Category Archives: kunst

Flipje Tiel en Einstein in Pompeï

Onlangs waren we in Napels waar we ook het ‘Museo Archeologico Nazionale’ bezochten. Dit museum bevat veel mozaïeken en fresco’s die afkomstig zijn uit Pompeï en Herculaneum. Op twee van die dingen zagen we tot onze verrassing bekende ‘hedendaagse’ figuren staan. Zo kan je op onderstaande afbeelding niet alleen de Vesuvius zien zoals hij er uitzag voor de uitbarsting van 79 na Christus, maar ook Flipje Tiel!

Flipje Tiel

Voor wie Flipje Tiel niet kent, dat was een reclamefiguurtje van een Tielse jamfabiek van vroeger. Er verschenen in mijn jeugd ook allerlei boekjes van die je kon kopen met behulp van zegeltjes die op de jampotten zaten. Ik verslond als klein jongetje de boekjes (en de jam).

Flipje Tiel 2

Ook onderstaand tegelplateau was opmerkelijk.

einstein

Wat deed Einstein 2000 jaar geleden in Pompeï?

 

Bernini versus Borromini

In 2012 schreef ik een boek over de Titanic. Voor dit boek checkte ik een hoop verhalen en mythes over het schip en vermeldde ik in het boek of de verhalen waar waren of niet. Maar bij één verhaal heb ik deze controle bewust niet gedaan en het ongecontroleerd in mijn boek opgenomen. Dat was  het verhaal van de hond die de ramp met het schip overleefde (hij kreeg een plekje in een reddingsboot), maar die na aankomst in New York de kade op rende om daar direct door een auto overreden te worden. Overleef je als hond het zinken van de Titanic overkomt je daarna dat. Ik heb sterk het vermoeden dat dit verhaal wel eens niet waar zou kunnen zijn, maar heb het desondanks gewoon (ongecontroleerd) in mijn boek opgenomen. Sommige verhalen moet je namelijk niet stuk checken. Die zijn te mooi om niet waar te zijn.

Hier moest ik aan denken toen ik gisteren even wat op internet opzocht over de vete tussen Bernini en Borromini. Dit zijn twee Italiaanse beeldhouwers en architecten uit het begin van de zeventiende eeuw. Ze waren grote concurrenten, die elkaar niet konden uitstaan. Zo vond Bernini Borromini eigenlijk maar een prutser. Nu is er een mooi verhaal over deze ruzie. In Rome heb je een plein, de Piazza Navona. Daar staat één van de beroemdste beeldhouwenwerken van Bernini: een fontein met een kleine kopie van een Egyptische obelisk met daarom heen vier beelden die de vier bekende grote rivieren uit die tijd representeren, één voor elk continent: de Donau (voor Europa), de Nijl (voor Afrika), de Ganges (voor Azië) en de Rio de la Plata (voor het Amerikaanse continent). Het beeld staat pal voor de St Agnes kerk die is ontworpen door Borromini.

beeld 1

Het beeld van Bernini met op de achtergrond de kerk van Borromini

Nu wil het verhaal dat Bernini twee van zijn fonteinbeelden een afkeurend gebaar richting deze kerk laat maken om aan te geven dat hij het ontwerp van deze kerk maar niks vond. Zo heft het beeld van de Rio de la Plata afwerend een hand op en bij de Nijl gaat hij zelfs nog een stapje verder. Die heeft een doek over zijn hoofd opdat hij maar niet de kerk van Borromini hoeft te zien. Op zijn beurt heeft Borromini op de kerk een beeld geplaats dat bewust de andere kant opkijkt zodat dit beeld niet naar de fontein hoeft te kijken. Heerlijk zo’n kinderachtige ruzie en een mooi verhaal.

beeld 3De Nijl met een doek over zijn hoofd. Op de achtergrond kijkt het beeld van Borromini  bewust niet naar de fontein.

Twee weken geleden waren Marianne en ik voor een korte vakantie in Rome en zijn we ook even op de Piazza Navona geweest om de fontein van Bernini te bekijken. En inderdaad de Nijl heeft een doek over zijn hoofd opdat hij de kerk niet hoeft te zien en het beeld van Borromini kijkt de andere kant op.

Waarschuwing; wie dit net zoals ik ook een mooi verhaal vindt, wordt aangeraden de rest van deze blogpost niet te lezen.

Maar wat lees ik nu opeens op internet? De fontein van Bernini stond al drie jaar op het plein voordat de St Agnes kerk werd gebouwd! En de reden dat de Nijl een doek over zijn hoofd heeft, is niet dat hij de kerk niet hoeft te zien, maar om te symboliseren dat de bron van de Nijl onbekend was (die was in die tijd nog niet gevonden.)

Het verhaal is dus helemaal niet waar. Maar dat wou ik helemaal niet weten! Dit is typisch een verhaal uit de categorie ‘Dat moet je niet stuk checken”. Gelukkig kan het bewust wegkijken van de fontein door het beeld van Borromini nog steeds waar zijn, maar daar ga ik nu ook al aan twijfelen. Ach, had ik maar niet gelezen dat de fontein er al stond voordat de kerk werd gebouwd.

Vermeer en het Droste-Cacaobus Effect

Wat hebben het Straatje van Vermeer en ‘het Droste-Cacaobus Effect’ met elkaar te maken?

