Althans dat vind ik

Op de achterkant van de Volkskrant staat een dagelijks column: ‘WiBra’. De column wordt om en om geschreven door Sylvia Witteman en Aaf Brandt Corstius.

Sylvia Witteman is getrouwd met Philippe Remarque, sinds juli 2010 de hoofdredacteur van de Volkskrant. Wie nu roept dat zij haar column in de Volkskrant wel aan hem te danken zal hebben, die heeft het mis. Het is eerder andersom denk ik. “Als jouw vrouw voor de Volkskrant blijft schrijven, dan mag jij wel hoofdredacteur worden of zoiets”, zal het vermoedelijk zijn gegaan. De columns van Sylvia Witteman zijn namelijk heel geestig, althans dat vind ik.

Uit een dubbelinterview van Sander Donkers en Sander Pley met het stel in Vrij Nederland van februari 2011:

Zij: ‘Toen hij werd aangesteld, ben ik door diverse andere kranten benaderd, onder het motto: je wilt toch niet onder je eigen man werken, dus kom maar bij ons…

Hij, vrolijk: ‘De rátten! Sindsdien wordt dat hier in huis als dreigement gebruikt. “Als je nu het vuilnis niet buiten zet, dan ga ik naar de NRC!” 

De Bra is Aaf Brandt Corstius. Zij is een zus van Jelle Brandt Corstius en een dochter van wijlen Hugo Brandt Corstius. Haar columns zijn veel minder geestig, althans dat vind ik. Maar nu zij er een tijdje niet is – “Aaf Brandt Corstius is er even niet.” – aldus de Volkskrant, begin ik toch wel wat meer waardering voor haar te krijgen. Dat komt door de columns van haar tijdelijke vervangster, een zekere Stella Bergsma. Geen idee wie dat is, maar haar columns zijn echt heel saai en oninteressant, althans dat vind ik.

Vandaag schreef ze een column hoe ze in een café zat na te denken over het onderwerp waarover ze haar column zou schrijven. Als er nou één gouden regel voor columnisten is, dan is het dat je je lezer nooit moet vervelen met bespiegelingen over het schrijven van je column.

Er is maar één onderwerp dat nog slechter is, namelijk dat je schrijft over een columniste die schrijft over het schrijven van haar column, althans dat vind ik.

Enfin – zou Martin Bril zeggen.

The Twin Towers

Het is vandaag precies 15 jaar geleden dat de vliegtuigen de Twin Towers in New York binnenvlogen.  In 1988 waren wij op huwelijksreis naar Amerika. We waren vijf dagen in New York en vlogen toen door naar San Francisco voor een rondreis in het westen.

In New York bezochten we onder andere het World Trade Center en hebben bovenop de Twin Towers gestaan.

0-twin-towers-2De Twin Towers gezien vanaf het Empire State Building.

0-twin-towersBovenop de Twin Towers

Deze foto’s stammen uit september 1988. Dertien jaar later stortten de torens in en nu ligt die gebeurtenis ook al weer vijftien jaar achter ons.  Er is sinds 1988 een hoop gebeurd in de wereld.

 

Een vol bakje aardbeien

Terwijl ik in de Albert Heijn in Voorburg loop, zie ik hoe een oude man – nee, niet van mijn leeftijd maar zo’n twintig jaar ouder – bij de aanbieding met de aardbeien staat. Ik zie hoe hij twee van de plastic dozen open maakt. Uit de ene doos pakt hij een handjevol aardbeien en stopt deze in de andere doos. Even later herhaalt hij deze handeling nog een keer. Eén aardbei pas er blijkbaar niet meer in en deze stopt hij in zijn mond. Daarna legt hij de extravolle doos in zijn mandje. De halfvolle doos legt hij terug en zet er een andere doos boven op.

aardbeieen

Moet ik er wat van zeggen? Of zou ik voor de grap de twee dozen stiekem verwisselen? Dat lijkt me wel een leuk idee. Als hij nou een karretje had, dan zou dat wel kunnen lukken, bijvoorbeeld als hij deze even onbeheerd laat staan om iets te pakken. Dan wissel ik de twee dozen ondertussen om. Zou hij mooi opkijken als hij de doos op de lopende band bij de kassa legt. Maar hij gebruikt een mandje wat hij stevig vastklemt, dus die verwisselingstruc zal niet lukken.

Ik besluit om er niets van te zeggen en de oude man zijn extra aardbeien te gunnen. John Lennon zou zeggen: “[…] Nothing is real and nothing to get hung about. Strawberry Fields forever”. Maar kijk in de AH in Voorburg wel even of je bakje met aardbeien wel goed gevuld is!

Rutte vergist zich

Gisteren was onze minister-president Mark Rutte te gast in het programma ‘Zomergasten’.  Nu is ‘Zomergasten’ niet een programma wat ik kijk, zeker niet als tegelijkertijd ‘Heel Holland bakt’ wordt uitgezonden – André van Duin verving Martine Bijl op een waardige manier. Later op de avond bekeek ik in het kader van mijn persoonlijk voorbereiding op de interland Zweden – Nederland van morgen ‘Studio Voetbal’. Toen dat was afgelopen, zapte ik even en belandde ik in Zomergasten.

