V&D

V&D zit in surseance van betaling en dreigt failliet te gaan. Ach, V&D dat is de winkel waar ik al mijn hele leven kom. Drie herinneringen:

1959: V&D Apeldoorn. Ik ben vier jaar oud. Samen met mijn moeder en mijn twee broertjes sta ik voor de machine met de muziekaapjes.

aapjes

Als je er een dubbeltje ingooit beginnen de aapjes te spelen. Mijn broertjes maken ruzie wie het er in mag gooien – “jij mocht vorige keer, Welles, Nietes, Welles, Nietes,”. Mijn moeder velt een echt Salomonsoordeel door het dubbeltje in twee stuivers te delen, maar het werkt niet. De machine accepteert alleen maar dubbeltjes. Ze gooit het dubbeltje er daarom maar zelf in. Even later staan mijn twee broertjes mokkend naar de musicerende aapjes te kijken. Ik sta glunderend vooraan.

1968: V&D Deventer; Ik ben dertien jaar oud en heb net enige dagen geleden in V&D mijn allereerste singletje ooit gekocht: ‘Hey Jude’ van de Beatles. Nu sta ik bij de tijdschriftenafdeling. ‘Der Popphoto’ (of zoiets), een Duits muziekblad, komt als het goed is vandaag uit. In het vorige nummer stond aangekondigd dat er in deze aflevering een grote Beatlesposter zou zitten en die wil ik hebben. Probleem is echter dat er niet veel exemplaren van het blad in Deventer verschijnen. Alleen V&D heeft er af en toe eentje, soms twee. Als ik naar het blad vraag, krijg ik te horen dat de nieuwe tijdschriften nog niet binnen zijn. Over een uurtje zijn ze er misschien wel. Exact een uur later ben ik terug en vraag naar ‘Der Popphoto’. “Helaas” zegt de dame van de tijdschriften. “Die is niet meegekomen, misschien morgen”. Op het moment dat ik weg loop zegt ze: “Straks vroeg er ook al iemand naar.” Ik schrik, er is nog iemand op zoek naar het blad. Als die mij maar niet voor is. De volgende dag fiets ik na school zo hard mogelijk naar V&D. Met een bezweet gezicht storm ik de winkel in en vraag bij de tijdschriftenafdeling naar het blad. Hij is binnengekomen en ze hebben hem nog. Ha, ik ben die ander toch maar mooi voor geweest.

1975: V&D Enschede; Ik ben twintig jaar. Het is zaterdag. Samen met Joyce, een meisje van mijn studentenflat, loop ik in V&D. Het is er druk. We zijn op weg naar het restaurant op de bovenste verdieping. Als we beneden vlakbij de roltrap zijn, zien we dat naast de roltrap een klein podiumpje is opgebouwd. De vloermanager van V&D staat er met een jongeman naast zich. “Dames en heren, V&D is er trots op om een nieuw Nederlands talent te presenteren. Hij heeft zojuist zijn eerste single opgenomen en hij zal het hier live voor u zingen. Mag ik u aandacht voor Hennie Neyman.” De jongen zegt iets tegen hem. “Dames en heren, excuses, mag ik u welgemeende aandacht voor Benny Neyman.

Hij begint te zingen en doet dat niet slecht. Staande op de rolstrap omhoog zien we dat er echter geen mens blijft staan luisteren. Iedereen loopt door, rechtstreeks de roltrap op. Hennie, herstel Benny Neyman doet aandoenlijk zijn best, maar hij staat zo aan de voet van de roltrap niet op een handige plek. Zijn publiek wordt automatisch weggevoerd. “Ach, dat is zielig. Niemand blijft luisteren. We gaan naar beneden” zegt Joyce en we nemen de roltrap omlaag. Samen met de floormanager, nog een medewerker van V&D en één huisvrouw – ze heeft aan elk hand een volle V&D-tas; toen verkocht V&D nog wel goed – vormen we zijn vijfkoppig publiek. Na drie nummers, waarvan twee keer de A-site van zijn single, is hij klaar. Joyce koopt zijn plaatje. Met een viltstift zet hij netjes zijn naam op de hoes. Als Joyce het plaatje nog steeds heeft, dan moet dit een waar collectorsitem zijn want a) de rest van het stapeltje singles – een stuk of tien; ik denk dat Benny ze zelf heeft meegenomen – blijft onverkocht en b) pas vijf jaar later zou hij met ‘Ik weet niet hoe’ zijn eerste hit scoren. In 1985 zou hij met ‘Waarom fluister ik je naam nog’ zijn enige nummer 1 hit hebben.

Screenshot YouTube:

bennie Neyman

Bennie Neyman: van vijf toeschouwers bij V&D Enschede in 1975 tot 50.000 toeschouwers bij Rimpelrock in Hasselt, België in augustus 2007. Een half jaar later zou hij op 56-jarige leeftijd overlijden. Voor de YouTube link van dit optreden, zie hier

Tot zover drie herinneringen aan V&D. Nu dreigt V&D de deuren te sluiten. Volgens mij is alle ellende begonnen toen de aapjes uit de zaak verdwenen.

.

Een wandeling door het dorp

Zondag hebben we een rondje door het ‘dorp’ gelopen. Wat kerstkaarten bezorgen bij wat vrienden en kennissen. Het is een vak apart om zo’n kaart ongezien in de bus te stoppen. Word je “betrapt” dan sta je weer de hele tijd een gezellig praatje te houden en dat schiet niet op.

We liepen ook door de Damlaan, de ‘Dorpstraat van ons dorp’. In het nieuwe gebouw op de hoek zat nu ‘De Uitvaartwinkel’ zagen we. Het was nog net geen Uitvaartaria zoals Marianne zei maar een naam als “De Uitvaartwinkel” klinkt me toch een beetje te modern. “Mam, ik ga boodschappen doen, moet ik nog wat voor je meenemen?” “Ja, als je langs de uitvaartwinkel komt, koop dan even een crematie voor oma.” Dat soort werk.

Even verderop had de kinderkledingwinkel uitverkoop. Er hingen grote plakkaten op de ramen ‘Kortingen tot 50%!” Het leek net alsof het opheffingsuitverkoop was en dat je er dus snel bij moest zijn. Maar het is een marketingtrucje van de eigenaresse. Ze doet het al twintig jaar zo. Toen wij er nog kleding kochten voor onze kinderen, dachten wij aanvankelijk ook elk jaar dat ze opheffingsuitverkoop had en dat we dus snel moesten toeslaan.

Naast de kinderkledingwinkel zit een schoenenwinkel. Deze lijkt erg op de schoenenwinkel in het dorp waar ik als kind woonde. Die winkel was de enige schoenenwinkel van het dorp. De eigenaar was ook de enige schoenmaker van het dorp. Maar o wee, als je aan kwam zetten met kapotte schoenen die je niet bij hem had gekocht. “Zeg maar tegen je moeder dat ze die moet laten maken bij de winkel waar ze die heeft gekocht.” zei hij een keer tegen mij toen ik met door het voetballen kapot getrapte schoenen kwam aanzetten. Toen ik deze boodschap thuis doorgaf, zei mijn moeder kwaad: “Is die vent helemaal gek geworden? We kopen in het vervolg wel al onze schoenen in de stad.” Ik vond dat niet erg want in de stad hadden ze veel modieuzere schoenen. Ook verkochten ze in de stad schoenen met spekzolen waarmee je tijdens het voetballen veel minder snel uit gleed.

Aan het einde van de straat, vlakbij de sluisjes, zagen we dat de slagerij – een type ‘Slagerij J. van der Ven’ uit ‘Het Dorp’ van Wim Solleveld – zijn etalage aan kerst had aangepast. De slager had blijkbaar bedacht dat hij ook iets met kerstversiering moest doen en in het raam hingen dan ook grote worstenslingers.

worsten 2

Bij het water sloegen we linksaf op zoek naar de volgende brievenbus waar we ongezien een kerstkaart in konden stoppen – “als we van links komen, dan kunnen ze ons niet zien aankomen”. De verleiding was groot om even de ophaalbrug over te steken en aan de overkant bij “Zuivere koffie” een kop koffie met appelgebak te nuttigen, maar dan zou de hele winst van de besparing op de kerstzegels gelijk weer zijn uitgegeven. Dus dat deden we maar niet en vervolgden ons bezorgrondje.

Munch en Van Gogh

In het Van Gogh Museum is een tentoonstelling te zien met werken van de Noorse schilder Edvard Munch (hij leefde van 12 december 1863 tot 23 januari 1944). Nu kende ik Munch eigenlijk alleen maar van ‘De Schreeuw’, maar hij blijkt een groot oeuvre te hebben. Uit de wikipedia: “In 1940 vermaakte Munch zijn gehele oeuvre (omvattende 1008 schilderijen, 15.391 afdrukken van 741 grafische werken, 4443 aquarellen en tekeningen en 6 beeldhouwwerken) aan de stad Oslo, waar het is ondergebracht in het Munchmuseum.”

de schreeuw

Iets anders wat ik niet wist, was dat op ‘De Schreeuw’ het niet de figuur op de voorgrond is die schreeuwt, maar dat het de natuur om hem heen is die schreeuwt. Het figuurtje op de voorgrond houdt juist zijn handen voor zijn oren. Er bestaan vier versies van ‘De schreeuw’. Drie zijn in handen van de Noorse overheid, de vierde is in particulier bezit. De onbekend gebleven koper kocht dit werk in 2012 voor 119,5 miljoen dollar. Van de vier versies is nu de eerste versie van het schilderij in het Van Gogh Museum te zien. De Schreeuw wordt geleend van het Munch Museum in Oslo.

