Chocola

Begin deze maand was ik in een supermarkt in Frankrijk op zoek naar een pak hagelslag of vlokken. Vergeten mee te nemen tijdens onze “kampeervakantie” (in een Eurocamp stacaravan). Nergens te vinden natuurlijk. Alleen Nederlanders en Belgen schijnen chocola op brood te eten, dus twee weken lang geen hagelslag of vlokken op mijn stokbroodje.

Even tussendoor, wist u dat er een ‘Warenwetbesluit Cacao en chocolade’ is, waarin is vastgelegd (artikel 11. lid 1 en 2) hoeveel cacao er minstens in chocolade moet zitten om het chocolade te mogen noemen? “De aanduiding chocolade mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor chocolade met in totaal ten minste 35% droge cacaobestanddelen, inclusief ten minste 18% cacaoboter en ten minste 14% vetvrije droge cacaobestanddelen.”

Als het over hagelslag of vlokken gaat, dan mogen de percentages iets lager zijn: “De aanduiding chocolade mag in combinatie met de woorden hagelslag of vlokken gebruikt worden voor zover de waar wordt aangeboden in de vorm van korrels of vlokken; en de chocolade in totaal ten minste 32% droge cacaobestanddelen bevat, inclusief ten minste 12% cacaoboter en ten minste 14% vetvrije droge cacaobestanddelen.”

Voor hagelslag met een lager percentage cacao mag de term chocoladehagelslag niet gebezigd worden. Zie je bijvoorbeeld in de winkel een pak waarop staat ‘cacaofantasie’ weet dan dat het geen chocoladehagelslag is en er een lager percentage cacao (en een hoger percentage suiker) inzit.

Zijn de Nederlanders met de Belgen wereldkampioen hagelslag eten, voor chocola geldt dit echter niet. Volgens een bericht op de site van Nestlé zijn dat de Zwitsers. Die schijnen liefst 11,4 kg chocolade per persoon per jaar te eten. Daarmee blijven ze ruim 2 kg voor op de nummers twee en drie (de Duitsers en de Engelsen). De Nederlanders staan wereldwijd op plaats dertien en houden het bij een bescheiden 4,5 kg chocolade per persoon per jaar (maar dat is wel exclusief de hagelslag.)

Waarom schrijf ik nu over chocolade? Vanwege dit beeld wat Marianne en ik van de week zagen toen we een reep chocola bij Albert Heijn wilden kopen.

00000 choc 1

Dit is een foto van een deel (!) van het chocolade-aanbod bij Albert Heijn. Vroeger kon je kiezen uit een reep melk, een reep puur en soms nog een reep wit. Tegenwoordig mag je blij zijn als je zulke repen überhaupt nog kan vinden. De meest gekke smaakcombinaties worden bedacht. Neem deze twee repen.

00000 choc 2

Heeft u enig idee hoe viooltjes smaken? Nee, natuurlijk niet. Waarom stop je dat dan in een chocoladereep samen met bosbessen? En wat moet ik in Godsnaam verwachten van een chocoladereep waarin ‘szechuan peper rijstcrisps’ zit? (Szechuan is een provincie in het zuidwesten van China, bekend om zijn keuken; ik zeg het maar even voor het geval u het niet wist.)

Al die nieuwe chocola – sorry  voor de woordspeling – ik kan er geen chocola van maken.

Een trouwfoto uit 1915

Mijn broer stuurde mij een foto op uit 1915. Het is de trouwfoto van mijn opa en oma van mijn moeders kant.

trouwfoto 1915

Mijn opa en oma zitten in het midden (met het bruidsboeket). Rechts van mijn opa zitten zijn ouders, links van mijn oma haar ouders. Dat zijn dus mijn overgrootouders.

Het jongetje op de foto is Hidde, een broertje van mijn opa. Hij is hier nog onwetend dat hij later commies bij de belastingen zou worden. Ik heb het even in de Wikipedia opgezocht.

Een commies is een voormalige ambtelijke rang in Nederland. Het gaat om een administratieve ambtenaar van middelbare rang, lager dan een referendaris, maar hoger dan een klerk.”

Ok, de rang van een referendaris heeft hij niet gehaald, maar hij was wel mooi hoger dan een klerk. Wie de andere personen op de foto zijn, wist mijn broer niet, vermoedelijk een zuster van de overgrootouders en nichtjes.

Tot zover een stukje familiegeschiedenis.

Het menselijk geheugen

In juli schreef ik een blogpost over de Jachtlaan 28 in Apeldoorn. Dat is het huis waar ik geboren ben en waar ik tot mijn tiende heb gewoond. Ik schreef onder andere over een luik op zolder, waaronder een ruimte was waar vermoedelijk in de Tweede Wereldoorlog onderduikers hadden gezeten.

Deze week kreeg ik een mail van de huidige bewoner van het huis met de vraag of ik nog foto’s van het huis uit die tijd had. Die had ik eigenlijk niet, wel stuurde ik hem wat informatie over het huis en de directe omgeving uit die tijd. Ik stuurde de mail ook naar mijn oudere broer met de vraag of hij nog foto’s had en of ik in mijn mail en in mijn blogpost niet te veel onzin had verteld. Mijn broer is niet alleen ouder en wijzer, maar heeft ook een beter geheugen. Mijn geheugen bleek niet helemaal vlekkeloos gewerkt te hebben. Zo schreef mijn broer over de onderduikers in het huis aan de huidige bewoner:

Er zat direct op de zolder een luik verborgen onder het zeil. Alleen die berging was niet zo diep als mijn broer dacht. Vermoedelijk hebben daar illegale dingen in de oorlog gelegen. Boven de zolderkamer zat verborgen nog een bergruimte. Daar zaten vermoedelijk de onderduikers. Verder was er een raadselachtige koker naar de achterste slaapkamer, waar ik sliep. Geen idee waar die voor diende.”

