een carrière in het leger in de magistratuur gegaan en bezat daarnaast nog wat landbouwgrond.

Als kind blijkt ze hoogbegaafd te zijn. Ze heeft een aanleg voor talen en wiskunde en is muzikaal onderlegd. Ze zit op een meisjesschool, waar ze met kop en schouders boven de rest uitsteekt. Als ze vijftien is, krijgt ze – bij uitzondering – toestemming van de overheid om haar schoolopleiding op een jongensschool te vervolgen. Ook daar is ze de beste van de klas.

Omdat meisjes in het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk niet mogen studeren, vertrekt ze in de zomer van 1896 naar Zwitserland om daar aan de Universiteit van Zürich medicijnen te studeren. Na één semester stopt ze met deze studie. Haar hartstocht ligt bij de wis- en natuurkunde. Ze meldt zich aan bij het prestigieuze Polytechnische instituut, doet toelatingsexamen en wordt aangenomen. Ze komt als de enige vrouwelijk student in een klas met vijf medeleerlingen. Eén van hen is de dan zeventienjarige Albert Einstein. Mileva Maric is op dat moment twintig jaar oud.

Het eerste jaar studeert Maric hard en haalt mooie cijfers. Voor de drie jaar jongere Albert toont ze weinig interesse, maar dat verandert als deze haar het hof gaat maken. Voor het eerst heeft hij een jonge vrouw ontmoet waarmee hij over zijn wetenschappelijke denkbeelden kan praten.

In 1897 vertrekt Mileva voor de duur van een semester naar Heidelberg, Duitsland. Einstein blijft in Zürich. Hij stuurt haar brieven die zij beantwoordt. De jonge Einstein is een charmeur. Met zijn vilten hoed ziet hij er als een dandy uit. Na haar terugkomst uit Heidelberg speelt hij viool voor haar, vraagt haar vaak mee uit en ze krijgen een relatie.

Aanvankelijk heeft hun relatie positieve gevolgen voor hun beider studie. Bij het tussentijdse examen haalt Albert een 5,7 (bij een maximum van een 6,0). Mileva die vanwege haar verblijf in Heidelberg een semester achter is geraakt, scoort een paar maanden later bij haar examen een 5,1.

Dan ontstaan er familiespanningen. De joodse familie van Einstein is niet enthousiast over hun relatie. Zij is drie jaar ouder dan Albert, ze loopt mank, ze studeert, ze is te onafhankelijk, ze komt uit Servië en het belangrijkste: ze is niet joods. De familie van Mileva daarentegen geeft de jonge Albert een hartelijk welkom. De familiespanningen en de intensiteit van hun relatie gaan vooral ten koste van de studie van Mileva, maar ook de cijfers van Albert gaan achteruit. Weliswaar slaagt hij voor zijn eindexamen, maar zijn cijfer is gedaald naar een 4,9. Hij is daarmee slechts de vierde van de vijf examenkandidaten. Mileva haalt een paar maanden later tijdens haar eindexamen een gemiddelde van 4,0. Dat is niet voldoende en ze moet haar examen over doen.

Omdat Albert niet bij de beste drie studenten van zijn klas is geëindigd – en omdat de professoren de jonge Albert met zijn afwijkende ideeën over de natuurkunde als een eigenwijze student ervaren – krijgt hij na zijn studie geen baan van het instituut aangeboden. Ook sollicitaties naar een wetenschappelijke baan bij universiteiten in Duitsland, Italië en Nederland (bij Kamerlingh Onnes in Leiden) leveren niets op. Hij geeft privéonderwijs en probeert ondertussen werk te vinden.

In 1901 vertrekt Albert naar zijn familie in Italië. Mileva blijft in Zürich om te studeren. In mei brengen ze samen een paar dagen door bij het Comomeer. Ze raakt zwanger. Ze kan zich niet meer op de studie concentreren en in de zomer zakt ze weer voor haar examen. Ze besluit om met de studie te stoppen.

Het te verwachten kind is een probleem. Niet alleen zijn Albert en Mileva bang, dat als bekend wordt dat hij een buitenechtelijk kind heeft, hij geen baan zal vinden, maar ook hebben ze niet genoeg geld om het te onderhouden. Albert en Mileva besluiten dat zij naar haar ouders in Servië zal gaan om daar te bevallen. Albert blijft in Zürich en probeert ondertussen werk te vinden.

Als Mileva bij haar ouders is, stuurt Albert haar een brief, waarin hij er bij haar op aan dringt om na de geboorte van het kind, het kind niet mee terug naar Zürich te nemen. In januari 1902 bevalt zij in Novi-Sad van een dochtertje. Waarschijnlijk – in de archieven van Novi-sad is geen geboortecertificaat te vinden – krijgt het de naam Lieserl, want in een brief van 4 februari 1902 schrijft Einstein: “Het is inderdaad een Lieserl geworden, zoals je zo graag wou. Is het gezond en huilt ze veel?” Ook schrijft hij: “Hoewel ik haar helemaal niet ken, heb ik haar toch zo lief”. Hij neemt echter niet de moeite om naar Novi-Sad af te reizen en zal zijn dochter nooit zien.

Wat er vervolgens met Lieserl gebeurt, is niet duidelijk. Aanvankelijk hadden Mileva en Albert bedacht om het kind voor adoptie af te staan, maar in een brief van 12 december 1901, een maand voor haar geboorte, schrijft hij: “Ik wil niet dat we het kind afstaan. Spreek er eens over met je vader. Hij is een ervaren man die de wereld veel beter kent dan jouw ambitieuze onpraktische Johonzel” – Johonzel was de koosnaam die Mileva aan Albert had gegeven.

Of Lieserl voor adoptie is afgestaan, of dat de ouders van Mileva haar in huis hebben opgenomen, is niet bekend. In ieder geval keert Mileva in september 1902 zonder Lieserl terug naar Zürich. Na haar terugkomst trouwen Albert en Mileva in januari 1903.

Als Mileva in september 1903 weer enige tijd bij haar ouders door brengt, stuurt Einstein haar een tweetal brieven. Het zijn de laatste brieven waarin Lieserl ter sprake komt. Op 15 september 1903 schrijft hij: “Ik vind het heel erg wat er met Lieserl is gebeurd. Roodvonkkoorts kan soms heel vervelende sporen na laten.” Sommige onderzoekers denken vanwege deze brief dat Lieserl aan de gevolgen van roodvonk is overleden maar honderd procent zeker is dit niet.

De jaren 1904 en 1905 zijn de gelukkigste jaren uit het huwelijk van Albert en Mileva. Naast zijn werk op het patentbureau – hij heeft eindelijk werk gevonden als octrooideskundige derde klasse – is hij bezig met het opstellen van zijn natuurkundige theorieën. Zij runt het huishouden. In 1904 bevalt zij van een zoon, genaamd Hans Albert.

In 1905 publiceert Albert een viertal artikelen die de wetenschappelijke wereld op zijn kop zetten. Hij was hier al vijf jaar mee bezig. Dit blijkt uit een brief die Mileva in december 1900 aan vriendin schreef: “Albert heeft een natuurkundige verhandeling geschreven die waarschijnlijk  binnenkort – dat zou dus nog bijna vijf jaar duren –  in de Physikalischen Annalen gepubliceerd gaat worden. Kun je je voorstellen hoe trots ik wel niet ben op mijn lieve schatje.”

In 1909 krijgt Einstein een baan aangeboden als professor bij de Universiteit van Zürich. In 1910 wordt hun tweede zoon, Eduard, geboren. In 1911 vertrekt het gezin naar Praag. Vanaf dat moment gaat het mis. Beiden ervaren de periode in Praag als vreselijk. Wat er precies is voorgevallen, blijft onduidelijk. Ze keren in ieder geval in 1912 terug naar Zürich en er ontstaan spanningen tussen hun twee.

In 1914 accepteert Einstein een baan aan de universiteit van Berlijn en vertrekt naar Duitsland. Daar begint hij een relatie met zijn nicht Elsa Löwenthal. Het huwelijk met Mileva is dan zo goed als voorbij. Als zij zich met de kinderen bij hem in Berlijn wil voegen, stuurt hij haar het genoemde lijstje met eisen. Desondanks vertrekt ze naar Berlijn maar een paar maanden later keert ze met de kinderen terug naar Zürich. Ze zal er haar leven blijven wonen. Albert Einstein blijft in Berlijn waar hij een appartement betrekt dat naast dat van Elsa ligt.

In 1916 verzoekt hij Mileva om een scheiding. Ze weigert en wordt ziek. Haar zuster Zorka komt uit Servië over om voor de kinderen te zorgen. Onderweg van Servië naar Zwitserland wordt Zorka in Kroatië door een aantal soldaten verkracht, die op weg zijn naar het front van de Eerste Wereldoorlog. Aangekomen in Zürich krijgt Zorka een zenuwinzinking –  waarschijnlijk een reactie op het gebeuren. In plaats dat Zorka Mileva kan helpen, heeft de ziekelijke Mileva naast de zorg voor de kinderen nu ook nog de zorg voor haar zuster. Zorka zal twee jaar lang in een psychiatrische inrichting in Zürich verblijven en de rest van haar leven last blijven houden van psychische stoornissen.

