1868, het jaar van de allereerste wielerwedstrijden
Het jaar 1868 is een historisch jaar. Het is niet alleen het jaar dat de Belgische frietbakster Madame Fritz in de ‘Bredasche Courant’ aankondigt dat zij op de Bredase kermis patat frites zal verkopen – het is voor zover bekend de eerste keer dat er in Nederland patat frites wordt verkocht – en het is het jaar dat het eerste stoplicht ter wereld wordt geplaatst – in Londen bij de parlementsgebouwen (een gaslamp met een rood en een groen venster), maar tevens is 1868 het jaar dat de allereerste wielerwedstrijden ter wereld worden gereden, zowel bij de mannen als bij de vrouwen, om precies te zijn op 31 mei bij de mannen en op 1 november bij de vrouwen.
Er doen verhalen de ronde dat er al eerder in Frankrijk wielerwedstrijden zijn georganiseerd, maar daar zijn geen uitgebreide verslagen van. Zo is er een klein artikeltje in de ‘Petit Journal’ uit februari 1868 dat verwijst naar een vélocipèdes race die op 3 februari 1868 op de Cours-la-Reine in Parijs zou zijn gehouden en die gadegeslagen zou zijn door een groot aantal nieuwsgierigen. Maar het enige dat de ‘Petit Journal’ over deze wedstrijd schrijft, is dat “De Franse renner zegevierde over zijn Belgische tegenstander”. Dat is iets te ‘petit’ om deze wedstrijd als de eerste wielerwedstrijd te beschouwen.
Ook in Nederland, in het bijzonder in Friesland, zouden al voor 31 mei 1868 wielerwedstrijden zijn gehouden, maar ook daar zijn geen verslagen van. Daarom gaan de meeste onderzoekers er van uit dat de allereerste officiële wielerwedstrijd is gehouden op 31 mei 1868 in Parijs.
De allereerste wielerwedstrijd bij de mannen
Op zondag 31 mei 1868 is het in de Parijse buitenwijk Saint-Cloud een feestdag ter ere van keizer Napoleon III. Het gemeentebestuur heeft in het Parc de Saint-Cloud allerlei festiviteiten georganiseerd. ’s Avonds is er een fakkeloptocht, een nachtbal en een vuurwerkshow, ’s middags is er een muzikaal optreden van het muziekkorps van het regiment ‘Voltigeurs de la Garde’ en als primeur ook een wielerwedstrijd met het nieuwe steeds populairder wordende vervoersmiddel de vélocipèdes.
Tekening van een vélocipèdes op een Amerikaanse patentaanvraag van Pierre Lallement (US Patent No. 59.915) uit 1866.
Het gemeentebestuur heeft voor de wedstrijd prijzen beschikbaar gesteld in de vorm van medailles. Op de voorzijde staat de beeltenis van keizer Napoleon III en op de achterkant een inscriptie met de vermelding van de race en de tekst “Ville de Saint-Cloud, 1st velocipede races, 31 mei 1868“. Ook zal na afloop de naam van de winnaar er in gegrafeerd worden. In het park is er een parcours uitgezet over een soort gravelpad dat loopt van de fontein midden in het park naar de toegangspoort van het park en dan weer terug, bij elkaar een afstand van ongeveer 1.200 meter. Er worden die dag drie races gehouden, één voor wielrijders met een vélocipèdes met een wieldoorsnede kleiner dan een meter, één voor wielrenners met vélocipèdes met een wieldoorsnede van een meter en tot slot het grote klapstuk: de Grand Race. Ook wordt tussendoor ter vermaak van het publiek een surplace-wedstrijd gehouden.
Het Franse weekblad “L’Illustration” van 6 juni 1868 doet verslag van de wedstrijden en laat dit vergezeld gaan van de volgende tekening (gemaakt door een zekere Hippolyte Pauquet). Er staan zeven wielrenners op afgebeeld. Het moet daarom een afbeelding zijn van de eerste race, die voor wielrijders met een vélocipèdes met een wieldoorsnede kleiner dan een meter. Dat is de enige race die zeven deelnemers telde, alle andere wedstrijden die dag hadden zes of minder deelnemers.
Een andere krant, ‘Le Petit-Journal’ van 2 juni 1868, schrijft het volgende over de vier wedstrijden die op deze dag plaatsvinden:
“De races hebben plaatsgevonden in de volgende volgorde:
- Vélocipèdes kleiner dan een meter (zilveren medaille): Mr. Ch. Bon, in 2 minuten 40.
- Vélocipèdes van 1 meter (vergulde medaille); vijf rijders. De heer James Moore, 1e, in 2 minuten 35.
