17 Overzichten deel 3: de periode 1000 – 1500

De periode 1000 tot 1500 begint met zo’n 300 miljoen mensen op aarde. De meeste mensen daarvan leven (net zoals in het verleden en in het heden) in Azië. Noord- Midden- en Zuid-Amerika en Australië tellen nog weinig inwoners.

21 1000 - 15000 wereldbevolking 1000De wereldbevolking verspreid over de wereld in het jaar 1000. Bron: ‘World Population History – From 1 to 2050 AD’ van ‘Into the Science op YouTube:)’ Elke stip staat voor 1 miljoen inwoners.

 Vijfhonderd jaar later is de wereldbevolking met zo’n 200 miljoen stuks gegroeid tot naar schatting 500 miljoen mensen. Dat komt overeen met een gemiddeld groeipercentage van de wereldbevolking in deze periode van 0,1% per jaar, een halvering ten opzichte van de periode daarvoor toen de wereldbevolking met 0,2% per jaar groeide. (Vandaag de dag bedraagt dit groeipercentage 1,1% per jaar – die hogere huidige groei van het aantal mensen op Aarde komt vooral doordat de mens steeds ouder wordt.)

Er zijn een aantal oorzaken voor de afname van het groeipercentage. Zo was daar in de veertiende eeuw de Zwarte Dood – de builenpest, een bacteriële ziekte (veroorzaakt door de bacterie Yersinia pestis) die werd overgebracht door vlooien die op ratten leefden.  Een vlo die een besmette “gastheer” bijt (veelal een rat maar het kan ook een mens zijn), diens besmette bloed opzuigt en daarna een mens bijt, brengt de bacterie en daarmee de ziekte over. Ik citeer even een stukje uit de Wikipedia:

De werking van de bacterie is als volgt: de bacterie verstopt de maagingang van de rattenvlo waardoor deze grote honger krijgt. De vlo bijt hierdoor sneller en bij een beet komt de bacterie in het lichaam van het gebeten organisme. Het betreft meestal ratten, maar indien deze niet genoeg voorhanden zijn – de pest is ook dodelijk voor ratten – worden ook mensen gebeten door de hongerige vlo.”

Voor de liefhebbers: zie hieronder een vlo die geïnfecteerd is met de Y. pestis- bacterie, die als een donkere massa in de darm zichtbaar is. De bacterie blokkeert de voordarm van de vlo.  Als de hongerige vlo  een niet-geïnfecteerde gastheer (een rat of een mens) bijt, wordt de bacterie uitgebraakt in de wond, wat een infectie veroorzaakt.

22 1000 - 1500 vlo

Foto: National Institute of Allergies and Infectious Diseases of the USA

Op de bijtplaats treedt een infectie op , die wordt gekenmerkt door de vorming van een puist en die leidt tot de zogenaamde builenpest. De septische (bloedvergiftiging) vorm ontwikkelt niet altijd een pestbult. Soms sterft een patiënt snel zonder bijzondere uiterlijke symptomen, maar met een hoge concentratie bacteriën in het bloed. Wanneer de pestbacteriën de longen aanvallen, staat deze vorm bekend als “secundaire longpest”, de gevaarlijkste vorm met het snelste verloop.

Wereldwijd wordt het aantal doden van deze pandemie op zo’n 75 tot 100 miljoen mensen geschat. De ziekte duikt voor het eerst op in Centraal-Azië, verspreidt zich vervolgens over heel Azië en bereikt in 1346 De Krim. In oktober 1347 neemt een handelsschip uit Genua de ratten met hun pestvlooien mee naar Sicilië. Vanaf dat eiland (en vanuit Griekenland) verspreidt de ziekte zich daarna, veelal over handelsroutes, over land en zee naar de rest van Europa, waar de epidemie in de periode 1347 tot 1353 vreselijk huis houdt.

