Category Archives: Verenigde Staten

Jong en oud (4)

1988: Martin van Neck, een jonge Nederlandse sequoiaboom-onderzoeker, onderzoekt de Parker Group, een groepje Sequoia Gigantea bomen in het Sequoia National Park in Californië.

1988

2013: Martin van Neck, de nestor van de Nederlandse sequoiaboom-onderzoekers, onderzoekt vijfentwintig jaar later wederom de Parker Group. Allen, zowel de bomen als de onderzoeker, blijken allemaal wat dikker te zijn geworden.

2013

Een carrièrepad

De functie van minister-president in Nederland is geen startersfunctie. Het is zelfs geen functie voor iemand die toe is aan een tweede stap in zijn carrière. Dat blijkt wel als we naar onderstaande foto uit juli 2011 kijken met daarop de nog levende (ex-) minister-presidenten van Nederland.

Minister-president

Van links naar rechts Wim Kok, Dries van Agt, Piet de Jong, Mark Rutte, Ruud Lubbers en Jan Peter Balkenende

Alle premiers hadden eerst al een jaar of twintig gewerkt en waren de veertig al gepasseerd voordat ze aan het ambt begonnen. Mark Rutte en Ruud Lubbers waren beide 43 jaar oud toen ze minister-president werden, Dries van Agt en Jan Peter Balkenende 46 jaar, Piet de Jong 51 jaar en Wim Kok was zelfs al 55 jaar toen hij in 1994 minister-president werd.

Voordat genoemde heren het hoogste ambt bekleedden, hadden ze allemaal eerst een baan buiten de politiek. Degene met het meest opwindende baantje was Piet de Jong. Die was in een niet-grijs verleden duikbootkapitein. Mark Rutte was tien jaar lang in dienst van Unilever, onder meer als personeelsmanager. Wim Kok werkte eerst twee jaar als commercieel medewerker op een handelskantoor en trad daarna in dienst van de vakbond. Dries van Agt begon zijn werkzame leven als advocaat, Ruud Lubbers was ondernemer in het familiebedrijf Hollandia, een constructiewerkplaats en machinefabriek, en Jan Peter Balkenende tot slot had het saaiste startersbaantje. Hij begon in 1982 als beleidsmedewerker juridische zaken bij het bureau van de Academische Raad (al combineerde hij die functie met het gemeenteraadslidmaatschap van Amstelveen (waar hij in 1993 zijn ‘krokettenmotie’ indiende: de (nog steeds geldende) bepaling dat de gemeenteraadsleden recht hebben op een kroket als de raadsvergadering tot na 23:00 uur duurt.)

Ook In Amerika zie je vaak dat de president in zijn jonge jaren een functie buiten de politiek heeft bekleed. Zo zaten bijvoorbeeld vader en zoon Bush beide in de olie-business en was Jimmy Carter een pindaboer. De drie naoorlogse presidenten met de meest opmerkelijke banen in hun jeugd waren Gerald Ford, Ronald Reagan en Harry Truman. Gerald Ford was parkranger in Yellowstone National Park. Dat Reagan behalve sportverslaggever – hij kreeg 5 dollar voor elk verslag – acteur is geweest is algemeen bekend, maar dat hij in zijn jeugd in de zomer ook een aantal jaren badmeester was, is wat minder bekend. Naar eigen zeggen en tellen redde Reagan – hij werd in die tijd ‘Dutch’ genoemd omdat hij er zo Nederlands uitzag; geen idee wat ik mij daarbij moet voorstellen – liefst 77 mensen het leven (waarbij je je kan afvragen of de gemeente niet het zwemmen in dat blijkbaar zeer onveilige water al lang had moeten verbieden).

ford reagan 1

Gerald Ford als parkranger en Ronald Reagan als strandwacht.

Harry Truman tenslotte was de pianobegeleider van de nog zeer prille actrice Lauren Bacall.

truman 1

Ok, dit is niet helemaal waar. Tijdens het maken van deze foto op 10 februari 1945 in de ‘National Press Club’ in Washington DC was Truman al vicepresident. Tijden deze bijeenkomst om 800 militairen te eren speelde Truman een stukje op de piano. Lauren Bacall, één van de aanwezige Hollywoodsterren, klom bij die gelegenheid op de piano. Truman zelf was wel ingenomen met dit optreden en deze foto, dit in tegenstelling tot zijn vrouw Bess (die thuis de bijnaam ‘the Boss’ had). Zij vond het maar helemaal niks. Een paar maanden na deze foto trouwde Lauren Bacall met Humphrey Bogart en was Truman na de dood van Franklin Roosevelt de president van Amerika geworden.

Maar dat de man, die later de moeilijke beslissing moest nemen om de atoombommen op Japan te gooien, in zijn jonge jaren een heel ander beroep als politicus had, is wel waar. Truman had in 1920 in Kansas City namelijk samen met een partner een winkel in kleding en naaigerei.