Het Van Gogh Museum heeft deze tentoonstelling heel mooi opgezet. Ze hebben namelijk heel veel van de schilderijen van Munch opgehangen naast, qua stijl of qua emotie, overeenkomend werk – vooral van Van Gogh. Zie hieronder bijvoorbeeld hoe ‘De Schreeuw’ hangt naast een schilderij van Van Gogh waarop ook een angstig persoon op een brug te zien is (in dit geval een klein meisje).

munch van gogh

En hieronder nog een voorbeeld. Links hangt een zelfportret van Munch, rechts eentje van Van Gogh.

van gogh munch

(Normaal gesproken zeg ik altijd, klik op de afbeelding om een grotere versie te zien, maar hier doe ik dat maar niet.)

Nu zult u misschien zeggen: “Die foto  hierboven is niet helemaal scherp!”. Dat klopt maar dat is niet mijn schuld, want terwijl ik deze foto nam werd ik zowel links als rechts op de schouder getikt. Ik wou net zeggen: “Wilt u dat niet doen, want zo kan ik niet fotograferen.” toen bleek dat het twee suppoosten waren die op mijn schouder tikten. Het was niet toegestaan om te fotograferen zeiden ze. Oeps, sorry. Dat wist ik niet.

Nu had ik net daarvoor ook al een foto gemaakt en wel van het schilderij ‘Inger in zwart en violet’ uit 1892. Op dit schilderij heeft Munch zijn zus Inger afgebeeld. Maar ja, de foto van dat schilderij kan ik hier natuurlijk nu niet plaatsen. Straks krijg ik ruzie met dat Noorse Museum. Maar omdat ik het toch wel een heel mooi schilderij vindt, doe ik het stiekem toch. Maar wel zodanig dat de Noren het schilderij niet herkennen – deze Nederlandstalige tekst kunnen ze toch niet lezen. Ik heb het schilderij op twee manieren onherkenbaar gemaakt. Op de linkerversie heb ik een balkje voor de ogen van Inger geplaatst. Geen Noor meer die haar zo herkent. Op de rechterversie laat ik alleen maar een deel van het schilderij zien. De kans op ontmaskering is daar misschien wat groter “Het is haar ten voeten uit, maar die ontbreken, dus het is haar niet” zullen de Noren hopelijk zeggen.

inger dubbel 2

Na de tentoonstelling ben ik ook nog in de Museumwinkel geweest. Ik verbaas me er altijd weer over wat je daar kan kopen. Zo hadden ze een opblaasversie van het figuurtje van “De Schreeuw’, Van Goghjes voor in de kerstboom en aardappeleters-chips om op te eten.

souveniers

van gogh chips

In een ander deel van het museum zag ik overigens nog een vergelijking van twee schilderijen in dezelfde stijl, net zoals dat gedaan was met die van Van Gogh en Munch. In dit geval betrof het twee zelfportretten – tegenwoordig zouden we zeggen ‘selfies’ – van de bekende schilders Duck en Van Gogh.

donald van gogh 2

(Uit het bordje bij het oorspronkelijk schilderij van D. Duck blijkt dat hij enige hulp bij het maken heeft gehad van een zekere Wouter Tulp). Zie hier de oorspronkelijke versie van het schilderij van Wouter Tulp.

donald van gogh

Al met al kan ik de tentoonstelling over Munch, gecombineerd met de werken van Gogh, van harte aanbevelen. Hij loopt nog tot 17 januari, dus je moet er wel op tijd bij zijn. Overigens kan je er behalve de werken van Munch ook een aantal schilderijen van Van Gogh zien die normaal gesproken niet in Nederland te zien zijn, zoals ‘Sterrennacht boven de Rhône’ (september 1888). Dit werk (‘starry starry night’) is in particulier bezit en wel van de Amerikaanse zanger Don McLean.

starry night

Ok, dat het in bezit is van Don McLean is niet waar, het hangt normaal gesproken in het Musée d’Orsay in Parijs. Ook hangen er op de tentoonstelling enkele werken uit Amerikaanse musea en ook nog een heel mooie Van Gogh die in particulier bezit is (van dat schilderij ben ik even de naam kwijt.) Kortom, bezoeken die tentoonstelling!

Scheve Vermeers

Vrijdag was ik in Amsterdam en heb toen ook de tentoonstelling in het Rijksmuseum bezocht over de ontdekking van de locatie van de huizen die afgebeeld staan op het Straatje van Vermeer (zie ook deze blogpost). De tentoonstelling was in een apart zaaltje van het museum en eerlijk gezegd vond ik het niet zo’n goede tentoonstelling. Er werd te veel uitgegaan van voorkennis bij de bezoekers. Zo hing er bijvoorbeeld deze plattegrond van Delft uit de zestiende eeuw, waar je op kon zien welke huizen de grote brand van Delft van 1536 hadden overleefd – dat zijn de donker gekleurde huizen en kerken op de afbeelding.

delft kaart

Klik op het plaatje voor een grotere afbeelding. In de gouden letters op de rand staat: ´viertien. kerkcken, veel menschen ende huusen al. Sonder ghetal sijn in Delft ghebrant, dat stadhuys ende die vleishal 1536 (veertien kerken, veel mensen en huizen, zonder getallen zijn in Delft verbrand het stadshuis en de vleeshal 1536)

Er werd echter niet duidelijk uitgelegd waarom deze kaart voor de ontdekking van de locatie van de huizen van belang was. (Dat is omdat het rechterhuis dat op het Straatje staat afgebeeld een architectuur heeft die van voor de brand stamt en dat het huis dus één van de huizen moet zijn die de brand heeft overleefd.)

Wel stond er vermeld dat het huis van het Straatje vlakbij een bruggetje te zien was en wel aan de onderkant van de plattegrond. Maar waarom dan niet even een afbeelding er naast opgehangen waarop het huis in een cirkeltje staat aangegeven? Nu moest je gokken (of weten) om welk bruggetje en huis het ging. Dit onderstaande plaatje had ik bijvoorbeeld in vijf minuten gemaakt. In het rode cirkeltje heb ik het huis van het Straatje aangegeven.

delft huis cirkel

Op de tentoonstelling was ook het boek ‘Legger van het diepen der wateren binnen de stad Delft’,  een document uit 1667 te zien, waarin werd genoteerd hoeveel ‘kaai- en diepgeld’ per huishouden was geïnd – de gemeentelijke belastingen werden berekend op basis van de gevelbreedte van de huizen. Dankzij dit boek werd ontdekt welke huizen op het schilderij staan afgebeeld.

boek vermeer

Weliswaar staat bij het huis van het Straatje een rood-zwart driehoekje maar waarom dan niet even een “vertaling”  van de tekst er naast? Ik kan dit oud-Hollands gecombineerd met een moeilijk handschrift echt niet lezen.

Wat ik wel leuk vond was dat er ook een schilderij van Daniël Vosmaer uit 1654 hing. Op dit schilderij is de ontploffing van het Kruithuis van Delft van 12 oktober 1654 te zien. Er vielen toen waarschijnlijk honderden doden. Haast elk gebouw in de binnenstad liep schade op – ook op de huizen van het Straatje is schade te zien – en het gebied ten oosten van de Verwersdijk in Delft werd volledig met de grond gelijk gemaakt.

delft ontploffing

Eigenlijk kunnen we dit schilderij als een soort Twitterbericht uit 1654 beschouwen. Omdat er uiteraard nog geen mobieltjes met camera’s bestonden moest men toen wel toevlucht nemen tot dit soort schilderijen om de ramp aan de buitenwereld te laten zien. Tegenwoordig zouden de beelden van de ontploffing binnen een minuut over de hele wereld zijn getwitterd.

Al met al had ik deze tentoonstelling binnen een half uurtje bekeken en de meeste andere bezoekers waren zelfs binnen een kwartiertje al weer weg. Dat had ook een voordeel want daardoor was het niet druk in de zaal. Je kon bijvoorbeeld op je gemak het Straatje van Vermeer bekijken dat zielig en alleen aan een muur hing.

vermeer 0

Wat ik vreemd vond, was dat het Staatje een beetje scheef hing. Ik vroeg aan een suppoost waarom dat was. Hij snapte het ook niet, maar zei dat het nieuw beleid was. Alle schilderijen van Vermeer in het Rijksmuseum hingen nu scheef zei hij. Ik heb het even gecontroleerd en dat was inderdaad het geval. Volgens de suppoost was het een persoonlijk ideetje van Wim Pijbes, de directeur van het Rijksmuseum. Het zou meer mensen naar het museum lokken. De mensen zouden er over gaan praten en dan naar het museum komen om te kijken of ze inderdaad scheef hangen. Wel bij deze kan ik bevestigen dat alle Vermeers inderdaad scheef in het museum hangen.

vermeers scheef

Omdat ik wat minder tijd op de tentoonstelling had doorgebracht dan gepland, ben ik ook nog even wat andere zalen in het museum gaan bekijken, waar ik normaal gesproken niet kwam.  Zie bijvoorbeeld hieronder de bibliotheek van het Rijksmuseum.

rijks bibliotheek

Leuk vond ik ook het schilderij van de drie zusters Veth, gemaakt door hun broer Jan.

veth

Het is vooral het commentaar van pa Veth – zie het kaartje hieronder  – dat het zo leuk maakt.commentaar Veth

Na een uurtje stond ik weer buiten en ben toen naar het vlakbij gelegen Van Gogh Museum gegaan voor de tentoonstelling over Edvard Munch. Een mooie tentoonstelling maar daarover een volgende keer.

