1941: Rhenen; foto genomen op 22 augustus 2023
Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1941?
Opmerking: Vanwege de vele gebeurtenissen in dit jaar wordt dit jaar uitgebreider beschreven dan normaal.
- Vooral in de eerste helft van het jaar zijn er ouders die hun kind als een soort protest en steunbetuiging vernoemen naar leden van het Koninklijke huis en geboorteadvertenties met de namen in de krant plaatsen, dit tot ergernis van de Duitsers. (Vanaf 1942 treedt dit fenomeen echter nauwelijks meer op.)
- Op 1 januari 1941 voeren de Duitse bezetters een radiobelasting in, het zogeheten luistergeld. Ongeveer 1,1 miljoen Nederlandse huishoudens beschikken over een radio. De jaarlijkse vergoeding moet worden betaald aan het Staatsbedrijf der P.T.T. en bedraagt voor 1941 negen gulden. (Na de oorlog blijft het luistergeld, later het luister- en kijkgeld, ook wel de omroepbijdrage genoemd, bestaan.)
- Op 3 januari 1941 laat een Engelse bommenwerper per ongeluk vijf brisantbommen vallen op woningen aan de Eschstraat in Assen. Waarschijnlijk is het doel de spoorlijn bij Assen. Engelse vliegtuigen die terug komen van missies boven Duitsland en die hun bomlading niet geheel hebben kunnen afwerpen, mogen niet met scherp gestelde bommen terugvliegen naar Engeland. Meestal laten ze die bommen dan vallen op een spoorlijn om het transport van de Duitsers te ontregelen, maar bij Assen belanden de bommen echter op een woonwijk. Er vallen zeven doden en enkele gewonden.
- Vanaf 7 januari mogen Joden niet meer naar de bioscoop. Het is geen maatregel van de Duitse bezetter, maar een regel opgesteld door de Nederlandse Bioscoopbond. De Bioscoopbond wil geen ‘ordeverstoringen’ tijdens de films of bioscoopjournalen waarin Duitsers of NSB’ers te zien zijn. Het is één van de eerste openlijke verboden voor Joden.
Amsterdam; januari 1941; Bioscoop City aan het Leidseplein met op de deur geplakt een papier met de tekst ‘Verboden voor Joden’.
- Op 10 januari vaardigen de Duitsers een verordening uit, de verordening No. 6/1941, waarin staat dat Joden zich dienen te registreren, de zogeheten ‘aanmeldingsplicht’. Slechts een klein aantal mensen doet dit niet. Ook wie slechts één Joodse grootouder heeft, dient zich te melden. Er worden officieel 160.820 Joden geregistreerd, waarvan 15.549 half-Joden en 5.719 kwart-Joden. Op basis van de aanmeldingen zullen de Duitsers later lijsten opstellen die dienen als uitgangspunt voor de deportaties.
- In Amsterdam, waar zo’n 80.000 Joden wonen – zo’n beetje de helft van alle Joden in Nederland – volgt op 16 januari een extra maatregel. De Joden dienen ook op te geven hoeveel huizen en hoeveel winkels ze bezitten. Het stadsbestuur dient daarnaast aan te geven, waar de Joodse scholen en synagogen zich bevinden, welke tram- en buslijnen naar Joodse wijken lopen en welke Joodse culturele instellingen er zijn.
Amsterdamse ambtenaren maken in opdracht van de bezetter deze ‘stippenkaart’. Iedere stip staat voor tien Joodse inwoners. Duidelijk zichtbaar zijn de buurten waar veel Joden wonen. Collectie Verzetsmuseum Amsterdam.
Het centrum van Amsterdam in detail
- Op 11 januari wordt in Engeland de Koninklijke Nederlandse Brigade officieel opgericht. De brigade bestaat uit zo’n 1.150 Nederlandse militairen die tijdens de meidagen van 1940 in Engeland zijn beland, aangevuld met Engelandvaarders. Vanaf 27 augustus zal het de naam Prinses Irene Brigade krijgen.
- Hoewel het nog geen officieel beleid is, wordt in Amsterdam op eigenaren van hotels, winkels, restaurants en cafés stevige druk uitgeoefend om bordjes op te hangen met teksten als ‘Joden niet gewenst’ en ‘Verboden voor Joden.’ NSB’ers en hun leden van de nationaalsocialistische Weerbaarheids-Afdeling (WA) zorgen bij veel winkels, restaurants en cafés die zich hiertegen verzetten, voor rellen die de nodige schade opleveren. Een aantal Joden vormt hierop als reactie knokploegen die steun krijgen van veelal communistische niet-Joden.
- De Duitse autoriteiten treden niet op tegen de activiteiten van de WA’ers, maar moedigen ze eerder aan. Veel eigenaren van zaken gaan daarom overstag. Op het Leidseplein hangen in januari dan ook overal bordjes met ‘Joden niet gewenst’.
- Op 4 februari stuurt Böhmcker, de Amsterdamse ‘Beauftragte’ (de hoogste vertegenwoordiger van het Duitse Rijk in Amsterdam) een verslag aan de autoriteiten in Den Haag, waaronder Seyss-Inquart. Hij meldt dat ‘alle grote Amsterdamse hotels, restaurants en cafés zijn gezwicht’. Op slechts twee plaatsen, bij het Centraal-Hotel en het Parkhotel, bood men, volgens het schrijven van Böhmcker, ‘Widerstand, der selbstverstandlich überwunden wurde’. ‘De Joden blijven nu weg en aanvankelijk ook vele niet-Joden, maar dat is alweer in orde.’, aldus Böhmcker.
- Regelmatig breken er in januari en februari in Amsterdam ongeregeldheden uit als leden van de WA, vaak bijgestaan door de Grüne Polizie, naar Joodse wijken trekken om er vernielingen aan te richten. De bevolking verweert zich. De politie probeert de WA’-ers tegen te houden, wat regelmatig voor de nodige botsingen tussen de WA’ers en de politie zorgt.
Amsterdam. De ruiten van ‘Boekhandel en Uitgeverij van Joachimsthal’ aan de Jodenbreestraat zijn door WA’ers ingegooid. (Foto: NIOD, Charles Breijer,)
Amsterdam; vermoedelijk januari of februari: In de Reguliersbreestraat zijn WA-ers, bijgestaan door de Grüne Polizei, in conflict geraakt met de politie.
- Op donderdag 6 februari wordt de zevende Elfstedentocht gereden. Het is mooi koud winterweer en het ijs is in perfecte conditie. Er gaan 2.499 rijders van start, waarvan er 2.169 zullen finishen. De tocht gaat (voor het laatst) om de ‘noord’, dat wil zeggen dat er eerst naar Dokkum wordt geschaatst. Omdat het traject heen en weer naar Dokkum in het schemerdonker wordt afgelegd, komen op de Dokkumervaart een aantal snellere wedstrijdschaatsers in botsing met tegemoetkomende langzamere toerschaatsers, waardoor een aantal rijders gewond raakt en de wedstrijd moet staken. De tocht wordt gewonnen door Auke Adema uit Franeker. Hij is de man die een jaar eerder tijdens de vorige Elfstedentocht het pact van Dokkum verbrak, toen vijf rijders afspraken hadden gemaakt om gezamenlijk te finishen – na afloop werden ze alle vijf alsnog tot winnaar uitgeroepen. Deze keer komt Audema – hij wordt in Franeker ‘Auke Lor’ genoemd, dit omdat zijn vader een lompenhandelaar is – in de tijd van 9 uur en 19 minuten solo bij de finish aan met een voorsprong van drie minuten op nummer twee.
6 februari; schaatsers moeten bukken om onder een bruggetje te schaatsen. Twee toeschouwers hebben hun kar boven op de brug gezet.
6 februari; In Harlingen komen de schaatsers langs barakken, waarin Duitse soldaten zijn ondergebracht. Een aantal van hen staat toe kijken.
- De zestienjarige Wopkje Kooistra uit Warga komt als eerste vrouw over de finish in iets meer dan 11 uur. Volgens eigen zeggen rijdt ze de tocht op “een groot bord havermout en wat broodjes kaas in de jas”. Ook in 1947 zal ze de snelste vrouw zijn.
6 februari 1941: links: de voorzitter van de Elfstedentochtcommissie met een blije Auke Adema, de winnaar van de tocht. Hij schaatst de tocht op Friese doorlopers; rechts: Wopkje Kooistra, de eerste aankomende vrouw.
- De 11-jarige Tamme de Vries uit Anjum rijdt samen met zijn vader illegaal de tocht. Hij krijgt van de organisatie echter geen kruisje. “Het is geen kinderkruistocht” zegt de commissie en kondigt aan in het vervolg onderweg strenger te gaan controleren op de leeftijd van de schaatsers.
De Leeuwarder Courant van 7 februari 1941
- Op 9 februari 1941 valt een groep WA leden van de NSB, bijgestaan door de Grüne polizei militairen, op het Thorbeckeplein in Amsterdam het café-cabaret ‘Alcazar’ binnen. Dit omdat er Joodse artiesten optreden. Alle ruiten worden ingegooid, er wordt ook een fiets naar binnen gegooid, waarna vervolgens binnen de inventaris compleet wordt vernield. Er ontstaat een vechtpartij, waarbij 21 mensen gewond raken.
Amsterdam, 9 februari; Aanval door NSB’ers en WA’ers, bijgestaan door Duitse militairen op café-cabaret ‘Alcazar’
- De eigenaar van café Alcazar zou later over het gebeuren vertellen: “Een zestigtal heren kwam naar ons toe om ons aan te vallen. De portier, die buitenstond, gooide onmiddellijk de deuren in het slot. Zij konden dus niet ineens naar binnen, maar in een minimum aan tijd lagen de ruiten stuk. Zelfs een fiets werd door de ruiten gesmeten. Toen de eerste NSB’ers binnenkwamen, pakte ik mijn ploertendoder en heb er flink op los geslagen. (…) Ze waren echter met zestig gewapende mannen. Wij moesten wel het onderspit delven. Ze hebben bar huisgehouden. Er was geen een glas meer heel.’
- Op 10 februari komt het ook in de omgeving van Blauwbrug en Waterlooplein herhaaldelijk tot gevechten. Vrijwel de gehele dag raken Nederlandse nationaal-socialisten – vooral WA’ers – slaags met buurtbewoners en hulptroepen van elders. De volgende dag ontregelen WA’ers en de ‘Grüne Polizei;’ opnieuw grote delen van de binnenstad .