21 1000 - 15000 de pest verspeidingDe verspreiding van de pandemie over Europa tussen 1346 en 1353; De kleuren geven aan in welk jaar de pest opduikt in het betreffende gebied. De pijlen geven de routes aan hoe de ziekte zich verspreidt over Europa, Bron: Flappiefh; Wikipedia.

Er worden talloze pogingen ondernomen om de opmars van de ziekte te stoppen. De autoriteiten in Venetië laten bijvoorbeeld alle schepen dertig dagen lang voor de kust liggen voordat ze in de haven in mogen; reizigers over land moeten zelfs veertig dagen wachten voordat ze de stad binnen mogen – het woord quarantaine, het Venetiaanse woord voor veertig, vindt hier zijn oorsprong in – maar het helpt niet. In 1347 bereikt de ziekte ook Venetië.

In Europa sterven tussen 1346 en 1355 naar schatting tussen de 30 en 50 miljoen mensen (dat is zo’n 40% van de bevolking) aan de ziekte. In Nederland overlijdt ongeveer een derde van de mensen. Dat laatste blijkt volgens historica Maria Kelly uit de enorme inkomstendalingen van de Hollandse graven in de jaren 1349 en later, zoals deze te zien zijn in de rekeningboeken van Hollandse graven. Deze dalingen kunnen alleen logisch verklaard worden door een bevolkingsdaling als gevolg van de pest, aldus de historica; (bron Historiek.net).

Men heeft in die jaren geen idee wat de ziekte veroorzaakt. Zo denken veel medici dat de besmetting door zieke lucht wordt verspreid en uit voorzorg dragen ze maskers met in hun ‘snavels’ een kruidenmix, waarvan ze hopen dat die de besmettelijke lucht tegen zal houden. Het werkt niet. Veel dokters worden ook gebeten door de vlooien, lopen de ziekte op en sterven.

21 1000 - 15000 snaveldokter

Een afbeelding van een ‘snaveldokter’ uit Rome; 1656

Veel mensen geloven in die periode dat de plaag Gods wil is en beschouwen het als een straf voor hun zonden. Andere mensen denken dat het te maken heeft met een bepaalde stand van de planeten aan de hemel. De Zwarte Dood zorgt voor een complete instorting van de samenleving, welke nog verder wordt ontregeld doordat er allerlei samenzweringstheorieën opduiken, waarin veelal de Joodse bevolking de schuld van de plaag krijgt.

Een tragisch voorbeeld hiervan is het lot van Balavignus, een Joodse arts in Straatsburg. Ook in deze plaats breekt de pestepidemie uit. Balavignus laat daarop, overeenkomstig de Joodse reinheidswetten uit het Bijbelboek Leviticus, al het afval in de Joodse wijk van Straatsburg verbranden en geeft opdracht om de wijk zo schoon mogelijk te houden. Het gevolg is dat de ratten die nauwelijks meer voedsel in de Joodse wijk kunnen vinden zich met hun besmettelijke vlooien naar andere wijken verplaatsen, waar wel volop afval en voedsel te vinden is. Het percentage mensen dat aan de pest in de Joodse wijk bezwijkt, blijft daardoor beperkt tot zo’n  5%, veel lager dan in de omringende wijken.

Maar in plaats dat de mensen uit die wijken het voorbeeld van de Joodse wijk volgen en hun wijken ook gaan schoonmaken, beschuldigen ze de inwoners van de Joodse wijk – en in het bijzonder Balavignus – er van dat ze de waterputten van de Christenen vergiftigd hebben. Balavignus wordt gearresteerd. Na zware martelingen ‘bekent’ hij, waarop een ware pogrom in de stad plaats vindt. Honderden Joden verliezen daarbij het leven. Ook elders in Europa vinden dergelijke pogroms plaats die aan duizenden Joodse mensen het leven kosten.

