Klimaatverandering

Je kan veel van Trump zeggen maar niet dat hij geen uitvoering geeft aan zijn visie op het klimaat. Nog geen week nadat hij het klimaatverdrag opzegde, daalt de temperatuur hier al met tien graden. Wat nou opwarming van de aarde? Even een flauw grapje tussendoor. Wat is het verschil tussen Trump en een eendagsvlieg? Een eendagsvlieg heeft een langere termijnvisie.

Het vervelende is dat Trump niet de enige is in Amerika die er zo over denkt. In februari 2015 nam  bijvoorbeeld James Inhofe, de republikeinse senator van Oklahoma, een sneeuwbal mee in de senaat om aan te tonen dat er geen sprake was van opwarming van de aarde.

sneeuwbal

Daarmee aantonend dat hij het verschil tussen ‘weer’ en ‘klimaat’ niet goed snapte.

Maar goed, het regent en stormt nu dus. Dat we vaker najaarsstormen in het voorjaar zullen zien, is niet iets waardoor fietsers in Leiden verrast zullen worden. Gezien dit bord worden zij al gewaarschuwd voor regen en storm

fietsen

Gewoon een paraplu mee.

De nieuwe school

In de zomer van 1965 – ik was tien jaar oud – kreeg mijn vader een nieuwe baan als leraar op een middelbare school in Deventer. We verhuisden daarom van Apeldoorn naar Diepenveen, een dorp pal onder de rook van Deventer. Ik vond dat niet leuk. Ik was in één klap al mijn vriendjes kwijt.

Diepenveen was een dorp in de overgang. Het was van oudsher een plattelandsgemeente waar nieuwe wijken werden gebouwd voor mensen die in Deventer werkten. Het dorp telde twee lagere scholen, een katholieke en een openbare lagere school, de Dorpsschool, die gehuisvest was in een oud gebouw dat nog uit 1882 stamde. Ik ging naar de Dorpsschool.

diepenveenDiepenveen, boerderijen en een molen aan de Molenweg in 1920

Op maandagmorgen bracht mijn moeder mij naar de school. Deze was al een week bezig, maar omdat we pas op vrijdag waren verhuisd, had ik de eerste schoolweek gemist. Ik kreeg een plekje rechts vooraan in de hoek van de vijfde klas – groep zeven zouden we nu zeggen. De meester stelde me voor aan de klas. “Dit is Martin, een nieuwe leerling. Hij komt uit Apeldoorn. Zorg dat hij zich welkom voelt.” Daarna begon de les. Het eerste onderwerp was lezen. Ene Gait kreeg de beurt. Hij stotterde vreselijk. Het was voor het eerst van mijn leven dat ik iemand hoorde die stotterde. Verbaasd draaide ik me om en keek naar Gait. De meester onderbrak hem. “Martin”, zei hij. “Gait stottert. Wij helpen hem maar dat doen we niet door naar hem te kijken. Wil je je dus niet omdraaien.” Zowel Gait als ik kregen een knalrood hoofd.

Toen het speelkwartier begon, riep de meester twee jongens bij zich: “Laten jullie Martin even de school zien” zei hij. Ik liep met de jongens mee naar buiten. “Jij bent zeker voor Roy hè?” vroeg de ene. “Wie is Roy?” vroeg ik verbaasd. “Je bent of voor Roy of voor Gerrit. Alle nieuwe zijn altijd voor Roy.” sprak de andere. “Ik ben helemaal voor niemand” zei ik. “Nee, dat kan niet. Je bent of voor Roy of voor Gerrit maar niet voor niemand. De nieuwen zijn altijd voor Roy.” “Als dat zo is, dan zal ik ook wel voor Roy zijn denk ik.” antwoordde ik. Ik had werkelijk geen idee wie Roy en Gerrit waren. “Dacht ik wel” sprak de tweede en hij gaf me een duw. Zij waren voor Gerrit.  Deze behoorde tot de oorspronkelijke inwoners van het dorp. Roy was één van de nieuwkomers. De jongens liepen weg en ik stond moederziel alleen op het schoolplein tussen allemaal vreemden. Terwijl ik even later de klas weer binnenliep, hoorde ik één van de twee jongens aan de andere kinderen vertellen dat ik voor Roy was.

martin 1965

1965: de nieuwe leerling op school

Na de pauze moesten we verkeerregels op schrijven – in de vijfde klas moest je verkeersexamen doen. Een deel van de regels moest je met rode inkt schrijven. Op ieders tafeltje stond een potje blauwe en een potje rode inkt. Ook had je twee pennen om mee te schrijven. Op mijn tafeltje lag alleen maar een pen voor de blauwe inkt. Ik stak mijn vinger op. “Meester, ik heb geen rode pen.”Ik heb geen rode pen meer over, maar ga maar even bij meester Hendriks vragen of hij nog een rode pen voor je heeft” antwoordde hij. “Wie is meester Hendriks?” vroeg ik.

Meester Hendriks bleek de meester van vijf-niet-opleiding te zijn. Na de vierde klas werden op de Dorpsschool de leerlingen van de school al gesplitst in twee groepen. In vijf-opleiding – dat was de klas waarin ik zat – zaten de leerlingen die klaar werden gestoomd voor de HBS en de Mulo. In vijf-niet-opleiding kwamen de kinderen terecht waarvan de school dacht dat de ambachtsschool of de huishoudschool hun toekomstig schoolniveau was.

Ik klopte aan en meester Hendriks riep “binnen”. Zo’n twintig kinderen keken me aan. “Ik ben nieuw. Ik moest van meester aan u vragen of u nog een rode pen voor mij heeft.” Meester Hendriks keek de klas aan. “Wie van jullie heeft nog een rode pen? vroeg hij. Twee meisjes staken aarzelend hun vinger op. Meester Hendriks wees één van hen aan en zei: ”Geef jouw rode pen maar aan hem.” Met een verdrietig gezicht gaf het meisje de pen. Toen ik de klas uitliep, hoorde ik iemand “vuile pennendief” zeggen.

inkt1932; een schoolmeisje maakt een inktvlek in haar schrift; foto Nationaal Archief; fotograaf Willem van der Poll

Om twaalf uur stond mijn moeder bij het schoolhek te wachten. Ik was het enige kind uit de vijfde klas waarvan de moeder bij het hek stond. “Hoe was het?” vroeg mijn moeder toen we naar huis liepen. “Wel leuk” antwoordde ik. Ik durfde niet te zeggen hoe vreselijk ik het vond. Bang om mijn moeder verdriet te doen.