000 droste

Dat, en alles over de mensen die in 1667 in de Vlamingstraat in Delft woonden, kan je lezen in een nieuwe bijdrage over mijn speurtocht naar het tweede Straatje van  Vermeer. Zie hier voor deze bijdrage.

Vermeer: Heeft professor Grijzenhout ongelijk?

Mijn veronderstelling (zie hier) dat op ‘het tweede straatje van Vermeer’ wellicht het huis staat afgebeeld van de zuster van Vermeer is mede gebaseerd op de ontdekking van professor Frans Grijzenhout dat op het eerste ‘Straatje van Vermeer’ het huis (Vlamingstraat 42 in Delft) van de tante van Vermeer staat afgebeeld.

boekkaft grijzenhout

Nu is er recent op de site ‘EssentialVermeer.com’  een stuk verschenen van een zekere Philip Steadman, een Engelse emeritus-professor, waarin wordt betoogd dat professor Grijzenhout ongelijk heeft. De huizen op het Straatje zouden niet de Vlamingstraat 40 en 42 zijn, maar huizen die vroeger op de Voldersgracht in Delft stonden (en wel op de plaats waar vroeger het pand van het Sint-Lucasgilde stond). Dit is overigens geen nieuwe theorie maar eentje die in al in 1950 werd geopperd door een zekere Pieter Swillens (en die door Grijzenhout in zijn boek verworpen wordt).

Nu is de site Essentialvermeer niet zo maar een site. Het is één van de best geïnformeerde sites over Vermeer die ik op het internet ben tegen gekomen. Wie informatie over Vermeer en zijn schilderijen wil lezen, wordt dan ook van harte aangeraden om deze site te bezoeken. De site heeft nu dus ruimte gegeven aan Steadman voor een kritisch stuk over het onderzoek van Grijzenhout. Philip Steadman is een Engelse emeritus hoogleraar architectuur die onder andere les heeft gegeven aan de University College London. Hij heeft ook een boek geschreven over het mogelijk gebruik van de camera obscura door Vermeer. Hij weet dus wel iets van Vermeer en van huizen af. Kortom, we zien hier een echt hooglerarendispuut tussen professor Grijzenhout en emeritus-professor Steadman.

essential vermeer site

Mocht de theorie van professor Grijzenhout geen stand houden, dan zou dat ook vervelend voor mijn onderzoek zijn. Niet dat het huis op het tweede straatje van Vermeer dan niet het huis van zijn zuster zou kunnen zijn, maar als de onderliggende bouwsteen – Vermeer schilderde op het eerste straatje een huis van een familielid – niet juist is, dan mist mijn gedachtenbouwwerk – op de beide straatjesschilderijen staan huizen van familieleden van Vermeer – een heipaaltje. Daarom heb ik het stuk van emeritus-professor Steadman dan ook met de nodige aandacht gelezen.

Na bestudering van de argumenten van Steadman is mijn conclusie echter dat Steadman het bij het  verkeerde  eind heeft en dat de theorie van Grijzenhout vooralsnog overeind blijft staan (en mijn heipaaltje dus ook). Voor wie wil weten hoe ik tot deze conclusie kom, lees het hele verhaal in deze aflevering van CSI Holland.

Wanneer is het Tweede Straatje van Vermeer geschilderd?

Zoals hier te lezen valt ben ik bezig met een speurtocht naar het verdwenen ‘Tweede Straatje van Vermeer’. Nu heb ik eens zitten nadenken over het jaar waarin Vermeer dit Tweede Straatje vervaardigd zou kunnen hebben. Een zekere Rainer Maria Rilke, een Duitse dichter die leefde van 1875 tot 1926 zou zeggen: “Ons hoofd is rond zodat ons denken van richting veranderen kan”.  Mijn denken is inderdaad een paar keer alle kanten op gegaan, maar nu denk ik te weten dat Vermeer ‘het Tweede Straatje’ vermoedelijk in 1656 heeft geschilderd. Waarom ik dat denk, valt op deze subpagina te lezen.

De voornaamste veronderstellingen c.q. uitkomsten van mijn onderzoek tot nu toe zijn:

  1. Op het Tweede Straatje staat (wellicht) het huis afgebeeld waar zijn zus Geertruyt en haar echtgenoot de lijstenmaker Anthonij van der Wiel woonden.
  2. Dit huis, ‘de Drie Valcken’ geheten, stond in de Vlamingstraat in Delft, vermoedelijk op de plek waar vandaag de dag het huis met nummer 61 staat. (De huizen op het Straatje van Vermeer stonden volgens een onderzoek van kunsthistoricus professor Frans  Grijzenhout waarschijnlijk op de nummers 42 en 44 van die zelfde Vlamingstraat.)
  3. Het Tweede Straatje van Vermeer zal bij benadering ongeveer 3.250 cm² groot zijn. Waarschijnlijk is het 62 cm hoog en 52,5 cm breed.
  4. Het Tweede Straatje is vermoedelijk in 1656 geschilderd, het (eerste) Straatje van Vermeer dateert vermoedelijk uit 1657.

