Categorie archief: Schrijven

Jaaroverzicht

Zo het jaar zit er weer op, althans het voorgaande jaar uiteraard, dit jaar is nog maar net begonnen. In 2019 heb ik 180 blogposts geplaatst en daarnaast heb ik nog  een zestal grote verhalen uit mijn serie over mensen achter de computer geschreven (eentje per twee maand gemiddeld; dat schiet dus niet erg op.)

Gemiddeld trok ik met mijn blogposts vorig jaar 216 unieke bezoekers  per maand. Oké, in werkelijkheid waren dat er tien keer zoveel, maar ik tel alleen de bezoekers mee die langer dan 1 minuut op de site blijven. De overigen zijn voornamelijk robots en dergelijke. Zo had ik in 2019  liefst 19.000 hits afkomstig uit China en 10,000 hits vanuit Rusland en dat terwijl ik in het Nederlands schrijf.

Het overzicht per maand vanaf december 2015 ziet er als volgt uit.

0000 blog

De trendlijn is nog dalend (ai!) maar december van dit jaar laat een opvallende piek zien. Dat komt door één blogpost en wel door eentje die ik al in juni 2016 schreef over de vraag waarom al het wasgoed bij het wassen altijd in een dekbedovertrek kruipt. Op 10 december (en ook nog deels op 11 december) werd deze blogpost massaal bezocht door mensen uit Nederland en België. (De Chinezen en Russen hadden hier geen belangstelling voor). Geen idee waarom dat was, wellicht is het onderwerp ergens in een quiz ter sprake gekomen.

Af en toe zie ik hoe een nieuwsitem het aantal bezoekers op mijn site beïnvloedt. Zo overleed in juni van dit jaar Barry Hughes, de sympathieke oud-trainer van mijn clubje Go Ahead Eagles. In mei 2018 had ik een keer verhaal geschreven over de ervaringen die mijn vader met hem had toen hij (mijn vader) de studiebegeleider was van de jongens die in het fameuze jeugdhuis van Go Ahead Eagles zaten. Deze blogpost uit 2018 was in juni 2019 na het overlijden van Barry Hughes de meest gelezen blogpost van die maand op mijn site.

De blogpost op mijn site die tot nu toe het vaakst is gelezen, is een verhaal uit 2017. (Zie de piek in de grafiek.) Dat was het Mondriaan-jaar en over al die tentoonstellingen die je dat jaar had in het Haags Gemeentemuseum – het heet nu het Haags Kunstmuseum –  schreef ik toentertijd een verhaal, wat in 2017 blijkbaar heel veel bezoekers trok die op zoek waren naar informatie over die Mondriaan-tentoonstellingen.

Ook een bepaalde aflevering uit de serie over de mensen achter de computer is een “kijkcijferhit” op mijn site en wel het verhaal over Archimedes. Ik vermoed dat heel veel scholieren voor werkstukken over Archimedes hier dankbaar gebruikt van hebben gemaakt (“Ha, dat kan ik gebruiken!“).

Tot slot, ook al zei de Chinese filosoof Lao-Tse eens “Vrij zijn van wensen leidt tot innerlijke rust”, toch wil ik iedereen bij deze de beste wensen voor 2020 toewensen.  Vergeet ik het persoonlijk te doen, dan kan ik altijd nog zeggen: “Het stond op mijn site, heb je die dan niet gelezen?”

Kopspijkers

Niet alleen nu maar ook 25 jaar geleden hield ik mij al bezig met allerlei nutteloze zaken. Zo hield ik in 1994, het jaar dat Marianne zwanger was van onze tweede dochter, bij wat voor namen andere ouders hun kinderen gaven. Tegenwoordig toets je daar een zoekopdracht op Google voor in, maar in 1994 ‘onderzocht’ ik dit aan de hand van de geboorteadvertenties in de Volkskrant en de zaterdagkrant van de NRC.

Begin 1995  – ik had die gegeven nu eenmaal toch – maakte ik een top tien van die verzamelde namen en stuurde ik die op naar de Volkskrant. Om de kans op plaatsing van mijn brief wat te vergroten, deed ik dit namens de (niet bestaande) vereniging VIENO. Dat stond voor de Vereniging van Interessante Edoch Nutteloze Onderzoeken.

De brief kreeg een ereplaatsje op de pagina met ingezonden brieven en tot mijn grote verbazing werd ik vervolgens gebeld door liefst drie televisie-programma’s en vier radiostations met de vraag of ik bij hen in het programma wat wilde komen vertellen over de VIENO en het namenonderzoek.  (Ik heb vier geleden hier een keer uitgebreid over geschreven – zie hier.)

In twee radioprogramma’s (een programma van de AVRO en eentje van de regionale omroep Utrecht) was ik te horen. De televisie-programma’s deed ik echter bewust niet. Volgens mij zou ik daar noch de kijkers noch mijzelf een plezier mee doen.

Zo was één van de tv-programma’s die belde Kopspijkers – het heette toen nog geloof ik Spijkers – van Jack Spijkerman. Dat was een erg populair satirisch programma met daarin grappige tv-filmpjes,  cabaretiers die bekende mensen nadeden, een quizje met twee bekende Nederlanders die als ze een antwoord goed hadden op een spijker in een tafel mochten slaan en een onderdeel met – ik citeer nu  even de Wikipedia –  “voorgekookte interviews met UFO-deskundigen, helderzienden en andere makkelijke mikpunten van spot”.  Dat laatste zei de redacteur die mij belde er niet bij, maar ik kende het onderdeel als trouwe kijker en mooi dus dat ik voor de eer  bedankte. (Pas in 2012 zou ik als “Titanic-deskundige” – je heb nutteloze kennis of niet –  in Pauw en Witteman op tv te zien. )

Van de week speelden wij met de dochters het spelletje 30-Seconds. Dat is een spelletje waar twee teams tegen elkaar spelen. Je krijgt een kaartje met vijf begrippen er op. Dat kunnen zaken zijn als namen, films, sporten, gebeurtenissen, plaatsen enzovoorts, enzovoorts. Het ene teamlid moet het begrip omschrijven, de andere moet het raden.  “Land beneden Nederland” brult de ene “België” roept dan de andere dan. Je hebt 30 seconden voor elk kaartje met vijf begrippen. Voor elk goed antwoord krijg je een punt.

Op een gegeven moment was de oudste dochter aan het beurt om de omschrijvingen te verzinnen, de jongste moest raden. “Presentator Kopspijkers” zei de oudste.  “Jack van Gelder” antwoordde de jongste. “Goed” zei de oudste. Wat??? Ze hadden het allebei fout maar ze hadden het begrip wel goed – er stond inderdaad Jack van Gelder op het kaartje. In plaats van een punt hadden ze een strafpunt verdiend vonden Marianne en ik, maar triomfantelijk schoven ze hun poppetje een plaatsje verder op het bord.  Tja ….

