Alle berichten van Martin

Voornamen (4)

In 1994 was Marianne zwanger van onze jongste dochter. Liefst negen maanden, dus tijd genoeg om over een voornaam te denken. We kozen uiteindelijk voor een naam die wij beide leuk vonden en waarvan wij dachten dat die op dat moment niet zo vaak werd gegeven. We wilden namelijk voorkomen dat ze later in een klas terecht zou komen waar veel kinderen zouden zitten met dezelfde naam.

Echter een goed beeld wat de meest populaire voornamen in die tijd waren, hadden we niet. Al Gore was nog maar net begonnen met het uitvinden van het internet en sites met de meest populaire voornamen, zoals die van het Meertens Instituut en de Sociale Verzekeringsbank, bestonden nog niet. Wel waren er een paar boekjes over voornamen met daarin soms een top tien, meestal betrof het een lijstje uit de jaren zeventig. Kortom, een actueel beeld ontbrak. Wij haalden onze kennis over de populariteit van de namen daarom vooral uit de geboorteadvertenties die we zagen in de Volkskrant (op die krant hadden we een abonnement) en in de NRC (die krant kochten we op zaterdag; vooral voor het cryptogram).

Na de geboorte van onze dochter in november 1994 besloot ik om in 1995 een professioneel opgezet actueel onderzoek te houden naar de populariteit van voornamen. Ok, dat professioneel laat ik weg. Het onderzoek bestond er uit dat ik de geboorteadvertenties uit de Volkskrant en die uit het NRC knipte (de laatste dus alleen van de zaterdagkrant) Vervolgens stopte ik die in een schoenendoos. Aan het einde van dat jaar had ik een kleine 1500 geboorteadvertenties in mijn schoenendoos verzameld en maakte ik een top tien van de meest populaire voornamen van 1995. Thomas en Charlotte voerden die lijsten aan. (Over nutteloze onderzoeken gesproken, heb ik wel eens verteld dat ik in die tijd ook een tijdje bij hield hoe vaak het regende als ik naar kantoor fietste? – in 7,5% van de gevallen.)

Ik had dus een actueel overzicht van de meest populaire namen van dat moment maar wat moest ik met die kennis? Ik besloot om een ‘ingezonden brief’ naar de Volkskrant te sturen. Om de kansen wat te vergroten dat de brief werd geplaatst, verzon ik er de VIENO bij, de Vereniging voor Interessante Edoch Nutteloze Onderzoeken, die zogenaamd dit onderzoek had verricht. En ja hoor, op 13 januari 1996 stond mijn brief onder de titel ‘De ouders van 1995 noemen hun kinderen Thomas en Charlotte’ op een prominente plaats in de zaterdageditie van de Volkskrant.

Volkskrant

Vervolgens gebeurde er iets dat ik absoluut niet had verwacht. In de week er op werd ik gebeld door drie verschillende tv-programma’s en vier radioprogramma’s met de vraag of ik in hun uitzending iets over dit belangwekkende onderzoek en de VIENO wilde komen vertellen. Pardon, wat kregen we nu?

Het eerste tv-programma dat belde was de ‘5-uur-show’, een tv-programma van RTL dat – verrassing, verrassing –  ’s middags werd uitgezonden van vijf tot zes uur. De presentatrices in die tijd waren afwisselend Viola Holt en Catherine Keyl. Het programma was gericht op huisvrouwen. Marianne keek het gedurende haar zwangerschapsverlof wel eens. Ik moet zeggen dat ik even heb geaarzeld of ik op de uitnodiging zou ingaan, maar ik besloot er toch maar van af te zien. Behalve het lijstje had ik eigenlijk niets te vertellen, dus ik wist niet zo goed wat mijn aanwezigheid daar zou toevoegen. De redactrice zei dat ze dat spijtig vond en of het goed was dat ze dan het lijstje met mijn top tien in het programma zouden voorlezen. Dat vond ik uiteraard geen probleem.

De volgende die belde was Veronica-tv. Ik kreeg een redactrice aan de lijn die ik nauwelijks kon verstaan. Dat kwam doordat op de achtergrond keiharde popmuziek te horen was. Ik verstond iets van ‘uitnodiging’ en ‘keigaaf’ maar waarvoor die uitnodiging was? Ik bedankte dan ook maar voor de eer, waarop zij zei dat ze dat heel vervelend van mij vond. Die opmerking hielp niet echt om mijn mening te herzien.

Het derde tv-programma dat belde was Kopspijkers, een zeer populaire satirisch VARA-programma in die tijd met Jack Spijkerman. Hun invalshoek was vooral de VIENO. Ik legde uit dat de VIENO geen echte vereniging was. Dat de vereniging maar bestond uit twee leden, ik als voorzitter en mijn vrouw als lid waarbij de laatste niet eens wist dat ze lid was. Dat vonden ze geen bezwaar. Ze zouden er wel iets leuks van maken. Daar was ik juist bang voor en dus besloot ik om ook niet op hun uitnodiging in te gaan.

Wel ging ik in op de uitnodigingen van twee radioprogramma’s. Met radio Utrecht, een regionale zender, had ik een telefonisch interview. De AVRO kwam zelfs bij ons thuis. De invalshoek was ook hier de VIENO maar dan in een humoristisch tweegesprek met de interviewer. Ik vroeg aan de interviewer hoe het nou kon dat ik door zoveel programma was gebeld. Hij vertelde dat er een hoop radio- en tv-programma’s waren die allemaal probeerden om actuele en originele gasten te krijgen. Redacties zaten in het weekend de zaterdagkranten door te nemen op zoek naar leuke onderwerpen en een vereniging als de VIENO was natuurlijk bij uitstek een geschikt onderwerp. Het was een hele concurrentiestrijd tussen die programma’s zei hij. Vaak zaten ze achter dezelfde gasten aan.

We maakten er een leuke rapportage van. “Op zoek naar de mensen achter de VIENO” was de insteek, net alsof het een echte vereniging was. Na afloop ging hij nog even wat bijbehorende geluiden opnemen zoals het lopen over ons pad naar de deur en het aanbellen, waarbij ik dan spontaan en verrast de deur open deed: Hé, wie is daar? Het leek wel een hoorspel. Twee dagen later werd “de rapportage” uitgezonden. We hebben het nog op een cassettebandje opgenomen, maar ik ben dat bandje al jaren kwijt. Niet dat ik het zou kunnen afspelen, want een cassetterecorder hebben we ook al jaren niet meer.

De VIENO als vereniging bestaat niet meer. In 2004 verscheen er nog een voetbalboek van mij getiteld ’De Oranje Rapporten’ met daarin allerlei zogenaamde VIENO-rapporten over het Nederlands elftal. Daarna heb ik de vereniging min of meer een stille dood laten sterven. Maar wie op de Finse Wikipedia gaat zoeken, zal daar een lemma over de VIENO vinden.

VIENO fins

Even op het plaatje klikken voor een leesbare afbeelding (mits je natuurlijk Fins kan lezen).

Mijn Fins houdt niet over, dus eerlijk gezegd had ik geen flauw idee wat hier stond. Ik liet de pagina daarom automatisch vertalen door Google en dat leverde het volgende (kromme Nederlands) op:

Vieno vertaald

Wat blijkt: Vieno is een Finse voornaam! Dat kan bijna geen toeval meer zijn.

p.s. In een wetenschappelijk boek over onderzoeksmethoden werd dit “VIENO-onderzoek” ook nog aangehaald. Zie pagina 21 van dit  document.

https://www.boomlemma.nl/documenten/9789047301110_inkijkexemplaar.pdf

Voornamen (3)

Willem-Alexander is met Maxima getrouwd. Ok, dat is niet direct ‘breaking news’, zelf geen opvallend nieuws, maar wel opvallend. Want als je op de voornamensite van het Meertens Instituut kijkt, dan zie je dat er in 2014 maar 31 mannen in Nederland wonen met de voornaam Willem-Alexander en dat er zelfs maar 22 vrouwen in Nederland zijn die de voornaam Maxima hebben. De kans dat een Willem-Alexander met een Maxima trouwt is dus erg klein. Geen wonder dat Willem-Alexander zijn Maxima helemaal uit Argentinië moest halen.

Dat er maar 22 vrouwen in Nederland zijn die Maxima heten is veel minder dan ik had gedacht. Ik had eerlijk gezegd een hoger aantal verwacht, maar blijkbaar willen de ouders van nu hun kinderen niet opzadelen met dezelfde voornaam als de koningin. Dat was vroeger wel anders. Liefst 98.201 vrouwen heten Wilhelmina, 2.066 vrouwen Juliana en 2.389 vrouwen Beatrix. Vergelijk die aantallen eens met die 22 van Maxima.

Toen ik naar de populariteit van  namen van deze vier koninginnen keek, viel mij iets opmerkelijks op. Zie hier de grafiek van Beatrix.

