Bloemen die bloeien

Uit de serie ‘Bloemen die bloeien’: de Allium, gezien langs de Vliet in Voorburg.

0000000000 00000 allium0

0000000000 00000 allium

0000000000 00000 allium 4

0000000000 00000 allium 6

0000000000 00000 allium 3

0000000000 00000 allium 2

Volgende keer een aflevering uit de serie: ‘Bloemen die niet bloeien’.

p.s. Alle foto’s zijn van Marianne, behalve de een-na-laatste, die heb ik genomen. Die is gelijk ook wat minder.

Zonsverduistering

Gisteren was er een gedeeltelijke zonsverduistering te zien. Nu zijn wij ervaringsdeskundigen op het gebied van zonsverduisteringen. Zie hier uw expert aan het werk tijdens de volledige zonsverduistering in 2017.

0000000000 00000 zom0

Dit was tijdens onze vakantie in Amerika. Voor een verslag van die dag zie hier.)

Nu is het volgen van een zonsverduistering zwaar werk, maar ik heb me er weer toe laten verleiden. Alles voor de wetenschap immers. Na enig zoeken vond ik de brilletjes terug uit 2017 en konden we de zonsverduistering professioneel bekijken.

Door de brilletjes voor de camera te houden slaagde Marianne er in om het een en ander vast te leggen.

0000000000 00000 zom

Nu was de zonsverduistering geen verrassing. Zo had netbeheerder Tennet extra electriciteit ingekocht, omdat de opbrengst van zonnepanelen gedurende de zonsverduistering terug zou lopen.

0000000000 00000 stroom

Dat leek ons wat overdreven want er schuift toch ook wel eens een wolkje voor de zon, maar volgens Tennet zou de zonsverduistering voor een tijdelijke stroomuitval kunnen zorgen.

Door de verduistering valt in korte tijd echter een aanzienlijk deel van het zonlicht weg, juist op een moment van de dag dat het elektriciteitsverbruik toeneemt. “Als het donderdag een zonnige dag is, kan er een kortstondige dip van 800 megawatt komen. Dat is meer dan het stroomverbruik in Amsterdam”, legt een woordvoerder van TenneT uit. “Als je dat niet opvangt, kan dat zorgen voor kortsluiting en dus een tijdelijke stroomuitval.”

Op een grafiek van het weerstation Beerse is het effect van de zonsverduistering inderdaad terug te zien op de zonnestralingsensor.

0000000000 00000 zom3

Anyway, wij zelf hebben weinig energie verspeeld met de zonsverduistering.

0000000000 00000 zom2

Hoogtevrees

Vorig jaar verscheen op Imgur deze afbeelding: ‘Lunch Atop a Skyscraper: Social Distancing Edition‘.

0000000000 0000hv2mup soc distance

Waarschijnlijk kent u het origineel wel.

0000000000 0000hv timeVoor meer informatie over de foto en over het werk aan de wolkenkrabbers, klik op de afbeelding van bovenstaand filmpje van Time.

De originele foto verscheen samen met enkele andere foto’s voor het eerst op 2 oktober 1932 in ‘the New York Herald Tribune’. De foto is genomen tijdens de bouw van het Rockefeller Center. De arbeiders aten hun lunch gezeten op een stalen balk op de 63e verdieping van het gebouw in aanbouw. Op de achtergrond is het Central Park te zien. De foto was direct populair en geldt als iconisch.

Hoewel de mannen op de orinele foto echte werklui zijn, was de foto wel geënsceneerd. Er waren die dag drie fotografen  aan het werk om promotiefoto’s van de bouw te maken. Onbekend is wie van de drie de foto heeft gemaakt, vermoedelijk was het ene Charles Ebbets, maar helemaal zeker is dit niet. Je moest als fotograaf overigens wel over de nodige stalen zenuwen beschikken. Zie hier uit het zelfde Time-filmpje één van de drie fotografen aan het werk.

0000000000 00000 foto

Als arbeider moest je beslist geen last van hoogtevrees hebben om er tijdens de bouw te werken. Je werkte zonder veiligheidslijnen. Het was gevaarlijk werk. Wel betaalde het goed. Zoals John Rasenberger, schrijver van ‘High Steel: The Daring Men Who Built the World’s Greatest Skyline’  schreef: “The pay was good. The thing was, you had to be willing to die.”

Regelmatig viel er iemand naar beneden, naar verluidt kwam er in die tijd elke week wel iemand om het leven bij de bouw van de wolkenkrabbers in New York. Tot zover New York en het jaar 1932. Nu maken we even een sprongetje in de tijd en locatie.

Van de ‘Lunch Atop a Skyscraper’ is het namelijk maar een kleine stap naar Bas Kuipers, voetballer bij mijn clubje Go Ahead Eagles. Oké, dat verdient wellicht enige toelichting. Bas Kuipers deed dit seizoen mee aan een promotiecampagne van de bibliotheek in Deventer om schoolkinderen weer / meer aan het lezen te krijgen. Zie deze tweet.

0000000000 00000 bas

De campagne is geëvalueerd. Dankzij de actie ‘Scoor een Boek!’ werden er door de 500 deelnemende basisschoolkinderen liefst 1.964 meer boeken gelezen. Dat is vier boeken per kind meer. Mooi resultaat met dank aan Bas Kuipers.

Juist ja, mooie actie zult u misschien zeggen maar wat is nu het verband met die arbeiders? Daartoe moet  u even goed naar het plaatje op het twitterbericht kijken.  Dan kan u zien dat het linkerboek dat Bas Kuipers vasthoudt een boek over ruimtevaart is. Bas Kuipers is het neefje van André Kuipers, de ruimtevaarder. In één van de promotiefilmpjes om het lezen te bevorderen, vraagt één van de scholieren of Bas net zoals zijn oom ook niet graag de ruimte in wil. Ja, dat zou hij wel willen, antwoordt hij, alleen hij heeft last van hoogtevrees. Voila, zie hier het verband: hoogtevrees

Maar hoogtevrees is te overwinnen. Dat bewees Bas tijdens de laatste competitiewedstrijd van Go Ahead Eagles, uit tegen Excelsior, toen hij heel hoog de lucht in sprong en de winnende goal binnen kopte, waardoor wij promoveerden. Wij supporters zweven nog steeds hoog in de lucht.  Volgend seizoen spelen we op het hoogste niveau! Als dat maar goed gaat met Bas zijn hoogtevrees.

Herman Stok

Je kan je maar beter niet door de Volkskrant laten interviewen. Herman Stok deed het wel en zie, twee weken later is hij dood.  Oké, hij was al 93 jaar oud, stokoud zou je bijna zeggen ware het niet dat dit een te flauwe woordspeling is.

