Uit de Amerikaanse archieven (1)

In juli 1969 ondernamen de Amerikanen een poging om een man op de maan te zetten. Spoiler alert! / leeswaarschuwing!  Onderstaande tekst bevat details over de afloop van het verhaal.

De poging lukte. Het ging allemaal goed. Op 20 juli 1969 zette Neil Armstrong als eerste voet op de maan – “That’s one small step for a man, one giant leap for mankind” -, een kwartiertje later gevolgd door Buzz Aldrin. Amstrong en Aldrin verbleven in totaal ruim 21 uur op de maan waarvan zo’n 2,5 uur lopende op het maanoppervlak. Daarna stegen ze weer met hun maanlander op, maakten contact met het moederschip met daarin de derde astronaut Michael Collins, vlogen vervolgens in vier dagen tijd terug naar aarde, waarna ze veilig neer plonsden in de Stille Oceaan. Hier werden ze aan boord genomen van de USS Hornet. Aan boord van dit schip bevond zich ook de Amerikaanse president Richard Nixon die hen hartelijk verwelkomde.

maanlanding met nixon

Armstrong, Collins en Aldrin (voor een periode van achttien dagen in quarantaine na hun terugkeer) worden toegesproken door president Nixon; foto NASA.

 Zoals op bovenstaande foto te zien is, was de ontvangst door Nixon een olijke boel. Maar het had ook anders kunnen aflopen. Voor het geval dat het op de maan was misgegaan en Amstrong en Aldrin er niet meer vandaan konden komen – ‘In event of Moon Disaster’ – , had de staf van Nixon alvast een plan de campagne opgesteld hoe de Amerikaanse regering hier mee moest omgaan.

Allereerst zou de president de weduwen in spé opbellen. Daarna zou hij het volk toespreken. Dan, als de NASA de verbinding met de mannen op de maan verbrak, zou een geestelijke een soortgelijke procedure houden als bij een begrafenis op zee.

De speech was al voor Nixon uitgeschreven, zoals bleek toen onderstaand document in de jaren negentig uit de Amerikaanse archieven opdook. Het document was opgesteld door één van de speechschrijver van het Witte Huis, Bill Safire, en was gericht aan Bob Halderman, in die tijd stafchef van het Witte Huis.

maanlanding

Vrij vertaald had Nixon, in het geval Amstrong en Aldrin niet van de maan af konden komen, het Amerikaanse volk als volgt toegesproken:

“Het lot heeft bepaald dat de mannen die in vrede naar de maan gingen om deze te verkennen daar zullen blijven om er in vrede te sterven. Deze dappere mannen, Neil Armstrong en Edwin Aldrin, weten dat er geen hoop is op redding. Maar ze weten ook dat er hoop voor de mensheid ligt in hun offer. Deze twee mannen geven hun leven voor het meest nobele doel van de mensheid: de zoektocht naar de waarheid en kennis.

Er zal om hen worden gerouwd door hun familie en vrienden; Er zal om hen worden gerouwd door hun land; Er zal om hen worden gerouwd door de wereld; Er zal om hen worden gerouwd door Moeder Aarde die het aandurfde om twee van haar zonen naar het onbekende te sturen.

 Tijdens hun ontdekkingstocht riepen zij iedereen in de wereld op om zich te verenigen; in hun offer, verbinden ze de broederschap van de mens nog strakker. In het verleden keken mensen naar de sterren en zagen er hun helden in de sterrenbeelden. In moderne tijden doen wij hetzelfde, maar onze helden zijn epische mensen van vlees en bloed.

 Anderen zullen volgen, en zullen zeker hun weg naar huis vinden. De zoektocht van de mens zal worden voortgezet. Maar deze mannen waren de eersten, en zij zullen de belangrijkste in ons hart blijven. Want een ieder die in de nachten die nog zullen komen omhoog kijkt naar de maan, weet dat er een deel is van die andere wereld die altijd van de mensheid zal zijn.”

Gelukkig voor Amstrong en Aldrin hoefde Nixon deze woorden niet uit te spreken en verdween het memo in het archief.

Neil Amstrong zou na zijn maanavontuur nog twee jaar voor de NASA blijven werken, daarna werd hij hoogleraar luchtvaart- en ruimtevaarttechniek aan de Universiteit van Cincinnati. Ook reisde hij de hele wereld over. Later verbond hij zijn naam aan diverse grote Amerikaanse bedrijven zoals Chrysler waarvoor hij als boegbeeld c.q. spreekbuis fungeerde. Hij overleed in augustus 2012 op 82-jarige leeftijd.

Ook Buzz Aldrin verliet na twee jaar de NASA. Hij keerde terug naar het Amerikaanse leger en werd benoemd tot commandant van de Test Pilots School op de Edwards Air Force Base in Californië. Het viel hem echter moeilijk om het leven op aarde weer op te pakken. Hij kreeg last van depressies en had een tijd lang een alcoholverslaving. Hij kwam daar weer overheen. Hij leeft nog steeds. Hij hoopt op 20 januari 86 jaar te worden.

De derde astronaut van deze vlucht, Michael Collins, leeft ook nog. Hij is momenteel 85 jaar oud. Na zijn terugkeer was hij onder andere staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (in de regering van Nixon), directeur van het National Air and Space Museum in Washington D.C en vicepresident bij LTV Aerospace, een bedrijf dat vliegtuigen en raketten produceert.

Voor wat betreft de andere hoofdrolspelers van dit verhaal: Richard Nixon bleek in tegenstelling tot wat hij zelf dacht (I’m not a crook!”) wel een schurk te zijn en moest in augustus 1974 als gevolg van het Watergate-schandaal noodgedwongen aftreden als president. Hij stierf in 1994 op 81-jarige leeftijd. Bob Halderman, de stafchef van het Witte Huis die het memo liet opstellen, verdween als gevolg van dat zelfde Watergate-schandaal zelfs voor 18 maanden in de gevangenis. Hij stierf in 1993 op 67-jarige leeftijd. William Safire, degene die de speech schreef, ging in 1973 als journalist voor de New York Times werken waar hij ook jarenlang een column over juist taalgebruik had. Hij stierf in 2009 op 79-jarige leeftijd.

In totaal hebben, inclusief Amstrong en Aldrin, twaalf mannen op de maan gelopen. Allen keerden veilig naar de aarde terug. Of er voor de andere tien astronauten ook al speeches klaar lagen voor het geval het mis zou gaan, is niet bekend. Ik gok van wel.

Grenscorrecties

Al lezende op de site van The Guardian valt mijn oog opeens op een bericht over een voorgenomen grenscorrectie in 2016 tussen België en Nederland. Huh? Daar weet ik helemaal niets van. Volgens het artikel ruilen België en Nederland ergens dit jaar op de grens van Limburg en Belgisch Limburg stukken land met elkaar. Zo te zien krijgen we volgens het kaartje van The Guardian  overigens meer land terug dan dat we weggeven.

grenscorrectie

Tekening van de voorgestelde landruil zoals weergegeven op de site van the Guardian

 De achtergrond van deze landruil is dat de Maas die deels de oorspronkelijke landgrens vormde in de loop van de tijd op sommige plaatsen recht getrokken is, waardoor een deel van het oorspronkelijk Belgisch grondgebied  – ter grootte van zo’n 15 voetbalvelden – nu een soort schiereiland van Nederland is geworden. De Belgen kunnen er alleen nog maar bij door middel van bootjes. Dit zou niet zo erg geweest zijn, ware het niet dat de misdaad dit gebied heeft ontdekt, onder andere voor de drugshandel. In 2012 werd er zelfs een lijk zonder hoofd gevonden. Omdat het Belgisch grondgebied was, viel dit misdrijf onder de Belgisch politie maar deze had grote problemen om het gebied te bereiken, want officieel mochten ze niet over Nederlands grondgebied rijden.

Mede om dit soort criminele problemen te voorkomen zijn Nederland en België nu overeengekomen om de grenzen wat aan te passen. The Guardian verwondert er zich over dat zo’n landuitruil tussen twee landen zo probleemloos verloopt. ”And all with a smile on everyone’s face [..]”. Dit komt natuurlijk omdat Wilders het waarschijnlijk nog niet weet. “Deze flutregering verkwanselt goede stukken Nederlands grondgebied aan België en wat krijgen we er voor terug: boeventuigland!” dat soort werk.

