De periode 1525 – 1550

Dit zijn de gefotografeerde gebouwen uit de periode 1525 – 1550 (weergegeven per jaar)

 

De situatie van de Nederlanden aan het begin van 1525 

  • Aan het begin van deze periode tellen de gezamenlijke Nederlanden zo’n 2,7 miljoen inwoners. Daarvan wonen er 1,6 miljoen in de Zuidelijke Nederlanden, de overige 1,1 miljoen mensen in de Noordelijke Nederlanden. Gent is met 60.000 inwoners de grootste stad van de  Zuidelijke Nederlanden, Antwerpen telt zo’n 40.000 inwoners. In de Noordelijke Nederlanden is Utrecht met 25.000 inwoners de grootste stad,  gevolgd door Amsterdam met zo’n 20.000 inwoners. De meeste economische activiteit vindt plaats in de Zuidelijke Nederlanden, vooral in de wol- en lakenindustrie en in de handel, en vooral gericht op de Oostzeelanden.
  • Zeeland bestaat voor het grootse gedeelte nog uit losstaande eilanden, ook Noord Holland kent nog veel watergebieden. Later zullen die ingepolderd worden.
  • Het grootste deel van Nederlanden staat in 1525 onder het gezag van de dan 25-jarige Habsburgse keizer Karel V. Hij is de oudste zoon van Filips de Schone en Johanna van Castilië, later vooral bekend geworden als Johanna de Waanzinnige. Sinds 1506 is Karel V de Landsheer van de meeste  Nederlandse gewesten. Daarnaast is hij vanaf 1516 als Karel I koning van Spanje en vanaf 1519 als Karel V de Rooms-Duits keizer.

Detail van een portret van de jonge Karel V - Bernard Strigel Portret van Karel V door Jan Cornelisz. Vermeyen (ca. 1530)

Links een portret van een jonge Karel V door Bernard Strigel; rechts een portret door Jan Corneliszn Vermeyen van Karel V omstreeks 1530. Karel V droeg bijna zijn hele volwassen leven lang een baard om zijn spitse Habsburgse kin te verbergen

  • Omdat Karel V vaak afwezig is – hij is ook koning van Spanje en keizer van het Heilige Roomse rijk –  worden de Nederlanden in de praktijk geregeerd door zijn in 1525 45-jarige tante Margaretha van Oostenrijk, die namens haar neef als landvoogdes optreedt. Haar hof bevindt zich in Mechelen.

Margaretha van Oostenrijk

Margaretha van Oostenrijk in 1518; schilderij van Bernard van Orly.

  • De andere persoon die een deel van de Nederlanden in 1525 bestuurt, is de in 1467 geboren hertog Karel van Gelre die het grootste gedeelte van de noordoostelijke gewesten van de Noordelijke Nederlanden in bezit heeft, met uitzondering van Friesland, zoals dit plaatje met de situatie van december 1522 laat zien. Ook de Bisschop van Utrecht bestuurt met instemming van Karel V een gebied (Nedersticht; zeg maar de provincie Utrecht)

Ongedefinieerde

(Bron; ‘De Nederlandse leeuw / Wikipedia.)

  • Sinds 1502 voert hertog Karel van Gelre eerst met Filips de Schone en daarna met Karel V een strijd om de noordoostelijke gebieden van de Nederlanden in de zogeheten Gelderse Oorlogen. Hij wordt hierin bijgestaan door zijn maarschalk Maarten van Rossum, een geducht en gevreesd militair.

Portret van Karel van Egmond, hertog van Gelre in Museum Arnhem op een schilderij van Hendrick Coster uit 1638.

Karel van Egmond, hertog van Gelre, op een schilderij van Hendrick Coster uit 1638; Museum Arnhem. 

  • Hertog Karel  van Gelre is op godsdienstgebied een tolerant persoon die mensen toestaat om een andere godsdienst dan de katholieke godsdienst aan te hangen, zoals bijvoorbeeld de Lutherse godsdienst. Dit in scherpe tegenstelling tot  Karel V. Deze is een streng katholiek die andersdenkenden als ketters beschouwt en ze in de Nederlanden streng laat vervolgen. (Dit in tegenstelling tot de Duitse delen van zijn rijk waar hij op grond van politieke overwegingen veel minder streng optreedt.)
  • Karel V wil dan ook dat de andersdenkenden, de ketters, door een inquisitie streng aangepakt moeten worden. Hij laat plakkaten uitvaardigen, waarin mensen die zich niet aan het ware geloof houden  – het katholieke geloof – strenge  straffen in het vooruitzicht worden gesteld tot aan de doodstraf toe. De Nederlanden van Karel V kennen op dit gebied de strengste regels van Europa.
  • In 1523 belanden in de Zuidelijke Nederlanden de eerste ‘ketters’ op de brandstapel. Op de Grote Markt in Brussel worden dat jaar de Augustijnenmonniken Hendrik Vos en Jan van Esschen vanwege hun Lutherse opvattingen levend verbrand.

undefined

1525: Hendrik Vos en Jan van Esschen worden op de grote markt van Brussel levend verbrand; tekening uit 1554 van Ludwig Rabus

  • Onder het regiem van Karel V, uitgevoerd door eerst zijn tante  Margaretha van Oostenrijk  en later vanaf 1530  door zijn zuster Maria van Hongarije (landvoogdes vanaf 1530) zullen in de loop van de  tijd honderden ketters en ongelovigen op de brandstapel belanden, eerst alleen nog in de Zuidelijke Nederlanden, later ook in de Noordelijke Nederlanden.
  • Op diverse plaatsen in het land vinden inpolderingen plaats en wordt er veen gewonnen. Diverse gebieden in het westen van het land belanden door de veenwinning echter beneden zeeniveau en moeten vanaf dat moment beschermd worden door hoge dijken.

De periode 1525 – 1550: gespecificeerd: huis voor huis; jaar voor jaar

1525: Doesburg; foto genomen op 14 maart 2025

1525 Doesburg 14 maart 2025

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1525?

  • In Den Haag sterft de 26-jarige Jan de Bakker, ook wel Jan Jannsz genoemd, een gruwelijke dood. Jan de Bakker is de allereerste persoon in de Noordelijke Nederlanden die als “ketter” op de brandstapel beland. Eerder zijn in de Zuidelijke Nederlanden al mensen als ketter op de brandstapel beland.  Oorspronkelijk is Jan de Bakker priester maar omdat hij net zoals Maarten Luther fel tegen de handel in aflaten is – waarmee rijke mensen volgens de katholieke kerk hun zonden kunnen afkopen – verlaat hij het priesterschap en gaat als bakker aan het werk. Wel blijft hij de verboden gedachtenleer van Luther in het openbaar verkondigen, waarna hij wordt gearresteerd door de Inquisitie en ter dood wordt veroordeeld.
  • Op 15 september wordt hij op het Binnenhof in Den Haag in aanwezigheid van Margaretha van Oostenrijk, de landvoogdes van de Nederlanden, op de brandstapel gezet. Tegelijkertijd wordt een stalen band om zijn nek aangetrokken. Ook heeft hij een zakje buskruit op zijn borst dat ontploft als het vuur zijn borst bereikt. In de loop van de tijd zullen steeds meer andersdenkende Nederlanders op de brandstapel belanden.
  • In het dorp Haamstede op Schouwen- Duiveland ontstaat brand in Slot Haamstede. De westelijke vleugel brandt geheel af. De rest van het kasteel blijft behouden. De westelijke vleugel wordt niet herbouwd. Ook in Zierikzee ontstaat in 1525 een grote brand. 125 huizen en 77 zoutketens worden er in de as gelegd.
  • In ’s Hertogenbosch breken in de zomer hevige rellen uit. Aanleiding is ‘de betaling der stedelijke belastingen’, die de burgers wel moeten betalen, maar waarvan de kloosters zijn vrijgesteld.  Na de rellen wordt er in augustus een commissie ingesteld  die gaat onderzoeken waarom de kloosters zijn vrijgesteld.
  • Het jaar1525 is het vermoedelijke geboortejaar van de latere schilder Pieter Bruegel de Oude. Zijn precieze geboortedatum staat niet vast. Ook over zijn geboorteplaats bestaat onzekerheid. Het vaakst worden de plaatsen Breda en het kerkdorp Breughel in Brabant als zijn geboorteplaats genoemd.  Gezien zijn achternaam zal het laatste wel eens correct kunnen zijn. Het grootste gedeelte van zijn leven zal hij doorbrengen in Antwerpen.  Pieter Bruegel de Oude – hij overlijdt op 5 september 1569 in Brussel – geldt als één van de belangrijkste schilders in de Nederlanden van de zestiende eeuw.
  • Het Hoogheemraadschap Amstelland wordt in 1525 opgericht. De belangrijkste taken van het hoogheemraadschap zijn de dijken- en boezemcontroles en het afvoeren van het teveel aan water.
  • In Antwerpen verschijnt in 1525 de eerste Nederlandstalige vertaling van Tijl Uijlenspiegel. Het oorspronkelijke verhaal is omstreeks 1512 in Duitsland verschenen.

1526: foto volgt nog.

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1526?

  • Na vijf jaar komt er een einde aan de Italiaanse Oorlog. In deze oorlog staan koning Frans I van Frankrijk samen met de republiek Venetië tegenover keizer Karel V, Hendrik VIII van Engeland en de Kerkelijke Staat.  Bij de Vrede van Madrid, gesloten op 14 januari, ziet koning Frans I onder andere af van zijn aanspraken op Kroon-Vlaanderen – dat is het westelijk deel van Vlaanderen met daarin de steden Brugge en Gent – en het gewest Artesië, die daarop definitief in handen komen van keizer Karel V. Deze twee gebieden zullen in 1543 deel gaan uitmaken van de Zeventien Provinciën, de voorloper van de Nederlanden.
  • In 1388 heeft de toenmalige hertog van Gelre de heerlijkheid Bredevoort in de Achterhoek verpand aan graaf Hendrik III van Gemen, waarna het gebied door overerving  in het bezit van diens nakomelingen is gebleven. In 1526 besluit hertog Karel van Gelre om het gebied weer terug in zijn beheer te nemen. Hij betaalt de oorspronkelijke pandsom terug en voegt het gebied aan toe zijn hertogdom, waarmee hij zijn positie tegenover Karel V versterkt.
  • Ook koopt de Hertog van Gelre in 1526 van de familie Van Stepraed het Slot Doddendael, gelegen op zo’n 10 km ten westen van Nijmegen. Hij wil er een vesting van maken. Hertog Karel, die denkt dat hij op goede voet staat met de inwoners van Nijmegen, wordt echter even later verrast door een actie van enkele Nijmegenaren die per boot een plundertocht naar het slot ondernemen en het in brand steken. Twee jaar later verkoopt hertog Karel het dan nog steeds geblakerde slot weer terug aan de familie Van Stepraed.
  • Op 17 juli vaardigt Karel V een nieuw plakkaat uit tegen wat hij de ketterij noemt. In dit plakkaat wordt het op straffe van  boetes of verbanning uit Vlaanderen verboden om deel te nemen aan vergaderingen waarin over de bijbel wordt gepraat en/of ketterse ideeën worden besproken. Bij de eerste overtreding bedraagt de boete twintig Carolusgulden of drie maanden verbanning, bij de tweede veertig Carolusgulden of zes maanden verbanning en bij de derde overtreding  bedraagt de boete tachtig Carolusgulden of eeuwige verbanning.
  • In 1526 publiceert de Antwerpse boekdrukker en boekhandelaar Jacob van Liesvelt de eerste gedrukte complete Bijbel in het Nederlands. De vertaling van het Nieuwe Testament is geheel gebaseerd op een tekst van Maarten Luther uit 1522 die het Nieuwe Testament uit het Latijn in het Duits vertaalde. Ook grote delen van het Oude Testament zijn gebaseerd op vertalingen van Luther. Van Liesvelt zal later nog vijf nieuwere versies uitbrengen, wat tot drie keer toe tot een proces leidt. In 1545 wordt Van Liesvelt veroordeeld tot de dood en onthoofd.
  • De Oudemanspolder in Zeeland wordt ingedijkt. Het is een project van Matthias Lauweryn. Het oorspronkelijke idee voor de inpoldering van deze polder is van zijn vader – vandaar de naam Oudemanspolder. Hieronymus Lauweryn is de Heer van Watervliet, Waterland, Poortvliet, Leestkens en Philippin en heeft al eerder verschillende delen van Zeeland ingepolderd, waaronder de Sint-Christoffelpolder (1499); de Jeronimuspolder (1501); de Laurijnepolder (1503); de Sint-Annapolder (1505) en de Sint-Barbarapolder (1508). Hij is in 1509 overleden maar zijn zoon zet zijn inpolderingswerkzaamheden voort.
  • In Haarlem wordt in 1526 Kenau Simonsdochter Hasselaere geboren. In de Tachtigjarige Oorlog zal ze later faam verwerven tijdens het Beleg van Haarlem in 1572-1573. Ze overleeft dit beleg. In 1588 – ze is dan 62 jaar oud – vertrekt ze naar Noorwegen om hout te kopen, maar keert niet terug. Niet duidelijk is wat er met haar in Noorwegen is gebeurd. (Met het woord kenau wordt tegenwoordig een vrouw aangeduid die geldt als een moeilijk, bazig persoon.)

1527: Enkhuizen; foto genomen op 30 juni 2025

1527 Enhuizen 30 juni 2025

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1527?