Truman 2

Truman, links op de foto, in zijn winkel. Een jaar na het maken van deze foto sloot de winkel wegens een gebrek aan succes zijn deuren.

Uit de Amerikaanse archieven (3)

Op 6 november 1940 stuurde een veertienjarige Cubaanse jongen een brief naar de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt om hem te feliciteren met zijn herverkiezing. Tevens vroeg hij de president of hij hem een biljet van tien dollar kon sturen, dit omdat hij er nog nooit eentje gezien had. Voor het geval de president behoefte had aan ijzer, bood de jongen hem ten slotte nog aan om de ijzermijnen van Cuba te laten zien.

De brief van de jong Cubaan bevindt zich thans in het Nationale Archief in Washington D.C.

fidel castro

fidel castro 2

De letterlijke tekst van de brief  gericht aan ‘Mr. Franklin Roosevelt, President of the United States’ luidt:

“My good friend Roosevelt:

I don’t know very English, but I know as much as write to you. I like to hear the radio, and I am very happy, because I heard in it, that you will be President for a new (periodo). I am twelve years old. I am a boy but I think very much, but I do not think that I am writing to the President of the United States. If you like, give me a ten dollars bill green american in the letter, because never, I have not seen a ten dollars bill green american and I would like to have one of them.

My address is: Sr. Fidel Castro, Colegio de Dolores, Santiago de Cuba; Oriente Cuba

I don’t know very English but I know very much Spanish and I suppose you don’t know very Spanish but you know very English because you are American but I am not American.

Thank you very much, Good by. Your friend, Fidel Castro

If you want iron to make your ships I will show to you the bigest (minas) of iron in the land. They are in Mayorí, Oriente, Cuba.”

De Fidel Castro uit deze brief is inderdaad de Fidel Castro van Cuba, al was hij op het moment van schrijven al veertien jaar oud en niet twaalf zoals hij in zijn brief vermeldde.

fidel castro. foto

In 1955 vertelde de Cubaanse revolutionaire leider in een interview dat hij inderdaad de brief had geschreven. Hij had zelfs namens de president een antwoord van een Amerikaanse overheids-functionaris gekregen die hem bedankt voor zijn brief en de felicitatie, maar er zat geen tien dollar biljet bijgesloten.

Ai! Had die Amerikaanse overheidsfunctionaris dat nu maar wel gedaan. Misschien was Fidel Castro dan wel kapitalist geworden in plaats van communist en hadden we in oktober 1962 nooit de Cuba-crisis gehad.

 

Uit de Amerikaanse archieven (2)

In juni 1972 werkte de 24-jarige Frank Wills als nachtwaker in één van de vele kantoren in Washington DC. Hij verdiende er weliswaar niet veel mee, zo’n 80 dollar per week, maar hij was al lang blij dat hij een baantje had. Eerder had hij gewerkt in de auto-industrie in Detroit maar was naar Washington vertrokken in de hoop op een beter leven.

Als hij zijn ronde door het gebouw had gelopen, moest Wills in een soort logboek de belangrijkste gebeurtenissen opschrijven. Zo ook op 17 juni 1972. Op 12.05 uur ’s nachts schreef hij bij aanvang van zijn dienst, ‘6-7-72 Wills on Duty 12.00 ’. Zie hieronder de betreffende pagina uit het boek van die dag:

watergate 1

Dat we vandaag de dag dit logboek nog kunnen bekijken, komt omdat het bewaard is gebleven. En niet op zo maar een plek in een of andere kantoorarchief maar in de Nationale Archieven van Amerika, net zoals bijvoorbeeld de onafhankelijkheidsverklaring uit 1776.

watergate 3

De reden dat dit schrift zich in het Nationaal Archief bevindt, is namelijk de historische betekenis voor Amerika van hetgeen Wills om 1.47 uur schreef: “Call police found tape on Doore“. Als gevolg van dit historische telefoontje zou uiteindelijk twee jaar later Richard Nixon, de president van de Verenigde Staten, moeten aftreden.

Frank Wills was de nachtwaker van het Watergate gebouw. Nadat hij op 17 juni 1972 zijn eerste controle-ronde door het gebouw had gemaakt, liep hij via de garage naar het tegenoverliggende Howard Johnson motel om daar wat sinaasappelsap te kopen. In de garage zag hij dat een slot van een van de deuren was afgeplakt met Duck Tape. Dit gebeurde wel vaker. Aannemers of verhuizers die in het gebouw aan het werk waren, plakten soms de sloten even met Duck Tape vast – of zetten een stoel of zoiets in de deuropening – om te voorkomen dat de deur telkens in het slot zou vallen en ze dan ieder keer er iemand bij moesten roepen om de deur weer open te maken. Wills dacht dat iemand vergeten was om de Duck tape weg te halen. Hij zag er niks ernstig in en trok het los.