0000 jacksJack Spijkerman en Jack van Gelder; hoe haal je ze uit elkaar. (Foto’s WIkipedia)

 

13 cent

Afgelopen week ontving ik van de stichting Lira weer de jaarlijkse opgave. De Lira, dat staat voor Literaire rechten auteurs, incasseert voor de aangesloten leden onder andere de leenvergoeding die bibliotheken betalen. Elke keer als een boek van mij door een bibliotheek wordt uitgeleend, krijg ik een kleine vergoeding. Dit ter compensatie van een (mogelijk) gemiste verkoop.

Het bedrag dat je per uitlening krijgt, is een percentage van de verkoopprijs van het boek. Na aftrek van een klein bedrag voor de kosten van de Lira krijg ik voor elke uitlening van mijn boek ‘De Titanic’ dertien cent. Het is natuurlijk voordeliger voor mij als u het boek gewoon koopt. (Zie bijvoorbeeld hier en hier.) De verkoop van een papieren exemplaar (€17,50) levert mij namelijk elke keer €1,60 op.

titanic

Dit jaar bleek het boek, alle bibliotheken samen, in totaal 102 keer uitgeleend te zijn geweest.  Dat levert mij dus mooi dertien euro op. Echter, ik heb het boek niet alleen geschreven. De journalist en schrijver Bert Wagendorp heeft het voorwoord geschreven en volgens de regels van de Lira moet ik de opbrengsten dan ook delen met Bert.

Ik krijg 99%, Bert Wagendorp 1%. Die verhouding heb ik overigens niet zelf bepaald  (anders was het wel 100% – 0%  geweest 1 smiley), maar is de standaardverhouding van de Lira ten aanzien van het percentage dat een schrijver van een voorwoord krijgt bij een uitlening.) Het levert Bert dit jaar dus dertien cent op. Dit is overigens nog wel bruto. Je moet de opbrengsten van het uitlenen  bij je inkomen optellen en er dan belasting over betalen.

Ik hoop maar dat Bert hier aan denkt en niet in één keer het hele bedrag uitgeeft.

Voorwoord

Een beetje boek heeft een voorwoord waarin iemand het boek uitbundig aanprijst. Ik heb even gekeken op de site van Delpher, dat is de site waar je allerlei historische kranten kan inzien, om te zien wat het oudste Nederlandse krantenartikel was met daarin het woord ‘voorwoord’ in combinatie met het woord ‘boek’.

Ik trof een artikeltje aan uit de Middelburgsche Courant van 4 juni 1850. Daarin werd het boek ‘Sporen van de Natuurlijke Geschiedenis der Schepping, of Schepping en voortgaande ontwikkeling van Planten en Dieren, onder den invloed en het beheer der Natuurwetten’ – alleen de titel is al een boek op zich – besproken. Het boek bevatte een voorwoord, geschreven door een zekere Prof. G. J. Mulder. De krant citeerde uitgebreid uit dit voorwoord:

Ik ken geen Boek, dat in den laatste tijd het licht zag, hetwelk voor beschaafde liedern meer geschikt is, om in algemeene trekken der Natuur van hare meest uitmuntende zijde te vertoonen. Het zal den blik van elken Lezer met kracht bepalen bij eenen schat van kennis, die hem treffen zal, indien hij er zich voor het eerst aan waagt, maar die ook hem zal boeijen, die reeds meer of min met de Natuur is vertrouwd geworden.” aldus de professor.

000000 voorwoord

Kijk, met dat voorwoord zal de schrijver van het boek blij zijn geweest. (Al is het natuurlijk wel altijd de bedoeling van een voorwoord dat het boek een beetje opgehemeld wordt.)

De geschiedenis van het voorwoord is veel ouder dan 1850. Zo bevat het beroemde boek van Sir Thomas Malory over koning Arthur uit 1485 al een voorwoord (van William Caxton) en ongetwijfeld zijn er nog oudere voorbeelden. (Het Engelse woord voor ‘voorwoord’ is ‘preface’. Het is afkomstig uit het Latijn (‘prae fatia’), dat staat voor ‘eerder gesproken’. Grote kans dus dat er al allerlei oude Romeinse boeken met een voorwoord zijn.

Vanwaar schrijf ik nu over voorwoorden? Dat komt omdat er afgelopen maandag in de Volkskrant eenmalig een CaMu- bijdrage stond van Remco Campert. Dit ter gelegenheid van het feit dat hij 90 jaar oud was geworden. Daardoor moest ik opeens denken aan 2003 toen ik hem vroeg om een voorwoord voor mijn eerste boek te schrijven.

Remco Campert had tussen 1996 en 2006 afwisselend met Jan Mulder een korte column (CaMu) op de voorpagina van de Volkskrant. Daarin voerde hij allerlei figuren op onder andere Drs. Mallebrootje en het jonge ding uit de achterban, veldwachter Bonkjes, de boerenfamilie Kneupma en de wetenschappelijke onderzoeker Bob Bamzaai van de SOEA. Waar de SOEA een afkorting van was, weet ik niet meer – de ‘S’ zal wel van Stichting zijn. Het was in ieder geval een instituut dat allerlei onzinnige onderzoeken deed.

Nu had ik in die tijd ook zo iets, namelijk de VIENO. Dat stond voor de Vereniging voor Interessante Edoch Nutteloze Onderzoeken. Die “publiceerde” regelmatig allerlei nutteloze voetbalonderzoeken, onder andere in de Volkskrant-rubriek ‘Het Schavot’ van Bert Wagendorp. De VIENO en de SOEA van Remco Campert begaven zich dus min of meer op het zelfde onderzoeksdomein. De VIENO was iets ouder dan de SOEA maar daar stond tegenover dat Remco Campert veel leuker schreef dan ik.

Het leek me dan ook in 2003 een goed idee om Bob Bamzaai van de SOEA te vragen of hij voor mijn boek ‘De Oranje Rapporten’ – met allerlei VIENO-rapporten over het Nederlands elftal (het boek zou verschijnen ter gelegenheid van het EK voetbal in Portugal in 2004)  – een voorwoord wilde schrijven. Weliswaar had Bert Wagendorp al toegezegd om een voorwoord te schrijven, maar een boek met twee voorwoorden zou uniek zijn leek me en dan kon mijn boek zich mooi onderscheiden van andere voetbalboeken. Bovendien een boek met een voorwoord van zowel Bert Wagendorp als Remco Campert dat moest wel een goed boek zijn.

Ik trok de stoute schoenen aan en stuurde Remco Campert een brief. Volgens mij stond zijn adres toen gewoon in de telefoongids van Amsterdam. Eerlijk gezegd verwachtte ik geen reactie, maar hij stuurde een kaart terug. Op de voorkant van de kaart stond het gedicht ‘Pluk de dag’ van Cees Budding.

000000 voorwoord rc2

Op de achterkant schreef hij dat Bamzaai bereid was een voorwoord te schrijven maar dat, gezien het feit dat de SOEA niet van de wind kon leven, Bamzaai liet weten dat er wel een geldelijke vergoeding tegenover moest staan.