Beatrix

We zien twee grote pieken. De eerste is in 1938, het geboortejaar van Beatrix. In dat jaar gaven 206 andere ouderparen hun dochter ook de naam Beatrix. De tweede grote piek is in 1941. Liefst 299 kinderen kregen toen de naam Beatrix. Bij haar moeder Juliana en haar zuster Irene zien we in 1941 ook een soortgelijke piek. Kijken we naar het enige mannelijk lid van het Koninklijk Huis in die tijd, prins Bernhard, dan zien we ook voor zijn naam in 1941 een piek.

Bernhard

De meest aanmerkelijke verklaring die ik voor deze pieken heb, is dat een paar honderd ouders in 1941 als een soort stil protest tegen de Duitse bezetting hun pasgeboren kind de naam van een lid van de koninklijke familie hebben gegeven.

Behalve naar de invloed van de namen van leden van het koninklijk huis op de populariteit van voornamen heb ik ook even gekeken of de populariteit van bekende voetballers effect heeft  op de populariteit van hun voornamen. Voor Abe (Lenstra), Faas (Wilkes), Willem (van Hanegem) en Johan (Cruijff) is geen enkel effect te zien. Wel voor Ruud (Gullit) en Marco (van Basten) die met Nederland in 1988 Europees kampioen voetballen werden.

Ruud

We zien dat de met de opkomst van Ruud Gullit als voetballer in de jaren tachtig de populariteit van de voornaam Ruud mee stijgt met als hoogtepunt het jaar 1988, en dat met de neergang van Gullit als voetballer in de jaren negentig de populariteit van de voornaam Ruud weer afneemt. Dit kan toeval zijn  – de populariteit van de naam Ruud was al aan het stijgen –  maar we zien in de jaren tachtig wel een versnelling. Kijken we naar Marco, dan zien we dit:

Marco

Ook voor de naam Marco is een kortstondige piek te zien. Alleen hier is iets merkwaardigs aan de hand. De piek voor Marco ligt niet omstreeks 1988 maar al rond 1970. Ik kan me geen enkele Marco uit die tijd voor de geest halen, die verantwoordelijk kan zijn voor deze kortstondige piek. Het enige wat ik kan verzinnen is dat omstreeks 1970 een flink aantal mensen allemaal tegelijkertijd een voorspellende droom of een visioen moeten hebben gehad waarin werd aangegeven dat iemand met de naam Marco Nederland in 1988 Europees kampioen voetballen zou maken en dat ze daarom hun pasgeboren zoon de naam Marco hebben gegeven. Ja, dat moet het zijn.

Tot slot van mijn wetenschappelijke onderzoek: had de moord in 2002 op Pim Fortuyn door Volkert van de G. invloed op de populariteit van de namen Pim en Volkert?

Allereerst Volkert. Daar is geen enkel effect te zien. Maar dat komt omdat de naam Volkert al heel lang niet meer populair was. Vanaf ongeveer 1990 kregen maar 1 à 2 jongetjes per jaar de naam Volkert. Veel minder kan niet. Dan de naam Pim. De naam Pim was voordat Fortuyn populair werd al een redelijk populaire jongensnaam. Vanaf halverwege de jaren tachtig kregen ongeveer 250 jongens per jaar deze naam. De moord op Fortuyn bleek, zoals ik had verwacht, inderdaad een effect op de populariteit van de naam Pim te hebben, maar het was een ander effect dan dat deze wetenschappelijke onderzoeker had verwacht.

Pim

Ik had namelijk een lichte stijging verwacht maar het werd een daling. De populariteit van de naam Pim nam in de jaren direct volgend op de moord namelijk flink af. In 2002 halveerde het aantal Pimmetjes al ten opzichte van 2001 en in 2003 zakte het aantal nog verder in. Daarna nam de populariteit van de naam Pim jaarlijks weer licht toe, maar pas in 2009 zat de populariteit van de naam Pim weer op “het oude niveau”. Moord en een schattig baby’tje passen blijkbaar niet goed bij elkaar.

Tot zover dit wetenschappelijk onderzoek wat eigenlijk geen naam mag hebben.

Voornamen (2)

Even tussendoor – taalkundig gezien niet juist want ik begin er mee – ik had het in de blogpost van gisteren over de populariteit van voornamen, het Meertensinstituut heeft ook een site waar je kan zien hoeveel mensen er in 2007 (en in 1947) waren met een bepaalde achternaam. Wie dus wil weten hoeveel personen er zijn met haar/zijn achternaam, dit is de link: http://www.meertens.knaw.nl/nfb/

Zie hieronder bijvoorbeeld het overzichtskaartje voor de achternaam ‘de Vries’. In 1947 stonden er in totaal 49.658 mensen in de gemeentelijke basisadministraties geregistreerd met die achternaam; in 2007 was dit aantal opgelopen tot 71.099 stuks. Deze mensen waren als volgt verdeeld over de verschillende gemeentes.

De vries

Je kan zien dat er vooral in Friesland veel mensen met de naam ‘de Vries’ wonen (1391 mensen bijvoorbeeld in de gemeente Smallingerland tegenover 1184 in de gemeente Rotterdam). Of de Vries’en hebben (onbewust?) de neiging naar Friesland te trekken of ze zijn er nooit weggegaan. Uiteraard heb ik zelf ook even gekeken hoeveel mensen er met mijn achternaam in 2007 in Nederland rondliepen. Dat zijn er maar 254. We lopen dus nog wat achter op ‘de Vries’.

Maar terug naar de voornamen: op de site van de voornamen (http://www.meertens.knaw.nl/nvb/) kan je niet alleen zien hoeveel baby’s per jaar een bepaalde voornaam krijgen, maar ook kan je er zien hoeveel mensen in totaal in Nederland die voornaam hebben. Zo lopen er naast mij momenteel nog 20.000 andere Martin’s in Nederland rond. Onder het kopje ‘verspreiding’ kan je zien waar deze 20.000 Martin’s zijn geboren.

Martin grafiek

Redelijk verspreid dus. Zoals dan te verwachten is, zijn de meeste Martin’s in een grote stad geboren. Leuker is daarom niet te kijken naar de absolute aantallen per gemeente maar naar het percentage per gemeente, of te wel hoeveel procent van de mensen die in een bepaalde gemeente zijn geboren heeft de voornaam Martin (in mijn geval) gekregen. Dan zie je dat Martin een naam is die procentueel gezien wat vaker in het noorden dan in het zuiden wordt gegeven.

martin percentage

De inwoners van de gemeente Landsmeer zijn degenen die de naam Martin het vaakst aan hun kinderen hebben gegeven, 1% van de in Landsmeer geboren mannen (situatie 2014) heeft de voornaam Martin. Verstandige mensen daar in Landsmeer.

Als je een soortgelijke exercitie doet voor de naam Maria, dan krijg je het volgende opmerkelijke overzicht voor de aantallen mannen en vrouwen met de naam Maria als eerste naam, dan wel als volgnaam.

maria aantallen

Liefst 333.861 vrouwen in Nederland in 2014 hebben de naam Maria als voornaam en nog eens 1,1 miljoen vrouwen hebben Maria als een volgnaam. Ook bijna een half miljoen mannen hebben Maria als volgnaam en er waren in 2014 zelfs 641 mannen met de naam Maria als eerste naam. Dat het geven van de naam Maria (vooral) gerelateerd kan worden aan het katholieke geloof kan je wel zien als je naar het kaartje kijkt met het percentage ‘Maria’ als eerste naam per geboortegemeente.

Maria percentage

Heel Brabant en Limburg is donker gekleurd, dat wil zeggen dat de percentages daar boven de 5% liggen. Zo heeft liefst een kwart van de vrouwen die in 2014 nog leefden en die in de gemeente Gulpen-Wittem zijn geboren de voornaam Maria. Voor Maastricht als geboortestad ligt dat percentage op 10%. (Voor grote steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht ligt het percentage ergens tussen de 3% en 4%.) Het zullen vooral oudere vrouwen zijn die de voornaam Maria hebben. Kregen in het jaar 1947 nog liefst 11.157 vrouwen in Nederland de voornaam Maria, in 2014 waren dat er nog maar 198.

Eigenlijk was het nu de bedoeling om verder te gaan op het verband tussen Oorlog, Moord, de goals van Marco van Basten tijdens het EK van 1988 en de populariteit van namen, maar daar hebben we helaas geen plaats meer voor. We verschuiven dat onderwerp – cliffhanger weer – wederom door naar een volgende blogpost .

Voornamen (1)

Ik ben wel iemand van lijstjes. Een goed lijstje is aan mij wel besteed. Tien rare plaatsnamen en buurtschappen in Nederland: (Raar, Rectum, Boerenhol, Sexbierum, Hongerige Wolf, Waspik, Kuttingen, Gaarkeuken, Doodstil en Poepershoek) of de vijf meest voorkomende leugens:

  • Ik ben over vijf minuten daar!
  • Sorry, ik kon niet opnemen (de telefoon)
  • Oh ja, nu snap ik het (na een moeilijke uitleg)
  • Je ziet er fantastisch uit!
  • Ik lieg niet!