Wie het mooie interview wil na lezen kan hier terecht.  Herman Stok was homoseksueel. Hij was liefst bijna zeventig jaar samen met zijn partner Kees van Maasdam.  In het interview staat een mooi stukje over het begin van hun relatie. Weet hierbij dat Herman Stok nog niet aan zijn ouders had verteld dat hij homoseksueel was.

Na veertien dagen nam Herman hem een keer mee naar huis. ‘Thuis wisten ze van niks. Ik zei tegen mijn moeder: ‘Hij heeft geen kosthuis meer en waarom zou je niet een gedeelte van mijn troep verhuren.’ Ik had een zolderkamertje en daarvoor stond een tweepersoonsbed. Het was zo vlak na de oorlog geen vetpot en dat hebben ze toen gedaan. Elke morgen werden we door mijn vader gewekt om half zeven. Ik weet dat mijn moeder een keer zei: ‘Herman, ik wilde dat jij net zo netjes sliep als Kees. Zijn bed hoef ik alleen maar recht te trekken’. Geen wonder, hij lag er nooit in.’

Ik herinner me Herman Stok nog van vroeger van het programma Top of Flop. Kleine Martin keek dit wel eens samen met zijn ouders. Het grootste gedeelte van de uitzending bestond uit beelden van het publiek dat luisterde naar een plaatje dat werd gedraaid, waarna een deskundige jury voorspelde of het plaatje een succes zou worden of niet. Staakten de stemmen dat mocht het publiek beslissen.

0000000000 000hstok2

flopEen toeter betekende een flop.

Niet altijd voorzag de jury het goed. Zo voorspelden alle vier de juryleden dat ‘I want to hold your hand‘ van de Beatles beslist een flop zou worden. De geschiedenis leerde anders.

Herman Stok werd mede door dit programma razend populair. Er reed zelfs een keer een  speciale Discobal-trein.’

0000000000 000hstokHerman Stok is de staande man, tweede van rechts. Bijschrift foto: ’10 augustus 1965; Discobal in de trein Amsterdam Zwolle, Herman Stok te midden van de tieners’; foto Ron Kroon; Nationaal Archief

Maar goed, hij is dus overleden. Weer iemand uit mijn prille jeugd. Zie hier een mooi tv-portret over hem.

Overigens, ik laat me voorlopig niet door de Volkskrant interviewen. Niet voordat ik mijn streefleeftijd van 123 jaar heb bereikt.

Een rode ferrari

Gisteren  fietste ik op het fietspad langs de A44 tussen Den Haag en Wassenaar. Naast me op de snelweg reed een rode Ferrari zonder deksel. (“Kijk oom Martin, een auto zonder deksel”, zei mijn nichtje ooit eens toen we al fietsende een cabrio zagen rijden.  Sindsdien heb ik de neiging om elke cabrio een auto zonder deksel te noemen.)

0000000000 0f2Deze auto is weliswaar rood en heeft geen deksel, maar het is geen Ferrari, het is een Fiat 500. (Foto John Lloyd)

0000000000 0fDit is wel een Ferrari.  Om misverstanden te voorkomen, de rode auto is de Ferrari. (Foto Vetatur Fumare)

Nu was het opvallende dat ik even snel fietste als de rode Ferrari reed. En dan had ik ook nog eens last van tegenwind en een tegenvallende conditie. Oké, de Ferrari had last van een file, maar toch.

Ik fiets even snel als een rode Ferrari!

 

Oplichterij via de telefoon

Ik wil u even waarschuwen voor de griep, de flu op zijn Engels,  specifiek voor een flu-bot. Zo worden sms-berichten genoemd die momenteel rondgaan en waarin wordt gemeld dat er een pakket naar je onderweg is. Je kan de verzendstatus van het pakket opvragen via een link. Als je op de link klikt – NIET DOEN DUS – dan wordt je verzocht een app te installeren  – HELEMAAL NIET DOEN DUS – om het pakket te volgen.

Veel Nederlanders zijn afgelopen week in deze valse sms getrapt waardoor er kwaadaardige software op hun telefoon is komen te staan. Het ministerie van Economische Zaken waarschuwt er inmiddels ook voor.

0000000000 000

Dit soort berichtjes – die van de oplichters; niet die van het Ministerie van Economische Zaken – worden al jaren door criminelen verstuurd om gegevens te ontfutselen. Die software kan onder andere sms’jes versturen zonder dat de gebruiker het weet – jouw telefoon verspreidt dan de malware verder –  het kan persoonsgegevens stelen en meekijken in je bankapps, waardoor de oplichters je inloggegevens van je bankrekening kunnen zien en/of betalingsopdrachten kunnen veranderen c.q. versturen.  Betaalvereniging Nederland zegt dat eind vorige week in 24 uur tijd  duizenden telefoons met succes zijn besmet en dat er iedere dag weer nieuwe gevallen bij komen. Uitkijken dus.

Mocht je er ingetrapt zijn en de app geïnstalleerd hebben – NOOIT ZO MAAR OP EEN LINK KLIKKEN IN EEN SMS’JE – dan moet je je toestel terug zetten naar de fabrieksinstellingen. Dit is de enige manier om van de infectie af te komen, ook al ben je dan al  je foto’s, video’s, berichten en contacten kwijt (regelmatig een back-up maken dus.)

Tot zoverre het educatieve deel van dit stukje over fraude via de telefoon, nu een vrolijk voorbeeld. Een andere fraudemethodiek die oplichters gebruiken is het sturen van een what’s-berichtje van een een “zoon” of “dochter” aan zijn ouders waarin staat dat zijn mobiel kapot is of kwijt is en dat hij nu even een ander nummer heeft. En door al het gedoe kan hij of zij niet een dringende betaling doen en of pa of ma zo vriendelijk wil zijn dat geld even voor te schieten. Ene Rien Post ontving ook zo’n ‘hoi pap dit is me nieuwe nummer’ berichtje en begon een discussie waarvan hij de screen-afbeeldingen op twitter plaatste.

0000000000 0

0000000000 1 0000000000 2 0000000000 3 0000000000 4

Alleen  dat wanhopige ‘is mama in de buurt?‘ van de oplichter is al schitterend. Maar goed, trap dus ook niet in betalingsverzoeken van zonen en dochters die opeens hun telefoon kwijt zijn.

Een korte blogpost

De Franse wetenschapper en filosoof Blaisse Pascal – hij is één van de mensen die voorkomen in mijn serie de mensen achter de computer; zie hier zijn portret –  schreef in 1657 eens aan een vriend: “Je n’ai fait celle-ci plus longue parce que je n’ai pas eu le loisir de la faire plus courte.” Voor het geval uw Frans net zo goed is als dat van mij, de (vrije) vertaling luidt: “Ik schrijf je een lange brief, want ik heb geen tijd voor een korte.” 