  • In de jaren 1526-1527 werkt Lucas van Leyden in opdracht van de erfgenamen van Claes Dircks van Swieten aan een altaarstuk getiteld ‘Het laatste oordeel’. Het wordt geplaatst in het doopvont van de Pieterskerk in Leiden. Het altaarstuk zal de beeldenstorm van 1566 ‘overleven’. In 1577 belandt het in de burgemeesterskamer van het stadshuis van Leiden waar het 300 jaar zal blijven hangen. Tegenwoordig hangt het in Museum de Lakenhal in Leiden.

Het laatste oordeel

Het altaarstuk ‘Het laatste oordeel’ van Jan van Leyden; 1527

  • In 1527 trekt een kleine groep soldaten van de hertog van Gelre Brabant binnen en brandt er de dorpen Megen, Oss en Nuland plat. Daarop rijdt Jan Heijm, de schepen van Den Bosch en een legeraanvoerder van Karel V, met een honderdtal ruiters uit en verdrijft de troepen van de hertog van Gelre weer uit Brabant.
  • Dezelfde Heijm rijdt even later naar Kasteel Poederoijen – gelegen bij Zaltbommel – van Maarten van Rossum, de maarschalk van de hertog van Gelre, en steekt het kasteel van de niet-aanwezige maarschalk in brand.
  • In april wordt de weduwe Wendelmoet Claesdr uit Monnickendam vanwege haar ‘ketterse Lutherse ideeën’ gearresteerd. Op 2 mei wordt ze per boot overgebracht naar Den Haag, waar zij vervolgens in de Gevangenpoort wordt opgesloten. Op 25 mei geeft landvoogdes Margaretha van Oostenrijk persoonlijk opdracht om haar twee maanden lang op water en brood te zetten om haar zo te dwingen weer terug te keren naar het ware geloof.  Wendelmoet Claesdochter weigert echter haar nieuwe geloof af te zweren, waarna zij veroordeeld wordt tot de dood op de brandstapel. Op 20 november wordt zij in Den Haag levend verbrand. Wendelmoet Claesdr geldt als de eerste vrouw – mannen waren al eerder op de brandstapel beland – die in de Nederlanden vanwege haar geloofsovertuigingen onder Karel V op de brandstapel komt. Of zij inderdaad de eerste vrouw is, is niet helemaal zeker. Naar verluidt zijn een jaar eerder al drie ‘ketterse’ vrouwen in Nijmegen op de brandstapel beland.
  • In Valladoilid in Spanje wordt op 21 mei Filips II geboren. In 1555 zal hij zijn vader Karel V opvolgen als koning van Spanje en als Heer der Nederlanden.
  • Op 5 augustus 1527 valt maarschalk Maarten van Rossum, in opdracht van de hertog van Gelre, en op verzoek van het bestuur van de Utrechtse gilden, de kapittels en een deel van de adel  – ze hebben genoeg van de bisschop van Utrecht – de stad Utrecht binnen en bezet de stad.
  • Op 23 oktober vinden er bij Rumpt in het gewest Utrecht gevechten plaats tussen rondzwervende soldaten van de bisschop van Utrecht en troepen van de hertog van Gelre. De bisschoppelijke troepen zijn  Utrecht ontvlucht en plunderen dorpen in de omgeving. Bij deze gevechten sneuvelt Otto van Scherpenzeel, hij is de Heer van Gellicum en Rumpt. Otto van Scherpenzeel is een neef van de bisschop maar vecht niet aan de kant van zijn oom mee, maar aan de kant van de hertog van Gelre. In 1520 heeft deze Van Scherpenzeel aangesteld als ‘richter’ (rechter) in Arnhem.

1528: Deventer; foto genomen op 14 januari 2024

1528 Deventer 14 okt 2024 20240114_115708

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1528?

  • De bisschop van Utrecht doet officieel afstand van zijn bisdom. De jurisdictie van het gewest Overijssel gaat over van de Bisschop van Utrecht naar Karel  V.  Het gebied wordt vervolgens als de ‘Heerlijkheid Overijssel’ – hieronder vallen de Hanzesteden Deventer, Zwolle en Kampen – onderdeel van de Habsburgse Nederlanden van Karel V. De stad Utrecht is echter in bezit van de troepen van de hertog van Gelre.
  • De Gelderse troepen richten zich in het voorjaar van 1528 niet op Overijssel, maar op het gewest Holland. Op 6 maart onderneemt Maarten van Rossum met zijn ruitermacht en een grondleger van zo’n 2.000 man vanuit Utrecht een strooptocht naar het westen. Ze komen tot aan Den Haag. De stad is niet ommuurd en de aanvallers kunnen de stad gemakkelijk binnenvallen. Den Haag wordt vervolgens geplunderd en diverse kostbaarheden worden door de aanvallers mee genomen. Het Binnenhof wordt echter in opdracht van Maarten van Rossum met rust gelaten.

1528: Plundering van Den Haag door de troepen van Maarten van Rossum. Tekening in bezit van het Rijksmuseum.

  • Pas nadat het Haags stadsbestuur Van Rossum een losgeld van 28.000 goudguldens belooft, verlaten de aanvallers na twee dagen weer de stad. Daadwerkelijk heeft het stadsbestuur op dat moment maar 8.000 guldens in kas, waarop Van Rossum een aantal hooggeplaatste Hagenaars gijzelt en in afwachting van betaling van de rest van het geld deze mee terug neemt naar Gelderland. Pas twee jaar later komen de laatste  gegijzelden vrij als hun familie  – en niet de stad Den Haag – het losgeld heeft betaald. Het stadsbestuur van Den Haag geeft de families als compensatie wel een vrijstelling van belasting.
  • Na deze strooptocht besluiten diverse Hollandse en Brabantse steden, uit angst dat zij ook aangevallen zullen worden door de troepen van Karel van Gelre en Maarten van Rossum, om een extra financiële bijdrage te doen voor het leger van Karel V. Een huurleger van meer dan 10.000 soldaten onder leiding van Floris van Egmont – hij is de graaf van Buren – trekt daarop in de zomer van 1528  naar Utrecht, verovert de stad en trekt  dan door naar de Veluwe, waar ze onder andere Harderwijk, Hattem en Elburg bezetten. Hierdoor wordt de route over de Veluwe richting Overijssel en Groningen  voor de hertog van Gelre afgesneden.
  • Een poging om ook de stad Tiel in de Betuwe in te nemen mislukt. Op 10 augustus bestormt het huurleger van Floris van Egmont tot drie keer toe de muren van de stad, maar ze slagen er niet in om de stad binnen te komen. Twee dagen later geven ze het beleg op. Aan de kant van de Habsburgers sneuvelen bij deze strijd zo’n 1.500 man. Het aantal doden onder de verdedigers is onbekend. Wel is de schade in Tiel groot. De stad ligt vol met kanonskogels. Karel van Gelre geeft de opdracht “dat de klooten welke te Tiel door de vijand in de stad geschoten, te voorschijn gebragt en aan de ambtman Jelis van Riemsdijk overgeleverd moeten worden”.  Om de vele reparaties in de stad te kunnen betalen, bepaalt het stadsbestuur van Tiel in 1529 dat op iedere ton vreemd bier dat in Tiel wordt getapt, een accijns van 6 stuivers geheven moet worden.
  • In oktober komt er met een soort vredesbestand voorlopig een einde aan de vijandelijkheden tussen Karel V en hertog Karel van Gelre. In het verdrag van Gorinchem wordt overeen gekomen dat Karel van Gelre Karel V erkent als de Heer van het hertogendom Gelre, maar dat Karel van Gelre het gebied tot aan zijn dood als leenheer mag besturen, inclusief de noordelijke delen. Ook wordt afgesproken dat, als de op dat moment 61-jarige Karel van Gelre kinderloos zal overlijden, al zijn bezittingen zullen overgaan naar Karel V.  Het  mondelinge verdrag wordt niet getekend. Wel stoppen de vijandelijkheden.

1529: Leeuwarden; foto genomen op 30 juni 2025

1529 Leeuwarden 30 juni 2025

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1529?

  • Op 15 juni verkoopt Reinoud III, Heer van Brederode en Vianen,  de heerlijkheden Sloten, Sloterdijk, Osdorp en Amstelveen aan de stad Amsterdam. Volgens sommige bronnen zou hij de heerlijkheden in een Amsterdams café verdobbeld hebben. Volgens andere bronnen ontvangt Van Brederode 3.000 Carolusgulden voor de rechten van heerlijkheden plus nog een jaarlijkse somme van 560 gulden.
  • De Vrede van Madrid in 1526 leek een einde te maken aan de Italiaanse oorlog tussen Karel V en koning Frans I van Frankrijk. Echter bij terugkomst in Parijs laat Frans I het verdrag nietig verklaren door het parlement van Parijs, met name vanwege de clausule die de teruggave van het hertogdom Bourgondië aan Karel V eist. Daarop worden de vijandelijkheden hervat. In 1529 wordt er wederom een poging ondernomen om tot een vredesbestand te komen.
  • Omdat Karel V en Frans I niet met elkaar aan één tafel wensen te zitten, worden de onderhandelingen gevoerd door Louise van Savoye, zij is de moeder van Frans I, en door Margaretha van Oostenrijk, zij is de landvoogdes van de Nederlanden en de tante van Karel V.  De twee dames kennen elkaar goed. Niet alleen hebben ze in hun jeugd een tijd lang aan hetzelfde hof gewoond, het zijn ook schoonzussen van elkaar. Louise van Savoye is de zus van wijlen Filips II van Savoye, de tweede echtgenoot van Margaretha van Oostenrijk. De twee vrouwen onderhandelen namens Karel V en Frans I een maand lang en op 3 augustus wordt een verdrag, dat thans bekend is onder de naam ‘De  Damesvrede van Kamerijk’ getekend.
  • Het verdrag volgt grotendeels de lijnen van het verdrag van Madrid. Nieuw in het verdrag is, dat Frans I Bourgondië behoudt maar dat hij definitief afziet van het hertogdom Milaan, het koninkrijk Napels en de gebieden in Vlaanderen. Voor de Nederlandse geschiedenis is daarnaast een kleine bepaling in het verdrag van belang, waarin wordt vastgelegd dat Filibert de Chalon weer wordt uitgeroepen tot ‘Prince d’Orange’ van het prinsdom Orange in Frankrijk. Deze titel zal uiteindelijk via vererving uitkomen bij Willem van Nassau die daarna verder gaat onder de naam Willem van Oranje-Nassau. De afgesproken vrede in het verdrag zal achteraf bekeken zeven jaar duren. In 1536 worden de vijandelijkheden hervat en begint de Achtste Italiaanse Oorlog.
  • Op 14 oktober tekent Karel V in Brussel een nieuw nog strenger plakkaat tegen ketterij. Het wordt hierin onder andere een ieder verboden om ‘ketterse boeken’ te drukken, te bezitten of te lezen en om over de Heilige Schrift te redetwisten als men geen godsgeleerde van naam is. Bij overtreding zullen lijf en goed verbeurd kunnen worden verklaard. Het verbeurd verklaren van het lijf houdt in de brandstapel, onthoofding  of verdrinking. Die laatste straf wordt vooral aan vrouwen gegeven.

1529: Plakkaat van keizer Karel V tegen ketterij en verboden boeken. Collectie Koninklijke Bibliotheek Den Haag.

  • In Leeuwarden wordt begonnen met de bouw van de Oldenhove, een vrijstaande kerktoren. Als de toren nog maar tien meter hoog is, begint de toren te verzakken en scheef te staan. De kerktoren komt naast de Sint-Vituskathedraal te staan. Deze raakt in 1576 bij een storm zwaar beschadig en wordt uiteindelijk in 1595 gesloopt. De kerktoren blijft wel (scheef) overeind staan.
  • In Utrecht begint Karel V met de bouw van Kasteel Vredenburg. De bedoeling is dat er een garnizoen wordt gelegerd. Ook laat hij de stadsmuren van Utrecht versterken.

1530: Foto volgt nog.

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1530?

  • Op 3 augustus sneuvelt in Florence tijdens de ‘Oorlog van de Liga van Cognac’ Filibert van Chalon. Hij laat zijn bezittingen, waaronder het prinsdom Orange in Frankrijk, na aan zijn neef René van Chalon, een kind van van zijn zuster Claudia van Chalon en Hendrik III van Nassau. Op zijn beurt zal René van Chalon na zijn dood in 1544 zijn bezittingen waaronder prinsdom Orange, nalaten aan zijn neef Willem van Nassau.

