1. Overzichten deel 1. De periode 20.000 jaar voor Christus – jaar 1 na Christus

Het oudste teruggevonden rekenhulpmiddel van de mens stamt uit ongeveer 20.000 jaar voor Christus. Het zijn twee bavianenbotjes waarin op een systematische manier streepjes zijn gekerfd. Hierdoor konden de botten worden gebruikt om er mee te rekenen. Wellicht beschikte de mens al eerder over rekenhulpmiddelen, maar daar zijn geen bewijzen van terug gevonden. Wie degene was die als eerste krassen in botjes zette om te kunnen rekenen, is uiteraard niet bekend. De botten zijn gevonden bij Ishango, een plaats in het huidige Democratische Republiek Congo (het vroegere Belgische Congo).

ishago beentje 2

Eén van de twee Ishango botten; Foto Daniel baise; Wikipedia

Veel mensen zullen niet met dergelijke botjes gerekend hebben. Omstreeks 20.000 jaar voor Christus bedroeg de totale wereldpopulatie naar schatting zo’n 1 miljoen stuks. De meeste mensen leefden toen, net zoals nu, in India en China. (Zo’n 100.000 jaar voor Christus had de mens via het Arabisch schiereiland de oversteek vanuit Afrika naar de andere werelddelen gemaakt.) Europa telde nog niet veel inwoners. Het zuchtte 20.000 jaar voor Christus onder de laatste ijstijd. Heel noordelijk Europa, de Alpen en de Britse eilanden waren bedekt met ijs. De Noordzee lag droog, net zoals de Ierse Zee. Dit omdat het water elders in het ijs zat ‘opgesloten’. Dit gold overigens ook voor de Perzische Golf. Ook die lag droog. Nederland kende een soort poolwoestijnlandschap met ijskoude winden.

0 laatste ijstijdEuropa zoals het er tijdens de laatste ijstijd uit zag. De witte delen waren met ijs bedekt. De donkergroene delen zijn droog gevallen zeeën. Je kon lopend van Frankrijk naar zuid-Engeland; Afbeelding: Ulamn; Wikipedia

Voor wat betreft de technische ontwikkelingen: 20.000 jaar voor Christus beschikte men over diverse hulpmiddelen, waaronder allerlei stenen werktuigen – het stenen tijdperk. Met behulp van vuurstenen kon men vuur maken. Voor de jacht was er de bijl, de speer en de pijl en boog. Kleding werd gemaakt met behulp van naalden, veelal gemaakt van beenderen en steen. Ook wist men hoe men touw kon draaien. Met behulp van vezels maakte men bijvoorbeeld kleding, manden en netten die voor de visvangst konden worden gebruikt. Met primitieve boten voer men over zeeën en meren. Er was nog geen sprake van wiskundige kennis. Wel waren er volkeren die een soort getallensysteem hadden.

1 vuursteenEen combinatiewerktuig van vuursteen uit het Paleolithicum: een steker en schraper. Gevonden op de Kootwijkse heide in Stroe; Periode: 12.900-11.800 v. Chr. Foto: Museum Het Valkhof, Nijmegen

Omstreeks 10.000 jaar v. Chr. ontdekte men de technieken en de geneugten van de landbouw. Deze ontdekking had aanmerkelijke gevolgen voor de mensheid.  Dankzij een betere voedselvoorziening leefde de mens langer en groeide de bevolking: was tussen 20.000 v. Chr. tot 10.000 v. Chr. de wereldbevolking ’slechts’ met 3 miljoen naar ongeveer 4 miljoen mensen gegroeid, in de volgende 10.000 jaar verveelvoudigde de wereldbevolking zich tot zo’n 200 à 300 miljoen mensen (de schattingen lopen uiteen).

Maar niet alleen voor de gezondheid ook voor de levensstijl had het gevolgen. Men hoefde niet meer rond te trekken. Er werden huizen gebouwd en later ook steden gevormd. Dat de landbouw in het Midden Oosten zich zo kon ontwikkelen was mede te danken aan het ontdekken van de kunst van het pottenbakken, het maken van aardewerk (ca. 10.000 v. Chr.) en het maken van baksteen (ca. 6.000 v. Chr.).