Ik heb er even op gegoogeld maar vroeger ging de vaststelling van de grens met België heel wat moeilijker. Denk alleen maar eens aan Baarle-Nassau en Baarle-Hertog waar enkele enclaves zijn. De oorzaak hiervan lig in het feit dat bepaalde stukken grond daar vroeger eigendom waren van de heer van Nassau en andere stukken van de hertog van Brabant.

De voorgenomen grenswijziging met België is niet de grootste in de ‘recente’ geschiedenis van Nederland. Dat waren de grenswijzigingen met Duitsland na de Tweede Wereldoorlog. In het najaar van 1945 eiste de Nederlandse staat van Duitsland een schadevergoeding van 25 miljard gulden. Eerder dat jaar was echter al op de Conferentie van Jalta bepaald dat herstelbetalingen uitsluitend werden gegeven in natura en niet in de vorm van liquide middelen. De Nederlandse regering zette daarop diverse commissies aan het werk, waaronder eentje die onder leiding stond van een zekere Frits Bakker Schut.  Zijn eerste plan A omvatte een annexatie van grote delen van Duitsland met onder meer de annexatie van de steden Aken, Keulen en Mönchengladbach Hij maakte ook nog twee andere plannen – de plannen B en C waarbij het te annexeren gebied wat kleiner zou zijn. Zie hieronder een kaartje van deze plannen (zoals vermeld op de Wikipedia; auteur ‘Tubantia’.)

grensplan

In totaal zou Nederland in plan A er zo ruim twee miljoen inwoners bij krijgen. De Nederlandse politiek was verdeeld. Eelco van Kleffens, de minister van Buitenlandse Zaken was voorstander van het plan, maar Willem Drees, in die tijd de minister van Sociale Zaken, was fel tegen. Toenmalig minister-president Wim Schermerhorn was ook niet zo’n voorstander van annexatie van grote delen van Duitsland, maar koningin Wilhelmina daarentegen was juist weer een fervent voorstander. Zij drong er ook sterk bij Schemerhorn op aan om over te gaan tot onderhandeling met de geallieerden over de annexatie van grote stukken Duitsland. Uiteindelijk “eiste” Schemerhorn in 1946 een stuk Duits grondgebied op van een kleine 5000 km2. Dit was veel minder dan het oorspronkelijke plan van Bakker Schut, maar omvatte nog steeds een gebied waar meer dan 500.000 Duitsers woonden. In 1947 bracht men de eis terug tot 1840 km2 (met daarin zo’n 160.000 Duitsers). Uiteindelijk kreeg Nederland  op 23 april 1949 in de slotverklaring van de Londense Duitslandconferentie een gebied toegewezen van 69 km2. Elten was daarbij met 3600 inwoners de grootste plaats die Nederlands werd. In totaal “verhuisden” in 1949 bij deze “grenscorrectie” circa 10.000 Duitsers van Duitsland naar Nederland.

In 1963 gaf Nederland het gebied in ruil voor 280 miljoen mark schadevergoeding weer terug aan Duitsland. Dit leverde overigens één van de meest geniale smokkeloperaties aller tijden op. In de nacht voor de teruggave werden er enkele grote vrachtauto’s vol met boter Elten in gereden. De volgende dag bevonden deze vrachtauto’s zich in Duitsland, waar de boter veel meer waard was. In dit geval was de boter niet de grens over gesmokkeld maar de grens over de boter gegaan.

Om nog even terug te komen op het oorspronkelijke annexatieplan van Bakker Schut. Ach, had Nederland daar maar aan vastgehouden. Dan zouden we voor de bekende kerstmarkten helemaal niet naar Duitsland hoeven af te reizen, maar zouden we gewoon naar de Nederlandse steden Aken en Keulen kunnen gaan. Maar nog veel belangrijker zou zijn geweest dat als de steden Keulen en Mönchengladbach Nederlands zouden zijn geweest, dat we dan we ongetwijfeld in 1972 Europees kampioen voetballen zouden zijn geworden en in 1974 wereldkampioen. Dit omdat dan de grote spelmakers van Duitsland uit die tijd (Günther Netzer van Borussia Mönchengladbach en Wolfgang Overath van 1FC Köln) Nederlander zouden zijn geweest.

De jurk van Maxima

De oudste dochter belde. Of Marianne en ik met haar naar een museum willen. We vragen ons af of ze opeens zo kunstminnend is geworden, maar het is geloof ik meer dat ze een maandje “vrij” heeft voordat haar masterstudie in Leiden begint en dat ze zich nu een beetje verveelt. Deze keer spreken we af bij het Gemeentemuseum in Den Haag. Daar is nog tot en met 3 januari de tentoonstelling ‘Kleur ontketend’ te zien.

“In de korte periode tussen 1885 en het begin van de Eerste  Wereldoorlog vindt in de schilderkunst van de Lage Landen een moderne Renaissance plaats. Kleur wordt bevrijd van de ketenen van de zichtbare werkelijkheid. Gras kan ineens koel blauw zijn, een gezicht is helder paars en bomen kleuren rood. Kleur heeft een eigen betekenis gekregen…..” aldus de site van het Gemeentemuseum. Er hangen vooral schilderijen van Nederlandse en Belgische schilders, zoals Van Gogh, Sluijters, Van Dongen, Mondriaan en Rik Wouters.‘

In tegenstelling tot de vorige keer, kunnen wij deze keer op de fiets en moet de dochter nu met het openbaar vervoer (trein + tram). Het is voor ons 50 minuten fietsen maar omdat ik de kracht van de wind tegen weer eens onderschat en mijn conditie overschat, komen wij iets later dan afgesproken bij het museum aan. Maar dat is niet erg, want de door de dochter geplande tram vertrok vijf minuten te vroeg bij het station, waardoor zij deze miste. Ze moest een kwartier op de volgende tram wachten en kwam daardoor net iets later dan wij bij het museum aan. “Stonden jullie al lang te wachten?” vraagt ze. “Uren” zeg ik.

Het is een mooie maar thematisch gezien een beetje kunstmatige tentoonstelling. Niet dat de kunst matig is, in tegendeel er hangen enkele prachtige werken zoals bijvoorbeeld onderstaand ‘Portret van Dolly’ van Kees van Dongen, maar je zou zonder het thema van de tentoonstelling geweld aan te doen een hoop schilderijen van de tentoonstelling kunnen inruilen voor andere schilderijen uit het museum.

Kees van Dongen

(Dit portret is op de tentoonstelling te zien, maar behoort ook tot de vaste collectie van het Gemeentemuseum)

 Na deze tentoonstelling bekijken we in het zelfde museum ook de tentoonstelling ‘Ode aan de Nederlandse mode.’ Deze is nog tot en met 7 februari 2016 in het Gemeentemuseum te zien. ‘Klinkende namen als Viktor & Rolf, Iris van Herpen en Jan Taminiau hebben ons land duidelijk op de kaart gezet als eigenzinnig modeland. Deze, en ook andere, modeontwerpers van Nederlandse bodem oogsten internationale waardering. Hoog tijd dus voor een Ode aan de Nederlandse mode in het Gemeentemuseum Den Haag, het museum met een van de belangrijkste modecollecties ter wereld…” aldus het Gemeentemuseum.

Er zijn heel veel jurken te zien. Een enkele jurk is in zwart-wit, maar de meeste zijn zeer kleurrijk. Wat dat betreft past deze tentoonstelling zeer goed bij de tegenoverliggende tentoonstelling ‘Kleur ontketend’

jurken 0 jurken 1

Ook is op de tentoonstelling de blauwe jurk van Jan Taminiau te zien die Maxima droeg bij de inhulding van Willem-Alexander.

jurk maxima

Het is natuurlijk een jurk die je geen tweede keer bij een officiële gelegenheid draagt en ook niet bij privégelegenheden zoals de ouderavond op school. Dus een plekje In een museum is wel een terechte plek. Dat gebeurt in het buitenland ook. Zo hebben we in het ‘National Museum of American History’ in Washington in 2012 de collectie jurken bekeken die de first ladies droegen tijdens de inauguratie  van hun echtgenoten. (Ik ben inmiddels een echte inauguratiejurkenkenner.)

jruk clinton    jurk obama

Jurk van Hilary Clinton                             Jurk van Michelle Obama

Ik ben overigens benieuwd wat er gebeurt als Hillary Clinton wordt gekozen tot president van Amerika. Komt dan haar jurk van de inauguratie er te staan of het pak van ‘first husband’ Bill?

