1940

1940: Leidschendam; foto genomen op 22 juni 2023

1940 Leidschendam 22 juli 2023 20230622_164942

Wat gebeurt er in de Nederlanden in 1940?

Opmerking: Vanwege de vele gebeurtenissen in dit jaar wordt dit jaar uitgebreider beschreven dan normaal.

  • Na de inval van Duitsland in Polen en de bezetting van het land wordt er in het westen van Europa nog niet gevochten. Op 11 januari 1940 verdwaalt in de mist een Duits jachtvliegtuig, een Messerschmitt Bf 108, die onderweg is van Münster naar Keulen. Ze maken bij Vught op Belgisch grondgebied een noodlanding. Aan boord bevinden zich de piloot en een zekere majoor Reinberger. Als Reinberger merkt dat hij in België is beland probeert hij documenten te verbranden. Als de Belgen de resten van de in brand gestoken documenten later bekijken, blijkt het om een aanvalsplan te gaan voor een invasie van Nederland en België.

111 1940 aanvalsplan.jpg belgie

Een pagina van de documenten welke op 10 januari in Belgische handen vallen . Bron: Militair museum Brussel/Wikipedia

  • Volgens dit plan, ‘Fall Gelb’ geheten, wil Duitsland via Nederland en België de Franse verdedigingslinie aan de Duits-Franse grens omzeilen om zo via een omweg Frankrijk aan te vallen. Of het plan echt is of niet is niet duidelijk. Vooralsnog gebeurt er echter na het uitlekken, wellicht door het uitlekken of  door de slechte weersomstandigheden, niets in januari.
  • Half januari gaat het voor de tweede keer tijdens de winter van 1939 op 1940 streng vriezen en op 30 januari kan, na de afgelasting van de tocht in december, toch nog een Elfstedentocht worden gehouden. Wel zijn de omstandigheden die dag erg slecht. Het vriest acht graden en er is een koude oostenwind. Ook liggen er overal grote ladingen sneeuw. De baan wordt regelmatig schoongeveegd, maar de sneeuw waait er door de wind weer even hard op. Op meerdere plaatsen moet worden gekluund.

111 1940 klunen

Hindeloopen, 30 januari 1940, Deelnemers aan de Elfstedentocht dalen de dijk af (lopend over stro), bij de controlepost in Hindeloopen. Rechts staan twee meisjes in Hindelooper-klederdracht de schaatsers te begeleiden en aan te moedigen bij het klunen.

  • Vooral het laatste stuk tussen Dokkum en Leeuwarden is het qua sneeuw op de baan erg slecht. Zo ploeteren (volgens Schaatshistorie) op een gegeven moment de twee broers Zeegers op de Finkumervaart, althans dat denken ze, totdat ze een boer zien die zegt: ‘Jullie schaatsen over mijn land!‘ De sneeuw heeft de vaart zo gevuld dat niet meer te zien is wat de vaart is en wat het land is. ‘We dachten ook al, wat vallen we toch veel.‘, antwoorden de broers. Van de 2.716 toertochtrijders halen er uiteindelijk slechts 27 Leeuwarden, waaronder Sjoerdsje Faber uit Warga, die als enige vrouw de finish haalt.

111 1940 krant 11 steden 111 1940 11 sjoerdje

De krant ‘Het Vaderland’ ‘schrijft over Sjoerdje Faber als ‘een bescheiden meisje’, die als enige vrouw de tocht uitrijdt  “En daarna dansen tot drie uur in de nacht.”). Volgens het artikel heeft Sjoerdje de nacht voor de tocht niet geslapen “Ik ha suver gjin wink yn’e eagen hawn”, aldus citeert de krant haar. De Telegraaf omschrijft haar als ‘een stoere Friesche’  en plaatst een ‘eigen Tele-Foto’ van haar.

  • De finish van de wedstrijdrijders eindigt in een chaos. Bij Dokkum hebben vijf rijders – Dirk van der Duim, Auke Adema, Sjouke Westra, Piet Keizer en Cor Jongert – die al uren samen de kopgroep vormen in het café Drost in Dokkum, waar gestempeld moet worden, het Pact van Dokkum gesloten.

111 1940 dokkum

Dokkum, 30 januari. De vijf koplopers van de zesde Elfstedentocht bereiken Dokkum, waar even later het pact van Dokkum wordt gesmeed.

  • De vijf schaatsers spreken af dat ze gezamenlijk over de finish in Leeuwarden zullen gaan. Echter vlak voor de finish begint één van de vijf schaatsers, Auke Adema, toch opeens te sprinten. Tegen prins Bernhard die bij de finish staat zal hij later zeggen “Hoogheid, wij hadden in Dokkum afgesproken naast elkaar door de finish te gaan, maar kort voor de finish werd het mij te machtig. Toen ben ik gaan spurten.” Daarop begint Piet Keijzer ook te spurten en achterhaalt kort voor de finish Adema nog en rijdt hem voorbij.

111 1940 finish

In 2007 duikt een vaag filmpje op waarop te zien is dat Keijzer inderdaad Adema nog voorbij schaatst.

  •  De chaos bij de finish is groot. Het publiek is het ijs opgegaan, waardoor het voor de jury  moeilijk te zien is wat er allemaal is gebeurd. “‘Adema heeft gewonnen.” wordt er door het publiek geroepen, maar daadwerkelijk is Keijzer als eerste over de finishlijn gegaan. Cor Jongert, die na een val in de laatste 100 meter met bebloed gezicht  over de finish komt, is echter de eerste die zijn stempelkaart bij  het controlebureau laat afstempelen. Uiteindelijk besluit het comité om alle vijf de schaatsers van het Pact van Dokkum gezamenlijk als winnaars uit te roepen.

111 1940 winnaars

Leeuwarden, 30 januari 1940. De vijf winnaars van de Friese Elfstedentocht na de finish in Leeuwarden: Van links naar rechts: Auke Adema uit Franeker – de man die het pakt verbrak, Sjouke Westra uit Warmenhuizen, Cor Jongert uit Alkmaar, Dirk van der Duim uit Warga en met scheve muts, Piet Keijzer uit De Lier.

  • Om half zeven ’s avonds wordt de toertocht vanwege het slechte weer gestaakt. Iedereen die op dat moment Franeker is gepasseerd, krijgt van de Elfstedentochtcommissie wel het Elfstedentochtkruisje, waardoor er uiteindelijk toch nog 627 toertochtrijders het kruisje krijgen.
  • In februari zijn er militairen die zich zorgen maken over de uitkijktoren in Ouwehands dierentuin van waaraf men een goed uitzicht heeft over de vlakbij gelegen Grebbenlinie. Volgens sommigen zijn er al verdachte Duitse ‘toeristen’ met fototoestellen bovenop de toren gesignaleerd. In een gesprek met zijn kritische zwager, een hoge militair die de uitkijktoren wil laten afbreken, legt minister-president De Geer uit dat de neutraliteit van Nederland door Duitsland is gegarandeerd en dat de toren een belangrijke toeristische attractie is. Het afbreken van de toren zou de  Nederlandse economie geld kosten.

111 1940 ouwehands toren

Omstreeks 1940; De uitkijktoren van Ouwehands dierenpark met uitzicht op de Grebbenlinie bij de Grebbeberg.

  • In maart verschijnt er in een oplage van 300 stuks het maandblad ‘Levensrecht‘, het eerste Nederlands tijdschrift van en voor homoseksuelen. Het is geïnspireerd op een Zwitsers tijdschrift. (Als in mei Duitsland Nederland binnenvalt, zijn er 190 abonnees. De lijst van met de namen en adressen, wordt na de inval direct vernietigd vanwege de angst van vervolging van homoseksuelen door de Duitsers.)
  • Op 31 maart maakt de 19-jarige Heerenveen-speler Abe Lenstra zijn debuut in het Nederlands elftal. De jonge Fries geldt op dat moment als de meest talentvolle Nederlandse voetballer. Binnen acht minuten scoort hij al, maar Nederland verliest de wedstrijd met 4-5 van Luxemburg. Een maand later (op 21 april) speelt Lenstra ook mee in de met 4-2 gewonnen wedstrijd tegen België. Met die wedstijd komt er voorlopig een einde aan de serie interlands van Nederland. (Pas in maart 1946 speelt Nederland na bijna zes jaar weer een interland. In 1959 zal Abe Lenstra zijn 47e en laatste interland spelen. Hij is dan 38 jaar oud.)
  • Op 9 april valt Duitsland de neutrale landen Denemarken en Noorwegen binnen. De dreiging  van een inval door Duitsland van het neutrale Nederland is nu wel heel erg groot. Op 19 april 1940 kondigt de regering daarom de Staat van Beleg af. Daardoor kan ze militaire informatie censureren en ‘staatsgevaarlijke personen’ arresteren. Er bestaat de angst dat NSB’ers de Duitsers zullen helpen bij een eventuele inval.
  • Op 7 mei 1940 worden alle militaire verloven ingetrokken in verband met een mogelijke Duitse inval.
  • Op 9 mei krijgt de Nederlandse regering ’s avonds vanuit Duitsland allerlei berichten door dat de volgende dag Duitsland Nederland zal binnenvallen. Thuis bij minister Van Kleffens van Buitenlandse Zaken wordt door Van Kleffens en de minister van Defensie Dyxhoorn en hoge ambtenaren druk overleg gevoerd wat te doen.
  • Op 10 mei valt Duitsland de neutrale landen Nederland, België en Luxemburg binnen. Om 01.40 uur steken bij de Kapellerlaan in Roermond de eerste vijftien als Nederlandse soldaten verklede Duitsers de grens over in een poging om de Maasbrug bij Roermond in bezit te nemen. Ze vallen door de mand omdat ze geen rangtekens dragen. Ze worden ontmaskerd en er ontstaat een vuurgevecht met Nederlandse soldaten die de brug bewaken, waarbij korporaal Piet Touw het eerste dodelijke Nederlandse slachtoffer van de oorlog wordt. Als de Nederlandse militairen er in slagen de brug de lucht in te laten gaan – ze schieten op de aangebrachte explosieven –  trekken na een kort vuurgevecht de Duitsers zich weer terug naar Duitsland zonder de brug veroverd te hebben.
  • Om half drie ’s nachts besluiten in Den Haag de ministers Van Kleffens en Dyxhoorn –  ze zijn niet op de hoogte van de aanval bij Roermond – om even te gaan slapen.
  • Om 03.55 uur begint de grootscheepse invasie van Nederland. Eerst vliegen grote formaties vliegtuigen over het Nederlandse luchtruim heen, maar boven de Noordzee keren ze, om daarna in Nederland allerlei militaire installaties te bombarderen zoals kazernes, de marinehaven bij Den Helder en vliegvelden als Schiphol. Even later trekken Duitse troepen per spoor (met zeven pantsertreinen) en over de weg met militair materieel Nederland binnen.
  • Om vier uur worden de ministers Van Kleffens en Dixhoorn  wakker gebeld. De aanval is begonnen. Ze spoeden zich naar de woning van minister-president De Geer voor een spoedzitting om vijf uur ’s morgens van het kabinet. De vergadering is nauwelijks begonnen of Van Kleffens wordt weggeroepen. De Duitse gezant Von Zech wenst hem te spreken op het ministerie om hem een ‘boodschap van het grootste belang’ te overhandigen. Het is de oorlogsverklaring van Duitsland aan Nederland.
  • Van de Duitse ambassadeur, naar verluidt met tranen in de ogen, krijgt minister Van Kleffens een telegram overhandigd dat de ambassadeur uit Berlijn heeft ontvangen waarin de ambassadeur wordt opgedragen “Mededeling doen van inzetten van geweldige Duitse troepenmacht”. Hij moet de Nederlandse regering volgens het telegram mededelen dat: “Elk verzet is volledig zinloos. Duitsland garandeert Europese en buiten-Europese bezittingen en de dynastie, indien elk verzet achterwege blijft. Anders gevaar van volledige vernietiging van het land en het staatsbestel. Daarom dringend eisen oproep volk en strijdkrachten en eisen opnemen contact met Duitse militaire commandanten. Motivering: wij hebben onweerlegbare bewijzen van een onmiddellijk dreigende inval van Frankrijk en Engeland in België, Nederland, Luxemburg, die met medeweten van Nederland en België sinds lang is voorbereid. Doel: oprukken naar Roergebied.’” 
  • Minister Van Kleffens laat via de ambassadeur antwoorden: “Met verontwaardiging wijst Harer Majesteits Regeering de aantijging der Duitsche Regeering van de hand, dat zij, op eenige wijze, of met eenige mogendheid, geheime en tegen Duitschland gerichte afspraken heeft gemaakt. Gezien den ongehoorden Duitschen aanval op Nederland, een aanval begonnen zonder eenige voorafgaande waarschuwing, is de Nederlandsche Regeering van oordeel, dat thans een staat van oorlog is ontstaan tusschen het Koninkrijk en Duitschland.” Officieel kan de Nederlandse regering geen oorlog verklaren. Dat kan alleen de Staten-Generaal.

111 1940 krant oorlog

10 mei 1940; extra editie van ‘Het Volk’ over de aanval van Duitsland

  • Het kabinet gaat vervolgens aan slag met het formuleren van een radiotekst –  ‘een korte, sobere tekst’ -voor koningin Wilhelmina.  Als deze de tekst telefonisch heeft goedgekeurd, leest om acht uur ’s morgens een nieuwslezer op de radio de proclamatie van koningin Wilhelmina voor. “Mijn volk, nadat ons land met angstvallige nauwgezetheid al deze maanden een stipte neutraliteit had in acht genomen en terwijl het geen ander voornemen had dan deze houding streng en consequent vol te houden, is in de afgelopen nacht door de Duitse weermacht zonder de minste waarschuwing een plotselinge aanval op ons gebied gedaan. Dit niettegenstaande de plechtige toezegging dat de neutraliteit van ons land zou worden ontzien zolang wij haar zelf handhaafden. Ik richt hierbij een vlammend protest tegen deze voorbeeldenloze schending van de goede trouw en aantasting van wat tussen beschaafde staten behoorlijk is. Ik en mijn regering zullen ook thans onze plicht doen. Doet gij den uwen, overal en in alle omstandigheden, ieder op de plaats waarop hij is gesteld, met de uiterste waakzaamheid en met die innerlijke rust en overgave, waartoe een rein geweten in staat stelt!
  • In tegenstelling tot Denemarken dat een maand eerder vooral op papier protesteerde bij de Duitse inval en nauwelijks verzet bood, besluit de Nederlandse regering zich wel militair te verzetten. De Tweede Kamer houdt een in allerhaast bijeengeroepen vergadering. Slechts 38 van de 100 Kamerleden zijn aanwezig. Alle NSB’ers zijn afwezig. Ook komen er geen leden van het kabinet, wat als een gemiste kans wordt gezien om het land toe te spreken.
  • Enkele uren na de Duitse inval vertrekken de minister van Buitenlandse Zaken Van Kleffens en de minister van Koloniën Welter vanuit Hoek van Holland per watervliegtuig naar Londen om aan de Engelsen en de Fransen om hulp te vragen en met hen te overleggen. Tijdens het landen bij Hoek van Holland  is het vliegtuig beschoten door Duitse parachutisten en is – onwetend voor de piloot  – de benzinetank geraakt.

