Vijf blogonderwerpen

1

Ik fiets een rondje om de Vliet. Als ik vlak voor Voorschoten het weggetje naar restaurant De Knip en de brug over de Vliet wil inslaan, zie ik een bord met de mededeling dat vanwege reparatiewerkzaamheden de brug over de Vliet is afgesloten. Dat is een tegenvaller, maar als echte Hollander wil ik die afsluiting wel eens met mijn eigen ogen zien. Ik fiets het weggetje in. Je kan vast wel stiekem langs de afsluiting van de brug slalommen. Nee, dus. De brug staat open en rechtovereind.

Terwijl ik en een andere fietser de boel bekijken, komen er twee Duitsers, bepakt en bezakt, aanfietsen. Ze zijn zo te zien op vakantie, hun spullen in grote fietstassen. Verbaasd kijken ze naar de omhoog staande brug. We vragen waar ze heen moeten “Nach Enschede, aber nicht heute”. Ze willen in Zoetermeer overnachten. We overleggen even. Zowel in Voorschoten als in Leidschendam ligt er ook een brug over de Vliet, beide toevallig op 4,5 km afstand van deze brug. We verwijzen ze naar de brug in Voorschoten. Dat is een mooiere route. “Danke Schön” zeggen ze en ze fietsen weer verder.

2

Ik fiets naar winkelcentrum Leidsehage. Bij de stoplichten staat een reclamebord. Als ik er naar kijk, schrik ik. Ik zie een grote foto van één van mijn vroegere managers. Hij was jong, nog geen dertig jaar oud, toen hij mijn manager werd. Ik was toen al vijftig. Ik schrik omdat het een foto is uit een serie van de Stichting ALS, onder het motto ‘Ga door met mijn strijd’, met afbeeldingen van mensen die aan de ziekte ALS zijn overleden. Als ik dichterbij ben, zie ik dat het toch niet mijn vroegere manager is, maar iemand anders die heel veel op hem lijkt. Net veertig jaar geworden zie ik. Het leven is soms hard.

3

Er is ophef in Frankrijk. President Hollande blijkt een vaste kapper in dienst te hebben die hiervoor bijna 10.000 euro per maand krijgt. Kapper van de Franse president te zijn is geen klus die je moet onderschatten. “Olivier Benhamou  – zo heet de kapper – begint elke werkdag heel vroeg en maakt veel uren. Hij kapt de president elke ochtend en verder zo vaak als nodig is, elke keer voordat hij in het openbaar het woord neemt. In de weekends gaat het kappen gewoon door, als de president ergens moet optreden. Benhamou gaat ook mee op de reizen van Hollande, in binnen- en buitenland”. aldus een woordvoerder van de president. “Hij staat 24 uur per dag ter beschikking van de president, hij laat zich nooit vervangen door iemand anders. Hij heeft de geboorte van zijn kinderen gemist.’ zegt zijn advocate.

A) Waarom heeft een kapper een advocaat? B) Hij heeft de geboorte van zijn kinderen gemist omdat hij beschikbaar moet zijn om het haar van Hollande te kunnen kammen?? Zijn we nu helemaal gek geworden? En C) heeft Hollande geen kammetje? Op twitter verschijnen er prompt afbeeldingen van Hollande met verwaaid haar,  met afbeeldingen van Hollande waarop hij een heel ander kapsel heeft en met afbeeldingen waarop hij een hoofddeksel op heeft.

 

4

Er is ophef in Frankrijk. Tijdens de Tour de France staan er zoveel opdringerige toeschouwers langs de kant van de weg dat een motorrijder moet stoppen waardoor onder andere de gele truidrager Froome ten val komt. Omdat een andere motorrijder vervolgens zijn fiets kapot rijdt, besluit Froome om te gaan lopen. We zien unieke beelden hoe Froome zonder fiets hardhollend de berg op loopt. “Run Froomy, Run”. Binnen no-time staan er beelden op twitter waarop je Froome samen met Forrest Gump ziet lopen, de hoofdpersoon uit de gelijknamige film met Tom Hanks. Hoe doen mensen dat zo snel?5

In Nice pleegt een man een aanslag door met een vrachtauto in te rijden op mensen die van een vuurwerkshow staan te genieten. Vooralsnog 84 doden, tientallen gewonden, waaronder minstens 50 kinderen. Waarom schokt zo’n aanslag mij veel meer dan de bijna dagelijkse bomaanslagen in bijvoorbeeld Irak waar naar schatting sinds 2003 al zo’n 160.000 tot 180.000 mensen om het leven zijn gekomen? Waarschijnlijk omdat het in Frankrijk is en dichtbij dus. Het kan ons ook overkomen. Dat wil ik helemaal niet. Een openstaande brug, de ziekte ALS, een kapper van 10.000 euro per maand, een rennende Froome, dat zijn zaken waar ik over wil schrijven. Niet over terroristische aanslagen in Frankrijk of Irak.

 

 

Het oor van Van Gogh (2)

Vincent van Gogh heeft heel wat zelfportretten gemaakt. Ik geloof wel meer dan 40 stuks. Zie hieronder een twintigtal.

van gogh zelfportretten

Het onderste rijtje portretten is allemaal geschilderd nadat hij op 23 december 1888 zijn oor had afgesneden. Op de twee portretten linksonder is hij te zien met zijn oor in verband, althans met wat er van over is. Op de drie portretten rechtsonder heeft hij zich met zijn “goede” overgebleven oor naar de kijker gewend.

van gogh krantKrantenberichtje uit de lokale Franse zondagskrant ‘Le Forum Républicain’, d.d. 30 december 1888, waarin melding wordt gemaakt dat  ‘Vincent Vaugogh, peintre, originaire de Hollande’ zijn oor heeft afgesneden. “Ce malheureux a étè admis d’urgence à l’hospice

Het schilderij rechtsonder op de collage dateert van september 1889 en is (vermoedelijk) het laatste zelfportret dat Vincent van Gogh heeft gemaakt. Vlak daarvoor had hij zijn baard afgesneden (“Eh, dokter, de patiënt doet iets met een scheermes bij zijn hoofd”). Hij schilderde het als verjaardagscadeau voor zijn moeder, wat ik wel een lief gebaar vind. (In 1998 werd het in New York voor 71,5 miljoen dollar geveild; dat zou zijn moeder waarschijnlijk nooit hebben verwacht.)

Het ontbreken van die baard maakt een wereld van verschil. Zeg eens eerlijk: als dit portret in ‘Opsporing Verzocht’ zou verschijnen, zou u dan de politie bellen om door te geven dat de gezochte persoon wel eens een zekere Vincent van Gogh zou kunnen zijn?

Van Gogh zonder baardDeze persoon kan een belangrijke getuige in het onderzoek zijn”

Waar ik – een beetje naïef; ik geef het gelijk toe –  nooit bij stil heb gestaan, is dat haast alle zelfportretten van Van Gogh gespiegelde portretten zijn. Hij schilderde zich zoals hij zich in de spiegel zag. Dat realiseerde ik me pas toen ik in de Volkskrant las dat het zijn linkeroor was dat hij had afgesneden en niet zijn rechteroor, zoals te zien is  op de twee schilderijen met zijn oor in verband. Als je wilt weten hoe de echte Van Gogh er uit zag, dan moet je dus zijn portretten spiegelen.

van gogh 2xLinks het spiegelbeeld; rechts de “echte” van Gogh met zijn ontbrekende linkeroor.

van gogh 2x - bDe tweeling Van Gogh: Zoek de zeven verschillen

Om de schrijver Ewout Kieckens te citeren: “Als het geluk je toelacht, heb je geen spiegel nodig.”

Pokémon Go

Er is weer eens een nieuwe rage. Het heet Pokémon Go. Het is een spel dat je met je mobiel speelt. Via je telefoon kan je virtuele wezentjes zoeken en vangen. Het spel is ontwikkeld door Niantic, een bedrijf dat ooit onderdeel uitmaakte van Google. De app – dat is een software-applicatie die ontworpen is om te draaien op een smartphone, tablet of een ander elektronisch handapparaat – maakt gebruik van een GPS-versie van Google Maps en van zogenaamde ‘augmented reality’: op je smartphone zie je via je camera de echte wereld, de app legt daar een virtuele laag bovenop, waardoor er plots buiten op straat virtuele wezens op je scherm van je mobiel kunnen verschijnen. Deze kan je vervolgens vangen met behulp van attributen die je onderweg moet verzamelen.