Het eerste wat ik Mark Rutte daar hoorde zeggen, was: “We hebben nog nooit zoveel mensen aan het werk gehad als vandaag” (Zie hier op 2 uur 55 min 02 seconden). Daarmee suggererend dat dit aantal skyhigh was. Nu had hij ook kunnen zeggen: “We hebben nog nooit zoveel mensen met een bijstandsuitkering gehad”, zie deze CBS-cijfers, het is maar welke boodschap je wilt verkondigen.

Nu staat Mark Rutte niet bekend als iemand die altijd de waarheid spreekt, zeker niet als er verkiezingen aankomen. (Zijn voornaamgenoot Mark Twain zei ooit eens: “De meeste schrijvers beschouwen de waarheid als een waardevol bezit. Daarom zijn ze er zo zuinig mee.” Het geldt niet alleen voor schrijvers maar zeker ook voor politici.)

Maar goed, ik was even nieuwsgierig of het klopte wat Rutte zei en omdat ik hoognodig weer eens mijn Excel-vaardigheden moest oefenen, heb ik vanochtend van de site van Centraal Bureau voor de Statistiek, wat gegevens gedownload en die cijfers verwerkt in een grafiek en een tabel. Nu is het zo dat in 2015 het CBS is overgestapt op de definitie van de International Labour Organisation (ILO). De cijfers zijn daardoor beter internationaal vergelijkbaar. Van de site van het CBS:

“Volgens de ILO-definitie wordt iedereen die voor minstens 1 uur per week betaald werk heeft, tot de werkzame beroepsbevolking gerekend. Scholieren met een bijbaantje bijvoorbeeld horen volgens deze definitie tot de werkzame beroepsbevolking. De nationale definitie van de beroepsbevolking omvat alleen mensen die substantieel werk hebben of willen hebben. Daarbij is de grens op 12 uur per week gelegd. In 2013 behoorden volgens de nationale definitie bijna 7,3 miljoen personen tot de werkzame beroepsbevolking, tegenover ruim 8,3 miljoen duizend volgens de ILO-definitie. Naast verschillen tussen de urengrens zijn er nog andere verschillen tussen de definities zoals de periode waarin men gezocht heeft naar werk en de termijn waarop men kan starten [..] In 2013 waren er 600 duizend -werklozen volgens de ILO-definitie, 56 duizend minder dan volgens de nationale definitie.”

Dat 8,3 miljoen duizend (dat is 8,3 miljard) zal ongetwijfeld een typefoutje zijn. Het aantal werkenden nam door deze definitiewijziging dus met bijna 1 miljoen toe, maar ik neem aan dat Rutte niet deze miljoen bedoelde toen hij zei “We hebben nog nooit zoveel mensen aan het werk gehad als vandaag” – hoewel, je weet het maar nooit met politici. Het CBS heeft gelukkig de cijfers vanaf 2003 herberekend volgens de nieuwe definitie en als we dat in een grafiek stoppen, dan zien we het volgende (de CBS-cijfers betreffen de cijfers voor de leeftijdsklasse van 15 tot 75 jaar):

0 tabel

De blauwe verticale lijn geeft aan wanneer het kabinet Rutte 1 (het kabinet met het CDA en gesteund door de PVV) begon. De paarse lijn geeft wanneer het kabinet Rutte 2 (Het VVD-PVDA-kabinet) begon. De bovenste groene lijn geeft de ‘totale werkzame beroepsbevolking’ weer. De rode lijn van mensen in vaste dienst, de bruine lijn die van mensen met ‘flexibele arbeidsrelatie’ en de gele lijn die van de zelfstandigen.

We zien dat de lijn van de totale werkzame beroepsbevolking vanaf 2003 licht stijgt (van 7,77 miljoen in 2003 naar 8,41 miljoen in het vierde kwartaal van 2008. Daarna sloeg de crisis toen en daalde het aantal. Vanaf het eerste kwartaal van 2014 stijgt dit aantal weer. Het meest recente cijfer van het CBS (dat van het tweede kwartaal van 2016) geeft een uitkomst voor de werkzame beroepsbevolking van 8,39 miljoen. Dat is nog wel lager dan het hoogtepunt van 8,41 miljoen uit 2008. Het aantal werkenden is dus sinds 2008 weinig veranderd.

Als we de getallen van het hoogtepunt van 2008 eens in een vergelijkende tabel zetten met die van het tijdstip dat het eerste en tweede kabinet Rutte aantrad en met de aantallen van nu, dan zien we:

0 tabel 2

Opvallend is dat sinds het aantreden van het kabinet Rutte 2 het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie fors gedaald is (van 5,508 miljoen naar 5,163 miljoen). Dat wordt weliswaar gecompenseerd door een stijging van het aantal werknemers met een flexibele arbeidsrelatie en het aantal zelfstandigen, maar of dit nou zo’n goede ontwikkeling is, weet ik niet. Zo heb je onder de ZZP’ers (Zelfstandige Zonder Personeel) vaak mensen die tijdelijk ZZW’er zijn (Zelfstandige Zonder Werk).

Daarnaast speelt er ook nog mee dat de totale bevolking aan het groeien is. Sinds Rutte 2 aantrad is die met ongeveer 200.000 stuks gegroeid. Kijken we vervolgens naar het percentage van de werkzame beroepsbevolking t.o.v. het totaal van de beroepsbevolking  en niet-beroepsbevolking (voor de leeftijdsklasse van 15 tot 75 jaar) dan zie we dat dit percentage momenteel 65,8% bedraagt. Op het hoogtepunt (het vierde kwartaal van 2008) bedroeg dit percentage 68,1%,

Oftewel, de uitspraak van Rutte ‘We hebben nog nooit zoveel mensen aan het werk gehad als vandaag” is zowel absoluut als procentueel gezien niet juist. Laat ik het zo formuleren: Rutte vergist zich.