Hij wilde hiermee zeggen dat het kort en krachtig formuleren van iets vaak veel meer tijd kost dan wat voor je uit schrijven. Deze gedachte volgend: “Ik schrijf vandaag een korte blogpost want ik heb geen tijd voor een lange.” Oké, het is toch niet helemaal hetzelfde.

Maar goed, vandaag vier berichten die ik onlangs op twitter zag. Twee taalzaken, één levensles en één bericht waar ik heel hard om moest lachen.

Uit de categorie taalzaken

000000000 00s3cc

000000000 00s6

Uit de categorie ‘Levenslessen’.

000000000 00s5

Tot slot uit de categorie: Gewoon leuk.

000000000 00s4

Het Eurovisie Songfestival (3)

Wist u dat het Eurovisie Songfestival dit jaar in Rotterdam is gehouden? Jazeker! U ziet, dit blog doet ook aan nieuwsvoorziening. Voor het geval u het gemist heeft, hierbij in drie tweets een korte samenvatting van het festival.

000000000 00s1

000000000 00s2

000000000 00s3

Het mooiste liedje vonden wij – and this complete the results of the Dutch jury-  de inzending van Frankrijk. Die hadden een kleindochter van Edith Piaf en Jacques Brel gestuurd. Kon echt mooi zingen.

000000000 00s34(Op de afbeelding klikken om het filmpje op YouTube te zien.)

Het festival was verder vooral een visueel spektakel. Kijk maar eens naar het tussennummer van Davina Michelle – ‘The Power of Water’ tijdens de eerste halve finale.

000000000 00s11(Op de afbeelding klikken om het filmpje op YouTube te zien.)

Italië won het festival. Het was nou niet direct een liedje dat je lekker mee zingt. Maar ze zongen het wel enthousiast zullen we maar zeggen.

De beide dochters, woonachtig in Rotterdam – daar werd het songfestival gehouden; wist u dat?  – bezochten op maandagavond het festival. Dat was de juryavond van de eerste halve finale. Ze vonden het prachtig.

Ikzelf heb het songfestival niet bezocht, maar omdat ik zowel in 2018  als in 2019 een blogpost heb geschreven over het songfestival wordt ik in die kringen wel gezien en gevreesd als een echte influencer. Douze points.

Zo, nu weet u weer alles over het festival van dit jaar, dat deze keer in Rotterdam werd gehouden.

Drukte op Mars

Na het Amerikaanse karretje is er ook nu een Chinees karretje op Mars geland. Dat laatste staat nog stil maar dat van de Amerikanen is al gaan rijden. Het karretje twittert er onderweg vrolijk op los.

000000000 mars

Wat ik me nu afvraag, kijkt de camera hier voorwaarts of achterwaarts? In het eerste geval ben ik wel nieuwsgierig wie hier eerder was…..

Een grote ijsplaat (3)

Er is weer eens een groot stuk ijs van Antarctica afgebroken. Begin maart gebeurde dat ook al een keer. De grootte van die ijsplaat werd toen in de media met een ratjetoe van steden, provincies en landen vergeleken. Ik heb daar twee keer overgeschreven (zie hier en hier).

Ook nu zie je weer allerlei verschillende vergelijkingen: Parool: ‘Een gigantische ijsberg, die bijna net zo groot is als de provincies Friesland en Groningen bij elkaar, is afgescheurd van Antarctica‘;  BNN-VARA- Vroege Vogels: ‘ietwat kleiner dan de provincie Noord-Brabant’;  NRC: ‘IJsberg groter dan Mallorca breekt af van Antarctica’

Deze nieuwe ijsplaat is nog een graadje groter dan die van maart, namelijk 4320 vierkante kilometer. Het is daarmee niet alleen werelds grootste ijsberg – Titanic, here I come –  maar ook de plek waar hij is losgebroken is heel bijzonder, vlak onder Mallorca! Zie de satellietfoto die de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA heeft gemaakt.

000000000 01ijsbergBron: ESA

Dat wordt een koude zomer op Mallorca!

Opnieuw kwaad

Hebt u dat ook wel eens? Dat u aan iets uit het verleden denkt en dat u dan opnieuw kwaad wordt op iets of iemand?

Zo kan mijn vrouw Marianne weer boos worden op de bibliothecaresse van Uithuizen van vijftig jaar geleden. Ze was toen 10 jaar oud – mijn vrouw; niet de bibliothecaresse. De bibliotheek van Uithuizen was twee middagen per week open, op dinsdag en op vrijdag. Je mocht twee leesboeken per dag lenen.

Tijdens een vakantie leende Marianne twee boeken. Thuisgekomen begon het fanatieke kind direct fanatiek te lezen – dat is twee keer fanatiek in één zin; drie keer nu al; kunt u na gaan wat een fanatieke lezer ze was; oké, vier keer fanatiek nu al; herstel vijf keer. (Ik zou zo oneindig door kunnen gaan met het woordje fanatiek; zes keer dus nu.)

Al snel had Marianne allebei de boeken uit. Ze bracht de twee boeken dezelfde middag terug en zocht vervolgens twee nieuwe boeken uit. Maar van de bibliothecaresse kreeg ze die boeken niet mee naar huis. Ze had die dag al twee boeken geleend zei de bibliothecaresse en dat was toch echt het maximum. Mijn vrouw wordt elke keer weer kwaad als ze er over vertelt.

00000000 03Goed nieuws voor de huidige lezertjes. Sinds 2020 is de bibliotheek nu ook op woensdagmiddag open.

Ik heb zoiets ook, dat ik weer kwaad kan worden op iemand van meer dan vijftig jaar geleden. In mijn geval betreft het mijn leraar wiskunde uit de derde klas van de HBS. Ik was heel goed in wiskunde. Ik begreep de stof altijd meteen, maakte het huiswerk in no-time en voor proefwerken oefende ik nooit. Ik kon het toch wel.

We kregen drie keer per schooljaar een rapport. Voor wiskunde werd elk rapportcijfer vastgesteld aan de hand van het gemiddelde van twee proefwerken. Ik had dat jaar het volgende rijtje cijfers: Voor het eerste rapport een 9 en een 10; voor het tweede rapport een 9 en en 2, en voor het derde rapport een 9,5 en een 10.

Wat onmiddellijk opvalt in dit rijtje is die ene 2. Geen idee meer waarom dat was. Misschien was ik die dag niet lekker of zo. Het paste totaal niet bij mij. Anyway, die eerste 9 en 10 leverden mij op het eerste rapport een 9 op. Die 2 en de 9 gaven bij tweede rapport het cijfer 6 -. (We kregen altijd alleen hele cijfers op het rapport, behalve als je een 5,5 stond. Als de leraar toekomst zag voor je,  dan kreeg je een 6 min.) Zelf had de leraar geen toekomst meer op school. Het was zijn laatste jaar. Hij zou na afloop van het schooljaar met pensioen gaan. In onze ogen was hij stokoud. Waarschijnlijk had hij nog meegemaakt hoe Pythagoras de stelling van Pythagoras  had ontdekt.