000 rene van chalon

René van Chalon omstreeks 1530

  • In Zeeland is er sprake van achterstallig onderhoud van de dijken. Karel V zegt hiervoor geld toe maar als op 5 november de zogeheten Sint-Felixvloed – de ‘Sint Felix quade saterdach’  – plaats vindt, zijn op veel plaatsen de dijken nog niet voldoende opgeknapt. Op diverse plaatsen breken er dijken door. Grote delen van de Vlaamse kust en geheel Zeeland wordt zwaar getroffen.
  • “De wind, welke eerst een tijdlang uit het Westen gewaaid had, liep om naar het Noord-Westen en veranderde des morgens tusschen 8 en 9 uren in eenen hevige storm, die het water met buitengemeene snelheid rijzen deed. Reeds op de middag, en nog 2 uren voor den vollen vloed stroomde het water door de straten en over de kruinen van sommige dijken”.
  • Hele dorpen komen onder water te staan. Achttien dorpen in het gebied ten oosten van Yerseke worden volledig weggevaagd en in het oosten van Zuid-Beveland ontstaat het huidige Verdronken land van Zuid-Beveland. Op Noord-Beveland steekt alleen de toren van Kortgene nog boven het water uit. Pas 70 jaar na de Sint Felix Vloed wordt de eerste Noord-Bevelandse polder opnieuw bedijkt. Ook de Zuid-Hollandse eilanden lopen zware overstromingsschade op. Vermoedelijk komen er enkele duizenden mensen bij deze Sint-Felixvloed om het leven. Sommige bronnen houden het zelfs op 100.000 doden, maar dat aantal lijkt veel te hoog. Zo telde Zeeland omstreeks 1530 maar zo’n 50.000 inwoners in totaal, waarvan er zo’n 30.000 in de Zeeuwse steden wonen.
  • Mede naar aanleiding van de inval van Maarten van Rossum in 1528 krijgt Den Haag in 1530 toestemming om de stad te versterken met een stadsmuur. Er worden concrete plannen uitgewerkt, maar tot het daadwerkelijk bouwen van een stadsmuur wordt niet overgegaan.
  • Op 1 december sterft in Mechelen op 50-jarige leeftijd landvoogdes Margaretha van Oostenrijk. Ze overlijdt aan de gevolgen van wondkoorts  Ze wordt als landvoogdes opgevolgd door haar nicht Maria van Hongarije, een zuster van Karel V. Zij zal het hof verplaatsen van Mechelen naar Brussel, waardoor Brussel het bestuurlijke centrum van de Nederlanden wordt.

1531:Foto volgt nog

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1531?

  • In de eerste helft van de zestiende eeuw komt het humanisme op. Geleerden zoals Erasmus en de Spanjaard Juan Luis Vives, hij is hoogleraar aan de in 1425 opgerichte universiteit van Leuven, pleiten voor meer aandacht voor de armen in de samenleving en aanpak van de armenzorg. Mensen moeten naar hun mogelijkheden door de lokale overheid werk worden aangeboden en moeten scholing krijgen. Wel moeten de armen die hier niet aan mee willen werken, streng aangepakt worden. Vives stelt voor om alle middelen voor het armenbeleid te leggen bij de lokale overheid.
  • In 1531 neemt Karel V dit idee over en vaardigt een keizerlijk edict uit, waarin word bepaald dat er in elke gemeente in de Nederlanden een ‘Gemene Beurs’ voor de armenzorg moet komen, een soort centrale armenkas, om de hulp aan de de armen, die voldoen aan de voorwaarden voor hulp, te kunnen financieren. Veel gemeenten zullen zich echter niet aan het edict houden. Wel worden in diverse plaatsen weeshuizen en armenscholen opgericht.
  • Op 29 september trouwt Willem de Rijke met Juliana van Stolberg. Het is na het overlijden van zijn eerste vrouw zijn tweede huwelijk. Samen zullen ze twaalf kinderen krijgen, vijf zonen en zeven dochters. Hun oudste zoon is Willem van Nassau-Dillenburg, de latere Willem van Oranje-Nassau,  de toekomstige ‘Vader des Vaderlands’.

Portret van Willem I, graaf van Nassau-Dillenburg door Willem Steelink naar anoniem schilderij

Willem de Rijke en Juliana van Stolzberg, de ouders van Willem van Oranje-Nassau

  • Op 1 oktober stelt Karel V de Conseil d’Etat, de Raad van State,  in als adviesorgaan voor zijn zus landvoogdes Maria van Hongarije.  De Raad van State bestaat uit hoge edelen, leden van de hoge geestelijkheid en een aantal juristen. De Raad moet de landvoogdes adviseren over belangrijke zaken als oorlog en vrede en de veiligheid en verdediging van het land. Naast de Raad van State worden in 1531 ook de Geheime Raad (belast met juridisch toezicht en wettelijke en administratieve zaken) en de Raad der Financiën (belast met het financiële beleid) ingesteld.
  • In Antwerpen wordt in de Twaalfmaandenstraat de Handelsbeurs gebouwd. Het ontwerp is van de Vlaamse bouwmeester Domien de Waghemakere. Het is het eerste speciaal voor de effectenhandel ontworpen gebouw ter wereld en meer dan vier eeuwen lang zal hier de Antwerpse effectenhandel plaats vinden.
  • Op 20 december wordt in Brussel Hendrik van Brederode – later bekend geworden als de Grote Geus –  geboren. Hij en Jan van Marnix zullen in 1567 de eerste leiders van de opstand tegen de Spanjaarden worden.

1532:Hoorn; foto genomen op 17  oktober 2024

1532 Hoorn 17 okt 2024 20241017_124302

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1532?

  • In Zierikzee breekt een pestepidemie uit. Na schatting overlijden er in 1532 zo’n 3.000 mensen in Zierikzee en haar directe omgeving aan de ziekte. Er wordt voor de verpleging van de zieken in Zierikzee een apart pesthuis ingericht.
  • In Brussel breken rellen uit. Aanleiding is de hoge prijs van graan. Het hof grijpt keihard in.  Philips van Croy, de markies van Aarschot, en kamerheer van Karel V, onderdrukt met geweld het oproer. Een aantal mensen die meedoen aan het oproer worden opgepakt en ter dood veroordeeld. Onder hen bevindt zich ook een zekere Pieter. Als deze op 16 september al geknield op Galgenberg te Watermaal zit om onthoofd te worden, komt er een jonge vrouw aan lopen die de veroordeelde opeist, zeggende dat zij met Pieter wil huwen, mits hij daarin toestemt. Dit opeisen is een gereguleerd gebruik. Pieter wordt in vrijheid gesteld om ter plekke met de vrouw te trouwen.
  • Omdat er geruchten zijn over gewapende acties van wederdopers moeten in Maastricht alle herbergiers elke avond in het stadshuis een lijst indienen met de namen van de bij hen verblijvende gasten.
  • In Utrecht verzamelt zich een groep landsknechten en huurlingen om in Wenen mee te vechten tegen de Ottomaanse troepen die Wenen omsingelen. Ze komen echter te laat om deel te nemen aan de strijd. Tegen de tijd dat ze aankomen, hebben de Turken het beleg al opgegeven en kunnen de Utrechtenaren onverrichterzake weer huiswaarts keren.
  • Op 1 oktober overlijdt de Zuid-Nederlandse schilder Jan Gossaert. Hij is vooral bekend van religieuze schilderijen,  mythologische taferelen en de vele portretten die hij schildert. Zo schildert hij in 1516 in opdracht van Karel V een portret van diens zuster Eleanora van Oostenrijk.
  • Op 2 november worden Zeeland en het westen van het land wederom getroffen door een grote vloed. Een groot deel van de herstelwerken in Zeeland van de vloed van 1530 wordt weggevaagd. Ook in Friesland, Noord-Holland en Texel  overstromen delen van het land. In Zuid Holland ontstaat als gevolg van de overstromingen een nieuwe rivier: Het Spui, een verbindingsrivier tussen de Oude Maas en het Haringvliet.

1533: Enkhuizen (spits van de kerk); foto genomen op 30 juni 2025

1533 Enhuizen spits 30 juni 2025

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1533?

  • Op 24 april wordt in Dillenburg Willem van Nassau geboren. Hij is het eerste kind van  graaf Willem van Nassau en Juliana van Stolberg. Uit een eerder huwelijk heeft Graaf Willem al twee kinderen. Willem van Nassau zal, nadat hij in 1544 van zijn neef René van Chalon het prinsdom Orange erft de naam Willem van Oranje-Nassau gaan dragen, later uitgroeien  tot het boegbeeld van de opstand tegen de Spanjaarden.
  • Een maand eerder wordt in Grave Anna van Buren geboren, de latere Gravin van Buren. In 1551 zal zij de eerste echtgenote van Willem van Oranje worden.
  • Ten zuiden van Alkmaar wordt het 35 hectare grote Achtermeer droog gemalen. De droogmakerij van dit meer, welke geschiedt met behulp van molens, geldt als de eerste  droogmakerij van een meer in de Nederlanden. (Het verschil met een inpoldering is, is dat bij een in te polderend gebied er eerst dijken om het droog te malen gebied worden gelegd. Bij een droogmakerij wordt een bestaand meer droog gemalen.)
  • Op 13 juni stuurt Landvoogdes Maria van Hongarije een brief aan de humanist en theoloog  Desiderius Erasmus, waarin zij hem verzoekt of hij zich bij haar hof wil voegen en biedt hem een salaris aan. Zij is een groot bewonderaar van Erasmus, waarmee ze af en toe correspondeert. Erasmus gaat niet op haar verzoek in, maar blijft in Freiburg in het huidige Duitsland wonen. In 1535 zal hij verhuizen naar Zürich in Zwitserland, waar hij een jaar later zal overlijden.
  • In Vlaanderen en in Leiden ontstaat sociale onrust onder de mensen die werkzaam zijn in de wolverwerkende industrie en  lakenindustrie.  De arbeiders werken er onder slechte omstandigheden, maken lange uren, krijgen karig betaald, en dat terwijl de voedselprijzen stijgen. Daarnaast loopt de werkgelegenheid in de wolindustrie flink terug. De oorzaak is dat Engeland  een eigen lakenindustrie opzet die in de belangrijkste afzetgebieden (de Oostzee-landen) zwaar concurreert met de wol- en lakenexport van de Nederlanden.
  • Omdat de Engelsen zelf steeds meer wol gaan verwerken, loopt ook de export van wol als grondstof naar de Nederlanden steeds verder terug. Vooral de invoer via Calais, één van de steden waar de Engelse wol op het vasteland wordt ingevoerd – Schiedam is een andere stad waar wol wordt ingevoerd – daalt mede door militaire conflicten die Frankrijk uitvecht flink. Bedraagt  de aanvoer uit Calais in 1532 nog 233.820 Engelse vellen wol, in 1533 is die nog maar18.188 vel groot. Wel wordt er ter compensatie wol ingevoerd vanuit Spanje maar die is zowel qua hoeveelheid als qua kwaliteit minder dan de Britse wol. De invoer van de Spaanse wol kan dan ook niet voorkomen, dat de lakenproductie in Vlaanderen en in Leiden in 1533 flink afneemt. Het gevolg is dat bedrijven sluiten en er werkeloosheid onder arbeiders die werkzaam zijn in de wol- en lakenindustrie ontstaat, hetgeen leidt tot de nodige sociale onrust.

1534: Culemborg; foto genomen op 11 juli 2024

1534 Culemborg MS 20240711_110806 (002)

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1534?

  • In het begin van de zestiende eeuw zijn onder invloed van Luther en de Frans-Zwitserse theoloog Calvijn allerlei nieuwe stromingen in de kerk ontstaan. Zo scheiden de wederdopers, die zich vooral baseren op de ideeën van Calvijn, zich af van de katholieke kerk. Wederdopers zijn mensen die zich opnieuw laten dopen als zij de leeftijd bereikt hebben “om zelf goed en kwaad van elkaar te kunnen onderscheiden”. Begonnen in Zwitserland bereikt deze stroming ook de Nederlanden, waarbij de ideologie van de wederdopers vooral in de Noordelijke Nederlanden aanslaat bij de kleine burgerij.  De Kerk en het landsbestuur zien de wederdopers echter als een bedreiging. In Den Haag worden in 1534 twee wederdopers uit Aalsmeer op de brandstapel gezet en levend verbrand.
  • In Culemborg komt het stadshuis gereed. Het is een initiatief van Antonis van Lalaing, de stadhouder van Holland, Utrecht en Zeeland; hij treedt in die functie hard op tegen het opkomend protestantisme –  en van zijn vrouw Elisabeth, Vrouwe van Culemborg en Gravin van Hoogstraten. Zij vinden dat Culemborg – de stad telt in 1530 ongeveer 3500 inwoners – een stadhuis van allure moet hebben en verstrekken de stad een lening om de kosten van de bouw te financieren.  Het ontwerp is van Rombout II Keldermans, de persoonlijk bouwmeester van Karel V. Boven de toegangsdeur worden twee sierlijke initialen aangebracht: een ‘A’ en een ‘E’. De ‘A’ is van Antonis, de ‘E’ is van Elisabeth.
  • Op 23 juli breekt er brand uit in de St Jans kapel in Breda. De brand verspreidt zich al snel over de binnenstad van Breda. De gehele binnenstad wordt vernietigd, behalve het gedeelte dat in 1490 bij de eerste grote stadsbrand van Breda is afgebrand en daarna is herbouwd in steen. Ook het stadshuis stort in. Op 22 november vaardigt Hendrik III van Nassau  een ordonnantie voor brandpreventie in Breda uit met daarin de regels dat een ieder, die een huis bouwt met een stenen gevel of met stenen muren en een hard dak, een deel van de kosten vergoed krijgt; dat degene die een huis met een verdieping bouwt meer subsidie  krijgt dan iemand die een huis zonder verdieping bouwt; dat de gevels langs een rooilijn moeten worden gezet en dat het dekken met riet wordt verboden.
  • In 1534 besluiten de drie aan de IJssel gelegen Hanzesteden Deventer, Zwolle en Kampen om gezamenlijk munten te slaan. De Landevoogdes is er op tegen, maar de drie steden beroepen zich keizerlijke muntrecht en privileges. Bijna 50 jaar lang kennen de drie steden een gezamenlijke Driestedenmunt. De munten worden in Deventer geslagen.
  • In Breda sticht Hendrik Anthonius Claesz. van den Corput de brouwerij ‘Den Boom ‘. Later gaat deze brouwerij op in de brouwerij De Oranjeboom.’
  • In Zeeland ontstaat door indijking de St Joris polder. Elders in Zeeland wordt besloten om het dorp Simonskerke op te geven en niet langer meer tegen de zee te beschermen. De dijk is niet stabiel genoeg meer en het kost te veel geld om hem op te knappen. Er wordt een nieuwe dijk aangelegd, waardoor het dorp buitendijks komt te liggen. Pastoor Jacobus Johanneszoon van Zuytkercke, die er tien jaar eerder als pastoor is benoemd, verlaat als laatste het dorp Simonskerke en zoekt een veilig heenkomen.
  • In Enkhuizen wordt Willem Jansz. de Rijke voor de eerste keer benoemd als burgemeester van Enkhuizen. Tussen 1534 en 1572 zal hij  gedurende 38 jaar liefst vijftien keer tot burgermeester van Enkhuizen worden benoemd. In het laatste jaar dat Willem Jansz burgemeester van Enkhuizen is (dat is in 1572), kiest Enkhuizen in mei van dat jaar op voorstel van de burgemeester als eerste stad in Nederland de kant van Willem van Oranje.