Naast het eerder genoemde citaat heeft Mark Twain ook een keer gezegd: “Als je twijfelt, vertel dan de waarheid”. Dat is niet zo’n slechte raadgeving.

De achterkant van het ‘Gezicht op Delft’.

In het kader van mijn speurtocht naar het Tweede Straatje van Vermeer: de achterkant van het ‘Gezicht op Delft’.

‘National Treasure’ is een Amerikaanse film uit 2004 met Nicolas Cage. In deze film gaat hij op zoek naar een verborgen schat. Met behulp van aanwijzingen kan deze schat gevonden worden. Het blijkt dat één van de aanwijzingen op de achterkant van de Amerikaanse  Onafhankelijkheidsverklaring staat, waarop Cage deze verklaring steelt uit de Amerikaanse ‘National Archives.’

Deze gedachte volgend bedacht ik dat Vermeer misschien op het ‘Gezicht van Delft’ aanwijzingen heeft achtergelaten, die meer informatie geven over het Tweede Straatje. Nu zijn die niet te zien op de voorkant van het schilderij. Jammer, het zou wel makkelijk zijn geweest als Vermeer er bijvoorbeeld een pijl op had geschilderd om aan te geven waar het Tweede Straatje zich bevindt.

delftHet Gezicht op Delft met een aanwijzing van Vermeer

Niet dus, maar wellicht heeft Vermeer wel een aanwijzing op de achterkant van het schilderij achter gelaten. Dus daarom ben ik op een rustige maandagmorgen naar Het Mauritshuis gegaan om te kijken of er iets op de achterkant van het schilderij staat. Op het moment dat er even geen andere bezoekers en geen suppoosten in de zaal waren, heb ik het schilderij van de wand gehaald en omgedraaid. Zie hier de achterkant van het Gezicht op Delft.

gezicht op delft achterkantDe achterkant van het Gezicht op Delft.

Even veerde ik hoopvol op toen ik zag dat er een stuk papier op de achterkant was geplakt, maar helaas, bij nader onderzoek bleek dit een sticker uit 1946 te zijn. Aangezien Vermeer al in 1675 overleed, zal hij deze sticker er niet zelf op hebben geplakt.

gezicht op delft achterkant 2

Wel zag ik dat Vermeer, vlakbij het kruis in het midden, wat groene verf op de achterkant van het doek had geknoeid. Misschien had hij er wel een ‘onzichtbare boodschap’ opgeschreven die je met citroensap en een föhn zichtbaar kon maken, net zoals Cage in de film een geheime boodschap op de achterkant van de  Onafhankelijkheidsverklaring zichtbaar maakt. Maar ik was mijn citroenen en mijn citruspers vergeten en omdat ik bovendien voetstappen van een suppoost hoorde aankomen, heb ik het schilderij maar weer snel opgehangen. Kortom, dit veldonderzoek heeft mij niet veel verder gebracht.

p.s. Wie nu denkt, wat is dit nou weer voor een onzin, in het Mauritshuis is momenteel een tentoonstelling te zien van het werk van de Braziliaanse kunstenaar Vic Muniz. Deze heeft toestemming gekregen van meerdere beroemde musea om achterkanten van bekende schilderijen te fotograferen om deze vervolgens exact maar dan ook exact na te maken, zodat het publiek kan zien hoe de achterkanten van deze schilderijen er uit zien.

Van het Mauritshuis mocht hij onder andere de achterkant van ‘Het meisje met de parel’ en het ‘Gezicht op Delft’ van Vermeer fotograferen en namaken. Toch wel speciaal om vervolgens een zaal te zien waarin mensen allemaal geïnteresseerd naar achterkanten van schilderijen staan te kijken.

mauritshuis

Op de top van de Mount Everest

Het was een klim, maar ik heb het gehaald: de top van de Mount Everest. En niet alleen dat, ik was ook nog eens de allereerste persoon ter wereld die het op klompen deed (met stro voor de warmte), helaas niet zichtbaar op de foto.

berg 1

Aanvankelijk zou ik samen klimmen met Mark Rutte, onze minister-president, maar deze zag er op het allerlaatste moment toch van af.  “Sorry, ik had beloofd mee te gaan, maar ik stond simpelweg voor de keuze: ga ik die belofte gestand doen? Dan zou ik voor Nederland risico’s hebben gelopen. Ik besloot daarom om niet mee te gaan. Ik baal daarvan. Nogmaals, laat ik daar volstrekt helder over zijn: ik zeg daar sorry voor”

Misschien was het maar goed dat hij niet mee was, want boven op de berg was het heel druk. Zo duwde deze Amerikaan mij bijna van de berg.

berg 2I’ve made  America great again!’ riep hij.

Nu zult u mij misschien nu beschuldigen dat ik bovenstaande foto’s heb gefotoshopt – hoe komt u er bij?  – en dat dit ook nog eens heel slecht gedaan is – laat ik daar volstrekt helder over zijn: ik zeg daar sorry voor – maar ik ben niet de enige die dit doet.  Leest u hier  en hier maar eens hoe een stel uit India door de mand viel.