Bonnie St. Claire

Bonnie St. Claire was weer eens in het nieuws. Het gaat niet zo goed met haar geloof ik. Als je in Google News haar naam intikt, dan zijn dit de laatste tien koppen van de nieuwsberichten die je over haar leest:

  1. Bonnie St. Claire bespot drankprobleem
  2. Bonnie St. Claire: Ik drink nog steeds elke dag rosé
  3. Bonnie St. Claire: “Ik doe wat ik wil”
  4. Bonnie St. Claire herstellende van zware hersenschudding
  5. Ondernemer klapt uit school over chaotische verhuizing Bonnie St. Claire
  6. Bonnie St. Claire slaat haar man tijdens optreden
  7. Bonnie St. Claire vindt het niet erg als ze ‘morgen dood neervalt’
  8. Vrienden bezorgd om Bonnie St. Claire
  9. ‘Bonnie St. Claire liegt dat ze barst’
  10. Bonnie St. Claire twijfelt over huwelijk

Bonnie, 66 jaar momenteel, heeft geloof ik niet zo’n goed jaar achter de rug.

In 1970 was dat wel anders. In september van dat jaar stond de toen twintigjarige zangeres met het nummer ‘I won’t stand between them‘ op de vijfde plaats van de top 40, die toen nog door Radio Veronica werd uitgezonden. Van het nummer was een videoclip opgenomen die ons, vijftienjarige middelbare-school-jongetjes, helemaal het hoofd op hol bracht. In het filmpje zagen we een knap blond meisje in een kort rokje op blote voeten door de duinen lopen, terwijl ze ondertussen I won’t stand between them’ zong.

Bonnie st Claire

Screenshot uit de clip. De clip kan je hier zien. https://www.youtube.com/watch?v=MVLQyYf1n4U

Bonnie was ‘hot’ bij ons op school – noemde je dat in die jaren trouwens ook al zo? Volgens Frits, een zittenblijver die dat jaar bij ons in de klas was gekomen, was Bonnie niet alleen hot maar ook heet. Ze lustte wel pap, zei hij. Op onze vraag wat hij daarmee bedoelde, antwoordde Frits – hij was wel iemand die iets van het leven wist, zoals hij altijd zei – dat hij uit zeer betrouwbare bron had vernomen dat Bonnie “het graag en met iedereen deed”. Op onze hoopvolle vraag of ze het ook met vijftienjarige jongetjes deed, zei hij: “Nee, dat is wettelijk verboden, maar met zestienjarige jongens mag het wel.” en hij grijnsde van oor tot oor. Het was hoogstens nog een kwestie van tijd voordat hij met haar zou aanpappen zei hij.

De volgende singles van Bonnie waren echter niet zo’n succes en ze verdween weer even snel als ze in beeld was gekomen uit beeld. Out of sight, out of mind en haar plaats in onze jongensharten werd ingenomen door Mariska Veres van Shocking Blue.

Zie hier de videoclip van Venus van Shocking Blue

Posters van Shocking Blue uit de ‘Popfoto’ – hinderlijk dat die mannetjes van Shocking Blue er ook vaak op stonden –  sierden menig jongenskamertje, waaronder die van mij.  Volgens Frits, onze betrouwbare informatiebron, stamde ze af van de zigeuners. Dat kon je wel zien aan dat mooie lange sluike zwarte haar zei hij. Vele jaren later hoorde ik van iemand die de toenmalige bassist van Shocking Blue kende, dat ze altijd een pruik droeg en dat ze in werkelijkheid krullen had.

Mariska veres

September 1970; Mariska Veres krijgt een gouden plaat. De man naast haar is overigens niet Frits maar Albert Mol; (foto Joost Evers, fotobureau Anefo; collectie Nationaal Archief)

Of Mariska er ook pap van lustte zijn we helaas nooit te weten gekomen, want in januari van dat schooljaar verdween Frits uit onze klas. Hij dreigde voor de tweede keer op rij te blijven zitten en hij vertrok daarom naar een andere school.

Mariska Veres overleed in december 2006 aan de gevolgen van kanker. Bonnie St. Claire leeft nog, waarbij het woordje ‘nog’ geloof ik wel op zijn plaats is. Maar misschien wordt ze wel 122, net zoals Jeanne Clement, de oudste mens ooit van wie de geboorte- en sterfdatum officieel vaststaat. Die rookte tot haar 117e, at een kilo chocolade per week en dronk elke dag een glaasje port. Maar goed, elke keer als ik iets lees over Bonnie St. Claire, dan zie ik haar weer als twintigjarige op blote voeten door de duinen lopen.

Op zoek naar de zus van Vermeer

 

Het Straatje van Vermeer is vorige maand gevonden. “Nou, dat zal niet zo moeilijk zijn geweest. Dat hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam.” zult u misschien zeggen. Het gaat hier echter om de locatie van de huizen die op het schilderij van Vermeer zijn afgebeeld, niet om het schilderij zelf. Volgens professor Frans Grijzenhout, hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, zou de locatie van de twee afgebeelde huizen op het schilderij van Vermeer Vlamingstraat 40 en 42 in Delft zijn.  Zie hier het schilderij en een foto hoe de huizen er nu uit zien.

 

(Voor de foto – het Rijksmuseum vermeldt helaas op zijn site niet de naam van de fotograaf, dus ik kan hem hier niet eren (*) – heeft de fotograaf zoveel mogelijk geprobeerd om de afbeelding van het schilderij te reconstrueren met een bankje, de spelende kinderen en de twee vrouwen. )

Uiteraard zijn er vraagtekens bij de juistheid van deze mogelijke locatie te stellen. De belangrijkste onzekerheid, zoals de professor zelf ook al opmerkt, is de vraag of Vermeer bestaande huizen heeft afgebeeld of dat hij zijn fantasie de vrije loop heeft laten gaan.  Op grond van de gedetailleerdheid van het schilderij gaat men er van uit dat Vermeer bestaande huizen heeft afgebeeld en  gezien de gedegenheid van het onderzoek ga ik vooralsnog er van uit dat de professor het bij het juiste eind heeft.

Zoals elders op deze site te lezen valt is, ben ik “bezig” met een onderzoek naar het verdwenen tweede straatje van Vermeer. Helpt deze ontdekking van de professor nu bij deze speurtocht?

Ja, ik denk het wel, want op grond van de bevindingen van de professor denk ik – het is een veronderstelling – dat op het tweede straatje van Vermeer wellicht het huis is afgebeeld van zijn zuster (niet die van de professor maar uiteraard van Vermeer).

Zie hier 2. De locatie van het eerste Straatje van Vermeer is gevonden voor de onderbouwing van deze gedachte.

Het idee dat het mogelijk het huis van zijn zuster is dat op het tweede straatje van Vermeer staat afgebeeld is een stap voorwaarts. Immers, als je weet wat er op het schilderij staat, dan is het makkelijker zoeken. Eerst was het alleen maar zoeken in het donker naar een donkere vlek, maar nu hebben we een lichtpuntje, wat me overigens doet denken aan het volgende verhaal:

Een man kruipt ’s avonds op zijn knieën in het licht van de lantaarnpaal over het wegdek en speurt nauwgezet het asfalt af. Een voorbijganger vraagt aan de man wat hij aan het doen is. “Ik ben mijn sleutels verloren en probeer ze terug te vinden.”. De voorbijganger zegt “ik help wel even” en gaat ook op zijn knieën zoeken. Als ze na een tijdje nog steeds niets gevonden hebben, vraagt de voorbijganger: “Weet u zeker dat u ze hier heeft verloren?” “Nee”  zegt de man “Ik heb ze verderop verloren maar daar is het zo donker, daar vind ik ze nooit”. “

Maar goed, er is dus licht in de zaak. Op zoek naar de zus van Vermeer dus.

  • Inmiddels weet ik dat de fotograaf Olivier Middendorp heet.

Notting Hill

Gisteren was de romantische komedie ‘Notting Hill’ met Hugh Grant en Julia Roberts weer eens op tv. Het eerste deel van de film hebben we echter gemist, omdat we eerst de – tegelijkertijd uitgezonden – ‘Heel Holland Bakt Kersteditie’ hebben gekeken. Deze special was al in de zomer opgenomen. Je ziet de thuisbakkers dus in zomerkleding met wat kersttakjes op de achtergrond kersttaarten bakken. Wetende dat Martine Bijl daarna een hersenbloeding heeft gehad, zit je er toch met een beetje raar gevoel naar te kijken. Maar gelukkig is Martine Bijl, ze was weer even grappig als altijd, al weer zodanig hersteld dat ze de voice-over kon inspreken. Het was weer net zo leuk om te zien als de reguliere uitzendingen. De thuisbakkers “legden de lat weer hoog”; dat soort werk. Niet alles lukte. Zo had één van de thuisbakkers last van een in elkaar zakkende kerstboom en een hoop pasteibakjes leken op de toren van Pisa. “Ha gelukkig maar, dat overkomt hen dus ook!” Ik hoop dat er ook een eindejaar versie komt. “De oliebol is technisch gezien een lastig bolletje om te bakken”.