1535: Leeuwarden; foto genomen op 22 oktober 2023

1535 Leeuwarden 22 okt 2023 20231022_105433

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1535?

  • In Maastricht worden 15 personen gearresteerd, nadat een zekere Ruth Ketelbueters, verdacht van wederkoperij, tijdens een verhoor op de pijnbank heeft gezegd dat zij ook wederdopers zijn.  Ze worden vervolgd en veroordeeld tot de dood op de brandstapel. Als ze echter hun geloof willen herroepen, dan zullen ze niet op de brandstapel belanden maar zullen ze onthoofd worden, wat als een humanere executie wordt gezien. De uit Dieteren afkomstige molenaar Bartholomeus van den Berghe en zijn vrouw Mente Heynen zijn de enige twee die weigeren zich te bekeren. Hij wordt op 1 februari op het Vrijthof levend verbrand. Zijn vrouw wordt door verdrinking om het leven gebracht. De anderen herroepen hun geloof wel en worden allen in februari op het Vrijthof onthoofd. De terechtstellingen wekken in Maastricht veel beroering.
  • Op 11 februari rent een groep wederdopers na een bijeenkomst naakt door de straten van Amsterdam –  ze beschouwen hun kleding als ‘aards slijk’. Ze worden door de autoriteiten gevangen gezet en hard aangepakt.
  • Op 10 mei bestormen zo’n veertig wederdopers tijdens het zogeheten ‘Wederdopersoproer’ als protest tegen de aanpak van wederdopers het stadhuis op de Dam. Ze overvallen de wacht. Hierbij komt Pieter Colijn, de burgemeester van Amsterdam, om het leven. De groep wederdopers bezet daarna het gebouw. De volgende morgen vinden bij de bestorming van het gebouw door de Amsterdamse schutterij 28 wederdopers de dood, de overige twaalf worden gevangen genomen en terechtgesteld.
  • Niet alleen in Amsterdam en Maastricht, maar ook elders worden er in 1535 wederdopers berecht en terechtgesteld, onder andere in Zierikzee, Middelburg, Luik, Den Haag, Leiden, Deventer en Bolsward. Landvoogdes Maria van Hongarije eist namens haar broer Karel V van haar inquisiteurs een strenge vervolging van de ‘ketters’.
  • Eén van de bekendste wederdoper in 1535 is Jan van Leiden, die we nu vooral nog kennen van de uitdrukking ‘Je ergens met een jantje-van-leiden van afmaken’.  (Er zijn twee verklaringen voor de oorsprong van deze uitdrukking. De eerste heeft betrekking op zijn vroeger werk als kleermaker in Leiden, waarbij hij zijn slechte werkzaamheden vaak met een mooi praatje verdoezelde. De andere heeft betrekking op zijn praatjes als hoofd van de wederdopers in Münster, vlak over de grens met Duitsland.)
  • Jan van Leiden is een ‘apostel’ van Jan Mathijs, een oud-bakker uit Haarlem en in 1534 de leider van de wederdopers in Münster. Hij heeft in de loop van de tijd honderden mensen herdoopt. De wederdopers hebben in Münster de katholieke bisschop Frans van Waldeck de stad uit gejaagd. Deze belegert vervolgens de stad met een huurleger. Tijdens deze gevechten komt Jan Mathijs om het leven – zijn hoofd wordt door de bisschop op een spaak gezet- waarna Jan van Leiden zich uitroept als de nieuwe leider van de wederdopers in Münster. Hij benoemt zichzelf in september 1534 tot koning van het theocratische “Koninkrijk Sion” en voert er met behulp van zijn ‘apostelen’ een waar schrikbewind. Hij laat alle boeken op de Bijbel na verbranden. Het geld wordt afgeschaft en polygamie wordt ingevoerd. Jan van Leiden wijst in 1535 17 vrouwen aan als echtgenotes. Als één van deze vrouwen dat weigert en weg wil uit Münster, zet hij haar gevangen en onthoofdt hij haar op 12 juni 1535 in eigen persoon. Twee weken later slagen de troepen van bisschop van Waldeck er in om de stad in te nemen. Jan van Leiden en zijn apostelen worden gearresteerd en zes maanden lang wordt hij als een soort “circusbeer” in een kooi door het omliggende land gevoerd en tentoongesteld.

1536: Delft; foto genomen op 17 december 2023

1536 Delft 17 december 2023 20231217_155343

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1536?

  • In januari worden Jan van Leiden en zijn twee belangrijkste ‘apostelen’ na terugkeer van hun “tournee” door het land in Münster geëxecuteerd.  Hun lichamen worden daarna in open ijzeren kooien aan de toren van de Lambertikerk in Münster gehangen. De lichamen blijven daar ter afschrikking liefst bijna 50 jaar hangen.

undefined

De drie kooien aan de kerk van Münster, waarin de lichamen van Jan van Leijden en zijn twee kompanen bijna vijftig jaar hebben gehangen. foto Rüdiger Wölk, Münster

  • Op 3 mei breekt er brand uit in Delft. De vermoedelijke oorzaak is blikseminslag. De brand houdt drie dagen aan. Meer dan helft van de huizen in Delft, zo’n 2.000 stuks, gaat in vlammen op. Ook de Nieuwe Kerk – het dak stort in en de top van de toren brandt af – en het stadhuis – een groot deel van het stadsarchief verbrandt – raken zwaar beschadigd.
  • Bij Heiligerlee in de provincie Groningen vindt op 5 augustus een veldslag plaats tussen een leger van 3.000 man onder leiding van Meindert van Ham, de rechterhand van Maarten van Rossum (de veldheer van hertog Karel van Gelre) en een Habsburgs leger van 4.500 huursoldaten dat onder leiding staat van de Duitse edelman Georg Schenck van Toutenburg. Deze laatste is de door Karel V  benoemde stadhouder van Friesland en Overijssel. Meindert van Ham wordt niet alleen gesteund door de hertog van Gelre, maar ook door de Deense koning die net zoals de Franse koning ook in conflict is met Karel V.
  • Twee maanden voor deze veldslag is Meindert van Ham met zijn leger de provincie Groningen binnen gedrongen en heeft zich met zijn manschappen in Appingedam gevestigd van waaruit hij een schrikbewind voert in de dorpen in de Ommelanden, waaronder Bedum en Ten Post. Beide plaatsen worden geplunderd. Ook plundert hij  het Schuitenschuiverskwartier in de stad Groningen en steekt het in brand.
  • De Slag bij Heiligerlee wordt gewonnen door de Habsburgse troepen. Groningen en de Ommelanden erkennen daarna Karel V als de nieuwe landheer. Karel V benoemt daarna Georg Schenck van Toutenburg ook tot stadhouder van  Groningen en Drenthe.
  • Hertog Karel van Gelre trekt noodgedwongen zijn troepen uit het noorden van het land terug.
  • Op 12 augustus 1536 overlijdt in Basel de Nederlandse humanist, katholiek theoloog en filosoof Desiderius Erasmus. Zijn bekendste boek is ‘Lof der Zotheid’ uit 1511, waarin hij allerlei menselijke dwaasheden, niet alleen van kerkelijke autoriteiten maar ook van kooplieden, vorsten en wetenschappers op ironische wijze beschrijft. Landvoogdes Maria van Hongarije is een groot bewonderaar van zijn werk. (In 1559 zal de Spaanse Inquisitie dit in het Latijn geschreven boekwerk, net zoals alle andere boeken van Erasmus, op de Index van verboden werken plaatsen.)
  • De Vlaming Andries van Wessel, later bekend onder de naam Andreas Vesalius, keert in 1536 terug vanuit Parijs waar hij een medische studie heeft gevolgd. In Leuven zet hij zijn opleiding voort. Hij zal er regelmatig secties uitvoeren op de lichamen van terechtgestelden – naar verluidt doet hij dit de eerste keer op een lichaam dat hij stiekem van de galg heeft gehaald –  en met de aldus verkregen kennis, brengt hij het menselijk lichaam nauwkeurig in beeld. In 1543 zal hij het boek ‘De Humani Corporis Fabrica’, publiceren wat heel lang als standaardwerk van het menselijk lichaam zal gelden. Het zal hem wereldberoemd maken. Na het verschijnen van het boek benoemt Karel V hem tot zijn lijfarts.
  • Hertog Karel van Gelre geeft de opdracht om de grote Rijnbocht bij Arnhem af te snijden, waardoor de rivier weer langs de stad loopt. Niet alleen geeft dat de zuidkant van de stad een betere verdedigingslinie, maar ook varen er meer schepen langs Arnhem waardoor de tolinkomsten stijgen en wordt de verdere uitschuring van de vroegere bocht bij de Rijnpoort tegengegaan. Het project zal zes jaar duren.

1537: Delft; foto genomen op 17 december 2023

1537 Delft 17 december 2023 20231217_152436

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1537?

  • In Amsterdam worden op de Dam drie wederdopers onthoofd. Op basis van informatie van ene Sophie Harmansdochter, bijgenaamd Gele Fye – dit vanwege haar gele huidskleur veroorzaakt door problemen met haar gal – zijn ze gearresteerd vanwege deelname aan doperse bijeenkomsten. Dat Gele Fye de namen van deze drie mannen kent – ze heeft een beloning  gekregen voor het aangeven van de mannen – komt omdat haar vader, Harman Hoen van Zwol, tot aan zijn dood in 1535 thuis regelmatig verboden bijeenkomsten van wederdopers heeft georganiseerd. In 1535 is haar vader tijdens het Wederdopersoproer gearresteerd en ter dood veroordeeld. Hij werd bij die gelegenheid niet alleen onthoofd maar ook nog eens in het openbaar gevierendeeld.
  • De gewelddadige dood van haar vader vormt voor Gele Fye echter geen beletsel om bijna twintig jaar lang als verklikster van wederdopers actief te zijn. Als gevolg van haar activiteiten worden tientallen wederdopers opgepakt en ter dood gebracht. Sophie ontvangt voor haar verraderswerk en getuigenissen in totaal een beloning van een paar honderd Amsterdamse guldens.
  • Haar aanwijzingen zijn echter vooral op het laatst lang niet altijd even betrouwbaar meer. Op een gegeven moment heeft een nieuwe schout er genoeg van en besluit om niet meer met haar in zee te gaan. Gele Fye  is hierover zo verbolgen dat ze de beschuldiging uit dat de nieuwe schout en zijn vrouw zelf ook tot de wederdopers behoren. Ze wordt niet geloofd en vanwege het doen van een valse getuigenis gearresteerd en overgebracht naar Den Haag, waar ze liefst zes jaar in in de Haagse Gevangenpoort gevangen zit in afwachting van een proces. In 1562 volgt het proces. Ze wordt ter dood veroordeeld door middel van verbranding, maar voordat deze straf wordt uitgevoerd, snijdt de beul eerst nog haar tong uit, dit omdat ze daarmee de valse getuigenis heeft uitgesproken.
  • Niet alleen in het gewest Holland maar ook elders worden strenge vonnissen uitgesproken. Niet alleen voor wederdoperij maar ook voor zaken als moord, geweld en  diefstal. Uit de archieven van het Hof van Friesland in Leeuwarden van 1537
    • 17 Maart:  George van den Bosschen wegens publicq geweld onthooft.
    • op dezelfde dag zijn drie manspersonen wegens herdooperij onthoofd, de lighamen op een rad en de hoofden op staken gesteld.
    • eveneens op 17 maart is Claas van Bozum wegens kerkeroof, opgehangen en ook Hero Romkes zoon wegens huisbraak.
    •  op 25 April is Georgen Slootemaker wegens opensteken van een kiste en steelen van goederen daaruit aan de galge opgehangen.
    •  op 15 Mey is Pier wegens manslag onthooft.
    •  op 2 october is Pieter Ysbrand soon Smid wegens 2 manslagen onthooft.
    •  op 19 december is Janneke Schroors wegens herdopery in het water verdronken.
    • op dezelfde dag is Lucus Gorgen onthooft.
    • op 20 december is Meynert van Dockum wegens het loopen en tieren op het Cloosters onthoofd.” ( bron: Wopke Eekhoff)
  • In 1537 vaardigt landvoogdes Maria van Hongarije, een omstreden belastingbede uit. Karel V is op dat moment in oorlog met het Frankrijk. De gevechten vinden vooral in het zuiden van Frankrijk plaats. Van haar broer krijgt Maria het bevel om een huurleger samen te stellen dat vanuit de Zuidelijke Nederlanden Frankrijk moet binnenvallen, zodat Frankrijk een strijd op twee fronten moet gaan voeren. Maria legt daarop de steden en gewesten van Holland een extra bede op (een belastingmaatregel) om dit leger te financieren.
  • Op16 maart 1537 valt dit Habsburgs huurleger vanuit de Zuidelijke Nederlanden Noord-Frankrijk binnen. Lang duurt de strijd daar niet. Al snel kampen zowel Frankrijk als Maria van Hongarije met een tekort aan geld om langdurig een huurleger te kunnen betalen. Op 30 juli komt er een bestand tot stand, waarna de troepen van  Maria van Hongarije weer terug keren naar Vlaanderen.
  • Na onenigheid met een hoogleraar vertrekt Vesalius in 1537 uit Leuven en vestigt zich in Padua in Italië, waar hij promoveert en direct daarna op 23-jarige leeftijd wordt benoemd tot hoogleraar in de chirurgie, belast met het onderwijs in de ontleedkunde.