22 1000 - 1500 verbrandingVerbranding van Joden tijdens de Zwarte Dood (miniatuur van Pierart dou Tielt uit 1353)

Paus Clemens VI probeert de Joodse bevolking nog te beschermen door tot twee maal toe een pauselijke bul uit te brengen (op 6 juli 1348 en op 26 september 1348), waarin hij stelt dat diegenen die de schuld geven aan de joden “verleid zijn door de duivel” en dat de Joodse bevolking onschuldig is. Ook wijst hij er op dat de ziekte voor komt in streken waar helemaal geen Joden wonen en dat ze zelf ook het slachtoffer worden van de pest. De Paus laat in Avignon, de plaats waar hij  woont – veel kardinalen in die tijd zijn van Franse afkomst; Clemens VI benoemde liefst acht neven tot kardinaal (waaronder de later paus Gregorius XI) –  de Joodse bevolking door zijn eigen troepen beschermen, maar elders gaan op veel plaatsen de pogroms wel gewoon door.

Zelf denken de Paus en zijn lijfarts dat warme lucht de ziekte kan voorkomen. Ze slapen en verblijven daarom veelal in de openlucht op de binnenplaats van het pauselijk paleis, waar ze grote kampvuren laten stoken. Het helpt. Ze worden niet ziek, maar dat komt niet door de warme lucht – de roetdeeltjes van het verbrande hout in de lucht waren zelfs bepaald ongezond – maar doordat de ratten en vlooien niet van de hitte van het vuur houden en daarom de binnenplaats mijden. De Paus sterft uiteindelijk in 1652 aan de gevolgen van een niersteenaanval.

De Zwarte Dood was niet de eerste grote ramp die de bevolking in Europa in de veertiende eeuw trof. Ook de Grote Hongersnood van 1315-1317 – veroorzaakt door langdurige periodes van regen die twee jaar achter elkaar de oogsten deed mislukken – kostte heel veel mensen in Europa het leven.

Daarnaast breekt er in 1337 een oorlog tussen de Engelsen en Fransen uit – de Engelsen bezetten in die tijd grote delen van Frankrijk – die met de nodige tussenpauzes en verdragen 116 jaar zou duren – de oorlog staat bekend als de Honderdjarige Oorlog, dat is dus naar beneden afgerond. De achtergrond van deze oorlog was dat in 1337 de Engelse koning Eduard III vond dat hij meer recht had op de vacante Franse troon dan Filips VI die door de Fransen naar voren werd geschoven.

21 1000 - 15000 kaart europa 1430De kaart van Europa in 1430. (kaart: Lynn H. Nelson). De paarse gebieden in Frankrijk zijn bezet door de Engelsen, dan wel staan onder hun invloedsfeer. Het roze gebied, inclusief Parijs is het Franse Rijk. Dit is de situatie nadat in 1429 de Fransen mede hulp van Jeanne d’Arc – een jaar later zou ze op de brandstapel belanden – enkele veldslagen hebben gewonnen. De twee gele gebieden aan de rechterkant zijn restanten van een deel van het Mongoolse rijk (van het het Gouden Horde-gedeelte.)

Uiteindelijk wordt de oorlog gewonnen door de Fransen. Bij het definitieve vredeverdrag in 1453 is Calais het enige stukje Frankrijk dat de Engelsen mogen behouden. (In 1558 zullen de Engelsen ook deze stad kwijt raakten.)

Al met al is de veertiende eeuw geen goede eeuw voor Europa. Pas vanaf de tweede helft van de vijftiende eeuw herstelt Europa zich enigszins en kunnen ook wetenschap en kunst tot bloei komen. (Iemand die beide takken in die periode vertegenwoordigt is Leonardo da Vinci. Hij is dan ook opgenomen in het overzicht van de mensen achter de computer uit deze periode. Niet vanwege zijn kunst, maar vanwege zijn technische ideeën, in het bijzonder die van tandradaren. Deze radartechnieken zullen later ook in de eerste rekenmachines worden gebruikt.)