Gelukkig ging het ’s middags al beter. We hadden gymnastiek. De jongens gingen voetballen, de meisjes handballen. Ik viel om twee redenen op. Ten eerste was ik de enige die een blauwe broek en een blauw shirtje aan had – de kleuren van mijn oude lagere school; alle andere kinderen droegen een zwarte sportbroek en een wit shirt, de kleuren van de Dorpsschool – en ten tweede, ik was een veel betere voetballer dan alle andere jongens. Dat kwam vooral doordat ik allerlei Apeldoornse voetbaltruckjes kende die zij niet kenden.

Toen om drie uur de school uitging, stonden drie kinderen buiten mij op te wachten. Even vreesde ik het ergste, maar het was Roy met twee van zijn kompanen. Hij vroeg of ik zin had om te komen voetballen. Volgens één van de andere jongens was het een grote eer dat Roy een nieuweling persoonlijk daarvoor vroeg.

Drie maanden later was het Roy-Gerrit gedoe opeens helemaal over. Dat kwam door twee gebeurtenissen. De ene was het tegeltjesincident, de andere de fiets-oriëntatietocht. Bij het tegeltjesincident was ik het middelpunt. De school ging verhuizen naar een nieuw gebouw. De oude dorpsschool werd afgebroken en op die plek werd een Dorpshuis gebouwd. Alle leerlingen van school kregen ter herinnering een tegeltje met een afbeelding van de oude Dorpsschool.

De meester had echter een tegeltje te weinig en zei toen. “Martin, jij hebt maar zo kort in dit schoolgebouw gezeten. Ik heb er eentje te kort, dus jij krijgt er geen.” De kinderen van de klas keken naar mij. Ik hield mij groot en keek alsof me dat niets konden schelen. Opeens sprak Viola: “Dat is niet eerlijk meester. Geeft u anders maar mijn tegeltje aan Martin.” Er viel een doodse stilte in de klas. Niet alleen vanwege haar aanbod, maar ook omdat Viola het belangrijkste meisje van het Gerrit-kamp was en ik in het Roy-kamp zat. Dat Viola heimelijk verliefd op mij was – ik had uiteraard niets in de gaten – hoorde ik pas later.

De meester wou iets zeggen, maar aarzelde toen. Mijn vader legde later uit dat Viola de dochter was van de belangrijkste notabele van het dorp en dat haar vader elk jaar een ruime financiële bijdrage aan de school gaf. Misschien vond meester het niet zo’n goed idee dat zij zonder tegeltje thuis zou komen. Hij liep de klas uit en kwam even later terug met een extra tegeltje. Even was ik bang dat er nu in vijf-niet-opleiding een kind zonder tegeltje zat, maar dat bleek gelukkig niet het geval te zijn. Toen ik mijn tegeltje kreeg, gaf ik Viola een dankbare blik. Ze bloosde.

tegeltjeHet bewuste tegeltje, ik heb het ruim vijftig jaar later nog steeds. Tussen Kunst en Kitsch: “Mag ik vragen, hoe komt u aan dit tegeltje?”

De volgende dag was er een fiets-oriëntatietocht. De tocht begon bij de oude school en zou bij het nieuwe gebouw eindigen. Voor de route kreeg je een blaadje met aanwijzingen. “Bij de dorpspomp rechtsaf” dat soort zaken. Belangrijk was in ieder geval dat je de controlepost bij Café Oranje niet miste. Daar kreeg je een ijsje. Je fietste met zijn tweeën. Je mocht zelf een maatje kiezen. Voor het vertrek vroeg meester wie er nog geen partner had. Twee jongens staken hun vinger op: Roy en Gerrit. Niemand had hen gevraagd. “Dan fietsen jullie met zijn tweeën” zei de meester. Even later fietsten Roy en Gerrit samen weg. Hoe zou dat aflopen? Anders dan dat wij gedacht hadden. Vanaf dat moment bleken Roy en Gerrit namelijk opeens de beste vrienden te zijn en van de ene op de andere dag was de strijd tussen het Roy en het Gerrit kamp voorbij.

Hyperrealisme

Dit is een schilderij.

kunsthal 1

“Nee”, zult u misschien zeggen: “dat is een foto”. U heeft gelijk. Het is een foto, maar het is een foto van een schilderij. In de Kunsthal in Rotterdam is momenteel de tentoonstelling’ Hyperrealisme. 50 jaar schilderkunst, een uniek overzicht van fotorealistische schilderkunst.’ te zien. Ik citeer even van de site van de Kunsthal:
Drie generaties Amerikaanse en Europese kunstenaars laten de geschiedenis van een fascinerende, figuratieve kunststroming zien. De overzichtstentoonstelling in de Kunsthal brengt – met meer dan zeventig werken van ruim dertig kunstenaars – een ongeëvenaarde verzameling hyperrealistische topstukken naar Nederland. Het werk van deze kunstenaars onder wie Chuck Close, Robert Bechtle, Richard Estes, John Salt en Franz Gertsch is zo geschilderd dat ze de indruk wekken foto’s te zijn. Het resultaat is echter meer dan een virtuoze kopie en creëert een eigen werkelijkheid. […]’

 Gisteren bezochten wij samen met onze kinderen en Marianne haar zus en zwager deze tentoonstelling in de Kunsthal in Rotterdam. De onderwerpen varieerden van paprika’s tot stadsgezichten, van kinderspeelgoed tot landschappen, van auto’s tot Amerikaanse ‘diners’.  Zie hier nog een aantal voorbeelden. Het lijken foto’s, maar het zijn dus echte schilderijen. (Ok, het zijn dus foto’s van schilderijen die op de tentoonstelling hangen, dit om helemaal correct te zijn; “If you can’t convince them, confuse them“)

kunsthal 3c

kunsthal 6

kunsthal 3b

Het is heel speciaal om ze te zien. Bij veel van de werken twijfel je echt of het schilderij of een foto is. Kunt u bijvoorbeeld uit de volgende twee afbeeldingen de foto halen? (Het is dus een foto van een schilderij dat op de tentoonstelling te zien is en een echte foto. Om het wat moeilijker te maken, heb ik bij het schilderij de lijst weggelaten.)

kunsthal 7b

kunsthal 4

Nu zou ik kunnen zeggen, dat degene die het antwoord wil weten, maar naar de tentoonstelling in Rotterdam moet gaan – zeer aan te raden –  maar deze loopt vandaag al af. (Het was dan ook een tip van de jongste dochter die altijd alles ruim van te voren plant. Zij is ook degene die altijd braaf van te voren opzoekt hoe laat haar tram gaat  – oh, over tien minuten pas – en dan twee minuten voor vertrektijd hard naar de tram moet hollen om hem nog te halen.) Daarom hier maar het antwoord. De afbeelding die geen schilderij is, is die van de rode auto. Die zagen we staan toen we in Rotterdam naar de oude haven liepen.

