Overzicht

Inleiding

Voor de inleiding op deze serie portretten: zie hier de uitgebreide inleiding op de hoofdpagina

Overzicht

De volgende portretten zijn inmiddels geschreven:

Hieronder staat voor de reeds geschreven portretten kort aangegeven waarom de betreffende persoon is opgenomen in deze reeks. Door op de (groene) naam van de persoon te klikken kom je telkens op een subpagina waar een uitgebreid portret staat geschetst van de betreffende persoon.

1. NN; onbekend persoon; leefde ca. 20.000 jaar voor Christus, kerfde streepjes in de zogenaamde Ishango-beentjes

De in 2014 overleden Hugo Brandt Corstius zei ooit eens: “Eén ding zal de computer nooit kunnen: van de apen afstammen.” Dat had hij fout gezien. De allereerste ‘computer’ bestond namelijk uit twee bavianenbotjes, waar een onbekend gebleven persoon streepjes in kerfde, waardoor deze botten als telstokjes konden worden gebruikt. Deze zogenaamde Ishango beentjes staan te boek als het oudst bekende hulpmiddel van de mens om te kunnen rekenen.

3. Euclides van Alexandrië, leefde omstreeks 300 v. Chr.; beschreef het eerste algoritme.

Wie denkt dat de Bijbel het oudste boek ter wereld is dat nog telkens wordt ‘herdrukt’ heeft het mis. Hoogst waarschijnlijk zijn dat ‘de Ilias’ en ‘de Odyssee’, beide geschreven door Homerus. De ouderdom van deze boeken wordt op zo’n 2700 jaar geschat. Ook is er een meetkundeboek van zo’n 2300 jaar oud, getiteld ‘De Elementen’, geschreven door een zekere Euclides van Alexandrië, dat ook nog steeds wordt herdrukt. Wel is de Bijbel het boek dat in de westerse wereld het vaakst is herdrukt. Al zijn de duizend herdrukken van de Elementen ook niet niks.

Waarschijnlijk heeft u echter nog nooit van ‘De Elementen’ gehoord, maar wellicht kent u wel de uitdrukking ‘Quod erat demonstrandum’ (Q.E.D.) of wel ‘Wat te bewijzen was’(WTBW), waarmee vaak een bewijs van een wiskundige stelling wordt afgesloten. Deze zinsnede was voor het eerst te lezen – uiteraard niet in het Latijn maar in het oude Grieks – in de Elementen van Euclides. Dit is echter niet de reden dat Euclides is opgenomen in dit overzicht van mensen achter de computer. De reden daarvoor is een methode die hij in één van de delen van de Elementen beschrijft, namelijk de methode om de grootst gemene deler van twee getallen te vinden. De door hem beschreven systematiek kunnen we zien als het eerste beschreven voorbeeld van een algoritme, een reeks instructies die vanuit een gegeven begintoestand naar een beoogd doel leidt. Iets wat je in alle moderne softwareprogramma’s terugziet.

19. John Napier, 1550 – 1617; bedacht een rekensysteem met ivoren staafjes als hulpmiddel

Het is voor de mensheid maar goed dat niet alle berekeningen van de Schotse wiskundige John Napier klopten. Was dat wel het geval geweest, dan hadden we niet meer bestaan, want volgens berekeningen van Napier, gemaakt in 1593 en gebaseerd op theologische geschriften, zou de wereld in 1688 vergaan, en als het niet in dat jaar gebeurde dan zou de dag des oordeels in 1700 plaats vinden – het kan natuurlijk ook zijn dat zijn berekeningen wel klopten maar dat zijn uitgangspunten onjuist waren.

John Napier is in de wiskunde een beroemde naam. Hij geldt als de bedenker van de logaritme. In 1614 verscheen zijn boek ‘Mirifici Logarithmorum Canonis Descriptio’, waarin hij het concept van logaritmes beschreef. Dit is echter niet alleen de reden dat hij is opgenomen in het overzicht van de mensen achter de computer. Dat heeft hij mede te danken aan zijn zogenaamde ‘Napier’s Bones’ (in het Nederlands wel de ‘beenderen van Napier genoemd’). Dat waren ivoren staafjes met getallen er op, die men als hulpmiddel kon gebruiken bij het maken van vermenigvuldigen en delingen. Wie denkt dat dit hulpmiddel gebruik maakte van de logaritmes waarmee hij drie jaar eerder op de proppen kwam, heeft het mis. Het staat daar helemaal los van. Het was gebaseerd op een “idee” dat al in het oude India en Egypte bekend was.

Ten aanzien van Napier’s betekenis voor de wiskunde is er nog een puntje de moeite waard om hier te vermelden en wel de decimale punt. Het was John Napier die in 1617 voor het symbool “.” pleitte om de “getallen achter de komma” te scheiden van “de getallen voor de komma”.