Nadat hij zijn sinaasappelsap had gehaald, keerde Wills terug naar zijn werkplek, maar om de een of andere reden besloot hij om toch nog even naar de deur van de tape te kijken. Tot zijn verbazing zag hij dat de tape weer over het slot heen was bevestigd. Hij belde daarop de politie die met drie man arriveerde. Alle deuren van het gebouw werden afgesloten, de liften buiten werking gesteld en verdieping voor verdieping doorzocht de politie het gebouw. Op de zesde verdieping van het elf verdiepingen tellende gebouw, in de kantoren van het ‘Democratic National Committee’, trof de politie vijf mannen aan die daar bezig waren met het plaatsen van afluisterapparatuur en de rest is geschiedenis.

Hoe het verder met Frank Wills is gegaan, is echter niet zo bekend. Het antwoord op deze vraag luidt: niet zo best. Zes maanden na de inbraak nam hij ontslag en trad in dienst bij een ander bedrijf waar hij iets beter werd betaald. Daar werd hij echter na enige tijd ontslagen omdat hij tegen de zin van het bedrijf twee dagen vrij nam voor een familiebezoek. Sindsdien was het voor hem een wisselend bestaan van werkloosheid afgewisseld met slecht betaalde tijdelijke baantjes.

Ten tijde van het aftreden van Nixon werd hij een aantal keer geïnterviewd over zijn rol. Hij vroeg hiervoor 300 dollar en soms kreeg hij het ook. In 1976 speelde hij zichzelf in ‘All the president’s men’, de speelfilm met Robert Redford en Dustin Hofman als Bob Woodward en Carl Bernstein, het journalisten-duo van de Washington Post die het Watergate-schandaal ontrafelden. Wills was heel even als nachtwaker in de openingsscene van de film te zien. Het waren overigens eerder fifteen seconds of fame dan fifteen minutes of fame. Hij kreeg 1000 dollar voor zijn rol.

all the presidents man

Youtube: Screenshot uit de film met Frank Wills, die in de openingsscène zich zelf speelt.

Eind jaren zeventig vertrok hij uit Washington en woonde een tijdje bij zijn moeder in South Carolina. In 1979 kreeg hij vanwege de diefstal van een pen van 99 cent een boete van $20. In 1983 werd hij wederom aangeklaagd voor winkeldiefstal. Deze keer betrof het een paar gymschoenen ter waarde van 12 dollar. Vanwege zijn eerdere veroordeling kreeg hij automatisch een jaar gevangenisstraf, waarvan hij er minstens drie maanden van moest uitzitten. Volgens Wills was hij onschuldig. Hij had, zo zei hij, in de winkel in zijn rugzak een stel schoenen gestopt die bestemd waren voor de verjaardag van een kind uit een eerdere relatie. Omdat hij niet wilde dat het kind het cadeau kon zien, had hij de schoenen al in de winkel in zijn tas gestopt en werd hij, voordat hij ze überhaupt bij de kassa kon afrekenen, al aangehouden en beschuldigd van diefstal.

Veel mensen voerden actie voor hem. Vooral het feit dat hij vanwege de diefstal van een pen van 99 cent en een paar schoenen van 12 dollar langer in de gevangenis moest zitten dan een aantal mensen die direct betrokken waren bij het Watergate-schandaal vond men onrechtvaardig. Hij kreeg financiële steun, kwam op borgtocht vrij en er werden rechtszaken tot op het hoogste staatsniveau gevoerd. Het hooggerechtshof van de staat oordeelde dat het nu eenmaal de staatswet was dat bij een tweede veroordeling wegens winkeldiefstal automatisch een veroordeling van één jaar gevangenisstraf volgde en hield het vonnis overeind.

Op het moment dat het staatshooggerechtshof deze uitspraak deed, woonde Wills niet meer in Amerika maar op de Bahama’s, waar hij in dienst van de activist en komiek Dick Gregory – die zich zijn lot aantrok – een voedingssupplement promootte. Onduidelijk is of Wills de straf daadwerkelijk ooit heeft moeten uitzitten; Wills zei later in interviews van niet, maar andere bronnen vermelden dat hij uiteindelijk drie weken in de gevangenis heeft gezeten.

Toen zijn moeder eind jaren tachtig een hersenbloeding kreeg, keerde hij terug naar Amerika en ging haar verzorgen. Ze leefden samen van haar maandelijkse uitkering van $450. Toen zijn moeder in 1993 overleed, had hij geen geld voor haar begrafenis en stelde haar lichaam ter beschikking aan de medische wetenschap. Zonder financiële steun van zijn moeder ging het steeds slechter met Wills. De laatste jaren van zijn leven woonde hij in Georgia in een soort schuur zonder telefoon en elektriciteit. Van de plaatselijke dominee kreeg hij er voedsel. De meeste tijd bracht hij door in de plaatselijke bibliotheek. Hij was een fanatiek boekenlezer. In september 2000 kreeg hij net als zijn moeder een hersenbloeding en stierf in bittere armoede op 52-jarige leeftijd.