Dat we het eerste deel van Notting Hill misten, was niet zo erg, want we hebben de film al vaker gezien. De film speelt zich grotendeels af – surprise, surprise – in de Londense wijk Notting Hill. Een hoop van de scenes zijn er ter plekke opgenomen. In 2011 waren we een aantal dagen in Londen.

notting hill

Uw gids in Portobello Road

Tijdens een bezoek aan  de wijk hebben we toen ook even een aantal filmlocaties bekeken. Zo is dit bijvoorbeeld de blauwe voordeur van het huis van Hugh Grant in de film, de deur waar in de film al die fotografen voor stonden.

notting hill. deur

“Eh, blauw? Die deur is toch niet blauw?” zult u misschien zeggen. Klopt, de eigenaren van het huis waren op een gegeven moment al die toeristen die zich voor de deur lieten fotograferen zo zat, dat ze de deur zwart schilderen. Maar tegenwoordig is hij weer blauw geverfd en is de boel ook wat opgeknapt, zoals je op deze schermafdruk van Google Streetview kan zien. De huidige deur is overigens niet de originele deur. Die is een keer geveild voor een goed doel.

notting hill. deur 2

(De blauwe deur is niet de voordeur van een huis maar een deur van een poortje. Alleen de buitenkant van de deur is voor de film gebruikt.)

We hebben ook even gezocht naar de boekwinkel uit de film. De opnames daarvan zijn gemaakt op Portobello Road nummer 142. Toentertijd zat daar ’Nicholls Antique Arcade’, later kwam er een meubelzaak in, die op zijn beurt weer werd opgevolgd door een schoenenwinkel. Toen wij er waren zag de winkel er zo uit en was het een of andere rommelzaak.

notting hill 2

Zoals je kan zien had de eigenaar van de winkel heel slim Notting Hill op de gevel  gezet, in hetzelfde lettertype als de filmposter.

In de wijk zit even verder op, om de hoek, wel een (reis-) boekenwinkel maar daar zijn geen filmopnames gemaakt.

notting hill bookshop

Google Streetview afbeelding (klik op de afbeelding voor een grotere versie)

Wie wil weten waar nog meer filmopnames voor Notting Hill zijn gemaakt kan onder andere terecht op deze site:  http://www.british-film-locations.com/Notting-Hill-1999_

 

Tranen (2)

In de vorige blogpost had ik het over produceren van tranen om ongewenste stoffen uit het oog te krijgen. Dat is iets dat niet alleen mensen doen. Veel diersoorten hebben ook het vermogen om traanvocht te produceren. Daardoor zijn zij in staat om een vuiltje uit het oog te tranen. De twee andere vormen van huilen door de mens – huilen als communicatiemiddel en huilen als emotie – is echter niet iets wat je bij dieren ziet. Althans dat vindt de meerderheid van de deskundigen op dit gebied.

Ok, je hebt krokodillentranen en huilende wolven. Maar krokodillentranen – huilen terwijl men het niet meent – is niet echt huilen van een krokodil. (Ik heb een keer ergens gelezen dat de oorsprong van deze uitdrukking een oud Egyptisch verhaal is waarin dorpelingen een huilende krokodil aantroffen naast een magere dode man. Hij huilt omdat hij spijt heeft dat hij de man heeft omgebracht sprak het stamhoofd. Nee, hij huilt omdat er maar zo weinig vlees op de man zit sprak de wijze man van de stam.)

Ook wolven huilen niet echt. Ze produceren alleen “huilgeluiden” om met de overige wolven te communiceren. Recent onderzoek leert dat wanneer een wolf de roedel verlaat, de achterblijvers huilen. De wolven huilen meer naar mate een wolf waarmee ze een goede band hebben de groep verlaat. Ook als een wolf met een hoge status de groep verlaat, wordt er harder gehuild.

Maar nu over naar de andere vormen van huilen bij de mens. Naast het “ogenschoonmaakhuilen” kent de mens nog twee vormen van huilen: het basale huilen en het emotionele huilen. Het basale huilen doen we bijvoorbeeld als volwassene omdat we pijn hebben, impliciet vragen we daarmee zonder iets te zeggen om steun of troost (“Ja, je moet ook niet op je duim slaan “– dat soort steunbetuigingen).

Baby’s huilen basaal om te kunnen communiceren. Eigenlijk worden kinderen maanden te vroeg geboren. Omdat in de loop van de evolutie onze hersenen zo gegroeid zijn dat we wel “vroegtijdig naar buiten moeten” – anders passen we niet door het geboortekanaal – zijn pas geboren baby’s alleen door middel van huilen in staat om te communiceren. Als de baby direct na de geboorte begint te huilen zijn de ouders nog blij, maar daarna vaak niet meer. Baby’s huilen om aan te geven dat ze honger hebben, een vieze luier hebben, pijn hebben of ergens anders last van hebben. Aan de ouders de taak om uit te zoeken wat het probleem is.

Daarnaast is er het emotioneel huilen. Daar zijn drie vormen in te onderscheiden: bij verdriet, bij vreugde of bij ontroering. Vaak is er sprake van een combinatie van deze vormen. Het verdriet of de vreugde van de een geeft ontroering bij een toeschouwer. Denk maar eens aan tranentrekkende bioscoopfilms of aan boeken waarin iemand dood gaat (bijvoorbeeld de oude Vitalis in ‘Alleen op de wereld van Hector Malot; daar heb ik als klein kind tranen met tuiten om gehuild.)

Om te testen of u snel een emotioneel traantje mee pinkt, laat ik u twee YouTube filmpjes zien. In het eerste filmpje zien we een groep schoolkinderen in een hal. Wat twee van die kinderen niet weten, is dat hun vader, een militair die al maanden in Afghanistan zit, onverwacht is thuis is gekomen en hun daar in de aula gaat verrassen. Let vooral even op de reactie van de oudste dochter. tussen 0.35 seconden en 1 minuut in het filmpje.

huilfilmpje 1

Dit is alleen een schermafdruk. Het filmpje, inmiddels meer dan 1 miljoen keer bekeken, kan je zien op de volgende link: https://www.youtube.com/watch?v=PxAIyEqtvOw

Op YouTube staan overigens honderden van dit soort filmpjes. Er komen heel veel soldaten terug uit Afghanistan en Irak.

Mocht u bij het zien van de vreugdetranen van de dochter geen emotioneel traantje weggepinkt hebben, dan ga ik nog een poging wagen, deze keer met het laten zien van tranen van verdriet. In onderstaand filmpje zien we een bruiloftsreceptie, waarbij een broer van de bruid de vader-dochter-dans met enkele woorden inleidt, waarna we de bruid zien dansen met een oudere man en drie andere mannen. Niet direct iets wat normaliter bij de kijkers veel emotie zal oproepen. Maar de kans daarop wordt een stuk groter als u de inleiding van de broer hoort.

Hij vertelt de aanwezigen dat de vader van de bruid kort voor de bruiloft is overleden. Op de bruiloft van haar zuster had de vader met zijn andere dochter de vader-dochter-dans gedanst op het liedje ‘Butterfly Kisses’, een lied over hoe een vader zich voelt op de dag van de bruiloft van zijn dochter. De broer heeft nu voor haar dit liedje ingezongen, waarna ze achtereenvolgens met haar opa, haar twee broers en haar schoonvader de vader-dochter danst doet. Niet geheel onbegrijpelijk houdt ze het tijdens deze dans niet droog, net zoals, gezien de vele reacties onder het filmpje, honderden mensen die het filmpje hebben bekeken ook niet.

huilfilmpje 2

Ook dit is alleen een schermafdruk. Het filmpje, inmiddels bijna 9 miljoen (!) keer bekeken, kan je zien op de volgende link:

https://www.youtube.com/watch?v=lAa43njGb3o

Heeft u een traantje weggepinkt?  “Ja, maar alleen  omdat deze blogpost zo bedroevend slecht is geschreven. Om te huilen.” zegt u natuurlijk.

Tranen (1)

Vandaag ga ik het over de ui hebben. Over de ui? Jazeker over de ui. De ui is waarschijnlijk de meest gebruikte groente. Hoeveel recepten beginnen er wel niet met ‘snipper een ui’. Het gevolg van al dat gesnipper is echter vaak een tranendal. Niet voor niets zitten er in de uitdrukking ‘tranen met tuiten huilen’ twee uien. De uitdrukking past overigens heel goed bij een huilbui als gevolg van het snijden van een ui, want ‘tranen met tuiten huilen’ betekent heel erg huilen zonder dat het echt erg is.