1 japanse pot

Japanse pot, ergens gebakken tussen 11.000 – 7.000 v. Chr. Tokyo National Museum; foto PHG

Over echte rekenhulpmiddelen had de mens in 10.000 v. Chr. nog niet de beschikking. Wel waren er inmiddels allerlei getallenstelsels bedacht om te kunnen tellen en rekenen. Veelal waren dit tientallige stelsels, wat gezien de tien vingers van de mens zich makkelijk laat verklaren. Maar er waren ook volkeren, zoals in Mesopotamië, die telden en rekenden met een zestigtallig stelsel. Dit getallenstelsel ziet men terug in de verdeling van een uur in zestig minuten en een minuut in zestig seconden. Ook het feit dat een cirkel verdeeld is in 360 graden heeft hier mee te maken.

De allereerste steden ontstonden tussen 10.000 jaar v. Chr. en 6000 jaar v. Christus. Jericho (thans bestuurd door de Palestijnse Autoriteit), Aleppo (grotendeels verwoest tijdens de Syrische burgeroorlog) en Çatalhöyük (dat lag in het huidige Turkije) waren de eerste grote steden. Ze telden duizenden inwoners. Çatalhöyük bestaat overigens niet meer. Deze stad raakte rond 6000 v. Chr. in verval. Dit overkwam meerdere oude steden. Neem bijvoorbeeld Nineveh, gelegen in het huidige Irak. Deze stad was 2700 jaar geleden de grootste stad ter wereld. Het telde toen 100.000 inwoners. In 612 voor Christus werd de stad echter door vijanden volledig met de grond gelijk gemaakt.) Behalve steden begon de mens ook grote bouwwerken te bouwen zoals de piramiden in Egypte (omstreeks 2600 v. Chr.).

1 ninevehTerug gevonden afbeelding uit het paleis van Ashurnasirpal I in Nineveh; periode tussen 668 en 627 v. Chr.; foto: Nationaal Museum van Warschau

Ook de techniek en de wetenschap maakten in de periode tussen 10.000 jaar voor Christus en het jaar 1 na Christus grote sprongen voorwaarts. Zo’n 5000 jaar v. Chr. slaagde men er in om koper te smelten en er gebruiksvoorwerpen van te maken. Zo had de ruim 5300 jaar oude ijsmummie Ötzi – hij werd in 1991 gevonden in de Italiaanse Ötztaler Alpen – een koperen bijl bij zich.

Omstreeks 3000 jaar v. Chr. ontdekte men dat als men tin toevoegde aan het koper men een legering (brons) kreeg die aanmerkelijk sterker was. Het was het begin van de bronstijd die tot ongeveer 1200 v. Chr. duurde. In die zelfde tijd bedacht iemand in Mesopotamië een systeem om met behulp van zogenaamde telstenen te kunnen rekenen. Dit zou uitmonden in de “uitvinding” van het telraam.

Ook ontwikkelde zich op verschillende plekken, onder andere in Mesopotamië en in Egypte, het schrift. De mens begon te schrijven. Aanvankelijk schreef men met picturale symbolen. Later werd de tekens steeds abstracter. Geschreven werd er op kleitabletten en papyrus.

0 Kleitablet

Kleitablet met Soemerisch spijkerschrift. Ca. 2040 v. Chr; in bezit van het Library of Congres, USA

Vooral “de uitvinding” van het papyrus was een doorbraak. In het oude Egypte maakt men papyrus van de stengels van de papyrusplant. Deze werden in de lengte in strepen gesneden. Vervolgens plakte men daar een reeks repen dwars overheen, zodat men een vlak kreeg. Het kleverige plantensap fungeerde daarbij als bindmiddel. Na het drogen werd het papyrusoppervlak behandeld met een soort lijm en werd het glad gepolijst. Daarna kom men er op schrijven of verven.

1 maken papyrusDe directrice van het Museo del papiro in Siracuse demonstreert in 2014 hoe je papyrus maakt; foto’s Giovanni Dall’Orto; Wikipedia.

1 papyrus afbeeldingDe god Osyris zoals afgebeeld op een stuk papyrus zoals te zien is in het Egyptisch Museum in Cairo; foto Hajor

Na de bronstijd volgde de ijzertijd. Hoewel brons harder is dan ijzer – dit wordt gemaakt uit ijzerets – bleek ijzer meer geschikt te zijn om er voorwerpen van te maken. Zo was ijzer makkelijker te bewerken, kwam het meer voor en ging het ook langer mee. (Overigens is het zo dat in tegenstelling tot ijzer brons als een eremetaal wordt gezien. Zo levert de derde plaats bij sportwedstrijden altijd een bronzen en geen ijzeren medaille op.)