In 1919 gaat Mileva alsnog akkoord met een scheiding. Volgens de scheidingsakte moet Einstein de kinderen financieel onderhouden en wordt hij verplicht 40.000 Duitse Mark op een Zwitserse bankrekening te storten. Zeer opmerkelijk is dat in de scheidingsakte al wordt vastgelegd, dat in het geval dat Albert de Nobelprijs mocht winnen, Mileva het geld krijgt.

Mileva moet voor de opvoeding van de kinderen zorgdragen, Albert krijgt het recht om ze tijdens de schoolvakantie te bezoeken. Hij maakt hier weinig gebruik van en de kinderen klagen veelvuldig dat ze hun vader niet zien. Vooral de jong ziekelijke Eduard mist zijn vader erg. Zo schrijft Mileva een keer aan Albert over Eduard: ‘Je hebt hier een lief maar ernstig ziek kind. Hij vraagt vaak wanneer zijn vader hem komt opzoeken en bij elk uitstel wordt hij verdrietiger en verdrietiger.’

Albert Einstein zal zijn hele leven lang weinig waarde hechten aan familierelaties. Dat merkt ook zijn tweede vrouw, zijn nicht Elsa, waarmee hij in 1919 trouwt. Ook haar blijft hij niet trouw. Regelmatig begint hij buitenechtelijke relaties, één van deze vrouwen neemt hij zelfs een tijdje in dienst als secretaresse.

In 1921 krijgt Albert Einstein de Nobelprijs voor natuurkunde en conform de scheidingsakte maakt hij het geld naar Mileva over. Deze koopt drie huizen. Eén huis dient als woning voor haar en de kinderen, de twee andere huizen verhuurt zij. Ze leeft van de huuropbrengsten en van het geld dat zij verdient met het geven van bijlessen wis- en natuurkunde en pianoles.

De kinderen blijken slimme jongens te zijn. Hans Albert heeft het intellect van zijn ouders geërfd. Hij gaat in Zürich naar dezelfde technische school als zijn ouders. In 1937 zal hij, net als zijn vader vier jaar eerder heeft gedaan, met zijn vrouw en kinderen naar Amerika emigreren, waar hij uiteindelijk hoogleraar aan de University of California in Berkeley bij San Francisco zal worden.

De jongste zoon, Eduard, gaat na de middelbare school psychologie studeren, maar al vrij snel stopt hij hiermee. Hij is somber en depressief en heeft zelfmoordneigingen. Hij blijkt schizofreen te zijn. Zijn hele leven lang zal hij verzorging nodig hebben. Van tijd tot tijd wordt hij in inrichtingen opgenomen. Om dit te kunnen bekostigen is Mileva begin jaren dertig gedwongen om de twee verhuurde huizen te verkopen.

De jaren dertig zijn niet de beste jaren voor Mileva. Haar beide ouders evenals haar zuster Zorka overlijden. Haar oudste zoon zit in Amerika. Ze zal hem, zijn vrouw en haar kleinkinderen, waarvan er eentje kort na aankomst in Amerika overlijdt, jarenlang niet meer zien. Haar jongste zoon is geestesziek en heeft continu aandacht nodig. Ook financieel gaat het niet goed.

Eind jaren dertig is haar financiële situatie zodanig verslechterd dat ze Albert vraagt bij te springen in de opvang van Eduard. Albert koopt het eigendom van het huis waarin Mileva en Eduard wonen en met dit geld kunnen ze weer een tijdje vooruit.

Na de Tweede Wereldoorlog verkoopt Albert in 1947 het huis. Weliswaar laat hij in de verkoopakte opnemen, dat Mileva en Eduard in het huis mogen blijven wonen, maar ondanks deze bepaling vraagt de koper hen te vertrekken.

In de verwarring die dan ontstaat, maakt de koper het geld voor het huis per ongeluk aan Mileva over en niet aan Albert. Mileva weigert vervolgens om het geld naar Albert over te maken. Dit wil ze pas doen als Albert geregeld heeft, dat zij en Eduard in het huis kunnen blijven wonen. Albert is hier zo boos over, dat hij Eduard dreigt te onterven. Dan krijgt Mileva een lichte beroerte, even later gevolgd door een tweede. Ze raakt deels verlamd en ligt maandenlang in een ziekenhuis. Op 4 augustus 1948 overlijdt ze.

Ze wordt in Zürich begraven. Omdat niemand de grafrechten wil betalen, wordt het graf al spoedig geruimd. Haar zoon Eduard zal de rest van zijn leven – hij sterft in 1965 –  in een inrichting doorbrengen.

Hans Albert krijgt na het overlijden van Mileva haar persoonlijke archief met daarin alle brieven van Albert. Dankzij deze brieven leert hij van het bestaan van zijn zuster Lieserl maar hij onderneemt geen pogingen om te achterhalen of ze nog leeft. Hans Albert overlijdt in 1973.

Na het verschijnen van de brieven in 1987 ontstaat er een discussie of Mileva misschien gezien moet worden als de medebedenkster van de relativiteitstheorie. Dit omdat Albert in één van de brieven schrijft over ‘onze theorie’. Nader onderzoek van de brieven leert dat Mileva waarschijnlijk niet heeft bijgedragen aan de theorie. Zo heeft Einstein het in zes andere brieven over ‘mijn theorie’ en ook heeft Mileva nooit geclaimd dat ze een bijdrage heeft geleverd aan de relativiteitstheorie.

Tot slot nog een vrij onbekend citaat van Einstein: ‘De enige verstandige manier van opvoeden bestaat er uit een voorbeeld te zijn, desnoods een waarschuwend voorbeeld.’

Mileva Maric zal het met hem eens zijn geweest. Albert Einstein was een geniale wetenschapper maar een beroerde familieman.

Mevrouw Einstein (1)

National Geographic – ze geven niet alleen een blad uit maar hebben ook een televisiezender – zendt momenteel de tiendelige serie ‘Genius’ uit over het leven van Albert Einstein. Het gaat niet alleen over zijn wetenschappelijke ontdekkingen maar ook over zijn privéleven, vooral over zijn huwelijk met zijn eerste vrouw Mileva Marić.

Nu weet ik toevallig veel van dit huwelijk af. Ja, ja, wat ik al niet weet. Dat komt door de rubriek ‘Het Nutteloze Kennisparadijs’ die ik in 2004 en 2005 voor de Volkskrant schreef. De eerste mevrouw Einstein stond namelijk genoteerd op mijn lijstje met mogelijke onderwerpen voor de rubriek. Ik had ooit eens ergens een stukje over haar gelezen en haar tragische levensverhaal leek me een mooi onderwerp. Echter, de afleveringen van de rubriek mochten niet langer dan 600 woorden zijn en dat was veel te weinig om haar trieste leven te kunnen beschrijven. De eerste versie die ik schreef telde namelijk zo’n 2500 woorden. Nu geldt weliswaar ‘schrijven is schrappen’ maar om een verhaal van 2500 woorden terug te brengen tot 600 woorden, dat is iets te veel van het goede. De krant heeft haar levensverhaal dus niet gehaald.

In 2005 verscheen het ‘Nutteloze Kennisparadijs’-boek met een bundeling van de columns. Ik heb toen een aantal extra verhalen speciaal voor het boek geschreven en zag toen ook mijn kans schoon om het verhaal over mevrouw Einstein in het boek op te nemen. (Ik zat voor het boek niet vast aan een lengte van 600 woorden per verhaal.)

einsteinAlbert Einstein en Mileva Marić in 1912; foto: ETH-Bibliothek Zürich, Bildarchiv / Fotograaf: Unbekannt / Portr_03106 / Public Domain Mark 

Ik volg nu dan ook met belangstelling de tv-serie. Ik moet zeggen dat ze mijn verhaal goed volgen. Weliswaar hebben ze zijn wetenschappelijke prestaties toegevoegd aan de serie – die stonden niet in mijn verhaal –  maar de persoonlijke relaties tussen Einstein en zijn vrouw laten ze zien overeenkomstig de wijze dat ik deze heb opgeschreven. Het kan natuurlijk ook zijn dat we ons op dezelfde bronnen hebben gebaseerd, maar ik was ze dus ruim tien jaar in de tijd voor. Albert Einstein zou echter zeggen: “Tijd bestaat alleen maar omdat anders alles tegelijk zou gebeuren

Ik zal even in een aparte blogpost mijn verhaal over de eerste mevrouw Einstein plaatsen. Gezien de verkoopcijfers van het boek zullen immers niet veel mensen – op een enkel familielid na – het verhaal gelezen hebben. Voor de enkeling die mijn verhaal al wel heeft gelezen, citeer ik even de Tsjechische schrijver Milan Kundera: “Geluk is het verlangen naar herhaling”.

Voor wat betreft de tv-serie, ik kan hem aanraden. National Geographic herhaalt heel vaak haar programma’s – ook zij kennen de uitspraak van Kundera – dus er is nog alle kans om afleveringen terug te kijken.