Bij het derde rapport hoopte ik dat de leraar mijn 9,5 en 10 naar boven zou afronden tot een 10. Maar toen hij in de klas de rapportcijfers ging voorlezen, zei hij toen hij  bij naam kwam “Martin van Neck, een acht.”

Wat? Huh? Dat moest een vergissing zijn. Na afloop van de les liep ik naar hem toe. “Meneer, ik neem aan dat u zich heeft vergist. Ik had een 9,5 en een 10,. Dan krijg ik toch een 9 of een 10?”  Hij keek in zijn boekje. “Ja, maar op je vorig rapport had je een 6 min en ik vind de stap van een 6 min naar een 9 te groot“.  Ik was verbijsterd. “Andersom doet u het wel.” stamelde ik. Dat was anders, vond hij.

Uiteindelijk kreeg ik na heel veel soebatten, waarbij ik onder andere dreigde naar de directeur te stappen – zo kwaad was ik –  toch nog een negen. En dat alleen nog maar omdat het zijn laatste jaar op school was, zei hij. Ik kan er nog kwaad om worden.

Die en dat

Gisteren was er het interview van Mathijs van Nieuwkerk met Koningin Máxima.

00000000 01

Hoewel Máxima tegenwoordig goed Nederlands spreekt, viel het me op dat ze na ruim twintig jaar in Nederland nog steeds niet het onderscheid weet tussen het gebruik van ‘die’ en ‘dat’. Zo had ze het over ‘die gevoel’.

00000000 max

Nu ben ik de laatste om hier iets van te zeggen – ik maak om de drie woorden een taalfout en spreek geen woord Spaans; zij wel – maar toch, omdat ik uit zeer betrouwbare bron – die ik uiteraard niet zal verklappen; dat heb ik Willem-Alexander beloofd – weet dat Máxima altijd dit blog leest, hierbij met een schalkse knipoog (un guiño travieso) een link naar ‘Onze Taal’ waar het gebruik van ‘deze’, ‘die’, ‘dit’ en ‘dat’ nog eens wordt uitgelegd.

00000000 02

Maar majesteit als u zegt “Hou eens op met die gezeur.” dan heeft u volkomen gelijk.

 

Promoveren

In 1964 zag ik als klein jongetje voor het eerst een wedstrijd van Go Ahead – zoals Go Ahead Eagles toen nog heette. We woonden op dat moment in Apeldoorn en samen met mijn vader en mijn broertje Harry gingen we in die tijd elke veertien dagen naar AGOVV. Deze Apeldoornse club  – tegenwoordig spelen ze bij de amateurs -speelde in de tweede divisie.

00000000 agovv1947; AGOVV – Go Ahead  (dit was ietsjes voor mijn tijd).

In 1963 promoveerde Go Ahead uit het 20 kilometer verderop gelegen Deventer voor het eerst in haar bestaan naar de eredivisie en omdat mijn vader ook wel eens clubs als Ajax en Feyenoord wilde zien voetballen, reed hij af en toe met ons op zondagmiddag van Apeldoorn naar Deventer om naar Go Ahead te gaan kijken.

Nadat mijn vader een baan als leraar in Deventer kreeg, verhuisden we in 1965 naar Diepenveen, wat pal tegen Deventer aan ligt. Vanaf dat moment gingen we naar elke thuiswedstrijd van Go Ahead. In de beginjaren hadden we nog geen seizoenkaart. Mijn vader had uitgerekend dat als je drie keer niet kwam – je zou maar ziek zijn of niet kunnen – het voordeliger was om losse kaartjes te kopen. Uiteraard misten we nooit een thuiswedstrijd en na een paar jaar kocht hij toch maar een seizoenkaart.

Eind jaren zestig ging het onder leiding van dr. František Fadrhonc heel goed met Go Ahead. In 1968 eindigden we – als het goed gaat met de club, dan spreken de fans in Deventer altijd in de ‘wij-of ‘we’ vorm; gaat het slecht dan is het ‘zij’ of’ ze’. – zelfs als derde in de Eredivisie, achter Ajax en Feyenoord maar ver voor PSV.

00000000 go ahadEen jonge Johan Cruijff in actie in Deventer. Achter de spelers is het hekje van  “het vak” te zien voor mensen met een rolstoel. Die stonden – dat is een beetje een ongelukkige woordkeuze – in die tijd gewoon aan de rand van het veld. De spelers werd verzocht de bal niet in hun vak te schoppen. 

In de jaren zeventig ging het echter minder met de club. In 1978 dreigden ze zelfs te degraderen maar dankzij de winst in een legendarische wedstrijd tegen FC Amsterdam – het was de laatste wedstrijd van de competitie, de verliezer zou degraderen –  redden we het dat seizoen.

00000000 go ahad 21978 Go Ahead heeft gescoord tegen FC Amsterdam; rechts loopt Cees van Kooten, de grote held van die wedstrijd; juichend weg.

De jaren er op ging het gelukkig weer iets beter, maar halverwege de jaren tachtig ging het bergafwaarts en na 24 jaar in de eredivisie gespeeld te hebben degradeerden ze in 1987.

Het zou vijf jaar duren voordat we weer terug naar de eredivisie promoveerden en eigenlijk was dat een toevallige promotie. In de competitie waren ze slechts als elfde geëindigd, maar omdat we onderweg toevallig een periodekampioenschap hadden gepakt, mochten we meedoen aan de nacompetitie en wonder boven wonder wonnen we die.

Ons hernieuwde verblijf in de eredivisie duurde vier jaar. In 1996 degradeerden ze opnieuw. Deze keer zou het liefst 17 jaar duren voordat we weer promoveerden. Nooit eindigden ze in die periode in de eerste divisie hoger dan de vijfde plaats, ook niet in het jaar (2013) dat we weer promoveerden, wederom dankzij de nacompetitie. Trainer was dat seizoen de huidige Ajax-trainer Erik ten Hag, die dat jaar zijn debuut maakte als hoofdtrainer in het betaalde voetbal. Zo zie je maar weer dat je het als trainer van Kowet – zo noemen de echte fans onze club –  het ver kan schoppen.

Ze zouden het twee jaar volhouden in de Eredivisie, waarna ze voor de derde keer degradeerden.  Het seizoen er op promoveerden we direct weer terug – uiteraard via de nacompetitie –  maar erg succesvol was het seizoen er op in de eredivisie niet. Ze werden kansloos laatste en ze konden weer in de eerste divisie gaan ballen.

