Category Archives: Jeugdherinneringen

Klaprozen in een vaas

Vorige week schreef ik over een paar schilderijen van Vincent van Gogh. Zie hier. Op die schilderijen waren klaprozen in een vaas te zien. Daar verwonderde ik mij wat over, want ik heb zestig jaar lang gedacht dat het geen zin had om klaprozen in een vaas te zetten.

0000000000 000000000 van gogh3

Dat had mijn moeder mij namelijk verteld toen ik als vijfjarig jochie een keer met door mij geplukte klaprozen thuis kwam. Mijn moeder vond dat heel lief van kleine Martin, maar legde mij uit dat het geen zin had om klaprozen  – ze heten niet voor niets zo, zei mijn moeder –  te plukken, omdat ze heel snel verwelken. We zetten mijn bosje in het water en inderdaad een dag later hingen ze allemaal al slap. Einde klaprozen in een vaas dus.

Maar zestig jaar later zie ik dus die schilderijen van Van Gogh en denk ‘Hé, hoe kan hij dat zo geschilderd hebben, zijn modellen verwelken toch?’ (Met modellen bedoel ik hier uiteraard de klaprozen.)

Ik besloot om er op te googlelen en toen kwam ik opeens  twee tips tegen hoe je klaprozen langer goed kan houden in een vaas. De eerste tip was om de onderste twee centimeter van de stelen van de klaprozen één minuut in kokend water te houden – dat was de tip van iemands opa, de andere tip was om het onderste deel van de steel van de klaprozen even in een brandende kaars te houden.

Oké, dat vraagt om een experiment. Ik toog naar de tramrails vlak bij ons huis. Daar groeien altijd massaal klaprozen.

klaprozen 8  klaprozen 9

(Die grote rode is geen klaproos maar de tram.)

Met een meegenomen tuinschaartje knipte ik er 21 klaprozen. Omstanders zullen wel gedacht hebben, ach gut, daar staat een oud mannetje klaprozen te plukken, die is vergeten dat ze direct verwelken, wat zielig.

Ik nam de klaprozen mee naar huis en verdeelde ze in drie groepjes van zeven stuks. Van de eerste groep hield ik de onderste twee centimeter van de stelen (als groepje) precies één minuut in kokend water, bij de tweede groep hield ik  de stelen (één voor één) in de vlam van een brandende kaars en de derde groep zette ik zonder enige behandeling in het water. Zie hier de deelnemers aan het experiment: klaprozen 0Links de kokendwatergroep, in het midden de kaarsengroep en rechts de klaprozen die het met alleen water moeten doen.

klaprozen 1De start

klaprozen 2Dag 1, vier uur later. Bij de kookgroep links vallen een paar blaadjes af, maar alle zeven staan nog fier overeind, bij de kaarsgroep in het midden staan er vijf nog overeind en gaan er twee slap hangen. Bij de watergroep rechts hangen er al vier slap.

klaprozen 3Dag 2: Bij de kookgroep staan alle zeven klaprozen nog steeds overeind. Bij de kaarsgroep nog vier stuks, bij de watergroep nog twee, de rest van de klaprozen daar heeft het al helemaal gehad.

klaprozen 5Dag 3: Bij de kookgroep geven twee bloemen het nu ook op. Ze gaan niet slap hangen maar de blaadjes vallen er allemaal van af. Bij de kaarsgroep zijn er nog drie bloemen in de race, bij de watergroep houden de twee overgebleven klaprozen het nog steeds vol.

klaprozen 6Dag 4: Bij de kookgroep staan er nu nog drie overeind. De afvallers hebben al hun blaadjes verloren. Bij de kaarsgroep hebben op twee dappere strijders na  – een grote en een kleine –  vijf klaprozen het loodje gelegd. Bij de waterklaprozen is er nog eentje volop in de strijd, al begint hij wat te verkleuren. Daarnaast is er nog eentje die de indruk wekt dat hij ook nog een beetje in leven is.

klaprozen 7Dag 5: Bij de kookgroep staan er nog twee overeind, al gaat het daar niet echt meer van harte. Bij de kaarsgroep staat er nog eentje fier rechtop. Die klaproos was overigens de langste klaproos van alle 21 klaprozen. De steeds meer verblekende klaproos bij de watergroep doet het ook nog, maar voor de rest is er bij alle overige klaprozen de fut er wel uit.

klaprozen 7=10Dag 6: Terug naar de keuken. dit is er nog over van de 21 klaprozen waarmee ik het experiment begon: een lange kaarsklaproos en een helemaal verkleurde waterklaproos. De rest danken wij voor hun deelname aan het experiment.

Conclusie:  Het lijkt er inderdaad op dat je klaprozen langer dan één dag goed kan houden door iets met de onderste twee centimeter van de stelen te doen. Ze blijven dan inderdaad langer staan. Hoe dat werkt, geen idee, maar vraag niet hoe het kan maar profiteer ervan.

Het beste en tevens het makkelijkste lijkt het om het bosje klaprozen even met zijn allen één minuut in kokend water te houden. Ga je de klaprozen in een kaars “dichtbranden”, dan moet je dat één voor één doen en bij twee van de zeven klaprozen heeft het daar niet goed gewerkt. Misschien heb ik die niet lang genoeg of goed genoeg in de kaarsvlam gehouden. Ook lijkt het er op dat hoe langer de steel van de klaproos is hoe langer ze overeind blijven staan, dus zoveel mogelijk steel meenemen.

Tot zo ver dit wetenschappelijk experiment. Normaal gesproken zeg ik bij wetenschappelijke experimenten ‘Doe dit thuis beslist niet na!’ maar hier zou ik zeggen: probeert u het thuis ook maar eens.

ABBA

Gisteren waren er liefst twee programma’s over ABBA – ‘Het beste van… ABBA’  en ‘ABBA Forever” – op de Nederlandse televisie  te zien.

0000000000 0000000 abbatv2

Voor degene die niet weet wie op bovenstaande foto te zien is, dat is de one and only Dolly Bellefleur, de artiestennaam van de Nederlander Ruud Douma . Oké, de uitdrukking ‘one and only’ is misschien niet helemaal juist

0000000000 0000000 abbatv2bAmsterdam; 2017;  Canal Parade 2017; Dolly Bellefleur – anders dan andere travestieten draagt Dolly geen nep-boezem, omdat het volgens eigen zeggen niet om “cuppie cuppie, maar om koppie koppie” gaat; aldus de Wikipedia. (Ik heb hem moeten opzoeken, ik had geen idee wie hij was) – op een boot vol met Dolly Bellefleurs. Foto Alf van Beem.

De site ‘TV-Gids’ schreef over ‘Het beste van….. ABBA’:  “In het programma vertellen tal van bekende Nederlanders over hun favoriete liedjes van de Zweedse popformatie. Onder andere Andy & Janice, Dolly Bellefleur, Babette Labeij en Koos van Plateringen bespreken hun favoriete ABBA-hits”.  Ik heb eerlijk gezegd geen flauw idee wie al deze “bekende Nederlanders” zijn, maar dat ligt ongetwijfeld aan mij. Het programma stelde niet veel voor, veel prietpraat

(Even tussendoor: ‘Wat betekent priet- in prietpraat? Er bestaat geen zelfstandig naamwoord priet en ook geen werkwoord prieten, waarvan priet- de stam kan zijn. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) verschaft duidelijkheid. Dat zegt over prietpraat: ‘Redupliceerend-ablautend gevormd bij Praat (I).’ Priet is dus de verdubbeling (reduplicatie) van praat, met wisseling van de klinker (ablaut): /aa/ veranderde in /ie/. Het is dus geen zuivere reduplicatie, zoals blabla, maar bijna-reduplicatie, zoals klikklak.’;  

Prietpraat wordt voor het eerst aangetroffen in de 19e eeuw, maar in het WNT wordt al verwezen naar een citaat uit de 17e eeuw, met een soortgelijke vorming, namelijk Pritte-praetje, verklaard als ‘babbelkous’.  Dan kan onse Pritte-praetje, Met een maetje, Spelen schuyle-winck op ’t lest, (G.J. Quintijn, De Hollandsche-Liis, met de Brabandsche-Bely. 1629) aldus de site Surfspin.nl. Zo dat weten we ook weer.)

Het tweede programma ging vooral in op de liedjes. Er werd uitgebreid besproken hoe knap de muziek van ABBA in elkaar zat. Ik herinner me dit soort discussies ook uit mijn studententijd. De conclusie op onze studentenflat was dat die blonde het leukst was.

0000000000 0000000 abbat0

1972; Agnetha Fältskog in haar rol als Mary Magdalene in de musical Jesus Christ Superstar; dit was nog voor haar ABBA-tijd. foto Martin Clara.

Ik was als student ABBA-fan en ik ben dan ook een ABBA-kenner. Zo schreef ik vijf jaar geleden in het kader van jeugdherinneringen op deze site al eens een keer over ABBA – zie hier.  Eén van de zinnen uit dat stuk luidde:

Dat ze daadwerkelijk wel wat ouder zijn geworden, leert een foto die vorige week opeens verscheen op de Facebookpagina van ABBA. Anni-Frid Lyngstad (70), Agnetha Fältskog (65), Björn Ulvaeus (70) en Benny Andersson (70) waren aanwezig bij de opening van ‘Mamma Mia The Party!’

We zijn inmiddels vijf jaar verder, tel bij ieder van de vier leden nog maar eens vijf jaar op, 3x 75 jaar + 1x 70 jaar oud nu dus al – maar goed, mijn herinneringen aan ABBA zijn vooral uit deze tijd.

0000000000 0000000 abbatvABBA in 1976 bij aankomst op Schiphol, 45 jaar geleden, 3x 30 jaar plus 1x 25 jaar.

Enfin, zoals iemand op YouTube reageerde op een liedje van Peggy March uit de jaren zestig:

0000000000 0000000 abbat060

 

 

Herman Stok

Je kan je maar beter niet door de Volkskrant laten interviewen. Herman Stok deed het wel en zie, twee weken later is hij dood.  Oké, hij was al 93 jaar oud, stokoud zou je bijna zeggen ware het niet dat dit een te flauwe woordspeling is.

Wie het mooie interview wil na lezen kan hier terecht.  Herman Stok was homoseksueel. Hij was liefst bijna zeventig jaar samen met zijn partner Kees van Maasdam.  In het interview staat een mooi stukje over het begin van hun relatie. Weet hierbij dat Herman Stok nog niet aan zijn ouders had verteld dat hij homoseksueel was.