Dat soort werk. (Beide lijstjes zijn afkomstig van http://www.alletop10lijstjes.nl/)

Lijstjes zijn populair. Zelf heb ik in 1995 dankzij een door mij gemaakt lijstje met de tien meest populaire voornamen van 1994 uitnodigingen ontvangen om in liefst drie televisie- en vier radioprogramma’s te verschijnen. (Hoe dat zat en of ik dat gedaan heb, daar kom ik in een andere blogpost nog wel een keertje op terug).

Onlangs verscheen er een lijstje met de tien meest populaire voornamen van dit jaar (tot en met het derde kwartaal). Uiteraard heb ik dit lijstje, als voornamenexpert, met belangstelling bekeken. De meest populaire meisjesnaam 2015 tot en met het derde kwartaal is Emma, bij de jongens is dat Luuk. De gehele top tien voor meisjes in 2015 ziet er als volgt uit:

  1. Emma
  2. Julia
  3. Sophie
  4. Mila
  5. Anna
  6. Eva
  7. Tess
  8. Lotte
  9. Sara
  10. Zoë

En die van de jongens luidt:

  1. Luuk
  2. Liam
  3. Lucas
  4. Sem
  5. Daan
  6. Milan
  7. Noah
  8. Finn
  9. Levi
  10. Jesse

Dit alles weten we dankzij http://svb.nl/int/nl/kindernamen/, een site van de Sociale Verzekeringsbank die alle voornamen registreert in het kader van de kinderbijslag.

Iedereen die in Nederland woont of werkt en een kind verzorgt, heeft recht op kinderbijslag. Met de kinderbijslag betaalt de overheid mee aan de kosten die horen bij de opvoeding van een kind. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) keert deze kinderbijslag ieder kwartaal uit. Hierdoor kennen wij de namen van alle pasgeboren kinderen.”

De site zit vol met leuke overzichten. Zo kan je bijvoorbeeld per provincie de meest populaire namen zien. Er zijn best veel regionale verschillen. In Limburg is Milan momenteel de meest populaire voornaam voor jongens en Mila voor meisjes. (Daar zit je kind dus straks in een klas vol met Milan’s en Mila’s). In Drenthe is het echter Bram en Sophie; daar komen Milan en Mila zelfs helemaal niet in de top 10 voor.

De Sociale Verzekeringsbank is niet de enige instantie die allerlei gegevens over namen bij houdt. Het Meertens Instituut beheert behalve de site met verhalen  – zie de vorige blogpost –  ook een site met informatie over namen: de ‘Nederlandse Voornamenbank’. Zie http://www.meertens.knaw.nl/nvb/

De Nederlandse Voornamen Databank geeft informatie over 600.000 verschillende officiële voornamen die in Nederland voorkomen. Het bestand is gebaseerd op de voornamen die als eerste naam en/of als volgnaam op 1 januari 2015 bij de Gemeentelijke Basisadministratie geregistreerd waren, aangevuld met recentere eerste voornamen die verkregen zijn van de Sociale Verzekeringsbank” aldus de site.

Gaat de informatie op de site van de SVB maar terug tot 2008, op die van het Meertens Instituut staan de gegevens vanaf 1880. In dat jaar zag de top 10 van meest populaire voornamen er voor meisjes als volgt uit:

  1. Maria
  2. Johanna
  3. Anna
  4. Cornelia
  5. Wilhelmina
  6. Elisabeth
  7. Catharina
  8. Hendrika
  9. Adriana
  10. Grietje

En de top 10 voor jongens van 1880 luidde:

  1. Johannes
  2. Jan
  3. Cornelis
  4. Hendrik
  5. Pieter
  6. Willem
  7. Gerrit
  8. Jacobus
  9. Petrus
  10. Jacob

Een wereld van verschil met de populaire namen van 2015. Maria, de meest populaire meisjesnaam in 1880 vinden we in 2015 pas terug op plaats 57 en Johannes, de nummer 1 van de jongens in 1880 moet het in 2015 met plaats 85 doen. Alleen Anna blijkt een naam van alle tijden te zijn: nummer drie in 1880 en nummer vijf in 2015.

Een leuk aspect van de site is dat je alleen maar een naam hoeft in te typen om een grafiek te krijgen waarin je kan zien hoe vaak gedurende de periode 1880 – 2014 die naam aan kinderen werd gegeven. Zo ziet de geboortegrafiek van Martin – een voornaam waar ik wel enige sympathie voor heb –  gedurende die periode er als volgt uit.

Martin kort

Kregen in 1970 nog 788 jongens de voornaam Martin, in 2014 was dat gedaald tot nog maar 24. Ik ga er uiteraard vanuit dat in de toekomst dit aantal weer flink zal stijgen. Voor wie wil kijken hoe het met zijn/haar eigen naam staat, dit is de link:  http://www.meertens.knaw.nl/nvb/naam/is/martin

(Je moet dan uiteraard wel in het invulvakje je eigen naam intypen.)

Bedenk overigens wel dat het absolute aantal in een bepaald jaar niet alleen afhangt van de populariteit van die naam, maar ook van het aantal mensen dat in dat jaar is geboren. Zo was er in de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog een geboortegolf. Zie hieronder een overzicht van het aantal geborenen van 1900 tot 2010. De piek is de geboortegolf van 1945-1950. Er werden in die jaren twee keer zoveel kinderen als het gemiddelde van de jaren ervoor geboren, dus als het absolute aantal mensen met een bepaalde naam in die jaren ook met een factor twee stijgt, dan komt dat daardoor en niet doordat de naam opeens twee keer zo populair werd.

geboortes

Je ziet sommige namen in de loop van de tijd telkens populairder worden, terwijl de populariteit van andere namen juist afneemt. Vergelijk maar eens de grafiek van Emma (de nr. 1 uit 2015) met die van Maria (de nr. 1 uit 1880).

emma

Maria

De naam Emma is eigenlijk pas de laatste vijftien jaar populair geworden. De grafiek van Maria is trouwens een mooi voorbeeld waar je heel goed de geboortegolf van1946-1950 kan zien (zo’n 2500 meisjes extra per jaar kregen in die periode dankzij deze geboortegolf de naam Maria). De naam Maria is ook een mooi voorbeeld waarbij je de invloed van sociale ontwikkelingen dan wel bepaalde gebeurtenissen terugziet in de populariteit van de naam. Bij de continue daling van de populariteit van de naam Maria vanaf de jaren vijftig zal ongetwijfeld de ontkerkelijking een belangrijke rol hebben gespeeld.

In de volgende blogpost  – cliffhanger! – nog een paar van dit soort opmerkelijke voorbeelden, onder andere over de invloed van oorlog en moord op de populariteit van namen en hoe we al in 1970 konden weten dat we dankzij Marco (van Basten) in 1988 Europees kampioen voetballen zouden worden.

Schapen tellen

Zo’n jaar of tien geleden zaten we een keer tijdens een werkoverleg te luisteren naar een ingehuurde consultant die uitlegde wat hij en de mensen van zijn bureau gingen doen opdat we weer het juiste pad zouden vinden. “We staan aan de rand van de afgrond maar doen nu een grote stap voorwaarts” dat soort kretologie. Het was iets wat we al jaar in jaar uit hoorden. Elk jaar zagen we een stoet consultants voorbij komen, die stuk voor stuk gewichtige (en vooral dure) rapporten opleverden waarin zaken stonden die we al lang wisten.

Op een gegeven moment maakte iemand zachtjes een mweh-geluid, waarop een groot deel van de groep in lachen uitbarstte. Onze manager keek ons kwaad aan, de consultant verbaasd. Wat deze laatste niet wist, was dat vlak voor de vergadering iemand een mailtje had rond gestuurd met het volgende verhaal:

Een herder hoedt zijn kudde schapen op een veld als hij een nieuwe Ferrari ziet naderen. De bestuurder, een man elegant gekleed in een pak van Versace, schoenen van Gucci, een bril van Ray Ban en een stropdas van Yves Sain-Laurent, stopt en leunt uit het raam. “Als ik jou precies vertel hoeveel schapen jij hebt, krijg ik er dan eentje van je?”, vraagt hij aan de herder. De herder kijkt de yup aan, kijkt naar zijn grote kudde en zegt: “Ok, waarom niet”.