Kortom, de kern van mijn verhaal – de onderduikers – zat nog wel goed in mijn geheugen, maar de details niet. Gisteren las ik toevallig in de Voetbal International een verhaal, geschreven door Geert-Jan Jacobs, waarin dit fenomeen – de kern van het verhaal klopt maar de details zitten fout in het geheugen – ook te zien was. Het betreft een anekdote die de cabaretier Freek de Jonge tijdens een bijeenkomst in het Abe Lenstra Stadion in Heerenveen vertelde over een ontmoeting van hem met Abe Lenstra. Ik citeer uit het stuk.

Eén keer ontmoette hij zijn idool. Het gebeurde in Zaandam, waar het gezin De Jonge begin jaren vijftig vanuit het Friese Workum was neergestreken. Tussen huis en basisschool passeerde hij altijd de fietsenwinkel annex sportzaak van Lou Rep, de oom van de latere international John. Op zekere middag, volgens de Jonge was het in 1951 of 1952, wierp hij een blik in Reps toko en zag daar tot zijn verbijstering een overbekend silhouet. Dat van Abe Lenstra, die geknield aan de voeten van de winkeleigenaar zat.

‘Hij keek naar buiten, onze blikken kruisten elkaar. Toen móét Abe iets gezien hebben van mijn Friese achtergrond, dat kan niet anders. Hij deed de deur open en zei: “Do moat ik hawwe!”. Abe was vertegenwoordiger bij Quick, hij ging het hele land door met schoenen. Hij haalde een paar Quick Juniors uit zijn tas en legde aan Lou uit dat zelfs de grootste boerenlul met die schoenen heel aardig kon voetballen. Dus ik kreeg ze aangemeten.’  

 In het Abe Lenstra Stadion deinen grijze kruinen geamuseerd op en neer als De Jonge voordoet hoe hij al die jaren geleden de bal zorgvuldig klaarlegde en de moeder aller aanlopen nam. ‘Ik gaf dat ding een onvoorstelbare hengst. Die bal knalde tegen de muur, vloog door de hele zaak en eindigde op een plank met sportbekers. Ze vielen allemaal op de grond.” Abe stond er hoofdschuddend bij en zei: “Dat is net sa best.”. Waarop ik antwoordde: “Mar wol in de priezen!” Lenstra adviseerde het spichtige kereltje komiek te worden, een tip die De Jonge ter harte nam.

Tot zover de anekdote van Freek de Jonge. Hij blijkt echter niet alle details juist te hebben, want het verhaal in de VI gaat als volgt verder:

‘Leuk verhaal’, zegt een besnorde meneer in het publiek. Hij hoorde de anekdote van De Jonge al een keer of vijf eerder, maar kon er toch wel weer om gniffelen. ‘Er zaten wel een paar foutjes in.’ Met glinsterende ogen:  ‘In 1951 en 1952 was Abe nog werkzaam op het gemeentehuis van Heerenveen, dus in die jaren kan dit nooit gebeurd zijn. Bovendien was hij later geen vertegenwoordiger namens Quick. Abe ging de winkels langs met zijn eigen sportschoen: De Abe Junior’.

0000 abe29 januari 1952; Abe Lenstra aan het werk op het gemeentehuis van Heerenveen; foto Harry Pot, Anefo, Nationaal Archief

Kortom, ook bij Freek de Jonge is te zien dat menselijke geheugen soms details van verhalen uit het verleden aanpast of vergeet en dat brengt me naar de actualiteit. In Amerika beschuldigt dr. Christine Blasey Ford Brett Kavanaugh, Trump’s kandidaat voor het Hooggerechtshof, er van dat hij haar begin jaren tachtig seksueel heeft belaagd.

Omdat zij niet meer precies wist, wanneer en waar dit gebeurde, beweren een aantal leden van de Republikeinse partij dat deze beschuldiging niet waar kan zijn. Die redenatie lijkt me niet juist. Het lijkt me eerder een voorbeeld dat het menselijk geheugen wel de kern van de zaak onthoudt, maar de details vergeet of verkeerd onthoudt. Vooralsnog geloof ik haar wel. Brett Kavanaugh lijkt me gezien zijn opvattingen over allerlei zaken sowieso geen geschikte kandidaat, maar dat is een heel ander verhaal.

Spreekwoorden verhaspelen

Wellicht heeft u zich afgevraagd waarom er sinds vorige maand drie weken lang geen nieuwe blogposts op deze site stonden. Dat kwam omdat we er even tussen uit waren. Twee weken naar Frankrijk, waarvan een kleine week naar de Loire en een kleine week naar Bretagne. Voor wie wil weten wat we daar gedaan hebben, zie hier het reisverslag. En zie hier mij een steentje van 120.000 kg optillen.

menhir

Terug in Nederland zag ik vandaag dat we toch wat langer zijn weggebleven dan gedacht, want bij Albert Heijn was er al een schap met Sinterklassiekers – let u even op de woordspeling; hij is van AH. Maar goed, we pakken de draad weer op en gaan verder met de blogposts.

We beginnen met een aflevering over verhaspelde spreekwoorden. Zo zei Boudewijn Revis, wethouder in Den Haag, onlangs “Je kunt geen ei breken zonder het te breken”. Waarschijnlijk wilde hij zeggen:  “Je kan geen omelet maken zonder eieren te breken”.

Vooral op tv komt het verhaspelen steeds vaker voor. Komt ook omdat je veel talkshows met deskundigen hebt. Hans Kraay jr in Voetbal Inside: “Dooie honden bijten niet”. Dick Advocaat in een programma met Johan Derksen: “Nou niet dat we nou bij elkaar over de deur kwamen”. Fatimo Moreira de Melo: Dan ben je opnieuw het ei aan het uitvinden”. En een voor mij onbekende deskundige liet zich bij ‘Tijd voor Max’ “met een ooitje in het riet sturen.” Ik geloof niet dat ik hoef te weten wie deze deskundige is. Ik ga hem toch niet inhuren.