Mevrouw Einstein (2)

Zoals aangekondigd in de vorige blogpost  hier het verhaal over de eerste mevrouw Einstein.

einsteinAlbert Einstein en Mileva Marić in 1912; foto: ETH-Bibliothek Zürich, Bildarchiv / Fotograaf: Unbekannt / Portr_03106 / Public Domain Mark 

Het tragische leven van de eerste mevrouw Einstein

Albert Einstein wordt vaak geciteerd. ‘Twee dingen zijn oneindig, het universum en de menselijke domheid, maar van het universum weet ik het nog niet helemaal zeker’ is bijvoorbeeld een bekende uitspraak van hem. Een wat minder bekende uitspraak van hem luidt: ‘Waar liefde is, wordt niets geëist of opgelegd’. Dit in gedachten houdend leest men met andere ogen de brief die Albert Einstein op 18 juli 1914 aan zijn eerste vrouw Mileva Maric stuurde met daarin het volgende lijstje met eisen waaraan zij moest gehoorzamen:

A) Je zorgt ervoor dat er altijd schone kleren voor mij klaar liggen, ik elke dag drie fatsoenlijke maaltijden op mijn kamer krijg voorgezet, mijn slaap- en studeerkamer er netjes en opgeruimd uit zien. Daarbij mag niemand aan de spullen op mijn bureau komen.

B) Je ziet af van een persoonlijk samenzijn van ons, tenzij dit vanwege sociale redenen strikt noodzakelijk is. Je zult van mij niet verlangen dat:  Ik bij jou in de kamer ga zitten; ik met jou uitga,  ik samen met jou op reis ga.

C) In het bijzonder dien je je in de omgang met mij uitdrukkelijk aan het volgende te houden:

  1. Je mag niet op tederheden mijnerzijds rekenen, ook mag je mij daarover geen verwijten maken.
  2. Als je tegen mij praat en ik verzoek je te zwijgen, dan dien je mij te gehoorzamen.
  3. Als ik je vraag om mijn slaapkamer dan wel mijn studeerkamer te verlaten, dan dien je dit direct te doen.

D) Je mag mij tegenover mijn kinderen noch door woord noch door gebaar kleineren.

Vergelijk dit eens met de brief die Einstein veertien jaar eerder, op 14 augustus 1900, aan haar stuurde: “Hoe heb ik vroeger alleen kunnen leven, jij bent mij kleine alles. Zonder jou heb ik geen gevoel voor eigenwaarde, geen zin om te werken, geen levensvreugde, kortom zonder jou is mijn leven geen leven.” Er is in veertien jaar die tussen deze twee brieven in ligt duidelijk iets mis gegaan.

De gehele correspondentie tussen Albert Einstein en zijn eerste vrouw Mileva Maric werd in 1987 vrijgegeven, 32 jaar na zijn dood en 39 jaar na haar overlijden. De brieven onthulden dat er naast de twee bekende kinderen van het echtpaar – de jongetjes Hans Albert en Eduard – het echtpaar ook nog een derde kind had, een dochtertje met de naam Lieserl. Ook lieten de brieven zien dat Einstein bepaald niet altijd even aardig was voor zijn vrouw en zijn kinderen.

Mileva Maric werd op 18 december 1875 geboren in Titel, Servië. Ze had een aangeboren heupafwijking, waardoor ze haar hele leven lang enigszins mank zou lopen. Ze kwam uit een redelijk welgestelde familie. Haar vader was na een carrière in het leger in de magistratuur gegaan en bezat daarnaast nog wat landbouwgrond.

Als kind blijkt ze hoogbegaafd te zijn. Ze heeft een aanleg voor talen en wiskunde en is muzikaal onderlegd. Ze zit op een meisjesschool, waar ze met kop en schouders boven de rest uitsteekt. Als ze vijftien is, krijgt ze – bij uitzondering – toestemming van de overheid om haar schoolopleiding op een jongensschool te vervolgen. Ook daar is ze de beste van de klas.

Omdat meisjes in het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk niet mogen studeren, vertrekt ze in de zomer van 1896 naar Zwitserland om daar aan de Universiteit van Zürich medicijnen te studeren. Na één semester stopt ze met deze studie. Haar hartstocht ligt bij de wis- en natuurkunde. Ze meldt zich aan bij het prestigieuze Polytechnische instituut, doet toelatingsexamen en wordt aangenomen. Ze komt als de enige vrouwelijk student in een klas met vijf medeleerlingen. Eén van hen is de dan zeventienjarige Albert Einstein. Mileva Maric is op dat moment twintig jaar oud.

Het eerste jaar studeert Maric hard en haalt mooie cijfers. Voor de drie jaar jongere Albert toont ze weinig interesse, maar dat verandert als deze haar het hof gaat maken. Voor het eerst heeft hij een jonge vrouw ontmoet waarmee hij over zijn wetenschappelijke denkbeelden kan praten.

In 1897 vertrekt Mileva voor de duur van een semester naar Heidelberg, Duitsland. Einstein blijft in Zürich. Hij stuurt haar brieven die zij beantwoordt. De jonge Einstein is een charmeur. Met zijn vilten hoed ziet hij er als een dandy uit. Na haar terugkomst uit Heidelberg speelt hij viool voor haar, vraagt haar vaak mee uit en ze krijgen een relatie.