Je houdt het toch niet voor mogelijk dat mensen er denken mee weg te komen. Vooral die rode jas die in een gele jas verandert is een mooi detail.

(Degene die wel de top haalde en op de oorspronkelijke foto staat, is een zekere Satyarup Siddhanta,  ere wie ere toekomt. Zie hier hem op zijn facebookpagina met de originele foto.)

 

Een digitale pasfoto

Ik moet een nieuw paspoort hebben, dus ook een nieuwe pasfoto. Dat mag niet zo maar een pasfoto zijn. Die moet aan een hoop eisen voldoen. Dit bijvoorbeeld is geen goede pasfoto.

trump

Hij voldoet onder andere niet aan de volgende eisen: ‘ogen op een horizontale lijn’; ‘hoofd niet gekanteld’; ‘schouders recht’; ‘neutrale blik’ en ‘recht in de camera kijken’.

Met die laatste eis heb ik ook altijd een probleem. Niet dat ik niet recht in de camera kijk, maar op de een of andere wijze  – ik weet niet hoe het komt – sta ik heel vaak met dichte ogen op een foto. “Al is de sluiter van het toestel nog zo snel, mijn ogen knipperen wel.”

Ik besluit om de pasfoto’s in een fotozaak te laten maken. Ik neem plaats op het krukje. Bij de eerste foto: ogen dicht. Bij de tweede foto: ogen dicht. Bij de derde foto probeer ik uit alle macht niet te knipperen. Het lukt. Ik heb mijn ogen open. Alleen ziet de fotograaf nu pas dat hij geen SD-kaartje in zijn toestel had gestopt. Hij stopt er een kaartje in en neemt opnieuw een foto en zo waar, ook bij de vierde foto heb ik mijn ogen open. Ok, er zijn mensen door de politie gefotografeerd die er op hun ‘mugshot’ onschuldiger uitzien dan ik, maar de pasfoto is gelukt. Daarmee kan ik reizen. Het paspoort kan worden aangevraagd.

En over pasfoto’s gesproken, een paar jaar geleden vroeg de universiteit aan de jongste dochter om een digitale pasfoto op te sturen. Ze ging naar een goedkope fotozaak in de buurt. Ze legde uit dat ze een digitale pasfoto nodig had. Geen probleem zei de man. Hij maakte een foto en kwam even later terug met vier afdrukjes. Nee, zei de dochter, ik heb een digitale foto nodig. Maar dit is een digitale foto zei de man, kijk maar, ik heb een digitale camera.

De dochter heeft toen maar één van die foto’s in gescand en opgestuurd.

Aardbevingen in Nederland

Uit de serie ‘Nutteloze Kennis’: aardbevingen in Nederland

Naar aanleiding van de aardbeving in Italië van afgelopen woensdag – het dodental staat inmiddels op 250 en meer dan 360 mensen zijn gewond geraakt – heb ik eens gekeken hoe het zit met aardbevingen in Nederland. Dat is een groeimarkt, dit dankzij de “gas-aardbevingen” in Groningen. Op deze site heeft een zekere Roeland Smit dit prachtig in beeld gebracht.

aardbevingen 2

Roland Smit werkt volgens RTV Noord bij de brandweer in Groningen. In zijn vrije tijd maakte hij de animatie op basis van gegevens van het KNMI. Het filmpje laat zo ongeveer alle aardbevingen in de provincie Groningen (en in de rest van Nederland) zien vanaf 1987 tot nu toe. Aanvankelijk zie je niks gebeuren, – blijven kijken echter – vanaf de jaren negentig zie je ze  opduiken en zeker vanaf 2010 is het komen en gaan.

Voor wie er geïnteresseerd in is op deze site van de KNMI kan je altijd de gegevens van de laatste vijftien aardbevingen in Nederland zien, inclusief de details. Veertien van de laatste vijftien aardebevingen in Nederland (ze vonden allemaal de afgelopen maand plaats) hadden hun episch centrum in de provincie Groningen. De vijftiende vond plaats bij Maaseik vlakbij Roermond.

Deze aardbeving was in tegenstelling tot de aardbevingen in Groningen tektonisch van aard. De aardbeving van Maaseik was gelijk ook de zwaarste van de vijftien bevingen van de afgelopen maand in Nederland, maar met een magnitude van 1,7 op de schaal van Richter was het wel een kleintje. (Aardbevingen met een magnitude kleiner dan 2 op de schaal van Richter voel je normaal gesproken niet.) De schaal van Richter is een logaritmische schaal. Een aardbeving met een magnitude van 4 is bijvoorbeeld 10 keer zo zwaar als een aardbeving met een magnitude van 3.

De zwaarste aardbeving ooit gemeten in Groningen was die bij het Groningse dorp Huizinge (ten oosten van Middelstum) op 16 augustus 2012. De aardbeving had een geschatte magnitude van 3,6.

De zwaarste aardbeving in Nederland vond plaats op 13 april 1992 bij Roermond. Deze aardbeving had een magnitude van 5,8 op de schaal van Richter. (Dat is dus meer dan 100 keer zo zwaar als de zwaarste aardbeving in Groningen). Uit de Wikipedia:

‘Het epicentrum van deze krachtige aardbeving lag enige kilometers ten zuiden van Roermond. De sterkte bedroeg 5,8 op de schaal van Richter en een maximale intensiteit van ruim VII op de 12-delige schaal van Mercalli. De aardbeving richtte op sommige plaatsen meer schade aan dan op andere, doordat de intensiteit niet overal hetzelfde was.