111 1940 aa watervliegtuig engeland

10 mei 1940. Een soortgelijk watervliegtuig als het vliegtuig waarmee de twee ministers naar Engeland vliegen.

  • Onderweg naar Engeland verliest het vliegtuig continu benzine en het is maar de vraag of het niet in de Noordzee zal neerstorten. Laagvliegend haalt het net nog de Engelse kust bij Brighton, waar even later Van Kleffens en Welter wadend door het water naar het strand lopen. Daar worden de twee door de politie gearresteerd, maar als de Nederlandse ambassade hun identiteit bevestig, worden ze naar Londen over gebracht, waar ze even later Winston Churchill ontmoeten en hem om hulp vragen. Deze kan Nederland echter op korte termijn weinig hulp bieden. Wel zegt hij toe om enkele torpedoboorjagers naar de Nederlandse havens zoals Hoek van Holland en IJmuiden te sturen om bijstand te verlenen tegen aanvallen van de Duitsers op de kustwerken. Frankrijk belooft militairen te sturen maar gezien de gevechten in België zullen dat geen grote aantallen zijn. Vooralsnog moet Nederland het grotendeels alleen doen.
  • Het Nederlandse verdedigingsplan kent in mei 1940 een aantal linies. De drie belangrijkste zijn de kazematten in het noorden bij Kornwerderzand die de Afsluitdijk moeten beschermen, de Grebbelinie in het midden van het land en de Peel-Raamlinie in het zuiden.

111 1940 verdedigingslinie

De belangrijkste Nederlandse verdedigingslinies in 1940; (kaart Niels Bosboom.)

  • Het Duitse aanvalsplan ziet er als volgt uit

111 1940 aanvalsplan

‘Schematisch overzicht van de hoofdrichtingen van den Duitschen aanval.’

  • In het noorden slagen de Duitsers er niet om over de Afsluitdijk en het IJsselmeer te komen. In 1941 doet een zekere luitenant Ham in het blad ‘De Militaire Spectator’ uitgebreid verslag over de gevechten bij Kornwerderzand. Hij begint zijn verslag met enkele opvallende gebeurtenissen op 10 mei als de Duitsers net Nederland zijn binnen getrokken. Ham schrijft: “Begonnen werd met het treffen van maatregelen voor het afbranden van het houten  hotelletje, dat ons altijd zoo gastvrij ontvangen had, maar dat ten doode gedoemd was, omdat het zeer hinderlijk in het schootsveld stond. Talrijke postdirecteuren en ontvangers uit Friesland brachten hun kas bij ons in veiligheid; de zakken met duizenden guldens werden aanvankelijk zoo maar op den straatweg gelegd, want niemand stelde belang in het geld; het was immers oorlog.”
  • Ook op 11 mei krijgen ze nog niet te maken met vijandelijkheden. Luitenant Ham over die dag: “Een stralende zonsopgang zette den tweeden oorlogsdag, den 11den Mei, in. Ons eerste werk was het in brand steken van het hotelletje, dat den dag van tevoren reeds was ontruimd. Het brandde razend snel af en er bleef niets van over. Daarna begonnen we met het afbreken van het benzinestation; we wilden dit niet afbranden omdat we de mooie planken voor verbetering en eventuele herstelling van onze buiten-opstellingen wilden benutten.
  • Hij vervolgt met: “Het was tegen den avond dat de eerste terugtrekkende troepen ons passeerden. Het waren de troepen uit de Noordelijke provinciën. Op de nieuwsgierige vragen van onze soldaten kwamen zeer verwarde antwoorden, waarvan wij niet veel wijzer werden; daarvoor ging de terugtocht trouwens ook te snel. Het kwam er in hoofdzaak op neer, dat de troepen, door den snellen inval der Duitschers overrompeld, eerst al vechtend teruggingen, om daarna hoe langer hoe sneller, op auto’s en fietsen gezeten, terug te wijken voor den snel naderenden vijand. Het was een triest geheel. Nadat we aan onze troepen warm  eten hadden verstrekt en het geheel voorbij was, hebben we nog eens met onze soldaten gesproken en uit de gesprekken bleek dat, niettegenstaande het snelle succes van den vijand tegen onze grensbeveiliging, allen vol goeden moed waren en, indien het tot een krachtmeting mocht komen, een vast vertrouwen hadden in onze stelling. […} De Res. 2e Luitenant W. J. H. IJzereef werd uitgezonden met 10 man, voorzien van een zwaren mitrailleur, gezeten op fietsen. Ze gingen vol goeden moed op stap en keerden ‘s-morgens terug zonder iets te hebben gezien.”
  • Over de eerste keer dat ze beschoten worden op 12 mei schrijft hij: “In den morgen van dezen eersten Pinksterdag kregen de dokter en ik, die in dezelfde kazemat sliepen, het denkbeeld om ons eens wat op te knappen en we gingen op pad om ons eens heerlijk te wasschen en te scheren in het gebouw der Politietroepen, dat voorzien was van stroomend water. We hadden goed en wel ons gezicht ingezeept toen we vliegtuigen hoorden. De mitrailleurs der vliegtuigen begonnen te ratelen en het gebouw werd doorzeefd door mitrailleurkogels. Mopperend op de onhoffelijkheid van de vliegers, die ons op Zondag nog niet ongestoord ons toilet lieten maken, kropen we in de kelder van het gebouw. Een oogenblik later, toen de mitrailleurs zwegen, gingen we weer terug, maar van onze spiegels en waschtafels was niets meer over, alles stukgeschoten en de waterleiding lek, terwijl de mitrailleurkogels nog zaten in onze achtergelaten bovenkleeren.”
  • De eerste echte aanvallen op de kazematten vinden op 12 mei plaats als de Duitsers voorbij Harlingen zijn geraakt en ter plekke de kazematten aanvallen. Er worden door vliegtuigen brandbommen op de kazematten gegooid en ze worden met mitrailleurs en granaten beschoten. De verdediging bij de kazematten van Kornwerderzand – het is een complex van negen bunkers met zo’n 250 man personeel – houdt echter stand. Dit  ondanks dat ze in eerste instantie geen luchtafweergeschut hebben – dat komt pas als de gevechten al gaande zijn – en er geen ondergrondse gangen tussen de kazematten onderling zijn, zodat de mensen zich in de buitenlucht moeten begeven, als ze van de ene naar de andere bunker moeten, bijvoorbeeld om voedsel te brengen; er is maar één bunker met een keuken. Wel beschikken de kazematten (van 3 meter dik beton) over onderlinge telefoonverbindingen, ondergrondse watertanks en dieselapparaten voor de stroomvoorziening. Qua bewapening beschikken ze over 5 cm kanonnen en zware mitrailleurs.
  • Regelmatig worden de kazematten in de periode 12 mei tot en met 14 mei met granaten beschoten en door vliegtuigen gebombardeerd. Op een gegeven moment valt er na zware beschietingen in kazemat 6, de kazemat waar Ham verblijft, een maskeringsluik op de loop van het 5 cm kanon, waardoor er niet meer mee  geschoten kan worden. Luitenant Ham in ‘De Militaire Spectator’:  “Zonder een bevel te hebben ontvangen stond de dienstplichtige W. Pronk doodkalm op en ging naar buiten, nadat hij nog eerst zijn kameraad, die hem wilde vergezellen, terugduwde met de woorden: „Ga jij maar terug joh, jij bent getrouwd.” Daarop lichtte Pronk  onder een schervenregen van de tegen de kazemat uiteenspattende vijandelijke granaten, het luik van het kanon op, om daarna, als door een wonder ongedeerd gebleven, de kazemat weer in te gaan en zijn werk te vervolgen of er niets gebeurd was. Bravo Pronk, jij hebt bewezen, dat de Nederlandsche soldaat staaltjes van heldenmoed vertonen kan en daarbij doet alsof het zoo hoort zonder er verder enige drukte over te maken. “
  • Op 14 mei krijgen de verdedigers bij de gevechten ondersteuning van de kanonneerboot Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau.

111 1940 schip maurtis

De Johannes Maurits voor de oorlog.

  • Als de Duitsers de kazematten bij Kornwerderzandweer die dag weer willen aanvallen, vuurt de kanonneerboot vanaf zo’n 20 km afstand, varende in een geul in de Waddenzee, granaten af op  de Duitse posities bij Kornwerderzand. De schoten worden gecoördineerd door twee waarnemers die zich buiten de bescherming van de bunkers hebben begeven. De ene waarnemer, luitenant Ham, de man van het verslag, heeft links op de dijk positie gekozen en de andere vuurgeleider, luitenant IJzereef, is aan de rechterkant van de dijk gaan liggen om zo de posities van de Duitse troepen doorgeven aan de kanonneerboot. Als dankzij hun aanwijzingen de granaten op de Duitse posities terecht komen, zien de Duitsers zich gedwongen om hun artillerie terug te trekken.

111 1940 kornwerderzand

mei 1940: Duitse soldaten zoeken dekking bij Kornwerderzand.

  • Na zo’n 100 granaten afgeschoten te hebben, gaat de kanonneerboot er vandoor, voordat de Duitse luchtmacht in actie kan komen. De Duitsers verhevigen daarna de bombardementen op de kazematten. Luitenant Ham: “De revanche voor de vernietiging van de vijandelijke artillerie liet echter niet op zich wachten. We kregen een behoorlijk bombardement te verduren van vijandelijke bommenwerpers, die zeer zware bommen afwierpen, waarvan er een vlak voor de kazemat terecht kwam en de hele kazemat deed trillen. Uit de 2e linie bereikte ons het bericht dat daar een kazemat getroffen was door een zware vliegtuigbom die een behoorlijk stuk beton van den achterwand had meegenomen.”
  • Als Nederland op 14 mei capituleert zijn de Duitsers nog steeds niet voorbij Kornwerderzand geraakt. Aan Duitse kant vallen tijdens deze slag vijf doden en zo’n dertig gewonden. Aan Nederlandse kant één dode  en twee gewonden. Als de Johannes Maurits na de capitulatie naar Engeland wil uitwijken, wordt het schip voor de kust van Callantsoog tot zinken gebracht door Duitse bommenwerpers, waarbij zeventien bemanningsleden om het leven komen.

111 1940 korn

Kornwerderzand; 15 mei 1940; Na de capitulatie trekken Duitse troepen te paard langs de bunkers van Kornwerderzand.

  • In het midden van het land moet de Grebbelinie, die loopt van het IJsselmeer tot aan de Neder-Rijn en de Waal, voorkomen dat de Duitsers door het midden van het land de Vesting Holland kunnen bereiken. De linie bestaat  grotendeels uit een waterlinie van onder water gezet land met her en der forten.

111 1940 grebbelinie

De Grebbelinie gedetailleerd; de zwarte stippen zijn de forten.; kaart Niels Bosboom. (De Grebbeberg ligt bij Rhenen.)

  • Voordat de Duitsers de GrebbeIinie  kunnen aanvallenkomen ze eerst nog de IJssellinie en de Maaslinie tegen. In het oostelijk en zuidelijk deel van het land worden overal bruggen opgeblazen om de opmars van de Duitsers te vertragen. Alleen bij Gennep slaagt één van de zeven Duitse pantsertreinen, met aan boord 450 Duitse soldaten, er in om over een brug te komen, voordat de brug kan worden opgeblazen. Ook hier hebben de Duitse soldaten zich verkleed als Nederlandse marechaussees om deze brug bij Gennep te kunnen veroveren.

111 1940 waalbrug

Mei 1940; De opgeblazen Waalbrug bij Nijmegen

111 1940 brug bij Zutphen

Mei 1940; De brug over de IJssel bij Zutphen

111 1940 brug dieren

Mei 1940; De brug over het Apeldoorns kanaal bij Dieren.

  • Vanwege de opgeblazen bruggen moeten de Duitsers allerlei hulpmiddelen zoals bootjes en vlotten inzetten om de rivieren en kanalen over te komen. Ook bouwen ze snel noodbruggen.

111 1940 westervoort

Mei 1940; Westervoort. Duitse soldaten steken met hulp van rubberbootjes de IJssel over. Op de achtergrond de opgeblazen brug. Foto collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie.

  • Ondanks de vertraging die dit op levert, slagen de Duitsers er in om op na één dag de Grebbelinie te bereiken. De linie kent een drietal zwakke plekken. Bij Amersfoort en Veenendaal biedt een inundatie nog een bescherming, maar bij de Grebbeberg is er geen goede inundatie mogelijk door de lage waterstand in de Neder-Rijn. Een gemaal om dit probleem op te lossen is in aanbouw, maar in mei 1940 is het gemaal nog niet gereed. Het is dan ook hier dat de Duitsers op 11 mei de aanval op de Grebbelinie inzetten.

111 1940 grebbeberg inspectie

Omgeving Rhenen; 1 april 1940; Generaal van Voorst tot Voorst, met achter hem een delegatie uit Den Haag, controleert de loopgraven bij de Grebbeberg.

  • Drie dagen lang vindt er bij de Grebbeberg een hevige strijd plaats, waarna de Nederlandse troepen zich moeten terugtrekken naar de Vesting Holland. De Duitsers verliezen bij tijdens de slag om de Grebbeberg ongeveer 250 man, het Nederlandse leger telt zo’n 400 gesneuvelde militairen.

111 1940 gevechten grebbeberg

11 mei; omgeving Wageningen. Duitse SS-troepen op de Grebbedijk tussen de haven van Wageningen en de Wageningse Afweg. Op de voorgrond geven mitrailleurschutters dekking aan militairen die in de aanval gaan.  Foto: Stichting De Greb, Wageningen.

111 1940 bestorming grebbeberg

12 mei 1940; Bestorming van de Grebbeberg door de Duitsers. Op de achtergrond is de Grebbesluis te zien met ernaast de villa Grebbestein. Achter de rookpluimen ligt het zwaar gehavende hotel De Grebbe. Foto: Stichting De Greb, collectie J.H. Vroom.

111 1940 tank naar grebberg

13 mei 1940; Een Duitse tank op weg naar de Grebbeberg; Rechts een kapot geschoten huis.

111 1940 rheden

13 mei 1940; Rheden. Duitse soldaten lopen na de slag met een stoet paarden door het kapotgeschoten Rheden heen.

111 1940 bergen slachtoffers

Omstreeks 15 mei;  De lichamen van gesneuvelde Duitse en Nederlandse soldaten op de Grebbeberg worden geborgen. foto Nationaal Archief.