Waarom moet je eigenlijk huilen als je uien snijdt? Dit zit zo. Wanneer je een ui snijdt, gaan de cellen van de ui kapot en komen er enzymen in de ui vrij die reageren met een zwavelhoudende component in de ui, waardoor er een gas ontstaat (voor de liefhebber van een moeilijke naam, dit gas heet synpropaanthial-S-oxide). Nog niks aan de hand maar dit gas stijgt op en kan daarbij als het vocht tegen komt, reageren met water en dan kan er zwavelzuur worden gevormd. En dat is wat er gebeurt als het vrijgekomen gas tijdens het snijden van uien in je ogen komt.

Het gas reageert met het oogvocht en je krijgt zwavelzuur in je ogen wat uiteraard voor irritaties zorgt. Dat klinkt heel dramatisch, maar dat valt wel mee. Je ogen reageren namelijk direct op dit probleem. De traanklieren produceren onmiddellijk grote hoeveelheden vocht om het zwavelzuur af te voeren. Je gaat ook knipperen, waardoor het vocht over je oogbol wordt verdeeld – alsof er een ruitenwisser wordt aangezet; als je last hebt van droge ogen, dan ga je overigens ook meer knipperen zodat je ogen worden bevochtigd. Het zwavelzuur wordt voordat het kwaad kan aanrichten snel door het oogvocht geneutraliseerd en afgevoerd. Je gaan ook ‘snotteren’ want het vocht wordt in eerste instantie via de neus afgevoerd. Maar er worden zoveel “tranen” geproduceerd dat de traanbuizen deze hoeveelheden vocht niet allemaal kunnen afvoeren. De boel “overstroomt” en je begint te “huilen”. Tot zover een chemisch proces en de reactie van het menselijk lichaam daarop

Hoe kan je nu voorkomen dat de tranen rijkelijk gaan vloeien bij het uien snijden? Er zijn een aantal dingen die je kan doen, al of niet in combinatie. Allereerst kan je proberen de hoeveelheden vrijkomend gas te beperken.

  • Snij de ui met een scherp mes. Dan snij je minder cellen van de ui kapot waardoor er minder gas zal ontstaan.
  • Laat de wortelbasis van de ui zo lang mogelijk intact. Daar zitten de meeste irriterende stoffen geconcentreerd.
  • Stop de uien even tien minuten in de vriezer. Als de uien koud zijn, vormt er zich minder gas. Het heeft geen invloed op de smaak. Je kan ze ook een kwartiertje in de koelkast leggen (maar niet naast gesneden appelstukjes). Ook moet je ze niet langer dan twintig minuten in de koelkast leggen anders krijg je een uiengeur in je koelkast.
  • Snij met een nat mes. Als je je mes tijdens het snijden geregeld nat maakt met water, dan zal het zwavelhoudende gas eerst met het water op het mes reageren en bereikt er veel minder gas je ogen.
  • Je kan de ui ook eerst weken in water, dan reageert het vrijgekomen gas direct met dat water en bereikt het niet je ogen. Het tast wel de smaak van de ui aan. Deze wordt wat milder.
  • Een vergaande uitwerking van het bovenstaande is om de ui in het water te snijden. Dan bereikt het gas nooit je ogen, maar reageert het volledig met het water. Maar het snijdt een stuk lastiger in het water en je moet de stukjes ui daarna ook nog afgieten.

Ook kan je proberen om te zorgen dat er zo min mogelijk gas in je ogen komt. Je kan natuurlijk je ogen dichthouden maar zeker in combinatie met het snijden met een scherp mes is dit geen goed idee. Methoden die beter werken zijn:

  • Adem door je open mond en niet door je neus. Via de neusholte bereikt het gas snel je ogen. Als je door je mond ademt dan reageert het gas eerst met het vocht in je mond en komt er minder gas in je ogen. Al kunnen er dan toch nog wel wat gasdeeltjes via de lucht rechtstreeks in je ogen terecht komen. (Sommige mensen eten een stukje brood om hun mond open te houden.)
  • Je tong uitsteken schijnt ook te helpen maar weet dat de smaakpapillen op je tong zitten en dat je dan eventueel een uiensmaak in je mond krijgt.
  • Snij de ui onder de afzuigkap. Het gas wordt dan naar buiten gezogen. Moet je er natuurlijk wel voor zorgen dat je hoofd niet tussen de afzuigkap en de ui zit.
  • Fluit een liedje tijdens het snijden. “Zie je dat, die man vindt het snijden van uien zelfs leuk. Hij staat er bij te fluiten”. Niet dat uien muzikaal zijn maar het fluiten zorgt voor een luchtstroom die het gas van je ogen weghoudt. Een ventilator of een open raam geeft natuurlijk hetzelfde effect.
  • Een bril kan ook iets helpen maar die sluit het oog niet goed af. Lenzen helpen beter. Helemaal goed helpt een duikbril, maar dat is eerlijk gezegd geen gezicht tijdens het koken.

Wat je beslist niet moet doen als je last krijgt van tranende ogen, is met je handen in je ogen wrijven. Om je handen hangt het gas. Door in je ogen te wrijven vergroot je juist het probleem.

 

Een drupje verf gemorst

Van de week liep ik door de wijk Mariahoeve in Den Haag toen ik een pechgevalletje zag. Iemand had verf gekocht maar het was gaan lekken. En niet zo’n klein beetje ook.

streep 2

Hij had daardoor een heel spoor achtergelaten, niet alleen op de stoep maar ook op straat.

streep3

En het ging nog veel verder. Het spoor was niet moeilijk te volgen.

streep 1

Om de hoek liep het zeker nog 100 meter door!

De streep deed mij erg denken aan een reclamefilmpje van ‘Even Apeldoorn bellen’. Daarin rijdt een man op een lijnentrekkarretje langs een steile kusthelling als hij plotseling moet uitwijken voor een egeltje met een opmerkelijke witte streep als gevolg. (Zie de volgende link voor dit reclamefilmpje:  https://www.youtube.com/watch?v=4efHNdR96uU

even apeldoorn bellen

(Dit is geen embedded video maar alleen een schermafbeelding)

Even een testje tussendoor. De ‘Even Apeldoorn bellen’ reclames zijn altijd heel leuk, maar zijn ze ook effectief voor het bedrijf? Weet u bijvoorbeeld welk verzekeringsbedrijf u aan de lijn krijgt als u even Apeldoorn belt? Is dat:

  1. Aegon
  2. Amev
  3. ASR
  4. De Amersfoortse
  5. De Apeldoornse
  6. Centraal Beheer
  7. Klaverblad Verzekeringen

Ik geef aan het einde van deze blogpost het juiste antwoord. De egeltjesreclame stamt uit 1992. Er was toen enig rumoer over. De reclamejongens van ‘Even Apeldoorn bellen’ werden er van beschuldigd dat ze het idee hadden “gejat” uit de film ‘La Grande Vadrouille’, een Franse komische film uit 1966 met Louis de Funès en André Bourvil, waarin een achtervolgingsscène zit waarin een motor een verkeerd getrokken streep op de weg volgt en daardoor het water in rijdt.

verfstreep

Zie voor de scene https://www.youtube.com/watch?v=SJJRTYmu7lc

De film was onder de titel ‘Samen uit, samen thuis’ ook in Nederland een groot succes. Laten we het er maar ophouden dat de makers van de reclamefilm er door geïnspireerd waren. Bovendien geldt “Originaliteit is de kunst om te onthouden wat je gehoord hebt en te vergeten van wie.” Duidelijk moge zijn dat ik deze kreet niet zelf heb verzonnen. De rest van deze blogpost overigens wel.

p.s. het juiste antwoord op de Even Apeldoorn vraag is ‘Centraal Beheer’. Had u dat goed?

Viva la Vida (2)

Op de site van het AD staat een berichtje dat Giel Beelen het live-optreden van de Nederlandse boy-band ‘the Donald Trump Singers’ (*), die bij hem in het programma een cover-medley van bekende hits zongen, heeft afgekapt, dit omdat de jongens te vals zongen.

Oké jongens, ik ga nu echt ingrijpen. Jongens, alsjeblieft, dit gaat echt te ver. Ik heb heel lang op het punt gestaan om jullie te onderbreken, maar ik dacht: ja god, jullie hebben er echt heel veel tijd in gestoken”, […].“Toen Bad Blood kwam, dacht ik: dit gaat echt veel te ver. Het was gewoon niet goed, jongens.” [..] “Nogmaals: echt bedankt voor de moeite om zo’n medley in elkaar te zetten. Maar het is niet jullie eigen repertoire en jullie zijn nog jong. De wereld ligt nog aan jullie voeten. Ik heb nog nooit een cover onderbroken, maar het is ook voor jullie eigen bestwil.

(*) In werkelijkheid heet de betreffende boyband niet ‘the Donald Trump Singers’ maar anders. Maar omdat de jongens van Mainstreet het nu ongetwijfeld heel moeilijk hebben, vermeld ik hier niet hun werkelijke groepsnaam, maar ik noem ik ze zo lang maar even ‘The Donald Trump Singers’, dit omdat Donald Trump al heel lang valse noten laat horen.

