De TT van Assen

Afgelopen zondag was de TT (dat staat voor ‘Tourist Trophy’; wist u dat?) van Assen op tv. In de stortregen reden de coureurs hun rondjes totdat de wedstrijd vanwege de hevige regenval werd gestaakt. Motorsport heeft mij nooit zo geboeid. Mijn vader vond het wel leuk om te zien. Toen mijn ouders begin jaren vijftig in Beilen in Drenthe woonden – mijn vader was daar leraar op een middelbare school –  ging hij elk jaar naar de TT kijken. Mijn moeder is één keer mee geweest. Ze kreeg van mijn vader een blaadje en een pen in haar handen gedrukt en als de coureurs voorbij reden, dan riep hij de nummers op en moest mijn moeder deze op schrijven.

000 tt 1“5, 21, 17, 46” brulde mijn vader en mijn moeder schreef braaf de nummers op. (foto genomen tijden de TT van Assen in 1953; Fotograaf Henk Blansjaar)

Het duurde vervolgens een tijdje voordat de coureurs weer langs kwamen, want in die tijd was het TT-circuit nog 16,5 km lang. Een rondje later was vaak de volgorde weer anders.

000 tt 2“3 ligt nu voorop; nee, nummer 4. Heb je dat?” riep mijn vader en mijn moeder noteerde weer ijverig de cijfers. (Fotograaf Joop van Bilsen)

Door vervolgens de nummers te vergelijken, kon mijn vader het verloop van de race een beetje volgen. Mijn moeder vond er niks aan. “Dat was eens maar nooit weer” zo vertelde ze later. “Ik heb haast niks van de race gezien. Terwijl je vader stond te kijken, was ik de hele tijd bezig met het opschrijven van nummers. Dat mocht hij het jaar er op mooi zelf doen. Ik ben nooit meer mee geweest.

Zelf ben ik nooit naar een TT wezen kijken. Dat kwam mede omdat tegen de tijd dat ik geboren werd, mijn ouders niet meer in Beilen woonden, maar naar Apeldoorn waren verhuisd waar mijn vader een baan had gekregen als leraar op een ULO-school.

Wel gingen mijn vriendjes en ik, toen we een jaar of 12, 13 waren, en we inmiddels in Diepenveen woonden, na afloop van de TT wel eens op de grens van Deventer en Diepenveen naar de Raalterweg toe. Daar zagen we dan honderden motorrijders voorbij sjezen, die de TT in Assen hadden bekeken en nu op weg naar huis waren richting het zuiden van het land. Er zaten er elk jaar wel een aantal tussen die dachten dat ze ook motorcoureur waren en daarom stonden niet alleen wij langs de kant van de weg te kijken, maar ook vaak de politie van Deventer om ze op de bon te kunnen slingeren.

Nog veel later hadden we op kantoor in Den Haag op mijn afdeling een groot motorsportliefhebber zitten, die niet alleen elk jaar naar de TT en andere wedstrijden in Assen ging kijken, maar die er ook baancommissaris was. Hij stond dan in zijn vaste bocht met allerlei vlaggen te zwaaien om coureurs te waarschuwen voor gladheid en andere mogelijke gevaren. En viel er ondanks – of misschien wel dankzij – zijn afleidende vlaggengezwaai toch een coureur van de motor af, dan moest hij deze en zijn motor zo snel mogelijk op rapen. Maar meestal had hij niet zo veel te doen. Zijn bocht was blijkbaar niet zo’n gevaarlijke bocht. Toch gebeurde het een keer dat hij op een maandagmorgen naar kantoor belde om te zeggen dat hij een paar dagen niet naar kantoor zou komen Hij was tijdens zijn werk als baancommissaris gewond geraakt. We vreesden het ergste. Wellicht was hij geraakt door een motor van een coureur die onderuit was gegaan of zoiets.

Er bleek later echter iets heel anders gebeurd te zijn. Tijdens de training had hij in het warme zonnetje op een stoeltje in zijn bocht gezeten. Op een gegeven moment was hij daar in slaap gesukkeld. Niet alleen was dat niet de juiste werkhouding voor een baancommissaris, maar het bleek ook nog eens gevaarlijk te zijn, want na een tijdje was hij al slapende voorover van zijn stoel af gevallen en met zijn gezicht op de vangrails beland. Hij had hierbij niet alleen een zodanige diepe snee in zijn neus opgelopen dat hij naar het ziekenhuis moest om deze te laten hechten, maar hij moest ook een paar dagen thuis blijven om de wond rust te geven. Zo zie je maar weer, motorsport is een gevaarlijke sport.

Maar terug naar afgelopen zondag: nadat het was opgehouden met regenen, werd de TT weer hervat. De NOS zond de rest van de race echter niet verder op tv uit maar alleen nog maar op internet. Op tv maakte de TT plaats voor de kraker Zwitserland – Polen, een achtste finale wedstrijd op het EK. Het grootste gedeelte van deze voetbalwedstrijd heb ik overigens gemist. De wedstrijd was zo saai dat ik op de bank in slaap viel. Gelukkig viel ik er niet van af.

 

 

2 thoughts on “De TT van Assen”

  1. De zon scheen niet, het regende en het was koud. Het was tijdens een autorace. Dus je kunt niet daaruit concluderen dat motorracen gevaarlijk is.
    Niet ging en was maar gaat en is (baancommissaris).

Comments are closed.