In 2019 leek het er even op alsof we weer zouden promoveren – in de finale van de play-offs zoals de nacompetitie inmiddels heette – stonden we in de beslissende wedstrijd tegen RKC dertig seconden voor tijd nog met 4-3 voor, maar ze slaagden er toch nog in om die wedstrijd met 4-5 te verliezen.

00000000 gaDe resultaten van Go Ahead vanaf 1963. Oranje is de Eerste Divisie; Groen de Eredivisie.

Dit seizoen begonnen we weer eens met een nieuwe trainer, Kees van Wonderen, aan het roer. Hij had geluk dat er geen publiek op de tribune mocht zitten, zodat er geen kritische geluiden van de tribune klonken, want ze speelden aanvankelijk beroerd  – de trainer noemde het overigens een ‘proces’. In december stonden ze twaalfde. Vanaf januari begonnen we echter te winnen – let er even op dat ik weer van ‘ze’  naar ‘we’ ben overgegaan –  en langzaam maar zeker klommen we naar onze vertrouwde vijfde plaats, waardoor deelname aan de play-offs verzekerd was.

Dat hadden we overigens niet zo zeer aan ons aanvallers te danken – na dertig wedstrijden voerden wij de ranglijst van clubs aan die het minst vaak op het doel schoten –  maar aan onze verdediging. Onze keeper Gorter vestigde een nieuw record door uiteindelijk 25 wedstrijden zijn doel schoon te houden en onze voorstopper, de sympathieke Deventer jongen Sam Beukema – goede naam voor een voorstopper – speelde ook ‘een best partijtje’, zoals wij fans dat noemden.

Hij deed dat zelfs zo goed dat AZ hem heeft gekocht voor 9 ton. Twee jaar daarvoor voetbalde hij nog op amateurbasis bij ons. Hij kreeg daarvoor een onkostenvergoeding van 145 euro. (Per maand hoor, niet per jaar; zo slecht betalen wij ook niet.)

Het ging de tweede helft van het seizoen zelfs zo goed, dat we vijf wedstrijden voor het einde nog een kleine kans hadden op de tweede plaats –  deze is tegenwoordig ook goed voor rechtstreekse promotie – maar toen ze uit tegen de Graafschap verloren was die kans voorbij. Met nog maar vier wedstrijden te spelen stonden ze acht punten achter op De Graafschap.

De Graafschap speelde vervolgens echter twee keer gelijk, wij wonnen twee keer, waardoor de achterstand terug liep naar vier punten. Nog steeds vrij kansloos met nog maar twee wedstrijden te spelen. Als De Graafschap één van die twee wedstrijden zou winnen – uit tegen Jong Ajax of thuis tegen het laag geklasseerde Helmond Sport – dan zouden ze als tweede eindigen en promoveren. Maar zoals dat in voetbalsprookjes gaat, ze speelden twee keer gelijk en omdat WIJ  – ik schrijf het nu met hoofdletters- wel twee keer wonnen, promoveerden wij op doelsaldo .

Die promotie verliep op een speciale wijze. De laatste wedstrijd van de Graafschap werd vanwege een enorme plensbui een uur gestaakt. Het veld was door al het water onbespeelbaar. Tijdens die pauze werd er in Doetichem met man en macht geprikt. “De vaccinatiegraad moet hoog zijn” zeiden wij op het Kowet-forum.

Het gevolg van het tijdelijk staken bij de Graafschap was dat Kowet een uur eerder klaar was. Op een groot scherm van Excelsior – we hadden de uitwedstrijd tegen Excelsior moeizaam met 0-1 gewonnen; pas acht minuten voor tijd scoorden we – bekeken de spelers vervolgens  zittende op het veld hoe De Graafschap  een uur lang tevergeefs probeerde om het winnende doelpunt te maken. Ze kregen een hoop kansen, maar misten ze allemaal. In de allerlaatste minuut misten ze nog een dot van een kans, waardoor WIJ rechtstreeks promoveerden. Uiteindelijk hebben wij het hele seizoen maar acht minuten op een promotieplaats gestaan. Pieken op het juiste moment heet dat.

Dat De Graafschap het niet zou redden, was voor velen – behalve voor ons Kowet-supporters uiteraard – een grote verrassing. Ook het AD had hier geen rekening mee gehouden. Ze hadden voor de krant van zaterdag al vast een schema van de play-offs gemaakt, maar vergaten dat aan te passen. Het gevolg was dat er zaterdag een schema in de krant stond, waarin wij nog in voorkwamen. Maar zoals de bekende Go Ahead Eagles supporter Özacn Akyol (Eus) twitterde: “We komen vandaag niet opdagen!”.

00000000 adTot overmaat van ramp voor de Graafschap verloren ze de play-off wedstrijd tegen Roda JC ook nog eens met 2-3 en zijn ze uitgeschakeld voor promotie.

Wij kunnen het weer eens een jaartje in de Eredivisie proberen. Als Robben nog door gaat, dan kunnen we hem – net zoals vroeger  Cruijff, Keizer, Van Hanegem, Van der Kuijlen, Van Basten, Rijkaard, Gullit en Bergkamp  – ook een keer in Deventer in actie zien. Tot nu toe heeft hij nog niet tegen ons gespeeld. Telkens  geblesseerd. Sorry, grapje. In de tijd dat hij in de Eredivisie speelde, ploeterden wij in de Eerste Divisie. Toen wij in 2013 eindelijk promoveerden, speelde hij al in het buitenland. )

Maar goed, afwachten maar welke oude en nieuwe sterren wij komend seizoen in Deventer bij ons en bij de tegenstander kunnen bewonderen. Hopelijk weer met supporters op de tribune. Ik reken er op dat we minimaal bij de eerste drie eindigen. Je bent tenslotte supporter of niet.

De Rijks HBS in Deventer – 4

Dit is een vervolg op de Rijks HBS in Deventer -1 de Rijks HBS in Deventer -2 en de Rijks HBS in Deventer -3.

In de vierde klas van de HBS was er de schoolreis naar Parijs. Samen met een klas van de MMS in Deventer (de MMS staat voor Middelbare Meisjes School; ook dit schooltype bestaat net zoals de HBS niet meer) verbleven we in 1971 een kleine week in Parijs. De leraren hadden een heel cultureel programma uitgestippeld. Zo bezochten we  een uitvoering van een toneelstuk van Eugène Ionesco. Dit specifieke uitstapje was bedacht door onze leraar Frans, meneer Anciaux. We snapten weinig van het stuk. Het was een zogenaamd ‘absurdistisch toneelstuk’ en dat ook nog eens in het Frans. Daar doe je een groep pubers  echt een plezier mee.