- Op 10 februari verschijnt het eerste nummer van de illegale krant ‘Het Parool.’ De zeskoppige redactie bestaat uit Frans Goedhart, die vanaf juli 1940 ‘de Nieuwsbrief van Pieter ’t Hoen’ schreef, Koos Vorrink, de voormalig voorzitter van de SDAP, de journalist Lex Althoff van Het Volk, Hans Warendorf, advocaat en uitgever, Maurits Kann, voormalig redacteur van De Groene Amsterdammer, en de ANP-journalist Jaap Nunes Vaz. De ‘wapenspreuk ’Vrij Onverveerd‘ op de voorpagina is een strofe uit het Wilhelmus. Het eerste nummer begint met: Wij willen dit niet! N.S.B. wil den burgeroorlog: Zij zullen hem hebben!’
Amsterdam; 10 februari. De voorpagina van de eerste uitgave van Het Parool. De krant bestaat die dag uit acht bladzijden.
- De eerste alinea van de gestencilde krant luidt: “De week van Zondag 2 februari tot Zondag 9 februari was een week van schaamte over Nederland, een week die de belichaming was van de meest schaamtelooze woordbreuk der Duitse bezetters. Het kost moeite zijn kalmte te bewaren. Het kost moeite alleen maar zakelijk te boekstaven wat deze week ons bracht. Puntsgewijs ziet de lijst, die de Duitse rechtsverkrachting van deze week uitbeeldt (wie had overigens iets anders van deze lieden verwacht?) er als volgt uit:” Vervolgens volgt er een lijst van negen maatregelen en acties van Duitsers en NSB’ers. De eerste drie punten van de lijst luiden:
- Personen die een ambtseedig beroep uitoefenen en die als Jood moeten worden beschouwd, mogen dit beroep na 1 mei alleen nog voor Joden uitoefenen. Hiermede worden onze Joodse artsen, tandartsen, apothekers, makelaars enz, uit de Nederlandse samenleving gestoten.
- Het Nederlandse identiteitsbewijs van hele of gedeeltelijke Joden zal met een B-I if B-II afgestempeld worden. B betekent “bastaard’. Het Duitse onderwereldbrein had het niet grievender, niet krankender kunnen uitdenken. Doch zo ooit, dan stempelde hier de vrucht van de geest de giftige misdadigheid van het nazidom.
- De Nederlandse boekenweek is verboden. Motief: zij stelt te weinig Duitse boeken tegenover Nederlandse boeken. 75.000 exemplaren van “Het Geschenk” die afgedrukt waren, kunnen aan de vernietiging prijsgegeven worden.
De eerste drie punten uit de lijst. (De Boekenweek zou uiteindelijk wel doorgaan.)
- Op 11 februari marcheert een groep van zo’n vijftig WA’ers via het Spui, het Rokin, de Nieuwe Doelenstraat en de Staalstraat luidkeels zingend naar het Waterlooplein in het hart van de Jodenbuurt om er te gaan rellen en vernielingen aan te richten bij Joodse zaken. Bij aankomst in de wijk barst er direct een gevecht los met een groep met knuppels en boksbeugels bewapende Joden, die worden gesteund door een knokploeg van CPN-leden. Na afloop blijft de WA’er Hendrik Koot zwaargewond op de grond liggen. Hij overlijdt drie dagen later.
- Als reactie op de gevechten wordt door de Duitsers de Jodenbuurt met prikkeldraad afgesloten en de bruggen over de grachten en kanalen naar de wijk opgehaald. Ook worden er grote borden geplaatst met ‘Juden viertel / Joodsche Wijk’.
Amsterdam 12 februari: Versperring op de Halvemaanbrug om de wijk af te sluiten.; Foto NIOD
- De Duitsers willen van de wijk een Joods getto van maken, maar zien hier onder druk van het stadsbestuur van af. Er wonen ook zo’n 6.000 niet-Joden in de wijk, die de wijk nu niet meer in en uit kunnen en daarnaast wonen er zoveel meer Joden elders verspreid in Amsterdam, dat deze nooit allemaal in de wijk zouden passen. De versperringen worden daarom een paar dagen later weer weggehaald en de bruggen omlaag gebracht. Wel blijven de borden staan.
- Op 13 februari wordt op voorstel van de Duitse bezetter de Joodsche Raad opgericht. De Duitsers willen dat heel Joods Amsterdam door één instantie wordt vertegenwoordigd. Het is de bedoeling dat de Duitsers hun maatregelen dan doorgeven aan de Joodsche Raad en dat deze ze dan verder moet communiceren en sommigen daarvan moeten uitvoeren. De Joodsche Raad krijgt twee voorzitters, Abraham Asscher en David Cohen.
- De Raad krijgt de opdracht om voor rust en orde in ‘de Jodenbuurt’ zorgen. Ook moet de Raad van de Duitse bezetter de Joden oproepen om hun wapens in te leveren, anders zal er een politionele huiszoeking komen met bestraffing van al degenen die wapens bezitten. Nog dezelfde middag houdt de Joodschse Raad bijeenkomsten voor Amsterdamse Joden in een sporthal, waarin wordt opgeroepen om wapens zoals boksbeugels en knuppels in te leveren. Er worden weinig wapens ingeleverd.
- Op 14 februari roept NSB-voorman Anton Mussert Nederlanders op om dienst te nemen in de Waffen SS.
- Op 15 februari sturen de besturen van acht Groningse studentenverenigingen naar aanleiding van de invoering van een ‘numerus clausus’ voor Joodse studenten – vanaf 1 februari mogen Joodse studenten niet meer studeren aan de universiteit, tenzij ze hiervoor speciale toestemming van secretaris-generaal Van Dam hebben – een brief aan de Duitse gevolmachtigde voor de provincie Groningen. De studentenverenigingen schrijven over de uitsluiting van Joodse studenten “dat de verenigingen hierin een directe aantasting van de Nederlandse traditie (van) vrijheid van studie zonder onderscheid van ras of geloof (zien). Daarenboven menen wij, dat deze maatregelen in strijd zijn met het Volkenrecht. Daarom komen wij met kracht op tegen deze bovengenoemde onrechtmatigheid.”
- Op 17 februari staken in Amsterdam-Noord bij een drietal werven metaalarbeiders tegen een mogelijke gedwongen tewerkstelling in Duitsland. De ‘Obercommando der Kriegsmarine’ heeft in januari laten weten dat zij op zoek is naar 3.000 ‘Facharbeitern von Holländische Werfen’. Als er zich niet genoeg vrijwilligers melden, dan dienen er mensen aangewezen te worden, aldus het schrijven. Er melden zich echter niet veel vrijwilligers.
Begin februari 1941: Kennisgeving voor de mogelijke verplichte tewerkstelling in Duitsland.
- Er ontstaat onrust op de Amsterdamse werven en op 17 februari gaan de arbeiders, die bang zijn om gedwongen uitgezonden te worden, vooral op initiatief van de CPN, op drie bedrijven in staking. Bij elkaar staken er die dag ruim 2.200 metaalarbeiders. De staking wordt overigens niet geregistreerd als een staking, maar als een ‘Arbeidsconflict (geen werkstaking)’.
- De directies van de werven laten na overleg met de Duitsers weten dat er geen gedwongen tewerkstellingen zullen volgen, waarop de metaalarbeiders op 18 februari – de CPN is juist voornemens om die dag een landelijke staking uit te roepen – weer aan het werk gaan.
- Op 19 februari vallen in Amsterdam leden van de Duitse Ordnungspolizei – de Grüne Polizei – de ijssalon ‘Koco’ aan de Van Woustraat 149 in Amsterdam binnen. De ijssalon is eigendom van Ernst Cahn en Alfred Kohn, twee Joodse vluchtelingen uit Duitsland. De zaak is regelmatig doelwit van rellende WA’ers. Om de zaak te beschermen zitten er vaak leden van Joodse en communistische knokploegen in de ijssalon, die er ook regelmatig vergaderen, onder andere op 19 februari. Als de Duitsers die avond binnenvallen, volgt er een vechtpartij, waarbij enkele Duitsers ammoniakgas over zich heen krijgen dat gebruikt wordt in de koelmachines – volgens sommigen zijn het de Duitsers zelf die er voor zorgen dat het ammoniakgasvrij komt doordat ze in het rond schieten waarbij ze de ammoniakflessen raken. De twee eigenaren Kohn en Cahn worden gearresteerd en overgebracht naar Scheveningen, waar ze op 20 februari worden opgesloten in de strafgevangenis.
- Naar aanleiding van dit gebeuren in de ijssalon besluit het Duitse bestuur als ‘straf- en vergeldingsmaatregel’ om een razzia in Amsterdam te houden. ‘400 volle joden in den leeftijd van 20 tot 35 jaar worden gevangen genomen en naar een Duitsch concentratiekamp overgebracht.’, aldus de bekendmaking van de ‘Hoogere SS- en Politiechef SS-Brigadeleider Rauter’.
“Iedere demonstratie van welke aard ook en dergelijke verschijnselen worden als tegen de Duitsche bezettingsoverheid gericht opgevat en door de Duitsche veiligheidsorganen direct onderdrukt en neergeslagen.”
- Op zaterdagmiddag 22 februari 1941 worden in de ‘Jodenhoek’ in Amsterdam het Waterlooplein en het Jonas Daniël Meyerplein door Duitse militairen afgezet. Joodse mannen en jongens worden hardhandig aangehouden en weggevoerd. De volgende dag volgt een tweede razzia. Op dat moment is de wekelijkse zondagsmarkt aan de gang, waardoor ook veel niet-joden getuige zijn van de arrestaties van de Joden. Het zijn de eerste razzia’s in Nederland.
Amsterdam; 22 februari 1941; De eerste Duitse razzia in Nederland vinden plaats op het Jonas Daniël Meijerplein te Amsterdam
- Tijdens de razzia op 22 februari maakt een onbekende Duitse soldaat 21 foto’s. (Deze zijn bewaard gebleven. De soldaat brengt zijn fotorolletje bij fotohandel Capilux in de Roelof Hartstraat. De winkelmedewerker ziet het belang van de foto’s en maakt twee sets afdrukken. De tweede set wordt tijdens de oorlog onder het vloerkleed en achter de kachel bewaard, een levensgevaarlijke actie.)