1538: Foto volgt nog.

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1538?

  • Op 10 januari wordt in Dillenburg Lodewijk van Nassau geboren, een jongere broer van Willem van Oranje. Veel meer dan zijn oudere broer zal hij in de tweede helft van de jaren zestig de voortrekker zijn van de opstand tegen Spanje.
  • Op 30 juni overlijdt in zijn hertogelijke residentie op de Markt in Arnhem op 70-jarige leeftijd Hertog Karel van Gelre. Hij wordt begraven in een praalgraf in de huidige Eusebiuskerk. Het graf bestaat nog steeds.
  • Bij met zijn eigen vrouw heeft hertog Karel van Gelre geen legitieme kinderen en daarmee geen opvolger.. Wel heeft hij bij een aantal andere vrouwen minstens zes bastaardkinderen verwekt, wellicht meer.  In 1528 heeft Karel van Gelre een mondelinge overeenkomst met Karel V gesloten dat als hij kinderloos zou overlijden, dat dan na zijn dood al zijn bezittingen naar Karel V zouden gaan. De hertog is echter niet van plan om deze overeenkomst na te komen, want in 1534 probeert hij in het geheim een overeenkomst aangaande zijn nalatenschap te sluiten met de koning van Frankrijk. Deze gaat daar niet op in.
  • In tegenstelling tot Karel V staat hertog Karel van Gelre wel tolerant tegenover andersgelovigen. Gezien de vele ‘ketters’ die Maria van Hongarije in naam van en op verzoek van Karel V in de Nederlanden op de brandstapel laat belanden, voelen de Gelderse steden er niets voor om Karel V te erkennen als hun nieuwe leenheer. Ze gaan daarom op zoek naar een opvolger van hertog Karel en vinden deze in de persoon van Willem V van Kleef, een ver familielid van hertog Karel. Willem V van Kleef is onder andere de hertog van Kleef, Gulik en Berg. In 1539 word hij daarnaast de nieuwe hertog van Gelre.
  • Hertog Willem V van Kleef is een humanist. Zijn hertogdom is een toevluchtsoord voor mensen die het regime en de vervolgingen van Karel V zijn ontvlucht. De strijd die volgt met Karel V (en de eerdere Gelderse oorlogen van hertog Karel van Gelre) worden wel eens gezien als de voorloper van de Tachtigjarige Oorlog om meer godsdienstvrijheid te krijgen.
  • De schilder Cornelis Anthonisz  schildert in opdracht Jan van Hennin, Heer van Bossu, de vertegenwoordiger van Karel V in Amsterdam, een plattegrond van Amsterdam gezien vanuit vogelperspectief. Zo ziet Amsterdam in 1538 er uit.

File:Amsterdam in 1538 - bMA.jpg

De stad Amsterdam in 1538. Halverwege de Amstel, die de stad in die tijd in tweeën deelt, is de Dam te zien. Afbeelding  Cornelis Anthonisz .

  • Cornelis Anthonisz krijgt voor het maken van het schilderij een bedrag van 6 libra, een oud munteenheid die een waarde vertegenwoordigt van een pond zilver. De libra is in die tijd alleen nog in Engeland in gebruik als ruilmiddel.
  • In 1538 sterft de Maastrichtse geleerde Mattheus Herbenus. Hij laat een grote en kostbare wetenschappelijke bibliotheek na met daarin onder andere een uitgave van de ‘Geographica’ van de Griekse historicus en geograaf Strabo (64 v.Chr.-23 na Chr.).  Dit boek is een soort encyclopedie van de toen bekende wereld.

1539: Foto volgt nog.

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1539?

  • In 1538 keert de uit Brielle afkomstige wederdoper Anneke Esaiasdochter terug uit Londen. In 1536 is zij vanwege de vervolgingen van wederdopers naar Engeland uitgeweken, waarheen haar man al in 1534 was gevlucht. Als ze in 1538 na terugkomst samen met een geloofsgenote in Rotterdam de boot naar Delft wil pakken, worden de twee vrouwen opgepakt. Een man uit Brielle heeft haar herkend en aangegeven. Ze wordt gearresteerd, ter dood veroordeeld en op 24 januari 1539 bij de Delftsche Poort in Rotterdam samen met de vrouw uit Leuven verdronken. Vlak voor haar dood vraagt ze de toeschouwers of er iemand voor haar 14 maanden oude baby wil zorgen. Een bakkersknecht neemt de zorg van het kind op zich. De bakker wordt later bierbrouwer, het kind later ook en nog later zal het kind burgemeester van Rotterdam worden.
  • Landvoogdes Maria van Hongarije legt na de financiering van de korte oorlog in 1537 met Frankrijk de Nederlandse gewesten in 1539 opnieuw een extra bede op. Deze keer om de oorlog die Karel V in Italië voert te kunnen bekostigen . Aanvankelijk betalen alle gewesten, weliswaar met de nodige tegenzin, deze belasting, maar in 1539 besluit de stad Gent om deze bede niet langer meer te betalen, wat leidt tot de zogeheten Gentse Opstand.
  • Tussen eind april en begin juni organiseert Gent tijdens deze ‘opstand’ de Gentse spelen. Het is een literair festival. De stad heeft alle rederijkerskamers uit Vlaanderen, Henegouwen, Artesië, Brabant, Holland en Zeeland uitgenodigd voor deelname aan een toernooi dat is ingericht om ‘de bewoners uit de hele Nederlanden op te wekken tot vreugde en tot beoefening van de rederijkerskunst.’ Negentien steden accepteren de uitnodiging. Ze dienen een toneelstuk te schrijven en het op te voeren. Het opgelegde thema van de te maken toneelvoorstelling is de vraag, wat de mens op zijn sterfbed het meest tot troost strekt.  Ook zijn er dichtwedstrijden, een zangwedstrijd en een narrenwedsgtrijd. De delegaties van de deelnemende steden bestaan naast de leden van de rederijkamers uit talrijke hoogwaardigheidsbekleders, kooplieden en schuttersgilden van de steden. Naast de wedstrijden worden er allerlei feesten georganiseerd. In sommige toneelvoorstellingen klinkt wat kritiek door op de autoriteiten en de kerk maar nergens wordt er een breuk met de kerk bepleit. Men komt er vooral om feest te vieren. De rederijwedstrijd wordt gewonnen door de rederijkamer Violieren uit Antwerpen. De eerste prijs is een grote schaal van puur zilver.
  • Als Karel V tijdens een verblijf in Madrid van de Gentse opstand hoort, besluit hij om met een leger naar Gent op te trekken om deze rebellie de kop in te drukken. Van de Franse koning Frans I met wie hij ondertussen in vrede leeft, mag hij met zijn leger vanuit Spanje door Frankrijk heen naar de Zuidelijke Nederlanden trekken.
  • In Den Haag slaat de bliksem in de toren van de Grote Kerk. De kerk brandt af. Er wordt een loterij georganiseerd om de herbouw te financieren. Ook Karel V geeft een bijdrage. Onduidelijk is of hij hiervoor ook een lot krijgt.

1540: Gouda; foto genomen op 26 september 2023

1540 Gouda 26 sept 2023 20230926_102744

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1540?

  • Op 14 februari 1540 verschijnt Karel V vergezeld van een leger van zo’n 5.000 man voor de stadspoorten van het opstandige Gent. De angstige bestuurders van de stad zetten de poorten wijd voor hem open en ontvangen hem met grote eer.
  • De bestuurders van Gent beloven om alle bedes te gaan betalen en hopen er met een waarschuwing van af te komen, maar dat is niet de bestraffing die Karel V in gedachten heeft voor de revolte. Na een kort proces laat hij op 17 maart de kopstukken van de Gentse  opstand onthoofden. Hun lichamen worden aan wielen vast gebonden en hun hoofden op staken buiten de poort gespietst. Op 3 mei verplicht hij daarnaast een grote groep Gentenaars, waaronder edellieden, ambtenaren en bekende poorters, blootsvoets voor hem langs te lopen, gekleed in een zwarte tabbaard. De stoet wordt gesloten door 50 gewone Gentenaren met een strop rond hun nek. Sindsdien worden Gentenaren stroppendragers genoemd.
  • Na het bedwingen van de Gentse Opstand reist Karel V door naar Amsterdam. Hij heeft er een meerdaags bezoek gepland, maar als hij op 13 augustus in de stad arriveert, stinkt het er gigantisch. De grachten, die vol liggen met dierlijk slachtafval, zijn drooggevallen – het is die zomer erg warm –  en de hygiënische omstandigheden zijn er zo slecht – er is bijvoorbeeld nauwelijks drinkbaar water voorhanden – dat Karel V na één dag de stad al weer verlaat. Hij zal er nooit meer terugkomen.
  • Het jaar 1540 is waarschijnlijk het warmste jaar in Europa van de laatste duizend jaar. Het jaar zal bekend komen te staan als het grote zonnejaar. Maandenlang heerst er in West-Europa een soort Middellandse Zee klimaat. Vanaf februari blijft het bijna negen maanden lang droog. Het is dagenlang zonnig en onbewolkt. Vooral van april tot en met juli is het extreem warm. Alleen op 28 juli regent het flink.
  • De gevolgen zijn groot. De Seine bij Parijs valt droog en ook de Rijn staat vanaf Keulen zo goed als droog. Er is nauwelijks scheepvaart meer mogelijk, watermolens kunnen niet draaien, drinkwater wordt een probleem, koeien sterven van de dorst en er is ook vaak geen water om  de vele branden te blussen die her en der ontstaan. Veel mensen lopen een zonnesteek op en bezwijken aan de hitte. In de zomer is er sprake van een muizenplaag en breken er ziektes uit. Appels en peren verdrogen aan de takken. De graanoogst is echter wel goed, vooral die van haver. Eind augustus is het koren al geoogst en is de wijnoogst al achter de rug.
  • Antonis van Lalaing, de stadhouder van Holland, Utrecht en Zeeland, overlijdt. Hij wordt opgevolgd door René van Chalon, de oom van Willem van Nassau.

1541: Foto volgt nog.

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1541?

  • Op 6 januari overlijdt in Brussel Bernard van Orly. Deze Brabantse schilder, hij is in 1518 door Landvoogdes Margartha van Oostenrijk aangesteld als hofschilder, is niet alleen om zijn schilderijen geliefd, maar ook is hij een veelgevraagd ontwerper van wandtapijten en glas-in-loodramen.
  • In 1541 schildert de Amsterdamse schilder en carthograaf Cornelis Antoniszn dansende edelen. Het is een prent uit een serie van meerdere afbeeldingen die het leven van de hogere stand laat zien.

Dansende edelen

  • In ’s Hertogenbosch wordt het Mannengasthuis van Adam van Mierden en enkele andere huizen achter de St. Barbara’s kapel afgebroken om ruimte te maken voor een vestingmuur en een toren, de Stadshouderstoren genaamd. In 1585 zal deze toren door de Spanjaarden als buskruitfabriek worden gebruikt.
  • In Amsterdam wordt Engel Dircxdochter opgepakt voor ‘tovenarij’. Ze wordt beschuldigd een heks te zijn. Amsterdam beschikt niet over een ‘bekwaam heksenmeester’ om haar te ondervragen. De schout en schepen van de stad durven haar niet zelf te ondervragen, bang dat ze zijn dat de tovenares hun zal betoveren. Ze roepen de hulp in van  een broeder uit Utrecht en een specialist in het ondervragen van heksen uit Utrecht. Deze komen op kosten van de stad Amsterdam naar Amsterdam om de schepenen bij te staan bij de ondervraging van heks. Na een ‘strenge ondervraging’ waarbij sprake is van een ‘torture’  bekent Engel Dircxdochter dat ze een tovenares is. Ze wordt veroordeeld tot ‘brande geexcuteert tot pulver toe‘. Op 10 januari 1542 belandt ze op de brandstapel. In de jaren erna worden in Amsterdam nog een aantal andere personen als heks veroordeeld en verbrand. In 1555 is ene Meyns Cornelis  de laatste persoon die in Amsterdam als heks op de brandstapel belandt.

000 heksenEen ondervraging van een heks en een drietal heksen op de brandstapel.

  • Omdat Coevorden binnen korte tijd drie grote branden kent, schenkt Karel V de stad het recht op drie  jaarmarkten -“Coevorden is  drie keer verbrant ende in de gront verdorven , én, drie keer verbrand, ook drie vrije jaarmarkten”, aldus het schrijven van Karel V.  De jaarmarkten zorgen voor een impuls van .de plaatselijke economie.

1542: Gouda; foto genomen op 26 september 2023

1542 Gouda 26 sept 2023 20230926_105839

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1542?