Veel mooier vonden we de twee musicals waar we naar toe gingen: ‘Fiddler on the Roof’ met de Rus Ivan Rebroff in de hoofdrol – oké, in werkelijkheid was Ivan Rebroff geen Rus maar een Duitser en heette hij  Hans Rolf Rippert, maar hij kon mooi zingen. Jammer was wel dat we een deel van het toneel niet konden zien. Dit omdat we heel goedkope kaartjes aan de zijkant van de zaal hadden.

De mooiste trip was het bezoek aan de musical ‘Hair’. Dat was iets waar we met rode koontjes naar keken. Op een gegeven moment stond er zelfs een hele rij blote mannen en vrouwen op het toneel te zingen. Aan het einde van de voorstelling werd de zaal opgeroepen om op het podium te komen dansen.

0000000 hairIk ben degen die hier midden op het podium staat te dansen samen met  mijn medeleerlingen.  Grapje, dit is niet waar. Dit zijn de leden van een Noorse Hair-musicalgroep uit 2011. foto GisleHaa: wikipedia. 

Naast deze culturele zaken, waren er ook enkele toeristische uitstapjes. Zo voeren we met een rondvaartboot over de Seine en  bezochten we het Louvre. We bekeken de Mona Lisa – mwah, wat een klein schilderijtje, was dat alles? –  en de Venus van Milo. De meesten van ons verkeerden in de veronderstelling dat het beeld was gemaakt door ene Milo, maar deze kenner wist te melden dat het zo heette omdat het beeld was gevonden op het eiland Milo, waarmee ik direct door mijn klasgenoten als een groot kunstkenner werd beschouwd.

0000000 milo

Onze leraar biologie, meneer Sikkema, werd overigens tijdens het bezoek aan het Louvre bijna het museum uit gezet. Bij één van de Griekse klassieke beelden, een naakte speerwerper, wees hij op de testikels van de afgebeelde sporter. “Kijk” zei hij, “Dit heeft de kunstenaar heel natuurgetrouw gedaan. Bij driekwart van de mannen hangt de linkerbal lager dan  de rechter” en hij raakte het lichaamsonderdeel aan.  Luidkeels mopperend kwam een suppoost aanlopen en dreigde de viezerik het museum uit te gooien.

We maakten met onze bus ook een rondtocht door Parijs en stopten op verschillende toeristische plaatsen, onder andere bij Montmartre en de Eiffeltoren. We beklommen de toren niet. Dat zou te lang duren en we waren met teveel. Als we dat zou willen doen, dan moesten we dat maar doen tijdens onze vrije middag.

We hadden namelijk één vrije middag, waarop we met groepjes van minimaal drie leerlingen zelfstandig – zonder de leraren dus – de stad in mochten. Wel kregen we allemaal een briefje met het adres en het telefoonnummer van het hotel mee. We mochten zelf de groepjes samenstellen.

Terwijl ik aan het rondkijken was, kwam Tonnie op mij aflopen, een jongen die je nu als nerd zou betitelen. “Martin, zullen wij samen gaan en dan vragen we twee meisjes van de MMS mee?” Maar voordat ik kon antwoorden, kwamen Anki en Joep op mij aflopen. “Martin, wil je met ons mee? ” vroeg ze. Nou, die keuze was niet zo moeilijk. Ik was in die tijd heimelijk verliefd op Anki maar durfde dat niet tegen haar te zeggen en nu vroeg ze zo maar of ik met haar door Parijs wou lopen.

Even later liepen we richting een metrostation. Het zonnetje scheen. Uit een café kwam Franse muziek. Voor ons uit liep een man met een alpinopet op en een stokbrood onder zijn naam. Een kind met een blauwe  ballon huppelde vrolijk naast een modieus geklede vrouw  en naast me liep Anki.  Oké, die omstandigheden verzin ik er nu allemaal bij en ook was daar nog Joep, die aan de andere kant van Anki liep.

Aangekomen bij het metrostation zei Anki: “Martin, Joep en ik willen het liefst met zijn tweeën naar Montmartre, maar we mochten niet met zijn tweeën weg . Vind je het heel erg  om in je eentje leuke dingen in Parijs te doen ?” Pats, boem. Daar knalde de blauwe ballon uit elkaar, viel het stokbrood van de Fransman in een plas modder en stopte de muziek in het café. Ik haalde heel diep adem en zei zo neutraal mogelijk: “Nee hoor, dat is wel goed. Veel plezier in Montmatre.” Daar gingen lieftallige Anki en vervelende Joep. Ik raapte de scherven van mijn gebroken hart op en besloot om naar de Seine te lopen.

Onderweg zag ik een groot warenhuis en stapte er naar binnen om even op de platenafdeling in de opruimingsbak te kijken. Ik moest heel lang rekenen, maar als ik het goed had, betaalde je omgerekend zestig cent per plaat. Dat was een koopje. Ik kocht drie singletjes, een originele Franse  Beatles-EP (met daarop ‘We can work it out’), Yellow River van de groep  Christie en Air van Ekseption (Ga je helemaal naar Parijs om daar een plaat van een Nederlandse groep in de opruiming te kopen. Ekseption was trouwens heel populair in Frankrijk). Even later liep ik met mijn drie singletjes in een plastic zakje langs de Seine.

0000000 foto 2Ik slenterde langs de boekenstalletjes, kocht een flesje prik en een appel en stak na een uurtje de rivier over. Zittende op een bankje op een brug at ik mijn appeltje op en gooide  het klokhuis in de Seine. Ik keek omlaag en zag dat er net een rondvaartboot onder de brug door voer. Mijn klokhuis belandde op de voorsteven. Oeps, sorry. Aangekomen bij de overkant daalde ik via een trap af naar een lage wandelkade langs de Seine en liep weer terug richting hotel.

Na een paar honderd meter was het pad op de kade afgesloten met een klein hek van een meter hoog. Er hing een bord aan met een Franse tekst. Ik snapte niet veel van de tekst op het woord ‘Interdit’ na.  Vijftig meter verderop stond ook zo’n hekje en daarachter kon je je weg weer over de kade vervolgen. Nu kon ik terug lopen – zo’n driehonderd meter – en dan de weg bovenlangs nemen, maar ik kon natuurlijk ook even over het hekje klimmen, vijftig meter over het afgesloten terrein lopen, dan over het tweede hekje klimmen en mijn weg langs de lage wandelkade vervolgen. Deze laatste optie leek mij veruit het makkelijkst.

Ik keek om me heen, zag niemand, klom over het hekje en liep naar het andere hekje. Ik was ongeveer halverwege toen uit een soort keet een stuk of tien agenten kwamen. Ze zagen mij en liepen vervolgens hard hollend mijn richting uit.  Ik schrok me lam. Ze gingen om mij heen staan en riepen iets in het Frans.