Na veertien dagen nam Herman hem een keer mee naar huis. ‘Thuis wisten ze van niks. Ik zei tegen mijn moeder: ‘Hij heeft geen kosthuis meer en waarom zou je niet een gedeelte van mijn troep verhuren.’ Ik had een zolderkamertje en daarvoor stond een tweepersoonsbed. Het was zo vlak na de oorlog geen vetpot en dat hebben ze toen gedaan. Elke morgen werden we door mijn vader gewekt om half zeven. Ik weet dat mijn moeder een keer zei: ‘Herman, ik wilde dat jij net zo netjes sliep als Kees. Zijn bed hoef ik alleen maar recht te trekken’. Geen wonder, hij lag er nooit in.’

Ik herinner me Herman Stok nog van vroeger van het programma Top of Flop. Kleine Martin keek dit wel eens samen met zijn ouders. Het grootste gedeelte van de uitzending bestond uit beelden van het publiek dat luisterde naar een plaatje dat werd gedraaid, waarna een deskundige jury voorspelde of het plaatje een succes zou worden of niet. Staakten de stemmen dat mocht het publiek beslissen.

0000000000 000hstok2

flopEen toeter betekende een flop.

Niet altijd voorzag de jury het goed. Zo voorspelden alle vier de juryleden dat ‘I want to hold your hand‘ van de Beatles beslist een flop zou worden. De geschiedenis leerde anders.

Herman Stok werd mede door dit programma razend populair. Er reed zelfs een keer een  speciale Discobal-trein.’

0000000000 000hstokHerman Stok is de staande man, tweede van rechts. Bijschrift foto: ’10 augustus 1965; Discobal in de trein Amsterdam Zwolle, Herman Stok te midden van de tieners’; foto Ron Kroon; Nationaal Archief

Maar goed, hij is dus overleden. Weer iemand uit mijn prille jeugd. Zie hier een mooi tv-portret over hem.

Overigens, ik laat me voorlopig niet door de Volkskrant interviewen. Niet voordat ik mijn streefleeftijd van 123 jaar heb bereikt.

Opnieuw kwaad

Hebt u dat ook wel eens? Dat u aan iets uit het verleden denkt en dat u dan opnieuw kwaad wordt op iets of iemand?

Zo kan mijn vrouw Marianne weer boos worden op de bibliothecaresse van Uithuizen van vijftig jaar geleden. Ze was toen 10 jaar oud – mijn vrouw; niet de bibliothecaresse. De bibliotheek van Uithuizen was twee middagen per week open, op dinsdag en op vrijdag. Je mocht twee leesboeken per dag lenen.

Tijdens een vakantie leende Marianne twee boeken. Thuisgekomen begon het fanatieke kind direct fanatiek te lezen – dat is twee keer fanatiek in één zin; drie keer nu al; kunt u na gaan wat een fanatieke lezer ze was; oké, vier keer fanatiek nu al; herstel vijf keer. (Ik zou zo oneindig door kunnen gaan met het woordje fanatiek; zes keer dus nu.)

Al snel had Marianne allebei de boeken uit. Ze bracht de twee boeken dezelfde middag terug en zocht vervolgens twee nieuwe boeken uit. Maar van de bibliothecaresse kreeg ze die boeken niet mee naar huis. Ze had die dag al twee boeken geleend zei de bibliothecaresse en dat was toch echt het maximum. Mijn vrouw wordt elke keer weer kwaad als ze er over vertelt.

00000000 03Goed nieuws voor de huidige lezertjes. Sinds 2020 is de bibliotheek nu ook op woensdagmiddag open.

Ik heb zoiets ook, dat ik weer kwaad kan worden op iemand van meer dan vijftig jaar geleden. In mijn geval betreft het mijn leraar wiskunde uit de derde klas van de HBS. Ik was heel goed in wiskunde. Ik begreep de stof altijd meteen, maakte het huiswerk in no-time en voor proefwerken oefende ik nooit. Ik kon het toch wel.

We kregen drie keer per schooljaar een rapport. Voor wiskunde werd elk rapportcijfer vastgesteld aan de hand van het gemiddelde van twee proefwerken. Ik had dat jaar het volgende rijtje cijfers: Voor het eerste rapport een 9 en een 10; voor het tweede rapport een 9 en en 2, en voor het derde rapport een 9,5 en een 10.

Wat onmiddellijk opvalt in dit rijtje is die ene 2. Geen idee meer waarom dat was. Misschien was ik die dag niet lekker of zo. Het paste totaal niet bij mij. Anyway, die eerste 9 en 10 leverden mij op het eerste rapport een 9 op. Die 2 en de 9 gaven bij tweede rapport het cijfer 6 -. (We kregen altijd alleen hele cijfers op het rapport, behalve als je een 5,5 stond. Als de leraar toekomst zag voor je,  dan kreeg je een 6 min.) Zelf had de leraar geen toekomst meer op school. Het was zijn laatste jaar. Hij zou na afloop van het schooljaar met pensioen gaan. In onze ogen was hij stokoud. Waarschijnlijk had hij nog meegemaakt hoe Pythagoras de stelling van Pythagoras  had ontdekt.

Bij het derde rapport hoopte ik dat de leraar mijn 9,5 en 10 naar boven zou afronden tot een 10. Maar toen hij in de klas de rapportcijfers ging voorlezen, zei hij toen hij  bij naam kwam “Martin van Neck, een acht.”

Wat? Huh? Dat moest een vergissing zijn. Na afloop van de les liep ik naar hem toe. “Meneer, ik neem aan dat u zich heeft vergist. Ik had een 9,5 en een 10,. Dan krijg ik toch een 9 of een 10?”  Hij keek in zijn boekje. “Ja, maar op je vorig rapport had je een 6 min en ik vind de stap van een 6 min naar een 9 te groot“.  Ik was verbijsterd. “Andersom doet u het wel.” stamelde ik. Dat was anders, vond hij.

Uiteindelijk kreeg ik na heel veel soebatten, waarbij ik onder andere dreigde naar de directeur te stappen – zo kwaad was ik –  toch nog een negen. En dat alleen nog maar omdat het zijn laatste jaar op school was, zei hij. Ik kan er nog kwaad om worden.

Promoveren

In 1964 zag ik als klein jongetje voor het eerst een wedstrijd van Go Ahead – zoals Go Ahead Eagles toen nog heette. We woonden op dat moment in Apeldoorn en samen met mijn vader en mijn broertje Harry gingen we in die tijd elke veertien dagen naar AGOVV. Deze Apeldoornse club  – tegenwoordig spelen ze bij de amateurs -speelde in de tweede divisie.

00000000 agovv1947; AGOVV – Go Ahead  (dit was ietsjes voor mijn tijd).

In 1963 promoveerde Go Ahead uit het 20 kilometer verderop gelegen Deventer voor het eerst in haar bestaan naar de eredivisie en omdat mijn vader ook wel eens clubs als Ajax en Feyenoord wilde zien voetballen, reed hij af en toe met ons op zondagmiddag van Apeldoorn naar Deventer om naar Go Ahead te gaan kijken.

Nadat mijn vader een baan als leraar in Deventer kreeg, verhuisden we in 1965 naar Diepenveen, wat pal tegen Deventer aan ligt. Vanaf dat moment gingen we naar elke thuiswedstrijd van Go Ahead. In de beginjaren hadden we nog geen seizoenkaart. Mijn vader had uitgerekend dat als je drie keer niet kwam – je zou maar ziek zijn of niet kunnen – het voordeliger was om losse kaartjes te kopen. Uiteraard misten we nooit een thuiswedstrijd en na een paar jaar kocht hij toch maar een seizoenkaart.

Eind jaren zestig ging het onder leiding van dr. František Fadrhonc heel goed met Go Ahead. In 1968 eindigden we – als het goed gaat met de club, dan spreken de fans in Deventer altijd in de ‘wij-of ‘we’ vorm; gaat het slecht dan is het ‘zij’ of’ ze’. – zelfs als derde in de Eredivisie, achter Ajax en Feyenoord maar ver voor PSV.

00000000 go ahadEen jonge Johan Cruijff in actie in Deventer. Achter de spelers is het hekje van  “het vak” te zien voor mensen met een rolstoel. Die stonden – dat is een beetje een ongelukkige woordkeuze – in die tijd gewoon aan de rand van het veld. De spelers werd verzocht de bal niet in hun vak te schoppen. 

In de jaren zeventig ging het echter minder met de club. In 1978 dreigden ze zelfs te degraderen maar dankzij de winst in een legendarische wedstrijd tegen FC Amsterdam – het was de laatste wedstrijd van de competitie, de verliezer zou degraderen –  redden we het dat seizoen.

00000000 go ahad 21978 Go Ahead heeft gescoord tegen FC Amsterdam; rechts loopt Cees van Kooten, de grote held van die wedstrijd; juichend weg.

De jaren er op ging het gelukkig weer iets beter, maar halverwege de jaren tachtig ging het bergafwaarts en na 24 jaar in de eredivisie gespeeld te hebben degradeerden ze in 1987.

Het zou vijf jaar duren voordat we weer terug naar de eredivisie promoveerden en eigenlijk was dat een toevallige promotie. In de competitie waren ze slechts als elfde geëindigd, maar omdat we onderweg toevallig een periodekampioenschap hadden gepakt, mochten we meedoen aan de nacompetitie en wonder boven wonder wonnen we die.

Ons hernieuwde verblijf in de eredivisie duurde vier jaar. In 1996 degradeerden ze opnieuw. Deze keer zou het liefst 17 jaar duren voordat we weer promoveerden. Nooit eindigden ze in die periode in de eerste divisie hoger dan de vijfde plaats, ook niet in het jaar (2013) dat we weer promoveerden, wederom dankzij de nacompetitie. Trainer was dat seizoen de huidige Ajax-trainer Erik ten Hag, die dat jaar zijn debuut maakte als hoofdtrainer in het betaalde voetbal. Zo zie je maar weer dat je het als trainer van Kowet – zo noemen de echte fans onze club –  het ver kan schoppen.

Ze zouden het twee jaar volhouden in de Eredivisie, waarna ze voor de derde keer degradeerden.  Het seizoen er op promoveerden we direct weer terug – uiteraard via de nacompetitie –  maar erg succesvol was het seizoen er op in de eredivisie niet. Ze werden kansloos laatste en ze konden weer in de eerste divisie gaan ballen.

In 2019 leek het er even op alsof we weer zouden promoveren – in de finale van de play-offs zoals de nacompetitie inmiddels heette – stonden we in de beslissende wedstrijd tegen RKC dertig seconden voor tijd nog met 4-3 voor, maar ze slaagden er toch nog in om die wedstrijd met 4-5 te verliezen.

00000000 gaDe resultaten van Go Ahead vanaf 1963. Oranje is de Eerste Divisie; Groen de Eredivisie.