Is het nou erg dat verhaspelen? Ja, want spreekwoorden door elkaar halen is als het paard achter de hoorns van de koe spannen en dat wil je niet. Het goed formuleren van een spreekwoord is echt niet zo moeilijk. Een blind paard kan de was doen, maar toch gaat het  vaak fout.

Sommige uitdrukkingen worden zo vaak fout gebezigd dat je soms zelfs gaat twijfelen wat de goede  uitdrukking is. Is het “Door het bos de bomen niet meer zien” of “Door de bomen het bos niet meer zien”? Het goede antwoord luidt: het laatste. De betekenis van door de bomen het bos niet meer zien is: ‘door te veel op details (de bomen) te letten, verlies je het geheel (het bos) uit het oog’. Alleen als je wilt zeggen dat je door te veel naar het geheel te kijken, je de details niet meer ziet, dan moet je uitdrukking andersom zeggen.

Ik zou hier nog wel  meer voorbeelden kunnen geven, maar ik hou het voor gezien. Je moet een open deur niet dicht doen.

 

Lang lid

Bij het opruimen van een kastje kwam ik opeens het ANWB-pasje van Marianne haar vader tegen. Lid sinds 1950 stond er op. Hij overleed in 2008. Hij is dus 58 jaar lang lid van de ANWB geweest.

Zo lang ben ik nog niet ergens lid van. Mijn langstlopende lidmaatschap bedraagt momenteel 45 jaar (‘and counting’). Vanaf 1973 ben ik lid van Amnesty International. Ik werd lid in mijn studententijd ten tijde van het Pinchochet-regime in Chili en ben nu nog steeds lid. In 1973 werd ik van harte welkom geheten en hoopten ze dat ik lang lid zou blijven. Tegenwoordig sturen ze brieven of ik ze in mijn testament wil opnemen. Tja, andere leeftijdsklasse, andere mailings.

Het langstlopende lidmaatschap van Marianne bedraagt momenteel 42 jaar. Zo lang heeft zij al een abonnement op de Volkskrant. Meer dan 13.000 Volkskranten heeft zij dus al als abonnee gelezen, plus daarboven op nog eens de losse kranten die ze als niet-abonnee las.

000 volkskrantDe De voorpagina van de Volkskrant van 30 juli 1955, zijnde mijn geboortedag. ‘Kunstmatige satelliet gaat binnen 3 jaar de ruimte in’ was de kop van het belangrijkste artikel van die dag. Drie jaar later lanceerden de Amerikanen inderdaad hun eerste satelliet. De Russen waren echter de Amerikanen met de lancering van de Sputnik 1 in 1957 een jaar voor.

000 volkskrant 2

De voorpagina van de Volkskrant van Marianne haar geboortedag . Het belangrijkste nieuws was een aanslag in Algerije. Pas vijf jaar later zou Algerije na een bloedige onafhankelijkheidsoorlog onafhankelijk worden.

Wat zou eigenlijk het record langslopend lidmaatschap van een vereniging zijn? Om lang lid van een vereniging te kunnen zijn, moet je a) zelf oud worden en b) lid zijn van een vereniging die ook lang bestaat. De oudste nog steeds bestaande vereniging van Nederland schijnt het Gilde van Sint Joris in Noordwijk te zijn. Dat werd ergens opgericht tussen 1370 en 1380.

Op plek twee staat het Sint Anna Gilde in Oud-Zevenaar. Dat bestond dit jaar 585 jaar. Op een ledenlijst uit de 15e eeuw stonden namen als Stokman, Kuster en Nass en volgens een artikel in De Gelderlander staan die namen nog steeds op de ledenlijst. Ik heb echter het vermoeden dat het nazaten van de vroegere leden zullen zijn.

Maar goed, wie het langst lid van een vereniging is geweest, ik heb geen idee. Ik vermoed in ieder geval dat Groucho Marx, de Amerikaanse filmacteur en komiek, niet de recordhouder zal zijn.

000 groucho

De Marx-brothers in 1931; Van boven naar beneden: Chico, Harpo, Groucho en Zeppo. Foto: Librabry of Congres

Van Groucho Marx is namelijk de uitspraak: “Ik wil niet lid zijn van een organisatie die mij zou accepteren als lid.”

A.U.B. Niet parkeren

Van de week liepen de dochter en ik een rondje door de buurt toen we aan de rand van de wijk deze parkeerplek zagen. Er stond een bordje bij.

0 p

00 pp

Een tamelijk ongewoon bordje om bij een parkeerplaats aan te treffen.  Eerst leggen we een parkeerplaats aan, vervolgens zetten we er een bordje ‘A.U.B. Niet Parkeren’ bij. Dat moet efficiënter kunnen zou je zeggen.

Ik maakte er met mijn mobiel wat foto’s van. Terwijl ik daar mee bezig was, kwam uit één van de huizen verderop een man aanlopen.  De man – zijn vrouw stond binnen achter het raam te kijken; “Ze fotografen je auto!” -zei dat hij nieuwsgierig was waarom we zijn auto fotografeerden.  Nu had ik eigenlijk moeten zeggen dat ik voor een Oost-Europese boevenbende auto’s fotografeerde zodat die op bestelling konden worden gestolen, maar ik vertelde dat ik niet zijn auto fotografeerde maar de parkeerplaats er naast met het bordje.

De man, hij was er op bezoek, wist de achtergrond, van het bordje. Het was geplaatst op verzoek van de buurman van degene waar hij op bezoek was. Die had aan de andere kant van de weg zijn garage. Deze stond pal op de weg.  Het probleem was nu dat als hij zijn auto uit de garage wilde rijden en er stond een auto op de parkeerplaats geparkeerd, hij zijn auto nauwelijks uit de garage kon krijgen.

00 garageLinks de garage, rechts de parkeerplaats.