(Willem Wilmink schreef later over deze foto het volgende gedicht: ‘Van die razzia’s zijn foto’s / Jonas Daniël Meijerplein / waar de Duitse militairen / joden aan het treiteren zijn / Een bange man met keurige schoenen / lange jas en vlinderdas / wordt over het plein gedreven / of het daar een veemarkt was / Kijk, daar staan drie Duitse soldaten / met een spottend lachje bij / en daar kijkt een vierde Duitser / misschien toch beschaamd, opzij / Stel je voor je zag die foto / van de man met vlinderdas / en je zou opeens ontdekken / dat het je eigen vader was / Soms moet ik er ook aan denken / hoe het die andere zoon vergaat / die ontdekte / kijk mijn vader is die lachende soldaat.’)

De tweede man van rechts op deze foto, de man in de lichte jas, is de kleermaker Meier Vieijra. Hij wordt hier onder schot gehouden door de Grüne Polizei op het Jonas Daniël Meijerplein, vlakbij het huis van zijn ouders op nummer 18-III. Hij was het huis binnengevlucht, maar wordt toch gepakt. Hij belandt na de razzia uiteindelijk in Buchenwald en Mauthausen. Vanuit daar schrijft Meier nog meerdere brieven aan zijn zwangere vrouw Blanche Nabarro. Op 31 augustus 1941 schrijft hij: ‘Als je een zoon krijgt noem hem dan Jacob Ben Meier (Jacob zoon van Meier), als het een meisje wordt Rachel’. Rachel wordt geboren op 2 oktober 1941. Haar vader is dan al vermoord. Foto NIOD/Collectie Jon van der Maas

De man helemaal links op bovenstaande foto is de lompenkoopman Aron Smeer. De foto is genomen in de Uilenburgersteeg, om de hoek bij het Tip Top Theater.

Links : Aron Smeer, zoals hij te zien is op de foto in de Uilenburgersteeg; rechts Aron Smeer vijf jaar eerder op 24-jarige leeftijd. Aron Smeer zal uiteindelijk belanden in Buchenwald Volgens de officiële kampregistratie komt Aron Smeer daar op 6 september 1941 om het leven. Vermoedelijk is hij echter al eerder als ‘proefpersoon’ op 13 augustus tijdens experimenten met een gaskamer in Slot Hartheim in de buurt van Linz in Oostenrijk vermoord.

22 februari 1941; Mensen die zijn opgepakt wachten in de Nieuwe Uilenburgerstraat tot zij worden weggevoerd.
- Ook op de Apollolaan worden woensdagavond 25 februari Joodse mensen uit hun huizen gehaald, Tegen mensen die in de straat lopen wordt geschreeuwd “Bist du Jude?” Als ze bevestigend antwoorden, worden ze ook meegenomen, aldus de illegale Het Parool van 4 maart.
- Na de razzia’s worden de mannen overgebracht naar het interneringskamp Schoorl. In totaal zijn er bij de razzia’s 427 Joodse mannen opgepakt. Van hen worden er 25 teruggestuurd naar Amsterdam, omdat ze of buiten de leeftijdsgrenzen vallen, dan wel geen ‘voljood’ zijn. Op 27 september worden de overgebleven mannen medisch gekeurd. De keuringsartsen kijken niet naar de fitheid van de mannen, maar controleren alleen maar of de mannen geen besmettelijke ziekte onder de leden hebben. Vooral voor tbc zijn de Duitsers bang. Bij de keuring vallen nog eens 13 mannen af, omdat ze ziek zijn, dan wel dit voorwenden, zoals een zekere Manie Moffie doet, die vlak voordat hij aan de beurt is om gekeurd te worden een sigaret opeet waardoor hij moet braken en de keuringsarts zwarte sliertjes ziet. Hij wordt afgekeurd. (Manie Moffie wordt in 1943 alsnog opgepakt en belandt in een concentratiekamp, maar zal de oorlog overleven.) De dertien afgekeurd mannen worden in vrijheid gesteld en teruggebracht naar Amsterdam. De overig 389 mannen worden in eerste instantie naar Buchenwald afgevoerd. Daar komen zo’n vijftig van hen om het leven. Op 22 mei worden de overige 338 manen overgebracht naar het concentratiekamp Mauthausen. (Van 389 naar Duitsland afgevoerde mannen zullen er slechts twee de oorlog overleven.)
- De Amsterdamse overheid registreert nauwgezet wie opgepakt is en afgevoerd wordt en voert de wijzigingen direct door in de administratieve systemen.
Aantekening in het steundossier van de opgepakte Samuel van Bever. Zijn echtgenote Martje Worms wordt onmiddellijk na het oppakken van haar man Samuel van Bever gekort op de uitkering. “Man is 24/2/ ’41 weggehaald. 1 persoon gekort’ afbeelding: Stadsarchief Amsterdam
- De razzia’s wekken veel verontwaardiging op in Amsterdam en dit leidt op 25 en 26 februari tot stakingen. De staking is georganiseerd door de illegale CPN. De dag ervoor heeft de CPN tijdens een korte bijeenkomst buiten op de Noordermarkt in de Jordaan aan ongeveer 400 mensen pakken met stencils met stakingsoproepen overhandigd die verspreid moeten worden. De staking moet twee dagen duren.
25 februari 1941: Eén van de stakingsoproepen. Er zijn meerdere versies van de oproep gemaakt.
- De staking begint op 25 februari ’s morgens bij het trampersoneel. De Amsterdamse bevolking merkt daardoor snel dat er iets aan de hand is. De trams rijden niet.
Amsterdam, 25 februari 1941. Stakende conducteurs en trambestuurders bijeen. Fotocollectie: NIOD, Amsterdam (Beeldbank WO2) / Foto: G.H. Krüger. (Het is overigens niet helemaal zeker dat deze foto op 25 februari is genomen.)
- Het nieuws dat er word gestaakt verspreidt zich snel over de stad en in steeds meer winkels, bedrijven, fabrieken, werven, expediteurs en kantoren wordt het werk neergelegd. Ook verlaten scholieren hun klaslokalen. Groepen arbeiders van de scheepswerven in Amsterdam-Noord trekken naar het Damrak. Vele duizenden stakers trekken door de stad. Er ontstaan op 25 februari spontane demonstraties op het Raamsplein, de Marnixstraat, de Rozengracht en het Damrak.
- Bovenstaande foto van stakers in Amsterdam – één van de zeldzame foto’s van die dag – is gemaakt door de toen 22-jarige Friese journalist Keimpe Sikkema. Hij werkt dan voor het socialistische dagblad Het Volk. Tijdens de oorlog houdt Sikkema een dagboek bij. Op 25 februari schrijft hij: ‘Dinsdagmorgen (25 februari) om tien uur maakte Wasman me wakker, ik had permanent nachtdienst en sliep dus ‘s morgens. “Word wakker – ze staken! Der zijn hier relletjes op ‘t plein”. Ik het bed uit & naar voren. Inderdaad: op ‘t Raamplein was een grote menigte saamgestroomd. Ze liepen heen en weer (staan mocht niet) op ‘t plein en ‘t trottoir van de Marnixstraat. Plotseling klom er een man op een wagen om een toespraak te houden; de mensen stormden om hem saam (zie de foto hiernaast). Na enige tijd kwam de motorpolitie, die het volk uiteendreef. De luidsprekerauto van de politie maande de mensen tot kalmte; de bereden agenten verschenen, doch behoefden geen charges uit te voeren.’
- Ook bij de Bijenkorf wordt op 25 februari gestaakt. De Bijenkorf telt zo’n honderd Joodse medewerkers. In de tunnel onder de lichthal (het Beursstraatje) wordt ’s morgens gevochten en een Duitser gooit een handgranaat, waarbij de Bijenkorf-medewerkster Alie Langeveld gewond raakt. Omdat veel medewerkers de winkel verlaten om mee te doen aan de staking, sluit de Bijenkorf om twaalf uur haar deuren. De Bijenkorf vraagt het personeel wel om de volgende morgen weer aan het werk te gaan, maar een groot deel van het personeel blijft op 26 februari buiten staan. ‘Plotseling kwamen er tien overvalwagens vol SS’ers aanzetten. Ze reden het Beursplein op naar de personeelsingang. Opeens zag ik een voorwerp door de lucht vliegen en meteen daarop een geweldige knal en alle ruiten braken. De politie sloeg er toen met de blanke sabels op los en ieder maakte dat hij weg kwam. Aan het einde van de dag kwamen er vier man van de Grüne Polizei de directeuren Wolsheimer en Hans Isaac ophalen.’, aldus het ooggetuigenverslag van een werknemer. Op 28 februari nemen de Duitsers het beheer van de Bijenkorf en van de Hema over.
Bekendmaking van de overname van het bewind van de Bijenkorf en van de HEMA door Dr. F. Brandt namens ‘de Rijkscommissaris van het bezette Nederlandsche gebied’ per 28 februari 1941. De gehele raad van beheer van de Bijenkorf wordt vervangen.
- De staking breidt zich ook uit uit naar enkele andere steden. Ook in Zaandam, Haarlem, Kennemerland, Weesp, Hilversum en Utrecht wordt gestaakt. In Utrecht wordt onder andere gestaakt door werknemers van Werkspoor, bij Demka en bij Metaalbedrijf Frans Smulders.
In Zaandam staken zo’n 3.000 mensen. Vanuit het huis van Dirk en Elisabeth Wijdenes is bovenstaande foto van stakers op straat gemaakt en door nazaten in 2017 naar Vrij Nederland gestuurd.
- In Hilversum staken op 26 februari duizenden mensen, onder andere bij Fokker en bij het Philipsbedrijf NSF (de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek). Ook de arbeiders bij de IJzergieterij Enzing, de verffabriek Ripolin en de Carrosseriefabriek Van Leersum staken. Op de Groest in Hilversum verzamelen zich naar schatting zo’n 10.000 mensen.
- Een oproep tot staken in Den Haag heeft echter geen succes. Een oproep aan het personeel van de HTM, het Haagse trambedrijf, leidt niet tot voldoende stakers om de trams niet te laten rijden.
- De Duitsers zijn op 25 februari verrast door de protesten. Het is de eerste keer dat er ergens in bezet Europa geprotesteerd wordt tegen de Jodenvervolging. Op 26 februari treden ze er hard tegen op. Er verschijnen gepantserde auto’s met mitrailleurs in de straten. Er wordt op willekeurige mensen geschoten en er vallen negen doden en 24 zwaargewonden. Ook worden talloze stakers gearresteerd.
Amsterdam 26 februari 1941; Gepantserde Duitse auto’s rijden door de straten.