- Slow Race (50 meter over de baan); zes deelnemers. Deze race was erg amusant; De renners deden hun best om niet te snel te gaan, zonder te stoppen; hun tegengestelde bewegingen deden hen vallen, behalve de heer J. Darenty, student van het Grand Gymnasium, die de prijs won.
- GRAND RACE (gouden medaille). Drie rijders. Meneer Polinini, 1e in 2 minuten 33 seconden.”
Vaak wordt de Engelsman James Moore – hij verhuisde als vierjarige met zijn ouders naar Parijs – als de winnaar van de allereerste wielerwedstijd ter wereld aangemerkt, maar dat is dus niet juist. Niet alleen was zijn wedstrijd de tweede wedstrijd van die dag, maar de eerste drie wedstijden vormden min of meer het voorprogramma voor de belangrijkste race van de dag: de Grand Race, welke werd gewonnen door ene Polocini – zijn naam werd door de krant foutief gespeld als Polinini. Polocini krijgt een gouden medaille, Moore alleen een vergulde medaille.
Beschouw je echter de eerst gereden wedstrijd van die dag, de wedstrijd voor ‘Vélocipèdes kleiner dan een meter’, als de eerste wielerwedstrijd ooit gereden, dan is ‘Mr. Ch. Bon’ (Edward-Charles Bon) de allereerste winnaar van een wielerwedstrijd. In beide gevallen is het dus niet James Moore. Dat hij toch wordt genoemd als de allereerste winnaar komt wellicht doordat hij een jaar later de allereerste grote wegwedstrijd Parijs – Rouen over een afstand van 123 km won.
De allereerste wielerwedstrijd bij de vrouwen
Aan de wedstijden in Saint Cloud doen geen vrouwen mee. Dat is vijf maanden later wel het geval bij wielerwedstrijden in Bordeaux. Op 1 november 1868 worden daar in het ‘parc Bordelais’ onder grote publieke belangstelling (zo’n 3.000 toeschouwers) vijf wielerwedstrijden verreden, vier bij de mannen en één wedstrijd speciaal voor vrouwen. De mannenwedstrijden raken al snel in de vergetelheid. Alleen lokale kranten schrijven er over, maar dat geldt niet voor de wedstrijd voor de vrouwen. Die wordt wereldnieuws.
Zo plaatst het Parijse weekblad ’Le Monde Illustré’ (oplage 35.000 stuks) op 21 november een door een zekere ‘M. A. Sainte-Marie Pricot, fietster,’ ingezonden verslag van de wedstrijd.
“Ik heb de eer u een klein verslag van de damesrace te sturen, en ook een schets van hun aankomst bij de finish, in de hoop dat u zo vriendelijk zult zijn om het in uw volgende nummer te publiceren”
Dat doet het weekblad. Niet alleen wordt in het stuk de race beschreven, maar ook de kleding van de dames.
“Vier dames of jonge dames namen deel aan de wedstrijd. De kleding liet aan niets te wensen over. Twee gekleed als hugenotenpages, de een als een fantasievolle musketier, en de andere, de overwinnares, in een lijfje en rode rok die erg gênant is voor dit soort oefeningen, haar hoofd versierd met een muts met een gouden kwast die over haar schouders valt.
Over de wedstrijd zelf wordt geschreven:
De snelheidsdamesrace kende drie prijzen: 1e prijs, een gouden horloge; 2e prijs, een gouden medaille; 3e prijs, een zilveren medaille. Vier rensters voltooiden de race: de juffrouwen Louise, Julie, Louisa en Amélie. Bij het signaal voor vertrek gingen ze allemaal behendig op pad, maar juffrouw Louise nam vrijwel onmiddellijk een voorsprong, die ze lange tijd behield. Ze werd op vijftig meter van de finish ingehaald door juffrouw Julie, die vervolgens naast haar kwam te rijden en door een bovenmenselijke inspanning de race won met een 1/2 pedaal. Derde werd juffrouw Louisa; vierde, juffrouw Amélie.’
(Sommige bronnen laten de wedstrijd in Bordeaux gaan tussen de drie zussen Amélie, Finette en Rosita (achternamen onbekend). De zussen hebben inderdaad een keer met zijn drieën mee gedaan aan een officiële wielerwedstrijd, maar dat was een half jaar later bij een wedstrijd op 16 mei 1869 in Lyon. Onbekend is of de Amélie van de wedstrijd uit Bordeaux dezelfde Amélie is als van de wedstrijd uit Lyon)
’Le Monde Illustré’ plaatste bij het verslag van de wedstrijd uit Bordeaux de volgende overdwars geplaatste paginagrote afbeelding.
