Category Archives: Geschiedenis

Over de rooie gaan

Zaterdag bezochten wij tijdens de Open Monumentdag 2016 ook de destilleerderij Van Kleef, gevestigd aan Lange Beestenmarkt 109 in Den Haag. Het bedrijf is opgericht in 1842 en zit nog steeds op de oorspronkelijke locatie in het oude centrum. Het was er druk in het zaakje. Je kon er gratis een borreltje drinken en een enthousiaste man gaf een kleine rondleiding, waarbij hij vertelde over het destilleerproces.

ketel-2

Tijdens zijn voordracht wees hij op een metertje dat op één van de ketels zat en dat de druk in de ketel aangaf. “Zie u dat rode streepje dat bovenaan op de meter zit. Als de druk in de ketel hoger wordt, dan gaat het wijzertje omhoog en op een gegeven moment passeert deze het rode waarschuwingsstreepje. Dan is de druk te hoog. Daar komt de uitdrukking ‘over de rooie gaan’ vandaan”, aldus de man.

ketel

En” zo vervolgde hij “dan moest je wegwezen, want om de druk te verminderen opende zich dan automatisch een klep waardoor er stoom uit de ketel kon ontsnappen. Daar komt de uitdrukking ‘even stoom afblazen’ vandaan.”

Kijk eens aan. Het klonk niet onlogisch en het zou best eens waar kunnen zijn.

Ook vertelde hij over Vincent van Gogh. Tijdens zijn periode van 1869 tot 1873, toen Vincent van Gogh als jongste bediende in de leer was bij de kunsthandel Goupil & Cie in Den Haag, woonde hij in het pension van Marinus Roos en zijn vrouw Dina, dat even verderop gevestigd was aan de Lange Beestenmarkt 32. Vincent was zestien jaar oud toen hij er kwam wonen. Blijkbaar was hij wel tevreden over dit pension want toen zijn broer Theo onderdak in Den Haag zocht, raadde hij hem dit pension aan. Theo zou er van 1873 tot 1879 blijven wonen.

Volgens de man van de destilleerderij kwam Vincent vaak in de zaak van Van Kleef, vooral om iets alcoholisch te kopen, naar zeggen om zijn kwasten schoon te maken. Ook vertelde hij hoe Vincent later brieven vanuit Frankrijk naar de familie Van Kleef stuurde, waarin hij beschreef waarom hij zijn oor had afgesneden.

Het kwam er op neer dat Vincent dit gedaan had, omdat Paul Gaugain hem in een dronken bui had gezegd dat vrouwen onder de indruk zouden zijn van mannen die dit deden. De brieven zijn echter verloren gegaan, waardoor de onderbouwing van dit verhaal niet meer aanwezig is. Nu is het wel zo dat Van Gogh zijn oor aan zijn favoriete prostitué aanbood maar of dit verhaal waar is? Laat ik het zo zeggen, ik heb mijn twijfels. Laten we het er maar op houden dat Vincent toen hij zijn oor afsneed over de rooie was. Hij had beter wat stoom kunnen afblazen.

Een koninklijk huis

Nog even over de huisvesting van Willem-Alexander en zijn gezin (zie de blogpost van gisteren over  hun toekomstige huisvesting). Momenteel wonen ze in villa de Eikenhorst, gelegen in het Koninklijk Landgoed De Horsten, een ruim 400 hectare omvattend natuurgebied tussen Wassenaar en Voorschoten.

00000 koninlijk huisVilla de Eikenhorst gezien vanuit de lucht. Op deze Google Earth foto ontbreken de noodgebouwen die tijdelijk dienst doen als kantoor voor onze koning. Hoewel Minister-President Rutte dit vier ton kostende gebouw als “containertjes” betitelde, betreft het in werkelijkheid een gebouw van 7 bij 36 meter met daarin een hal, een vergaderzaal, twee spreekkamers voor de koning en de koningin, wc’s, een pantry en een speciaal dak ontworpen door Bierman Henket Architecten (het meest gewilde Nederlandse architectenbureau volgens de Volkskrant).

Het landgoed behoort al zo’n 180 jaar tot het privébezit van de Oranjes. Prins Frederik, een broer van koning Willem II, kocht het in 1838 voor de jacht. Na zijn dood in 1881 werd Landgoed de Horsten geërfd door diens dochter Prinses Marie. Deze verkocht het gebied In 1903 aan Koningin Wilhelmina. Na haar dood erfde koningin Juliana het Landgoed. Bij het overlijden van Juliana verkreeg Koningin Beatrix het in eigendom. Haar zus, prinses Margriet, kreeg toen het eeuwigdurend recht van erfpacht en opstal toegekend op twee op het landgoed aanwezige boerderijen, de Raaphorst en het Horstlaan 14. Als ik me niet vergis, wonen in die boerderijen twee van haar zonen en hun gezinnen. Ook prinses Margarita, dochter van prinses Irene, woont ergens op het landgoed.

Voordat Willem-Alexander er kwam wonen, stond het huis een aantal jaar leeg. Daarvoor woonden zijn tante prinses Christina en haar toenmalige man Jorge Guillermo er, maar na hun scheiding vertrokken ze beide hier. In de tijd dat het huis leeg stond, kon je nog voorlangs het huis lopen – dat hebben we wel eens gedaan; eerlijk gezegd vonden we het maar een lelijk huis – maar tegenwoordig is deze weg afgesloten. Zie hier de toegangsweg naar de villa zoals deze op Google Streetview te zien is.

0000 raaphorst 3

Voor wie denkt wat een wazige foto, dat komt doordat Google de foto heeft vervaagd, vermoedelijk op verzoek van de  Nederlandse Staat. Nu sluit deze toegangsweg aan op de openbare weg. Je kan er op weg van Leidschendam naar Wassenaar gewoon langs fietsen. Als je dat doet, dan zie je dit.

0000 bord(Deze foto is ook vaag, maar dat ligt aan uw fotograaf en zijn mobieltje)

Erg spannend is het niet wat je ziet. Die vervaging was dan ook niet nodig, tenzij dat transformatorhuisje staatsgeheim is. Het leukste is eigenlijk nog het verbodsbord. “Verboden toegang voor wandelaars en onbevoegden”. Dat kan verwarring geven. Wat moet je doen als je bevoegd bent – je bent uitgenodigd door de Koninklijke familie – maar je bent lopend? Mag je dan door lopen of niet? Gezien het verbodsbord daarboven wat betekent ‘Gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee’ is het sowieso al lastig om bij Willem-Alexander op bezoek te komen. Eigenlijk kon je er, als je al bevoegd was, er alleen lopend komen, maar die mogelijkheid is dus door het bord ‘verboden voor wandelaars en onbevoegden ’ ook verboden.

0000 de horstenKoning Willem-Alexander legt op de stoep van zijn huisje deze wandelaar de regels uit. (Let ook even op de muren; helemaal bedekt met klimop; de truc van architecten om hun fouten te bedekken.)

p.s. Dat ik hierboven het verkleinwoord ‘huisje’ gebruik, komt doordat op bovenstaande foto Mark Rutte staat. Die probeert altijd alle dure uitgaven van de Oranjes kleiner te laten lijken door gebruik te maken van verkleinwoordjes (containertjes, steigertje, bootje, e.d.)

p.p.s. De toevoeging ‘verboden voor wandelaars’ staat er waarschijnlijk om de wandelaars in de Horsten er op te wijzen dat je niet langs het huis van de koning mag wandelen. Je mag wel, mits je een kaartje koopt bij één van de andere ingangen van het landgoed, elders op het landgoed wandelen. Het is een mooi gebied. We wandelen er dan ook graag.