Dit seizoen begonnen we weer eens met een nieuwe trainer, Kees van Wonderen, aan het roer. Hij had geluk dat er geen publiek op de tribune mocht zitten, zodat er geen kritische geluiden van de tribune klonken, want ze speelden aanvankelijk beroerd  – de trainer noemde het overigens een ‘proces’. In december stonden ze twaalfde. Vanaf januari begonnen we echter te winnen – let er even op dat ik weer van ‘ze’  naar ‘we’ ben overgegaan –  en langzaam maar zeker klommen we naar onze vertrouwde vijfde plaats, waardoor deelname aan de play-offs verzekerd was.

Dat hadden we overigens niet zo zeer aan ons aanvallers te danken – na dertig wedstrijden voerden wij de ranglijst van clubs aan die het minst vaak op het doel schoten –  maar aan onze verdediging. Onze keeper Gorter vestigde een nieuw record door uiteindelijk 25 wedstrijden zijn doel schoon te houden en onze voorstopper, de sympathieke Deventer jongen Sam Beukema – goede naam voor een voorstopper – speelde ook ‘een best partijtje’, zoals wij fans dat noemden.

Hij deed dat zelfs zo goed dat AZ hem heeft gekocht voor 9 ton. Twee jaar daarvoor voetbalde hij nog op amateurbasis bij ons. Hij kreeg daarvoor een onkostenvergoeding van 145 euro. (Per maand hoor, niet per jaar; zo slecht betalen wij ook niet.)

Het ging de tweede helft van het seizoen zelfs zo goed, dat we vijf wedstrijden voor het einde nog een kleine kans hadden op de tweede plaats –  deze is tegenwoordig ook goed voor rechtstreekse promotie – maar toen ze uit tegen de Graafschap verloren was die kans voorbij. Met nog maar vier wedstrijden te spelen stonden ze acht punten achter op De Graafschap.

De Graafschap speelde vervolgens echter twee keer gelijk, wij wonnen twee keer, waardoor de achterstand terug liep naar vier punten. Nog steeds vrij kansloos met nog maar twee wedstrijden te spelen. Als De Graafschap één van die twee wedstrijden zou winnen – uit tegen Jong Ajax of thuis tegen het laag geklasseerde Helmond Sport – dan zouden ze als tweede eindigen en promoveren. Maar zoals dat in voetbalsprookjes gaat, ze speelden twee keer gelijk en omdat WIJ  – ik schrijf het nu met hoofdletters- wel twee keer wonnen, promoveerden wij op doelsaldo .

Die promotie verliep op een speciale wijze. De laatste wedstrijd van de Graafschap werd vanwege een enorme plensbui een uur gestaakt. Het veld was door al het water onbespeelbaar. Tijdens die pauze werd er in Doetichem met man en macht geprikt. “De vaccinatiegraad moet hoog zijn” zeiden wij op het Kowet-forum.

Het gevolg van het tijdelijk staken bij de Graafschap was dat Kowet een uur eerder klaar was. Op een groot scherm van Excelsior – we hadden de uitwedstrijd tegen Excelsior moeizaam met 0-1 gewonnen; pas acht minuten voor tijd scoorden we – bekeken de spelers vervolgens  zittende op het veld hoe De Graafschap  een uur lang tevergeefs probeerde om het winnende doelpunt te maken. Ze kregen een hoop kansen, maar misten ze allemaal. In de allerlaatste minuut misten ze nog een dot van een kans, waardoor WIJ rechtstreeks promoveerden. Uiteindelijk hebben wij het hele seizoen maar acht minuten op een promotieplaats gestaan. Pieken op het juiste moment heet dat.

Dat De Graafschap het niet zou redden, was voor velen – behalve voor ons Kowet-supporters uiteraard – een grote verrassing. Ook het AD had hier geen rekening mee gehouden. Ze hadden voor de krant van zaterdag al vast een schema van de play-offs gemaakt, maar vergaten dat aan te passen. Het gevolg was dat er zaterdag een schema in de krant stond, waarin wij nog in voorkwamen. Maar zoals de bekende Go Ahead Eagles supporter Özacn Akyol (Eus) twitterde: “We komen vandaag niet opdagen!”.

00000000 adTot overmaat van ramp voor de Graafschap verloren ze de play-off wedstrijd tegen Roda JC ook nog eens met 2-3 en zijn ze uitgeschakeld voor promotie.

Wij kunnen het weer eens een jaartje in de Eredivisie proberen. Als Robben nog door gaat, dan kunnen we hem – net zoals vroeger  Cruijff, Keizer, Van Hanegem, Van der Kuijlen, Van Basten, Rijkaard, Gullit en Bergkamp  – ook een keer in Deventer in actie zien. Tot nu toe heeft hij nog niet tegen ons gespeeld. Telkens  geblesseerd. Sorry, grapje. In de tijd dat hij in de Eredivisie speelde, ploeterden wij in de Eerste Divisie. Toen wij in 2013 eindelijk promoveerden, speelde hij al in het buitenland. )

Maar goed, afwachten maar welke oude en nieuwe sterren wij komend seizoen in Deventer bij ons en bij de tegenstander kunnen bewonderen. Hopelijk weer met supporters op de tribune. Ik reken er op dat we minimaal bij de eerste drie eindigen. Je bent tenslotte supporter of niet.

De Rijks HBS in Deventer – 4

Dit is een vervolg op de Rijks HBS in Deventer -1 de Rijks HBS in Deventer -2 en de Rijks HBS in Deventer -3.

In de vierde klas van de HBS was er de schoolreis naar Parijs. Samen met een klas van de MMS in Deventer (de MMS staat voor Middelbare Meisjes School; ook dit schooltype bestaat net zoals de HBS niet meer) verbleven we in 1971 een kleine week in Parijs. De leraren hadden een heel cultureel programma uitgestippeld. Zo bezochten we  een uitvoering van een toneelstuk van Eugène Ionesco. Dit specifieke uitstapje was bedacht door onze leraar Frans, meneer Anciaux. We snapten weinig van het stuk. Het was een zogenaamd ‘absurdistisch toneelstuk’ en dat ook nog eens in het Frans. Daar doe je een groep pubers  echt een plezier mee.

Veel mooier vonden we de twee musicals waar we naar toe gingen: ‘Fiddler on the Roof’ met de Rus Ivan Rebroff in de hoofdrol – oké, in werkelijkheid was Ivan Rebroff geen Rus maar een Duitser en heette hij  Hans Rolf Rippert, maar hij kon mooi zingen. Jammer was wel dat we een deel van het toneel niet konden zien. Dit omdat we heel goedkope kaartjes aan de zijkant van de zaal hadden.

De mooiste trip was het bezoek aan de musical ‘Hair’. Dat was iets waar we met rode koontjes naar keken. Op een gegeven moment stond er zelfs een hele rij blote mannen en vrouwen op het toneel te zingen. Aan het einde van de voorstelling werd de zaal opgeroepen om op het podium te komen dansen.

0000000 hairIk ben degen die hier midden op het podium staat te dansen samen met  mijn medeleerlingen.  Grapje, dit is niet waar. Dit zijn de leden van een Noorse Hair-musicalgroep uit 2011. foto GisleHaa: wikipedia. 

Naast deze culturele zaken, waren er ook enkele toeristische uitstapjes. Zo voeren we met een rondvaartboot over de Seine en  bezochten we het Louvre. We bekeken de Mona Lisa – mwah, wat een klein schilderijtje, was dat alles? –  en de Venus van Milo. De meesten van ons verkeerden in de veronderstelling dat het beeld was gemaakt door ene Milo, maar deze kenner wist te melden dat het zo heette omdat het beeld was gevonden op het eiland Milo, waarmee ik direct door mijn klasgenoten als een groot kunstkenner werd beschouwd.

0000000 milo

Onze leraar biologie, meneer Sikkema, werd overigens tijdens het bezoek aan het Louvre bijna het museum uit gezet. Bij één van de Griekse klassieke beelden, een naakte speerwerper, wees hij op de testikels van de afgebeelde sporter. “Kijk” zei hij, “Dit heeft de kunstenaar heel natuurgetrouw gedaan. Bij driekwart van de mannen hangt de linkerbal lager dan  de rechter” en hij raakte het lichaamsonderdeel aan.  Luidkeels mopperend kwam een suppoost aanlopen en dreigde de viezerik het museum uit te gooien.

We maakten met onze bus ook een rondtocht door Parijs en stopten op verschillende toeristische plaatsen, onder andere bij Montmartre en de Eiffeltoren. We beklommen de toren niet. Dat zou te lang duren en we waren met teveel. Als we dat zou willen doen, dan moesten we dat maar doen tijdens onze vrije middag.

We hadden namelijk één vrije middag, waarop we met groepjes van minimaal drie leerlingen zelfstandig – zonder de leraren dus – de stad in mochten. Wel kregen we allemaal een briefje met het adres en het telefoonnummer van het hotel mee. We mochten zelf de groepjes samenstellen.

Terwijl ik aan het rondkijken was, kwam Tonnie op mij aflopen, een jongen die je nu als nerd zou betitelen. “Martin, zullen wij samen gaan en dan vragen we twee meisjes van de MMS mee?” Maar voordat ik kon antwoorden, kwamen Anki en Joep op mij aflopen. “Martin, wil je met ons mee? ” vroeg ze. Nou, die keuze was niet zo moeilijk. Ik was in die tijd heimelijk verliefd op Anki maar durfde dat niet tegen haar te zeggen en nu vroeg ze zo maar of ik met haar door Parijs wou lopen.

Even later liepen we richting een metrostation. Het zonnetje scheen. Uit een café kwam Franse muziek. Voor ons uit liep een man met een alpinopet op en een stokbrood onder zijn naam. Een kind met een blauwe  ballon huppelde vrolijk naast een modieus geklede vrouw  en naast me liep Anki.  Oké, die omstandigheden verzin ik er nu allemaal bij en ook was daar nog Joep, die aan de andere kant van Anki liep.

Aangekomen bij het metrostation zei Anki: “Martin, Joep en ik willen het liefst met zijn tweeën naar Montmartre, maar we mochten niet met zijn tweeën weg . Vind je het heel erg  om in je eentje leuke dingen in Parijs te doen ?” Pats, boem. Daar knalde de blauwe ballon uit elkaar, viel het stokbrood van de Fransman in een plas modder en stopte de muziek in het café. Ik haalde heel diep adem en zei zo neutraal mogelijk: “Nee hoor, dat is wel goed. Veel plezier in Montmatre.” Daar gingen lieftallige Anki en vervelende Joep. Ik raapte de scherven van mijn gebroken hart op en besloot om naar de Seine te lopen.