Tot slot, helemaal los van het bovenstaande, Albert Einstein overleed in 1955. Voor mensen die in reïncarnatie geloven – en ook voor degenen die dat niet doen –  dat is hetzelfde jaar als waar ik in ben geboren. Ok, het is ook het jaar waarin Steve Jobs en Bill Gates zijn geboren.

Kunstmatige intelligentie

Er lopen twee domme blondjes, elk aan een verschillende kant van een drukke weg. Roept de een tegen de ander: “Hoe kom je aan de overkant?” waarop de andere antwoordt: “Maar je bent toch al aan de overkant?” Ok, gaan we het hebben over domme blondjes? Nee, maar ik hoorde gisteren deze mop en ik vond hem leuk.

Dat ‘blondjes’ dommer zouden zijn dan mensen met een andere haarkleur is overigens een fabeltje. Uit een Amerikaans onderzoek van de Ohio State University uit 2016 blijkt dat vrouwen met van nature blond haar zelfs iets slimmer zijn dan vrouwen met een andere haarkleur. Blonde vrouwen hadden gemiddeld een IQ van 103,2 tegen een IQ van 102,7 voor vrouwen met bruin haar, 101,2 voor vrouwen met rood haar en 100,5 voor vrouwen met zwart haar. Kortom, een fabeltje.

000000 haar

Dresden 1983: Een vrouw met rood haar en een vrouw met donker haar aan het werk; foto Eugen Nosko; Deutsche Fotothek; Wikipedia

Wel hebben vrouwen met blond haar last van het stereotype. Het heeft impact op het krijgen van een baan, het maken van promotie en andere sociale ervaringen, aldus één van de onderzoekers van de universiteit, zoals geciteerd in een artikel in het AD.

Maar goed, nog een domme-blondjes-mop. Vraag: wat krijg je als een dom blondje haar haar donker verft? Antwoord: kunstmatige intelligentie. We weten inmiddels dat dit niet klopt – als u dat niet snapt, dan bent u echt blond –  maar ik schrijf hem hier op omdat ik nu bij het eigenlijke onderwerp van deze blogpost ben: kunstmatige intelligentie. De aanleiding hiervoor is een artikel in de Volkskrant van vandaag. Onder de kop ‘Hoe zelflerende robots al onze vooroordelen overnemen’ stond een verhaal hoe een experiment van Microsoft met een ‘chatbot’ – dat is een robot die met behulp van kunstmatige intelligentie en algoritmes meepraat in een discussiegroep  – helemaal mis ging. Ik citeer even het begin van het artikel:

Niets menselijks blijkt de chatbot vreemd, ondervond Microsoft vorig jaar, toen het softwareconcern een kunstmatig intelligente meisjesbot losliet op internet. Binnen 24 uur trok Tay, zoals ze werd genoemd, vuilbekkend over Twitter, onder meer roepend dat Hitler gelijk had, feministen in de hel moeten branden en oud-president Bush achter de aanslagen van 11 september zit.”

En nog een stukje, verderop uit het artikel: “AI-systemen die hun kennis baseren op gewonemensentaal, ontwikkelen veelal dezelfde impliciete vooroordelen als wij. Dit ontdekten onderzoekers van onder meer de universiteit van Princeton in een studie die donderdag verscheen in Science. Daaruit blijkt dat culturele stereotypen hardnekkig voortleven in AI-systemen die op grote schaal worden gebruikt. Dat is problematisch, omdat dit soort systemen meer en meer wordt toegepast in de dagelijkse praktijk. Denk aan persoonlijke assistenten als Siri of Alexa, of aan de Japanse verzekeraar Fukoku Mutual, die sinds deze maand ziekenhuisdeclaraties van klanten laat afhandelen door Watson, een kunstmatig intelligent systeem van IBM. Als AI-systemen dezelfde vooroordelen laten meespelen in hun beslissingen, zou ongemerkt seksisme of racisme een rol kunnen gaan spelen bij bijvoorbeeld het toekennen van schadevergoedingen”

Dat deze AI-systemen vooroordelen kunnen hebben, vind ik niet zo verwonderlijk. Ze maken immers gebruik van algoritmes, geschreven door programmeurs en van input afkomstig van gebruikers. Beide groepen kunnen vooroordelen hebben. De onderzoekers van de studie in Science waarschuwen dan ook voor het klakkeloos gebruiken van kunstmatige intelligentie systemen.

Dat is een waarschuwing die ik mijzelf ook moet aantrekken. Soms, als ik geen zin heb om zelf een blogpost te schrijven, laat ik dit doen door een slim programma dat dit voor mij doet. Dan krijg je een blogpost zoals deze. Had u door dat deze door een computer is geschreven? (En voor het geval u er helemaal niks aan vond; dat is dus niet mijn schuld. – zegt de computer.)

Tijdreizen

Albert Einstein zei ooit eens:  “Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je overal.” Of dat ook geldt voor reizen in de tijd weet ik niet. Nu reizen we sowieso elke dag in de tijd – met een snelheid van 60 minuten per uur – maar dat is niet wat mensen verstaan onder reizen in de tijd.

De vraag van de dag is – morgen zijn we weer een dag verder in de tijd en hebben we een andere vraag  – kan je reizen in de tijd? Het antwoord luidt: dat hangt er vanaf wat je daar onder verstaat. Je kan namelijk sneller of langzamer “bewegen” in de tijd dan iemand anders maar of je dat als tijdreizen mag betitelen is de vraag.

Dat er verschillen mogelijk zijn voor ‘het bewegen in de tijd’ laat de relativiteitstheorie van Albert Einstein zien. Licht reist met de snelheid van de lichtsnelheid – deze opmerking zal mij vermoedelijk geen Nobelprijs opleveren maar dit terzijde. Als je nu in een voorwerp zit dat beweegt, dan haal je het licht van voorwerpen die relatief gezien stilstaan als het ware een beetje in. Reis je bijvoorbeeld met de trein naar iemand toe en word je op het station afgehaald, dan ben jij ten opzichte van die persoon die op het perron staat een milli-milli-milli-seconde minder oud geworden. Dat geldt zelfs als de trein vertraging heeft. Dit verschil in de tijd is echter onmeetbaar klein. Maar maak je nu een reis van tien jaar in een raket die zich met bijna de lichtsnelheid door het heelal beweegt – vijf jaar heen en vijf jaar terug – dan is dit verschil wel goed meetbaar. Zelf ben jij bij terugkomst op aarde tien jaar ouder geworden, maar de mensen op aarde zijn ondertussen 25 jaar verder. Deze consequentie van de theorie van Einstein is misschien wat lastig om te begrijpen, maar een voorbeeld andersom maak het misschien wel duidelijk. Kijk  eens naar de sterrenhemel. We zien daar het licht van sterren die misschien al eeuwenlang niet meer bestaan, maar waarvan we het licht nog wel zien omdat het zo lang duurt voordat dat licht van die verre sterren bij ons aankomt.

Je kan dus theoretisch gezien relatief sneller of langzamer vooruit in de tijd  reizen dan iemand anders. De vraag of je ook “terug kan reizen” in de tijd is een heel andere vraag. Even los van de vraag hoe dat technisch gezien zou moeten, is er de vraag of het filosofisch gezien wel überhaupt kan – wat als je terug zou reizen in de tijd en je vermoordt je vader voordat jij verwekt bent; dat soort vragen. Je hoeft je in ieder geval niet bezig te houden met het uitvinden van een tijdmachine waarmee je kan terug reizen in de tijd. Die wordt gebracht door iemand uit de toekomst.

Wie in elk geval al wel rekening houdt met de mogelijkheid van het terug reizen in de tijd, is de 9292-reisplanner. Bij een reisadvies over het reizen in Zoetermeer gaf 9292.nl vanochtend dit reisadvies.

tijdreizigen

Volgens dit reisadvies kom je om 08.01 uur aan bij de tramhalte / metrostation Leidschenveen. Daar reis je vervolgens negen minuten terug in de tijd  om tram 4 van 7.52 uur te  pakken. Je komt dan aan om 7.59 uur bij tramhalte Centrum-West en dan is het nog drie minuten lopen naar de bushalte.  De reisplanner van 9292.nl houdt dus al rekening met terug reizen in de tijd. Ze zijn hun tijd ver vooruit!

De tijd schrijdt niet altijd voort

Interessant nieuwsbericht: 31 december duurt dit jaar 1 seconde langer dan normaal. Op 23.59:59 uur volgt op oudejaarsdag dit jaar daarom niet 0.00.00 uur maar eerst nog 23.59:60 uur. (Zul je zien dat er altijd wel iemand is die zijn vuurwerk te vroeg afsteekt.)

