22.Richard Brathwait, 1588 – 1673; gebruikte als eerste het woord ‘computer’ in een boek

Richard Brathwait, 1588 – 1673; gebruikte als eerste het woord ‘computer’ in een boek

Richard Brathwait portret\

De enige bekende afbeelding van Richard Brathwait; (zijn achternaam wordt ook wel als Brathwaite geschreven); Bron: Folger Shakespeare Library Digital Image Collection – Wikipedia 

Voordat men aan de gang kan gaan met een mobieltje, laptop of computer moet men tegenwoordig meestal eerst een wachtwoord – Halt, wie is daar? –  intypen. De eerste computer waarbij een wachtwoord noodzakelijk was om in te kunnen loggen was in 1961 de CTSS (het Compatible Time-Sharing System) van de Massachusetts Institute of Technology (MIT) in Cambridge in de staat Massachusetts in Amerika. Omdat gebruikers tegelijkertijd vanaf verschillende locaties konden inloggen, besloot Fernando Corbató, de man die verantwoordelijk was voor het CTSS, om een systeem van wachtwoorden in te voeren om te zorgen dat niet twee gebruikers tegelijkertijd per ongeluk met hetzelfde user-id zouden inloggen. Dat zou allerlei vervelende fouten kunnen geven.

Dit wachtwoordensysteem van de CTSS was ook direct het eerste systeem dat werd ‘gehackt’. Degene die daar verantwoordelijk voor was in het voorjaar van 1962 een jonge medewerker van het MIT, een zekere Allan Scherr. Net zoals veel andere onderzoekers aan het instituut beschikte hij over vier uur computertijd per week. Dit was te weinig vond hij om allerlei simulaties voor zijn onderzoek te draaien en hij zocht naar een manier om meer computertijd te krijgen. Hij besloot om stiekem gebruik te maken van computertijd van anderen en hij “kraakte” daartoe het wachtwoordensysteem. Dat was niet zo moeilijk. Hij hoefde alleen maar een printopdracht te geven van de file waar alle wachtwoorden op stonden. Dat lijstje was niet beveiligd. Hij voelde zich wel een beetje schuldig en om zijn geweten te ontlasten gaf hij de lijst met wachtwoorden ook aan een paar vrienden. Eén van zijn vrienden logde direct in onder de naam van de hoogste baas van het computercentrum en liet in diens directory allerlei dubieuze berichten achter.

Noch Fernando Corbató noch Allan Scherr zijn opgenomen in het lijstje van 50 mensen achter de computer. Wel staat in dit lijstje iemand anders die iets met woorden deed. Het betreft hier Richard Brathwait, een tamelijk onbekende Engelse schrijver uit de zeventiende eeuw. Brathwait staat op de lijst van vijftig mensen achter de computer, omdat hij de allereerste persoon was die het woord ‘computer’ in een gedrukte tekst gebruikte. Dat deed hij in 1613 in zijn boek ‘The yong mans gleanings’. Daar valt in het eerste hoofdstuk de volgende zin te lezen: ”I haue read the truest computer of Times, and the best Arithmetician that ever breathed, […]”. Met het woord computer werd hier echter geen machine aangeduid, maar iemand die allerlei berekeningen maakte. De computer als apparaat bestond nog niet. Dat zou nog een paar eeuwen duren.

Richard Brathwait

Richard Brathwaite werd in 1588 geboren in Kendal in het noordwesten van Engeland. Zijn vader Thomas Brathwaite was een grootgrondbezitter die verscheidene landgoederen bezat. In 1604 meldde Richard zich bij het Oriel College in Oxford waar hij zich in de dichtkunst en in de Romeinse geschiedenis verdiepte. Een paar jaar later ging hij rechten in Cambridge studeren. Na zijn studie stuurde zijn vader hem naar Londen waar hij als jurist aan het werk ging. Een echt groot succes was dit niet. De stad Londen had te veel verleidingen voor de jonge Richard: drank, prostituees en gokken. Wegens schulden belandde hij zelfs even kort in de gevangenis.

Veel meer dan in juridische zaken was Richard Brathwait geïnteresseerd in het schrijven van gedichten en verhalen. Zijn vader zag daar blijkbaar weinig toekomst in, en er ook geen inkomen uit voortkomend, want toen zijn vader in 1610 overleed – Richard Brathwait was toen 21 jaar oud – bleek dat hij hem één van zijn landgoederen (het landgoed Burnside vlakbij Kendal) had nagelaten. Dat was tamelijk verrassend, want in die tijd was het de gewoonte dat de erfenis altijd volledig naar de oudste zoon ging – dit om te voorkomen dat het familiebezit verspreid zou worden over meerdere partijen. Richard’s oudere broer was dan ook niet blij met het testament. Richard kreeg wel een tweetal toezichthouders toegewezen, een oom en een ander familielid, die er op moesten letten dat Richard het geld niet zou verbrassen.

Na zijn huwelijk in 1617 met Frances Lawson – ze zouden samen liefst negen kinderen krijgen – liet Richard het wilde leven achter zich en veranderde in een devote gerespecteerde landheer. In 1618 overleed zijn oudere broer en nam hij het beheer op zich van het hele familiebezit. Ook fungeerde hij als vredesrechter van het graafschap waar hij woonde. In 1633 overleed zijn vrouw. In een groot gedicht beschreef hij hoe zwaar dit verlies op hem drukte. Zes jaar later hertrouwde hij. Met zijn tweede vrouw kreeg hij nog een kind, een zoon die later in dienst van de Engelse marine zou sneuvelen tijdens een zeeslag met Algierse piraten. Zelf overleed Richard Brathwait in 1673 op 85-jarige leeftijd op zijn landgoed.