De man had de gemeente daarom gevraagd of de parkeerplaats niet weg gehaald kon worden. Dat kon niet, maar de gemeente wilde er wel een bordje ‘A.U.B. Niet Parkeren’ bij zetten.  Dus als u ook elders bij een parkeerplaats een dergelijk bordje ziet, wellicht zit er dan een soortgelijk verhaal als dit achter.

Een Perzisch kleedje

Zoals bekend heeft Amerika  weer economische sancties ingevoerd tegen Iran. Nu zit er in ons winkelcentrum een Perzische zaak die allerlei Iraanse spullen verkoopt. Onder andere dit opmerkelijke kleedje.

00 kleedje

De waarde van het kleedje fluctueert met de dollarkoers.

De omgekeerde Jenny (2)

In 1918 kostte het versturen van een brief in Amerika drie cent. Het versturen van een brief per luchtpost, de nieuwe dienst waarmee de US Postal Service in mei van dat jaar begon, was echter aanmerkelijk duurder. Daarvoor gold een tarief van 24 cent. De US Postal Service bracht hiervoor een speciale postzegel op de markt.

00 postzegel correct2

Op deze tweekleuren-postzegel was het vliegtuig, de ‘Curtiss JN-4HM’, ook wel de Jenny genoemd, te zien waarmee de nieuwe dienst werd uitgevoerd. Technisch was het in 1918 lastig om een dergelijke postzegel te drukken. Het in twee kleuren drukken was een bewerkelijk proces. De luchtpostzegel was dan ook pas de tweede tweekleurenpostzegel die de US Postal Services uitgaf. Eerst werden de rode delen gedrukt, vervolgens werd het papier opnieuw in een machine gelegd, waarna de blauwe delen konden worden gedrukt.

Hierbij ging soms wel eens wat mis. De US Postal Services had dan ook een aantal mensen in dienst wiens taak het was om postzegels, voordat deze werden verzonden naar de postkantoren, op misdrukken te controleren. Ook hadden de loketambtenaren op de postkantoren de uitdrukkelijke opdracht om op misdrukken te letten. Toch kwam het nog wel eens voor dat ondanks al deze maatregelen er een misdruk door heen glipte. Deze waren erg geliefd bij postzegelverzamelaars.

Tot deze postzegelliefhebbers behoorde ook ene William T. Robey, een 29-jarige kantoorklerk van het effectenkantoor Hibbs and Company uit Washington. Tijdens zijn lunchpauze op 14 mei bezocht hij een postkantoor op de New York Avenue in Washington om er de nieuwe luchtpostzegel te kopen die een dag eerder was verschenen.

00 postzegel kantoor

Het postkantoor in Washington in 1918 waar Robey de postzegels kocht. Foto Smithsonian National Postal Museum

De loketbediende legde een velletje van 100 zegels op de toonbank en vroeg hoeveel zegels Robey wilde hebben. Robey keek naar de postzegels en zoals hij later in een interview zou zeggen “mijn hart stond stil”. Het vliegtuig stond op zijn kop.

00 postzegelDe omgekeerde Jenny.

Later zou blijken dat de loketbediende nog nooit van zijn leven een vliegtuig had gezien. Hij zag dan ook niet dat het vliegtuig op de postzegel ondersteboven vloog en herkende er daardoor geen misdruk in. “A fellow asked for a sheet of airmails and I handed him one without looking at it. And anyway, how was I to know the thing was upside down? I never saw a plane before.” Robey aarzelde niet en kocht voor 24 dollar het hele velletje van 100 zegels.

Nadat hij afgerekend had en de postzegels had opgeborgen, vroeg hij aan de loketbediende of hij nog zo’n velletje had. Deze pakte daarop een ander vel, maar op dit vel stond het vliegtuig wel goed afgebeeld. Nee, ik bedoel zo’n vel zoals ik zo net heb gekocht, zei Robey. Daarop kreeg de loketbediende argwaan en smeet het loket dicht. Robey vertrok en liep naar een ander postkantoor in de buurt en informeerde daar ook naar de luchtpostzegel. Ze hadden er alleen de goede zegels. Robey keerde met zijn kostbare aankoop terug naar kantoor en vertelde zijn collega’s over zijn vondst.

Eén van zijn collega’s liep daarop naar het postkantoor op de New York Avenue om te informeren of ze soms nog zo’n velletje zegels hadden met het vliegtuig ondersteboven, hij bedoelde zo’n velletje zoals zijn collega Robey hier net even eerder had gekocht. Hierdoor kwam het postkantoor de naam van de koper van de foute zegels te weten en ze belden direct naar zijn huis en naar zijn kantoor met het verzoek om de postzegels terug te brengen.

Ook werd tussen vier en zes uur ’s middags de landelijke verkoop van de luchtpostzegel stil gelegd. Eerst moesten de postkantoren alle zegels op misdrukken controleren. Uiteindelijk zouden er nog zeven velletjes met omgekeerde Jenny’s ontdekt worden. Deze werden allemaal vernietigd. Van de in totaal 2,1 miljoen postzegels die werden gedrukt, waren de honderd zegels van Robey de enige foute zegels die verkocht werden.

Robey weigerde de zegels te retourneren en toen het postkantoor daarop dreigde dat ze dan de zegels wettelijk zouden terug vorderen werd Robey nerveus. Hij legde die nacht de zegels onder zijn matras en hij en zijn vrouw – Robey, zijn vrouw Caroline en hun dertien maanden oude dochter Louise woonden in een éénkamer-appartement – sliepen er bovenop.

De volgende dag besloot Robey om de zegels zo snel mogelijk te verkopen. Hij benaderde een postzegelhandelaar in Washington. Deze bekeek de zegels en bood 500 dollar voor het velletje. Een andere postzegelhandelaar bood 2500 dollar en weer een derde bood zelfs $10.000 voor de zegels. Robey besloot na enige aarzeling om ook dit bod ter zijde te leggen. Hij legde telefonisch contact met enkele postzegelhandelaars in Philadephia en New York en reisde in het weekend per trein naar New York.