Deze schrikkelseconde is nodig om te voorkomen dat de atoomklok gaat voorlopen op de zonnetijd. Zo’n aanpassing gebeurt om de paar jaar. Sinds de invoering van dit systeem in 1972 zijn er in totaal 26 schrikkelseconden geweest. De laatste toevoeging van een schrikkelseconde geschiedde eind juni 2015. Ook de jaren 1998, 2005, 2008 en 2012 kenden een schrikkelseconde.

seconde

De schrikkelseconde van 30 juni 2015

Sommige computersystemen hebben moeite met een tijdstip als 23.59:60 uur. In 2012 crashten de sites van LinkedIn, Yelp en Reddit op die seconde. Ook de Australische vliegtuigmaatschappij Quantas ondervond problemen: vijftig vluchten liepen die dag vertraging op omdat passagiers niet konden inchecken. Een schrikkelseconde geeft IT-afdelingen altijd een hoop werk.

abacusIT-afdeling in 1925 bezig met het verwerken van de schrikkelseconde

Als één seconde al zulke problemen kan geven, dan kan je wel nagaan wat voor een problemen de IT-specialisten in de Middeleeuwen moesten overwinnen toen Paus Gregorius XIII in 1582 de klok in één keer met liefst tien dagen vooruit zette. Op donderdag 4 oktober 1582 volgde vrijdag 15 oktober 1582. Dit om te zorgen dat het begin van de lente weer op 21 maart viel.

De Russische IT-specialisten hadden zo’n moeite met de invoering van de gregoriaanse kalender dat ze deze pas op 31 januari 1918 invoerden. Het verschil met de juliaanse kalender was toen al tot 13 dagen opgelopen, zodat op 31 januari 1918 in Rusland direct 14 februari volgde. Dit had gevolgen voor de viering van de Oktoberrevolutie. Deze had drie maanden eerder, op 25 oktober 1917 (juliaanse tijd) plaatsgevonden. De eerste herdenking van die revolutie, 365 dagen later, viel daardoor niet meer in oktober, maar op 7 november. Dat in Rusland de Oktoberrevolutie sindsdien in november wordt herdacht komt dus hierdoor.

 

Vreemde zaken in het Museon

Vorig jaar leende het Haags Gemeentemuseum het schilderij ‘Esther’ van Egon Schiele een aantal maanden uit aan het museum Belvedere uit Wenen. In ruil hiervoor kreeg het Haags Gemeentemuseum dit jaar gedurende drie maanden het schilderij ‘Judith’ van Gustav Klimt te leen. (Nutteloos weetje: beide Oostenrijkse schilders stierven in 1918 aan de gevolgen van de Spaanse griep.) Vorige week was het de laatste week dat het schilderij van Klimt in Den Haag te zien was en omdat de oudste dochter, wiens naam ik hier niet zal verklappen, het portret van haar naamgenote wel eens wilde zien, gingen wij afgelopen donderdag naar het Gemeentemuseum.

Het schilderij hing in een aparte zaal. Ik zag een speciale ingang voor mensen met de naam Judith, maar omdat er geen andere toegang tot de zaal was, ben ik ook maar door deze ingang naar binnen gelopen. Behalve het schilderij stonden er in de zaal tientallen parfumflesjes met een goudkleurige vloeistof er in. Waarom dat was weet ik niet. Ik ben vergeten er een foto van te maken, dus u zult mij op mijn woord moeten geloven. Wel heb ik een foto van het schilderij gemaakt.

0 deur   0 klimt

(In 2006 is er een schilderij van Klimt voor 135 miljoen dollar verkocht, dus ik vermoed dat mijn foto later ook nog wel een leuk bedragje zal opbrengen.)

Het bezoek aan het Gemeentemuseum was overigens niet het hoofddoel van de dag. Dat was een sentimental journey naar het Museon, dat pal naast het gemeentemuseum staat. De naam Museon is een samentrekking van de woorden Museum en Onderwijs. Toen de leeftijd van de kinderen nog maar één cijfer telde, zijn we er vaak geweest. Je had er opgezette beesten, een groot walvisskelet, Eskimotenten waar je in kon kruipen en een nagebouwde boeg van een schip die op en neer bewoog om maar een paar dingen te noemen. We waren er in geen jaren meer geweest en het leek Judith wel leuk om er weer eens rond te kijken. Wat bleek, de boel werd verbouwd. De eerste verdieping waar alle leuke dingen van vroeger stonden was sinds 1 juni gesloten. “Het Museon vernieuwt zijn permanente tentoonstelling! Na meer dan 10 jaar nemen we afscheid van onze tentoonstelling Jouw Wereld, Mijn Wereld en openen dan in oktober de nieuwe expositie ONE PLANET!” Alleen de benedenverdieping waar altijd alle wisseltentoonstellingen waren, was nu open. Dat hadden wij weer.

Maar goed, dan maar de wisseltentoonstellingen bekeken. Er waren er twee. Eentje bestond uit National Geografic foto’s, de andere wisseltentoonstelling had als thema: Magie of Wetenschap’. Deze laatste tentoonstelling bracht mij een beetje in verwarring. Sterker nog, ik verloor er zelfs mijn hoofd bij. Gelukkig vond Judith het terug op een fruitschaal.

0 Museon 1

Er waren allerlei voorbeelden te zien hoe je eigen hersenen en zintuigen je voor de gek kunnen houden. Neem bijvoorbeeld deze twee stukken krom hout. Als je ze naast elkaar legt, dan lijkt de linker groter dan de rechter, maar als je ze op elkaar legt, dan zie je dat ze even groot zijn.

0 museon 2  0 museon 3

Nog een voorbeeld: neem deze cirkel. Op de linkerfoto is duidelijk te zien dat de bovenst helft van de cirkel dezelfde kleur heeft als de onderste helft van de cirkel, maar schuif je de stukken uit elkaar, dan lijkt opeens de onderste cirkelhelft donkerder te zijn dan de bovenste cirkelhelft.

0 museon 4  0 museon 5

We hebben er een tijdje rond gelopen en het was weer even net als vroeger: de kinderen klein en papa groot.

0 museon 6Tot zover deze blogpost.

(“En verder ben ik van mening ben dat de klantenservice van de Media Markt heel erg slecht is.”)

Ikea in de ruimte

Beam heeft zich aan boord van het International Space Station opgeblazen. Nee, het betreft hiet geen zelfmoordterrorist aan boord van het ruimtestation maar een module: ‘the Bigelow Expandable Activity Module (BEAM)’. Het is een nieuwe module aan het ruimtestation, die zich zelf ontvouwde doordat een astronaut er lucht in pompte. Zie hieronder de foto’s die de NASA heeft vrij gegeven van het gebeuren.

beam

Ook heeft de NASA onderstaande afbeelding gepubliceerd waarop je kan zien waar de Beam zich bevindt aan het ruimtestation.

iss 1

Ook kan je op deze afbeelding zien waar de aangekoppelde ruimteschepen hangen. De Soyuz-45 en 46 zijn de Russische ruimtevaartuigen waarmee de Russische en Amerikaanse bemanning naar het ruimtestation is gevlogen, de Progress 62 en 63 zijn onbemande bevoorradingsschepen, net zoals de Cygnus-6 dat van Amerikaanse makelarij is.

Het Internationaal Space Station wordt telkens maar groter en groter. Vergelijk onderstaande foto’s maar eens: de bovenste is uit 2007, de onderste is uit 2010.

iss 2007-2010

Er moeten nog een paar onderdeeltjes aan het ruimtestation worden gebouwd en dan is het voorlopig klaar. Het bouwplan ziet er als volgt uit.

iss 2

Wie goed kijkt, herkent het plan: het is overduidelijk een gebruiksaanwijzing van een Ikea-apparaat. De Russen en de Amerikanen hebben het ISS niet zelf ontworpen maar het gewoon gekocht bij de Ikea. ISS staat dan ook niet voor International Space Station maar voor Ikea Space Station. De BEAM is dan ook de Billy onder de ruimtemodules. (Voor wie het niet weet, de Billy is de bekendste boekenkast van Ikea.)

De volgende stap is het testen van de BEAM: “During the next week, leak checks will be performed on BEAM to ensure its structural integrity. Hatch opening and NASA astronaut Jeff Williams’ first entrance into BEAM will take place about a week after leak checks are complete” aldus de NASA. Mocht de BEAM toch een lek bevatten dan is dat niet erg. Ikea heeft een terugbrenggarantie van 365 dagen. (Mits de Amerikanen de BEAM niet in de koopjeshoek hebben gekocht, die artikelen mogen namelijk niet geruild worden.)

ikea ruilen

De NASA heeft ook een afbeelding vrijgegeven hoe het ISS er uit gaat zien als het klaar is. Toekomstige bezoekers van de ISS zien dan bij aankomst dit:

ikea ss

Blowing in the Wind

Afgelopen week las ik op verschillende internetsites een ANP-bericht dat een Engelse wetenschapper had ontdekt dat rondom zwarte gaten de wind een snelheid van 200 miljoen kilometer per uur kan bereiken, wat hetzelfde zou zijn als een orkaan van de categorie 77. Op NU.nl stond het bijvoorbeeld zo:

000 anp wind

Nu begrijp ik wel dat een wetenschapper een ronkend persbericht uitstuurt – hij moet tenslotte ook zijn onderzoeksubsidie veiligstellen – maar toch, het ANP had wel wat kritischer naar het bericht mogen kijken.