- Over het Duitse geweld schrijft een zekere Semmy Woortman, ze is een leerstikster in een tassenfabriek, later: ‘Ik herinner me dat het chaos was. Op de Bilderdijkkade werd een jongen die langsfietste zomaar doodgeschoten. Ik zag zijn hersens zo tegen de boom aan ketsen. De Duitsers waren door het dolle heen.’
- De hoogste Duitse militair in Nederland, generaal Christiansen, verordineert op 26 februari – “Ik beveel “- vanuit Den Haag door middel van een ‘bekanntmachumg – kennisgeving‘ dat alle werkzaamheden op 27 februari hervat moeten worden.
26 februari 1941; Amsterdam. Een kennisgeving van de hoogste Duitse militair in Nederland. ‘Mensen die oproepen tot stakingen of ophitsen kunnen tot 15 jaar gevangenisstraf krijgen en als het om stakingen bij belangrijke bedrijven voor de weermacht gaat de doodstraf,’ aldus het schrijven.
- In Utrecht laat de NSB-commissaris van politie Müller een proclamatie uitgaan, waarin hij het heeft over ‘Gewetenlooze ophitsers’ en waarschuwt voor ‘ernstige gevolgen’.
- Op 27 februari gaan de mensen overal weer aan het werk. De Duitsers nemen een aantal represaillemaatregelen. Gemeenteambtenaren die hebben gestaakt krijgen een maand geen salaris. Vierenzeventig ambtenaren worden ontslagen. De stad Amsterdam krijgt een boete opgelegd van vijftien miljoen gulden. Hilversum van 2,5 miljoen. De burgemeester van Amsterdam Willem de Vlugt wordt vervangen door Edward Voûte. Ook de burgermeesters van Haarlem en Zaandam worden vervangen. De politie in Amsterdam krijgt een nieuwe hoofdcommissaris, de NSB-er Sybren Tulp. Ook in Hilversum wordt de hoofdcommissaris vervangen. Daarnaast wordt op 5 maart in Hilversum de gemeenteraad ontbonden en het college van burgemeester en wethouders opgeheven. Een dag later wordt er een regeringscommissaris aangesteld. Op 3 maart wordt de 23-jarige Gerrit Meerbeek, een communistische meubelmaker bij Fokker, en één van de leiders van de staking ter dood veroordeeld. Later wordt zijn straf omgezet in levenslang en wordt hij in Duitsland gevangen gezet. Hij zal de oorlog overleven.
- Om verdere onrust onder de bevolking van Amsterdam te voorkomen krijgen de NSB en de WA in Amsterdam wel de opdracht om hun provocerende acties te minderen dan wel te stoppen.
- Op 27 februari voeren de Duitsers de maatregel in dat Joden niet langer meer bloeddonor mogen zijn. Dit naar aanleiding van berichten in de krant dat een Joods iemand in Rotterdam bloed heeft gedoneerd aan een Duitse soldaat. Joods bloed mag in Duitse ogen niet vermengd worden met Arisch bloed. Nederland telt in 1940 in totaal 28.000 geregistreerde donors.
- Op 3 maart 1941 wordt op de Waalsdorpervlakte, in het duingebied Meijendel bij Scheveningen, Ernst Cahn gefusilleerd. Hij is daarmee de eerste van de ruim 250 mensen die hier tijdens de Duitse bezetting zullen worden gefusilleerd. Ernst Cahn is na de ongeregeldheden op 19 februari bij zijn Amsterdamse ijssalon Koco samen met zijn partner Alfred Kophn naar de gevangenis van Scheveningen afgevoerd. ‘Hier wordt hij 4 à 5 keer per dag afgeranseld met ‘gummistokken, sleutelbos, vuisten en schoenen’, zoals medegevangene K.W. Prager later schrijft. Als hij daarop bekent dat hij ammoniak op de Duitsers heeft gesproeid, wordt Cahn in een spoedrechtzaak ter dood veroordeeld voor ‘het oprichten van een Joodse terreurgroep’ en ‘het gebruik van wapens en gifgas’. Zijn mede-eigenaar van de ijssalon, Alfred Kohn, wordt tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld. (Hij zal in april 1945 overlijden in Auschwitz.)
- De CPN in Amsterdam is voornemens om op 6 maart wederom een staking uit te roepen. Ze hebben daartoe pamfletten gedrukt, maar op 4 maart wordt de 23 -jarige Joodse Nederlander Leendert Schijveschuurder, lid van de CPN, betrapt bij het opplakken van stakingsoproepen. In een razendsnel schijnproces wordt hij ter dood veroordeeld en op 6 maart op de Waalsdorpersvlakte bij Scheveningen geëxecuteerd. Hij is na de Duiter Ernst Cahn de tweede persoon – en de eerste Nederlander – die daar dit lot ondergaat. (Ook bijna zijn hele familie: moeder, echtgenote en zijn zes broers en zussen zullen de oorlog niet overleven; alleen zijn zoontje overleeft de oorlog.)
- Na de mislukte oproep tot een nieuwe staking waarschuwt de ‘Höheren S.S. und Polizeiführer’ Rauter bij de bekendmaking van de executie van Schijveschuurder dat ‘joodsche en communistische elementen ophitsen tot ‘ongeregeldheden of staking‘. ‘Zij die dergelijke oproepen verspreiden, spelen met hun leven’, aldus Rauter. Arbeiders mogen, op straffe van een drievoudige looninhouding, niet meer staken en ondernemers mogen hun winkels niet sluiten, op straffe van onteigening van hun zaak en vermogen. De staking van 6 maart gaat niet door.
- Op 9 maart 1941 worden de Nederlandse omroepen opgeheven en blijft er nog maar één nieuwe omroep over: de Rijks Radio-Omroep. Directeur-generaal van de Nederlandsche Omroep wordt de NSB’er Willem Herweijer. De nationaalsocialistische propagandist Max Blokzijl houdt er wekelijkse propagandapraatjes op (waarvoor hij na de oorlog ter dood wordt veroordeeld.)
- Op 12 maart houdt Arthur Seyss-Inquart, de Rijkscommissaris van Nederland, in het Concertgebouw in Amsterdam een toespraak voor de Nederlandse afdeling van de NSDAP. De toespraak wordt uitgezonden op de radio, gefilmd voor het bioscoopjournaal en de tekst wordt daarnaast ook in een brochure uitgegeven. Hij spreekt in zijn toespraak openlijk over wat de Nederlandse Joden staat te wachten: “En dan zou ik graag nog even wat over de Jodenvraag zeggen. Wij zien de Joden niet als een deel van het Nederlandse volk. De Joden zijn voor ons geen Nederlanders. Zij zijn vijanden, met wie wij noch tot een wapenstilstand, noch tot een vrede kunnen komen. Verwacht u van mij geen verordening die dit vaststelt, behalve politiemaatregelen. Wij zullen de Joden raken, waar wij ze raken kunnen. En wie hen helpt, zal net zo hard getroffen worden.” In juni zal hij tijdens een massabijeenkomst in Amsterdam op het huidige Museumplein (destijds het IJsclub-terrein) in aanwezigheid van zo’n 45.000 Duitsers en Nederlanders een soortgelijke toespraak houden.
Amsterdam; 27 juni 1941; 45.000 Duitsers en Nederlanders luisteren naar een rede van rijkscommissaris Seyss-Inquart.
- Op 13 maart vindt op de Waalsdorpervlakte in Scheveningen voor het eerst een massa-executie plaats. Het betreft hier 15 leden van de Geuzen-groep en drie CPN-mensen die de staking n Amsterdam mede hebben georganiseerd.
De voorpagina Het Vaderland van 14 maart 1941 met als openingsartikel de executie van de 15 Geuzen en 3 februaristakers
- Op 10 februari 1943 en op 21 februari 1943 zal er in de illegale bladen Het Parool en Vrij Nederland een gedicht getiteld ‘Het lied der achttien doden’ verschijnen. De eerste regels luiden: “Een cel is maar twee meter lang / en nauw twee meter breed, / wel kleiner nog is het stuk grond / dat ik nu nog niet weet, / maar waar ik naamloos rusten zal, / mijn makkers bovendien, / wij waren achttien in getal, / geen zal den avond zien.” Het gedicht is niet geschreven door één van de achttien geëxecuteerden zoals de tekst suggereert maar door Jan Campert (de vader van de latere schrijver Remco Campert). Omdat hij op het tijdstip van publicatie al overleden is (in het concentratiekamp Neuengamme) wordt zijn naam door de twee illegale bladen bij het gedicht vermeld.
- Op 16 maart verschijnt in De Telegraaf de allereerste aflevering van de ‘Avonturen van Tom Poes‘ van Marten Toonder.
16 maart 1941 De eerste aflevering van Tom Poes in De Telegraaf. @Stichting het Toonder Auteursrecht
- Op 26 maart 1941 wordt Rost van Tonningen, een vooraanstaand NSB’er, benoemd tot secretaris-generaal van het departement van Financiën en tot president van De Nederlandsche Bank. Hij is één van de NSB’ers die hoge publieke functies overnemen.
- Tussen 20 en 28 maart werpen R.A.F. bommenwerpers, die ’s nachts op weg zijn naar Duitsland voor bombardementen, boven tien steden in Nederland 75.000 theezakjes uit Nederlands-Indië uit, vergezeld met de tekst “Uit vrij Nederlands-Indië een groet, houdt moed!” Het is een actie van in Nederlands-Indië verblijvende Nederlanders en Indische Nederlanders als morele ondersteuning voor de mensen in bezet Nederland.
Maart 1941; afgeworpen theezakje, afkomstig uit Nederlands-Indië.
- Op 31 maart wordt in Amsterdam op verzoek van Seys-Inquart en op bevel van de SS-er Reinhard Heydrich door de SS de Nederlandse afdeling van de ‘Zentralstelle für jüdische Auswanderung’ (het bureau voor emigratie van joden) opgericht. In Wenen, Praag en Berlijn bestaan gelijknamige instellingen die verantwoordelijk zijn voor de deportatie van Joden. Ze zullen de deportaties van de Nederlandse Joden naar de vernietigingskampen organiseren. Ze nemen hun intrek in de gevorderde HBS aan het Adema van Scheltemaplein. Nadat de deporaties zijn voltooid wordt de organisatie eind 1943 opgeheven. Op 26 november 1944 wordt het gebouw door een luchtaanval van de geallieerden volledig verwoest.