Het oorlogsmonument van Soarremoarre

Afgelopen weekend fietsten Marianne en ik – samen met mijn schoonzus en zwager –  in de omgeving van Terherne in de provincie Fietsland, herstel de provincie Friesland, een rondje van zo’n 45 kilometer (waarvan 44 km met wind tegen). Onze fietstocht voerde ons langs weidse weidelandschappen, pontjes (een stukje van de weg dat kan varen volgens Bert en Ernie; je betaalde op sommige plekken €1,50 om twintig meter over- en afgezet te worden) en vaarten en meren met bootjes en koeien.

00 friesland 2langs weidse weidelandschappen”

00 friesland 1en vaarten en meren met bootjes en koeien.”

Vlakbij Soarremoarre, wie kent het niet; een buurtschap gelegen bij Akkrum en Aldeboar, zagen we tussen de fietsknooppunten 44 en 48 opeens aan de rand van een weiland een opmerkelijk bord.

00 monumentHet bord hoorde bij het oorlogsmonument van Soarremoarre.

00 monument 3

00 monument 2

Op 800 meter van deze plek stortte in de nacht van 7 op 8 november 1941 een Engelse Vickers Wellington bommenwerper neer. Nieuwsgierig geworden heb ik thuis even op de achterliggende geschiedenis gegoogled.

De bommenwerper die hier in 1941 neerstortte had als thuisbasis Feltwell, een vliegveld van de Royal Air Force (RAF) gelegen in het oosten van Engeland in het graafschap East Anglia. Aan boord bevonden zich zes man, drie RAF-mensen te weten: Sgt. Charles Thomas Black (30 jaar), Flt. Sgt. Leslie Cyril Green (21 jaar) en Sgt. Jack Dennis Thompson (eveneens 21 jaar). Daarnaast drie Nieuw Zeelanders van de RNZAF (dat is de Nieuw Zeelandse RAF): Flt. Sgt. John William Black (27 jaar), Sgt. Trevor Hedley Gray (ook 27 jaar) en Plt. Off. Eric Lloyd (21 jaar). Allen kwamen om het leven.

00 vliegersEen soortgelijke bommenwerper als die bij Soarremoarre neerstortte.

(Op een aantal sites wordt vermeld dat dit de omgekomen bemanning van de bommenwerper van Soarremoarre  is. Dat is niet juist. Het betreft hier de bemanning van een ander toestel onder leiding van eerste piloot Tony Saunders (staande tweede van links). Van de personen die bij Soarremoarre  omkwamen staat alleen Jack Thompson, bovenste rij tweede van rechts, op deze foto. Hij vloog tot 1 november 1941 met deze bemanning; daarna met zijn nieuwe bemanning waarmee hij een week later bij Soarremoarre neerstortte.)

Het toestel was op de terugweg van een nachtelijke bombardementsvlucht op Berlijn, toen het hier werd onderschept door een Duitse nachtjager, bestuurd door de Duitse topvlieger Helmut Lent (23 jaar op dat moment). Lent was even verderop gelegerd op de luchtmachtbasis Leeuwarden. Lent was een uitermate succesvolle oorlogsvlieger. De Vickers Wellington bommenwerper die hij op 8 november 1941 neerschoot was al het twintigste vliegtuig dat hij omlaag schoot. Eerder was hij actief bij de Duitse invasies van Polen, Denemarken en Noorwegen en nam hij kortstondig deel aan de Battle of Brittain. In totaal zou Lent tijdens de Tweede Wereldoorlog zo’n 110 vliegtuigen neerhalen, waarvan 102 stuks ’s nachts.

00 lnet

In juni 1942 kreeg Lent (derde van rechts) een hoge onderscheiding die hem persoonlijk door Adolf Hitler werd uitgereikt. (foto afkomstig van de wikipedia-pagina over Lent).

Ook Lent zou de oorlog niet overleven. Op 5 oktober 1944 viel bij Paderborn tijdens de landing een motor van zijn toestel uit, waarna hij de controle over het toestel kwijtraakte en crashte. Twee dagen later stierf hij aan zijn verwondingen. Hij kreeg een staatsbegrafenis in Berlijn. Eén van de sprekers was veldmaarschalk Herman Göring. Eén dag na zijn crash werd zijn dochtertje Herma geboren. Hij heeft haar nooit gezien.

Iemand die zijn dochter ook nooit heeft gezien, was Trevor Hedley Gray, één van de zes omgekomen vliegers aan boord van de bommenwerper van Soarremoarre. Hij was de tweede piloot op het toestel. Hij was in februari 1940 vanuit Nieuw Zeeland per boot naar Engeland afgereisd om voor de RAF te gaan vliegen. Twee dagen nadat zijn boot was vertrokken, beviel zijn vrouw van hun dochtertje Lorraine. Zijn vrouw stuurde hem een kleine zwart-wit foto van Lorraine. Trevor Gray op zijn beurt kocht aangekomen in Engeland een teddybeer en stuurde die op naar zijn dochtertje. Op het moment dat het vliegtuig neerstortte was Lorraine 1 jaar oud (en had haar vader haar nog steeds niet gezien).

Het neergeschoten vliegtuig kwam met zo’n klap op de grond dat van het toestel alleen de vleugels in het weiland werden teruggevonden. De cockpit had zich een paar meter diep in de aarde geboord. De Duitsers besloten de resten van het toestel met zand te bedekken. Er werd een kruis op geplaatst met de namen van de omgekomen vliegers.

00 monument.1946

Foto uit 1946 met onder andere enkele familieleden van bemanningslid Jack Thompson bij het toenmalige herdenkingskruis; foto afkomstig van de site www. Akkrum. net

In 1952 besloot men om de stoffelijke resten te bergen. De bemanningsleden kregen een laatste rustplaats op de Canadese oorlogsbegraafplaat in Bergen op Zoom in Noord Brabant. Tussen de persoonlijke bezittingen die in de resten van het vliegtuig werden terug gevonden, zat een klein kistje met daarin de foto van Lorraine Gray. Op de plek waar het toestel neer kwam werd een kruis geplaatst.

In 2010 werd ter nagedachtenis van de jonge vliegers die hun leven voor onze vrijheid gaven het huidige oorlogsmonument geplaatst. De scholen van Aldeboarn hebben dit monument geadopteerd en organiseren jaarlijks op 8 november een herdenkingsbijeenkomst. De onthulling van het monument werd bijgewoond door de ambassadeurs van Engeland en Nieuw Zeeland, en diverse nazaten van de omgekomen vliegers. Vooral bij deze laatsten zorgde de onthulling van het monument voor veel emoties. Zo vertelde David Lloyd  een neef van de omgekomen Eric Lloyd in een interview met de Nieuw Zeelandse krant ‘Waikato Times’: “It will be very, very emotional. “I feel honoured for what the Dutch are doing. It’s really something that something like this is still going on 70 years later for our fallen.

Ook aanwezig bij de onthulling was Lorraine Gray. Over haar omgekomen vader vertelde ze in 2010 in een interview met de ‘Waikato Times”. “You grow up  and people stop talking about your dad and it’s one back to normal. My uncles and aunties never really talked about it because it was still very raw and, as they say, everybody moved on.” She says the occasion will be “very momentous” and an emotional time for everyone.’