111 1940 journalisten

21 mei 1940; Het Duitse leger laat een aantal met bussen aangevoerde journalisten zien waar op de Grebbeberg is gevochten. Op de voorgrond loopgraven.

  • Vlak voor de Duitse inval in Nederland krijgt eigenaar Cornelis Ouwehand van Ouwehands Dierenpark in Rhenen van het Nederlandse leger te horen dat alle gevaarlijke wilde dieren gedood moeten worden gedood. Het leger is bang dat, als het park onder vuur komt te liggen, de dieren kunnen ontsnappen en dan richting de Grebbeberg aan. Het leger biedt aan om de klus te klaren, maar Cornelis Ouwehand besluit om het zelf te doen. Met een jachtgeweer schiet hij één voor één de leeuwen, de wolven, de tijgers en de beren dood.

111 1940 leeuwen

Mei 1940 De doodgeschoten leeuwen in de Ouwenhands Dierenpark. Foto stichting De Greb.

  • Als Cornelis Ouwehand echter bij het ijsberenverblijf komt, kan hij het niet over z’n hart verkrijgen om de ijsbeer Maxie, die net jongen heeft gekregen, dood te schieten. Hij verbergt daarom de ijsberen in een hok achter een betonnen muur, met een flinke voorraad voer. Als de gevechten om de Grebbeberg voorbij zijn, keert Ouwehand naar de flink beschadigd geraakte dierentuin terug. Hij treft de ijsberen weliswaar verzwakt maar nog wel in leven aan. (In 1942 zal de dierentuin, inclusief de ijsberen, weer opengaan.)

111 1940 ijsberen

Begin mei 1940; de ijsberen in Ouwehands Dierenpark

  • De Peel-Raamlinie in het zuiden is niet de sterkste Nederlandse linie en binnen een dag slaagt een overmacht van Duitse troepen na een zwaar gevecht bij Mill er in om de linie te doorbreken en verder Brabant in te trekken richting  Breda en Dordrecht. Bij de gevechten bij Mill sneuvelen aan Nederlandse kant zo’n dertig man en raken er zo’n tachtig mensen gewond. De Duitsers tellen tussen de 60 en 100 doden en ook raken er  zo’n driehonderd Duitse soldaten gewond .

111 1940 mill

10 mei 1940; restanten van een ontspoorde Duits pantsertrein bij Mill. Het betreft hier de pantsertrein die er in slaagde over de brug bij Gennep te komen en op de weg terug was. 

  • Na de Duitse inval hebben Nederland en België de hulp van Engeland en Frankrijk ingeroepen. Via België komen Franse troepen naar Zeeland en Noord-Brabant. Omdat de burgmeester van Breda vreest dat Breda na de doorbraak bij Mill het terrein zal zijn van gevechten tussen Frans-Nederlandse troepen en de Duitsers beveelt de burgmeester – onduidelijk is of dit op verzoek van de Fransen is – een evacuatie van alle 50.000 inwoners van Breda.

111 1940 breda bekendmaking

12 mei 1940; Breda; bekendmaking van de burgemeester van Breda voor de gang van evacuatie van mensen die slecht ter been zijn.

  • Op zondagochtend 12 mei wordt de bevolking van Breda in twee groepen geëvacueerd. Eén groep van zo’n 25.000 mensen vertrekt lopend, al of niet met handkarren, per fiets of met andere vervoersmiddelen overeenkomstig het evacuatieplan richting de nabijgelegen dorpen Zundert en Achtmaal. Hierbij komen ze echter terecht in een route waarover de Fransen oprukken. Overvliegende Duitse vliegtuigen en de Franse soldaten schieten op elkaar, waarbij de Duitse vliegtuigen ook de vluchtelingen onder vuur nemen, die regelmatig in greppels en sloten moeten duiken. Er vallen zo’n 40 doden onder de evacuees. Omdat er uiteindelijk niet gevochten wordt om Breda kan deze groep drie dagen later, na de capitulatie van Nederland al weer terugkeren naar de stad.

111 1940 breda

13 mei 1940; Een groep Bredase vluchtelingen in Rijsbergen.

  • De andere 25.000 inwoners van Breda moeten zich via Hoogstraten richting Antwerpen begeven. Het plan is dat ze daar in de stad worden opgevangen, maar omdat in België het front steeds zuidelijker geraakt, moeten de evacuees steeds verder zuidelijker trekken. Op 17 mei gaat het helemaal mis bij Sint-Niklaas, ten zuidwesten van Antwerpen. Een grote groep vluchtelingen uit Breda verblijft daar in een school, die door de Duitsers wordt gebombardeerd. Er komen hierbij 51 Bredanaars om het leven.
  • Veel vluchtelingen uit Breda belanden uiteindelijk in Frankrijk. Eén groep meisjes die in Breda een opleiding voor dienstsbodes volgen, belandt via lange treinreizen zelfs helemaal in Zuid-Frankrijk. Pas maanden later kunnen ze terugkeren naar Breda. Alles bij elkaar komen in totaal 104 Bredanaars bij deze, achteraf bekeken,  onnodige evacuatie om het leven.
  • De twee plaatsen waar verder in de meidagen van 1940 in Nederland hevig om wordt gevochten zijn Den Haag en Rotterdam. In en om Den Haag laten bommenwerpers eerst hun bommen vallen op de  kazernes rondom Den Haag en op de militaire vliegvelden Valkenburg, Ockenburgh en Ypenburg.

111 1940 den haag kaart

Mei 1940; Kaartje met de vliegvelden en kazernes in de omgeving van Den Haag met aangegeven waar de bombardementen plaatsvinden en waar Duitse parachutisten landen; kaart O.Sevono.

  • Bij de bombardementen op de Nieuwe Alexanderkazerne op de hoek van de Waalsdorperweg en de Van Alkemadelaan in Den Haag vallen 68 doden. Bij het bombardement op het Legerkamp Waalsdorp komen 58 Nederlandse militairen om.
  • Na de bombardement droppen de Duitsers parachutisten boven de militaire vliegvelden en zetten er Duitse vliegtuigen soldaten en militair materiaal  aan de grond. De Duitsers hopen zo snel Den Haag te veroveren en dan koningin Wilhelmina, de regering en de militaire top gevangen te nemen om daarmee het verzet van het leger te breken.

111 1940 bezuidenhout

Den Haag; 10 mei; Duitse vliegtuigen droppen parachutisten boven de wijk Bezuidenhout in Den Haag

111 1940 ockenburg

10 mei 1940; 04.30 uur. Duitse parachutisten landen op vliegveld Ockenburg bij Den Haag. Foto NIOD.

  • Bij het vliegveld Valkenburg gaat er echter veel mis voor de Duitsers. Vliegveld Valkenburg is nog maar net afgebouwd, maar de grond is nog niet droog en hard genoeg voor landingen. Als de Duitse vliegtuigen er landen, zakken er veel door hun gewicht door de grasmat heen en kunnen niet verder rijden. Al  snel staan overal op het vliegveld vastgelopen vliegtuigen. Ze zijn zo niet alleen een schietschijf voor de Hollanders, maar blokkeren ook de landingsbaan voor andere Duitse vliegtuigen, waardoor niet alle Duitse luchtlandingstroepen aan de grond kunnen worden gezet.

111 1940 vliegveld valkenburg

10 mei 1940; Overal op vliegveld Valkenburg staan Duitse vliegtuigen verspreid, waarvan de meeste niet verder kunnen en die daarmee de landingsmogelijkheden voor andere vliegtuigen blokkeren. Bron: NIMH 2155_035904

111 1940 valkenburg

10 mei 1940; Kapot geschoten Duitse Junkers Ju 52 vliegtuigen op het vliegveld Valkenburg

  • Ook worden veel Duitse vliegtuigen door het Nederlandse afweergeschut neergehaald. Zo maakt een Junker-vliegtuig een noodlanding op de Rijksstraatweg bij Bezuidenhout.

111 1940 neergeschoten vliegtuig

10 mei 1940; Den Haag. Een door het Nederlands luchtafweergeschut neergeschoten Junker Ju52 op de Rijksstraatweg bij Den Haag.

111 1940 vliegtuig dh rt

10 mei 1040; Een door het afweergeschut geraakt Duits vliegtuig heeft langs de rijksweg Den Haag-Rotterdam een noodlanding gemaakt.

  • Twee uur na de eerste landing van parachutisten bij Den Haag stort in de Adelheidstraat in de wijk Bezuidenhout in Den Haag een Duits vliegtuig neer dat door Nederlands luchtafweer is geraakt. Alle inzittenden komen om het leven. Als de brandweer het neergestorte vliegtuig blust, vindt ze in de wrakstukken een tas met het Duitse oorlogsplan voor Den Haag. De tas wordt direct naar opperbevelhebber generaal Winkelman gebracht.

111 1940 aanvalsplan

In  het Duitse aanvalsplan voor Den Haag duikt onder andere ook deze deels verbrande kaart op, die de route aangeeft hoe de troepen in  Den Haag bij het paleis Noordeinde willen komen, waar koningin Wilhelmina verblijft.

  • Nu de Duitse plannen in detail bekend zijn, kan het Nederlandse leger gerichter in actie komen en maatregelen nemen om de Duitse aanval op Den Haag te bestrijden. Na  een harde strijd krijgt het Nederlandse leger de vliegvelden waar de Duitsers zijn geland weer in handen en kunnen de Duitsers niet verder in de richting van de stad optrekken. De Duitse aanval op Den Haag mislukt. Er worden zo’n 1.600 Duitsers krijgsgevangen genomen, waarvan er 1.400 direct via Britse oorlogsschepen naar Engeland worden afgevoerd, waar ze de rest van de oorlog krijgsgevangen zullen worden houden. Bij de gevechten om Den Haag sneuvelen er zo’n 500 Nederlandse soldaten en raken er 1.000 gewond. De Duitsers tellen tussen de 200 en 400 doden en zo’n 700 gewonden.
  • De mislukte poging om met een luchtlanding Den Haag te veroveren zal gevolgen hebben voor de rest van de oorlog. Duitsland verliest tijdens deze slag om Den Haag zoveel luchtlandingsvliegtuigen (zo’n 175 stuks) dat ze tijdelijk een tekort hebben aan dit soort vliegtuigen, en ook besluiten ze door de mislukking om af te zien van plannen om tijdens de Slag om Engeland – die duurt ongeveer van juli tot november1940 – de Engelse vliegvelden met luchtlandingstroepen te veroveren. Alleen bij de aanval op Kreta in 1941 zullen ze nog massaal luchtlandingstroepen in zetten.
  • Naast Den Haag zijn Rotterdam en Dordrecht de andere belangrijkste steden in het westen waar de Duitsers aanvallen. Bij deze steden gaat het om de bruggen die toegang geven tot de Vesting Holland.

111 1940 landingen rotterdam

Kaartje dat laat zien waar in de omgeving van Rotterdam en Dordrecht Duitse parachutisten landen en de bruggen waar de strijd om gaat. Kaart  Marcel Kuster / STIWOT

  • Op 10 mei bombarderen bij Rotterdam de Duitsers eerst vliegveld Waalhaven en droppen er daarna parachutisten, gevolgd door wapenmateriaal hangende aan parachutes. Nadat ze het vliegveld veroverd hebben landen er ook vliegtuigen die zwaarder materiaal aan boord hebben.

111 1940 parachuten

Duitse parachutisten landen in Nederland, op 10 mei 1940.
Collectie: NIOD, Amsterdam

111 1940 dropping

10 mei; Duitse parachutisten landen in Rotterdam-Zuid.

  • Bij Rotterdam landen op 10 mei om vijf uur ’s morgens ook elf Duitse watervliegtuigen op de Nieuwe Maas vlakbij de Maasbruggen. Na de landing varen zo’n 90 soldaten in rubberboten naar het Noordereiland om van daaruit de Maasbruggen te bezetten. Ze willen de bruggen bezet houden totdat de tanks van de Duitse hoofdmacht arriveren. Zonder veel tegenstand veroveren ze de Maasbruggen, het Noordereiland, het Maasstation, de Boompjes en een aantal gebouwen op de noordelijke oever. Even later krijgen ze versterking van parachutisten, die bij de Kuip zijn geland.

111 1940 watervliegtuig op de nieuwe maas

10 mei 1940. Een Duits watervliegtuig landt op de Nieuwe Maas.

111 1940 watervligtuigen

10 mei 1940; Rotterdam; Een Duitse watervliegtuig op de Nieuwe Maas vlakbij het Witte Huis – te zien boven in de foto. foto Maritiem Museum.

  • De Oude Haven wordt het strijdtoneel tussen Duitse militairen en Hollands genietroepen, die ondersteuning krijgen van Hollandse mariniers die gelegerd zijn in de Oostpleinkazerne. Onder andere vanuit Station Beurs – het huidige station Blaak – en vanuit de bovenste verdiepingen van het Witte Huis wordt op de Duitse troepen geschoten. De Duitsers worden teruggedreven naar het Noordereiland, maar houden nog wel een klein bruggenhoofd op de noordoever.
  • De Nederlandse troepen nemen in Rotterdam langs de noordoever van de rivier posities in. De Nieuwe Maas vormt de frontlijn; de bruggen zijn in Duitse handen. De Duitse luchtlandingstroepen hebben Rotterdam-Zuid en het Noordereiland in handen. De kleine groep Duitsers die het bruggenhoofd op de noordoever vormen, kiezen positie in het gebouw van de Nationale Levensverzekering-Bank en bij de brugoprit. Er ontstaat een patsituatie bij de bruggen. De Duitsers slagen er niet in om verder te komen en de Nederlanders slagen er niet om de Duitsers te verjagen. Bij de gevechten om de Maasbruggen komen uiteindelijk 185 Nederlandse soldaten om het leven.

111 1940 rotterdam gebouw

Mei 1940; Duitse soldaten in het gebouw van de Nationale Levensverzekering-Bank; foto uit Collectie Maritiem Museum.

  • Ook bij Dordrecht vinden er zware gevechten plaats, onder andere bij het Eiland van Dordrecht. Net zoals bij Rotterdam gaat het ook hier om de bruggen, in dit geval die over de Oude Maas en de Moerdijkbruggen over het Hollands Diep ten zuiden van Dordrecht. Ook hier landen er watervliegtuigen en parachutisten.

111 1940 dordrecht watervligtui

mei 1940: Duits watervliegtuig bij het Eiland van Dordrecht.

  • De Moerdijkbruggen krijgen de Duitsers dankzij de luchtlandingstroepen al op de eerste ochtend van de oorlog om 05.15 uur in handen. Bij de Haven en op de Steenweg in het dorp Moerdijk vinden later felle gevechten plaats.

111 1914 dordrecht gevecht 2

Mei 1940; Duitse troepen in gevecht met Nederlandse troepen bij Dordrecht.