Voor het andere dichtbevolkte continent (Azië) is de periode 1000-1500 ook al geen gunstig tijdvak. Niet alleen heerst daar in de veertiende eeuw ook de pestepidemie, maar vanaf 1200 is er in Azië ook nog eens veel oorlogsgeweld, vooral veroorzaakt door de Mongolen, aanvankelijk onder leiding van Temüjin Borjigin  – beter bekend onder zijn titel Dzhengis Khan (dat betekent zoiets als ‘Leider van de Wereld’; andere bronnen ‘vertalen’ zijn titel als ‘Heerser van de Ruiters’ of ‘Heerser van de Zeeën’; zijn naam wordt ook wel gespeld als Jenghis Khan, Genghis Khan en Chingis Khan). Na zijn dood in 1227 nemen zijn opvolgers, zijnde zijn vier erkende zonen en later zijn kleinkinderen, het stokje over. Nog een eeuw lang zullen de Mongolen vechtend over het continent rondtrekken.

22 1000 - 1500 mongools geld

Er bestaan veel afbeeldingen van Dzhengis Khan – hierboven staat hij bijvoorbeeld afgebeeld op een Mongools bankbiljet – maar voor al deze portretten geldt dat ze zijn ontsproten aan de fantasie van de kunstenaar. Hoe hij er daadwerkelijk uitzag weten we niet. Het oudst bekende portret van hem is ruim honderd jaar na zijn dood gemaakt.

De opmars van de Mongolen begint in 1206. In dat jaar verenigt Dzhengis Khan diverse Mongoolse stammen en begint aan een opmars door Azië. De legers worden ingedeeld in groepen van 10, 100, 1000 of 10.000 soldaten – het heeft iets wiskundigs. De opmars zal uiteindelijk uitmonden in één van de grootste wereldrijken qua oppervlakte dat ooit in de geschiedenis heeft bestaan. (Waarschijnlijk was alleen het Britse rijk omstreeks 1921 net iets groter)

22 1000 - 15000 mongoolse rijk startHet Mongoolse rijk in 1206.

In 1211 valt Dzhengis Khan China binnen. In 1215 slagen zijn Mongoolse strijders erin om de Chinese hoofdstad Beijing in te nemen. In 1217 wordt ook Korea veroverd. Daarna trekken de Mongoolse ruitertroepen westwaarts, waarbij ze de een na de andere stad veroveren.

22 1000 - 15000 mongoolse ruitersMongoolse strijders te paard. Illustratie uit het boekwerk van Rashid-al-Din Hamadani (1247–1318),

Bieden de bewoners tegenstand, dan vermoorden de Mongolen na de verovering alle inwoners. Geven de steden zich echter zonder gevecht over dan laat Dzhengis Khan de bewoners in leven en neemt ze op in zijn rijk. Veel steden geven zich daarom zonder te vechten over. In 1223 bereiken de troepen van Dzhengis Khan Europa en trekken het huidige Oekraïne binnen.

22 1000 - 15000 mongoolse veldtochtenDe Mongoolse veldtochten in de periode 1207-1225; kaartje  Bkkbrad; Wikipedia

In 1227 overlijdt Dzhengis Khan. De omstandigheden waaronder zijn niet helder. Sommige bronnen laten hem op het slagveld sneuvelen, andere in bed, al of niet in gezelschap van een vrouw die hem vermoord zou hebben.

Na zijn dood wordt het rijk verdeeld onder zijn vier zonen. Aanvankelijk trekken ze gezamenlijk op en breidt het Mongoolse rijk zich nog verder uit. In 1258 veroveren de Mongolen Bagdad, branden de stad tot de grond toe af en vermoorden alle inwoners van de stad. Volgens de verhalen kleurde de rivier rood van het bloed van de slachtoffers. Ook het Huis der Wijsheid wordt met de grond gelijk gemaakt. Alle wetenschappelijke boeken worden door de Mongolen verbrand. Daarmee komt een einde aan het kalifaat van de Abbasiden en de periode waarin de Arabische wetenschap bloeide.

21 1000 - 15000 mongoolse rijk op hoogetpuntHet Mongoolse rijk in 1279.