Albert West

Marianne, kom kijken. Het overzicht van mensen die dit jaar zijn overleden begint. Dat is leuk.” Terwijl ik de woorden uitspreek, realiseer ik mij dat dit een beetje raar klinkt, vooral de combinatie ‘overleden’ en ‘leuk’. Maar van alle jaaroverzichten die je aan het einde van het jaar op tv langs ziet komen – waar blijft het jaaroverzicht dat alle jaaroverzichten bespreekt die tijdens het jaar voorbij komen? – vind ik het overzicht van de overleden mensen nu eenmaal het leukste om te zien.

Het geeft een zekere weemoed. Je ziet mensen voorbij komen uit de categorie: ‘O ja, die is dit jaar overleden; of mensen waarvan je denkt: goh, leefden die nog? – en die nu dus alsnog dood zijn; of ‘bekende’ mensen waar je nog nooit van hebt gehoord; of bekende mensen die je wel kent maar waarvan je helemaal niet wist dat ze dit jaar waren overleden.

De allereerste persoon die in de uitzending werd herdacht, was er eentje uit de laatste categorie: Albert West, een pseudoniem van Albert Westelaken. Hij bleek tijdens onze vakantie in Amerika te zijn overleden aan de gevolgen van een fietsongeluk. Helemaal gemist. Tijdens een tochtje met zijn driewielerfiets – daar fietste hij mee sinds hij in 2012 was getroffen door een ruggenmerginfarct – kwam de 65-jarige zanger in botsing met een wielrenster met uiteindelijk fatale gevolgen. Ach, Albert West, daar heb ik romantische herinneringen aan.

Ok, die laatste zin vraagt enige toelichting. Het zit zo. We gaan ruim 45 jaar terug in de tijd en wel naar juli 1970. Ik was toen veertien jaar oud, net nog geen vijftien. We waren met mijn ouders, mijn zusje en één broertje – mijn oudste broertje ging al niet meer mee – op vakantie in Drenthe. We zaten in een huisje op een groot bungalow- en campingcomplex in Exloo. Het park was eigendom van een Rotterdams havenconsortium. Het zat er dan ook vol met havenarbeiders en hun gezinnen die er goedkoop konden verblijven. Maar je kon er ook als niet-havenarbeider een huisje huren, dan betaalde je wat meer. Dat hadden mijn ouders gedaan. We maakten een paar uitstapjes in de omgeving, maar de meeste tijd was ik er aan het voetballen, vaak met een vaste groep jongens. De meeste waren fanatieke Feyenoord-fans; de club had twee maanden daarvoor als eerste Nederlandse club de Europa Cup 1 gewonnen. Ik was fan van Go Ahead. Dat werd in orde bevonden. “Het was anders geweest als je voor Ajax was geweest!”.

Het meeste trok ik op met een zekere Robert, wiens vader er uit zag alsof hij in zijn eentje een schip kon lossen. Robert had een tweelingzus, Anki geheten. Toen Robert haar aan mij voorstelde ik, merkt ik scherpzinnig op: “Zo, jullie zijn duidelijk geen eeneiige tweeling” “Nee, ik ben veel knapper” sprak ze. Dat was waar. Ze was ook leuk en gevat. Daar kwam ik op donderdagmiddag achter toen ze tijdens de door de camping georganiseerde speurtocht met Robert en mij in hetzelfde groepje zat.

’s Avonds was er een disco, al heette dat toen nog gewoon een dansavond voor jongeren. Aan het einde van de avond – ik stond met een groepje een beetje rare bewegingen te maken op de dansvloer; alsof ik met een handdoek mijn rug afdroogde – kondigde de disjockey als slotplaat van de avond een langzame plaat aan: “om lekker op te schuifelen”. Het was Cha-la-la I need you’ van the Shuffles van welke groep Albert West – daar hebben we hem – in die tijd de leadzanger was.

shuffles

The Shuffles: geheel rechts een twintigjarige Albert West.

Ik liep naar de kant maar opeens stond Anki voor me. “Zullen we?” vroeg ze. Ze legde haar armen om mij heen en drukte zich tegen mij aan. “Is goed” zei ik zo kalm mogelijk. Voetje voor voetje draaiden we langzaam rondjes en toen ze zich nog wat dichter tegen mij aan drukte, voelde ik haar borsten tegen mijn lichaam. Even dacht ik dat dat ik mij dat inbeeldde maar bij de volgende draai voelde ik ze weer. Of was het alleen maar haar beha die ik voelde? Volgens mij bloosde ik maar dat kon niemand zien, want halverwege het nummer pakte ze mijn hand en leidde mij door de openstaande deuren naar buiten naar een donker plekje bij de snoepautomaat. Ze begon te zoenen. ‘Cha-la-la, I need you’ klonk het binnen. Opeens voelde ik hoe ze voorzichtig met haar tong mijn mond binnenkwam. ‘Cha-la-la, I love you’. Oeps, wat deed ze nu? Ze tongde! Ooit had een jongen in de brugklas mij gewaarschuwd dat je dat nooit moest doen. Er waren meisjes, zei hij, die duwden hun tong in je mond en dan kreeg je allemaal vreemde bacteriën in je mond waar je heel ziek van werd. Het leek me toen al grote onzin en nu helemaal. Ik besloot het risico te nemen en voorzichtig bracht ik mijn tong in haar mond. Binnen zong Albert West weer “Cha-la-la, I need you, Cha-la-la, I love you”, buiten kronkelden onze tongen onwennig en voorzichtig om elkaar heen. Om nou te zeggen dat ik het heel lekker vond, is wat anders, maar spannend was het wel.

Toen het nummer was afgelopen, ging binnen het grote licht aan en stroomden de mensen naar buiten. “Hé zus, sta je nu met de slechtste voetballer van de hele camping te zoenen?” klonk het opeens achter mij. Het was Robert. Samen met hem liep ik even later, hand in hand met Anki, naar hun tent. Buiten de bungalowtent zaten haar vader en moeder op campingstoeltjes. Ik keek naar de kolenschoppen van handen waarmee haar vader een flesje bier vast hield en durfde Anki bij het afscheid daarom nauwelijks te zoenen. Voorzichtig gaf ik haar een zoentje op de wang en zei: “Ik zie je morgen weer”.

De volgende morgen lag ik nog gelukzalig in mijn bed toen mijn moeder mij riep. “Martin, er staan twee mensen buiten op je te wachten”. Gedurende een seconde flitste het door mijn hoofd dat Anki tegen haar ouders had gezegd dat we hadden getongd en dat deze nu verhaal kwamen halen. Ik kleedde me snel aan en keek voorzichtig naar buiten. Het waren Robert en Anki. “We komen afscheid nemen.” sprak ze. “Het gaat de hele dag regenen en daarom gaan we een dagje eerder terug. Mijn ouders zijn nu de tent aan het afbreken.” “Oh” zei ik. Omdat mijn ouders nieuwsgierig stonden toe te kijken durfde ik haar bij het afscheid nauwelijks een zoen te geven. Het bleef bij eentje op haar wang en eentje in de lucht. “Misschien zien we elkaar volgend jaar weer” zei ik zachtjes en helemaal beduusd vergat ik haar adres te vragen. Toen ze wegliepen, keek Anki nog een keertje om en zwaaide.

Uiteraard heb ik haar nooit meer terug gezien, maar – om met net zo’n gekke zin te eindigen als ik deze blogpost begon – elke keer als ik Albert West op tv zie, moet ik aan tongzoenen denken. Nou ok, niet elke keer, maar wel toen ik zag dat hij was overleden.

shuffles gouden plaat

12 februari 1970: De shuffles krijgen van Hilversum 3 disjockey Joost de Draaier een gouden plaat voor ‘Cha-la-la I need you’. Derde van rechts Albert West, helemaal links Joost de Draaier. Achteraan de manager van de Shuffles. Foto: Bert Verhoeff, Anefo; Nationaal Archief.