  • Om 07.00 uur hebben de Duitsers op 10 mei, dankzij de verrassingsaanval, de dorpen Moerdijk, Zevenbergschen Hoek en het station Lage Zwaluwe onder controle. Ongeveer 800 Nederlandse militairen geven zich er over aan de Duitsers en worden als krijgsgevangenen weggevoerd.

111 1940 krijgsgevangen

Mei 1940; Moerdijk. Krijgsgevangen genomen Nederlandse soldaten worden afgevoerd. Foto’s: Canon van Moerdijk.

  • Ook om Dordrecht zelf wordt hard gevochten. De zwaarste gevechten vinden plaats bij de oprit van de Zwijndrechtse verkeersbrug. De Duitse geschutstukken die bij de gevechten worden gebruikt, zijn ingevlogen op vliegveld Waalhaven dat de Duitsers hebben veroverd en daarna naar Dordrecht gebracht .

111 1940 gevechten dordrecht

Mei 1940; Duitse parachutisten (links van de dijk) liggen met hun zware machinegeweren bij Willemsdorp aan de noordkant van het Hollands Diep.  De rookwolken zijn veroorzaakt door Nederlands artillerievuur. Foto “Dordrechtinoorlog’.

111 1940 dordrecht

11 mei 1940 Dordrecht; Nederlandse soldaten hebben barricades opgeworpen  op de hoek van de Albert Cuypsingel en de Spuiweg. fotobezit Yvonne van Buul.

  • Op 10 mei worden in de overzeese koloniën als ‘tijdelijke veiligheidsmaatregel’ alle Duitsers in Nederlands-Indië, de Antillen en Suriname opgepakt. Op de Nederlands-Indische radio omroep wordt die dag meermaals het codewoord ‘Berlijn’ uitgezonden, bedoeld als signaal voor de regionale bestuurders om mensen met een Duitse nationaliteit op te pakken.  Er worden zo’n 2.800 Duitsers in Nederlands-Indië, 87 Duitsers in Suriname en meer dan 400 Duitsers op de Antillen, waaronder Duitse Joodse vluchtelingen die naar Curaçao zijn gevlucht, opgepakt en in interneringskampen geplaatst.
  • Op 11 mei laat een Duits vliegtuig  – het is vermoedelijk door het luchtafweergeschut geraakt –  dat op weg is om Schiphol te bombarderen, hoogstwaarschijnlijk om gewicht te verminderen een aantal van zijn bommen los boven Amsterdam. Ze vallen op de Amsterdamse Blauwburgwal. Er worden 14 huizen verwoest en er vallen 44 slachtoffers onder de bevolking, alsmede 79 gewonden.

111 1940 amsterda

11 mei 1940; Amsterdam. De slachtoffers van het bombardement op de Blauwburgerwal worden wegdragen; foto Collectie Stadsarchief Amsterdam.

  • Op 11 mei vallen er ook bommen op Alblasserdam. Hierbij vallen  28 doden. Ze zijn gericht op de Nederlandse troepen die zich bij de verkeersbrug over de Noord hebben verschanst. Ook de Nederlandse troepen bij  Zevenbergen en Zevenbergschen Hoek worden gebombardeerd.

111 1940 duitsers op de brug

Mei 1940. Duitse soldaten rijden de Moerdijkbruggen over.

  • Eveneens op 11 mei raakt bij Rotterdam als gevolg van beschietingen door Nederlandse mariniers de s.s. Statendam per ongeluk in brand.

111 1940 statendam

11 mei 1940; De s.s. Statendam staat in brand als gevolg van beschietingen door Nederlandse mariniers.  Bron: NIMH 2155_035530

  • Als er op 12 mei Duitse tanks bij Dordrecht verschijnen, afkomstig uit Noord-Brabant, is de strijd daar beslist. Op 13 mei 1940 trekken de Nederlandse troepen zich uit Dordrecht naar het noorden terug, de Merwede over. Bij de gevechten in en om Dordrecht sneuvelen tijdens de periode 10 mei tot en met 13 mei 209 Nederlandse soldaten.
  • Wie tijdens de strijd om Dordrecht ook sneuvelt, maar niet door de Duitsers, is luitenant-kolonel Jo Mussert. Hij is een broer van de NSB-leider Anton Mussert, maar in tegenstelling tot zijn broer wel gezagsgetrouw. Omdat een aantal van zijn beslissingen tijdens de gevechten om Dordrecht niet even goed uitpakken, verdenkt een tweetal officieren hem er van dat hij net zoals zijn broer een landverrader is en willen hem tijdens een bijeenkomst in Sliedrecht op 14 mei arresteren. Tijdens deze arrestatie schiet één van de officieren op Mussert, waarna deze later die dag aan zijn verwondingen overlijdt. Na de meidagen wordt Jo Mussert door de opperbevelhebber generaal Winkelman postuum gerehabiliteerd.
  • Op 12 mei vergaderen ‘s middag in de bunker onder het ministerie van Economische Zaken in Den Haag – hier heeft de Nederlandse regering in de meidagen haar hoofdkwartier gevestigd –  minister-president De Geer, de minister van Defensie DIxhoorn en opperbevelhebber generaal Winkelman. Deze laatste schetst een somber beeld van de toestand ten velde. In het noorden houdt de Kornwerdermatten-stelling stand en de situatie in en om Den Haag is verbeterd, maar de Grebbelinie staat op het punt van doorbreken. De Peel-Raamlinie in het zuiden is al doorbroken en de situatie bij Dordrecht en Rotterdam is ook niet best. De bruggen zijn daar ongeschonden in handen van de Duitsers gevallen. De Duitse troepen staan er op het punt om versterking uit Brabant te krijgen. De Duitse tanks naderen gestaag Rotterdam. Het Nederlandse leger beschikt volgens Winkelman niet meer over voldoende mogelijkheden om de vijand te stoppen.
  • Vervolgens komt de vraag aan de orde of de koningin en haar gezin en de regering naar Londen moeten uitwijken of in Nederland moeten blijven. De Geer stelt voor om te vertrekken. Het koninkrijk kent meer gebiedsdelen – Nederlands-Indië, Suriname en de Antillen – die bestuurd moet worden en dat kan beter vanuit Engeland dan vanuit een bezet Nederland.
  • Op 12 mei worden prinses Juliana, prins Bernhard en hun twee dochters in een gepantserde auto van de Nederlandse Bank naar IJmuiden gereden, waar ze om elf uur ’s avonds aan boord van de Britse torpedobootjager HMS Codrington gaan, die koers zet naar Harwich  in Engeland, waar ze de volgend ochtend aankomen.

111 1940 juliana londen

Londen; 14 mei; Prinses Juliana, prins Bernhard met hun beide dochters, prinses Beatrix en prinses Irene in de kinderwagen, vertonen zich aan de pers in Londen, nadat ze op 12 mei 1940 in ballingschap in Engeland zijn gegaan.

  • Op zondag 12 mei bombardeert de Luftwaffe in Rotterdam meerdere doelen in de binnenstad, waaronder de treinstations en de  Marinierskazerne aan het Oostplein. Ook de oude dierentuin – er is een nieuwe dierentuin bij Blijdorp gebouwd en een groot deel van de dieren is al hier naar overgebracht –  vlakbij het Centraal Station wordt geraakt. Een aantal dieren die nog in de oude dierentuin verblijven, waaronder de kamelen en damherten, komt bij het bombardement om het leven. Een aantal andere dieren ontsnapt. Zo moeten later de zeeleeuwen met emmertjes vis uit de Westersingel worden gelokt. Net zoals bij Ouwehands Dierentuin in Rheden besluit het leger dat de gevaarlijke roofdieren in Blijdorp, uit angst dat ze kunnen ontsnappen bij een volgend bombardement, afgemaakt moet worden.
  • In de avond van 12 mei arriveren er aan boord van twee Engelse torpedobootjagers zo’n 200 Engelsen en Schotten in Hoek van Holland. De volgende morgenvroeg komen er nog eens zo’n 650 Engelsen bij. Ze zijn gezonden om naar Den Haag te gaan om koningin Wilhelmina en de regering te helpen met evacueren.

111 1940 hoek van holland

13 mei 1940; Hoek van Holland; Engelse soldaten laden kisten met munitie uit; foto collectie Dirk Ruis.

  • Op 13 mei wordt er ’s morgensvroeg tijdens het kabinetsberaad in de bunker onder het gebouw van Economische Zaken in Den Haag verder door de ministers gediscussieerd over de vraag of de regering het land moet verlaten of niet. De Geer en sommige ministers hebben al een koffer bij zich, maar de ministers Steenberghe en Van Rhijn weigeren om het land te verlaten, hoezeer De Geer volgens een van de aanwezigen ook aandringt. Ook geeft het kabinet tijdens de vergadering opperbevelhebber Winkelman de opdracht om de capitulatie van het leger aan te bieden op het moment dat verder vechten geen zin meer heeft. Alle secretarissen-generaals van de departementen krijgen opdracht om generaal Winkelman ten dienste te staan.
  • Tussen negen en tien uur ontvangt het kabinet het bericht dat koningin Wilhelmina naar Hoek van Holland is afgereisd en dat ze daar aan boord van de torpedobootjager H.M.S. Hereward zal stappen dat haar, zo wordt gezegd, naar Zeeuws-Vlaanderen zal brengen. (Als echter duidelijk wordt dat de wateren rondom Breskens niet veilig zijn, brengt de Engelse torpedobootjager  haar en haar hofhouding op 13 mei naar Engeland waar zij die avond zal overnachten in Buckingham Palace.) Dit bericht verrast de Geer en de ministers, want contact leggen met het Kabinet der Koningin is die morgen niet gelukt. Na dit nieuws reizen De Geer en de ministers, op Stenberghe en Van Rhijn na, in pantserauto’s af naar Hoek van Holland waar ze om 13.30 uur aankomen en nog een kabinetsvergadering houden. Generaal Winkelman krijgt telefonisch de opdracht de strijd zo lang mogelijk voort te zetten maar geen nodeloze offers te brengen. Ook besluiten ze om de regering officieel naar het buitenland te verplaatsen, wat staatsrechtelijk inhoudt dat na een capitulatie van Winkelman van het leger in Nederland de Nederlandse regering de strijd vanuit het buitenland kan voort zetten.
  • Nu koningin Wilhelmina en de regering niet meer in Den Haag zijn, maar naar Hoek van Holland zijn afgereisd, is er voor de Engelsen geen reden meer om naar Den Haag op te trekken. Ze blijven vooralsnog in Hoek van Holland totdat de regering ook is vertrokken.
  • Op 13 mei vertrekken omstreeks 16.00 uur minister-president De Geer en alle ministers  – ook de ministers Stenberghe en Van Rhijn zijn alsnog naar Hoek van Holland gekomen – aan boord van de Engelse torpedobootjager Windsor naar Londen. Hun echtgenotes en kinderen blijven in Nederland achter. Wel aan boord zijn enkele buitenlandse diplomaten en ook de bestuursleden van Shell en Philips. Ook de secretarissen-generaal Van Asch van Wijck en Van Angeren, en de vicepresident van de Raad van State varen mee. Een deel van de Hollandse goudvoorraad is al eerder naar Engeland gebracht. Generaal Winkelman, de Nederlandse opperbevelhebber, heeft nu het regeringsgezag in Holland.
  • Als ze in Engeland aankomen, blijken niet alle ministers even goed Engels te spreken wat tot de nodige misverstanden leidt. Zo zal minister-president De Geer tijdens zijn eerste ontmoeting met Winston Churchill het gesprek beginnen met de woorden “Goodbye, mister Churchill”.

111 1940 londen

Londen; 19 mei 1940; Enkele Nederlandse ministers voor de Nederlandse kerk in Austin Friars; Van links naar rechts minister-president D.J. de Geer, H. van Boeijen, G. Bolkestein (de grootvader van de latere VVD-leider Frits Bolkestein), J.R.M. van Angeren en P.S. Gerbrandy (die in september De Geer zal opvolgen als premier.)

  • Op maandag 13 mei proberen in Rotterdam twee compagnieën mariniers tevergeefs om de Willemsbrug op de Duitsers te heroveren, maar moeten zich onder hevig vuur terugtrekken. De aanval kost negen mariniers het leven. Een zestal mariniers heeft tijdens de aanval een veilige schuilplek gevonden onder het brugdek, op een brugpijler. Zij zullen hier noodgedwongen vastzitten totdat Nederland  op 14 mei capituleert.
  • Op 14 mei laten de Duitsers bommen vallen op het dorp Hoek van Holland. Hierbij komen in totaal vijf burgers en elf Engelse soldaten die zich in het dorp bevinden om het leven. Later die dag keren de Engelsen terug aan boord van hun drie schepen en varen terug naar Engeland. Hun vertrek is behoorlijk chaotisch. Ze laten van alles achter.
  • In Rotterdam is er op 14 mei bij de bruggen over de Nieuwe Maas nog steeds sprake van een patstelling en gaat de strijd om de bruggen door.

111 1940 maasstation

14 mei 1940; Rotterdam. De strijd om de Maasbruggen, Nederlandse militairen liggen in stelling bij het Maasstation, ongeveer een half uur voor het bombardement. Aan de overkant ligt het Noordereiland waar de Duitsers zitten. De Hef-spoorbrug staat open. Collectie Mariniersmuseum Rotterdam.

  • Omdat de Duitsers bij de Nieuwe Maas niet verder komen, stuurt de Duitse overste Dietrich von Cholditz een getypt ultimatum aan ‘de Kommendant van Rotterdam‘ – dat is de Rotterdamse bevelhebber P.W. Scharroo (niet alleen een militair maar ook een sportbestuurder; hij zal van 1924 tot 1957 lid zijn van het IOC) –  en de ‘Burgemeester  – dat is  P.J. Oud – en de Wethouders en de Autoriteiten van den staat‘. Als het verzet niet gestaakt wordt, dan kan dit de ‘volledige vernieling van het stad ten gevolge hebben’, luidt de boodschap. (Dat er in de brief wordt geschreven over ‘het stad’ en niet over ‘de stad’ wijst er op dat de brief uit het Duits is vertaald door een niet-Nederlander.)

111 1940 ultimatum

14 mei 1940; Het ultimatum dat de Duitse overste Dietrich von Cholditz stuurt. ‘De weerstand moet gestaakt worden.'”[…] Ik verzoek u als man die verantwoordinggevoel bezit daarop aan te dringen, dat het stad niet dit zware verlies lijden moet.”

  • Omdat het ultimatum niet is ondertekend, stuurt de commandant van Rotterdam, kolonel Scharroo, na telefonisch overleg met generaal Winkelman, een met de hand geschreven brief in het Duits terug, waarin hij schrijft dat hij een document wil hebben met de naam en rang van degene met wie hij aan het onderhandelen is.