Hoe het verder met Herma Lint, de dochter van de Duitse jachtvlieger, is gegaan is mij onbekend. Lorraine Gray groeide op in Nieuw Zeeland, werd onderwijzeres, trouwde, kreeg kinderen en kleinkinderen en is nu gepensioneerd vrijwilligster op scholen. Naar de herdenking bij Soarremoarre nam ze de teddybeer mee die haar vader haar vanuit Engeland had opgestuurd. Ze had de teddybeer al die zeventig jaar gekoesterd.

Martin Harryson

In de Volkskrant van vandaag zag ik de volgende ingezonden brief staan van iemand uit Beverwijk:

“IJslands voetbalwonder

In zijn artikel ‘Voetbalwonder IJsland’ schrijft Bart Jungmann: ‘De opstelling leest als een saai gedicht, elf maal eindigend op de klank son.’ (Sport, 29 juni) Daar is een eenvoudige verklaring voor, want de achternaam van een IJslandse man bestaat uit de voornaam van zijn vader met de toevoeging son.

Dus de vader van Kolbein Sigthorsson heeft als voornaam Sigthor en de eventuele zoon van de voetballer zal de achternaam Kolbeinsson dragen. Zijn dochter krijgt als achternaam Kolbeinsdóttir.

Ook de opmerking die vaak gemaakt wordt dat de spelers Ragnar en Gylfi Sigurdsson geen familie zijn is niet zo zinvol, omdat er in IJsland geen familienamen bestaan.”

Goh interessant, dat wist ik niet. Maar klopt het wel helemaal? In mijn boek ‘De Oranje Rapporten’ uit 2004 heb ik toentertijd een stukje geschreven over vaders en zonen in het Nederlands Elftal. Daarin stipte ik ook even kort de wedstrijd Estland-IJsland, d.d. 24 april 1996, uitslag 0-3 aan. Het bijzondere aan die wedstrijd was dat in de 62e minuut bij IJsland de 34-jarige Arnór Gudjohnsen werd vervangen door zijn 16-jarige zoon Eidur Gudjohnsen.

Niet alleen hadden deze IJslandse vader en zoon dezelfde achternaam maar deze eindigde ook nog eens niet op ‘son’ maar op ‘sen’. Hoe kan dat als er in IJsland geen familienamen zijn? Gelukkig gaf een bezoekje aan de Wikipedia hier helderheid over. Het blijkt iets ingewikkelder te zijn dan dat de briefschrijver suggereert. Ik citeer hier maar even grote delen uit het stuk van de Wikipedia

IJslandse namen

IJslandse namen zijn patroniemen waarbij de naam van de vader (soms de moeder) van een persoon wordt verbogen in de genitief en gevolgd wordt door son (zoon) of dóttir (dochter). Het zijn dus geen echte familienamen of (post-Napoleonistische) achternamen.

Bijvoorbeeld: als in IJsland een man die Jón Einarsson heet een zoon Ólafur heeft, dan krijgt Ólafur niet “Einarsson” achter zijn naam, net als zijn vader, maar Jónsson — wat letterlijk “zoon van Jón” betekent (vergelijk het Nederlandse: Janszoon/Janssen). Hetzelfde geldt voor vrouwen: een dochter van Jón, bijvoorbeeld Sigríður, zal achter haar naam het achtervoegsel Jónsdóttir krijgen, “Jónsdochter”.  […]

Lijsten met namen, zoals het telefoonboek, zijn derhalve op “voornaam” gerangschikt. Een voorbeeld van dit gebruik is Björk. Björk wordt vaak ten onrechte gezien als een artiestennaam, zoals Sting. Maar Björk Guðmundsdóttir (haar volledige naam) wordt door iedere IJslander als Björk aangesproken, zowel formeel als vriendschappelijk.

Alle IJslanders spreken elkaar met þú (jij) aan. Een uitzondering wordt alleen gemaakt voor God en voor de president van IJsland. Hun aanspreektitel is þér (u).

 Als de vader onbekend was, of indien de vader recent na de geboorte van het kind was komen te overlijden, dan wordt de naam van de moeder gebruikt voor het samenstellen van de naam van het kind. Sinds enige tijd is dit ook mogelijk zonder dat deze gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Zowel de moeder alleen als beide ouders samen mogen dit beslissen. Een dergelijke toevoeging aan de naam heet een metroniem.

Toch komen familienamen wel voor in IJsland en deze zijn volwaardige achternamen. Tussen 1913 en 1925 bestond er een wettelijke mogelijkheid om een familienaam aan te nemen. Wie daar gebruik van maakte, mag zijn naam houden; hun afstammelingen erven hem. Het bekendste voorbeeld daarvan is voetballer Eidur Guðjohnsen. Hij erfde deze familienaam van zijn vader Arnór Guðjohnsen, een oud-voetballer. Alle IJslanders bezitten een patroniem, maar velen met een familienaam gebruiken die niet. Doet men dat wel, dan is de volgorde: voornaam, familienaam, patroniem. Bijvoorbeeld: Ragnheiður, de dochter van Magnús Blöndal, heet dus voluit Ragnheiður Blöndal (Magnúsdóttir).”

Ik weet niet of alles juist is wat hier in de Wikipedia staat, maar dat de briefschrijver zich vergist lijkt me wel duidelijk. Sommige IJslanders hebben wel degelijk een familienaam. De opmerking dat Ragnar en Gylfi Sigurdsson geen familie zijn is dus wel zinvol. Maar dat de achternaam van veel IJslandse spelers op ‘son’ eindigt, is inderdaad niet zo verrassend en ook nog eens behoorlijk verwarrend voor de tegenstander “Dek jij die Son?” Geen wonder dat ze van Engeland hebben gewonnen.

Het lijkt me overigens lastig om in IJsland een stamboomonderzoek te doen, sprak Martin Harryson (althans zo had ik geheten als ik IJslander was).

 

Een pyrrusoverwinning?

Pyrrhus van Epirus, hij leefde van 319 tot 272 voor Christus, was koning van Epirus, één van de Griekse koninkrijken uit die tijd. Hij is vooral bekend geworden door zijn veldtochten tegen de Romeinen in de jaren 280-275 voor Christus. Tijdens deze oorlogen schoot hij de inwoners van de stad Tarentum – Epirus en Tarentum hadden een verdrag om elkaar in geval van nood te ondersteunen – te hulp in een conflict dat Tarentum had met Rome over zeerechten. Deze oorlog zou uiteindelijk uitmonden in een aantal veldslagen tussen het leger van Pyrrhus en dat van de consuls van Rome. De eerste veldslagen werden door Pyrrhus gewonnen maar deze veldslagen verzwakten zijn leger zodanig dat hij uiteindelijk de oorlog verloor.

00 pyrrus 2 00 pyrrusPyrrhus en Epirus aangegeven op een kaartje met de veldtocht van Pyrrhus in het zuiden van Italië.

In 280 voor Christus landde Pyrrhus met zijn leger, dat uit 25.000 man en een twintigtal ‘vechtolifanten’ bestond, bij Tarentum en trok vanuit daar verder Italië in.

oo olifantenDit zijn Carthagische vechtolifanten ingezet tijdens de slag om Zama in 202 voor Christus. (tekening Henri-Paul Motta) Volgens Plinius de oudere kon je ze goed bestrijden door hete olie over varkens te gieten en deze krijsende beesten vervolgens richting de olifanten te jagen: “Olifanten zijn bang voor zelfs het kleinste gilletje van een varken en slaan dan op hol”.