Uit de Amerikaanse archieven (1)

In juli 1969 ondernamen de Amerikanen een poging om een man op de maan te zetten. Spoiler alert! / leeswaarschuwing!  Onderstaande tekst bevat details over de afloop van het verhaal.

De poging lukte. Het ging allemaal goed. Op 20 juli 1969 zette Neil Armstrong als eerste voet op de maan – “That’s one small step for a man, one giant leap for mankind” -, een kwartiertje later gevolgd door Buzz Aldrin. Amstrong en Aldrin verbleven in totaal ruim 21 uur op de maan waarvan zo’n 2,5 uur lopende op het maanoppervlak. Daarna stegen ze weer met hun maanlander op, maakten contact met het moederschip met daarin de derde astronaut Michael Collins, vlogen vervolgens in vier dagen tijd terug naar aarde, waarna ze veilig neer plonsden in de Stille Oceaan. Hier werden ze aan boord genomen van de USS Hornet. Aan boord van dit schip bevond zich ook de Amerikaanse president Richard Nixon die hen hartelijk verwelkomde.

maanlanding met nixon

Armstrong, Collins en Aldrin (voor een periode van achttien dagen in quarantaine na hun terugkeer) worden toegesproken door president Nixon; foto NASA.

 Zoals op bovenstaande foto te zien is, was de ontvangst door Nixon een olijke boel. Maar het had ook anders kunnen aflopen. Voor het geval dat het op de maan was misgegaan en Amstrong en Aldrin er niet meer vandaan konden komen – ‘In event of Moon Disaster’ – , had de staf van Nixon alvast een plan de campagne opgesteld hoe de Amerikaanse regering hier mee moest omgaan.

Allereerst zou de president de weduwen in spé opbellen. Daarna zou hij het volk toespreken. Dan, als de NASA de verbinding met de mannen op de maan verbrak, zou een geestelijke een soortgelijke procedure houden als bij een begrafenis op zee.

De speech was al voor Nixon uitgeschreven, zoals bleek toen onderstaand document in de jaren negentig uit de Amerikaanse archieven opdook. Het document was opgesteld door één van de speechschrijver van het Witte Huis, Bill Safire, en was gericht aan Bob Halderman, in die tijd stafchef van het Witte Huis.

maanlanding

Vrij vertaald had Nixon, in het geval Amstrong en Aldrin niet van de maan af konden komen, het Amerikaanse volk als volgt toegesproken:

“Het lot heeft bepaald dat de mannen die in vrede naar de maan gingen om deze te verkennen daar zullen blijven om er in vrede te sterven. Deze dappere mannen, Neil Armstrong en Edwin Aldrin, weten dat er geen hoop is op redding. Maar ze weten ook dat er hoop voor de mensheid ligt in hun offer. Deze twee mannen geven hun leven voor het meest nobele doel van de mensheid: de zoektocht naar de waarheid en kennis.

Er zal om hen worden gerouwd door hun familie en vrienden; Er zal om hen worden gerouwd door hun land; Er zal om hen worden gerouwd door de wereld; Er zal om hen worden gerouwd door Moeder Aarde die het aandurfde om twee van haar zonen naar het onbekende te sturen.

 Tijdens hun ontdekkingstocht riepen zij iedereen in de wereld op om zich te verenigen; in hun offer, verbinden ze de broederschap van de mens nog strakker. In het verleden keken mensen naar de sterren en zagen er hun helden in de sterrenbeelden. In moderne tijden doen wij hetzelfde, maar onze helden zijn epische mensen van vlees en bloed.

 Anderen zullen volgen, en zullen zeker hun weg naar huis vinden. De zoektocht van de mens zal worden voortgezet. Maar deze mannen waren de eersten, en zij zullen de belangrijkste in ons hart blijven. Want een ieder die in de nachten die nog zullen komen omhoog kijkt naar de maan, weet dat er een deel is van die andere wereld die altijd van de mensheid zal zijn.”

Gelukkig voor Amstrong en Aldrin hoefde Nixon deze woorden niet uit te spreken en verdween het memo in het archief.

Neil Amstrong zou na zijn maanavontuur nog twee jaar voor de NASA blijven werken, daarna werd hij hoogleraar luchtvaart- en ruimtevaarttechniek aan de Universiteit van Cincinnati. Ook reisde hij de hele wereld over. Later verbond hij zijn naam aan diverse grote Amerikaanse bedrijven zoals Chrysler waarvoor hij als boegbeeld c.q. spreekbuis fungeerde. Hij overleed in augustus 2012 op 82-jarige leeftijd.