111 1940 witte vlag

14 mei 1940; Rotterdam. De boodschappen worden over en weer gebracht door soldaten met een witte vlag. Hier staat sergeant-majoor Van Ommeren met een door hem zelfgemaakte witte vlag te praten met Duitse Wehrmacht-soldaten. Hij is de begeleider van kapitein Backer, die de tussenpersoon is van de Nederlandse troepen in Rotterdam en de Duitsers. Foto Nationaal Archief.

  • Als reactie op het schrijven van Scharroo stuurt de inmiddels op het Noordereiland aangekomen generaal Schmidt, hij is er nu de hoogste Duitser in rang, een met de hand geschreven antwoord terug. Hij schrijft dit op de brief van Scharroo, waarin hij in een tweede ultimatum de Nederlanders drie uur extra tijd geeft om zich over te geven en vermeldt op de brief zijn naam en rang.

111 1940 brief

14 mei 1940. Links de brief van Scharroo met daaronder en op de achterkant het vervolg van het antwoord van Schmidt met daarin het tweede ultimatum, en de naam, rang en handtekening  van generaal Schmidt. (De brief is decennia later terug gevonden door de journalist Gerard Groeneveld op een Duitse veilingsite.)

  • Voordat het tweede ultimatum verloopt, verschijnen er echter even voor half twee ’s middags, ook tot verbazing van naar verluidt generaal Schmidt, bommenwerpers boven de stad. In Berlijn heeft Herman Goering de Luftwaffe de opdracht gegeven om Rotterdam te bombarderen om zo de Nederlanders tot overgave te dwingen. Naar verluidt – het is niet zeker – zou generaal Schmidt nog een aantal rode vuurpijlen hebben laten afschieten ten teken dat er niet gebombardeerd moet worden, maar deze worden niet gezien of genegeerd.
  • Tussen 13.27 uur en circa 13.40 uur vindt het grote bombardement op Rotterdam plaats. De wijken Rotterdam-Centrum, Kralingen, Crooswijk, het Oude Noorden en de Agniesebuurt worden hevig gebombardeerd.

111 1940 bombardement

14 mei 1940; Duitse vliegtuigen laten bommen op Rotterdam vallen.

111 1940 kaartje rt

14 mei 1940; De getroffen wijken in Rotterdam; kaartje De Volkskrant

111 1940 kaartje 1943 rt

Luchtfoto uit 1943 van Rotterdam met daarop aangegeven ‘de brandgrens’, de grens van het door het bombardement van 14 mei 1940 verwoeste gebied van Rotterdam. Het eiland in de Nieuwe Maas is het Noordereiland. Foto RAF.

  • De bommen verwoesten meer dan 30.000 woningen en panden. In totaal komen als gevolg van de bombardementen in de meidagen van Rotterdam, inclusief de doden van de kleinere eerdere bombardementen van 12 mei op Rotterdam, zo’n 1.150 mensen om het leven (aldus een uitgebreid onderzoek in 2022). Overal in de stad breken er branden uit. Zo’n 80.000 Rotterdammers raken dakloos.
  • Rotterdam voor het bombardement van mei 1940

111 1940 rt voor

In het midden de Laurenskerk, Op de achtergrond is de Nieuwe Maas en het Witte Huis te zien.

  • Rotterdam na het bombardement van mei 1940.

111 1940 rt na

Ongeveer hetzelfde gebied als dat van voor het bombardement van mei 1940. Het Witte Huis en de Laurenskerk staan nog overeind.  Heel veel andere gebouwen zijn verdwenen. (Foto: gemeentearchief Rotterdam)

111 1940 rotterdam puin geruimd

1940 /1941. Een kijkje de andere kant op bij de Laurenskerk. (De kerk brandde op de buitenmuren na bijna geheel af. Het plan om de kerk te slopen wordt later door de Duitsers verboden. De kerk wordt “Auf Befehl des Führers unter Kunstschutz gestellt” (en na de oorlog herstelt).

  • In een aantal specifieke gebouwen in Rotterdam vallen veel doden, zoals in het theater de Doelen waar Rotterdammers van Duitse afkomst worden vastgehouden omdat men vreest dat ze met de vijand heulen. Ook in het ziekenhuis op de Coolsingel dat wordt getroffen vallen veel doden. De meeste doden in één gebouw vallen in de gevangenis aan de Noordsingel. De gevangenen kunnen tijdens het bombardement geen kant op.

111 1940 brandend rotterdam

14 mei 1940; Het brandende centrum van Rotterdam, gezien vanaf het Noordeneiland. Te zien is dat het Witte Huis net niet is geraakt.

111 1940 blijdorp brand

14 mei 1940; De wijk Blijdorp in Rotterdam staat in brand; foto Nationaal Archief.

111 1940 brand rotterdam

14 mei 1940; Rotterdam. Door de donkere rook van de vele branden lijkt het op sommige plaatsen nacht.

111 1940 brand rotterdam 2

14 mei 1940; Rotterdam; Het centrum staat in brand.

111 1940 Rotterdam westzeedijk

14 mei 1940 Rotterdam: de getroffen Westzeedijk

  • Direct na het bombardement begint de brandweer met blussen. De inwoners vluchten na veilige plekken.

111 1940 brandblussen

111 1940 brandeerwagen nr 5

14 mei 1940; Rotterdam. Brandweerwagen nr 5, met nummerbord H55565, aan het werk.

111 1940 boymans toren brand

14 mei 1940; Rotterdam. Op het land van Hoboken stromen de mensen samen terwijl het centrum in brand staat. Rechts de toren van Museum Boijmans-Van Beuningen

111 1940 park rotterdam

Rotterdam 14 mei 1940;  Mensen zoeken hun toevlucht op pleinen en in parken

111 1940 Duitse tanks

Rotterdam; 14 mei; Duitse tanks op de Dortselaan in Rotterdam-Zuid staan te wachten om het centrum van Rotterdam in te trekken. Op de achtergrond de brandende stad

111 1940 bijenkorf rt

Mei 1940; Rotterdam. Het warenhuis van De Bijenkorf aan het Van Hogendorpsplein krijgt een voltreffer en raakt zwaar beschadigd tijdens het bombardement. Het middengedeelte van het gebouw ligt compleet in puin.

111 1940 baan schiedamsedijk

Mei 1940; Rotterdam; Baan  en de Schiedamsedijk na de brand.

111 1940 na bombardement binnenstad

Mei 1940; De binnenstad van Rotterdam na de brand. De straten zijn inmiddels vrijgemaakt.

111 1940 na bombardement hoogstraat

Mei 1940; De Hoogstraat in Rotterdam na het bombardement.

  • Na het bombardement komen in een autobus bij de Maassilo de hevig ontstelde Nederlandse commandant Scharroo en de Duitse legerleiding bij elkaar. Scharroo ondertekent de tweede ultimatumbrief, ten teken van overgave van de stad met de woorden ‘Scharroo Angenommen, Oberst, Kommandant der Truppen’ en zet zijn handtekening.
  • De Duitsers dreigen na het bombardement ook andere steden zoals Utrecht te bombarderen.

111 1940 utrecht

14 mei 1940. Strooibiljet uitgestrooid boven de stad Utrecht met het dreigement de stad aan te vallen. Eerder weigerde de commandant een gesloten envelop met de oproep tot overgave aan te nemen.

  • Op 14 mei kondigt opperbevelhebber generaal Winkelman om 19.00 uur de capitulatie van het Nederlands leger aan, met uitzondering van de provincie Zeeland, waar Franse militairen, samen met Nederlanders, nog in gevecht zijn met Duitse eenheden. Nederland heeft daar het bevel van zijn troepen aan de Fransen over gedragen. Na overleg met de Duitse Militaire Attaché wordt de mededeling van de overgave van het Nederlandse leger op de Nederlandse radio uitgezonden.
  • Voorafgaand aan de capitulatie krijgen de Nederlandse oorlogsschepen en de handelsvloot op 14 mei de opdracht Nederland te ontvluchten en naar Engeland te varen. Veel mensen proberen op de schepen mee te vluchten. Eén van de mensen die dat probeert te regelen is Truus Wijsmuller-Meijer, de vrouw die voor de oorlog mee hielp om de kindertransporten  te organiseren. Als de Duitsers op 10 mei Nederland binnen vallen, bevindt zij zich in Parijs waar ze een Joods kind aan het weg brengen is. Ze reist direct, dwars door het oorlogsgeweld, terug naar Nederland, waar ze op 13 mei in Amsterdam aankomt. In het Burgerweeshuis verblijven op dat moment nog 74 Joodse wezen.
  • De volgende dag, 14 mei 1940, krijgt ze van de commandant van Amsterdam het dringende verzoek om deze kinderen direct naar IJmuiden te brengen. Uit Den Haag heeft hij het bericht ontvangen dat daar een vrachtschip, de SS Bodegraven, wacht om Joden die willen vluchten naar Engeland te brengen. Wijsmuller slaagt er in om vijf bussen te regelen om de kinderen en andere vluchtelingen naar IJmuiden te vervoeren, maar de vijf bussen zijn niet genoeg om alle mensen die mee willen te vervoeren. Er zijn echter niet meer bussen te vinden. Niet iedereen kan mee. Om vier uur vertrekken de bussen uit Amsterdam. Later kan niet want het schip moet diezelfde dag uitvaren.
  • Bij aankomst in IJmuiden brengt Wijsmuller de kinderen uit het Burgerweeshuis onmiddellijk aan boord van de Bodegraven. Ook gaan nog eens 190 andere vluchtelingen aan boord. (Onder hen ook de Joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker en zijn gezin; tijdens de reis valt Goudstikker in het ruim en overlijdt.) Truus Wijsmuller zelf blijft in Nederland en gaat niet mee. Om 19:30 uur ontvangt de kapitein het bericht dat hij direct moet vertrekken. Het schip is dan nog maar halfvol. Veel mensen wachten nog op de kade als de Bodegraven om 19:50 uur uitvaart. Tien minuten later worden de Nederlandse havens gesloten.

111 1940 bodegraven

De ss Bodegraven voor de kust van Zuid-Afrika. In 1944 zal het schip getorpedeerd worden. 

  • Onderweg naar Engeland wordt het schip twee keer beschoten door Duitse jachtvliegtuigen, maar niemand raakt gewond; het vrachtschip bereikt veilig de haven van Liverpool. (Lang na de oorlog zou Truus Wijsmuller-Meijer over die dag zeggen: “Als ik maar meer helpers had gehad, als ik maar meer bussen had gekregen, had ik tenminste al deze mensen kunnen redden die daar stonden.”)
  • Na de capitulatie op 14 mei plegen een aantal inwoners van Nederland, naar verluidt zo’n 380 mensen, waaronder zo’n 200 Joodse mensen, uit vrees voor wat er komen gaat zelfmoord, zoals de familie Wins  in Amsterdam: Jo Wins, Sara Wins-de Kromme en hun kinderen Leendert en Bertha, maken door een gasverstikking een einde aan hun leven. In een nagelaten briefje schrijven ze: “We zijn naar IJmuiden geweest, maar de boot was weg, en toen zijn we weer naar huis gegaan.
  • Tot degenen die zelfmoord plegen behoort verder ook de schrijver Menno ter Braak, die op 14 mei in Den Haag zelfmoord pleegt door middel van injecties die zijn broer, een zenuwarts, hem toedient in combinatie met slaapmiddelen. Door een bizar toeval sterft zijn vriend, de schrijver en dichter E. du Perron, op ongeveer vrijwel hetzelfde tijdstip in Bergen aan een hartaanval zonder dat één van de twee van de dood van de ander weet.
  • Op woensdagochtend 15 mei dienen generaal Winkelman en de Nederlandse delegatie zich van de Duitsers om 8.20 uur Nederlandse tijd  (tien uur Duitse tijd) te melden op de Maasbruggen. Van daaruit worden ze vervoerd naar de 1e Christelijke School met de bijbel aan de Rijksstraatweg 101 in Rijsoord, een dorp tussen Rotterdam en Dordrecht. Daar ondertekent  generaal Winkelman namens het Nederlandse leger de capitulatie. Namens de Duitsers tekent generaal Von Küchler, bevelhebber van het Duitse 18e leger, het document.

111 1940 capiitaltie

15 mei 1940; Rijsoord. Generaal Winkelman (op de rug gezien) schudt de hand van generaal Von Küchler.

  • De strijd in Zeeland gaat nog drie dagen lang door, maar de Fransen en de Nederlanders zijn niet in staat de Duitsers daar tegen te houden en moeten zich steeds verder terug trekken. Op 17 mei vinden er gevechten in en om Middelburg plaats. De stad raakt zwaar beschadigd en deels in brand, niet alleen door enkele afgeworpen bommen, maar vooral door zwaar artillerievuur, hoogstwaarschijnlijk zowel van Franse als van Duitse kant. Zo’n 575 panden raken beschadigd. Omdat de meeste inwoners de stad al hebben verlaten, blijft het aantal slachtoffers beperkt tot 22 doden en zo’n 30 gewonden

111 1940 middelburg

Middelburg na de brand in mei 1940 (Zeeuws Archief, HTAM).

  • Tijdens de gevechten om Middelburg vindt er een geheime missie plaats om geld dat zich bevindt in het filiaal van de Nederlandse bank in Middelburg uit handen van de oprukkende Duitsers te houden. Uit Breskens vertrekken tijdens de gevechten om MIddelbur schout bij nacht Van der Stadt en tweede luitenant Küp naar de stad. Daar aangekomen breken ze de deuren van het agentschap van De Nederlandsche Bank in de Gortstraat open. In de kluis blijken zich personeelsleden van de bank te bevinden, die er schuilen voor de gevechten. De twee militairen nemen onder bedreiging van hun geweren drie grote zakken geld en een damestas vol met geld mee. In totaal gaat het om een geldsom van zo’n 2,5 miljoen gulden. Later leveren ze het geld af bij de militaire attachés in Parijs.
  • Van 15 mei tot 20 mei maakt prins Bernhard een opvallende reis door België, Nederland en Frankrijk. Aan boord van een Frans schip maakt hij op 15 mei de overtocht vanuit Engeland naar Duinkerken om vandaaruit per auto door België naar Zeeland te reizen, waar hij overnacht in Sluis in Zeeuws-Vlaanderen. De volgende dag bezoekt hij er enige legeronderdelen, waarna hij richting Parijs vertrekt. Hij bezoekt daar de Franse minister-president Reynaud en ook de Franse maarschalk Pétain. Vervolgens legt hij bloemen op het graf van de onbekende soldaat bij de Arc de Triomph en begeeft zich daarna naar Cherbourg, waar op 20 juli een Engelse torpedobootjager hem weer naar Engeland brengt. In Engeland aangekomen reist hij naar  Gloucestershire op het Engelse platteland, waar prinses Juliana en de prinsessen Beatrix en Irene verblijven. De doelstelling van deze reis is en blijft een mysterie.
  • Op 15 mei trekken de Duitsers Amsterdam binnen. De Duitse troepen worden bij Duivendrecht opgewacht door loco-burgemeester Kropman van Amsterdam. Vervolgens rijden de Duitsers de stad in. Op sommige plekken worden ze enthousiast begroet door Duitsers en Duitsgezinde toeschouwers. Op andere plekken worden ze cynisch bekeken. Bij het stadhuis staat buiten een ambtenaar te wachten, die de Duitsers een kaart van Amsterdam overhandigt.