Aanvankelijk heeft hun relatie positieve gevolgen voor hun beider studie. Bij het tussentijdse examen haalt Albert een 5,7 (bij een maximum van een 6,0). Mileva die vanwege haar verblijf in Heidelberg een semester achter is geraakt, scoort een paar maanden later bij haar examen een 5,1.

Dan ontstaan er familiespanningen. De joodse familie van Einstein is niet enthousiast over hun relatie. Zij is drie jaar ouder dan Albert, ze loopt mank, ze studeert, ze is te onafhankelijk, ze komt uit Servië en het belangrijkste: ze is niet joods. De familie van Mileva daarentegen geeft de jonge Albert een hartelijk welkom. De familiespanningen en de intensiteit van hun relatie gaan vooral ten koste van de studie van Mileva, maar ook de cijfers van Albert gaan achteruit. Weliswaar slaagt hij voor zijn eindexamen, maar zijn cijfer is gedaald naar een 4,9. Hij is daarmee slechts de vierde van de vijf examenkandidaten. Mileva haalt een paar maanden later tijdens haar eindexamen een gemiddelde van 4,0. Dat is niet voldoende en ze moet haar examen over doen.

Omdat Albert niet bij de beste drie studenten van zijn klas is geëindigd – en omdat de professoren de jonge Albert met zijn afwijkende ideeën over de natuurkunde als een eigenwijze student ervaren – krijgt hij na zijn studie geen baan van het instituut aangeboden. Ook sollicitaties naar een wetenschappelijke baan bij universiteiten in Duitsland, Italië en Nederland (bij Kamerlingh Onnes in Leiden) leveren niets op. Hij geeft privéonderwijs en probeert ondertussen werk te vinden.

In 1901 vertrekt Albert naar zijn familie in Italië. Mileva blijft in Zürich om te studeren. In mei brengen ze samen een paar dagen door bij het Comomeer. Ze raakt zwanger. Ze kan zich niet meer op de studie concentreren en in de zomer zakt ze weer voor haar examen. Ze besluit om met de studie te stoppen.

Het te verwachten kind is een probleem. Niet alleen zijn Albert en Mileva bang, dat als bekend wordt dat hij een buitenechtelijk kind heeft, hij geen baan zal vinden, maar ook hebben ze niet genoeg geld om het te onderhouden. Albert en Mileva besluiten dat zij naar haar ouders in Servië zal gaan om daar te bevallen. Albert blijft in Zürich en probeert ondertussen werk te vinden.

Als Mileva bij haar ouders is, stuurt Albert haar een brief, waarin hij er bij haar op aan dringt om na de geboorte van het kind, het kind niet mee terug naar Zürich te nemen. In januari 1902 bevalt zij in Novi-Sad van een dochtertje. Waarschijnlijk – in de archieven van Novi-sad is geen geboortecertificaat te vinden – krijgt het de naam Lieserl, want in een brief van 4 februari 1902 schrijft Einstein: “Het is inderdaad een Lieserl geworden, zoals je zo graag wou. Is het gezond en huilt ze veel?” Ook schrijft hij: “Hoewel ik haar helemaal niet ken, heb ik haar toch zo lief”. Hij neemt echter niet de moeite om naar Novi-Sad af te reizen en zal zijn dochter nooit zien.

Wat er vervolgens met Lieserl gebeurt, is niet duidelijk. Aanvankelijk hadden Mileva en Albert bedacht om het kind voor adoptie af te staan, maar in een brief van 12 december 1901, een maand voor haar geboorte, schrijft hij: “Ik wil niet dat we het kind afstaan. Spreek er eens over met je vader. Hij is een ervaren man die de wereld veel beter kent dan jouw ambitieuze onpraktische Johonzel” – Johonzel was de koosnaam die Mileva aan Albert had gegeven.

Of Lieserl voor adoptie is afgestaan, of dat de ouders van Mileva haar in huis hebben opgenomen, is niet bekend. In ieder geval keert Mileva in september 1902 zonder Lieserl terug naar Zürich. Na haar terugkomst trouwen Albert en Mileva in januari 1903.

Als Mileva in september 1903 weer enige tijd bij haar ouders door brengt, stuurt Einstein haar een tweetal brieven. Het zijn de laatste brieven waarin Lieserl ter sprake komt. Op 15 september 1903 schrijft hij: “Ik vind het heel erg wat er met Lieserl is gebeurd. Roodvonkkoorts kan soms heel vervelende sporen na laten.” Sommige onderzoekers denken vanwege deze brief dat Lieserl aan de gevolgen van roodvonk is overleden maar honderd procent zeker is dit niet.

De jaren 1904 en 1905 zijn de gelukkigste jaren uit het huwelijk van Albert en Mileva. Naast zijn werk op het patentbureau – hij heeft eindelijk werk gevonden als octrooideskundige derde klasse – is hij bezig met het opstellen van zijn natuurkundige theorieën. Zij runt het huishouden. In 1904 bevalt zij van een zoon, genaamd Hans Albert.

In 1905 publiceert Albert een viertal artikelen die de wetenschappelijke wereld op zijn kop zetten. Hij was hier al vijf jaar mee bezig. Dit blijkt uit een brief die Mileva in december 1900 aan vriendin schreef: “Albert heeft een natuurkundige verhandeling geschreven die waarschijnlijk  binnenkort – dat zou dus nog bijna vijf jaar duren –  in de Physikalischen Annalen gepubliceerd gaat worden. Kun je je voorstellen hoe trots ik wel niet ben op mijn lieve schatje.”

In 1909 krijgt Einstein een baan aangeboden als professor bij de Universiteit van Zürich. In 1910 wordt hun tweede zoon, Eduard, geboren. In 1911 vertrekt het gezin naar Praag. Vanaf dat moment gaat het mis. Beiden ervaren de periode in Praag als vreselijk. Wat er precies is voorgevallen, blijft onduidelijk. Ze keren in ieder geval in 1912 terug naar Zürich en er ontstaan spanningen tussen hun twee.