Ook Buzz Aldrin verliet na twee jaar de NASA. Hij keerde terug naar het Amerikaanse leger en werd benoemd tot commandant van de Test Pilots School op de Edwards Air Force Base in Californië. Het viel hem echter moeilijk om het leven op aarde weer op te pakken. Hij kreeg last van depressies en had een tijd lang een alcoholverslaving. Hij kwam daar weer overheen. Hij leeft nog steeds. Hij hoopt op 20 januari 86 jaar te worden.

De derde astronaut van deze vlucht, Michael Collins, leeft ook nog. Hij is momenteel 85 jaar oud. Na zijn terugkeer was hij onder andere staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (in de regering van Nixon), directeur van het National Air and Space Museum in Washington D.C en vicepresident bij LTV Aerospace, een bedrijf dat vliegtuigen en raketten produceert.

Voor wat betreft de andere hoofdrolspelers van dit verhaal: Richard Nixon bleek in tegenstelling tot wat hij zelf dacht (I’m not a crook!”) wel een schurk te zijn en moest in augustus 1974 als gevolg van het Watergate-schandaal noodgedwongen aftreden als president. Hij stierf in 1994 op 81-jarige leeftijd. Bob Halderman, de stafchef van het Witte Huis die het memo liet opstellen, verdween als gevolg van dat zelfde Watergate-schandaal zelfs voor 18 maanden in de gevangenis. Hij stierf in 1993 op 67-jarige leeftijd. William Safire, degene die de speech schreef, ging in 1973 als journalist voor de New York Times werken waar hij ook jarenlang een column over juist taalgebruik had. Hij stierf in 2009 op 79-jarige leeftijd.

In totaal hebben, inclusief Amstrong en Aldrin, twaalf mannen op de maan gelopen. Allen keerden veilig naar de aarde terug. Of er voor de andere tien astronauten ook al speeches klaar lagen voor het geval het mis zou gaan, is niet bekend. Ik gok van wel.

De top 10 van de nationale parken in de USA

Amerika is een favoriet vakantieland van ons. In 1988 bezochten wij het op onze huwelijksreis voor het eerst en sindsdien zijn we er nog een aantal keer geweest. Onze favoriete bestemmingen zijn de Nationale Parken, in het bijzonder die in het westen van Amerika. We zijn niet de enigen die graag de nationale parken bezoekt. Zie hier – in de gedachte van een bekende Nederlandse politicus die ooit eens zei: “Statistieken, statistieken, daar heb ik helemaal niks aan. Cijfers moet ik hebben” – de tien meest bezochte nationale parken in de Verenigde Staten van 2014, volgens de National Park Service (NPS), zijnde de organisatie die de parken beheert.

NP usa bezoekers

Het Great Smoky Mounains NP, gelegen op de grens van de staten North Carolina en Tennessee, steekt er met kop en schouders boven uit. Het krijgt met zijn 10 miljoen bezoekers zelfs meer bezoekers dan de nummers 2 (Grand Canyon NP) en 3 (Yosemite NP) samen. Is het Great Smoky Mounains NP dan ook het mooiste park van Amerika?  Nee, dat niet. Dat het park als één van de weinige nationale parken relatief dichtbij de grote steden in het oosten van Amerika ligt, heeft ongetwijfeld met de hoge bezoekersaantallen te maken.

Nu is de vraag welk park “het mooiste park” is, natuurlijk een zeer subjectieve vraag. Herstel, de vraag is natuurlijk niet subjectief, de antwoorden wel. Wat de een mooi vindt, dat vindt de ander helemaal niks en omgekeerd. Of zoals Confucius al zei: “Alles heeft z’n schoonheid alleen ziet niet iedereen dat altijd”.

We zijn lid van diverse Amerika-forums en daar wordt regelmatig gediscussieerd welke parken je “beslist moet bezoeken”. Ook op diverse reissites op internet kan je overzichten vinden met de ‘mooiste’ nationale parken. Soms zijn het alleen maar lijstjes zonder volgorde, maar er zijn ook een aantal Amerikaanse reissites die een top tien hebben gemaakt van de mooiste nationale parken die je beslist moet bezoeken.

Ha, dat is leuk, want van die top tien’s kan je dan weer een gezamenlijke top tien maken. Dat heb ik dus, geheel overeenkomstig de uitspraak “Ik geloof alleen de statistieken die ik zelf heb vervalst” (Winston Churchill), dan ook gedaan. Dit volgens het systeem; tien punten voor een eerste plaats op een top tien, negen punten voor een tweede plaats, enzovoorts.