De aardbeving werd gevoeld tot in Tsjechië, Zwitserland, Frankrijk en Engeland. In het gebied tussen Roermond, Maaseik en Heinsberg werd door deze beving schade aangericht aan (vooral oudere) gebouwen en auto’s, die geraakt werden door vallend puin. De Sint-Sebastianuskerk Herkenbosch werd zwaar beschadigd en moest opnieuw gerestaureerd worden.

aardbevingen 0De kerk na de aardbeving. Foto Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; fotograaf  Paul van Galen

De totale schade werd geschat op 275 miljoen Nederlandse gulden (ca. 125 miljoen euro), waarvan 170 miljoen gulden (ca. 77 miljoen euro) in Nederland.

In het landschap traden landverschuivingen, oeververzakkingen en zandfonteinen op als gevolg van het trillen van de met water verzadigde bodem. Omdat de aardbeving plaatsvond op een diepte van ongeveer 17 kilometer in een diep gedeelte van de Peelrandbreuk, aan de noordelijke begrenzing van de Roerdalslenk, bleef de schade relatief beperkt. De hoofdbeving werd voorafgegaan door een lichtere beving van 4,8 op de schaal van Richter. Na de beving van 5,8 werden er tot een maand later nog 200 naschokken gemeten met sterktes tot 3,8 op de schaal van Richter’.

aardbevingen 1Waterkeringschade door aardbeving bij Roermond. Hier: scheuren in de rechteroever van de Maas bij Leeuwen, tegenover Buggenum. Foto: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Henk Bakker

 Op deze Wikipedia pagina staat een lijst met de zwaarste aardbevingen in Nederland.

aardbevingen 3

De aardbeving in Italië had een kracht van 6,0 op de schaal van Richter. De zwaarste aardbeving ooit, wereldwijd gemeten, vond plaats op 22 mei 1960 in Chili. Deze had een kracht van 9,5 op de magnitudeschaal. Dat is 5.000 keer zo zwaar als de aardbeving in Italië.

Tot zover deze nutteloze kennis.

 

 

De scholen zijn weer begonnen

– 1 –

Toen Marianne dinsdagmorgen naar kantoor fietste, zag ze vlak voor Zoetermeer een huilend jongetje. Hij had de leeftijd van een brugklasser. Hij had zijn fiets aan de kant van de weg gezet en zat op zijn mobiel te kijken. Ze stopte en vroeg wat er aan de hand was. Hij kon zijn school niet vinden zei hij. Ai, dan is de wereld opeens groot.

– 2 –

Aan het einde van de dag bracht Marianne haar fiets naar de fietsenmaker. Er was iets met haar zadel dat zelfs de razendknappe handyman in huis – ik dus – niet kon oplossen. De zaak stond vol met kapotte fietsen. Typisch iets voor de tijd van het jaar. De scholen waren weer begonnen en opeens kwamen ouders en kinderen er achter dat de fiets nog moest worden gemaakt.

FietsDe fietsenmaker had het er maar behoorlijk druk mee.

Overmorgen is hij klaar” sprak de fietsenmaker tegen een jongen in de zaak. “Dat kan niet, ik moet er morgen mee naar school” antwoordde deze.  “Nee, hij is pas overmorgen klaar.” “Ja, maar ik moet er morgen mee naar school.” Nee, dat lukt niet, we hebben het razend druk”Ja, maar ik moet er morgen mee naar school.” herhaalde de jongen. “Ja, dat kan je nog wel tien keer zeggen, maar dat helpt niet. Overmorgen.

Toen was Marianne aan de beurt. Ze legde het probleem met het zadel uit en wilde eigenlijk vragen of de fietsenmaker het misschien ter plekke kon maken. Maar omdat de jongen nog steeds met een beteuterd gezicht in de winkel stond, deed ze dat niet. “Overmorgen is hij klaar” zei de fietsenmaker.

Een dag later kregen we een sms’je van de fietsenmaker. De fiets was klaar. We konden hem komen ophalen.

– 3 –

Toen onze oudste dochter voor het eerst naar de middelbare school ging, fietste ze de  eerste dag probleemloos naar haar nieuwe school. Haar ouders mochten beslist niet mee fietsen. Maar de tweede dag was het anders. Het regende en niet zo klein beetje ook. Ze wilde daarom met de bus, maar ze wist niet goed waar ze dan uit moest stappen. Of niet een van ons mee wilde? Omdat de bus door reed richting mijn kantoor ging ik wel mee.

Toen de bus kwam, was hij al razend vol. We moesten staan en omdat alle ramen beslagen waren, konden we niet goed zien waar we waren. Toen de bus vlak voor haar school stopte, zei ik: “Hier moeten we er uit.”  We worstelden ons door de drukte naar buiten. Eenmaal buiten gekomen, zag ik dat we een halte te vroeg waren uitgestapt.  Voordat we weer konden instappen, reed de bus weg.  “Dank je wel pap” sprak de dochter.

We legden het laatste stuk lopend af. Toen we bij school aan kwamen, waren we allebei helemaal nat geregend. De volgende keer hoefde ik niet meer mee. Ze wist nu wel waar ze niet moest uitstappen.