Tot zover mijn wetenschappelijk onderzoek.

p.s. Herman Finkers behandelde tijdens één van zijn shows de bekende Franse schilder Picard die leefde van 1920 tot 1924 (klik op de afbeelding hieronder). Het dateren van zijn schilderijen is een stuk makkelijker. Als je bij elk schilderij van hem zegt dat het van 1922 is, dan zit je er hoogstens twee jaar naast.

1 herman finkers

Hoe groot is het Tweede Straatje van Vermeer?

Zoals elders op deze site is te lezen, ben ik bezig met een onderzoek naar het Tweede Straatje van Vermeer. Nu heb ik met behulp van een veilinglijst uit 1696 (toen werden 21 schilderijen van Vermeer geveild) geprobeerd te onderzoeken hoe groot het Tweede Straatje van Vermeer zou kunnen zijn. Dat is handig om te weten. Zoeken we bijvoorbeeld een klein schilderijtje of een groot schilderij.

Albert Einstein zou over dit onderzoek zeggen: “Als we wisten wat we deden, heette het geen onderzoek.”

Ik heb dit onderzoek gedaan door te kijken hoeveel cm2 schilderij Vermeer je in 1696 kreeg voor je duur betaalde guldens. Van 17 Vermeers van die veiling weten we namelijk zowel om welke schilderijen het ging, hoe groot ze zijn en wat er toen voor werd betaald. Vervolgens heb ik een statistisch verband vastgesteld met behulp waarna ik, met de nodige mitsen en maren, een inschatting heb gemaakt van de afmetingen van het Tweede Straatje van Vermeer. Zie onderstaande tabel en bijbehorende grafiek

afmetingen lijst

Klik op de afbeelding voor een grotere weergave

grafiek grootte prijs

Klik op de afbeelding voor een grotere weergave

De uitkomst van dit onderzoek luidt dat het Tweede Straatje van Vermeer waarschijnlijk een rechtopstaand schilderij is met de afmetingen van 62 cm hoog bij 52 cm breed. (zie hier voor een uitgebreide beschrijving van deze analyse)

Voor het geval u het niet allemaal kunt volgen, was het niet Johan Cruijff die zei: “Als ik zou willen dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd.”

Drees en het Mariakaakje

Ik woon nu al een jaar of dertig in de Haagse regio, maar ik was nog nooit naar het Haags Historisch museum geweest. Dat kan natuurlijk niet en daarom toch maar eens een keer, samen met de oudste dochter, een bezoek aan dit museum gebracht. Het begon helemaal verkeerd toen bij de kassa bleek dat alleen Haagse studenten korting kregen en niet Rotterdamse studenten. Maar goed, binnen bleek het wel een aardig museum te zijn – je bent er in een uurtje of twee door heen – dat, verrassing, verrassing, over de Haagse geschiedenis gaat.

Zo is een soort video-animatie te zien waarin je kan zien hoe de stad Den Haag zich in de loop van de eeuwen heeft ontwikkeld, hangen er – uiteraard Haagse – schilderijen en voor de liefhebbers van Crime Scene Investigation The Hague is er de (versteende) tong van Johan de Wit en de teen van zijn broer Cornelis te zien. In een ander zaaltje wordt aandacht besteed aan Haagse helden zoals Willem Drees sr.

Op een informatiepaneel werd het leven uit de doeken gedaan van de man aan wie wij onder andere de AOW te danken hebben. Toen Drees deze invoerde wist hij overigens vast al dat hij zelf 101 jaar oud zou worden. Er hingen ook foto’s van Drees, onder andere eentje van hem voor zijn huurwoning in de Beeklaan – hij ging meestal lopend naar zijn werk, ook toen hij minister-president was – en Drees keurig in de rij bij het stemmen.

drees

Drees in de rij bij het stemmen voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1956; foto Harry Pot; Anefo; Nationaal Archief.

“Wat een schattig mannetje” zei de oudste dochter die eigenlijk nog nooit van Drees had gehoord. Terwijl wij het informatiebord over Drees lazen, zagen we echter opeens dat het Haags Historisch Museum gigantisch de mist in ging. Op het bord stond namelijk ook vermeld dat de beroemde anekdote dat Nederland de Marshall-hulp te danken had aan een Mariakaakje – dat mevrouw Drees bij de thee serveerde  tijdens het bezoek van twee hoge Amerikaanse ambtenaren die kwamen praten over de toekenning van de Marshallhulp –  niet waar zou zijn. Zo zou de Marshall-hulp al zijn toegekend voordat Drees premier werd. Ai, ai, ai, Haags Historisch museum toch! Sommige verhalen zijn te mooi om niet waar te zijn. Die ga je gewoon niet stuk checken. Dat is not-done.

In 2012 publiceerde ik een boek over de Titanic die honderd jaar daarvoor was gezonken. Voor dat boek onderzocht ik welke verhalen en mythes over de Titanic nu wel en welke niet waar waren. Eén verhaal controleerde ik echter niet, namelijk het verhaal van de honden die waren gered. Twee van die honden aan boord van de Titanic vonden ook een plekje in één van de reddingsboten. Nu wil het verhaal dat bij aankomst in New York één van die honden de loopplank afrende en prompt op de kade door een auto werd overreden. Overleef je als hond het zinken van de Titanic, overkomt je dit. Dit verhaal is natuurlijk te mooi om niet waar te zijn en ik heb het dan ook zonder te checken in mijn boek opgenomen. Zo hoort het.