Andere uitvindingen in deze tijdsperiode waren het wiel (ca. 4000 v. Chr.), de ploeg (eveneens ca 4000 v. Chr.), het zeil ( ca. 3200 v. Chr.), glas (ca. 2000 v. Chr.), de zaaimachine (ca. 1500 v. Chr.); de draaibank (ca. 1300 v. Chr.), munten (770 v. Chr.), de lens (750. v. Chr.), het tandwiel (450 v. Chr.), de sluis (derde eeuw v. Chr.) en de boogbrug (eerste eeuw v. Chr.)

Mesopotamië, het gebied tussen de Eufraat en de Tigris, was met India en China het gebied waar zich de wetenschap zich als eerste ontwikkelde. Het betrof hier vooral de wiskunde en de astronomie. Later volgden Egypte en Griekenland.

0 MesopotamieMesopotamië; het groene gebied weergegeven op een moderne kaart; Afbeeling JCWF; Wikipedia

Tussen 2000 en 1500 jaar voor Christus begon men in Babylon en in Egypte met getallen te rekenen. Op twee terug gevonden Egyptische papyrusrollen uit die tijd,  de ‘Rhind-papyrus’ en de ‘Moscow-papyrus’, zijn meerdere wiskundige berekeningen te zien, waarbij ook gebruikt werd gemaakt van meetkundige figuren.

0 Rhind papyrus

De zogheten Rhind-papyrus uit 1650 voor Christus. Het bevindt zich thans in het  Brittish Museum in Londen. Dit document bevat allerlei wiskundige begrippen, methoden en symbolen en liefst 87 wiskundige problemen en hun oplossingen.

Uit het document bleek ook dat men zo’n 1500 tot 2000 jaar voor Christus het begrip breuk al kende. Ook wisten ze al dat je elke breuk a/b kan schrijven als de som van verschillende zogenaamde stambreuken, dat zijn breuken met als teller van de breuk  het getal 1. Een voorbeeldje:  4/5 = 1/2 + 1/5 + 1/10.

0 Moscow papyrus

De Moskou-papyrus. Deze stamt uit dezelfde tijd. Deze bevindt zich in het Poesjkinmuseum in Moskou. Hij bevat niet alleen rekenkundige problemen maar ook meetkundige problemen, zoals de berekening van de oppervlakte van een halve bol. Maar ook stonden er heel praktische problemen op, zoals dat van een schoenmaker met de vraag hoeveel zolen hij uit een bepaalde stuk leer kan halen of hoe je bier van een bepaalde sterkte kan maken.

De meeste wetenschappelijke aandacht in die tijd ging echter niet uit naar de wiskunde maar naar de sterren. Omdat er nog geen televisie en internet bestond, had men ’s avonds uitgebreid de tijd om de sterrenhemel te bestuderen. De bewegingen van de sterren werd met engelengeduld nauwkeurig vastgelegd. Al doende ontdekte men een vijftal hemellichamen (de planeten Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus) die ten opzichte van de sterren een afwijkende baan volgden. Eeuwen later zouden geleerden nog gebruik maken van deze waarnemingen.

1 komeet van Haley

De Babyloniërs legden vanaf de zevende eeuw voor Christus dagelijks de bewegingen van de maan en de toen bekende planeten vast. Dit kleitablet bevat een beschrijving van een verschijning van de komeet van Haley in het jaar 164 voor Christus.; Het kleitablet bevindt zich thans in het British Museum in London; foto Linguica

Voor wat betreft de wetenschap van de laatste duizend jaar voor Christus waren het vooral de oude Grieken die zich onderscheiden, vooral op wiskunde en filosofiegebied.

Zo was het Pythagoras die in de zesde eeuw voor Christus de beroemdste stelling uit de geschiedenis van de wiskunde formuleerde: “In een rechthoekige driehoek is de som van de kwadraten van de lengtes van de rechthoekszijden gelijk aan het kwadraat van de lengte van de schuine zijde. a² + b² = c².“ (Vermoedelijk was deze stelling overigens ook al bij eerdere culturen bekend.)