Van Bosch tot Bruegel

De  oudste dochter belt. Haar vriendje is aan het werk. Of ik soms met haar mee wil naar een tentoonstelling in Rotterdam. In het Museum Boijmans Van Beuningen is tot en met 17 janauri 2016 de tentoonstelling ‘Van Bosch tot Bruegel – De ontdekking van het dagelijks leven’ te zien. We spreken af om elkaar voor de deur van het museum te ontmoeten. Over de reis naar het museum in Rotterdam (tram, metro, nog een metro en stuk lopen) doe ik een uurtje. Als ik bij het museum ben, is er van de dochter – die hoeft in Rotterdam alleen maar vijf minuten te fietsen – geen spoor te bekennen. Na tien minuten wachten komt ze vrolijk zwaaiend aanfietsen. Dat had je met vergaderingen op kantoor ook altijd. Degenene die van ver moesten komen waren altijd op tijd. Degenen die niet hoefden te reizen kwamen te laat.

Op de tentoonstelling staat, zoals de site van Boijmans vermeldt, “het dagelijks leven uit de 16de eeuw centraal met bordelen, feestvierende boeren, kwakzalvers en ongelijke liefde”. Er hangen veel zwart-wit prenten uit de 15e en 16e eeuw en een aantal schilderijen in kleur uit die periode. Ook is er het drieluik ‘De hooiwagen’ van Jeroen Bosch te zien. Normaliter hangt dit in het Prado in Madrid, maar dit museum heeft het uitgeleend en voor het eerst in bijna 500 jaar is dit werk weer in Nederland te zien. Jeroen Bosch heeft er twee versies van gemaakt. Naast die van het Prado hangt er ook eentje in EL Escorial, niet zo ver van Madrid

bosch1

Het bovenstaand exemplaar is het exemplaar uit het Prado. Dit drieluik is nu in Rotterdam te zien. Hieronder staat het exemplaar uit El Escorial. Opdracht van de dag: Zoek de zeven verschillen.

bosch 2

Afgezien van de kleurverschillen, die in de loop der eeuwen zijn ontstaan, is het meest zichtbare verschil de plaats van de handtekening van ‘Jheronimus Bosch’. Bij het Prado-paneel staat deze op het middenpaneel, bij die uit El Escorial heeft hij hem op het linker paneel gezet. Verder zijn er nog een aantal kleine verschillen.

bosch3   bosch4

Zo draagt de staande vrouw in het witte kleed op het middenpaneel op de Prado-versie een baby in haar borstdoek, bij die op de Escorial-versie ontbreekt de baby. En op de Escorial-versie staat er ergens een kruik op tafel, die in de Prado versie ontbreekt. Daartegen hangt er op de Prado-versie een rozenkrans aan de stoel van de zittende vrouw. Die krans ontbreekt bij de Escorial versie.

In de loop van de tijd zijn er discussies geweest welk schilderij het eerst geschilderd is en welk schilderij de kopie is. De heersende opvatting is nu dat het exemplaar uit Madrid het eerst door Jeroen Bosch is geschilderd en dat hij daarna de El Escorial versie heeft gemaakt.

Na het bezoek aan deze tentoonstelling lopen we ook nog even door de overige zalen van het museum. Was het bij de tentoonstelling best wel druk, dit gold niet voor de rest. Zo liepen we vrijwel ongestoord door de zaal met impressionisten zoals Gaugain, Cézanne, Monet en Van Gogh. Ik heb het aantal schilderijen in deze zaal even geteld. Het zijn er zestien. Gezien de prijzen die tegenwoordig voor dit soort schilderijen wordt betaald, schatte ik dat daar minstens voor 500 miljoen euro hangt en misschien wel voor een miljard. Zware beveiliging zou je dus denken, maar nee, in de zaal liep niet één suppoost. Op een gegeven moment waren mijn dochter en ik zelfs de enige personen in de zaal, omgeven door het miljard aan de muur. We begonnen direct een plan te bedenken hoe we de schilderijen mee konden nemen. Leuk voor in de studentenkamer.

Terwijl we daarover aan het nadenken waren, liepen we verder en zagen we even verderop, in de zaal van de oude meesters, opeens een collega-inbreker aan het werk. Bij nader inzien bleek dit geen inbreker te zijn, maar een kunstwerk van Maurizio Cattelan, getiteld ‘Untitled’ uit 2001 te zijn. Het grappige is dat het een bruikleenwerk is. Ik ben benieuwd hoe je straks dat gat in de vloer teruggeeft aan de eigenaar. Het beeld is een zelfportret. De kunstenaar kijkt omhoog door het gat in de vloer.

Het beeld staat in de onderliggende personeelsgarderobe en dit bracht mij op het idee hoe ik onopgemerkt ’s nachts het museum kan beroven. Ik neem gewoon de plaats in van de pop. Die zet ik op een rustig moment ergens in een bezemkast en ga dan zelf op het trapje staan met mijn hoofd uit de vloer. Zo lang ik maar niet beweeg is de kans groot dat niemand de verwisseling opmerkt. ’s Nachts kom ik dan uit het gat en sla toe. Dus als u een keer dit beeld in het museum ziet, verraadt u mij dan niet.

gat in vloer 2

 

V&D

V&D zit in surseance van betaling en dreigt failliet te gaan. Ach, V&D dat is de winkel waar ik al mijn hele leven kom. Drie herinneringen:

1959: V&D Apeldoorn. Ik ben vier jaar oud. Samen met mijn moeder en mijn twee broertjes sta ik voor de machine met de muziekaapjes.

aapjes

Als je er een dubbeltje ingooit beginnen de aapjes te spelen. Mijn broertjes maken ruzie wie het er in mag gooien – “jij mocht vorige keer, Welles, Nietes, Welles, Nietes,”. Mijn moeder velt een echt Salomonsoordeel door het dubbeltje in twee stuivers te delen, maar het werkt niet. De machine accepteert alleen maar dubbeltjes. Ze gooit het dubbeltje er daarom maar zelf in. Even later staan mijn twee broertjes mokkend naar de musicerende aapjes te kijken. Ik sta glunderend vooraan.

1968: V&D Deventer; Ik ben dertien jaar oud en heb net enige dagen geleden in V&D mijn allereerste singletje ooit gekocht: ‘Hey Jude’ van de Beatles. Nu sta ik bij de tijdschriftenafdeling. ‘Der Popphoto’ (of zoiets), een Duits muziekblad, komt als het goed is vandaag uit. In het vorige nummer stond aangekondigd dat er in deze aflevering een grote Beatlesposter zou zitten en die wil ik hebben. Probleem is echter dat er niet veel exemplaren van het blad in Deventer verschijnen. Alleen V&D heeft er af en toe eentje, soms twee. Als ik naar het blad vraag, krijg ik te horen dat de nieuwe tijdschriften nog niet binnen zijn. Over een uurtje zijn ze er misschien wel. Exact een uur later ben ik terug en vraag naar ‘Der Popphoto’. “Helaas” zegt de dame van de tijdschriften. “Die is niet meegekomen, misschien morgen”. Op het moment dat ik weg loop zegt ze: “Straks vroeg er ook al iemand naar.” Ik schrik, er is nog iemand op zoek naar het blad. Als die mij maar niet voor is. De volgende dag fiets ik na school zo hard mogelijk naar V&D. Met een bezweet gezicht storm ik de winkel in en vraag bij de tijdschriftenafdeling naar het blad. Hij is binnengekomen en ze hebben hem nog. Ha, ik ben die ander toch maar mooi voor geweest.

1975: V&D Enschede; Ik ben twintig jaar. Het is zaterdag. Samen met Joyce, een meisje van mijn studentenflat, loop ik in V&D. Het is er druk. We zijn op weg naar het restaurant op de bovenste verdieping. Als we beneden vlakbij de roltrap zijn, zien we dat naast de roltrap een klein podiumpje is opgebouwd. De vloermanager van V&D staat er met een jongeman naast zich. “Dames en heren, V&D is er trots op om een nieuw Nederlands talent te presenteren. Hij heeft zojuist zijn eerste single opgenomen en hij zal het hier live voor u zingen. Mag ik u aandacht voor Hennie Neyman.” De jongen zegt iets tegen hem. “Dames en heren, excuses, mag ik u welgemeende aandacht voor Benny Neyman.

