1. Overzicht periode 20.000 jaar voor Christus – jaar 1 na Christus

Het oudste teruggevonden rekenhulpmiddel van de mens stamt uit ongeveer 20.000 jaar voor Christus. Het zijn twee bavianenbotjes waarin op een systematische manier streepjes zijn gekerfd. Hierdoor konden de botten worden gebruikt om er mee te rekenen. Wellicht beschikte de mens al eerder over rekenhulpmiddelen, maar daar zijn geen bewijzen van terug gevonden. Wie degene was die als eerste krassen in botjes zette om te kunnen rekenen, is uiteraard niet bekend. De botten zijn gevonden bij Ishango, een plaats in het huidige Democratische Republiek Congo (het vroegere Belgische Congo).

Veel mensen zullen niet met dergelijke botjes gerekend hebben. Omstreeks 20.000 jaar voor Christus bedroeg de totale wereldpopulatie naar schatting zo’n 1 miljoen stuks. De meeste mensen leefden toen, net zoals nu, in India en China. (Zo’n 100.000 jaar voor Christus had de mens via het Arabisch schiereiland de oversteek vanuit Afrika naar de andere werelddelen gemaakt.) Europa telde nog niet veel inwoners. Het zuchtte 20.000 jaar voor Christus onder de laatste ijstijd. Heel noordelijk Europa, de Alpen en de Britse eilanden waren bedekt met ijs. De Noordzee lag droog, net zoals de Ierse Zee. Dit omdat het water elders in het ijs zat ‘opgesloten’. Dit gold overigens ook voor de Perzische Golf. Ook die lag droog. Nederland kende een soort poolwoestijnlandschap met ijskoude winden.

0 laatste ijstijdEuropa zoals het er tijdens de laatste ijstijd uit zag. De witte delen waren met ijs bedekt. De donkergroene delen zijn droog gevallen zeeën. Je kon lopend van Frankrijk naar zuid-Engeland; Afbeelding: Ulamn; Wikipedia

Voor wat betreft de technische ontwikkelingen: 20.000 jaar voor Christus beschikte men over diverse hulpmiddelen, waaronder allerlei stenen werktuigen – het stenen tijdperk. Met behulp van vuurstenen kon men vuur maken. Voor de jacht was er de bijl, de speer en de pijl en boog. Kleding werd gemaakt met behulp van naalden, veelal gemaakt van beenderen en steen. Ook wist men hoe men touw kon draaien. Met behulp van vezels maakte men bijvoorbeeld kleding, manden en netten die voor de visvangst konden worden gebruikt. Met primitieve boten voer men over zeeën en meren. Er was nog geen sprake van wiskundige kennis. Wel waren er volkeren die een soort getallensysteem hadden.

Zo’n 10.000 jaar later ontdekte men de technieken en de geneugten van de landbouw. Deze ontdekking had aanmerkelijke gevolgen voor de mensheid. Niet alleen voor de gezondheid – mensen leefden dankzij een betere voedselvoorziening langer; was tussen 20.000 v. Chr. tot 10.000 v. Chr. de wereldbevolking ’slechts’ met 3 miljoen mensen naar 4 miljoen stuks gegroeid, in de volgende 10.000 jaar verveertigvoudigde de wereldbevolking zich tot 170 miljoen mensen – het had ook gevolgen voor de levensstijl. Men hoefde niet meer rond te trekken en bouwde huizen en later ook steden. Dat de landbouw in het Midden Oosten zich kon ontwikkelen was mede te danken aan het ontdekken van de kunst van het pottenbakken en het maken van aardewerk (ca. 10.000 v. Chr.) en het maken van baksteen (ca. 6000 v. Chr.).

Over echte rekenhulpmiddelen had de mens in 10.000 v. Chr. nog niet de beschikking. Wel waren er inmiddels allerlei getallenstelsels bedacht om te kunnen tellen en rekenen. Veelal waren dit tientallige stelsels, wat gezien de tien vingers van de mens zich makkelijk laat verklaren. Maar er waren ook volkeren, zoals in Mesopotamië, die telden en rekenden met een zestigtallig stelsel. Dit getallenstelsel ziet men terug in de verdeling van een uur in zestig minuten en een minuut in zestig seconden. Ook het feit dat een cirkel verdeeld is in 360 graden heeft hier mee te maken.