111 1940 asd 2

15 mei 1940. Op de Berlagebrug in Amsterdam worden de Duitsers enthousiast begroet. Fotocollectie NIOD, Amsterdam.

111 1940 asd

15 mei 1940. Op het Rokin worden de Duitse soldaten nieuwsgierig bekeken door toegestroomd publiek. Fotocollectie NIOD, Amsterdam.

111 1940 kaart asd

15 mei 1940. Bij het stadhuis aankomen, worden de Duitsers opgewacht door een ambtenaar met een plattegrond van de stad. Fotocollectie NIOD, Amsterdam.

  • Op 15 mei roept de leraar en restaurateur Bernadus IJzerdraat in Schiedam op om in verzet te gaan tegen de Duitsers. Hij schrijft met de hand een zogeheten Geuzenbericht. Het zal het begin zijn van de Geuzen, een verzetsgroep uit Vlaardingen en omgeving. Eveneens op 15 mei houdt de CPN in het partijgebouw Parlando op het Frederiksplein in Amsterdam een vergadering van de partijleiding waar besloten wordt om een ondergrondse organisatie op te bouwen.

111 1940 Eerste-Geuzenbericht-door-Schiedammer-Bernard-IJzerdraat-Mei-1940-Collectie-NIOD

18 mei 1940. Het tweede met de hand geschreven Geuzenbericht van Bernardus IJzerdraat. Van het eerste bericht – IJzendraat schreef er met de hand tien stuks  – zijn geen exemplaar bewaard.

  • Op 16 mei voeren de Duitse bezetters als allereerste bezettingsactie in Nederland de Midden-Europese Tijd en de zomertijd in, ter vervanging  van de Amsterdamse Tijd die Nederland hanteert. De klok wordt in Nederland  één uur en veertig minuten vooruitgezet, waardoor de Nederlandse tijd nu samenloopt met de Duitse tijd.
  • Op 17 mei hebben alle Franse troepen Zeeland verlaten en geven ook de Nederlandse troepen in  Zeeland zich over aan de Duitsers en heeft Duitsland nu heel Nederland onder controle. Van september 1939 tot en met mei 1940 zijn er in totaal in Nederland 280.000 mannen onder de wapenen geroepen. Tussen 10 mei en 17 mei zijn op het slagveld, en later als gevolg van hun opgelopen verwondingen, zo’n 2.300 Nederlandse soldaten om het leven gekomen. Nog eens zo’n 6.000 man zijn gewond geraakt.
  • Na de overgave komt Nederland onder Duits bestuur te staan. Op woensdag 29 mei 1940 draagt het leger officieel het burgerlijke gezag over aan Arthur Seyss-Inquart, en het militaire gezag aan generaal Friedrich Christiansen. Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart, van oorsprong een Oostenrijker, is één van de trouwste volgelingen van Adolf Hitler. Hij neemt alle bevoegdheden van de minister-president, de ministerraad en het parlement (de Eerste en Tweede Kamer) over. Hij neemt zijn intrek in landgoed Clingendael op de grens van Wassenaar en Den Haag.

111 1940 Seijs in

Seyss-Inquart samen met Hitler in 1938 in Wenen. Foto Bundesarchiv

111 1940 dh seys binnenhof

29 mei 1940; Den Haag; Op het Binnenhof vindt bij de Ridderzaal een ceremonieel gebeuren plaats bij de ambtsaanvaarding van Seyss-Inquart als rijkscommissaris van de bezette gebieden in Nederland. foto Nationaal Archief.

  • Zo’n 10% van het 230.000 man tellend Nederlandse leger wordt in mei in krijgsgevangenschap naar Duitsland gestuurd. De rest moet zich in de kazernes  melden en wordt in de loop van  juni en juli gedemobiliseerd.
  • De Nederlandse ambtenaren blijven na de capitulatie in functie. Het werk van de ambtenaren gaat overeenkomstig de  voorschriften door. Al in 1937 heeft de Nederlandse regering de zogeheten ‘Aanwijzingen’ opgesteld voor rijksambtenaren, dit voor het geval er een bezetting zal optreden. “Als algemeene regel geldt, dat personen, deel uitmakende van bestuursorganen, bij een vijandelijken inval, in het belang der bevolking er naar streven, dat het bestuur, ook onder de gewijzigde omstandigheden, zoo goed mogelijk zijn taak blijft vervullen. Vastgesteld Raad van Ministers, mei 1937′. De regels houden in dat het werk dat in belang van het Nederlandse volk is, gewoon door moet gaan, zelfs als dat betekent dat het in het voordeel is van de bezetter. Wel stellen de Duitsers een aantal toezichthouders.
  • Voor de duizenden mensen in Rotterdam die door het bombardement dakloos zijn geraakt, wordt in mei overal onderdak gezocht. Sommigen vinden dat in en om Rotterdam, maar duizenden anderen belanden op plaatsen elders in het land.

111 1940 dierentuim DH

Mei 1940; In Den Haag worden de geëvacueerde bewoners van Rotterdam onder andere onder gebracht in de Dierentuin. Uiteraard niet in de kooien maar in de gebouwen waar geïmproviseerde slaapzalen worden gemaakt.

111 1940 daklozen

Mei 1940: Amsterdam; ‘Rotterdamse daklozen zijn op vele plaatsen in Nederland ondergebracht. De Ver. Hulp voor Onbehuisden doet ook nu haar naam eer aan en herbergt thans vele daklozen. Hierbij een kijkje bij Hulp voor Onbehuisden te Amsterdam, waar de Rotterdamse vluchtelingen een liefderijke verzorging vinden’, aldus het bijschrift van deze foto in het Nationale Archief.

  • In mei worden er ook overal allerlei hulpacties voor de getroffen bevolking van Rotterdam gehouden. Er wordt van alles ingezameld van kleding tot meubilair.

111 1940 hulp voor Rotterdam

Mei 1940; In Amsterdam wordt een hulpactie georganiseerd voor de getroffen bevolking van Rotterdam. Mensen doneren allerlei goederen, waaronder dekens en bedden.

  • Op 28 mei capituleert België en op 22 juni Frankrijk. Het enige land in het West-Europa dat nog weerstand biedt aan Duitsland is Engeland. Op 2 juni vertrekken de prinsessen Juliana, Beatrix en Irene vanuit Milford Haven met de Hr. Ms. Sumatra vanwege hun veiligheid uit Engeland. Ze gaan naar Canada, waar ze de rest van de oorlog zullen verblijven. Prins Bernhard blijft wel  in Engeland. Hij zal hen af en toe in Canada opzoeken.
  • Op 30 mei is het Duitse binnenvaartschip ‘Rhesus 127′ met ongeveer 1.200 Belgische krijgsgevangenen aan boord via de Nederlandse wateren op weg naar Duitsland. Bij Willemsvaart loopt het schip op het Hollands Diep op een Duitse magnetische mijn die ontploft, waarna het schip zinkt. Zo’n 1.000 krijgsgevangenen weten zich te redden, maar zo’n 200 man verdrinken.
  • Na de Duitse bezetting van Nederland telt het Koninkrijk der Nederlanden nog drie niet bezette overzeese delen: Nederlands Indië, de Antillen en Suriname. Omdat er geen steun uit Nederland meer kan komen, moeten de Nederlandse autoriteiten in Nederlands -Indië zelf in actie komen. Er wordt een burgerdienstplicht, voor mannen en vrouwen tussen de zestien en 45 jaar, ingevoerd en er komt een stadswacht en een landwacht.
  • Ook laat de KNIL (het Koninklijk Nederlands Indisch Leger) eigen wapenfabrieken bouwen en koopt de regering in de Verenigde Staten allerlei wapens in zoals tanks, pantserwagens, vrachtauto’s, jeeps, munitie en allerlei moderne vliegtuigen.
  • Op 6 juni worden in Deventer door onbekenden de etalageruiten en deuren van een aantal winkels met een Joodse eigenaar beklad met de tekst ”Judisches Geschäft’.
  • Vanaf 9 juni 1940 keren de krijgsgevangen Nederlandse militairen vanuit Duitsland weer terug naar Nederland.
  • Op 21 juni overlijdt Hendrik Marsman – hij is de dichter van Herinnering aan Holland’. Hij bevindt samen met zijn vrouw en een aantal anderen aan boord van een schip dat op weg is van Bordeaux naar Engeland als in de Golf van Biscaje plotseling de boot ontploft en zinkt, vermoedelijk door een mijn of door een torpedo. Alleen de acht mensen die zich toevallig aan dek bevinden, zeven bemanningsleden en de vrouw van Hendrik Marsman, overleven het. Marsman en alle andere passagiers die zich benedendeks bevinden komen om. Met het gedicht ‘De overtocht’ uit 1926 lijkt Marsman als ware zijn eigen dood te hebben voorspeld. “De eenzame zwarte boot, vaart in het holst van de nacht, door een duisternis, woest en groot, de dood, de dood tegemoet. Ik lig diep in het kreunende ruim, koud en beangst en alleen, en ik ween om het heldere land, dat achter de einder verdween, en ik ween om het duistere land.”, aldus luidt het begin van het gedicht.
  • In de nacht van 24 op 25 juni bombarderen de Engelsen in de nacht drie uur lang de havenfaciliteiten van de marinehaven van Den Helder. Er worden echter ook woningen getroffen en er vallen 38 doden. (De haven van Den Helder zal tijdens de oorlog regelmatig worden gebombardeerd.)
  • Op 25 juni raakt de Nederlandse onderzeeboot O13, één van de Nederlandse onderzeeërs die naar Engeland is uitgeweken, vermist terwijl ze op patrouille in de Noordzee vaart. De boot telt 34 bemanningsleden. Er wordt nooit meer een spoor van de onderzeeër terug gevonden.
  • Op 29 juni vieren als stil protest veel Nederlanders de verjaardag van prins Bernhard door een anjer dragen om diens verjaardag.  In paleis Noordeinde is op 29 juni een felicitatieregister geopend, dat iedereen die dag kan komen tekenen. Een fanfare speelt na afloop het Wilhelmus. Ook generaal Winkelman komt er tekenen. De Duitsers ontslaan daarop de volgende dag de burgemeester van Den Haag, Salomon de Monchy. De wethouder Cornelis van zal tot 1942 als vervangend burgemeester optreden totdat hij vervangen wordt door de NSB’er Harmen Westra.

111 1940 anjerdag

Den Haag; 29 juni 1940. Op ‘Anjerdag’ leggen Hagenaars bloemen bij Paleis Noordeinde.

  • Op 1 juli wordt generaal Winkelman gearresteerd. Een dag later wordt hij in krijgsgevangenschap naar Duitsland afgevoerd. Wat hierbij meespeelt, is niet alleen zijn bezoek aan paleis Noordeinde om het felicitatieregister voor prins Bernhard te tekenen, maar ook dat hij al aan de Duitsers heeft meegedeeld dat hij de komende erewoordverklaring voor militairen niet zal ondertekenen.
  • Op 1 juli gaan boter, margarine en vetten op de bon. Later dat jaar zullen meer voedselwaren op de bon gaan zoals vlees op 14 september en eieren en koek in november. Ook andere zaken zoals zeep en textiel (beiden in augustus), kolen en turf (in september) gaan op de bon.
  • Op 1 juli vaardigen de Duitsers de eerste anti-Joodse maatregel in Nederland uit. Joden mogen niet langer lid zijn van de Luchtbeschermingsdienst. Vanaf 2 juli mogen in Nederland wonende Joden niet langer meer in Duitsland werken.
  • Op 17 juli wordt de NSB’er Hendrik Jan Woudenberg  – van 1937 tot 1940 Tweedekamerlid van de NSB – door de Duisters benoemd tot commissaris bij het NVV (Nederlands Verbond van Vakverengingen). Het is één van de eerste benoemingen van hoge NSB-leiders door de Duitsers in publieke en private organisaties.
  • De op 10 mei in de Overzeese gebiedsdelen geïnterneerde Duitsers blijven op order van de Nederlandse regering in Londen opgesloten. In de zomer worden er speciale kampen voor hen gebouwd dan wel opgeknapt, onder andere op  Java, Sumatra, Borneo en Celebes. Aanvankelijk zijn de omstandigheden in deze kampen beroerd. Ook komen er kampen  voor vrouwen en kinderen en een kamp voor NSB’ers en genaturaliseerde Duitsers. In Suriname worden de Duitsers aanvankelijk opgesloten in Fort Zeelandia. In de Antillen in een kamp op Bonaire.
  • Naar aanleiding van deze interneringen worden op 19 en 20 juli 1940 in Nederland als tegenmaatregel door de Duitsers 231 Nederlanders, afkomstig uit Nederlands-Indië en hier op verlof, ‘opgepakt ’. De 216 mannen gaan naar een krijgsgevangenbarak naast het concentratiekamp Buchenwald, de vijftien opgepakte vrouwen worden korte tijd geïnterneerd in Ravensbrück. In oktober gijzelen de Duitsers opnieuw 116 Nederlandse mannen en plaatst hen bij de overige mannen in Buchenwald. (Vanaf mei 1942 worden de mannen verplaatst naar het Brabantse St. Michielsgestel, waar zij tot september 1944 zullen verblijven, waarna ze vrijkomen.).
  • In juli moeten alle Nederlandse legerofficieren een erewoord-verklaring van de Duitsers ondertekenen. De tekst luidt: “Hierdoor verzeker ik op eerewoord, dat ik gedurende dezen oorlog althans zolang Nederland zich met het Duitsche Rijk in oorlogstoestand bevindt, aan geen enkel front noch direct, noch indirect zal deelnemen aan de strijd tegen Duitschland. Ik zal geen handeling begaan of verzuim plegen, waardoor het Duitsche Rijk schade van welken aard ook, zal kunnen lijden.” Iedereen die de verklaring ondertekent zal uit militaire dienst worden ontslagen en mag zich daarna vrij in Nederland bewegen. Wel krijgen ze een meldplicht. Degenen die niet willen ondertekenen, zullen in krijgsgevangenschap naar Duitsland worden afgevoerd.
  • Zo’n 2.000 officieren (en 12.400 onderofficieren, korporaals en andere officieren) teken de erewoordverklaring. Degenen die de verklaring niet ondertekenen, stellen zich op het standpunt dat, zolang Koningin Wilhelmina en haar regering de strijd vanuit Londen tegen Duitsland voortzetten, een officier (gebonden aan zijn eed van trouw aan de Koningin) niet gerechtigd is om de strijd als geëindigd te beschouwen.
  • Tot de 69 beroepsmilitairen die de verklaring niet ondertekenen,  behoren zes generaals, waaronder generaal Winkelman, generaal baron Van Voorst tot Voorst en diens broer, eveneens een generaal. Ze worden allen in krijgsgevangenschap naar Duitsland afgevoerd. (De zes generaals en een vice-admiraal belanden uiteindelijk in Königstein in Saksen en zullen daar de rest van de oorlog verblijven, de anderen 62 weigerofficieren belanden uiteindelijk in kasteel Colditz (bekend van de tv-serie in de jaren zeventig); Zes van de erewoordweigeraars daar zullen uit het kasteel ontsnappen. Generaal Winkelman keert naar de oorlog weer terug naar Nederland.)