En nu gaat het Haags Historisch Museum dus zeggen dat het verhaal over het Mariakaakje en Drees niet waar is! Maar, gelukkig is het verhaal wel waar. Er is zelfs fotografisch bewijs van.

Het verhaal speelt zich namelijk niet in 1947 of 1948 af, maar pas in 1949 nadat de Marhall-hulp al was toegekend. De Amerikanen wilden echter weten of de hulp wel overal goed gebruikt werd en stuurden twee hoge ambtenaren, de heren Harriman en Hoffman op rondreis door Europa. Omdat het bezoek aan Italië waar de heren met veel pracht en praal werden ontvangen uitliep, kwamen ze pas op zondag in Nederland aan. Omdat het ministerie zoals gewoonlijk dicht was op die dag – en Drees het zonde vond om het speciaal voor dit bezoek te openen en het te verwarmen, nodigde Drees de delegatie bij hem thuis in zijn rijtjeswoning aan de Beeklaan uit. Toen de heren arriveerden, ontstond er eerst een misverstand. Hoffman en Harriman dachten namelijk dat de man die deur open deed een butler was, maar het was Drees zelf. Even later presenteerde mevrouw Drees de thee met de befaamde Mariakaakjes. Harriman, die dacht dat ze dit alles thuis in Washington nooit zouden geloven, pakte daarop zijn fototoestel en maakte er onderstaande foto van. Deze foto bevindt zich thans in het archief van de Library of Congress in Washington DC.

drees koffie

Mrs. Drees, the wife of Prime Minister of the Netherlands, presents Mr. Drees, the Prime Minister of the Netherlands, a cup of tea. Photo: W. Averell Harriman; Collection Library of Congress, Washington DC.

Bij het vertrek zei Harriman tegen zijn collega Hoffman de historische woorden: “Aan een land waarvan de minister-president zo woont en leeft, is ons geld goed besteed.” Nederland behield zijn Marshall-hulp. Het werd zelfs verhoogd en uiteindelijk zou Nederland over de periode 1948-1952 een steunbedrag van 1 miljard dollar van de Amerikanen krijgen voor de wederopbouw. En dat dus mede dankzij het Mariakaakje bij de thee van mevrouw Drees.

De jurk van Maxima

De oudste dochter belde. Of Marianne en ik met haar naar een museum willen. We vragen ons af of ze opeens zo kunstminnend is geworden, maar het is geloof ik meer dat ze een maandje “vrij” heeft voordat haar masterstudie in Leiden begint en dat ze zich nu een beetje verveelt. Deze keer spreken we af bij het Gemeentemuseum in Den Haag. Daar is nog tot en met 3 januari de tentoonstelling ‘Kleur ontketend’ te zien.

“In de korte periode tussen 1885 en het begin van de Eerste  Wereldoorlog vindt in de schilderkunst van de Lage Landen een moderne Renaissance plaats. Kleur wordt bevrijd van de ketenen van de zichtbare werkelijkheid. Gras kan ineens koel blauw zijn, een gezicht is helder paars en bomen kleuren rood. Kleur heeft een eigen betekenis gekregen…..” aldus de site van het Gemeentemuseum. Er hangen vooral schilderijen van Nederlandse en Belgische schilders, zoals Van Gogh, Sluijters, Van Dongen, Mondriaan en Rik Wouters.‘

In tegenstelling tot de vorige keer, kunnen wij deze keer op de fiets en moet de dochter nu met het openbaar vervoer (trein + tram). Het is voor ons 50 minuten fietsen maar omdat ik de kracht van de wind tegen weer eens onderschat en mijn conditie overschat, komen wij iets later dan afgesproken bij het museum aan. Maar dat is niet erg, want de door de dochter geplande tram vertrok vijf minuten te vroeg bij het station, waardoor zij deze miste. Ze moest een kwartier op de volgende tram wachten en kwam daardoor net iets later dan wij bij het museum aan. “Stonden jullie al lang te wachten?” vraagt ze. “Uren” zeg ik.

Het is een mooie maar thematisch gezien een beetje kunstmatige tentoonstelling. Niet dat de kunst matig is, in tegendeel er hangen enkele prachtige werken zoals bijvoorbeeld onderstaand ‘Portret van Dolly’ van Kees van Dongen, maar je zou zonder het thema van de tentoonstelling geweld aan te doen een hoop schilderijen van de tentoonstelling kunnen inruilen voor andere schilderijen uit het museum.

Kees van Dongen

(Dit portret is op de tentoonstelling te zien, maar behoort ook tot de vaste collectie van het Gemeentemuseum)

 Na deze tentoonstelling bekijken we in het zelfde museum ook de tentoonstelling ‘Ode aan de Nederlandse mode.’ Deze is nog tot en met 7 februari 2016 in het Gemeentemuseum te zien. ‘Klinkende namen als Viktor & Rolf, Iris van Herpen en Jan Taminiau hebben ons land duidelijk op de kaart gezet als eigenzinnig modeland. Deze, en ook andere, modeontwerpers van Nederlandse bodem oogsten internationale waardering. Hoog tijd dus voor een Ode aan de Nederlandse mode in het Gemeentemuseum Den Haag, het museum met een van de belangrijkste modecollecties ter wereld…” aldus het Gemeentemuseum.