De allereerste steden ontstonden tussen 10.000 jaar v. Chr. en 6000 jaar v. Christus. Jericho (thans bestuurd door de Palestijnse Autoriteit), Aleppo (grotendeels verwoest tijdens de Syrische burgeroorlog) en Çatalhöyük (dat lag in het huidige Turkije) waren de eerste grote steden. Ze telden duizenden inwoners. Çatalhöyük bestaat overigens niet meer. Deze stad raakte rond 6000 v. Chr. in verval. Dit overkwam meerdere oude steden. Neem bijvoorbeeld Nineveh, gelegen in het huidige Irak. Deze stad was 2700 jaar geleden de grootste stad ter wereld. Het telde toen 100.000 inwoners. In 612 voor Christus werd de stad echter door vijanden volledig met de grond gelijk gemaakt.) Behalve steden begon de mens ook grote bouwwerken te bouwen zoals de piramiden in Egypte (omstreeks 2600 v. Chr.).

Ook de techniek en de wetenschap maakten in de periode tussen 10.000 jaar voor Christus en het jaar 1 na Christus grote sprongen voorwaarts. Zo’n 5000 jaar v. Chr. slaagde men er in om koper te smelten en er gebruiksvoorwerpen van te maken. Zo had de ruim 5300 jaar oude ijsmummie Ötzi – hij werd in 1991 gevonden in de Italiaanse Ötztaler Alpen – een koperen bijl bij zich.

Omstreeks 3000 jaar v. Chr. ontdekte men dat als men tin toevoegde aan het koper men een legering (brons) kreeg die aanmerkelijk sterker was. Het was het begin van de bronstijd die tot ongeveer 1200 v. Chr. duurde. In die zelfde tijd bedacht iemand in Mesopotamië een systeem om met behulp van zogenaamde telstenen te kunnen rekenen. Dit zou uitmonden in de “uitvinding” van het telraam.

Ook ontwikkelde zich op verschillende plekken, onder andere in Mesopotamië en in Egypte, het schrift. De mens begon te schrijven. Aanvankelijk schreef men met picturale symbolen. Later werd de  tekens steeds abstracter. Geschreven werd er op kleitabletten en papyrus. Mensen die deze vaardigheden beheersten, de Schriftgeleerden, stonden in een hoog aanzien.

0 Kleitablet

Kleitablet met Soemerisch spijkerschrift. Ca. 2040 v. Chr; in bezit van het Library of Congres, USA

Na de bronstijd volgde de ijzertijd. Hoewel brons harder is dan ijzer – dit wordt gemaakt uit ijzerets – bleek ijzer meer geschikt te zijn om er voorwerpen van te maken. Zo was ijzer makkelijker te bewerken, kwam het meer voor en ging het ook langer mee. (Overigens is het zo dat in tegenstelling tot ijzer brons als een eremetaal wordt gezien. Zo levert de derde plaats bij sportwedstrijden altijd een bronzen en geen ijzeren medaille op.)

Andere uitvindingen in deze tijdsperiode waren het wiel (ca. 4000 v. Chr.), de ploeg (eveneens ca 4000 v. Chr.), het zeil ( ca. 3200 v. Chr.), glas (ca. 2000 v. Chr.), de zaaimachine (ca. 1500 v. Chr.); de draaibank (ca. 1300 v. Chr.), munten (770 v. Chr.), de lens (750. C. Chr.), het tandwiel (450 v. Chr.) en het papier (100 v. Chr.).

Mesopotamië, het gebied tussen de Eufraat en de Tigris, was met India en China het gebied waar zich de wetenschap zich als eerste ontwikkelde.