Omstreeks 300 v. Chr. verzamelde Euclides alle wiskundige kennis van toen in een dertiendelig boekwerk – de Elementen, waardoor deze kennis zich over de wereld kon verspreiden. Het boek zou meer dan duizend keer herdrukt worden.

Degene die algemeen als de grootste geleerde van de oudheid wordt beschouwd was ook een Griek en wel Archimedes. Hij leefde van 287 v. Chr. tot 212 v.Chr. en was niet alleen wiskundige, natuurkundige en astronoom maar bedacht en construeerde ook allerlei technische apparaten.

1 griekse koloniën(De Grieken vestigden koloniën tot in het huidige Spanje aan toe. Zo leefde Archimedes bijvoorbeeld in Syracuse, een kustplaats in het oosten van wat nu Sicilië heet. Op deze afbeelding zijn de Griekse koloniën in de vierde eeuw voor Christus met rode blokjes aangegeven (afbeelding ‘gepgepgep’; Wikipedia)

In het kader van het overzicht van de mensen achter de computer uit dit tijdperk is verder Pingala, een Indiase taalkundige die ongeveer 200 jaar voor Christus leefde van belang. Hij beschreef als eerste een soort binair systeem.

In de laatste eeuw voor Christus zien we de opkomst van het Romeinse rijk. Hun grootste technische prestatie was het systeem van aquaducten. In 312 v. Chr. werd de eerste aangelegd. Dit betrof het aquaduct van Appia. Het had een lengte van 16,5 km en lag vrijwel geheel ondergronds. Het kende een gemiddelde verval van slechts 6 cm per 100 meter, voldoende echter om het water omlaag te laten stromen.

Net zoals voor het aquaduct van Appia geldt voor de overige aquaducten dat ze grotendeels (90%) onder de grond liggen. De bekendste onderdelen zijn echter de bovengrondse delen, zoals deze restanten van de Aqua Claudia in hartje Rome.

0 rome aquaductDit aquaduct was liefst 69 km lang (waarvan 54 km ondergronds).

Ook waren het de Romeinen de eersten die massaal in hun rijk een verhard wegennet aanlegden. De reden was dat deze wegen een snelle troepenbeweging mogelijk maakten in het grote Romeinse Rijk. Ook handelaren maakten dankbaar gebruik van deze wegen.

0 via appia

De Via Appia bij Quarto Miglio. Foto Kleuske

De uitdrukkingen ‘Alle wegen leiden naar Rome’ en ‘Zo oud als de weg naar Rome’ vinden hun oorsprong terug in dit wegennet.

Een buitengewoon technische prestatie is het wegennet echter niet. Dat geldt wel voor het mechanisme van Antithykera, waarmee we de periode 20.000 v. Chr. tot het jaar 1 na Christus afsluiten. Dit apparaat ergens gebouwd in de eerste eeuw voor Christus wordt wel eens aangeduid als de eerste mechanische computer. Die benaming is niet juist, maar het ingenieuze mechanisme, een combinatie van een planetarium en een buitengewoon nauwkeurig kalendersysteem, was technisch gezien een zeer complex apparaat dat zijn tijd minstens duizend jaar vooruit was.

6 Antikythera reconstructie 5

Een reconstructie van de achterkant van het mechanisme zoals die te zien is in het Thessaloniki Technology Museum. Op een deel van de deurplaat is een deel van de aangetroffen instructie te zien. Foto Gts-tg; Wikipedia

Volgens de schrijver Erich von Däniken was het ding mogelijk zelfs afkomstig van buitenaards leven. Dat lijkt niet zo waarschijnlijk. Het apparaat gaf namelijk ook aan wanneer de Olympische Spelen werden gehouden en de kans dat aliens daarin geïnteresseerd waren, is niet zo groot.

Tot slot – in het kader van nutteloze informatie – de reden dat deze periode wordt afgesloten met het jaar 1 na Christus en niet met het jaar 0 is dat de gregoriaanse kalender – dat is ons huidige kalendersysteem – geen jaar 0 kent. Het jaar 1 na Christus wordt in dit systeem direct vooraf gegaan door het jaar 1 voor Christus.

De volgende personen uit deze periode worden beschreven:

Overige links:

 

 

 

My WordPress Blog