De eerste veldslag in deze zogenaamde Pyrrische oorlog werd gehouden bij Heraclea. Tegenover de 25.000 man van Pyrrhus stond een leger van liefst 50.000 Romeinen. Desondanks werd de slag gewonnen door Pyrrhus. Wel leed hij grote verliezen. Hij verloor naar schatting 4.000 man (de Romeinen verloren zo’n 10.000 man). Ook de tweede veldslag bij Asculum werd door Pyrrhus gewonnen. Maar ook hier tegen een hoge prijs. Bij deze veldslag verloor hij nog eens 3.500 man (tegenover 6.000 slachtoffers aan Romeinse kant). Na afloop feliciteerde één van zijn generaals hem met de overwinning, waarop Pyrrhus de beroemde woorden sprak: “Als we nog één zo’n veldslag winnen, dan gaan we eraan ten onder!‘ Sindsdien worden overwinningen die meer kosten dan dat ze opleveren pyrrusoverwinningen genoemd.

Pyrrhus vertrok uiteindelijk in 275 voor Christus weer naar Griekenland. Drie jaar later kwam hij in de stad Argos om het leven tijdens gevechten in een conflict met Sparta . Volgens de overlevering gooide een oude vrouw vanuit een huis een dakpan op zijn hoofd terwijl Pyrrhus beneden met haar zoon in gevecht was. Pyrrhus viel bewusteloos op de grond. Of hij toen al dood was, is niet zeker maar toen even later iemand hem onthoofde was zijn dood wel zeker.

Hoe kom ik nu op Pyrrhus? Door het Britse referendum. Ik vraag me namelijk ernstig af of de voorstanders van het vertrek van Groot-Brittannië niet een pyrrusoverwinning hebben geboekt, maar we zullen het in de toekomst gaan zien.

En wie weet zien we over een jaar of tien wel weer de Britten terugkomen, gezien dit opmerkelijke berichtje over voor- en tegenstanders dat ik op de site van de Volkskrant tussen al de nieuwsberichten voorbij zag komen.

00 jeugd

Ook in de categorie 25-49 stemde nog 56% voor om in de EU te blijven. De vertrekkers zaten vooral in de categorie 50-64: maar 44% blijven, en in de categorie 65+: slechts 39% blijven.

Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst.

 

Wil de echte Pannekoek op staan?

In de Volkskrant stond donderdag onder de kop ‘Anton Pannekoek, sterrenmarxist krijgt eigen symposium’ een artikel over Anton Pannekoek (1873-1960), een man die niet alleen als astronoom bekend is geworden maar ook als marxist. Bij het artikel stond de volgende foto.

pannekoek

Het onderschrift luidde: “Anton Pannekoek (rechts) en zijn vrouw Tine Noordewier”

Eerlijk gezegd had ik nog nooit van Anton Pannekoek gehoord en omdat ik niet alles kan lezen, heb ik alleen maar even naar de foto gekeken en het artikel niet gelezen. Ik weet niet of dat ook geldt voor een zekere Jan Otter uit Zuidlaarderveen maar hij heeft in ieder geval kritisch naar de foto en het onderschrift gekeken, want in de krant van vandaag stond onder de kop ‘man en vrouw’ in de rubriek ‘Geachte redactie’ de volgende schitterende ingezonden brief van hem.

Wat attent van de redactie om bij de foto van de in 1960 overleden astronoom Pannekoek en diens vrouw Tine op pagina 25 tussen haakjes te vermelden dat de heer rechts in beeld zit. Maar al te gauw is de vergissing gemaakt, aan het begin van de vorige eeuw droegen immers vele vrouwen een lange baard en een snor, terwijl mannen regelmatig in een jurk voor een foto poseerden. Het is te betreuren dat de Volkskrant er niet bij heeft gemeld of de locatie ‘rechts’ vanuit het perspectief van de kijker is gezien. Nu blijft het dus gissen wie van de twee afgebeelde personen Anton Pannekoek is. Tenzij de lezer zijn gezonde verstand gebruikt, iets waar de redactie blijkens het bijschrift van de foto niet van uit is gegaan.’ Aldus Jan Otter, Zuidelaarderveen.

Leuk! En voor wie nog steeds twijfelt over wie van de twee personen op bovenstaande foto Anton Pannekoek is: in de fotocollectie van het nationaal archief zag ik de volgende foto – het bijschrift luidde: ‘Bolsjewieken. Dr. A. Pannekoek lopend over straat in Amsterdam en betrokken bij de Bolsjewistische samenzwering. 1920. Nederland.’).

pannekoek 2

De man met hoed (rechts) is Anton Pannekoek. De man met hoed  (links) is iemand van de binnenlandse veiligheidsdienst die stiekem de heer Pannekoek volgt.

Toevoeging d.d. 12 juni 2016:

In het oorspronkelijke artikel in de Volkskrant stonden blijkbaar enige foutjes, want in de rubriek ‘Aanvullingen & Verbeteringen  van afgelopen zaterdag las ik het volgende:

Sterrenmarxist’ Anton Pannekoek (Wetenschap, pag. 25, 9 juni) schreef in 1944 zijn memoires in de oorlog niet ‘bij een enkel kaarsje’ in Arnhem maar in Amsterdam, aan het ziekbed van zijn vrouw. Hij was niet getrouwd met Tine Noordewier, maar met haar oudere zus Anna. Ook werd hij niet geboren in Apeldoorn, maar in Vaassen. Pannekoek werd in 1925 hoogleraar in Amsterdam.

Ai, dat zijn wel heel erg veel foutjes voor zo’n klein artikel. De persoon op de foto is dus niet Tine Noordewier maar Anna Noordewier. Hoewel, helemaal zeker we dat niet.  Dat hij met Anna was getrouwd en niet met Tine wil nog niet zeggen dat de persoon op de foto ook Anna is. Misschien had het juiste onderschrift wel moeten zijn:

‘Anton Pannekoek (rechts) en zijn schoonzus Tine Noordewier.’

Over dat ‘rechts’ begin ik nu ook te twijfelen.

p.s. Anna Noordewier werd wel vaker verwisseld met iemand anders. Even zoekend in het historisch krantenarchief van de NRC kom ik haar twee keer tegen. In de krant van 26 maart 1928 wordt ze opgevoerd als een van de aanwezigen bij de begrafenis van een bekende actrice. Een dag later treffen we het volgende bericht aan:

anna noordewier

 

 

Een verkeerde bootnaam en een verdwenen horloge

Er zijn dagen bij dat ik de ’Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant’ van 24 juni 1911 niet lees. Maar gisteren toevallig wel. Dat kwam doordat ik op de website www.delpher.nl wat gegevens zocht voor een verhaal waarmee ik bezig was. Op deze site kan je online zoeken in allerlei historische kranten. Deze zijn door de Koninklijke Bibliotheek gescand en digitaal toegankelijk gemaakt. Je typt een zoekterm in en de site geeft aan in welke kranten deze zoekterm voorkomt met een link naar de betreffende pagina. De kranten gaan terug tot de zeventiende eeuw.

Ik typte mijn zoekterm in en belandde aldus op de voorpagina van ’Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant’ van 24 juni 1911. Op de pagina stond inderdaad iets over het onderwerp waarmee ik bezig was, maar het was niet echt interessant. Toch bleef ik even hangen op de voorpagina van deze krant. Dat kwam door twee andere berichten die ik zag staan.