Amsterdam; Het personeel van de ‘Centralstelle für jüdische Auswanderung’ voor het gebouw in Amsterdam. Zij zijn degenen die de deportatie van ongeveer 107.000 Joodse personen naar de vernietigingskampen in Duitsland organiseren. Slechts ongeveer 5.000 gedeporteerde Joodse mensen overleven de kampen. fotocollectie NIOD; datum onbekend
- Op 1 april wordt de accijns op rookwaren fiks verhoogd. Op een sigaar van 10 cent komt een accijns van 2 cent, op een sigaret van een 1 cent een accijns van een halve cent en op een pakje pruimtabak van 20 cent 6 cent accijns.
- Op 2 april wil vanuit de haven in Scheveningen een gehuurde vissersboot uitvaren met daarin aan boord Han Stijkel en vier andere personen. Han Stijkel is de initiatiefnemer van de zogeheten Stijkelgroep, één van de eerste verzetsgroepen in Nederland met veel leden in Den Haag. De groep bestaat uit een gemengd gezelschap van jonge arbeiders en studenten tot aan directeuren en oud-militairen van boven de vijftig. Ze houden zich onder andere bezig met het verzamelen van militaire informatie over de Duitsers in Nederland. Stijkel heeft een grote koffer met spionagemateriaal bij zich die hij naar Engeland wil brengen. De verzetsgroep is echter geïnfiltreerd door twee mensen die voor de Duitsers werken en de Duitsers zijn op de hoogte van het plan. Als de boot wil uitvaren, worden ze onderschept door de Duitsers. Stijkel en de anderen worden gearresteerd, net zoals later die nacht nog eens zo’n 150 mensen. (In 1942 zullen 45 van hen worden overgebracht naar Berlijn, waar 32 van hen, nadat ze ter dood zijn veroordeeld, op 4 april 1943 gefusilleerd worden. Dit ondanks een bemiddelingspoging van Zweden om de groep Nederlanders te ruilen tegen Duitsers die door de Engelsen zijn gevangen genomen, maar de Duitsers gaan niet op het voorstel in.)
- Op 10 april meldt de Joodse Raad namens de bezetter dat Joodse inwoners in Amsterdam niet meer uit de stad mogen verhuizen.
- Op 11 april geeft De Joodse Raad voor het eerst zelf ‘Het Joodsche Weekblad’ uit. Het blad bestaat al langer, maar staat vanaf nu onder leiding van de Joodsche Raad en fungeert nu als het communicatiemiddel naar de Joodse Nederlanders. Het is het enige Joodse blad dat nog mag verschijnen.
- Op 15 april verkondigen de Duitsers dat alle Joden in Nederland hun radiotoestellen moeten inleveren.
- Er gaan steeds meer producten op de bon en/of zijn minder verkrijgbaar. Sommige producten zijn zelfs helemaal niet meer verkrijgbaar. Omdat na de Duitse inval in mei 1940 de import van koffie, thee, cacao en specerijen als peper, kaneel en nootmuskaat uit Nederlands-Indië is weg gevallen, komen er allerlei surrogaten op de markt. Op 19 april komt melk op de bon, een week later aardappels. De bonnen worden uitgedeeld door distributiecentra, verspreid over het land.
1941: Kaart met distributiebonnen voor brood met een gewicht van 200 gram en 50 gram. foto Nationaal Archief
- Op 11 mei wordt er in Utrecht een grote parade van de NSB gehouden. 6.000 man van de WA, ca. 1.000 leden van de Nationale Jeugdstorm en 700 man Nederlandse SS’ers nemen er aan deel.
Utrecht 11 mei 1941; Op het podium voor de banieren brengt NSB-leider Mussert de Hitlergroet aan langslopende SS’ers
- In mei krijgen restaurants en cafés opgelegd dat de dinsdag en de vrijdag voortaan vleesloze dagen moeten zijn. Ook wordt in mei de schoenendistributie aangepast. Waren er eerst 80.000 paar schoenen per maand voor alle Nederlanders samen beschikbaar, in april wordt dit verlaagd naar 20.000 paar per maand voor heel Nederland. Men moet langer met zijn schoenen doen. In sommige plaatsen komen er winkels waar men schoenen kan ruilen. Vooral met opgroeiende kinderen is dit handig.
- In de loop van het jaar ontstaat er benzineschaarste. Omdat er niet meer genoeg benzine beschikbaar is voor particuliere auto’s, ziet men allerlei vreemdsoortige voertuigen verschijnen.
31 mei 1941; Amsterdam. Een Chrysler automobiel met verduisterde koplampen en gashouders op het dak. ANP-foto Nationaal Archief.
- In Amsterdam worden vanwege de benzineschaarste paard-en-wagens als taxi’s ingezet. In Den Haag rijden er ‘taxi’s’ rond van auto’s zonder motor, die worden voorgetrokken door een paard. Sommige automobilisten bouwen de motor van hun auto om en hangen er een hout- of kolenkachel achter welke gas levert waarop de auto kan rijden.
1941. Bij het Centraal Station in Amsterdam staat een rij paard-en-wagen taxi’s te wachten op klanten. Foto Nationaal Archief.
Den Haag 14 mei 1941 Een alternatieve taxi biedt de passagier beschutting tegen regen. Op de plaats waar vroeger de motor zat, bevindt zich nu de plek voor de bestuurder. De Ford V 8 “auto” wordt voortbewogen door een trekpaard. foto Nationaal Archief.
Den Haag, juni 1941. Een personenauto met een antracietgenerator er achteraan hangend die zorgt voor de voortstuwing van de auto. foto: H.A.W. Douwes, Haags Gemeentearchief
- Vanaf april moeten alle Nederlanders ouder van 15 jaar en ouder in bezit zijn van een persoonsbewijs. Het persoonsbewijs is ontwikkeld door de Nederlandse ambtenaar Jacobus Lambertus Lentz in samenwerking met de Duitse bezetter. Het is voorzien van een pasfoto en een vingerafdruk. Vanaf medio 1941 wordt er bij Joodse mensen een grote hoofdletter ‘J’ in hun persoonsbewijs gestempeld. Vanaf 1 januari 1942 moet iedereen het bij zich dragen.
Persoonsbewijs van de Joodse E. de Roode met daarop de hoofdletter J; bron Oorlogsverzetsmuseum Rotterdam
- Het persoonsbewijs – ‘ausweis’ is nauwelijks te vervalsen of te veranderen. Zo wordt bijvoorbeeld onder een kwartslamp de inkt onzichtbaar. Ook is het niet mogelijk om de pasfoto in het persoonsbewijs te vervangen. Als dat wordt geprobeerd, dan wordt een doorzichtige zegel aan de achterkant verbroken, waarop een vingerafdruk staat. De vingerafdruk op de achterkant van de pasfoto moet overeenkomen met de vingerafdruk aan de linkerkant. Alle gegevens staan daarnaast genoteerd in een centraal register in Den Haag. Dit bevat een schaduwarchief van de persoonsbewijzen, zodat vervalste nummers opvallen. Lentz heeft extra zijn best gedaan om vervalsingen uit te sluiten. Het is daarom een bijna onmogelijke klus om een goed lijkend persoonsbewijs na te maken. Het kost veel onderduikers en verzetsmensen die het toch proberen en betrapt worden met een vals persoonsbewijs uiteindelijk het leven. (Na de oorlog zal ontwerper Lentz voor verregaande samenwerking met de Duitsers veroordeeld worden tot drie jaar gevangenisstraf. Na de oorlog wordt het persoonsbewijs afgeschaft. Vanaf 2005 is iedere Nederlander van 14 jaar en ouder echter weer verplicht om een identificatiebewijs bij zich te hebben.) De kosten van het persoonsbewijs bedragen in 1941 één gulden, tenzij je minvermogende bent, dan is het vijftig cent.
Persoonsbewijs van Jan Koning, voorzijde en achterzijde met twee identieke vingerafdrukken; uitgegeven op 28 augustus 1941; bron Verzetsmuseum
- Op 6 april worden in Amsterdam bij een aantal straten borden geplaatst met de tekst ‘Judenstrasse – Joodschestraat‘.
Amsterdam; 6 mei1941; De Weesperstraat. De straat is aangemerkt als een Joodse straat. Aan het begin van de straat zijn borden geplaatst, met daarop de tekst ‘Judenstrasse’ ‘Joodsche straat’. foto Archief van de Dienst Ruimtelijke Ordening en rechtsvoorganger, Gemeente Amsterdam
- Op 18 april ontstaat er brand op de Leusderheide in de buurt van Soesterberg. De oorzaak is onduidelijk, onvoorzichtige Duitsers, sabotageacties of door een Engels vliegtuig afgeworpen brisantbom worden als mogelijkheden genoemd. Op de hei liggen Duitse voorraadbunkers met munitie. Urenlang vinden er grote explosies plaats. De KNMI registreert meer dan 125 zware explosies. Naar verluidt ontploft er zo’n 300.000 kg munitie. Pas als er na uren geen explosies meer te horen zijn, kan de brandweer de hei blussen. Korpsen tot aan Amsterdam worden opgeroepen.
18 april 1941; Op de brandende hei explodeert een munitiedepot (Foto vastgelegd door een Duitse soldaat.)
- De schade in de omgeving is groot. Veel huizen en een drietal fabrieken in Soesterberg en omgeving raken beschadigd of gaan compleet verloren. Naar verluidt komen er bij de ontploffingen dertien Duitse soldaten om het leven.
Duitse soldaten poseren na afloop met restanten van ontplofte munitie.
- De Nederlandse kranten krijgen de opdracht niets over de ontploffingen te schrijven. Ze mogen alleen iets over een brand elders op de hei bij Leersum schrijven.
18 april 1941; De schade in Soesterberg aan de kant van de Amersfoortschestraat is erg groot.
- Op 1 mei komt er een einde aan de rijwielbelasting en het bijbehorende rijwielbelastingplaatje voor op de fiets. De Duitsers schaffen deze fietsbelastingmaatregel af.
- In mei bezoeken de ministers Welter (van Koloniën) en Van Kleffens (van Buitenlandse Zaken) Nederlands-Indië. Ze zijn overgekomen vanuit Londen. Ze bekijken onder andere de marine installaties in Soerabaja.
Nederlands-Indië, mei 1941. Minister van Buitenlandse Zaken Van Kleffens (links op de foto) bezoekt samen met minister Welter van Koloniën (midden op de foto met de hoed in de hand) marine-installaties van de Marine.