111 1940 erewoord weigeraars

1941: De generaals in krijgsgevangenschap in Duitsland : staand, van links naar rechts: generaal-majoor H.F.M. baron van Voorst tot Voorst, generaal-majoor A.R. van den Bent, luitenant-generaal P.W. Best, generaal-majoor H.C.G. baron van Lawick. Zittend, van links naar rechts: vice-admiraal N.J. van Laer, generaal H.G. Winkelman en luitenant-generaal J.J.G. baron van Voorst tot Voorst.

  • De tienduizenden uit dienst terugkerende militairen kunnen direct massaal aan het werk met het herstellen van de oorlogsschade, zoals die aan bruggen, wegen en huizen. Daardoor zal werkloosheid in 1940 nagenoeg gelijk blijven. Het is dat de werkloosheid onder vrouwen toeneemt (van 36.000 naar 53.000) waardoor de totale geregistreerde werkloosheid in 1940 licht stijgt van 355.000 naar 364.000 werklozen. Op de plaatsen waar bruggen zijn opgeblazen worden pontjes in de vaart genomen.
  • Op 25 juli verschijnt er het eerste exemplaar van ‘De nieuwsbrief van Pieter ’t Hoen’. Het is een gestencild illegale krant met politiek en Nederlands nieuws. De nieuwsbrief wordt gemaakt door de Amsterdammer Frans Goedhart. Het zal de voorloper zijn van de verzetskrant, en het latere dagblad, ‘Het Parool’. De door Goedhart gebruikte naam Pieter ’t Hoen is naam van de achttiende-eeuwse journalist van het patriottistische weekblad ‘De Post van den Neder-Rhijn’. De ‘Nieuwsbrief van Pieter ‘t Hoen’ zal tot januari 1941 onder die naam verschijnen. Daarna wijzigt Goedhart de naam in ‘Het Parool’.

111 1940 nieuwbrirf

25 juli 1940. De voorpagina van de eerste ‘Nieuwsbrief van Pieter ’t Hoen’

  • Op 28 juli begint Radio Oranje, ‘De stem van strijdend Nederland‘, met uitzenden. Het is een radioprogramma van de Nederlandse regering in ballingschap in Londen. Het programma duurt een kwartier en wordt ’s avonds uitgezonden om 20.15 uur door de European Service van de BBC in Londen. Het brengt op Nederland gericht nieuws. De eerste uitzending wordt volledig gevuld met een toespraak van koningin Wilhelmina.

111 1940 radio ornaje

Koningin Wilhelmina tijdens één van de 34 toespraken die zij tijdens de Tweede Wereldoorlog houdt voor Radio Oranje.

  • Vanaf 5 augustus wordt het Joods-ritueel slachten van vlees verboden. De ‘Verordening ter vermijding van het kwellen van dieren bij het slachten’ wordt van kracht.
  • In augustus verschijnt er onafhankelijk van elkaar zowel in Engeland als in Nederland ‘een blad’ met de titel ‘Vrij Nederland’, In Engeland verschijnt op 3 augustus het eerste exemplaar van een professioneel weekblad met die titel. Het bevat nieuws over Nederland, Nederlands-Indië en de andere onderdelen van het koninkrijk. Mensen kunnen er een abonnement op nemen en er staan advertenties in.
  • Op 31 augustus  – op de verjaardag van koningin Wilhelmina – verschijnt in Amsterdam het eerste exemplaar van de illegale verzetskrant ‘Vrij Nederland’. Het blad omschrijft zichzelf als ‘strijdblad voor de bevrijding van ons land’. Het bestaat uit vier gestencilde kantjes. De oplage bedraagt 130 exemplaren  – de vermelding op de voorzijde dat de oplage 1000 stuks bedraagt is bluf richting de Duitsers. Het blad wordt her en der verspreidt.

111 1940 VN engels 111 1940 VN ned

Links de eerste editie van de Engelse Vrij Nederland; rechts de eerste uitgave van de illegale editie van Vrij Nederland in Nederland. Afgezien van de naam is er geen verband tussen beide bladen.

  • Aanleiding om in Nederland ‘Vrij Nederland’ op te richten is een schrijven van generaal Winkelman. De 19-jarige typist bij de PTT, Frans Hofker, krijgt in juli een gestencilde kopie van het schrijven van Winkelman onder ogen, waarin hij het Nederlandse leger verweert tegen de Duitse propaganda dat Nederland zélf schuld zou hebben aan het bombardement op Rotterdam. Winkelman vindt het belangrijk dat de waarheid wordt verteld. Hofker kopieert het schrijven van Winkelman, stencilt het en verspreidt het onder vrienden. Samen met zijn vrienden verspreidt hij het stencil ook verder. Ze laten exemplaren achter in trams en tramhuisjes en stopen exemplaren in willekeurige brievenbussen.

111 1940 frans hofker

Frans Hofker; foto jaartal onbekend.

  • Naar aanleiding van deze actie besluit Hofker samen met zijn vrienden, vooral afkomstig uit protestantse kring, om een illegaal blad te maken dat als ‘tegengif’ moet dienen voor de ‘Duitse leugenpropaganda’, en dat de waarheid moet verspreiden, aldus de oprichters. (In het voorjaar van 1941 zal de Sicherheitsdienst (SD) – de Duitse geheime dienst –  de eerste makers en verspreiders van het blad oppakken. Hofker wordt veroordeeld tot zes jaar tuchthuis en in Duitsland gevangen gezet. Daar ontsnapt hij in maart 1945. Hij zal de oorlog overleven. Het naoorlogse blad Vrij Nederland is voorgekomen uit dit blad. Het Engelse Vrij Nederland stopt in 1946.)
  • Op 5 augustus  wordt in Zandvoort door onbekenden de Joodse synagoge aan de Mezgerstraat opgeblazen.
  • Op Koninginnedag, 31 augustus, organiseert de regering in Nederlands-Indië, een grote militaire parade in Batavia om te laten zien dat de verdediging van Nederlands-Indië op orde is.
  • In augustus kondigt premier de Geer aan dat hij vanwege zijn gezondheid voornemens is om twee weken op vakantie naar Zwitserland te gaan. Hij wil daar via Portugal heen reizen. Voor koningin Wilhelmina, die De Geer een zwakke premier vindt – vooral door zijn defaitistische houding richting Duitsland – is dit druppel die de emmer doet overvloeien. Ze zet hem zwaar onder druk om af te treden. De Geer gaat hiermee akkoord, maar wil wel graag aanblijven als minister van Financiën; hij is dat ook naast zijn premierschap. Hoewel het staatsrechtelijk niet kan – de koningin gaat niet over de samenstelling van het kabinet en de andere ministers willen wel dat De Geer aanblijft als minister van Financiën – weigert Wilhelmina dit.
  • Op 3 september wordt Pieter Gerbrandy, de minister van Justitie, de nieuwe minister-president. Charles Welter, de minister van Koloniën, wordt ad interim ook de minister van Financiën.

111 1940 kabinet

Londen; 3 sept 1940; Koningin Wilhelmina heeft net het nieuwe kabinet beëdigd. In het midden zittend (met snor) de nieuwe premier Gerbrandy.

  • Eind augustus / begin september ontstaan er op de Amstelmarkt in Amsterdam ongeregeldheden rondom een zekere Van Charante, een NSB-marktkoopman die vanwege misdragingen is verbannen van de markt. Op 26 augustus  marcheert Van Charante te midden van 50 in zwarte SA-uniform geklede NSB’ers en een honderdtal burgers over de markt. Een week later vallen NSB’ers een Joodse marktkoopman aan, die de plek is toegewezen van Van Charante. Weer een week later valt een grote groep NSB’ers de markt binnen en trekken tien kramen omver. ’s Avonds marcheren ruim 200 NSB ’s door de stad, achter een bord met de tekst: “De doodsklok is gaan luiden, jood, weet wat dat gaat beduiden.

111 1940 markt

September 1940; De politie aan het werk op de Amstelmarkt in Amsterdam

  • Als een paar dagen later een een grote groep Haagse WA-ers aankondigt ‘hun Amsterdamse kameraden bij te staan’, vreest het gemeentebestuur van Amsterdam voor meer onrust in de stad. Ze kondigen op 12 september daarom aan om tot nader order alle markten in Amsterdam met uitzondering van de Centrale Markt, de brandstoffenmarkten en de vee- en vismarkt te sluiten. Hierop grijpen de Duitsers in. Ze willen geen onrust in de stad en laten weten dat de Duitse autoriteiten Van Charante tot de orde hebben geroepen en dat ook de NSB niet meer achter Van Charantes optreden staat. Het marktverbod wordt daarop door de vergadering van Burgemeester en wethouders ingetrokken. Ze laten in de vergadering vastleggen dat er geen ‘splitsing der bevolking’ moet zijn en dat er op de markten ruimte moet zijn voor zowel niet-Joodse als Joodse marktkoopmannen.
  • Enkele uren voor de vergadering van B&W heeft op 13 september de waarnemend gemeente secretaris een door het Marktwezen opgestelde lijst  van de Joodse en niet-Joodse marktkoopmannen naar een zekere Wilkens van de Sicherheitspolizei/Sicherheitsdienst gestuurd. De volgende dag  deelt deze Wilkens mee dat ook de Amstelveldmarkt door kan gaan. De lijst van het Marktwezen is de eerste lijst met Joodse namen van de 80.000 Joodse inwoners die Amsterdam in 1940 telt, die naar de Duitse autoriteiten wordt gestuurd.
  • Uiterlijk 5 september moeten alle gevluchte Joden afkomstig uit Duitsland vertrokken zijn uit het West-Nederlandse kustgebied, waaronder Den Haag en Rotterdam vallen. Dit omdat de Duitsers geen ‘onbetrouwbare elementen’ in dit ‘strategisch belangrijke gebied’ willen hebben.
  • Op 7 september marcheren er door Den Haag zo’n 200 leden van de Nationale Jeugdstorm, een Nederlandse jongerenbeweging à la de Hitlerjugend, samen met een aantal zwartgeüniformeerde WA-mannen, van de Weerstand Afdeling van de NSB,  door Den Haag. Richting het toekijkende publiek vinden er de nodige provocaties plaats en er ontstaan vechtpartijen. Als de toegestroomde politie en enige toevallig aanwezige Duitse militairen de zaak tot rust proberen te brengen, vallen de WA-mannen de politie aan. Deze lossen enkele waarschuwingsschoten, waarbij de NSB’er Peter Ton in zijn hoofd wordt getroffen en overlijdt.  De NSB noemt hem het eerste ‘bloedoffer van de Beweging’ en eist maatregel. Hans  Rauter (de hoogste baas van de SS en de politie in Nederland) ontslaat op 8 september daarop op staande voet de Haagse hoofdcommissaris van politie Van der Meij en de bij het incident betrokken politieagenten worden gearresteerd.

111 1940 rouwstoet

Den Haag, 12 september; Honderden zwarthemden van WA-afdelingen van de NSB, afkomstig uit het hele landen, lopen in de begrafenisstoet van Peter Ton door Den Haag.

  • Op 26 september worden Joodse kranten, met uitzondering van het Joods Weekblad, verboden. Naast artikelen over maatschappelijke en religieuze aangelegenheden worden in het blad ook Duitse verordeningen inzake joden en joodse aangelegenheden geplaatst. Alles wat in het blad verschijnt, wordt vooraf door Duitse autoriteiten gecontroleerd en gecensureerd.
  • Eind september 1940 kondigt de Duitse bezetter aan dat het voortaan verboden is om joden of zij die met joden gehuwd zijn in overheidsdienst aan te stellen of te bevorderen – ‘In Zukunft von Anstellung und Beförderung ausgeschlossen’.
  • Op 30 september verstuurt de centrale Duitse overheid een schrijven aan plaatselijke overheden waarin een jood wordt gedefinieerd als iemand met een joodse grootouder die lid is geweest van de joodse gemeenschap.
  • Op 6 oktober moeten alle 200.000 ambtenaren en onderwijzers een ‘Ariërverklaring’ dan wel een ‘afstammingsformulier’ invullen Men moet aangeven wie zijn ouders en grootouders zijn en of deze van Joodse afkomst zijn. Ook moet men verplicht een verklaring voor echtgenoot of echtgenote in vullen. Wie onjuiste informatie invult  of weigert de verklaring in te vullen wordt direct ontslagen. Er vinden nauwelijks protesten plaats tegen het invullen van de formulieren. Ook de Hoge Raad protesteert niet. Slechts enkelen tientallen mensen weigeren de verklaring in te vullen.

111 1940 arrierverklar

Hardenberg; 21 oktober 1940. Tot degenen die weigeren om de verklaring in te vullen behoort raadslid Jan Weitkamp van de gemeente Stad Hardenberg. Hij schrijft op zijn formulier: ‘Als vrije eigengeërfde boer heb ik bezwaar tegen het invullen van dit biljet.’ Weitkamp is niet alleen gemeenteraadslid in Hardenberg en lid van de Provinciale Staten van Overijssel, maar namens de CHU ook lid van de Tweede Kamer. Bij de opening van de Staten-Generaal verschijnen hij en zijn vrouw altijd in hun zondagse boerenkostuum.

111 1940 boerenksotguum

Weitkamp en zijn vrouw ergens voor 1940 op het Binnenhof.