De vriend van de oudste dochter had het spel voor haar gedownload. Ze wilde prompt een rondje buiten lopen. Dat is wel een voordeel van het spel. Kinderen en jong volwassenen die anders het liefst achter de laptop zitten, willen nu opeens buiten wandelen. Goed voor de lichaamsbeweging. Ik heb met haar een blokje gelopen en ook in onze buurt bleken de beestjes te zitten. Ze zijn niet gevaarlijk. Je kan ze gewoon aaien.

pokemon go

Vooral in Amerika is het spel razend populair. Zie hier hoe Central Park in New York overstroomd wordt door mensen die met hun smartphones op zoek zijn naar Pokémons.pokemon

Niet iedereen is blij met al die mensen die op zoek zijn naar een Pokémon. Ook in Nederland – het spel is nog niet eens officieel uit hier – geeft het al overlast. Zo waren er in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam mensen op zoek naar Pokémon-figuurtjes op plekken waar geen bezoekers mogen komen en was ProRail niet blij met mensen die langs het spoor gingen lopen omdat daar een Pokémon was gesignaleerd.

Wie wel blij waren met de enorm aandacht voor het spel waren de aandeelhouders van Nintendo, het bedrijf dat de eigendomsrechten heeft op de Pokémon-figuurtjes. Afgelopen maandag steeg de beurskoers van Nintendo met bijna 25%, of te wel de beurs achtte het bedrijf van de ene op de andere dag liefst acht miljard euro meer waard.

 

Het oor van Van Gogh

Gisteren keek ik tussen de middag even naar het NOS-journaal van één uur. Het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag had uitspraak gedaan in een zaak die door de Filippijnen tegen China was aangespannen in zake de Chinese maritieme claims ten aanzien van de Zuid-Chinese Zee. Mocht er ooit een derde Wereldoorlog uitbreken, dan zou deze wel eens hier kunnen beginnen. Niet alleen erkennen een hoop Aziatische landen niet de claim van China op deze zee maar ook de Verenigde Staten niet. Het was kortom een belangrijke uitspraak. Het was echter niet het hoofditem van het journaal.

Ook een nieuwe campagne om vooral jongeren te wijzen op de gevaren van huidkanker – hou je moedervlekken in de gaten! – was niet het belangrijkste nieuwsitem. (Zie hieronder hoe topschaatster Thijsje Oenema, Nederlands recordhoudster op de 500 meter, hierover vertelt in RTL Late Night). De belangrijkste uitslagen voor haar zijn helaas niet meer die van het schaatsen maar die van haar medische onderzoeken.

thijsje Oenema

Maar ook deze voorlichtingscampagne was niet het belangrijkste nieuwsitem volgens het NOS Journaal. Nee, het belangrijkste nieuws van de dag was volgens het NOS-Journaal van één uur dat Vincent van Gogh in 1888 niet zijn oorlelletje had afgesneden maar zijn hele oor. Dat had een Amerikaanse schrijfster ontdekt. In het Van Gogh Museum kan je nu (tijdelijk) een briefje uit 1930 zien van de dokter van Van Gogh waarin deze dit bevestigt.

tt 12 juli 2016

De items van het NOS Journaal van dinsdag 12 juli 2016 13.00 uur in volgorde van behandeling

Nu ben ik ooit voorzitter geweest van de VIENO – de Vereniging voor Interessante Edoch Nutteloze Onderzoeken –  dus zulke berichtgeving mag ik graag zien, maar dit is toch niet het belangrijkste nieuwsitem om het journaal mee te openen?

(Overigens mijn waardering voor het NOS Journaal slinkt de laatste tijd behoorlijk. Zo liet het laatst zonder enige waarschuwing vooraf in het journaal van acht uur zien hoe een Spaanse stierenvechter de dood vond toen een stier hem doorboorde. Ze hadden kunnen volstaan met het voorlezen van dit nieuws. Het laten zien van de beelden voegde niets toe. Het was pure sensatiezucht.)

In het journaal lieten ze ook het pistool zien waarmee Vincent van Gogh zelfmoord zou hebben gepleegd. Het verroeste wapen was in de jaren vijftig in de akkers rondom Auvers terug gevonden. De forensische experts van CSI Auvers hadden geconstateerd dat dit pistool – “een Lefaucheux à broche, destijds een populair model” – met grote zekerheid het wapen moest zijn geweest waarmee Vincent van Gogh zichzelf in de borst had geschoten. (Het pistool kan je momenteel ook in het museum bekijken.)

Nu heb ik een vervelende mededeling voor het Van Gogh Museum. Het getoonde pistool is niet het wapen waarmee Van Gogh zelfmoord heeft gepleegd. Van Gogh heeft namelijk in 1890 helemaal geen zelfmoord gepleegd, maar werd op 27 juli 1890 neergeschoten door een Noorse militair die deel uitmaakte van het Noorse invasieleger dat tijden de Tweede Noormannentijd Frankrijk was binnengevallen.

Althans dat schreef ik in juli 1990 in een ingezonden brief aan de Volkskrant. In die maand was het 100 jaar geleden dat Van Gogh stierf. Dagenlang stonden toen de kranten en tijdschriften vol met allerlei non-items over Van Gogh. Als reactie op deze overkill aan publiciteit besloot ik de Volkskrant een primeur te gunnen. Ze plaatsen mijn brief echter niet, althans niet in juli. Wel verscheen mijn brief een half jaar later in het eindejaar overzicht van opmerkelijke brieven die dat jaar niet waren geplaatst (en later ook nog eens in een boek van De Volkskrant met ingezonden brieven). Zie hier mijn brief:

van gogh

Het NOS journaal besteedde er in 1990 geen aandacht aan.

 

Een heitje voor een karweitje

De uitdrukking ‘Een heitje voor een karweitje’ was het motto waarmee padvinders de deuren langs gingen om een karweitje te doen om daarmee wat geld te verdienen voor de padvinderij. Voor wie zich afvraagt wat een heitje is, dat is een kwartje. Het woord ‘heitje’ is volgens de site van Onze Taal afgeleid van het Jiddische woord ‘hei’ dat ‘vijf’ betekent; het vindt zijn oorsprong in de vijfde letter van het Hebreeuwse alfabet, ’hee’, die ‘vijf’ als getalswaarde heeft. Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN) vermeldt verder dat ‘heitje’ oorspronkelijk een Bargoens woord is. Het is een verkorting van ‘heitbas’ (‘vijf stuivers’). Een heitje is dus vijfentwintig cent.

heitje voor karweitje1959; Een jonge padvinder bezig met een heitje voor een karweitje actie; foto Nationaal Archief; fotograaf J.D. Noske / Anefo

Mijn broer Harry zat bij de padvinderij. In het kader van een heitje voor een karweitje belde hij op een dag bij wat oudere mensen aan die even verderop in de straat woonden. Of ze een karweitje voor hem hadden. De man zei dat hij wel de tuin mocht harken. Het was een heel grote tuin met heel veel bomen er in waarvan in de loop van de tijd heel veel bladeren waren afgevallen. Na een uurtje kwam mijn broer thuis om een glaasje ranja te halen en om te vragen of ik kwam helpen. Hij was nog niet eens op een derde. Mijn moeder zei dat ik hem maar moest gaan helpen en dat die mensen ons wel iets meer dan een heitje voor deze klus mochten geven. Na twee uur harken waren we eindelijk klaar.

We kregen één heitje, samen.

Een druk sportdagje

Het was gisteren een druk sportdagje. Eerst was er de formule 1 race in Engeland met Max Verstappen. Omdat de baan kletsnat was, werd er gestart achter een safetycar – dat is een auto die voor de racewagens uit rijdt totdat het (weer) veilig is om te racen. Deze safetycar bleef echter zo lang rond rijden dat ik even dacht dat de bestuurder van de safetycar aan het eind van de race als winnaar van de Grand Prix op het podium zou staan, maar uiteindelijk won Hamilton. Verstappen werd tweede.