Er zijn heel veel jurken te zien. Een enkele jurk is in zwart-wit, maar de meeste zijn zeer kleurrijk. Wat dat betreft past deze tentoonstelling zeer goed bij de tegenoverliggende tentoonstelling ‘Kleur ontketend’

jurken 0 jurken 1

Ook is op de tentoonstelling de blauwe jurk van Jan Taminiau te zien die Maxima droeg bij de inhulding van Willem-Alexander.

jurk maxima

Het is natuurlijk een jurk die je geen tweede keer bij een officiële gelegenheid draagt en ook niet bij privégelegenheden zoals de ouderavond op school. Dus een plekje In een museum is wel een terechte plek. Dat gebeurt in het buitenland ook. Zo hebben we in het ‘National Museum of American History’ in Washington in 2012 de collectie jurken bekeken die de first ladies droegen tijdens de inauguratie  van hun echtgenoten. (Ik ben inmiddels een echte inauguratiejurkenkenner.)

jruk clinton    jurk obama

Jurk van Hilary Clinton                             Jurk van Michelle Obama

Ik ben overigens benieuwd wat er gebeurt als Hillary Clinton wordt gekozen tot president van Amerika. Komt dan haar jurk van de inauguratie er te staan of het pak van ‘first husband’ Bill?

Van Bosch tot Bruegel

De  oudste dochter belt. Haar vriendje is aan het werk. Of ik soms met haar mee wil naar een tentoonstelling in Rotterdam. In het Museum Boijmans Van Beuningen is tot en met 17 janauri 2016 de tentoonstelling ‘Van Bosch tot Bruegel – De ontdekking van het dagelijks leven’ te zien. We spreken af om elkaar voor de deur van het museum te ontmoeten. Over de reis naar het museum in Rotterdam (tram, metro, nog een metro en stuk lopen) doe ik een uurtje. Als ik bij het museum ben, is er van de dochter – die hoeft in Rotterdam alleen maar vijf minuten te fietsen – geen spoor te bekennen. Na tien minuten wachten komt ze vrolijk zwaaiend aanfietsen. Dat had je met vergaderingen op kantoor ook altijd. Degenene die van ver moesten komen waren altijd op tijd. Degenen die niet hoefden te reizen kwamen te laat.

Op de tentoonstelling staat, zoals de site van Boijmans vermeldt, “het dagelijks leven uit de 16de eeuw centraal met bordelen, feestvierende boeren, kwakzalvers en ongelijke liefde”. Er hangen veel zwart-wit prenten uit de 15e en 16e eeuw en een aantal schilderijen in kleur uit die periode. Ook is er het drieluik ‘De hooiwagen’ van Jeroen Bosch te zien. Normaliter hangt dit in het Prado in Madrid, maar dit museum heeft het uitgeleend en voor het eerst in bijna 500 jaar is dit werk weer in Nederland te zien. Jeroen Bosch heeft er twee versies van gemaakt. Naast die van het Prado hangt er ook eentje in EL Escorial, niet zo ver van Madrid

bosch1

Het bovenstaand exemplaar is het exemplaar uit het Prado. Dit drieluik is nu in Rotterdam te zien. Hieronder staat het exemplaar uit El Escorial. Opdracht van de dag: Zoek de zeven verschillen.

bosch 2

Afgezien van de kleurverschillen, die in de loop der eeuwen zijn ontstaan, is het meest zichtbare verschil de plaats van de handtekening van ‘Jheronimus Bosch’. Bij het Prado-paneel staat deze op het middenpaneel, bij die uit El Escorial heeft hij hem op het linker paneel gezet. Verder zijn er nog een aantal kleine verschillen.

bosch3   bosch4

Zo draagt de staande vrouw in het witte kleed op het middenpaneel op de Prado-versie een baby in haar borstdoek, bij die op de Escorial-versie ontbreekt de baby. En op de Escorial-versie staat er ergens een kruik op tafel, die in de Prado versie ontbreekt. Daartegen hangt er op de Prado-versie een rozenkrans aan de stoel van de zittende vrouw. Die krans ontbreekt bij de Escorial versie.

In de loop van de tijd zijn er discussies geweest welk schilderij het eerst geschilderd is en welk schilderij de kopie is. De heersende opvatting is nu dat het exemplaar uit Madrid het eerst door Jeroen Bosch is geschilderd en dat hij daarna de El Escorial versie heeft gemaakt.

Na het bezoek aan deze tentoonstelling lopen we ook nog even door de overige zalen van het museum. Was het bij de tentoonstelling best wel druk, dit gold niet voor de rest. Zo liepen we vrijwel ongestoord door de zaal met impressionisten zoals Gaugain, Cézanne, Monet en Van Gogh. Ik heb het aantal schilderijen in deze zaal even geteld. Het zijn er zestien. Gezien de prijzen die tegenwoordig voor dit soort schilderijen wordt betaald, schatte ik dat daar minstens voor 500 miljoen euro hangt en misschien wel voor een miljard. Zware beveiliging zou je dus denken, maar nee, in de zaal liep niet één suppoost. Op een gegeven moment waren mijn dochter en ik zelfs de enige personen in de zaal, omgeven door het miljard aan de muur. We begonnen direct een plan te bedenken hoe we de schilderijen mee konden nemen. Leuk voor in de studentenkamer.