In 1914 accepteert Einstein een baan aan de universiteit van Berlijn en vertrekt naar Duitsland. Daar begint hij een relatie met zijn nicht Elsa Löwenthal. Het huwelijk met Mileva is dan zo goed als voorbij. Als zij zich met de kinderen bij hem in Berlijn wil voegen, stuurt hij haar het genoemde lijstje met eisen. Desondanks vertrekt ze naar Berlijn maar een paar maanden later keert ze met de kinderen terug naar Zürich. Ze zal er haar leven blijven wonen. Albert Einstein blijft in Berlijn waar hij een appartement betrekt dat naast dat van Elsa ligt.

In 1916 verzoekt hij Mileva om een scheiding. Ze weigert en wordt ziek. Haar zuster Zorka komt uit Servië over om voor de kinderen te zorgen. Onderweg van Servië naar Zwitserland wordt Zorka in Kroatië door een aantal soldaten verkracht, die op weg zijn naar het front van de Eerste Wereldoorlog. Aangekomen in Zürich krijgt Zorka een zenuwinzinking –  waarschijnlijk een reactie op het gebeuren. In plaats dat Zorka Mileva kan helpen, heeft de ziekelijke Mileva naast de zorg voor de kinderen nu ook nog de zorg voor haar zuster. Zorka zal twee jaar lang in een psychiatrische inrichting in Zürich verblijven en de rest van haar leven last blijven houden van psychische stoornissen.

In 1919 gaat Mileva alsnog akkoord met een scheiding. Volgens de scheidingsakte moet Einstein de kinderen financieel onderhouden en wordt hij verplicht 40.000 Duitse Mark op een Zwitserse bankrekening te storten. Zeer opmerkelijk is dat in de scheidingsakte al wordt vastgelegd, dat in het geval dat Albert de Nobelprijs mocht winnen, Mileva het geld krijgt.

Mileva moet voor de opvoeding van de kinderen zorgdragen, Albert krijgt het recht om ze tijdens de schoolvakantie te bezoeken. Hij maakt hier weinig gebruik van en de kinderen klagen veelvuldig dat ze hun vader niet zien. Vooral de jong ziekelijke Eduard mist zijn vader erg. Zo schrijft Mileva een keer aan Albert over Eduard: ‘Je hebt hier een lief maar ernstig ziek kind. Hij vraagt vaak wanneer zijn vader hem komt opzoeken en bij elk uitstel wordt hij verdrietiger en verdrietiger.’

Albert Einstein zal zijn hele leven lang weinig waarde hechten aan familierelaties. Dat merkt ook zijn tweede vrouw, zijn nicht Elsa, waarmee hij in 1919 trouwt. Ook haar blijft hij niet trouw. Regelmatig begint hij buitenechtelijke relaties, één van deze vrouwen neemt hij zelfs een tijdje in dienst als secretaresse.

In 1921 krijgt Albert Einstein de Nobelprijs voor natuurkunde en conform de scheidingsakte maakt hij het geld naar Mileva over. Deze koopt drie huizen. Eén huis dient als woning voor haar en de kinderen, de twee andere huizen verhuurt zij. Ze leeft van de huuropbrengsten en van het geld dat zij verdient met het geven van bijlessen wis- en natuurkunde en pianoles.

De kinderen blijken slimme jongens te zijn. Hans Albert heeft het intellect van zijn ouders geërfd. Hij gaat in Zürich naar dezelfde technische school als zijn ouders. In 1937 zal hij, net als zijn vader vier jaar eerder heeft gedaan, met zijn vrouw en kinderen naar Amerika emigreren, waar hij uiteindelijk hoogleraar aan de University of California in Berkeley bij San Francisco zal worden.

De jongste zoon, Eduard, gaat na de middelbare school psychologie studeren, maar al vrij snel stopt hij hiermee. Hij is somber en depressief en heeft zelfmoordneigingen. Hij blijkt schizofreen te zijn. Zijn hele leven lang zal hij verzorging nodig hebben. Van tijd tot tijd wordt hij in inrichtingen opgenomen. Om dit te kunnen bekostigen is Mileva begin jaren dertig gedwongen om de twee verhuurde huizen te verkopen.

De jaren dertig zijn niet de beste jaren voor Mileva. Haar beide ouders evenals haar zuster Zorka overlijden. Haar oudste zoon zit in Amerika. Ze zal hem, zijn vrouw en haar kleinkinderen, waarvan er eentje kort na aankomst in Amerika overlijdt, jarenlang niet meer zien. Haar jongste zoon is geestesziek en heeft continu aandacht nodig. Ook financieel gaat het niet goed.

Eind jaren dertig is haar financiële situatie zodanig verslechterd dat ze Albert vraagt bij te springen in de opvang van Eduard. Albert koopt het eigendom van het huis waarin Mileva en Eduard wonen en met dit geld kunnen ze weer een tijdje vooruit.

Na de Tweede Wereldoorlog verkoopt Albert in 1947 het huis. Weliswaar laat hij in de verkoopakte opnemen, dat Mileva en Eduard in het huis mogen blijven wonen, maar ondanks deze bepaling vraagt de koper hen te vertrekken.

In de verwarring die dan ontstaat, maakt de koper het geld voor het huis per ongeluk aan Mileva over en niet aan Albert. Mileva weigert vervolgens om het geld naar Albert over te maken. Dit wil ze pas doen als Albert geregeld heeft, dat zij en Eduard in het huis kunnen blijven wonen. Albert is hier zo boos over, dat hij Eduard dreigt te onterven. Dan krijgt Mileva een lichte beroerte, even later gevolgd door een tweede. Ze raakt deels verlamd en ligt maandenlang in een ziekenhuis. Op 4 augustus 1948 overlijdt ze.

Ze wordt in Zürich begraven. Omdat niemand de grafrechten wil betalen, wordt het graf al spoedig geruimd. Haar zoon Eduard zal de rest van zijn leven – hij sterft in 1965 –  in een inrichting doorbrengen.

Hans Albert krijgt na het overlijden van Mileva haar persoonlijke archief met daarin alle brieven van Albert. Dankzij deze brieven leert hij van het bestaan van zijn zuster Lieserl maar hij onderneemt geen pogingen om te achterhalen of ze nog leeft. Hans Albert overlijdt in 1973.