De yup pakt onmiddellijk zijn laptop en verbindt deze via bluetooth met zijn I-Phone. Hij maakt verbinding met internet, surft naar een website van NASA, selecteert een navigatie systeem om zijn exacte positie te bepalen. Hij stuurt vervolgens de data naar een andere satelliet van NASA, die het hele gebied scant en hem een ultra scherpe foto stuurt. De yup opent Adobe Photoshop en stuurt de foto naar een laboratorium in New York dat hem na enkele seconden een E-mail stuurt op zijn Palm Pilot met de bevestiging dat de foto is bewerkt en opgeslagen. Via een ODBC connectie maakt hij verbinding met een MS-SQL database en in een sheet van Excel met honderden ingewikkelde formules laadt hij alle data via de E-mail van zijn Blackberry. Na enkele minuten genereert het programma een antwoord van 150 pagina’s in kleur en de yup drukt deze af op zijn mini HP laserjet. Hij kijkt de herder aan en zegt: “Je hebt exact 1586 schapen”.

“Dat klopt”, zegt de herder, “je mag een schaap uitzoeken”. De yup stapt uit, zoekt een dier uit en zet hem op zijn achterbank. Dan zegt de herder: “He, als ik jouw beroep raad, krijg ik dan mijn dier terug?” De yup denkt even na en zegt: “Ok, waarom niet”. De herder zegt: “Je bent een consultant.” “Ongelooflijk”, zegt de yup, “hoe weet je dat?” “Dat is niet zo moeilijk”, zegt de herder, “je verschijnt terwijl niemand daarom heeft gevraagd, je stelt een vraag waar niemand op zit te wachten en je wilt betaald worden voor het antwoord, terwijl ik dat antwoord al weet. Bovendien begrijp je helemaal niets van mijn werk. Dus geef me mijn hond terug”.

Aangezien mijn jongste dochter bezig is met een sollicitatie voor een bijbaantje op een consultancybureau, leek het me leuk om haar dit verhaal op te sturen. Ik had een online versie nodig en typte daarom op Google de zoektermen ‘consultant’ en ‘schapen’ in. Ik kreeg liefst 62.900 hits! Een aantal van die hits had overigens niks met het schaapherdersverhaal van doen, waaronder eentje van een managementconsultancybureau dat een onderzoek naar het imago van consultants presenteerde onder de titel ‘Consultants: zwarte schapen van het bedrijfsleven? Ik dacht dat dit een staaltje zelfspot van het bedrijf was, maar nergens in het verhaal zat een verwijzing naar het schaapsherderverhaal, waardoor ik denk dat het als serieuze kop was bedoeld, waardoor ik er juist weer erg om moest lachen.

schapen 1900

Een Australische consultant op zijn snelle paard te midden van een schaapskudde ; Foto genomen omstreeks 1900; Tyrrell Photographic Collection, Powerhouse Museum

Eén van de sites waar het verhaal wel (meervoudig) te vinden was, is http://www.verhalenbank.nl/ Dit is een site van het Meertens Instituut. Dit onderzoeksinstituut houdt zich bezig met de bestudering en documentatie van Nederlandse taal en cultuur en verzamelt onder andere verhalen. Op hun site kan je online meer dan 30.000 verhalen, sagen, moppen e.d. lezen. Dus wie zich verveelt, moet daar maar eens een kijkje nemen.

Ze kwalificeren de verhalen ook, delen ze in categorieën in en kijken of er soort gelijke verhalen bestaan. Of dit allemaal even nuttig is, weet ik niet, maar als ex-voorzitter van de VIENO (de Vereniging van Interessante Edoch Nutteloze Onderzoeken) kan ik zoiets wel waarderen. Van het schapenverhaal hebben ze liefst zeven verschillende versies online staan, telkens met een ander personage in de hoofdrol (en een ander aantal schapen).

meertens 1meertens 2

Zie boven hoe het Meertens Instituut aangeeft welke verhalen vergelijkbaar zijn en hoe ze deze verhalen indelen en zie onder drie vergelijkbare versies van het verhaal zoals ze op hun site staan (de codes e.d. zijn van het instituut),.

Identificatie code: MOP30034; datum september 1995; Onderwerp TM 8057 – Schapen raden, hond terug

Een man loopt op een dag door het platteland en komt een herder tegen met een hele grote kudde met schapen. Hij zegt tegen de herder: “Ik wed voor 100 gulden dat ik je precies kan zeggen hoeveel schapen er in deze kudde zitten. Als ik gelijk heb, krijg ik een schaap.” De herder denkt even na. Het is een grote kudde dus hij neemt de weddenschap aan. “973,” zegt de man. Dat is precies goed en de herder is dan ook erg verbaasd. “Ok,” zegt hij, “ik ben een man van mijn woord. Kies er maar een uit.” De man zoekt er een uit en wil weg lopen.  

“Wacht even,” roept de herder: “Geef me een kans om gelijk te maken. Het dubbele of niks als ik je precieze beroep kan raden.” De man stemt toe. “Jij bent bestuurder bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken.” “Verbluffend!” zegt de man, “hoe heb je dat zo geraden?”

“Nou,” zegt de herder, “zet mijn hond neer en ik zal het je vertellen.

Identificatie code: MOP20496; datum 1996; Onderwerp TM 8057 – Schapen raden, hond terug

Een Belg is met vakantie in Schotland. Tijdens een wandeling ontmoet hij een schaapherder met een grote kudde schapen. De Belg vraagt aan de herder: “Als ik raad uit hoeveel schapen jouw kudde bestaat, mag ik er dan één hebben?” “Ja hoor,” zegt de herder. Waarop de Belg zegt: “167 stuks”.
Dat is precies goed. De Belg bedankt de herder, zoekt een mooi schaap uit, en loopt weg met het dier over zijn schouder. De herder rent achter de Belg aan, en vraagt: “Als ik raad uit welk land jij komt, mag ik dan mijn hond terug?”

 Identificatie code: MOP 40019; datum 1998; Onderwerp TM 8057 – Schapen raden, hond terug

Er was eens een blondje dat het zo beu werd om alsmaar naar moppen te luisteren over domme blondjes, dat ze besloot om haar haar kort te laten knippen en daarna bruin te verven. Een paar dagen later reed ze met haar auto door Drenthe, toen ze moest stoppen om een kudde schapen te laten oversteken. Vol bewondering keek ze naar die leuke wollige beesten en ze zei tegen de herder: “Als ik kan raden hoeveel schapen er in deze kudde zitten, kan ik er dan één uitkiezen?” De herder dacht: die raadt het nooit, en zei: “Natuurlijk!” Het blondje keek naar de kudde, dacht even na en zei: “352 schapen.” De herder sloeg achterover en terug van verbazing. Ze had precies het juiste aantal geraden.

“Je hebt het goed geraden en ik houd me aan mijn belofte. Dus kies er maar één uit.” Het blondje bekeek alle schapen in de kudde zorgvuldig en besloot uiteindelijk de leukste en meest speelse van allemaal te kiezen. De herder keek haar aan en zei: “Oké, nu heb ik een voorstel voor jou. Als ik de juiste kleur van je haar kan raden, kan ik dan mijn hond terugkrijgen?”

Voor wie zich afvraagt: waar ken ik dat Meertens Instituut toch van? Misschien van Het Bureau, een romancyclus in zeven delen van de Nederlandse auteur J.J. Voskuil. Hierin beschrijft hij nauwkeurig de dagelijkse gang van zaken op een instituut dat gebaseerd is op het Meertens Instituut. Voskuil werkte daar dertig jaar lang (tussen 1957 en 1987). Ik heb de boeken nog nooit gelezen, maar misschien moet ik dat toch maar eens doen.

Ronde getallen

Dit is de vijftigste blogpost.

50

Vijftig is een rond getal. Net zoals honderd of nul (al vinden sommige mensen dat laatste getal helemaal niets). Mensen hebben iets met ronde getallen, winkeliers – ok, dat zijn ook mensen – niet. Iets kost nooit 2 euro maar altijd 1,99 euro. Ook bij grote bedragen zie je dat: een auto kost 9.990 euro in plaats van 10.000 euro. Alsof dat tientje zou uitmaken. Maar het is de psychologische grens, een tientje meer en het artikel lijkt opeens veel duurder. Bij heel luxe statusobjecten zie je het echter wel eens andersom. Dan ligt de verkoopprijs juist net boven zo’n grens. Een Ferrari kost dan 301.000 euro en geen 299.000 euro.

De psychologie van de ronde getallen speelt vooral in de beurswereld een grote rol. “Ook vandaag kon de AEX-index de grens van 500 punten niet doorbreken”. Blijkbaar tellen 499 en 501 niet als grens. Ronde getallen vormen ook vaak een soort “weerstandspunt” voor indices en aandelenkoersen. De koers van het aandeel “heeft dan moeite” om boven dat getal uit te komen. Maar is het eenmaal gelukt, dan geldt het andersom. Het ronde getal geldt dan opeens als een ‘steunpunt’ voor de koers. “Het aandeel Floppie zakte even door de grens van 100 euro maar sloot daar weer net boven”.