Terwijl we daarover aan het nadenken waren, liepen we verder en zagen we even verderop, in de zaal van de oude meesters, opeens een collega-inbreker aan het werk. Bij nader inzien bleek dit geen inbreker te zijn, maar een kunstwerk van Maurizio Cattelan, getiteld ‘Untitled’ uit 2001 te zijn. Het grappige is dat het een bruikleenwerk is. Ik ben benieuwd hoe je straks dat gat in de vloer teruggeeft aan de eigenaar. Het beeld is een zelfportret. De kunstenaar kijkt omhoog door het gat in de vloer.

Het beeld staat in de onderliggende personeelsgarderobe en dit bracht mij op het idee hoe ik onopgemerkt ’s nachts het museum kan beroven. Ik neem gewoon de plaats in van de pop. Die zet ik op een rustig moment ergens in een bezemkast en ga dan zelf op het trapje staan met mijn hoofd uit de vloer. Zo lang ik maar niet beweeg is de kans groot dat niemand de verwisseling opmerkt. ’s Nachts kom ik dan uit het gat en sla toe. Dus als u een keer dit beeld in het museum ziet, verraadt u mij dan niet.

gat in vloer 2

 

Munch en Van Gogh

In het Van Gogh Museum is een tentoonstelling te zien met werken van de Noorse schilder Edvard Munch (hij leefde van 12 december 1863 tot 23 januari 1944). Nu kende ik Munch eigenlijk alleen maar van ‘De Schreeuw’, maar hij blijkt een groot oeuvre te hebben. Uit de wikipedia: “In 1940 vermaakte Munch zijn gehele oeuvre (omvattende 1008 schilderijen, 15.391 afdrukken van 741 grafische werken, 4443 aquarellen en tekeningen en 6 beeldhouwwerken) aan de stad Oslo, waar het is ondergebracht in het Munchmuseum.”

de schreeuw

Iets anders wat ik niet wist, was dat op ‘De Schreeuw’ het niet de figuur op de voorgrond is die schreeuwt, maar dat het de natuur om hem heen is die schreeuwt. Het figuurtje op de voorgrond houdt juist zijn handen voor zijn oren. Er bestaan vier versies van ‘De schreeuw’. Drie zijn in handen van de Noorse overheid, de vierde is in particulier bezit. De onbekend gebleven koper kocht dit werk in 2012 voor 119,5 miljoen dollar. Van de vier versies is nu de eerste versie van het schilderij in het Van Gogh Museum te zien. De Schreeuw wordt geleend van het Munch Museum in Oslo.

Het Van Gogh Museum heeft deze tentoonstelling heel mooi opgezet. Ze hebben namelijk heel veel van de schilderijen van Munch opgehangen naast, qua stijl of qua emotie, overeenkomend werk – vooral van Van Gogh. Zie hieronder bijvoorbeeld hoe ‘De Schreeuw’ hangt naast een schilderij van Van Gogh waarop ook een angstig persoon op een brug te zien is (in dit geval een klein meisje).

munch van gogh

En hieronder nog een voorbeeld. Links hangt een zelfportret van Munch, rechts eentje van Van Gogh.

van gogh munch

(Normaal gesproken zeg ik altijd, klik op de afbeelding om een grotere versie te zien, maar hier doe ik dat maar niet.)

Nu zult u misschien zeggen: “Die foto  hierboven is niet helemaal scherp!”. Dat klopt maar dat is niet mijn schuld, want terwijl ik deze foto nam werd ik zowel links als rechts op de schouder getikt. Ik wou net zeggen: “Wilt u dat niet doen, want zo kan ik niet fotograferen.” toen bleek dat het twee suppoosten waren die op mijn schouder tikten. Het was niet toegestaan om te fotograferen zeiden ze. Oeps, sorry. Dat wist ik niet.

Nu had ik net daarvoor ook al een foto gemaakt en wel van het schilderij ‘Inger in zwart en violet’ uit 1892. Op dit schilderij heeft Munch zijn zus Inger afgebeeld. Maar ja, de foto van dat schilderij kan ik hier natuurlijk nu niet plaatsen. Straks krijg ik ruzie met dat Noorse Museum. Maar omdat ik het toch wel een heel mooi schilderij vindt, doe ik het stiekem toch. Maar wel zodanig dat de Noren het schilderij niet herkennen – deze Nederlandstalige tekst kunnen ze toch niet lezen. Ik heb het schilderij op twee manieren onherkenbaar gemaakt. Op de linkerversie heb ik een balkje voor de ogen van Inger geplaatst. Geen Noor meer die haar zo herkent. Op de rechterversie laat ik alleen maar een deel van het schilderij zien. De kans op ontmaskering is daar misschien wat groter “Het is haar ten voeten uit, maar die ontbreken, dus het is haar niet” zullen de Noren hopelijk zeggen.

inger dubbel 2

Na de tentoonstelling ben ik ook nog in de Museumwinkel geweest. Ik verbaas me er altijd weer over wat je daar kan kopen. Zo hadden ze een opblaasversie van het figuurtje van “De Schreeuw’, Van Goghjes voor in de kerstboom en aardappeleters-chips om op te eten.