20. William Oughtred, 1574 – 1660; uitvinder van de rekenliniaal

Ooit wel eens afgevraagd waar het teken ‘x’ in vermenigvuldigingen vandaan komt? Dat is in 1631 bedacht door de Engelse wiskundige William Oughtred. Hij vermeldde het in zijn boek ‘Clavis Mathematica’ (‘De sleutel tot de wiskunde’ in het Latijn). Maar dit is niet de reden dat William Oughtred is opgenomen in het overzicht van ‘de mensen achter de computer’. De reden daarvoor is dat hij geldt als de uitvinder van de rekenliniaal. Nadat de Schot John Napier in 1614 het concept van logaritmes had beschreven en de Engelsman Edmund Gunter in 1620 een rekenlat met een logaritmische schaal had ontworpen, bedacht William Oughtred in 1624 een soort ‘drievoudige liniaal’ met een bewegend deel in het midden, waarmee men dankzij de logaritmische schaalverdeling op een eenvoudige wijze vermenigvuldigingen en delingen kon maken. Liefst zo’n 350 jaar lang zou de rekenliniaal van Oughtred het hulpmiddel bij uitstek blijven bij het maken van berekeningen. Pas na de opkomst van de handrekenmachines in de jaren tachtig van de vorige eeuw verloor de rekenliniaal zijn populariteit.

21. Wilhelm Schickard, 1592 – 1635; ontwierp op papier de eerste mechanische rekenmachine

In 1973 verscheen er in Duitsland een postzegel met daarop afgebeeld een tekening van een oude rekenmachine met daaronder de tekst ‘350 jahre rechenmaschine’. Het was een postzegel ter ere van Wilhelm Schickard. In Duitsland wordt hij namelijk gezien als de eerste persoon ter wereld die een mechanische rekenmachine bedacht. In de rest van de wereld krijgt de Fransman Blaisse Pascal – die twintig jaar na Schickard met een werkende mechanische rekenmachine op de proppen kwam – veelal deze eer. De reden dat Schickard buiten Duitsland meestal niet als de ontwerper van de eerste mechanische rekenmachine wordt gezien, is dat de buitenwereld in zijn tijd nooit een werkend exemplaar heeft gezien. Zijn machine is alleen bekend vanuit brieven die hij schreef aan Johannes Kepler, de bekende Duitse astronoom uit de zeventiende eeuw. In deze brieven uit 1623 en 1624, teruggevonden in de jaren dertig van de vorige eeuw, beschreef Schickard het technisch ontwerp van een dergelijke rekenmachine. Een Duitse universiteit bouwde in 1960 aan de hand van de ontwerptekeningen en de beschrijving van Schickard de machine na. Het apparaat bleek na het maken van enkele kleine – maar wel noodzakelijke – aanpassingen te kunnen optellen en aftrekken. 

23. Blaisse Pascal, 1623 – 1662, bouwer van de eerste werkende mechanische rekenmachine

De eerste werkende mechanische rekenmachine hebben we te danken aan een Franse belastingambtenaar. Niet dat deze hem heeft uitgevonden maar hij was de vader van Blaisse Pascal. Deze zag als negentienjarige hoe zijn vader vaak urenlang bezig was met het handmatig uitrekenen van belastingaanslagen. Hij besloot daarop een rekenautomaat te bouwen die dit rekenwerk zou kunnen overnemen. Binnen drie jaar had hij een werkend apparaat. 

Blaisse Pascal was een buitengewoon slim iemand, en die opmerking is eigenlijk nog een understatement. Vandaag de dag is hij niet alleen bekend vanwege zijn ontwerp voor zijn rekenmachine maar ook vanwege zijn grote bijdragen op het vlak van de wiskunde – samen met Fermat legde hij de grondslag voor de waarschijnlijkheidsrekening – de natuurkunde (hij was bedenker van de naar hem genoemde Wet van Pascal – ‘de druk die op een vloeistof wordt uitgeoefend, plant zich in alle richtingen met dezelfde grootte voort’) en de filosofie. Ook was hij de eerste persoon die een openbaar vervoer systeem voor grote steden bepleitte en het idee omzette in een succesvolle onderneming. En dat alles is een korte tijdsperiode – Blaisse Pascal stierf al op 39-jarige leeftijd – waarin hij zich ook nog eens een aantal jaren alleen maar aan de godsdienst wijdde en vaak last had van medische kwalen.