000000 voorwoord rc

Ik liet de kaart zien aan de jongens van de uitgeverij – het was een kleine tweemansuitgeverij – maar helaas, er was geen geld voor een voorwoord van Bob Bamzaai. Bovendien vonden ze het niet nodig, één voorwoord  – Bert Wagendorp deed het voor een fles wijn; hij bedierf daarmee behoorlijk de markt voor schrijvers van voorwoorden –  was meer dan genoeg vonden ze.

Ik stuurde Remco Campert daarom een brief terug dat de VIENO helaas niet in staat was om Bob Bamzaai te betalen voor het voorwoord van de SOEA en bedankte hem hartelijk voor zijn antwoord. (Ik heb er nu uiteraard spijt van dat ik Bob Bamzaai niet van mijn eigen geld heb ingehuurd; De kaart van Remco Campert heb ik wel altijd bewaard.)

Overigens heb ik nog een goed idee voor een boek getiteld ‘Voorwoord’. Dat bestaat dan uit een stuk van mij van een pagina of tien over de geschiedenis van het voorwoord, met enkele leuke en verantwoorde voorbeelden van voorwoorden, voorafgegaan door liefst vijftig voorwoorden voor het boek geschreven door allerlei bekende mensen. Lijkt me een uniek boek.

Ik moet het maar eens voorleggen aan mijn uitgever, als die nog weet dat ik besta (mijn laatste boek verscheen in 2012). En hoe krijg ik vijftig bekende mensen zo gek dat ze een voorwoord willen schrijven voor een boek dat alleen maar bestaat uit een korte verhandeling over het fenomeen voorwoord?

In ieder geval moeten Bert Wagendorp  – hij schreef voor al mijn boeken een voorwoord; altijd tegen een fles wijn; hij kent zijn marktwaarde niet) en Remco Campert (ook al koste het eventueel geld) tot die vijftig mensen behoren. Gezien de leeftijd van Remco Campert – dat hij nog veel ouder mag worden –  moet ik hier echter  niet te lang mee wachten.

De boeken top tien (2)

Maandag liet ik u zien welke non-fiction boeken het beste werden verkocht in de online boekenshop van www.martinvanneck.nl. Vandaag de tien best verkochte fiction boeken. Nadat de vier boeken uit de winden-serie liefst vier maanden lang de eerste vier plaatsen van de ranglijst hebben bezet gehouden, is er eindelijk een nieuwe nummer één.

De Vluchteling’, het epos dat zich in 2040 afspeelt in het Nederland onder Thierry Baudet en dat de gevolgen laat zien van de klimaatopwarming met de daaruit voortvloeide eindeloze stroom klimaatvluchtelingen uit Spanje, Italië en Frankrijk die naar het noorden trekken, is deze week het best verkopende boek van deze site. De hele top tien ziet er als volgt uit:

  1. De Vluchteling’ door A.F.D. van der Bossen. Het jaar 2040. Als Chantal Marlot, de assistente van president-voor-het-leven Thierry Baudet, bij de muur op de grens met België het ‘mr. Theo Hiddema Memorial Opvangcentrum voor Klimaatvluchtelingen’ bezoekt, ziet zij tussen de Franse vluchtelingen opeens een bekend gezicht: haar vakantiegeliefde van tien jaar geleden.
  2. Westenwind’ door J.K. James; In deel 1 van de reeks ontmoet Jane Faithful, een bibliothecaresse uit New York, John Doe een geheimzinnige Amerikaan die zijn geheugen kwijt is geraakt. Als hij vergeet een geleend boek terug te brengen, en zij hem toevallig op straat tegenkomt, spreekt zij hem daarop aan. Al snel krijgen ze een hartstochtelijk relatie.
  3. Noordenwind’ door J.K. James; In deel 2 reizen Jane en John door Europa om alle grote bibliotheken van de wereld te bekijken. Na een heftige nacht in Parijs verdwijnt John plotseling met de noorderzon. Slaat de amnesie weer toe?
  4. Oostenwind’ door J.K. James; in deel 3 staat John opeens weer voor de deur van Jane. Hij weet niet waarom hij vertrok. Na een nacht vol wilde passie ziet zij opeens op zijn arm een nieuwe tatoeage: de naam Mary met daarbij een klein hartje. Hij heeft geen idee wie Mary is en waarom hij deze naam heeft laten tatoeëren. Jane wijst hem de deur.
  5. Zuidenwind’ door J.K. James. Het is al drie jaar geleden dat Jane John de deur heeft gewezen. Ze staat op het punt van trouwen met de knappe hersenchirurg Donald als op de avond voor het huwelijk John voor de deur staat. Hij heeft zijn geheugen terug. Mary is de naam van zijn grootmoeder die hem opvoedde nadat zijn beide ouders bij het ongeluk met de Spaceshuttle om het leven waren gekomen. Voor wie kiest Jane? Voor Donald of toch voor John?
  6. ‘Yo Bro’ door Monica Vlogless; Fel realistische roman die zich afspeelt in de wereld van vloggers.
  7. De man die zich in de maanlander verstopte’ door Cees Hulst. Tijdens een bezoek aan een museum door de bewoners van het ‘André van Duin Huis voor Oude Mensen’ besluit de 99-jarige Peter de Smet om nog iets van het leven te maken.
  8. Heinrich’s Haiku’s’ door Heinrich Haiku. Alle drie de haiku’s van Heinrich Haiku, pseudoniem van de jong overleden dichter Herman Mei; voor het eerst bij elkaar gebracht in een prachtig vorm gegeven verzamelbundel.
  9. ‘De tweeling’ door Ronald de Boer; Als Frank besluit om zijn leven radicaal om te gooien, verhuist hij naar een klein plaatsje aan de andere kant van Amerika. Daar aangekomen blijkt iedereen hem al te kennen. Wat is er aan de hand? (Vertaald uit het Engels en gebaseerd op een waar gebeurd verhaal.)
  10. ‘Het horloge’ door Alexandra Pet; Een familiekroniek over het wel en wee van de familie Pimpam, verteld aan de hand van de geschiedenis van een horloge. Over rijke en arme, goede en foute, lange en kleine, dunne en dikke mensen.

De boeken top tien

Elk zichzelf respecterend medium heeft tegenwoordig zijn eigen boeken top tien. Daarom zal er met ingang van vandaag ook op deze site regelmatig een boeken top tien verschijnen. Deze week de tien best verkopende non-fictie boeken uit de online-boekenshop van www.martinvanneck.nl.