Na het verschijnen van de brieven in 1987 ontstaat er een discussie of Mileva misschien gezien moet worden als de medebedenkster van de relativiteitstheorie. Dit omdat Albert in één van de brieven schrijft over ‘onze theorie’. Nader onderzoek van de brieven leert dat Mileva waarschijnlijk niet heeft bijgedragen aan de theorie. Zo heeft Einstein het in zes andere brieven over ‘mijn theorie’ en ook heeft Mileva nooit geclaimd dat ze een bijdrage heeft geleverd aan de relativiteitstheorie.

Tot slot nog een vrij onbekend citaat van Einstein: ‘De enige verstandige manier van opvoeden bestaat er uit een voorbeeld te zijn, desnoods een waarschuwend voorbeeld.’

Mileva Maric zal het met hem eens zijn geweest. Albert Einstein was een geniale wetenschapper maar een beroerde familieman.

Mevrouw Einstein (1)

National Geographic – ze geven niet alleen een blad uit maar hebben ook een televisiezender – zendt momenteel de tiendelige serie ‘Genius’ uit over het leven van Albert Einstein. Het gaat niet alleen over zijn wetenschappelijke ontdekkingen maar ook over zijn privéleven, vooral over zijn huwelijk met zijn eerste vrouw Mileva Marić.

Nu weet ik toevallig veel van dit huwelijk af. Ja, ja, wat ik al niet weet. Dat komt door de rubriek ‘Het Nutteloze Kennisparadijs’ die ik in 2004 en 2005 voor de Volkskrant schreef. De eerste mevrouw Einstein stond namelijk genoteerd op mijn lijstje met mogelijke onderwerpen voor de rubriek. Ik had ooit eens ergens een stukje over haar gelezen en haar tragische levensverhaal leek me een mooi onderwerp. Echter, de afleveringen van de rubriek mochten niet langer dan 600 woorden zijn en dat was veel te weinig om haar trieste leven te kunnen beschrijven. De eerste versie die ik schreef telde namelijk zo’n 2500 woorden. Nu geldt weliswaar ‘schrijven is schrappen’ maar om een verhaal van 2500 woorden terug te brengen tot 600 woorden, dat is iets te veel van het goede. De krant heeft haar levensverhaal dus niet gehaald.

In 2005 verscheen het ‘Nutteloze Kennisparadijs’-boek met een bundeling van de columns. Ik heb toen een aantal extra verhalen speciaal voor het boek geschreven en zag toen ook mijn kans schoon om het verhaal over mevrouw Einstein in het boek op te nemen. (Ik zat voor het boek niet vast aan een lengte van 600 woorden per verhaal.)

einsteinAlbert Einstein en Mileva Marić in 1912; foto: ETH-Bibliothek Zürich, Bildarchiv / Fotograaf: Unbekannt / Portr_03106 / Public Domain Mark 

Ik volg nu dan ook met belangstelling de tv-serie. Ik moet zeggen dat ze mijn verhaal goed volgen. Weliswaar hebben ze zijn wetenschappelijke prestaties toegevoegd aan de serie – die stonden niet in mijn verhaal –  maar de persoonlijke relaties tussen Einstein en zijn vrouw laten ze zien overeenkomstig de wijze dat ik deze heb opgeschreven. Het kan natuurlijk ook zijn dat we ons op dezelfde bronnen hebben gebaseerd, maar ik was ze dus ruim tien jaar in de tijd voor. Albert Einstein zou echter zeggen: “Tijd bestaat alleen maar omdat anders alles tegelijk zou gebeuren

Ik zal even in een aparte blogpost mijn verhaal over de eerste mevrouw Einstein plaatsen. Gezien de verkoopcijfers van het boek zullen immers niet veel mensen – op een enkel familielid na – het verhaal gelezen hebben. Voor de enkeling die mijn verhaal al wel heeft gelezen, citeer ik even de Tsjechische schrijver Milan Kundera: “Geluk is het verlangen naar herhaling”.

Voor wat betreft de tv-serie, ik kan hem aanraden. National Geographic herhaalt heel vaak haar programma’s – ook zij kennen de uitspraak van Kundera – dus er is nog alle kans om afleveringen terug te kijken.

Tot slot, helemaal los van het bovenstaande, Albert Einstein overleed in 1955. Voor mensen die in reïncarnatie geloven – en ook voor degenen die dat niet doen –  dat is hetzelfde jaar als waar ik in ben geboren. Ok, het is ook het jaar waarin Steve Jobs en Bill Gates zijn geboren.

Tekenen dat je oud wordt.

Tekenen dat je oud wordt:

  • Als je in een winkel bij de kassa een bord ziet staan met de tekst ‘55+ op maandag 10% korting’ en je denkt enthousiast “Hé, het is maandag vandaag”.
  • Als je ingehaald wordt op de fiets door ouderen die een e-bike hebben en je je afvraagt of je ook een e-bike moet nemen.

fietsersTwee ouderen met een e-bike die proberen een stoet tegemoet komende wielrenners te ontwijken. Foto: Marianne

  • Als je spammailtjes krijgt voor scootmobiels en trapliften.
  • Als je online een hotelkamer bij Motel6 boekt en je blijkt te voldoen aan de voorwaarden van het seniorentarief.

motel 6 senior rate

  • Als Amnesty International, waarvan je als achttienjarige lid werd, je opbelt met de vraag of je ze in je testament wilt opnemen.
  • Als je dochter vraagt of je dingen van vroeger wilt opschrijven omdat je er later niet meer bent en dan niemand meer weet hoe je leven er uit zag.
  • Als je op de site van het Nationaal Archief foto’s gaat zoeken met de zoekterm ‘Ouden van dagen’.

juliana oudjes1961: Ouden van Dagen uit Berkel-Rodenrijs defileren langs koningin Juliana; Foto Nationaal Archief; Fotograaf Joop van Bilsen, Anefo;

  • Als je op je blog verhalen gaat schrijven over tv- en filmsterren uit je jeugd.
  • Als je op internet citaten gaat opzoeken met teksten over ouderdom.
    • Schopenhauer, Duits filosoof 1788-1860: “Vanuit het standpunt van de jeugd is het leven een oneindig lange toekomst; vanuit het standpunt van de ouderdom een zeer kort verleden.”
    • Victor Hugo, Frans schrijver 1802-1885: “Veertig is de ouderdom van de jeugd. Vijftig de jeugd van de ouderdom.”
    • Mark Twain, Amerikaans schrijver 1835-1910 “Toen ik een jongen van 14 was, was mijn vader zo dom dat ik hem nauwelijks in mijn omgeving kon dulden. Maar toen ik 21 werd, verbaasde ik mij er geweldig over hoeveel hij in die 7 jaar had bijgeleerd.”
    • Jean de la Bruyère Frans schrijver 1645-1696: “Men hoopt oud te worden maar men vreest de ouderdom.”
    • Cicero; Romeins filosoof: 106 v. Chr.- 43 v. Chr.: “Hoe ouder ik word des te minder ik geloof dat wijsheid met de jaren komt.”
    • E Constant sr. Nederlands schrijver 1900-1980: “Een groot voordeel van ouderdom is dat bijna elke fout aan je leeftijd wordt toegeschreven”
    • Aristoteles, Grieks filosoof 384 v.C. – 322 v.C.: “Spreken in spreuken past de ouderdom.”