Hij begint te zingen en doet dat niet slecht. Staande op de rolstrap omhoog zien we dat er echter geen mens blijft staan luisteren. Iedereen loopt door, rechtstreeks de roltrap op. Hennie, herstel Benny Neyman doet aandoenlijk zijn best, maar hij staat zo aan de voet van de roltrap niet op een handige plek. Zijn publiek wordt automatisch weggevoerd. “Ach, dat is zielig. Niemand blijft luisteren. We gaan naar beneden” zegt Joyce en we nemen de roltrap omlaag. Samen met de floormanager, nog een medewerker van V&D en één huisvrouw – ze heeft aan elk hand een volle V&D-tas; toen verkocht V&D nog wel goed – vormen we zijn vijfkoppig publiek. Na drie nummers, waarvan twee keer de A-site van zijn single, is hij klaar. Joyce koopt zijn plaatje. Met een viltstift zet hij netjes zijn naam op de hoes. Als Joyce het plaatje nog steeds heeft, dan moet dit een waar collectorsitem zijn want a) de rest van het stapeltje singles – een stuk of tien; ik denk dat Benny ze zelf heeft meegenomen – blijft onverkocht en b) pas vijf jaar later zou hij met ‘Ik weet niet hoe’ zijn eerste hit scoren. In 1985 zou hij met ‘Waarom fluister ik je naam nog’ zijn enige nummer 1 hit hebben.

Screenshot YouTube:

bennie Neyman

Bennie Neyman: van vijf toeschouwers bij V&D Enschede in 1975 tot 50.000 toeschouwers bij Rimpelrock in Hasselt, België in augustus 2007. Een half jaar later zou hij op 56-jarige leeftijd overlijden. Voor de YouTube link van dit optreden, zie hier

Tot zover drie herinneringen aan V&D. Nu dreigt V&D de deuren te sluiten. Volgens mij is alle ellende begonnen toen de aapjes uit de zaak verdwenen.

.

Een wandeling door het dorp

Zondag hebben we een rondje door het ‘dorp’ gelopen. Wat kerstkaarten bezorgen bij wat vrienden en kennissen. Het is een vak apart om zo’n kaart ongezien in de bus te stoppen. Word je “betrapt” dan sta je weer de hele tijd een gezellig praatje te houden en dat schiet niet op.

We liepen ook door de Damlaan, de ‘Dorpstraat van ons dorp’. In het nieuwe gebouw op de hoek zat nu ‘De Uitvaartwinkel’ zagen we. Het was nog net geen Uitvaartaria zoals Marianne zei maar een naam als “De Uitvaartwinkel” klinkt me toch een beetje te modern. “Mam, ik ga boodschappen doen, moet ik nog wat voor je meenemen?” “Ja, als je langs de uitvaartwinkel komt, koop dan even een crematie voor oma.” Dat soort werk.

Even verderop had de kinderkledingwinkel uitverkoop. Er hingen grote plakkaten op de ramen ‘Kortingen tot 50%!” Het leek net alsof het opheffingsuitverkoop was en dat je er dus snel bij moest zijn. Maar het is een marketingtrucje van de eigenaresse. Ze doet het al twintig jaar zo. Toen wij er nog kleding kochten voor onze kinderen, dachten wij aanvankelijk ook elk jaar dat ze opheffingsuitverkoop had en dat we dus snel moesten toeslaan.

Naast de kinderkledingwinkel zit een schoenenwinkel. Deze lijkt erg op de schoenenwinkel in het dorp waar ik als kind woonde. Die winkel was de enige schoenenwinkel van het dorp. De eigenaar was ook de enige schoenmaker van het dorp. Maar o wee, als je aan kwam zetten met kapotte schoenen die je niet bij hem had gekocht. “Zeg maar tegen je moeder dat ze die moet laten maken bij de winkel waar ze die heeft gekocht.” zei hij een keer tegen mij toen ik met door het voetballen kapot getrapte schoenen kwam aanzetten. Toen ik deze boodschap thuis doorgaf, zei mijn moeder kwaad: “Is die vent helemaal gek geworden? We kopen in het vervolg wel al onze schoenen in de stad.” Ik vond dat niet erg want in de stad hadden ze veel modieuzere schoenen. Ook verkochten ze in de stad schoenen met spekzolen waarmee je tijdens het voetballen veel minder snel uit gleed.

Aan het einde van de straat, vlakbij de sluisjes, zagen we dat de slagerij – een type ‘Slagerij J. van der Ven’ uit ‘Het Dorp’ van Wim Solleveld – zijn etalage aan kerst had aangepast. De slager had blijkbaar bedacht dat hij ook iets met kerstversiering moest doen en in het raam hingen dan ook grote worstenslingers.

worsten 2

Bij het water sloegen we linksaf op zoek naar de volgende brievenbus waar we ongezien een kerstkaart in konden stoppen – “als we van links komen, dan kunnen ze ons niet zien aankomen”. De verleiding was groot om even de ophaalbrug over te steken en aan de overkant bij “Zuivere koffie” een kop koffie met appelgebak te nuttigen, maar dan zou de hele winst van de besparing op de kerstzegels gelijk weer zijn uitgegeven. Dus dat deden we maar niet en vervolgden ons bezorgrondje.

Munch en Van Gogh

In het Van Gogh Museum is een tentoonstelling te zien met werken van de Noorse schilder Edvard Munch (hij leefde van 12 december 1863 tot 23 januari 1944). Nu kende ik Munch eigenlijk alleen maar van ‘De Schreeuw’, maar hij blijkt een groot oeuvre te hebben. Uit de wikipedia: “In 1940 vermaakte Munch zijn gehele oeuvre (omvattende 1008 schilderijen, 15.391 afdrukken van 741 grafische werken, 4443 aquarellen en tekeningen en 6 beeldhouwwerken) aan de stad Oslo, waar het is ondergebracht in het Munchmuseum.”

de schreeuw

Iets anders wat ik niet wist, was dat op ‘De Schreeuw’ het niet de figuur op de voorgrond is die schreeuwt, maar dat het de natuur om hem heen is die schreeuwt. Het figuurtje op de voorgrond houdt juist zijn handen voor zijn oren. Er bestaan vier versies van ‘De schreeuw’. Drie zijn in handen van de Noorse overheid, de vierde is in particulier bezit. De onbekend gebleven koper kocht dit werk in 2012 voor 119,5 miljoen dollar. Van de vier versies is nu de eerste versie van het schilderij in het Van Gogh Museum te zien. De Schreeuw wordt geleend van het Munch Museum in Oslo.

Het Van Gogh Museum heeft deze tentoonstelling heel mooi opgezet. Ze hebben namelijk heel veel van de schilderijen van Munch opgehangen naast, qua stijl of qua emotie, overeenkomend werk – vooral van Van Gogh. Zie hieronder bijvoorbeeld hoe ‘De Schreeuw’ hangt naast een schilderij van Van Gogh waarop ook een angstig persoon op een brug te zien is (in dit geval een klein meisje).

munch van gogh

En hieronder nog een voorbeeld. Links hangt een zelfportret van Munch, rechts eentje van Van Gogh.

van gogh munch

(Normaal gesproken zeg ik altijd, klik op de afbeelding om een grotere versie te zien, maar hier doe ik dat maar niet.)

Nu zult u misschien zeggen: “Die foto  hierboven is niet helemaal scherp!”. Dat klopt maar dat is niet mijn schuld, want terwijl ik deze foto nam werd ik zowel links als rechts op de schouder getikt. Ik wou net zeggen: “Wilt u dat niet doen, want zo kan ik niet fotograferen.” toen bleek dat het twee suppoosten waren die op mijn schouder tikten. Het was niet toegestaan om te fotograferen zeiden ze. Oeps, sorry. Dat wist ik niet.