Het waait namelijk helemaal niet in de ruimte. Wind is een natuurlijke luchtbeweging van de atmosfeer. De wind ontstaat door horizontale luchtdrukverschillen. De ruimte, ook niet die rondom zwarte gaten, kent geen atmosfeer – laat staan luchtdrukverschillen –  dus het kan er niet waaien.  “De wind komt vandaag uit de richting Jupiter”. Wel zijn er quasars (“schijven van heet gas”) die met grote snelheid rondom zwarte gaten bewegen maar niet als gevolg van wind.

Ook die orkaan van de categorie 77 had te denken moeten geven. Dat is complete onzin. Ten aanzien van de windkracht zijn er twee bekende indelingen. De eerste is de windkracht volgens Beaufort, onderverdeeld in een schaal van 0 (stil) tot 12 (orkaankracht).

0 windkracht(De windkracht volgens Beaufort wordt bepaald uit het gemiddelde van de windsnelheid over tien minuten).  Klik op het plaatje voor een grotere weergave)

Daarnaast is er een indeling van orkanen in de klassen 1-5. Uit de wikipedia: 

“De schaal van Saffir-Simpson of Saffir-Simpson Hurricane Schaal is een classificatie die in de meteorologie wordt gehanteerd om orkanen naar hun kracht in te delen. Alle tropische cyclonen zijn gevaarlijk, maar sommige zijn gevaarlijker dan andere. Daarom is er een classificatie ontwikkeld om onderscheid te kunnen maken tussen bijvoorbeeld krachtige en verwoestende orkanen en om zich beter op de te verwachten schade te kunnen voorbereiden. […]

De schaal wordt gebruikt om een inschatting te maken van mogelijke schade wanneer de orkaan de kust bereikt. De schaal combineert te verwachten schade aan windsnelheid en stormvloed. Een orkaan van categorie 2, 3, 4 en 5 is respectievelijk 10, 50 100 en 250 maal zo verwoestend als een zwakke orkaan van categorie 1.”

 Kort samengevat ziet het orkaanplaatje er qua windsnelheid en te verwachten schade als volgt uit:

00windkracht

Voor een orkaan van categorie 5, de hoogste categorie, ziet het wind-  en stormvloedplaatje er volgens de Wikipedia als volgt uit.000 orkaanindeling

En voor de te verwachten schade – het andere criterium – geldt volgens de Wikipedia:

Categorie 5 is de hoogste categorie die een tropische cycloon kan krijgen op de Saffir-Simpson-schaal. Deze stormen veroorzaken totale dakbeschadiging op heel veel huizen en industriële gebouwen. Soms worden complete gebouwen al dan niet met utiliteitsvoorzieningen weg- of omvergeblazen. Instorting van grote daken en muren, vooral als ze weinig of geen interne ondersteuning hebben is gebruikelijk. Zeer zware en onherstelbare schade aan houtconstructies en totale vernietiging van mobiele en van plaatmateriaal gemaakte huizen is alom aanwezig.

Slecht enkele gebouwtypen zijn in staat om intact te overleven, en dan alleen maar als ze minstens 4 tot 8 km in het binnenland staan. Daartoe behoren kantoren, rijtjeshuizen, appartementencomplexen, en hotels die gebouwd zijn van beton of staal. Tevens kunnen publieke hoge betonnen parkeergarages met meerdere verdiepingen en huizen gemaakt van versterkte stenen of cementblokken met daken met een hoek minder dan 35 graden en geen enkel overhangend stuk de storm doorstaan (mits de ramen zijn gemaakt van orkaanbestendig veiligheidsglas of afgesloten zijn met rolluiken).

De stormvloedgolf veroorzaakt belangrijke schade aan de onderste verdiepingen van alle objecten langs de kust, en veel kustobjecten kunnen compleet met de grond gelijk gemaakt worden of gewoonweg weggespoeld worden door de vloed. Stormvloedschade kan ontstaan tot 2 à 3 kilometer in het binnenland met vloedgolven, afhankelijk van het terrein, tot 3 à 4 kilometer landinwaarts. Volledige evacuatie van bewoonde gebieden kan nodig zijn als de orkaan dichtbevolkte gebieden bedreigt.

Ik ben benieuwd welk schadecriterium de bedenker van orkaankracht 77 heeft opgesteld: “De aarde wordt compleet weggeblazen; check uw verzekeringspolis” waarschijnlijk. Misschien had het ANP iets kritischer naar het bericht moeten kijken.

Ik kan nog wel wat meer over de wind schrijven maar gezien het aantal lezers van dit blog is dat blazen in de wind.

bob dylan

Ouderdom (3)

In de Volkskrant van vandaag staat onder het kopje Anti-verouderingskuur geeft muis ‘eeuwige jeugd een interessant artikel over een onderzoek naar muizen, die werden ontdaan van ‘senescente’ cellen, waardoor ze minder ouderdomskwalen kregen, fitter en energieker bleven en ook nog eens een kwart langer leefden dan de gemiddelde muis.

Als u nu als eerste denkt, er komt een muizenplaag aan, ik moet aandelen kopen van een bedrijf dat muizenvallen produceert, dan zit u in een andere belevingswereld dan ik. Als u echter net zoals ik denkt wat zijn in godsnaam ‘senescente’ cellen en is dit ook toepasbaar voor de mens, dan zit u meer in mijn wereld.

‘Senescente’ cellen – ik citeer nu even uit het artikel van Maarten Keulemans in de Volkskrant – zijn “uitgebluste cellen [..] die gelden als een van de redenen waarom oude mensen zwak en ziekelijk worden. Delen doen de cellen niet meer, maar ze blijven wel leven en scheiden allerlei schadelijke stoffen af. Dat verpest de sfeer in weefsels en maakt ons ziek, nemen experts aan. Zo’n 1 tot 2 procent van onze lichaamscellen wordt met het klimmen der jaren ‘senescent’.”

Door deze cellen nu ‘te elimineren’ vertraagde het verouderingsproces bij de muizen aanzienlijk. Volgens de onderzoeker, de Nederlander Jan van Deursen, werkzaam aan de Mayo Clinic in Rochester in de Amerikaanse staat Minnesota, biedt dit onderzoek op termijn ook mogelijkheden voor de mens, onder andere bij “ouderdomskwalen zoals artritis of longfibrose, waarbij senescente cellen zich in een bepaald weefsel ophopen.” Maar voor het zover is, duurt het nog wel even. We wachten dus af (maar wel graag een beetje opschieten want ik ben al zestig).

En nu ik het toch over ouderdom heb, de laatste keer dat ik hier overschreef was op 6 oktober 2015. Het ging toen onder andere over de oudste mensen ter wereld. Susannah Mushatt Jones, de Amerikaanse die op dat moment de oudst levende mens ter wereld was, stond toen op de drempel om de top tien binnen te komen van de lijst met oudst levende personen ooit. We zijn nu vier maanden verder en ze leeft nog steeds. Ze is momenteel 116 jaar en 213 dagen oud en staat nu op plaats acht van die lijst.

1 lijst

(Even op de lijst klikken voor een grotere afbeelding).

Ook de Italiaanse Emma Morano, in oktober de nummer twee op de lijst van oudst levende vrouwen, leeft nog steeds en is nu op de all-time lijst gestegen van plek 15 naar plek 12. Persoonlijk zou ik mijn geld op de Italiaanse zetten als kandidate om ooit de nieuwe nummer één van de lijst van oudste mensen ooit te worden. De Amerikaanse is al jaren blind, bijna doof en zwak qua gezondheid, de Italiaanse maakt bij wijze van spreken nog dagelijks een vogelnestje in de ringen. Maar goed, de Amerikaanse houdt stug vol en leeft nog steeds.

Bij de mannen heeft zicht wel een ontwikkeling voor gedaan. De Japanner Yasutaro Koid die op dat moment de oudst levende man ter wereld was, is op 19 januari op 112-jarige leeftijd overleden. Uiteraard heb je dan direct weer een nieuwe oudste man ter wereld en dat is nu de in Polen geboren maar in Israël wonende Yisrael Kristal. Hij is geboren op 15 september 1903 en is nu 112 jaar oud. Opmerkelijk aan zijn levensverhaal is dat hij een overlevende is van de verschrikkingen in het vernietigingskamp Auschwitz. Zijn vrouw overleefde het concentratiekamp niet – ook zijn twee kinderen stierven al eerder tijdens de Tweede Wereldoorlog (in het getto van Lodz) – maar hij overleefde het wel. Volgens zijn dochter is de reden dat Yisrael Kristal zo oud is geworden zijn levenshouding.