Het eerste bericht dat mijn aandacht trok was was een bericht over de aankomst in New York van de Olympic, “ ’t nieuwste reuzenschip van de White Star Line”.

olympic

De Olympic zegt u waarschijnlijk niets maar dat was het zusterschip van de Titanic.  Dat de “collega van de Olympic” Oceanic zou gaan heten, klopt dan ook niet. De krant heeft de naam fout. De Oceanic was een schip dat al in 1899 door de White Star Line in de vaart was genomen. Het nieuwe schip dat “spoedig in de vaart” genomen zou worden, was de Titanic. Dat spoedige klopte overigens ook niet. Door vertragingen bij de bouw duurde het nog tot april 1912 voordat de boot vertrok. Wat ook niet uitkwam was de verwachting van de White Star Line om “met deze zeekastelen besparingen te kunnen maken.”

Het andere bericht dat ik las was het volgende:

franse rechter

Het zou best wel eens kunnen dat dit bericht niet geheel op waarheid berust. Maar blijkbaar had de ’Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant’ er geen behoefte aan om dit mooie verhaal stuk te checken en ik ook niet.

De moeder van de Denker

Dit is ‘de Denker’ van Rodin.

De denker en rodinLinks de denker, rechts de bedenker van het beeld.

Alleen vraag ik me nu, na ons bezoek aan Rome, af of Rodin het ontwerp wel zelf heeft bedacht of dat hij zich erg heeft laten inspireren door het onderstaande 2000 jaar oude beeld dat ik in Rome in het ‘Palazzo Massimo alle Terme’ zag.

de denkerDe 2000 jaar oude moeder van de Denker.

Maar misschien kende Rodin dit oude beeld helemaal niet. Het gebeurt wel vaker dat sommige beelden en afbeeldingen opnieuw toevallig in de loop van de tijd ontstaan. Zo kan je in het zelfde museum bijvoorbeeld ook de 2000 jaar oude “moeder” van Kuifje zien.

kuifjeKuifje en zijn moeder

En wie weet, wellicht heeft iemand ooit al eens eerder net zo’n blogpost als deze geschreven? Maar dat is echt toeval dan!

 

De Escher van het oude Rome

De afbeelding hieronder is een voorbeeld van een tessellatie van een vlak. Dat staat voor een collectie van gelijke vormen die het vlak in zijn geheel opvullen zonder dat de vormen elkaar overlappen.

tesselatie

Dit soort betegelingen kunnen met drie-, vier-, vijf- en zeshoeken worden gemaakt. Een zeshoek is het maximum. Er zijn geen veelhoeken met meer dan zes hoeken, waarmee dit ook mogelijk is.

De bovenstaande afbeelding zag ik tijdens ons bezoek aan Rome in het ‘Palazzo Massimo alle Terme’. Deze vloermozaïek is zo’n 2000 jaar oud en is ergens in het oude Rome gevonden. Het ‘Palazzo Massimo alle Terme’ is onderdeel van het ’Museo Nazionale Romano’ dat in 1889 is opgericht en in meerdere gebouwen in Rome is gehuisvest.

Voor wie nu denkt: “hé die blokken, die ken ik ergens van”, dat kan kloppen. Escher heeft een aantal houtsneden gemaakt waarin hij ook gebruik maakt van deze vlakverdeling, onder andere in zijn beroemde Metamorphoses. Zie hieronder een deel van zijn Metamorphose I uit 1937.

escher 2Een deel van ‘Metamorphose 1’  van M.C. Escher uit 1937

Wellicht is de tegelvloer een inspiratiebron geweest voor zijn prachtige Metamorphoses. Het zou kunnen. Escher heeft in de jaren twintig van de vorige eeuw een tijdje in  Rome gewoond, dus de kans bestaat dat hij de tegelvloer – als hij toen al ergens tentoongesteld stond; dat weet ik niet – in Rome heeft gezien. (In ieder geval niet in het Palazzo Massimo alle Terme, want dat gebouw maakt pas sinds 1981 deel uit van het Museo Nazionale Romano.)

De vlakverdeling is overigens niet uniek. Ook de Grieken en de Moren maakten gebruik van deze vorm. In het Alhambra paleis in Granada kan je bijvoorbeeld dit soort vlakken ook zien. Het geniale en unieke van Escher was dat hij de vormen liet ‘overvloeien’ in een andere vormen.

Maar wie weet, misschien hebben we slechts een deel van de hele vloer terug gevonden en was het oude Romeinse mozaïek veel groter en vloeide het ook over in een andere vormen en liep er in het oude Rome ook een soort Escher rond.

 

Flipje Tiel en Einstein in Pompeï

Onlangs waren we in Napels waar we ook het ‘Museo Archeologico Nazionale’ bezochten. Dit museum bevat veel mozaïeken en fresco’s die afkomstig zijn uit Pompeï en Herculaneum. Op twee van die dingen zagen we tot onze verrassing bekende ‘hedendaagse’ figuren staan. Zo kan je op onderstaande afbeelding niet alleen de Vesuvius zien zoals hij er uitzag voor de uitbarsting van 79 na Christus, maar ook Flipje Tiel!

Flipje Tiel

Voor wie Flipje Tiel niet kent, dat was een reclamefiguurtje van een Tielse jamfabiek van vroeger. Er verschenen in mijn jeugd ook allerlei boekjes van die je kon kopen met behulp van zegeltjes die op de jampotten zaten. Ik verslond als klein jongetje de boekjes (en de jam).

Flipje Tiel 2

Ook onderstaand tegelplateau was opmerkelijk.

einstein

Wat deed Einstein 2000 jaar geleden in Pompeï?

 

Bernini versus Borromini

In 2012 schreef ik een boek over de Titanic. Voor dit boek checkte ik een hoop verhalen en mythes over het schip en vermeldde ik in het boek of de verhalen waar waren of niet. Maar bij één verhaal heb ik deze controle bewust niet gedaan en het ongecontroleerd in mijn boek opgenomen. Dat was  het verhaal van de hond die de ramp met het schip overleefde (hij kreeg een plekje in een reddingsboot), maar die na aankomst in New York de kade op rende om daar direct door een auto overreden te worden. Overleef je als hond het zinken van de Titanic overkomt je daarna dat. Ik heb sterk het vermoeden dat dit verhaal wel eens niet waar zou kunnen zijn, maar heb het desondanks gewoon (ongecontroleerd) in mijn boek opgenomen. Sommige verhalen moet je namelijk niet stuk checken. Die zijn te mooi om niet waar te zijn.