  1. ‘Van kind tot kinds’; de autobiografie van jonkheer Berend van Stoetelaer sr. – m.m.v. jonkheer Berend van Stoetelaer jr. (laatste hoofdstuk).
  2. Reizen met een stofzuiger’; Het levensverhaal van topverkoper Bart “de zuiger” Bakker .
  3. Bukken, hij gaat schieten”; Go Ahead Eagles supporters over hun liefde voor cult-spits Bob de Bokker; 260 wedstrijden; 0 doelpunten.
  4. Een Van Gogh voor een tientje.’; Over de ontdekking van ‘De Zonnebloempitten’ van Vincent van Gogh in een kringloopwinkel.
  5. Mijn polsstok brak’; Atleet Henk Springer vertelt hoe hij net niet Olympisch kampioen polsstokhoogspringen werd.
  6. Het groeiende gras’; Deel acht uit de bekende serie ‘Kijken naar de natuur’.
  7. Honderd niet op te lossen Sudoku puzzels’; Onoplosbare puzzels voor nog langer spelplezier.
  8. Woorden die het vaakst fout worden gespelt.’ Een boek vol spelfouten.
  9. Trap er niet in’. Over de gevaren van het online kopen van hondenpoepzakjes.
  10. Dood gaan is slapen zonder wakker te worden’; De Franse filosoof Bernard le Penseur legt uit hoe je zorgeloos door het leven kan gaan.

 

Vertaald door Google

Voor onze komende vakantie was ik bezig met het lezen van wat recensies op Google Travel van een hotel in Californië. Omdat Google doorhad dat ik uit Nederland kwam, gaven ze automatisch de Nederlandse vertaling erbij. Dat ging soms niet helemaal goed.

Zo las ik ergens: “Nu voor de positieve punten: 1. Maak schoon!” Huh? Dat klinkt toch niet echt positief. In het Engels stond echter:  “Now for the positives: 1. Clean!” Tja, als een bijvoeglijk naamwoord per ongeluk wordt aangezien als een werkwoord, dan krijg je dit.

In een andere recensie las ik: “Met uitzendkrachten in de hoge tienerjaren moesten we de luide kachel de hele nacht doorrennen…” Enig idee wat er in de oorspronkelijke tekst stond? Dit dus: “With temps in the high teens we had to run the loud heater all night”

Maar de meest opvallende vertaling trof ik aan in een reactie van de eigenaar van het hotel op een recensie van een klant die klaagde dat hij twee verschillende prijzen voor een kamer te horen kreeg nadat hij binnen een paar minuten twee keer keer naar het hotel belde.

In de oorspronkelijke tekst stond: “We don’t rip people off.” Volgens Google bedoelde de eigenaar van het hotel hiermee te zeggen: “We rukken mensen niet af.” Gelukkig maar.

000 vertaling 1

Spelfoud

Gisteren zagen Marianne en ik dit bordje in de Intratuin in Zoetermeer.

00 intratuin

Hoewel ze waarschuwden, was het toch wel even schrikken, die ‘d’ van ‘woekerd’.  Intratuin toch. Boo!

Maar goed, met Marianne in de buurt moet je niet vreemd opkijken als even later het bordje er zo uit ziet.

00 intratuin 2

Dus Intratuin Zoetermeer, mocht u zich afvragen wie dat gedaan heeft, “Marianne was here” 

Overigens heeft Intratuin wel vaker problemen met zijn bordjes. Op de site van Taalvoutjes hebben ze zelfs een eigen overzicht met opvallende bordjes. De leukste daarvan vind ik deze:

00 intratuin 3

Ik denk dat je je vragen het beste aan de Sanseveria, oftewel de Vrouwentong zoals de plant in België heet, kan stellen.

Ook leuk is blokhut ‘Texel’ die overal in Nederland gratis bezorgd wordt, behalve op de waddeneilanden.

00 intratuin 4

 

 

 

Taalfouten e.d.

Soms zie je in de krant of op internet wel eens een kop boven een artikel staan, waarbij je je afvraagt of de kop nou bewust “dubbelzinnig” is neergezet of dat het gewoon slordig is.

Zo schreef Omroep West onlangs over een datalek bij Dunea. (Bij het doorgeven van de watermeterstand kon het gebeuren dat je de gegevens van iemand anders kon zien.) Omroep West zette echter niet het woord ‘Datalek’ maar “Lek’ in de kop.  Zie deze tweet van ‘yours truly’ hieronder.

taalvoutjes 0

Volgens mij is dit een ‘bewussie’ zoals ze dat in voetbaltermen noemen.

Overigens, de @Taalfoutjes die ik in bovenstaande tweet vermeld is een twitteraccount dat allerlei “Taalfouten, dubbelzinnige teksten en taalmissers” en andere onbedoeld grappige taalzaken publiceert die ze in de media aantreffen.  Ik mag zoiets graag lezen. Enkele voorbeelden van hun twitteraccount.

taalvoutjes 3

taalvoutjes 2

taalvoutjes 1

taalvoutjes 4

Mocht u nou een keer een taalfout o.i.d. in één van mijn blogposts aantreffen, denk dan aan het citaat van de Ierse schrijver James Joyce (1882-1941) die ooit eens zei:

Een genie maakt geen vergissingen. Zijn fouten zijn opzettelijk en vormen openingen tot nieuwe vondsten.”

Met het oog op morgen

Gutennacht Freunde, ik dacht, ik begin eens een keer een blogpost met een muziekje, dan ga ik daarna wel door met mijn blogpost.

0000000 mey

Zo daar zijn we weer. “Dit is het webblog van Martin van Neck. Met een overzicht van oud nieuws, de krant van gisteren en ontwikkelingen en achtergronden van mijn eigen nieuws. Buiten is het vijftien graden, binnen zit Martin van Neck.”

Als u nu denkt ‘waar slaat dit allemaal op?’, dit is een eerbetoon aan het radioprogramma ‘Met het oog op morgen’. Dit programma, dat altijd ’s avonds tussen 23.00 uur en 24.00 uur op Radio 1 te horen is, kende afgelopen vrijdag zijn 15.000 uitzending. Het is na “Langs de Lijn’ het langst lopende radioprogramma.

Ik ben zelf ook een keer te gast geweest in ‘Met het oog op morgen’. Dat was in 2008, vlak voor het EK voetbal. Ik had een voetbalboek getiteld ‘Heel het land is van streek‘ geschreven met allerlei nutteloze voetbalverhalen. ‘Met het oog op morgen’ besteedde die week aandacht aan het EK en omdat alle deskundigen al zo’n beetje op waren, mocht ook ik “als deskundige” in de studio in Hilversum iets over het toernooi komen vertellen.

Een redacteur van het programma had mijn telefoonnummer van mijn uitgever gekregen en had mij een paar dagen van te voren opgebeld om te vragen of ik in het programma iets over het komende EK wilde zeggen. Dat wilde ik uiteraard wel  – “publiciteit, publiciteit”; altijd goed voor de verkoop van een boek –  maar omdat Hilversum best een eind rijden voor mij was, vroeg ik of het ook telefonisch kon. Dat deden ze vanwege de kwaliteit – van de verbinding; niet van het interview – liever niet, maar ik hoefde niet naar Hilversum te komen. Ik kon ook wel naar de studio van de voor mij dichtst bij zijnde regionale omroep komen, dan legden zij daar wel een verbinding mee.