Dat dit psychologisch effect van ronde getallen in de effectenwereld inderdaad bestaat, viel goed te zien toen in januari 1999, vooruitlopend op de invoering van de euro twee jaar later, de koersen van aandelen alvast ook in euro’s werden weergegeven. Het effect – met dit woord wordt hier het woord ’gevolg’ bedoeld; niet het aandeel zelf – was dat er ”nieuwe ronde aandelenkoersen” ontstonden. Was eerst 100 gulden een weerstandspunt na de invoering van de euro werd dat 50 euro. Een koers van 45,39 euro (het oude 100 gulden bedrag) was van de ene op de andere dag geen psychologische drempel meer.

Een ander psychologisch effect van ronde getallen is dat mensen een rond getal als uitkomst van een berekening of een telling wantrouwen. Zo verklaarde bij de laatste verkiezingen in Afghanistan een kandidaat van de oppositie dat er beslist was gefraudeerd. In zijn regio had de kandidaat van de regering exact 1000 stemmen. Dat moest fraude zijn vond hij. Zo’n rond getal kon niet. Ongetwijfeld was er fraude geweest, maar een uitkomst van precies 1000 kan nu eenmaal gebeuren.

Hoewel, ik kan wel met hem meevoelen. Ik heb het zelf ook een keer gehad. Ik moest voor mijn werk een kostprijs van een bepaald product uitrekenen en toevallig kwam er exact 1000 euro uit, geen euro meer en geen euro minder. Dat kan natuurlijk, waarom zou het niet precies 1000 euro zijn? Toch vond ik deze uitkomst niet fijn. Mensen zouden kunnen denken dat ik maar wat gokte en de kostprijs niet goed kon onderbouwen. Ik veranderde daarom één variabele een heel klein beetje en toen had ik een kostprijs van 1002 euro. Mooi, zo’n uitkomst kon ik veel beter ‘verkopen’.

Ai! Ik zie opeens dat dit niet de vijftigste blogpost is maar de negenenveertigste.

50,1

Oeps, verkeerd geteld, maar aan de andere kant gelukkig maar. Geen mens zou geloven dat het toeval is dat uitgerekend de vijftigste blogpost over ronde getallen gaat. Maar dit is dus de negenenveertigste en dat die toevallig over ronde getallen gaat, tja dat kan gebeuren.

Spelfautjes

Mark Twain zei ooit eens: ”Ik heb geen respect voor iemand die een woord op maar één manier kan spellen”. Hij is overigens ook de man van: “Kijk uit met medische boeken, voor je het weet sterf je aan een drukfout.”

mark twain 1867  Mark Twain

Mark Twain in 1867 en in 1907; beide foto’s: Library of Congress

Ik maak best vaak spelfautjes, maar gelukkig zijn fout gespelde woorden toch nog wel vaak goed leesbaar. Probeer het volgende bekende voorbeeld maar eens te lezen, waarin alleen de eerste en de laatste letter van elk woord goed staan,

Het mkaat hamelael netis uit in wlkee vlogodre de ltteers in de wrodeon saatn. Het is aeleln niodg dat de eretse en de ltaatse ltteer van het wrood op de jiutse patals saatn. De rset van de ltteers mgoen wlelikueirg gpletaast wdoren en je knut tcoh nog gwoeon lzeen wat er saatt.”

De reden dat we zo’n zin toch relatief makkelijk kunnen lezen, is dat de hersenen  een woord niet letter voor letter lezen, maar het als geheel bekijken en dan automatisch de letters op de goede plaats zetten. Ze knneun veel die hsnereen van ons.

Ook als  je in een woord alle klinkers vervangt door de letter x, dan nog kunnen onze hersenen de tekst meestal nog wel goed lezen.

Jx hxrsxnxn zxjn txt grxtx prxstxtxxs xn stxxt. Xn hxt bxgxn xs hxt mxsschxxn nxg lxstxg xm dxzx txkst tx lxzxn mxxr wxxrschxjnlxjk lukt hxt jx txch xl snxl xm zxndxr vxxl xnspxnnxng dxzx zxnnxn prxblxxmlxxs tx lxzxn. Dxt kxmt dxxr hxt xxnpxssxngsvxrmxgxn vxn jx hxrsxnxn. Vxrbxzxngwxkkxnd knxp vxn jx brxxn hx

Alleen gaat het lezen nu wat langzamer dan met het lezen van woorden waar de letters in de verkeerde volgorde staan. Dit komt omdat de hersenen nu eerst telkens de afleidende letter ‘x’ moeten vervangen door een andere letter  en dat vraagt net even wat meer nadenken.

Zelfs als we alle klinkers helemaal weglaten en we dus moeten raden hoe lang de woorden zijn, dan nog gaat het meestal wel goed.

Dt s n tst  vr ht  lzn vn wrdn wr ll klnkrs  cmplt vrdwnn zn. Ht vlt wl m tch m dt t lzn?”

Ok, als je alleen maar korte woorden met veel klinkers en korte zinnen hebt, dan wordt het wel lastig. Als iemand op de markt roept: “m pr ” dan denk je niet gelijk aan “mooie prei”. En bij “m n” (mooie uien) wordt het helemaal lastig.

Maar toch laten deze voorbeelden zien dat de spelling best een stukje simpeler kan zonder dat we teksten niet meer kunnen lezen. Dat geldt niet alleen voor het Nederlands maar ook voor het Engels, zoals de eerder genoemde Mark Twain al eens overtuigend aantoonde in ‘A Plan for the Improvement of English Spelling.’ Zie hier zijn meerjarenplan voor een verbetering van de Engelse taal:

 “For example, in Year 1 that useless letter “c” would be dropped to be replased either by “k” or “s”, and likewise “x” would no longer be part of the alphabet. The only kase in which “c” would be retained would be the “ch” formation, which will be dealt with later. Year 2 might reform “w” spelling, so that “which” and “one” would take the same konsonant, wile Year 3 might well abolish “y” replasing it with “i” and Iear 4 might fiks the “g/j” anomali wonse and for all.

Jenerally, then, the improvement would kontinue iear bai iear with Iear 5 doing awai with useless double konsonants, and Iears 6-12 or so modifaiing vowlz and the rimeining voist and unvoist konsonants. Bai Iear 15 or sou, it wud fainali bi posibl tu meik ius ov thi ridandant letez “c”, “y” and “x” — bai now jast a memori in the maindz ov ould doderez — tu riplais “ch”, “sh”, and “th” rispektivli. Fainali, xen, aafte sam 20 iers ov orxogrefkl riform, wi wud hev a lojikl, kohirnt speling in ius xrewawt xe Ingliy-spiking werld.“

Onvertaalbaar natuurlijk, maar hier toch een poging voor een meerjarenplan voor een versimpeling van de Nederlandse taal:

“In jaar 1 gooien we de nuttelose letters ‘c‘, ‘x’ en ‘z’ uit het alfabet. De ‘c’ vervangen we door de ‘k of een ‘s’ afhankelijk van waar het aksent ligt. De uitzondering is de ‘ch’-kombinatie waarvoor we de letter ‘g gaan sgrijven. De ‘x’ wordt vervangen door een ‘s’ tensij het een harde ‘x’ is , dan wordt het een ‘ks’ en de ‘z’ wordt een ‘s’ . Die drie letters sijn dan eksit. In jaar 2 wort de ‘d’ aan het einde van elk woort vervangen door een ‘t,’ en de ‘dt’ wort een ‘t’. Tegeleikerteit sgreiven we voor de “ij’ in het vervolg overal de kombinatie “ei”.  In het jaar 3 gefolgt door de ferfanging van de leter ‘v’ door een ‘f’. Fanaf jar fier besparen we op dubele openfolgende leters in en word. In jar feif ferfangen we de ‘ou’  oferal dor ‘au’ wardor we feel minder fauten sulen maken. Seg ens erleik: hat u gedagt dat de nieuwe speling so makeleik sal sein. Pas fanaf jar ses en sefen wot het efen wenen als we elke leter ‘r’ weglaten die foraf wot gegan of wot gefolgt dor een medeklinker omdat die leter ‘r’ tog niet wot uitgespoken. Klar is de hefoming”

Zo, deze blogpost is nu klaar (met nog de oude spelling). Nu even de tekst nog door de spellingcorrector halen.

Ampelmannetjes

In Berlijn en in de rest van het voormalige Oost-Duitsland heb je de ‘Ampelmännchen’. Dat zijn de figuurtjes die daar op de voetgangersstoplichten staan. Ze zijn in 1961 ontworpen door de Oost-Duitse verkeerspsycholoog Karl Pegla – hij overleed in 2009 op 82-jarige leeftijd.

ampelman 3  ampelman 1

De mannetjes moesten het verkeerslichtensysteem in de DDR veiliger maken. In tegenstelling tot de westerse stoplichtmannetjes maken de ampelmannetjes een veel vrolijker en energieker indruk. De mannetjes dragen zelfs een hoed. Het schijnt dat de ontwerper het idee voor deze hoed kreeg, nadat hij Walter Ulbricht, de toenmalige DDR-baas, op tv een strooien hoed zag dragen. Later fungeerden de mannetjes op tv in een kinderprogramma om de kinderen in Oost-Duitsland de verkeersregels te leren.