En tot slot: als je een blogpost als deze schrijft.

Dick van Dyke

Vanwege het overlijden van Ivanhoe (Roger Moore) heb ik even gekeken hoe het met Dick van Dyke gaat. Dick van Dyke was één van de hoofdpersonen in Mary Poppins. Hij speelde hierin een schoorsteenveger. Mary Poppins was de allereerste film die ik in een bioscoop zag – dat was tijdens een verjaardagsfeestje van een vriendje. Kortom, jeugdherinnering. (Ook herinner ik me hem van de Dick van Dyke show, een televisieserie die mijn ouders in de jaren zestig keken.)

Dick van Dyke is inmiddels 91 jaar oud, maar blijkt nog steeds “alive and kicking” te zijn. Hij treed voor zijn plezier zelfs nog af en toe op met The Vantastix, een a capella groep uit Los Angeles. Zie hieronder een youtube filmpje uit augustus 2016, waarin bezoekers van de Denny’s in Santa Monica tijdens het ontbijt worden verrast met een uitvoering van Chitty Chitty Bang Bang, de titelsong uit de gelijknamige musicalfilm uit 1968  (nutteloos feitje: het script van die film is gebaseerd op een boek van Ian Fleming, de schrijver van de James Bond Boeken, en is geschreven door Roald Dahl). Dick van Dyke en zijn vrienden hadden eerder die ochtend opgetreden tijdens een vroege ontbijtshow op televisie.

Volgens dit bericht uit het AD van december gaat hij zelfs nog een rol spelen in een soort vervolgfilm van Mary Poppins. Andere rollen in deze film die in 2018 moet uitkomen, zijn voor Colin Firth en Meryl Streep. Ik neem aan dat Dick van Dyke gezien zijn leeftijd dan echter niet meer als een op de daken dansende schoorsteenveger te zien zal zijn, maar een andere, wat rustigere, rol krijgt.

 

Clingendael

Afgelopen vrijdag, de dag na Hemelvaartsdag, bezocht ik het landgoed Clingendael in Den Haag. Dat ligt op zo’n 25 minuten fietsen van ons huis. Het landgoed stamt uit de Gouden Eeuw – voor degenen die niet zo goed bij geschiedenis hebben opgelet, dat is de zeventiende eeuw. Aanvankelijk stonden er hier alleen wat boerderijen maar een zekere Philips Doublet III  – drie keer blijven zitten op de lagere school maar toch de hoogste belastingambtenaar van Nederland in die tijd – brak de boerderijen af en bouwde er een landhuis. Zo zag het landgoed er in 1682 uit.

clingendael 1682

En zo ziet het er vandaag de dag op Google Earth uit, bekeken vanuit de lucht.

clingendael 4

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het landhuis het onderkomen van Seyss-Inquart, de hoogste Duitser tijdens de bezetting van Nederland. In 1953 werd het verkocht aan de stad Den Haag. Sindsdien is het open gesteld voor het publiek.

In het landhuis is thans het Instituut Clingendael, het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael, gevestigd. Dat is een onderzoeksinstituut dat allerlei ontwikkelingen op internationaal gebied onderzoekt. Zeg maar oneerbiedig een instituut vol met dr. Clavan’s. (Dr. Clavan was een tv-typetje van Kees van Kooten uit begin jaren negentig; een Oost-Europa deskundige wiens antwoorden op vragen niet veel meer waren dan de letterlijke herhalingen van de vraag.)

Het gebouw was feestelijk ingepakt.

clingendael 2Quizvraagje: de paarse versiering is dat a) een inpakproject van Christo, b) een feestversiering opgehangen door de Italië-deskundige van het Instituut ter ere van de Giro-overwinning van Tom Dumolin of c) omdat er een verbouwing aan de gang is?

Het was best druk op het landgoed. Er liepen opvallend veel buitenlanders rond. Mei is dan ook een mooie maand om het landgoed te bezoeken. Je hebt er veel grote rododendrons die dan staan te bloeien.

clingendael 5

Ook was de Japanse tuin open. (Een Japanse tuin is volgens de Japan-deskundige van het instituut een tuin in traditioneel Japanse stijl.) De tuin is slechts acht weken per jaar open. In het theehuisje van de Japanse Tuin stond een piano en iemand was bezig hem te stemmen, althans dat dacht ik. Het bleek echter al het concert te zijn. Een jongetje met een collectebus vroeg of ik het mooi vond. Ik antwoordde nee maar gaf hem toch vijftig cent.

clingendael 1Geboeid – ik bedoel dit natuurlijk figuurlijk, niet letterlijk – luisterde een aantal mensen naar het concert.

Na het bezoek aan de Japanse tuin liep ik nog even een rondje door een deel van het park. Bij het parkje met de buxushaagjes – “een oud-Hollandse tuin aangelegd met buxushagen en bloemperken” zat op de leuning van de trap een reiger op zijn gemak in het zonnetje de mensen te bekijken.

clingendael 3

Even verderop was een fotografe bezig trouwfoto’s te maken van een pas getrouwd stelletje. De bruidegom vatte het huwelijk erg serieus op, want hij keek met een zeer ernstig gezicht zijn bruid aan. Hij keek zelfs zo ernstig, dat een voorbijlopende Amerikaan riep: “Smile, It is your weddingday!” Maar misschien was dat wel het probleem.