De tien sites met een top tien die ik heb meegenomen zijn: Yahoo Travel; Usa today; Thrillist Travel; The Active Times; Lonely Planet; Ranker.Com; ABC-news;  MSN/Oyster; The Crazy Tourist en Gayot

De uitkomst van deze volkomen nutteloze exercitie luidt:

  1. Yosemite NP, 82 punten
  2. Yellowstone NP, 76 punten
  3. Grand Canyon NP, 66 punten
  4. Zion NP, 45 punten
  5. Glacier NP, 41 punten
  6. Hawaii Volcanoes NP, 30 punten
  7. Bryce Canyon NP, 27 punten
  8. Acadia NP, 25 punten
  9. Grand Teton NP, 20 punten
  10. Death Valley NP, 19 punten

Het Great Smoky Mounains NP, het meest bezochte nationale park, staat zelfs helemaal niet in de top 10. Alleen Yosemite en Yellowstone komen in elke top tien van de verschillende sites voor. Death Valley NP daarentegen staat bijvoorbeeld maar in drie van de tien top tien’s. Dat het toch nog de gezamenlijke  top tien heeft gehaald, heeft het te danken aan ABCnews die het op de eerste plaats zette: “This might be a controversial pick for the top spot on our list.” Zie hier de onderbouwing van de “algemene top tien” van te bezoeken parken.

np parken

(Geheel overeenkomstig politieke beleidsplannen is de onderbouwing van de cijfers moeilijk leesbaar. Wie de details toch wil weten, moet even op het plaatje klikken.)

Einstein zei al: “De tijd bestaat alleen maar omdat je niet alle parken tegelijkertijd kan bezoeken”. (Ok, in werkelijkheid zei hij: “De tijd bestaat alleen maar omdat anders alles tegelijk zou gebeuren.“)

Overigens is de bovenstaande top tien een prachtig voorbeeld hoe je met statistieken alles kan bewijzen. Op grond van dit overzicht kan de perschef van Yosemite een ronkend persbericht uitsturen met de tekst: “Tien reissites wijzen gezamenlijk Yosemite aan als het mooiste park om te bezoeken.

Was ik nu de perschef van Yellowstone, dan liet ik de cijfers van ‘The Crazy Tourist’ weg (dat kost mij maar één puntje en Yosemite tien punten). Gevolg: Yellowstone staat dan met 75 punten bovenaan gevolgd door Yosemite met 72 punten: “Negen reissites wijzen gezamenlijk Yellowstone aan als het mooiste park om te bezoeken.”, aldus de perschef van Yellowstone.

Benjamin Disraeli zei het al: “Er zijn drie soorten leugens: leugens, grotere leugens en statistieken.”

p.s. Het nationale park dat niet deze top tien staat maar er wel volgens mij beslist in moet is het Sequoia / Kings Canyon NP.

Ivo Niehe, George Bush sr. en ik

Laatst had ik het weer een keer, iemand die zei dat ik op Ivo Niehe lijk. Het gebeurt wel vaker dat mensen dat zeggen, maar het is niet juist. Ik lijk niet op hem. Andersom klopt het wel, Ivo Niehe lijkt wel een beetje op mij.

Ivo Niehe Martin van Neck   Ivo Niehe Martin van Neck

Ivo Niehe                                                Martin van Neck

Maar behalve de uiterlijke gelijkenissen zijn er nog een paar overeenkomsten. Zo spreken wij allebei onze vreemde talen goed: ik het Twents en Ivo het Engels, Frans, Duits, Spaans en Italiaans, en gezien het feit dat er op de Wikipedia ook een pagina over hem in het Pools is, vermoedelijk ook die taal.

Daarnaast is er de overeenkomst dat wij beide regelmatig ontmoetingen hebben met de groten der aarde. Zo herinner ik me nog goed de ontmoeting die ik in 1989 had met de Amerikaanse president George Bush sr. tijdens zijn bezoek aan ons land.

Het was juli 1989. Bush sr. was op staatsbezoek. Hij logeerde bij koningin Beatrix. Merkwaardigerwijs niet bij haar thuis – sorry, ik kan dit weekend geen logees hebben – maar in haar werkpaleis aan het Noordeinde (had zij daar ergens in een vergaderzaaltje een stretcher voor hem klaar gezet?)

Voorafgaand aan dit bezoek hadden Bush en ik onze ontmoeting. Het was een maandagmorgen en ik liep door de stad op weg naar kantoor. Vlakbij het binnenhof stonden allemaal dranghekken. Die bleken voor Bush te zijn – althans voor het publiek aan de kant van de weg – maar dat was eigenlijk volkomen overbodig want er stond geen mens. Alleen op de hoek bij de vijver van het Binnenhof stond een Amerikaan met twee vlaggetjes te wachten. Ik vroeg hem wat er aan de hand was. Hij vertelde dat zijn president zo langs zou komen en ik besloot even te wachten om te kijken wat er gebeurde. Even later kwam de auto met Bush er in aan rijden. Deze zat somber om zich heen te kijken, want er was werkelijk niemand op straat om naar te zwaaien. Op dat moment begon de Amerikaan naast mij wild enthousiast met zijn vlaggetjes te zwaaien. Bush zag het, veerde helemaal op en begon enthousiast naar ons te zwaaien.