Daarna was er een bergetappe in de Tour de France. De heren commentator trokken het hele arsenaal aan klassiekers open. Vooraan werd er “een snok” aan gegeven waardoor er achteraan renners “aan het elastiek kwamen te hangen” en helemaal achterin riepen de renners volgens de commentatoren om hun moeder.

Ik miste overigens in hun commentaar deze keer de ‘chasse patate’ (dat is een term die wordt gebruikt wanneer een renner vanuit het peloton demarreert om naar de kopgroep te rijden maar vervolgens halverwege blijft hangen. Indien hij zijn achtervolging volhoudt zonder uitzicht op aansluiting bij de kopgroep wordt zo’n achtervolging een ‘chasse patate’ genoemd; ‘chasse’ betekent letterlijk ‘jacht en ‘patate’ ‘aardappel’, maar figuurlijk staat ‘patate’ hier voor ‘domoor’). De etappe werd overigens genomen door Tom Dumoulin (voor de niet-wielrenkenners, dat is een Nederlander geen Fransman)

’s Avonds was er tenslotte de EK-finale tussen Frankrijk en Portugal, welke vrij verrassend werd gewonnen door Portugal. Het niveau was niet best. Nederland had zo mee kunnen doen. De jongste dochter speelde mee in een EK-poule. Voordat het toernooi begon, moest ze op geven wie het toernooi zou winnen. Ze koos voor Portugal, een outsider, maar op aanraden van haar vader, de kenner, had ze dat veranderd in Frankrijk. Tja.

Een aantal Franzen had het moeilijk met de nederlaag. Schattig is dit Youtube filmpje waarin een Portugees jongetje een volwassen huilende Fransman troost.

fan

Tot zover een druk sportdagje waarbij ik Wimbledon en het EK atletiek heb overgeslagen.

Een leuk voetballertje

Ik was vroeger een leuk mannetje. Ik was ook een leuk voetballertje zoals dat heet. Dag en nacht, nou ja dat laatste bij wijze van spreken dan, was ik aan het voetballen. Op veel foto’s van vroeger kan je mij dan ook met een bal zien staan.

voetbal

Ik voetbalde op straat en op veldjes. Gewoon wat voetballen, dat mag wel had de dokter gezegd, maar lid worden van een voetbalvereniging, fanatiek trainen en wedstrijden spelen, dat kon ik vanwege mijn operatie aan mijn hart maar beter niet doen. Ik mocht van mijn ouders daarom geen lid worden van Robur et Velociatas, de roemruchte voetbalvereniging in Apeldoorn waar onze buurjongen de grote ster van het hoogste jeugdelftal was. Mijn broers mochten wel lid worden maar die hadden daar geen belangstelling voor. Voetbal is maar een stom spel zei mijn oudste broer.

Maar goed, op straat voetballen mocht ik wel en dat deed ik samen met Evert, een vriendje, vaak. Onze buurjongen vond het leuk om ons allerlei voebaltrucjes te leren. We waren mede daardoor de beste voetballers van onze klas. Toen er op school selectie-wedstrijden werden gehouden voor het schoolelftal voor het jaarlijkse Apeldoornse scholenvoetbalkampioenschap waren Evert en ik de enige vierdeklassers die mee mochten doen. Alle andere spelers kwamen uit de vijfde en zesde klas.

Tijdens de selectiewedstrijd bedacht ik dat ik iets moest doen om op te vallen. Ik besloot om een bal te koppen. Niemand van ons deed dat. Koppen deed zeer. Op een gegeven moment zag ik mijn kans schoon. Onze keeper trapte uit en de bal vloog mijn richting uit. Ik schatte in waar de bal zou komen, deed een stapje naar voren, kneep mijn ogen dicht en wachtte vervolgens angstig op het moment dat de bal mijn hoofd zou raken. Als het maar niet al te zeer deed. Opeens hoorde ik allerlei bewonderende kreten. Zelfs de meester van de zesde klas riep ‘Wow’. Ik snapte er niks van. Ik had de bal zelfs helemaal niet gevoeld. Ik deed mijn ogen open en keek om mij heen. De bal lag onder mijn voet. Ik had mis gekopt maar geheel per ongeluk had ik de uittrap van de keeper in één keer gestopt door mijn voet op de bal te zetten. Het moet gebeurd zijn toen ik nog een stapje zette. Ik kan u verzekeren: een hoge uittrap met de voet in één keer dood leggen, dat is lastig. Daar zou zelfs Messi problemen mee hebben. Ik had het, geheel onbewust, met mijn ogen dicht gedaan. Ik haalde dan ook het schoolelftal.

De eerste wedstrijd op het toernooi wonnen we met 4-1 van een school uit Apeldoorn-Noord. Ik scoorde twee keer. Na afloop liepen we naar de kant. Terwijl de meesters van de vijfde en zesde klas, onze trainers, zeiden dat we het goed hadden gedaan – ik kreeg een extra schouderklopje –  kwam juffrouw Annet, ze was mijn juffrouw uit de eerste klas, met een bleek gezicht aanlopen. Ze was samen met wat andere meesters en juffen van school gekomen om ons aan te moedigen. “Dat is Martin” zei ze tegen de meester van de zesde klas. “Die mag helemaal niet voetballen. Die heeft vroeger een hartoperatie gehad.” De meester schrok. “Dat wist ik niet’ stamelde hij. De rest van het toernooi zat ik aan de kant. Onze school haalde de finale. We verloren met 3-0. Als ik mee had mogen doen, hadden we vast gewonnen.

 

De tijd schrijdt niet altijd voort

Interessant nieuwsbericht: 31 december duurt dit jaar 1 seconde langer dan normaal. Op 23.59:59 uur volgt op oudejaarsdag dit jaar daarom niet 0.00.00 uur maar eerst nog 23.59:60 uur. (Zul je zien dat er altijd wel iemand is die zijn vuurwerk te vroeg afsteekt.)

Deze schrikkelseconde is nodig om te voorkomen dat de atoomklok gaat voorlopen op de zonnetijd. Zo’n aanpassing gebeurt om de paar jaar. Sinds de invoering van dit systeem in 1972 zijn er in totaal 26 schrikkelseconden geweest. De laatste toevoeging van een schrikkelseconde geschiedde eind juni 2015. Ook de jaren 1998, 2005, 2008 en 2012 kenden een schrikkelseconde.

seconde

De schrikkelseconde van 30 juni 2015

Sommige computersystemen hebben moeite met een tijdstip als 23.59:60 uur. In 2012 crashten de sites van LinkedIn, Yelp en Reddit op die seconde. Ook de Australische vliegtuigmaatschappij Quantas ondervond problemen: vijftig vluchten liepen die dag vertraging op omdat passagiers niet konden inchecken. Een schrikkelseconde geeft IT-afdelingen altijd een hoop werk.

abacusIT-afdeling in 1925 bezig met het verwerken van de schrikkelseconde

Als één seconde al zulke problemen kan geven, dan kan je wel nagaan wat voor een problemen de IT-specialisten in de Middeleeuwen moesten overwinnen toen Paus Gregorius XIII in 1582 de klok in één keer met liefst tien dagen vooruit zette. Op donderdag 4 oktober 1582 volgde vrijdag 15 oktober 1582. Dit om te zorgen dat het begin van de lente weer op 21 maart viel.

De Russische IT-specialisten hadden zo’n moeite met de invoering van de gregoriaanse kalender dat ze deze pas op 31 januari 1918 invoerden. Het verschil met de juliaanse kalender was toen al tot 13 dagen opgelopen, zodat op 31 januari 1918 in Rusland direct 14 februari volgde. Dit had gevolgen voor de viering van de Oktoberrevolutie. Deze had drie maanden eerder, op 25 oktober 1917 (juliaanse tijd) plaatsgevonden. De eerste herdenking van die revolutie, 365 dagen later, viel daardoor niet meer in oktober, maar op 7 november. Dat in Rusland de Oktoberrevolutie sindsdien in november wordt herdacht komt dus hierdoor.