Op het hoogtepunt omvatte het Mongoolse rijk niet alleen een groot deel van Centraal-Azië maar ook Oost-Europees grondgebied tot aan Hongarije en het huidige Polen toe. Ook slaagden ze er in om grote delen van Rusland, waaronder Moskou, in te nemen. Op een gegeven moment staan ze zelfs voor de poorten van Wenen, maar trekken ze zich daar terug als hun toenmalige leider Ögedei sterft en er in Mongolië overlegd moet worden over een nieuwe leider.

Het is niet zo dat de Mongolen vijandig stonden tegenover alle buitenlanders. Zo reist de Venetiaan Marco Polo, samen met zijn vader en oom, met goedkeuring van Koeblai Khan , de toenmalige heerser van het Mongoolse rijk, tussen 1271 en 1295 door Azië heen en weer. Koeblai Khan benoemt hem zelfs als zijn buitenlandse afgezant en stuurt hem op vele diplomatieke missies door zijn rijk, onder andere naar het huidige Indonesië, India , Birma, Sri Lanka en Vietnam. In 1295 keertMarco Polo terug naar Venetië. Zijn boek over zijn tijd in Azië zal beroemd worden.

22 1000 - 15000 reisroute Marco PoloDe reisroute van Marco Polo; afbeelding  Maximilian Dörrbecker

Na verluidt verliezen tijdens de vele Mongoolse  expansieoorlogen miljoenen mensen in Azië het leven. Sommige bronnen spreken zelfs over veertig miljoen mensen. Dat zou zo’n 10% van de toenmalige wereldbevolking inhouden. Vanaf de tweede helft van de dertiende eeuw begint het Mongoolse rijk langzaam maar zeker uit elkaar te vallen.

Niet elk veldslag levert nog succes op. Zo proberen de Mongolen in 1274 en in 1281 tevergeefs (met hulp van een invasievloot die groter was dan die van de geallieerden van D-day (en die over een tien keer zo grote afstand moest komen) om Japan te veroveren. Beide keren mislukt de invasie. In 1281 komt dat mede doordat een orkaan, die de Japanners de naam Kamikaze geven, een groot deel van de Mongoolse vloot laat zinken. Ook mislukt in die periode tot drie keer toe een invasie in Vietnam. Na de dood van Koeblai Khan, een kleinzoon van Dzhengis Khan, in 1294 valt het Mongoolse rijk definitief in meerdere delen uiteen.

22 1000 - 15000 mongoolse uiteenvallen1294, het Mogoolse rijk is in meerdere delen uiteen gevallen.

In 1368 slagen de Chinezen van de Ming-dynastie er in om de Mongolen uit China te verjagen en vestigen ze in China hun keizerrijk. Omdat ze daarna last blijven houden van binnenvallende Mongoolse troepen, bouwen ze een 4000 km lang verlengstuk aan de Chinese Muur tot in de oceaan aan toe.

22 1000 - 15000 Chineze muurHet einde van de Chinese Muur bij Shanhaiguan, China. Foto fuzheado

Al met al is de periode 1000-1500 in Azië vooral een periode van veel oorlogsgeweld. Veel grote uitvinden zijn er in Azië niet gedaan in deze tijdsperiode. Het betreft veelal oorlogsspul zoals primitieve “raketten” (12e eeuw), ‘landmijnen (1277) en kanonnen, waarbij voor de eerste exemplaren vaak gold dat ze ongeveer even gevaarlijk waren voor degenen die ze afschoten als voor degenen waarop werd gemikt.

Ook in Europa houdt het aantal belangrijke uitvindingen niet over. De meest praktische zijn het echappement – dat is een onderdeel van een mechanisch uurwerk, onder ander gebruikt in slingeruurwerken; de zilverstift – dat is een voorloper van het grafietpotlood; knopen (plus heel handig ook knoopsgaten!) en de bril (al zijn er eerdere voorbeelden bekend van mensen die gebogen glas gebruiken om beter te zien).