souveniers

van gogh chips

In een ander deel van het museum zag ik overigens nog een vergelijking van twee schilderijen in dezelfde stijl, net zoals dat gedaan was met die van Van Gogh en Munch. In dit geval betrof het twee zelfportretten – tegenwoordig zouden we zeggen ‘selfies’ – van de bekende schilders Duck en Van Gogh.

donald van gogh 2

(Uit het bordje bij het oorspronkelijk schilderij van D. Duck blijkt dat hij enige hulp bij het maken heeft gehad van een zekere Wouter Tulp). Zie hier de oorspronkelijke versie van het schilderij van Wouter Tulp.

donald van gogh

Al met al kan ik de tentoonstelling over Munch, gecombineerd met de werken van Gogh, van harte aanbevelen. Hij loopt nog tot 17 januari, dus je moet er wel op tijd bij zijn. Overigens kan je er behalve de werken van Munch ook een aantal schilderijen van Van Gogh zien die normaal gesproken niet in Nederland te zien zijn, zoals ‘Sterrennacht boven de Rhône’ (september 1888). Dit werk (‘starry starry night’) is in particulier bezit en wel van de Amerikaanse zanger Don McLean.

starry night

Ok, dat het in bezit is van Don McLean is niet waar, het hangt normaal gesproken in het Musée d’Orsay in Parijs. Ook hangen er op de tentoonstelling enkele werken uit Amerikaanse musea en ook nog een heel mooie Van Gogh die in particulier bezit is (van dat schilderij ben ik even de naam kwijt.) Kortom, bezoeken die tentoonstelling!

Scheve Vermeers

Vrijdag was ik in Amsterdam en heb toen ook de tentoonstelling in het Rijksmuseum bezocht over de ontdekking van de locatie van de huizen die afgebeeld staan op het Straatje van Vermeer (zie ook deze blogpost). De tentoonstelling was in een apart zaaltje van het museum en eerlijk gezegd vond ik het niet zo’n goede tentoonstelling. Er werd te veel uitgegaan van voorkennis bij de bezoekers. Zo hing er bijvoorbeeld deze plattegrond van Delft uit de zestiende eeuw, waar je op kon zien welke huizen de grote brand van Delft van 1536 hadden overleefd – dat zijn de donker gekleurde huizen en kerken op de afbeelding.

delft kaart

Klik op het plaatje voor een grotere afbeelding. In de gouden letters op de rand staat: ´viertien. kerkcken, veel menschen ende huusen al. Sonder ghetal sijn in Delft ghebrant, dat stadhuys ende die vleishal 1536 (veertien kerken, veel mensen en huizen, zonder getallen zijn in Delft verbrand het stadshuis en de vleeshal 1536)

Er werd echter niet duidelijk uitgelegd waarom deze kaart voor de ontdekking van de locatie van de huizen van belang was. (Dat is omdat het rechterhuis dat op het Straatje staat afgebeeld een architectuur heeft die van voor de brand stamt en dat het huis dus één van de huizen moet zijn die de brand heeft overleefd.)

Wel stond er vermeld dat het huis van het Straatje vlakbij een bruggetje te zien was en wel aan de onderkant van de plattegrond. Maar waarom dan niet even een afbeelding er naast opgehangen waarop het huis in een cirkeltje staat aangegeven? Nu moest je gokken (of weten) om welk bruggetje en huis het ging. Dit onderstaande plaatje had ik bijvoorbeeld in vijf minuten gemaakt. In het rode cirkeltje heb ik het huis van het Straatje aangegeven.

delft huis cirkel

Op de tentoonstelling was ook het boek ‘Legger van het diepen der wateren binnen de stad Delft’,  een document uit 1667 te zien, waarin werd genoteerd hoeveel ‘kaai- en diepgeld’ per huishouden was geïnd – de gemeentelijke belastingen werden berekend op basis van de gevelbreedte van de huizen. Dankzij dit boek werd ontdekt welke huizen op het schilderij staan afgebeeld.

boek vermeer

Weliswaar staat bij het huis van het Straatje een rood-zwart driehoekje maar waarom dan niet even een “vertaling”  van de tekst er naast? Ik kan dit oud-Hollands gecombineerd met een moeilijk handschrift echt niet lezen.

Wat ik wel leuk vond was dat er ook een schilderij van Daniël Vosmaer uit 1654 hing. Op dit schilderij is de ontploffing van het Kruithuis van Delft van 12 oktober 1654 te zien. Er vielen toen waarschijnlijk honderden doden. Haast elk gebouw in de binnenstad liep schade op – ook op de huizen van het Straatje is schade te zien – en het gebied ten oosten van de Verwersdijk in Delft werd volledig met de grond gelijk gemaakt.

delft ontploffing

Eigenlijk kunnen we dit schilderij als een soort Twitterbericht uit 1654 beschouwen. Omdat er uiteraard nog geen mobieltjes met camera’s bestonden moest men toen wel toevlucht nemen tot dit soort schilderijen om de ramp aan de buitenwereld te laten zien. Tegenwoordig zouden de beelden van de ontploffing binnen een minuut over de hele wereld zijn getwitterd.