Onderweg zag ik een groot warenhuis en stapte er naar binnen om even op de platenafdeling in de opruimingsbak te kijken. Ik moest heel lang rekenen, maar als ik het goed had, betaalde je omgerekend zestig cent per plaat. Dat was een koopje. Ik kocht drie singletjes, een originele Franse  Beatles-EP (met daarop ‘We can work it out’), Yellow River van de groep  Christie en Air van Ekseption (Ga je helemaal naar Parijs om daar een plaat van een Nederlandse groep in de opruiming te kopen. Ekseption was trouwens heel populair in Frankrijk). Even later liep ik met mijn drie singletjes in een plastic zakje langs de Seine.

0000000 foto 2Ik slenterde langs de boekenstalletjes, kocht een flesje prik en een appel en stak na een uurtje de rivier over. Zittende op een bankje op een brug at ik mijn appeltje op en gooide  het klokhuis in de Seine. Ik keek omlaag en zag dat er net een rondvaartboot onder de brug door voer. Mijn klokhuis belandde op de voorsteven. Oeps, sorry. Aangekomen bij de overkant daalde ik via een trap af naar een lage wandelkade langs de Seine en liep weer terug richting hotel.

Na een paar honderd meter was het pad op de kade afgesloten met een klein hek van een meter hoog. Er hing een bord aan met een Franse tekst. Ik snapte niet veel van de tekst op het woord ‘Interdit’ na.  Vijftig meter verderop stond ook zo’n hekje en daarachter kon je je weg weer over de kade vervolgen. Nu kon ik terug lopen – zo’n driehonderd meter – en dan de weg bovenlangs nemen, maar ik kon natuurlijk ook even over het hekje klimmen, vijftig meter over het afgesloten terrein lopen, dan over het tweede hekje klimmen en mijn weg langs de lage wandelkade vervolgen. Deze laatste optie leek mij veruit het makkelijkst.

Ik keek om me heen, zag niemand, klom over het hekje en liep naar het andere hekje. Ik was ongeveer halverwege toen uit een soort keet een stuk of tien agenten kwamen. Ze zagen mij en liepen vervolgens hard hollend mijn richting uit.  Ik schrok me lam. Ze gingen om mij heen staan en riepen iets in het Frans.

Ik verstond geen woord van wat ze zeiden. Waarom spraken ze ook zo onduidelijk Frans. Mark Twain zou zeggen “Toch jammer dat die Fransen zo slecht hun eigen taal spreken.” Niemand van de agenten rookte trouwens een pijp, zodat ik aan mijn beste Franse zinnetje ‘Il fume une pipe” ook al niets had . Ik riep “Je suis Hollandais”, alsof dat alles zou verklaren.

Nu was het zo dat er begin jaren zeventig, net zoals in 1968, nog steeds allerlei studentenprotesten in Parijs aan de gang waren. De leraren hadden ons gewaarschuwd om daar niet in verzeild te raken. Het bleek dat het terreintje langs de Seine een tijdelijke politiepost was en blijkbaar dacht de politie dat ik daar iets dubieus van plan was.

0000000 stiudent

Ik wees naar het ene hek, zei ‘voici’, wees vervolgens naar mijzelf en daarna naar het andere hek en sprak ‘voila’ in de hoop dat ze zouden begrijpen dat ik alleen maar van plan was een stukje af te snijden en keek zo onschuldig mogelijk.

Eén van de agenten pakte mijn plastic zak met singletjes om te kijken of ik daar een gevaarlijk wapen in had verstopt. Hij haalde de drie platen er uit. Ik wees op die van Ekseption en zei “Hollandais, comme moi”. Ja, ja, ik spreek een woordje over de grens.  Iemand die blijkbaar de baas was zei iets en wees naar het hekje waar ik net over heen was geklommen. Vermoedelijk dacht hij terecht dat deze 15-jarige Hollandse jongen niet iemand was die van plan was om in zijn eentje een politiepost aan te vallen. Ik wees hoopvol naar het andere hekje, maar met een boos gezicht stuurde hij me terug naar het eerste hekje.

0000000 louis

De agent die me naar het hekje verwees. Oké, dat is hij niet. Dit is de Louis de Funes in zijn rol van gendarme in 1978.

Ik was in ieder geval blij dat ik niet werd gearresteerd – ik zag me al naar het hotel bellen om te zeggen dat ik vast zat op een politiebureau – en klom maar snel over het hekje waar ik net over heen was geklommen.

Tegen een uur of vijf was ik terug bij het hotel. Ik meldde me bij een leraar die bijhield wie er terug was. “Waar is de rest van je groepje?” vroeg hij streng. Die ben ik kwijt geraakt bij de metro, sprak ik naar waarheid. Op dat moment kwam ook Tonnie aan lopen. Aan elke arm had hij een meisje van de MMS hangen en niet zo maar meisjes, maar de twee mooiste meisjes van de MMS. Huh? Tonnie? Hoe kon dat?

Om half zes, het afgesproken tijdstip, was iedereen terug, behalve Anki en Joep. Die kwamen pas tegen zes uur, lichtelijk aangesloten van een glas wijn  – “echt maar één glaasje”  – die ze op een terrasje in Montmatre hadden gedronken. De leraren waren kwaad  en zegden Anki en Joep een straf toe die ze later te horen zouden krijgen.  Onthoofding door de guillotine leek mij gezien het feit dat we in Parijs waren wel een gepaste straf voor Joep.  Anki mocht blijven leven.

Enfin, terug in de bus naar Nederland zaten Joep en Anki naast elkaar, evenals Tonnie en één van de MMS-meisjes. Tussen Anki en Joep raakte het terug in Nederland al snel uit, maar volgens mij bleef het tussen Tonnie en het MMS-meisje heel lang aan. Geen idee hoe dat afgelopen is, misschien zijn ze wel getrouwd, hebben tien kinderen gekregen, wonen nu in een kasteel in Frankrijk en hebben een groot jacht op de Middellandse Zee.

Zelf was ik al weer snel verliefd op iemand anders, eigenlijk op twee, namelijk op de half-Italiaanse tweelingzusjes Irene en Yvonne die even verderop bij ons in de straat woonden. Waarom had ik nooit eerder gezien hoe leuk en knap die waren?

Na de HBS ging ik in Enschede studeren en Anki in Amsterdam. Ik heb even op haar naam in Google gezocht en zag bij de afbeeldingen een foto van haar van vorig jaar. Ze leek op de Anki uit 1970 (oké, plus vijftig jaar). Ze is nu lerares Nederlands op een middelbare school en begeleidt misschien wel leerlingen op schoolreis naar Parijs.

Tot zover dit verslag in vier afleveringen van mijn tijd op de HBS in Deventer en de schoolreis naar Parijs.

Voor alle leraren uit mijn tijd op de HBS: Adieu Monsieur le Professeur

0000000 adieu(Op het plaatje drukken om naar het filmpje op YouTube te gaan)

0000000 adieu 2

De Rijks HBS in Deventer -3

Dit is een vervolg op de Rijks HBS in Deventer -1  en de Rijks HBS in Deventer -2

Van veel medescholieren van de HBS herinner ik mij hun naam en veelal ook hun gezicht niet meer. Tja, ik word een dagje ouder. Nu zou je kunnen zeggen ‘kijk dan even naar je klassenfoto’s’, maar die heb ik niet. Mijn ouders vonden dat maar zonde van het geld. “Wat moet je later nou met die foto’s ?” zei mijn moeder een keer toen ik wederom met een enveloppe thuis kwam om klassenfoto’s te bestellen. “Nou, ma, dat zou nu wel handig zijn geweest.”  Oké, misschien vonden mijn ouders het met vier kinderen te duur om elk jaar de klassenfoto’s te kopen. Ik kan het ze niet meer vragen, want ze zijn allebei al jaren geleden overleden. Mijn dochters hebben in ieder geval van elk schooljaar wel hun klassenfoto’s.

Van mijn lagere school in Diepenveen – dat dorp ligt pal tegen Deventer aan – gingen naast mij nog drie kinderen naar de HBS.  Na het eerste rapport moesten we alle vier ons rapport laten zien aan juffrouw Kleiboer, het hoofd van onze lagere school. Daar stond ze op. En oh wee, als je een onvoldoende had, dan kreeg je van haar ongevraagd verplicht gratis bijles in het betreffende vak. Het was haar eer te na dat één van haar leerlingen het niet goed deed op de middelbare school.

0000000 diepeneveenDe oude Dorpsschool in Diepenveen, afgebroken in 1966. Ik heb hier in 1965 nog een paar maanden opgezeten. (Niet boven op de school uiteraard maar in de klas rechts voor.)

Ik had gelukkig alleen maar voldoendes, maar één van de andere jongens niet. Ondanks zijn bijlessen bleef hij aan het einde van het eerste jaar zitten. Dat kwam mede omdat onze jaargang de laatste jaargang van de HBS was. Na ons begon het Atheneum.  Daarom werd er aan het einde van de eerste klas heel streng beoordeeld. Met drie vijven (op de vijftien vakken) bleef je dat jaar al zitten. Ze wilden niet dat je ergens onderweg zou afhaken, want er zat geen HBS-klas onder waar je in terug zou kunnen vallen. Het kwam er min of meer op neer dat, als je na het eerste jaar over ging, dat je dan ook alle volgende jaren over zou gaan.

0000000 fotoDe HBS in 1940 nog zonder noodgebouwen er voor; rechts de conciërgewoning. Het gebouw is in 1980 afgebroken.

Aan het einde van het eerste schooljaar bleven opmerkelijk genoeg alle meisjes uit onze klas zitten. Waarschijnlijk te veel afgeleid door mijn aanwezigheid. Toen we na de zomer weer op school kwamen, hadden we tien nieuwe meisjes in onze klas. Het waren alle zittenblijvers van alle tweedeklassen samen – onze school was zo groot dat er meestal vier of vijf parallelklassen waren. Om te zorgen dat onze klas weer voldoende meisjes zou tellen, waren alle meisjes die waren blijven zitten bij ons in de klas geplaatst. Alle meisjes in de klas waren daardoor wel een jaar ouder dan de jongens.

Eén van die nieuwe meisjes bekeken we met de nodige aandacht. Dat was Georgette. Zij had mooie lange blonde haren, maar dat was niet de reden dat we nieuwsgierig naar haar keken. De reden daarvoor was haar achternaam. Ze heette Georgette (*) de Ruyter de Wildt en daarmee was zij een rechtstreekse afstammeling van Michiel de Ruyter zoals onze geschiedenisleraar vertelde. Alleen mensen met de achternaam de Ruyter de Wildt zijn dat, mensen met de achternaam de Ruyter niet. Dus mocht je de Ruyter heten en je afvragen of je afstamt van Michiel de Ruyter, sorry niet dus.