 

Lekker doorrijden

Melanie Schultz van Haegen-Maas Geesteranus is onze Minister van Infrastructuur en Milieu. Ze is als minister verantwoordelijk voor “alle aangelegenheden op het terrein van weginfrastructuur, scheepvaart, ruimtelijke ordening (omgevingsrecht) en water”. Vaak is ze hoogstpersoonlijk aan de kant van de weg te vinden. Ze is daarbij niet te beroerd om de handen uit de mouwen te steken.

melanie 5Je kan haar ook voor bijeenkomsten uitnodigen, dat stelt ze zeer op prijs, aldus de site van haar ministerie.

“Minister Schultz van Haegen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu ontvangt tientallen uitnodigingen per week. Bijvoorbeeld om een congres toe te spreken, een boek in ontvangst te nemen of om kennis te maken met een organisatie. Zij stelt deze uitnodigingen zeer op prijs.”

Vaak spreekt ze op die bijeenkomsten over de grote voordelen van het rijden van 130 kilometer per uur op de snelweg. Je bespaart er als automobilist ten opzichte van 120 km niet alleen tijd mee (Amsterdam – Utrecht: 2 minuten; Amsterdam – Rotterdam 3 minuten; Amsterdam – Eindhoven zelfs 5 minuten) maar het geeft de automobilist ook nog eens het gevoel dat hij lekker kan doorrijden.

melanie 3Alle foto’s zijn afkomstig van de site van het ministerie. De namen van de fotografen staan helaas niet op de site vermeld.

 Wel kent de verhoging van de maximumsnelheid naar 130 km per uur een paar nadelen. Het is bijvoorbeeld slechter voor het milieu. Zo verscheen er op 4 april 2016 een rapport van het TNO (met als titel: ‘Uitstoot van auto’s bij snelheden hoger dan 120 km/u”). Daarin valt bijvoorbeeld te lezen:

“Euro 6 dieselpersonenauto’s stoten op een 130 km/u snelweg bij normale doorstroming 15% meer NOx uit dan op een snelweg met een maximum snelheid van 120 km/h en 47% meer dan op een 100 km/u snelweg. De CO2-emissies zijn op een 130 km/u snelweg 5% resp. 16% hoger dan op wegen met een maximumsnelheid van 120 km/h resp. 100 km/u.”

Dat klinkt niet zo best. Wat ook niet goed klinkt, is dat het aantal verkeersdoden in Nederland in 2015 is gestegen ten opzichte van 2014 en wel van 570 naar 621 verkeersdoden.

tabel 2CBS-tabel: opvallend is niet alleen de stijging van het totaal aantal verkeersdoden, maar ook dat vorig jaar er bijna net zo veel dodelijke slachtoffers te betreuren vielen onder de bestuurders van een invalidenvoertuig als onder bromfietsers.

Die 621 verkeersdoden in 2015 is maar 19 verkeersdoden minder dan de 640 uit 2010. Dat is een daling van slechts 3%. In 2010 hebben de ministers in Europees verband afgesproken om het aantal verkeersdoden in 2020 met 29% terug te brengen ten opzichte van 2010. Voor Nederland zou dit een daling inhouden van 640 verkeersdoden in 2010 naar 500 verkeersdoden in 2020.

tabel afname 2010-2015Tabel afkomstig uit het rapport ‘Ranking EU Progress on Road Safety’ van het ‘European Transport Safety Council’Gemiddeld staan de EU-landen momenteel op een daling van 17%.

Met een 3% daling ten opzichte van 2010 doet Nederland het Europees gezien slecht. Alleen Engeland, Zweden en Luxemburg kennen nog een lagere procentuele daling. Het wordt dan ook moeilijk voor Nederland om in 2020 het streefcijfer van 29% te halen. (Het “best scorende” land qua procentuele daling is momenteel Noorwegen. Daar mag je overigens niet harder rijden dan 110 km.)

Als een van de mogelijke oorzaken voor het toegenomen aantal verkeersdoden in 2015 suggereerde de oppositie dat dit wel eens de verhoging van de maximumsnelheid kon zijn. De minister moest Kamervragen beantwoorden en later ook nog eens aanvullende Commissievragen. Gisteren verscheen haar “Beantwoording Commissievragen inzake het aantal verkeersdoden op Rijkswegen in 2015”. Ze kon de stijging niet goed verklaren.

Er is geen eenduidige verklaring te geven voor de stijging van het aantal doden op de Rijkswegen. Bij het ontstaan van ongevallen spelen vele factoren een rol (zoals afleiding, alcoholgebruik,  vermoeidheid, snelheidsovertredingen) en hierover is slechts beperkt informatie beschikbaar. Het kan bijvoorbeeld ook gaan om verkeersdeelnemers die in de buurt van of op de rijbaan liepen of fietsten of een band aan het verwisselen waren. Het is daarom moeilijk om conclusies te trekken over de achterliggende oorzaak van een ongeval. Dit geldt ook voor de relatie met de geldende snelheidslimiet.” aldus haar brief. Even verderop schrijft ze echter:tabelDe daling van het aantal verkeersdoden op autosnelwegen met een ongewijzigde snelheid was dus over een periode van drie jaar aanmerkelijk groter (23% versus 9%) dan de daling op de wegen waar de snelheid wel verhoogd was. Tja, de conclusie lijkt me dan toch niet zo moeilijk.

Helemaal als je het combineert met de uitkomsten van een grote analyse in de Volkskrant van vanochtend. Onder de kop ‘Harder rijden op snelweg verhoogt kans op dodelijk ongeval;  Limiet van 130 km/u leidt tot zwaarder letsel bij ongelukken’: schreef de krant:

‘De kans dat er doden vallen bij een groot ongeval op de snelweg neemt toe naarmate de maximumsnelheid hoger is. Op 130-km-wegen vielen één of meer dodelijke slachtoffers in 10,4 procent van de ongelukken met lichamelijk letsel in 2015. Dat was 7,5 procent op wegen met een maximumsnelheid van 120. Op 100-km-wegen liep slechts 1,7 procent fataal af.”

De uitkomsten van dat onderzoek zijn overigens niet zo verrassend. Hoe harder je ergens tegen aan knalt hoe groter de kans is dat het fataal afloopt. (Ongetwijfeld zal de minister nu zeggen dat er nadere onderzoeken gaan volgen; In januari van dit jaar zei de Vlaamse minister van Mobiliteit, Ben Weyts, over een mogelijk nieuw onderzoek naar de gevolgen van een eventuele verhoging van de maximumsnelheid in Vlaanderen: “Ik ken niemand die ooit dommer is geworden van een extra studie, maar je moet nu ook niet gaan bestuderen wat je al bestudeerd hebt. Het BIVV heeft al een studie uitgevoerd en zegt: 130 kilometer per uur betekent 25 extra verkeersdoden per jaar“. In België is dan ook de maximumsnelheid niet verhoogd.)

Genoeg ‘circumstantial evidence’ zouden ze in een Amerikaanse tv-serie zeggen. Ik zou zeggen: ook in Nederland snel weg wezen met het idee van lekker doorrijden op de snelweg. Die paar minuten tijdswinst is toch maar relatief zou Albert Einstein zeggen (“Een uur zitten bij een aardig meisje vliegt voorbij als een minuut, maar een minuut op een brandende kachel lijkt wel een uur. Dat is relativiteit.” aldus één van zijn uitspraken.)

Als de minister een beetje vaart maakt – met de terugdraaiing van het besluit bedoel ik dan – dan kunnen we nog een hoop foto’s van haar zien, waar ze een 120 km sticker plakt over het bordje van 130 km.

melanie 6

Overigens, in 1985 was mijn vader één van de 1438 verkeersdoden van dat jaar. Hij kreeg rijdende op een voorrangsweg geen voorrang van een auto die de weg snel wilde oversteken.

 

 

 

Tips voor het nemen van strafschoppen

Teleurgesteld” zo reageerde Björn Kuipers op het bericht dat team Kuipers terug naar huis werd gestuurd. Om misverstanden te voorkomen, het gaat hier niet om vluchtelingen maar om scheidsrechter Björn Kuipers. Deze had gehoopt dat hij de finale van het EK had mogen fluiten, maar daar kan hij dus naar fluiten – sorry, flauwe woordspeling.