22 1000 - 15000 bril

Hugues de Saint-Cher op een fresco uit 1352: de oudst bekende afbeelding van iemand met een bril.

Er is echter één uitvinding die hier beslist vermeld moet worden, namelijk die van de boekdrukkunst door Johannes Gutenberg in Mainz omstreeks 1445. De ‘uitvinding’ van de boekdrukkunst zorgt er namelijk mede voor dat wetenschappelijke werken zich veel gemakkelijker over de wereld kunnen verspreiden.

Strikt formeel bekeken vond Gutenberg het boekdrukken niet uit. Een systeem van het zogeheten blokdrukken bestond namelijk al heel lang, maar bij een blokdruk moet eerst een blok besneden worden, waarna de afbeelding of tekst van het blokdruk een paar honderd keer afgedrukt kan worden voordat het wegslijt. Een ander groot nadeel van de blokdruk is dat je voor elke pagina een nieuw blok moet uitsnijden, een zeer tijdrovend proces. Gutenberg bedacht dat een systeem van losse letters die in een soort raamwerk worden geplaatst veel meer mogelijkheden biedt. Je kan desgewenst na elke druk de tekst van een pagina aanpassen en de letters hergebruiken. Je moet alleen voor voldoende letters zorgen .

Gutenberg geldt als de bedenker van de boekdruk met losse metalen letters (mobiele letterdruk) en de drukpers. Laurens Janszoon Coster (ca.1370-1439) uit Haarlem wordt, vooral door Nederlanders, ook wel eens genoemd, maar dat is een mythe.  Meer aanspraak op de titel ‘uitvinder van de boekdrukkunst’  kan de Chinees Bì Shēng (990-1051) maken. Bì Shēng was degene die als eerste een systeem van drukken met losse letters bedacht. Hij bakte letters uit porselein en plaatste die in een ijzeren kader met hars vast en kon daarna de tekst drukken.  Herbruikbaar waren zijn letters echter niet. Samen met de uitvinding van het kompas, het papier en het buskruit wordt de uitvinding van het drukken door Bì Shēng in de Chinese cultuur bestempeld als één van de vier grote Chinese uitvindingen.

22 1000 - 1500 Being 2008Foto gemaakt door Tim Hipps tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Beijing in 2008. De blokken symboliseren de uitvinding van het drukken met hulp van het blokdrukken.

Gutenberg ontwerpt stempels met daarop in staal gesneden letters (in spiegelbeeld), een gietvorm om de letters in te kunnen gieten, een goede maar goedkope legering van tin, lood en antimoon om de letters (die hergebruikt kunnen worden) in grote aantallen te kunnen produceren, een zetplankje en een drukpers.

22 1000 - 1500 lettersVerwisselbare letters en een zetplankje. Afbeelding Willi Heidelbach. (Op het zetplankje staat: ‘The quick brown fox jumps over the lazy dog and feels as if he were in the seventh heaven of typography together with Hermann Zapf,’  De zin ‘The quick brown fox jumps over the lazy dog’ is de kortste Engelse zin waarin alle letters van het alfabet voorkomen. Herman Zapf is een beroemde Duitse typograaf.)

Gutenberg brengt als eerste alle drukcomponenten samen in een efficiënt productieproces, waardoor er voor het eerst op een gemakkelijke manier in veelvoud boeken kunnen worden vervaardigd.

22 1000 - 15000 drukpersEen demonstratie in 1947 met een reconstructie van een soortgelijke drukpers als die Gutenberg vermoedelijk had.

Het eerste boek dat Gutenberg drukt, is een Latijnse bijbel. Deze bijbel staat nu bekend als de Gutenberg-bijbel. Hij drukt er tussen 1452 en 1455 180 exemplaren van. De Bijbel telt liefst 1282 pagina’s en werd meestal in twee delen ingebonden. Er bestaan nog 49 originele exemplaren, waarvan de meeste zich in Duitsland en in Amerika bevinden.