Hier moest ik aan denken toen ik gisteren even wat op internet opzocht over de vete tussen Bernini en Borromini. Dit zijn twee Italiaanse beeldhouwers en architecten uit het begin van de zeventiende eeuw. Ze waren grote concurrenten, die elkaar niet konden uitstaan. Zo vond Bernini Borromini eigenlijk maar een prutser. Nu is er een mooi verhaal over deze ruzie. In Rome heb je een plein, de Piazza Navona. Daar staat één van de beroemdste beeldhouwenwerken van Bernini: een fontein met een kleine kopie van een Egyptische obelisk met daarom heen vier beelden die de vier bekende grote rivieren uit die tijd representeren, één voor elk continent: de Donau (voor Europa), de Nijl (voor Afrika), de Ganges (voor Azië) en de Rio de la Plata (voor het Amerikaanse continent). Het beeld staat pal voor de St Agnes kerk die is ontworpen door Borromini.

beeld 1

Het beeld van Bernini met op de achtergrond de kerk van Borromini

Nu wil het verhaal dat Bernini twee van zijn fonteinbeelden een afkeurend gebaar richting deze kerk laat maken om aan te geven dat hij het ontwerp van deze kerk maar niks vond. Zo heft het beeld van de Rio de la Plata afwerend een hand op en bij de Nijl gaat hij zelfs nog een stapje verder. Die heeft een doek over zijn hoofd opdat hij maar niet de kerk van Borromini hoeft te zien. Op zijn beurt heeft Borromini op de kerk een beeld geplaats dat bewust de andere kant opkijkt zodat dit beeld niet naar de fontein hoeft te kijken. Heerlijk zo’n kinderachtige ruzie en een mooi verhaal.

beeld 3De Nijl met een doek over zijn hoofd. Op de achtergrond kijkt het beeld van Borromini  bewust niet naar de fontein.

Twee weken geleden waren Marianne en ik voor een korte vakantie in Rome en zijn we ook even op de Piazza Navona geweest om de fontein van Bernini te bekijken. En inderdaad de Nijl heeft een doek over zijn hoofd opdat hij de kerk niet hoeft te zien en het beeld van Borromini kijkt de andere kant op.

Waarschuwing; wie dit net zoals ik ook een mooi verhaal vindt, wordt aangeraden de rest van deze blogpost niet te lezen.

Maar wat lees ik nu opeens op internet? De fontein van Bernini stond al drie jaar op het plein voordat de St Agnes kerk werd gebouwd! En de reden dat de Nijl een doek over zijn hoofd heeft, is niet dat hij de kerk niet hoeft te zien, maar om te symboliseren dat de bron van de Nijl onbekend was (die was in die tijd nog niet gevonden.)

Het verhaal is dus helemaal niet waar. Maar dat wou ik helemaal niet weten! Dit is typisch een verhaal uit de categorie ‘Dat moet je niet stuk checken”. Gelukkig kan het bewust wegkijken van de fontein door het beeld van Borromini nog steeds waar zijn, maar daar ga ik nu ook al aan twijfelen. Ach, had ik maar niet gelezen dat de fontein er al stond voordat de kerk werd gebouwd.

Bill Gates en George Clooney

Bill Gates en George Clooney waren gisteren allebei in ons land. De een (Bill Gates) om geld namens één van zijn goeddoelstichtingen te schenken, de andere (George Clooney) om geld voor een goeddoelstichting van hem op te halen (zijn stichting kreeg het geld van de Nationale Postcodeloterij). ‘s Avonds was George Clooney te gast in het tv-programma van Humberto Tan dat vanwege de grote belangstelling voor George Clooney was verplaatst naar Carré.

Ik ken Bill Gates en George Clooney alle twee. Althans volgens ‘de keten van vier’. Volgens deze regel kent iedereen op de wereld elkaar door middel van een keten van slechts vier mensen. Daarbij moet je het begrip ‘kennen’ wel ruim opvatten. Een voorbeeldje: Ik ben een keer gast aan tafel geweest bij een uitzending van Pauw en Witteman. Ik “ken” daardoor Jeroen Pauw. Deze kent op zijn beurt Mark Rutte, die weer op zijn beurt op bezoek is geweest bij Barack Obama. Zie hier: in drie ‘stappen’ ben ik bij Obama. En omdat er nog ruimte is voor een vierde stap, kent iedereen die mij kent in vier stappen ook Obama. (Soms is er wel eens een kringetje nodig van vijf of zes mensen)

Ik moet beschaamd toegeven dat Marianne Willem Holleeder kent. Dat is de schuld van Twan Huis die hem in 2012 te gast had in het televisieprogramma College Tour. De kring luidt in dit geval: Marianne -> Martin -> Jeroen Pauw -> Twan Huis -> Willem Holleeder. Foei Marianne!

Daadwerkelijk in levende lijve heb ik niet veel beroemdheden gezien. George Bush Sr. heeft een keer enthousiast naar mij zitten zwaaien (zie hier) en ooit ben ik eens een keer in de jaren negentig met de oudste dochter achterop de fiets en de jongste dochter in het zitje voorop naar het Malieveld in Den Haag gefietst om te kijken hoe president Clinton en zijn vrouw Hillary daar per helikopter vertrokken. Dan konden de kinderen later zeggen dat ze een Amerikaanse president in hun prilste jeugd hadden gezien.

Het dichtste bij een ontmoeting met echt bekende mensen was ik die keer toen Koningin Beatrix en Prins Claus een mislukte poging deden om mij te overrijden. Dat was begin jaren negentig. Met een stel andere fietsers stond ik in Den Haag voor een stoplicht bij het Malieveld te wachten om een drukke verkeersweg over te steken. Vlak voordat ons licht op groen sprong reden er twee motoragenten met zwaailichten voorbij. Waarom ze die lichten voerden was onduidelijk want ze hadden niet echt haast. Even later sprong ons licht op groen en alle fietsers trokken op. Net toen wij de weg wilden oprijden, reed er echter nog een auto door het donkerrode stoplicht. Alle fietsers konden nog net een noodstop maken en de auto werd onder begeleiding van taalgebruik dat ik hier niet zal herhalen nageroepen. Toen we goed keken zagen we dat het een AA-auto was waarin Beatrix en Claus zaten. Prins Claus keek geschrokken achterom maar koningin Beatrix bleef stoïcijns voor zich uitkijken. Die motoragenten hoorden natuurlijk bij het vervoer van Beatrix maar om de een of andere wijze waren ze te ver voor de auto van de koningin geraakt – zeker zo’n 200 meter – waardoor het niet meer duidelijk was dat er nog een auto bij hun hoorde.

Ik dacht ik schrijf even een leuk briefje naar onze koningin dat we weliswaar onderdanen waren maar dat dat toch niet inhield dat ze daar dan over heen mocht rijden en nog wat van die ‘woordgrappen’. Nou, ik kan u verzekeren dat het geen lachebekjes bij het paleis zijn. Ik kreeg een strikt formeel schrijven terug van een soort kolonel-lakei dat de koningin daar onder politiebegeleiding reed en de chauffeur geheel overeenkomstig de verkeersregels had gehandeld en dat ik voor verdere vragen bij de politie moest zijn.

Tot zover mijn ontmoetingen met beroemdheden. Oh, wacht eens even: ik heb president Lincoln ook een keer ontmoet. Zie deze foto uit 2004 van president Lincoln met mijn jongste dochter en ik.

lincoln

De foto is gemaakt bij Mount Rushmore. Waarschijnlijk was de president daar om zijn in de rotswand uitgehakte portret te bekijken.

Mount rushmore

Lincoln is het rechterhoofd van de vier hoofden.

Bobby Solo

Als je op YouTube een videoclip afspeelt, dan geeft YouTube direct naast de clip die wordt afgespeeld een lijst met videoclips die je misschien ook interessant vindt. Zo ook gisteren toen ik op YouTube de videoclip afspeelde van Gigliola Cinquetti toen ze ‘Non Ho L’età’ zong tijdens het San Remo Songfestival van 1964. Bovenaan de lijst met suggesties van YouTube stond een clip van het optreden van Bobby Solo tijdens datzelfde festival. Deze Italiaan zong toen ‘Una lacrima sul viso.  (Klik op de onderstaande screenshot om de bijbehorende YouTube videoclip te openen; dat geldt voor alle screenshots in deze blogpost)

bobby solo screenshot

Ik had nog nooit van Bobby Solo gehoord maar wat een prachtige artiestennaam: Bobby Solo! Het is dan ook niet zijn echte naam. In werkelijkheid heet hij Roberto Satti. Hij is geboren in 1945 en gold als de Italiaanse Elvis Presley. In tegenstelling tot de echte Elvis leeft hij nog. Hij is inmiddels 70 jaar oud (net zo oud dus als de ABBA-leden van gisteren; die vandaag ten opzichte van gisteren ook weer een dagje ouder zijn geworden).