0000000 ruijterOmdat ik geen schoolfoto’s heb, moet u het hier met een afbeelding van Michiel de Ruyter doen.

(*) van al mijn ex-klasgenoten vermeld ik vanwege privacy-aspecten hier alleen de voornaam, behalve in het geval van Georgette. Zonder het vermelden van haar achternaam is het lastig te vertellen dat ze van Michiel de Ruyter afstamt.

Van een hoop klasgenoten ben ik de naam vergeten, maar van paar medescholieren uit mijn klas herinner ik me nog wel hun naam. Zo heet één van de jongens die met mij in Diepenveen op de lagere school zat en ook naar de HBS ging Bram.  Ik speelde wel eens met hem in de tijd dat we op de lagere school zaten. Na de HBS ging hij medicijnen in Groningen studeren, waarna ik hem uit het oog verloor. Dat hij zijn artsendiploma heeft behaald, weet ik echter wel, want toen mijn moeder een keer in het ziekenhuis in Deventer lag, zag ze een dokter lopen die ze herkende. “Brammetje? Ben jij Brammetje van vroeger? ” vroeg ze tot grote hilariteit van de zusters aan een dokter. Hij was inderdaad dokter Brammetje.

Nieuwsgierig geworden googlede ik op Bram zijn naam. Ik vond hem terug. Ook al was hij nu 50 jaar ouder, ik herkende hem direct op een foto. Hij was uiteindelijk voorzitter van de raad van bestuur van een zorggroep geworden en nu met pensioen gegaan.  En waar woonde hij nu? Juist ja, in Diepenveen. Ben je vijftig jaar verder, woon je nog steeds (of weer) in het zelfde dorp.

Ook Rob, een andere klasgenoot, vond ik terug, al hoop ik een beetje dat hij het niet is, want hij bleek ruim een jaar geleden onverwacht overleden te zijn. De Rob die op de foto stond bij het overlijdensbericht leek helaas wel veel op de Rob die ik kende van de HBS, maar ik heb nog een beetje hoop, want volgens de overlijdensadvertentie was deze Rob drie jaar eerder geboren dan ik, en hoewel hij een zittenblijver was, kan ik me niet voorstellen dat er zo’n groot leeftijdsverschil tussen ons zat. Maar hij kwam wel van een andere school af, dus wellicht heeft dat hem ook nog een extra jaar gekost.

Bij de meisjes was ik minder succesvol. Met het terugvinden dan bedoel ik. Zo kon ik van Gisela, die ik persoonlijk het mooiste meisje van de klas vond, niets terug vinden. Een paar andere meisjes hadden een te veel voorkomende achternaam, waardoor ik veel te veel zoekresultaten kreeg. Dat overkwam mij ook bij een paar jongens. Zo zocht ik op een Jan die astronomie ging studeren. Misschien was hij wel beroemde kosmoloog geworden. Maar ik kon hem niet terug vinden. Wel zag ik een Jan die een beetje op hem leek, maar die was timmerman.

Bij één van de zoekresultaten (een foto van de HBS) die ik bij het zoeken op Rob zijn naam kreeg, stond een reactie uit 2008 van een zekere Joke – haar achternaam zei me niks meer; sorry Joke. Ze schreef: “We hebben altijd een vrij hechte groep meiden gekend. Vooral ook omdat er niet zo veel meisjes naar de HBS gingen. De groep meiden die voor de B-kant kozen was heel erg klein.” Vervolgens noemde ze de namen van een aantal meisjes en ook nog van wat jongens, waaronder dus die van Rob. Voor wat betreft die andere jongens, eentje daarvan kende ik heel goed. Dat was namelijk ene Martin van Neck. Ik moet vroeger dus  – omdat ze ruim veertig jaar na haar schooltijd mijn naam nog kende – of een heel goede of een heel slechte indruk op haar hebben gemaakt. Ik hoop het eerste maar het zal het laatste wel zijn.

Er stond bij haar reactie een kleine foto van haar, maar hoe ik mijn best ook deed, ik kon daar geen veertig jaar jonger gezicht bij plaatsen. Geen klassenfoto’s, aaargh! Voor wat betreft de namen van de meisjes die ze noemde, zeiden drie van de vier namen mij helemaal niets, maar de vierde mij des temeer. Dat was Anki. Ach Anki, in de vierde klas van de HBS was ik een tijdje heimelijk heel verliefd op haar maar durfde ik dat niet tegen haar te zeggen.

Impliciet was zij er daardoor nog een keertje verantwoordelijk voor dat ik in Parijs door zo’n stuk of tien agenten besprongen werd. Maar hoe dat zat –  cliffhanger –  daarover volgende keer meer. Tot morgen leerlingen.

 

De Rijks HBS in Deventer -2

Dit is een vervolg op de Rijks HBS in Deventer -1 

De directeur van onze school was meneer Tijdens. ‘s Morgensvroeg stond hij vaak – met zijn handen op de rug gevouwen – in de hal van de school te kijken hoe de leerlingen de school binnen stroomden. Als je te laat was, moest je een briefje halen bij de conciërge. Als je geen goed excuus had – ‘de brug was open’  of ‘het stoplicht bleef maar op rood staan’  – dan moest je voor straf drie keer om kwart voor acht komen, oftewel een kwartier eerder. Je moest je dan melden bij de conciërge.

Als je tijdens de les uit de klas werd gestuurd, dan moest je je melden in het kantoor van meneer Tijdens en daar berouwvol aan hem uitleggen waarom je de klas was uitgestuurd. Zelf ben ik gedurende mijn hele HBS-tijd, ondanks dat ik wel een druk baasje was, nooit uit de klas gestuurd. Misschien kwam dat omdat mijn vader in die tijd ook leraar aan de school was. Hij gaf handelsrekenen en boekhouden. Later werd hij directeur van de MEAO. Die school zat nog een tijdje bij de HBS in, alvorens het een eigen gebouw elders in de stad kreeg.

00000 0 hbs noodlokalen2Het noodlokaal op het schoolplein was de keet waar het kantoor van de directeur (mijn vader dus) en het secretariaat van de MEAO was gevestigd, voordat de MEAO een eigen gebouw elders kreeg.

Omdat mijn vader ook leraar was aan school, hoorde ik ook wel eens leerlingen enthousiast juichen als hij ziek was. In de hal van de school hing een groot schoolbord. Het eerste wat je deed als je op school kwam, was kijken op het bord. Op het schoolbord  – internet bestond nog niet – stond namelijk geschreven welke leraren die dag ziek waren en welke lessen uitvielen. “Yes, Van Neck ziek! Geen boekhouden vandaag!” hoorde ik dan leerlingen juichen.

Directeur Tijdens had de reputatie een beetje ouderwetse directeur te zijn, maar eigenlijk was hij vrij vooruitstrevend. Zo verscheen in 1969 de film ‘Easy Rider’ met Peter Fonda, Dennis Hopper en Jack Nicholson. De school huurde op een zaterdagochtend de bioscoop af en alle leerlingen van de derde, vierde en vijfde klas van de school mochten gratis de film gaan bekijken.

Ook gaf hij ter gelegenheid van een of ander jubileum zijn zegen aan een optreden van de groep Brainbox, met daarin Jan Akkerman die later wereldberoemd met Focus  zou worden. Ze gaven een openluchtconcert op het sportveld achter het gebouw.

00000 0 hbs achterHet sportveld waar Brainbox optrad.

De band speelde ongeloof hard. Zo hard zelfs dat mijn moeder – wij woonden in Diepenveen, zo’n vijf kilometer van school af, zelfs de muziek kon horen. Van heinde en ver kwam de plaatselijke jeugd uit Deventer en omstreken naar het concert. Bij de ingang stond al snel politie – die op advies van enkele leraren van onze school, die aangaven welke leerlingen wel en welke niet op onze school zaten –  mensen tegen hielden. Het werd een legendarisch concert.

Van een hoop leraren op onze school ben ik de naam vergeten, maar van een aantal weet ik nog hoe ze heten. Zo had je Sam Le Poole, de tekenleraar. Je mocht van hem singletjes meenemen die hij dan tijdens de les draaide. Regelmatig hoorde je dan de Beatles en de Rolling Stones door het tekenlokaal schallen. Eén keer nam iemand ‘Ich Bau Dir Ein Schloss’ van Heintje mee.  Dat draaide hij ook.  Geen probleem.

Meneer Brands gaf ‘Cultuur geschiedenis van het Christendom’. Later werd dat ‘Kennis van het Geestelijk Leven’ en kwamen ook andere godsdiensten aan de orde.

Ingenieur Stoppelenburg gaf scheikunde. Dat vak kreeg je vanaf de de derde klas. Het eerste half jaar deed je haast niets anders dan  proefjes in het prakticumlokaal. Je deed dat met zijn tweeën. Ik deed dat samen met Frits, een jongen die het jaar ervoor was blijven zitten en alle proefjes al had gedaan. Hij raffelde de proefjes dan ook af en ging daarna zelfstandig allerlei vloeistoffen mengen. Op een dag had hij per ongeluk H2S gemaakt. Niet alleen zorgde dat voor een enorme stinkende geur van rotte eieren maar het is ook nog eens gevaarlijk. Het hele lokaal  en een deel van de school werd ontruimd.

Ook een opvallend leraar was mejuffrouw van de Brink. Zij gaf geschiedenis. Ze ging eind jaren zestig – the roaring sixties – altijd gekleed in de meest kleurrijke combinaties zoals een paarse rok gecombineerd met een felgroen truitje. Niemand noemde haar overigens mevrouw van de Brink – oké, misschien haar collega’s wel. De leerlingen noemden haar allemaal ‘Kleppie’. Dit omdat ze de gewoonte had om telkens hard in de hand te klappen als ze de klas stil probeerde te krijgen.

Een speciaal iemand was onze biologieleraar meneer Sikkema. Die schreef aan het begin van het schooljaar altijd zijn  naam en bankrekeningnummer op het bord. Dit voor het geval je een hoger rapportcijfer wilde hebben dan dat je op grond van je proefwerken verdiende. Gedurende al die tijd dat ik hem als biologieleraar had, dreigde hij vanwege mijn onduidelijke handschrift om punten op mijn cijfer in mindering te brengen.  Na vier jaar gaf hij eindelijk uitvoering aan deze dreigementen. Van mijn allerlaatste proefwerk Biologie op de HBS veranderde hij als straf voor mijn slechte handschrift het cijfer 7 in een 7-min. Ai, ik was geschokt.