Ook in Amerika haalt deze eerste wielerwedstrijd voor vrouwen het nieuws. Zo plaatst het Amerikaanse weekblad ‘Harper’s Weekly, A Journal of Civilization’, ruim een maand later het verslag van de wedstrijd (die ze ten onrechte in Parijs situeerden}. De bijgevoegde tekening, gepubliceerd in hun editie van 18 december 1868, hadden ze gebaseerd op die uit ’Le Monde Illustré’. Wel heeft Harper’s Weekly er een aantal wijzigingen in aangebracht. De belangrijkste is dat de blote benen van de dames delicaat zijn bedekt. Amerika is wat preutser dan Frankrijk.
Ook in Australië wordt over de wedstrijd voor vrouwen geschreven. ‘The Illustrated Sydney News’ moet volgens een artikel van 28 december 1868 echter helemaal niks van fietsen en wielrennen hebben.
“VELOCIPEDOMANIA is de heersende ziekte in de mondaine Parijse wereld. Elke burger die de mode volgt, heeft een Vélocipède en rijdt erop. Sterker nog, deze manier van voortbewegen dreigt de paardensport in de schaduw te stellen. Er is een wielerclub gevormd die al 60 leden telt. […] Natuurlijk zal dit Franse idee binnenkort worden overgenomen door onze eigen snelle metropole wereld en zullen we schone dames en homoseksuele mannen op vélocipèdes zien rijden langs de gladde opritten van het Park en andere openbare gronden.”
De vermelding van ‘schone dames en homoseksuele mannen’ – “fair ladies and gay men” – kunnen we op zijn zachts gezegd opmerkelijk noemen.
Niet alleen de Australiërs zijn bevreesd dat de wielrennerij de paardensport zal verdringen. Dat geldt ook voor de Engelsen. Zo schildert de bekende Engelse paardensportschilder Samuel Henry Alken in 1869 ‘A Race between Lallement Velocipedes’, waarmee hij spottend probeert aan te geven dat een wielerwedstrijd nooit goed zal aflopen.
Het zal zijn enige schilderij blijven waarop wielrenners zijn afgebeeld. De tegengeluiden helpen niet. Wielrennen wordt al snel een populaire sport. Er komen zelfs wedstrijden waarin mannen en vrouwen tegelijk van start mogen gaan, zoals de eerder vermelde wedstrijd Parijs – Rouen van 7 november 1869. In het reglement van die wedstrijd staat dat zowel mannen als vrouwen zich kunnen inschrijven. (Het reglement van de wedstrijd kent overigens een paar opvallende bepalingen. Zo mag men zich niet laten voortrekken door een hond en ook is het gebruik van een zeil om van de wind te profiteren niet toegestaan.)
Onder de 203 officiële inschrijvers bevinden zich zes vrouwen, die zich allen inschrijven onder een pseudoniem of alleen met hun voornaam. Eén van hen, een vrouw die zich heeft ingeschreven onder de naam ‘Miss America’, behoort tot de slechts 32 van de 203 deelnemers die de race voltooien. Ze eindigde als 29e, op twaalf uur van winnaar James Moore. In een verslag van de wedstrijd lezen we over deze nummer 29:
“29: Miss America, vertrokken om 07 uur 30 ‘s morgens, aangekomen om 06 uur 20 de volgende morgen. Deze dappere dame is gestopt te Mantes-la-Ville, Vernon, en Gaillon. Om 23 uur ’s avonds was zij te Pont de l’Arche, waar zij rust nam tot 04 uur 30 om te eindigen te Rouen in gezelschap van de twee galante compagnons nr. 30 en nr. 31: Turner en Taboureau.”
Dat die galante Turner tegelijk met haar finisht, is niet zo verrassend. In werkelijkheid heet ‘Miss America’ namelijk Elisabeth Turner-Sarti. Ze is de echtgenote van de Engelse wielrenner Rowley Turner. Dat deze Française afkomstig uit Lyon onder een schuilnaam rijdt, heeft te maken met het feit dat het in Engeland in die jaren ‘not done’ is voor vrouwen om te wielrennen. En niet alleen is het ‘not done’, je zou er ook onvruchtbaar van worden. Dat laatste blijkt niet juist te zijn. Binnen drie jaar – ze zijn na het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog in 1870 naar Engeland verhuisd – krijgen Rowley Turner en ‘Miss America’ twee kinderen. Wel stopt ze met wielrennen, maar ze zou vele navolgsters krijgen.
Terug naar het overzicht van het museum van opmerkelijke mensen.