Ten tijde van het songfestival van San Remo van 1964 was Bobby Solo 19 jaar oud en een populaire artiest. In de halve finale zong hij met veel succes zijn ‘Una lacrima sul viso’. Hij was de topfavoriet van het publiek. Echter tussen de halve finale en de finale in liep hij een keelontsteking op, waardoor hij niet in staat was om tijdens de finale het nummer live te zingen. Hij playbackte het nummer daarom, maar dit was niet toegestaan en het leverde hem een diskwalificatie op. Hierdoor won Gigliola Cinquetti niet alleen het San Remo festival maar even later ook het Eurovisie Songfestival. Zo zie je maar weer eens dat toeval en verkoudheid een grote rol in het leven spelen.

‘Una Lacrima Sul Viso’ (‘een traan op je gezicht’) werd door Bobby Solo wel als single uitgebracht. Het nummer stond liefst negen weken op de eerste plaats van de Italiaanse hitparade. Het was de eerste plaat in Italië die meer dan 1 miljoen exemplaren verkocht. Wereldwijd werden er zelfs drie miljoen exemplaren van verkocht.  Ook in Nederland werd het nummer uitgebracht maar hier was het niet zo’n groot succes. Het stond weliswaar in de allereerste top 40 van Radio Veronica, die dit radiostation op 2 januari 1965 uitzond, en wel op plaats 34, maar een week later was het nummer al weer uit de top 40 gevallen.

Er staan meerdere versies van Bobby Solo van dit lied op YouTube. Wie bijvoorbeeld zijn Italiaans wil oefenen kan er hier eentje uit 1964 zien met Italiaanse ondertitels. Als je heel goed oplet, dan kan je op 1 min 57 Gigliola Cinquetti tussen het publiek zien zitten. (Voor wie niet zo goed oplet: op het onderstaande screenshot is Gigliola Cinquetti de middelste persoon.)

cinquetti publiek

Maar veel mooier dan dit optreden is de onderstaande videoclip afkomstig uit de film ‘Una lacrima sul viso’. Zie hier een screenshot uit de film.

bobby solo clip

Het liedje was namelijk zo populair dat er in 1964 rondom het liedje een hele speelfilm werd bedacht met als hoogtepunt Bobby Solo die in zijn rol als Bobby Tonner – ook een mooie naam – het liedje zingt om het hart van de jongedame op de bovenstaande foto te veroveren.

(Een korte samenvatting van de film: Bobby Solo speelt Bobby Tonner, een Amerikaanse rock and roll ster en zoon van een Italiaanse immigrant, die tijdens een bezoek aan Napels een oude vriend van zijn vader opzoekt. De man blijkt een professor op een muziekacademie te zijn die Rock and roll muziek haat. Natuurlijk heeft de professor een prachtige dochter waar Bobby smoorverliefd op wordt. Er zijn nog wel wat complicaties te overwinnen, zoals de weerstand van de professor tegen de muziek van Bobby, de hinderlijke groupies van Bobby die om het huis van de professor rond hangen om een glimp van Bobby op te vangen, en ook is er nog een concurrent die ook in de dochter is geïnteresseerd. Deze liefdesrivaal neemt zijn toevlucht tot slinkse maatregelen maar als aan het einde  – zie de clip; – Bobby ‘Una lacrima sul viso’ zingt dan komt alles goed: de professor ziet in dat Bobby mooie liedjes kan zingen en de dochter realiseert zich dat Bobby de ware is. Even later is het eind goed, al goed.

In 1965 nam Bobby Solo wederom deel aan het songfestival van San Remo. Deze keer won hij wel en nam later dat jaar ook deel aan het Eurovisie Songfestival, waar hij als vijfde zou eindigen. Vandaag de dag treedt hij nog steeds op. Zie hier bijvoorbeeld hoe hij in 2014, wat ouder en grijzer geworden, in de prachtige arena van Verona nog een keertje ‘Una lacrima sul viso’ zingt.

Overigens in die tijd, halverwege de jaren zestig, had je veel meer Italiaanse films met populaire artiesten die liedjes in de film zongen. Het verhaal was altijd boy meets girl,  misverstand  en dan happy end. Zie hieronder bijvoorbeeld het  zingende eind van een film met Gianni Morandi.morandi

Of zie hieronder Gigliola Cinquetti  in een film uit 1966 waar zij via de luidspreker van een vliegveld haar geliefde in een vliegtuig toezingt. (Het misverstand in deze film was dat zij tegen hem had gezegd dat zij van goede komaf was terwijl ze in werkelijkheid een eenvoudig dienstmeisje was. Gelukkig komt ook hier alles goed en op het einde van de film hollen ze alsnog naar elkaar toe. Dat hollen is typisch een eind wat je in veel van die Italiaanse films uit die tijd ziet.

cinq film

Voor wie het begin van deze film ook wil zien, zie hier de openingsscène van de film met de filmtitels met een zingende Gigliola Cinqetti. Veel meer dan deze twee scenes (de begin en slotscene)  van de film hoef je niet te zien.

ci 3

 

Fanny Blankers-Koen

Op Radio West is ‘1948’, een plaatje waarmee Gerard Cox in 1972 een kleine hit had, te horen:

Buiten huilt de wind om ’t huis / Maar de kachel staat te snorren op vier / Er hangt een lampje voor de brievenbus / En in de tochtigste kieren zit papier / We waren heel erg arm / En niemand hield van ons / Maar we hadden thee en nog geen tv / Maar wel radio en lange vingers / We gingen nog in bad / Haartjes nat, nog even op / Totdat vader zei: Vooruit naar bed” / Dan kregen we een kruik mee / Gezichten op ‘t behang / Maar niet echt van binnen bang / Toen was geluk heel gewoon……”

De tekst is van Kees van Kooten en Wim de Bie, geschreven op de melodie van Alone again (naturally) van Gilbert O’Sullivan. Ze zongen het in Hadimassa. Gerard Cox zette het daarna op de plaat. Het is een nostalgisch lied over het jaar 1948. Uiteraard komt in een lied over dat jaar ook Fanny Blankers-Koen voorbij lopen. “Fanny Blankers-Koen, die won vier maal goud in Londen”.