  • Op 12 juli 1542 verklaart de Franse koning Frans I weer de oorlog aan Karel V.  Hij denkt gebruik te kunnen maken van de afwezigheid van Karel V die op dat moment bij Algiers aan het vechten is en er grote verliezen lijdt in zijn strijd tegen de Moren aldaar. Willem V van Kleef – de hertog van Gelre en hertog van Kleef en Gulik – sluit zich bij de Franse koning aan en stuurt zijn hoogste militaire veldheer, Maarten van Rossum, met de Gelderse legers naar Antwerpen en Gent in een poging om deze steden op Karel V te veroveren.

Maarten van Rossum

Maarten van Rossem omstreeks 1540

  • Ook de Deense koning Christiaan III sluit zich bij de oorlogsverklaring van Frans I aan. Hij sluit de Sont af voor de Hollandse schepen. Ook stuurt hij een vloot van veertig schepen naar de Hollandse en Zeeuwse kusten om daar de handel en de visserij te verstoren. Frans I valt ondertussen in het zuiden de gewesten Luxemburg en Artesië aan.
  • Spionnen van Maria van Hongarije krijgen het aanvalsplan van Maarten van Rossum in handen en zien dat hij op weg is naar Maastricht om daar de Maas over te steken en dan via Leuven naar Antwerpen te trekken. Om tijd te winnen voor de verdediging van de stad stuurt de landvoogdes versterkingen richting Maastricht om de Gelderse troepen daar op te houden, waardoor Van Rossum gedwongen wordt om zijn route te wijzigen. Hij steekt nu bij Nijmegen de Maas al over om daarna door Brabant richting Antwerpen te trekken. Onderweg plundert hij Sint Oedenrode (toen nog Rode geheten) en brandt het stadje plat. Ook Vught wordt geplunderd. Als gevolg van de vertraging die dit alles oplevert komt Van Rossum pas op 25 juli bij Antwerpen aan, waardoor de legers van Maria van Hongarije – deze staan  onder de  bevelen van prins René van  Oranje, de hertog van Aarschot en de graven van Buren en van Roeulx – de tijd krijgen om naar Antwerpen af te reizen en daar een verdediging op te te richten.
  • Als Van Rossum voor de poorten van de stad verschijnt, eist hij namens de koningen van Frankrijk en Denemarken de stad op. Het stadsbestuur van Antwerpen stelt echter dat zij alleen keizer Karel als vorst erkennen en houden de poorten gesloten. Van Rossum die er op heeft gerekend dat het stadsbestuur mee zou werken, blijft met zijn legers drie dagen voor de inmiddels versterkte stad liggen en besluit dan om het beleg op te breken en trekt zijn troepen weer terug. Een langdurig beleg lijkt het hem kansloos.
  • De Vlaamse humanist Nicolaes Cleynaerts, vooral bekend door zijn pogingen om een toenadering tussen het christendom en de islam te bewerkstelligen  – hij reist daartoe onder andere af naar Fez in het huidige Marokko – overlijdt in Spanje  in het Alhambra in Grenada waar hij ook begraven wordt.

1543: Veere; foto genomen op 7 augustus 2024

1543 Veere 20240807_150914

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1543?

  • Na de mislukte aanval van Maarten van Rossum op Antwerpen valt in januari een groot Habsburg leger het hertogdom Gulik aan en verovert het gebied binnen drie weken. Het Habsburgse leger valt echter daarna vooral door desertie – de lonen van de huursoldaten worden niet op tijd uitbetaald – uiteen wat hertog Willem V van Kleef begin maart de gelegenheid geeft om met steun van de hertog van Saksen het hertogdom Gulik weer terug te heroveren.
  • Op 24 maart staan de troepen van Karel V en die van Willem V van Kleef opnieuw tegenover elkaar. Deze keer bij Sittard. Aan de kant van Karel V vechten in de stromende regen en hagelbuien, 4.800 infanteristen met 24 kanonnen en 3.400 ruiters. De hertog van Gelre en Gulik beschikt over 2.000 man piekeniers, 2.000 man haakbusschutters,  800 Sittardse schutters, 3.000 ruiters en 5 kanonnen.  Bij elkaar zijn er zo’n 16.000 man aan het vechten in de modder. Aanvankelijk hebben de keizerlijke troepen de overhand maar uiteindelijk behalen de Gelderse troepen de overwinning. Er vallen veel doden: 3.000 stuks aan de kant van Karel V, 1.000 stuks aan die van Willem V van Kleef. Ook 1.500 paarden vinden tijdens deze ‘Slag aan de Kempekoel’ de dood. Alle kanonnen van Karel V vallen in handen van Willem V van Kleef.
  • Op 4 juli verschijnt Maarten van Rossum met zo’n 1.200 man voor de stad Amersfoort. Gedurende drie dagen bestormt hij de  ommuurde stad, die vooral door burgers wordt verdedigd. Als hij op 7 juli dreigt de stad voor de zesde keer te bestormen geef Amersfoort zich over. Om plundering en brandstichting van de stad af te kopen eist Van Rossum een bedrag van ongeveer 80.000 Carolusgulden. De stad heeft slechts een bedrag van 8.000 Carolusgulden in kas en tekent voor de rest van het bedrag een schuldbekentenis. Als de mannen van Maarten van Rossum zich daarna terugtrekken, nemen ze al het voedsel, waaronder ook koeien, kalveren, schapen en varkens., mee. Het zelfde doen ze in plaatsen in de omgeving van Amersfoort zoals Leusden, Soest en De Bilt. Ook huisraad en kleding worden als oorlogsbuit mee genomen.
  • Na de inname van Amersfoort verschijnt er in Arnhem een populair spotgedicht. “Amersfoort was een Kamp vol stieren / Keyser noch Koning kost haer regieren / Maar doen Meerten van Rossum quam / Die maeckte van elcke stier een lam
  • De verovering van Amersfoort is het laatste succes van de Gelderse troepen. In de zomer onderneemt Karel V een derde poging om het leger van de hertog van Gelre te verslaan. Deze keer huurt Karel V liefst 40.000 huursoldaten in en tegen deze grote overmacht kan Willem V van Kleef niet op. Op diverse plaatsen in Gelre worden vestigingen van de hertog aangevallen.
  • In september verschijnt er een grote Habsburgse troepenmacht voor Lochem. Als deze stad zich niet direct overgeeft, worden er gloeiendhete kanonskogels afgevuurd op de stad die vol staat met houten huizen met rieten daken. De kanonskogels zorgen voor veel branden, waarna de stad zich alsnog overgeeft. De Habsburgers eisen na de overgave 1.500 gulden om de stad niet verder in brand te steken en halen de klokken uit de kerktoren van Lochem om deze om te smeden tot kanonnen.
  • Bij een andere slag bij (de toen Gelderse en nu Duitse stad)  Düren steken de Habsburgse troepen op bevel van de katholieke graaf Lamoraal van Egmont – hij is in 1543 één van de militaire leiders van Karel V; in 1568 wordt hij in Brussel op indicatie van Alva onthoofd – de stad in brand en worden talloze mensen in de stad vermoord.
  • De belangrijkste gevechten vinden plaats bij Venlo en als de troepen van Karel V deze stad innemen staakt Willem V van Kleef definitief de strijd. Op 7 september wordt het ‘Traktaat van Venlo’ gesloten, waarin Willem V van Kleef het hertogdom Gelre en het daartoe behorende graafschap Zutphen overdraagt aan Karel V. Wel mag hij het hertogdom Gulik houden. Met het traktaat komt er een einde aan de Gelderse oorlogen (1502-1543).
  • Keizer Karel V voegt vervolgens Gelre en Zutphen bij zijn Nederlandse bezittingen, waarmee voor het eerst alle gebieden in de Nederlanden waaruit Nederland, België en Luxemburg zullen ontstaan in handen van één heerser zijn. De Nederlanden zijn min of meer gevormd. Ze bestaan in 1543 uit achttien verschillende bestuurlijke gebieden: vier hertogdommen: Brabant, Gelre, Limburg en Luxemburg; zeven graafschappen: Artois, Henegouwen, Namen, Vlaanderen, Holland, Zeeland en Zutphen; één markgraafschap: Antwerpen, vijf zogeheten heerlijkheden: Friesland, Groningen (inclusief Drenthe), Overijsel, Utrecht en Mechelen, en het prinsbisdom Luik. In al deze gebieden is keizer Karel V in 1543 de heerser met uitzondering van het prinsbisdom Luik, waar bisschop Cornelis van Bergen met toestemming van Karel V niet alleen de geestelijke macht maar ook de wereldlijke macht uitoefent.

00 17 provincien

  • Karel V benoemt René van Chalon, die al namens hem de stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht is, ook tot de stadhouder van Gelre en Zutphen. De prins van Orange wordt hierdoor stadhouder van bijna alle noordelijke Nederlanden.
  • Voor de bewoners van het hertogdom Gelre zal de overgang niet gunstig uitpakken. Ze hadden met Willem V van Kleef een humanistische vorst die tolerant is op godsdienstgebied en krijgen nu met Karel V, en later met diens zoon Filips II, een streng katholieke heerser die niet-katholieken streng vervolgt en regelmatig op de brandstapel laat belanden.
  • In 1543 verschijnt in Zürich ‘De humani corporis fabrica libri septem’ (‘Over de bouw van het menselijk lichaam in zeven boeken)) van de Zuid-Nederlands arts en anatoom Andreas Vesalius. In zeven delen: (Boek 1: ‘Beenderen en gewrichten’;  Boek 2: ‘Ligamenten en spieren’;  Boek 3: ‘Aders en bloedvaten’;  Boek 4: ‘Het zenuwstelsel’;  Boek 5: ‘Spijsvertering en voortplantingsorganen’; Boek 6: ‘Hart en ademhaling’; en Boek 7: ‘De hersenen’) beschrijft Vesalius de anatomie van de mens.
  • In 1543 koopt Maarten van Rossum de ruïne van het kasteel Cannenburch in Vaassen en laat er een nieuw kasteel bouwen.

1544: Foto volgt nog

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1544?

  • In de eerste helft van de zestiende eeuw is er sprake van een langdurige reeks van conflicten in Europa – de zogeheten Italiaanse oorlogen; de oorspronkelijke aanleiding is een conflict over de opvolging van Ferdinand I van Napels in 1494 –  waarbij Frankrijk tegenover de Habsburgse heersers van Spanje en het Heilige Roomse Rijk komt te staan. Ook Engeland, Schotland, Denemarken, de republiek Venetië, de Pauselijke Staat, de meeste Italiaanse stadstaten en het Ottomaanse Rijk raken in de oorlogen betrokken. Gevochten wordt er niet alleen in Italië maar ook op meerdere plekken in Europa.
  • In de zomer van 1544 belagen de legers van keizer Karel V Saint-Dizier, een noordelijke grensstad van Frankrijk. Zo’n 42.000 huursoldaten belegeren de stad, die door 4.000 man wordt verdedigd. Deze houden een maand stand, maar geven zich op 17 augustus over. Het aantal slachtoffers aan beide kanten is aanzienlijk. Eén van degenen die sneuvelt bij de strijd is de Hollandse stadhouder René van Chalon, die bij de strijd om Saint-Dezier één van de legeraanvoerders is van Karel V. Hij sterft op 18 juli 1544 op 25-jarige leeftijd.
  • Op weg naar het slagveld heeft hij een testament gemaakt. Omdat hij geen legitieme kinderen heeft – een dochter is binnen drie maanden na haar geboorte overleden; verder heeft hij alleen een buitenechtelijke zoon van vier jaar bij een onbekend gebleven vrouw –  heeft hij in zijn testament zijn elfjarige neefje Willem van Nassau (de latere Willem van Oranje) aangewezen als zijn opvolger. Deze erft van zijn neef al zijn bezittingen en titels. Willem van Nassau, de latere ‘Vader des Vaderlands’, zal dankzij deze erfenis voortaan als Willem van Oranje-Nassau door het leven gaan. Dankzij René van Chalon heeft de Nederlandse koninklijke familie vandaag de dag de achternaam ‘Van Oranje-Nassau’. Ook de wapenspreuk ‘Je maintiendrai’ (Ik zal handhaven) nemen ze van René van Chalon over.

Portret van Willem van Oranje als jongen te paard bij het hof in Brussel. Prent door Cornelis Anthionisz., ca. 1545. Collectie Rijksmuseum Amsterdam.