Dat Kuipers de finale niet krijgt, is niet zo’n verrassing. Tijden de wedstrijd Kroatië – Spanje zag team Kuipers (dat bestaat uit scheidsrechter Kuipers, zijn twee grensrechters en de twee assistenten achter het doel) namelijk volledig over het hoofd dat de keeper van Kroatië al een meter voor zijn doellijn stond toen hij een strafschop van een Spaanse speler stopte. Dat mag niet. Als keeper moet je op de doellijn blijven staan. Kuipers had de strafschop over moeten laten nemen en de keeper een gele kaart moeten geven. Maar dat liet hij na en ja, als je tijdens het EK als scheidsrechter zo’n belangrijke fout maakt, dan moet je niet verbaasd zijn dat je later niet de finale mag fluiten.

En over strafschoppen gesproken, in de wedstrijd Italië  – Duitsland lieten een hoop spelers tijdens de strafschoppenserie maar weer eens zien dat ze op dat gebied toch echt amateurs en geen professionals zijn. (Zie hieronder hoe alle negen Duitse en alle negen Italiaanse strafschoppen tegelijkertijd worden genomen.)

strafschop

(De meest opmerkelijke misser was die van de Italiaan Zaza. Hij was nota bene speciaal voor de strafschoppenserie in de laatste minuut van de wedstrijd in het veld gekomen. Deze specialist nam de strafschop echter op een wijze die Jan Mulder op de Vlaamse tv omschreef als de manier waarop zijn tante Nettie met een paar borreltjes op een strafschop zou nemen. Vooral zijn aanloop was al snel onderwerp van spot op YouTube. Deze werd onder andere vergeleken met de wijze waarop Fred Flinstone een bowlingbal gooit, een dansend dressuurpaard, een lopende kikker en een dansende meeuw.)

zaza

Hoe moet je dan wel een strafschop nemen? Uit allerlei wetenschappelijke onderzoeken is vast komen te staan hoe je a) als speler het beste een strafschop kan nemen en b) wat je als keeper het beste kan doen om je kansen te vergroten om een strafschop te stoppen.

Voor wat betreft het nemen van strafschoppen. Als je als speler de bal hard en hoog in de hoek schiet, dan kan de keeper er nooit bij. Dat is een kwestie van balsnelheid en reactiesnelheid. Dat is wetenschappelijk onderbouwd. De meeste spelers kiezen er echter voor om een strafschop laag in de hoek te schieten. Dat is technisch gezien namelijk iets makkelijker maar als je te maken hebt met een keeper die op een hoek gokt, dan kan zo’n keeper de bal soms nog stoppen. Bij een wat hoger in de hoek geschoten bal lukt het hem dat net niet.

Omdat je soms te maken hebt met keepers die op een hoek gokken, heb je ook spelers die de bal hard door het midden schieten of een Panenka doen; dat is een zacht boogballetje door het midden. Dat dit echter niet zo’n goede tactiek is als de keeper blijft staan moge duidelijk zijn.

Zie voor een totaal mislukte Panenka dit filmpje.

strafschop 2

Overigens als je goed naar bovenstaande afbeelding kijkt, dan zie je dat de doelman ook hier al de doellijn te vroeg heeft verlaten. Deze penalty zou eigenlijk dus ook over genomen moeten worden.

En daarmee zijn we bij de keepers beland. Veruit het beste is namelijk om niet te gokken op een hoek, maar te blijven staan en te reageren op het schot. Als je blijft staan dan stop je niet alleen de strafschoppen die door het midden worden geschoten, maar ook nog eens de slecht ingeschoten strafschoppen. Statistisch gezien haal je daarmee een hogere score dan het blind op een hoek gokken. Dat blijkt elke keer weer uit onderzoeken en toch zie je zelfs topkeepers dit niet doen. Niet professioneel dus. Zelfs doelman Neuer van Duitsland gokte telkens op een hoek – hij stopte daarmee twee strafschoppen maar hij liet tegelijkertijd wel vier door het midden en slecht ingeschoten ballen door.

Het Nederlands elftal heeft een slechte reputatie ten aanzien van het nemen van strafschoppen. Bij het EK 1992, het EK 1996, het WK 1998, het EK 2000 en het WK 2014 werd Nederland uitgeschakeld door een verloren strafschoppenserie. Vooral onze huidige doelman Jesper Cillesen is een notoire niet-strafschoppenstopper. In de interland tegen Wales hield hij in november 2015 voor het eerst na 26 (!) doorgelaten strafschoppen een penalty tegen (waarna er triest voor hem in de rebound alsnog werd gescoord.) Cillesen is dan ook typisch een keeper die op een hoek gokt (en in zijn geval altijd fout.)

Bij het EK van 1968 hanteerde men nog de regel dat, als het na verlenging nog gelijk stond, er geen strafschoppen genomen werden maar dat er geloot werd. Voor Nederland zou een terugkeer naar dit systeem geen slechte zaak zijn. Dan zouden we, zolang Cillesen onze keeper is,  een grotere kans hebben om de volgende ronde te halen. Ook om een een heel andere reden zou het voor de FIFA en UEFA verstandig zijn om de strafschoppenserie af te schaffen. Penalty shoot-outs kosten namelijk levens. Uit een onderzoek van de universiteiten van Bristol en Birmingham zoals gepubliceerd in het British Medical Journal  blijkt dat in Engeland het aantal hartaanvallen bij mannen op 30 juni 1998, de dag van de strafschoppenserie tussen Argentinië en Engeland (gewonnen door Argentinië), 25% boven het gemiddelde lag, Voor vrouwen gold zo’n verhoging niet. Ook het aantal beroertes en zelfverminkingen lag die dag hoger dan normaal. Ook bij een onderzoek in Nederland werd na het verliezen van de strafschoppenserie op de EK 1996 tegen Frankrijk een soortgelijk effect gemeten ten aanzien van het aantal hartaanvallen en hersenbloedingen.

Tot zover mijn tips voor het nemen en stoppen van strafschoppen. Vraag niet hoe het kan maar profiteer ervan.

Een nacht in het museum

Oopjen keek om zich heen. Het was erg druk in het museum. Tientallen mensen staarden haar aan.

0000 remnbrand 3

Minister Bussemakers had gelijk, dacht ze, toen deze bij de presentatie  van de schilderijen in het Rijksmuseum zei: “Het moet voor Marten en Oopjen even wennen zijn. Tot voor kort hingen ze altijd in intieme sferen bij particulieren en nu zijn ze publiek bezit. Zie ze daar eens naast de Nachtwacht.”

0000 remnbrand 1Marten Soolmans (21 jaar) en Oopjen Coppit (23 jaar en zwanger), in 1634 poserend voor de toen 28-jarige Rembrandt

Het was inderdaad even wennen, al die mensen. Dat kwam natuurlijk ook door de vele publiciteit rondom hun komst. Eén van de bezoekers had zelfs een courant, ‘De Volkskrant’, bij zich zag ze. Er stond een recensie over haar en Marten in. Oopjen las over de schouder van de man mee:

Ook voor de mannen op Van der Helst’s schuttersstuk is het wennen. Jarenlang bood hun plek in de eregalerij van het Rijksmuseum uitzicht op een groep collega-schutters, maar die zijn nu tijdelijk verdrongen door een getrouwd stel. Met gedraaide hoofden en opgetrokken wenkbrauwen slaan ze de in zwart gehulde nieuwkomers gade: Kijk, is dat niet Marten met z’n meisje….”.

Oopjen keek naar de schutters. Ze zag nog net hoe er eentje snel het hoofd afwendde […]

Tja, schilderijen met mensen er op die moeten “wennen”. Daar moet ik eerlijk gezegd ook even aan wennen. Maar serieus, wennen? Wennen?? Twee mogelijkheden: of de minister en de journalist denken dat ze kinderen toespreken of ze denken dat ‘A night in the Museum’ een documentaire was en geen speelfilm.

0000 trailer 1(Klik op de afbeelding om te zien wat er ’s nachts allemaal in een museum gebeurt.)