- Op 11 juni vindt er voor de tweede keer in 1941 een razzia plaats in Amsterdam. Deze is gemunt op Joodse vluchtelingen die tot eind maart in het Joodse werkdorp Nieuwesluis in de Wieringermeer zaten. In 1934 is daar voor Duitse Joodse vluchtelingen een werkkamp opgezet waar jonge Joodse Duitse vluchtelingen een agrarische opleiding als voorbereiding op een eventuele emigratie naar bijvoorbeeld Palestina of Zuid-Amerika kunnen volgen. In 1941 zitten daar zo’n 300 Joodse vluchtelingen in opleiding. In maart hebben de Duitsers echter het werk- en leerkamp gesloten. Veel voormalige bewoners zijn daarop naar Amsterdam overgeplaatst. In juni vraagt de SD’er Klaus Barbie – hij is van juni 1940 tot begin 1942 werkzaam in Amsterdam; later zal hij bekend worden als de ‘slachter van Lyon – aan de Joodsche Raad de adressen in Amsterdam op van de voormalige bewoners van het werkkamp. Hij wil het werkkamp heropenen en de bewoners ervan terug sturen, zegt hij. De Joodsche Raad geeft hem de adressen. Barbie is echter niet van plan de mensen terug te sturen, maar wil ze op pakken om ze naar Duitsland te sturen.
- Op 11 juni worden de mensen uit het voormalige werkkamp ’s avonds thuis opgehaald. Als ze niet thuis zijn, dan worden er uit de huizen andere aanwezige Joodse mannen mee genomen. Als de Duitsers zo nog niet aan de “benodigde 300 mensen” komen, worden er bij razzia’s op onder andere het Merwerdeplein willekeurige Joodse mensen opgepakt. In totaal worden er zo’n 310 mensen opgepakt.
11 juni 1941 Amsterdam: De enige foto van de opgepakte mannen bij de SD in de Euterpestraat, de huidige G. J. van der Veenstraat. aldus de site marionalgra.wordpress.
- Aanleiding voor deze actie is volgens Barbie een aanslag op een gebouw van de Duitse Wehrmacht, zo verklaart hij de Joodsche Raad als deze vragen stelt. De opgepakte mannen worden eerst naar Schoorl gebracht. Daar staan barakken – voor de oorlog worden ze gebruikt om Joodse vluchtelingen op te vangen – waar de Duitse bezetter tussen december 1940 en oktober 1941 Joodse en politieke gevangen uit Noord-Holland heen brengt voordat ze naar andere kampen worden overgebracht. (Na oktober 1941 wordt het kamp niet meer als ‘durchgangslager’ gebruikt, mede omdat er geen goede treinverbindingen zijn.)
1941 Kamp Schoorl, gelegen in de duinen in Noord- Holland
- Vanuit Kamp Schoorl worden de opgepakte mannen overgebracht naar het concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk. Eén van de opgepakte mannen (een zekere Gerd Von Halle) weet de Duitsers te overtuigen dat hij tuberculose heeft en wordt vanuit Schoorl terug naar Amsterdam gestuurd. Hij zal de oorlog overleven en na de oorlog naar Amerika emigreren. Niemand van de andere 309 opgepakte mensen van die dag zal de oorlog overleven. Allen komen om. Al binnen vier weken verschijnen er overlijdensadvertenties in de kranten.
Amsterdam 2 juli 1941; overlijdensadvertentie van Arnold Heilbrut; opgepakt op 11 juni bij de razzia; overleden op 26 juni in Duitsland. bron: Anne Frank Stichting.
- Dat het in Duitsland slecht kan aflopen met opgepakte Joodse mannen dringt al snel door in Joodse kringen. Zo vertelde Otto Frank, de vader van Anne Frank, in een interview met de Südwestfunk in 1979: ‘Er waren vrienden van mij bij, jonge mensen, die werden afgevoerd. Na acht dagen kwam het bericht van hun dood, dus je wist precies dat die mensen vermoord werden.’ (Bron: de site van de Anne Frank Stichting.)
- Op 16 juni wordt op de Bussumerheide de 26-jarige Lodo van Hamel gefusilleerd. Lodo van Hamel is een marineofficier die op 14 mei 1940 aan boord van een Nederlands marineschip naar Engeland is uitgeweken. Tijdens de evacuatie van Duinkerken eind mei 1940 vaart hij met een motorsloep een aantal keer onder zwaar vuur heen en weer om Britse soldaten op te halen. In oktober 1940 wordt hem gevraagd of hij als geheim agent terug wil keren naar Nederland om een communicatietraject met het verzet op te zetten. Op 27 augustus 1940 wordt Lodo van Hamel als eerste geheim agent boven Nederland gedropt, bij Hillegom.
- Hij slaagt er in om contact te komen met een groep mensen, waaronder een marconist. Ze verzamelen gegevens over Duitse schepen in de Rotterdamse haven, vliegvelden, militaire opslagplaatsen en andere informatie en geven die door aan Londen. Als hij vier andere groepen, elk onafhankelijk van elkaar, heeft opgezet, wil hij terugkeren naar Londen, mede omdat zijn vervalste paspoort op de naam van Willem van Dalen van erg slechte kwaliteit is – zo staat er bijvoorbeeld een geboortedatum in van 29 februari 1915, een niet-bestaande schrikkeldag.
- Hij neemt contact op met Londen en op 13 oktober 1940 zal hij ’s nachts samen met vier anderen door een Engels watervliegtuig op het Tjeukemeer worden opgepikt. De vijf mensen doen zich bij het meer voor als ornithologen. Het vliegtuig kan echter door de slecht weersomstandigheden niet vanuit Engeland vertrekken. De volgende nacht zitten de vijf weer in een bootje op het meer, maar een boerin die het gedrag van de groep verdacht vindt, heeft de politie gewaarschuwd en die hebben de Duitsers gewaarschuwd. Hamel en consorten worden gearresteerd, het vliegtuig dat even later tracht te landen wordt beschoten en vliegt beschadigd terug naar Engeland.
- Hamel wordt over gebracht naar de Scheveningse strafgevangenis, waar hij zwaar wordt gemarteld. Hij weigert echter zijn contacten te verraden. Het enige dat hij wil toegeven is dat hij als geheim agent boven Nederland is gedropt. Bij Hillegom laat hij de Duitsers zien waar hij zijn parachute heeft begraven. Op 8 maart 1941 wordt hij ter dood veroordeeld en op 16 juni wordt hij op de hei bij Bussum dood geschoten. (Ook zijn broer Gerard van Hamel gaat in het verzet. Deze wordt in 1942 opgepakt en overlijdt in 1944 in Natzweiler-Struthof in de Elzas aan uitputting en tbc.)
Links: Lodo van Hamel; rechts: een bericht uit de Telegraaf van 29 juni 1941 van zijn terechtstelling. “Het vonnis is met den kogel voltrokken.”
- Op 5 juli worden op last van de ‘Rijkscommissaris voor de bezette Nederlandse gebieden’ Seyss-Inquart alle politieke partijen in Nederland, op de NSB na, ontbonden.
- In juli 1941 scheept de net afgestudeerde Erik Hazelhoff Roelfzema zich in als matroos aan boord van de Zwitserse vrachtboot St. Cergue, welke onder neutrale Panamese vlag vaart. Het schip vertrekt vanuit Schiedam naar Kiel, maar wordt op volle zee aangehouden door een Engels marineschip. Hazelhoff Roelfzema stapt over. Via de Faeröer-eilanden belandt hij in Groot-Brittannië, evenals een viertal andere Nederlanders, waaronder de latere verzetsstrijder Peter Tazelaar, die ook aan boord van de St Cergue zijn. Na de oorlog zal Hazelhoff Roelfzema bekend worden als de ‘Soldaat van Oranje’. Hazelhoff Roelfzema en Tazelaar zullen beiden in 1945 fungeren als adjudanten van koningin Wilhelmina.
Breda; 2 mei 1945. Drie adjudanten van koningin Wilhelmina.: van links naar rechts Peter Tazelaar, Rie Stokvis en Erik Hazelhoff Roelfzema; foto Willem van der Pol; Nationaal Archief.
- Ook buiten Amsterdam worden Nederlandse Joden belaagd. Zo valt er bij een reeks gewelddadigheden in onder meer Groenlo, Eibergen en Winterswijk een dode. Ook wordt de synagoge van Borculo in brand gestoken.
- In de nacht van 13 op 14 juli willen de Engelsen een goederenterrein in Amsterdam met brandbommen bombarderen. In de wagons zitten volgens de inlichtingen die de Engelsen hebben gekregen zoeklichten voor de Duitse luchtafweer. Er gaat echter iets mis. De bommen vallen op het naast de spoorlijn gelegen Artis. Onder andere de giraffenstal, het nijlpaardenhuis, de roofdierengalerij, de pinguïnrots, het apenhuis, het vogelhuis, de wisentstallen en de antilopenstallen worden geraakt. Ook vatten er enkele gebouwen vlam. Een aantal dieren wordt tijdelijk op het terrein vrijgelaten, zodat ze aan de rook kunnen ontsnappen. De directeur, zijn zoon en een andere medewerker lopen, terwijl de brandweer de boel blust, met een jachtgeweer over het terrein, dit voor het geval er een roofdier is ontsnapt. Dat is niet het geval en als de brandweer de boel na drie uur heeft geblust, blijkt er wonder boven wonder niet één mens of dier omgekomen te zijn.
14 juli 1941; Artis; een paardenstal, één van de beschadigde dierenverblijven.
- In december 1940 heeft de Royal Air Force een doelenlijst voor Nederland opgesteld, waar behalve militaire objecten ook industriecomplexen op staan, zoals de Hoogovens bij IJmuiden, de Philipsfabrieken in Eindhoven, de Storkfabrieken in Hengelo en de havenfaciliteiten van Rotterdam. Al deze zaken gelden als een legitiem doelwit. Rotterdam is een belangrijke aanvoerhaven van de Duitsers. Op 16 juli bombarderen daarom 37 Britse vliegtuigen overdag vrachtschepen in de haven van Rotterdam. Er vallen 33 doden. Vier Engelse vliegtuigen worden neergeschoten.
16 juli Rotterdam: ‘Een achterwaarts, langs de staart van het vliegtuig, genomen foto vanuit een Bristol Blenheim bommenwerper na de luchtaanval bij daglicht door de Royal Air Force Bomber Command op gebouwen en vijandelijke schepen in de haven van Rotterdam’; foto Royal Air Force official photographer
- In de zomer zijn de weersomstandigheden zodanig gunstig voor muggen, dat er een enorme muggenplaag in Nederland ontstaat.