Ondertussen nam hij contact op met de Washington Post – waarschijnlijk om zijn zegels te promoten – en vertelde dat hij een velletje met omgekeerde Jenny’s had gekocht en dat hij een bod van 10.000 dollar hierop had afgewezen en nu naar New York was afgereisd. “In the meantime young Mrs. Robey is hoping that her husband’s lucky find will bring the top price.”

00 postzegel wp

Uiteindelijk zou Robey in New York een bod krijgen van 15.000 dollar en verkocht hij de zegels op 21 mei aan een zekere Eugene Klein. Deze verkocht de zegels dezelfde dag voor 20.000 dollar door aan Edward – “colonel Ned”-  Green. Dit was een zeer excentriek figuur, die een enorme rijkdom had geërfd van zijn moeder Hetty. Ik citeer even een stukje over’ Colonel Ned’ uit ‘The Day They Shook The Plum Tree’, een boek van Arthur H. Lewis over de familie Green.

Hetty’s will put her entire estate into the hands of Colonel Ned,’ a six-foot four-inch, three-hundred-pound, wildly eccentric, one-legged son who blithely tossed away $3,000,000 a year on yachts, coins, stamps, diamond-studded chastity belts, female teenage ‘wards,’ pornography, orchid culture, and Texas politics.”

00 postzegel auto

Links de koper van het velletje, ‘Colonel Ned’ Edward H. R. Green in Dallas in 1899 in een auto die op gas werkte. (foto: Dallas Historical Society. www.dallashistory.org)

Dat Edward Green in zijn jeugd een been had verloren, had hij aan zijn moeder te danken. Hij brak als kind een keer bij het spelen zijn been. Zijn superrijke moeder, die ook wel bekend stond als “the Witch of Wall Street”, probeerde hem eerst in een gratis ziekenhuis voor armlastige mensen te laten opnemen. Ze werd echter herkend en Edward werd er geweigerd. Nadat zijn been in een ander ziekenhuis gezet was, besloot zijn moeder om hem niet daar te laten opnemen, maar – om geld uit te sparen – hem zelf thuis te verzorgen. Hij liep daarbij een infectie op en zijn been moest worden afgezet. Over deze Hetty, zij was ooit de rijkste vrouw van Amerika, schreef de eerder genoemde Arthur Lewis.

But it was whaling plus the shrewdness of Black Hawk Robinson that enabled his daughter Hetty, through forgery, perjury, penury, genius, ruthlessness, and physical stamina, to die in 1916 the richest and most detested woman in America and the mother of two children whose lives she had ruined. Since Hetty gave nothing to charity while she lived, nobody expected her to give anything to charity when she died. Nobody was disappointed..”

Colonel Ned besloot om het grootste gedeelte van de postzegels te verkopen. Aristoteles zei ooit eens: “Het geheel is meer dan de som van de delen”, maar in dit geval besloot Green dat het andersom toch beter was. De losse delen waren meer waard dan het geheel. Hij liet het velletje splitsen in een blok van acht zegels, een aantal blokken van vier zegels, een aantal combinaties van twee zegels en verder allemaal losse zegels – dat scheuren zal overigens een zenuwachtig werkje zijn geweest.

00 postzegel 4 struks

Een velletje van vier met onderin zichtbaar het nummer van het vel.

Voordat hij de zegels liet scheuren, zette hij eerst achter op de zegels met een potlood een nummer (1 t/m 100), waardoor elke zegel een uniek nummer kreeg. (Hierdoor konden in de loop van de tijd de zegels individueel gevolgd worden.) Vervolgens bood hij de zegels voor 250 dollar per stuk te koop aan met uitzondering van de negentien zegels die aan één kant niet getand waren. Daar vroeg hij 175 dollar voor. Er was grote vraag en al snel verhoogde hij zijn prijzen. Zo vroeg hij in juli al 650 dollar per zegel. Dat een deel van de zegels aan één zijde niet getand was, kwam overigens doordat een deel van de zegels zo gedrukt was.

00 postzegel 100 stuksFoto afkomstig van Siegel/InvertedJenny.com

Hier een velletje van 100 “goede” zegels. Te zien is dat de bovenste rij van tien en de rechter kolom van tien zegels aan één zijde geen tandingen hebben. De zegel rechtsboven heeft daardoor zelfs aan twee zijden geen tandingen.

Green liet ook één omgekeerde Jenny in een glazen medaillon voor zijn vrouw plaatsen. Het grootste deel van zijn zegels verkocht hij uiteindelijk, maar een deel hield hij voor zichzelf. Erg voorzichtig ging hij met deze postzegels niet om. Nadat hij in 1936 overleed – hij liet een vermogen van 44 miljoen dollar na  – werd bij hem thuis in een enveloppe 19 omgekeerde Jenny’s aangetroffen die aan elkaar zaten gekleefd. Ze moesten los geweekt worden, waarbij ze hun gom verloren.

In de loop van de tijd stegen de postzegels snel in waarde. Er werden steeds hogere prijzen betaald. In 2005 werd een velletje van vier zegels voor 2,5 miljoen dollar verkocht en in 2016 werd voor een losse omgekeerde Jenny, inclusief opslag, op een veiling 1,3 miljoen dollar betaald. Vandaag de dag zijn er nog 93 omgekeerde Jenny’s bekend. Een aantal verloren is gegaan. Ook zijn er er een aantal gestolen (veelal weer teruggevonden) en raakte een aantal exemplaren beschadigd. Zo viel één exemplaar onopgemerkt uit een postzegelalbum op de grond, waar het door de hulp in huis met de stofzuiger werd opgezogen. (Het werd daar na lang zoeken beschadigd aangetroffen.)