  • Anna van Lotharingen, de vrouw van René Chalon krijgt op grond van het testament jaarlijks 14.000 gulden uit de erfenis, uit te keren door Willem van Oranje. Het buitenechtelijk kind van René van Chalon krijgt van de ‘Van Oranje-Nassau’s jaarlijks 1.500 gulden. Deze bastaardzoon (Palamedes van Chalon geheten) zal in 1566 voor opheffing zorgen als hij Polyxena van Mansfeld. de dochter van de graaf van Mansfeld, schaakt en even later met haar trouwt.
  • Karel V, die het testament van René van Chalon moet goedkeuren, gaat akkoord met de wilsbeschikking. Wel verbindt hij er de voorwaarde aan dat de jonge Willem naar Brussel moet komen, waar hij katholiek zal worden opgevoed door voogden die hij zal aanwijzen. Van huis uit is Willem in Dillenburg luthers opgevoed en daarom mag zijn vader van Karel V geen medevoogd zijn. Vanwege het belang van de erfenis gaat vader Willem de Rijke met deze voorwaarden akkoord, waarna de jonge prins Willem naar Brussel verhuist, waar hij aan het hof van Maria van Hongarije streng katholiek wordt opgevoed. Claude de Bouton, heer van Corbaron, wordt benoemd tot gouverneur van Willem van Oranje. Hij is een gewezen opperstalmeester van Karel V. Willem spreek op dat moment nog geen Frans (de taal aan het hof) of Nederlands. Al snel leert hij deze talen, al zal hij zijn hele leven lang het Nederlands met een Duits accent uitspreken. Aan het eind van het jaar gaat Willem met zijn voogd wonen in het kasteel van Breda.
  • Na de verovering van Saint-Dizier trekt het leger van Karel V op naar Parijs. Als ze tot op zeventig kilometer van de stad zijn genaderd vinden er vredesbesprekingen plaats tussen vertegenwoordigers van de keizer en de Franse koning Frans I. Op 18 september wordt de  Vrede van Crépy gesloten. Hierin wordt onder andere vastgelegd dat Frankrijk afstand doet van al zijn aanspraken op alle in Habsburgse handen zijnde gebieden in de Nederlanden zoals Vlaanderen en Artesië. Saint-Dizier wordt in oktober weer teruggegeven aan de Fransen.
  • Op diverse plaatsen in de Nederlanden belanden in 1544 lutheranen op de brandstapel. Zo worden op 13 november in Delden twee vrouwen levend verbrand en wordt in Leuven een groep burgers door de Inquisitie gearresteerd op beschuldiging van lutheranisme. Een deel van de groep belandt op de brandstapel, een deel wordt onthoofd. De enige van de groep die wordt vrijgelaten is de bekende kaartenmaker Gerardus Mercator.

1544: In Delden worden Maria van Beckum en haar schoonzuster Ursula van Beckum op de brandstapel gezet. Maria van Beckum staat al op de brandstapel; Ursula links op de prent wordt nog vastgehouden. Prent Jan Luyken.

  • In december geeft Karel V opdracht om de zeegaten bij Edam en Nieuwendam door middel van sluizen af te sluiten. Dit om te voorkomend dat het zoute zeewater van de Zuiderzee het achterliggende land te veel zal verzilten. Het stadsbestuur van Edam verzet zich tegen het besluit, omdat ze bang zijn dat door de sluis de haven zal verzanden. Pas 21 jaar later gaan ze onder druk van Filips II over tot de bouw van de sluis.
  • In Antwerpen verschijnt bij de drukker Jan Roulans het ‘Antwerps Liedboek’ met teksten van 221 liederen. Twee jaar later belandt het boek op de lijst met verboden boeken, omdat er een aantal liederen in voorkomen waarin het gaat over losbandig gedrag van monniken en nonnen.

1545: Delft; foto genomen op 17 december 2023

1545 Delft 17 december 20231217_160450

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1545?

  • Karel V vindt dat zijn ondergeschikten nog steeds niet streng genoeg optreden tegen de ketters. Zo krijgen de Staten van Utrecht het uitdrukkelijke bevel om de inquisiteurs beter bij te staan in hun jacht op de ketters. Nergens in Europa is de wetgeving tegen hen zo streng als in de Nederlanden. Tussen 1520 en 1570 worden naar schatting 2.000 mensen in de Nederlanden vanwege ketterij ter dood veroordeeld en omgebracht.
  • Zo wordt in 1545 de Antwerpse drukker en boekhandelaarJacob van Liesvelt ter dood veroordeeld en onthoofd. Dit omdat de nieuwste druk uit 1542 van de door hem uitgegeven Nederlandstalige vertaling van de Bijbel te veel protestantse  kanttekeningen zou bevatten. Bij eerdere processen bij twee eerdere drukken is hij hiervoor nog vrijgesproken
  • In augustus maakt de 13-jarige Willem van Oranje in het gevolg van landvoogdes Maria van Hongarije zijn opwachting bij Karel V die van de Rijksdag te Worms naar Brussel is terug gekeerd.
  • De in Beverwijk geboren Nederlandse schilderJan Cornelisz Vermeyen ontwerpt in 1545 voor Karel V een twaalftal wandtapijten met als onderwerp diens veldtocht in Tunesië van 1535. Vermeyen vergezelde destijds  Karel V tijdens deze veldtocht, waarbij Karel V de stad Tunis op de Turken veroverde . Op één van die tapijten heeft hij Muley Ahmed, de latere koning van Tunis, afgebeeld. De schilder Peter Paul Rubens is zo onder de indruk van dit werk van Vermeyen, dat hij in 1609 een vrijwel identiek portret van Muley Ahmed schildert.

File:Jan Cornelisz. Vermeyen - Muley Ahmed - Museum Boijmans van Beuningen.jpg Portrait of a man wearing a turban and a sheathed sword

Links 1545, Muley Ahmed door Jan Corneliszn Vermeyen ; rechts 1609, door Peter Paul Rubens.

  • In 1545 wordt in Oudenaarde brouwerij Roman opgericht. Het is één van de oudste nog bestaande brouwerijen van België.
  • De Koudepolder, een polder in Zeeland, ten westen van Hoek wordt bedijkt. Ook elders in de Nederlanden worden nieuwe dijken aangelegd zoals bij het plaatsje Stad aan ’t Haringvliet en bij de Dollard in Groningen.
  • De in Wageningen geboren Pieter van Afferden publiceert in 1545 – hij is dan rector van de Latijnse school in Harderwijk – een leerboekje Latijn, ‘Tyrocinium linguae Latinae’ geheten. Hij beschrijft daarin allerlei alledaagse zaken waarbij hij woorden en begrippen hanteert die passen bij de belevingswereld van zijn leerlingen, zodat het leren van Latijn voor zijn leerlingen gemakkelijker en leuker wordt. In één van de hoofdstukken worden de regels van een soort golfspel gedetailleerd beschreven. Op grond hiervan wordt aangenomen dat het golfspel van oorsprong een Nederlandse “uitvinding” is.

1546: Harlingen; foto genomen op 21 oktober 2023

1546 Harlingen 21 okt 2023 20231021_112733

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1546?

  • Op 18 februari 1546 overlijdt Maarten Luther. Zijn 95 stellingen, die hij in 1517 op een kerkdeur in Wittenberg (Duitsland) timmerde met kritiek op de katholieke kerk, hebben ook in de Nederlanden veel weerklank gevonden, in he bijzonder in Monnickendam. Waarschijnlijk komt dit omdat veel Duitse schepen de haven van Monnickendam aandoen. Het bezorgt Monnickendam de bijnaam Lutherdam. Steeds meer mensen keren er zich af van de katholieke kerk. Dit tot groot ongenoegen van de plaatselijk katholieke machtshebbers en deze komen regelmatig in actie. Zo worden op 12 maart 1546 Dirk Pietersz Samuel en Jacob de Geldersman vanwege hun geloofsopvattingen gearresteerd. Na een kort proces worden ze op 24 mei op de Dam in Amsterdam in het openbaar als ketters levend verbrand.

Dirk Pietersz Samuel en Jacob de Geldersman  worden op de Dam verbrand. tekening Jan Luyken.

  • Nadat Luther zijn stellingen op de kerkdeur timmerde, verschijnen er veel publicaties over zijn denkbeelden. Ook Luther zelf publiceert het nodige. Karel V beveelt daarop een algemene inbeslagname en verbranding van alle publicaties van en over Luther, iets wat door Paus Leo X van harte wordt toegejuicht. In de loop van de tijd worden er regelmatig door de inquisitie lijsten opgesteld van ‘verboden boeken’. Dit mondt in 1546 uiteindelijk uit in ‘De Index van Leuven’, een officiële lijst met verboden boeken, opgesteld door de theologen van de Leuvense universiteit. De lijst bevat omvat 169 veroordelingen van boeken en werken van verschillende auteurs. Op 30 juni geeft Karel V deze ‘Index van Leuven’ kracht van wet door een keizerlijk edict.
  • Op 6 augustus slaat in Mechelen de bliksem in op de Zandpoort. In de stadspoort ligt 40.000 kg buskruit opgeslagen. Er volgt een grote ontploffing. Een groot deel van de stad ligt in puin, 800 huizen zijn compleet vernield en er vallen tussen 170 en 200 doden.
  • In 1546 wordt in Veenendaal ‘Het Veenraadschap van de Geldersche en Stichtsche Veenen’ opgericht. Het is een vereniging van rijke grondeigenaren uit Utrecht, Rhenen, Amsterdam en andere plaatsen, die zichzelf  ‘veengenoten’ noemen en zich bezig houden met de veenmarkt: het handelen in turf en veen.  Ze krijgen gezamenlijk een monopolie in de handel en transport van veen. Ook houden ze zich bezig met de afwatering in het laaggelegen Veenendaal. Door veenwinning in bedijkte gebieden zullen vooral in het westen van de Nederlanden veel gebieden onder zeeniveau belanden.

1547: Fort Rammekens; Ritthem; foto genomen op 6 augustus 2024

1547 Vlissingen 20240806_132706

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1547?

  • Ook in 1547 worden weer ‘ketters’ terechtgesteld onder andere in Roermond, waar een zekere Metken, volgens de overlevering ‘een stille vrome vrouw’, op de brandstapel belandt.
  • Door de dichtslibbing van diverse wateren zoals het Zwin dreigt de haven van Gent onbereikbaar te worden voor schepen. Karel V  geeft daarom in mei de stad toestemming voor het graven van de Sassevaart, een kanaal tussen Gent en de Westerschelde. Het zal  een voorloperzijn van het Kanaal Gent-Terneuzen.  (In 1563 zal het kanaal gereed komen, maar de Gentenaren zullen niet lang van het kanaal gebruik kunnen maken. Tijdens de Tachtigjarige oorlog blokkeren de Hollanders het kanaal en ook na de Vrede van Münster in 1648 heffen ze blokkade niet op.)
  • Landvoogdes Maria van Oostenrijk maakt  een rondreis langs de Zeeuwse kust en besluit om er diverse kustwerken aan te leggen dan wel te versterken tegen mogelijke vijandelijk invallen. Zo wordt enkele kilometers ten oosten van Vlissingen aan de Westerschelde in 1547 Fort Rammekens gebouwd ter verdediging van de vaarroute van de Westerschelde naar Middelburg.
  • Naar aanleiding van de aanval in 1542 door Deense oorlogsschepen wordt er in juni 1547 langs de gehele Nederlandse kust een systeem in werking gesteld dat moet waarschuwen voor de komst van vijandelijke schepen, zowel voor mogelijke aanvallen afkomstig uit het noorden als voor vijandelijke schepen afkomstig uit zuidelijke richting. De uitvoering komt in handen van lokale kustwachten. Vanuit het bij Duinkerken gelegen Mardijke kunnen vijandelijke schepen al in het Nauw van Calais worden gesignaleerd. Vanaf kerktorens en hoge duinen in de kustplaatsen kan vervolgens door middel van rook- en vuursignalen hun komst worden doorgegeven. Hierdoor kan men in een uur tijd heel Nederland waarschuwen voor de komst van deze schepen. Andersom kunnen de autoriteiten in  Vlaanderen gewaarschuwd worden voor een naderende vijandelijke vloot uit het noorden. Ter bestrijding van de kosten van de vuurbakens en de kustwachten heffen de kustplaatsen een vuurbakengeld van schepen die de kusthavens aandoen.
  • In West-Friesland worden een aantal kleine, ondiepe meren  drooggemalen waaronder het  Kerkmeer en het Kromwater.
  • Op 14 september wordt in Amersfoort Johan van Oldenbarnevelt, de latere raadpensionaris van Holland geboren. Hij is de zoon van Gerrit van Oudenbarnevelt, een veehandelaar met een dubieuze reputatie; hij heeft de bijnaam ‘Slechte Gerrit’, en Deliana van Weede, afkomstig uit een rijke familie wiens vermogen er voor zorgt dat de jonge Johan kan studeren.
  • Tijdens de zogeheten Schmalkaldische Oorlog (een oorlog die in 1546 en 1547 in het Duitse deel van Heilige Roomse Keizerrijk wordt gevoerd tussen keizer Karel V en de Schmalkaldische Bond, een alliantie van een aantal protestantse vorsten en steden waaronder Hessen en Saksen) verslaat Karel V de protestantse legers. Het lukt hem echter niet om in al deze zelfstandige deelstaten het katholicisme weer als enige staatsgodsdienst ingevoerd te krijgen. In de Nederlanden geldt het katholicisme wel als de enige toegelaten staatsgodsdienst.

1548: Delft; foto genomen op 23 maart 2023

1548 Delft 22 maart 2024 20240322_155129

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1548?

  • Op 26 augustus wordt tijdens de Rijksdag het Verdrag (ook wel de Transactie geheten) van Augsburg gesloten. In deze overeenkomst tussen keizer Karel V en de andere leden van het Heilige Roomse Rijk (een lappendeken van katholieke en protestante deelstaten) wordt vastgelegd dat de Zeventien Provinciën voortaan één staatkundig geheel zullen zijn.

800px Titian Portrait of Charles V Seated WGA22964

Karel V in Augsburg; schilderij van Titiaan; 1548

  • In  1548 is het Heilige Roomse Rijk ingedeeld in tien ‘kreitsen’ (regionale samenwerkingsverbanden) die de juridische zaken van de erfgebieden binnen een ‘kreits’ regelen, waaronder de onderlinge rechten en plichten. De meeste  Nederlandse erflanden maken deel uit van de Bourgondische Kreits, maar de gewesten Utrecht, Overijssel, Gelre en Drenthe zijn ingedeeld bij de Westfaalse kreits. In het Verdrag van Augsburg wordt vastgelegd dat alle “nedere erflanden” van Karel V  voortaan collectief de Bourgondische Kreits zullen vormen. De erflanden Gelre, Utrecht, Overijssel worden daartoe onttrokken aan de Westfaalse Kreits. Ook wordt afgesproken dat de verordeningen en besluiten van het Roomse Rijk en de Rijksdag voortaan niet meer voor de Nederlanden zullen gelden.   De Nederlanden zijn “geboren”.
  • De juridische tekst voor het verdrag is opgesteld door de Friese jurist Viglius van Aytta, in opdracht van de landvoogdes Maria van Hongarije. Zij is vooral de drijvende kracht achter het verdrag en staat daarmee aan de basis van de totstandkoming van de Nederlanden.

undefined

Maria van Hongarije omstreeks 1550; schilderij van Jan Cornelisz Vermeyen. 