Dat vond ik prima en op een vrijdagavond zat ik om elf uur ’s avonds samen met een technicus in een verder verlaten studio van Omroep West in Den Haag. Marianne was thuis gebleven; die luisterde wel naar de radio. De presentator zat in Hilversum, ik dus in Den Haag, maar dat was voor hem geen enkele belemmering om te zeggen “Hier bij mij in de studio zit Martin van Neck, de schrijver van ‘Heel het land is van streek’, een boek vol met nutteloze voetbalkennis.”

Het ‘nutteloze’ sprak hij overigens net iets te overdreven uit. De redacteur had me van te voren al gewaarschuwd dat de presentator van dienst – ik zal zijn naam hier niet vermelden; niet omdat ik dat ik dat niet wil maar omdat ik zijn naam niet meer weet – niets met voetbal op had, en er ook dan weinig verstand van had. Hij zou daarom het gesprek wel voorbereiden. Hij stelde voor dat we het eerst over het EK zouden hebben, daarna over het boek en dat ik zou besluiten met een paar leuke voetbalcitaten waarmee het boek vol stond. Ik vond het een prima plan.

De eerste vraag van de presentator was wie Europees Kampioen zou worden. Ik besloot om er gelijk een bekend citaat uit te gooien en zei: “Gary Lineker zou zeggen: ‘voetbal is een simpel spelletje. 22 Mannen rennen 90 minuten achter een bal aan en op het einde winnen de Duitsers’, maar zelf denk ik dat Spanje wint.” Hij aarzelde even en vroeg toen: “Wie is Gary Linneker?” Ik legde hem uit dat het een beroemde Engelse voetballer was, nu presentator van de Match of the Day bij de BBC, en dat hij die uitspraak had gedaan nadat Engeland op het WK van 1990 was uitgeschakeld door Duitsland. Waarom ik dacht dat Spanje Europees kampioen zou worden, vroeg hij niet.

Zijn volgende vraag ging over de kansen van Nederland. “Nederland zit in één groep met Frankrijk en Italië, dat zijn de twee finalisten van het laatste WK. We zijn dus kansloos?” Je kon horen dat hij de vraag van een papiertje voor las. Ik zei: “Nederland zou best wel eens van Italië en Frankrijk kunnen winnen. Alle spelers van toen zijn nu twee jaar ouder.” Ik stopte even om hem de gelegenheid te geven om te vragen wat ik hiermee bedoelde, maar hij zei niks, dus vervolgde ik met “Onze spelers zoals Van der Vaart, Sneijder, Robben en Van Persie zijn nog jong. Die hebben nu twee jaar meer ervaring, die van Italië en Frankrijk zijn juist relatief oud, die worden alleen maar minder.” ‘Ok.” antwoorde hij op een toon alsof hij zojuist de algemene relativiteitstheorie had uitgelegd gekregen.

Her gesprek ging daarna even over mijn boek. Opeens vroeg hij: “Wat vind je vriendin er eigenlijk van dat je je met nutteloze voetbalfeiten bezig houdt?” Die vraag verraste me. Even overwoog ik om te zeggen: “Dat is fraai zeg. Mijn vrouw zit thuis naar de radio te luisteren en dan gaat u hier live in de uitzending vragen wat mijn vriendin er van vindt“. Leek mij wel een grappig antwoord maar dat durfde ik niet en zei toen braaf dat ik getrouwd was en dat mijn vrouw er wel aan gewend was dat ik altijd allerlei nutteloze dingen deed.

Op het einde vroeg hij of ik nog wat leuke voetbalcitaten had. Ha, die spontane vraag had ik voorbereid. Ik pakte mijn boek. Op de pagina waar de leukste citaten stonden, had ik een geel post-it papiertje geplakt, maar toen ik het boek oppakte viel dat er uit. Ai, waar was die pagina nu? Ik kon de pagina niet zo snel meer vinden, en deed er toen maar een paar van Cruijff uit mijn hoofd, “Als je een speler ziet sprinten dan is hij te laat vertrokken.” en “Ik geloof niet. In Spanje slaan alle 22 spelers een kruisje voordat ze het veld opkomen, als het werkt, zal het dus altijd een gelijkspel worden.”, dat soort uitspraken. Toen was het interview afgelopen.

De technicus van omroep West vond het een geslaagd gesprek en even later fietste ik diep in de nacht terug naar huis. Marianne sliep bij thuiskomst al. Mooi, dat scheelde me vragen over die vriendin.

p.s. Voor het geval u nog een deskundige van dienst nodig heeft. Spanje werd Europees kampioen. Nederland won met 3-0 van Italië en met 4-1 van Frankrijk, precies zoals uw deskundige al voorspeld had.

Louis van Gaal

Ik doe niet aan bijgeloof want dat brengt ongeluk, maar misschien had ik Ajax – Tottenham Hotspur toch bij Ziggo op kanaal 14 (het nummer van Cruijff) moeten kijken. Nu keek ik de wedstrijd bij Veronica op kanaal 8 en verloor Ajax. Maar in de rust en na afloop schakelde ik voor “de analyses” wel over naar Ziggo.

De reden daartoe was dat Louis van Gaal daar de deskundige van dienst was. Ok, af en toe werd hij onderbroken door interviews die de immer gezellige Jack van Gelder, wiens hoofd hoe langer hoe meer op een voetbal gaat lijken, hield met allerlei randfiguren – ik bedoel daarmee figuren die aan de rand van het veld stonden – maar zo gauw Louis van Gaal weer aan het woord kwam, werden er weer zinnige dingen over voetbal gezegd. “Dat is niet zo omdat Louis van Gaal het zegt, maar het is wel zo” zei hij zelf op een gegeven moment, en eerlijk is eerlijk, hij had gelijk.

0000000 louis van Gaal 0

Ik heb wel een zwak voor Louis van Gaal. Aan het begin van deze eeuw – dat klinkt alsof dat al tientallen jaren geleden was – publiceerde ik als voorzitter van de VIENO, dat stond voor de Vereniging van Interessante Edoch Nutteloze Onderzoeken (de vereniging telde twee leden; ik was de voorzitter en Marianne was lid, al wist ze dat zelf niet) regelmatig zogenaamde VIENO-rapporten met allerlei nutteloze “onderzoeken” over het Nederlands elftal.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan zaken als wie de jongste Nederlandse international ooit was (dat was Jan van Breda Kolff van HVV in 1911; die was 17 jaar en 2 maanden oud bij zijn debuut), welke vaders en zonen allebei in Oranje hebben gespeeld (onder andere Johan en Jordi Cruijjf; Jan en Youri Mulder, Martin en Ronald plus Erwin Koeman, en nu dus ook Danny en Daley Blind), wie de minst succesvolle international was (dat was Rinus Michels; vijf interlands gespeeld, alle vijf dik verloren), welke internationals op hun verjaardag mochten debuteren (dat waren Cor Huijbrechts van BVV in 1950 en Ruud Gullit in 1981), of er Nederlandse internationals op de Titanic zaten (nee, dus), en nog meer van dat soort onzindingen.