Bush in de auto

Ik zwaaide braaf terug, waarop Bush zich omdraaide en zijn beide duimen nog naar ons opstak om aan te geven dat de Amerikaan en ik goed bezig waren. Daarna reed de autostoet weer verder. Aardige man pa Bush.

We hebben een beller (2)

De naam van het verhaal met de titel “We hebben een beller” dat ik twee dagen geleden schreef, deed me er aan denken dat ik tien jaar geleden een keer een opzet voor een verhaal met dezelfde titel heb geschreven voor de serie ‘Het Nutteloze Kennisparadijs’ die ik in die tijd voor De Volkskrant schreef. Dat  verhaal begon als volgt:

We hebben een beller.

Op 10 maart 1876 vond het allereerste telefoongesprek ter wereld plaats. Op die dag “belde” Alexander Graham Bell zijn assistent Thomas Watson, die zich elders in het huis bevond en sprak de beroemde woorden: “Mr. Watson—Come here—I want to see you“.

Bell aan het bellen   Thomas Watson

Links Bell aan het bellen in 1892; Rechts Thomas Watson, de persoon die als eerste persoon ter wereld gebeld werd (“Neem jij even op”).

Bell is overigens niet ‘de bedenker’ van de telefoon. Zo had in 1861 de Duitser Johann Philipp Reis al een idee ontwikkeld voor een apparaat waarmee via een elektrische verbinding geluid op afstand kon worden overgedragen. Hij noemde dat een ‘Telefon’. Alleen slaagde hij er niet in om een werkende versie te ontwikkelen. Hij had dan ook geen patent op zijn idee. Hetzelfde gold voor de Italiaanse Amerikaan Meucci. Die bedacht in 1871 ook een apparaat (de ‘telettrofono) waarmee je op afstand geluid kon horen. Maar vanwege geldgebrek – een volledige patentaanvraag kostte 250 dollar en Meucci was even daarvoor failliet gegaan –  was hij niet in staat om een patent voor zijn apparaat aan te vragen. Het trieste voor Meucci was dat zijn idee later wel bleek te werken, maar ja, geen patent. Het was daardoor Bell die als eerste een patent kon indienen voor een werkende telefoon en dat toegewezen kreeg.

Iemand die net als Bell ook een patent indiende voor een werkende ‘telefoon’ was een zekere Elisha Gray. Maar – en nu komt het –  hij was twee uur te laat! Hij diende zijn aanvraag  in op dezelfde dag als Bell, maar diens patentaanvraag werd twee uur eerder geregistreerd. Gray beweerde later dat hij zijn aanvraag ’s morgens vroeg al bij de opening van het patentbureau had ingeleverd maar dat de klerk het in zijn In-bakje had laten liggen. Een mooi verhaal.

Dat hij van zijn vrouw die dag eerst boodschappen moest doen voordat hij naar het patentbureau kon gaan, zou natuurlijk zelfs nog een mooier verhaal zijn, maar dat verzin ik hier ter plekke. Over de vraag wie het recht had op het patent voor de telefoon hebben Meucci, Gray en Bell uiteindelijk zo’n 500 rechtszaken gevoerd en het slot van het liedje was dat het patent bij Bell bleef.

Een mooi detail over het leven van Bell dat hier beslist niet onvermeld mag blijven, is dat Bell getrouwd was met een doof iemand, Mabel Gardiner Hubbard. Zij was een van de dove studentes die hij had leren kennen toen hij spraakles gaf op een dovenschool. De man die de telefoon heeft “bedacht”, heeft dus nooit naar huis kunnen bellen om tegen zijn vrouw te zeggen dat hij wat later thuis kwam.

Bell dovenschool

Bell, bovenaan de trap rechts met baard, op een dovenschool in Boston waar hij in 1871 les gaf.

Voor wat betreft het eerste werkende mobieltje, dat verscheen pas bijna 100 jaar later. Degene die het eerste mobiele gesprek voerde, was Martin Cooper van Motorola. Hij belde op 3 april 1973 naar Joel Engel van concurrent AT&T om hem te laten weten dat het Motorola was die als eerste een werkend mobieltje had. Zijn historische eerste woorden  – uit de categorie ‘lekker puh’ – waren: “Joel, ik bel je met een ‘echte’ mobiele telefoon.”  Ok, hij zal het vermoedelijk niet in het Nederlands gezegd hebben, maar ook in het Engels, is het niet een uitspraak uit het rijtje: “Het is een kleine stap voor een mens maar een grote stap voor de mensheid” – zijnde de eerste woorden van Neil Amstrong toen hij als eerste mens voet op de maan zette.