Nu had ik net daarvoor ook al een foto gemaakt en wel van het schilderij ‘Inger in zwart en violet’ uit 1892. Op dit schilderij heeft Munch zijn zus Inger afgebeeld. Maar ja, de foto van dat schilderij kan ik hier natuurlijk nu niet plaatsen. Straks krijg ik ruzie met dat Noorse Museum. Maar omdat ik het toch wel een heel mooi schilderij vindt, doe ik het stiekem toch. Maar wel zodanig dat de Noren het schilderij niet herkennen – deze Nederlandstalige tekst kunnen ze toch niet lezen. Ik heb het schilderij op twee manieren onherkenbaar gemaakt. Op de linkerversie heb ik een balkje voor de ogen van Inger geplaatst. Geen Noor meer die haar zo herkent. Op de rechterversie laat ik alleen maar een deel van het schilderij zien. De kans op ontmaskering is daar misschien wat groter “Het is haar ten voeten uit, maar die ontbreken, dus het is haar niet” zullen de Noren hopelijk zeggen.

inger dubbel 2

Na de tentoonstelling ben ik ook nog in de Museumwinkel geweest. Ik verbaas me er altijd weer over wat je daar kan kopen. Zo hadden ze een opblaasversie van het figuurtje van “De Schreeuw’, Van Goghjes voor in de kerstboom en aardappeleters-chips om op te eten.

souveniers

van gogh chips

In een ander deel van het museum zag ik overigens nog een vergelijking van twee schilderijen in dezelfde stijl, net zoals dat gedaan was met die van Van Gogh en Munch. In dit geval betrof het twee zelfportretten – tegenwoordig zouden we zeggen ‘selfies’ – van de bekende schilders Duck en Van Gogh.

donald van gogh 2

(Uit het bordje bij het oorspronkelijk schilderij van D. Duck blijkt dat hij enige hulp bij het maken heeft gehad van een zekere Wouter Tulp). Zie hier de oorspronkelijke versie van het schilderij van Wouter Tulp.

donald van gogh

Al met al kan ik de tentoonstelling over Munch, gecombineerd met de werken van Gogh, van harte aanbevelen. Hij loopt nog tot 17 januari, dus je moet er wel op tijd bij zijn. Overigens kan je er behalve de werken van Munch ook een aantal schilderijen van Van Gogh zien die normaal gesproken niet in Nederland te zien zijn, zoals ‘Sterrennacht boven de Rhône’ (september 1888). Dit werk (‘starry starry night’) is in particulier bezit en wel van de Amerikaanse zanger Don McLean.

starry night

Ok, dat het in bezit is van Don McLean is niet waar, het hangt normaal gesproken in het Musée d’Orsay in Parijs. Ook hangen er op de tentoonstelling enkele werken uit Amerikaanse musea en ook nog een heel mooie Van Gogh die in particulier bezit is (van dat schilderij ben ik even de naam kwijt.) Kortom, bezoeken die tentoonstelling!

Scheve Vermeers

Vrijdag was ik in Amsterdam en heb toen ook de tentoonstelling in het Rijksmuseum bezocht over de ontdekking van de locatie van de huizen die afgebeeld staan op het Straatje van Vermeer (zie ook deze blogpost). De tentoonstelling was in een apart zaaltje van het museum en eerlijk gezegd vond ik het niet zo’n goede tentoonstelling. Er werd te veel uitgegaan van voorkennis bij de bezoekers. Zo hing er bijvoorbeeld deze plattegrond van Delft uit de zestiende eeuw, waar je op kon zien welke huizen de grote brand van Delft van 1536 hadden overleefd – dat zijn de donker gekleurde huizen en kerken op de afbeelding.

delft kaart

Klik op het plaatje voor een grotere afbeelding. In de gouden letters op de rand staat: ´viertien. kerkcken, veel menschen ende huusen al. Sonder ghetal sijn in Delft ghebrant, dat stadhuys ende die vleishal 1536 (veertien kerken, veel mensen en huizen, zonder getallen zijn in Delft verbrand het stadshuis en de vleeshal 1536)

Er werd echter niet duidelijk uitgelegd waarom deze kaart voor de ontdekking van de locatie van de huizen van belang was. (Dat is omdat het rechterhuis dat op het Straatje staat afgebeeld een architectuur heeft die van voor de brand stamt en dat het huis dus één van de huizen moet zijn die de brand heeft overleefd.)

Wel stond er vermeld dat het huis van het Straatje vlakbij een bruggetje te zien was en wel aan de onderkant van de plattegrond. Maar waarom dan niet even een afbeelding er naast opgehangen waarop het huis in een cirkeltje staat aangegeven? Nu moest je gokken (of weten) om welk bruggetje en huis het ging. Dit onderstaande plaatje had ik bijvoorbeeld in vijf minuten gemaakt. In het rode cirkeltje heb ik het huis van het Straatje aangegeven.

delft huis cirkel

Op de tentoonstelling was ook het boek ‘Legger van het diepen der wateren binnen de stad Delft’,  een document uit 1667 te zien, waarin werd genoteerd hoeveel ‘kaai- en diepgeld’ per huishouden was geïnd – de gemeentelijke belastingen werden berekend op basis van de gevelbreedte van de huizen. Dankzij dit boek werd ontdekt welke huizen op het schilderij staan afgebeeld.

boek vermeer

Weliswaar staat bij het huis van het Straatje een rood-zwart driehoekje maar waarom dan niet even een “vertaling”  van de tekst er naast? Ik kan dit oud-Hollands gecombineerd met een moeilijk handschrift echt niet lezen.

Wat ik wel leuk vond was dat er ook een schilderij van Daniël Vosmaer uit 1654 hing. Op dit schilderij is de ontploffing van het Kruithuis van Delft van 12 oktober 1654 te zien. Er vielen toen waarschijnlijk honderden doden. Haast elk gebouw in de binnenstad liep schade op – ook op de huizen van het Straatje is schade te zien – en het gebied ten oosten van de Verwersdijk in Delft werd volledig met de grond gelijk gemaakt.

delft ontploffing

Eigenlijk kunnen we dit schilderij als een soort Twitterbericht uit 1654 beschouwen. Omdat er uiteraard nog geen mobieltjes met camera’s bestonden moest men toen wel toevlucht nemen tot dit soort schilderijen om de ramp aan de buitenwereld te laten zien. Tegenwoordig zouden de beelden van de ontploffing binnen een minuut over de hele wereld zijn getwitterd.

Al met al had ik deze tentoonstelling binnen een half uurtje bekeken en de meeste andere bezoekers waren zelfs binnen een kwartiertje al weer weg. Dat had ook een voordeel want daardoor was het niet druk in de zaal. Je kon bijvoorbeeld op je gemak het Straatje van Vermeer bekijken dat zielig en alleen aan een muur hing.

vermeer 0

Wat ik vreemd vond, was dat het Staatje een beetje scheef hing. Ik vroeg aan een suppoost waarom dat was. Hij snapte het ook niet, maar zei dat het nieuw beleid was. Alle schilderijen van Vermeer in het Rijksmuseum hingen nu scheef zei hij. Ik heb het even gecontroleerd en dat was inderdaad het geval. Volgens de suppoost was het een persoonlijk ideetje van Wim Pijbes, de directeur van het Rijksmuseum. Het zou meer mensen naar het museum lokken. De mensen zouden er over gaan praten en dan naar het museum komen om te kijken of ze inderdaad scheef hangen. Wel bij deze kan ik bevestigen dat alle Vermeers inderdaad scheef in het museum hangen.

vermeers scheef

Omdat ik wat minder tijd op de tentoonstelling had doorgebracht dan gepland, ben ik ook nog even wat andere zalen in het museum gaan bekijken, waar ik normaal gesproken niet kwam.  Zie bijvoorbeeld hieronder de bibliotheek van het Rijksmuseum.

rijks bibliotheek

Leuk vond ik ook het schilderij van de drie zusters Veth, gemaakt door hun broer Jan.

veth

Het is vooral het commentaar van pa Veth – zie het kaartje hieronder  – dat het zo leuk maakt.commentaar Veth

Na een uurtje stond ik weer buiten en ben toen naar het vlakbij gelegen Van Gogh Museum gegaan voor de tentoonstelling over Edvard Munch. Een mooie tentoonstelling maar daarover een volgende keer.