 

Opvallende Verkeersborden (5)

Wie in 2010 het fietspad door de duinen van de Wassenaarse Slag naar Katwijk nam, zag dit bord staan.

wassenaar fietsbord(foto zoals nu nog te zien is in Google Street View)

‘Snorfietsen alleen toegestaan met toestemming van STAATSBOSBEHEER’.

Let er even op dat dat de naam van Staatsbosbeheer met alleen maar hoofdletters op het bord staat (waag het niet om hun regels te overtreden!) De vraag is natuurlijk: wanneer kreeg iemand toestemming om met zijn c.q. haar snorfiets door de duinen te fietsen?  En waar kon je dat regelen? Niet ter plekke natuurlijk.

In 2016 weten we het antwoord, want nu staat op deze plaats een nieuw bord.

wassenaar fietsbord 2

Als je een 65-plusser of een mindervalide bent – en je zit helemaal goed als je het allebei bent – dan mag je er dus met je snorfiets (en zelfs met een bromfiets) rijden.

Overigens, wat doet dat streepje tussen ‘minder’ en ‘validen’ op het bord? Je schrijft het echt aan elkaar, ‘mindervaliden’ dus.

Ouwe Joekel

Onze wekkerradio staat standaard op Radio West. Op zondag zendt deze omroep om negen uur ‘s morgens het programma ‘Ouwe Joekel’ uit, gepresenteerd door een zekere Leen Huisman. ‘In het programma Ouwe Joekel laat Leen Huisman mooie, oude 78-toerenplaten uit zijn archief horen: muziek die al jaren niet meer op de radio te horen is.” aldus de site van Omroep West.

Leen Huisman is één van de oudste disjockeys van Nederland. Hij is momenteel 85 jaar oud. Hij is echter niet de oudste dj van Nederland. Voor zover ik weet – en als ze nog leeft- is dat een zekere Jans Baan van Radio Woerden. Afgelopen maart werd ze negentig jaar oud en toen was ze in elk geval nog steeds actief op deze locale zender.

Leen Huisman draait een uur lang verzoekjes. Het zijn altijd oude plaatjes, Nederlandse liedjes maar ook veel vooroorlogse Amerikaanse nummers. Zijn publiek is niet het jongste. “Wij luisteren altijd met heel veel plezier naar uw programma, nu wil ik heel graag een plaatje aanvragen voor mijn man Rob, die 18 augustus 87 jaar is geworden[..]  Leen draait niet alleen verzoekjes, hij is ook een wandelende vraagbaak met een fenomenaal geheugen en/of archief.

“Mevrouw L. Poot schreef ‘Ik hoorde een liedje maar ik weet de titel en de zangers niet, alleen weet ik nog dat mijn moeder geregeld zong ‘vandaag is het nog geen morgen’. Kunt u mij misschien helpen aan de  titel van dit liedje en de zangers die het zingen?

 Uiteraard weet Leen dat: “De juist titel mevrouw is ‘geen geld en toch geen zorgen’ en het is een liedje uit de Nederlandse speelfilm ‘Malle gevallen’ van de Jordaanse films, 1934 was dat. Dat was een film met Johan Kaart en Jopie Koopmans. En wie dat allemaal op de plaat hebben gezet, dan zijn er verschillende, dat was Bob Scholte, Willy Alberti, Rien van Nunen, Johan Kaart en Jopie Koopmans en deze zanger, Eddie Meenk met het orkest van Max Tak. Hij was een trompettist, vocalist die voordat hij als orkestleider naam maakte, lid was van het dansorkest the Ramblers. Hier is uw liedje en ik wens u veel luisterplezier met ‘Geen geld en toch geen zorgen’ uit 1934”.

Even later horen we een krakende – maar dat zal de plaat wel zijn – Eddie Smeenk zingen: ‘Geen geld en toch geen zorgen./ Want wat komt het er op aan? / Vandaag is nog niet morgen. / Morgen zal het ook wel gaan. / Er zijn nog zoveel lieve meisjes. / Er is nog zoveel zonneschijn. / Geen geld en toch geen zorgen. / Dan pas is het leven fijn.

Een opbeurende boodschap in elk geval. Dat Leen een wat ouder publiek heeft – ok, wij luisterden dus ook – kan je ook merken aan de brieven die hij krijgt. Iemand vroeg een plaatje aan voor zijn ‘beste kameraad’ maar zoals Leen ons laat weten: ”U vergat jammer genoeg zijn naam te noemen”. Maar ach, so what,  nu kunnen meerdere mensen denken dat het plaatje speciaal voor hen was aangevraagd.

Linksom of rechtsom

Uit de serie Nutteloze feitjes: het tegen de klok in lopen.

Net zoals bij het schaatsen lopen de atleten bij de atletiek-onderdelen hun rondjes tegen de klok in. Waarom doen ze dat? Vanwege internationale afspraken die in 1908 zijn gemaakt. Bij de Olympische Spelen van 1896, 1900 en 1904 liepen de atleten nog hun rondjes met de wijzers van de klok mee. Dat kwam omdat men in Engeland – in het bijzonder in Oxford en Cambridge – zo liep. Pierre de Coubertin, de stichter van de moderne Olympische spelen in 1896, baseerde zich bij de keuze op deze Engelse praktijken, in die tijd het leidende land voor atletiekregels.