Ik heb het verhaal niet voor de krant gebruikt. Ik was er niet helemaal tevreden over. Maar dat is natuurlijk geen enkel beletsel om het hier wel te plaatsen!

 

De tunnels naar Alcatraz

Op 11 juni 1962 ondernamen Frank Morris en de gebroeders Clarence en John Anglin een  ontsnappingspoging vanuit Alcatraz. Over deze ontsnappingspoging is later een beroemde film gemaakt met Clint Eastwood in de hoofdrol. Wie Alacatraz vandaag de dag bezoekt – het is nu een toeristische attractie – kan nog steeds de cel zien met het gat in de muur en een nephoofd in het bed, opdat de cipiers dachten dat de gevangene in zijn bed lag te slapen.

Alcatraz cel

Foto door ons genomen tijdens een bezoek in juni 2015. “Come back to jail anytime.” riep een enthousiaste NPS-ranger – de National Park Service beheert het eiland tegenwoordig – tegen ons toen we  van het eiland af gingen.

Het drietal slaagde er in om buiten de gevangenismuren te komen en het water te bereiken, maar of het hun gelukt is om de kust levend te halen is nooit duidelijk geworden. Er is nooit meer iets van hen vernomen en volgens de Amerikaans overheid zijn de drie ontsnapte gevangenen dan ook bij hun poging verdronken.

Toch duiken er nog steeds regelmatig berichten op dat ze er wel in geslaagd zijn om de kust levend te halen. Zo verscheen er vorige week opeens in diverse media het bericht – ‘Ontsnapping Alcatraz mogelijk toch geslaagd’ kopte het AD- dat de broers Anglin in de zeventiger jaren in Brazilië waren gezien. Een foto van de twee broers, genomen in Brazilië in 1972, zou volgens ‘History Channel’ dat een documentaire over de zaak had gemaakt, het bewijs zijn.

Diverse kranten namen dit bericht van History Channel over en steevast werd in die berichten vermeld hoe moeilijk het door de gevaarlijke stromingen wel niet was om vanaf Alcatraz naar de kust te zwemmen. In één krantenartikel dat ik las, werd zelfs met grote stelligheid beweerd dat er nog nooit iemand in was geslaagd om zwemmend vanaf Alcatraz levend de kust van San Francisco te bereiken.

Ai! Als dat zo is, dan hebben er zich elk jaar grote drama’s afgespeeld bij de ‘Escape from Alcatraz triathlon’. Deze triathlon – er doen jaarlijks ruim 1500 mensen aan mee –  bestaat uit een zwemtocht van 2,5 km van Alcatraz naar de kust, een anderhalve km lang warmlooprondje en een fietstocht van dertig kilometer over de heuvels van San Francisco.

Over de ontsnappingspogingen vanaf Alcatraz – er zijn wel degelijk succesvolle pogingen geweest (in de tijd dat het een militaire gevangenis was) – heb ik een keer een column geschreven voor het Nutteloze-Kennisparadijs. Dat was een wekelijkse rubriek die ik tien jaar geleden voor de Volkskrant schreef. Zie hier het verhaal over ontsnappingen van Alcatraz die in ieder geval wel zijn gelukt.

alcatraz 2

(Klik op de afbeelding voor een leesbare versie; in de krant stond een andere foto van Alcatraz er bij, maar omdat daar mogelijk copyright  op zit heb ik die foto hier vervangen door een foto van Alcatraz  uit 1895 )

Ik heb voor de rubriek zelfs nog een tweede keer over Alcatraz geschreven. Dat betrof het verhaal over de tunnels die de gebroeders Mole in de jaren vijftig naar Alcatraz hadden gegraven. Die aflevering heeft de krant echter niet gehaald. De Volkskrant-redacteur naar wie ik altijd mijn rubriek opstuurde, dacht in eerste instantie nog ‘hé, dat is toevallig dat die gravende broers Mole heten. Maar toen hij las dat de tunnels gerestaureerd waren en voor het grote publiek zouden worden opengesteld, realiseerde hij zich dat mijn wekelijkse rubriek die week toevallig op 1 april zou verschijnen. De column werd niet geplaatst. A) de Volkskrant deed niet aan 1- aprilgrappen (in ieder geval niet in die tijd) en B) het zou de geloofwaardigheid van mijn andere nutteloze kennisberichten (die wel allemaal op waarheid berustten) onder uit halen. Daar had hij wel gelijk in.

Voor wie de nooit geplaatste aflevering over de Tunnels naar Alcatraz wil lezen, zie hier:

Tunnel naar Alcatraz

(Klik op de afbeelding voor een leesbare versie)