0 MesopotamieMesopotamië; het groene gebied weergegeven op de modern kaart; Afbeeling JCWF; Wikipedia

Het betrof hier vooral de wiskunde en de astronomie. Omdat er nog geen televisie en internet bestond, had men ’s avonds uitgebreid de tijd om de sterrenhemel te bestuderen. De bewegingen van de sterren werd met engelengeduld nauwkeurig vastgelegd. Al doende ontdekte men een vijftal hemellichamen (de planeten Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus) die ten opzichte van de sterren een afwijkende baan volgden. Eeuwen later zouden geleerden nog gebruik maken van deze waarnemingen.

Voor wat betreft de wetenschap waren het de laatste duizend jaar voor Christus vooral de oude Grieken die zich onderscheiden, vooral op wiskunde en filosofiegebied. Zo was het Pythagoras die in de zesde eeuw voor Christus de beroemdste stelling uit de geschiedenis van de wiskunde formuleerde: “In een rechthoekige driehoek is de som van de kwadraten van de lengtes van de rechthoekszijden gelijk aan het kwadraat van de lengte van de schuine zijde. a² + b² = c².“ (Vermoedelijk was deze stelling overigens ook al bij eerdere culturen bekend.) Omstreeks 300 v. Chr. verzamelde Euclides alle wiskundige kennis van toen in een dertiendelig boekwerk – de Elementen, waardoor deze kennis zich over de wereld kon verspreiden. Het boek zou meer dan duizend keer herdrukt worden. Degene die algemeen als de grootste geleerde van de oudheid wordt beschouwd was ook een Griek en wel Archimedes. Hij leefde van 287 v. Chr. tot 212 v.Chr. en was niet alleen wiskundige, natuurkundige en astronoom maar bedacht en construeerde ook allerlei technische apparaten.

In de laatste eeuw voor Christus zien we de opkomst van het Romeinse rijk. Hun grootste technische prestatie was het systeem van aquaducten. In 312 v. Chr. werd de eerste aangelegd. Dit betrof het aquaduct van Appia. Het had een lengte van 16,5 km en lag vrijwel geheel ondergronds. Het kende een gemiddelde verval van slechts 6 cm per 100 meter, voldoende echter om het water omlaag te laten stromen.

Net zoals voor het aquaduct van Appia geldt voor de overige aquaducten dat ze grotendeels (90%) onder de grond liggen. De bekendste onderdelen zijn echter de bovengrondse delen, zoals deze restanten van de Aqua Claudia in hartje Rome.

0 rome aquaductDit aquaduct was liefst 69 km lang (waarvan 54 km ondergronds).

 In het kader van het overzicht van de mensen achter de computer uit dit tijdperk is verder Pingala, een Indiase taalkundige die ongeveer 200 jaar voor Christus leefde van belang. Hij beschreef als eerste een soort binair systeem.

De periode 20.000 v. Chr. tot het jaar 1 na Christus wordt afgesloten met het mechanisme van Antithykera. Dit apparaat ergens gebouwd in de eerste eeuw voor Christus wordt wel eens aangeduid als de eerste mechanische computer. Die benaming is niet juist, maar het ingenieuze mechanisme, een combinatie van een planetarium en een buitengewoon nauwkeurig kalendersysteem, was technisch gezien een zeer complex apparaat dat zijn tijd minstens duizend jaar vooruit was. Volgens de schrijver Erich von Däniken was het ding mogelijk zelfs afkomstig van buitenaards leven. Dat lijkt niet zo waarschijnlijk. Het apparaat gaf namelijk ook aan wanneer de Olympische Spelen werden gehouden en de kans dat aliens daarin geïnteresseerd waren, is niet zo groot.

Tot slot – in het kader van nutteloze informatie – de reden dat deze periode wordt afgesloten met het jaar 1 na Christus en niet met het jaar 0 is dat de gregoriaanse kalender – dat is ons huidige kalendersysteem – geen jaar 0 kent. Het jaar 1 na Christus wordt in dit systeem direct vooraf gegaan door het jaar 1 voor Christus.

Naar het eerste portret van deze periode.

 

 

 

My WordPress Blog