Ik stuurde die “rapporten” naar Bert Wagendorp van de Volkskrant die ze gebruikte voor zijn toenmalige rubriek ‘Het Schavot’. In 2001 speelde ik met de gedachten “die rapporten” te bundelen in een voetbalboek, en de kans dat een uitgever dat een goed idee zou vinden leek me groter als een bekend iemand het voorwoord zou schrijven.

Louis van Gaal was in die jaren (voor de eerste keer) bondscoach en ik stuurde hem via de KNVB een brief met het verzoek of hij eventueel het voorwoord zou willen schrijven. Tevens wees ik hem er op dat zijn aangekondigde voornemen om de Nederlandse spelers van Barcelona rust te geven en ze niet op te roepen voor de interland tegen het altijd lastige Andorra er voor zou zorgen dat de interlandsreeks van Kluivert en Cocu onderbroken zou worden. Die waren juist zo goed bezig om het record meest opeenvolgende gespeelde interlands op hun naam te krijgen. Ik kreeg een keurig antwoord van hem.

“[…] Tot  mijn spijt heb ik de spelers van FC Barcelona niet uitgenodigd voor de interland tegen Andorra hoewel ik bij voorbaat wist dat ik daarmee een punt zou zetten achter de ononderbroken reeksen van Kluivert en Cocu. Dat spijt me oprecht. Voor de spelers, maar ook voor jou. Als er echt een uitgever te vinden is voor de verzamelde rapporten wil ik het schrijven van een voorwoord serieus in overweging nemen. Ik hoor graag van je. Met vriendelijk groet, Louis van Gaal, bondscoach.

Nederland wist zich echter niet voor het WK van 2002 te plaatsen, waardoor ik het idee het idee liet. Ik vermoedde dat weinig uitgevers op dat moment belangstelling hadden om voetbalboeken uit te geven. In 2004 plaatste Nederland zich echter wel voor een eindtoernooi (het EK van 2004) en via Bert Wagendorp kwam ik bij uitgeverij 521 uit die wel brood zag in het idee.

0000000 boek

“Een absolute aanrader voor alle voetbal en oranje liefhebbers. De feiten, anekdotes en onderzoeken over het Nederlandse elftal worden op luchtige en humoristische manier beschreven door een zeer getalenteerde auteur.”, schreef mijn neefje op Bol.com bij het boek.

Louis van Gaal was op dat moment echter geen bondscoach meer en aangezien ik niet wist hoe ik hem nu moest bereiken vroeg ik Bert Wagendorp of hij het voorwoord wilde schrijven. Deze schreef een buitengewoon geestig voorwoord maar desondanks belandde de helft van de oplage van 2500 stuks van het boek bij De Slegte. Ach, had ik Louis van Gaal toch maar opgespoord om het voorwoord te schrijven. Dan was het vast wel een bestseller geworden.

In 2009 publiceerde Louis van Gaal zelf een boek, een autobiografie over zijn leven en zijn voetbalvisie. Bij de presentatie daarvan in de Amsterdam Arena sprak hij de legendarische woorden: “Het is uniek dat iemand die nog leeft een autobiografie schrijft”. Ik vind het een mooie man die zich ook al heel lang voor allerlei goede doelen inzet, wat te bewonderen valt.

0000000 louis van Gaal10 juni 1986: Actie ‘Gast aan Tafelvoetbal’ voor dak- en werklozen in Mexico; partijtje tafelvoetbal tussen Freek de Jonge (links) en Louis van Gaal (rechts); foto Ronald Gerrits; Anefo; Nationaal Archief.

Mocht ik ooit nog eens een voetbalboek schrijven, dan ga ik hem beslist vragen of hij het voorwoord wil schrijven. Louis, lees je mee?

Kies met zorg een boek uit de bibliotheek

Sinds 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Bij de overheveling bezuinigde het Rijk flink (zo’n 15%). De aanname, die vooral gebaseerd was op een wens en niet zo zeer op wetenschappelijk onderzoek, was dat de gemeenten het goedkoper zouden kunnen doen. Zo zouden gemeenten dankzij hun wijkteams de jongeren met problemen eerder opmerken en dan zou met lichtere en dus goedkopere zorg kunnen worden volstaan. Ik citeer even een stukje uit de NRC van 10 oktober 2018:

Die gedachte vindt nog steeds brede steun. Ook onder gemeenten. Maar ‘meer preventie’ en ‘minder specialistische hulp’ vergen een verbouwing van de sector. En verbouwen kost geld. Jeugdzorg-expert Tom van Yperen van het Nederlands Jeugdinstituut: „Gemeenten moeten fors investeren in behandelingen voor beginnende problemen en het voorkomen ervan. In methodes om in gezinnen intensieve hulp te bieden, in plaats van een kind maanden in een jeugdzorginstelling te laten verblijven.” Maar de bezuinigingen van de afgelopen jaren maken het voor veel gemeenten „onmogelijk te investeren in nieuwe taken”, aldus de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onlangs. En: „Het tempo waarin de besparingen zijn doorgevoerd, is te hoog geweest.”

Het blijkt in de praktijk dus nog niet te werken, terwijl de bezuinigingen al wel zijn doorgevoerd. Wat wel werkte, was dat de gemeenten jongeren met problemen opspoorden die vroeger niet opgemerkt werden. Het aantal jongeren dat jeugdzorg nodig heeft, is vanaf 2015 met 12% gestegen: van 380 duizend per jaar naar 428 duizend in 2018.

00000 cbs

Je hoeft geen groot econoom te zijn om te zien dat dit alles bij elkaar voor veel financiële problemen bij gemeenten zorgt. Bij elkaar komen de gemeenten nu zo’n 600 miljoen euro te kort. Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid ziet het probleem. Hij zegt op zoek te gaan naar meer geld, maar zolang dat er nog niet is, moeten de gemeenten zelf op zoek naar geld. Dat doen gemeenten op verschillende manieren. Ik citeer nu even een stukje uit de Volkskrant van 3 mei 2019:

Sommige gemeenten bezuinigen op de jeugdzorg zelf door de tarieven voor de jeugdzorgaanbieders te verlagen. Hierdoor raken jeugdzorginstellingen in de problemen. Hun personeel raakt overbelast en faillissementen dreigen. [..]