Ik verstond geen woord van wat ze zeiden. Waarom spraken ze ook zo onduidelijk Frans. Mark Twain zou zeggen “Toch jammer dat die Fransen zo slecht hun eigen taal spreken.” Niemand van de agenten rookte trouwens een pijp, zodat ik aan mijn beste Franse zinnetje ‘Il fume une pipe” ook al niets had . Ik riep “Je suis Hollandais”, alsof dat alles zou verklaren.

Nu was het zo dat er begin jaren zeventig, net zoals in 1968, nog steeds allerlei studentenprotesten in Parijs aan de gang waren. De leraren hadden ons gewaarschuwd om daar niet in verzeild te raken. Het bleek dat het terreintje langs de Seine een tijdelijke politiepost was en blijkbaar dacht de politie dat ik daar iets dubieus van plan was.

0000000 stiudent

Ik wees naar het ene hek, zei ‘voici’, wees vervolgens naar mijzelf en daarna naar het andere hek en sprak ‘voila’ in de hoop dat ze zouden begrijpen dat ik alleen maar van plan was een stukje af te snijden en keek zo onschuldig mogelijk.

Eén van de agenten pakte mijn plastic zak met singletjes om te kijken of ik daar een gevaarlijk wapen in had verstopt. Hij haalde de drie platen er uit. Ik wees op die van Ekseption en zei “Hollandais, comme moi”. Ja, ja, ik spreek een woordje over de grens.  Iemand die blijkbaar de baas was zei iets en wees naar het hekje waar ik net over heen was geklommen. Vermoedelijk dacht hij terecht dat deze 15-jarige Hollandse jongen niet iemand was die van plan was om in zijn eentje een politiepost aan te vallen. Ik wees hoopvol naar het andere hekje, maar met een boos gezicht stuurde hij me terug naar het eerste hekje.

0000000 louis

De agent die me naar het hekje verwees. Oké, dat is hij niet. Dit is de Louis de Funes in zijn rol van gendarme in 1978.

Ik was in ieder geval blij dat ik niet werd gearresteerd – ik zag me al naar het hotel bellen om te zeggen dat ik vast zat op een politiebureau – en klom maar snel over het hekje waar ik net over heen was geklommen.

Tegen een uur of vijf was ik terug bij het hotel. Ik meldde me bij een leraar die bijhield wie er terug was. “Waar is de rest van je groepje?” vroeg hij streng. Die ben ik kwijt geraakt bij de metro, sprak ik naar waarheid. Op dat moment kwam ook Tonnie aan lopen. Aan elke arm had hij een meisje van de MMS hangen en niet zo maar meisjes, maar de twee mooiste meisjes van de MMS. Huh? Tonnie? Hoe kon dat?

Om half zes, het afgesproken tijdstip, was iedereen terug, behalve Anki en Joep. Die kwamen pas tegen zes uur, lichtelijk aangesloten van een glas wijn  – “echt maar één glaasje”  – die ze op een terrasje in Montmatre hadden gedronken. De leraren waren kwaad  en zegden Anki en Joep een straf toe die ze later te horen zouden krijgen.  Onthoofding door de guillotine leek mij gezien het feit dat we in Parijs waren wel een gepaste straf voor Joep.  Anki mocht blijven leven.

Enfin, terug in de bus naar Nederland zaten Joep en Anki naast elkaar, evenals Tonnie en één van de MMS-meisjes. Tussen Anki en Joep raakte het terug in Nederland al snel uit, maar volgens mij bleef het tussen Tonnie en het MMS-meisje heel lang aan. Geen idee hoe dat afgelopen is, misschien zijn ze wel getrouwd, hebben tien kinderen gekregen, wonen nu in een kasteel in Frankrijk en hebben een groot jacht op de Middellandse Zee.

Zelf was ik al weer snel verliefd op iemand anders, eigenlijk op twee, namelijk op de half-Italiaanse tweelingzusjes Irene en Yvonne die even verderop bij ons in de straat woonden. Waarom had ik nooit eerder gezien hoe leuk en knap die waren?

Na de HBS ging ik in Enschede studeren en Anki in Amsterdam. Ik heb even op haar naam in Google gezocht en zag bij de afbeeldingen een foto van haar van vorig jaar. Ze leek op de Anki uit 1970 (oké, plus vijftig jaar). Ze is nu lerares Nederlands op een middelbare school en begeleidt misschien wel leerlingen op schoolreis naar Parijs.

Tot zover dit verslag in vier afleveringen van mijn tijd op de HBS in Deventer en de schoolreis naar Parijs.

Voor alle leraren uit mijn tijd op de HBS: Adieu Monsieur le Professeur

0000000 adieu(Op het plaatje drukken om naar het filmpje op YouTube te gaan)

0000000 adieu 2

De Rijks HBS in Deventer -3

Dit is een vervolg op de Rijks HBS in Deventer -1  en de Rijks HBS in Deventer -2

Van veel medescholieren van de HBS herinner ik mij hun naam en veelal ook hun gezicht niet meer. Tja, ik word een dagje ouder. Nu zou je kunnen zeggen ‘kijk dan even naar je klassenfoto’s’, maar die heb ik niet. Mijn ouders vonden dat maar zonde van het geld. “Wat moet je later nou met die foto’s ?” zei mijn moeder een keer toen ik wederom met een enveloppe thuis kwam om klassenfoto’s te bestellen. “Nou, ma, dat zou nu wel handig zijn geweest.”  Oké, misschien vonden mijn ouders het met vier kinderen te duur om elk jaar de klassenfoto’s te kopen. Ik kan het ze niet meer vragen, want ze zijn allebei al jaren geleden overleden. Mijn dochters hebben in ieder geval van elk schooljaar wel hun klassenfoto’s.

Van mijn lagere school in Diepenveen – dat dorp ligt pal tegen Deventer aan – gingen naast mij nog drie kinderen naar de HBS.  Na het eerste rapport moesten we alle vier ons rapport laten zien aan juffrouw Kleiboer, het hoofd van onze lagere school. Daar stond ze op. En oh wee, als je een onvoldoende had, dan kreeg je van haar ongevraagd verplicht gratis bijles in het betreffende vak. Het was haar eer te na dat één van haar leerlingen het niet goed deed op de middelbare school.

0000000 diepeneveenDe oude Dorpsschool in Diepenveen, afgebroken in 1966. Ik heb hier in 1965 nog een paar maanden opgezeten. (Niet boven op de school uiteraard maar in de klas rechts voor.)