Bonnie St. Claire

Bonnie St. Claire was weer eens in het nieuws. Het gaat niet zo goed met haar geloof ik. Als je in Google News haar naam intikt, dan zijn dit de laatste tien koppen van de nieuwsberichten die je over haar leest:

  1. Bonnie St. Claire bespot drankprobleem
  2. Bonnie St. Claire: Ik drink nog steeds elke dag rosé
  3. Bonnie St. Claire: “Ik doe wat ik wil”
  4. Bonnie St. Claire herstellende van zware hersenschudding
  5. Ondernemer klapt uit school over chaotische verhuizing Bonnie St. Claire
  6. Bonnie St. Claire slaat haar man tijdens optreden
  7. Bonnie St. Claire vindt het niet erg als ze ‘morgen dood neervalt’
  8. Vrienden bezorgd om Bonnie St. Claire
  9. ‘Bonnie St. Claire liegt dat ze barst’
  10. Bonnie St. Claire twijfelt over huwelijk

Bonnie, 66 jaar momenteel, heeft geloof ik niet zo’n goed jaar achter de rug.

In 1970 was dat wel anders. In september van dat jaar stond de toen twintigjarige zangeres met het nummer ‘I won’t stand between them‘ op de vijfde plaats van de top 40, die toen nog door Radio Veronica werd uitgezonden. Van het nummer was een videoclip opgenomen die ons, vijftienjarige middelbare-school-jongetjes, helemaal het hoofd op hol bracht. In het filmpje zagen we een knap blond meisje in een kort rokje op blote voeten door de duinen lopen, terwijl ze ondertussen I won’t stand between them’ zong.

Bonnie st Claire

Screenshot uit de clip. De clip kan je hier zien. https://www.youtube.com/watch?v=MVLQyYf1n4U

Bonnie was ‘hot’ bij ons op school – noemde je dat in die jaren trouwens ook al zo? Volgens Frits, een zittenblijver die dat jaar bij ons in de klas was gekomen, was Bonnie niet alleen hot maar ook heet. Ze lustte wel pap, zei hij. Op onze vraag wat hij daarmee bedoelde, antwoordde Frits – hij was wel iemand die iets van het leven wist, zoals hij altijd zei – dat hij uit zeer betrouwbare bron had vernomen dat Bonnie “het graag en met iedereen deed”. Op onze hoopvolle vraag of ze het ook met vijftienjarige jongetjes deed, zei hij: “Nee, dat is wettelijk verboden, maar met zestienjarige jongens mag het wel.” en hij grijnsde van oor tot oor. Het was hoogstens nog een kwestie van tijd voordat hij met haar zou aanpappen zei hij.

De volgende singles van Bonnie waren echter niet zo’n succes en ze verdween weer even snel als ze in beeld was gekomen uit beeld. Out of sight, out of mind en haar plaats in onze jongensharten werd ingenomen door Mariska Veres van Shocking Blue.

Zie hier de videoclip van Venus van Shocking Blue

Posters van Shocking Blue uit de ‘Popfoto’ – hinderlijk dat die mannetjes van Shocking Blue er ook vaak op stonden –  sierden menig jongenskamertje, waaronder die van mij.  Volgens Frits, onze betrouwbare informatiebron, stamde ze af van de zigeuners. Dat kon je wel zien aan dat mooie lange sluike zwarte haar zei hij. Vele jaren later hoorde ik van iemand die de toenmalige bassist van Shocking Blue kende, dat ze altijd een pruik droeg en dat ze in werkelijkheid krullen had.

Mariska veres

September 1970; Mariska Veres krijgt een gouden plaat. De man naast haar is overigens niet Frits maar Albert Mol; (foto Joost Evers, fotobureau Anefo; collectie Nationaal Archief)

Of Mariska er ook pap van lustte zijn we helaas nooit te weten gekomen, want in januari van dat schooljaar verdween Frits uit onze klas. Hij dreigde voor de tweede keer op rij te blijven zitten en hij vertrok daarom naar een andere school.

Mariska Veres overleed in december 2006 aan de gevolgen van kanker. Bonnie St. Claire leeft nog, waarbij het woordje ‘nog’ geloof ik wel op zijn plaats is. Maar misschien wordt ze wel 122, net zoals Jeanne Clement, de oudste mens ooit van wie de geboorte- en sterfdatum officieel vaststaat. Die rookte tot haar 117e, at een kilo chocolade per week en dronk elke dag een glaasje port. Maar goed, elke keer als ik iets lees over Bonnie St. Claire, dan zie ik haar weer als twintigjarige op blote voeten door de duinen lopen.

Op zoek naar de zus van Vermeer

 

Het Straatje van Vermeer is vorige maand gevonden. “Nou, dat zal niet zo moeilijk zijn geweest. Dat hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam.” zult u misschien zeggen. Het gaat hier echter om de locatie van de huizen die op het schilderij van Vermeer zijn afgebeeld, niet om het schilderij zelf. Volgens professor Frans Grijzenhout, hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, zou de locatie van de twee afgebeelde huizen op het schilderij van Vermeer Vlamingstraat 40 en 42 in Delft zijn.  Zie hier het schilderij en een foto hoe de huizen er nu uit zien.

 

(Voor de foto – het Rijksmuseum vermeldt helaas op zijn site niet de naam van de fotograaf, dus ik kan hem hier niet eren (*) – heeft de fotograaf zoveel mogelijk geprobeerd om de afbeelding van het schilderij te reconstrueren met een bankje, de spelende kinderen en de twee vrouwen. )

Uiteraard zijn er vraagtekens bij de juistheid van deze mogelijke locatie te stellen. De belangrijkste onzekerheid, zoals de professor zelf ook al opmerkt, is de vraag of Vermeer bestaande huizen heeft afgebeeld of dat hij zijn fantasie de vrije loop heeft laten gaan.  Op grond van de gedetailleerdheid van het schilderij gaat men er van uit dat Vermeer bestaande huizen heeft afgebeeld en  gezien de gedegenheid van het onderzoek ga ik vooralsnog er van uit dat de professor het bij het juiste eind heeft.

Zoals elders op deze site te lezen valt is, ben ik “bezig” met een onderzoek naar het verdwenen tweede straatje van Vermeer. Helpt deze ontdekking van de professor nu bij deze speurtocht?

Ja, ik denk het wel, want op grond van de bevindingen van de professor denk ik – het is een veronderstelling – dat op het tweede straatje van Vermeer wellicht het huis is afgebeeld van zijn zuster (niet die van de professor maar uiteraard van Vermeer).

Zie hier 2. De locatie van het eerste Straatje van Vermeer is gevonden voor de onderbouwing van deze gedachte.

Het idee dat het mogelijk het huis van zijn zuster is dat op het tweede straatje van Vermeer staat afgebeeld is een stap voorwaarts. Immers, als je weet wat er op het schilderij staat, dan is het makkelijker zoeken. Eerst was het alleen maar zoeken in het donker naar een donkere vlek, maar nu hebben we een lichtpuntje, wat me overigens doet denken aan het volgende verhaal:

Een man kruipt ’s avonds op zijn knieën in het licht van de lantaarnpaal over het wegdek en speurt nauwgezet het asfalt af. Een voorbijganger vraagt aan de man wat hij aan het doen is. “Ik ben mijn sleutels verloren en probeer ze terug te vinden.”. De voorbijganger zegt “ik help wel even” en gaat ook op zijn knieën zoeken. Als ze na een tijdje nog steeds niets gevonden hebben, vraagt de voorbijganger: “Weet u zeker dat u ze hier heeft verloren?” “Nee”  zegt de man “Ik heb ze verderop verloren maar daar is het zo donker, daar vind ik ze nooit”. “

Maar goed, er is dus licht in de zaak. Op zoek naar de zus van Vermeer dus.

  • Inmiddels weet ik dat de fotograaf Olivier Middendorp heet.

Notting Hill

Gisteren was de romantische komedie ‘Notting Hill’ met Hugh Grant en Julia Roberts weer eens op tv. Het eerste deel van de film hebben we echter gemist, omdat we eerst de – tegelijkertijd uitgezonden – ‘Heel Holland Bakt Kersteditie’ hebben gekeken. Deze special was al in de zomer opgenomen. Je ziet de thuisbakkers dus in zomerkleding met wat kersttakjes op de achtergrond kersttaarten bakken. Wetende dat Martine Bijl daarna een hersenbloeding heeft gehad, zit je er toch met een beetje raar gevoel naar te kijken. Maar gelukkig is Martine Bijl, ze was weer even grappig als altijd, al weer zodanig hersteld dat ze de voice-over kon inspreken. Het was weer net zo leuk om te zien als de reguliere uitzendingen. De thuisbakkers “legden de lat weer hoog”; dat soort werk. Niet alles lukte. Zo had één van de thuisbakkers last van een in elkaar zakkende kerstboom en een hoop pasteibakjes leken op de toren van Pisa. “Ha gelukkig maar, dat overkomt hen dus ook!” Ik hoop dat er ook een eindejaar versie komt. “De oliebol is technisch gezien een lastig bolletje om te bakken”.

