Fanny Blankers-Koen

Op Radio West is ‘1948’, een plaatje waarmee Gerard Cox in 1972 een kleine hit had, te horen:

Buiten huilt de wind om ’t huis / Maar de kachel staat te snorren op vier / Er hangt een lampje voor de brievenbus / En in de tochtigste kieren zit papier / We waren heel erg arm / En niemand hield van ons / Maar we hadden thee en nog geen tv / Maar wel radio en lange vingers / We gingen nog in bad / Haartjes nat, nog even op / Totdat vader zei: Vooruit naar bed” / Dan kregen we een kruik mee / Gezichten op ‘t behang / Maar niet echt van binnen bang / Toen was geluk heel gewoon……”

De tekst is van Kees van Kooten en Wim de Bie, geschreven op de melodie van Alone again (naturally) van Gilbert O’Sullivan. Ze zongen het in Hadimassa. Gerard Cox zette het daarna op de plaat. Het is een nostalgisch lied over het jaar 1948. Uiteraard komt in een lied over dat jaar ook Fanny Blankers-Koen voorbij lopen. “Fanny Blankers-Koen, die won vier maal goud in Londen”.

Mijn moeder heeft Fanny Blankers-Koen gekend. Ze woonden allebei in Hoofddorp en zaten er tegelijkertijd op turnen en atletiek. Mijn moeder kon beter turnen, Fanny Blankers-Koen harder lopen. Was het andersom geweest dan had mijn moeder vier maal goud gewonnen in Londen.

blankers koen1948

Fanny Blankers Koen, geheel rechts, tijdens de finale van de 80 meter horden tijdens de Olympische Spelen van Londen van 1948; Collectie Nationaal Archief.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte mijn moeder – ze was 22 jaar toen de oorlog uitbrak – op een postkantoor in Hoofddorp. Mijn moeder sprak wel eens over die periode. Zo vertelde ze dat er op het postkantoor tijdens de oorlog wel eens stiekem brieven werden open gestoomd en gelezen. Een overduidelijke overtreding van de Postwet, maar niet alleen zal het verjaard zijn, er waren ook omstandigheden die dit rechtvaardigden. Het handelde om brieven die meestal anoniem aan de Sicherheitsdienst,  of hoe die Duitse organisatie ook mocht heten, werden gezonden. Vaak ging het in deze brieven over Joodse onderduikers. Als dat het geval was, dan werd de brief één of twee dagen opgehouden en werden de mensen eerst gewaarschuwd dat de onderduikplek was verraden voordat de brief werd doorgestuurd.

In een ander verhaal vertelde mijn moeder over een bezoek dat Fanny Blankers-Koen in 1941, vlak na de geboorte van haar zoon Jan, aan het postkantoor bracht. Mijn moeder zat achter het loket toen Fanny Blankers Koen met de kinderwagen binnenkwam.

Kijk Corrie” – zo heette mijn moeder –  “Dit is nu Jan. Wil je hem even vasthouden?” Toen mijn moeder daarop bevestigend antwoordde, pakte Fanny het kind op en legde het tot verrassing van mijn moeder in het luikje waarmee poststukken naar binnen werden geschoven. Mijn moeder schoof daarop kleine Jan naar binnen, waarop deze vervolgens uitgebreid door alle dames van het postkantoor werd bekeken en geknuffeld. Even later werd de kleine Jan weer door het luikje naar buiten geschoven.

Zeven jaar later zou de vliegende huismoeder vier gouden medailles in Londen winnen.

blankers koen1948 2

Augustus 1948; Fanny Blankers-Koen met haar kinderen. Zoon Jan draagt de vier gouden medailles; foto J.D. Noske / Anefo, Nationaal Archief

Fanny Blankers-Koen overleed in 2004 op 85-jarige leeftijd. Mijn moeder overleed twee jaar later op 88-jarige leeftijd.