Was Giel Beelen niet erg tevreden over de uitvoering van deze jongens, hij is ook wel eens heel enthousiast over mensen die een cover doen. Kijk maar eens hoe hij reageert op het optreden van Ed Struijlaart, zijn band en het Dario Fo koor, die Viva la Vida van Coldplay spelen. “Wow, wow, wat gaaf, supergaaf, ik zat hier echt met kippenvel”.

viva la vida ed

De afbeelding hierboven is geen embedded vido (vanwege mogelijke auteursrechten) maar een afbeelding die hier ter illustratie van dit optreden staat; klikken er op heeft dus geen zin (tenzij je het leuk vindt om een grotere afbeelding te zien). Voor het afspelen van de clip op YouTube  moet je hier klikken https://www.youtube.com/watch?v=pfr7_5pmZxI

Ed Struijlaart is een Haagse zanger die enkele jaren geleden een goede baan heeft opgegeven om zijn droom van een carrière in de muziek na te streven. Zoiets mag ik wel. Zelf heb ik dat nooit gedaan, maar ik kan dan ook absoluut niet zingen. Je kan Ed Struijlaart ook boeken voor een huiskamerconcert  http://www.edstruijlaart.nl/  Een leuk idee, dus als je iets te vieren hebt ….

Over zijn optreden bij Chiel Beelen heb ik overigens een keer een rapportage gezien bij TV-West, maar voordat ik daar de link van geef, kijk eerst even naar dit filmpje, wat opgenomen is voor het Haagse gemeentehuis. Kijk vooral naar de cameraman die hem filmt. (Daarmee bedoel ik uiteraard niet de cameraman die dit filmpje heeft opgenomen maar die andere die de hele tijd filmend in beeld is.)

viva la vida tv west

De link van het filmpje is: https://www.youtube.com/watch?v=Fb6HKgF0x0U Het is vervolgens leuk om te kijken hoeveel van de inspanningen van de cameraman terug te zien zijn in het uiteindelijke rapportagefilmpje van TV West.

viva la vida tv west 1

Link: https://www.youtube.com/watch?v=NXtzAjFw16M

Ed Struijlaart kreeg dankzij zijn optreden bij Giel Beelen een kleine hit met Viva la Vida en zong het daarna onder andere in het programma TOPPOP3 van de AVRO. Met het Golden Oldies koor heeft hij het nummer ook gezongen en wel tijdens het concert van het bekende 70-plus koor in Carré.

viva la vida tv golden oldies

Zie: https://www.youtube.com/watch?v=3L_9BVNFpdI

Vivi la Vida is denk ik één van de meest gecoverde nummers van de laatste jaren. Als je de titel in YouTube in tikt, krijg je bijna drie miljoen mogelijkheden voorgeschoteld. Een kleine selectie hier uit. Allereerst Coldplay zelf. Er staan veel filmpjes online van concerten waar ze dit nummer zingen. Eén van de meest bijzondere daarvan vond ik deze: https://www.youtube.com/watch?v=FZbOnLVbYWM

viva la vida coldplay steve jobs

Het is een optreden van Coldplay tijdens de Steve Job Memorial Service op de Apple’s Cupertino campus op 24 oktober 24 in 2011. Ik heb tijdens een optreden van Coldplay nog nooit zo’n doods publiek gezien. Het leek wel alsof er iemand was overleden.

Voor wat betreft andere artiesten, professionals en amateurs, die het nummer hebben gezongen, daar zijn er velen van, bijvoorbeeld het Amerikaanse studentenkoor Eight Beat Measure dat een schitterende a capella versie van Viva la Vida ten gehore brengt:

viva la vida a cappela

Link: https://www.youtube.com/watch?v=S0rpJ7cogck Eight Beat Measure in een studentenkoor van een universiteit in New York. Ze hebben ook een lemma op de Wikipedia gezet. Daarin staat heel schattig het jaar van elk lid aangegeven waarin hij hoopt af te studeren. Verder tref je op YouTube heel veel koren aan die het nummer zingen, van jong tot oud, van klein tot groot. Het galmt natuurlijk wel lekker weg.

Ook zijn er bekende artiesten die het nummer hebben gezongen zoals:

Deze laatste versie, die van David Garret en zijn acht (!) vioolspelende broers, is overigens een instrumentale versie:

viva la vida david Garret

David Garret speelt hier op zijn Guadagnini-viool van 1,2 miljoen euro. In 2007 viel hij bovenop dit instrument. Het koste een half jaar en bijna 100.000 euro om het instrument weer te restaureren. In die tussentijd speelde hij zolang op een geleende Stradivarius, wat ik heel dapper vond van de uitlener. Behalve deze instrumentele uitvoering van David Garret zag ik nog veel meer instrumentale versies voorbij komen, zelfs een drumsolo-versie.

Maar veruit de meest interessante van al die instrumentele versies was deze van een klassiek orkest. https://www.youtube.com/watch?v=fMK1ftad1J8 Niet vanwege de uitvoering maar vanwege de dirigent. Het is de Russische president Vladimir Vladimirovitsj Poetin die voor het orkest staat! Die man kan ook alles.

viva la vida poetin. 2

En nu we het toch over politiek hebben, het schijnt dat de VVD het nummer vaak speelt tijdens partijbijeenkomsten. Waarschijnlijk hebben ze niet in de gaten dat het om het verhaal gaat van een afgezette koning.

Viva la Vida

Het overkomt me regelmatig dat ik iets niet kan vinden. Op de vraag wat ben ik vandaag kwijt?

  1. Het oplaadsnoertje van het fototoestel
  2. Het oplaadsnoertje van mijn mobiel
  3. Mijn mobiel
  4. Mijn leesbril
  5. Alle vier de bovenstaande items

was vanochtend antwoord ‘3’ het juiste antwoord: mijn mobiel. Gelukkig maar want die is veel gemakkelijker terug te vinden dan bijvoorbeeld mijn leesbril. Mijn mobiel, mits de batterij niet leeg is, kan ik met een ander toestel opbellen, mijn leesbril reageert nooit op een telefoontje.

Het is altijd weer afwachten waar het geluid van ‘Viva la Vida’ – mijn ringtone –  vandaan komt. Soms vanonder een kussen op de bank, soms vanonder een stapel post op de eettafel, één keer zelfs uit de koelkast – op de plek waar mijn mobieltje normaliter lag, stond nu het boterkuipje; het begin van Alzheimer – en deze keer hoorde ik Coldplay in onze slaapkamer optreden. Mijn toestel bleek op het nachtkastje te liggen onder de Voetbal International.

‘Viva la Vida’ van Coldplay is al sinds 2008 mijn ringtone. Dat heb ik aan mijn jongste dochter te danken. In 2008 had ik een nieuw toestel. Daar hoorde een nieuwe ringtone bij vond zij. Welk liedje ik leuk vond? Op dat moment stond Viva la Vida van Coldplay op nummer 1 in Nederland. Ik vond het wel een leuk liedje en zei: doe die maar. Zij downloadde de song en installeerde het als mijn ringtone. Sindsdien hoor ik het als mijn telefoon gaat. Ik ben niet zo iemand die zoiets snel wijzigt. Bovendien is het pas zeven jaar mijn ringtone.

Voor degene die Viva la Vida niet kent – er bestaan nog mensen ouder dan ik –  dit is de link van de “officiële” videoclip die Coldplay heeft gemaakt van het nummer:

https://www.youtube.com/watch?v=dvgZkm1xWPE

viva la vida coldplay
(Omdat ik geen copyrights wil schenden,  is de video niet  “embedded”.  Het plaatje hierboven is alleen een schermafbeelding  – je kan klikken op het plaatje wat je wil, maar hij gaat zo echt niet afspelen’ – waarop je zien kan dat de video op YouTube inmiddels al 223 miljoen keer is bekeken!)

Behalve deze versie heeft Coldplay nog een tweede “officiële” clip uitgebracht van Viva la Vida. Deze is gemaakt door de Nederlandse fotograaf en filmmaker Anton Corbijn. Hij komt uit Den Haag en hij heeft van de opnames een thuiswedstrijd gemaakt. In de clip loopt Chris Martin, de zanger van Coldplay, verkleed als koning met een schilderij onder de arm onder andere op het Binnenhof, bij het Vredespaleis, in Madurodam en in de duinen bij Scheveningen.
Dit is de link van deze alternatieve versie: https://www.youtube.com/watch?v=1kVxpsi1XQ4

En hier een schermafbeelding waarop je kan zien dat Chris Martin over het Binnenhof loopt.

viva la vida coldplay corbijn

Toevallig zag ik deze clip toen mijn dochters een keer een of andere muziekprogramma keken op tv. “Hé, de opnames van die clip heb ik gezien” zei ik. “Wat?” riepen mijn dochters in koor. “Nou, ik fietste een keer op een vrijdagmorgen over het Binnenhof toen ze daar met filmopnamen bezig waren. Er liep een man als koning verkleed met een schilderij te zeulen. Ik heb even een paar minuten staan kijken. Opnames voor een of ander kinderprogramma dacht ik en ben toen door gefietst.”

Mijn dochters keken me verbijsterd aan. “Jij herkende Chris Martin niet?” sprak de jongste toen ze weer bij zinnen was. “Wie?” vroeg ik. “Chris Martin van Coldplay, ongelooflijk. Waarom heb je me toen geen SMS-je – dit was nog voor het WhatsApp-tijdperk –  gestuurd dat hij daar rondliep?” “Wat had je dan gedaan?” vroeg ik. “Nou, dan was ik direct de klas uitgerend en naar het Binnenhof gefietst”. “Goed, dat ik dat dus niet gedaan heb” zei ik.