 Andere gemeenten verhogen de belastingen, zoals Midden-Groningen, dat de ozb verhoogt met 10 procent. Goirle overweegt afbouw van de subsidie van 3 ton aan de muziekschool. Hellendoorn heeft een uitgebreid pakket aan besparingen gepresenteerd, met onder meer een versobering van de bijzondere bijstand, minder onderhoud van bruggen, tunnels en speelplaatsen en een bezuiniging op het leerlingenvervoer. De gemeente Utrechtse Heuvelrug is zelfs bereid de burgemeesterswoning te verkopen. De gemeente Midden-Delfland schrapt budget voor evenementen, waardoor er onder meer geen tribune meer gebouwd kan worden voor het varende bloemencorso. ‘We bezuinigen ook op jeugdzorg’, zegt een gemeentewoordvoerder. ‘Maar de tekorten zijn zo groot dat al onze uitgaven nu ter discussie staan, behalve onderwijs en veiligheid, en onze wettelijk verplichte taken.’

De gemeente Utrechtse Heuvelrug (die een tekort op de jeugdzorg heeft van 4 miljoen euro) overweegt naast het verkopen van de burgemeesterswoning en het verhogen van de OZB-belasting ook het sluiten van twee bibliotheekfilialen, in Amerongen en in Maarn. Dat laatste is “als een bom ingeslagen in die twee dorpen”, aldus de Volkskrant.

Ok, niet bij iedereen in het dorp. In het verhaal komen ook moeder Cathelijne (48) en haar zoon Thijmen (16) aan het woord. Moeder zegt verstandige dingen “Bibliotheken zijn belangrijk, kinderen moeten meer lezen.” Maar zoon Thijmen heeft het daarentegen wel een beetje gehad met de bibliotheek. “Ik ben niet zo dol op de bibliotheek. Ik had laatst een boete toen ik mijn boeken te laat had ingeleverd, en toen was ik er wel klaar mee.”

Maar goed, ik ben net zoals moeder Cathelijne tegen bezuinigingen op de bibliotheek. Niet alleen omdat het goed is om te lezen, maar je komt ook nog eens aan mijn portemonnee! In zo’n 75 bibliotheken in Nederland bevinden zich namelijk boeken van mij, vooral exemplaren van de Titanic – voor het geval u ze zoekt, ze zijn veelal te vinden bij de categorie ‘Transport en Vervoer’ – en daarnaast nog een enkel exemplaar van ‘Het Nutteloze Kennisparadijs’ en ‘Een kleine geschiedenis van het voetballen’. Nu is het zo dat elke keer als een bibliotheek een boek uitleent, de auteur een kleine vergoeding krijgt. Dit ter compensatie van gemiste verkopen.

De vergoeding hangt van de verkoopprijs van het boek af. Zo krijg ik elke keer dat de Titanic wordt uitgeleend 15,5 cent. De vergoedingen worden één keer per jaar door de LIRA, dat staat voor de stichting literaire rechten auteurs, uitbetaald. In 2018 is er 143 keer, bijna drie keer per week dus, een boek van mij geleend. Dat leverde mij in totaal € 22,18 op. Dat is overigens bruto, hier moet nog belasting van af. Maar hoe minder bibliotheken er zijn, hoe minder vaak mijn boeken worden uitgeleend. Dat moet ik dus niet hebben.

00000 boek

Overigens als u goed naar bovenstaande nota-specificatie kijkt, dan ziet bij de kolom ‘Aandeel’ een percentage van 99% staan. Sommige boeken hebben meerdere auteurs (of vertalers; die krijgen ook geld). In mijn geval betreft het Bert Wagendorp, een auteur en journalist van de Volkskrant. Hij heeft bij al mijn boeken het voorwoord geschreven en volgens de regels van de LIRA heeft hij daardoor recht op 1% van de vergoeding. Over 2018 leverde het uitlenen van mijn boeken hem het mooie sommetje van 22 cent op. Ik hoop wel dat hij weet dat hier nog belasting van af moet en dat hij het niet in één keer heeft uitgegeven.

Maar goed, als u zich zorgen maakt over de zorg, verzet dan die zorgen even en leen een boek uit de bibliotheek. Bij voorkeur die van mij. En o ja, de vergoeding hangt niet af van hoe lang u het boek in huis heeft maar van het aantal uitleningen. Dus hoe sneller u het boek terug brengt – lees je even mee Thijmen –  hoe groter de kans is dat het opnieuw wordt uitgeleend.

 

Een talenwonder

In de Volkskrant verscheen vrijdag een artikel over een promotieonderzoek van cognitiewetenschapper Johanna de Vos naar de studieresultaten van 118 Nederlandse eerstejaars studenten psychologie aan de Radboud Universiteit.  87 studenten deden de opleiding in het Nederlands en 31 in het Engels. Het bleek dat de studenten die les kregen in het Nederlands gemiddeld een half punt hoger scoorden dan de studenten die de lessen in het Engels volgden (7,23 versus 6,68).

De aantallen, zeker van de Engelstalige groep, zijn niet zo groot, dus ik vraag me wel af of de uitkomst echt significant is, maar volgens de onderzoekster was dit het geval, dus dat zal dan wel; het is tenslotte een promotieonderzoek. Of het gebruik van Engels de oorzaak van het verschil in cijfers was, kon de onderzoekster echter niet zeggen. Er kunnen andere oorzaken zijn (zie daarvoor het artikel). Zoals een echte wetenschapper dan zegt: hier is meer onderzoek voor nodig.

Voor wat mij betreft zou een college in het Engels of in het Nederlands absoluut niets uit maken. Ik ben nu eenmaal een talenwonder. In Nederland zijn er naast mij geloof ik nog drie andere mensen die vreemde talen net zo goed beheersen als ik. De ene is mijn tweelingbroer die u kent onder de naam Ivo Niehe, de tweede is Eurocommissaris Frans Timmermans en de derde is minister Sigrid Kaag.

Ik spreek bijvoorbeeld voortreffelijk Nederlands, Engels, Duits en Frans en daarnaast nog eens 6906 andere talen niet. Hoewel als ik heel eerlijk ben, moet ik dit toch enigszins nuanceren. Mijn Nederlands kan iets beter. Zo liet mijn uitgever mijn manuscript voor de Titanic bijvoorbeeld corrigeren door iemand wiens Nederlands net iets beter was dan dat van mij en zoals deze Yvette schreef: “Ik heb er veel werk aan gehad, en hoop dat de tekst er flink van opknapt.”. Zie hier bijvoorbeeld één van de door haar gecorrigeerde pagina’s.

00o scriptEn dit was dan nog één van mijn betere pagina’s.

Ook mijn Engels kan iets beter. Zo gleed de oudste dochter een keer tijdens een vakantie in Amerika bij een wandeling in het Yosemite National Park uit over een gladde steen en hield daar een bloedende knie aan over. Toen een Amerikaan vroeg wat er gebeurd was, antwoordde ik “She slept on a stone.” De dochters hadden dan ook liever niet dat ik iets in het Engels zei.