Mijn vader is iemand die altijd vrolijk is. Hij is optimistisch, wijs, en hij is blij met wat hij heeft. Hij eet en slaapt met mate, en zegt dat je altijd de controle moet hebben over je eigen leven, en dat je leven niet jou moet controleren, voor zover dat mogelijk is. Alles in de wereld heeft een reden, is zijn rotsvaste geloof.” aldus zijn dochter in het dagblad ‘Jerusalem Post’. Of dat ‘alles in de wereld heeft een reden’ klopt weet ik niet, maar voor de rest zou ik zeggen hij heeft helemaal gelijk

Complotten

Er zijn een hoop mensen die denken dat er allerlei complotten bestaan. Zo denkt bijvoorbeeld zo’n 7% van de Amerikanen dat de maanlanding nooit heeft plaatsgevonden maar is opgenomen in Hollywood; 11% van de Amerikanen denkt dat de Amerikaanse regering op de een of andere wijze bij de aanslagen van 9/11 is betrokken; liefst 20% (schrikbarend hoog) denkt dat er een verband is tussen vaccinaties en autisme (mede vanwege deze theorie pleegt de Taliban in Pakistan zelfs bomaanslagen bij vaccinatie-programma’s); 21% denkt dat er bij Roswell in de Amerikaanse staat New Mexico in 1947 een UFO is neergestort maar dat de Amerikaanse overheid dit al jaren geheim houdt en liefst 50% van de Amerikanen denkt dat Lee Harvey Oswald niet alleen heeft gehandeld toen hij Kennedy vermoordde maar dat er sprake was van een samenzwering.

oswald

Maar ook buiten Amerika zijn er een hoop complotdenkers. Zo denkt 4% van de Engelsen nog steeds dat Paul McCartney in 1966 bij een auto-ongeluk om het leven kwam en werd vervangen door een lookalike opdat de Beatles verder konden gaan. Ook is er één Nederlander (Louis van Gaal) die nog steeds denkt dat het huidige Manchester United leuk voetbal speelt.

Drie dagen geleden verscheen er op de site van Plos.Org een artikel getiteld ‘On the Viability of Conspiratorial Beliefs’. Het is een rapport van een zekere David Robert Grimes, een jonge wetenschapper uit Oxford, die zich onder andere met kankeronderzoek bezigt houdt maar volgens zijn twitteraccount ook “full time Jedi Knight” is, en “Foppish hair” heeft.

Hij heeft een moeilijke  maar mooie wetenschappelijke formule bedacht waarmee je kan uitrekenen hoe lang het duurt voordat een bepaald complot onthuld wordt. Dit hangt onder af van hoeveel mensen op de hoogte zijn van het complot, wat de kans is dat iemand gaat praten en hoeveel tijd er is verstreken sinds het complot begon.  Zo zou volgens zijn formule – en aannames over het aantal mogelijk betrokkenen – binnen drie jaar en acht maanden het complot van de fake-maanlanding al onthuld zijn geweest en dat vaccinaties niet veilig zouden zijn zou binnen drie jaar en twee maanden bekend worden.

Het mooie van dit alles is dat je met het omgekeerde ook iets kan doen. Gezien het feit dat nu 46 jaar na de maanlanding nog steeds niet onthuld is dat de maanlanding fake is, betekent dit bij een verwachte ‘onthullingstijd’ van 3 jaar en 8 maanden dat er dus hoogst waarschijnlijk geen complot was en dat de maanlanding echt was. Alleen als er slechts 250 mensen op de hoogte waren van een complot om de maanlanding te faken, dan zou het complot vandaag de dag nog niet onthuld hoeven te zijn. Maar om de maanlanding te kunnen faken moeten er veel meer mensen bij de NASA , de Politiek en Hollywood dan 250 stuks betrokken zijn geweest.

maanlanding

Amstrong en Aldrin tijdens de fake-maanlanding. In werkelijkheid is het een foto uit april 1969 gemaakt tijdens een trainingsessie van de astronauten; bron NASA.

Grimes heeft ook een tabel gemaakt om te laten zien hoeveel mensen er maximaal betrokken bij een complot mogen zijn opdat het niet binnen een bepaalde tijd uitkomt. Immers hoe meer mensen er van een complot weten, hoe eerder het complot onthuld zal worden. Dat is logisch. De tabel ziet er als volgt uit.

complot

En nu ik deze tabel bekijk maak ik me een beetje zorgen. Volgens de statistieken van mijn blog wordt mijn site dagelijks gemiddeld zo’n 46 keer bezocht. Het grootste gedeelte daarvan zijn bovendien bezoeken van robots e.d.. Kortom volgens de tabel van Grimes duurt nog het ruim meer dan 100 jaar voordat onthuld wordt wat voor een mooie blogposts ik wel niet schrijf. Help!

Blue Monday

Gisteren was het Blue Monday, dat wil zeggen de meest deprimerende dag van het jaar. Dit zou te maken hebben met het feit dat goede voornemens mislukt zijn, de vakanties ver weg lijken, de dagen nog donker zijn en de maandag voor veel mensen de eerste dag van de werkweek is. De dag is bedacht door de Britse psycholoog Cliff Arnall. Op basis van een zelfverzonnen wetenschappelijk formule – in opdracht van een reisorganisatie; in zijn oorspronkelijke formule zaten dan ook factoren als reistijd en inpaktijd – berekende hij dat de maandag van de laatste volle week van januari de dag is waarop de meeste mensen zich het meest neerslachtig voelen. Later kwam hij met een andere wat meer ‘wetenschappelijke’ formule:

formule

Hierin is W een maat voor het weer, D voor de schulden, d voor het maandelijkse salaris, T voor hoe lang geleden het kerst was, Q staat voor hoe goed men nog de goede voornemens volhoudt, M voor het motivatieniveau en N voor het gevoel om actie te ondernemen. De wetenschap had geen goed woord over voor deze formule, maar toch vermelden elk jaar de media braaf dat de maandag van de laatste volle week van januari de meest deprimerende dag van het jaar is.

Niet iedereen is overigens depressief op blue monday. Zo heeft de blauwe M&M een heel andere mening.

blue monday

Nu is de blauwe M&M een betrekkelijk jonge M&M. Hij is nog fris, hij zit pas sinds 1995 in het zakje. Een aantal andere kleuren zit al sinds 1941 – het jaar dat de Mars-fabriek met de M&M’s begon – in het zakje.

m en m

(De rode M&M’s verdwenen overigens in 1976 uit het zakje omdat er toen geruchten onder het publiek leefden dat er voor de rode M&M’s een kleurstof werd gebruikt die kankerverwekkend zou zijn. Dit was niet zo maar vanwege deze geruchten en imagoschade besloot men toch om de rode M&M’s te vervangen door oranje M&M’s. Na de terugkeer van de rode in 1986 bleven de oranje M&M’s ook in het zakje en sindsdien zitten er zes verschillende kleuren M&M’s in een zakje. En nu we toch bezig zijn met trivia, volgens de Nederlandse Wikipedia zitten er niet van elke kleur evenveel in de zakjes.

In een zak M&M’s zijn er niet evenveel M&M’s van elke kleur. In een zak normale M&M’s is 20% bruin, 15% rood, 20% geel, 10% oranje, 20% groen, 15% blauw. In een zak met pinda M&M’s bedragen de percentages van bruin, rood, geel en blauw 20% en van groen en oranje 10%.”. Met deze wetenschap kan je je voordeel doen. Deel je bij voorbeeld met iemand een zakje normale M&M’s, dan kan je voorstellen: “Neem jij de rode, de oranje en blauwe, dan eet ik de bruine, gele en de groene; die vind ik lekkerder.” Grote kans dat hij/zij er intrapt!)

Maar goed, terug naar blue monday. Wij ervoeren het dit jaar ook echt anders. Maandag was echt niet de meest deprimerende dag van dit jaar. Onze laptop ging zondag al kapot!

Tot slot, voor wie vindt dat hij veel tegenslag heeft in zijn leven, kijk eens naar Woody Allen,  Groucho Marx of Patrick Murray. Het zat hen ook niet altijd mee:

  • Woody Allen: “Ik werd niet opgenomen in het schaakteam. Ik was te klein.”
  • Groucho Marx: “Kijk naar mij. Ik heb me omhoog gewerkt uit het niets tot een toestand van extreme armoede.”
  • Patrick Murray. “Ik heb geen geluk gehad met mijn twee vrouwen. Mijn eerste vrouw verliet me, de tweede niet.”

 

Een zwart gat in de wasmachine

Zwarte gaten hebben een grote aantrekkingskracht. Niet alleen letterlijk – alles wordt in een zwart gat gezogen, ook het licht –  maar ook figuurlijk, de belangstelling voor zwarte gaten is altijd groot. Gisteravond was er op tv ‘DWDD University presenteert: Zwarte gaten door Robbert Dijkgraaf’. In het tv-college behandelde de professor de vele opmerkelijke ins (veel) en outs (weinig) van zwarte gaten.

zwart gat

Een computersimulatie van een zwart gat in de Melkweg; Zo zal het gat op 600 km afstand er uit zien. Afbeelding: Ute Kraus, Institut für Physik, Universität Hildesheim,

Toen ik gisterenavond – 27 november 2015; dat zal later als een historische datum in de wetenschap worden gezien – naar het programma keek, kreeg ik opeens een gedachte waarvan ik ook zelf de consequenties nog nauwelijks kan bevatten. Als een donderslag bij heldere hemel  – Eureka!, daar valt de appel – schoot het namelijk door mij heen dat er zwarte gaten kunnen ontstaan in een wasmachine!