1896De deelnemers aan de finale over 100 meter in 1896. De foto is gemaakt vanaf het binnenterrein van het stadion. Let even op de verschillende starthoudingen. De wedstrijd werd gewonnen door de Amerikaan Thomas Burke, vóór de Duitser Fritz Hofmann en de Amerikaan Francis Lane. In die tijd kreeg de nummer drie overigens geen medaille. Die waren er alleen voor de winnaar, hij kreeg een zilveren medaille, en voor de runner-up. Deze kreeg een koperen medaille.

Nu is het zo dat voor atleten die rechtsbenig zijn, het makkelijker en natuurlijker schijnt te zijn om het rondje tegen de klok in te lopen. Hun rechterbeen is wat krachtiger. Als je je rechtervoet als eerste naar voren zet, dan loop je makkelijker een bochtje naar links dan eentje naar rechts. Ook is het iets makkelijker lopen als je beste been “aan de buitenkant loopt” en een iets groter rondje loopt. Aangezien de meeste mensen zowel rechtshandig als rechtsbenig zijn, liep men in de rest van Europa meestal tegen de klok in. Deze atleten vonden dat de Engelsen die gewend waren om met de klok mee te lopen werden bevoordeeld en protesteerden. In 1908 werd daarom als internationale standaard afgesproken om in het vervolg tegen de klok in te lopen.

De eigenwijze Engelsen in Oxford en Cambridge bleven nog tot 1940 met de wijzers van de klok mee lopen, maar vanaf de Olympische Spelen van 1908 liep men internationaal tegen de klok in. Een interessant experiment zou zijn om atleten op de 200 meter zelf de keuze te geven of ze de wedstrijd linksom of rechtsom willen lopen. Dit om linksbenige atleten gelijke kansen te geven. Het zou een spectaculaire finish kunnen geven.

Overigens liepen de oude Grieken  – en ook de jonge Grieken –  tijdens de originele Olympische Spelen ook tegen de klok in, zoals uit historisch onderzoek is gebleken. Tot slot, ik las ergens dat je beste been niet alleen iets krachtiger is als je andere been, maar dat het ook een ietsepietsie korter is. Dit heeft onder andere als effect dat als je in een rechte lijn door een woestijn denkt te lopen, je toch bij elke stap een heel kleine afwijking hebt, met als gevolg dat je niet recht door de woestijn gaat maar dat je uiteindelijk een grote cirkel loopt. Dus als je dwars door een woestijn wilt lopen, hou dan rekening met dit effect (altijd handig om zoiets te weten!). Of dit echter allemaal klopt weet ik niet. Je zou het kunnen testen door met je ogen dicht een rechte lijn te lopen en dan te kijken of je inderdaad recht loopt. Ik heb het experiment net even uitgevoerd. Ik liep tegen de deurpost op. “Don’t do this at home!”

 

Schippers versus Schippers

Onze wekkerradio staat op Radio West. Vanochtend begon het nieuws van zeven uur met het bericht dat het elektronisch patiëntendossier vooralsnog geen succes was. Slechts 25% van de patiënten kon haar eigen dossier inzien. Aan Edith Schippers, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, werd om commentaar gevraagd. De minister: “Ik ben erg teleurgesteld. Dit is niet waarvoor ik kwam. Ik kwam voor goud. Dit is verschrikkelijk. Ik kan hier niet van genieten.”

Het was het verkeerde bandje. Dit was het commentaar van Daphne Schippers, de atlete die terugkeek op haar race in Rio waarbij zij zilver haalde op de 200 meter. “Excuses” sprak de presentator. “De technicus heeft het bandje met de verkeerde Schippers gestart. Dit hoort bij het nieuws dat Daphne Schippers vannacht tweede is geworden op de 200 meter.”

Het is maar goed dat het niet andersom gebeurde. Dat bij het bericht over de tweede plaats van Daphne Schippers het bandje van de minister werd afgespeeld. “Ik ben erg teleurgesteld. Dit is niet wat ik met de ziekenhuizen had afgesproken. Ik ga met hen in overleg om te kijken waarom dit middel niet werkt.” De verhalen over dopinggebruik zouden talrijk zijn.

Maar goed, niet getreurd, een zilveren medaille is natuurlijk ook een prachtige presentatie. Op onderstaande foto is dan ook te zien dat Daphne Schippers achteraf toch een beetje blij was  met haar zilveren medaille

minister 2

Vanmiddag hebben we ook nog goede kansen op een medaille, als de minister van Defensie, Jeanine Hennis-Plasschaert, in actie komt op haar favoriete onderdeel: het kogelslingeren. De verhalen dat zij bij gebrek aan kogels “slinger, slinger” gaat roepen zijn niet juist.

 

 

 

 

Scheveningen op zondagmiddag

De jongste dochter stuurde een whatsapp-berichtje. Ze deed mee aan een beachvolleybal toernooi in Scheveningen. Of wij zin hadden om te komen kijken. Aangezien we volop in de Olympische Spelen zitten, stapten Marianne en ik op de fiets om te kijken hoe het met de kansen van de dochter voor toekomstig Olympisch eremetaal stond.