Voor wat betreft het Duits, die taal kan ik daadwerkelijk heel goed verstaan. Dat komt omdat ik vroeger altijd op de Duitse tv naar het voetballen keek. Woorden als Fallrückzieher (omhaal) en Ecke (hoekschop) zijn appeltje-eitje voor mij (en nee dat noem je op zijn Duits niet ‘apfle-ei’ maar ‘ein Spaziergang’. Ook keek ik altijd met mijn ouders naar Duitse krimi’s zoal Derrick (“Harry, hol mal den wagen”), der Alte en Tatort. Zelfs allerlei dialecten kan ik daardoor volgen. (Bij Tatort zat vaak een Weense commissaris.). Maar andersom, mijn Nederlands – Duits dus, is ‘ehrlich gesagt’ een stuk minder.

Dan het Frans. Dat is eigenlijk nooit verder gekomen dan middelbaarschoolniveau en dat is ook nog eens ver weg gezakt. Opmerkelijk genoeg hadden wij ruim vijftig jaar geleden geen Engels maar wel twee keer een uurtje Frans per week in de hoogste klas van de lagere school. Deelname was vrijwillig maar o wee als je niet mee deed. Daardoor zaten we twee dagen per week al om half acht op school om Frans te leren. “Un, deux, trois, voice mon frère François, quatre, cing, six, voila ma soeur Alice” Dat soort rijmpjes  moesten we dan opdreunen.

Ook het liedje “Alouette, gentille alouette, Alouette, je te plumerai. Je te plumerai la tête. Et la tête! Et la tête! Alouette, Alouette […]!”zongen wij enthousiast mee. Wisten wij veel dat het ging over een leeuwerik die helemaal kaal werd geplukt  (zijn hoofd; zijn snavel; zijn ogen; zijn nek enzovoorts). Hadden we dat geweten, dan waren onze kinderzielen behoorlijk beschadigd geweest.

Enfin, dit allemaal overziend, zou het best wel eens kunnen dat ook ik bij een Engelstalig college een lager cijfer zou scoren dan in het geval dat het vak in het Nederlands werd gegeven. Maar zoals Voltaire ooit eens zei: “De mooie fouten van een genie zijn mij meer waard dan de keurige en koude taal van een academisch purist.”

 

 

Het is weer lente

Het is weer lente of zoals Herman Gorter het in zijn ellenlange gedicht ‘Mei’ schreef: ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’.

Ach, had Gorter zich maar beperkt – schrijven is schrappen – tot deze beroemde eerste zeven woorden van zijn gedicht, dan hadden veel meer mensen het hele vers kunnen opzeggen, maar hij moest zonodig 4381 versregels schrijven. Ik heb wel eens geprobeerd om het gedicht helemaal te lezen. Niet door heen te komen.

1 lente gorter

Maar de eerste regel die staat.  Dat is een klassieker in de Nederlandse literatuur geworden.

Ik ken mijn beperkingen. Daarom de lente in zeven foto’s.

1 lente eend

1 lente schaap

1 lente vogel

1 lente ooievaar

 

1 lente rund 2

1 lente rund

1 lente weg

p.s. Er zijn nog een aantal Nederlandse gedichten die, net als de Mei van Gorter, vooral bekend zijn door één regel uit het gedicht. Tien voorbeelden:

  • ‘Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan’ – Hendrik Marsman
  • ‘Tussen droom en daad staan wetten in den weg en praktische bezwaren’ –  Willem Elsschot
  • ‘Alles van waarde is weerloos’ – Lucebert
  • ‘Jantje zag eens pruimen hangen, o! als eieren zo groot’ – Hiëronymus van Alphen
  • ‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien’ –  Martinus Nijhoff
  • ‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen’ – J.J. Slauerhoff
  • ‘Mijn moeder is mijn naam vergeten, mijn kind weet nog niet hoe ik heet’ – Neeltje Maria Min
  • ‘Waar werd oprechter trouw dan tussen man en vrouw ter wereld ooit gevonden?’ – Joost van den Vondel
  • ‘Een cel is maar twee meter lang en nauw twee meter breed, wel kleiner nog is het stuk grond, dat ik nu nog niet weet, maar waar ik naamloos rusten zal, mijn makkers bovendien, wij waren achttien in getal, geen zal den avond zien’. – Jan Campert
  • ‘Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten’ – Willem Kloos

Op naar de zomer nu.

 

 

 

Kort nieuws

  1. Nieuwe lantaarnpalen langs de A44 in Den Haag aan de korte kant

lantarenpaal a44 2

lantarenpaal a44

Automobilisten klagen over de geringe hoogte van de nieuwe lantaarnpalen langs de A44. Een woordvoerder van Rijkswaterstaat verklaarde dat dit nu eenmaal het gevolg was van de opgelegde bezuinigingen. “Het moet uit de lengte of uit de breedte komen. In de breedte viel niet veel meer te halen.”

 2. Kritiek op sponsorovereenkomst kunsthandel ‘Galerie’ 

galerie

Er is veel kritiek op de uitgelekte sponsorovereenkomst die de Haagse kunsthandel ‘Galerie’ heeft afgesloten met de door haar gesponsorde kunstenaars. Volgens deze overeenkomst moeten de schilders op elk schilderij de naam van de kunsthandel vermelden. Volgens critici staat dit de artistieke vrijheid in de weg. Galeriehouder Drs. Gerrit Kwast: “Ik snap die kritiek niet. In het voetballen gebeurt het al jaren. Zo’n Messi en Ronaldo zijn ook ware kunstenaars en die lopen probleemloos met de naam van de sponsor op hun shirt. Daar doet niemand moeilijk over.

3. Al In 1958 oefenden koningin Elizabeth en koningin Juliana voor een mogelijke brexit respectievelijk een Nexit

'brexit

Er is een foto uit 1958 opgedoken waarop een gezamenlijke ‘Exit’-oefening te zien is van koningin Elizabeth, prins Philip, koningin Juliana, prins Bernhard en prinses Beatrix. Dit voor het geval er een onverwachte Brexit of een Nexit zou zijn. In het geval van een Brexit zou Koningin Elizabeth naar Nederland vluchten, in het geval van een Nexit zou Koningin Juliana de oversteek naar Engeland wagen. Beide vorsthuizen ontkennen dat er ooit een dergelijke oefening is geweest.

4. Tegenvallende opkomst manifestatie op het Malieveld van liefhebbers van het blog van Martin van Neck 

malieveld

Het aantal bezoekers van de manifestatie op het Malieveld voor liefhebbers van de blogposts van Martin van Neck viel wat tegen. Organisator Martin van Neck verklaarde na afloop:  “We gaan de zaak evalueren. Misschien moeten we iets meer aan publiciteit doen. De manifestatie was alleen aangekondigd op de blogpost, dat wordt natuurlijk niet veel gelezen. Ook waren de kaartjes voor de exclusieve ‘meet and greet’ met Martin van Neck wat aan de dure kant.

Dat volkszanger Bolle Tinus niet wist dat de Koningstunnel was afgesloten en daardoor in de file belandde hielp ook al niet. Toen hij na een uur nog niet was gearriveerd, ontstond er helaas wat onrust op het veld en moest de politie met hulp van het waterkanon de menigte verspreiden.”

waterkanon

Tot zover het korte nieuws van vandaag.