Na de hereniging van de beide Duislanden verdwenen de Ampelmannetjes echter langzaam maar zeker uit het Duitse verkeersbeeld. Ze maakten steeds vaker plaats voor de saaie West-Duitse figuurtjes.

ampelman 0

Dit tot ongenoegen van veel voormalige Oost-Duitsers. Er werd in 1996 zelfs een comité opgericht met de naam ‘Rettet die Ampelmännchen’. Het comité had succes. Dat kwam mede omdat het actiecomité de argumenten aan haar zijde had. Niet alleen was uit verkeersonderzoeken gebleken dat de Oost-Duitse mannetjes meer geschikt waren voor hun vak –  bij stoplichten met Ampelmannetjes gebeurden minder ongelukken dan bij de westerse stoplichten –  maar ook verschaften de Ampelmannetjes duizenden voormalige Oost-Duitse burgers werk.

Niet iedereen is overigens geschikt om als Ampelmannetje in een stoplicht te fungeren. Zo maakt onderstaand persoon er niks van.

ampelman 4

Je moet als Ampelmannetje natuurlijk wel goed binnen je frame blijven lopen.

Een deel van de Ampelmannetjes werd teruggeplaatst en ook verschenen er in diverse plaatsen in het westen Ampelmannetjes. Kon je bijvoorbeeld vroeger in Berlijn aan de hand van de Ampelmannetjes zien of je je in het voormalige West- of Oost-Berlijn bevond, tegenwoordig kan dat niet meer.

Het zijn overigens niet alleen meer mannetjes. Sinds 2004 zijn er bijvoorbeeld in Dresden, Zwickau en Fürstenwalde ook Ampelmädchen – met rokje en vlechtjes – te zien.

ampelmvrouw

Foto: Iago4096; Wikipedia

En in Ehrfurt regent het blijkbaar veel, gezien dit mannetje met paraplu

ampelman ehrfurt

Foto Michael Sander; Wikipedia

In Berlijn heeft het Ampelmannetje inmiddels een cultstatus bereikt. Je hebt er diverse winkels die allerlei spullen verkopen met de afbeelding van de mannetjes er op. Is dit nou een overwinning van het kapitalisme op het communisme of zegeviert hier toch stiekem het communistische ampelmannetje?

Overigens in Portugal ging men in 2014 bij een proef nog een stap verder dan het vrolijke Ampelmannetje. Om te zorgen dat men niet door het rode licht liep maar er naar bleef kijken, liet men het rode stoplichtmannetje dansen.

De proef was succesvol. 81% meer mensen bleef voor het stoplicht wachten.

 

Berlijn onder de grond

Toen wij vorig weekend bij onze oudste dochter in Berlijn waren, hebben wij op zaterdag een rondleiding gedaan bij de ‘Berliner Unterwelten’. (zie  http://berliner-unterwelten.de/ ) Je kan daar allerlei rondleidingen doen waarbij je ‘ondergronds’ gaat.

Zo hebben ze rondleidingen waarbij je de schuilkelders uit de Koude Oorlog kan bekijken en ook een rondleiding met als onderwerp de vele tunnels die onder de Muur zijn gegraven. Wij deden deze laatste: tour M. Weliswaar zie je tijdens deze tour niet de originele tunnels meer – die zijn er niet meer – maar wel ga je door schuilkelders en zie je een ondergrondse reconstructie van het begin van een tunnel. Allemaal hoogst interessant.

 

Tijdens deze rondleiding verlieten wij op een gegeven moment de schuilkelders door een deur die normaliter op slot zat. De gids had de sleutels en we kwamen uit in een gang van een metrostation. Dat lijkt me een vreemd gezicht als je op de metro staat te wachten en je ziet opeens een deur – die altijd gesloten is  – open gaan, waar vervolgens een grote groep mensen uit komt. Waar komen die vandaan?

De gids vertelde dat hij een keer een rondleiding  gaf aan een aantal kinderen, toen hij terug moest omdat een groepje kinderen was achtergebleven – er was per ongeluk een deur in het slot gevallen en hij had de sleutels. Hij liet de overige kinderen daarom op het perron bij de deur wachten. Toen hij terug kwam, stonden er allemaal politieagenten bij de kinderen. De politie was toevallig bezig met een actie op het metrostation en had opeens een aantal kinderen uit een deur die altijd dicht was het perron op zien komen. Ze hadden gevraagd waar ze vandaan kwamen, waarop de kinderen hadden geantwoord: ”Wir kommen von der Unterwelt und warten auf unser Führer”. Sindsdien liet de gids zich geen Führer meer noemen.

Isfahan

Zo zag Isfahan 300 jaar geleden er uit. (Afbeelding afkomstig uit het boek ‘La galerie agreable du monde’ uitgeven in 1725 door P. van der Aa uit Leiden)

isphafaan

Tegenwoordig telt de stad zo’n 1,8 miljoen inwoners en is na Teheran en Mashhad de derde stad van Iran. Vanwaar Isfahan in dit blog?

Dat komt door mijn oudste dochter. Oorspronkelijk was zij van plan om het afgelopen weekeinde samen met haar vriend een weekendje Brussel te doen. Ze had daartoe een goedkope vlucht Berlijn-Brussel geboekt – het is tegenwoordig bijna moeilijker om een dure vlucht te vinden dan een goedkope –  en haar vriend zou per trein vanuit Rotterdam naar Brussel afreizen.

Maar toen kwamen de aanslagen in Parijs, gevolgd door de terreurdreiging in Brussel. Ze besloten daarop het weekend niet in Brussel door te brengen maar in Antwerpen. Ze vloog nog wel naar Brussel en nam vandaaruit de trein naar Antwerpen. Ze bekeken er een bierbrouwerij – dat zal wel het culturele aspect van het reisje zijn geweest – en gingen er verder winkelen en uit. Zondag vloog ze via Brussel weer terug naar Berlijn.

Gelukkig “vluchtte” ze naar Antwerpen en niet naar Isfahan. Voor wie deze zin niet begrijpt, zie hier het gedicht ‘De tuinman en de dood’ van Pieter Nicolaas van Eyck (1887-1954) uit 1926.

De tuinman en de dood

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,  / Mijn woning in: ‘Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot, / Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant, / Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan, / Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!’ –

Van middag – lang reeds was hij heengespoed – / Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

‘Waarom,’ zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt, / ‘Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?’

Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ‘t, / Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan, / Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.’

Lees verder Isfahan

Een zwart gat in de wasmachine

Zwarte gaten hebben een grote aantrekkingskracht. Niet alleen letterlijk – alles wordt in een zwart gat gezogen, ook het licht –  maar ook figuurlijk, de belangstelling voor zwarte gaten is altijd groot. Gisteravond was er op tv ‘DWDD University presenteert: Zwarte gaten door Robbert Dijkgraaf’. In het tv-college behandelde de professor de vele opmerkelijke ins (veel) en outs (weinig) van zwarte gaten.

zwart gat

Een computersimulatie van een zwart gat in de Melkweg; Zo zal het gat op 600 km afstand er uit zien. Afbeelding: Ute Kraus, Institut für Physik, Universität Hildesheim,

Toen ik gisterenavond – 27 november 2015; dat zal later als een historische datum in de wetenschap worden gezien – naar het programma keek, kreeg ik opeens een gedachte waarvan ik ook zelf de consequenties nog nauwelijks kan bevatten. Als een donderslag bij heldere hemel  – Eureka!, daar valt de appel – schoot het namelijk door mij heen dat er zwarte gaten kunnen ontstaan in een wasmachine!

Hoe kwam ik op dit idee? “Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je overal.” zou Albert Einstein zeggen. De eerste aanwijzing kreeg ik toen professor Dijkgraaf vertelde dat er sterren waren die heel snel ronddraaien met allerlei opmerkelijke zaken zoals pulsarstraling tot gevolg. Ik moest opeens aan onze wasmachine denken. De trommel in de wasmachine draait bij het centrifugeren ook heel snel rond met allerlei opmerkelijke zaken tot gevolg. Zo hebben we het al een paar keer meegemaakt dat we een was draaiden met een dekbedovertrek er in en een hoop andere zaken. Gewoon allemaal los door elkaar heen. Maar als we de machine na afloop open maakten, dan zat alles in het dekbedovertrek. Als door een wonder was alle was in het dekbedovertrek getrokken. Dit is niet één keer gebeurd maar meerdere keren.

Ook heel bijzonder was deze strak aangetrokken knoop van overhemden en broeken die we een keer na afloop in de trommel aantroffen.

was

Als je het zelf zo probeert te knopen dan lukt dat niet. Er moeten merkwaardige krachten aan het werk zijn in de wasmachine tijdens het centrifugeren.