Al met al had ik deze tentoonstelling binnen een half uurtje bekeken en de meeste andere bezoekers waren zelfs binnen een kwartiertje al weer weg. Dat had ook een voordeel want daardoor was het niet druk in de zaal. Je kon bijvoorbeeld op je gemak het Straatje van Vermeer bekijken dat zielig en alleen aan een muur hing.

vermeer 0

Wat ik vreemd vond, was dat het Staatje een beetje scheef hing. Ik vroeg aan een suppoost waarom dat was. Hij snapte het ook niet, maar zei dat het nieuw beleid was. Alle schilderijen van Vermeer in het Rijksmuseum hingen nu scheef zei hij. Ik heb het even gecontroleerd en dat was inderdaad het geval. Volgens de suppoost was het een persoonlijk ideetje van Wim Pijbes, de directeur van het Rijksmuseum. Het zou meer mensen naar het museum lokken. De mensen zouden er over gaan praten en dan naar het museum komen om te kijken of ze inderdaad scheef hangen. Wel bij deze kan ik bevestigen dat alle Vermeers inderdaad scheef in het museum hangen.

vermeers scheef

Omdat ik wat minder tijd op de tentoonstelling had doorgebracht dan gepland, ben ik ook nog even wat andere zalen in het museum gaan bekijken, waar ik normaal gesproken niet kwam.  Zie bijvoorbeeld hieronder de bibliotheek van het Rijksmuseum.

rijks bibliotheek

Leuk vond ik ook het schilderij van de drie zusters Veth, gemaakt door hun broer Jan.

veth

Het is vooral het commentaar van pa Veth – zie het kaartje hieronder  – dat het zo leuk maakt.commentaar Veth

Na een uurtje stond ik weer buiten en ben toen naar het vlakbij gelegen Van Gogh Museum gegaan voor de tentoonstelling over Edvard Munch. Een mooie tentoonstelling maar daarover een volgende keer.

Op zoek naar de zus van Vermeer

 

Het Straatje van Vermeer is vorige maand gevonden. “Nou, dat zal niet zo moeilijk zijn geweest. Dat hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam.” zult u misschien zeggen. Het gaat hier echter om de locatie van de huizen die op het schilderij van Vermeer zijn afgebeeld, niet om het schilderij zelf. Volgens professor Frans Grijzenhout, hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, zou de locatie van de twee afgebeelde huizen op het schilderij van Vermeer Vlamingstraat 40 en 42 in Delft zijn.  Zie hier het schilderij en een foto hoe de huizen er nu uit zien.

 

(Voor de foto – het Rijksmuseum vermeldt helaas op zijn site niet de naam van de fotograaf, dus ik kan hem hier niet eren (*) – heeft de fotograaf zoveel mogelijk geprobeerd om de afbeelding van het schilderij te reconstrueren met een bankje, de spelende kinderen en de twee vrouwen. )

Uiteraard zijn er vraagtekens bij de juistheid van deze mogelijke locatie te stellen. De belangrijkste onzekerheid, zoals de professor zelf ook al opmerkt, is de vraag of Vermeer bestaande huizen heeft afgebeeld of dat hij zijn fantasie de vrije loop heeft laten gaan.  Op grond van de gedetailleerdheid van het schilderij gaat men er van uit dat Vermeer bestaande huizen heeft afgebeeld en  gezien de gedegenheid van het onderzoek ga ik vooralsnog er van uit dat de professor het bij het juiste eind heeft.

Zoals elders op deze site te lezen valt is, ben ik “bezig” met een onderzoek naar het verdwenen tweede straatje van Vermeer. Helpt deze ontdekking van de professor nu bij deze speurtocht?

Ja, ik denk het wel, want op grond van de bevindingen van de professor denk ik – het is een veronderstelling – dat op het tweede straatje van Vermeer wellicht het huis is afgebeeld van zijn zuster (niet die van de professor maar uiteraard van Vermeer).

Zie hier 2. De locatie van het eerste Straatje van Vermeer is gevonden voor de onderbouwing van deze gedachte.

Het idee dat het mogelijk het huis van zijn zuster is dat op het tweede straatje van Vermeer staat afgebeeld is een stap voorwaarts. Immers, als je weet wat er op het schilderij staat, dan is het makkelijker zoeken. Eerst was het alleen maar zoeken in het donker naar een donkere vlek, maar nu hebben we een lichtpuntje, wat me overigens doet denken aan het volgende verhaal:

Een man kruipt ’s avonds op zijn knieën in het licht van de lantaarnpaal over het wegdek en speurt nauwgezet het asfalt af. Een voorbijganger vraagt aan de man wat hij aan het doen is. “Ik ben mijn sleutels verloren en probeer ze terug te vinden.”. De voorbijganger zegt “ik help wel even” en gaat ook op zijn knieën zoeken. Als ze na een tijdje nog steeds niets gevonden hebben, vraagt de voorbijganger: “Weet u zeker dat u ze hier heeft verloren?” “Nee”  zegt de man “Ik heb ze verderop verloren maar daar is het zo donker, daar vind ik ze nooit”. “

Maar goed, er is dus licht in de zaak. Op zoek naar de zus van Vermeer dus.

  • Inmiddels weet ik dat de fotograaf Olivier Middendorp heet.