Gedurende zijn hele leven bleef Richard Brathwait schrijven. Hij schreef meerdere dichtbundels en boeken, niet allemaal van gelijke kwaliteit zoals de Encyclodie Brittanica fijntjes opmerkt. Het eerste boek, een gedichtenbundel, verscheen in 1611; hij was toen 23 jaar oud, het laatste boek schreef hij op 77-jarige leeftijd in 1665. Van zijn boeken zijn er vier de moeite waard om te vermelden. Zijn bekendste werk is het in 1636 verschenen: ‘Drunken Barnaby’s Four Journeys to Northern England, een soort reisverslag in dichtvorm – het verscheen eerst in het Latijn; daarna in het Engels. Ongetwijfeld heeft Brathwait hier ervaringen uit zijn wilde tijd in Londen in verwerkt. Het boek verscheen onder het pseudoniem Corymbaeus. Pas na zijn dood werd bekend dat Brathwait de schrijver was. Zijn twee best verkopende boeken schreef hij wel onder zijn eigen naam. Het betreft hier ‘The English Gentleman’ uit 1630 en ‘The English Gentlewoman’ uit 1631. In ‘The English Gentleman’ beschreef Brathwaite hoe een echte Engelse Gentleman zich diende te gedragen, onder andere “altijd de lagere klasse met respect behandelen”. Het boek was een succes en een jaar later verscheen: ‘The English Gentlewoman’.

Richard Brathwait boekDe titelpagina van een gecombineerde versie van ‘The English Gentleman and English Gentlewoman’, 3rd edition (London, John Dawson, 1641)

Het vierde boek van Richard Brathwaite dat bekend is geworden betreft: ‘The yong mans gleanings’, een godsdienstig boek dat hij in 1613 schreef. Het is dit boek dat hem een plaats in de geschiedenis van de mensen achter de computer heeft bezorgd. In dit boek werd namelijk voor het eerst in de geschiedenis geschreven over een ‘computer’. Hoofdstuk 1 ‘Of the Mortality of Man’ begint als volgt:

Richard Brathwait zinnen 3

Zie hier voor het eerst het woord ‘computer’ vastgelegd in een boek. Uiteraard betrof het hier geen beschrijving van de computer als apparaat – het zou nog meer dan drie eeuwen duren voordat deze werd “uitgevonden”. Met het woord ‘computer’ bedoelde Brathwait hier iemand die rekenwerk verrichte. Pas in de vorige eeuw werd met een computer het apparaat bedoeld. Tot dan werd met het woord computer een professie beschreven

Eind negentiende eeuw was een ‘computer’ zelfs een officiële functiebetiteling in de ‘U.S. Civil Service’ voor iemand die veel rekenwerk moest verwerken. Zo was de eerste functie van de later wereldberoemd geworden astronome Henrietta Swan Leavitt bij de sterrenwacht van Harvard in Boston die van ‘computer’ – ze verdiende er 30 dollarcent per uur mee. Ook in Engeland werd tot halverwege de vorige eeuw het woord computer vooral gebruikt als functiebenaming en niet als naam van een machine.

Het woord computer stamt af van het Engelse werkwoord ‘to compute’ wat weer afstamt van het Latijnse woord ‘computare’, wat ‘rekenen’ betekent, en dat zijn oorsprong weer in het Grieks heeft. Eigenlijk dus een saai verhaal. Jammer dat in het overzicht van de vijftig mensen achter de computer niet de mensen voorkomen achter ‘Bluetooth’, de open standaard voor draadloze verbindingen tussen apparaten op korte afstand. Vandaag de dag maken een paar miljard apparaten gebruik van deze technologie. Het patent hiervan staat op naam van de Nederlander Jaap Haartsen die in die tijd voor Ericsson werkte.

De achtergrond van de naam ‘bluetooth’ is veel mooier dan die van ‘computer’. De door het Zweedse Ericsson ontwikkelde technologie is namelijk vernoemd naar koning Harald I van Denemarken die leefde van 930 tot 985 na Christus. De koning had als bijnaam ‘blauwtand’. Die bijnaam had hij te danken aan het veelvuldig consumeren van bosbessen, waardoor zijn tanden blauw kleurden. Eén van de belangrijkste dingen die Koning Harald I tijdens zijn leven deed, was in 961 het verenigen van Denemarken en Noorwegen. (Ook is hij bekend geworden vanwege zijn bekering tot het christendom.) Aangezien de bluetooth technologie ook apparaten ‘verenigt’, kozen de ontwikkelaars van de technologie ‘bluetooth’ als werknaam voor hun project, maar bij gebrek aan een betere naam werd het later ook de definitieve naam.

Kijk, dat is een beter verhaal dan de achtergrond van de naam computer. Maar goed, Richard Brathwait was de eerste die de naam computer als zelfstandig naamwoord gebruikte en daarmee heeft hij zijn plaats verdiend in het overzicht van de vijftig mensen achter de computer.

 

My WordPress Blog