Na een fietstocht van driekwartier, waarbij zowel de wind als mijn conditie tegen zaten, kwamen we bij het strand. Als eerste spoeden we ons naar de velden waar de winnaars van het ochtend-programma hun toernooi stonden te spelen. Onze dochter stond daar echter niet te spelen, maar verderop bij de bijna-winnaars. Liggende op het strand in het zonnetje zagen we haar twee partijtjes spelen. Talentvol, maar wellicht komen de Olympische Spelen van Tokio van 2020 nog iets te vroeg. Maar gezellig was het wel.

volleyball

Daarna weer op de fiets gestapt en richting huis gefietst. Kijkende naar het strand zag ik dat het weer wat minder lijkt te gaan met de economie. Zie deze foto.

scheveningen

Nu vraagt u zich misschien af, wat bedoel je? Het bezoek aan de strandtentjes? Nee, die zaten best goed vol. Het gaat om de schepen die voor de kust liggen.

scheveningen 2

In 2008 – op het hoogtepunt van de crisis; of noem je dat dieptepunt? –  kon je tientallen vrachtschepen voor de kust van Scheveningen zien liggen. Allemaal leeg, wachtend totdat ze vracht konden halen in de haven van Rotterdam. Toen het daarna weer wat beter met de economie ging nam dit aantal af, telkens meer totdat je nauwelijks meer schepen zag liggen. Echter, de laatste maanden valt het me op dat je weer schepen ziet liggen – nog niet veel gelukkig, maar ze zijn er wel weer. Dat ze leeg zijn, kan je zien omdat ze hoog op het water liggen. Is dit een teken dat het economisch weer wat minder gaat?

Tot slot nog even een ander puntje. Op de weg naar huis – met minder wind mee dan ik had gehoopt – fietsen we ook vlak langs het oorlogsmonument op de Waalsdorpervlakte. Terwijl we daar fietsten, hoorden we het geluid van pistool- dan wel geweerschoten. Ze waren afkomstig van de schietbaan die niet ver van het monument ligt. Nu weet ik dat het lastig is om een goede plek voor een schietbaan te vinden maar ik blijf de keuze voor een schietbaan op deze plek, zo vlak bij het oorlogsmonument, vreemd vinden.

 

Licht en water

De jongste dochter vroeg vorige week of ik mee wilde naar een tentoonstelling in museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Het was iets met licht en water. De kunstenaar was een Deen, ene Olafur Eliasson. De oudste dochter wilde ook wel mee en zo kwam het dat wij vrijdag in een grote donkere zaal in het museum stonden. Er hing een waarschuwingsbordje dat je uit moest kijken voor oneffenheden op de vloer. Dat bordje stond er niet voor niets. De pakketvloer was buitengewoon slecht gelegd. Her en der bobbelde de vloer. Dat krijg je er van als je bezuinigt en de vloer door een goedkoop mannetje laat leggen.

Terwijl de jongste dochter en ik al in de zaal de bewegende lichtreflecties op een wand bekeken, stond de oudste dochter nog buiten de zaal om een informatiebord over de tentoonstelling te bekijken. Ze wilde eerst even lezen wat de bedoeling van de kunstenaar was. Dit doet me, geheel off topic, denken aan een anekdote die een gids ons een keer vertelde toen we tijdens een excursie in een oud landingsvaartuig door de haven van Seattle voerden. Hij zei dat tijdens de Tweede Wereldoorlog veel van die voertuigen door vrouwen in de fabrieken in elkaar waren gezet – de mannen vochten aan het front. Deze boten bleken veel beter in elkaar te zitten dan de boten die de mannen maakten. De reden: de vrouwen lazen eerst de gebruiksaanwijzing, de mannen niet.

bvb

Het bleek dat de slechte vloer bij het kunstwerk hoorde. Onder de vloer lag water. Door op de kromme planken te trappen, veroorzaak je golven in een bak met water aan de andere kant van de wand. De rimpelingen in het water werden door middel van een grote schijnwerper geprojecteerd op de wand. We waren aldus onderdeel van het kunstwerk.

museumDeze twee kunstenaars – uw verslaggever en de jongste dochter – kijken naar de lichtprojecties die zij zelf mede hebben veroorzaakt.

museum 2Zo zag de zaal met water aan de andere kant van de wand er uit.

De tentoonstelling behoort tot vaste collectie van het museum. Van de site van het museum“Heeft u de Notion motion (2005) van Olafur Eliasson (Kopenhagen 1967) in 2005 en in 2010 gemist? Deze zomer heeft u nogmaals de kans om u voor het eerst, of misschien wel opnieuw, onder te laten dompelen in deze fabelachtige installatie. Museum Boijmans Van Beuningen toont van 18 juni tot en met 18 september 2016 de monumentale installatie ‘Notion motion’ van de Deens-IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson. Geïnspireerd door de wetten van de natuur, in het bijzonder de reflectie van licht op water, creëerde hij speciaal voor de 1500m2 grote Bodon zaal van het museum de installatie ‘Notion motion’. De installatie bestaat uit drie verschillende lichtprojecties die de wisselwerking tussen licht en water toont. De imposante installatie bestaat uit maar liefst 20.562 liter water en 800 vlonderdelen.

Die laatste zin intrigeert mij. Waarom exact 20.562 liter? Mag het niet 20.561 liter of 20.563 liter of ongeveer 20.000 liter zijn? En waar ik ook wel nieuwsgierig naar ben is dit: de tentoonstelling behoort tot de vaste collectie van het museum. Hij was voor het laatst in 2010 te zien. In de tussenliggende jaren was de boel opgeslagen. Waar laat je 800 vlonderonderdelen en 20.562 liter water?

My WordPress Blog