Juni 1941; Een vrouw bekijkt vanachter haar glas-in-lood ramen de enorme hoeveelheid muggen die zich aan de buitenzijde van de ramen hebben genesteld. Er is sprake van een ware muggenplaag in Nederland.
- Op 26 juli 1941 vertrekken de eerste Nederlandse soldaten van het Vrijwilligerslegioen Nederland naar het Oostfront om er met het Duitse leger mee te vechten. (Duitsland is op 22 mei Rusland binnen gevallen.) Op hun trein schrijven de vrijwilligers leuzen als ‘Naar de Jodenhoek’ en ‘We gaan Stalin halen’. Het Vrijwilligerslegioen Nederland is onderdeel van de Waffen-SS. (In totaal zal het Vrijwilligerslegioen Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog zo’n 22.000 vrijwilligers omvatten. Heel veel Nederlandse oostfrontgangers zullen niet terugkeren.)
Den Haag, 26 juli 1941; Vertrek van de eerste groep van het Vrijwilligerslegioen Nederland vanaf station Hollands Spoor.
Fotocollectie: Anne Frank Stichting
- In juli bezet Japan heel Indochina. Ook heeft Japan een alliantie gesloten met Duitsland en Italië. Als reactie hierop gaat Amerika op 25 juli over tot een olieboycot van Japan. Daarop sluit Nederland zich – Nederlands-Indië is een groot leverancier van olie aan Japan – op 28 juli bij aan. Ook Engeland en Australië stellen een olieboycot tegen Japan in. Behalve een principiële keuze is de boycot ook ingegeven door een praktisch aspect. Amerika heeft tevens de dollartegoeden van Japan geblokkeerd, waardoor Japan de olie niet meer in dollars kan betalen – de valuta waarin de olie in wordt betaald.
- Op 31 juli overlijdt in Mauthausen op 25-jarige leeftijd Raphaël Altenberg. Hij is één van de 389 Amsterdammers die na de razzia’s in februari naar Duitsland zijn afgevoerd en in het concentratiekamp Mauthausen bezwijken dan wel vermoord worden. De familie van Altenberg heeft begin augustus bericht van zijn overlijden ontvangen. Op 15 augustus plaatsen zijn ooms en tantes daarom een rouwadvertentie in ‘Het Joodsche Weekblad.’ Verwijzingen naar Duitsland zijn in rouwadvertenties niet toegestaan; dat zou onrust kunnen veroorzaken onder de Joodse bevolking. Het is één van de laatste rouwadvertenties van weggevoerde Joden die in Duitsland overlijden. Een week later wordt het plaatsen van dit soort rouwadvertenties zelfs helemaal door de bezetter verboden.
15 augustus; De rouwadvertentie van het overlijden van Raphël Altenberg, één van de afgevoerde mannen van de razzia in Amsterdam in februari.
- Op 8 augustus 1941 opent aan de Sarphatistraat in Amsterdam de Liro-bank haar deuren. De naam verwijst naar de Joodse bank Lippmann Rosenthal & Co, maar dit nieuw ‘bankfiliaal’ is onder deze naam opgericht om geen argwaan te wekken. In werkelijkheid is het een roofbank van de Duitsers. Op 8 augustus komt er een verordening, waarbij Joden met een bezit van 1.000 gulden of meer op de bank gedwongen worden om deze financiële vermogens over te dragen aan de Liro. Ze mogen geen rekeningen meer hebben bij andere banken, Later zal dit ook voor alle Joden gelden. Ook mensen met een klein bedrag op de bank moeten dan hun geld stallen op de Liro-bank.
- Op 18 augustus nemen de Duitsers in Leusden, aan de zuidrand van Amersfoort, het ‘Kamp Amersfoort’ (‘Polizeiliches Durchgangslager‘) in dienst als een straf- en doorgangskamp. Het is een voormalig kamp met barakken voor Nederlandse militairen. In dit concentratiekamp worden allerlei soorten groepen mensen opgesloten, Joden, politieke gevangenen, (vermeende) criminelen, verzetsstrijders, Jehovah getuigen, gevangen genomen Russische soldaten en gegijzelde Amerikanen. Het kamp dient zowel als doorgangskamp als strafkamp. Ook komen er in de loop van de tijd zogenaamde strafgijzelaars, mensen die als represaille voor aanslagen van het verzet zijn gearresteerd. Sommigen daarvan worden aangemerkt als zogenaamde ‘Todeskandidaten’. Als het verzet een actie uitvoert, heeft men al personen beschikbaar die als vergelding neergeschoten kunnen worden. Er is in het kamp sprake van een regime van honger, mishandeling, dwangarbeid en executies. Het kamp komt onder bevel te staan van de SS. Op 18 augustus komen de eerste 195 mannen er aan. Het zijn vooral opgepakte communisten.
Hekwerken en barakken in Kamp Amersfoort; Foto Anefo – Sem Presser
- In augustus krijgen de ouders van Joodse kinderen een brief mee waarin staat dat de ‘Duitsche Overheid’ heeft bepaald, dat ‘Joodsche kinderen met ingang van 1 September a.s. niet (langer) tot openbare en niet-joodsche bijzondere scholen mogen worden toegelaten en moeten worden te zamen gebracht in scholen voor joodsche kinderen bestemd, waar joodsche leerkrachten onderwijs geven.’ Joodse kinderen moeten naar aparte scholen met Joodse leerkrachten. In Den Haag geschiedt dit per 1 september, in Amsterdam per 1 oktober. Van de scholen die als Joods worden aangemerkt moeten de niet-Joodse leerlingen vertrekken. In Amsterdam moeten daardoor bijvoorbeeld 3.000 niet-Joodse leerlingen naar een andere lagere school.
- Op 28 augustus vindt er weer – tijdens de gehele Tweede Wereldoorlog zullen de geallieerden meer dan 250 keer doelen in Rotterdam en omgeving aanvallen – een bombardement plaats op de havenfaciliteiten en schepen met voorraden voor het Duitse leger die in de haven van Rotterdam liggen. De zestien Blenheim-bommenwerpers, begeleid door een squadron Spitfires-jachtvliegtuigen, vliegen door een navigatiefout niet bij Oostvoorne Nederland binnen, maar over het met zwaar afweergeschut bewapende Hoek van Holland Nederland binnen. Twee Blenheims worden direct neergeschoten. Boven Schiedam en Rotterdam worden nog eens drie Blenheims en twee Spitfires neergeschoten.
Schiedam 28 augustus 1941: Vanuit een Engels vliegtuig is deze foto genomen. De zwarte rook en het vuur is afkomstig van een neergeschoten Blenheim-bombardementsvliegtuig die op het slachthuis in Schiedam is beland. foto: Royal Air Force zoals te zien is op tracersofwar.nl.
- De meest opvallende gebeurtenis is het in brand bombarderen van de SS Zuiderdam. Tijdens het blussen van de brand kapseist het schip.
- Een heel groot succes is het bombardement verder niet. Een olie-installatie bij Vlaardingen raakt beschadigd en een zwavelzuurtank bij Rotterdam wordt vernietigd.
Rotterdam 1 september 1941. Een luchtfoto van de RAF om de schade vast te stellen van het bombardement. Aan de onderzijde van de foto is de gekapseisde Zuiderdam te zien. Foto: Royal Air Force
- Eén brandweerman komt bij het blussen van de Zuiderdam om het leven. Verder kost het bombardement aan één Duitser het leven. In totaal worden tien Engelse vliegtuigen neergeschoten. Zeventien Engelse bemanningsleden komen om het leven en nog eens vijf worden er gevangen genomen. Er vallen geen burgerslachtoffers. Vanwege de relatief grote Engelse verliezen zal Churchill de aanval vergelijken met de ‘Charge of the Light Brigade’ uit de Krimoorlog van 1854. “De door u getoonde toewijding bij aanvallen op de havens van Rotterdam getoond, is boven alle lof verheven. De ‘Charge of the Light Brigade’ valt in het niet bij uw vrijwel dagelijks verrichte heldendaden.”, aldus Churchill in een bericht aan de teruggekeerde bemanningsleden van het bombardement. In december zal de opdrachtgever van het bombardement uit zijn functie worden ontheven en worden overgeplaatst naar India.
- In de loop van 1941 worden steeds meer anti-Joodse maatregelen door de bezetter verordineerd. Er komen allerlei verboden voor Joden. Zo mogen ze onder andere geen parken, dierentuinen, cafés, restaurants, hotels, pensions, schouwburgen, cabarets, sportinrichtingen, bridge-, dans- en tennisclubs, concerten, openbare bibliotheken, leeszalen en musea bezoeken.
Bron:Geheugenvanplanzuid/acrhief; collectie Saskia Loman
Zomer 1941; Kinderen bij het zwembad Schuagt in Krimpen a/d Lek-Lekkerker. Bij het hek hangt een bordje ‘Voor Joden verboden’. Bron: J. van Rhijn, Collectie Nationaal Archief.
Vanaf 15 september 1941 verschijnen er in de duinen bij Scheveningen borden met de tekst ‘Voor Joden verboden’, bron: Haags gemeentearchief
Doorn; september 1941; Twee (vermoedelijk Joodse) vrouwen, (rechts Nina van Lier, links onbekend) nemen een aanzienlijk risico: ze poseren in Doorn bij een bord waarop het woordje ‘niet’ is verwijderd. Het lot van de vrouw links is onbekend. Nina van Leer zal later in het kamp Bergen-Belsen belanden en dit overleven. Ze overlijdt in 1995. Bron: C.P.R. Holtzapffel/ NIOD, Beeldbank WO2 (beeldnummer 96836)
- Van 13 tot 15 september worden in Twente in totaal 105 Joodse mannen opgepakt, de meesten daarvan zijn woonachtig in Enschede. Het is een represaille van de Duitsers voor het doorknippen van telefoonkabels van de Wehrmacht door het verzet. De opgepakte manen worden eerst gevangen gezet in het Gemeentelijk Lyceum in Enschede en daarna afgevoerd naar concentratiekamp Mauthausen. Allen komen om.
- Op 27 september komen in Kamp Amersfoort 101 krijgsgevangen uit de Sovjet-Unie aan. Tijdens hun lange treinreis naar Nederland hebben ze amper iets te eten of te drinken gekregen. De soldaten moeten omringd door bewakers van het treinstation door de stad naar Kamp Amersfoort lopen. Ze maken een dodelijk vermoeide indruk op het publiek en zien er slecht verzorgd en hongerig uit. Ook in het kamp worden ze slecht behandeld. Binnen een aantal maanden overlijden 24 van de Russen aan de gevolgen van mishandeling, honger en ziekte. Op 9 april 1942 worden de overgebleven 77 Sovjetsoldaten gefusilleerd.