25. Jean-Joseph Merlin, 1735 – 1803  Automatenbouwer

Computers bestaan uit hardware en software. Het hardwaregedeelte is in wezen te beschouwen als een simpele automaat die uitvoert wat de software hem voorschrijft om te doen. Eén van de beste automatenbouwers in de achttiende eeuw was Jean-Joseph Merlin. Hij heeft nooit een automaat  gebouwd die je als een computer of rekenmachine kon beschouwen – daarom zie je hem ook nooit in een overzicht van de computergeschiedenis –  maar omdat hij als automatenbouwer zo veel inzicht heeft gegeven hoe je een automaat moest bouwen en omdat hij de grote inspiratiebron was van Charles Babbage – degene die als eerst “een computer” ontwierp, staat hij in dit overzicht van de mensen achter de computer. Hij was trouwens ook degene die de rolschaats bedacht.

27. Charles Babbage, 1791 – 1871; Ontwerper op papier van de eerste computer

Charles Babbage wordt algemeen gezien als de degene die als eerste het concept van een ‘computer’ bedacht. In zijn ontwerp van zijn ‘Analytical Engine’ uit 1835 zien we de essentiële basisonderdelen terug van een computer. Zo omvatte zijn machine een invoergedeelte (de data en de programmaregels, welke werden ingevoerd met behulp van een soort ponskaarten), een centrale verwerkingseenheid (de ‘CPU’ in de huidige computerterminologie; ‘Mill’ in de terminologie van Babbage) en een opslagruimte voor gegevens en programma’s (de ‘Hard Disk’ zoals in die computers van vandaag de dag ook te vinden is; de ‘Store’ zoals Babbage dit in zijn ontwerp noemde). Ook had het apparaat een koppeling met een machine die als een soort printer fungeerde. Babbage heeft tientallen jaren geprobeerd om een werkend exemplaar te bouwen. Hij slaagde daar echter niet in. Het werd simpelweg te groot (afgebouwd zou hij uit 25.000 delen hebben bestaan, 30 meter lang en tien meter breed zijn geweest en 15 ton hebben gewogen), maar zijn opzet was goed.

28. Ada Lovelace, 1815 – 1851; Wereld’s eerste softwareprogrammeur

Je kan een nog zo mooie computer bouwen, zonder instructies – de software –  doet zo’n apparaat niets. Degene die wordt gezien als de eerste die een softwareprogramma voor een computer schreef, was de Engelse Ada Lovelace, dochter van de bekende Engelse dichter Lord Byron. In 1843 verscheen een publicatie van haar hand waarmee de “computer” van Charles  Babbage  – de eerste computer ter wereld – Bernoulli-getallen, een bepaalde reeks wiskundige getallen, zou kunnen berekenen. Ondanks dat het beoogde apparaat waarop dit programma moest draaien niet werkte, wordt Ada Lovelace toch gezien als ‘s werelds eerste computerprogrammeur.

50. Harvey Ball, 1921 -2001; De uitvinder van de smiley

 Wat zal de toekomst zijn van de computer? De toenmalige IBM-directeur Thomas Watson voorspelde in 1943 dat er in de hele wereld ruimte was voor vijf computers. Niet zo’n heel goede voorspelling (of hij dit inderdaad gezegd heeft, is overigens hoogst onzeker). Ook aardig is de uitspraak van de Duits-Amerikaans econoom Karl William Kapp die in 1972 zei: “Als er in 1872 een computer had bestaan, dan zou die waarschijnlijk hebben voorspeld dat er in onze tijd zo veel voertuigen op de weg zouden zijn dat de verwijdering van de paardenmest een vrijwel onoplosbaar probleem zou zijn gaan vormen.” Je moet inderdaad computers niet zelf laten voorspellen.

Voorspellen blijft een moeilijke zaak. Mainframes zullen steeds krachtiger en sneller worden, personal computers zullen veel kleiner worden. Desktops zullen over tien jaar niet meer te koop zijn, laptops hoogst waarschijnlijk ook niet meer. Vermoedelijk zullen we tegen die tijd allemaal een klein apparaatje hebben ter grootte van een mobieltje dat je in je binnenzak kan meenemen en waar je, al of niet virtueel, een toetsenbord en beeldscherm aan kunt hangen. Het dingetje zal alle functies van de pc en een mobieltje in zich hebben en ongetwijfeld nog veel meer functies.

Maar wat voor een ding het ook zal zijn, er zullen berichtjes mee verstuurd worden en die berichten zullen vast ook ‘smileys’ bevatten of iets wat er op lijkt (hologrammies?). Daarom om de reeks portretten van de mensen achter de computer met een glimlach af te sluiten als laatste in deze serie een portret van Harvey Ball, de uitvinder van de smiley. Hij ontwierp deze in 1963 voor een verzekeringsbedrijf. Hij was de eerste die het lachende gezichtje combineerde met een gele achtergrond en voor het bedrijf zogenaamde ‘smile’-buttons ontwierp. Hij kreeg voor zijn werkzaamheden voor deze ‘smile’-campagne in totaal 240 dollar, waarvan 45 dollar voor het ontwerp van de buttons. Tegenwoordig zijn de smileys een miljoenen business.