Maar goed, sindsdien weet ik wie Chris Martin is. Tegenwoordig heb ik een ezelsbruggetje om die naam te onthouden. Het vriendje van mijn jongste dochter heet namelijk Chris en haar vader – ik dus – heet Martin. En over toeval gesproken, in 2007, een jaar voordat de clip werd opgenomen, waren wij in Parijs. Tijdens een bezoek aan het Louvre heb ik één foto van de dochters gemaakt waar ze voor een schilderij staan. Dat schilderij was ‘La Liberté guidant le peuple’ van de Franse schilder Eugène Delacroix.

schilderiij

En waar sjouwt Chris Martin mee in de clip? Precies, met dat schilderij! Is dat toeval of niet? En alsof het toeval er vandaag zin in heeft, in de slaapkamer staat de radio nog aan en wat draait Radio West nu? Inderdaad: ‘Viva la Vida’ van Coldplay! Oh, wacht eens even, ik had de radio uitgezet. Het is mijn mobieltje.

 

Voornamen (4)

In 1994 was Marianne zwanger van onze jongste dochter. Liefst negen maanden, dus tijd genoeg om over een voornaam te denken. We kozen uiteindelijk voor een naam die wij beide leuk vonden en waarvan wij dachten dat die op dat moment niet zo vaak werd gegeven. We wilden namelijk voorkomen dat ze later in een klas terecht zou komen waar veel kinderen zouden zitten met dezelfde naam.

Echter een goed beeld wat de meest populaire voornamen in die tijd waren, hadden we niet. Al Gore was nog maar net begonnen met het uitvinden van het internet en sites met de meest populaire voornamen, zoals die van het Meertens Instituut en de Sociale Verzekeringsbank, bestonden nog niet. Wel waren er een paar boekjes over voornamen met daarin soms een top tien, meestal betrof het een lijstje uit de jaren zeventig. Kortom, een actueel beeld ontbrak. Wij haalden onze kennis over de populariteit van de namen daarom vooral uit de geboorteadvertenties die we zagen in de Volkskrant (op die krant hadden we een abonnement) en in de NRC (die krant kochten we op zaterdag; vooral voor het cryptogram).

Na de geboorte van onze dochter in november 1994 besloot ik om in 1995 een professioneel opgezet actueel onderzoek te houden naar de populariteit van voornamen. Ok, dat professioneel laat ik weg. Het onderzoek bestond er uit dat ik de geboorteadvertenties uit de Volkskrant en die uit het NRC knipte (de laatste dus alleen van de zaterdagkrant) Vervolgens stopte ik die in een schoenendoos. Aan het einde van dat jaar had ik een kleine 1500 geboorteadvertenties in mijn schoenendoos verzameld en maakte ik een top tien van de meest populaire voornamen van 1995. Thomas en Charlotte voerden die lijsten aan. (Over nutteloze onderzoeken gesproken, heb ik wel eens verteld dat ik in die tijd ook een tijdje bij hield hoe vaak het regende als ik naar kantoor fietste? – in 7,5% van de gevallen.)

Ik had dus een actueel overzicht van de meest populaire namen van dat moment maar wat moest ik met die kennis? Ik besloot om een ‘ingezonden brief’ naar de Volkskrant te sturen. Om de kansen wat te vergroten dat de brief werd geplaatst, verzon ik er de VIENO bij, de Vereniging voor Interessante Edoch Nutteloze Onderzoeken, die zogenaamd dit onderzoek had verricht. En ja hoor, op 13 januari 1996 stond mijn brief onder de titel ‘De ouders van 1995 noemen hun kinderen Thomas en Charlotte’ op een prominente plaats in de zaterdageditie van de Volkskrant.

Volkskrant

Vervolgens gebeurde er iets dat ik absoluut niet had verwacht. In de week er op werd ik gebeld door drie verschillende tv-programma’s en vier radioprogramma’s met de vraag of ik in hun uitzending iets over dit belangwekkende onderzoek en de VIENO wilde komen vertellen. Pardon, wat kregen we nu?

Het eerste tv-programma dat belde was de ‘5-uur-show’, een tv-programma van RTL dat – verrassing, verrassing –  ’s middags werd uitgezonden van vijf tot zes uur. De presentatrices in die tijd waren afwisselend Viola Holt en Catherine Keyl. Het programma was gericht op huisvrouwen. Marianne keek het gedurende haar zwangerschapsverlof wel eens. Ik moet zeggen dat ik even heb geaarzeld of ik op de uitnodiging zou ingaan, maar ik besloot er toch maar van af te zien. Behalve het lijstje had ik eigenlijk niets te vertellen, dus ik wist niet zo goed wat mijn aanwezigheid daar zou toevoegen. De redactrice zei dat ze dat spijtig vond en of het goed was dat ze dan het lijstje met mijn top tien in het programma zouden voorlezen. Dat vond ik uiteraard geen probleem.

De volgende die belde was Veronica-tv. Ik kreeg een redactrice aan de lijn die ik nauwelijks kon verstaan. Dat kwam doordat op de achtergrond keiharde popmuziek te horen was. Ik verstond iets van ‘uitnodiging’ en ‘keigaaf’ maar waarvoor die uitnodiging was? Ik bedankte dan ook maar voor de eer, waarop zij zei dat ze dat heel vervelend van mij vond. Die opmerking hielp niet echt om mijn mening te herzien.

Het derde tv-programma dat belde was Kopspijkers, een zeer populaire satirisch VARA-programma in die tijd met Jack Spijkerman. Hun invalshoek was vooral de VIENO. Ik legde uit dat de VIENO geen echte vereniging was. Dat de vereniging maar bestond uit twee leden, ik als voorzitter en mijn vrouw als lid waarbij de laatste niet eens wist dat ze lid was. Dat vonden ze geen bezwaar. Ze zouden er wel iets leuks van maken. Daar was ik juist bang voor en dus besloot ik om ook niet op hun uitnodiging in te gaan.

Wel ging ik in op de uitnodigingen van twee radioprogramma’s. Met radio Utrecht, een regionale zender, had ik een telefonisch interview. De AVRO kwam zelfs bij ons thuis. De invalshoek was ook hier de VIENO maar dan in een humoristisch tweegesprek met de interviewer. Ik vroeg aan de interviewer hoe het nou kon dat ik door zoveel programma was gebeld. Hij vertelde dat er een hoop radio- en tv-programma’s waren die allemaal probeerden om actuele en originele gasten te krijgen. Redacties zaten in het weekend de zaterdagkranten door te nemen op zoek naar leuke onderwerpen en een vereniging als de VIENO was natuurlijk bij uitstek een geschikt onderwerp. Het was een hele concurrentiestrijd tussen die programma’s zei hij. Vaak zaten ze achter dezelfde gasten aan.

We maakten er een leuke rapportage van. “Op zoek naar de mensen achter de VIENO” was de insteek, net alsof het een echte vereniging was. Na afloop ging hij nog even wat bijbehorende geluiden opnemen zoals het lopen over ons pad naar de deur en het aanbellen, waarbij ik dan spontaan en verrast de deur open deed: Hé, wie is daar? Het leek wel een hoorspel. Twee dagen later werd “de rapportage” uitgezonden. We hebben het nog op een cassettebandje opgenomen, maar ik ben dat bandje al jaren kwijt. Niet dat ik het zou kunnen afspelen, want een cassetterecorder hebben we ook al jaren niet meer.

De VIENO als vereniging bestaat niet meer. In 2004 verscheen er nog een voetbalboek van mij getiteld ’De Oranje Rapporten’ met daarin allerlei zogenaamde VIENO-rapporten over het Nederlands elftal. Daarna heb ik de vereniging min of meer een stille dood laten sterven. Maar wie op de Finse Wikipedia gaat zoeken, zal daar een lemma over de VIENO vinden.

VIENO fins

Even op het plaatje klikken voor een leesbare afbeelding (mits je natuurlijk Fins kan lezen).

Mijn Fins houdt niet over, dus eerlijk gezegd had ik geen flauw idee wat hier stond. Ik liet de pagina daarom automatisch vertalen door Google en dat leverde het volgende (kromme Nederlands) op:

Vieno vertaald

Wat blijkt: Vieno is een Finse voornaam! Dat kan bijna geen toeval meer zijn.

p.s. In een wetenschappelijk boek over onderzoeksmethoden werd dit “VIENO-onderzoek” ook nog aangehaald. Zie pagina 21 van dit  document.

https://www.boomlemma.nl/documenten/9789047301110_inkijkexemplaar.pdf

Voornamen (3)

Willem-Alexander is met Maxima getrouwd. Ok, dat is niet direct ‘breaking news’, zelf geen opvallend nieuws, maar wel opvallend. Want als je op de voornamensite van het Meertens Instituut kijkt, dan zie je dat er in 2014 maar 31 mannen in Nederland wonen met de voornaam Willem-Alexander en dat er zelfs maar 22 vrouwen in Nederland zijn die de voornaam Maxima hebben. De kans dat een Willem-Alexander met een Maxima trouwt is dus erg klein. Geen wonder dat Willem-Alexander zijn Maxima helemaal uit Argentinië moest halen.