Dat we het eerste deel van Notting Hill misten, was niet zo erg, want we hebben de film al vaker gezien. De film speelt zich grotendeels af – surprise, surprise – in de Londense wijk Notting Hill. Een hoop van de scenes zijn er ter plekke opgenomen. In 2011 waren we een aantal dagen in Londen.

notting hill

Uw gids in Portobello Road

Tijdens een bezoek aan  de wijk hebben we toen ook even een aantal filmlocaties bekeken. Zo is dit bijvoorbeeld de blauwe voordeur van het huis van Hugh Grant in de film, de deur waar in de film al die fotografen voor stonden.

notting hill. deur

“Eh, blauw? Die deur is toch niet blauw?” zult u misschien zeggen. Klopt, de eigenaren van het huis waren op een gegeven moment al die toeristen die zich voor de deur lieten fotograferen zo zat, dat ze de deur zwart schilderen. Maar tegenwoordig is hij weer blauw geverfd en is de boel ook wat opgeknapt, zoals je op deze schermafdruk van Google Streetview kan zien. De huidige deur is overigens niet de originele deur. Die is een keer geveild voor een goed doel.

notting hill. deur 2

(De blauwe deur is niet de voordeur van een huis maar een deur van een poortje. Alleen de buitenkant van de deur is voor de film gebruikt.)

We hebben ook even gezocht naar de boekwinkel uit de film. De opnames daarvan zijn gemaakt op Portobello Road nummer 142. Toentertijd zat daar ’Nicholls Antique Arcade’, later kwam er een meubelzaak in, die op zijn beurt weer werd opgevolgd door een schoenenwinkel. Toen wij er waren zag de winkel er zo uit en was het een of andere rommelzaak.

notting hill 2

Zoals je kan zien had de eigenaar van de winkel heel slim Notting Hill op de gevel  gezet, in hetzelfde lettertype als de filmposter.

In de wijk zit even verder op, om de hoek, wel een (reis-) boekenwinkel maar daar zijn geen filmopnames gemaakt.

notting hill bookshop

Google Streetview afbeelding (klik op de afbeelding voor een grotere versie)

Wie wil weten waar nog meer filmopnames voor Notting Hill zijn gemaakt kan onder andere terecht op deze site:  http://www.british-film-locations.com/Notting-Hill-1999_

 

Tranen (2)

In de vorige blogpost had ik het over produceren van tranen om ongewenste stoffen uit het oog te krijgen. Dat is iets dat niet alleen mensen doen. Veel diersoorten hebben ook het vermogen om traanvocht te produceren. Daardoor zijn zij in staat om een vuiltje uit het oog te tranen. De twee andere vormen van huilen door de mens – huilen als communicatiemiddel en huilen als emotie – is echter niet iets wat je bij dieren ziet. Althans dat vindt de meerderheid van de deskundigen op dit gebied.

Ok, je hebt krokodillentranen en huilende wolven. Maar krokodillentranen – huilen terwijl men het niet meent – is niet echt huilen van een krokodil. (Ik heb een keer ergens gelezen dat de oorsprong van deze uitdrukking een oud Egyptisch verhaal is waarin dorpelingen een huilende krokodil aantroffen naast een magere dode man. Hij huilt omdat hij spijt heeft dat hij de man heeft omgebracht sprak het stamhoofd. Nee, hij huilt omdat er maar zo weinig vlees op de man zit sprak de wijze man van de stam.)

Ook wolven huilen niet echt. Ze produceren alleen “huilgeluiden” om met de overige wolven te communiceren. Recent onderzoek leert dat wanneer een wolf de roedel verlaat, de achterblijvers huilen. De wolven huilen meer naar mate een wolf waarmee ze een goede band hebben de groep verlaat. Ook als een wolf met een hoge status de groep verlaat, wordt er harder gehuild.

Maar nu over naar de andere vormen van huilen bij de mens. Naast het “ogenschoonmaakhuilen” kent de mens nog twee vormen van huilen: het basale huilen en het emotionele huilen. Het basale huilen doen we bijvoorbeeld als volwassene omdat we pijn hebben, impliciet vragen we daarmee zonder iets te zeggen om steun of troost (“Ja, je moet ook niet op je duim slaan “– dat soort steunbetuigingen).

Baby’s huilen basaal om te kunnen communiceren. Eigenlijk worden kinderen maanden te vroeg geboren. Omdat in de loop van de evolutie onze hersenen zo gegroeid zijn dat we wel “vroegtijdig naar buiten moeten” – anders passen we niet door het geboortekanaal – zijn pas geboren baby’s alleen door middel van huilen in staat om te communiceren. Als de baby direct na de geboorte begint te huilen zijn de ouders nog blij, maar daarna vaak niet meer. Baby’s huilen om aan te geven dat ze honger hebben, een vieze luier hebben, pijn hebben of ergens anders last van hebben. Aan de ouders de taak om uit te zoeken wat het probleem is.

Daarnaast is er het emotioneel huilen. Daar zijn drie vormen in te onderscheiden: bij verdriet, bij vreugde of bij ontroering. Vaak is er sprake van een combinatie van deze vormen. Het verdriet of de vreugde van de een geeft ontroering bij een toeschouwer. Denk maar eens aan tranentrekkende bioscoopfilms of aan boeken waarin iemand dood gaat (bijvoorbeeld de oude Vitalis in ‘Alleen op de wereld van Hector Malot; daar heb ik als klein kind tranen met tuiten om gehuild.)

Om te testen of u snel een emotioneel traantje mee pinkt, laat ik u twee YouTube filmpjes zien. In het eerste filmpje zien we een groep schoolkinderen in een hal. Wat twee van die kinderen niet weten, is dat hun vader, een militair die al maanden in Afghanistan zit, onverwacht is thuis is gekomen en hun daar in de aula gaat verrassen. Let vooral even op de reactie van de oudste dochter. tussen 0.35 seconden en 1 minuut in het filmpje.

huilfilmpje 1

Dit is alleen een schermafdruk. Het filmpje, inmiddels meer dan 1 miljoen keer bekeken, kan je zien op de volgende link: https://www.youtube.com/watch?v=PxAIyEqtvOw

Op YouTube staan overigens honderden van dit soort filmpjes. Er komen heel veel soldaten terug uit Afghanistan en Irak.

Mocht u bij het zien van de vreugdetranen van de dochter geen emotioneel traantje weggepinkt hebben, dan ga ik nog een poging wagen, deze keer met het laten zien van tranen van verdriet. In onderstaand filmpje zien we een bruiloftsreceptie, waarbij een broer van de bruid de vader-dochter-dans met enkele woorden inleidt, waarna we de bruid zien dansen met een oudere man en drie andere mannen. Niet direct iets wat normaliter bij de kijkers veel emotie zal oproepen. Maar de kans daarop wordt een stuk groter als u de inleiding van de broer hoort.

Hij vertelt de aanwezigen dat de vader van de bruid kort voor de bruiloft is overleden. Op de bruiloft van haar zuster had de vader met zijn andere dochter de vader-dochter-dans gedanst op het liedje ‘Butterfly Kisses’, een lied over hoe een vader zich voelt op de dag van de bruiloft van zijn dochter. De broer heeft nu voor haar dit liedje ingezongen, waarna ze achtereenvolgens met haar opa, haar twee broers en haar schoonvader de vader-dochter danst doet. Niet geheel onbegrijpelijk houdt ze het tijdens deze dans niet droog, net zoals, gezien de vele reacties onder het filmpje, honderden mensen die het filmpje hebben bekeken ook niet.

huilfilmpje 2

Ook dit is alleen een schermafdruk. Het filmpje, inmiddels bijna 9 miljoen (!) keer bekeken, kan je zien op de volgende link:

https://www.youtube.com/watch?v=lAa43njGb3o

Heeft u een traantje weggepinkt?  “Ja, maar alleen  omdat deze blogpost zo bedroevend slecht is geschreven. Om te huilen.” zegt u natuurlijk.

My WordPress Blog