  • Maria van Hongarije (geboren in 1505) is de jongere zuster van Karel V. en een dochter van Filips de Schone en Johanna van Castilië (bekend geworden door haar latere bijnaam Johanna de Waanzinnige.) Nog voordat ze  één jaar oud is, wordt ze al door haar grootvader Maximiliaan I van Oostenrijk als bruid beloofd aan het op dat moment nog niet geboren kind van Wladislaus II, de koning van Hongarije en Bohemen (mits dat kind uiteraard een jongetje is.;  het is inderdaad een jongetje, de later koning Lodewijk II van Hongarije). In 1522 trouwt Maria op 17-jarige leeftijd met Lodewijk en wordt ze koningin van Hongarije. Vier jaar later sneuvelt haar man op 20-jarige leeftijd in een slag tijdens een inval van het Ottomaanse rijk in Hongarije en wordt Maria van Hongarije weduwe. Als haar tante Margaretha van Oostenrijk, de landvoogdes van de Nederlanden in 1530 overlijdt, stelt Karel V haar aan als nieuwe landvoogdes van de Nederlandse gebieden. Ze zal het 25 jaar blijven. Populair wordt ze niet bij de adel en de bevolking. Om de oorlogen van Karel V te kunnen financieren legt ze hoge belastingen op aan het volk. Ook is ze een streng katholiek en laat ze de strenge godsdienstige  plakkaten van Karel V uitvoeren. Haar belangrijkste historische rol in de Nederlandse geschiedenis is haar optreden in 1548 bij de territoriale eenmaking en de versterking van het bestuur van de Nederlanden.
  • Anna van Lotharingen, de weduwe van René van Chalon,  hertrouwt. Op grond van de bepalingen in het testament van René van Chalon stopt hierdoor haar uitkering die Willem van Oranje haar elk jaar moet betalen. Wel heeft ze nog recht op een eenmalige uitkering van 100.000 gulden, het zogenaamde weduwengeld. Voor Willem van Oranje is dit grote bedrag een probleem. Hij beschikt niet over zoveel geld en moet het lenen.
  • In Brugge wordt in 1548 Simon Stevin geboren. Hij is het buitenechtelijke kind van Antheunis Stevin en Catalyne van der Poort. Hij zal één van Nederlands bekendste en grootste wetenschappers van de zestiende eeuw worden.

1549: Zutphen; foto genomen op 29 maart 2024

1549 Zutphen 29 maart 2024 20240329_153929

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1549?

  • Op 2 april stelt Karel V de vergadering van de Staten-Generaal in Brussel voor om zijn zoon Filips al als zijn opvolger voor alle Nederlandse gewesten te benoemen. Ook stelt hij een uniforme erfrechtregeling  voor alle gewesten in de Nederlanden voor. Deze regeling betreft de erfopvolging van de toekomstige heerser over alle graafschappen, hertogdommen en heerlijkheden van de Habsburgse Nederlanden. De regeling houdt in dat de Zeventien Provinciën steeds als één ondeelbaar geheel overgeërfd zullen worden. De erfopvolger kan zowel een legitieme zoon als een dochter van de erflater zijn. Mochten er geen rechtstreekse afstammelingen meer zijn, dan zal de erfopvolging gelden voor een zijtak, zoals een neef of een nicht.
  • Op 4 november wordt deze regeling, ‘De ‘Pragmatische Sanctie’ genaamd, door de Staten-Generaal goedgekeurd. Vanaf dat moment zullen de Nederlanden als één gebied worden geërfd.  Ook stemt tijdens de vergadering elke gewest er mee in om Filips te erkennen als de troonopvolger van Karel V.
  • De gebieden die specifiek worden genoemd in de ‘Pragmatische Sanctie’ zijn: het Graafschap Vlaanderen, het Graafschap Artesië, het Graafschap Henegouwen, het Graafschap Namen, de Heerlijkheid Mechelen, het Graafschap Dalhem, de kasselrijen Rijsel, Douai en Orchies, het Hertogdom Luxemburg, het Hertogdom Limburg, het Land van Valkenburg en de andere Landen van Overmaas, het Hertogdom Brabant, het Hertogdom Gelre, het Graafschap Holland, de Heerlijkheid Friesland, de Heerlijkheid Overijssel, de Heerlijkheid Groningen, de Heerlijkheid Utrecht en het Graafschap Zeeland Bewesten- en Beoostenschelde.
  • Met het veroveren van het Hertogdom Gelre in 1543, het Verdrag (Transactie) van Augsburg uit 1548 en de Pragmatische Sanctie uit 1549 zijn de Nederlanden staatkundig gevormd.
  • In 1548 besluit Karel V dat het tijd is om zijn zoon en erfopvolger, de 21-jarige Filips, kennis te laten maken met zijn toekomstige onderdanen. Filips begint daarop aan een drie jaar durende ‘blijde reis’ door de landen waar hij later over zal regeren. Eerst reist hij naar Italië (Genua en Milaan) om vervolgens via München, Heidelberg en Luxemburg naar Brussel te reizen, waar hij op 1 mei 1549 bij het keizerlijk hof aankomt. Hij reist niet in zijn eentje. Hij wordt vergezeld van heel gevolg van bedienden en Spaanse en Italiaanse edelen, waaronder hertog Fernando Álvarez de Toledo, later vooral bekend geworden als de beruchte hertog van Alva.
  • Samen met zijn vader bezoekt hij in 1549 diverse steden in Vlaanderen, Artesië en Henegouwen. Vanuit Antwerpen reist Karel V in september weer terug naar Brussel. Filips vervolgt echter zijn tocht en reist door naar de noordelijke Nederlanden. Onderweg sluiten allerlei Nederlands edelen zich bij de stoet aan. In veel steden en dorpen die hij bezoekt, waaronder Bergen op Zoom, Breda – hier wordt hij door de Heer van Breda, dat is de dan zestienjarige Willem van Oranje-Nassau, feestelijk onthaald –  ’s Hertogenbosch, Den Haag, Haarlem, Amsterdam, Utrecht, Zwolle, Nijmegen, Roermond en Weert is zijn komst een groot spektakel. In totaal bezoekt Filip bijna zestig steden en dorpen in de Nederlanden. Eind oktober reist hij terug naar Brussel, waar hij de winter samen met zijn vader doorbrengt. Vervolgens reist hij naar Augsburg voor de Rijksdag en vandaar reist hij richting Italië. In 1551 keert Filips II , drie jaar na zijn vertrek, weer terug in  Spanje.

undefined

Filips II in 1551; schilderij van Titiaan

  • De onderdrukking van ketters gaat ondertussen in opdracht van Karel V door. Op 9 november worden op de Dam in Amsterdam acht doopsgezinden (zes mannen en twee vrouwen) levend verbrand. De dichter en schilder Jan Luyken zal er 100 jaar later een bekend geworden gravure van maken. Ook elders in het land belanden diverse ketters op de brandstapel of worden verdronken.
  • In december krijgt de 16-jarige Willem van Oranje een nieuwe gouverneur. Het is Jérôme Perrenot, heer van Champagney. Hij is de jongste broer van de latere kardinaal Granvelle.
  • De schilder Jan van Scorel, die ook werkzaam is als ‘ingenieur’, neemt in 1549 het initiatief om te komen tot een bedijking van het West-Friese Zijpe in de buurt van Alkmaar

1550: Amsterdam; foto genomen op 15 november 2023

1550 asd 15 nov 2023 20231115_125947

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1550?

  • In 1550 wonen er in de Nederlanden ongeveer 3 miljoen mensen. De meesten daarvan, zo’n 1,7 miljoen, wonen in de Zuidelijke Nederlanden. Antwerpen is er nu de grootste stad. Terwijl het aantal inwoners van steden als Gent (60.000 inwoners) en Brugge (30.000 inwoners) sinds 1500 ongeveer stabiel is gebleven is het aantal inwoners van Antwerpen in die periode spectaculair gegroeid: van 40.000  in 1500 tot ongeveer 90.000 stuks in 1550. Het is vooral een gevolg van immigratie, onder andere vanuit Italië, Duitsland en Frankrijk. Zo vestigt de Franse drukker Christophe Plantin zich in 1549 in Antwerpen, waar hij in 1555 zijn befaamde drukkerij ‘De Gulden Passer’ opent. Ook de vijftien suikerraffinaderijen die zich in Antwerpen bevinden, trekken veel buitenlandse arbeidskrachten naar de stad.
  • De Noordelijke Nederlanden tellen in 1550 zo’n 1,25 miljoen  inwoners, dat is een groei van zo’n 300.000 ten opzichte van vijftig jaar eerder. Utrecht is in de Noordelijke Nederlanden nog steeds de grootste stad, nu met zo’n 26.000 inwoners, op de voet gevolgd nu door de  Amsterdam, waar het aantal inwoners in 50 jaar tijd meer dan verdubbeld is tot 25.000 stuks. ’s Hertogenbosch is de derde stad van de Noordelijke Nederlanden met 17.500 inwoners. Haarlem  staat op plek vier met 15.000 inwoners en Delft en Leiden delen beiden met 14.000 inwoners plek vijf. Plaatsen als Rotterdam en Den Haag tellen in 1550 slechts tussen de 5.000 en 10.000 inwoners.
  • De mensen trekken steeds vaker naar de steden. De urbanisatiegraad in de Noordelijke Nederlanden bedraagt in 1550 zo’n 38%, dat is 4% hoger dan 50 jaar eerder. In het gewest Utrecht en in het Graafschap Holland  woont de helft van de bevolking in de steden. In Drenthe bedraagt dit percentage maar 4% en ook in Groningen en Noord Brabant is de urbanisatiegraad  met 20% niet hoog. Daar wonen de mensen vooral in kleine dorpen of op het platteland.
  • De streng katholieke Karel V wil ook in 1550 nog steeds absoluut niets met het opkomend protestantisme te maken hebben, in tegendeel zelfs. Het al zo strenge beleid wordt alleen nog maar strenger. Zo vaardigt hij op 29 april het ‘Eeuwig Edict’ uit, wat al snel het Bloedplakkaat door het volk genoemd.  Volgens dit plakkaat kunnen alle mogelijke overtredingen inzake “ketterij” – lees het aanhangen en ondersteunen van een andere godsdienst dan het katholieke geloof  – met de doodstraf worden gestraft. Daar valt ook het drukken, schrijven, verspreiden en bezitten van ketterse boeken, het prediken tijdens en het bijwonen van ketterse bijeenkomsten en het huisvesten van ketters onder. Ook worden er steeds meer inquisiteurs aangesteld om de ketterij te onderzoeken en wordt er een inquisitierechtbank opgericht. Het is veruit het strengste anti-ketterbeleid van Europa.
  • In het Brabantse Lier worden in 1550 vier doopsgezinden, twee mannen en twee vrouwen tot de brandstapel veroordeeld. Staande op de brandstapel krijgen ze nog één keer de gelegenheid hun geloof af te zweren, maar in plaats van haar geloof af te zweren begint één van de vrouwen een psalm te zingen, gevolgd door de andere drie. De beul trekt daarop haar jurk omlaag en iemand anders probeert een prop in haar mond te stoppen. Het helpt niet. Ze blijft doorzingen, ook nadat de brandstapel in brand is gestoken. De wrede executie leidt tot onlusten in het dorp.
  • In Antwerpen vinden naast verbrandingen ook veel executies plaats door middel van verdrinking. Mensen worden er net zo lang in een met water gevulde ton kopje onder gehouden totdat de dood is ingetreden.
  • In Engeland richten protestantse Hollandse vluchtelingen, die vanwege hun geloofsovertuigingen de Nederlanden uit zijn gevlucht, de Nederlandse Kerk op. De Engelse Koning  Edward VI verleent hen gastvrijheid en schenkt hen een kerkgebouw aan de Austin Friars in Londen om godsdienstbijeenkomsten te houden.
  • In 1550 schildert Jan van Scorel – hij is na zijn ingenieurs-werkzaamheden voor de inpoldering van de Zijpe weer aan het schilderen geslagen – voor de Nieuwe Kerk in Delft een groot katholiek altaarstuk.
  • Karel V vraagt Maarten van Rossum, zijn oude vijand uit Gelre, om dienst te nemen in zijn leger. Hij kan diens talenten goed gebruiken in zijn strijd tegen Franrijk. Al snel wordt Van Rossum in Frankrijk de Gelderse Atilla genoemd, naar Atilla de Hun.
  • Willem van Oranje geeft veel meer geld uit dan dat hij binnen krijgt. Hij moet bezuinigen en heft zijn hof in Breda op. Hij vertrekt naar Brussel, waar hij 1,5 jaar lang aan het hof van Maria van Hongarije zal verblijven. Zij en haar broer Karel V zijn zeer gesteld op de jongeling.
  • In Formerum op Terschelling wordt de latere zeevaarder Willem Barentz geboren.

 

My WordPress Blog