Hoe kwam ik op dit idee? “Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je overal.” zou Albert Einstein zeggen. De eerste aanwijzing kreeg ik toen professor Dijkgraaf vertelde dat er sterren waren die heel snel ronddraaien met allerlei opmerkelijke zaken zoals pulsarstraling tot gevolg. Ik moest opeens aan onze wasmachine denken. De trommel in de wasmachine draait bij het centrifugeren ook heel snel rond met allerlei opmerkelijke zaken tot gevolg. Zo hebben we het al een paar keer meegemaakt dat we een was draaiden met een dekbedovertrek er in en een hoop andere zaken. Gewoon allemaal los door elkaar heen. Maar als we de machine na afloop open maakten, dan zat alles in het dekbedovertrek. Als door een wonder was alle was in het dekbedovertrek getrokken. Dit is niet één keer gebeurd maar meerdere keren.

Ook heel bijzonder was deze strak aangetrokken knoop van overhemden en broeken die we een keer na afloop in de trommel aantroffen.

was

Als je het zelf zo probeert te knopen dan lukt dat niet. Er moeten merkwaardige krachten aan het werk zijn in de wasmachine tijdens het centrifugeren.

Ik heb echter nooit gedacht aan de mogelijkheid dat er een zwarte gat in de wasmachine zou kunnen zitten. Totdat de professor vertelde over de theorie van Stephan Hawking waarom een zwart gat toch straling kan uitzenden (niet alles verdwijnt dus in een zwart gat). De verklaring van Hawking voor dit stralingsfenomeen was dat er deeltjes zijn die vlakbij het zwarte gat soms heel eventjes in twee delen uiteenvallen, een deeltje en een anti-deeltje. En dan kan het gebeuren dat het ene deeltje in het zwarte gat verdwijnt en dat het andere bijbehorend deeltje dat niet doet en vervolgens als straling door het zwarte gat wordt uitgezonden.

Toen viel het 10 eurocentstuk (er zijn geen kwartjes meer). Twee deeltjes die bij elkaar horen, waarvan er één verdwijnt. Dat herkende ik. Ik kon opeens het mysterie van de eenlingen in de was verklaren! Hoe vaak hadden we geen eenlingen in de was, dat wil zeggen sokken waarvan het bijbehorende tweede exemplaar ondanks alle naspeuringen zoek was en bleef. Ik heb zelfs een grote plastic zak met eenlingen in de kast in de hoop dat er ooit nog eens een bijbehorende tweede exemplaar opduikt.

De oplossing voor het raadsel van de eenlingen is zo simpel dat nog nooit niemand er eerder aan heeft gedacht. Tijdens het centrifugeren ontstaat er kortstondig een zwart gat in de wasmachine waarbij één sok in het zwarte gat verdwijnt en het bijbehorende andere exemplaar niet. Als de machine later tot stilstand komt, verdwijnt het zwarte gat en resteert er een eenling. Het verklaart ook waarom alle was in het dekbedovertrek wordt gezogen.

Bevat u de grootsheid van dit idee wel? We bouwen voor miljarden aan deeltjesversnellers en dan blijkt een zwarte gat gewoon in een wasmachine te kunnen ontstaan! En oh ja, gooit u de eenlingen maar weg. Het andere exemplaar zit ergens in een zwart gat, waar het niet uit kan.

Update 1 december

Na de uitzending was er op internet nog een half uurtje een vervolg op de tv-uitzending. Zie: http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/350256

De eerste vraag die daarin werd gesteld, was of eenlingen in een zwarte gat kon verdwijnen. Mathijs van NIeuwkerk had geen flauw idee waar het over ging, maar de professor wist direct wat er werd bedoeld en het antwoord was bevestigend! A ha!. De Nobelprijs is binnen, alleen moet ik hem dus met delen met anderen die dit ook hadden bedacht. Dat geeft niet. De theorie is in ieder geval juist.

 

Vrijdag de dertiende

Onder het motto ‘we laten ons leven niet leiden door de aanslagen in Parijs, in Beiroet en op het Russische vliegtuig gaan we weer over op de ‘gewone’ blogposts. Hoewel, er is toch nog wel een relatie, want deze blogpost gaat over het fenomeen ‘vrijdag de dertiende’ en dat is ook de dag dat de aanslagen in Parijs werden gepleegd, een feit dat in diverse media niet onvermeld bleef. Even was ik bang dat er een blik deskundigen naar de studio zou komen om dit verband te duiden, maar dat geschiedde gelukkig niet.

Tien jaar eerder was ik overigens zelf een ‘vrijdag-de-dertiende-deskundige‘. Hoe word je nu een ‘vrijdag-de-dertiende-deskundige’? Nou gewoon, door er een ochtendje op te googelen en dan er een column in de Volkskrant over te schrijven – ik schreef toen voor die krant de rubriek ‘Het Nutteloze Kennisparadijs. Deze column was ook gelezen door de redactie van een programma van BNR (Business Nieuws Radio) en ze vroegen, aangezien hun eerstkomende uitzending op vrijdag de dertiende zou plaats vinden, of ik hun programma er iets over wilde komen vertellen. Het aantal ‘vrijdag-de-dertiende-deskundigen’ was blijkbaar niet groot. BNR zond die dag op locatie uit en wel vanuit de universiteit Utrecht. Of ik daarheen wilde komen.

De treinreis naar Utrecht verliep zonder vertragingen (en dat op vrijdag de dertiende!) en ruim op tijd meldde ik mij in de kantine van één van de universiteitsgebouwen van waaruit werd uitgezonden. Ik moest even wachten totdat ik aan de beurt was en mocht plaatsnemen aan een grote tafel waaraan behalve de presentator ook een paar studentes zaten die iets over de nieuwe studiefinancieringsplannen zouden vertellen. Er werd een plaatje gedraaid – ok, cd afgespeeld –  en toen de muziek stopte, zei de presentator: ‘Ik loop hier rond in de kantine en ik ga eens op zoek naar wat studenten die iets over de nieuwe plannen van de minister willen zeggen. Dag, mag ik jullie wat vragen?” Huh? Hij liep helemaal niet rond maar zat gewoon aan tafel, net zoals die twee meisjes waarmee hij tijdens de muziek al de eerste vragen had doorgenomen. De luisteraar werd bedonderd waar ik bij zat. Maar goed, even later was ik aan de beurt. “Aan tafel zit bij mij…”. Ha, gelukkig, ik hoefde niet rond te lopen.

Het gesprek begon met vragen over bijgelovigheid. Ik vertelde de anekdote over Niels Bohr, in 1922 winnaar van de Nobelprijs voor natuurkunde. Bohr had boven de deur van zijn werkkamer een hoefijzer hangen. Op een dag vroeg een student: “Maar professor, een eminent geleerde als u gelooft toch niet in de werking van een hoefijzer?” Waarop Bohr antwoordde: “Nee natuurlijk niet, maar men heeft mij verzekerd dat, ook al geloof je er niet in, het toch werkt.” Ik vond het een leuke anekdote maar de presentator vertrok geen spier.

Zijn volgende vraag ging over Triskaidekaphobia dat angst voor het getal 13 betekent. “Triskaidekaphobia, dat is een mooi Scrabblewoord, vindt u niet?” “Nee, ik ben bang dat ik u ongelijk moet geven, het telt 17 letters en het Scrabblebord is niet groter dan 15 bij 15, dus het past niet.” antwoordde ik. Het kwam niet meer goed tussen ons. Ik zal u de rest van het gesprek daarom besparen en voor alle nuttige informatie over vrijdag de dertiende hieronder mijn oorspronkelijke column uit de Volkskrant plaatsen. Ik kan hem  – wij van WC-eend adviseren WC-eend – van harte aanbevelen om uw kennis over vrijdag de dertiende te vergroten.

Triskaidekaphobia

Op 25 augustus 2004 was in de finale van de 100 meter horden op de Olympische Spelen van Athene de Canadese Perdita Felicien de grote favoriete. Een jaar eerder was ze wereldkampioene geworden. Maar al bij de eerste horde ging het mis. Ze viel. Opmerkelijk detail: haar startnummer was nummer 1313.

Mensen die last hebben van ‘angst voor het getal dertien’ oftewel ‘triskaidekaphobia’ – wat op zich weer geen fijn woord is voor mensen die lijden aan ‘hippopotomonstrosesquippedaliophobia’ (oftewel ‘angst voor lange woorden’) – zullen van de val niet vreemd opgekeken hebben. Zij zien overal de gevaren van het getal 13.

Nog een voorbeeld: Op 11 april 1970 om exact 13.13 uur plaatselijke tijd werd de Apollo 13 gelanceerd. Twee dagen later, op 13 april, meldde de Apollo 13 de fameuze woorden ‘Houston, we’ve got a problem’. Het leverde later wel een mooie film met Tom Hanks op.