22 1000 - 15000 Gutenvberg bijbelHet exemplaar van de Yale University – New Haven – Connecticut – USA; foto Adam Jones Kelowna, BC, Canada

Tot slot, kijken we nog even naar de andere werelddelen, dan valt daar weinig over te melden. Amerika wordt tijdens deze periode twee keer “ontdekt”, zowel aan het begin als aan het einde van deze periode. De eerste keer is in 1003 als de IJslandse ontdekkings-reiziger Leif Eriksson voet aan wal zet in een gebied dat hij Vinland noemt, vermoedelijk het huidige  L’Anse aux Meadows, gelegen in het uiterste noorden van het Canadese eiland Newfoundland.

De andere ‘ontdekking’ van Amerika is die van Columbus welke plaats vindt in 1492. Hoewel, eigenlijk ontdekte hij niet Amerika, maar een aantal eilanden, waaronder Cuba – al heette dat uiteraard toen nog niet zo – in het Caribisch gebied. Bovendien wist hij helemaal niet dat hij “een nieuw werelddeel” had ontdekt. Hij dacht dat hij in Indië was verzeild geraakt. Hij betitelde de plaatselijke bevolking daarom ook als indianen. Het was de Venetiaanse ontdekkingsreiziger Giovanni Caboto, beter bekend onder zijn Engelse naam John Cabot, die in 1498 het vasteland van Amerika zou “ontdekken”.

Voor wat betreft de ontwikkeling van de computer, speelden de inwoners van Noord- en Zuid-Amerika in deze periode geen rol. Noch op het gebied van de ontwikkeling van de wiskunde, noch op het gebied van de techniek. Wel is het zo dat vooral de inwoners van Zuid-Amerika, in het bijzonder de Inca’s, een behoorlijke ontwikkeling doormaakten op het gebied van landbouw en architectuur. Denk maar eens aan Machu Picchu, de Inca-stad waarvan de bouw rond 1440 begon.

22 1000 - 15000 machu piccuMachu Picchu; foto Pedro Szekely

Kijken we naar de mensen uit de periode 1000-1500 die een plaatsje in het overzicht van de mensen achter de computer hebben gekregen, dan zijn dat naast de al eerder genoemde Leonardo da Vinci: Al-Jazari; (1136-1206), Leonardo da Pisa, (ca. 1170 – ca. 1250) en Al- Kāshī (ca 1380 – 1429).

Al-Jazari is één van de wetenschappers die woonden en werkten in het kalifaat van de Abbasiden. Hij was een wiskundige, astronoom en technicus en heeft zijn plaatsje in het overzicht van de mensen achter de computer te danken aan de vele mechanische automaten die hij bedacht.

Ook is er een plek in het overzicht voor Leonardo da Pisa, beter bekend onder de naam Fibonacci. Hij is een wiskundige die tijdens zijn verblijf in Noord-Afrika in aanraking komt met de Arabisch-Indische cijfers inclusief het cijfer ‘0’, waarna hij deze cijfermethodiek in Europa introduceert.

Tot slot is opgenomen Al-Kāshī. Deze Perzische wiskundige en astronoom geldt als de bedenker van het systeem van decimale breuken, zeg maar de cijfers achter de komma; (‘wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd’). Echter omdat zijn ideeën hierover min of meer verloren gaan, is het goed dat in 1585 de Nederlandse wiskundige Simon Stevin zijn boek De Thiende’ publiceert over het gebruik van cijfers achter de komma. Dankzij zijn boek maken de decimale breuken een opmars door Europa en de rest van de wereld.

Aan het einde van deze periode beschikt de mens over een bruikbaar getallenstelsel, inclusief het getal 0 en decimale cijfers achter de komma, en ook over voldoende technische basistechniek om rekenmachines te bouwen. Het was nu het wachten op de eerste mens die een rekenmachine zou bouwen.

De volgende vier personen uit de periode 1000 – 1500 worden beschreven:

 

My WordPress Blog