Ik heb echter nooit gedacht aan de mogelijkheid dat er een zwarte gat in de wasmachine zou kunnen zitten. Totdat de professor vertelde over de theorie van Stephan Hawking waarom een zwart gat toch straling kan uitzenden (niet alles verdwijnt dus in een zwart gat). De verklaring van Hawking voor dit stralingsfenomeen was dat er deeltjes zijn die vlakbij het zwarte gat soms heel eventjes in twee delen uiteenvallen, een deeltje en een anti-deeltje. En dan kan het gebeuren dat het ene deeltje in het zwarte gat verdwijnt en dat het andere bijbehorend deeltje dat niet doet en vervolgens als straling door het zwarte gat wordt uitgezonden.

Toen viel het 10 eurocentstuk (er zijn geen kwartjes meer). Twee deeltjes die bij elkaar horen, waarvan er één verdwijnt. Dat herkende ik. Ik kon opeens het mysterie van de eenlingen in de was verklaren! Hoe vaak hadden we geen eenlingen in de was, dat wil zeggen sokken waarvan het bijbehorende tweede exemplaar ondanks alle naspeuringen zoek was en bleef. Ik heb zelfs een grote plastic zak met eenlingen in de kast in de hoop dat er ooit nog eens een bijbehorende tweede exemplaar opduikt.

De oplossing voor het raadsel van de eenlingen is zo simpel dat nog nooit niemand er eerder aan heeft gedacht. Tijdens het centrifugeren ontstaat er kortstondig een zwart gat in de wasmachine waarbij één sok in het zwarte gat verdwijnt en het bijbehorende andere exemplaar niet. Als de machine later tot stilstand komt, verdwijnt het zwarte gat en resteert er een eenling. Het verklaart ook waarom alle was in het dekbedovertrek wordt gezogen.

Bevat u de grootsheid van dit idee wel? We bouwen voor miljarden aan deeltjesversnellers en dan blijkt een zwarte gat gewoon in een wasmachine te kunnen ontstaan! En oh ja, gooit u de eenlingen maar weg. Het andere exemplaar zit ergens in een zwart gat, waar het niet uit kan.

Update 1 december

Na de uitzending was er op internet nog een half uurtje een vervolg op de tv-uitzending. Zie: http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/350256

De eerste vraag die daarin werd gesteld, was of eenlingen in een zwarte gat kon verdwijnen. Mathijs van NIeuwkerk had geen flauw idee waar het over ging, maar de professor wist direct wat er werd bedoeld en het antwoord was bevestigend! A ha!. De Nobelprijs is binnen, alleen moet ik hem dus met delen met anderen die dit ook hadden bedacht. Dat geeft niet. De theorie is in ieder geval juist.

 

De Rijksdag

Het afgelopen weekend waren we op bezoek bij onze oudste dochter die tijdelijk in Berlijn woont. Voor 28 euro vlieg je tegenwoordig al naar Berlijn. Je bent er in een uurtje. We bezochten samen met haar onder andere de Rijksdag, waar we – de Engelstalige rondleidingen waren uitverkocht – een Duitstalige rondleiding volgden. Mark Twain zou zeggen “Het valt me elke keer weer op hoe slecht de Duitsers hun eigen taal spreken” maar desondanks konden we de gids redelijk goed volgen. Zo vertelde ze dat de wereldberoemde foto van de Russen die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog de Russische vlag hesen boven op de Rijksdag was gefotoshopt. Op de oorspronkelijke foto was te zien dat de soldaat die de vlag plaatste twee polshorloges droeg. Dat kon natuurlijk niet. Russische soldaten plunderen immers niet. Op de vrijgegeven foto werd daarom één horloge weggeretoucheerd.

In de Rijksdag zijn overigens nog steeds sporen te zien van de Russische aanwezigheid, zoals kogelgaten en Russische graffiti op de muren. Bij de eerste verbouwing na de Tweede Wereldoorlog waren deze achter een betimmering verdwenen – het gebouw  ligt net in de westelijke sector-  maar de Engelse architect Norman Foster, die in 1995 de prijsvraag had gewonnen om het gebouw te verbouwen, liet de graffiti weer tevoorschijn komen omdat het deel uitmaakte van de geschiedenis van de Rijksdag. Er stonden volgens de gids overigens alleen maar nette zaken.
rijksdag 0

Een ander opmerkelijk verhaal dat de gids vertelde over de oorlogsperiode was dat in de loop van de oorlog de kraamafdeling van een nabijgelegen ziekenhuis naar de kelder van de Rijksdag was verplaatst, waardoor er nog zeventig Berlijners zijn die als geboorteadres de Rijksdag hebben. Ze zijn nu in de zeventig.

Niet alles wat de gids vertelde begrepen we. (Toch jammer dat de gids haar eigen moedertaal zo slecht sprak.) Zo snapten we het verhaal over de adelaar in de zaal van de bondsdag niet helemaal.

rijksdag 1

Volgens de gids was de richting waar de adelaar naar keek na de oorlog veranderd. Tegenwoordig kijkt hij naar rechts. Links en rechts hadden in dit geval niks met politieke voorkeur te maken maar met oorlog en vrede. Rechts zou de kant van de vrede zijn. De Nazi’s hadden een adelaar die naar links keek, dat was de kant van de oorlog. Alleen ze vertelde dit verhaal toen we aan de achterkant van de adelaar stonden, wat het allemaal een beetje verwarrend maakte. Ook heeft de adelaar nu een oog in zijn achterhoofd, zodat hij je altijd in de gaten heeft. Hij kan daardoor ook de kamer zien van ‘Bundeskanzlerin Dr. Angela Merkel.’

rijksdag 3

Haar kamer ligt vlak achter de zaal zodat ze niet ver hoeft te lopen. Haar kamerdeur is heel groot, wel bijna drie meter hoog, wat volgens de gids bij een rondleiding met jonge kinderen tot een zekere angst bij één van de peuters leidde: “Is mevrouw Merkel werkelijk zo groot?” had het kind gevraagd, blijkbaar bevreesd dat er elk ogenblik een reuzin uit de kamer kon komen.

We zagen ook één van de meest omstreden delen van de Rijksdag, namelijk het kunstwerk dat door de Fransen was geschonken.

rijksdag 2

Het bestaat uit een wand met allemaal lege laden met de namen er op van alle parlementsleden die tussen 1919 en 1999 democratisch zijn gekozen. Alleen de namen van de parlementsleden die tussen 1933 en 1945 in het parlement kwamen ontbraken. Hun laden waren zwart gemaakt. Bij sommige laden stond aangegeven dat de leden slachtoffer waren geworden van het Nationaal Socialisme. Het kunstwerk was omstreden omdat er ook laadjes waren voor mensen als Hitler, Goering en Goebbels. Hier was lang over gediscussieerd maar omdat deze personen voor 1933 gewoon in het parlement waren gekozen had men besloten om ze op te nemen. Het zou geschiedvervalsing zijn om dit aspect weg te laten. Wel lokte het laadje van Hitler vaak felle reacties uit. Het was al acht keer ingetrapt. We werden verzocht dat niet te doen.

Tot slot: het mooiste deel van de Rijksdag om te bekijken is de nieuwe glazen koepel boven op de Rijksdag. Deze is ook te bezoeken zonder dat je een rondleiding doet.

rijksdag 4

Niet alleen heb je van boven een mooi uitzicht over Berlijn maar ook geven de spiegels allerlei mogelijkheden om  op een creatieve manier foto’s te maken

rijksdag 5

Drie  voor de prijs van één. (De bovenste drie figuren zouden zo bij de Stasi kunnen werken.)

 

 

Jesus Christ Superstar

Radio West heeft een prijsvraag. Je kan twee kaartjes winnen voor de musical ‘Jesus Christ Superstar’ die in december een week lang in het World Forum Theater in Den Haag te zien is. Als bijzonderheid vermelden ze nog dat de hoofdrol wordt gespeeld door Ted Neely die de rol ook heeft gespeeld in de film uit 1973.

Eh, pardon? De hoofdrolspeler uit 1973? Ik heb het even in de Wikipedia opgezocht. Ted Neely is van 1943. Hij is nu 72 jaar oud. Dat is dan wel een oude Jezus. Je loopt als producer ook nog eens het risico dat een 70-plusser tijdens zo’n vermoeiende wereldtournee ziek wordt. Net nu ik wou schrijven dat dat laatste misschien nog wel mee zal vallen, omdat de 91-jarige (!) Charles Aznavour, begeleid door Matthijs van Nieuwkerk op de piano, ook nog steeds optreedt, lees ik dat diens concerten in Amsterdam zijn afgelast omdat hij is geveld door een acute maag- en darminfectie. Maar goed, bij zulke grote producties als deze musical reizen altijd zogenaamde understudy’s mee, die de rol over kunnen nemen als een hoofdrolspeler uitvalt.