Overigens zijn ook van de gewone Jenny misdrukken bekend, waarbij het vliegtuig niet in het midden van de postzegel staat. Deze misdrukken komen echter veel vaker voor en zijn lang niet zo veel waard als de omgekeerde Jenny. Zie hier enkele voorbeelden van een “fast Jenny”, een “barely grounded Jenny” en “totally grounded Jenny”.

00 postzegel misdruk

Voor wat betreft de luchtpostdienst van de US Postal Service, binnen zes maanden werd het tarief naar 16 cent verlaagd en werden er nieuwe zegels gedrukt. Eentje met een waarde van 16 cent en eentje met een waarde van zes cent, waar een speciale toeslagzegel van tien cent naast moest worden geplakt. De afbeelding van deze twee zegels was hetzelfde als de Jenny, maar wellicht wijs geworden door de eerdere ervaringen met de zegel van 24 cent werden deze twee zegels in één kleur gedrukt.

00 postzegel 6 ct 00 postzegel 16 ct

In 1924 werd de luchtpostdienst in heel Amerika ingevoerd. Het land werd in drie zones ingedeeld. Een zone New York – Chicago, een zone Chicago –Cheyenne en een zone Cheyenne –  San Francisco. Binnen een zone kostte het versturen van een brief per luchtpost acht cent. Stuurde je een brief per luchtpost van New York naar San Francisco dan moest je dus 24 cent betalen. Er verschenen nieuwe luchtpostzegels met de waarden van 8, 16 en 24 cent.

In 2013 deed de US Postal Service iets opmerkelijk. Ter gelegenheid van een grote postzegeltentoonstelling in Washington brachten ze de Jenny opnieuw uit. Deze keer echter met een waarde van twee dollar en met het vliegtuig bewust op de kop.

00 postzegel nieuw

De zegels werden verkocht in een velletje van zes stuks die verpakt zaten in een ondoorzichtig enveloppe. Om de verkoop te stimuleren liet de post weten dat er tussen de zegels er honderd velletjes van zes zegels zaten waarbij het vliegtuig wel rechtop  was afgebeeld. Een soort omgekeerde omgekeerde Jenny. Omdat je pas als je de enveloppe open maakte, kon zien wat voor een velletje je had gekocht, had iedereen evenveel kans op een dergelijke “misdruk”.

00 postzegel 2013

Een goed velletje met het vliegtuig op zijn kop en een fout velletje met het vliegtuig rechtop.

Hoewel de US Postal Service van te voren toestemming had gekregen voor deze actie, kreeg zij later van de overheid toch kritiek op deze stunt. Er werd zo bewust schaarste gecreëerd werd gezegd. Het was min of meer een verkapte loterij. Een aantal vinders van het velletje meldden zich. In 2014 werd een velletje met de omgekeerde omgekeerde Jenny op een veiling voor 50.000 dollar verkocht.

Ten slotte, voor wat betreft William Robey: hij en Arthur Green zijn de enigen geweest die alle honderd zegels in hun bezit hebben gehad. Nadat hij de zegels had verkocht, heeft hij nooit meer een omgekeerde Jenny bezeten. Spijt had hij daar niet van. Van het geld kocht hij een huis en een auto. Vijf jaar later kreeg zijn dochter een ernstige ziekte. In zijn oude situatie had hij geen geld gehad om voor de medische zorg te betalen, maar nu kon hij een lening van de bank krijgen met zijn huis als onderpand. Zijn dochter herstelde en zoals ze later eens in een interview zei: “Ik heb mijn gezondheid te danken aan een velletje postzegels dat mijn vader ooit kocht.”

00 postzegel Robey

William Robey in 1940 tijdens de bruiloft van zijn dochter. Hij stierf in 1949 op 59-jarige leeftijd. Zijn hele leven lang verzamelde hij postzegels.

De omgekeerde Jenny (1)

Een paar maanden geleden verschenen er op internet een aantal leuke verhalen over de eerste officiële luchtpostvlucht van de US Postal. De aanleiding hiervoor was dat het 15 mei 2018 honderd jaar geleden was dat deze eerste officiële vlucht met luchtpost plaats vond (tussen 1911 en 1918 had de US Postal al geëxperimenteerd met verzenden per luchtpost). Ik dacht hier kan ik ook wel even een blogpost over schrijven, maar omdat ik druk bezig was met iets anders, liet ik het een paar dagen liggen en vergat het daarna. Dat zal de leeftijd zijn.

Dit weekend zag ik op de site van de Washington Post opeens weer een artikeltje over deze eerste vlucht. Oh ja, dat is waar ook dacht ik.  Daarom er toch maar even over schrijven. Nu kan ik daarmee wel wachten tot 15 mei 2068 – dan is het 150 jaar geleden dat deze vlucht plaats vond – maar tegen die tijd ben ik 112 jaar oud en is de kans groot dat ik het dan weer vergeet, dus daarom nu maar.

Er zitten twee leuke verhalen achter deze vlucht. Het eerste verhaal betreft de vlucht zelf. Het zou een dienst Washington – Philadelphia – New York worden. Zowel vanuit Washington als vanuit New York zou een vliegtuig opstijgen dat naar Philadelphia zou vliegen. Daar zouden ze elkaar ontmoeten, de post zou er uitgewisseld worden en de vliegtuigen zouden daarna weer terug vliegen naar de plaats van vertrek.

00 postzegel 0Brief die met de eerste vlucht Washington – New York mee ging. In de stempel staat ‘AIR MAIL SERVICE – WASH. N.Y. PHILA.” “MAY 15, 1918 – FIRST TRIP” “PHILA’

In Washington was er die dag een officiële bijeenkomst georganiseerd om de start van de nieuwe dienst te vieren. Op het vliegveld waren tal van hoogwaardigheidsbekleders aanwezig om het vertrek van het vliegtuig bij te wonen, waaronder de Amerikaanse president Thomas Woodrow Wilson.