Nu zult u misschien zeggen, je schrijft alleen maar over leraren, niet over leerlingen. Er zaten toch ook wel leerlingen op school? Nee, dat niet. Dat was heel bijzonder, op onze school zaten alleen maar leraren, geen leerlingen. “En jij dan?”  “Oké, you’ve got me”.

De volgende keer daarom wat over mijn klasgenoten. Tot morgen leerlingen.

 

 

De Rijks HBS in Deventer -1

Van 1967 tot 1972 heb ik op de HBS in Deventer gezeten. Om toegelaten te worden tot de HBS moest je een toelatingsexamen doen. Dat was geen probleem. Ik had een tien voor rekenen en een acht voor taal, meld ik in alle bescheidenheid. (“Het ellendige van bescheidenheid is dat je er niet over kunt opscheppen.” –  Eugene A. Brown)

De HBS was een vijfjarige opleiding die je het beste kan vergelijken met het huidige Atheneum. Alleen duurde de HBS een jaar korter. Een ander verschil was dat we opmerkelijk genoeg meer vakken hadden dan het atheneum. We leerden dus minder van meer. Je koos geen vakkenpakket, maar na de derde klas werd de HBS gespitst in een HBS-A en een HBS-B. De A-kant was de talenkant, de B-kant, die ik deed, was de exacte kant.

00000 0 hbs voorzije2bDe HBS in Deventer in de jaren zestig. In de woning rechts op de foto woonde meneer Stegink, de conciërge van de school. Links zijn een paar van de vele noodlokalen te zien.

00000 0 hbs noodlokalenOp deze foto zijn de noodlokalen beter te zien. 

De HBS stond aan de Burgersdijkstraat in Deventer. De wijk ernaast was niet de meest beste buurt van Deventer, maar het snoepwinkeltje een straat verderop werd door de leerlingen in de pauze druk bezocht. De HBS is in 1980 gesloopt.

00000 0 hbs achterDe achterkant met de sportvelden waar wij gymnastiek hadden.

Bij het zoeken naar foto’s van de HBS kwam ik ook deze foto uit eind jaren zestig tegen.

00000 0 hbs auto

Het grappige is dat ik van een paar auto’s nog weet van welke leraar ze waren. Zo was de Volkswagen van meneer Jager. Deze kwam altijd aanrijden alsof hij James Bond was. Hij gedroeg zich ook als een man van de wereld, maar ja, hij gaf dan ook aardrijkskunde.

De Renault, hoe kan het ook anders, was van de leraar Frans, meneer Anciaux.  Hij draaide vaak Franse chansons van Gilbert Bécaud,  Barbara, Georges Moustaki, Jean Ferrat, Charles Aznavour en anderen in de klas, waarna hij vervolgens de teksten besprak.

Hadden we voor Frans een leraar met een Franse naam, voor Engels hadden we – alsof zijn naam zijn lot had bepaald –  meneer Smith. Nu zou je nu misschien verwachten dat we dan voor Duits iemand met een Duitse naam zouden hebben,  bijvoorbeeld Von Richthofen, maar voor dat vak hadden we mejuffrouw Kalis – oké, dat klinkt ook wel een beetje Duits.

Mejuffrouw Kalis was een wat ouder dame die het winters altijd zo koud had dat ze vaak met een jas aan in de klas zat. Ze had een merkwaardige manier om de klas stil te krijgen als deze naar haar zin te rumoerig aan het werk was. Ze sloop dan naar de deur van de klas, deed deze open en sloot deze vervolgens met een zo’n harde klap dat iedereen zich een ongeluk schrok. Ik zag dat altijd aankomen, want ik zat in mijn eentje helemaal apart in een tweepersoonsbankje bij die deur.

Dat was niet vrijwillig. Eerst zat ik met een vriendje met zijn tweeën in een tweepersoonsbankje ergens anders in de klas, maar mevrouw Kalis vond ons na een tijdje samen zo druk dat ik helemaal rechts alleen in een bankje werd gezet en mijn vriendje helemaal links. Het schooljaar er op gingen we weer ergens samen zitten, waarop mejuffrouw Kalis zei: “Wat zijn we daar aan het doen?” en ze wees onverbiddelijk naar onze oude bankjes. Had ik al verteld dat ze een strenge indruk maakte?

Dat ik bij Duits alleen in een bankje zat, had echter ook een voordeel en wel bij proefwerken. Bij proefwerken had je vaak twee versies: links en rechts. Dit om het spieken te voorkomen. En op de een of andere wijze was het altijd zo, dat als je rechts in de bank zat, de versie voor links makkelijker was en zat je links dan was juist rechts makkelijker, althans dat idee had ik altijd. Maar bij Duits zat ik alleen en dan keek ik altijd voordat ik begon welke versie mij het makkelijkste leek. Ik lette er wel op dat als ik bijvoorbeeld links had gemaakt, ik de volgende keer bij het terugkrijgen van het proefwerk in het linkerdeel van het bankje zat.

Duits was overigens niet mijn favoriete vak. Al die verschillende naamvallen en rijtjes met uitzonderingen waren niet aan mij besteed. Nu kon ik dankzij het kijken naar het Duitse voetbal en Duitse krimi’s op tv wel redelijk goed Duits verstaan, maar in de proefwerken van mejuffouw Kalis kwamen nooit woorden als ” Ecke’ (hoekschop) en ‘Fallrückzieher’ (omhaal) voor. Ook zinnetjes als “Harry, hol schon mal den Wagen” (uit Derrick) zaten niet in haar proefwerken. Wel allemaal  ‘Schwere Wörter’.

Wie auch immer (anyway; en tous cas) meer over mijn HBS-tijd volgende keer. Tot morgen leerlingen.

 

Hij die het niet verdient om hier genoemd te worden.

Ik moet iets bekennen. Ik heb me vroeger een keer schuldig gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het spijt me. Ik heb ooit iets geroepen naar een vrouw wat ik niet had moeten doen. Hoewel vrouw, het was nog maar een meisje van een jaar of veertien. Ik weet het, zo klinkt het nog erger. Ter verdediging, ik was zelf nog maar dertien jaar oud.

Het was in de zomer van 1968, een warme augustusdag. De scholen waren na de zomervakantie net weer open. Ik fietste met ‘hij die het niet verdient om hier genoemd te worden.’ – waarom hij zo heet wordt straks duidelijk –  door de stad, hoewel stad, het was Deventer. Zo’n vijftig meter voor ons uit fietsten een meisje van een jaar of veertien en een oudere vrouw, vermoedelijk haar moeder.

Opeens zei ‘hij die het niet verdient om hier genoemd te worden’: “Durf jij ‘dag schatje’ naar dat meisje te roepen?” Ik keek hem verbaasd aan.

Dat durf je niet hè” zei ‘hij die het niet verdient om hier genoemd te worden’. “Tuurlijk wel”  antwoordde ik. “maar waarom zou ik dat doen?”.Nou gewoon daarom, volgens mij durf je dat niet”

“Durf jij het wel?” Ik kaatste de bal terug. “ Ik wel hoor”, antwoordde ‘hij die het niet verdient om hier genoemd te worden’. ”Oké”, zei ik “maar dan wel samen”.  “Is goed, als we er naast fietsten, dan roepen we het allebei tegelijkertijd” zei ‘hij die het niet verdient om hier genoemd te worden’.

We verhoogden ons tempo, haalden ze in en toen we naast de moeder en dochter kwamen – ‘hij die het niet verdient om hier genoemd te worden’ aan de buitenkant; het verst weg; ik aan de binnenkant –  piepte ik met een hoog stemmetje: “Dag schatje”. ‘Hij die het niet verdient om hier genoemd te worden’ hield echter zijn mond, ging op de pedalen staan en fietste keihard door.

Het meisje en de moeder keken opzij. “Hoi Martin” zei het meisje. Het was Gisela. Ze was nieuw in onze klas. Ze was een zittenblijver en was bij ons in de klas geplaatst. Ik had haar niet herkend. “Hoi” mompelde ik met een rode kop. Ik wist niet goed wat ik zeggen moest. Ik was verbaasd dat ze mijn naam al wist. Zachtjes mompelde ik: “Tot ziens op school’ en fietste er toen snel vandoor.

00000 0 hbs voorzije2bOnze oude Rijks-H.B.S. in Deventer. Het gebouw werd in 1980 gesloopt.

Lafaard“ riep ik toen ik ‘hij die het niet verdient om hier genoemd te worden’ had ingehaald. ‘Hij die het niet verdient om hier genoemd te worden’ grijnsde slechts.

Een gemiste kans

Bij het zoeken naar de singletjes van Shocking Blue – zie gisteren – kwam ik ook mijn platenmapje tegen met mijn Beatles-singles. Ik heb een apart mapje met al mijn Beatles-singles.  De allereerste plaat die ik ooit kocht was in 1968 Hey Jude van de Beatles.

0000 beatles 0

0000 beatles 01

De voor- en achterkant van Hey Jude. Het is niet direct zo dat je zegt dat het plaatje van een oud vrouwtje is geweest die hem nooit gedraaid heeft. De hoes is een tikkeltje beschadigd.

Op de achterkant van de hoes staat het adres van de Beatles Fanclub in 1968 vermeld. Ik dacht dat zal wel een groot kantoorgebouw van de platenmaatschappij zijn. Voor de nieuwsgierigheid keek ik even op Google Earth. Wat blijkt, het is een gewoon rijtjeshuis in Leiden.

0000 beatles huis

Vanuit dit rijtjeshuis werd in 1968 de Beatles-fanclub in Nederland georganiseerd.

Mijn eerste Beatles-singletje kocht ik pas in 1968. Je kan dan ook niet zeggen dat ik er vroeg bij was. Ik ging later oude Beatles-singles verzamelen. Als ik bijvoorbeeld ergens in een platenzaak was, keek ik altijd even in de opruimingsbak om te zien of er oude Beatles-singles in lagen. Soms had ik succes en kon ik mijn collectie aanvullen.  Deze EP bijvoorbeeld – een EP was een soort singletje waar vier nummer opstonden – kocht ik tijdens een schoolreisje met de HBS in Parijs in 1970.

0000 beatles 02

Al met al heb ik een heel mapje vol. Er zitten echter geen  unieke exemplaren bij. Dat geldt niet voor mijn Beatles-lp verzameling. Zo heb ik een uniek exemplaar van The White Album .

0000 beatles wJe zal het niet zeggen maar dit is een unieke hoes. Het unieke zit hem in het nummer rechtsonder. De eerste drie miljoen exemplaren kregen een uniek nummer er in gestempeld.