Ik kon wel een beetje begrip opbrengen voor de bruidegom. Bijna dertig jaar geleden – de dader keert altijd terug naar de plaats van het misdrijf – liepen Marianne en ik hier ook rond voor onze trouwfoto’s. En na elke aanmoediging van onze fotograaf om te “lachen!” veranderde mijn glimlach steeds meer in een grimas. De laatste foto die hij nam, was bij een vijver. Ik moest op het randje gaan staan en Marianne naar me toe trekken. “Kijk wel even uit dat je er niet in valt” riep de fotograaf. Hij drukte een keer af en riep: “Trek haar even wat dichter naar je toe.”  En toen …..

trouwen

nam hij bovenstaande foto en vertrokken we weer. U dacht toch niet echt dat ik op mijn huwelijksdag mijn vrouw in het water trok?

Taakverdeling

Gezien bij de drie molens bij Leidschendam: Vader zwaan doet een dutje op de oever, moeder zwaan is de hele tijd druk aan het duiken om wier naar boven te halen voor de kleine zwaantjes.

Zwaan

Kinderen groeien op

Ruim 24 jaar geleden stond ik met dit in mijn handen.

judith

Dat “dit” is mijn oudste dochter, enige minuten na haar geboorte. Kijk eens naar die schattige handjes en dat voetje wat er uitsteekt. Het was een pijnlijke bevalling, althans voor mij. Marianne kneep tijdens de weeën zo hard in mijn hand dat mijn trouwring pijnlijk knelde tussen mijn vingers. Bij de bevalling van de tweede dochter heb ik dan ook wijselijk mijn trouwring afgedaan.

We zijn nu ruim 24 jaar verder. De tijd schrijdt voort. De oudste dochter is in die tijd naar de crèche gegaan, heeft de lagere en de middelbare school gedaan, heeft een jaar in de buurt van Los Angeles gestudeerd, ging studeren in Rotterdam, ging een half jaar studeren in Singapore, deed gedurende drie maanden een stage in New York, ging vijf maanden werken in Berlijn, ging studeren in Leiden en is nu klaar met haar studie. Afscheid van haar studententijd.

Afgelopen weekend vierde ze dat laatste samen met haar vrienden in een café in Rotterdam. Vooraf gingen we met de kinderen en hun aanhang eten in een tapas-restaurant in Rotterdam. Bij het tafeltje naast ons, waar zo te zien een hoop studenten zaten, werd op een gegeven moment het dessert geserveerd. Eén van de aanwezigen was blijkbaar jarig en in haar toetje stond een soort vuurspuwend kaarsje waar vlammetjes uitkwamen. Helaas zat de jarige net even op het toilet. Daarom bracht de bediening even later een nieuw toetje met een vuurspuwend kaarsje.

Ik moest gelijk denken aan een gebeurtenis rondom de eeuwwisseling. Wij waren toen met de kinderen – ze waren nog klein – in Den Haag uit eten in een restaurant waarvan ik de naam (de Resident) niet zal noemen. Op een gegeven moment werd het toetje voor de kinderen gebracht: een ijsje met daarin een brandend sterretje. Echter, de oudste dochter was net naar het toilet gegaan. “Ik haal haar wel” riep de jongste en voor we iets konden zeggen holde ze er vandoor. Daar zaten we dan, Marianne en ik, met zijn tweeën te kijken naar de ijsjes met brandende sterretjes. Even later kwamen de kinderen terug, maar toen waren de sterretjes al uit. De bediening kwam niet met nieuwe sterretjes aan. Waarom eigenlijk niet? En waarom hebben we dat toen eigenlijk niet gevraagd? Ik word weer kwaad op mezelf. Sorry kinderen.

Ivanhoe is overleden

Enig idee wie hier in 1970 in een Amsterdamse tram stapt?

roger moore 1Foto Eric Koch, Anefo, Nationaal Archief

Inderdaad, het is Roger Moore. In 1970 bezocht hij in verband met de Engelse tv-serie ‘The Saint’ Amsterdam. Op deze foto is hij wat meer herkenbaar in actie.

roger moore 2

Later zou hij ook, samen met Tony Curtis, in de tv-serie The Pesuaders (de Versierders) spelen. Maar het meest bekend is hij van zijn rol als James Bond. Zeven keer vervulde hij deze rol. Voor het eerst in 1973, voor het laatst in 1985. Op een vraag van een journalist wanneer hij met deze rol ging stoppen, antwoordde hij ooit een keer gevat: “Als ze een stand-in gaan gebruiken bij de liefdesscènes.” En over het personage James Bond zei hij (bron nu.nl): “Hij is een geheime Britse spion, maar iedereen kent hem. Dan doe je je werk volgens mij toch niet goed.” Na zijn filmcarrière zette hij zich vooral in voor Unicef.

Gisteren overleed Roger Moore op 89-jarige leeftijd en daarmee is één van mijn helden uit mijn jeugd overleden. Nee, niet de Roger Moore als de Saint, niet de Roger Moore als Brett Sinclair in de Versierders en niet de Roger Moore als James Bond, maar Roger Moore als Ivanhoe. In 1957 en 1958 speelde hij namelijk in 39 afleveringen van Ivanhoe de rol van de koene ridder. In Nederland werd de serie voor het eerst uitgezonden van 1961 tot 1964. De zesjarige Martin zat ingespannen voor onze zwart-wit televisie te kijken hoe Ivanhoe het onrecht bestreed.

De serie begon altijd met een jongetje dat heel hard “Ivanhoe” riep (zie hier op YouTube het intro-filmpje). De volgende dag liepen wij dan buiten ook altijd “Ivanhoe” te brullen. (“Onvervaard gaan wij te paard met Ivanhoe”) En zelfs nu, ruim 55 jaar later, heb ik nog steeds de neiging om als we ergens op een top in de duinen staan keihard “Ivanhoe” te roepen. Marianne is daar niet zo enthousiast over.

Maar nu is dus Ivanhoe overleden. Ach, daar gaat weer een stukje van mijn jeugd.

 

Bomaanslag in Manchester

Gisterenavond was er een bomaanslag in Manchester. Ik kan daar wel een blogpost over schrijven, maar ik denk dat James Corden, de Engelse presentator van de Amerikaanse Late Late Show, dat veel beter verwoordt dan ik.

 

My WordPress Blog