Als piloot voor de vlucht was een zekere luitenant George Leroy Boyle aangewezen. Hij was een nieuweling die net van een militaire vliegschool af kwam. Hij had minder dan zestig uur vliegervaring. De reden dat hij toch voor deze belangrijke vlucht was aangewezen, was dat hij verloofd was met de dochter van Charles McChord, de Interstate Commerce Commissioner, iemand die een grote vinger in de pap had ten aanzien van het aanwijzen van de piloten voor de vluchten.

00 vliegtuigHet vliegtuig van Boyle, een ‘Curtiss JN-4HM, ook wel een ‘Jenny’ genoemd, wordt voor de vlucht klaar gemaakt. Foto: (National Postal Museum, Smithsonian Institution).

00 vliegtuig 3

Boyle, in het midden op de foto krijgt vlak voor de vlucht nog enkele instructies over de route van een collega piloot. Volgens de verhalen besteedde Boyle echter meer tijd aan zijn verloofde (dat is de vrouw rechts op foto) dan aan zijn instructies.

Onder luide toejuichingen nam Boyle vervolgens plaats in zijn toestel en startte de motor. Er gebeurde helemaal niets. Men was vergeten om het vliegtuig van brandstof te voorzien. Nu was er op dat moment op het vliegveld nergens meer brandstof voor handen, waardoor men deze uit enkele andere vliegtuigen op het vliegveld moest halen. Nadat het toestel van Boyle alsnog van brandstof was voorzien, kon hij met een vertraging van een uur om 11.45 uur alsnog opstijgen.

00 vliegtuig 4Boyle stijgt samen met een postzak met 62 kg op. (foto National Postal Museum, Smithsonian Institution )

Of het nu kwam doordat Boyle bij de instructies meer aandacht aan zijn verloofde dan aan de instructies had gegeven of vanwege een andere reden is niet bekend, maar wat tot verbijstering van de officials gebeurde, was dat Boyle na de start de verkeerde kant opvloog. Naar het zuiden in plaats van het noorden.

Boyle had al snel door dat hij verkeerd zat, zette zijn vliegtuig aan de grond om zich te oriënteren, steeg weer op, verdwaalde wederom en landde even verderop nog een keer. Bij deze landing, op 32 km afstand van Washington, brak de propeller van het vliegtuig en moest Boyle de vlucht staken. Toevalligerwijs was hij geland naast het huis van de plaatselijk postkantoorhouder. Deze bracht hem met postzak en al per auto weer terug in Washington. (De vlucht van het andere toestel vanuit New York naar Philadelphia verliep overigens wel probleemloos.)

Dankzij zijn hoge connecties zou Boyle twee dagen later nog een tweede kans krijgen van de US Postal Service. Deze keer vloog voor de zekerheid een ander vliegtuigje tijdens het begin van zijn vlucht met hem mee om hem de weg te wijzen naar de Chesapeake Bay. Boyle had de instructie gekregen om aangekomen bij de oever van deze baai deze in noordelijke richting te volgen totdat hij bij het meest noordelijk punt kwam. Vanaf daar moest hij in noordoostelijk richting verder over land naar Philadelphia vliegen.

Het ging wederom mis. Aangekomen bij Elkton sloeg Boyle niet af, maar bleef de oever van de baai (in zuidelijke richting) volgen om uiteindelijk helemaal in het meest zuidelijke puntje van de baai bij Cape Charles te belanden. Daar kwam hij zonder brandstof te zitten. Hij zette zijn vliegtuig aan de grond en had geluk dat hij naast een boerderij landde. Van de boer kon hij brandstof lenen. Deze wees hem de weg en deze keer vloog Boyle wel de goede richting op.

00 vlucht 0

Echter, zo’n 15 mijl voor zijn eigenlijk bestemming in Philadelphia raakte zijn brandstof op en zette hij in de schemering zijn vliegtuig op het vliegveld van de Philadelphia Country Club neer. Bij de landing ging het helaas mis. Het vliegtuig raakte een obstakel op de landingsbaan. Boyle werd uit het vliegtuig geslingerd. Gelukkig voor hem raakte hij hierbij slechts licht gewond. Het vliegtuig had wel veel schade. Zo brak er één van de vleugels af. Uiteindelijk zou Boyle samen met zijn postzak per trein in Philadelphia arriveren.

Ondanks aandringen van zijn toekomstige schoonvader weigerde de US Postal Service om daarna nog gebruik te maken van de diensten van Boyle.

Een maand na deze vlucht zouden Boyle en zijn verloofde trouwen. “One of the most notable of the June weddings in the capital,” Een jaar later kregen ze een kind. Drie jaar later gingen ze uit elkaar. Boyle werkte op dat moment al niet meer als piloot maar als advocaat. Hoe het verder met hem in het leven is gegaan, is niet bekend.

Tot zover het verhaal over George Boyle en de eerste vlucht. In een volgende blogpost het verhaal over de postzegels die ter gelegenheid van de eerst vlucht werden uitgegeven. Dan zal ook duidelijk worden dat de naam van deze blogpost ‘de omgekeerde Jenny’ niet op het gecrashte vliegtuig van Boyle slaat maar op iets anders .

Een beloning van 10 miljoen dollar

Weet u wie de persoon is die op deze foto genomen op 17 maart 1990 staat?

boston dief 5300

Indien u het weet, meldt u zich dan bij de FBI. Wellicht levert het u een beloning op van 10 miljoen dollar.

Wie hierover meer wil weten, kan hier op mijn site terecht. Daar leg ik uit wie deze persoon is en waarom u er een beloning van 10 miljoen dollar mee kan verdienen. Het is wel een tamelijk lang verhaal van ongeveer 9.000  woorden. De leestijd daarvan bedraagt zo’n 40 minuten, dus u moet er wel even de tijd voor hebben.