[…] De volgende ochtend, zes uur ’s morgens. Marten stond weer in zijn lijst. Terwijl Oopjen samen met het melkmeisje van Vermeer gezellig op een bankje had zitten keuvelen, had kapitein Frans Banninck Cocq van de Nachtwacht hem ’s nachts de rest van het museum laten zien. Hoogst interessant vond Marten. Hij knikte nog even naar Frans die zijn plaats in de Nachtwacht weer had ingenomen. Ook de mannen van Van der Helst’s schuttersstuk stonden weer op hun plek. Marten keek naar Oopjen. Opeens schrok hij. “Oopjen, je staat verkeerd om!’ riep hij. In de verte klonken voetstappen van de eerste suppoosten. Net op tijd draaide Oopjen zich om.

0000 remnbrand 4Sorry, ik moet nog even aan dit alles wennen “ fluisterde Oopjen.

Martin Harryson

In de Volkskrant van vandaag zag ik de volgende ingezonden brief staan van iemand uit Beverwijk:

“IJslands voetbalwonder

In zijn artikel ‘Voetbalwonder IJsland’ schrijft Bart Jungmann: ‘De opstelling leest als een saai gedicht, elf maal eindigend op de klank son.’ (Sport, 29 juni) Daar is een eenvoudige verklaring voor, want de achternaam van een IJslandse man bestaat uit de voornaam van zijn vader met de toevoeging son.

Dus de vader van Kolbein Sigthorsson heeft als voornaam Sigthor en de eventuele zoon van de voetballer zal de achternaam Kolbeinsson dragen. Zijn dochter krijgt als achternaam Kolbeinsdóttir.

Ook de opmerking die vaak gemaakt wordt dat de spelers Ragnar en Gylfi Sigurdsson geen familie zijn is niet zo zinvol, omdat er in IJsland geen familienamen bestaan.”

Goh interessant, dat wist ik niet. Maar klopt het wel helemaal? In mijn boek ‘De Oranje Rapporten’ uit 2004 heb ik toentertijd een stukje geschreven over vaders en zonen in het Nederlands Elftal. Daarin stipte ik ook even kort de wedstrijd Estland-IJsland, d.d. 24 april 1996, uitslag 0-3 aan. Het bijzondere aan die wedstrijd was dat in de 62e minuut bij IJsland de 34-jarige Arnór Gudjohnsen werd vervangen door zijn 16-jarige zoon Eidur Gudjohnsen.

Niet alleen hadden deze IJslandse vader en zoon dezelfde achternaam maar deze eindigde ook nog eens niet op ‘son’ maar op ‘sen’. Hoe kan dat als er in IJsland geen familienamen zijn? Gelukkig gaf een bezoekje aan de Wikipedia hier helderheid over. Het blijkt iets ingewikkelder te zijn dan dat de briefschrijver suggereert. Ik citeer hier maar even grote delen uit het stuk van de Wikipedia

IJslandse namen

IJslandse namen zijn patroniemen waarbij de naam van de vader (soms de moeder) van een persoon wordt verbogen in de genitief en gevolgd wordt door son (zoon) of dóttir (dochter). Het zijn dus geen echte familienamen of (post-Napoleonistische) achternamen.

Bijvoorbeeld: als in IJsland een man die Jón Einarsson heet een zoon Ólafur heeft, dan krijgt Ólafur niet “Einarsson” achter zijn naam, net als zijn vader, maar Jónsson — wat letterlijk “zoon van Jón” betekent (vergelijk het Nederlandse: Janszoon/Janssen). Hetzelfde geldt voor vrouwen: een dochter van Jón, bijvoorbeeld Sigríður, zal achter haar naam het achtervoegsel Jónsdóttir krijgen, “Jónsdochter”.  […]

Lijsten met namen, zoals het telefoonboek, zijn derhalve op “voornaam” gerangschikt. Een voorbeeld van dit gebruik is Björk. Björk wordt vaak ten onrechte gezien als een artiestennaam, zoals Sting. Maar Björk Guðmundsdóttir (haar volledige naam) wordt door iedere IJslander als Björk aangesproken, zowel formeel als vriendschappelijk.

Alle IJslanders spreken elkaar met þú (jij) aan. Een uitzondering wordt alleen gemaakt voor God en voor de president van IJsland. Hun aanspreektitel is þér (u).

 Als de vader onbekend was, of indien de vader recent na de geboorte van het kind was komen te overlijden, dan wordt de naam van de moeder gebruikt voor het samenstellen van de naam van het kind. Sinds enige tijd is dit ook mogelijk zonder dat deze gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Zowel de moeder alleen als beide ouders samen mogen dit beslissen. Een dergelijke toevoeging aan de naam heet een metroniem.

Toch komen familienamen wel voor in IJsland en deze zijn volwaardige achternamen. Tussen 1913 en 1925 bestond er een wettelijke mogelijkheid om een familienaam aan te nemen. Wie daar gebruik van maakte, mag zijn naam houden; hun afstammelingen erven hem. Het bekendste voorbeeld daarvan is voetballer Eidur Guðjohnsen. Hij erfde deze familienaam van zijn vader Arnór Guðjohnsen, een oud-voetballer. Alle IJslanders bezitten een patroniem, maar velen met een familienaam gebruiken die niet. Doet men dat wel, dan is de volgorde: voornaam, familienaam, patroniem. Bijvoorbeeld: Ragnheiður, de dochter van Magnús Blöndal, heet dus voluit Ragnheiður Blöndal (Magnúsdóttir).”

Ik weet niet of alles juist is wat hier in de Wikipedia staat, maar dat de briefschrijver zich vergist lijkt me wel duidelijk. Sommige IJslanders hebben wel degelijk een familienaam. De opmerking dat Ragnar en Gylfi Sigurdsson geen familie zijn is dus wel zinvol. Maar dat de achternaam van veel IJslandse spelers op ‘son’ eindigt, is inderdaad niet zo verrassend en ook nog eens behoorlijk verwarrend voor de tegenstander “Dek jij die Son?” Geen wonder dat ze van Engeland hebben gewonnen.

Het lijkt me overigens lastig om in IJsland een stamboomonderzoek te doen, sprak Martin Harryson (althans zo had ik geheten als ik IJslander was).

 

Foute vliegtuigen

Gisterenavond was er op Net5 de film ‘Troy’ uit 2004 te zien met onder andere Brad Pitt en Orlando Bloom. Ten aanzien van deze film moet ik nog iets rechtzetten. In 2005 schreef ik voor de Volkskrant de wekelijkse rubriek ‘Het Nutteloze Kennisparadijs. In de aflevering ‘De regisseur lette even niet op’ van 3 april 2005 – de aflevering ging over fouten in films – kwam ook ‘Troy’ even ter sprake. Ik schreef toen:

“Soms gebeurt het per ongeluk. In de film ‘Troy’ is voor de oplettende kijker bij één van de scènes heel even, in een hoekje van het beeld, een verkeersvliegtuig te zien dat hoog over vliegt. Geen wonder dat de Trojanen schrokken en het paard naar binnen haalden”

Dit was gebaseerd op een afbeelding die toen op het internet circuleerde. Pas tien jaar later las ik dat het vliegtuig in de afbeelding was gefotoshopt. Het was een inzending voor een of andere wedstrijd. De afbeelding ging daarna een eigen leven op internet leiden. In werkelijkheid was er in de film dus geen vliegtuig in de betreffende scene te zien. Dat was geen foutje van de regisseur maar van mij dus. Bij deze alsnog rechtgezet. (Niet dat er geen fouten in Troy zitten. De site ‘Moviemistakes.com’ telt er liefst 223.)

Voor wat betreft de overige voorbeelden over filmfouten in mijn column, die kloppen voor zover ik weet nog wel: Zie hier de hele column:

De regisseur lette even niet op

De film ‘The Sound of Music’ uit 1965 is gebaseerd op de levensgeschiedenis van de familie Von Trapp. De film eindigt met de scène waarin de hoofdpersonen, de kapitein, Maria en de zeven kinderen van de kapitein uit zijn eerste huwelijk, lopend over een berg, Oostenrijk ontvluchten voor de Duitsers.

Dat een film ‘based on a true story’ is, wil nog niet zeggen dat elke scène exact de werkelijkheid weergeeft. Op het moment van hun vlucht hadden de kapitein en Maria (in het echt heette zij Gustl) namelijk samen ook nog twee kinderen en was zij zwanger van haar derde. Dit gegeven paste echter niet in het verhaal en deze kinderen komen in de film niet voor.