1941; Amersfoort. Twee Russische krijgsgevangen in Kamp Amersfoort.
- De beveiliging van Suriname is ernstig door Nederland verwaarloosd. Het land is echter belangrijk voor de geallieerde oorlogsindustrie. De bauxietmijnen zijn er goed voor zo’n 60% van de Amerikaanse aluminiumproductie. Vooral de vliegtuigindustrie is er afhankelijk van. Daarom vertrekken in september op verzoek van de geallieerden zo’n 160 vrijwilligers van de Prinses Irene Brigade aan boord van het Nederlandse oorlogsschip HMS Van Kinsbergen naar Suriname. In oktober volgt een tweede groter detachement soldaten. Ook de Amerikanen sturen met toestemming van de Nederlandse overheid zo’n 2.000 soldaten naar Suriname, later gevolgd door nog meer soldaten. Ze nemen ook tanks en radarinstallaties mee. De komst van de soldaten zal niet alleen bijdragen aan de beveiliging van Suriname, maar zal ook zorgen voor een boost van de economie, vooral die van Paramaribo.
November 1941; Aankomst van het tweede detachement soldaten van de Prinses Irene Brigade in Paramaribo.
- Op 3 oktober voert de RAF wederom een aanval uit op Rotterdam. Twintig Wellingtons-vliegtuigen hebben de opdracht om ’s avonds de industrie rond haven- complexen in Rotterdam-West te bombarderen. De andere dertien vliegtuigen dienen fabrieken in Rotterdam-Zuid te bombarderen. Er gaat echter veel mis. Er vallen onder andere ook bommen op huizen in het Oude Westen. Er vallen tussen de 100 en 130 burgerdoden.
- In oktober staat Nederland Amerika toe om gebruik te maken van Nederlandse vliegtuigbasissen in Nederlands-Indië.
- Op 11 november is het Sint Maarten. In verband met de verduisteringsmaatregelen mogen de kinderen echter niet met verlichte lampions de straat opgaan. In plaats daarvan wordt op scholen Sint Maarten met lampions in verduisterde lokalen gevierd.
Zaandam 11 november 1941. In verband met de verplichte verduistering tijdens de oorlog wordt Sint Maarten niet buiten op straat gevierd maar binnen. Op de foto zitten schoolkinderen met lampions in de hand in hun schoollokaal. Foto Nationaal Archief.
- Op 27 november valt om negen uur ’s avonds op de wijk Blauwdorp in Maastricht een Engelse blockbusterbom, een bom van een kleine drie meter lang met een diameter van 76 centimeter en een explosieve lading van 1.400 kg, waarmee een hele fabriek kan worden weggeblazen. Onduidelijk is waarom de bom boven de wijk wordt losgelaten. Het kan zijn dat het vliegtuig de bom laat vallen om gewicht te verliezen om aan een Duits jachtvliegtuig te ontkomen of dat hij dacht boven Duitsland te zijn. Ruim honderd woningen worden zwaar beschadigd. Er vallen 25 doden en ruim 125 gewonden. Tot de doden behoort de 30-jarige Willy Keulen die eerder op de dag van het bombardement in het stadhuis van Maastricht is getrouwd met Emily Gielissen.
Maastricht; november 1941. Enkele verwoeste huizen in de Blauwe Wijk.
- In November speelt de dan 26-jarige student Godfried Bomans tijdens de Sinterklaasintocht in Nijmegen de rol van de Goedheiligman. Vergezeld door twaalf Zwarte Pieten trekt hij vanuit Lent te paard naar de stad. De Zwarte Pieten strooien onderweg echter zo gul met pepernoten dat als hij in Nijmegen op het bordes staat de pepernoten al bijna op zijn. Het leidt tot gemor bij de kinderen, waarop Bomans roept “Luister goed. Krachtens mijn bisschoppelijke waardigheid geef ik jullie morgen allemaal vrij.” De kinderen juichen luidkeels, maar de ouders en de leraren zijn boos. Een keus hebben ze echter niet.
- Op 5 december wordt ook in Engeland bij de prinses Irene Brigade het Sinterklaasfeest gevierd. Sint en Piet komen gezeten bovenop een pantserwagen aangereden om even later cadeautjes uit te delen. De aanwezige prins Bernhard krijgt van Sint een grote doos sigaretten, de manschappen allemaal een klein pakje sigaretten en een fles bier.
5 december 1941; Sinterklaas bezoekt de Prinses Irene Brigade. Prins Bernhard krijgt een grote doos sigaretten, de manschappen een klein pakje.
- Op 7 december bombardeert Japan Pearl Harbour. Op 8 december verklaart Amerika daarop Japan de oorlog. Ook de Nederlandse regering in Londen verklaart Japan op 8 december de oorlog.
- Op 9 december strooien boven een aantal Nederlandse steden Britse vliegtuigen op weg naar Duitsland pakjes met de chocoladeletter ‘V’ van Victory uit. Het is een Sinterklaassurprise van een comité uit Nederlands-Indië met Indische cacao. Bij de letter zit een briefje met de tekst ‘Een groet van kinderen uit Indië aan de kinderen van Holland‘. Bij de pakjes zitten anti-Duitse Sinterklaasgedichten bijgevoegd. Ook worden er pakjes met snoepjes van het Britse snoepbedrijf Pascall ‘gestrooid’. De bedoeling is om de pakjes op 5 december boven Holland uit te werpen, maar door het slechte weer kan dat pas een paar dagen later geschieden.
- De Nederlandse onderzeeboot 016 is na het uitbreken van de oorlog onder Engels gezag geplaatst. Ze is gestationeerd in Singapore. Als Nederland Japan de oorlog heeft verklaard, vaart de O16 uit om Japanse troepenschepen aan te vallen. Ze slagen er tussen 8 december en 15 december in om drie Japanse troepenschepen tot zinken te brengen en er drie te beschadigen. Ze moet daarna echter vanwege gebrek aan torpedo’s terugkeren naar Singapore.
De O16 in 1939 in de haven van Den Helder. Foto Nationaal Archief.
- Als de O16 op 15 december ’s nachts boven water terugvaart naar Singapore – dat gaat sneller dan onder water – raakt de onderzeeboot een Japanse zeemijn en zinkt direct naar de bodem van de zee, 35 van de 41 opvarenden die zich benedendeks bevinden, komen direct om. Op het dek bevinden zicht echter zes man die in het water terecht komen. Ze beginnen aan een zwemtocht. Van hen zal alleen kwartiermeester Cor de Wolf het overleven. Na een zwemtocht van 34 uur over een afstand van 80 km bereikt hij het onbewoonde eiland Dayang. Daar zal hij door een voorbijvarend prauw worden opgepikt.
1941; Een groepsfoto van een deel van de bemanning van de O16. Geheel links zit kwartiermeester Cor de Wolf.
- Uit zijn verslag van de zwemtocht: “[…] Om negen uur zonk matroos Kruijdenhof weg, ik weet precies de tijd omdat mijn horloge tot tien uur heeft gelopen, toen bleef het stil staan; ik was toen nog met Bos over.” – Eerder al hielden drie van de vijf anderen het niet meer vol en verdwenen in de zee – “Weer zwommen we verder, maar ik bemerkte dat de stroom mij ver beoosten het eiland zette” – Ze zagen op een gegeven moment een eiland in de verte – “Ik zwom toen met Bos tegen de stroom in tot we weer dwars van de eilanden waren en toen weer rechtuit. Weer naderde een vliegtuig, het was een Hollands toestel, maar ook dit bemerkte ons niet. Een ontzaggelijke dorst kwelde ons bij het ondergaan der zon, dus ruim 17 uur. Daarna zei Bos tegen mij: ‘Cor, ik kan niet meer, als je het er levend af brengt, doe dan de groeten aan mijn vrouw en twee kinderen’, daarna zonk hij weg in de diepte.” […] “Weer zwom ik door, God gaf mij voortdurend kracht drijvend te blijven, steeds werd ik weggezet door de verraderlijke stroom. Eindelijk, na plusminus 35 uur gezwommen te hebben, bereikte ik dinsdag omstreeks 12 uur het eiland; ik werd op de rotsblokken gegooid, waar ik hevig bloedend uit rug en benen bleef liggen. De zon brandde fel op mijn lichaam, een heftige pijn in rug en benen en een geweldige dorst brachten mij weer tot de werkelijkheid. Ik moest water hebben, dat was het hoofddoel. Ik ben toen begonnen naar boven te lopen, dat duurde ongeveer vijf uur, maar zonder resultaat, er was daar geen water. Overal viel ik neer, stond dan weer op, de doornen schramden heel mijn lichaam. Toen ik dan ook boven geen water vond, besloot ik de terugtocht maar weer te aanvaarden en dan de nacht maar op de rotsen door te brengen. Toen ik beneden kwam, vond ik een rotsspleet waar water uit liep. Hier heb ik liggen drinken, daarna viel ik in een onregelmatige slaap, steeds werd ik wakker.” […] “Toen de zon ter kimme rees, trachtte ik om het eiland rond te lopen, dat ging niet gemakkelijk omreden het allemaal rotsen waren van 6 a 7 meter hoogte. Na lang klimmen en klauteren bereikte ik eindelijk de zijkant van het eiland. Hier ontwaarde ik tot mijn grote blijdschap een prauwtje. Ik schreeuwde zo hard ik kon, de inlander hoorde me en kwam met zijn prauwtje op mij af”.
- In december proberen de Japanners te landen op Borneo. Nederlandse en Engelse boten en vliegtuigen proberen dat te verhinderen. Ze slagen er in om meerdere Japanse schepen tot zinken te brengen met honderden Japanse doden als gevolg, maar op 16 december slagen en de Japanners er om bij Miri op het Britse gedeelte van Borneo te landen. Eind januari zal Japan zo goed als heel Borneo in bezit hebben.
- Volgens de officiële CBS-cijfers is de werkloosheid in 1941 gedaald van 364.000 naar 272.000. Of deze cijfers betrouwbaar zijn, is echter de vraag.

























































