De angst voor het getal 13 komt in veel gedaantes terug. Hotels hebben vaak geen dertiende verdieping, in vliegtuigen is er soms geen dertiende rij, in de Italiaanse lotto komt het getal 13 niet voor en bij sommige Franse restaurants is een ‘quatorzieme’ te huur. Dat is een persoon die tegen betaling een hapje mee eet indien het gezelschap bestaat uit dertien personen. Ooit ging de Amerikaanse schrijver Mark Twain naar een diner van dertien. Een vriend wees hem op het gevaar hiervan. Mark Twain vond het onzin, maar toen hij terugkwam, moest hij bekennen dat zijn vriend gelijk had. Er was maar voedsel voor twaalf.

Er zijn enkele beroemde personen die leden onder triskaidekaphobia. Tot hen behoren Napoleon, Victor Hugo, Henry Ford en de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt. Deze laatste had er veel last van. Zo moest bij het opstellen van zijn reisschema zijn secretaris er altijd rekening mee houden dat Roosevelt bij voorkeur niet op de dertiende reisde. Liever vertrok hij een dag eerder of een dag later.

De angst voor vrijdag de dertiende (paraskevidekatriaphobia) is een speciaal geval van de angst voor het getal 13. Elk jaar is er minstens 1 maand met een vrijdag de dertiende. Maximaal komt het drie keer per jaar voor. Uit een Amerikaans onderzoek blijkt dat de angst voor vrijdag de dertiende de Amerikaanse economie jaarlijks miljoenen dollars kost, omdat een hoop mensen op deze dag thuisblijven en niet naar het werk gaan of uit eten gaan.

De oorsprong van het bijgeloof is niet duidelijk. Meestal wordt het Laatste Avondmaal genoemd als bron. Daar zaten dertien mensen aan. Het Laatste Avondmaal heeft nog een bijgeloof opgeleverd. Toen Jezus verklaarde dat er zich een verrader onder hen bevond, gooide Judas van schrik het zoutvaatje om. Sindsdien geldt dat het morsen van zout ongeluk brengt. De angst voor vrijdag heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat Jezus op een vrijdag werd gekruisigd en dat vrijdag in het oude Rome executiedag was.

Niet altijd brengt het getal 13 ongeluk. Zo gebeurde er in het jaar 1313 niets bijzonders. Zeker niet in vergelijking met het jaar erop. In dat jaar regende het maandenlang. Dijken bij de Rijn, Waal, Maas en IJssel braken, de oogst mislukte en er ontstond hongersnood. De grootste ramp van 1314 trof echter de inwoners van Londen. Koning Edward II verbood er het voetballen.

Nobelprijzen

Kreeg een maandje geleden de oudste dochter haar bachelorsdiploma, gisteren was de jongste aan de beurt. Uiteraard zaten er weer een hoop trotse fotograferende ouders in de zaal.

graduation day

Even klikken op de foto voor een grotere afbeelding. Mijn dochter is te herkennen aan een zwarte toga.

De dochter heeft economie in Rotterdam gestudeerd. Tijdens zijn praatje merkte de decaan op dat de Nobelprijs voor economie die de Rotterdamse econoom Jan Tinbergen in 1969 had gekregen buiten de zaal te zien was in een glazen vitrine. Hij raadde ons, en ook de studenten, aan om die eens te gaan bekijken. Je kon hem op een afstandje van 20 centimeter zien. Dichter bij een Nobelprijs zult u waarschijnlijk niet komen, hield hij ons en de studenten voor.

Nu heeft Tinbergen officieel niet de Nobelprijs voor economie gewonnen maar ‘de prijs van de Zweedse Rijksbank voor Economische Wetenschappen ter nagedachtenis aan Alfred Nobel’. Deze prijs is pas in 1969 voor het eerst uitgereikt. Strikt formeel is het dus geen Nobelprijs, maar een kniesoor die daarover valt. In de praktijk wordt deze prijs altijd als een Nobelprijs betiteld. Bovendien wordt hij op dezelfde dag als de ‘echte’ Nobelprijzen uitgereikt. Dus na afloop deze prijs toch maar even bekeken.

nobelprijs

Slechts 20 cm scheiden mij nog van een Nobelprijs!

Maar hoezo zou ik eigenlijk niet dichter bij een Nobelprijs kunnen komen? Dat zullen we nog wel eens zien. Ik heb even gekeken waar mijn beste kansen liggen. Bij de wetenschappelijke prijzen wordt de prijs meestal uitgereikt om een baanbrekend wetenschappelijk onderzoek te eren dat al jaren eerder heeft plaatsgevonden. Daar zit ik deels goed. “Mijn wetenschappelijke ontdekkingen” tijdens mijn studie ‘Toegepaste Wiskunde’ dateren inderdaad al van jaren geleden. Maar of mijn ‘onderzoeken’ baanbrekend genoeg waren, dat waag ik te betwijfelen. Ik vermoed van niet. Maar eigenlijk doet dat er allemaal niet toe, want er is helemaal geen Nobelprijs voor Wiskunde. De Wikipedia geeft een mooie verklaring voor de reden hiervan:

“Er is geen Nobelprijs voor wiskunde. Er is veel gespeculeerd waarom een Nobelprijs voor wiskunde ontbreekt. Een wijdverbreid verhaal is dat Nobel wilde voorkomen dat een beroemd wiskundige (Gösta Mittag-Leffler) de prijs zou krijgen, omdat hij een affaire zou hebben met een vrouw met wie Nobel relaties onderhield. Meer waarschijnlijke verklaringen zijn dat Nobel de wiskunde niet zag als een praktische wetenschap waar de mensheid veel aan zou hebben, en het feit dat er al een andere prestigieuze wiskundeprijs in Scandinavië bestond, waar hij niet mee wilde concurreren.”

Goed, dus geen wetenschappelijke Nobelprijs. Dan resten er nog twee opties: die voor Literatuur en die voor Vrede. Die voor Vrede wordt lastig. “Ik ben voor Wereldvrede!” maar ik ben bang dat alleen het uiten van deze kreet niet voldoende is voor het winnen van de Nobelprijs (maar misschien win ik er wel een Mister World verkiezing mee). Ik denk dat ik het beste kan gaan voor die van Literatuur. Maar hoe groot zijn mijn kansen daar? Er is er nog nooit eentje toegekend aan een schrijver die in het Nederlands schreef. Vergroot dat mijn kansen  – eindelijk ook een Nederlandstalige auteur! –  of verkleint dat mijn kansen juist? Ik vermoed dat mijn felrealistische non-fictie literatuur die ik tot nu heb geschreven niet voldoende is, dus ik moet snel een nieuw oeuvre opbouwen. Dat kan ik, denk ik, het beste en het snelste doen door middel van dit blog.

Waar moeten mijn schrijfsels aan voldoen? Even een blik op de motivatiereden die het Comité volgens de Wikipedia heeft verstrekt bij het uitreiken van de Nobelprijs aan de laatste zes winnaars:

  • 2011: Tomas Tranströmer; Zweden. “Omdat hij met zijn verdichtende, doorschijnende beelden ons een nieuwe toegang geeft tot de werkelijkheid.”;
  • 2012: Mo Yan; China. “Die met zinsbegoochelend realisme in zijn volksverhalen verleden en heden doet versmelten
  • 2013: Alice Munro; Canada. “Meester van het hedendaagse korte verhaal.”
  • 2014: Patrick Modiano; Frankrijk. “Voor de herinneringskunst waarmee hij de meest ongrijpbare menselijke lotsbestemmingen heeft weten op te roepen
  • 2015: Svetlana Aleksijevitsj; Wit-Rusland. “Voor haar veelstemmige werk, een monument voor lijden en moed in onze tijd”
  • 2016: Martin van Neck; Nederland. ”Als erkenning voor zijn observatievermogen, de originaliteit van zijn verbeelding, de kracht van zijn ideeën en zijn opmerkelijke talent voor het vertellen; eigenschappen die de blogposts van deze wereldberoemde auteur kenmerken

Dat ik volgend jaar de Nobelprijs krijg (niet alles wat op de Wikipedia staat is waar) is nog een beetje onzeker – de reden die hier staat lijkt overigens verdacht veel op de reden waarmee Rudyard Kipling in 1907 de Nobelprijs won; dat is toeval. Wel geef ik toe dat de toekenning aan een schrijver van een blog omstreden zal zijn, maar er zijn wel vaker omstreden toekenningen geweest. De Wikipedia geeft zelfs een hele lijst van omstreden toekenningen. De mooiste vind ik die van 1974:

In 1974 waren Graham Greene, Vladimir Nabokov en Saul Bellow genomineerd, maar ze moesten het onderspit delven voor een gedeelde prijs aan twee Zweedse auteurs, Eyvind Johnson en Harry Martinson, die zelf juryleden waren.

Ik ga dus voor die van literatuur maar om de kans op die andere ook nog te vergroten, nog eenmaal: “IK BEN VOOR WERELDVREDE!”