Onjuistheden in films die gebaseerd zijn op waar gebeurde verhalen of een historische gebeurtenis komen vaker voor. Soms gebeurt het per ongeluk. In de film ‘Troy’ is voor de oplettende kijker bij één van de scènes heel even, in een hoekje van het beeld, een verkeersvliegtuig te zien dat hoog over vliegt. Geen wonder dat de Trojanen schrokken en het paard naar binnen haalden.

Soms gebeurt het uit slordigheid. Zowel in ‘Ben Hur’ als in de ‘Tien Geboden’ komt de klassieke fout voor dat één van de acteurs een horloge draagt. In de film ‘Gladiator’ zijn per ongeluk in een paardenstalscène de benen te zien van een filmmedewerker. Dat zou niet zo erg zijn ware het niet hij een spijkerbroek draagt.

In de film ’Alexander’ uit 2004 liet regisseur Oliver Stone de destijds 77-jarige Christopher Plummer – de kapitein uit ‘The Sound of Music’ – de rol van Aristoteles spelen. Hele generaties scholieren zullen nu in hun op deze film gebaseerde werkstukken schrijven dat Alexander de Grote werd bijgestaan door de wijze oude Aristoteles. Wijs was hij wel maar niet oud. In werkelijkheid was Aristoteles veertig toen hij zich met de opvoeding van Alexander ging bemoeien.

Soms ontstaan filmfouten doordat de scènes niet in dezelfde volgorde worden opgenomen als waarin ze in de film te zien zijn. Zo komt er in de film ‘Spider-Man’ een scène voor waarin de held twee schurken door een raam gooit, vervolgens het gevecht aan gaat met nog twee schurken en als ook dat gewonnen is, komt het raam weer eventjes in beeld. Helemaal heel.

Ook vergist de scenarioschrijver zich wel eens in de datum van een bepaalde gebeurtenis. De film ‘Titanic’ (over de scheepsramp uit 1912) zit vol met dat soort foutjes. Zo dreigt hoofdpersoon Rose (Kate Winslet) in het begin van de film in het water te springen. Om haar te kalmeren vertelt de andere hoofdpersoon Jack (Leonardo DiCaprio) over het koude water van Lake Wissota. Dat is opmerkelijk want het meer ontstond pas in 1918 dankzij een stuwdam in de Chippewa River.

Verderop in de film vertelt Rose over theorieën, die Sigmund Freud pas in 1920 zou publiceren en worden er in de film filtersigaretten gerookt. Die bestonden in 1912 nog niet. Het digitale horloge dat een van de passagiers in de reddingsboten draagt evenmin. Aan het einde van de film ziet Rose het verlichte Vrijheidsbeeld, met een goudkleurige fakkel. Het Vrijheidsbeeld was in 1912 niet verlicht en de fakkel was toen grijs. Pas in 1986 werd de vlam goudkleurig geschilderd.

Nog even over de slotscène van de Sound of Music, in de film loopt de familie Von Trapp over de bergen bij Salzburg om zo de Duitsers te ontvluchten. Dat zou niet verstandig geweest zijn. De enige begaanbare bergpas vanuit Salzburg komt namelijk in Duitsland uit. In werkelijkheid nam het gezin dan ook de trein naar Italië.

Tot zover mijn column uit 2005

Miss Tennesee en de groenteboer

Toen ik gisteren in het fotoarchief van het Nationaal Archief zocht naar oude foto’s van de TT van Assen (zie deze blogpost), kwam ik toevallig een foto tegen van Kay Hunter, die in augustus 1958 in Tennessee, USA een missverkiezing won. Opeens zag ik mij weer als vijfjarig jongetje met een mandje bosbessen staan in een groentewinkel in Apeldoorn in 1960. Toch wonderlijk hoe het geheugen na het zien van een foto een jeugdherinnering van 56 jaar oud oproept. Nu snap ik dat u niet direct de relatie ziet tussen miss Tennessee 1958 en een groentewinkel in Apeldoorn maar het zit zo.

Vlak na mijn geboorte hoorde de dokter bij mij een ruisje. Ik bleek een aangeboren hartafwijking te hebben. Een van mijn hartkleppen was wat te groot voor mijn kleine hartje en sloot daardoor niet goed. Bij een niet goed werkende hartklep kan er in de loop der tijd schade aan het hart ontstaan doordat het hart harder moet pompen. Nu is er aan hard werken nog nooit iemand dood gegaan maar aan te hard werken door het hart wel. Daarom moest ik toen ik vier jaar oud was een open hartoperatie ondergaan om de hartklep te repareren. Dat geschiedde in het Sint Antonius Ziekenhuis in Utrecht.

000 ziekenhuis

Het Sint Antoniusgasthuis bij de bouw in 1910; in 1983 is het ziekenhuis verhuisd naar Nieuwegein

In eerste instantie leek de operatie goed verlopen te zijn, maar twee dagen later – op een zondagavond – werden mijn ouders thuis opgebeld met de vraag of ze toestemming gaven om kleine Martin met spoed nog een keer te opereren, dit omdat de wond ontstoken was. Mijn moeder vroeg wat er gebeurde als ik niet opnieuw werd geopereerd. ‘Dan gaat hij dood’ was het nuchtere antwoord en uit het feit dat u nu deze blogpost zit te lezen mag u terecht constateren dat mijn ouders toestemming gaven voor deze tweede operatie. Dit keer ging wel alles goed (ik kan nu volgens de dokter met mijn hart 120 jaar oud worden; ik ben dus halverwege.)

Wel moest ik liefst twee maanden in het ziekenhuis blijven om verder te genezen. De zusters van de kinderafdeling vonden mij een 3-L kind: Lief, Leuk en Lastig. ‘Ondernemend’ noemde mijn moeder dat laatste liever. Zo stapte ik een keer toen ik met een zuster van de kinderafdeling terugkwam van het maken van röntgenfoto’s in tegenstelling tot de zuster niet uit de lift. Voordat zij door had dat ik was blijven staan, was de lift al weg. Toen de lift even later terug keerde, bleek ik er niet meer in te staan. Terwijl ik nieuwsgierig het ziekenhuis verkende, werd er een grote zoektocht naar het vermiste hartpatiëntje georganiseerd. Pas na ruim een half uur – het halve ziekenhuis was naar mij op zoek – werd ik aangetroffen op een kamer waar ik gezellig zat te keuvelen met een oude dame die dacht dat ik één van haar kleinkinderen was die op bezoek kwam.

Na twee maanden mocht ik naar huis. Bij het afscheid had mijn ‘vaste’ kinderzuster volgens mijn moeder tranen in haar ogen, maar of dat van vreugde of verdriet was wist mijn moeder niet. Thuis gekomen mocht ik van de dokter nog niet veel doen. De eerste paar maanden moest ik vooral thuis rusten. Zo mocht ik nog niet terug naar de kleuterschool en mocht ik ook geen “zware” lichamelijke inspanningen doen. Mijn ouders hadden daarom bijvoorbeeld mijn fietsje op de vliering van de garage gelegd, maar al snel had ik door dat de buurjongetjes hun fietsjes bij hun in de tuin lieten slingeren. Die ‘leende’ ik dan en fietste er vervolgens mee door de buurt totdat een oplettende buurvrouw mij bij de kraag greep en mij terugbracht naar huis. Mijn moeder, die ook nog eens net bevallen was van mijn zusje, vond me opeens niet meer ‘ondernemend’ maar ‘lastig’.

Mijn ouders besloten daarom om tijdelijk een hulp in de huishouding in te huren. Het was een jong meisje uit de wijk naast ons die mijn moeder hielp met wat huishoudelijke karweitjes en die verder als een soort oppas voor mij fungeerde. In het kader daarvan nam zij mij regelmatig achterop haar fiets mee voor een fietstochtje door de buurt. Nu woonden wij aan de Jachtlaan in Apeldoorn, vlakbij het paleis Het Loo, waar de oude koningin Wilhelmina haar laatste levensjaren sleet, dus het was logisch dat wij wel eens langs het paleis fietsten. Maar op de een of andere wijze kwamen we toch vaker bij het paleis uit dan dat je op grond van de statistieken mocht verwachten. Dat haar vriend hier paleiswacht was, zal er ongetwijfeld een rol bij hebben gespeeld.