 

 

 

 

Vreemde steden

Ik keek van de week op een kaart en zag toen op de plaats waar ik Kopenhagen verwachtte een stad met de naam København.

0 kopenhaven

Huh? Wat was dat nou weer? Het bleek dat de Denen  hun hoofdstad heel anders noemen dan dat wij doen.  Heel hinderlijk. Ze zijn niet de enigen in Europa die dat doen. De Italianen noemen Rome Roma, de Engelsen Londen London en de Fransen Parijs Paris. Zoiets brengt me altijd van de wis, herstel van de wijs.

Maar ach, was het niet Mark Twain die ooit eens na een bezoek aan Frankrijk zei: “Aardige mensen, jammer alleen dat ze hun eigen taal zo slecht spreken.

 

De vrouw in het rood

In de Volkskrant van gisteren stond een artikel over de campagne die het Hunebedcentrum is begonnen tegen het beklimmen van de hunebedden. Het stuk begint als volgt:

“Het houten bord dat het beklimmen van het grootste hunebed van Nederland per direct verbiedt is nog maar net onthuld, of meteen gaat het al mis. Alsof haar leven ervan afhangt, begint een vrouw in het rood ouders erop aan te spreken dat ze hun kinderen van de prehistorische grafkamer af moeten halen. En wel nu.

 Die boodschap valt niet in goede aarde. ‘Hoe moet ik weten dat het verboden is?’, vraagt de moeder van een jongetje dat D27, het absolute kroonjuweel onder de hunebedden en met zijn 23 meter tevens topstuk van de Canonmusea van Nederland, tot klimrek heeft uitgeroepen. ‘Toen wij hier aankwamen, was dat bord helemaal nog niet onthuld.’

 ‘Ik ben al vier dagen mensen aan het waarschuwen dat dit verboden is’, werpt de vrouw in het rood tegen. En de vaders en moeders kunnen toch zeker zelf ook wel bedenken dat dit 5.300 tot 5.400 jaar oude stuk culturele erfgoed niet als speeltoestel is bedoeld? De vrouw laat het woord ‘dom’ vallen. Dat had ze beter niet kunnen doen. De sfeer is hard op weg grimmig te worden.

 ‘Dus u vindt mij dom?’, vraagt de moeder. De familie breidt zich uit, een schoonmoeder verschijnt ten tonele: ‘Als het verboden is, hang er dan een ketting omheen.’ Ook de vader van het jongetje vindt het verbod nergens op slaan: ‘Wat een onzin, er leeft geen Hun meer.’ En ook al zijn de hunebedden in werkelijkheid niet het resultaat van een staaltje noeste arbeid van de Hunnen maar van het trechterbekervolk, adviseert hij zijn zoon toch maar om de stenen te laten voor wat het is. ‘Want sinds 10 minuten mag je niet meer op het hunebed.’

 De vrouw in het rood druipt af. Escalatie van de hunebedruzie lijkt net op tijd voorkomen.”

De krant heeft er twee foto’s bijgeplaatst, een foto van het hunebed en, qua privacy opmerkelijk, ook een foto van de vrouw in het rood.

0hunnebed 2JPG

Ik moet zeggen, die vrouw in het rood heeft iets bekends. Waar ken ik haar toch van?

Warm en koud

Tegenwoordig heb je in Nederland regelmatig grote temperatuursverschillen. Dan is het bijvoorbeeld in Limburg vijf graden warmer dan op de Waddeneilanden.

Soms heb je zelfs ook plaatselijk grote verschillen. Gisteren zagen we daar een opmerkelijk voorbeeld van. We liepen door ons winkelcentrum. Bij Blokker hing dit plakkaat op het raam.

0warn

Maar even verderop bij een andere winkel was het blijkbaar  een stuk minder warm. Daar hing dit papier:

0koud

Nu zat er wel drie minuten wandeltijd tussen deze twee winkels. Dus het kan zijn dat er in die tijd een spectaculaire weeromslag heeft plaats gevonden . Zoiets komt voor. In 2005 heb ik in mijn allereerste column van het Nutteloze Kennisparadijs voor de Volkskrant een dergelijk fenomeen beschreven. Het betrof hier een weeromslag in Spearfish, een Amerikaans dorp, dat ligt in de Black Hills in South Dakota. Het stadje telt zo’n 8.600 inwoners. Ik citeer nu even een stukje uit deze column.

“[…] De gemiddelde temperatuur in januari in Spearfish bedraagt vier graden onder nul, maar er is sprake van een grote variatie. Stel, je bent weerman in Spearfish en je moet op 22 januari 1943 om 07.30 uur het weer presenteren. Je kijkt nog snel even op de thermometer en je ziet dat het buiten twintig graden vriest. Je houdt gedurende een minuut of twee je praatje, geeft je voorspelling en daarna kijk je weer op de thermometer. Je ziet dat deze nu zeven graden boven nul aangeeft. Daar sta je dan als weerman.

Deze stijging van de temperatuur van 27 graden in twee minuten tijd geldt als wereldrecord. De stijging werd veroorzaakt door een plotselinge föhnwind uit de Black Hills, die warme lucht aanvoerde. Deze wind, ook wel de snow-eater genoemd, zorgde er voor dat de temperatuur vervolgens langzaam door steeg naar 15 graden Celsius. Maar toen de wind ging liggen, zakte de temperatuur weer even hard terug naar 15 graden onder het vriespunt.

Een weerman in Spearfish heeft het niet gemakkelijk.”

De winkeliers in ons winkelcentrum ook niet.

Ondertussen in Zoetermeer

Bericht van de twitter-pagina van de politie van Zoetermeer

zoetermeer

De man is natuurlijk niet zonder reden gearresteerd. Misschien heeft hij spijt en wilde hij schoon schip maken.  Sorry, te flauw.

Mocht het komen tot een taakstraf dan heeft hij deze alvast uitgevoerd.

 

My WordPress Blog