Ik had gelukkig alleen maar voldoendes, maar één van de andere jongens niet. Ondanks zijn bijlessen bleef hij aan het einde van het eerste jaar zitten. Dat kwam mede omdat onze jaargang de laatste jaargang van de HBS was. Na ons begon het Atheneum.  Daarom werd er aan het einde van de eerste klas heel streng beoordeeld. Met drie vijven (op de vijftien vakken) bleef je dat jaar al zitten. Ze wilden niet dat je ergens onderweg zou afhaken, want er zat geen HBS-klas onder waar je in terug zou kunnen vallen. Het kwam er min of meer op neer dat, als je na het eerste jaar over ging, dat je dan ook alle volgende jaren over zou gaan.

0000000 fotoDe HBS in 1940 nog zonder noodgebouwen er voor; rechts de conciërgewoning. Het gebouw is in 1980 afgebroken.

Aan het einde van het eerste schooljaar bleven opmerkelijk genoeg alle meisjes uit onze klas zitten. Waarschijnlijk te veel afgeleid door mijn aanwezigheid. Toen we na de zomer weer op school kwamen, hadden we tien nieuwe meisjes in onze klas. Het waren alle zittenblijvers van alle tweedeklassen samen – onze school was zo groot dat er meestal vier of vijf parallelklassen waren. Om te zorgen dat onze klas weer voldoende meisjes zou tellen, waren alle meisjes die waren blijven zitten bij ons in de klas geplaatst. Alle meisjes in de klas waren daardoor wel een jaar ouder dan de jongens.

Eén van die nieuwe meisjes bekeken we met de nodige aandacht. Dat was Georgette. Zij had mooie lange blonde haren, maar dat was niet de reden dat we nieuwsgierig naar haar keken. De reden daarvoor was haar achternaam. Ze heette Georgette (*) de Ruyter de Wildt en daarmee was zij een rechtstreekse afstammeling van Michiel de Ruyter zoals onze geschiedenisleraar vertelde. Alleen mensen met de achternaam de Ruyter de Wildt zijn dat, mensen met de achternaam de Ruyter niet. Dus mocht je de Ruyter heten en je afvragen of je afstamt van Michiel de Ruyter, sorry niet dus.

0000000 ruijterOmdat ik geen schoolfoto’s heb, moet u het hier met een afbeelding van Michiel de Ruyter doen.

(*) van al mijn ex-klasgenoten vermeld ik vanwege privacy-aspecten hier alleen de voornaam, behalve in het geval van Georgette. Zonder het vermelden van haar achternaam is het lastig te vertellen dat ze van Michiel de Ruyter afstamt.

Van een hoop klasgenoten ben ik de naam vergeten, maar van paar medescholieren uit mijn klas herinner ik me nog wel hun naam. Zo heet één van de jongens die met mij in Diepenveen op de lagere school zat en ook naar de HBS ging Bram.  Ik speelde wel eens met hem in de tijd dat we op de lagere school zaten. Na de HBS ging hij medicijnen in Groningen studeren, waarna ik hem uit het oog verloor. Dat hij zijn artsendiploma heeft behaald, weet ik echter wel, want toen mijn moeder een keer in het ziekenhuis in Deventer lag, zag ze een dokter lopen die ze herkende. “Brammetje? Ben jij Brammetje van vroeger? ” vroeg ze tot grote hilariteit van de zusters aan een dokter. Hij was inderdaad dokter Brammetje.

Nieuwsgierig geworden googlede ik op Bram zijn naam. Ik vond hem terug. Ook al was hij nu 50 jaar ouder, ik herkende hem direct op een foto. Hij was uiteindelijk voorzitter van de raad van bestuur van een zorggroep geworden en nu met pensioen gegaan.  En waar woonde hij nu? Juist ja, in Diepenveen. Ben je vijftig jaar verder, woon je nog steeds (of weer) in het zelfde dorp.

Ook Rob, een andere klasgenoot, vond ik terug, al hoop ik een beetje dat hij het niet is, want hij bleek ruim een jaar geleden onverwacht overleden te zijn. De Rob die op de foto stond bij het overlijdensbericht leek helaas wel veel op de Rob die ik kende van de HBS, maar ik heb nog een beetje hoop, want volgens de overlijdensadvertentie was deze Rob drie jaar eerder geboren dan ik, en hoewel hij een zittenblijver was, kan ik me niet voorstellen dat er zo’n groot leeftijdsverschil tussen ons zat. Maar hij kwam wel van een andere school af, dus wellicht heeft dat hem ook nog een extra jaar gekost.

Bij de meisjes was ik minder succesvol. Met het terugvinden dan bedoel ik. Zo kon ik van Gisela, die ik persoonlijk het mooiste meisje van de klas vond, niets terug vinden. Een paar andere meisjes hadden een te veel voorkomende achternaam, waardoor ik veel te veel zoekresultaten kreeg. Dat overkwam mij ook bij een paar jongens. Zo zocht ik op een Jan die astronomie ging studeren. Misschien was hij wel beroemde kosmoloog geworden. Maar ik kon hem niet terug vinden. Wel zag ik een Jan die een beetje op hem leek, maar die was timmerman.

Bij één van de zoekresultaten (een foto van de HBS) die ik bij het zoeken op Rob zijn naam kreeg, stond een reactie uit 2008 van een zekere Joke – haar achternaam zei me niks meer; sorry Joke. Ze schreef: “We hebben altijd een vrij hechte groep meiden gekend. Vooral ook omdat er niet zo veel meisjes naar de HBS gingen. De groep meiden die voor de B-kant kozen was heel erg klein.” Vervolgens noemde ze de namen van een aantal meisjes en ook nog van wat jongens, waaronder dus die van Rob. Voor wat betreft die andere jongens, eentje daarvan kende ik heel goed. Dat was namelijk ene Martin van Neck. Ik moet vroeger dus  – omdat ze ruim veertig jaar na haar schooltijd mijn naam nog kende – of een heel goede of een heel slechte indruk op haar hebben gemaakt. Ik hoop het eerste maar het zal het laatste wel zijn.

Er stond bij haar reactie een kleine foto van haar, maar hoe ik mijn best ook deed, ik kon daar geen veertig jaar jonger gezicht bij plaatsen. Geen klassenfoto’s, aaargh! Voor wat betreft de namen van de meisjes die ze noemde, zeiden drie van de vier namen mij helemaal niets, maar de vierde mij des temeer. Dat was Anki. Ach Anki, in de vierde klas van de HBS was ik een tijdje heimelijk heel verliefd op haar maar durfde ik dat niet tegen haar te zeggen.

Impliciet was zij er daardoor nog een keertje verantwoordelijk voor dat ik in Parijs door zo’n stuk of tien agenten besprongen werd. Maar hoe dat zat –  cliffhanger –  daarover volgende keer meer. Tot morgen leerlingen.

 

My WordPress Blog