00 het looPaleis het Loo met een paleiswacht in een hokje (foto Ron Kroon / Anefo – Nationaal Archief)

Nu zou het natuurlijk voor het verhaal leuk zijn om te kunnen schrijven dat op een dag toen zij en haar vriend samen in het hokje stonden te “keuvelen”, er een oude vrouw – lees prinses Wilhelmina – uit het paleis kwam lopen die vervolgens zou vragen wat ze daar in het hokje aan het doen waren, maar aan zo’n gebeurtenis heb ik helaas absoluut geen herinnering en is dus hoogst waarschijnlijk ook niet gebeurd.

Maar waar ik wel een herinnering aan heb en wat dus wel is gebeurd, is die keer dat wij in de bossen rondom paleis Het Loo samen met twee buurjongetjes van onze huishoudhulp bosbessen gingen plukken. Bij haar in de wijk zat een groenteboer die voor een vol mandje bosbessen twee kwartjes gaf. Nadat we allemaal een mandje vol hadden geplukt, en zij afscheid had genomen van haar paleiswacht, liepen we naar de groenteboer in haar wijk.

Eerst waren haar twee buurjongetjes aan de beurt. De groenteboer keek even in hun mandjes of het wel goede bessen waren en of onder de bovenste laag bessen niet een lading bladeren was verstopt. Daarna gaf hij ze elk twee kwartjes. Toen was ik aan de beurt. Ik zette mijn mandje op de toonbank, keek de groenteboer hoopvol aan en hield mijn hand al vast op. De groenteboer keek naar mij en zei toen: “Van jou koop ik geen bessen”.

Pardon?” zei mijn oppasjuffrouw. “Hij is niet van deze wijk. Hij moet zijn bessen maar in zijn eigen wijk verkopen.” sprak de groenteboer “Doe niet zo raar man. Dat kind is vijf. Hij hoort bij mij.” zei onze hulp op kwade toon.

De groenteboer viel niet te vermurwen. Hij bleef weigeren om mijn bosbessen te kopen. Ik moest maar naar mijn eigen wijk gaan. Toen we weer buiten stonden, ik met mijn mandje bosbessen nog steeds in mijn hand  – het huilen stond mij nader dan het lachten – pakte onze hulp haar portemonnee en haalde daar twee kwartjes uit. “Ik koop ze wel hoor” zei ze en ze gaf mij het geld.

Het gekke is dat ik absoluut niet meer weet hoe ze heette en zelfs ook niet meer weet hoe ze er uit zag, maar dat ze mijn bosbessen kocht, weet ik 56 jaar later nog steeds. Wonderlijk hoe het geheugen werkt. Ok, zult u misschien zeggen, en wat heeft miss Tennessee nu met dit verhaal te maken? Dat komt omdat miss Tennessee in 1958 Miss Bosbes, Tennessee was.

0000 bosbes

“Miss Bosbes”. De zojuist verkozen Kay Hunter poseert met een emmer bosbessen. Tennessee, 7 augustus 1958; aldus het onderschrift op de site van het Nationaal Archief bij deze foto.

 

De TT van Assen

Afgelopen zondag was de TT (dat staat voor ‘Tourist Trophy’; wist u dat?) van Assen op tv. In de stortregen reden de coureurs hun rondjes totdat de wedstrijd vanwege de hevige regenval werd gestaakt. Motorsport heeft mij nooit zo geboeid. Mijn vader vond het wel leuk om te zien. Toen mijn ouders begin jaren vijftig in Beilen in Drenthe woonden – mijn vader was daar leraar op een middelbare school –  ging hij elk jaar naar de TT kijken. Mijn moeder is één keer mee geweest. Ze kreeg van mijn vader een blaadje en een pen in haar handen gedrukt en als de coureurs voorbij reden, dan riep hij de nummers op en moest mijn moeder deze op schrijven.

000 tt 1“5, 21, 17, 46” brulde mijn vader en mijn moeder schreef braaf de nummers op. (foto genomen tijden de TT van Assen in 1953; Fotograaf Henk Blansjaar)

Het duurde vervolgens een tijdje voordat de coureurs weer langs kwamen, want in die tijd was het TT-circuit nog 16,5 km lang. Een rondje later was vaak de volgorde weer anders.

000 tt 2“3 ligt nu voorop; nee, nummer 4. Heb je dat?” riep mijn vader en mijn moeder noteerde weer ijverig de cijfers. (Fotograaf Joop van Bilsen)

Door vervolgens de nummers te vergelijken, kon mijn vader het verloop van de race een beetje volgen. Mijn moeder vond er niks aan. “Dat was eens maar nooit weer” zo vertelde ze later. “Ik heb haast niks van de race gezien. Terwijl je vader stond te kijken, was ik de hele tijd bezig met het opschrijven van nummers. Dat mocht hij het jaar er op mooi zelf doen. Ik ben nooit meer mee geweest.

Zelf ben ik nooit naar een TT wezen kijken. Dat kwam mede omdat tegen de tijd dat ik geboren werd, mijn ouders niet meer in Beilen woonden, maar naar Apeldoorn waren verhuisd waar mijn vader een baan had gekregen als leraar op een ULO-school.

Wel gingen mijn vriendjes en ik, toen we een jaar of 12, 13 waren, en we inmiddels in Diepenveen woonden, na afloop van de TT wel eens op de grens van Deventer en Diepenveen naar de Raalterweg toe. Daar zagen we dan honderden motorrijders voorbij sjezen, die de TT in Assen hadden bekeken en nu op weg naar huis waren richting het zuiden van het land. Er zaten er elk jaar wel een aantal tussen die dachten dat ze ook motorcoureur waren en daarom stonden niet alleen wij langs de kant van de weg te kijken, maar ook vaak de politie van Deventer om ze op de bon te kunnen slingeren.

Nog veel later hadden we op kantoor in Den Haag op mijn afdeling een groot motorsportliefhebber zitten, die niet alleen elk jaar naar de TT en andere wedstrijden in Assen ging kijken, maar die er ook baancommissaris was. Hij stond dan in zijn vaste bocht met allerlei vlaggen te zwaaien om coureurs te waarschuwen voor gladheid en andere mogelijke gevaren. En viel er ondanks – of misschien wel dankzij – zijn afleidende vlaggengezwaai toch een coureur van de motor af, dan moest hij deze en zijn motor zo snel mogelijk op rapen. Maar meestal had hij niet zo veel te doen. Zijn bocht was blijkbaar niet zo’n gevaarlijke bocht. Toch gebeurde het een keer dat hij op een maandagmorgen naar kantoor belde om te zeggen dat hij een paar dagen niet naar kantoor zou komen Hij was tijdens zijn werk als baancommissaris gewond geraakt. We vreesden het ergste. Wellicht was hij geraakt door een motor van een coureur die onderuit was gegaan of zoiets.

Er bleek later echter iets heel anders gebeurd te zijn. Tijdens de training had hij in het warme zonnetje op een stoeltje in zijn bocht gezeten. Op een gegeven moment was hij daar in slaap gesukkeld. Niet alleen was dat niet de juiste werkhouding voor een baancommissaris, maar het bleek ook nog eens gevaarlijk te zijn, want na een tijdje was hij al slapende voorover van zijn stoel af gevallen en met zijn gezicht op de vangrails beland. Hij had hierbij niet alleen een zodanige diepe snee in zijn neus opgelopen dat hij naar het ziekenhuis moest om deze te laten hechten, maar hij moest ook een paar dagen thuis blijven om de wond rust te geven. Zo zie je maar weer, motorsport is een gevaarlijke sport.

Maar terug naar afgelopen zondag: nadat het was opgehouden met regenen, werd de TT weer hervat. De NOS zond de rest van de race echter niet verder op tv uit maar alleen nog maar op internet. Op tv maakte de TT plaats voor de kraker Zwitserland – Polen, een achtste finale wedstrijd op het EK. Het grootste gedeelte van deze voetbalwedstrijd heb ik overigens gemist. De wedstrijd was zo saai dat ik op de bank in slaap viel. Gelukkig viel ik er niet van af.

 

 

My WordPress Blog