Desnoods doen ze een beroep op mij. Ik val zo in. Dat heb ik al eens eerder gedaan bij een kerstspel. Ok, niet als Jezus maar wel als een engel. We woonden toen nog in Apeldoorn. Ik was negen jaar oud en ik zat op zondagsschool. Ik ben atheïst maar mijn ouders waren Nederlands Hervormd. Ik ben zelfs nog gedoopt. Dat is wel handig, want hoewel ik dus niet geloof, bestaat er natuurlijk altijd de kans dat God toch bestaat. Als dat zo is, en zijn administratie is niet bij, dan kan ik dankzij het feit dat ik ben gedoopt misschien later toch de hemel binnen glippen.

Maar goed, ik zat dus op zondagsschool en elk kerst was er een kerstspel. Alleen ik en vriendje mochten niet mee doen. Dat hadden we niet verdiend vond de zondagsschooljuffrouw. We waren dat jaar te lastig geweest. Zo waren we zelfs een keer twee weken van school gestuurd, wegens lachen onder het bidden. Maar dat kon ik echt niet helpen. Tijdens het bidden in de klas moest je altijd strak je ogen dicht houden. Dat deden we niet altijd en we zaten een keer om ons heen te kijken wie er nog meer zijn ogen tijdens het bidden niet dicht had. Vooraan zat het braafste jongetje van de klas en hij had ook zijn ogen niet dicht. Toen hij zag dat wij om ons heen zaten te kijken, stak hij als een echte Judas zijn vinger op om ons aan te geven. Dat leek ons een heel domme actie en mijn vriendje en ik barstten allebei in lachen uit.

Het gevolg was dat wij een brief voor onze ouders mee kregen waarin stond dat wij voor twee weken van de zondagsschool waren gestuurd wegens lachen onder het bidden. Het leek ons beter om die brief thuis niet af te geven en gedurende twee weken gingen wij op zondagochtend met een brandend dubbeltje in onze zak voor de collecte – dat we natuurlijk niet mee terug naar huis konden nemen en we daarom maar gebruikten om kauwgom uit een automaat te kopen – zogenaamd naar de zondagsschool om ergens anders twee uurtjes te voetballen.

We kregen ook geen rol in het kerstspel. Alleen een week voor de uitvoering werd er iemand ziek. Het zag er niet naar uit dat het jongetje snel zou herstellen. Er was niemand anders meer en noodgedwongen moest de zondagsschooljuffrouw mij toen een rol geven. Ik werd een engeltje. Er waren vijf engelen. We hadden allemaal een kostuum met vleugels en een grote letter op onze buik. Tezamen vormden deze letters het woord Jezus. Ik was de ‘E’. Ik had één regel tekst. De juffrouw was bang dat ik mijn tekst niet zou onthouden – in tegenstelling tot de rest had ik maar één week om die te oefenen – maar nu ruim vijftig jaar later weet ik nog steeds die zin: ”De E is van de Engel die de herders de blijde boodschap gaf.”

Een makkie dus. Toch ging er wat mis. Toen het onze beurt was om het toneel op te gaan, kwam ik met één van mijn vleugels tegen een deurpost aan. De vleugel brak. Er was geen tijd meer om dat te repareren en het gevolg was dat er vijf engelen op het podium stonden waarvan er eentje een gebroken vleugel had. De ouders en andere belangstellenden in de zaal vonden dat heel grappig maar de zondagsschooljuffrouw beslist niet. Ze keek me woest aan. Maar mijn zin kwam er feilloos uit.

Een paar maanden later verhuisden we naar Diepenveen. Mijn ouders vroegen of ik daar ook op zondagsschool wou. Van mij hoeft dat niet zo zei ik. Dat was goed.

Sinterklaas

Mijn broer stuurde vanuit Oman per WhatsApp een Sinterklaaswens – waar zijn de tijden gebleven dat wensen nog gewoon met een wortel in een schoen werden gestopt.

“Beste Sint, mijn wens voor dit jaar is een dikke vette bankrekening en een slank lichaam. Het zou fijn zijn als u deze twee niet door elkaar zou halen, zoals vorig jaar.“

Ha leuk, ik ken ook nog wel een grappige Sinterklaasanekdote.

Sinterklaas is op bezoek in een V&D. Alle kinderen mogen bij Sinterklaas op schoot zitten en hem het cadeau vragen dat ze op 5 december graag willen hebben. Na een lange rij wachtenden is een klein jongetje aan de beurt. Nadat hij heeft plaatsgenomen bij de Sint is het eerste wat het jongetje zegt: “Sint ik heb de zelfde naam als u.” “Zo”, zegt Sint, “en wat wil Henk hebben op 5 december?”

Dit jaar vieren wij Sinterklaas waarschijnlijk op kerstavond. Dan is de oudste dochter net terug uit Berlijn en is de jongste dochter nog niet vertrokken voor de wintersport. Het is altijd puzzelen wanneer iedereen er is. Vorig jaar vierden wij Sinterkerst pas in de eerste week van januari. Dat was de week dat de oudste dochter even tussen een studieperiode in Singapore en een stage in New York thuis was.

Vroeger was dat veel eenvoudiger. Toen vierden we het feest gewoon op 5 december en in november stonden we altijd met de kinderen op de schouders bij de Sluisjes de aankomst van Sint te bekijken. Bij één van die aankomsten heeft de jongste dochter nog geleerd dat eerlijkheid niet altijd loont. Na afloop van het feest liepen we terug naar de fietsen. Een Piet liep nog zakjes snoep uit te delen. Aan alle kinderen vroeg hij of ze al een zakje hadden. Alle kinderen zeiden nee en kregen een zakje. Alleen mijn dochter zei eerlijk ja – het zakje was overigens zeer knap met één hand gevangen door haar vader – waarop ze geen zakje kreeg. Ik snapte het wel, hij had natuurlijk niet genoeg zakjes, maar toch, het stimuleerde de kinderen niet echt om eerlijk te zijn. Dochter keek dan ook zeer beteuterd toen ze als enige van de kinderen geen zakje van hem kreeg.

Sint

Later kreeg ze op de crèche gelukkig nog wel een cadeau van Sint en zijn Pieten.

Yoga

Een paar dagen geleden liepen we langs een oud pand met daarin een gymzaal. Door het grote raam zagen we een groep mannen en vrouwen, die zo te zien allemaal met een yoga-oefening bezig waren. Op één man na, die was bezig met zijn mobieltje. Nu heb ik niet zo heel veel verstand van yoga, maar volgens mij  zijn er weinig yoga-oefeningen waarbij de aanwezigheid van een mobieltje vereist is. Ik denk niet dat die man de juiste instelling heeft voor yoga.

Zelf ben ik ook niet zo’n yoga-type. Ik heb het tijdens mijn studententijd één keertje geprobeerd. Het Sportcentrum van de TH Twente bood de mogelijkheid om een gratis proefles bij te wonen en met een aantal jongens van mijn studentenflat besloten we om van die mogelijkheid gebruik te maken. Misschien deden er wel leuke meisjes mee en misschien vonden we het wel leuk. Beide was niet het geval.

De les begon met een aantal oefeningen die allemaal een moeilijk uitspreekbare Aziatische naam hadden. Voor het gemak vertaalden wij die namen na een paar keer proberen al snel een beetje respectloos in namen als: ‘De Au’, ‘De Oeps’, “De dubbele Oeps’ en “De kan dat wel?”

Yoga

Yoga voor gevorderden: de Padma-sarvangasana; Een oefening uit de categorie: ‘De Dubbele Oeps’ Foto Joseph Renger; Wikipedia

Aan het einde van de les moesten we allemaal languit op onze handdoek liggen. We moesten de ogen dicht doen en ons volkomen afsluiten van de buitenwereld. Vervolgens moesten we ons concentreren en inbeelden dat we in een cocon zaten die door de ruimte suisde. Waarom we die ruimtereis moesten maken, was me niet geheel duidelijk. Maar goed, na enig concentreren lanceerde ik mij de ruimte in.

Ik suisde net lekker door de ruimte toen ik uit de cocon van mijn buurman opeens het geluid van een borrelende buik hoorde, even later gevolgd door het geluid van een sissende wind die de man in de cocon links van mij liet. En niet alleen kon ik in mijn voortsuizende coconnetje dit geluid horen, ook de geur die uit zijn cocon ontsnapte, drong door tot in mijn cocon. Dat was te veel van het goede en mijn cocon stortte neer op aarde en ik moet schaamtevol bekennen dat ik mijn lachen daarbij niet kon inhouden, wat op zich weer ernstige gevolgen had voor de ruimtereizen van de andere coconbestuurders.

Ik denk niet dat de yogalerares het erg vond dat ik de volgende keer niet meer kwam.