  • Ook in allerlei bedrijven moeten werknemers verklaringen invullen of men Arisch of joods is. Zo bevindt zich in het archief van het warenhuis de Bijenkorf een groot aantal zogenaamde ‘joodverklaringen’ uit het najaar van 1940.
  • Op 16 oktober botst bij Ranum in de provincie Groningen een trein in de mist tegen bus met 26 werklozen uit Groningen die door de Rijksdienst voor de Werkverruiming te werk zijn gesteld bij de inpoldering van de Linthorst Homanpolder. Er vallen dertien doden, tien mensen raken zwaar gewond, allen buspassagiers. In de trein raakt alleen de machinist lichtgewond.
  • Op 22 november verschijnt er een verordening (VO 189/1940) waarin wordt bepaald dat Joodse ondernemingen zich moeten aanmelden bij de Wirtschaftsprüfstelle, een afdeling van het Generalkommissariat für Finanz und Wirtschaft. Ze dienen de aanmeidig vergezeld gaan van een opgave van het vermogen van hun onderneming. In de verordening staat een artikel (nr.4) waarin wordt omschreven wie wel en wie niet als Jood beschouwd dient te worden . Deze definitie zal in het vervolg door de Duitsers bij deportaties worden gebruikt om te bepalen of iemand Jood is of niet.
  • Artikel 4 bepaalt dat onder een ‘Jood’ moet worden verstaan:
    1. Jood is een ieder, die uit ten minste drie naar ras voljoodse grootouders stamt;
    2. Als Jood wordt ook aangemerkt hij die uit twee voljoodse grootouders stamt en
    a. hetzij zelf op de negende mei 1940 tot de joodskerkelijke
    gemeente heeft behoord of na die datum daarin wordt
    opgenomen;
    b. hetzij op de negende mei 1940 met een Jood was gehuwd of na
    dat ogenblik met een Jood in het huwelijk treedt.
    3. Een grootouder wordt als voljoods aangemerkt, wanneer deze tot de joods-kerkelijke gemeenschap heeft behoord.
  • Op 22 oktober wordt per decreet uitgevaardigd door  Rijkscommissaris Seyss-Inquart, naar het voorbeeld van een soortgelijke stichting in Duitsland, de nationaalsocialistische ‘Stichting Winterhulp’ opgericht. De eerste directeur is de NSB-er Carel Piek. De Winterhulp komt in de plaats van een heleboel instellingen die geld inzamelden voor goede doelen. Ze houden regelmatig collectes, maar vanwege de achtergrond van de organisatie weigeren veel Nederlanders om geld te doneren.

111 1940 winterhulp

Den Haag november 1940; Reclame (onder) voor de collecte van de Winterhulp in 1940; foto Haags gemeentearchief.

  • Op 2 november kondigen de Duitse bezetters de invoering van een  persoonsbewijs aan.
  • Op 5 november reist De Geer voor een mogelijke opdracht in Nederlands-Indië naar Portugal. In Lissabon neemt hij echter contact op met de Duitse ambassade om vervolgens via Berlijn terug te reizen naar Nederland. Minister-president Gerbrandy beschuldigt hem daarna op Radio Oranje van desertie.
  • In november worden alle Joodse ambtenaren ‘uit de waarneming hunner functie ontheven’. Wel behouden ze nog hun salaris. In februari 1941 krijgen ze officieel ontslag. Ook de Joodse voorzitter van de Hoge Raad verliest zijn functie.
  • In november arresteert de Sicherheitsdienst tientallen leden van de verzetsgroep ‘De Geuzen’. De groep, waaronder Bernardus IJzerstraat die in mei als eerste in Nederland opriep tot verzet, is in Vlaardingen, Maassluis en omgeving ontstaan maar hebben leden in geheel Nederland. Ze publiceren nieuwsbrieven en plegen enkele verzetsdaden zoals het doorknippen van telefoondraden van het luchtafweergeschut, het in kaart brengen van Duitse stellingen en het kopen van springstoffen en wapens. Er is echter weinig discipline op het punt van de geheimhouding en de Duitsers slagen er in om enkele leden te arresteren.
  • Op de site van de Geuzenpenning –  de stichting die sinds 1987 elk jaar de Geuzenpenning uit reikt aan een persoon of organisatie die zich inzet voor mensenrechten – staat over de allereerste arrestatie geschreven: “Het was daar, bij de werknemers van Wilton-Fijenoord, waar de eerste arrestatiegolf Geuzen begon. Op 19 november 1940, bijna een halfjaar na het eerste Geuzenbericht, werd Daan van Striep, een Arnhemse Geus die doordeweeks bij Wilton-Fijenoord werkte, gearresteerd. In Arnhem, waar zijn broer en ouders woonden, zou hij zijn broer hebben verteld over het verzetswerk van De Geuzen. “Zijn broer heeft het vervolgens aan een vriend verteld, die heeft het weer tijdens een schaakwedstrijd aan iemand anders verteld, totdat het onbedoeld bij een NSB’er terechtkwam. Uiteindelijk zijn een Nederlandse en Duitse rechercheur samen naar Schiedam gegaan en hebben ze Van Striep opgepakt.” Vervolgens worden er in november nog meer leden opgepakt.
  • Na marteling komen de Duitsers meer namen van leden van de Geuzen te weten en bij één van de opgepakte leden wordt zelfs een lijst met Geuzen-leden aangetroffen. (In februari wordt een proces tegen 46 Geuzen gehouden, 18 Geuzen worden ter dood veroordeeld. Vijftien van hen, waaronder Bernardus IJzerdraat, zullen op 13 maart op de Waalsdorpervlakte samen met drie februaristakers gefusilleerd worden. )Zo’n 150 leden van Geuzen-groeperingen uit allerlei plaatsen in het land worden in één keer zonder proces naar het concentratiekamp Buchenwald gestuurd.
  • Op 23 november verschijnt in een oplage van 6.000 stuks het eerste exemplaar van de communistische krant ‘De Waarheid’. In de eerste uitgave gaat het hoofdartikel er over dat niet alleen Duitsland, maar ook Engeland en Frankrijk schuld hebben aan de oorlog.
  • Op 26 november houdt de decaan van de rechtenfaculteit van de Universiteit van Leiden, Rudolph Cleveringa, in het Groot Auditorium van het Academiegebouw een rede, waarin hij met juridische argumenten openlijk protesteert tegen het door de Duitse bezettingsautoriteiten uit hun functie zetten van zijn promotor en collega prof. Eduard Meijers en nog enkele andere Joodse hoogleraren. Tegelijkertijd moeten er bij de Universiteit ook zeven lectoren vertrekken en vier assistenten. Ook twee leerling-verpleegsters van het Academisch Ziekenhuis verliezen hun baan. In totaal treft het besluit bij de universiteit van Leiden twintig personen.
  • De hoogleraren van de rechtenfaculteit vinden dat er een protestrede moet komen op het tijdstip dat de uit zijn functie gezette professor Eduard Meijers college zou geven. Cleveringa schrijft de tekst. Professor Telders, een collega van Cleveringa, biedt aan om de tekst van de reden uit te spreken. Telders is in tegenstelling tot Cleveringa vrijgezel en heeft geen kinderen. Mocht er iets gebeuren, dan zal hij geen gezin achterlaten zegt Telders, maar Cleveringa – hij heeft er met zijn vrouw over gesproken – staat er op om de rede zelf uit te spreken. Hij vindt dat de decaan van de faculteit de reden moet houden.
  • Terwijl Cleveringa zijn rede houdt, wordt op het zelfde tijdstip een paar honderd meter verderop door Ton Barge, hoogleraar anatomie en embryologie in Leiden, ook een openbaar college gehouden. Hierin spreekt hij zich ook uit tegen de maatregel om Joodse ambtenaren op non-actief te stellen en ontzenuwt hij tevens wetenschappelijk de rassenleer van de nazi’s; er bestaat helemaal niet zoiets als een Joods of Arisch ras, verkondigt hij. Zo stelt hij onder andere dat “Een ras is vaak over vele volkeren  verdeeld, terwijl omgekeerd een volk niet zelden uit verschillende rassen is opgebouwd. (…) Wat de Joden tot een eenheid bindt, is de religieuze overtuiging het uitverkoren volk te zijn. Noch de Duitsers noch de Joden vormen een ras.” Daarmee gaat Barge lijnrecht in tegen de Duitse theorieën. Eén student verlaat na het college boos de zaal, een NSB’er.
  • Ook de hoogleraar Lambertus van Holk – met als leeropdracht ‘Encyclopaedie der Godgeleerdheid, de Wijsbegeerte van den Godsdienst en de Zedekunde’ – gaat tijdens zijn college ’s middags – de andere twee hoogleraren spreken ’s morgens – in op de zaak, dit mede naar aanleiding van de  onrust die onder studenten is ontstaan na de toespraken van Cleveringa en Barge. Hij zegt onder andere “De jongste maatregelen van binnenlands beleid tegen onze Joodse medeburgers hebben ons allen diep geschokt. Wij voelen de maatregelen als een smaad de universiteit en ons volk aangedaan, als een ernstige schade voor onderwijs en wetenschap, als een zedelijk en godsdienstig onrecht. Ook roept hij op: ” […] trouw onze Joodse vrienden en kennissen op te zoeken en hun onze hoogachting te doen blijken.” Hij vervolgt zijn college verder door afwijkend van zijn lesprogramma te spreken over de Joodse filosoof Spinoza.

111 1940 Cleveringa 111 1940 ben telder 111 1940 barge 111 1940 van holk

Links: Rudolph Cleveringa. Een dag na zijn voordracht wordt Cleveringa door de Duitse  Sicherheitsdienst opgepakt – hij had al een koffer met kleren klaar staan – en overgebracht naar de Scheveningse gevangenis waar hij acht maanden gevangen zal zitten, waarna hij wordt vrijgelaten. (In 1944 wordt hij wederom opgepakt en in Kamp Vught vastgezet. Hij zal de oorlog overleven. In 1946 zal hij erepromotor van Winston Churchill zijn en van 1946 tot 1947 rector magnificus.)

Midden links: Ben Telders. Deze wordt, vanwege een aantal verhandelingen waarin hij de juridische aspecten van de bezetting aan de kaak stelt op 18 december 1940 opgepakt en zal net zoals Cleveringa worden opgesloten in de gevangenis van Scheveningen. Later belandt hij in het concentratiekamp Buchenwald, het kamp Vught, het kamp Sachsenhausen, tot hij in februari 1945 in het concentratiekamp Bergen-Belsen terecht komt waar hij vlak voor de bevrijding aan vlektyfus zal overlijden.

Midden Rechts: Ton Barge; hij wordt na zijn reden niet opgepakt. Zijn  college wordt door de Duitse bezetter niet opgemerkt. Anderhalf jaar na het protestcollege wordt Barge echter alsnog opgepakt. Hij wordt acht maanden als gijzelaar geïnterneerd in St. Michielsgestel, waar hij ook voordrachten geeft over zijn vakgebied. Hij zal de oorlog overleven.

Rechts: Lambertus van Holk. Hij wordt niet ontslagen. In juli 1942 wordt hij opgepakt en verblijft tot in februari 1944 als gijzelaar in de gijzelaarskampen Haaren en St. Michielsgestel. Hij zal de oorlog ook overleven.

  • Cleveringa  begint zijn rede met: “Ik treed hier vandaag voor U op een uur waarop gij gewoon waart een ander voor U te zien: Uw en mijn leermeester Meijers. De oorzaak daarvan is een door hem hedenochtend rechtstreeks van het Departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen ontvangen brief van den volgenden inhoud: ‘Ingevolge opdracht van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied terzake van niet-Arisch overheidspersoneel en met dat personeel gelijkgestelden, breng ik te Uwer kennis, dat met ingang van heden van de waarneming van Uw functie van hoogleeraar aan de Rijksuniversiteit te Leiden is ontheven.” […] “ Het is deze Nederlander, deze nobele en ware zoon van ons volk, deze mens, deze studentenvader, deze geleerde, die de vreemdeling, die ons thans vijandelijk overheerst, ontheft van zijn functie. Ik zei u niet over mijn gevoelens te zullen spreken; ik zal mij er aan houden, al dreigen zij als kokende lava te barsten door alle spleten, waarvan ik bij momenten de indruk heb, dat zij zich onder de aandrang ervan, in mijn hoofd en hart zouden kunnen openen.”
  • Vervolgens gaat hij, met  juridische onderbouwingen in op de onrechtvaardigheid van dit ontslag.“”[…]  Dit impliceert, dat de wegdringing van zijn plaats op de wijze waarvan ik U mededeeling heb gedaan, en de soortgelijke maatregelen, die anderen hebben getroffen [..] door ons slechts als onrecht kunnen worden gevoeld. Wij hadden gemeend hiervoor gespaard te mogen en te zullen worden. Het heeft niet zoo mogen zijn. [..]
  • Cleveringa roept aan het einde van zijn rede de studenten op om niets gek te doen. “Wij kunnen, zonder in nuttelooze dwaasheden te vervallen, welke ik U met klem moet ontraden, thans niets anders doen dan ons buigen voor de overmacht. Inmiddels werken wij voort, zoo goed en zoo kwaad als wij kunnen.” Na afloop van zijn rede zingen de studenten het Wilhelmus. Studenten verspreiden de rede van Cleveringa. De rede wordt ook in ‘Vrij Nederland’ gepubliceerd. In Leiden en Delft besluiten studenten te staken. Hierop wordt door de Duitsers de onderwijsactiviteiten van de universiteit van Leiden gesloten, evenals het afnemen van examen. (Op 18 december worden een aantal voorzitters van studentenverenigingen opgepakt.

111 1940 leiden

Leiden 26 november 1940. Na het college praten studenten op straat na over de voordracht van Cleveringa.

  • Ook elders in het land wordt na aanleiding van op non- actief gezette docenten kort gestaakt. Als middelbare scholieren van het Gemeentelijk Lyceum in Doetinchem horen dat twee van hen docenten ontslagen worden, weigeren ze als protest de school binnen te komen en blijven buiten tegenover de school staan. Na een uur vraagt de rector of ze naar binnen willen komen. Hij is het eens met hun protest, maar zegt dat hun protest niets zal veranderen en alleen ellende kan brengen, waarop de leerlingen besluiten om naar binnen te komen. Ook op het Vossius-lyceum in Amsterdam staken de leerlingen. In Tiel en Drachten  worden er ontslagen leraren ondersteund en ook een aantal kerken protesteert.
  • Tot de Joodse ambtenaren die in november op non-actief worden gesteld, behoort ook Lodewijk Ernst Visser, de president van de Hoge Raad.
  • In december worden ook de Joodse gemeenteraadsleden en leden van de Provinciale Staten, Waterschappen en andere publiekrechtelijke lichamen naar huis gezonden.
  • Ondanks alle ellende wordt er op 5 december wel haast overal in het land Sinterklaas gevierd, ook in het gebombardeerde Rotterdam. Een zekere Verie van Drommelen schrijft over de viering “Er kwam een echte Sinterklaas, dat was de zoon van mevrouw Van Duin. En hij had een rood kleed om, dat was een tafelkleed en een rooie namaak mijter en die baard die was van vette watten. Hij had een brand meegemaakt, daardoor was zijn baard zo grijs geworden. En hij vloekte als een ketter. Dat kwam door de borrel.”

111 1940 sinterklaas

Rotterdam, de intocht van een Sinterklaas in Rotterdam in 1940. 

Naar de vorige periode

Naar de volgende periode

My WordPress Blog