Dat er maar 22 vrouwen in Nederland zijn die Maxima heten is veel minder dan ik had gedacht. Ik had eerlijk gezegd een hoger aantal verwacht, maar blijkbaar willen de ouders van nu hun kinderen niet opzadelen met dezelfde voornaam als de koningin. Dat was vroeger wel anders. Liefst 98.201 vrouwen heten Wilhelmina, 2.066 vrouwen Juliana en 2.389 vrouwen Beatrix. Vergelijk die aantallen eens met die 22 van Maxima.

Toen ik naar de populariteit van  namen van deze vier koninginnen keek, viel mij iets opmerkelijks op. Zie hier de grafiek van Beatrix.

Beatrix

We zien twee grote pieken. De eerste is in 1938, het geboortejaar van Beatrix. In dat jaar gaven 206 andere ouderparen hun dochter ook de naam Beatrix. De tweede grote piek is in 1941. Liefst 299 kinderen kregen toen de naam Beatrix. Bij haar moeder Juliana en haar zuster Irene zien we in 1941 ook een soortgelijke piek. Kijken we naar het enige mannelijk lid van het Koninklijk Huis in die tijd, prins Bernhard, dan zien we ook voor zijn naam in 1941 een piek.

Bernhard

De meest aanmerkelijke verklaring die ik voor deze pieken heb, is dat een paar honderd ouders in 1941 als een soort stil protest tegen de Duitse bezetting hun pasgeboren kind de naam van een lid van de koninklijke familie hebben gegeven.

Behalve naar de invloed van de namen van leden van het koninklijk huis op de populariteit van voornamen heb ik ook even gekeken of de populariteit van bekende voetballers effect heeft  op de populariteit van hun voornamen. Voor Abe (Lenstra), Faas (Wilkes), Willem (van Hanegem) en Johan (Cruijff) is geen enkel effect te zien. Wel voor Ruud (Gullit) en Marco (van Basten) die met Nederland in 1988 Europees kampioen voetballen werden.

Ruud

We zien dat de met de opkomst van Ruud Gullit als voetballer in de jaren tachtig de populariteit van de voornaam Ruud mee stijgt met als hoogtepunt het jaar 1988, en dat met de neergang van Gullit als voetballer in de jaren negentig de populariteit van de voornaam Ruud weer afneemt. Dit kan toeval zijn  – de populariteit van de naam Ruud was al aan het stijgen –  maar we zien in de jaren tachtig wel een versnelling. Kijken we naar Marco, dan zien we dit:

Marco

Ook voor de naam Marco is een kortstondige piek te zien. Alleen hier is iets merkwaardigs aan de hand. De piek voor Marco ligt niet omstreeks 1988 maar al rond 1970. Ik kan me geen enkele Marco uit die tijd voor de geest halen, die verantwoordelijk kan zijn voor deze kortstondige piek. Het enige wat ik kan verzinnen is dat omstreeks 1970 een flink aantal mensen allemaal tegelijkertijd een voorspellende droom of een visioen moeten hebben gehad waarin werd aangegeven dat iemand met de naam Marco Nederland in 1988 Europees kampioen voetballen zou maken en dat ze daarom hun pasgeboren zoon de naam Marco hebben gegeven. Ja, dat moet het zijn.

Tot slot van mijn wetenschappelijke onderzoek: had de moord in 2002 op Pim Fortuyn door Volkert van de G. invloed op de populariteit van de namen Pim en Volkert?

Allereerst Volkert. Daar is geen enkel effect te zien. Maar dat komt omdat de naam Volkert al heel lang niet meer populair was. Vanaf ongeveer 1990 kregen maar 1 à 2 jongetjes per jaar de naam Volkert. Veel minder kan niet. Dan de naam Pim. De naam Pim was voordat Fortuyn populair werd al een redelijk populaire jongensnaam. Vanaf halverwege de jaren tachtig kregen ongeveer 250 jongens per jaar deze naam. De moord op Fortuyn bleek, zoals ik had verwacht, inderdaad een effect op de populariteit van de naam Pim te hebben, maar het was een ander effect dan dat deze wetenschappelijke onderzoeker had verwacht.

Pim

Ik had namelijk een lichte stijging verwacht maar het werd een daling. De populariteit van de naam Pim nam in de jaren direct volgend op de moord namelijk flink af. In 2002 halveerde het aantal Pimmetjes al ten opzichte van 2001 en in 2003 zakte het aantal nog verder in. Daarna nam de populariteit van de naam Pim jaarlijks weer licht toe, maar pas in 2009 zat de populariteit van de naam Pim weer op “het oude niveau”. Moord en een schattig baby’tje passen blijkbaar niet goed bij elkaar.

Tot zover dit wetenschappelijk onderzoek wat eigenlijk geen naam mag hebben.

Voornamen (2)

Even tussendoor – taalkundig gezien niet juist want ik begin er mee – ik had het in de blogpost van gisteren over de populariteit van voornamen, het Meertensinstituut heeft ook een site waar je kan zien hoeveel mensen er in 2007 (en in 1947) waren met een bepaalde achternaam. Wie dus wil weten hoeveel personen er zijn met haar/zijn achternaam, dit is de link: http://www.meertens.knaw.nl/nfb/

Zie hieronder bijvoorbeeld het overzichtskaartje voor de achternaam ‘de Vries’. In 1947 stonden er in totaal 49.658 mensen in de gemeentelijke basisadministraties geregistreerd met die achternaam; in 2007 was dit aantal opgelopen tot 71.099 stuks. Deze mensen waren als volgt verdeeld over de verschillende gemeentes.

De vries

Je kan zien dat er vooral in Friesland veel mensen met de naam ‘de Vries’ wonen (1391 mensen bijvoorbeeld in de gemeente Smallingerland tegenover 1184 in de gemeente Rotterdam). Of de Vries’en hebben (onbewust?) de neiging naar Friesland te trekken of ze zijn er nooit weggegaan. Uiteraard heb ik zelf ook even gekeken hoeveel mensen er met mijn achternaam in 2007 in Nederland rondliepen. Dat zijn er maar 254. We lopen dus nog wat achter op ‘de Vries’.

Maar terug naar de voornamen: op de site van de voornamen (http://www.meertens.knaw.nl/nvb/) kan je niet alleen zien hoeveel baby’s per jaar een bepaalde voornaam krijgen, maar ook kan je er zien hoeveel mensen in totaal in Nederland die voornaam hebben. Zo lopen er naast mij momenteel nog 20.000 andere Martin’s in Nederland rond. Onder het kopje ‘verspreiding’ kan je zien waar deze 20.000 Martin’s zijn geboren.

Martin grafiek

Redelijk verspreid dus. Zoals dan te verwachten is, zijn de meeste Martin’s in een grote stad geboren. Leuker is daarom niet te kijken naar de absolute aantallen per gemeente maar naar het percentage per gemeente, of te wel hoeveel procent van de mensen die in een bepaalde gemeente zijn geboren heeft de voornaam Martin (in mijn geval) gekregen. Dan zie je dat Martin een naam is die procentueel gezien wat vaker in het noorden dan in het zuiden wordt gegeven.

martin percentage

De inwoners van de gemeente Landsmeer zijn degenen die de naam Martin het vaakst aan hun kinderen hebben gegeven, 1% van de in Landsmeer geboren mannen (situatie 2014) heeft de voornaam Martin. Verstandige mensen daar in Landsmeer.

Als je een soortgelijke exercitie doet voor de naam Maria, dan krijg je het volgende opmerkelijke overzicht voor de aantallen mannen en vrouwen met de naam Maria als eerste naam, dan wel als volgnaam.

maria aantallen

Liefst 333.861 vrouwen in Nederland in 2014 hebben de naam Maria als voornaam en nog eens 1,1 miljoen vrouwen hebben Maria als een volgnaam. Ook bijna een half miljoen mannen hebben Maria als volgnaam en er waren in 2014 zelfs 641 mannen met de naam Maria als eerste naam. Dat het geven van de naam Maria (vooral) gerelateerd kan worden aan het katholieke geloof kan je wel zien als je naar het kaartje kijkt met het percentage ‘Maria’ als eerste naam per geboortegemeente.

Maria percentage

Heel Brabant en Limburg is donker gekleurd, dat wil zeggen dat de percentages daar boven de 5% liggen. Zo heeft liefst een kwart van de vrouwen die in 2014 nog leefden en die in de gemeente Gulpen-Wittem zijn geboren de voornaam Maria. Voor Maastricht als geboortestad ligt dat percentage op 10%. (Voor grote steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht ligt het percentage ergens tussen de 3% en 4%.) Het zullen vooral oudere vrouwen zijn die de voornaam Maria hebben. Kregen in het jaar 1947 nog liefst 11.157 vrouwen in Nederland de voornaam Maria, in 2014 waren dat er nog maar 198.

Eigenlijk was het nu de bedoeling om verder te gaan op het verband tussen Oorlog, Moord, de goals van Marco van Basten tijdens het EK van 1988 en de populariteit van namen, maar daar hebben we helaas geen plaats meer voor. We verschuiven dat onderwerp – cliffhanger weer – wederom door naar een volgende blogpost .

My WordPress Blog