0000 beatles w2

De Beatles zelf kregen de nummers 1 tot en met 4. Op een veiling bracht een aantal jaar geleden het exemplaar van Ringo Starr – hij had nummer 0000001- het lieve sommetje op van 708.000 euro. De LP met het nummer 0000005 is toen voor 19.000 euro verkocht, dit exemplaar schijnt uit de privécollectie van John Lennon te komen. Hoe lager het nummer, hoe waardevoller de hoes is. Ik heb nummer 577959. Oké, niet veel waard dus, maar wel uniek.

Ik heb ook een aantal bootlegs, dat zijn illegale opnames van concerten van de Beatles, bijvoorbeeld deze. Daar zijn er niet zo veel van.

0000 beatles

Een soortgelijk exemplaar is onlangs voor 40 dollar geveild op Catawiki. Hier word ik dus ook al niet rijk van.

Toch had ik geld kunnen verdienen met mijn Beatles-LP’s. Ik kocht mijn bootleg-exemplaren tijdens mijn studietijd altijd in een duister platenzaakje in Enschede. Op een dag halverwege de jaren zeventig vroeg de eigenaar of ik belangstelling had voor twee Amerikaanse Beatles-LP’s, die hij toevallig  via via had gekregen.

0000 beatles first

0000 beatles second

Het waren gewone lp’s uitgebracht op Capitol Records, de Amerikaanse platenmaatschappij van de Beatles. In zoverre waren ze niet uniek. In Europa werden deze platen door Parlophone uitgegeven en hadden een andere hoes. Daardoor waren deze Amerikaanse exemplaren in Nederland wel erg zeldzaam,

Omdat ik de hoes van de eerste lp waar de Beatles als slagers met al dat vlees zitten eigenlijk maar een beetje onsmakelijk vond – en ik had alle nummers al – liet ik die links liggen maar kocht ik wel die tweede, die dan ook heel toepasselijk de ‘second album’  heet.

Met de kennis van nu kunnen we dat een verkeerde keuze noemen. Ik was niet de enige die de hoes een beetje onsmakelijk vond. Dat vond de Amerikaanse platenmaatschappij kort na het uitbrengen na hernieuwd inzicht ook. Ze besloot alle exemplaren weer terug te halen en de hoes te vervangen door een ander exemplaar. Als gevolg daarvan bestaan er nog maar heel weinig exemplaren met de slagershoes.

Bezit je een exemplaar dat nog in de dichte extra  plastic verpakking zit, dan kan je die voor meer dan 100.000 euro verkopen. ‘Gewone’ exemplaren doen op veilingen bedragen van zo’n 10.000 euro. Ik zei al, met de kennis van nu, een verkeerde keus.

(Ik had in die tijd natuurlijk direct de lp uit de extra plastic verpakking gehaald want anders kan je hem niet draaien. Die handeling zou 90.000 euro “gekost” hebben.)

Misschien moet ik maar weer eens naar Enschede. Wellicht bestaat de zaak nog en als ik een beetje geluk heb ligt de LP nog in de bak met de B van Beatles.

 

 

Mariska Veres (2)

Naar aanleiding van mijn blogpost van eergisteren heb ik boven op zolder even in wat mapjes met oude singletjes zitten zoeken. Ik trof in ‘mijn platenverzameling’ zes singletjes van Shocking Blue aan, allemaal al 50 jaar of ouder.

0000 singles Shocking Blue 2

Die kunstzinnige hoes van Venus, hun nummer 1 hit in Amerika, vond ik in die tijd uiteraard (geen Mariska Veres!) helemaal niks, dit in tegenstelling tot de hoes van ‘Mighty Joe’. Alleen al vanwege de hoes – beter is: ‘vooral vanwege de hoes’; het nummer zelf, daar vond ik weinig aan – wilde je als fan van Mariska Veres dat singletje hebben. Je kon zelfs een deel van haar borsten zien en daar hoefde je niet eens veel moeite voor te doen!

0000 singles Shocking Blue 3

Erg lang ben ik overigens geen fan van Shocking Blue geweest. Op een gegeven moment vind je “echte meisjes” interessanter. Ik heb even op Wikipedia gekeken. Daar staat een stuk over Shocking Blue met daarin ook hun discografie.

0000 singles Shocking Blue

Ik zie dat mijn laatst gekochte Shocking Blue singletje ‘Shocking You’, op de foto rechtsonder; – met Mariska Veres in hotpants op de hoes;  hotpants was in 1971 even heel kort een grote rage – uit maart 1971 stamt.  Ik heb daarna behoorlijk wat singletjes gemist zo te zien.

Overigens het singletje ‘Send me a Postcard’ – linksboven op de foto, kocht ik niet op het moment dat het uitkwam (in december 1968; zo’n vroege fan was ik niet) maar een keertje later in de opruiming. De hoes stelde niet veel voor, maar ik vond het wel een goed nummer.

In die tijd kocht ik wel vaker oude singletjes voor 50 cent of zo ergens in de opruiming. In mijn platenmapjes zag ik onder andere deze zitten uit de tijd dat de Golden Earring nog dacht dat het meervoud van ‘Earring’ ‘Earrings’ was.

0000 singles golden earrings

Of neem deze plaat van BZN, met Jan Keizer maar nog zonder Annie Schilder. In die tijd speelden ze geen Volendamse palingpop maar rock ‘n roll .

0000 singles bzn

Linksboven op de hoes heb ik keurig mijn naam geschreven. Dat was omdat je van de tekenleraar op de HBS platen mee naar de les mocht nemen die hij dan tijdens het tekenen draaide. Wel je naam er op zetten!

Ik trof ook ‘Imagine’ van John Lennon aan. Toen het in oktober 1971 uitkwam, kocht ik het singletje direct.

0000 singles imagine 2

Je kan niet zeggen dat het in een spectaculaire hoes zit. Het is eigenlijk een soort retrohoes zoals je in de jaren vijftig wel vaker zag. Zie deze twee voorbeelden van ‘plaatjes’, zo noemde je in die tijd singletjes, die nog van mijn ouders zijn geweest.

0000 singles 50‘Voor één gulden per jaar ben u abonné op “gramophonehouse-nieuws”

0000 singles 50 2

Heerlijk die Apeldoornse telefoonnummers van slecht vier cijfers. (Meer dan 9999 abonnees hadden ze in die tijd (halverwege de jaren vijftig)  in Apeldoorn  blijkbaar niet.)

In mijn singletjes-collectie trof ik ook een absoluut verzamelobject aan en wel een zingende Johan Cruijff.

0000 singles cruijff

Hoewel, het woordje zingen is misschien niet het juiste woord.

Maar goed, terug naar Mariska Veres, wie haar nog een keertje Venus wil horen zingen – en vooral wil zien zingen – zie hier:

0000 singles Shocking Blue 02

 

 

 

Mariska Veres

Bij het zoeken naar wat foto’s van voetballers op Schiphol voor een mogelijk verhaal voor Hard Gras kwam ik onderstaande foto tegen van Wim van Hanegem, die in 1970 samen met het kindsterretje Wilma – ‘Zou het erg zijn lieve opa?’ – op Schiphol een gouden plaat uitreikt aan de de Haagse popgroep Shocking Blue.

000 bord 00mv 0Wim van Hanegem is de tweede van links.  Foto Joost Evers; Nationaal Archief, Anefo

Shocking Blue was de eerste Nederlandse groep die – met het nummer Venus – de eerste plaats van de Amerikaanse Bilboard top 100 haalde.

000 bord 00mvDe man bovenaan de foto is overigens geen lid van de groep, maar is Albert Mol.

000 bord 00a17 februari 1970: Haagse beatgroep Shocking Blue krijgt “zilveren penning van verdiensten” van Den Haag van wethouder van onderwijs H. J. Bilzen . Shocking Blue , Bilzen (r)’ , aldus de  beschrijving van deze foto in het Nationaal Archief; foto Rob Mieremet

Ik was in 1970 fan van Shocking Blue, niet zo zeer vanwege hun muziek maar vanwege Mariska Veres, de zangeres van de groep.  Ik had posters van haar aan de muur van mijn jongenskamer hangen. Bij het blad ‘Popfoto’ zat in die tijd regelmatig een grote poster van Shocking Blue. Het mooiste was als ze op de foto aan de zijkant stond. Dan kon je die jongens er af knippen.

Als 14-jarig jongetje was ik hevig verliefd op haar. Ze had rondingen – ronde dingen zeiden wij in die tijd; wisten wij veel –  die de meisjes in onze klas nog lang niet hadden en vooral dat schitterende lange zwarte haar vond ik prachtig.

000 bord 00mv 1000 bord 00mv 2

En nu verplaatsen we ons even in de tijd. Ruim veertig jaar later spreek ik in de pauze van een cursus iemand die in die tijd bij de groep betrokken was. Uiteraard komt het gesprek op Mariska Veres. We hebben het over dat lange zwarte haar en opeens zegt hij “Weet je dat dat een pruik was”. Wat? Echt waar? Ik kan het nauwelijks geloven.

Thuis gekomen ga ik googlelen. Ik kom een interview met haar tegen uit het begin van deze eeuw. Ze is erg dik geworden en heeft nu kort krullend haar. De interviewer stelt de vraag “Waar is dat lange haar van vroeger gebleven?” waarop ze antwoordt “Dat ligt in de kast. Dat was een pruik.” “Daar valt een jongensdroom in duigen. Ze komt in het interview wel erg sympathiek over. Zie je wel, het gaat om het karakter.

In november 2006 wordt er bij haar galblaaskanker vastgesteld. Drie weken later overlijdt ze al. Ze is slechts 59 jaar oud geworden.  Op haar Wikipediapagina lees ik:  “Op 29 augustus 2020 werd op een transformatorhuisje aan het Prins Hendrikplein in het Zeeheldenkwartier in Den Haag door burgemeester Jan van Zanen een muurschildering onthuld met Mariska’s portret, gemaakt door de Haagse Street art kunstenaar Beyond.”

Het Zeeheldenkwartier in Den Haag, daar heb ik ook gewoond. Ik moet er maar eens het transformatorhuisje gaan bekijken. Kijken of ze er met dat sluike zwarte haar op staat afgebeeld.

Ik denk het wel, al is het op Google Earth niet goed te zien. Google Earth heeft haar gezicht namelijk geblurd.

000 bord 00o

 

De beste manier om Monopoly te spelen

In mijn jeugd speelde ik vaak Monopoly. Voordat we begonnen hadden we soms al ruzie en wel over hoe de vraag hoe je de naam van het spel uitsprak. Ik zei keurig zoals het hoort ‘mo-no-polie’, maar ik had een vriendje die sprak het altijd uit als ‘mon-nop-pelie’, met de klemtoon op ‘nop’.  Helemaal fout natuurlijk. Hij won het spel dan ook haast nooit. Hoe kan je het spel ook winnen als je niet eens weet hoe je de naam moet uitspreken?