Mijn moeder heeft Fanny Blankers-Koen gekend. Ze woonden allebei in Hoofddorp en zaten er tegelijkertijd op turnen en atletiek. Mijn moeder kon beter turnen, Fanny Blankers-Koen harder lopen. Was het andersom geweest dan had mijn moeder vier maal goud gewonnen in Londen.

blankers koen1948

Fanny Blankers Koen, geheel rechts, tijdens de finale van de 80 meter horden tijdens de Olympische Spelen van Londen van 1948; Collectie Nationaal Archief.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte mijn moeder – ze was 22 jaar toen de oorlog uitbrak – op een postkantoor in Hoofddorp. Mijn moeder sprak wel eens over die periode. Zo vertelde ze dat er op het postkantoor tijdens de oorlog wel eens stiekem brieven werden open gestoomd en gelezen. Een overduidelijke overtreding van de Postwet, maar niet alleen zal het verjaard zijn, er waren ook omstandigheden die dit rechtvaardigden. Het handelde om brieven die meestal anoniem aan de Sicherheitsdienst,  of hoe die Duitse organisatie ook mocht heten, werden gezonden. Vaak ging het in deze brieven over Joodse onderduikers. Als dat het geval was, dan werd de brief één of twee dagen opgehouden en werden de mensen eerst gewaarschuwd dat de onderduikplek was verraden voordat de brief werd doorgestuurd.

In een ander verhaal vertelde mijn moeder over een bezoek dat Fanny Blankers-Koen in 1941, vlak na de geboorte van haar zoon Jan, aan het postkantoor bracht. Mijn moeder zat achter het loket toen Fanny Blankers Koen met de kinderwagen binnenkwam.

Kijk Corrie” – zo heette mijn moeder –  “Dit is nu Jan. Wil je hem even vasthouden?” Toen mijn moeder daarop bevestigend antwoordde, pakte Fanny het kind op en legde het tot verrassing van mijn moeder in het luikje waarmee poststukken naar binnen werden geschoven. Mijn moeder schoof daarop kleine Jan naar binnen, waarop deze vervolgens uitgebreid door alle dames van het postkantoor werd bekeken en geknuffeld. Even later werd de kleine Jan weer door het luikje naar buiten geschoven.

Zeven jaar later zou de vliegende huismoeder vier gouden medailles in Londen winnen.

blankers koen1948 2

Augustus 1948; Fanny Blankers-Koen met haar kinderen. Zoon Jan draagt de vier gouden medailles; foto J.D. Noske / Anefo, Nationaal Archief

Fanny Blankers-Koen overleed in 2004 op 85-jarige leeftijd. Mijn moeder overleed twee jaar later op 88-jarige leeftijd.

 

Drees en het Mariakaakje

Ik woon nu al een jaar of dertig in de Haagse regio, maar ik was nog nooit naar het Haags Historisch museum geweest. Dat kan natuurlijk niet en daarom toch maar eens een keer, samen met de oudste dochter, een bezoek aan dit museum gebracht. Het begon helemaal verkeerd toen bij de kassa bleek dat alleen Haagse studenten korting kregen en niet Rotterdamse studenten. Maar goed, binnen bleek het wel een aardig museum te zijn – je bent er in een uurtje of twee door heen – dat, verrassing, verrassing, over de Haagse geschiedenis gaat.

Zo is een soort video-animatie te zien waarin je kan zien hoe de stad Den Haag zich in de loop van de eeuwen heeft ontwikkeld, hangen er – uiteraard Haagse – schilderijen en voor de liefhebbers van Crime Scene Investigation The Hague is er de (versteende) tong van Johan de Wit en de teen van zijn broer Cornelis te zien. In een ander zaaltje wordt aandacht besteed aan Haagse helden zoals Willem Drees sr.

Op een informatiepaneel werd het leven uit de doeken gedaan van de man aan wie wij onder andere de AOW te danken hebben. Toen Drees deze invoerde wist hij overigens vast al dat hij zelf 101 jaar oud zou worden. Er hingen ook foto’s van Drees, onder andere eentje van hem voor zijn huurwoning in de Beeklaan – hij ging meestal lopend naar zijn werk, ook toen hij minister-president was – en Drees keurig in de rij bij het stemmen.

drees

Drees in de rij bij het stemmen voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1956; foto Harry Pot; Anefo; Nationaal Archief.

“Wat een schattig mannetje” zei de oudste dochter die eigenlijk nog nooit van Drees had gehoord. Terwijl wij het informatiebord over Drees lazen, zagen we echter opeens dat het Haags Historisch Museum gigantisch de mist in ging. Op het bord stond namelijk ook vermeld dat de beroemde anekdote dat Nederland de Marshall-hulp te danken had aan een Mariakaakje – dat mevrouw Drees bij de thee serveerde  tijdens het bezoek van twee hoge Amerikaanse ambtenaren die kwamen praten over de toekenning van de Marshallhulp –  niet waar zou zijn. Zo zou de Marshall-hulp al zijn toegekend voordat Drees premier werd. Ai, ai, ai, Haags Historisch museum toch! Sommige verhalen zijn te mooi om niet waar te zijn. Die ga je gewoon niet stuk checken. Dat is not-done.

In 2012 publiceerde ik een boek over de Titanic die honderd jaar daarvoor was gezonken. Voor dat boek onderzocht ik welke verhalen en mythes over de Titanic nu wel en welke niet waar waren. Eén verhaal controleerde ik echter niet, namelijk het verhaal van de honden die waren gered. Twee van die honden aan boord van de Titanic vonden ook een plekje in één van de reddingsboten. Nu wil het verhaal dat bij aankomst in New York één van die honden de loopplank afrende en prompt op de kade door een auto werd overreden. Overleef je als hond het zinken van de Titanic, overkomt je dit. Dit verhaal is natuurlijk te mooi om niet waar te zijn en ik heb het dan ook zonder te checken in mijn boek opgenomen. Zo hoort het.

En nu gaat het Haags Historisch Museum dus zeggen dat het verhaal over het Mariakaakje en Drees niet waar is! Maar, gelukkig is het verhaal wel waar. Er is zelfs fotografisch bewijs van.

Het verhaal speelt zich namelijk niet in 1947 of 1948 af, maar pas in 1949 nadat de Marhall-hulp al was toegekend. De Amerikanen wilden echter weten of de hulp wel overal goed gebruikt werd en stuurden twee hoge ambtenaren, de heren Harriman en Hoffman op rondreis door Europa. Omdat het bezoek aan Italië waar de heren met veel pracht en praal werden ontvangen uitliep, kwamen ze pas op zondag in Nederland aan. Omdat het ministerie zoals gewoonlijk dicht was op die dag – en Drees het zonde vond om het speciaal voor dit bezoek te openen en het te verwarmen, nodigde Drees de delegatie bij hem thuis in zijn rijtjeswoning aan de Beeklaan uit. Toen de heren arriveerden, ontstond er eerst een misverstand. Hoffman en Harriman dachten namelijk dat de man die deur open deed een butler was, maar het was Drees zelf. Even later presenteerde mevrouw Drees de thee met de befaamde Mariakaakjes. Harriman, die dacht dat ze dit alles thuis in Washington nooit zouden geloven, pakte daarop zijn fototoestel en maakte er onderstaande foto van. Deze foto bevindt zich thans in het archief van de Library of Congress in Washington DC.

drees koffie

Mrs. Drees, the wife of Prime Minister of the Netherlands, presents Mr. Drees, the Prime Minister of the Netherlands, a cup of tea. Photo: W. Averell Harriman; Collection Library of Congress, Washington DC.

Bij het vertrek zei Harriman tegen zijn collega Hoffman de historische woorden: “Aan een land waarvan de minister-president zo woont en leeft, is ons geld goed besteed.” Nederland behield zijn Marshall-hulp. Het werd zelfs verhoogd en uiteindelijk zou Nederland over de periode 1948-1952 een steunbedrag van 1 miljard dollar van de Amerikanen krijgen voor de wederopbouw. En dat dus mede dankzij het Mariakaakje bij de thee van mevrouw Drees.