0000 monopo;y 3

Monopolie is een kwestie van geluk (de dobbelstenen), tactiek (welke straten probeer je te pakken te krijgen) en onderhandelings-vaardigheid. In dat laatste aspect was bijvoorbeeld het mon-nop-pelie’  vriendje heel slecht. “Als jij mij nou Vreeburg geef, dan krijg je van mij Electriciteitsbedrijf plus 100 gulden. Als je het niet doet, is het spel helemaal dood.” sprak ik met een zielig gezicht, waarop hij dan met een blij gezicht Vreeburg aan mij gaf. Geen idee wat er later van hem geworden is. Hij is vast sociaal werker of zoiets geworden.

De geluksfactor wordt gevormd door de twee dobbelstenen (en de Kans en Algemeen Fonds kaartjes die je trekt) . Met twee dobbelstenen is  de kans het grootst dat je zeven bij elkaar gooit.

0000 monopo;y 4

Van de zesendertig mogelijke uitkomsten geven er immers zes (1-6; 2-5; 3-4; 4-3; 5-2 en 6-1) zeven als uitkomst oftewel de kans dat je een zeven gooit is 6/36 *100% = 17%. Daarna volgen de kansen op een zes of op een acht, die zijn beide 14%. De kans dat je een twee (een dubbele één) of een twaalf (een dubbele zes) gooit is maar 3%.

De kans dat je tien gooit is 8%; altijd handig om te weten als je in de gevangenis zit en je hoopt in één keer op Vrij Parkeren – tien vakjes verderop – uit te komen  (de kans dat dit met dubbel vijf lukt is 3%).  Wij speelden altijd met de niet-officiële regel dat alle boetes in de pot kwamen en de pot was voor degene die op Vrij Parkeren kwam.

Voor wat betreft de tactiek hadden wij al snel door dat Utrecht en Groningen goede steden waren om te hebben en dat Amsterdam weliswaar leuk was om te hebben, maar dat het een dure stad was om huizen en hotels op te zetten en er kwamen ook nog eens weinig mensen op.

Even tussen haakjes, ik gebruik hier de straten- en steden-benamingen van de oer-Hollandse versie.  Je hebt tegenwoordig allerlei versies. Zelf hebben wij twee versies. Een oude Hollandse versie die van Marianne was – op de deksel daarvan heeft ze  tien keer haar naam geschreven, opdat haar jongere zusje niet zou denken dat het spel van haar was – en een ‘National Parks’ versie die we een keer op vakantie in Amerika hebben gekocht.

0000 monopo;y 5

Om je kansen te vergroten, kan je allerlei statische analyses maken. Zo kan je de kans uitrekenen dat je op een bepaalde straat komt. Stel je staat bij voorbeeld op Start en je bent aan de beurt, wat is dan de kans dat je tijdens je beurt op Brink, Ons Dorp belandt? Daarvoor moet je drie groeien. Die kans is 6%. Stel nou dat je niet op Start staat, maar op Dorpsstraat, Ons Dorp, wat is dan de kans dat je op Brink belandt? Dan moet je twee gooien en zoals boven al opgemerkt is die kans maar 3%.

Echter, er is nog een manier om in één beurt van Dorpsstraat naar Brink te komen: dan moet je eerst een dubbele drie gooien, waardoor je op Kans belandt. Dan moet je hopen dat je een goede kaartje trekt, zoals ‘Ga naar de Kalverstraat’ of ‘Ga naar Start’. Omdat je dubbel had gegooid, is je beurt nog niet voorbij en dan heb je nog een kans om dan vanaf de Kalverstraat of Start op Brink te belanden. Hoe groot de kans is dat je zo’n Kans-kaart trekt, hangt af van af welke Kans-kaartjes al getrokken zijn. Ook zijn er nog een paar andere routes mogelijk (bijvoorbeeld  dubbel drie -> Kans -> Ga naar Heerestraat -> dubbele zes -> zeven) om in één beurt vanaf Dorpsstraat op Brink te komen.) Hoe groot die kans is, weet ik niet. Niet zo groot denk ik, maar het is me veel te ingewikkeld om het uit te rekenen.

We gaan weer een vakje verder. Stel nu dat je op het Algemeen Fonds vakje vlak voor Brink staat. Dan is de kans dat je op de Brink belandt nul. Eén kan je niet gooien en de route via Kans verderop is ook uitgesloten, want om daar op te komen moet je vijf gooien en dat is geen dubbele en is je beurt afgelopen. Zo kan je voor elk vakje uitrekenen wat de kans is dat je op een bepaald vakje belandt. Daar kan je dan een groot wiskundig model van maken en met behulp ban lineaire programmering en Markov-ketens kan je uitrekenen hoe vaak mensen procentueel gezien op een bepaald vakje komen. Ik zal u de wiskundige formules achter het model besparen, vooral omdat ik er zelf ook niets van snap.

Twee mensen,  Hannah Fry en Thomas Oléron-Evans van het University College London, snappen die formules wel en hebben uitgerekend welke vakjes van het monopolybord het vaakst worden bezocht. Het vakje wat het vaakst wordt aangedaan (6%) is het vakje van de Gevangenis, of als bezoeker (2%) of als bajesklant (4%). Heel verwonderlijk is dat niet, immers je kan het gewoon bezoeken maar je kan ook op meerdere manieren in de gevangenis terecht komen, zoals via het politieagentvakje, via een Kans- of een Algemeen fonds-kaart of door drie keer dubbel te gooien in één beurt.

0000 monopo;y 1

De straat die het minst wordt aangedaan is de Leidsestraat (2,17%). Ook dat is wel te verklaren, want die straat kan je namelijk niet bereiken door zeven, het meest gegooide getal, te gooien. Immers zeven vakjes terug staat de politieagent die je naar de gevangenis stuurt en je kan dus niet op dat vakje staan.

Al met al is de Heerestraat in Groningen (3,17%) het vakje wat het vaakst wordt aangedaan, gevolgd door Station Noord (3,04%) en Vreeburg, Utrecht met 2,99%.  Als je vervolgens rekening houdt met de prijzen van huizen en een hotel, dan kan je het beste, als je maar met één tegenspeler te maken hebt, gaan voor Arnhem en Utrecht. Heb je  twee of drie tegenspelers probeer dan Utrecht en Groningen te krijgen en zijn het er vier of meer dan Rotterdam.

Ook schijnt het het beste te zijn om maar drie huizen op een straat te zetten. Pas als je al rijk bent, dan kan je dit uitbouwen naar hotels.

In dit YouTubefilmpje uit 2016 legt  Hannah Fry het allemaal uit.

0000 monopo;y 6

Dat Utrecht en Groningen goede steden waren om te hebben, wisten wij als kind zonder modellen ook al. Wij probeerden dan ook altijd zo snel mogelijk deze steden te krijgen en er huizen op te zetten. Een huis op een straat hebben, kan echter ook nadelen hebben. Er zijn namelijk twee Kanskaarten die je een huizenbelasting opleggen. Die moet je dus niet treffen,

0000 monopo;y 0

Nu was het zo dat bij ons vroeger , we die huizen-kaarten konden herkennen. Er zat een plakbandje omheen. Mijn oudste broer was een keer zo kwaad toen hij voor de tweede keer in het spel  een dergelijke kaart trok, dat hij ze allebei door midden scheurde. Mijn moeder was daar niet blij mee. Ze heeft de delen nog aan elkaar geplakt, maar door de plakbandjes kon je precies zien of ze boven op de stapel lagen. Trok je dus de Algemeen Fondskaart “Betaal ƒ 10 boete of neem een Kanskaart’ en op de Kanskaartstapel lag een kaartje met een plakbandje er op, dan was de keuze makkelijk. Tien gulden boete.

De kranten over mijn geboorte

Ik dacht ik zal eens even kijken wat er 65 jaar geleden in de kranten en tijdschriften over mijn geboorte werd geschreven. (Tussen haakjes, ik  ben niet  op 12 oktober maar op 30 juli geboren; ik loop wel vaker wat achter met het nieuws.)

Maar helaas, als ik op de naam ‘Van Neck” en ‘1955’ zoek in Delpher (dat is een krantenarchiefsite), dan tref ik geen enkel bericht over mijn geboorte aan. Dat is triest. Het enige nieuwsbericht wat ik omstreeks mijn geboortedatum in de kranten zie staan – en waar de naam ‘Van Neck’ in voorkomt – is een bericht uit ‘Waar bevinden de zeeschepen zich?’

De ‘Van Neck’  ligt op dat moment in Bombay in India. (Deze Van Neck lag op dat moment in een wieg in Apeldoorn.)

00000000 van neck

Ook zie ik dat een zekere Van Neck op 25 september 1955 voor Borne een hattrick heeft gemaakt in een voetbalwedstrijd tegen het altijd lastige KHC uit Kampen.

00000000 a borne

Maar ja, ik was toen nog maar twee maanden oud. Dat zal ik dus wel niet zijn geweest.

Het meest opmerkelijke bericht met de naam ‘Van Neck’  rond juli 1955 is een ANP-nieuwsbericht  van 2 juli 1955. Het gaat over de ‘Nationale vijfkamp’

00000000 a apeldoorn

De eerste plaats bij de motorrijders was voor wachtmeester Van Neck van de koninklijke marechaussee uit Apeldoorn, Hij behaalde veertien punten.‘ en  ‘De corpsprijs in de groep motorrijders was evenals vorig jaar voor de equipe opperwachtmeester Edenburg en wachtmeester Van Neck van het depot marechaussee in Apeldoorn.’

Weliswaar is het een bericht van vier weken voor mijn geboorte, maar niet alleen de naam ‘Van Neck’ komt er in voor maar ook de plaatsnaam ‘Apeldoorn’! In die plaats ben ik geboren. Wie is die wachtmeester Van Neck? Niet mijn vader, die was leraar boekhouden op een MULO in Apeldoorn in die tijd.

(Ook een mooie zin in het ANP-bericht: ‘Bij het handgranaatwerpen was de groepsprijs voor de mariniers‘; Ik ben wel nieuwsgierig hoe die wedstrijd ging. Gooiden de deelnemende groepen handgranaten naar elkaar?)

Enfin, niks dus in de kranten over mijn geboorte. U moet dus maar van mij aannemen dat ik echt op 30 juli 1955 in Apeldoorn ben geboren.

00000000 a MArtin